CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

VORuimtelijk en functioneel Programma van Eisen nieuwbouw Reynaertcollege d.d. 20-10-2021

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente HulstBij agendapunt: Huisvesting voortgezet onderwijs Hulst22.183 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

7.1. Cluster Talen In het cluster Talen worden de vakken Frans, Duits, Nederlands, Engels, Grieks en Latijn gegeven. Het betreft een vakkencluster voor 9 groepen, 2 ten behoeve van de onderbouw (leerjaar 2 en 3) en 7 voor de bovenbouw leerlingen. Het cluster dient ingepast te worden in het gebouw uit 2000. Theorielokaal De theorielokalen zijn bedoeld voor de theorielessen: het geven van uitleg waar leerlingen daarna zelfstandig of in groepen mee aan de slag kunnen. Het cluster heeft theorielokalen van 2 afmetingen: 50 m² (zoals in de bestaande situatie) (geschikt voor 23 leerlingen en 1 docent) en 100 m² (geschikt voor 32 leerlingen en 1 docent). De grote theorielokalen worden gevormd door twee theorielokalen van 50 m² die middels een flexibele wand te verbinden zijn tot één grote ruimte. In de huidige situatie zijn er al enkele theorielokalen die te koppelen zijn aanwezig. Het ontwerpteam wordt uitgedaagd om creatief om te gaan met de bestaande structuur en afmetingen van de theorielokalen om deze zo goed mogelijk in te kunnen zetten. Het is voor zowel de medewerkers als de leerlingen van het Reynaertcollege belangrijk dat de lokalen een eigenheid uitstralen: aan het lokaal kan men zien welk vak er wordt gegeven. Er moet gelegenheid zijn om leerlingwerk en vakspecifieke posters/objecten

Referentie: 1581006-0023.1.0.

tentoon te stellen. Dit betekent dat er voldoende ruimte op de wanden moet zijn om posters/leerlingwerk/etc. op te hangen. De lokalen blijven functioneel gezien flexibel inzetbaar, er kan dus bijvoorbeeld een les Nederlands worden gegeven in een lokaal voor Duits, of zelfs in een aardrijkskundelokaal, maar in principe worden vakken in de ‘eigen’ lokalen geroosterd. De lokalen dienen voldoende voorzieningen te hebben om goed met ICT te kunnen werken. Leerlingen dienen gebruik te kunnen maken van laptops, er zijn dan ook voldoende aansluitpunten aanwezig. Daarnaast is er een digibord aanwezig en is er kastruimte bij het bureau van de docent. Binnen het talencluster worden ook practica gegeven zoals bijvoorbeeld spreekvaardigheid waarin in kleinere groepen (ca. 10 leerlingen) tegelijk gebruikt gemaakt wordt van een theorielokaal. Werkplekken leerlingen Het cluster Talen kent verschillende werkplekken voor leerlingen: werkplekken in afsluitbare ruimten, geschikt voor het voeren van gesprekken, samenwerken of onder begeleiding in kleine groepjes. Daarnaast is er ook een samenwerkplek, waar leerlingen in stilte kunnen werken of juist samen kunnen werken zowel zonder als onder begeleiding van een onderwijsassistent. De werkplekken zijn altijd gesitueerd tussen de lokalen in of aan de gangzone door bijvoorbeeld treinzitjes.

Het is van belang dat er echt onderscheid wordt gemaakt in de vormgeving van de samenwerkplek en de afsluitbare werkplek. De afgesloten werkplek kan onder andere ingezet worden voor: • Zelfstandig werk en groepswerk van leerlingen, in tussenuren, pauzes of tijdens de les. • Werkruimte voor leerlingen die geen/weinig instructie nodig hebben tijdens de les. • Coachgesprekken of extra uitleg. • Het afnemen van een mondelinge toets. • Werkplek voor docenten, indien er genoeg privacy is. • Een leerling of kleine groep leerlingen extra uitleg geven. • Het oefenen van de spreekvaardigheid van leerlingen.

Pagina 32 van 70

Voor sfeer en inrichting van de samenwerkplekken wordt gedacht aan: • Rustige, prikkelarme sfeer. • Sfeer is laagdrempelig om er even te gaan zitten. • Er kan op zachte toon overlegd worden en de akoestiek is goed. • Flexibele inrichting en diversiteit in inrichting tussen de verschillende plekken. • Voldoende transparantie om voor openheid en toezicht te zorgen, niet zo transparant dat het voor afleiding zorgt.

Ruimterelatieschema Talen

Ondersteunende ruimten Het cluster beschikt over één berging waar leermiddelen kunnen worden opgeslagen. De leermiddelen die hier worden opgeslagen is materiaal dat gebruikt wordt voor de taalvakken. Er is één algemene spreekkamer opgenomen, dit is een overlegruimte deze kan worden ingezet voor gesprekken met/tussen leerlingen, ouders en docenten. De spreekkamer is geschikt voor maximaal 6 personen en kan ook gebruikt worden als werkplek voor docenten voor kortdurende werkzaamheden. De docentenwerkplek is een flexibele werkplek waar diverse docenten uit het cluster kunnen werken (maximaal 2 werkplekken). Ruimteprogramma Talen Talen (9 groepen, 2OB, 7 BB) Onderwijsruimten Theorielokaal Theorielokaal groot Samenwerkplekken leerlingen Werkplekken leerlingen Ondersteunend Berging leermiddelen Spreekkamer algemeen Docentenwerkplek Subtotaal

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Groepen

Werkpl. Mdw

1 1

1 1

9

2 13

Overl. Plek

Ruimten

m2 per ruimte

m2 fno totaal

6

8 1 1 1

50 100 20 12

400 100 20 12

1 1 2 15

8 12 12

8 12 24 576

Pagina 33 van 70

7.2. Cluster Zaakvakken In het cluster Zaakvakken worden de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, bedrijfseconomie, economie, maatschappijleer en levensbeschouwing gegeven. Het betreft een vakkencluster voor 5 groepen, 1 ten behoeve van de onderbouw (leerjaar 2 en 3) en 4 voor de bovenbouw leerlingen. Het cluster dient ingepast te worden in het gebouw uit 2000. Theorielokaal De theorielokalen zijn bedoeld voor de theorielessen: het geven van uitleg waar leerlingen daarna zelfstandig of in groepen mee aan de slag kunnen. Het cluster heeft theorielokalen van 2 afmetingen: 50 m² (geschikt voor 23 leerlingen en 1 docent) en 100 m² (geschikt voor 32 leerlingen en 1 docent). De grote theorielokalen worden gevormd door twee theorielokalen van 50 m² die middels een flexibele wand te verbinden zijn tot één grote ruimte. In de huidige situatie zijn er al enkele theorielokalen die te koppelen zijn aanwezig. Het ontwerpteam wordt uitgedaagd om creatief om te gaan met de bestaande structuur en afmetingen van de theorielokalen om deze zo goed mogelijk in te kunnen zetten. Het is voor zowel de medewerkers als de leerlingen van het Reynaertcollege belangrijk dat de lokalen een eigenheid uitstralen: aan het lokaal kan men zien welk vak er wordt gegeven. Er moet gelegenheid zijn om leerlingwerk en vakspecifieke posters/objecten tentoon te stellen.

Dit betekent dat er voldoende ruimte op de wanden moet zijn om posters/leerlingwerk/etc. op te hangen. De lokalen blijven functioneel gezien flexibel inzetbaar, er kan dus bijvoorbeeld een les economie worden gegeven in een geschiedenislokaal, of zelfs in een Duits lokaal, maar in principe worden vakken in de ‘eigen’ lokalen geroosterd. De lokalen dienen voldoende voorzieningen te hebben om goed met ICT te kunnen werken. Leerlingen dienen gebruik te kunnen maken van laptops, er zijn dan ook voldoende aansluitpunten aanwezig. Daarnaast is er een digibord aanwezig en is er kastruimte bij het bureau van de docent. Werkplekken leerlingen Het cluster Zaakvakken kent verschillende werkplekken voor leerlingen: werkplekken in afsluitbare ruimten, geschikt voor het voeren van gesprekken, samenwerken of onder begeleiding in kleine groepjes. Daarnaast is er ook een samenwerkplek, waar leerlingen in stilte kunnen werken of juist samen kunnen werken zowel zonder als onder begeleiding van een onderwijsassistent.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

De werkplekken zijn altijd gesitueerd tussen de lokalen in of aan de gangzone door bijvoorbeeld treinzitjes. Het is van belang dat er echt onderscheid wordt gemaakt in de vormgeving van de samenwerkplek en de afsluitbare werkplek. De afgesloten werkplek kan onder andere ingezet worden voor: • Zelfstandig werk en groepswerk van leerlingen, in tussenuren, pauzes of tijdens de les. • Werkruimte voor leerlingen die geen/weinig instructie nodig hebben tijdens de les. • Coachgesprekken of extra uitleg. • Het afnemen van een mondelinge toets. • Werkplek voor docenten, indien er genoeg privacy is. • Een leerling of kleine groep leerlingen extra uitleg geven. Voor sfeer en inrichting van de samenwerkplekken wordt gedacht aan: • Rustige, prikkelarme sfeer. • Sfeer is laagdrempelig om er even te gaan zitten. • Er kan op zachte toon overlegd worden en de akoestiek is goed. • Flexibele inrichting en diversiteit in inrichting tussen de verschillende plekken. • Voldoende transparantie om voor openheid en toezicht te zorgen, niet zo transparant dat het voor afleiding zorgt. Ondersteunende ruimten Het cluster beschikt over één berging waar leermiddelen kunnen worden opgeslagen. De leermiddelen die hier worden opgeslagen is materiaal dat gebruikt wordt voor de zaakvakken.

