CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

16. Ingekomen via inwoner - Nota van beantwoording Ontwerp Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023 | Provincie Utrecht

Commissie Ruimte 12 september 2023, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Overige ingekomen stukken20.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

a.

b.

c.

d.

In de programmeringsruimte in het Kader voor programmeren is tot 2030 geen ruimte om alle beoogde bedrijventerreinen te programmeren. Dat geldt voor het regionale bedrijventerrein en ook voor een aantal kleinere bedrijventerreinen, die deels voor 2030 en deels daarna zullen worden uitgegeven. De vervangingsvraag die voortkomt uit transformatie/verlies van bedrijventerreinen zal worden vastgesteld in de nieuwe behoefteraming bedrijventerreinen en kantoren. Het vergt zorgvuldigheid om goed te zien welke ruimte verloren is gegaan en wat de status is van transformaties. Wij hanteren conform het Kader voor regionaal programmeren wonen-werken 2022 het uitgangspunt om 20-30% van de ruimtebehoefte in te vullen op bestaande bedrijventerreinen. Natuurlijk wordt er gemonitord (en geëvalueerd) welke resultaten er geboekt worden met intensiveren en verduurzamen van bestaande bedrijventerreinen (o.a. door inspanning OMU). Door de schaarste aan ruimte in de provincie proberen we scherpe keuzes in het faciliteren van alle ruimte-vragende functies. Het versterken van de economische kracht en werkgelegenheid wordt niet alleen bepaald door de ruimte op bedrijventerreinen, maar ook op andere (werk)locaties en door innovaties, en bijvoorbeeld door arbeidsmarkt- en woonbeleid.

Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23.

24

5. Nieuwe uitbreidingslocaties opgenomen in het OPPWW23 Woonlocaties Nr. 04, 07,11, 15, 18

Indieners Particulier, Particulier (groep),

Gemeente IJsselstein Werkgroep behoud Lopikerwaard

Samenvatting zienswijze Indieners (4, 7, 15 en 18) hebben bedenkingen t.a.v. de woonlocatie Ruimtevaartbaan in IJsselstein omdat: a. De provincie alleen aandacht heeft voor de buitenstedelijke uitbreiding van 63 woningen maar geen aandacht heeft voor het waardevol groen dat binnenstedelijk wordt aangetast. Het gebied heeft een belangrijke groene functie voor de wijk. Het geeft uitzicht op natuur met watervogels, rietkragen en knotwilgen. Het pad langs het gebied wordt recreatief intensief gebruikt door wijkbewoners. Direct naast de locatie bevinden zich ecologische waarden. Ook heeft het gebied belangrijke landschappelijke (Groene Hart) en cultuurhistorische waarden. b. In het programma wordt uitgegaan van 63 woningen. In de PlanMER van 69 woningen. De gemeente heeft het over 74 woningen. Indieners vragen aandacht voor eerlijke en open communicatie en participatie. c. De gemeente heeft een stevig woningbouwprogramma voor ogen dat alleen kan worden gerealiseerd door hoogbouw. Indiener vraagt provincie te versnellen met het aanwijzen van ruimte buitenstedelijke locaties. d. De gemeente heeft geen participatie procedure gevolgd waarbij omwonenden betrokken zijn of hebben kunnen reageren (07). e. Er is onvoldoende gemotiveerd in hoeverre deze locatie als woningbouwlocatie nodig is in relatie tot het regionale woningbouwprogramma.

Er zijn in IJsselstein voldoende locaties die zich voor woningbouw lenen. (07) f. De locatie is niet geschikt voor woningen voor de doelgroep ouderen en starters, terwijl binnen IJsselstein behoefte aan is aan woningen voor deze doelgroepen (07)

Reactie en eventuele aanpassing a. Wij erkennen dat ook er ook binnenstedelijk diverse waarden zijn. Voor de volledigheid stellen wij vast dat de locatie Ruimtevaartbaan niet in het Groene hart ligt, maar er wel aan grenst. In de Interim Omgevingsverordening zijn regels opgenomen ter borging van diverse provinciale belangen, bijvoorbeeld op het gebied van bereikbaarheid (mobiliteitstoets), natuur (soortenbescherming), klimaatadaptatie, het bodem- en watersysteem, de drinkwatervoorziening, bodemdaling, cultuurhistorie en groenontwikkeling. Gemeenten zullen in het kader van een goede ruimtelijke ordening bij de planuitwerking hier rekening mee moeten houden. Overigens zijn gemeenten zich doorgaans zeer bewust van deze waarden, ook vanuit het belang van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving van haar bewoners. b. In het kader van het OPPWW23 is voor de deze locatie uitgegaan van 75 woningen waarvan 63 buiten het stedelijk gebied. In de gebiedsanalyse is opgenomen dat de ontwikkeling voorziet in 75 woningen (paragraaf 2.3). Abusievelijk is echter in de MER op een aantal plekken in dit document het getal 69 opgenomen. Bij de het vastgestelde programma zullen wij zorgen dat de getalsvermelding eenduidig is (zie ook conclusies) c. Wij zien geen noodzaak de zoektocht naar buitenstedelijke locaties te versnellen om mogelijke hoogbouw binnenstedelijk tegen te gaan.

In dit PPWW concretiseren we de keuzes die voortvloeien uit onze Omgevingsvisie. Met de daarin opgenomen ‘basisprincipes voor verstedelijking’ zetten we primair in op binnenstedelijke locaties nabij knooppunten. Eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg willen we koppelen aan HOV en knooppunten van belangrijke infra-corridors. In aanvulling daarop willen we onder voorwaarden ruimte bieden voor uitleg voor de lokale 25

g. h. i.

Er is geen bodemonderzoek en/of archeologisch onderzoek gedaan. Indieners achten dit wel noodzakelijk. De ontwikkeling van woningen op deze locatie zal leiden tot waardedaling en vermindering van het woongenot (07) Indiener (11) geeft aan dat er op gemeentelijk niveau een optimalisatieslag heeft plaatsgevonden bij de plannen voor de Ruimtevaartbaan in IJsselstein en dat bij het meest recente schetsontwerp uit wordt gegaan van de realisatie van 81 woningen, waarvan 73 buitenstedelijk. Dit is in afwijking van de provinciale programmering, die uitgaat van de realisatie van totaal 75 woningen, waarvan 63 buitenstedelijk. Indiener geeft aan dat optimalisatie van het schetsontwerp zorgt voor een aanvulling van woningen op alle woonsegmenten (30/40/30), en ook de mogelijkheden verbetert voor de recreatieve verbindingen en landschappelijke inpassing.

d.

e.

vitaliteit. In het OPPWW23 zijn een aantal van deze concrete buitenstedelijke locaties opgenomen, waaronder de locatie Ruimtevaartbaan. Daarbij merken wij op dat het voor de hand ligt om te zoeken naar een hogere dichtheid nabij knooppunten en bij binnenstedelijke verdichting. Dat kan eventueel leiden tot hogere bebouwing, maar is afhankelijk van de wijze waarop de gemeente de verdere planvorming ter hand neemt. Wij hechten aan een zorgvuldige participatie. Wij constateren dat omwonenden pas recent, op 24 april, zijn geïnformeerd over de plannen. Graag hadden wij gezien dat dit al eerder aan de orde was gekomen. De locatie zelf is wel al als een potentiële ontwikkellocatie aan de raad kenbaar gemaakt, via een halfjaarlijkse rapportage. Uit het gesprek met de gemeente blijkt dat de ontwikkelaar en de gemeente voornemens zijn om de participatie te intensiveren en de inbreng van de bewoners te betrekken bij de planontwikkeling. Voor het vervolg heeft de ontwikkelaar, in overleg met de gemeente, een participatietraject opgezet, bestaande uit bijeenkomsten en schriftelijke inbreng van reacties. Daarbij heeft de gemeente bij een planaanpassing nader rekenschap gegeven van de binnenstedelijk waarden. Wij hebben de gemeente verzocht om ons van de voortgang hiervan op de hoogte te houden.

