CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

4.1 Bijlage 1 Ontwerp-Omgevingsvisie IJsselstein juni 2021

Commissie Ruimte 22 juni 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven34.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Omgevingsvisie IJsselstein Behoud én ontwikkeling

Mei 2021

Omgevingsvisie IJsselstein Behoud én ontwikkeling Voor u ligt de ontwerp-omgevingsvisie IJsselstein. Input uit eerdere fases, voorgaande verdiepingssessies en participatierondes is verwerkt in deze ontwerp-omgevingsvisie. Deze wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Hierna maken we de definitieve versie op die ter vaststelling wordt aangeboden aan de gemeenteraad.

Foto voorpagina: Fotowedstrijd IJsselstein 2019, Hendrik-Jan van Oostrum

2

Leeswijzer De omgevingsvisie bestaat uit een aantal onderdelen: Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding voor het samenstellen van deze omgevingsvisie. De inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt kort toegelicht, waarna het proces tot nu toe en het vervolg wordt beschreven. In de bijlagen is een uitvoerigere beschrijving en wijze van verwerking van de input uit het participatieproces opgenomen. Hoofdstuk 2 beschrijft de IJsselsteinse identiteit en kernkwaliteiten die centraal staan in deze omgevingsvisie. In hoofdstuk 3 zetten we de koers op hoofdlijnen uit. Dit doen we door middel van kwaliteits- en ontwikkelingslagen. In de kwaliteitslagen staan we stil bij de huidige kwaliteiten van IJsselstein, bij de ontwikkelingslagen laten we zien met welke ontwikkelingen deze kwaliteiten in de toekomst kunnen worden versterkt. Hoofdstuk 4 beschrijft de meer specifieke koers per gebied. We benoemen eerst de identiteiten, kwaliteiten en uitdagingen van de deelgebieden. Daarna beschrijven we de gebiedseigen beleidsopgaven. Hoofdstuk 5 laat zien hoe we de omgevingsvisie toepassen. We benoemen hier de samenhang met andere omgevingswetinstrumenten en maken een koppeling met de uitvoering van de omgevingsvisie. Daarnaast bevat de omgevingsvisie een aantal intermezzo's waarin we aandacht geven aan specifeke onderdelen.

Zo staan we stil bij de resultaten uit het voortraject van deze omgevingsvisie: de Atlas. We beschrijven waarop we de samenwerking met de regio zoeken en reflecteren op hoe de aspecten gezondheid, veiligheid en milieu een plek krijgen in deze visie. Ook besteden we aandacht aan de toekomstige ontwikkeling van het Kromme IJsselpark en beschrijven we het afwegingsproces tussen het opwekken van zon- en/of windenergie binnen de gemeente.

3

Bron: Facebook gemeente IJsselstein

4

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

7

1.1

Intro

7

4.1

Historisch centrum

1.2

Waarom een omgevingsvisie?

8

4.2

Woonwijken

1.3

Rolopvatting en sturingsfilosofie

9

4.3

Buitengebied Zuid

1.4

Omgevingsvisie als groeimodel

10

4.4

Buitengebied Veenweide

1.5

Procesbeschrijving

11

4.5

Buitengebied Hollandsche IJssel

4.6

Bedrijventerreinen

'De Atlas: Bouwstenen voor de omgevingsvisie'

2.

De Kracht 2.1

Identiteit

2.2

Kernkwaliteiten

Regionaal perspectief

3.

De Koers 3.1

Landschappelijke kwaliteiten

3.2

Cultuurhistorische kwaliteiten

3.3

Groen-receatieve kwaliteiten

3.4

Stedelijke kwaliteiten

3.5

Economische ontwikkelingen

3.6

Stedelijke ontwikkelingen

3.7

Landschappelijke ontwikkelingen

Gezondheid, veiligheid en milieu

4.

12

15 15 16

18

21 22 23 24 25 26

De Koers per deelgebied

39 42 46 50 54 58 62

Kromme IJssel Park

67

5.

69

Uitvoering - De omgevingsvisie in werking 5.1

Inleiding

5.2

Monitoring, aanvulling en herziening

70

5.3

Doorwerking omgevingswetinstrumenten

70

5.4

Juridische en financiële paragraaf (bv. WvG)

71

70

Afwegingskader duurzame elektriciteit opwek

73

Bijlage 1: Beschrijving participatie

78

Bijlage 2: Resultaten onderzoek Omgevingsvisie, DUO Market Research

104

28 33

34

5

Bron: Fotowedstrijd IJsselstein 2019 Edward Osendarp

6

Hoofdstuk 11

Inleiding 1.1

Intro

In deze visie worden verschillende belangen samengesmolten tot een integrale ontwikkelingsrichting voor de periode tot 2030 en verder. We benoemen onze identiteit en kwaliteiten en zetten in op het behouden en verbeteren hiervan middels nieuwe ontwikkelingen, oftewel: behoud én ontwikkeling. De kaders worden zo helder mogelijk geschetst, maar de verre tijdshorizon maakt het onmogelijk en onwenselijk om nu alles exact vast te leggen. Deze visie is dan ook veel meer een routekaart dan een hard einddoel op zichzelf. Het geeft richting, maar is vooral een uitnodiging om bij te dragen aan het behoud en de verbetering van onze omgeving. We hopen inwoners en ondernemers met deze omgevingsvisie te enthousiasmeren, te verleiden en te inspireren en daarbij uit te nodigen om te komen met initiatieven.

7

1.2

Waarom een omgevingsvisie?

Omgevingswet

Momenteel is de Omgevingswet in voorbereiding. De Omgevingswet is in het voorjaar van 2016 door de Eerste Kamer aangenomen en treedt naar verwachting in 2022 in werking. De Omgevingswet - die vele wetten over de leefomgeving vervangt - moet meer snelheid, flexibiliteit en samenhang brengen. In deze wet wordt het oude instrument ‘structuurvisie’ vervangen door de ‘omgevingsvisie’, waarin bijvoorbeeld ook het beleid voor water, milieu, verkeer en vervoer en sociaalmaatschappelijke aspecten wordt opgenomen. De Omgevingswet verplicht iedere gemeente om een omgevingsvisie op te stellen. De belangrijkste verandering wordt de manier waarop we aan de omgeving gaan werken, de houding die daarbij wordt aangenomen. We moeten meer integraal werken vanuit uitnodigende ambities en waarden, in plaats van sectoraal vanuit normen en regels. Bovendien wordt de rol van gemeenten meer ondersteunend dan initiërend. Daarbij hoort het vereenvoudigen en versnellen van procedures. Met de voorliggende omgevingsvisie voor IJsselstein lopen we vooruit op de komst van de Omgevingswet. De visie nodigt vooral uit, is flexibel, geen harnas. Bovendien is de visie samen met alle relevante disciplines binnen het ambtelijk apparaat, maar ook met inbreng vanuit de bevolking en maatschappelijke partijen, opgesteld.

Niet alle zijn alle belangen en wensen bleken verenigbaar, maar hierdoor zijn deze belangen en wensen wel meegewogen en is deze visie integraal en participatief opgesteld. Van belang daarbij is ook dat de omgevingsvisie niet af is na vaststelling. De visie zoals die nu voorligt, biedt het raamwerk waarbinnen we de komende jaren sectoraal beleid verder wordt uitgewerkt. Deze eerste omgevingsvisie IJsselstein is dan ook nadrukkelijk een groeimodel, waarmee de komende jaren verder wordt gewerkt aan de integratie van alle beleidsaspecten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving in IJsselstein.

8

Uitgangspunten implementatie Omgevingswet De gemeenteraad heeft eind 2018 de volgende uitgangspunten voor de implementatie van de Omgevingswet bepaald: • IJsselstein kiest voor een groeistrategie: we kiezen voor de kortere termijn (20192020) de strategie ‘aanpassen wat nodig is’ (consoliderende) en voor de langere termijn (na 2021) een onderscheidende strategie. • IJsselstein wil regionaal georiënteerd zijn bij de voorbereiding op de Omgevingswet: IJsselstein staat niet op zichzelf, regionale samenwerking wordt geambieerd. Daarnaast zet de Omgevingswet zelf in op samenwerking in de keten en de regio. Opgaven die op ons afkomen overschrijden gemeentegrenzen. • IJsselstein wil meer ontwikkelruimte bieden: Wij zijn als gemeente niet als enige aan zet om vraagstukken op te lossen. Daarom is het uitgangspunt dat we meer ruimte voor ontwikkelingen willen bieden. Echter, onze groeistrategie betekent dat we starten vanuit een houding waar de focus nog ligt op kaders stellen en we doorgroeien naar een steeds meer loslatende houding (steeds meer ruimte geven). • IJsselstein wil werken vanuit een multidisciplinaire, integrale blik: In onze complexe maatschappij hangen zaken meer en meer met elkaar samen. De Omgevingswet speelt daar expliciet op in.