Er is één algemene spreekkamer opgenomen, dit is een overlegruimte die kan worden ingezet voor gesprekken met/tussen leerlingen, ouders en docenten. De spreekkamer is geschikt voor maximaal 6 personen en kan ook gebruikt worden als werkplek voor docenten voor kortdurende werkzaamheden. De docentenwerkplek is een flexibele werkplek waar diverse docenten uit het cluster kunnen werken (maximaal 2 werkplekken).

Pagina 34 van 70

Ruimteprogramma Zaakvakken

Zaakvakken (5 groepen, 1OB, 4 BB) Onderwijsruimten Theorielokaal Theorielokaal groot Samenwerkplekken leerlingen Werkplekken leerlingen Ondersteunend Berging leermiddelen Spreekkamer algemeen Docentenwerkplek Subtotaal

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Ruimterelatieschema Zaakvakken

Groepen

Werkpl. Mdw

1 1

1 1

5

2 7

Overl. Plek

Ruimten

m2 per ruimte

m2 fno totaal

6

4 1 1 1

50 100 20 12

200 100 20 12

8 12 12

0

1 1 1 10

8 12 12 364

Pagina 35 van 70

7.3. Cluster Wiskunde In het cluster Wiskunde wordt enkel het vak Wiskunde gegeven. Het betreft een vakkencluster voor 4 groepen, 1 ten behoeve van de onderbouw (leerjaar 2 en 3) en 3 voor de bovenbouw leerlingen. Het is gewenst om het cluster Wiskunde zo dicht mogelijk te situeren bij het cluster Binas (gesitueerd in het kloostergebouw op de 1e en 2e verdieping), maar in het gebouw van 2000. Theorielokaal De theorielokalen zijn bedoeld voor de theorielessen: het geven van uitleg waar leerlingen daarna zelfstandig of in groepen mee aan de slag kunnen. Het cluster heeft theorielokalen van 2 afmetingen: 50 m² (geschikt voor 23 leerlingen en 1 docent) en 100 m² (geschikt voor 32 leerlingen en 1 docent). De grote theorielokalen worden gevormd door twee theorielokalen van 50 m² die middels een flexibele wand te verbinden zijn tot één grote ruimte. In de huidige situatie zijn er al enkele theorielokalen die te koppelen zijn aanwezig. Het ontwerpteam wordt uitgedaagd om creatief om te gaan met de bestaande structuur en afmetingen van de theorielokalen om deze zo goed mogelijk in te kunnen zetten. Het is voor zowel de medewerkers als de leerlingen van het Reynaertcollege belangrijk dat de lokalen een eigenheid uitstralen: aan het lokaal kan men zien welk vak er wordt gegeven. Er moet gelegenheid zijn om leerlingwerk en vakspecifieke posters/objecten tentoon te stellen.

Dit betekent dat er voldoende ruimte op de wanden moet zijn om posters/leerlingwerk/etc. op te hangen. De lokalen blijven functioneel gezien flexibel inzetbaar, er kan dus bijvoorbeeld een les Wiskunde worden gegeven in een lokaal voor Duits, of zelfs in een aardrijkskundelokaal, maar in principe worden vakken in de ‘eigen’ lokalen geroosterd. De lokalen dienen voldoende voorzieningen te hebben om goed met ICT te kunnen werken. Leerlingen dienen gebruik te kunnen maken van laptops, er zijn dan ook voldoende aansluitpunten aanwezig. Daarnaast is er een digibord aanwezig en is er kastruimte bij het bureau van de docent. Werkplekken leerlingen Het cluster Wiskunde kent verschillende werkplekken voor leerlingen: werkplekken in afsluitbare ruimten, geschikt voor het voeren van gesprekken, samenwerken of onder begeleiding in kleine groepjes. Daarnaast is er ook een samenwerkplek, waar leerlingen in stilte kunnen werken of juist samen kunnen werken zowel zonder als onder begeleiding van een onderwijsassistent.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

De werkplekken zijn altijd gesitueerd tussen de lokalen in of aan de gangzone door bijvoorbeeld treinzitjes. Het is van belang dat er echt onderscheid wordt gemaakt in de vormgeving van de samenwerkplek en de afsluitbare werkplek. De afgesloten werkplek kan onder andere ingezet worden voor: • Zelfstandig werk en groepswerk van leerlingen, in tussenuren, pauzes of tijdens de les. • Werkruimte voor leerlingen die geen/weinig instructie nodig hebben tijdens de les. • Coachgesprekken of extra uitleg. • Het afnemen van een mondelinge toets. • Werkplek voor docenten, indien er genoeg privacy is. • Een leerling of kleine groep leerlingen extra uitleg geven. Voor sfeer en inrichting van de samenwerkplekken wordt gedacht aan: • Rustige, prikkelarme sfeer. • Sfeer is laagdrempelig om er even te gaan zitten. • Er kan op zachte toon overlegd worden en de akoestiek is goed. • Flexibele inrichting en diversiteit in inrichting tussen de verschillende plekken. • Voldoende transparantie om voor openheid en toezicht te zorgen, niet zo transparant dat het voor afleiding zorgt. Ondersteunende ruimten Het cluster beschikt over één berging waar leermiddelen kunnen worden opgeslagen. De leermiddelen die hier worden opgeslagen is materiaal dat gebruikt wordt voor wiskunde.

Er is één algemene spreekkamer opgenomen, dit is een overlegruimte die kan worden ingezet voor gesprekken met/tussen leerlingen, ouders en docenten. De spreekkamer is geschikt voor maximaal 6 personen en kan ook gebruikt worden als werkplek voor docenten voor kortdurende werkzaamheden. De docentenwerkplek is een flexibele werkplek waar diverse docenten uit het cluster kunnen werken (maximaal 2 werkplekken).

Pagina 36 van 70

Ruimteprogramma Wiskunde

Wiskunde (4 groepen, 1 OB, 3 BB) Onderwijsruimten Theorielokaal Theorielokaal groot Samenwerkplekken leerlingen Werkplekken leerlingen Ondersteunend Berging leermiddelen Spreekkamer algemeen Docentenwerkplek Subtotaal

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Ruimterelatieschema Wiskunde

Groepen

Werkpl. Mdw

1 1

1 1

4

2 6

Overl. Plek

Ruimten

m2 per ruimte

m2 fno totaal

6

3 1 1 1

50 100 20 12

150 100 20 12

8 12 12

0

1 1 1 9

8 12 12 314

Pagina 37 van 70

7.4. Cluster Binas In het vakkencluster Binas worden de vakken natuurkunde, scheikunde, biologie, natuur/scheikunde en NASK 1 en 2 gegeven. Het betreft een vakkencluster voor 6 groepen, 3 ten behoeve van de onderbouw en 3 ten behoeve van de bovenbouw. Naast de lokalen bevindt zich in dit vakkencluster de TOA-ruimte inclusief bijbehorende opslag en het lab voor de profielwerkstukken. Momenteel zijn de huidige Binas ruimten gesitueerd in het kloostergebouw op de 1e en 2e verdieping. Het is gewenst om dit zo te behouden en volledig geschikt te maken voor alle leerlingen van het Reynaertcollege. Het heeft wel de voorkeur om duidelijk onderscheid te maken tussen de onderbouwruimten en de bovenbouwruimten. De onderbouwruimten worden ingepast op de 1e verdieping, de bovenbouw op de 2e verdieping. Onderwijsruimten Practicumlokalen Voor het geven van practica zijn er twee practicumlokalen in het vakkencluster Binas. De practicumlokalen zijn met 80 m² groot genoeg voor het geven van een practicumles. Leerlingen werken in een groep of individueel aan proefjes onder toezicht van docenten en/of TOA’s. Er moet in deze lokalen extra aandacht zijn voor veiligheid. De twee practicumlokalen worden toegewezen aan de drie vakken natuurkunde, scheikunde en biologie. Op welke wijze de practicumlokalen het best kunnen worden ingericht zal in de ontwerpfase uitgewerkt moeten worden.