Voor IJsselstein is in het Ontwerp PPWW een programma van 1568 woningen voor de periode 2022 t/m 2030 opgenomen (waarvan 1500 binnenstedelijk). Op basis van huidige inzichten is er voor die periode nu een plancapaciteit van ruim 3000 woningen. Niet alle plancapaciteit is zeker en wellicht planuitval of vertraging kan plaatsvinden. Vandaar dat we aangeven dat overprogrammering wenselijk is. Ervaring leert echter ook dat er zich geregeld nieuwe kansen voordoen waardoor nieuwe locaties in beeld komen. We merken hierbij op dat het toetsen op haalbaarheid van individuele plannen niet in het kader van dit programma geschiedt. Bij het opstellen van het programma is ingezet op een realistisch woningbouwprogramma. Het beoogde woningbouwprogramma van 1568 woningen is ook opgenomen in 26

f.

g. h.

i.

de recente woondeal Regio U10. Ten aanzien van de ‘hardheid’ van de plannen merken we op dat er bij zogenaamde zachte plannen in het Planregistratie Wonen, ook plannen kunnen zitten waarvoor al een door de gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie is. In de gebruikte definitie betreft een vastgestelde Omgevingsvisie nog geen harde plancapaciteit. Tegelijkertijd gaat het hier wel om door de gemeenteraad vastgestelde besluiten. Tot slot merken we op dat regionaal programmeren een cyclisch proces is waarmee via monitoring, evaluatie en actualisering ook vertraging of uitval in de woningbouwprogrammering kan worden gesignaleerd zodat tijdig bijgestuurd kan worden. Daarbij wordt bekeken of de opgenomen planning nog reëel is of moet worden bijgesteld. In het kader PPWW zijn kwalitatieve kaders meegegeven ten aanzien van 2/3 betaalbaarheid. Deze kaders zijn ook van toepassing op de locatie Ruimtevaartbaan. Het is vervolgens aan de gemeente en de ontwikkelaar om invulling te geven aan specifieke woonvormen en doelgroepen binnen hun gemeente. Ons is niet bekend of de locatie Ruimtevaartbaan ongeschikt zou zijn voor doelgroepen als jongeren of ouderen. Wij verwijzen voor dit punt naar ons antwoord op punt 1. Of de mogelijke ontwikkeling effect heeft op de waarde van uw woning en uw woongenot kunnen wij niet beoordelen.

Wij kunnen ons wel voorstellen dat een mogelijke verandering van uw woonomgeving ingrijpend voor u kan zijn. Wij zullen dan ook de gemeente en de ontwikkelaar verzoeken om u bij de verdere planvorming te goed te betrekken, ook ten aanzien van mogelijke planschade. Indiener geeft aan dat als gevolg van een recente aanpassing in de plannen voor Ruimtevaartbaan te IJsselstein er een ophoging gewenst is van in totaal 6 woningen (van 75 naar 81). Daarnaast is in de aanpassing van de plannen een verschuiving aan de orde van binnenstedelijk naar buitenstedelijk, d.w.z. 10 meer buitenstedelijk (van 63 naar 73), en daarnaast een verlaging van het aantal binnenstedelijk (van 12 naar 8). Argumenten hiervoor zijn 27

een verbetering van de door het kader gevraagde betaalbaarheid en een verbetering van de recreatieve en landschappelijke inpassing. Hoewel wij met onze verstedelijkingsprincipes, primair inzetten op binnenstedelijke ontwikkelingen, zien we dat het houden van meer ruimte voor behoud van bestaand binnenstedelijk groen bij kan dragen aan de kwaliteit ter plaatse. Ook blijkt uit de toelichting van de gemeente dat een grotere aantal woningen buitenstedelijk op de locatie bijdraagt aan het behoud en versterking van recreatieve infrastructuur. Op grond hiervan zijn wij voornemens tegemoet te komen aan de zienwijze, waarbij de programmering voor deze locatie dat buitenstedelijk wordt toegestaan wordt opgehoogd naar 73 woningen. Het voor de gemeente totaal aantal geprogrammeerde woningen passen we niet aan om zo de afstemming met aantallen in de woondeal te behouden. Wel zullen we, om deze toegezegde kwaliteitsverbeteringen ook te borgen, bij de nadere voorwaarden expliciet opnemen dat de gemeente bij de planuitwerking invulling dient te geven aan Groen Groeit Mee met bijzondere aandacht voor de versterking van de recreatieve functie die dit gebied nu heeft voor omwonenden.

Conclusie: De zienswijze leidt tot aanpassing van het PPWW23 in die zin dat het binnenstedelijke programma op deze locatie wordt verlaagd van 12 naar 8 woningen en de diverse tabellen daarop zullen worden aangepast en het buitenstedelijk programma wordt verhoogd van 63 naar 73 woningen. Aanvullend zal in paragraaf 4.1 onder de kop “Nadere afspraken en randvoorwaarden specifieke woonlocaties” aan worden gegeven dat bij deze locatie in het programma expliciet aandacht worden gevraagd voor de invulling van Groen Groeit Mee in combinatie met de in het gebied aanwezige landschappelijke waarden, zoals dat ook bij andere locaties is gedaan. De zienswijze leidt daarnaast tot de volgende aanpassing van de PlanMER. In het document Aanpassing en aanvulling MER en Passende beoordeling zal worden gegeven dat het gaat om een locatie 28

van 81 woningen waarvan 73 buitenstedelijk en de Passende beoordeling zal daarop worden aangepast. 06

Particulier

Indiener vraagt of het mogelijk is om op de eigen woonkavel in het buitengebied van de gemeente Wijk bij Duurstede, in aanvulling op de al bestaande woonbebouwing en met inlevering van een vergunning voor bebouwing ten behoeve van verblijfsrecreatie, een woning te bouwen ten behoeve van bewoning door eigen kinderen.

Kleinschalige ontwikkelingen op bestaande bouwkavels in het buitengebied vallen niet onder de scope van het Provinciaal programma wonen en werken. Functiewijzigingen en uitbreidingen van bestaande functies worden primair beoordeeld door de gemeente aan de hand van het bestemmingsplan. Moet dat voor de beoogde ontwikkeling worden aangepast, dan moet de gemeente de kaders uit de Provinciale Interim-Omgevingsverordening in acht nemen. Paragraaf 9.1 (Stedelijke functies in het landelijk gebied) uit die verordening bevat de meest relevante regels. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23.

09

Particulier

Indiener geeft aan een grondpositie te hebben bij locatie De Driehoek in Mijdrecht (gemeente De Ronde Venen). Indiener verwijst naar eerdere gesprekken met gemeente verzoekt het PPWW gewijzigd vast te stellen door de voorwaarde te schappen bij de locatie Tuinderslaan/Oosterland dat geen nieuwe uitleglocaties meer kunnen worden toegelaten. Daarnaast verzoekt indiener De Driehoek als uitleglocatie aan het PPWW23 toe te voegen en de PlanMER hierop aan te passen.

De systematiek van het regionaal programmeren is er op gericht dat vooral binnenstedelijk wordt ontwikkeld en alleen waar dat onvoldoende is buitenstedelijke mogelijkheden worden onderzocht. Hiervoor kunnen gemeenten nieuwe locaties voordragen voor de realisatie van nieuwe woningen. Deze locaties kunnen dan regionaal met elkaar worden afgewogen om te kijken wat op regionaal niveau de meest geschikte verdeling is van woningen. In het geval van de woningbouwontwikkelingen bij de kern Mijdrecht heeft de gemeente over meerdere locaties gesprekken met de provincie gevoerd. Daaruit is naar voren gekomen dat de capaciteit op de provinciale weg onvoldoende is om, in aanvulling op de binnenstedelijke potentie en de al in ontwikkeling zijnde locatie Mariken II, meerdere buitenstedelijke locaties te ontwikkelen. Door de gemeente is daarbij de keuze gemaakt om in te zetten op de transformatie van de locatie Tuinderlaan naar een nieuw woningbouwgebied. Dit betekent dat de locatie De Driehoek niet in beeld is voor programmering. Om voor alle betrokkenen helder te maken dat inzetten op de ene locatie betekent dat woningbouwontwikkeling op een andere locatie (met de huidige verkeersintensiteit) wordt 29

uitgesloten, hebben wij dit opgenomen in paragraaf 4.1 (onder het kopje ‘Nadere afspraken en randvoorwaarden specifieke woonlocaties’). Hiermee ontstaat duidelijkheid en transparantie voor alle betrokkenen. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23. 10

