CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

VORuimtelijk en functioneel Programma van Eisen nieuwbouw Reynaertcollege d.d. 20-10-2021

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente HulstBij agendapunt: Huisvesting voortgezet onderwijs Hulst22.183 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijk en functioneel Programma van Eisen Nieuwbouw Reynaertcollege

Opdrachtgever Gemeente Hulst en Reynaertcollege Datum 20 oktober 2021 Project Programma van Eisen Reynaertcollege Referentie 1581006-0023.1.0 Auteur(s) mevrouw ir. I.M. Jansen - HEVO B.V. mevrouw ir. E.C.W. Arensman - HEVO B.V.

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Statenlaan 8

Postbus 70501

T +31 (0)73 6 409 409

www.hevo.nl

ISO 9001-gecertificeerd

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

5223 LA 's-Hertogenbosch

5201 CB 's-Hertogenbosch

info@hevo.nl

www.rpmbyhevo.nl

Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.

Inleiding Kaders en uitgangspunten Doel Ambitie nieuwe huisvesting Aanpak Leeswijzer

4 4 6 6 6 6

2. 2.1. 2.1.1 2.1.2 2.2.

Het Reynaertcollege Identiteit Missie Visie Kernwaarden

7 7 7 7 8

3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.3.1 3.3.2

Visie op huisvesting Van visie en kernwaarden naar huisvesting Kenmerken van de huisvesting, gebruikers en de omgeving Sfeer en beleving Interieur Exterieur

9 10 11 12 12 13

4. 4.1. 4.2.

Hoofdopzet huisvesting Hoofdopzet totale huisvesting Hoofdopzet nieuwbouw uitbreiding

14 15 16

5. 5.1. 5.1.1 5.1.2 5.2. 5.3. 5.3.1 5.3.2 5.3.3

Ruimteprogramma Leerlingenverdeling en normatieve ruimtebehoefte Reynaertcollege Havo/vwo Vmbo Ruimteverdeling Bepaling aantal ruimten Ruimteprogramma totale huisvesting Ruimteprogramma nieuwbouw uitbreiding Ruimteprogramma bestaande huisvesting

17 17 17 17 17 19 19 19 19

Referentie: 1581006-0023.1.0.

5.3.4

Sport

19

6. 6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.4.1

Functionele indeling nieuwbouw en inpassing Reynaertcollege AVO leerjaar 1 en 2 vakkencluster Cluster Dienstverlening en Producten (D&P) Cluster Techniek Algemene ruimten Cluster ondersteuning

20 20 22 26 30 30

7. 7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5. 7.6.

Functioneel indeling bestaande huisvesting Reynaertcollege Cluster Talen Cluster Zaakvakken Cluster Wiskunde Cluster Binas Cluster Kunst en Cultuur Algemene ruimten

32 32 34 36 38 40 44

8. 8.1. 8.2. 8.3. 8.4. 8.4.1 8.4.2 8.4.3 8.4.4 8.4.5 8.4.6 8.4.7 8.5.

Gebruikseisen gebouw Randvoorwaarden wet- en regelgeving Vormfactoren Indelingsflexibiliteit Toegankelijkheid Algemeen Entrees Horizontale verkeersafwikkeling Verticale verkeersafwikkeling Vluchtmogelijkheden en -wegen Afsluitbaarheid, compartimentering en avondgebruik Mindervaliden Verwachtingen architect

47 47 47 47 47 47 47 47 48 48 48 49 49

9. 9.1. 9.2. 9.2.1

Terrein en locatie Randvoorwaarden terrein Ruimtelijke inpassing en bestemmingsplan Terrein

50 50 50 50

Pagina 2 van 70

9.2.2 9.2.3 9.2.4 9.3. 9.3.1 9.3.2 9.3.3 9.4. 9.4.1 9.4.2 9.4.3 9.4.4 9.4.5 9.4.6 9.4.7 9.4.8 9.4.9 9.4.10 9.4.11 9.4.12 9.4.13

