16.1 Concept Jaarverslag 2025 SGL (incl. jaarrekening
Tekst van het document
Kengetallen BBV In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies, gemeenten en Gemeenschappelijke Regelingen wordt voorgeschreven, dat er in de jaarstukken enkele kengetallen moeten worden opgenomen. Normen Netto schuldquote: < 90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is meest risicovol. Solvabiliteitsratio: > 50% is minst risicovol, 20 - 50% is neutraal, < 20% is meest risicovol. Structurele exploitatieruimte: evenwicht (0 of positief). Kengetallen
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Jaarrekening 2025
17% 17% 34% nvt 0,2% nvt
40% 40% 33% nvt 2,9% nvt
8% 8% 37% nvt 0,9% nvt
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Deze kengetallen geven enig inzicht in de financiële positie en de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de organisatie. • De netto schuldquote geeft een beeld van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een negatieve schuldquote geeft in feite aan dat er per saldo geen sprake is van een schuld. Over 2025 is dit percentage gedaald door aflossingen op leningen en een toename van het eigen vermogen. In de Begroting 2025 werd ervan uitgegaan dat gedurende het jaar vreemd vermogen zou worden aangetrokken ter financiering van diverse investeringen. Dit zal in 2026 naar verwachting alsnog gebeuren. • De solvabiliteitsratio wordt berekend als het percentage van het totale eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen van het schap. Dit geeft inzicht in de mate waarin het schap in staat is om op lange termijn aan al haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Over 2025 is de solvabiliteitsratio significant gestegen door een toename van het eigen vermogen en een afname van het vreemd vermogen. • De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele baten groter zijn dan de structurele lasten. Dit wordt in het kengetal als percentage van de totale baten uitgedrukt. Dit kengetal zegt in feite iets over het structurele jaarrekeningsaldo, d.w.z. zonder alle incidentele baten en lasten.
4.2
Onderhoud kapitaalgoederen
Het goed onderhouden van de gebieden is een belangrijke taak voor het schap om duurzaam gebruik mogelijk te maken. Als basis voor het plannen van regulier- en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen wordt het MJOP gehanteerd. In oktober 2025 heeft het Algemeen Bestuur van het Recreatieschap ingestemd met het nieuwe Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) 2025. Hiermee komt het MJOP zoals ingevoerd in 2021 te vervallen. Het nieuwe onderhoudsplan werd opgesteld op basis van het Terrein Beheer Model (TBM) van
21
Jaarverslag 2025 Staatsbosbeheer en geeft een vooruitzicht in de onderhoudsopgave in de komende twintig jaar. De geplande lasten van groot onderhoud fluctueren van jaar tot jaar. Dit kan een direct en groot effect hebben op het jaarresultaat en daarmee op de jaarlijkse deelnemersbijdrage. Om dit ongewenste effect zoveel mogelijk te voorkomen heeft het Recreatieschap ervoor gekozen om een egalisatievoorziening groot onderhoud in te stellen. Hierbij wordt jaarlijks een gelijkblijvend bedrag in de voorziening gestort en worden de werkelijke lasten van het betreffende jaar aan de voorziening onttrokken. Aan de hand van het TBM is berekend wat jaarlijks aan de voorziening gedoteerd moet worden om te kunnen voldoen aan de onderhoudsopgave die er ligt. Hierbij is rekening gehouden met het saldo van de voorziening dat beschikbaar was uit het oude MJOP. Ten opzichte van het oude MJOP wordt in het MJOP 2025 ook rekening gehouden met de personele inzet door de uitvoeringsorganisatie. De geplande lasten, de dotatie en de werkelijke lasten worden ieder jaar gemonitord. Vanwege de transitie en het capaciteitstekort is in 2023 en 2024 het nodige werk doorgeschoven in de planning. In de nieuwe MJOP zijn deze werken vervolgens opgenomen onder 2025 of -indien mogelijk- opnieuw ingepland in een volgend jaar.
Dat gaf in 2025 de nodige uitdagingen, waardoor nu nog een bedrag van €263k aan uit te voeren groot onderhoud openstaat, wat doorschuift naar 2026. Hiervan is een groot deel in 2025 al opgestart, maar zal ten uitvoer komen in 2026. In onderstaande tabel wordt het meerjarig te verwachten verloop van de onderhoudsvoorziening weergegeven. Stand voorziening
2025
2026
2027
2028
2029
Onderhoudsvoorziening SGL-A Stand voorziening 1 januari Dotatie Onttrekking Stand voorziening 31 december
1.263.727 551.263 265.573 1.549.416
1.549.416 583.906 1.059.307 1.074.015
1.074.015 583.906 534.791 1.123.130
1.123.130 583.906 545.477 1.161.558
1.161.558 583.906 602.746 1.142.718
Onderhoudsvoorziening SGL-B Stand voorziening 1 januari Dotatie Onttrekking Stand voorziening 31 december
381.241 69.193 87.678 362.756
362.756 73.879 127.285 309.350
309.350 73.879 106.547 276.683
276.683 73.879 106.278 244.284
244.284 73.879 62.353 255.810
Totaal stand per 31 december
1.912.172
1.383.365
1.399.812
1.405.842
1.398.528
4.3
Financiering
Kasgeldlimiet Tot het kasgeld behoren alle vlottende schulden < 1 jaar, de contante gelden in kas, de uitgaande gelden < 1 jaar en de tegoeden/ schulden rekening-courant. Doel van de kasgeldlimiet is het beperken van de renterisico’s op de korte schuld. De korte schuld is bedoeld voor de lopende uitgaven en zodoende is de limiet gekoppeld aan het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is bij ministeriële regeling vastgesteld op 8,5% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. De totale lasten van gewone bedrijfsvoering zoals opgenomen in de begroting 2025 bedragen €6.085.892. Zodoende was de te verwachten kasgeldlimiet: 8,5% * €6.085.892 = €517.301. De werkelijke lasten van de gewone bedrijfsvoering ultimo 2025 bedragen €6.934.030, waarmee de definitieve kasgeldlimiet uitkomt op €589.393. Het Recreatieschap voldoet aan deze kasgeldlimiet, aangezien er per saldo geen sprake is van een kortlopende schuld.
Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een limiet aan het renterisico over de lange termijn financiering. Het renterisico is het geldbedrag aan leningen dat in een bepaald jaar aan renteherziening en herfinanciering onderhevig is. Het renterisico mag maximaal 20% van het begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende kalenderjaar bedragen. De renterisiconorm benadrukt het belang van een goede spreiding 22
Jaarverslag 2025 van de leningenportefeuille en de renterisico’s. De verwachte renterisiconorm voor 2025 kan als volgt worden weergegeven: Totaal van de lasten van gewone bedrijfsvoering in de begroting 2025 bedraagt €6.085.892. De verwachte limiet is 20%, zijnde € 1.217.178. Deze limiet werd in 2025 niet overschreden door de aflossingen op de langlopende schulden. Mutaties in de leningenportefeuille: Omschrijving Stand per 1 januari Nieuwe leningen Af: Reguliere aflossing Stand per 31 december Rente
2024 2.580.000
2025 2.426.000
2026* 2.272.000 1.924.240
2027* 4.042.240 1.771.410
2028* 5.563.438
2029* 5.224.655
154.000 2.426.000 44.583
154.000 2.272.000 41.713
154.000 4.042.240 77.489
250.212 5.563.438 131.355
338.783 5.224.655 173.424
338.783 4.885.872 163.159
* Op basis van Begroting 2026
De verwachte leningen in 2026 en 2027 zijn ontleend aan de vastgestelde begroting 2026. Inmiddels is dit beeld bijgesteld op basis van de actuele investeringsplanning en is de verwachting dat in deze jaren een grotere behoefte aan vreemd vermogen zal optreden. Een en ander zal in de loop van 2026 verder in kaart worden gebracht. Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en rentetoerekening Het BBV bevat voorschriften met betrekking tot de rentetoerekening. De interne rentetoerekening is afhankelijk van de verhouding netto rentelasten afgezet tegen de integraal gefinancierde activa. Het Recreatieschap heeft geen grondexploitaties, zodat een aparte renteberekening hiervoor buiten beschouwing kan worden gelaten. Projectfinanciering is eveneens niet van toepassing. De interne rentetoerekening loopt via het taakveld 0.5 Treasury. Over reserves en voorzieningen wordt geen rente toegerekend.
Schatkistbankieren Bij het schatkistbankieren wordt dagelijks het saldo bij een vastgesteld drempelbedrag overgeboekt op een bankrekening ten gunste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Omgekeerd kan het saldo ook worden aangevuld ten laste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Voor het Recreatieschap zijn de benodigde overeenkomsten met het Rijk afgesloten. Zie verder het overzicht in de toelichting op de balans, onderdeel Schatkistbankieren.
4.4
Grondbeleid
De gronden in eigendom van het Recreatieschap zijn een belangrijk middel om de daaraan gekoppelde (beleids) doelen te realiseren. Dat geldt voor vrijwel alle gronden in eigendom en/of erfpacht. In uitzonderlijke gevallen kan de doelstelling daarop vervallen of niet meer doelmatig zijn. Als grond niet nodig is voor het realiseren van de gestelde doelen dan kan deze worden vervreemd. Wanneer dit aan de orde is, zal dit worden voorgelegd aan het bestuur.
Financieel Naast het algemene uitgangspunt van financiële optimalisatie is de inzet vooral gericht op het behoud van het huidige niveau van inkomsten in de schapsbegroting, zulks in relatie tot de met eigendom/erfpacht samenhangende kosten. Binnen Recreatieschap Stichtse Groenlanden zijn circa 250 locaties waarbij het huidige gebruik van grond niet overeenkomt met de formele zeggenschap of waarbij contracten of afspraken ontbreken. Dit leidt tot onduidelijkheid in beheer, juridische risico’s en beïnvloedt de begroting omdat niet altijd vaststaat welke terreinen SGL wel of niet moet beheren.
23
Jaarverslag 2025 In 2025 is een quickscan uitgevoerd bij gemeenten en de provincie Utrecht om ontbrekende informatie boven water te krijgen, maar dit heeft niet geleid tot vermindering van het aantal issues. Een voorstel om met een projectmatige aanpak alsnog op de belangrijkste issues duidelijkheid te creëren over eigendom en beheerverantwoordelijkheid wordt voorbereid.
4.5
Bedrijfsvoering
Recreatieschap Stichtse Groenlanden is een bestuurlijke organisatie en heeft geen eigen personeel in dienst. Uitvoering van de eigen kerntaken vereist derhalve een derde uitvoerende partij. Dit is Staatsbosbeheer. Bij de vigerende Samenwerkingsovereenkomst (SOK) hoort een volmacht- en mandaatlijst. De in de SOK opgenomen indexatie is voor 2025 toegepast. Begroting 2025 versus realisatie voor SGL als geheel Vooruitlopend op de nog te implementeren Producten- en Dienstencatalogus (PDC) is in 2025 door de medewerkers van Staatsbosbeheer tijd geschreven op productniveau. In totaal is in 2025 door Staatsbosbeheer een bedrag van €3,2 mln doorbelast voor de verschillende programmaonderdelen. Conform Samenwerkingsovereenkomst (SOK) tussen het Recreatieschap en Staatsbosbeheer was de maximale doorbelasting €3,4 mln. Dit bedrag is in de SOK niet verder gespecificeerd. Het schrijven op productniveau levert waardevolle kennis op, waarmee Staatsbosbeer in de toekomst haar bedrijfsvoering beter kan afstemmen op de wensen en benodigdheden van het Recreatieschap. SGL-A
Omschrijving
Begroting 2025
SGL-B
Realisatie 2025
Begroting 2025
SGL Totaal
Realisatie 2025
Begroting 2025
Realisatie 2025
Beheerinformatie
54.091
250.277
11.305
17.624
65.397
267.901
Uitvoeren Terreininspecties Ondersteuning recreatie-, landschaps- en natuurbeheer uitvoeren Terreinbeheer RO 30% Omgevingscommunicatie Beheer vastgoed en gronden (rentmeesterschap) Toezicht en Handhaving Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen Zorg en arbeidsparticipatie Advies marketing
47.142
76.176
32.384
25.428
79.526
101.604
107.053
23.866
2.689
-
109.742
23.866
711.130
634.563
323.135
369.994
1.034.265
1.004.557 42.243
Vrijwilligers en actief burgerschap Totaal Gebiedsbeheer Adviesdiensten strategische vastgoed
64.163
30.173
11.706
12.070
75.869
215.394
79.133
23.092
18.532
238.486
97.665
400.300
316.455
247.992
219.790
648.292
536.245
3.504
87.744
75
9.312
3.579
97.056
-
-
-
-
-
-
5.874
-
4.728
-
10.602
-
-
-
-
-
-
657.106
672.750
2.265.758
2.171.136
1.608.652
1.498.386
-
163.600
107.111
2.069
14.639
165.668
121.750
Plan- en projectvoorbereiding
131.393
142.168
113.375
115.711
244.768
257.879
Totaal Plannen maken Accountmanagement Bestuursadvies
294.993
249.279
115.443
130.350
410.436
379.628
105.103
140.304
21.231
45.523
126.334
185.826
5.490
-
16.251
19.530
21.741
19.530
Secretariaat Plan van aanpak visie SGL
7.414
-
-
-
7.414
-
5.317
-
-
-
5.317
-
123.324
140.304
37.482
65.052
160.806
205.356
Totaal Bestuurlijke diensten Financieel beleid
345
1.529
-
556
345
2.085
Planning en control VIC - Rechtmatigheid
388.799
339.607
138.559
84.726
527.359
424.333
-
5.635
-
1.564
-
7.198
Totaal Financiële diensten
389.145
346.771
138.559
86.845
527.704
433.616
Aansprakelijkheid Juridische ondersteuning Procederen Opstellen gemeenschappelijke regeling WOO-procedures
-
-
-
-
-
-
19.541 1.249
6.213 3.273
11.306 -
4.900 -
30.847 1.249
11.113 3.273
Totaal Juridische diensten Totaal personele lasten
20.791
9.486
11.306
4.900
32.097
14.386
2.436.904
2.244.226
959.896
959.896
3.396.800
3.204.122
24
Jaarverslag 2025 Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: voorwaardencriterium, begrotingscriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium, hieronder nader toegelicht: 1. Het voorwaardencriterium: alle financiële beheershandelingen zijn verricht in overeenstemming met wet- en regelgeving. 2. Het begrotingscriterium: Alle lasten in het begrotingsjaar vallen binnen de begroting (incl. wijzigingen) zoals door het algemeen bestuur is goedgekeurd. Een aantal begrotingsoverschrijdingen is niet verwijtbaar aan het dagelijks bestuur, bijvoorbeeld omdat ze niet voorzienbaar waren of omdat er ook hogere baten aan ten grondslag liggen. 3. Het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium: het dagelijks bestuur heeft voldoende waarborgen genomen om te voorkomen dat als gevolg van misbruik of oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen zijn verleend of een te laag dan wel geen bedrag aan heffingen aan het Recreatieschap is betaald. Verder dient hierbij opgemerkt te worden dat rechtmatigheid breder is dan bovengenoemde drie criteria. De andere zes criteria (calculatie, valutering, adressering, volledigheid, aanvaardbaarheid en levering) worden afgedekt door het getrouw beeld en de accountant zal hierover haar oordeel geven.