Utrechtse natuuren milieuorganisaties (Utrechts Landschap, Natuurmonumenten, IVN, LEU, NMU)

De Ronde Venen –Abcoude Zuidwest Indiener benoemt de volgende aandachtspunten: Potentiële effecten op Natura 2000-gebieden moeten beter onderzocht en welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Volgens indiener is er geen gezonde leefomgeving mogelijk in de oksel van de A2 (qua fijnstof en geluid wegverkeerslawaai). Ook dient onderzocht te worden hoe de ontwikkeling kan bijdragen aan instandhouding cultuurhistorische en landschappelijke waarden en vergroting van de biodiversiteit. Tot slot dient de AERIUS-berekeningen geactualiseerd te worden om de effecten goed te beoordelen en ook de cumulatieve effecten dienen te worden onderzocht. De Ronde Venen –Tuinderslaan Indiener benoemt de volgende aandachtspunten: De locatie grenst aan een weidevogelkerngebied. Verstoring van het weidevogelkerngebied is niet wenselijk. Bij de ontwikkelingen moet hiermee rekening gehouden worden. Onderzocht zou moeten worden hoe de ontwikkeling kan bijdragen aan instandhouding cultuurhistorische en landschappelijke waarden en vergroting van de biodiversiteit. Tot slot dient de AERIUS-berekeningen geactualiseerd te worden om de effecten goed te beoordelen en ook de cumulatieve effecten dienen te worden onderzocht. Vijfheerenlanden - Broekgraaf Noord Indiener benoemt de volgende aandachtspunten: Deze locatie grenst aan het NNN. Deze ontwikkeling mag geen verdere verstoring geven op het NNN.

Bij de ontwikkeling en inrichting van het plangebied moet hiermee rekening worden gehouden. De locatie ligt ook in de

Bij de zienswijze op de verschillende locaties, komen een aantal elementen terug die we hier generiek behandelen. Planuitwerking Het provinciaal Programma Wonen en werken is een beleidsuitwerkingsprogramma, zoals omschreven in hoofdstuk 6.4 van de Omgevingsvisie Provincie Utrecht. Verdere concretisering vindt plaats door middel van planvorming in gemeenten, waarbij eventuele ondersteuning vanuit andere provinciale programma’s en beleidsthema’s kan plaatsvinden. Bij de concretisering in de gemeentelijke planvorming zijn aspecten op het gebied van bodem, water, natuur, landschap en klimaat belangrijke aandachtspunten. Hierover zijn ook regels opgenomen in onze Interim Omgevingsverordening. NNN en Natura 200 Het PlanMER is gericht op beoordeling van de locaties, waarvan nu niet veel meer dan locatie en begrenzing bekend zijn. Kwetsbare plekken, bijvoorbeeld in of nabij het NNN, zijn bij de locatiebeoordeling meegenomen. Bij de opgenomen locaties zijn waar mogelijk aandachtspunten meegegeven voor de planuitwerking. Beoordeling van de concrete effecten op bijvoorbeeld beschermde soorten en NNN zal bij de planuitwerking door de gemeente moeten plaatsvinden. Weidevogels Voor de opmerkingen over weidevogels wordt verwezen naar de reactie op de zienswijze van indiener (nr. 10) in hoofdstuk 2 van deze nota van beantwoording AERIUS-berekeningen 30

buurt van Natura 2000-gebied Potentiële effecten op Natura 2000gebieden moeten beter onderzocht en welke mitigerende maatregelen nodig zijn. De locatie ligt in een stiltegebied. De locatie grenst aan weidevogelkerngebied. Verstoring hiervan is niet wenselijk. Bij de ontwikkelingen moet hiermee rekening gehouden worden, zoals dat er voldoende groen op deze locatie zelf ontwikkeld wordt en maatregelen getroffen worden om verstoring zoveel mogelijk te voorkomen. Effecten moeten moet bij de verder planuitwerking in een natuuronderzoek nader worden onderzocht. Bodemdaling in plangebied is aandachtspunt. Verdere oxidatie van droogliggende veenlagen in de ondergrond moet worden voorkomen. Onderzocht zou moeten worden hoe de ontwikkeling kan bijdragen aan instandhouding cultuurhistorische en landschappelijke waarden en vergroting van de biodiversiteit. Tot slot dient de AERIUS-berekeningen geactualiseerd te worden om de effecten goed te beoordelen en ook de cumulatieve effecten dienen te worden onderzocht.

Er is gerekend met het standaard rekenprogramma AERIUS Calculator 2021. Met ingang van 26 januari 2023 is de nieuwe (2022) versie van AERIUS Calculator beschikbaar. Gezien het tijdpad van de besluitvorming over het programma wonen & werken was het praktisch onhaalbaar om alle stikstofberekeningen met deze nieuwe versie uit te voeren. Er is gekozen om de berekeningen te actualiseren voorafgaand aan de vaststelling van het programma. Wel is aan de voorkant een expert judgement gemaakt met inschatting of de nieuwe rekenmethode zou leiden tot wezenlijk andere uitkomsten. Uit de nieuwe de nieuwe AERIUS-berekeningen komt naar voren dat geen van de geprogrammeerde locaties op voorhand onuitvoerbaar lijkt. Wel is er bij een aantal locaties een aanzienlijke opgave voor de planontwikkeling om de berekende stikstofdepositie zoveel mogelijk te voorkomen en waar dat net kan de effecten te verminderen via saldering. De nieuwe AERIUS-berekeningen (volgens het rekenmodel 2022) worden opgenomen in het document “Aanpassing en aanvulling MER en Passende beoordeling “. Broekgraaf Noord Ten aanzien van de opmerking over het stiltegebied bij de locatie Vijfheerenlanden - Broekgraaf Noord merken we op dat het plangebied marginaal overlapt met het stiltegebied. In de gebiedsanalyse staat dat deze “grenst aan” of “ligt tegen” het stiltegebied.

In de Provinciale Verordening is een instructieregel opgenomen die erop toeziet dat gemeenten hier rekening mee moeten houden bij de verdere planuitwerking. Het tegengaan van verstoring van de stilte is ook in de PlanMER geagendeerd als mitigerende maatregel. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23. Wel zal in het document “Aanpassing en aanvulling MER en Passende beoordeling “ voor deze locatie een nieuwe Passende beoordeling worden opgenomen conform het AERIUS 2022 model.

31

12

Particulier

Gezien de grote woningnood in IJsselstein en gelet op de vitaliteit stelt indiener voor om twee andere woningbouwmogelijkheden te onderzoeken en te programmeren, te weten de locaties Rijnenburg/Utrecht en een locatie naast Intratuin/Lopik.

Het is aan gemeenten om locaties in te brengen, waarna in afstemming met de regio's en na afweging aan de hand van het door PS vastgestelde kader voor het PPWW tot het wel of niet opnemen van locaties in het PPWW komt. In die zin is het door de indiener ingebrachte voorstel om twee andere locaties te onderzoeken en in te brengen eerst en vooral aan de gemeenten gericht. Daarbij is het uiteraard zo dat gemeenten hierbij afwegingen maken ten aanzien van hun eigen omgevingsvisie, en dat daarnaast de provinciale omgevingsvisie en het door PS vastgestelde kader voor het PPWW richtinggevend is voor het wel of niet opvoeren van een locatie. In de provinciale omgevingsvisie ( Omgevingsvisie provincie Utrecht Plannenviewer Provincie Utrecht (provincie-utrecht.nl), is bij 5.1 Regio U 16 o.a. het volgende aangegeven ten aanzien van de locatie Rijnenburg: “Tot 2035-2040 is Rijnenburg waarschijnlijk niet nodig om de benodigde woningbouwaantallen en werklocaties in de regio te halen. Bovendien is de auto- en OV-ontsluiting van het gebied complex en kostbaar. De ontwikkeling van de zoekrichting A12 Zone en het zuidelijke deel van het Wiel met Spaken kan niet losgezien worden van de mogelijke ontwikkeling van de uitbreidingslocatie Rijnenburg op de lange termijn.