Het Kloostergebouw Nieuwbouw uit 2000 Bestemmingsplan Bereikbaarheid Leveranciers, brandweer, afval Toegankelijkheid Integrale toegankelijkheid (mindervaliden) Functionele randvoorwaarden onderdelen terreinprogramma Entreezone Pauzeplein Sportvelden Parkeerplaatsen auto’s Kiss & ride Rijwielstalling Containeropstelplaats Buitenruimte personeel Groenvoorzieningen Afscheidingen Rookplek Verlichting Bezonning en beschutting

51 51 52 52 52 52 52 53 53 53 53 53 53 54 54 54 54 54 54 55 55

Bijlage 1: Uitwerking werkvormen

55

Bijlage 2: Programma van Ruimten

60

Bijlage 3: Plattegronden bestaande huisvesting

64

Bijlage 4: Artist impression Techniek van de Toekomst

68

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 3 van 70

1. Inleiding Dit ruimtelijk-functioneel Programma van Eisen heeft betrekking op de nieuwbouw en inpassing in het bestaande gebouw van het Reynaertcollege op de Zoutestraat te Hulst. Het Reynaertcollege te Hulst bestaat momenteel uit een havo/vwo locatie op de Zoutestraat en een vmbo locatie op de Gildenstraat. De Gemeente Hulst en VO Zeeuws-Vlaanderen hebben gezamenlijk besloten dat het Reynaertcollege samengaat op één unilocatie, de Zoutestraat. Een gedeelte van het vmbo programma wordt ingepast in het bestaande gebouw en daarnaast zal er een deel nieuwbouw gerealiseerd worden zodat alle leerlingen gehuisvest worden op de Zoutestraat.

• • •

350 vmbo). Dit vertaalt zich in een theoretische ruimtebehoefte van 8.390 m² brutovloeroppervlak (bvo), waarvan 4.090 m² bvo t.b.v. het vmbo. 600 m² bvo van de ruimtebehoefte 4.090 m² bvo wordt ingepast in de Zoutestraat. De overige vierkante meters worden als nieuwbouw gerealiseerd. Op het perceel is een separaat sportgebouw gerealiseerd, deze wordt gehandhaafd, inclusief de aangrenzende sportvelden. De nieuwbouw vindt plaats tegen het bestaande gebouw uit 2000, aan de noordoostzijde van het bestaande gebouw.

Voorliggend ruimtelijk en functioneel Programma van Eisen beschouwt de ruimtevraag van het vmbo voor de nieuwbouw en de inpassing in het bestaande gebouw. Daarnaast wordt er uiteraard ook gekeken naar de ruimtevraag voor het Reynaertcollege in zijn geheel. Het Reynaertcollege is een school voor voortgezet onderwijs van vmbo-basis tot en met gymnasium en functioneert als regioschool. De school heeft momenteel ruim 1.100 leerlingen, In de leerling prognoses (telling oktober 2021) van 2021 wordt een daling naar 1.000 leerlingen in 2036 verwacht. Het gebouw aan de Zoutestraat bestaat momenteel uit twee aaneengeschakelde gebouwdelen: het klooster en de uitbreiding van 2000. Er zullen enkel kleine aanpassingen verricht gaan worden aan het bestaande gebouw om tot één goede unilocatie te komen, samen met de nieuwbouw. De gewenste aanpassingen worden ook in dit document toegelicht. De ambitie voor de toekomstige situatie is dat er één Reynaertcollege is, waarbij alle leerlingen zich door alle gebouwdelen kunnen bewegen. Het is dan ook wenselijk dat de gebouwdelen verbonden zijn met elkaar, bij voorkeur overdekt.

1.1. Kaders en uitgangspunten Voor het ruimtelijk en functioneel Programma van Eisen (PvE) zijn de volgende kaders en uitgangspunten vastgesteld: • Een Programma van Eisen voor een onderwijsgebouw (nieuwe huisvesting in combinatie met het bestaande gebouw) voor 1.000 leerlingen (650 havo/vwo en

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Luchtfoto locatie

Pagina 4 van 70

Situatietekening bestaand

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Transitie naar de unilocatie

Pagina 5 van 70

1.2. Doel

1.4. Aanpak

Het doel van voorliggend PvE is het in kaart brengen van de eisen en wensen van Reynaertcollege ten aanzien van de huisvesting. Er is een gedragen vertaling gemaakt van de onderwijsvisie naar huisvesting, zodat het nieuwe gebouw het onderwijs optimaal ondersteunt.