Ieder practicumlokaal beschikt over de volgende voorzieningen: • Gas- en elektra-aansluiting bij de tafels van de leerlingen in het practicumlokaal scheikunde, tafels zijn vastgeschroefd. • Elektra-aansluiting bij de tafels van de leerlingen voor natuurkunde, elektraaansluiting via plafond. Tafels zijn verplaatsbaar. • Werktafels voor leerlingen, rijen van vijf tweepersoonstafels. De ruimte tussen de wand en de leerlingtafel dient 80 cm te zijn. • Een aansluiting voor een nooddouche. • Een oogdouche. • Een demotafel voor de docent met water-, gas- en elektriciteitsaansluiting, op de korte zijde van het lokaal. Demotafel voorzien van verhangbare afzuigkap.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

• Goede afzuiging in alle practicumlokalen. • Een brede wasbak met twee kranen, achterin het lokaal. • Enkele kasten voor de opslag van practicummaterialen. • Veilige opbergplek voor labjassen en de jassen en tassen van leerlingen. Daarnaast is er een digibord aanwezig. Theorie/labruimten Voor de eenvoudigere practica en de theorielessen zijn er vier theorie/labruimten. Deze ruimten zijn wat minder groot dan een practicumlokaal en beschikken over minder voorzieningen. Het lokaal is in formaat wel wat groter dan een regulier instructielokaal, omdat er karren naar binnen moeten kunnen voor de practica en omdat groepen om elkaars practicumopstelling heen moeten kunnen lopen. Iedere ruimte beschikt over de volgende voorzieningen: • Voldoende stroompunten (bijvoorbeeld vanuit het plafond) bij de tafels van de leerlingen. • Een brede wasbak met twee kranen, achterin het lokaal. • Een demotafel voor de docent met water-, gas- en elektriciteitsaansluiting. • Een van de ruimten is volledig verduisterbaar. Daarnaast is er een digibord en kastruimte aanwezig. PWS lab Het PWS lab is een plek waar leerlingen aan hun profielwerkstuk kunnen werken. Het is voorzien van ca. 10 werkplekken waar leerlingen goed aan de slag kunnen. Leerlingen dienen gebruik te kunnen maken van laptops, er zijn dan ook voldoende aansluitpunten aanwezig.

Ondersteunende ruimten Opslag TOA De opslag- en voorbereidingsruimte grenst aan de TOA-ruimte en beschikt over voldoende plek om chemicaliën en gevaarlijke stoffen op te bergen (twee veiligheidskasten met dubbele deuren voor geconcentreerde zuren en ontvlambare stoffen). Ook worden hier de karren met practicummaterialen gestald, waarbij ze niet in de weg mogen staan. De TOA-opslag heeft ook een spoelbak met warm en koud water. De ruimte is voorzien van een zuurkast en afzuiging, zodat de scheikunde TOA

Pagina 38 van 70

bijvoorbeeld ongestoord met stoffen kan werken en verdunningen kan maken. Dezelfde zuurkast kan ook in een aangrenzend practicumlokaal worden gebruikt. Leerlingen hebben geen toegang tot de opslagruimte. Lab/TOA ruimte De TOA-ruimte wordt gebruikt voor het voorbereiden van practica, het is een werkplek voor de TOA’s. Er is voldoende werkruimte voor de TOA’s, hiervoor worden er drie grote tafels in de TOA-ruimte gesitueerd. Deze tafels zijn groot genoeg om aan te werken en om practica klaar te zetten. De TOA-ruimte beschikt over de volgende voorzieningen: • Werkplekken voor de TOA’s en uitwijkmogelijkheid voor docenten(drie bureaus), deels afscheiden van de rest van de ruimte in verband met concentratie. • Twee werktafels met gas-, elektra- en wateraansluitingen waar voor scheikunde en biologie practica uitgeprobeerd kunnen worden. • Een werkbank voor natuurkunde met gereedschap, afzuiging voor het solderen en een bankschroef. • Een zuurkast (dezelfde zuurkast kan ook in een aangrenzend practicumlokaal worden gebruikt). • Een nooddouche.

Ruimteprogramma Binas

Binas (6 groepen, 3OB, 3 BB) Groepen Onderwijsruimten Practicumlokaal Natuur- en scheikunde 1 Practicumlokaal Biologie 1 Theorie/lab BINAS 1 Theorie/lab Biologie 1 Theorie/lab Natuurkunde 1 Theorie/lab Scheikunde 1 PWS lab Ondersteunend Opslag TOA Lab/ TOA ruimte Docentenwerkplek Subtotaal 6

Werkpl. Overl. Mdw Plek

Ruimten

m2 per ruimte

m2 fno totaal

1 1 1 1 1 1 1

1 1 1 1 1 1 1

80 80 70 70 70 70 40

80 80 70 70 70 70 40

2 7

2 2 1 12

20 40 12

40 80 12 612

0

Ruimterelatieschema Binas

Docentenwerkplek De docentenwerkplek is een flexibele werkplek waar diverse docenten uit het cluster kunnen werken (maximaal 2 werkplekken).

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 39 van 70

7.5. Cluster Kunst en Cultuur In dit vakkencluster worden de vakken muziek, Media Performance and Design, Tekenen, CKV, Projecten en Kubv – beeldende vorming bovenbouw. Binnen het cluster dienen de ruimten geschikt te zijn voor meerdere vakken binnen het cluster, dit vraagt daarmee ook de nodige flexibiliteit binnen het cluster. Momenteel bevinden de Kunst en Cultuurvakken zich in het klooster op de begane grond, de wens is om dit ook zo te handhaven in de nieuwe situatie. Recent zijn er de nodige aanpassingen gedaan in het klooster op de begane grond om het Kunst en Cultuur cluster zo goed mogelijk te huisvesten op deze plek. Er dient dan ook in het vervolgtraject nauwkeurig bekeken te worden of aanpassingen wel noodzakelijk zijn. Onderwijsruimten Werkplekken leerlingen Binnen het cluster is er behoefte aan een aparte werkplek voor leerlingen in een afsluitbare ruimte, geschikt voor het voeren van gesprekken, samenwerken of onder begeleiding in kleine groepjes. Het is van belang dat deze ruimte niet ten koste gaat van de ruimte in de lokalen, deze wensen de gebruikers niet te verkleinen.

Praktijk Muziek Muzieklokaal In het muzieklokaal zijn diverse tafelopstellingen mogelijk. In deze ruimte wordt muziek gegeven, maar ook CKV en Performance. Er vinden theorie en praktijklessen plaats, zelfstandig werken van leerlingen, werken in kleine en grote groepen en er vindt klassikaal les plaats. Meubilair (kleine tafels en stoelen) dient eenvoudig te verplaatsen zijn. De wanden moeten geschikt zijn voor het ophangen van bijvoorbeeld keyboards of planken waar andere muziekinstrumenten op kunnen staan. Akoestiek is een belangrijk aandachtspunt in deze ruimte; de vloerafwerking en gordijnen dienen geluiddempend te zijn. Het muzieklokaal wordt niet alleen gebruikt tijdens de lessen, ook buiten de lessen mogen leerlingen in het muzieklokaal oefenen met instrumenten (onder begeleiding). Dit kunnen zij ook doen in de studio. De ruimte grenst aan de berging van muziek en de studio. De ruimte wordt voorzien van: • Werkplaats voor docent(en) • White- en digibord, tv scherm • Poppenkast • Muziekinstrumenten e.d.