Wanneer we de gebruiker centraal stellen, waar de Omgevingswet vanuit gaat, betekent dat automatisch dat wij als gemeenten onze activiteiten, nog meer dan nu, in samenhang zullen oppakken. • IJsselstein wil dat onze informatie op orde, beschikbaar en bruikbaar is: De ambitie is dat onze informatie op orde, beschikbaar en bruikbaar is. Concreet; de informatie is compleet, staat op tijd in het digitale loket (en is daarmee technisch te koppelen) en is duidelijk voor gebruikers. • IJsselstein wil meer ontwikkelen op participatie: Participatie is een sleutelbegrip in de Omgevingswet. Het gaat om samen eigenaar zijn en over de veranderende rollen. Dat is een proces dat niet van de een op de andere dag is afgerond. Bij projecten waar participatie is toegepast gaat het tot dusver vooral over geïnformeerd worden en meepraten. We willen ons daarom de komende jaren, in lijn met de groeistrategie, verder ontwikkelen op participatie.

Koers uitzetten

Met de omgevingsvisie zetten we de koers uit op weg naar 2030 en verder. Bij het uitzetten van die koers hebben we ons afgevraagd ‘welke kwaliteiten vinden we als gemeente belangrijk en hoe kunnen we die koesteren?’ Het behouden van die verschillende kwaliteiten maakt het soms noodzakelijk te veranderen. Door verandering ontstaat immers ook de mogelijkheid voor verbetering. Er spelen allerlei complexe vraagstukken waar we in de omgevingsvisie een antwoord op moeten formuleren. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om landelijke trends als vergrijzing, gezinsverdunning, schaalvergroting, milieu- en klimaatproblematiek en individualisering. Er spelen in de gemeente verschillende opgaven, gedachten, initiatieven en ontwikkelingen die soms al heel concreet zijn, maar soms ook nog abstract of misschien nog wel helemaal niet bekend zijn. Daarbij vinden wij het belangrijk dat aan initiatieven van inwoners en ondernemers ruimte wordt gegeven. Dit vanuit de gedachte dat we als gemeente plannen en ideeën faciliteren, op voorwaarde dat ze bijdragen aan een verbetering van de leefkwaliteit en de duurzame ontwikkeling van IJsselstein. Een zorgvuldige afstemming tussen al deze opgaven is cruciaal.

We willen ons niet ad hoc gaan ontwikkelen, maar juist steeds - met de visie in de hand - blijven zoeken naar een meerwaarde door het versterken van de leefbaarheid, de economie, het landschap en de natuur in IJsselstein. Onze gemeente kan niet los gezien worden van de grotere verbanden en is op het vlak van bijvoorbeeld infrastructuur, voorzieningen, de woningmarkt, recreatie en natuur onlosmakelijk verbonden met omliggende gemeenten en mede-overheden. Bovendien zijn er naast buurgemeenten, provincie en rijk nog vele andere partijen betrokken bij het beheer en de verdere ontwikkeling van specifieke onderdelen van de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden, lokale belangenorganisaties en ondernemers. Gezamenlijk dragen al deze partijen bij aan de fysieke omgeving en het functioneren van de gemeente IJsselstein.

Daarnaast gaat de omgevingsvisie uit van bestaand relevant beleid (lokaal, regionaal, provinciaal); de visie begint niet op nul. Daar waar nodig sluit de omgevingsvisie aan op beleid dat in ontwikkeling is of stellen we nieuwe prioriteiten en beleidsuitgangspunten, die de basis kunnen vormen voor toekomstig op te stellen beleid.

1.3

Rolopvatting en sturingsfilosofie

De gemeente wil de doelen en uitgangspunten samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties verwezenlijken. We willen inwoners en onze partners daarom zo nauw mogelijk betrekken en ruimte geven om met goede ideeën of initiatieven te komen. De rol van de inwoners wordt groter en zij voelen zich ook vaak meer betrokken. Het gaat om ruimte geven, een andere manier van sturen, een andere verhouding tussen overheid en samenleving. Waarbij overheden en inwoners samen verantwoordelijkheid nemen voor onze leefomgeving. Het beschermen en benutten van de leefomgeving wordt daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners. Op het moment dat de overheid niet meer alleen de verantwoordelijkheid draagt voor fysieke en ruimtelijke vraagstukken, dan verandert daarmee de rol van de lokale overheid van primaire belanghebbende naar medebelanghebbende. Dat speelt niet alleen in de fase van visievorming maar ook in de uitvoering van het beleid. Dat vraagt in veel gevallen om een ander denkkader. In plaats van draagvlak te zoeken voor overheidsideeën gaan overheden op zoek naar betrokkenheid voor een visie die samen met de externe partijen is ontwikkeld. We stimuleren en ondersteunen (leveren van kennis, zorgen voor verbinding) initiatieven die op de een of andere manier bijdragen aan de doelen in de omgevingsvisie.

Wij willen met een heldere visie aangeven waar we met de gemeente naar toe willen. Zo kunnen we onze positie bepalen en - waar dat nodig is - stelling nemen. De omgevingsvisie is daarin de kapstok voor het toekomstig beleid en initiatieven. In de visie wordt ook gemeentelijk milieu- en duurzaamheidsbeleid opgenomen. De achterliggende gedachte is dat de beste kansen voor milieu en met name duurzaamheidsbeleid ontstaan als deze integraal deel uitmaken van het totaal aan het gemeentelijk omgevingsbeleid.

9

Rolopvatting

De gemeente wil meer van 'buiten naar binnen werken' en op termijn meer loslaten. Dit past goed bij de geest van de Omgevingswet. De Nederlandse School voor Openbaar Bestuur gebruikt het onderstaande model omtrent overheidssturing. Onze rolopvatting en sturingsfilosofie sluit goed aan bij die van de netwerkende en responsieve overheid. Waarbij het 'van buiten naar binnen werken' centraal staat en wordt ingezet op alliantievorming, een relatiegerichte houding en actief burgerschap. Hierbij is het belangrijk om te benoemen dat een gemeente op verschillende thema's en/of gebieden andere sturingsfilosofieën en rollen nodig heeft om het gewenste resultaat te behalen. Daarom beschrijven we bij de operationalisering nader welke rol wij voor diverse onderdelen van de visie voor onszelf als gemeente zien.

1.4

Omgevingsvisie als groeimodel

Om ervoor te zorgen dat de visie niet blijft bij abstracte doelen, werken we aan de operationalisering hiervan in andere instrumenten en projecten. Hiervoor hebben we een hoofdstuk ‘Uitvoering - de omgevingsvisie in werking’ opgenomen (hoofdstuk 5). In dit hoofdstuk geven we aan hoe we onze ambities gaan verwezenlijken. Voor de verschillende (prioritaire) projecten gaan we in op aspecten (voor zover deze op dit moment bekend zijn) als: • de rol die we als gemeente innemen: gaan we als gemeente zelf initiatief nemen bij een project of nemen we een faciliterende rol in, maar gaan we particuliere initiatiefnemers of andere overheden wel ‘uitnodigen/verleiden’ te komen met plannen? • de uitgangspunten/randvoorwaarden voor de ontwikkeling; • wie er betrokken worden; • zijn er budgetten beschikbaar? • de planning; • eventuele verbanden met andere projecten; • eventueel te verrichten onderzoeken; • aanvullend op te stellen beleidsdocumenten. Echter - zoals eerder al is aangegeven - is de omgevingsvisie niet af na vaststelling, maar is de visie een groeimodel waaraan we blijven werken. Dat geldt in het bijzonder voor het uitvoeringshoofdstuk. Voor een aantal projecten kunnen we nu nog niet zo diep ingaan op (sommige van) bovengenoemde aspecten. In beginsel gaan we het uitvoeringshoofdstuk jaarlijks herzien, waarbij we de projectplannen steeds verder uitwerken en updaten.