Voor de totstandkoming van het PvE is nauw samengewerkt met een stuurgroep, een projectgroep en een werkgroep van het Reynaertcollege.

Het doel van het PvE is drieledig: • Het is een middel om de eisen en wensen van de opdrachtgever en gebruikers vast te leggen. • Het dient als leidraad voor de ontwerpende partijen en als toetsingsmiddel voor de beoordeling van de output van de ontwerpende partijen. • Het dient als uitgangspunt voor de bepaling van de investeringskosten en hiermee als toetsing van de financiële haalbaarheid. Het blijft een belangrijk document tot het moment van vaststelling van het Voorontwerp (VO) van de nieuwbouw en inpassing. Vanaf dat moment is niet langer het PvE, maar het VO-fasedocument leidend. Het PvE en tussentijds ontstaan ‘voortschrijdend’ inzicht hebben zich dan doorontwikkeld tot een VO. Het PvE fungeert als kompas waarmee de te selecteren architect en overige adviseurs werken om een gebouw te ontwerpen dat aansluit bij de visie, wensen en eisen van het Reynaertcollege, passend binnen de gemeentelijke kaders van de Gemeente Hulst.

1.3. Ambitie nieuwe huisvesting Een gebouw is faciliterend en ondersteunend aan de gebruikers en de visie op onderwijs. Het moet de identiteit van de organisatie zichtbaar maken en een fijne leeren werkplek zijn voor de leerlingen en medewerkers. Onderwijs is voortdurend in beweging en een gebouw staat er de komende veertig jaar. Het is dan ook belangrijk om zowel vooruit te kijken en na te denken over toekomstige ontwikkelingen als te reflecteren op wat er op dit moment goed is, wat men vooral niet kwijt wil en wat er net anders zou moeten. De unilocatie wordt het visitekaartje van het Reynaertcollege, een gebouw waar de school trots op is en dat in de omgeving bekend staat als een fantastisch en uniek schoolgebouw.

De stuurgroep wordt gevormd door: • Peter Winters, rector Reynaertcollege (tot augustus 2021) • Coen Raas, rector Reynaertcollege (vanaf september 2021) • Steven van Nispen, lid College van Bestuur Stichting Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen • Jacco Scheele, Afdelingshoofd financiën - Gemeente Hulst • Adviseurs van HEVO. De projectgroep wordt gevormd door: • Peter Winters, rector Reynaertcollege (tot augustus 2021) • Coen Raas, rector Reynaertcollege (vanaf september 2021) • Lies Deburchgraeve, directeur Reynaertcollege • Adviseurs van HEVO. De werkgroep bestaat uit een brede afvaardiging van medewerkers van het Reynaertcollege (beide locaties) en afvaardiging/medewerker vanuit de Gemeente Hulst. Onder begeleiding van adviseurs van HEVO is het PvE tot stand gekomen in één plenaire bijeenkomst met het gehele personeel (digitaal), drie werksessies met de werkgroep, een spreekurendag met een afvaardiging per vakkencluster en een excursie naar een school.

1.5. Leeswijzer Het PvE is een vertaling van de onderwijsvisie naar huisvesting. Hoofdstuk 2 start dan ook met een samenvatting van de identiteit, het onderwijsaanbod en de kernwaarden van het Reynaertcollege. De vertaling van kernwaarden van het onderwijs naar consequenties voor de huisvesting is weergegeven in hoofdstuk 3.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 6 van 70

Hoofdstuk 4 betreft de hoofdopzet van de huisvesting aan de hand van een ruimterelatieschema en bijbehorende omschrijving. Dit is een schematische weergave van de wijze waarop de nieuwe huisvesting wordt georganiseerd. Hieruit blijken onder andere de belangrijke relaties en de in de huisvesting te onderscheiden vakkenclusters. Dit is een visuele manier om de uitgangspunten over te brengen.