De keuzes die worden gemaakt voor de ontsluiting van de A12 Zone, zowel voor auto als OV, en de recreatieve structuur rondom de Hollandse IJssel zijn bepalend voor de ontwikkelruimte in Rijnenburg. Daarom is het noodzakelijk om bij eventuele keuzes voor de uitwerking hiervan rekening te houden met de consequenties voor de mogelijkheden voor eventuele ontwikkeling van Rijnenburg op de lange termijn. In het U Ned MIRT onderzoek A12 zone in samenhang met Rijnenburg onderzoeken we de locatie Rijnenburg en de voorwaarden voor de mogelijke ontwikkeling van deze locatie verder. De resultaten worden in 2025 verwacht. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23. 32

30; 24

Werkgroep natuurlijk Zeist – West; Stichting Milieuzorg Zeist e.a.

Bunnik – Kerseweide a. Indiener merkt op dat uitwerking van hoe GGM wordt ingevuld ontbreekt (30). b. Indiener acht de ophoging tot 1200 woningen ten onrechte te vinden gezien de druk van de locatie op de omgeving. Daarbij is indiener van mening dat de lagere parkeernorm niet opgaat. Ook is aangegeven dat het te onduidelijk of de 1200 incl. de eerder toegestane 141 woningen van t Burgje zijn (30). c. Indieners geven aan al vele jaren kritisch te staan tegenover de voorgenomen ontwikkeling gezien de negatieve effecten op waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie. Deze negatieve effecten blijken ook uit de PlanMER (24). d. Indieners geven aan dat men zich bij stedelijke ontwikkelingen in de regio U10 zich primair moet richten op binnenstedelijke ontwikkelingen waarvoor naar mening van indieners, nog voldoende ruimte is (24).

a.

In het OPPWW23 wonen en werken is vastgelegd voor alle uitbreidingslocaties voor woningbouw geldt dat bij de uitwerking van de plannen in invulling dient te worden gegeven aan Groen Groeit Mee (GGM). Voor de wijze waarop verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 10. b. Ten aanzien van het aantal woningen kunnen wij aangeven dat de 1200 woningen die nu extra worden geprogrammeerd in aanvulling zijn op de 141 woningen die al gerealiseerd zijn. Dit aantal past binnen de bandbreedte van het aantal te programmeren woningen binnen de regio U10. Wij zijn het met indiener eens dat de locatie Kersenweide een stevige impact heeft op de omgeving voor wat betreft de verkeersintensiteit. Echter is in de omgevingsvisie al de bouw van 1000 woningen mogelijk gemaakt. De ophoging van dit aantal naar 1200 (1341 inclusief het Burgje) gaat gepaard met investeringen in fietsmobiliteit en maatregelen die autobezit ontmoedigen, waaronder een lagere parkeernorm. Hiermee verwachten we dat de verkeersintensiteit vergelijkbaar zal blijven aan de oorspronkelijke intensiteit. Over deze parkeernormen zijn ook afspraken gemaakt met de raad. c. De ontwikkeling van deze locatie is niet nieuw, maar was al mogelijk gemaakt in de Omgevingsvisie en Verordening en haar voorloper. Wel is het zo dat het aantal woningen voor deze locatie is opgehoogd.

Bij de planuitwerking dient de gemeente rekening te houden met de kaders zoals vastgelegd in het provinciaal beleid, onder andere ten aanzien van cultuurhistorie en landschap. Wij verwachten daarmee dat in de planuitwerking invulling wordt gegeven aan deze punten. Daarbij zijn in de PlanMER voorstellen gedaan. d. Binnen het programma wonen en werken sluiten we aan bij de verstedelijkingsprincipes uit de Omgevingsvisie, die zijn gebaseerd op de ladder voor duurzame verstedelijking. Aanvullend verwijzen wij naar onze reactie op zienswijze 30 onder het kopje “Wonen: kwantitatief programma”. 33

Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23. 30; 24, 32

Werkgroep natuurlijk Zeist – West; Stichting Milieuzorg Zeist e.a., Particulier (consortium)

Indieners hebben volgende vragen en bezwaren over de locatie Willem Arntz Hoeve in de gemeente Zeist. a. Indiener geeft aan dat toetsing van deze locatie op effecten NNN en ecologische verbinding noodzakelijk is (30). b. Indiener merkt op dat uitwerking van hoe GGM, wordt ingevuld ontbreekt (30) c. Indieners vraagt zich af waarom deze locatie niet is meegenomen in de PlanMER en passende beoordeling. Bekend is dat deze locatie onderdeel is van Programma Hart van de Heuvelrug, maar dat wil niet zeggen dat ontwikkelingen zonder meer aanvaardbaar moeten worden geacht (24. 32). d. Indiener verwijst naar de zienswijzen van indieners tegen de twee relevante bestemmingsplannen voor ontwikkelingen van de WA-Hoeve. Indieners zijn niet tegen bepaalde herontwikkeling/transformatie, maar deze zou zich in beginsel moeten beperken tot die delen waar al bebouwing voortkomt en dat moet worden bezien hoe de natuur daar versterkt kan worden (24). e. de woningbouwbehoefte op de WA Hoeve is onvoldoende aangetoond en zijn er voldoende binnenstedelijke alternatieven en is deze locatie strijdig met het bepaalde in de Ladder voor duurzame verstedelijking (24). f. Recent is bekend geworden dat het onzeker is of Fivoor voor 2027 vertrekt waardoor vooralsnog de woningbouwontwikkeling op losse schroeven staat.

Indieners hebben begrepen dat de gemeente in die zin heeft besloten de vaststelling van beide bestemmingsplannen aan te houden (24). g. Indieners verzoeken de locatie WA Hoeve uit het PPWW te halen (24) h. Indiener geeft aan dat de in de omgevingsvisie genoemde groenbeschermende ambities niet waargemaakt worden. Het gebied is vanuit landschappelijk, ecologisch en cultuurhistorisch oogpunt van hoge waarde. Er liggen momenteel een tweetal concept-bestemmingsplannen voor, die funest zijn voor de

a.

Toetsing op effecten op het NNN is zeker noodzakelijk. In het kader van de bestemmingsplanprocedure stemmen wij hierover al geruime intensief over af met de gemeente Zeist. In de vastgestelde gebiedsvisie, die als basis dient voor de herontwikkeling van het zorgterrein, zijn de ecologische verbindingen opgenomen.

b.

Voor de opmerkingen over GGM wordt verwezen naar de reactie op de zienswijze van indiener nr. 10 in hoofdstuk 2 van deze nota van beantwoording

c.

Deze locaties maakte al onderdeel uit van de PRS/PSV en is indertijd meegenomen in de PlanMER van de PRS. In de gebiedsvisie voor de WA Hoeve is tot een zorgvuldig, afgestemde invulling gekomen. De herontwikkeling van de W.A. Hoeve draagt daarnaast bij aan het mogelijk maken van Heel de Heuvelrug waarin natuurherstel en -versterking centraal staan. De ontwikkeling betreft een herontwikkelingslocatie (zorginstelling) nabij het treinstation en langs een provinciale weg. Binnenstedelijk is er in Den Dolder behoorlijk gebouwd de afgelopen jaren. De ontwikkeling is onderdeel van het programma Hart van de Heuvelrug en ook op het terrein worden nieuwe groene-recreatieve dooradering voorzien. Voor het bepalen van de woningbouwbehoefte maken wij gebruik van primos-gegevens. Daarbij bekijken we de opgave op regionaal niveau. (zie de eerdere beantwoording op uw zienswijze in hoofdstuk 3 en de paragraaf Woningtekort en woningbehoefte in het OPPWW23). Binnen de regio U10 wordt daarbij voor de periode tot en met 2030 uitgegaan van een bandbreedte (afgeleid uit het woningtekort en de woningbehoefte) van 48.500 tot 66.600 woningen. Met het kwantitatieve programma zoals voorgesteld in het OPPWW23 blijven we onder de bovengrens van deze bandbreedte. Het is juist dat Altrecht begin 2023 bij de Gemeente Zeist heeft aangegeven niet te kunnen garanderen dat zij uiterlijk 1 januari 34

d.

e.

f.

aanwezige natuur, ecosystemen. Indiener merkt ook op at terwijl de Provincie méér hectare aan bos gerealiseerd wil zien, zal er in dit gebied 6 à 8 hectare bos worden gekapt terwijl de mate van compensatie onduidelijk blijft. Indiener heeft een alternatief plan bijgevoegd (32)