De omgevingsvisie wordt zo een dynamisch actieplan en een visie die ‘altijd vers’ is, zoals wordt beoogd met de Omgevingswet.

10

Processchema Omgevingsvisie IJsselstein

Proces beschrijving

De inventarisatie en analyse van de huidige (ruimtelijke) situatie en het bestaande beleid is geborgd in de 'Atlas IJsselstein'. De informatie die is beschreven in de Atlas heeft de input gevormd voor de omgevingsvisie. De eerste fase was met name gericht op het ophalen en beschrijven van de identiteit en kernkwaliteiten van IJsselstein. Daarnaast zijn het huidige beleid, maatschappelijke trends en ontwikkelingen en de belangrijkste opgaven geïnventariseerd.

PvA, Participatie en communicatieplan Landbouwvisie Klimaatmonitor Panorama Nederland

FASE 1

1.5

Data-, gebieds- en beleidsinventarisatie

Groenstructuurplan

POVI Omgevingsagenda Lopikerwaard

Atlas van IJsselstein “Het fundament” Aandachtspunten “De hete hangijzers” Bespreekpunten “De opties”

FASE 2

Klimaatadaptatieplannen

RES

Waterplan

GVVP Woonvisie

Data-, gebieds- en beleidsanalyse “De zeef”

1e week van de omgevingsvisie

Interviews Brede ambtelijke bijeenkomst Projectgroep

College, raad, bewoners, en ketenpartners

Collegebesluit, RIB en Cie

Projectgroep (+) ketenpartners Consultatie Burgerpanel en Raad

Keuzes (per gebied) “De keuzes” Projectgroep (+)

Concept-Visie

De keuzeopties die volgden uit de verdiepingssessies zijn voorgelegd aan de gemeenteraad en het burgerpanel. De conclusies van deze sessies hebben, samen met de input uit de Atlas, geleid tot de eerste conceptversie van de omgevingsvisie.

“De koers”

2e week van de omgevingsvisie

In oktober en november 2020 is deze concept-versie besproken met inwoners, ketenpartners en ondernemers. Op basis hiervan is de visie aangescherpt onder ander door op onderdelen beleidsprioriteiten aan te passen. Ook is op basis van deze bespreking besloten om een extra participatiebijeenkomst te organiseren voordat de visie formeel met het bestuur besproken werd.

Botsproef “De test” Extra participatiestap

Ontwerp-Visie “De visie”

Besluit

College, raad, bewoners, bedrijven en ketenpartners

Projectgroep (+) Ondernemers en partners College

(College)

Terinzage FASE 3

Deze extra participatiestap heeft plaatsgevonden in februari en maart 2021, waarbij gesprekken zijn gevoerd met stakeholders en samenwerkingspartners en ieder de kans heeft gekregen om ook schriftelijk reactie te geven op de concept-visie. Hieruit zijn waardevolle aanscherpingen gekomen, welke zijn verwerkt in de ontwerpomgevingsvisie (zie ook reactienota in bijlage). Bovenstaande stappen hebben geleid tot de huidige versie die voorligt.

U16/U10 REP

Concept-Atlas “Het fundament”

Het opstellen van de Atlas is samen met inwoners en ketenpartners gedaan. Daarnaast zijn diverse onderdelen van de gemeentelijke organisatie, gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, hierbij betrokken geweest. Hiervoor zijn verschillende sessies en participatiebijeenkomsten georganiseerd. Zie bijlage 1 voor de complete uiteenzetting. Resultaten hiervan zijn in de Atlas verwerkt en vormden een belangrijke basis voor de conclusies en de 'hete hangijzers' (thema's waarover nog discussie was). De conclusie van de eerste fase was dat niet alles kan. Oftewel, niet alle opgaven voor elk thema kunnen even veel ruimte krijgen. Vervolgens zijn de achterliggende belangen bij de 'hete hangijzers' in aparte verdiepingssessies met ketenpartners en belangenorganisaties opgehaald. Het doel van de verdiepingssessies was om inzichtelijk te krijgen welke gebieden in de gemeente het meest waardevol zijn, waar bestaande kwaliteiten moeten worden behouden of waar juist nieuwe ontwikkelingen de ruimte moeten krijgen. De verdiepingssessies waren gericht op de thema's natuur en erfgoed, energie en woningbouw. Middels verslagen en conclusieposters zijn de resultaten hiervan vastgelegd.

Atlas voor de leefomgeving

NOVI

Projectgroep

(Inspraak)

Openbaar

Besluit (Raad)

Raad

11

De Atlas Doel Atlas: Gedegen overzicht huidig beleid en ruimtegebruik + filteren aandachtspunten voor omgevingsvisie. In deze omgevingsvisie wordt - samen met inwoners, partners en ondernemers - de integrale koers uitgezet naar de toekomst, gericht op de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is daarbij de kapstok voor het toekomstig beleid en initiatieven. In de omgevingsvisie wordt gezocht naar de samenhang tussen doelen van verschillende beleidsdocumenten. Evaluatie van het huidige beleid is daarvoor een logische eerste stap, het maakt helder wat de stand van zaken is. Wat werkte wel? Wat niet? Welke keuzes zijn nodig? Dat is belangrijke basisinformatie voor de omgevingsvisie. Deze basisinformatie vormde de essentie en aanleiding van 'De Atlas'. De Atlas is opgebouwd aan de hand van thema's. In de Atlas is stilgestaan bij de identiteit en kernkwaliteiten van IJsselstein, de unieke positie in de regio en de groeiende invloed van gezondheid, veiligheid en milieu op de fysieke leefomgeving. Vervolgens zijn de belangrijkste kwaliteiten, trends en ontwikkelingen geanalyseerd aan de hand van acht thema's: • Milieu, gezondheid & veiligheid • Wonen • Economie • Groen en natuur • Water en klimaat • Energie en grondstoffen • Sport en recreatie • Kunst, cultuur en erfgoed • Mobiliteit Per thema is de belangrijkste input samengevat in een kaartbeeld.

Deze samenvattende kaartbeelden zijn hiernaast te zien.

12

Conclusies Atlas

Op basis van de informatie die in de Atlas is verzameld zijn een aantal urgente opgaven aan het licht gekomen. Dit zijn opgaven die niet alleen een grote impact hebben op de ruimte, maar ook bepalend zijn voor de andere beleidsopgaven. Een van deze opgaven gaat betreft de woningbouwopgave. We hebben onszelf de ambitieuze opgave gesteld om tot 2030 2.500 woningen te bouwen. Dit heeft een grote impact op de ruimte, alsmede op de andere beleidsterreinen. 2.500 extra woningen hebben namelijk niet alleen een ruimtelijke component (het kan mogelijk ten koste gaan van groen, bedrijvigheid of erfgoed), maar het zorgt ook voor een toename van de vraag naar voorzieningen (Bv. scholing, sport en zorg), het energieverbruik en de belasting van de infrastructuur. Een integrale afweging tussen woningbouw en andere thema's als mobiliteit, landschap en natuur en energie is noodzakelijk. De verduurzaming van de energievoorziening heeft een vergelijkbare grote impact op zowel ruimte als de andere beleidsthema's. Met name de warmtetransitie en ruimte voor duurzame energieopwekking stelt ons voor belangrijke keuzes. Tot slot concluderen we dat het borgen van de (cultuur)historische en landschappelijke kwaliteiten een belangrijke opgave is. Met het oog de mogelijke impact van de veranderingen die op ons afkomen moeten we namelijk heel goed weten wat we belangrijk vinden om te borgen.

Want, conform de ondertitel van de Omgevingswet, we willen ruimte voor ontwikkeling bieden, maar net zo belangrijk, de bestaande (kern)kwaliteiten waarborgen. Bekijk de diverse kwaliteits- en ontwikkelingslagen (hoofdstuk 3) van de omgevingsvisie voor de manier waarop deze urgente opgaven (of 'hete hangijzers') in de omgevingsvisie een plaats hebben gekregen.