2. Het Reynaertcollege

Hoofdstuk 5 schetst het ruimtelijk kader, vanuit de huisvestingsverordening. Binnen dit kader is het ruimteprogramma opgesteld dat per vakkencluster is opgenomen in hoofdstuk 6. Het ruimterelatieschema is hier verder uitgewerkt met een omschrijving, ruimtetabel en sfeerimpressies per vakkencluster. In hoofdstuk 7 worden de ruimten in het bestaande gebouw nader uitgewerkt.

2.1. Identiteit

Tot slot gaan hoofdstukken 8 en 9 concreter in op de eisen die aan het gebouw en het terrein worden gesteld om een toekomstgerichte en flexibele nieuwe leeromgeving te kunnen creëren.

De transitie van het samengaan naar één unilocatie faciliteert ook om één school te zijn voor alle leerlingen. Kortom: samen naar één Reynaertcollege op één locatie voor alle leerlingen.

Naast voorliggend ruimtelijk en functioneel PvE is er separaat een technisch PvE opgesteld in afstemming met Davey der Weduwe (ICT) en Patrick Vervaet (facilitair) verantwoordelijken binnen Stichting VO Zeeuws-Vlaanderen.

2.1.1 Missie

Voorliggend hoofdstuk omschrijft de identiteit, het onderwijsaanbod en de kernwaarden van het Reynaertcollege. Vanaf hoofdstuk 3 worden deze stapsgewijs vertaald naar een gezamenlijk ruimtelijk en functioneel PvE.

Het Reynaertcollege komt voort uit een katholieke traditie en handelt vanuit deze identiteit. Kernbegrippen zijn daarbij inspiratie, delen en binden. Wij willen leerlingen inspireren door een voorbeeld te zijn in zowel het hanteren van normen en waarden als in het nieuwsgierig zijn naar zowel kennis als ‘de ander’.

“Het Reynaertcollege wil staan voor onderwijs van kwalitatief hoog niveau, waar aandacht is voor een brede vorming van haar leerlingen in een sfeer van respect en vertrouwen. Daarbij willen wij uitgaan van de mogelijkheden van de (individuele) leerling. Met de begeleiding van deskundig personeel willen wij een persoonlijke ontwikkeling realiseren die leerlingen voorbereidt op een volwaardig functioneren in het vervolgonderwijs en de maatschappij. Het Reynaertcollege wil garant staan voor kwalitatief goed onderwijs en dat willen wij bereiken door oog te houden voor de individuele mogelijkheden van elke leerling. Wij streven een optimale afstemming na tussen vaardigheden, talenten, competenties en resultaten van leerlingen, waarbij wij ruimte geven aan maatschappelijke en sociale activiteiten en creativiteit stimuleren”.

2.1.2 Visie De visie van het Reynaertcollege wordt uitgedrukt in de slogan “wie je ook bent, jij hebt talent”. Met deze slogan wil de school tot uitdrukking brengen: • Dat zij elke leerling ziet als een individu (hetgeen zij wil doen door te stimuleren, te motiveren en door het optimaliseren van de individuele mogelijkheden);

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 7 van 70

• •

Dat zij bereid is uit elke leerling te halen wat erin zit (uitgangspunt daarbij is dat de school een hoog kwaliteitsniveau koestert en in stand houdt); Dat zij dit wil doen met aandacht voor zowel de leerling als voor zijn sociale omgeving.

Het Reynaertcollege voert vanaf schooljaar 2019-2020, net als de collega-scholen in de regio, een nieuw onderwijsmodel in. Dit onderwijsmodel biedt naast de reguliere lessen meer ruimte voor maatwerk en integraal onderwijs. Daarmee ontstaat meer ruimte voor leerlingen die extra hulp of juist extra uitdaging nodig hebben. Tevens kunnen zo algemene vaardigheden (bijv. presenteren, rekenen en ICT) ontwikkeld worden en kunnen diverse vakgebieden in samenhang aangeboden worden. Met dit onderwijsmodel verwachten we beter aan te sluiten bij de leerbehoeften van de individuele leerling met alle positieve gevolgen van dien. Het onderwijsmodel wordt per leerjaar ingevoerd, startend in de brugklas en het eerste leerjaar van de bovenbouw. In het schooljaar 2021-2022 bereikt het model uiteindelijk ook 3 havo/vwo en 6vwo. Het Reynaertcollege biedt onderwijs op vwo, havo en vmbo niveau. Het vmbo onderwijs vindt momenteel grotendeels plaats op de Gildenstraat. In de nieuwe situatie zal dit op de Zoutestraat zijn. Het vmbo kent de verschillende leerwegen: • basisberoepsgerichte leerweg (bb) • kaderberoepsgerichte leerweg (kb) • gemengd theoretische leerweg (gtl).