De werkplekken kunnen onder andere ingezet worden voor: • Zelfstandig werk en groepswerk van leerlingen, in tussenuren, pauzes of tijdens de les. • Werkruimte voor leerlingen die geen/weinig instructie nodig hebben tijdens de les. • Coachgesprekken of extra uitleg. • Werkplek voor docenten, indien er genoeg privacy is. • Een leerling of kleine groep leerlingen extra uitleg geven. Voor sfeer en inrichting van de leerlingwerkplekken wordt gedacht aan: • Flexibele inrichting en diversiteit in inrichting tussen de verschillende plekken. • Voldoende transparantie om voor openheid en toezicht te zorgen, niet zo transparant dat het voor afleiding zorgt. Sfeerbeelden muzieklokaal

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 40 van 70

Studio Nabij het muzieklokaal dient er een studio te worden gerealiseerd. Deze is voldoende groot om met een klein bandje muziek te oefenen maar ook muziek op te nemen. De ruimte kan ook gebruikt worden voor fotografie of filmen. De ruimte is geschikt voor maximaal 10 personen en is voorzien van eenvoudig te verplaatsen meubilair. De studio is geluiddicht. Het is een ruimte waar leerlingen ongestoord (en zonder anderen te storen) kunnen werken aan hun opdrachten. Sfeerbeelden CKV lokaal

Sfeerbeelden studio

Praktijk MPD/CKV CKV lokaal Het CKV lokaal kent een duidelijke inrichting met één hoge tafel voor de docent en grote tafels en stoelen voor de leerlingen. De ruimte wordt zeer divers ingezet, namelijk voor Design, Tekenen, CKV en Beeldende Vorming. Er vinden theorie en praktijklessen plaats, zelfstandig werken van leerlingen, werken in kleine en grote groepen en er vindt klassikaal les plaats. Met het meubilair moeten dan ook diverse werkopstellingen kunnen worden gerealiseerd. De ruimte is voorzien van: • (mobiele) white- en digibord. • Wastafel. • 1 hoge tafel + gebruikelijke grote tafels en stoelen voor leerlingen. • werkplaats voor docent(en). • opbergruimte (kasten, rekken e.d, ook voor 3D werken). Er dient veel daglicht te zijn.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

MPD lokaal Het MPD lokaal wordt ingezet voor de vakken Media, Tekenen, CKV, Beeldende Vorming en Design. Er vinden theorie en praktijklessen plaats, zelfstandig werken van leerlingen, werken in kleine en grote groepen en er vindt klassikaal les plaats. Met het meubilair moeten dan ook diverse werkopstellingen kunnen worden gerealiseerd. De ruimte is voorzien van: • White- en digibord. • Wastafel. • Grote tafels • Green screen. • Opbergruimte. • Voldoende aansluitpunten om te werken met laptops. • Mobiele constructie voor gordijnen, lampen en schermen Het is een zeer multifunctionele ruimte die voor het kunst en cultuur cluster ingezet kan worden.

Pagina 41 van 70

Tekenen Het Tekenen lokaal wordt ingezet voor de vakken Design, Tekenen, CKV en Beeldende Vorming. Er vinden theorie en praktijklessen plaats, zelfstandig werken van leerlingen, werken in kleine en grote groepen en er vindt klassikaal les plaats. Met het meubilair moeten dan ook diverse werkopstellingen kunnen worden gerealiseerd. De ruimte is voorzien van: • White- en digibord. • Wastafel. • Eén hoge en grote tafels en stoelen voor leerlingen. • Schildersezels • Opbergruimte. • Werkplaats voor docent. Het lokaal dient ruim opgezet te zijn, veel daglicht en voldoende bewegingsruimte.

Ondersteunende ruimten Berging leerlingwerk De berging voor leerlingwerk wordt gebruikt voor het stallen van werkjes waar leerlingen nog mee bezig zijn of zaken die ter expositie bewaard worden. Het gaat vaak om 3D werken, waardoor stellingkasten praktisch zijn. De berging is centraal gelegen zodat deze makkelijk toegankelijk is vanuit de verschillende lokalen. Berging toneelkleding De berging voor toneelkleding wordt tevens ook gebruikt als omkleedruimte. In stellingkasten en aan kledingrekken worden kostuums/attributen opgeslagen. Er staan enkele schermen en zijn spiegels zodat leerlingen zich kunnen verkleden.

Overzichtelijk en ordelijk

Berging muziek De berging voor het muzieklokaal is vanuit het muzieklokaal toegankelijk. De ruimte biedt voldoende opbergmogelijkheden voor muziekinstrumenten. Berging tekenen De berging voor tekenen is vanuit het tekenlokaal toegankelijk. Berging materialen De berging van materialen is tussen de verschillende praktijklokalen gelegen en geeft plek aan materialen die voor de kunstvakken benodigd zijn.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 42 van 70

Ruimteprogramma Kunst en Cultuur

Kunst (4 groepen, 1OB en 3BB) Onderwijsruimten Werkplekken leerlingen Praktijk muziek Muzieklokaal Studio Praktijk MPD/CKV CKV lokaal MPD lokaal Tekenen Ondersteunend Berging leerlingwerk Berging toneelkleding Berging muziek Berging tekenen Berging materialen Subtotaal

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Ruimterelatieschema Kunst en Cultuur

Groepen

Werkpl. Mdw

Overl. Plek

Ruimten

m2 per ruimte

m2 fno totaal

6

1

12

12

1

1

1 1

75 14

75 14

1 1 1

1 1 1

1 2 1

90 90 90

90 180 90

20 12 10 8 10

5

1 1 1 1 1 12

20 12 10 8 10 521

5

0

Pagina 43 van 70

7.6. Algemene ruimten Ontmoeten Aula / Ontvangstruimte De aula is de plek waar alle leerlingen terecht kunnen in de pauzes. De huidige aula wordt gehandhaafd. De wens is daarnaast om de ontvangsthal meer te koppelen aan de aula zodat hier ook pauze gehouden kan worden, daarmee kan de aula uitgebreid worden. Daarnaast wordt de aula ook gebruikt voor bijeenkomsten. Men dient er rekening mee te houden dat wanneer er bijeenkomst zijn er toch voldoende ruimte is voor de leerlingen om op een andere plek in de school pauze te houden. De aula is voorzien van een vast podium. Tijdens pauzes kunnen leerlingen op het podium ook gewoon pauzeren. Het podium is voorzien van audio/visuele voorzieningen voor (kleine) concerten, theatervoorstellingen en bijeenkomsten zoals een diplomauitreiking. De akoestiek in deze ruimte dient hier ook op afgestemd te zijn. De aula/ontvangstruimte is eenvoudig te bereiken vanaf de hoofdentree omdat deze ook in de avonden en eventueel door externen kan worden gebruikt. Het is belangrijk dat er voldoende zitmogelijkheden zijn in de aula/ontvangstruimte. Keuken kantine en uitgiftepunt In nabijheid van de aula/ontvangstruimte bevindt zich de keuken, met daaraan aangrenzend een opslagruimte en een uitgiftebalie. Deze functioneert momenteel goed.

Centraal magazijn klein Bij de ontvangstruimte bevindt zich een centraal magazijn voor het opbergen van meubilair of andere materialen wat doorgaans in de aula gebruikt wordt. Centraal magazijn groot Het is wenselijk om elders in het gebouw nog een aanvullend centraal magazijn te realiseren zodat spullen goed opgeborgen kunnen worden. Front-office Ontvangst & receptie Het Reynaertcollege beschikt over een centrale hoofdentree voor leerlingen, medewerkers en bezoekers waar zij binnen komen in de centrale hal. Bij de

Referentie: 1581006-0023.1.0.

hoofdentree bevindt zich de receptieruimte met aan de ene kant daaraan gekoppeld de ontvangstbalie. Werkruimte conciërge In de conciërgeruimte bevinden zich drie werkplekken. In de werkplaats van de conciërge worden reparaties uitgevoerd, hier is ook een werkplek gesitueerd. De ruimte is goed toegankelijk en in het zicht. Momenteel functioneert deze ruimte goed. De reproruimte, die geïntegreerd is, wordt gebruikt om kopieën te maken en documenten af te drukken. Leerling administratie Op de eerste verdieping is de ruimte voor leerling administratie gesitueerd. Dit is een ruimte met twee werkplekken. Deze ruimte is voorzien van een kluis, voor onder andere examenwerk. De ruimte functioneert goed, het archief is aan deze ruimte gekoppeld. Directie & staf Rector Voor de rector van de school is er een kantoor met een werkplek aanwezig. In deze ruimte is daarnaast plaats voor een tafel waar met zes personen overlegd kan worden. Kantoor flexibele werkplek Het kantoor is een ruimte met 3 flexibele werkplekken voor medewerkers die daar tijdelijk willen werken. De ruimte bevindt zich nabij de roosterkamer en personeelskamer. Roosterkamer Voor de roostermakers is er een werkruimte met twee werkplekken. Deze ruimte bevindt zich in ieder geval in de omgeving ‘directie en staf’, een specifieke voorkeur voor locatie is niet benoemd.

Personeelskamer Het gebouw heeft momenteel een personeelskamer op de 1e verdieping in het gebouw van 2000. De positie van de personeelskamer is centraal en dit bevalt goed.