Het dagelijks bestuur is niet verplicht om hier afzonderlijk over te rapporteren. Rechtmatigheidsverantwoording 2025 Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor een rechtmatige uitvoering van de begroting. Waar het tot 2022 nog gebruikelijk was dat de controlerend accountant de controle uitvoert en hierover rapporteert aan het algemeen bestuur, rapporteert het dagelijks bestuur dit vanaf boekjaar 2023 zelfstandig door middel van de rechtmatigheidsverantwoording. Het dagelijks bestuur van het Recreatieschap geeft aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, en ook de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met de bepalingen vermeld in de documenten van de lijst met relevante wet- en regelgeving van het normenkader rechtmatigheid 2025, vastgesteld door het algemeen bestuur, en de grenzen inzake toelichtingen opgenomen in de financiële verordening 2025 van het Recreatieschap (eveneens vastgesteld door het algemeen bestuur). In het normenkader rechtmatigheid is opgenomen dat een grens voor de rechtmatigheidsverantwoording van 2% van de lasten exclusief toevoegingen aan de reserves wordt gehanteerd. Voor 2025 bedraagt deze grens €142.000. Onderstaand worden eventuele geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan €10.000,- én meer dan 10% nader toegelicht, e.e.a.
conform de financiële verordening 2025 van het Recreatieschap. Toelichting op de afwijkingen 2025 per onderstaande onderscheiden processen Ten behoeve van de rechtmatigheidsverantwoording is door Baker Tilly Business Advisory een verbijzonderde interne controle (VIC) uitgevoerd. Het onderzoek naar de verschillende processen is 6 maart 2026 afgerond. Hier komen de volgende bevindingen uit voort: Aanbestedingen Conclusie Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties wel/niet rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde kaders. De geconstateerde afwijkingen betreffen samengevat:
25
Jaarverslag 2025
4.6
Openbaarheid
De openbaarheidsparagraaf beschrijft de activiteiten die in 2025 zijn uitgevoerd ten aanzien van actieve en passieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking Overheidsorganisaties geven vastgoed in beginsel alleen uit via een openbare procedure. Maar in uitzonderingsgevallen doen we dat ook onderhands: wanneer bij voorbaat vaststaat dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de overeenkomst. Dit voornemen met de motivering ervan maken we vooraf bekend via de website. Daarmee geven we invulling aan het Didam-arrest (Hoge Raad d.d. 26 november 2021). Het bestuur van Recreatieschap Stichtse Groenlanden komt regelmatig in vergadering bijeen. De agenda’s, besluiten en verslagen van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn (in principe) openbaar. Passieve openbaarmaking In het verslagjaar zijn twee WOO verzoeken ontvangen. De eerste verzoek heeft betrekking gehad op een ongeluk in het natuurgedeelte van de Haarrijnseplas in de zomer van 2024. Verzoekster heeft gevraagd of het Recreatieschap bekend was met het feit dat er vanaf Corona tot en met 2024 sprake is geweest van zwemmers in het (natuur-)gedeelte van de plas en of hiervan melding is gedaan bij de Gemeente Utrecht. Omdat er geen documenten zijn aangetroffen die onder het verzoek vallen is het Woo-verzoek afgewezen.
Het tweede verzoek betrof het al dan niet afgeven van ontheffingen op de Vinkeveense Plassen en met name documenten die zien op intern beleid en/of afspraken die zien op het wel of niet verlenen van ligplaatsontheffingen op de Vinkeveense Plassen over de periode 22 mei 2020 tot en met 21 mei 2025. Jaar
Aantal verzoeken
Betreft
2025
2
- Haarrijnse plas - Ligplaatsontheffingen VVP
26
5 Jaarrekening 2025 5.1
Balans per 31 december 2025
ACTIVA
31 december 2025
31 december 2024
113.275 65.647 47.628
141.343 91.069 50.274
6.304.406 2.152.751 4.151.655
6.521.008 2.241.925 4.279.083
Financiële vaste activa Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
34.795 34.795
53.147 53.147
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < dan 1 jaar Overige vorderingen
3.780.617 1.028.720 2.696.622 55.275
2.872.232 290.248 2.275.278 306.705
Liquide middelen Kas Banksaldi
342.826 2.058 340.769
301.310 3.255 298.055
Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
139.079
1.420.515
Vaste activa Immateriële vaste activa Investeringen onderzoek, ontwikkeling, bijdragen Bijdragen in activa eigendom van derden Materiële vaste activa Investeringen met economisch nut Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal
27
-
-
139.079
1.420.515
10.714.998
11.309.556
Jaarrekening 2025 PASSIVA
31 december 2025
31 december 2024
Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
3.927.556 1.272.998 2.549.907 104.651
3.894.908 981.163 2.572.588 341.157
Voorzieningen Onderhoudsegalisatievoorzieningen
1.912.172 1.912.172
1.644.968 1.644.968
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Afkoopsommen
2.679.651
2.913.330
2.272.000 16.162
2.426.000 17.662
391.490
469.668
267.398 267.398
713.706 713.706
1.928.221
2.142.644
202.708
525.370
1.724.298
1.616.059
1.215
1.215
10.714.998
11.309.556
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar Overige schulden Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal
28
Jaarrekening 2025
5.2
Overzicht van baten en lasten 2025
Programma instandhoudingsgebieden
LASTEN Begroting Realisatie 2024 Begroting 2025 2025 na 1e wijziging
Realisatie 2025
BATEN Begroting Realisatie 2024 Begroting 2025 2025 na 1e wijziging
Realisatie 2025
SALDO Begroting Realisatie 2024 Begroting 2025 2025 na 1e wijziging