De leerlingen van de beroepsgerichte leerweg kiezen uit twee afdelingen die op het Reynaertcollege worden aangeboden vanaf eind leerjaar 2: • Dienstverlening en Producten (D&P) • Techniek in de vakmanschapsroute (VKR) In leerjaar 4 worden de praktijklessen van de vakmanschapsroute in het Centrum voor Top Techniek in Terneuzen gegeven. In 2024 worden de gemengde leerweg en theoretische leerweg samengevoegd tot één nieuwe leerweg. Alle leerlingen in deze nieuwe leerweg volgen dan, naast avo-vakken, een praktijkgericht programma. Dit Programma van Eisen heeft deze aanpassing in het onderwijsprogramma reeds ondervangen door rekening te houden met de bezetting van ruimten.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Het Reynaertcollege kent de volgende onderwijskundige kaders voor de unilocatie: • Er wordt gestreefd naar het verminderen van de werkdruk voor medewerkers door realistisch te kunnen blijven organiseren . • Sluit aan bij professioneel statuut. • Sluit aan bij organogram m.b.t matrixstructuur school – sector – team. • De inrichting in de gebouwen versterken teamvorming en samenwerking. • Aansluiten bij grote belang van doorgaande leerlijnen voor leerlingen. • Fysieke en sociale veiligheid voor leerlingen en medewerkers. • Positie voor onderbouw herkenbaar voor 10-14 leeftijdsklasse en brede ontwikkeling. • Aansluitend op toekomstbestendige plannen breed aanbod. • Aansluitend op IT ontwikkelingen VsVZVL. Ten tijde van de afronding van het Programma van Eisen is het Reynaertcollege bezig met haar meerjaren beleidsplan (inclusief onderwijsvisie en kernwaarden), welke zal moeten worden meegenomen in de verdere planvorming van het ontwerp.

2.2. Kernwaarden Het Reynaertcollege komt voort uit een katholieke traditie en handelt vanuit deze identiteit. De kernwaarden zijn daarbij Inspiratie, Binden en Delen. •

•

Inspiratie staat voor het voorbeeld te zijn in zowel het hanteren van normen en waarden als in het nieuwsgierig zijn naar zowel kennis als ‘de ander’. Op het Reynaertcollege wil men willen leerlingen inspireren in hun leren en in hun groei naar volwassenheid. De kernwaarden Binden en Delen staan voor het Reynaertcollege voor met een open houding duidelijk maken dat er recht wordt gedaan aan de individuele behoeften binnen het totaal van een gemeenschap. Iedereen moet zich welkom voelen en vanuit een respectvolle houding aandacht en zorg hebben voor elkaar.

Pagina 8 van 70

3. Visie op huisvesting Door middel van diverse werkvormen is veel informatie opgehaald om te komen tot een visie op huisvesting. De werkvormen zijn niet altijd letterlijk terug te vinden in dit rapport. De resultaten zijn in bijlage 1 opgenomen: • De dromen die bij de werkgroep leven voor de unilocatie; • Do’s en don’ts die de werkgroep voor ogen had voor de unilocatie. Deze zijn door andere personeelsleden en leerlingen aangevuld; • Plus- en minpunten die zijn opgehaald naar aanleiding van een excursie naar een andere school, het Zuid Westhoekcollege in Ossendrecht; • De voorkeuren die de werkgroep leden hebben aangegeven voor de hoofdordening. Dit hoofdstuk geeft een vertaling van associaties die gemaakt zijn bij de kernwaarden en visie en vervolgens een omschrijving van de gevolgen voor het gebouw, de omgeving en de gebruikers van de nieuwe huisvesting.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 9 van 70

3.1. Van visie en kernwaarden naar huisvesting Een deel van de kernwaarden en speerpunten uit de visie van het Reynaertcollege is verder uitgewerkt in onderstaande mindmap en vervolgens vertaald naar huisvestingscriteria (in ellipsen weergegeven).