2027 van de WA-Hoeve vertrokken is. Het vertrek van Altrecht en haar huurder Fivoor van de WA-Hoeve staat echter niet ter discussie; de onzekerheid heeft betrekking op de exacte vertrekdatum. Hierbij is het nog altijd goed mogelijk dat een vertrek per 1 januari 2027 aan de orde is. B&W van Zeist beraadt zich momenteel op de volgende stap in de gebiedsontwikkeling. Herontwikkeling van de WA-Hoeve tot overwegend een woningbouwlocatie is daarbij het perspectief, wat aansluit bij het gestelde in het Programma Hart van de Heuvelrug.

g. In deze ronde is de locatie W.A Hoeve opgenomen in het pro-

h.

gramma (PPWW23). Deze locatie was ook onder de PRS/PRV en is daarom ook genoemd in bijlage 18 van de (Interim) Verordening. In de gebiedsvisie WA-hoeve wordt aangegeven hoe voor de WA Hoeve men de natuur wil gaan inrichten en versterken. Er is door de gemeente gekozen om niet een overkoepelend bestemmingsplan op te stellen, maar deelplannen. Dit ook vanwege de fasering en gemaakte afspraken met de grondeigenaar/eigenaren. De voorliggende bestemmingsplannen gaan primair over de ontwikkelvlekken. In het kader van programma Hart van de Heuvelrug is vastgelegd dat op de WA hoeve meer bebouwing mag worden gerealiseerd dan in de huidige situatie (3,3 hectare extra). Op andere plekken in de omgeving wordt vanuit het programma Hart van de Heuvelrug natuur gerealiseerd ter compensatie.

Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23. 13, 15

Particulier, Werkgroep behoud Lopikerwaard

Indiener heeft bedenkingen tegen de programmering van de locatie De Bleek in de gemeente Montfoort. Indiener wijst op de gebiedsanalyse waar De Bleek licht negatief scoort, de cultuurhistorie bestaande structuren(ontginningsstructuur) en de impact op de nabij gelegen karakteristieke lintbebouwing van Blokland.

Het ontwerpproces van een nieuwe woonwijk is een verantwoordelijkheid van de gemeente en valt buiten de scope van het PPWW. Wel moet een gemeente bij de uitwerking de regels van de Omgevingsverordening in acht nemen, inclusief de regels die zien op de bescherming van aanwezige waarden waaronder stilte en het waardevolle agrarische cultuurlandschap.

In de plannen van de gemeente staat op de zuidzijde een appartementengebouw gepland van 4 tot 5 verdiepingen. Wij maken 35

bezwaar tegen dergelijke ‘hoogbouw’ aan de rand van de uitbreidingslocatie. Aan de randen van de uitbreidingslocatie is juist bouw van één verdieping met een dak de eis om de geleidelijke overgang naar het polderlandschap te maken. En op deze manier wordt het beeld van Blokland met lintbebouwing met tussen de boerderijen lange zichtlijnen minder geweld aangedaan. De uitleglocatie ligt nabij een stiltegebied. Het is onbekend wat het effect is van de uitleglocatie op de geluidsbelasting in dit stiltegebied. Wanneer alleen een bestemmingsplanwijziging wordt doorgevoerd voor het noordelijke deel van de uitleg en daar gestart wordt met de bouw van woningen is de geluidsbelasting waarschijnlijk geen probleem meer.

Omdat het hier een Groene Hart-locatie betreft, is met de gemeente Montfoort ook afgesproken dat bij de planuitwerking bijzondere aandacht is voor een ontwikkeling die zo goed mogelijk aansluit bij de landschappelijke kernkwaliteiten in het Groene Hart en daarmee ook afstemming wordt gezocht met het programma Groen Groeit Mee. Dit is ook als voorwaarde opgenomen in het OPPWW23 in paragraaf 4.1. Specifiek over het onderdeel stiltebied bij merken we op dat in de gebiedsanalyse van de PlanMER dit ook is benoemd. Het tegengaan van verstoring van de stilte is geagendeerd als mitigerende maatregel. De provincie zal daar bij de verdere gemeentelijke planuitwerking ook aandacht voor blijven vragen. De provincie zal bij de verdere planuitwerking in overleg blijven met de gemeente om zorg te dragen voor een goede borging van deze waarden. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23.

15

Werkgroep behoud Lopikerwaard

Indiener vraagt aandacht woningbouw in de gemeente Lopik Indiener vraagt om bij de kleinschalige vitaliteitslocatie rekening te houden met de oorspronkelijke verkavelingsstructuur en lintbebouwing, en met waardevolle doorzichten.

Voor de gemeente Lopik zijn twee vitaliteitslocaties in het OPPWW23 opgenomen, in Cabauw en in Lopikerkapel. Beide liggen in de het waardevolle Agrarisch cultuurlandschap (onderdeel van de Cultuurhistorische hoofdstructuur). De gemeente zal daar bij de planuitwerking rekening mee moeten houden en in het omgevingsplan regels moeten stellen ter bescherming en benutting van deze waarden. Wij zullen daar ook bij de verdere planprocedure aandacht voor vragen bij de gemeente. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23.

27

Consortium Rijnenburg

Indiener verzoekt in het Provinciaal Programma Wonen en Werken te verwerken dat in het gebied bekend als Rijnenburg in de gemeente Utrecht een brede ontwikkeling wordt voorzien, met de

Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 12.

36

28

Particulier

functies wonen, werken en energie. Indiener treedt hierover graag in overleg met de Provincie en gemeente. Indiener verzoekt de locatie IJsselvreugd in de gemeente Montfoort op te nemen in het PPWW2023. Indiener geeft aan hier een grondpositie te hebben en voorziet op deze locatie 300 woningen. Indiener verwijst naar het besluit van de gemeenteraad waarbij de locatie IJsselvreugd aangewezen als één van de vier uitbreidingslocaties voor woningbouw⁠. Op pagina 25 van het OPPWW is aangegeven: "Met de gemeente is tevens afgesproken dat andere uitleglocaties bij de kern Montfoort in beeld waren vooralsnog niet meer in aanmerking komen opname in de programmering⁠." Niet gemotiveerd is waarom deze keuze is gemaakt, onder meer in het licht van de provinciale ambities en de visie als opgenomen in de Omgevingsvisie⁠. Ook geeft indiener aan dat onduidelijk is waarom beide locaties niet opgenomen zouden kunnen worden in het programma, mede in aanmerking genomen de ambities op het terrein van wonen⁠. Indiener verwijst daarbij ook naar de nog beschikbare ruimte in de bandbreedte voor de Regio U10 die is vastgesteld op 48⁠.500-66⁠.600

De afgelopen periode is overleg geweest tussen de gemeente Montfoort en de Provincie over de mogelijkheid tot het programmeren van nieuwe (uitbreiding-) woonlocaties. Uitgangspunt daarbij was de verstedelijkingsladder, waarbij zoveel mogelijk binnenstedelijk wordt bebouwd en voor zover dat niet toereikend is om te voorzien in de regionale woonbehoefte aansluiten bij stedelijk gebied gekoppeld aan hoogwaardig openbaar vervoer. Aanvullend is er ruimte om met het oog op vitaliteit bij kleine kernen buitenstedelijk te bouwen mits ruimtelijk aanvaardbaar en regionaal afgestemd. Uit een analyse van de Primos-cijfers blijkt dat tot en met 2025 is het niet strikt noodzakelijk om extra uitbreidingslocaties te programmeren in de gemeente Montfoort. Na 2025 is er een behoefte van 25 tot 35 woningen per jaar. Aannemelijk is dat hiervan een klein deel binnenstedelijk kan worden opgelost. In overleg met de gemeente is ervoor gekozen tot 2030 vooralsnog 200 woningen te programmeren op de locatie De Bleek. Dit besluit is in lijn met het eerdere besluit van de gemeenteraad om De Bleek een hogere prioriteit te geven dan de andere locaties. Ten aanzien van de andere twee locaties zijn in het kader van deze programmering geen toezeggingen gedaan over een eventuele programmering op termijn.