Realisatie 2025
Personeel Materieel Totaal Gebiedsbeheer
2.028.816 3.156.284 5.185.100
2.190.758 2.687.462 4.878.220
2.265.758 3.485.438 5.751.196
2.171.136 3.429.040 5.600.176
0 1.997.374 1.997.374
0 1.388.708 1.388.708
0 1.969.806 1.969.806
0 2.055.707 2.055.707
-2.028.816 -1.158.910 -3.187.726
-2.190.758 -1.298.754 -3.489.512
-2.265.758 -1.515.632 -3.781.389
-2.171.136 -1.373.333 -3.544.469
Personeel Totaal Plannen maken
421.423 421.423
410.436 410.436
410.436 410.436
379.628 379.628
0 0
0 0
0 0
0 0
-421.423 -421.423
-410.436 -410.436
-410.436 -410.436
-379.628 -379.628
Totaal Overhead
937.067
797.236
1.030.024
954.227
71.017
0
71.017
75.070
-866.049
-797.236
-959.006
-879.157
0
0
0
0
4.458.385
4.819.936
4.900.269
4.900.269
4.458.385
4.819.936
4.900.269
4.900.269
6.543.589
6.085.892
7.191.656
6.934.030
6.526.776
6.208.644
6.941.092
7.031.046
-16.813
122.752
-250.563
97.016
0
0
334.391
165.980
0
0
283.995
101.612
0
0
-50.396
-64.368
6.543.589
6.085.892
7.526.047
7.100.011
6.526.776
6.208.644
7.225.087
7.132.658
-16.813
122.752
-300.959
32.648
296.380
310.674
286.044
300.301
654.349
241.498
287.915
372.304
357.969
-69.176
1.871
72.003
6.839.969
6.396.566
7.812.091
7.400.311
7.181.125
6.450.142
7.513.002
7.504.962
341.156
53.576
-299.088
104.651
Totaal Algemene middelen Saldo gewone bedrijfsvoering Totaal Kredieten Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen reserves Gerealiseerd resultaat
29
Jaarrekening 2025 Met ingang van begrotingsjaar 2023 is gekozen voor één programma, te weten het programma “Instandhouding gebieden”. Dit programma is opgebouwd uit de volgende onderdelen: • Gebiedsbeheer; • Plannen maken; • Overhead; • Algemene dekkingsmiddelen; • Projectkredieten; • Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Het overzicht van baten en lasten is als volgt opgebouwd: • Saldo van baten en lasten: Dit onderdeel betreft de exploitatielasten en –baten van de structurele activiteiten. Dit zijn de jaarlijks min of meer in dezelfde vorm terugkerende activiteiten. Op basis van deze informatie kunnen meerjarige trends en ontwikkelingen worden geschetst. • Baten en lasten Projectkredieten: De projectkredieten hebben betrekking op uitgaven gerelateerd aan activiteiten die zorgen voor veranderingen in de natuur- en recreatiegebieden, zoals investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Deze uitgaven worden gedekt vanuit bijdragen derden (subsidies, bijdragen) en/of onttrekkingen aan de algemene of bestemmingsreserves. • Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves: Dit onderdeel omvat alle mutaties (stortingen en onttrekkingen) in de reserves.
5.3
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening 2025 van het schap, waarin door het algemeen bestuur op 11 december 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van het Recreatieschap.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening •
•
•
•
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar.
Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel als verplichting opgenomen te worden.
30
Jaarrekening 2025 Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 11 december 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld.
o Ten aanzien van het M&O criterium is artikel 13 van de financiële verordening van toepassing leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 2% (werkelijke lasten exclusief dotaties in reserves) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen. Deze grens bedraagt €142.000; o Een rapporteringstolerantie van € 10.000 en meer dan 10% is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
Algemeen Hieronder is bij de diverse onderdelen van de activa en passiva een toelichting gegeven.
Vaste activa Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in vijf jaar afgeschreven. Bijdragen aan activa in eigendom derden worden conform de afschrijvingstermijn van de eigenaar van de activa afgeschreven. Materiële vaste activa Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak die aan de vervaardiging van het actief worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze kosten worden geactiveerd. Investeringen met economisch en maatschappelijk nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. 31
Jaarrekening 2025 De volgende afschrijvingspercentages worden gehanteerd: Actief
Percentage
Grond en water
0%
Bouwkundige werken
2,5% - 20%
Beschoeiing
2,5% - 4%
Bedrijfsgebouwen
4% - 20%
Machines, apparaten en installaties
5% - 20%
Woonruimtes
6,67% - 20%
Vervoermiddelen
8,33% - 20%
Overige vaste activa
4% - 20%
Routes
10%
Financiële vaste activa De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) verminderd met de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten (of vrijval) en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid op de boekwaarde in mindering gebracht.
Vlottende activa Voorraden Conform de notitie materiële vaste activa van de commissie BBV dienen activa, waarvan het voornemen bestaat deze te verkopen, verantwoord te worden onder de voorraden. Deze activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende activa De liquide middelen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Eigen vermogen Dit betreffen de Algemene Reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat.
Passiva Voorzieningen De onderhoudsegalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren grootonderhoud aan de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen die is opgenomen in het jaarverslag is het beleid ter zake nader uiteengezet. De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord.