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 10 van 70

3.2. Kenmerken van de huisvesting, gebruikers en de omgeving De bestaande schoolgebouwen op de Zoutestraat en Gildenstraat zijn oorspronkelijk gerealiseerd om in totaal 1.600 leerlingen te huisvesten. Door de huidige overmaat in beide locaties van het Reynaertcollege en de nog te verwachten krimp van leerlingenaantal van 1.100 naar 1.000 is besloten om te gaan naar één unilocatie op de Zoutestraat. Gebruikers van beide locaties zien dit als een grote kans maar tevens zijn er ook aarzelingen over een aantal thema’s: • De Gildenstraat biedt veel ruimte voor de praktijkvakken, moeten we niet erg veel ruimte gaan inleveren op de unilocatie? • Soms heeft de vmbo leerling een andere omgeving nodig dan een havo/vwo leerling. De Zoutestraat moet ook geschikt zijn voor de vmbo leerling. • Meer leerlingen op één locatie geeft ook meer bezetting op één locatie. Is er wel voldoende ruimte voor bijv. het sporten en bewegen of voor leerlingen in kleinere groepen te werken.

leerpleinen, samenwerkplekken en zelfstandige werkplekken voor leerlingen. Daarnaast beschikt het gebouw ook over onvoldoende (flex)werkplekken voor docenten, waardoor men vaak in het lokaal zit te werken. In de volgende hoofdstukken worden de aarzelingen en de kansen verder uitgewerkt in ruimten, sfeer en beleving.

De grote kansen die men ziet: • Twee locaties brengt veel pendelbewegingen met zich mee voor leerlingen en docenten. Op één locatie heeft men onderwijs op één plek, waarbij de leerlingen van de Vakmanschapsroute leerjaar 4 nog naar het Centrum voor Toptechniek Terneuzen gaan. • Integratie en samenwerking wordt geïntensiveerd, tussen leerlingen en docenten. • Leerlingen van de verschillende niveaus worden de gebruikers van hetzelfde gebouw en kunnen elkaar inspireren en helpen. • Meer clustering van vakken, waardoor vaksecties meer identiteit kunnen krijgen en laten zien. • Havo en vwo leerlingen komen meer in contact met de praktijkvakken van het vmbo, dit wordt zichtbaar. • Pedagogische, didactische lijn binnen een afdeling kan beter gewaarborgd worden op één locatie. Er is gebleken dat de huidige huisvesting op de Zoutestraat ook niet meer volledig past bij de onderwijsvisie van het Reynaertcollege. Momenteel kent met name het gebouw uit 2000 een duidelijke hoofdstructuur van lokalen. Er is meer behoefte aan

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 11 van 70

3.3. Sfeer en beleving 3.3.1 Interieur Hieronder zijn de do’s en don’ts voor de sfeer en beleving in het interieur opgenomen en is aangegeven wat juist wel of niet aanspreekt.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Transparantie van binnen naar buiten is gewenst, zodat men op het terrein en in de openbare ruimte kunnen zien wat er binnen gebeurt. Ook in het gebouw mag gezien worden waar leerlingen mee bezig zijn in de praktijkruimten zodat het ‘doen’ zichtbaar wordt in de school.

Pagina 12 van 70

3.3.2 Exterieur Het is van belang dat de nieuwbouw qua uitstraling past bij de huidige bebouwing (het klooster en de nieuwbouw uit 2000). Aangezien met de vorming van de unilocatie het vmbo geïntegreerd wordt in de tot op heden havo/vwo locatie aan de Zoutestraat zal de nieuwbouw in uitstraling ook deze integratie moeten verzorgen.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Hieronder zijn enkele do’s en don’ts voor het exterieur opgenomen en is aangegeven wat juist wel en niet aanspreekt.