Pagina 44 van 70

In de personeelskamer ontmoeten medewerkers elkaar tijdens pauzes, tussen en na hun lessen. De ruimte dient geschikt te worden gemaakt voor ca. 90 personen. In de personeelskamer zijn plekken om te ontmoeten (pauzeren) die buiten pauzetijd uiteraard ook te gebruiken zijn voor overleg. In de personeelskamer bevindt zich de garderobe voor docenten en er moet een logische plaats worden gevonden voor de postvakjes, waar leerlingen en collega’s papieren kunnen achterlaten/inleveren. De personeelskamer beschikt over een eenvoudige pantry met koffieautomaten. Teamleider kantoor De kantoorruimten van de Teamleiders zijn verspreid door het gebouw. De ruimten zijn voorzien van een volwaardige werkplek. In de nabijheid/aangrenzend aan deze kantoren is een algemene spreekkamer gelegen waar ook de teamleider gebruik van kan maken voor het voeren van (vertrouwelijke) gesprekken. Zie het vlekkenplan van het cluster wiskunde, talen en AVO leerjaar 1 en 2 vakkencluster ter indicatie. Kantoorruimten coördinatoren De kantoorruimten van de coördinatoren zijn verspreid door het gebouw zodat leerlingen makkelijk aanspraak kunnen maken. De ruimten zijn voorzien van een volwaardige werkplek. In de nabijheid/aangrenzend aan deze kantoren is een algemene spreekkamer gelegen waar ook de coördinator gebruik van kan maken voor het voeren van (vertrouwelijke) gesprekken.

Zie het vlekkenplan van het cluster wiskunde, talen en AVO leerjaar 1 en 2 vakkencluster ter indicatie. Flexwerkplek docenten De flexwerkplekken zijn nabij de personeelskamer gelegen en bieden docenten de mogelijkheid bureauwerkzaamheden uit te voeren. In de ruimte staan meerdere bureau/werktafels waar docenten met hun laptop aan kunnen werken. Er zijn dan ook voldoende aansluitpunten aanwezig en enkele docking stations. Studio voor onderwijs op afstand Deze multifunctionele ruimte heeft als hoofddoel het kunnen geven van onderwijs op afstand. Het is een ruimte waar in een rustige setting iedere docent zijn/haar laptop zo kan opzetten of een video kan opnemen. Er zijn dan ook voldoende aansluitpunten aanwezig en enkele docking stations. Daarnaast functioneert deze ruimte ook als een aparte kamer waar kort gewerkt kan worden door docenten.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Algemene berging Centraal in de school zijn 2 bergingen gelegen waarin bijvoorbeeld voorraad kan worden opgeslagen. Berging papier Nabij de reproruimte (bij de conciërge) is een berging voor papier opgenomen. Archief Er dient een brandvrije archiefruimte te zijn voor opslag van documenten, dossiers en dergelijke. De archiefruimte bij de leering administratie positioneren. Dit is momenteel al zo ingepast in het bestaande gebouw. Facilitaire ruimten Zone kluisjes bestaand Momenteel zijn er in het gebouw van 2000 zones met kluisjes opgenomen. Deze functioneren echter niet naar behoren. Door de wijze waarop ze zijn ingepast ontstaan er doodlopende routes waardoor er veel onrust is rondom de kluisjes. Het is wenselijk om de kluisjes op te nemen in de wanden van de gangzones zodat het manoeuvreren rondom de kluisjes ook rustiger verloopt. In het ontwerpproces dient bekeken te worden hoe dit ingepast kan worden. Onderwijsruimten Mediatheek De mediatheek bevindt zich in het kloostergebouw op de eerste verdieping. De mediatheek is een plek waar men in stilte zelfstandig kan werken of lezen. Tevens kunnen leerlingen hier hun werkstukken inbinden en kopieën maken. De mediatheek beschikt ook over een bibliotheek-deel. Het is belangrijk dat voldoende stopcontacten in deze ruimte aanwezig zijn zodat er met computers/laptops gewerkt kan worden.

Het is een toegankelijke ruimte met een rustig werkklimaat. Een afgezonderd deel van de mediatheek wordt gebruikt als stilteruimte. De stilteruimte is afgezonderd middels bijvoorbeeld halfhoge kasten, maar maakt wel onderdeel uit van de totale ruimte. De mediatheek is ingericht met boekenkasten en comfortabel meubilair met voldoende daglicht. Tijdens pauzes is de mediatheek toegankelijk, hier mag echter niet geluncht worden. De mediatheek beschikt over drie werkplekken voor medewerkers die toezicht houden en er is een reprofunctie voor leerlingen.

Pagina 45 van 70

Flex theorielokalen Centraal gelegen in het gebouw uit 2000 bevinden zich twee flexibele lokalen die voor alle instructielessen kunnen worden ingezet. De twee lokalen zijn niet specifiek toegekend aan een cluster kunnen worden ingezet bij piekmomenten of als werkruimte voor leerlingen. In de vlekkenplannen zijn de flexibele lokalen bij de zaak- en talenclusters gepositioneerd.

Ruimterelatieschema algemene ruimten

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 46 van 70

8. Gebruikseisen gebouw 8.1. Randvoorwaarden wet- en regelgeving Ten aanzien van het ontwerp zal aan alle relevante wet- en regelgeving en overige overheidsvoorschriften moeten worden voldaan. Binnen dit kader vallen: • Gemeentelijke Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs. • Kwaliteitskader Huisvesting Voortgezet Onderwijs, laatste versie. • Vigerend bestemmingsplan. • Bouwbesluit. • Eisen plaatselijke brandweer. • Voorschriften nutsbedrijven. • Ministeriële richtlijnen. • Wet Milieubeheer. • Wet Geluidhinder. • NEN 2580. • Handboek voor Toegankelijkheid. • Arbowet. • Eisen voor verkrijgen gebruikersvergunning. • Convenant gevelonderhoud. • Publicatiereeks gevaarlijke stoffen. • HACCP-regelgeving.

Voor de nieuwbouw worden de volgende indicatieve vormfactoren aangehouden: Binnenwandoppervlak/brutovloeroppervlak: 0,85. Brutovloeroppervlak/gevel- plus dakoppervlak: 1,2. Brutogeveloppervlak/brutovloeroppervlak: 0,45. ‘Open’ geveloppervlak/brutogeveloppervlak: 0,35. Open binnenwandoppervlak/bruto binnenwandoppervlak: 0.20.

8.3. Indelingsflexibiliteit De tijdshorizon voor onderwijskundige ontwikkelingen is vrij kort in vergelijking tot de levensduur van een schoolgebouw. Het zou daarom in de toekomst ook aangepast moeten kunnen worden aan zich wijzigende onderwijsfuncties. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij de positionering van de uitbreiding op het perceel en bij de uitwerking van het ontwerp. Vandaar dat tijdens het ontwerpproces expliciet aandacht moet worden besteed aan de flexibiliteit ten aanzien van de indeelbaarheid van het gebouw.

8.4. Toegankelijkheid 8.4.1 Algemeen Het gebruik van verkeersruimten in een schoolgebouw wordt gekenmerkt door piekbelastingen, die een goede verkeersafwikkeling vereisen. Conform het technisch programma van eisen voldoet de nieuwbouw aan de eisen gesteld in het ‘Handboek voor Toegankelijkheid’.

8.2. Vormfactoren Aangezien de diverse bouwkundige elementen (vloeren, gevels, daken, binnenwanden etc.) ieder hun eigen kostprijs kennen, is het van belang te weten hoe deze zich in het ontwerp ten opzichte van elkaar verhouden. Deze verhoudingen worden uitgedrukt in zogenaamde vormfactoren. Voor deze vormfactoren gelden bepaalde grenzen waarbinnen zij zich moeten bewegen om het gebouw binnen de genormeerde stichtingskosten te kunnen realiseren.

8.4.2 Entrees Het bestaande gebouw is reeds voorzien van één duidelijk herkenbare hoofdentree voor ouders, leerlingen, personeel en bezoekers. Daarnaast is er één kleine subentree gewenst in de nieuwbouw uitbreiding. De entree dient voorzien te zijn van een ruime tochtsluis en een schoonloopmat van 6 meter lengte. Voor de entree aan de buitenzijde een schoonlooprooster opnemen. In de ontwerpfase dient aandacht besteed te worden aan een logische routing van de fietsenstallingen van de leerlingen naar de hoofdentree.