32
Jaarrekening 2025 Vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer De vaste schulden worden tegen nominale waarde gewaardeerd, verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. Hieronder vallen langlopende leningen, waarborgsommen en afkoopsommen. Vlottende schulden met een rente typische looptijd van één jaar of korter De vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn en de overlopende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
5.4
Toelichting op de balans
Vaste activa Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Immateriële vaste activa
Boekwaarde 0101 2025
Herrubricering
Investeringen
Desinvesteringen
Bijdragen van derden
Afschrijvingen
Afwaarderingen
Boekwaarde 3112 2025 65.646
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
91.069
-
-
-
25.422
-
-
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
50.274
-
-
-
2.646
-
-
47.628
Totaal
141.343
-
-
-
28.068
-
-
113.274
In 2025 hebben zich geen investeringen in de immateriële vaste activa voorgedaan. De post ‘Bijdragen aan activa in eigendom van derden’ bestaat volledig uit de bijdrage aan de pumptrack in het Noorderpark Ruigenhoek, dat eigendom is van de Gemeente Utrecht. Materiële vaste activa Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer: Investeringen met een economisch nut
Boekwaarde 0101 2025
Herrubricering
Investeringen
Desinvesteringen
Bijdragen van derden
Afschrijvingen
Afwaarderingen
Boekwaarde 3112 2025 596.789
Gronden en terreinen
596.789
-
-
-
-
-
-
Bedrijfsgebouwen
56.382
-
-
-
3.350
-
-
53.032
1.004.038
-
-
-
96.952
-
-
907.086
Grond- weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen
9.075
-
-
-
895
-
-
8.180
Machines en apparaten
453.651
-
-
-
29.823
-
-
423.828
Overige materiële activa
121.991
5.038
46.480
-
25.476
-
-
148.032
-
-
15.806
-
-
-
-
15.806
2.241.925
5.038
62.286
-
156.497
-
-
2.152.752
Activa in bewerking Totaal
De investeringen met economisch nut in 2025 betreffen: Omschrijving Drijflijnen Strandbad Maarsseveense Plassen Portofoons en toebehoren Strandbad Maarsseveense Plassen Speeltoestel Strandbad Maarsseveense Plassen Totaal
Investeringsbedrag 36.373 5.069 5.038 46.480
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met maatschappelijk nut weer:
33
Jaarrekening 2025 Investeringen met een maatschappelijk nut
Boekwaarde 0101 2025
Gronden en terreinen
Herrubricering
Investeringen
Desinvesteringen
Bijdragen van derden
Afschrijvingen
Afwaarderingen
Boekwaarde 3112 2025 1.377.431
1.377.431
-
-
-
-
-
-
5.537
-
-
-
1.846
-
-
3.691
2.869.093
20.950-
-
-
185.260
-
-
2.662.883
Vervoermiddelen
-
-
-
-
-
-
-
-
Machines en apparaten
-
-
-
-
-
-
-
-
Overige materiële activa
27.023
15.912
18.713
-
5.174
-
-
56.475
-
-
51.176
-
-
-
-
51.176
4.279.083
5.038-
69.889
-
192.280
-
-
4.151.655
Bedrijfsgebouwen Grond- weg- en waterbouwkundige werken
Activa in bewerking Totaal
De investeringen met maatschappelijk nut in 2025 betreffen: Omschrijving Speeltoestellen Ruigenhoek Bevestigingsplaten toiletcabines Strijkviertel en Maarsseveense Plassen Totaal
Investeringsbedrag 16.864 1.849 18.713
Van de investeringen met maatschappelijk nut heeft € 2.592.815 (per eind 2025) betrekking op investeringen van vóór 2018. Financiële vaste activa De financiële vaste activa bestaan uit de vooruitbetaalde vergoedingen aan grondeigenaren ten behoeve van de wandelpaden. Deze vooruitbetalingen beslaan doorgaans een periode van 5 tot 10 jaar. Financiële vaste activa
Boekwaarde 0101 2025
Herrubricering
Investeringen
Desinvesteringen
Bijdragen van derden
Vrijval
Afwaarderingen
Boekwaarde 3112 2025
Vooruitbetaalde contracten (wandelroutes)
53.148
-
-
-
18.352
-
-
34.795
Totaal
53.148
-
-
-
18.352
-
-
34.795
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar zijn als volgt onderverdeeld: Uitzetting per 31-12-2024 Vorderingen op openbare lichamen
Voorziening oninbaarheid
Boekwaarde per 31-12-2024
Uitzetting per 31-12-2025
Voorziening oninbaarheid
Boekwaarde per 31-12-2025
290.248
-
290.248
1.028.720
-
1.028.720
2.275.278
-
2.275.278
2.696.622
-
2.696.622
308.056
1.351
306.705
66.113
10.838
55.275
2.873.582
1.351
2.872.231
3.791.455
10.838
3.780.617
Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Overige verstrekte kasgeldleningen Uitzettingen in 's Rijks schatkist Rekening-courantverhouding met het Rijk Rekening-courantverhouding met niet-financiële instellingen Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier Overige vorderingen Overige uitzettingen Totaal
Vorderingen op openbare lichamen De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit openstaande debiteuren betreffende diverse gemeenten en de Provincie Utrecht. Gelet op de aard van de vorderingen wordt het niet noodzakelijk geacht een voorziening voor oninbaarheid te vormen. De grote toename in het saldo ‘Vorderingen op openbare lichamen’ ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt doordat de door te schuiven BTW al in boekjaar 2025 is gefactureerd aan de deelnemers van het Recreatieschap. In 2024 werd hier een positie voor opgenomen onder de overlopende activa, waarna daadwerkelijke facturatie pas volgde in het eerste kwartaal van 2025.
34
Jaarrekening 2025 Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist Op balansdatum had SGL geen overtollige middelen boven de drempel van het schatkistbankieren in het kader van de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Er is echter een aantal uitzonderingen, zoals het drempelbedrag. Dit is een minimumbedrag afhankelijk van de omvang van de organisatie dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor SGL was dat voor 2025 een drempelbedrag van € 1.000.000. Voor organisaties met een begrotingstotaal kleiner dan €500 mln. geldt immers de drempel van € 1.000.000. SGL heeft met de BNG de afspraak gemaakt dat het saldo boven de € 1.000.000 op de reguliere betaalrekening automatisch dagelijks wordt afgeroomd naar het schatkistbankieren. In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen in 2025 is geweest:
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) (1)
Verslagjaar 1000 Kwartaal 1 Kwartaal 2
Drempelbedrag
(3a) = (1) > (2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
(2)
Kwartaal 3
Kwartaal 4
402
414
376
324
598
586
624
676
-
-
-
-
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
36.200
37.707
34.593
29.802
90
91
92
92
402
414
376
324
(1) Berekening drempelbedrag (4a) (4b) (4c)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
Verslagjaar 6.086 6.086
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het Drempelbedrag drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
1000
Kwartaal 1 (5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Uit de tabel blijkt dat geen sprake is van een overschrijding van het drempelbedrag gedurende 2025.
Overige vorderingen De overige vorderingen betreffen debiteuren voor een bedrag van €66.113. Dit bedrag is aanzienlijk lager dan de positie die ultimo 2024 op de balans stond. Daar ligt aan ten grondslag dat laat in 2024 nog werd gefactureerd voor de huren en pachten. In 2025 is werk gemaakt van een betere contractadministratie, waardoor tijdig gefactureerd kon worden. Ten opzichte van 2024 is de voorziening voor dubieuze debiteuren opgehoogd met een bedrag van €9.487 voor mogelijk oninbare posten.
35
Jaarrekening 2025 Boekwaarde per Boekwaarde per 31-12-2024 31-12-2025 308.056 66.113 1.351 10.838 306.705 55.275
Debiteuren Voorziening dubieuze debiteuren Totaal
Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Boekwaarde per Boekwaarde per 31-12-2024 31-12-2025 Kassaldi 3.255 2.058 Banksaldi 298.055 340.769 Totaal 301.310 342.826 Overlopende activa De overlopende activa bestaan uit de volgende onderdelen.
Van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Europese overheidslichamen - Het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Totaal
Boekwaarde per 31-12-2024
Boekwaarde per 31-12-2025
-
-
1.407.768 12.746 1.420.515
135.003 4.076 139.079
Nog te ontvangen bedragen Nog te ontvangen bedragen zijn opbrengsten die betrekking hebben op 2025, maar pas in een volgend jaar daadwerkelijk tot een ontvangst leiden. De nog te ontvangen bedragen bestaan ultimo 2025 uit:
Omschrijving Afrekening zandsuppletie Honswijkerplas 2025 Eenmalige uitkering Routebureau Utrecht Nog te ontvangen RC rente 2025-Q4 Te vorderen BTW Nog te factureren BCF deelnemers Overige bedragen < € 5.000 Totaal
Bedrag 64.256 22.672 22.277 18.399 4.602 2.796 135.003
De grote afname in het saldo ‘Nog te ontvangen bedragen’ ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt doordat de door te schuiven BTW al in boekjaar 2025 is gefactureerd aan de deelnemers van het Recreatieschap. Dit vertaalt zich in een hoger saldo ‘Vorderingen op openbare lichamen’. In 2024 werd hier een positie voor opgenomen onder de overlopende activa, waarna daadwerkelijke facturatie pas volgde in het eerste kwartaal van 2025.