Economie

Mobiliteit

Water en klimaat

Kunst, cultuur en erfgoed

Wonen

Natuur en groen

zonne-energie: zeer ongeschikt zonne-energie: ongeschikt zonne-energie: gemiddeld zonne-energie: geschikt zonne-energie: zeer geschikt

Energie en grondstoffen

Sport en recreatie

Totaalbeeld

13

Bron: Fotowedstrijd IJsselstein 2017 Dennis van Gangel

14

Hoofdstuk 2 1

De kracht van IJsselstein 2.1

Identiteit

Onze gemeente staat met één been in de metropoolregio Utrecht en met het andere been in de Lopikerwaard en het Groene Hart. IJsselstein geniet daardoor zowel de lusten van de nabijheid van werkgelegenheid, voorzieningen en infrastructuur van de metropool als de lusten van het open groene landschap, een prettige suburbane woonomgeving en de recreatieve mogelijkheden van het buitengebied. De gezelligheid en vele (sociale en culturele) activiteiten, oftewel de levendigheid, in combinatie met het prachtige historische en authentieke stadshart is het geheim van de regio. Ook in eerder opgestelde visies die de identiteit en kernkwaliteiten beschrijven komen deze elementen terug. In eerdere processen is bijvoorbeeld opgehaald dat IJsselsteiners tevreden zijn over de stad. "We zijn betrokken, sociaal en vinden ons stadje gezellig en gastvrij. We vinden dat de ontwikkelingen in de gemeente moeten passen bij de identiteit en de kwaliteit van de leefomgeving." De identiteit en kernkwaliteiten zijn daarbij als volgt samengevat: • gezellig en gastvrij • sociaal en saamhorig • open en groen • historisch en authentiek • eigenwijs en actief.

15

2.2

Kernkwaliteiten

Karakteristieke historische vestingstad

In onze historische binnenstad wonen en leven mensen al honderden jaren. Zo zijn er aanwijzingen dat zelfs al in de IJzertijd en Romeinse tijd hier mensen waren. IJsselstein zelf is ontstaan als een boerendorp bij de vruchtbare gronden langs de IJssel. Door verschillende ontwikkelingen in het begin van de middeleeuwen kon IJsselstein zich ontwikkelen tot een stedelijke samenleving. Het moerassige gebied werd ontgonnen, waardoor de Lopikerwaard ontstond, de Lek werd bedijkt, zodat overstromingen minder vaak voor kwamen en de Nieuwe Vaart en Vaartsche Rijn werden aangelegd, hierdoor ontstonden kortere routes naar onder andere Utrecht. Dankzij deze ontwikkelingen en de ligging aan de Hollandsche IJssel kon IJsselstein uitgroeien tot een handelsstad voor de streek. IJsselstein had de rechten om drie vaste jaarmarkten te organiseren wat aantrekkelijk was voor de hele lokale economie. Sinds de middeleeuwen zijn de contouren van de Baroniestad onveranderd gebleven, de historische binnenstad dateert uit de begin van de 14de eeuw. De oude structuren, zoals de grachten straten en gebouwen zijn nog steeds aanwezig in de stad. De historische uitstraling van IJsselstein komt door een kleine renaissance die onze stad beleefde in de 16de eeuw.

Gebouwen als de kasteeltoren, de toren van de (oude) Sint-Nicolaaskerk, de restanten van het voormalige klooster Mariënberg en het oude stadhuis zijn restanten uit deze tijd (zie ook afbeelding 2.1). De krachtige verdedigingsgordel met de stadsmuren en verdedigingswerken om de binnenstad heeft de maat van groei bepaald. Door de jaren heen is IJsselstein niet veder dan de oude stadsmuren gegroeid. Pas na 1840, toen de stadsmuren werden afgebroken, werd er buiten de huidige historische binnenstad uitgebreid.

Sociale samenhang en ondernemerschap

Het bourgondische karakter en het rijke verenigingsleven zijn belangrijke stuwende krachten voor tal van initiatieven. Dit resulteert in verschillende evenementen die door onze eigen ondernemers en inwoners worden opgezet. Zij maken van IJsselstein een leefbare en levendige stad. De kwaliteit van samenleven, en de rustige ligging in de groene Lopikerwaard, zorgen voor een goede voedingsbodem om een sociaal sterke stad op te bouwen. Mensen kennen elkaar en waarderen elkaars eigenheid. IJsselstein blijkt de juiste maat te hebben voor stadse voorzieningen en klein genoeg te zijn om vertrouwd aan te voelen.

16

Unieke ligging

IJsselstein ligt op de grens van twee regio’s. Aan de ene kant zijn we onderdeel van de metropoolregio Utrecht. Samen met deze regio is de gemeente de afgelopen jaren hard gegroeid, hierdoor hebben veel forenzen zich in IJsselstein gevestigd. De infrastructuur en het openbaar vervoer (OV) zijn daarom ook op deze regio en in het bijzonder op Utrecht gericht. Aan de andere kant is IJsselstein onderdeel van de Lopikerwaard en het groene hart. Deze regio straalt met het open landschap rust uit. Deze combinatie is een onderscheidende kwaliteit van onze gemeente. Poort naar het Groene Hart IJsselstein wordt bijna aan alle kanten omringt door een groen buitengebied. De Hollandsche IJssel fungeert als een groen-blauwe ader tussen het stedelijk gebied en het groene buitengebied. De begroeiing langs de IJssel is half open, wat kenmerkend is voor een oeverwallandschap. De oude blokverkaveling is hierlangs typerend en onderscheidend in de regio. Door heel IJsselstein zijn fruitbomen te vinden. IJsselstein kent op openbaar terrein een fruitbomencollectie die uniek is in Europa. Het veenweidegebied om IJsselstein is onderdeel van de Lopikerwaard en het Groene Hart. Het gebied heeft als kwaliteit een open landschap waar weinig verrommeling te zien is. De voornaamste gebruiksfunctie van de polders zijn grondgebonden melkveehouderijen, wat voor veel grasland zorgt.

De weidse graslanden in combinatie met de vele slootjes is een typisch Hollands landschap, wat door bewoners en bezoekers wordt gewaardeerd. Uit de Nationale Landschapsenquête, een onderzoek naar visies en waardering van de Nederlandse bevolking over het landelijk gebied in Nederland, blijkt dat we grenzen aan het best gewaardeerde stukje Groene Hart (zie ook afbeelding 2.3). Zowel het rivierengebied van de Hollandsche IJssel als de polders van de Lopikerwaard worden gebruikt om te recreëren. IJsselstein kan met haar unieke ligging als poort naar de groene omgeving fungeren, zoals het Groene Hart voor recreanten van buitenaf, maar ook voor de inwoners zelf.

Onderdeel van regio Utrecht De Regio Utrecht behoort tot de top van de meest competitieve regio’s in Europa. In de Regional Competitive Index (RCI) 2019 staat de regio samen met Londen op een gedeelde tweede plaats. De driejaarlijkse index beoordeelt de concurrentiekracht van 268 Europese regio’s op basis van meer dan 70 indicatoren. Deze hebben betrekking op onderwerpen zoals innovatie, bereikbaarheid, digitale infrastructuur, onderwijs, gezondheid en arbeidsmarkt (zie ook indicatoren in webdiagram van afbeelding 2.2). Sinds de start van de RCI in 2010 behoort Utrecht tot de meest competitieve regio’s van Europa. Over de gehele breedte van het onderzoek scoort de regio onverminderd hoog. In 2010 en 2013 stond de regio zelfs op nummer één. Als onderdeel van de regio Utrecht profiteren wij hiervan en dragen we bij aan dit succes. De onderwerpen die bijdragen aan de competitiviteit hebben dan ook de aandacht in deze omgevingsvisie. Samenwerking tussen gemeenten is hierbij van groot belang. IJsselstein heeft een sterke pendel van en naar werkgelegenheid in de regio Utrecht en heeft daarmee een groot belang bij een goed functionerende regio, maar profiteert ook van de kracht van de regio.