8.4.3 Horizontale verkeersafwikkeling Naast de door de overheid te stellen eisen wordt in schoolgebouwen de breedte van gangen voornamelijk bepaald door de verkeersintensiteit. Op basis van in de praktijk

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 47 van 70

voorkomende situaties zijn criteria opgesteld waarmee de gangbreedte kan worden bepaald. Hiervoor wordt eerst grofweg de bezettingsgraad bepaald op basis van de volgende gemiddelden die zijn afgeleid van het ruimteprogramma: Instructielokalen: 2,0 m² per persoon. Praktijklokalen: 2,5 - 3,5 m² per persoon. Kantoorruimten: 6,0 - 10,0 m² per persoon. Leerlingwerkplekken: 2,0 - 2,5 m² per persoon. Overlegruimten: 2,0 m² per persoon. Vervolgens wordt op basis van deze bezettingsgraad de verkeersafwikkeling in de aangrenzende gang berekend. Hiervoor wordt het vloeroppervlak van het aangrenzende verblijfsgebied door de betreffende bezettingsgraden gedeeld. Op deze wijze kan worden berekend hoeveel personen van deze gang gebruik moeten maken. De gangbreedte is vervolgens een afgeleide van de te verwachten personenstroom: < 80 personen: circa 2,0 m. 80 - 150 personen: circa 2,5 m. > 150 personen: circa 3,0 m. Voor gangen gelden daarnaast de volgende aandachtspunten: • Concentraties bij lokaaltoegangen vermijden. • Geen lokaaldeuren gespiegeld naast elkaar of nabij kruisende verkeersstromen of recht tegenover trappen. Geen lokaaldeuren nabij compartimenteringsdeuren. • Ter plaatse van entree(s), kluisjes en fietsenstalling is een vlotte doorstroming vereist. • Een gang krijgt meerwaarde als deze bij een ruimte betrokken kan worden of voor onderwijsdoeleinden geschikt is.

Naast gangbreedtes bepalen ook deurbreedtes de doorstroming van personen binnen een gegeven tijdsbestek. De totale deurbreedte moet in verhouding tot de te verwachten doorstroom zijn. Om een goede doorstroming te waarborgen dienen deuren aan de volgende minimale eisen te voldoen: • Vrije doorgang van minimaal 85 cm voor nagenoeg alle deuren. • Standaardafmetingen met een minimum van 880 x 2.315 mm.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

• •

Deuren van grote ruimten met de vluchtrichting mee laten draaien conform Bouwbesluit. Deuren die de gang indraaien mogen de doorstroming niet belemmeren (180° doordraaien).

8.4.4 Verticale verkeersafwikkeling Omdat de verschillende niveaus in het gebouw ook voor mindervaliden toegankelijk moeten zijn, dient/dienen er naast trappen ook een liftinstallatie en/of hellingbanen te zijn. In verband hiermee moeten niveauverschillen per verdieping zoveel mogelijk worden beperkt. De breedte van de trap moet afgestemd worden op de breedte van de gang. Het toepassen van hellingbanen dient zoveel mogelijk te worden voorkomen in verband met het ruimtebeslag. Er is een lift voor mindervaliden- en goederentransport. Deze is niet bestemd voor gebruik door leerlingen (kaartbediening), maar uitsluitend voor personeel, goederen en mindervaliden. Secundaire (vlucht)trappen in het gebouw worden ook gebruikt voor intern verkeer en moeten ook representatief zijn en niet te steil. In het gebouw zullen op een regelmatige afstand trappen moeten worden geplaatst. In algemene verkeersruimten voldoen trappen van circa 1,5 m breed.

8.4.5 Vluchtmogelijkheden en -wegen Door de plaatselijke overheid worden eisen gesteld ten aanzien van vluchtwegen en -mogelijkheden op basis van het Bouwbesluit. Hiervoor wordt het gebouw onderverdeeld in brand- en rookcompartimenten. Omdat brandcompartimenten dure brandscheidingen met zich meebrengen is een efficiënte compartimentering vereist. De compartimentering en de opzet van de vluchtwegen en -mogelijkheden dienen in een vroeg stadium met de brandweer te worden besproken.

8.4.6 Afsluitbaarheid, compartimentering en avondgebruik De kans bestaat dat in de toekomst delen van het gebouw ook buiten schooltijd gebruikt zullen worden, zoals de diverse ontvangst-/pauzeruimten. Voor deze ruimten

Pagina 48 van 70

dienen de mogelijkheden voor compartimentering te worden onderzocht, ook in de verlichting en installaties zoals verwarming en ventilatie. In overleg met OBC Bemmel dient aan de hand van het ontwerp bepaald te worden welke compartimenteringen aangebracht moeten worden en wat de gevolgen zijn voor alarmering.

8.4.7 Mindervaliden Om voor mindervaliden toegankelijk te zijn, dient het hele gebouw te voldoen aan de eisen uit het ‘Handboek voor Toegankelijkheid’. Naast de nodige ruimtelijke eisen dient, voor zover van toepassing, ook aandacht besteed te worden aan bedieningsknoppen, sluitwerk, hoogtes van loketten, balies, buffetten en kapstokken en extra manoeuvreerruimte bij toegangen naar toiletten en lift. Naast toegankelijkheid voor mindervaliden streeft de school naar zoveel mogelijk inclusiviteit.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

8.5. Verwachtingen architect De verwachting ten aanzien van de architect is dat hij zich verdiept in de onderwijsvisie (die ten tijde van het schrijven van het PvE in ontwikkeling is) van de school die omschreven en vertaald is in het PvE. Dat hij inspirerende, vernieuwende inzichten heeft, met name op het flexibel en multifunctioneel gebruik van ruimten. Dat hij vooral goed onderzoek doet naar het bestaande gebouw, welke kansen hij ziet en op welke manier de uitbreiding optimaal benut wordt om één unilocatie te worden. Deze uitdaging dient integraal met de gebruikers worden opgepakt. Dit vraagt om verdieping in het bestaande gebouw en tevens goed in samenspraak met de projectgroep besluiten te nemen. Er wordt verwacht dat hij goed kan luisteren en samenwerken, kan prikkelen, dat hij de onderwijsvisie kan vertalen en op een inspirerende wijze voor verdieping kan zorgen. In overleg wordt de balans gezocht tussen uitstraling en functionaliteit. Hij heeft ervaring met duurzame en flexibel uitbreidbare huisvesting. Hij kan een onderwijsteam op een proactieve wijze sturen met creatieve en alternatieve ideeën. Hij kan omgaan met het realiseren van de gewenste situatie, rekening houdend met alle randvoorwaarden en projectkaders, waaronder het beschikbare budget en randvoorwaarden rondom ontwerp en materiaal (zoals functioneel, doelmatig en onderhoudsvrij).

De architect beschikt over sensitiviteit en is bevlogen in zijn aanpak. Het gebouw is in harmonie met de omgeving, maar is toch onderscheidend en zorgt voor een thuisgevoel voor alle leerlingen.

Pagina 49 van 70

9. Terrein en locatie Het terrein en de bestaande bebouwing is de onderlegger voor het ontwerp van de nieuwbouw. Voor het Reynaertcollege is de relatie tussen binnen en buiten belangrijk. Het uitgangspunt is om een in de groene omgeving de nieuwbouw in te passen op een manier die aansluit bij de bestaande bebouwing en de omgeving. Het nieuwe onderwijsgebouw wordt aan de bestaande bebouwing gerealiseerd, waarmee de integratie van de verschillende niveaus wordt bevorderd. Het schoolterrein is omgeven door veel groen en zijn er voldoende mogelijkheden voor leerlingen om te bewegen. Leerlingen moeten hiertoe gestimuleerd worden in de buitenruimte. Daarnaast moet er voldoende mogelijkheid zijn om buiten te pauzeren (‘chillen’). Er is behoefte een directe relatie tussen de ontvangstruimte/aula en het pauzeplein door bijvoorbeeld transparantie of toegankelijkheid. Het terrein oogt schoon, praktisch en natuurlijk. De routing is gescheiden voor leveranciers, auto’s, fietsers, scooters en voetgangers. Er wordt gezocht naar een logische verbinding in het terrein met het buitensportveld en de sportvoorziening.

9.1. Randvoorwaarden terrein De totale inrichting van het terrein voor de verschillende functies dient in overleg met de betrokken gebruikers (inclusief leerlingen) bepaald te worden. Aandachtspunten hierbij zijn: • De stedenbouwkundige eisen. • De bereikbaarheid en zichtbaarheid van de entrees. • De verhoudingen verhard en onverhard terrein. • Bezonning en beschutting. • De mogelijkheden voor goed toezicht. • De vandalismegevoeligheid van het terrein en het voorkomen van hangplekken. • Parcours en andere bewegingsstimulerende inrichting en ruimte. • De overige voorzieningen, zoals parkeerplaatsen, fietsenstallingen, containerberging en buitenbergingen. • De bestaande sportvelden

Referentie: 1581006-0023.1.0.