36
Jaarrekening 2025 Daarnaast was er ultimo 2024 nog een grote kredietnota te ontvangen van Staatsbosbeheer en stond er een grote vordering open op de Belastingdienst. Vooruitbetaalde bedragen Vooruitbetaalde bedragen zijn bedragen die voor 31 december 2025 betaalbaar zijn gesteld, maar waarvan de lasten betrekking hebben op latere jaren. De vooruitbetaalde bedragen bestaan ultimo boekjaar uit:
Omschrijving Vooruitbetaalde facturen 2026 Totaal
Bedrag 4.076 4.076
Vaste Passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen van SGL wordt gevormd door de algemene reserves, bestemmingsreserves en het rekeningresultaat van beide programmagebieden. Stand per 31-12-2024 899.735 45.378 971.395 11.171 23.270 48.900 489.241 412.689 16.000 84.849 4.500 288.110 11.111 0 2.406.614
Resultaat 2024 222.926
Algemene reserve SGL-B Reserve Duiken Reserve Legakkers beschoeiingen Reserve uitvoeringsprogramma VVP Reserve gevolgen verkoop legakkers Bestemmingsreserve inspecties Bestemmingsreserve transitiekosten Bestemmingsreserve Investeringen Bestemmingsreserves SGL-B
81.429 11.029 62.053 19.844 33.247 33.233 6.570 0 165.975
68.908
Gerealiseerd resultaat SGL-A Gerealiseerd resultaat SGL-B
272.248 68.908
-272.248 -68.908
3.894.908
0
Reserve Algemene reserve SGL-A Reserve natuurontwikkeling fietspaden Reserve inrichting 't Waal / Honswijkerplas Herplantfonds Nedereindseplas Reserve fietspad Nieuw Wulven Calamiteiten fonds Reserve ontwikkelplan MVP Reserve ontwikkelplan komende jaren Reserve boomveiligheid Reserve Heemstede Noord Strategische keuzes reserve Bestemmingsreserve inspecties Bestemmingsreserve Transitiekosten Bestemmingsreserve Haarrijnseplas Bestemmingsreserves SGL-A
TOTAAL RESERVES
Toevoegingen 2025
Onttrekkingen 2025
64.256
64.307
Resultaat 2025
0
Stand per 31-12-2025 1.122.661 45.378 971.344 11.171 17.453 48.900 450.929 497.030 16.000 78.249 4.500 219.713 11.111 0 2.371.778
5.817
125.000
38.311 40.659 6.600
49.322 49.322
38.580
106.977
227.836
49.322 311.994
0
150.337 11.029 51.653 19.844 33.247 0 6.570 55.787 178.129
41.677 62.974
41.677 62.974
104.651
3.927.556
10.400
0
4.767
38.000
67.697 72.464
11.910 60.310
300.300
372.304
Algemene reserve (programmagebied A en B) De Algemene reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers.
Algemene reserve SGL-A Saldo 1 januari Bij: Bestemming resultaat Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december 37
2024 968.502 -99.864
2025 899.736 222.926
-31.098 899.736
1.122.662
Jaarrekening 2025 Algemene reserve SGL-B Saldo 1 januari Bij: Bestemming resultaat Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december
2024 -75.516 205.065
2025 81.429 68.908
48.120 81.429
150.337
Gerealiseerd resultaat SGL-A SGL-B Gerealiseerd resultaat SGL
2024 272.248 68.908 341.156
2025 41.677 62.974 104.651
Reserve natuurontwikkeling fietspaden Betreft een reserve t.b.v. ontwikkeling van natuur langs fiets- en wandelpaden in het Noorderpark. Dit bedrag zal worden aangewend bij nadere inrichting van dit gebied. In 2025 zijn er geen mutaties geweest. Reserve inrichting ’t Waal / Honswijkerplas Ten behoeve van het inrichtingsplan ’t Waal is een contract gesloten met een ontzander. Hierin is afgesproken, dat de ontzander het gebied recreatief zal inrichten. Tevens betaalt hij, ter dekking van in het verleden door het recreatieschap gedane investeringen en in het kader van afkoop van een 20jarige beheer- en onderhoudsverplichting, in totaal ruim € 944.100.
Reserve inrichting ’t Waal / Honswijkerplas Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december
2024 963.718 53.403 45.726 971.395
Specificatie toevoegingen: - Opbrengst zandsuppletie Honswijkerplas Totaal toevoegingen
2025 971.395 64.256 64.307 971.344
64.256 64.256
Specificatie onttrekkingen: - Bijdrage beheer en onderhoud Honswijkerplas - Uitvoering PvA Ontwikkeling Honswijkerwaard - Onderhoud boomgaard Tull en 't Waal Totaal onttrekkingen
cf Begroting 2025 cf AB 10-07-2025 cf DB 24-10-2023
50.000 11.389 2.918 64.307
Herplantfonds Nedereindse Plas Dit bedrag is een aantal jaren geleden ontvangen, nadat op de Nedereindse Plas schade aan de beplantingen werd aangericht. Van deze reserve vindt, na voltooiing van de sanering, herplanting bij de plas plaats. In 2025 hebben geen mutaties op deze reserve plaatsgevonden. Reserve fietspad Nieuw Wulven Door het bestuur is uit het opgebouwde bedrag voor nieuw beleid in 2009 € 116.300 beschikbaar gesteld voor volledige ontsluiting van het fietspad Nieuw Wulven. Aan dit bedrag wordt jaarlijks € 5.817 onttrokken ter egalisatie van de afschrijvingslasten van het fietspad.
38
Jaarrekening 2025 Reserve fietspad Nieuw Wulven Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december Specificatie onttrekkingen: - Afschrijvingslasten 2025 Totaal onttrekkingen
2024 29.087
2025 23.270
5.817 23.270
5.817 17.453
cf Begroting 2025
5.817 5.817
Calamiteiten fonds Een van de uitganspunten van de 2e budgetfinancieringscyclus was de opbouw van een calamiteitenreserve. Daarbij werd afgesproken, dat een jaarlijks bedrag van € 25.000 als ‘Onvoorzien’ in de begroting werd opgevoerd t.b.v. opvang calamiteiten. Het maximum van de reserve is gesteld op € 100.000 eventueel verhoogd met de jaarlijkse prijsindex (voor 2015 t/m 2018 is de nullijn gehanteerd). Uitgaven ten laste van deze post worden gedaan op basis van besluiten van het dagelijks bestuur. In 2025 is de reserve niet aangesproken. Reserve ontwikkelplan Maarsseveense plassen + Reserve ontwikkelplan komende jaren Uitrollen van diverse ontwikkelplannen goedgekeurd door het bestuur in 2015. Voor zover bedragen aangewend zijn, staan deze genoemd onder de diverse ontwikkelplannen en vallen vrij gelijktijdig met de uit investeringen gegenereerde afschrijvingen.