Afbeelding 2.2 ▲ Regional Competitiveness Index 2019 - EU

◄ Afbeelding 2.1 Historische kaart Centrum IJsselstein 1652

Afbeelding 2.3 ► Nationale Landschapsenquête Wageningen University 17

Regionaal perspectief De regio Utrecht staat voor grote opgaven. De verstedelijkingsdruk is hoog met een enorme woningbouwopgave en de infrastructuur loopt nu al tegen zijn grenzen aan, zowel voor de auto als het OV. Daarom wordt er ook gekeken naar het buitengebied, maar daar zijn ook al vele ruimtevragers. Denk daarbij aan duurzame energie, klimaatadaptatie, landbouw en recreatie. De puzzel van het bepalen in welk gebied welke prioriteit gesteld, gebeurt aan diverse tafels en wordt (momenteel) vertaald in diverse regionale (visie) documenten. Het gaat daarbij met name om de provinciale omgevingsvisie (POVI), het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP), de Woondeal U16 en de Regionale Energie Strategie (RES) in U16-verband en de regionale omgevingsagenda in Lopikerwaard-verband. POVI & POV In de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) staat hoe Utrecht wil dat de provincie er in 2050 uitziet. In de Interim Omgevingsverordening (POV) staan de regels die horen bij het beleid dat in de Omgevingsvisie staat. Bijvoorbeeld regels voor natuurgebieden, waterwingebieden en woningbouw. De provincie Utrecht wil het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland blijven. Daarbij staat de provincie voor een flinke uitdaging: het aantal inwoners, woningen, banen en verplaatsingen groeit fors. Het grondgebied is te klein om al deze ruimtevragers los van elkaar een plek te bieden.

De grootste opgave is daarmee de vraag hoe we de verschillende functies ruimtelijk met elkaar kunnen combineren. Ook is het nodig om prioriteiten te stellen en keuzes te maken. Met zeven beleidsthema’s geeft de provincie richting aan de ontwikkeling en de bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. In 2050 hebben wij een provincie Utrecht: • waarin stad en land gezond zijn; • die klimaatbestendig en waterrobuust is; • waarin duurzame energie een plek heeft; • met vitale steden en dorpen; • die duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; • met een levend landschap, erfgoed en cultuur; • die een toekomstbestendige natuur en landbouw heeft.

IRP

De Metropoolregio Utrecht (MRU) is een van de snelstgroeiende regio’s van Nederland en één van de meest competitieve regio’s van Europa. Om de groei in goede banen te leiden werkt de regio U16 daarom nauw samen. U16 is het samenwerkingsverband van 16 gemeenten. Met de Ruimtelijk Economische Koers (REK) van 2018 heeft de regio ervoor gekozen om de groei op een duurzame wijze op te vangen. De regio wil 18

zich (door)ontwikkelen tot de ontmoetingsplek van gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen en in 2040 de internationaal erkende regio op dit terrein zijn. Met het Ruimtelijk Economisch Programma (REP) wordt daar concreet invulling en uitvoering aan gegeven. Met het REP maakt de U16 een integrale en breed gedragen visie en strategie op de toekomst (tot 2040) van de metropoolregio Utrecht. De zestien samenwerkende gemeenten brengen de thema’s wonen, werken, mobiliteit, groen, landschap, water en energie samen in een integrale visie het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). In het IRP geeft de regio aan wat haar thematische en ruimtelijkprogrammatische opgaven zijn, welke hoofdrichtingen worden gekozen voor de toekomstige ontwikkeling van de regio en hoe al deze elementen samenhangen in een geïntegreerde visie en strategie. De MRU kiest voor een regio waar gezond stedelijk leven centraal staat. Met zes toekomstbeelden (thematisch ingestoken) wordt een beeld gegeven van de toekomst van de regio. Er worden principiële keuzes gemaakt met betrekking tot de manier waarop de regio groeit, hoe we met mobiliteit omgaan, et cetera. De zes toekomstbeelden zijn: 1. Utrecht is in 2040 de Internationaal erkende regio voor life sciences, gezondheid en duurzaamheid; 2. Gemeenten in de regio zijn economisch complementair; 3.

We kiezen voor een ongedeelde regio met voldoende woningen voor alle doelgroepen; 4. We groeien, met voorrang, op binnenstedelijke locaties, dat leidt tot kwaliteit en interactie; 5. We geven voorrang aan duurzame mobiliteit; 6. Groen, landschap en cultuurhistorie leveren een onmisbare bijdrage aan de stedelijke regio. Om gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen op een goede manier te laten landen in het ruimtelijke perspectief voor de regio worden ruimtelijke principes meegegeven die zorgen dat de ruimtelijke inrichting bijdraagt aan een goede gezondheid. Voor IJsselstein worden concreet de volgende punten benoemd in het IRP: • Versnelling en de modernisering van de sneltram Utrecht – Nieuwegein / IJsselstein • Versnellen Merwedelijn (IJsselstein – Utrecht CS 10 min sneller) • De aanleg van een transferium in IJsselstein • Snelle (fiets)verbindingen tussen Utrecht, Nieuwegein, IJsselstein en Vijfheerenlanden • Een landschappelijke zone aan de Hollandse IJssel tussen IJsselstein en De Meern. • Woningbouw Kromme IJsselpark en de omlegging N210 • Corridorontwikkeling van de op de Zuid-Noordas gelegen knooppunten • Ontsluiting vanuit Lopikerwaard en A2 ter hoogte van IJsselstein en Nieuwegein-zuid in samenwerking met Vaartsche Rijn en “IJsselpark”.

• IJsselstein, als poort tussen stad en waard, kan zich als zodanig ontwikkelen: een sterke stadsrand, opstappunt HOV en toegangspoort tussen stedelijke regio en Lopikerwaard.

Woondeal U16

Zestien gemeenten in de regio Utrecht (U16) hebben samen met het Rijk en de Provincie een Woondeal voor Utrecht gesloten. Met als doel: de woningbouwproductie versnellen, de betaalbaarheid vergroten en excessen aanpakken. In de Woondeal zijn over vier thema’s afspraken gemaakt: • Versnellen van bestaande woningbouwplannen • Betere werking van de woningmarkt • Vitale wijken • Faciliteren van de groei

Omgevingsagenda Lopikerwaard

De Lopikerwaard - met de vijf gemeenten; Lopik, Montfoort, Oudewater, IJsselstein en Woerden – is een gevarieerd gebied met een sterke identiteit en eigenheid. Met de Regionale Omgevingsagenda Lopikerwaard 2040 wordt er inzicht gegeven in de gedeelde ruimtelijke opgaven en ambities richting 2040. Deze agenda weerspiegelt de gezamenlijke inzet in (boven-)regionale en provinciale samenwerkings- en beleidsprocessen, en dient als bouwsteen voor lokale omgevingsvisies. In de omgevingsagenda zijn zes ambities geformuleerd: 1. Bouwen aan gezonde en vitale kernen 2. Samen werken aan een krachtige regionale economie 3. Actief verkennen van een toekomstbestendige en duurzame agrarische sector 4. Investeren in een betere en duurzame bereikbaarheid 5. Zorg dragen voor een eerlijke en wederkerige energietransitie 6. Versterken van een groene en recreatief aantrekkelijke regio

▲ Afbeelding 2.4 Gemeente IJsselstein in de Lopikerwaard

Voor IJsselstein worden daarnaast concreet de volgende punten benoemd: • In het stedelijk gebied van Woerden en IJsselstein zal het hoogdynamische karakter verder intensiveren, waarmee we - waar nodig - invulling kunnen geven aan de regionale opgaven en kansen op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid, energie en economie. • Wij zien het als de verantwoordelijkheid van de stad Utrecht om eerst zelf alle mogelijke (binnenstedelijke) locaties te benutten. Slechts indien nodig accommoderen we een deel van de additionele U16-woonvraag naar (groen)stedelijke woonmilieus. Dit doen we zoveel mogelijk nabij de bestaande OV-knooppunten Woerden en IJsselstein. • Woerden en IJsselstein zijn met hun ligging aan de A12 en A2 en het hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) de poorten naar de Lopikerwaard. Ze spelen daarom een belangrijke rol bij het oplossen van de uitdagingen op het gebied van wonen, werken en mobiliteit. Zo liggen er kansen om investeringen in bereikbaarheid en stedelijkheid samen op te laten gaan rondom het HOV. • Ontwikkel de knoop- en plaatswaarde van OV-hubs van Woerden en IJsselstein. In Woerden en IJsselstein ontstaat op beide knooppunten veel ontwikkelruimte als de kwaliteit en frequentie van verbindingen zou verbeteren. Dan zouden deze knooppunten ook kunnen dienen als ‘poort’ naar de rest van de Lopikerwaard.

We zien rondom de knooppunten kansen om de ontwikkeling van wonen en recreatie op te laten lopen met de ontwikkeling van het OV.