9.2. Ruimtelijke inpassing en bestemmingsplan Deze paragraaf schetst de huidige situatie en bespreekt de ruimtelijke kaders van de locatie van de school.

9.2.1 Terrein Het Reynaertcollege is gevestigd aan de Zoutestraat 61A, 4561 XA te Hulst. Het terrein valt onder het bestemmingsplan Kernen Hulst 1H. Kadastraal valt het terrein onder twee percelen: • Perceel HUL00-B-2391 met een oppervlakte van 26.970 m². (Juridisch eigendom conform Kadaster: Stichting VO Zeeuws-Vlaanderen). • Perceel HUL00-B-2390 met een oppervlakte van 8.527 m². Op dit perceel bevindt zich een grote vijver. (Juridisch eigendom conform Kadaster: Gemeente Hulst). Belangrijk op het terrein is dat de huidige buffervijver kan blijven bestaan. 70% van het huidige oppervlak watert daar momenteel op af en kan daar in de bodem infiltreren. Daarnaast zorgt ook de vijver aan de noordzijde van de percelen voor de opvang van regenwater. Hier watert nu het parkeerterrein aan de Zoutestraat op af. De Gemeente Hulst is eigenaar van zowel de noordelijke als zuidelijke vijver. Het is nog onduidelijk of de Gemeente Hulst ruimte willen bieden voor de verplichting van de waterberging van het Reynaertcollege. Eventueel zou hier in het bos/parkje ruimte voor zijn. Dit moet in een later stadium verder worden uitgewerkt. De huidige bebouwing bestaat uit het kloostergebouw en een stuk nieuwbouw 2000. Het kloostergebouw is circa 2.091 m² bvo en het nieuwbouw deel uit 2000 is circa 4.131 m² bvo. Op het eigen perceel bevinden zich ook twee eigen gymzalen (732 m² bvo) en sportvelden.

Het is van belang dat wanneer de nieuwbouw wordt ingepast dat er ook kritisch gekeken wordt naar het behoud van de sportvelden. Het perceel wordt aan de noord-wijst zijde begrensd door de Zandweg. Aan de overige zijden wordt het perceel begrensd door de Carmelweg en Zoutestraat.

Pagina 50 van 70

9.2.2 Het Kloostergebouw Inpassingsstudie Ten behoeve van de positionering van de nieuwbouw en bijbehorende buitenruimte wordt een inpassingstudie opgesteld. Hieruit zal onder andere meer duidelijkheid komen over de beschikbare buitenruimte voor de terreininrichting.

Het kloostergebouw bestaat uit drie bouwlagen en een kelder. In het klooster zijn momenteel de Kunstvakken en Binasvakken gevestigd. Daarnaast bevindt zich hier de mediatheek en wordt de kelder gebruikt als berging.

9.2.3 Nieuwbouw uit 2000 De Nieuwbouw uit 2000 omvat de ontvangsthal, aula en vleugels met theorielokalen en stafruimten. Het is een tweelaags gebouw waarin centraal en op de koppen via trappen de verschillende lagen met elkaar verbonden zijn. Centraal is ook de verbinding met het kloostergebouw gemaakt.

Beelden van het exterieur van de huidige situatie

Perceel van het Reynaertcollege

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Omdat in de huidige bebouwing momenteel sprake is van een ruimteoverschot, zal een deel van de ruimtebehoefte ingepast worden in de bestaande huisvesting (zie hoofdstuk 5).

Pagina 51 van 70

De architect wordt uitgedaagd om optimalisatie in deze inpassing te zoeken. Onder optimalisatie wordt verstaan: zo efficiënt mogelijk omgaan met de leegstand in de bestaande bebouwing. Zowel op het gebied van de omschreven huisvestingsvisie voor het Reynaertcollege als op het gebied van benodigde vierkante meters nieuwbouw verlagen door meer programma in het bestaande gebouw een plek te geven. Bij deze optimalisatie zijn slechts minimale bouwkundige en installatietechnische en geen constructieve aanpassingen toegestaan (zoals het verwijderen of verplaatsen van nietdragende binnenwanden).

9.3. Bereikbaarheid De positie van de hoofdentree wordt gehandhaafd. Met de toevoeging van de nieuwbouw moet de hoofdentree op een logische plek gepositioneerd blijven ten opzichte van de omgeving en duidelijk herkenbaar blijven. Er dient rekening gehouden te worden met de huidige verkeerssituatie, zeker in relatie tot (verkeers)veiligheid van de leerlingen. De verkeersstromen van scooters, auto’s, fietsers en voetgangers moeten logisch gescheiden zijn.

9.3.1 Leveranciers, brandweer, afval 9.2.4 Bestemmingsplan De locatie valt binnen bestemmingsplan ‘Kernen Hulst 1H’. De bestemming van de locatie is ‘maatschappelijk’. In het bestemmingsplan is ook het bouwvlak aangegeven. De locatie waar de nieuwbouw zal plaatsvinden moet nog nader worden bepaald. Voor de uitbreiding van het Reynaertcollege is een wijziging van het bestemmingsplan nodig.

Leveranciers en de afvaldiensten laden en lossen via een laad- en losplek. Hiervoor moet een plek ingericht worden. Er dient aandacht te zijn voor de scheiding van goederenstromen en leerlingenstromen, zowel op het terrein als in het gebouw. Indien vereist, zal een opstelplaats voor brandweervoertuigen bepaald moeten worden conform het aanvalsplan van de brandweer. De routing van leveranciers gaat niet over het schoolplein. De praktijkruimten van D&P en Techniek moeten goed bereikbaar zijn voor leveranciers i.v.m. de levering van materialen. Hier moet in het ontwerp rekening mee worden gehouden.

9.3.2 Toegankelijkheid Vanaf de toegangsweg(en) dient een duidelijke routing aanwezig te zijn naar de parkeerplaatsen voor bezoekers en voor personeel.

9.3.3 Integrale toegankelijkheid (mindervaliden) Het Reynaertcollege moet integraal toegankelijk zijn, daarmee ook het terrein. Het toepassen van hellingbanen dient te worden voorkomen of tot een absoluut minimum te worden beperkt. Er dient speciale aandacht te worden gegeven aan de toegankelijkheid van de entrees. In de nabijheid van de hoofdentree moeten op een geschikte plek parkeervoorzieningen voor mindervaliden worden gerealiseerd.

Bestemmingsplan locatie Reynaertcollege Zoutestraat

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 52 van 70

9.4. Functionele randvoorwaarden onderdelen terreinprogramma

•

Er is voldoende buitenverlichting voor een veilig gevoel op het pauzeplein en in de omgeving van de school.

9.4.1 Entreezone Vanaf de toerit dient een heldere en duidelijke routing aanwezig te zijn naar de parkeerplaatsen voor bezoekers maar ook naar de hoofdentree. Momenteel kent het terrein één toerit voor auto’s en fietsers, aan de Zoutestraat. Het is wenselijk om ook de toerit van de Zandstraat, die nu alleen geschikt is voor voetgangers, ook geschikt te maken voor fietsers. Daarmee wordt de toestroom van leerlingen op de fiets of te voet verspreid. De hoofdentree is duidelijk als zodanig herkenbaar voor bezoekers en gebruikers. Aan de hoofdentree worden geen bouwkundige aanpassingen doorgevoerd.

9.4.2 Pauzeplein De omvang van het pauzeplein dient zodanig te zijn dat alle leerlingen tegelijkertijd buiten kunnen pauzeren, bij voorkeur in de zon met ruimte voor voldoende zitelementen. Het pauzeplein wordt overzichtelijk ingericht. Het pauzeplein nodigt uit tot bewegen en sport. Een directe relatie met de ontvangstruimte/aula, bijvoorbeeld door transparantie, is gewenst. De inpassing van de nieuwbouw zorgt er hoogstwaarschijnlijk voor dat het huidige plein anders ingepast moet worden. Men dient er rekening mee te houden dat er nog steeds voldoende ruimte is voor alle leerlingen. Het pauzeplein dient aan de volgende eisen te voldoen: • Veel zon en veel zitgelegenheid. • Natuurlijke, groene omgeving. • Geen verkeersstromen van fietsers, auto’s, scooters en leveranciers over het plein. • Het plein zodanig inrichten dat het uitnodigt tot ontspanning, bewegen en ontmoeting (basket, pannaveldje, etc.). • Geluidsoverlast tussen pauzeplein en lesruimten voorkomen. • Op strategische plaatsen afvalbakken plaatsen die er aantrekkelijk uitzien. • Rekening houden met toezicht. • Bereikbaarheid van alle gevels in verband met onderhoud. • Het pauzeplein is rookvrij.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Een zorgvuldige detaillering in de overgang tussen plein en gebouw vermindert de exploitatiekosten van het gebouw. Denk hierbij aan het voorkomen van opspattend regenwater van verharding tegen de gevel en het moeilijk bereikbaar maken van graffitigevoelige gevels.