Ten aanzien van de opmerking over de nog beschikbare ruimte binnen de bandbreedte merken wij op dat in het Ontwerp Programma een bandbreedte is opgenomen waarbij de onderkant alleen de toename van de woningbehoefte faciliteert en de bovenkant het volledig inlopen van het woningtekort. In het Ontwerp Programma hebben we daarbij opgemerkt dat het niet de ambitie is om het tekort volledig (tot 0%) in te open. Inzet is gericht op het inlopen van het tekort tot 2% hetgeen als een gezond evenwicht wordt gezien. Aanvullend merken we op dat het aantal woningen per gemeente voor wat betreft de binnenstedelijke locaties niet limitatief is. Door bijvoorbeeld plantoeval of planoptimalisatie kunnen meer woningen 37

gerealiseerd worden dan nu van is uitgegaan. Dit geldt echter niet voor uitbreidingslocaties. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23. 29

Gemeente Eemnes

Gemeente ondersteunt het regionaal programmeren maar mist de flexibiliteit die voor ook de versnelling van de woningbouw noodzakelijk is. Gemeente betreurt het dat uitleglocatie Zuidpolder Zuid in Eemnes niet is opgenomen. Gemeente wil in totaal 450 woningen in Zuidpolder bouwen. Door miscommunicatie is de beoogde uitbreiding van de woningbouwlocatie niet meegenomen. De woningbouwlocatie is ook opgenomen in het Ontwikkelbeeld Amersfoort. Gemeente verzoekt om de plannen voor de uitbreiding aan de zuidkant in het programma op te nemen.

De uitleglocatie Zuidpolder Zuid in Eemnes is niet door indiener ingebracht voor deze ronde van het proces van regionaal programmeren (voor het PPWW23). Ook zijn deze locaties nog niet beoordeeld in een zogenaamde snelkooksessie, waarbij de kansrijkheid van de locatie wordt beoordeeld en aandachtspunten voor de verdere planuitwerking worden meegegeven. . We nodigen de gemeente uit om deze locatie indien gewenst voor te dragen voor de volgende van het proces van regionaal programmeren, dat in het derde kwartaal van 2023 start en naar verwachting eind 2024 zal leiden tot een nieuw programma wonen en werken.

Ook verzoekt de gemeente om de plannen aan de noordzijde op te namen. Deze in ieder geval voor de korte termijn ten behoeve van circa 50 flexwoningen voor starters.

Ten aanzien van de wens van de indiener over het programmeren van flexwoningen merken we op dat deze locatie niet een van drie pilots is waaraan op dit moment wordt gewerkt in het kader van Flexwonen. Verder verwijzen wij naar de beantwoording op zienswijze 23 die ook betrekking heeft op de mogelijkheid van het ontwikkelen van flexwoningen. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23.

34

Gemeente Lopik

Gemeente verzoekt het woningbouwplan Zeldenrust (kern Benschop) in de gemeente Lopik op te nemen in het PPWW23. De planvorming loopt al jaren. Na overleg met de provincie is naar een plan toegewerkt voor 20 tot 30 woningen buiten de contour. In een bestuurlijk overleg is toegezegd dat dit plan doorgang kan vinden op basis van de kernrandzone regel. Daarbij is ook gesteld dat het plan getoetst moet worden aan het ganzenrustgebied. Een onderzoek daarover maakt onderdeel uit van de onderbouwing van het plan.

De locatie Zeldenrust maakt geen onderdeel uit van het PPWW23. De locatie is door de gemeente in eerste instantie aangedragen als vitaliteitslocatie (50 woningen buiten stedelijk gebied), maar daarvoor biedt de Interim Omgevingsverordening op deze plek geen ruimte (het valt buiten het gebied waar “verstedelijking onder voorwaarden” mogelijk is). De beoordeling vindt nu plaats in het kader van het Kernrandzone beleid, dat hier wel van toepassing is. Provincie en gemeente zijn hierover overleg. Indien hierover overeenstemming is bereikt, behoeft deze ontwikkeling geen opname in het PPWW alvorens tot realisatie te komen. Bij genoemde beoordeling 38

spelen verschillende provinciale belangen een rol, waaronder inderdaad het ganzenrustgebied. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23.

39

Werklocaties Nr. 05

Indieners Partij Natúúrlijk Houten

Samenvatting zienswijze Indiener vraagt om bij de programmering van de werklocatie Broekweg Noord in Wijk bij Duurstede op te nemen om de fiets en bus (dus: dienstregeling, niet alleen haltes) bereikbaarheid vanuit Houten te verbeteren, zodat dit ook een gunstige werklocatie wordt voor inwoners van Houten. Als suggestie geeft indiener daarbij mee in deze analyse ook de stations Houten, Culemborg en Tiel mee te nemen en te kijken of deze ook voor deze locatie relevant kunnen worden gemaakt.

Reactie en eventuele aanpassing In het OPPWW gaat het om het programmeren van voordoende woon- en werklocaties en waar nodig ook het ruimtelijk mogelijk maken van nieuwe woon en werklocaties. Bij dat laatste vindt een analyse van de mobiliteitsvraagstukken op hoofdlijnen plaats, waarbij een belangrijke vraag is of er voldoende ruimte is binnen het beschikbare mobiliteitsnetwerk om kernen/gebieden ook na ontwikkelingen bereikbaar te houden. Voor de locatie Broekweg Noord is daaruit naar voren gekomen dat deze ontwikkeling geen evenredig effect heeft op de bereikbaarheid binnen de provincie. Het (ontwerp) PPWW heeft niet tot doel om bredere mobiliteitsvraagstukken te onderzoeken of te verbeteren. Deze worden geadresseerd in het nog op te stellen Bereikbaarheidsprogramma 2024-2029 van de provincie Utrecht. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23.

10

Utrechtse natuuren milieuorganisaties (Utrechts Landschap, Natuurmonumenten, IVN, LEU, NMU)

a. Indiener geeft als algemene reactie op de werklocaties aan dat voor alle locaties geldt dat Vrachtverkeer niet of nauwelijks lijkt te worden bekeken. b. Er is onduidelijkheid over het bruto aantal hectares (er wordt gesproken over netto hectares). c. In algemene zin verzoek indiener bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen de mogelijkheden van industriële symbiose mee te nemen in het afwegingskader zodat circulariteit wordt vergroot. d. Voor alle werklocaties verzocht een AERIUS-berekening uit te voeren volgens het meest recente model. e. Voor de werklocaties Amersfoort - Vathorst West, Wijk bij Duurstede –Broekweg Noord en De Ronde Venen –Mijdrecht Noord wordt aandacht voor instandhouding cultuurhistorische en landschappelijke waarden en vergroting van de biodiversiteit. Bij de locaties Amersfoort - Vathorst West, De Ronde Venen –

Mobiliteit (o.a. vrachtverkeer, ov en fietsbereikbaarheid) Alle locaties zijn op voorhand via een integrale ambtelijke beoordeling beoordeeld aan de hand van het provinciaal beleid (Provinciale Omgevingsvisie en de Provinciale Interim Omgevingsverordening). Op het gebied van mobiliteit is daarbij een eerste analyse gemaakt, waarbij locaties die vanuit mobiliteit als niet aanvaardbaar werden geacht ook niet zijn opgenomen in het programma). Bij deze analyse is ook gekeken naar vrachtverkeer. Bij de uiteindelijke planuitwerking, die voor veel locaties nog moet starten, wordt dit verder uitgewerkt. Bij het bestemmingsplan dient uiteindelijk een volledige mobiliteitstoets plaats te vinden, waarbij de verkeersgeneratie gedetailleerder kan worden afgebakend, mede met behulp van CROW-kencijfers (het CROW is een kennisinstantie op het gebied van infrastructuur en openbare ruimte die onder meer kengetallen beschikbaar stelt op het gebied van mobiliteit). Die detailberekeningen kunnen dan ook inzichtelijk maken welke effecten er plaatsvinden en welke maatregelen nodig zijn. 40

Mijdrecht Noord wordt tevens aandacht gevraagd voor weidevogels. f. Specifiek bij de locatie Wijk bij Duurstede –Broekweg Noord wordt gevraagd naar de samenhang met het Zoekgebied voor Zonne-energie.