▲ Afbeelding 2.5 Schetsmatige samenhang van opgaven - Contour REP 19

Bron: Facebook gemeente IJsselstein

20

Hoofdstuk 3 1

Koers In dit hoofdstuk beschrijven we de diverse stedelijke, economische en landschappelijke ontwikkelingen. Dit doen we door middel van kwaliteits- en ontwikkelingslagen. In de kwaliteitslagen staan we stil bij de huidige kwaliteiten van IJsselstein, bij de ontwikkelingslagen laten we zien met welke ontwikkelingen deze kwaliteiten in de toekomst versterken. Aan de hand van kaartmateriaal laten we zien aan welke ontwikkelingen we waar ruimte willen bieden. Diverse trends en ontwikkelingen maken dat ons enkele urgente opgaven te wachten staan. Opgaven die niet alleen grote impact hebben op de ruimte, maar ook bepalend zijn voor andere beleidsopgaven. Een daarvan is bijvoorbeeld de grote woningbouwopgave en de demografische ontwikkelingen die hier aan ten grondslag liggen. Opgaven als deze hebben niet alleen een ruimtelijke component, het zorgt ook voor een verandering in de vraag naar voorzieningen, een toename van het energieverbruik en de belasting van de infrastructuur. De integrale afweging tussen woningbouw, economie, energie, landschap en natuur staat centraal. De verduurzaming van de energievoorziening heeft een vergelijkbare, grote impact op zowel ruimte als de andere beleidsthema's. Met name de warmtetransitie en ruimte voor duurzame energieopwekking stelt ons voor belangrijke keuzes.

Tot slot is het borgen van de (cultuur)historische en landschappelijke kwaliteiten een belangrijke opgave. Met het oog op de mogelijke impact van (bovenstaande) veranderingen, moeten we ook vastleggen wat we belangrijk vinden om te behouden. Conform de ondertitel van de Omgevingswet: we willen ruimte voor ontwikkeling bieden, maar net zo belangrijk, de bestaande (kern)kwaliteiten waarborgen.

21

3.1

Landschappelijke kwaliteiten

IJsselstein is van oorsprong een vestingstad aan de Hollandsche IJssel. De ligging aan de IJssel, het historische karakter en de sfeer van de oude binnenstad vormen dan ook nog steeds uitgesproken, sterke kwaliteiten. De (cultuur)historie van IJsselstein gaat verder dan de middeleeuwse binnenstad. De oorspronkelijke kenmerken van ons erfgoed zijn ook terug te vinden in het buitengebied. Langs de Hollandsche IJssel liggen relatief smalle, veelal zandige oeverwallen, die van oudsher goed ontwaterd waren. Deze gebieden hebben een halfopen en lijnvormig karakter met fruitteelt als bijzonder landgebruik. Daarachter ligt een gebied dat van oorsprong natter is, en waarvan de bodem voornamelijk uit klei en veen bestaat. De komgronden en veenontginningen hebben gezorgd voor de karakteristieke open polderstructuur. De oeverwallen vormden de basis voor de ontginning van het land erachter. Deze kleinschalige oeverwallen kennen een onregelmatige blokverkaveling en half-open karakter. Tussen de Lek en de dijk liggen de uiterwaarden, met een behouden open karakter en zicht op de rivier. Door de rijke historie van onze gemeente hebben veel plaatsen in de stad, gebouwen, bomen of water een speciale betekenis voor inwoners. Dit heeft te maken met historische wortels, waar een verhaal of een gebeurtenis bij hoort.

In de bodem van de binnenstad en de buitengebieden van IJsselstein ligt nog steeds een deel van de geschiedenis verborgen. Daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. We willen voorkomen dat het archeologisch erfgoed van de stad verloren gaat door bijvoorbeeld bouwactiviteiten of de aanleg van wegen.

Uitgangspunten: • • • • •

22

De totale natuurwaarde in IJsselstein mag niet afnemen en waar mogelijk wordt deze versterkt. We willen de karaktereigenschappen van de verschillende landschapselementen versterken. We bouwen voort op bestaande landschappelijke structuur. We beschermen archeologisch erfgoed, in eerste instantie in de ondergrond. Behoud en versterken unieke fruitteeltcollectie.

3.2

Cultuurhistorische kwaliteiten

De kern van de stad wordt gevormd door de historische binnenstad, dit is al een beschermd stadsgezicht. Vanuit deze binnenstad is IJsselstein gegroeid, in eerste instantie tussen de parallel lopende linten met de Hollandsche IJssel als ontwikkelingsas. De ruimtelijke structuur van IJsselstein wordt gedragen door de lange lijnen van met name de IJssel en de historische linten. De linten worden gekenmerkt door hun kleinschalig historische karakter, dat door de tijd ook binnen de stad herkenbaar is gebleven. Deze lijnen vormen van oudsher de verbinding tussen de stad en het buitengebied.

Uitgangspunten: •

• • •

• •

•

We richten op ons het beter profileren van IJsselstein als groeneen historische gemeente, om zo bezoekers te verleiden (langer) in de gemeente te verblijven. We willen de aantrekkelijkheid van de binnenstad als cultuurhistorisch hart van de gemeente behouden en versterken. In stand houden en doorontwikkelen van gaafheid en authenticiteit van het gehele 'ensemble' van het historische stadshart. Aanwijzing Gemeentelijk Monument Vestingstad IJsselstein en gefaseerde realisatie van een aaneengesloten reeks markeringen, reconstructies en visualiseringen die herinneren aan de middeleeuwse vestingwerken van Vestingstad IJsselstein. We zetten in op behoud en versterking van het kleinschalige, historische karakter van de linten. Bij nieuwe ontwikkelingen kijken we naar de bijdrage aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Onder ruimtelijke kwaliteit verstaan we ook een gezonde leefomgeving. Enerzijds vormt dit een uitgangspunt en inspiratie voor ontwikkellocaties zodat men vanaf de planvorming zoveel mogelijk rekening met deze kwaliteiten houdt. Anderzijds beseffen we ons dat woningbouw en behoud van landschap en cultuurhistorie schuurt. Bij ontwikkelingen kijken we dan ook naar eventuele bijdrage van versterking van cultuurhistorische kwaliteiten elders.

Er is sprake van ontwikkelingsruimte onder de voorwaarde van een tegenprestatie in de vorm van investeren in kwaliteit, onder het motto: ‘ontwikkelingsruimte moet je (of kun je) verdienen’. Bij ontwikkelingen wordt waar mogelijk aangesloten op de belijning van het landschap en de oorspronkelijke verkavelingspatronen. 23

3.3

Groen-recreatieve kwaliteiten

Groen, natuur en recreatie zijn belangrijke thema's binnen onze gemeente. Sommige gebieden met een hoge ecologische waarden vallen binnen het Natuur Netwerk Nederland. Deze natuurgebieden zijn vaak gesitueerd langs lijnen die in het landschap liggen, zoals waterstructuren en linten. In IJsselstein zijn deze gebieden met name gekoppeld aan de Lek, de Hollandsche en Kromme IJssel. Naast deze formele natuurgebieden, dragen (recreatieve) groenstructuren in de stad en het agrarische gebied bij aan ecologische en recreatieve waarden. De aanwezige groenstructuren dragen bij aan een gezonde en prettige leefomgeving. Hierbij spelen maatschappelijke organisaties en inwoners een steeds actievere rol bij de ontwikkeling, uitvoer en het beheer van het groen. Sommige groenstructuren binnen de gemeente zijn van hoge ecologische kwaliteit, met de natuurwaardekaart is dit inzichtelijk gemaakt. Deze kaart brengt op hoofdlijnen de ecologische structuur van de stad in beeld brengt en wordt de komende jaren ingezet als beleid om de ecologische structuur te behouden en nieuwe ecologisch waarden tot stand te brengen. De primaire agrarische gebieden zijn waardevol voor voedselproductie, groen en natuur. Het biedt kansen om het agrarische karakter te benadrukken, bijvoorbeeld in de vorm van verkooppunten voor lokale producten en kleinschalige horeca als nevenactiviteit.

Recreatief benutten van waterstructuren en diverse fiets- en wandelroutes langs de Hollandscheen Kromme IJssel zijn ook kansrijk.