9.4.3 Sportvelden Momenteel kent het terrein diverse sportvelden, aangrenzend aan de gymzalen en het verharde pauzeplein. Het is van belang dat er nog voldoende ruimte blijft om buiten te sporten. Door de inpassing van de nieuwbouw kan dit een uitdaging zijn, de architect dient hier wel aandacht voor te hebben.

9.4.4 Parkeerplaatsen auto’s Al het autoverkeer van en naar het Reynaertcollege moet op een vlotte en veilige wijze in de openbare ruimte worden afgewikkeld. Het aantal te realiseren parkeerplaatsen zal in overleg met de Gemeente Hulst worden bepaald. De CROW (publicatie 317) voor de middelbare school is van toepassing. Er dienen minimaal twee parkeerzones ingericht te worden. Eén zone is bestemd voor het stallen van de voertuigen van medewerkers. Deze parkeerzone mag op enkele minuten loopafstand van de entrees gelegen zijn, waarbij een maximum van 5 minuten loopafstand gesteld is. De tweede parkeerzone is bedoeld voor bezoekers en mindervaliden. De wens is om over de parkeerplaatsen verdeeld oplaadpunten voor elektrische auto’s te realiseren. Het aantal is nader te bepalen.

9.4.5 Kiss & ride Momenteel ondervindt de school hinder van het parkeren van ouders die leerlingen naar school brengen en ophalen. Het is wenselijk vanuit veiligheid om aan de Zandstraat een kiss & ride-zone in te richten. Hier kan kort gestopt worden om leerlingen uit te laten stappen. Daarnaast dient de kiss & ride-zone zo ingericht te worden dat hier een bus kan parkeren om leerlingen voor een uitstapje of een reis op te halen en veilig in te laten stappen. Dit zal verder onderzocht moeten worden in de ontwerpfase.

Pagina 53 van 70

9.4.6 Rijwielstalling

9.4.7 Containeropstelplaats

De fietsenstalling (inclusief scooters) voor leerlingen dient gehandhaafd te worden aan de zijde van de Zoutestraat. Op het pauzeplein zelf zullen geen fietsen komen c.q. zal niet gefietst worden. Er wordt ook niet gefietst over de parkeerplaats van de auto’s. De fietsenstalling zal direct en veilig toegankelijk zijn vanaf de Zoutestraat. Daarnaast is de wens om een rijwielstalling bij de terreiningang vanaf de Zandstraat te maken. Dit zal verder onderzocht moeten worden in de ontwerpfase.

Op het terrein moet een ruimte worden ingericht voor het (gescheiden) opslaan van afval op een daarvoor geschikte plaats. De plek dient niet te dicht tegen de gevel aan te liggen in verband met brandgevaar. Er is ook een container voor chemisch afval. De containeropstelplaats dient goed toegankelijk te zijn voor afvalbedrijven.

De rijwielstalling dient aan de volgende eisen te voldoen: • Type fietsenstalling dient bepaald te worden in overleg met de school. • Gescheiden fietsenstalling voor leerlingen en docenten. • De totale fietsenstalling dient geschikt te zijn voor circa 920 fietsen (ruim 90% van het aantal leerlingen) en 50 scooters. Er wordt geen gescheiden stalling voor scooters gerealiseerd, wel hebben ze een toegewezen plek in de fietsenstalling. • Houd rekening met voldoende laadpunten voor elektrische fietsen. Voor leerlingen worden er 10 laadpunten opgenomen. • Een overdekte fietsenstalling voor het personeel. Uitgangspunt is 60 plekken (50% van het huidige aantal medewerkers) inclusief minimaal 5 oplaadpunten voor elektrische fietsen en krachtsroom. • Rekening houden met afwijkend formaat fietsen (mountainbikes, bakfietsen, kratjesfietsen) en scooters: ongeveer 30% van het totaal. • Fietsenstalling voor leerlingen: huidige ligging handhaven, uitbreiding bij de terreiningang aan de Zandstraat zodat de bezetting verspreid wordt. • Fietsenstalling voor personeel: overdekt en ligging dicht bij de hoofdentree. • Goed gescheiden verkeersstromen. Geen overlap van fietsers, leveranciers, autoverkeer creëren. • Weggewerkt (bijvoorbeeld in het groen of deels verdiept) in het aanzicht van de school. • Afscheiden zodat diefstal wordt voorkomen, bijvoorbeeld door een laag hekwerk.

• Er is cameratoezicht.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

9.4.8 Buitenruimte personeel Voor het personeel is het wenselijk om een buitenruimte te creëren om te pauzeren. Deze dient verbonden te zijn met de personeelskamer. Dit zou ook in de vorm van een dakterras kunnen zijn maar dit dient verder onderzocht te worden.

9.4.9 Groenvoorzieningen Het terrein is een groene, parkachtige omgeving. Daar waar mogelijk worden bestaande groenvoorzieningen gehandhaafd. De groenvoorzieningen dienen een onderhoudsarm karakter te hebben en moeten op het ontwerp van het gebouw worden afgestemd. Groenvoorzieningen bij de gevels kunnen vandalisme tegengaan. Momenteel wordt de groene omgeving van het Kloostergebouw minimaal gebruikt. Het is wenselijk om ook hier leerlingen te laten pauzeren, dit dient nader onderzocht te worden in overleg met de Gemeente Hulst.

9.4.10 Afscheidingen Afscheiding van het terrein door middel van hekken, maar zoveel mogelijk natuurlijke afscheidingen (bomen/struiken/water). Op het voorterrein een duidelijke afscheiding tussen het terrein van de school en het openbaar terrein. Het voorterrein dient deels toegankelijk te zijn door middel van een laag hekwerk in combinatie met een slagboom. Daarnaast kunnen er ook natuurlijke afscheidingen gerealiseerd worden. Ook de positionering van het nieuwe gebouw op het terrein dient zo ingericht te worden dat een natuurlijke afscheiding ontstaat en ‘verstopplekken’ voorkomen worden.

9.4.11 Rookplek Bij het Reynaertcollege geldt een algeheel rookverbod in het schoolgebouw en op het terrein.

Pagina 54 van 70

9.4.12 Verlichting Het terrein wordt voorzien van de nodige verlichting om in de avonduren een veilig gebruik van het terrein te waarborgen en donkere hoeken bij het gebouw op te heffen.

9.4.13 Bezonning en

beschutting Er moet in het ontwerp worden voorzien in voldoende beschutting voor zowel zon, regen als wind.

Bijlage 1: Uitwerking werkvormen Dromen voor de unilocatie

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 55 van 70

Do’s & Don’ts Alle medewerkers, zowel van de Gildenstraat als Zoutestraat, hebben mogen aangeven welke zaken zij wel en niet willen terug zien in hun nieuwe huisvesting. Het betreft dus persoonlijke meningen. Deze bijlage is een opsomming van deze meningen. Punten die noodzakelijk geacht zijn, zijn overgenomen in eisen die in het hoofddocument staan geformuleerd. Naast de medewerkers is ook door leerlingen aangegeven welke do’s en don’ts ze voor de unilocatie hebben. De opsomming van deze punten is hieronder ook opgenomen. Onderwijskundig • Time-out ruimte voor leerlingen i.p.v. LV • (grote) lokalen voor groepswerk • Extra practicumlokalen / praktijklokalen • Vaste klassen voor vmbo onderbouw! • Degelijk ICT netwerk! • Werkruimtes per domein • Taallokalen en/of taallab • MPD vleugel = één geheel (incl. 044) • Stilteruimte voor leerlingen • Gespreksruimtes • Voldoende en goed uitgeruste practicumlokalen (BIO-NA-SK) • Werkplekken / overlegplekken voor leerlingen buiten de lokalen • Overal digiborden én een krijtbord voor Talen en wiskunde • Geluidsisolatie • Aparte studiehoeken • Grotere toetsruimtes • Integreer vmbo • Debatruimte • Laptopkarren of B40D • Haperende geluidsapparatuur • Aparte ICT lokalen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10805509/1