Bruto en netto hectares De programmeringsruimte bedrijventerreinen hanteert de vraag naar netto hectares bedrijventerrein. Het verschil tussen bruto en netto omvang is afhankelijk van allerlei omstandigheden, opgaven en ambities en worden in de uitwerking van bedrijventerreinplannen bepaald. We verwachten dat door de combinatie van opgaven (bijvoorbeeld landschappelijke inpassing, klimaatadaptatie, energie) de bruto-netto verhouding verandert en ruimer wordt. Industriële symbiose Samen met regio’s wordt momenteel gewerkt aan een uitgiftestrategie. In deze strategie zullen naar verwachting ook afspraken opgenomen worden over het duurzaam inrichten van nieuwe en hernieuwde terreinen voor bedrijven. In dat kader kan ook worden gekeken naar de mogelijkheid van industriële symbiose. Stikstof Voor het antwoord over de AERIUS-berekening wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van indiener (10) onder nieuwe woonlocaties opgenomen in het OPPWW23 Cultuurhistorische en landschappelijke waarden In algemene zin geldt dat alle landschappen binnen onze provincie een hoge kwaliteit hebben, die zijn vastgelegd met kernkwaliteiten in de Omgevingsverordening. Hierdoor hebben in de systematiek van de MER stedelijke uitleglocaties die ten koste gaan van het landelijk gebied altijd een negatieve impact. Immers, openheid wordt bebouwd.

Om dit zoveel mogelijk te voorkomen, wordt door de provincie de verstedelijkingsladder gehanteerd waarbij zoveel mogelijk wordt ingezet op binnenstedelijke verdichting in aansluiting bij OV knooppunten. Daarnaast kijken we bij het beoordelen van nieuwe locaties waar dat het beste kan, waarbij we ook naar alle bestaande omgevingskwaliteiten kijken. Voor werklocaties is dat niet altijd mogelijk. Deze functies hebben voor een groot deel een hogere milieucategorie en kunnen niet binnenstedelijk worden gefaciliteerd. Daarom zetten we als 41

provincie in op het zoveel mogelijk intensiveren, verduurzamen en herstructureren van bestaande bedrijventerrein om daar een deel van de groei te accommoderen. Voor het overige deel van de groei wordt naar nieuwe uitleglocaties gekeken. Voor alle (woon- en) werklocaties moet een gemeente bij de uitwerking de regels van de Omgevingsverordening in acht nemen, inclusief de regels die zien op de bescherming van aanwezige waarden waaronder stilte en het waardevolle agrarische cultuurlandschap. Wij zullen daar ook op toezien. Weidevogels Verwezen wordt naar de eerdere reactie op het themaweidevogels (hoofdstuk 2, indiener 10). Zonne-energie Het RES-zoekgebied zon is een gemeentelijke invulling van de duurzame energieopgave. Het gebied Broekweg-Noord betreft een klein deel van de gehele ‘groene’ zone zoals opgenomen op de kansenkaart zonnevelden van de gemeente. In algemene zin ondersteunen we de oproep dat opwek van zonne-energie een ontwerpopgave is voor een bedrijventerrein, bijvoorbeeld via daken. Dit staat echter buiten de locatiekeuzes van PPWW23. Wel merken we op dat uit de Kamerbrief over de rol van zonne-energie in de energietransitie blijkt dat bij nieuwe gebouwen met een dakoppervlak van 250 vierkante meter of meer vanaf 2025 (verplicht) moeten worden vol gelegd met pv-panelen of zonnecollectoren.

Wij verwachten dat dat ook gevlogen heeft voor het uiteindelijk ontwerp van dit terrein.

Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23. Wel zal in het document Aanpassing en aanvulling MER en Passende beoordeling voor deze locatie een nieuwe Passende beoordeling worden opgenomen volgens de nieuwe versie van AERIUS (2022). 10, 15

Utrechtse natuuren

Lopik –De Copen

Locatie De Copen is door ons beoordeeld als kansrijk, met als randvoorwaarde dat de noodzakelijke investeringen in de infrastructuur 42

milieuorganisaties (Utrechts Landschap, Natuurmonumenten, IVN, LEU, NMU), Werkgroep Behoud Lopikerwaard

Indiener benoemt volgende aandachtspunten: De Copen bevindt zich in het provinciale landschap Groene Hart, waarbij de provincie de kernkwaliteiten openheid, (veen)weidekarakter, rust en stilte wil behouden en versterken. Indiener vraagt zich af hoe de beoogde uitbreiding van De Copen hierin past. Ook vraagt indiener zich af waarom gekozen wordt voor verplaatsing van een milieucategorie 4 bedrijf naar deze locatie. De polderweg in de Lopikerwaard naar deze locatie zal het zware vrachtverkeer dat deze metaalfabriek aantrekt waarschijnlijk niet kunnen dragen. Welke infrastructurele aanpassingen ter plaatse zijn voorzien. Indiener is van mening dat er geen sprake zijn van de vestiging van zware industrie in de Lopikerwaard. Hiervoor zijn Lage Weide in Utrecht en het Klooster in Nieuwegein de aangewezen plekken. Mocht hier geen plek zijn, dan verdient het aanbeveling om voor Roba Metals een plek te zoeken op Gaasperwaard2 of 3De relatief grote afstand tot snelwegen roept de vraag op of deze locatie geschikt is voor een bedrijventerrein. En al helemaal van een milieucategorie 4 bedrijf. De locatie bevindt zich in een laaggelegen veenontginning. Dit gebied is kwetsbaar voor veenoxidatie. Veenoxidatie leidt zowel tot bodemdaling als tot de uitstoot van broeikasgassen en is zeer onwenselijk. Indiener verwijst ook naar het aangrenzend weidevogel-randzone en aan het NNN.

Indiener komt tot de conclusie dat dit een zeer ongewenste ontwikkeling is niet passend op deze locatie. Indiener (15) vindt dat de bebouwing buiten stedelijk gebied en in het waardevol agrarisch cultuurlandschap (Cultuurhistorische Hoofdstructuur provincie Utrecht) gecompenseerd zou moeten worden. Er is voorts te weinig zicht op een goede landschappelijke inpassing.

plaatsvinden. Daarbij is ook richting de gemeente Lopik de kanttekening aangegeven dat deze ontwikkeling, gezien de huidige overbelasting van de N210, we een inperking betekent voor verdere toekomstige woningbouw of bedrijfsontwikkelingen in Lopik en IJsselstein. Bij de planuitwerking zal de gemeente rekening met het Omgevingsbeleid van de Provincie moeten houden en tevens met de specifieke randvoorwaarden die hiervoor zijn opgenomen in het OPPWW23, te weten een zorgvuldige landschappelijke inpassing en de aanpassing van de ontsluiting op deze locatie. Hoe deze ontsluiting er precies uit gaat zien is een onderdeel van de planuitwerking. Ook dient de gemeente bij de planuitwerking de plaatselijke kwaliteit van het NNN in beeld te brengen en waar nodig mitigerende maatregelen te nemen voor de eventuele aantasting van deze kwaliteit. Ten aanzien van het punt Veenoxidatie merken wij op dat de aanleg van een bedrijventerrein zorgt niet voor versterking van de veenoxidatie en dus broeikasgasuitstoot of bodemdaling. Integendeel wordt de veenoxidatie geremd door het opbrengen van ophoogzand. Alternatieven De locaties Lage Weide en Het Klooster zijn niet specifiek aangemerkt als werklocaties voor zware milieu categorieën. Daarnaast zijn beide locaties nagenoeg volledig uitgegeven.

Alternatief voor Roba Metals zou een groter regionaal bedrijventerrein (Gaasperwaard 3) zijn, maar die ontwikkeling laat nog jaren op zich wachten. Ook verplaatsing naar het te ontwikkelen bedrijventerrein De Kroon is verkend, maar bleek niet kansrijk. De nabijheid van de bestaande locatie speelt wel een rol voor de werkgelegenheid. Tevens speelt in de afweging de mogelijkheid om een binnenstedelijke woningbouwlocaties (met beperkte milieu impact) te realiseren, ook een rol. Compensatie Het provinciaal beleid maakt bebouwing buiten bestaand stedelijk gebied onder voorwaarden mogelijk. Onze verordening kent daarbij geen compensatie verplichting, wel een verplichting om zorgvuldig in te passen en daarbij rekening te houden met de kwaliteiten. Deze 43

verplichting is vastgelegd in artikel 7.7 van de Interim Verordening. Bij ontwikkelingen in dit gebied geldt daarmee het principe van behoud door ontwikkeling en vormt de cultuurhistorische waarde een uitgangspunt en inspiratiebron.