Uitgangspunten: • •

• • • •

• 24

We richten ons op het behouden en versterken van natuurwaarden in de gebieden met hoge ecologische waarden. Bij nieuwe ontwikkelingen moet er een goede afweging gemaakt worden tussen het optimaal gebruik van de ecologische gebieden en de wel of niet passende functies binnen het gebied. We streven naar behoud van en een toename van de biodiversiteit. We werken aan een groen-blauwe verbinding tussen het landbouwgebied, de Hollandsche IJssel en de Kromme IJssel We willen het groen binnen de gemeente meer op elkaar aan laten sluiten, zodat de groenstructuren meer één geheel vormen. We richten ons op het bevorderen van extensief toeristisch-recreatief (mede-)gebruik van het buitengebied, in vorm van wandelen, fietsen, skates en dergelijke. Stimuleren van activiteiten die een bijdrage leveren aan de toeristische en recreatieve attractiviteit van het buitengebied.

3.4

Stedelijke kwaliteiten

Pas na de tweede wereldoorlog groeide IJsselstein grootschalig buiten de historische binnenstad en linten. Sindsdien zijn nieuwe woonwijken rondom het centrum ontwikkeld. Deze wijken vormen deels een ring om de binnenstad. Ten noorden van de binnenstad werden eerst enkele complexen goedkopere woningen gebouwd (Julianawijk), gevolgd door de wederopbouwwijken Nieuwpoort en Kasteelkwartier. Vanaf de jaren ’50 tot het begin van de 21ste eeuw ging het snel met achtereenvolgens de wijken Oranjekwartier, Europakwartier, IJsselveld, Groenvliet en Achterveld. Als laatste werden er 3.800 woningen en talrijke voorzieningen gebouwd in het Zenderpark. Hiervoor is al aangegeven dat de wijken in het centrum als een ring om de binnenstad liggen. Door de ligging van de sneltramlijn en de afbakening door de huidige provinciale weg wordt dit beeld versterkt. Aan de buitenzijde van deze ring zijn woonwijken en een bedrijventerrein gelegen, met daartussenin groene wiggen. Hierdoor wordt het groen de stad in getrokken. Aan de oost- en zuidzijde wordt de kern begrensd door wegen: aan de oostzijde vormt de A2 een harde grens en aan de zuidzijde en een deel van de westzijde ligt de provinciale weg. De noord- en westzijde (noordelijk deel) kennen een dergelijke harde begrenzing niet; hier is sprake van een overgang naar het landelijk gebied, die op verschillende manieren is vormgegeven.

Op een aantal plekken is de stadsrand georiënteerd op het aangrenzende landschap. Daar waar stad en land aan elkaar grenzen heeft de landschappelijke kwaliteit een hoge prioriteit.

Uitgangspunten: •

•

•

Bij ontwikkelingen moet het groene karakter in de stedelijke omgeving behouden worden. Vergroening van de stedelijke omgeving draagt bij aan de vermindering van hittestress dat met het oog op de klimaatverandering een grotere rol gaat spelen in de toekomst. We zoeken meervoudige ontwikkellocaties aan de stadsranden. Het doel hierbij is om landschappelijke kwaliteit te verbeteren en het open, groene karakter zo veel mogelijk te behouden. Bij ontwikkelingen moet de goede bereikbaarheid voor zowel fiets, openbaar vervoer als autoverkeer, in stand worden gehouden en zo mogelijk verder worden uitgebouwd.

25

3.5

Economische ontwikkelingen

IJsselstein is zowel een forenzen- als een werkgemeente. De beroepsbevolking van onze gemeente is voornamelijk werkzaam in de eigen gemeente, Nieuwegein en Utrecht. De maakindustrie en de sector dienstverlening bieden veel werkplekken in de gemeente. De binnenstad met detailhandel en horeca en daarnaast de bedrijventerreinen zijn een belangrijke spil in de economische aantrekkingskracht van IJsselstein. Landelijk gezien zijn er op het gebied van economie enkele trends die ook invloed hebben op IJsselstein, namelijk: verdergaande transformatie naar een diensteneconomie, sterke afhankelijkheid van wereldwijde economie, toenemende concurrentie tussen metropoolregio’s, automatisering en robotisering (inclusief veranderingen in type banen), digitalisering en online winkelen, druk op winkelstraten /-centra en inzet op de circulaire economie. Vanuit provinciaalen regionaal perspectief bestaan er ook verdichtingswensen/eisen waar we als gemeente op moeten anticiperen. In deze paragraaf worden de ambities op het gebied van economie beschreven. Deze ambities gaan in op de ontwikkeling van bedrijventerreinen, landbouw, retail in de binnenstad en buurtcentra, horeca, en de wijze waarop we de komende jaren willen inspelen op recreatie en toerisme.

Uitgangspunten: • • • •

•

26

Een florerende binnenstad met voldoende ruimte voor detailhandel, evenementen en horeca. Ruimte voor economische groei, innovatie en verduurzaming van bedrijventerreinen. Mogelijkheden voor recreatie & toerisme uitbouwen in het buitengebied en het historische centrum. Voor landbouwbedrijven streven we naar een economisch verantwoorde voortzetting en ruime mogelijkheden voor functieverandering en -menging Binnenstad, bedrijventerreinen en het toeristisch-recreatief buitengebied moeten goed worden ontsloten.

Bedrijventerreinen

Op dit moment hebben we gezonde bedrijventerreinen met weinig tot geen leegstand. Er zijn echter voor de verschillende bedrijventerreinen weinig mogelijkheden om uit te breiden. Enkel bij de Kroon is ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen. We kiezen er dan ook voor om eerst deze bestaande (gereserveerde) bedrijventerreinlocaties te ontwikkelen en te herstructureren. Hiermee wordt een evenwichtige marktsituatie nagestreefd. We streven daarnaast naar een verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen. Een goede bereikbaarheid is essentieel voor een goed functionerend bedrijfsleven. We zetten in op meer fiets- en OV-gebruik en dus de verbetering van deze verbindingen naar en van de bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Mogelijk neemt hierdoor de belasting van de N210 ter hoogte van De Kroon af zodat de aanhechting aan de bestaande stad beter tot stand kan komen. Tevens willen we de inrichting van het bedrijventerrein zelf vriendelijker en verkeersveiliger maken voor fietsers en voetgangers (OV-reizigers). Voor bedrijven is bereikbaarheid over de weg van belang voor het economisch gebonden wegverkeer. Zij hebben dan ook baat bij het verminderen van het woonwerkverkeer per auto en van het autoverkeer in het algemeen. Dat geldt vooral voor het pendelverkeer naar de economische kerngebieden in de regio Utrecht en naar onze bedrijvenlocaties.

Toerisme

IJsselstein heeft een lange historie als stad gevestigd aan de Hollandse IJssel. De historische binnenstad is nog steeds aanwezig en kan als trekker dienen om meer toeristen, recreanten en inwoners naar de stad te halen. Door de historie van de binnenstad beter te benutten willen we meer toeristen naar de binnenstad trekken die anders alleen in het buitengebied recreëren. Daarvoor is een samenhangende, recreatieve groenstructuur van belang. Een netwerk van fietsverbindingen ondersteunt extensieve recreatie. Het Toeristisch Overstappunt (TOP) bij Jachthaven Marnemoende vormt een kans om verder te ontwikkelen. De opmars van de elektrische fiets biedt tevens nieuwe kansen. Door ons beter te profileren als groene én historische gemeente verleiden we bezoekers (langer) in de gemeente te verblijven.

Landbouw

Het noordelijke veenweidegebied vormt een agrarisch cultuurlandschap waar landbouw centraal staat. Het uitbreiden van landbouwbedrijven is hier mogelijk, mits het geen afbreuk doet aan de landschappelijke waarden. Een toename in bebouwing is dan ook niet gewenst. Rondom de Hollandsche IJssel zijn agrarische bedrijven (bouwpercelen) nog beperkt aanwezig. Dit gebied is voor recreatie en natuur steeds belangrijker geworden voor bewoners van IJsselstein en Utrecht. Er worden de laatste jaren steeds meer recreatieve en natuurfuncties ingepast die vragen om een andere landschappelijke inrichting, zoals het IJsselsteinse bos en de jachthaven. Een belangrijk aandachtspunt bij ontwikkelingen in dit gebied is de balans tussen de nieuwe functies en de bestaande functies, waaronder een aantal burgerwoningen. In het zuidelijke deel van IJsselstein is ook landbouw te vinden. Een belangrijk landschappelijk element is de Kromme IJssel. De vrijkomende agrarische bebouwing vormt in het gehele buitengebied een opgave in de komende jaren. Ons doel is om bij vrijkomende agrarische bebouwing ruimte te bieden voor andere functies, zoals wonen.