Reserve ontwikkelplan Maarsseveense plassen Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december Specificatie onttrekkingen: - Afschrijvingslasten 2025 - Vrijval ivm te hoge reservering afschrijven 2017 Totaal onttrekkingen
Reserve ontwikkelplan komende jaren Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december
2024 504.045
2025 489.241
14.804 489.241
38.311 450.929
cf Begroting 2025 cf Begr.Wijz. 2025
14.804 23.507 38.311
2024 334.356 125.000 46.667 412.689
2025 412.689 125.000 40.659 497.030
Specificatie toevoegingen: - Toevoeging reserve Totaal toevoegingen
cf Begroting 2025
125.000 125.000
Specificatie onttrekkingen: - Onttrekking reserve - Afschrijvingslasten 2025 - Bijdrage project Herziening Verordening Totaal onttrekkingen
cf Begroting 2025 cf Begr.wijz. 2025 cf AB 11-04-2024
20.000 729 19.931 40.659
39
Jaarrekening 2025 Reserve boomveiligheid Reserve gevormd in 2017 in verband met uit te voeren onderzoek naar boomveiligheid. In 2025 waren er geen mutaties op deze reserve. Reserve Heemstede Noord In 2021 heeft de Provincie Utrecht, in het kader van Recreatie om de Stad (RodS), percelen in Heemstede Noord/ Laagraven overgedragen aan het Recreatieschap. Bij die overdracht hoort een verplichting om deze percelen te ontwikkelen voor regionale recreatie. Delen van de betreffende percelen mochten worden doorgeleverd aan de Gemeente Houten voor de realisatie van een fietsstraat bij de Heemsteedseweg, en aan Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden voor de verbreding van watergangen in het gebied. Het Recreatieschap moest de bijbehorende opbrengsten dan wel reserveren voor de recreatieve ontwikkeling van dezelfde percelen. In 2025 heeft het Algemeen Bestuur middelen beschikbaar gesteld vanuit deze reserve voor het opstellen van een plan van aanpak voor de ontwikkeling van het gebied. Een bedrag van €6.600 is onttrokken aan de reserve ter dekking van gemaakte kosten.
Reserve Heemstede Noord Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december Specificatie onttrekkingen: - Bijdrage PvA Ontwikkeling Heemstede Noord Totaal onttrekkingen
2024 84.849
2025 84.849
84.849
6.600 78.249
cf AB 10-07-2025
6.600 6.600
Reserve strategische keuzes Reserve gevormd in 2017 in verband met een nader onderzoek strategische keuzes. In 2025 waren er geen mutaties op deze reserve. Bestemmingsreserve Haarrijnseplas Deze bestemmingsreserve is in 2025 aangelegd vanuit de resultaatbestemming 2024. Een aantal vaste bedragen in de overeenkomst met de Gemeente Utrecht voor de beheeropdracht 2024 van de strandzone en boulevard bij de Haarrijnseplas bleken achteraf hoger uit te vallen dan de werkelijke lasten. Omdat dit in gaat tegen het ‘budgetneutrale’ karakter van de opdracht, heeft het bestuur besloten het surplus beschikbaar te maken om te investeren in het gebied. In 2025 zijn van dit geld de toiletunits gerenoveerd.
Bestemmingsreserve Haarrijnseplas Saldo 1 januari Bij: Bestemming resultaat Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december
2024
2025 49.322
-
Specificatie onttrekkingen: - Onderhoudswerkzaamheden Haarrijnseplas Totaal onttrekkingen
cf AB 10-07-2025
49.322 -
49.322 49.322
Bestemmingsreserve inspecties (A + B) In 2021 is het MJOP vastgesteld. Deze is gebaseerd op uitgevoerde inspecties naar de technische staat van het bezit van het Recreatieschap. Om het MJOP actueel te houden blijft het belangrijk om periodiek 40
Jaarrekening 2025 inspecties uit te voeren om vast te stellen dat de feitelijke technische staat niet afwijkt van hetgeen in het MJOP is opgenomen. Om deze inspecties uit te kunnen voeren heeft het Algemeen Bestuur besloten tot het instellen van de bestemmingsreserve inspecties voor beide gebieden.
Bestemmingsreserve inspecties SGL-A Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december
2024 283.710 105.580 101.180 288.110
2025 288.110 38.580 106.977 219.713
Specificatie toevoegingen: - Toevoeging aan reserve Totaal toevoegingen
cf Begr.Wijz. 2025
38.580 38.580
Specificatie onttrekkingen: - Onttrekking aan reserve Totaal onttrekkingen
cf Begroting 2025
106.977 106.977
Bestemmingsreserve inspecties SGL-B Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december
2024 28.187 12.397 7.351 33.233
2025 33.233 4.767 38.000 -
Specificatie toevoegingen: - Toevoeging aan reserve Totaal toevoegingen
cf Begr.Wijz. 2025
4.767 4.767
Specificatie onttrekkingen: - Onttrekking aan reserve Totaal onttrekkingen
cf Begr.Wijz. 2025
38.000 38.000
Bestemmingsreserve Transitiekosten (A + B) In 2022 heeft het bestuur besloten om een bestemmingsreserve transitiekosten van € 1.100.000 te vormen om de kosten van de overgang van het beheer van de terreinen naar Staatsbosbeheer te financieren. Deze reserve is gevormd vanuit de algemene reserves van programmagebied SGL-A en SGL-B. In 2025 hebben geen mutaties plaatsgevonden in deze reserve. Reserve Duiken De jaarlijkse dotatie aan de reserve duiken is met ingang van 2013 gestaakt. Ten laste van de reserve komen de afschrijvingslasten van tot nog toe uitgevoerde investeringen in de duikzone. Deze afschrijvingen zijn in 2024 voltooid. Het resterende saldo is beschikbaar voor nieuwe investeringen in de duikzone. Reserve vervanging beschoeiingen In de jaren 2009 en 2010 is een bestek herstel legakkers uitgevoerd. Deze werd voor een deel gesubsidieerd door de Provincie Utrecht (60%). De bijdrage van het Recreatieschap bedraagt €207.000. Dit bedrag is onttrokken aan de reserve vervangingsinvesteringen/nieuw beleid en valt gelijktijdig met de afschrijving op de investering m.i.v. 2011, in 20 jaar vrij. 41
Jaarrekening 2025 Reserve vervanging beschoeiingen Saldo 1 januari Bij: Toevoegingen Af: Onttrekkingen Saldo 31 december Specificatie onttrekkingen: - Afschrijvingslasten 2025 Totaal onttrekkingen
2024 72.453
2025 62.053
10.400 62.053
10.400 51.653
cf Begroting 2025
10.400 10.400
Reserve Uitvoeringsprogramma VVP Deze bestemmingsreserve zou worden ingezet voor de realisatie van het programma Vinkeveense Plassen 2019-2024. Inmiddels wordt gewerkt aan een nieuwe doorontwikkelagenda (DOA). Gezien de oorsprong van deze reserve wordt onderzocht of de nog beschikbare middelen kunnen worden ingezet voor de DOA. Reserve gevolgen verkoop legakkers Deze reserve is gevormd voor nog te verwachten uitgaven als gevolg van de verkoop van de legakkers. In 2025 waren er geen mutaties op deze reserve. Bestemmingsreserve investeringen Deze reserve is door het Algemeen Bestuur ingesteld in de programmabegroting 2023. Conform Begroting 2025 is een bedrag van €67.697 toegevoegd voor toekomstige investeringen. In 2025 is vanuit deze reserve een bijdrage geleverd aan de uitbreiding van het beheerkantoor aan de Baambrugse Zuwe te Vinkeveen. Daarnaast is een bedrag van €40.000 beklemd, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de nieuw aan te schaffen BOA-boot voor het Vinkeveense Plassengebied.