22, 14 31

U10, Particulier

Gaasperwaard 3 Vijfheerenlanden Indiener 22 benadrukt het belang van een spoedige ontwikkeling van Gaasperwaard 3 als eerste regionaal bedrijventerrein, maar dringt ook aan op uitgifte eerder dan 2030. Indiener 14 geeft aan dat uit de gegevens van het PBL blijkt dat in dit gebied al te veel werkgelegenheid is t.o.v. het aantal inwoners binnen een 5 km straal. De locatie Gaasperwaard 3 lijkt hiermee een auto-forens locatie te worden. Deze uitbreiding gaat tegen het beleid van functiemenging in en tegen mogelijk maken per fiets en OV naar werk te gaan. Indiener verzoekt om extra energievraag en CO2 uitstoot die door deze keuze ontstaat, te vermelden. Indieners (31) geven aan dat de communicatie rondom het voorgenomen regionale bedrijventerrein Gaasperwaard 3 in de gemeente Vijfheerenlanden wordt ervaren als gebrekkig. Bewoners/omwonenden van Hoef en Haag ervaren dat ze niet vooraf geïnformeerd worden en door de gemeente ook niet goed betrokken worden. Bewoners/omwonenden vragen zich af hoe ze wel actief worden betrokken en zeggenschap kunnen hebben op hun veranderende leefomgeving. Indieners vragen aandacht voor de ontoereikendheid van de huidige infrastructuur en vragen om maatregelen voor de (OV-) bereikbaarheid en ontsluiting van het nieuwe bedrijventerrein.

Daarnaast angst voor overlast extra verkeersbewegingen en geluid door de ontwikkeling van Gaasperwaard 3.Indieners hopen dat de duurzame en groene inrichting van het nieuwe bedrijventerrein ook echt werkelijkheid wordt. Ze hebben slechte ervaringen met de ontwikkeling van Gaasperwaard 1.

Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23. In de programmeringsruimte in het Kader voor programmeren is tot 2030 geen ruimte om een groot regionaal bedrijventerrein te programmeren. Vandaar dat dit regionaal bedrijventerrein pas kan worden uitgegeven vanaf 2030. Dat geldt ook voor een aantal kleinere bedrijventerreinen, die deels voor 2030 en deels daarna zullen worden uitgegeven. Het provinciaal Programma Wonen en werken gaat over wonen en werken, gebaseerd op de verstedelijkingsprincipes zoals opgenomen in de Provinciale Omgevingsvisie. Door verdere concretisering van het beleid voor verstedelijking zoals opgenomen in de Omgevingsvisie draagt dit programma ook bij aan de verwezenlijking van deze CO2-reductiedoelstellingen mobiliteit. In de Omgevingsvisie is onder meer opgenomen dat we bij de locatiekeuze voor nieuwe verstelijking, basisprincipes hanteren. Deze gaan uit van nabijheid en ontwikkeling bij knooppunten. Met het toepassen van deze principes wordt bijgedragen aan het beperken van de automobiliteit. Gaasperwaard 3 is gepland als regionaal bedrijventerrein, waardoor het meer bedrijven uit de regio zal huisvesten. Dit zullen waarschijnlijk ook meer bedrijven zijn die zich niet laten mengen met andere functies. Naar verwachting zal dit een grotere reisafstand voor medewerkers gaan inhouden.

In algemene zin verhuizen bedrijven eigenlijk nooit verder dan 10km afstand ten opzichte van hun bestaande locatie. Specifiek voor de locatie Gaasperwaard III zal bij de planuitwerking moeten worden gekeken hoe deze locatie ook kan worden aangesloten op Hoogwaardig Openbaar Vervoer. Dit is ook al naar aanleiding van de uitkomsten van de PlanMER als aandachtspunt voor de verdere planuitwerking benoemd in het Ontwerp PPWW23. Hierin staat: 44

“Daarnaast dient bij de bij de uitwerking van het bestemmingsplan aandacht te worden besteed aan het bevorderen van de mobiliteitstransitie". Dit betekent dat de gemeente hier bij de planuitwerking invulling aan zal moeten geven De gemeente Vijfheerenlanden leidt het proces van de voorbereidingen om tot ontwikkeling van het regionaal bedrijventerrein Gaasperwaard 3 over te kunnen gaan. Dit gaat in overleg met de andere U10gemeenten en de provincie Utrecht. In het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) van de U10 is destijds al voorgesorteerd op een mogelijk grotere werklocatie in dit gebied. In het kader van de Wet voorkeursrecht gemeenten zijn omwonenden (individueel en/of via bewonersorganisaties/dorpsraden) geïnformeerd en benaderd over de ontwikkeling van Gaasperwaard 3. Er loopt vanuit de gemeente een communicatie- en participatietraject. In de verdere ontwikkeling van dit regionale bedrijventerrein zijn verschillende aandachtspunten, tevens benoemd in de PlanMER, waarvoor nadere maatregelen of oplossingen noodzakelijk zijn. De (OV-) bereikbaarheid en ontsluiting is een belangrijke binnen deze aandachtspunten. Ook de duurzaamheidsaspecten en de groene inrichting/afbakening van deze locatie zijn aandachtspunten die in de verder ontwikkeling geconcretiseerd zullen worden.

24

Stichting Milieuzorg Zeist e.a.

Indieners geven aan dat voor de werklocatie De Bilt / Maartensdijk, ook al is deze locatie al opgenomen in concept-ontwerp omgevingsvisie De Bilt, het goed zou zijn om eerst de milieueffecten daarvan in beeld te brengen voordat deze locatie in PPWW wordt opgenomen.

Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23. Voor de uitvoering van de PlanMER op het niveau van het PPWW hanteren wij bij bedrijventerreinen een ondergrens van 1.5 hectare. De locaties die onder deze grens liggen worden wel beoordeeld via een integrale ambtelijke beoordeling. De verwachting is dat milieueffecten van locaties van deze omvang beperkt zijn dat in aanvulling op de integrale beoordeling, een planMER voor werklocaties met een dergelijke beperkte omvang geen nadere informatie op zal leveren. Bij de verdere planuitwerking is de gemeente evenwel verplicht de milieueffecten in beeld te brengen en te betrekken bij haar verdere planuitwerking. 45

Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23. 29

Gemeente Eemnes

Gemeente betreurt het dat uitleglocatie Zuidpolder Zuid in Eemnes niet is opgenomen inclusief een bedrijventerrein op deze locatie.

Ten aanzien van het niet programmeren van de werklocatie op deze plek gelden dezelfde afwegingen als voor de woonlocatie Zuidpolder Zuid. Wij verwijzen daarvoor naar de beantwoording van het andere deel van de zienswijze van indiener (blz. 38) Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PPWW23.

46

6. Opmerkingen ten aanzien van de planMER Beoordeling: beoordelingskader, autonome ontwikkeling, detailniveau Nr.

Indieners

Samenvatting zienswijze

Reactie en eventuele aanpassing

05

Partij Natúúrlijk Houten

Indiener geeft aan dat in de MER-omgevingsvisie Utrecht het ov-aanbod bij station Houten is als licht ontoereikend is aangemerkt en vraag om in de PlanMER op te nemen hoe het OV-aanbod op treinstation Houten toereikend gemaakt kan worden en aan te geven hoe de extra vervoersvraag uit Odijk hierbij helpt. Daarbij geeft indiener de suggestie een betere busverbinding van Odijk met station Houten te verbeteren. Ook vraagt indiener of de tekst in de PlanMER over het aanpakken van fietsknelpunten nabij Houten betekent dat de hier provincie middelen voor gaat vrijmaken. Ook vraagt indiener aan te geven hoe de extra vervoersvraag uit Vianen kan helpen bij het verbeteren het OV-aanbod van treinstation Houten.

De planMER beoordeelt de door gemeenten aangedragen locaties die op voorhand door de provincie ambtelijk als kansrijk zijn beoordeeld. Bij de beoordeling worden de milieueffecten in beeld gebracht en geeft waar nodig aanbevelingen voor eventuele maatregelen die kunnen worden getroffen om eventuele negatieve effecten te compenseren. De PlanMER heeft niet tot doel het ov-aanbod op treinstation te verbeteren. Voor het overige verwijzen wij naar de beantwoording van de zienswijze van indiener om het kopje Nieuwe werklocaties in het OPPWW23. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de PlanMER.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13016759/2