Retail en horeca

De landelijke trends op het gebied van een veranderend winkellandschap zorgt ervoor dat de huidige vorm en aanbod van retail en horeca verandert. De (landelijke) groei van horeca is een kans voor de levendigheid van het centrum. Het is daarbij van belang dat we de balans tussen levendigheid en leefbaarheid voor bewoners te bewaken. Om de binnenstad binnen de veranderende dynamiek te positioneren is de mix van functies en voorzieningen van belang, zowel voor de levendigheid als de aantrekkingskracht als verblijfsplek. Complementariteit van detailhandel in de periferie en de binnenstad is een opgave. Het streven is om samen met de ondernemers, vastgoed eigenaren en de regionale partners een binnenstad te creëren waar de bezoeker iets kan beleven, waardoor men in het winkelgebied wil zijn. We richten ons op het clusteren van de specialistische detailhandel in de binnenstad, zodat het voor de consument aantrekkelijker wordt om naar het centrum te gaan, doordat hier alle winkelvoorzieningen op één plek gesitueerd zijn.

27

3.6

Stedelijke ontwikkelingen

IJsselstein is de afgelopen decennia sterk gegroeid en nog steeds is de stedelijke druk hoog. Naast de 'kwaliteitslagen', de 'economische ontwikkelingslaag' en de woningbouwopgave zien we ook een grote ruimtevraag voor klimaatadaptatie, recreatie en energietransitie. In deze stedelijke ontwikkelingslaag wordt richting gegeven omtrent de vraag wat, waar, hoe ingepast kan worden.

Uitgangspunten: • •

• • • •

•

•

28

Ruimte voor herontwikkeling binnenstedelijke locaties, onder andere gericht op sociale woningbouw. Een flexibele stadsrand waar een mix van functies mogelijk wordt gemaakt, met meerwaarde voor mens en natuur. Met name gericht op recreatie, ecologie sport, evenementen en water, maar binnen bepaalde kaders ook beperkte ruimte voor woningbouw en energie. Op termijn verkleuring woningbouw langs de IJssel Uitbreidingslocatie in het zuiden (Kromme IJsselpark): duurzame wijk met behoud van landschappelijke waarden. Nieuwe ontsluitingen Nieuwegein-Zuid en versnellen tramverbinding. Aantrekkelijke, directe en comfortabele regionale fietsverbindingen naar alle windstreken die qua reistijd concurreren met de auto. Bij ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met klimaatadaptatie en (duurzame) energiebehoefte. Te denken valt aan het tegengaan van hittestress en het inrichten van buffers voor wateropvang. Bij nieuwe (stedelijke) ontwikkelingen weegt de ecologische en klimaatadaptieve kwaliteit van het groen zwaar mee.

Woningbouw

Er is een tekort aan woningen in IJsselstein. Hierdoor kunnen starters en jonge gezinnen geen woningen vinden en kunnen senioren hun gezinswoningen niet verlaten. De bevolking vergrijst in IJsselstein bovengemiddeld snel. Daarnaast worden huishoudens kleiner: de groep eenpersoonshuishoudens groeit hard. Hierdoor zijn er relatief nog meer woningen nodig. Er is al een tekort voor de lokale vraag, vanwege een gebrek aan locaties voor nieuwbouw in IJsselstein en een groeiende vraag binnen de hele regio. Daarom wordt, bij een gelijkblijvend woningaanbod, een afname van jonge gezinnen verwacht. Hierdoor neemt het draagvlak voor de huidige voorzieningen af. Zo wordt IJsselstein minder aantrekkelijk en neemt de vitaliteit af. Om vitaliteit te behouden en te versterken willen we dat jonge mensen kunnen blijven en dat oude IJsselsteiners in geschikte woningen terecht kunnen. Daarom is het streven om 2500 nieuwe woningen te bouwen voor 2030. Zo kunnen we starters geschikte woonruimte bieden en voor een evenwichtige bevolkingsopbouw zorgen. Het voorzieningenniveau kan op peil blijven en de sociale kwaliteit wordt op lange termijn gewaarborgd. De inrichting van ruimte en gebouwen heeft invloed op de gezondheid van mensen. Een goed ingerichte leefomgeving draagt bij aan een gezondere levensstijl.

Ook de impact van Corona heeft bewezen dat gezondheidsopgaven een groter onderdeel van belangenafweging in ruimtelijk beleid dienen te zijn. Zowel fysieke als mentale gezondheid speelt een grote rol als het gaat om ruimtelijke ontwikkeling. We zetten ons bij nieuwe ontwikkelingen (zowel op het gebied van woningbouw als bij andere thema's) ook in op het behouden en verbeteren van de goede gezondheidssituatie van onze inwoners. Binnenstedelijk wonen Om IJsselsteiners en nieuwe inwoners een breed en betaalbaar woningaanbod te bieden, willen we als gemeente inzetten op een wervend woonmilieu. Allereerst hebben we geschikte locaties om binnenstedelijk te verdichten onderzocht. Hieruit blijkt dat er binnen de kern van IJsselstein 600-800 nieuwe woningen bij zouden kunnen komen. Dit is onvoldoende om vorm te geven aan de woningbouwambities. Verdere verdichting gaat ten koste van het binnenstedelijke groen en/of de groen(klein)stedelijke maat en schaal. Het aanwezige groen wordt voor meerdere doelen gebruikt: sport, recreatie, ontmoeten.

Groen-stedelijk wonen aan de rand van de stad Om toch aan de vraag te kunnen voldoen is het onvermijdelijk om naar locaties buiten de kern te kijken. Dit is in lijn met de wens van de inwoners, die liever nieuwe woningen aan de rand van de bestaande stad zien. Het zuidelijk deel van de gemeente, tussen de stedelijke contour en de Lek biedt kansen om stad en groen in samenhang te ontwikkelen en deze met het landschap en de Lek te verbinden. Het biedt ruimte om meervoudige oplossingen te vinden voor vraagstukken als de energietransitie, klimaatadaptatie, natuurontwikkeling en recreatie. Hier is een goede bereikbaarheid het eenvoudigst te realiseren door aansluiting op het bestaande OV-netwerk, de provinciale weg en de A2. Door de benodigde aanpassingen kan tevens de bereikbaarheid van de bestaande woningen en bedrijven een impuls krijgen. De zuidelijke standsrand biedt mogelijkheden om innovatieve groen-stedelijke woonmilieus te ontwikkelen, die aantrekkelijk zijn voor jonge gezinnen en starters. De ecologische meerwaarde en aansluiting op de bestaande landschappelijke structuren vormen hierbij het uitgangspunt. Hierdoor slaan we twee vliegen in een klap: we realiseren extra woningen en verbeteren de kwaliteit van de stadsrand. Het groen wordt aantrekkelijk en goed bereikbaar gemaakt, ook voor overige bewoners van IJsselstein (zie ook het intermezzo 'Kromme IJsselpark').

Mobiliteit

IJsselstein is goed verbonden, maar de toenemende verstedelijking zet druk op de verkeersinfrastructuur. Als het mobiliteitsgedrag niet wijzigt, veroorzaakt de groei van de automobiliteit extra congestie en verkeersoverlast zoals sluipverkeer en parkeeroverlast. Dit willen we voorkomen. Om de bereikbaarheid in stand te houden willen we zorgen voor een afname van het autogebruik. Daar hoort een toename van het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer bij. Daarnaast streven we naar een herverdeling van het autoverkeer over het hoofdwegennet, met een extra aansluiting bij Nieuwegein-Zuid. Zodanig dat IJsselstein minder afhankelijk wordt van één externe ontsluiting aan de oostkant. Er wordt ingezet op snelfietsroutes en uitbreiding van het regionale routenetwerk, zodat de fietsroutes van IJsselstein naadloos aansluiten op het regionale netwerk. Door veiligere en kortere fietsverbindingen van IJsselstein naar werk- en woonlocaties in onder andere Utrecht en Nieuwegein aan te leggen ontstaat er een aantrekkelijk regionaal fietsnetwerk als alternatief voor de auto.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10240285/3