Voorzieningen Voorziening Groot onderhoud In oktober 2025 heeft het Algemeen Bestuur van het Recreatieschap ingestemd met het nieuwe Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) 2025. Hiermee komt het MJOP zoals ingevoerd in 2021 te vervallen. Het nieuwe onderhoudsplan werd opgesteld op basis van het Terrein Beheer Model (TBM) van Staatsbosbeheer en geeft een vooruitzicht in de onderhoudsopgave in de komende twintig jaar. Het doel van de voorziening is om schommelingen in de kosten van groot onderhoud van de kapitaalgoederen te egaliseren. Dit gebeurt door jaarlijks een gelijkblijvend bedrag in de voorziening te storten en vervolgens de werkelijke uitgaven van het betreffende jaar te onttrekken. Aan de hand van het TBM is berekend wat jaarlijks aan de voorziening gedoteerd moet worden om te kunnen voldoen 42
Jaarrekening 2025 aan de onderhoudsopgave die er ligt. Hierbij is rekening gehouden met het saldo van de voorziening dat beschikbaar was uit het oude MJOP. Ten opzichte van het oude MJOP wordt in het MJOP 2025 ook rekening gehouden met de personele inzet door de uitvoeringsorganisatie. Direct na implementatie van het nieuwe MJOP is de jaarlijkse dotatie aan de voorziening opgehoogd middels een begrotingswijziging. Voor SGL-A is de jaarlijkse dotatie berekend op €551.000 (€288.000 in 2024) en voor SGL-B op €69.000 (€30.000 in 2024).
Omschrijving Onderhoudsvoorziening programmagebied A Onderhoudsvoorziening programmagebied B Totaal
Stand 31-12-2024
Ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen
Dotatie
1.263.727 381.241 1.644.968
551.263 69.193 620.456
0
Aanwendingen
Stand 31-12-2025
265.573 87.678 353.252
1.549.416 362.756 1.912.172
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Het verloop van de vaste schulden gedurende het jaar was als volgt: Omschrijving Obligatieleningen Onderhandse leningen van: - binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen - binnenlandse banken en overige financiële instellingen - binnenlandse bedrijven - openbare lichamen - overige binnenlandse sectoren - buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren Door derden belegde gelden: - Waarborgsommen - Vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal
Stand 31-12-2024
Vermeerderingen
2.426.000
Aflossingen
Stand 31-12-2025
154.000
2.272.000
17.662
750
2.250
16.162
469.668 2.913.330
750
78.179 234.429
391.490 2.679.652
Rentelast 2025
41.713
41.713
Onder de vooruit ontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer worden afkoopsommen verstaan. In 2024 heeft het Recreatieschap van voormalig uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland (RMN) een bedrag ontvangen in de vorm van een afkoopsom. Deze afkoopsom heeft betrekking op de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst (SOK) met Staatsbosbeheer en dient ter dekking van de extra kosten uit hoofde van de garantietoelage. Het vooruit ontvangen bedrag valt in delen vrij naar rato van de door Staatsbosbeheer te verantwoorden en te declareren kosten op dit onderdeel. In 2025 bedragen deze kosten €75.000. Overige afkoopsommen zijn ontvangen voor het beheer en onderhoud van een fietsbrug en diverse kanosteigers. Vrijval vindt plaats op basis van werkelijk gemaakte kosten.
Vlottende Passiva Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar Boekwaarde per Boekwaarde per 31-12-2024 31-12-2025 Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen Overige kasgeldleningen Banksaldi Overige schulden 713.706 267.398 Totaal 713.706 267.398
43
Jaarrekening 2025 De overige schulden bestonden volledig uit het crediteurensaldo. Ten opzichte van ultimo 2024 is dit saldo aanzienlijk lager. Dat komt doordat eind 2024 een grote projectfactuur nog openstond. Daarnaast is eind december 2025 nog een betaalronde uitgevoerd, waarmee het saldo verder omlaag is gebracht. Overlopende passiva De overlopende passiva bestaan uit de volgende onderdelen:
Boekwaarde per 31-12-2024 Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen Van Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Europese overheidslichamen - Het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen - Overige vooruitontvangen bedragen Totaal
Boekwaarde per 31-12-2025
525.370
202.708
1.616.059 1.215 2.142.644
1.724.298 1.215 1.928.221
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen Verplichtingen zijn posten die ten laste van het jaar 2025 zijn gebracht, maar waarvan de facturen in de loop van 2026 zijn of worden ontvangen. De verplichtingen bestaan ultimo 2025 uit:
Omschrijving Doorbelasting Staatsbosbeheer garantietoelage RMN Nog te ontvangen facturen leveranciers Overlopende rente BNG Nog te ontvangen belastingaanslagen Schadeclaim terrein Ruigenhoek Af te dragen BTW Reservering verlopen contracten wandelroutes Af te dragen BCF Overige bedragen < € 5.000 Totaal
Bedrag 75.067 36.007 30.399 19.647 13.646 10.411 9.998 6.161 1.374 202.708
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren De in de balans opgenomen van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, kunnen als volgt worden gespecificeerd: Project
Quick wins recreatieve doorontwikkeling NP Tijdelijke toiletvoorzieningen Strijkviertel en MVP Vervangen beschoeiingen Vinkeveense Plassen Renovatie toiletgebouwen zandeilanden VVP Totaal
Saldo 31-12-2024
101.570 1.514.488 1.616.058
Ontvangen bedragen
Vrijgevallen, Saldo 31-12-2025 bestede of terugbetaalde bedragen 70.000 31.570 34.367 26.219 8.148 230.000 122.803 1.621.686 75.000 12.107 62.893 339.368 231.128 1.724.298
44
Jaarrekening 2025 Project Quick wins recreatieve doorontwikkeling NP Tijdelijke toiletvoorzieningen Strijkviertel en MVP Vervangen beschoeiingen Vinkeveense Plassen Renovatie toiletgebouwen zandeilanden VVP
Budget
Uitgaven t/m 2024 Saldo 1-1-2025 339.815 58.000 13.430.000 944.109
117.171 3.449.671 -
222.644 58.000 9.980.329 944.109
Uitgaven 2025 70.000 43.698 122.803 48.428
Totale uitgaven Saldo 31-12-2025 t/m 2025 187.171 152.644 43.698 14.302 3.572.474 9.857.526 48.428 895.681