Pagina 13 van 70

4. Hoofdopzet huisvesting Het Reynaertcollege staat voor een mooie opgave om te komen tot één unilocatie. Het bestaande gebouw op de Zoutestraat, dat bestaat uit het klooster en de uitbreiding van 2000, is een gegeven. De nieuwbouw uitbreiding ten behoeve van het vmbo wordt ingepast in deze bestaande situatie (zie afbeelding paragraaf 1.1). Deze transitie biedt kansen om niet alleen één groteschool te worden maar tevens meer clustering aan te brengen in het geheel. Daardoor blijft alles overzichtelijk en veilig voor de leerlingen. De kernwaarden en ambities vanuit het onderwijs en de visie op huisvesting zijn samen met de werkgroep vertaald naar een hoofdopzet voor de gehele huisvesting. Dit totale ruimterelatieschema is gevisualiseerd in paragraaf 4.1. De werkgroep heeft zeer bewust de keuze gemaakt om geen clustering op basis van leerniveau aan te brengen maar er is juist gekozen voor een combinatie van vmbo, havo en vwo leerlingen. Het is van belang dat leerlingen elkaar kunnen ontmoeten en daarmee ook van elkaar kunnen leren. Het Reynaertcollege kent acht vakkenclusters: Talen, Zaakvakken, Wiskunde, BINAS, Kunst & Cultuur, D&P, Techniek en Sport. Uit de vormgeving en inrichting van ieder vakkencluster is de identiteit en de eigenheid van de vakken die er worden gegeven duidelijk zichtbaar. Een vakkencluster heeft een eigen sfeer.

Sport is gepositioneerd aan de zijkant van het vlekkenplan, omdat er al reeds een losse sportvoorziening op het terrein aanwezig is. De nieuwbouw uitbreiding zal voornamelijk ruimte gaan bieden aan de vmbo-profielen D&P en de vakmanschapsroute Techniek. Om kleinschaligheid en geborgenheid te bieden aan leerjaar 1 en 2 is er specifiek gekozen voor de inpassing van de avovakken van deze leerjaren in de nieuwbouw uitbreiding.

De clustering van vakken op deze manier is uit verschillende werksessies voortgekomen. Het bestaande gebouw heeft momenteel al een herkenbare hoofdentree nabij de aula. Deze hoofdentree wil men graag handhaven, waarbij alle gebouwgebruikers op één centrale plek het gebouw binnenkomen. Vanuit de hoofdentree kom je in de centrale aula, deze bestaande aula dient tevens de rol van verbinding met de nieuwbouw uitbreiding te vervullen. Het bestaande gebouw is een gegeven en daar zijn de gebouwgebruikers zich van bewust. Echter biedt de nieuwbouw uitbreiding wel mogelijkheden voor de school als geheel. De nieuwbouw dient openheid uit te stralen, er mag gezien worden dat het ook een vmbo school is waarin er meer in de praktijk wordt geleerd. Het is dan ook wenselijk om de vakrichtingen Techniek en D&P goed zichtbaar te maken naar buiten toe. In hoofdstuk 6 worden de diverse ruimten die een plek krijgen in de nieuwbouw uitbreiding omschreven en uitgewerkt. Daarnaast zijn er in de werksessies ook duidelijke eisen en wensen besproken voor het bestaande gebouw. Deze wensen worden in hoofdstuk 7 omschreven zodat er tijdens het ontwerptraject bekeken kan worden wat er mogelijk is binnen de gestelde kaders. Per vakkencluster is er een vlekkenplan opgesteld die het meest ideale plaatje weergeeft voor de toekomstige huisvesting om de onderwijsvisie zo goed mogelijk neer te kunnen zetten.

De overige leerjaren volgen de avo-vakken in de bestaande huisvesting. Het kloostergebouw biedt momenteel al ruimte aan het Kunst & Cultuur cluster en het BINAS cluster. Dit zal ook in de nieuwe situatie zo gehandhaafd worden. Daarnaast zijn een wiskunde, zaakvakken en talencluster opgenomen in het bestaande gebouw.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 14 van 70

4.1. Hoofdopzet totale huisvesting In de hoofdopzet van de totale huisvesting is duidelijk te zien hoe de Aula en de hoofdentree centraal in het gebouw zijn gepositioneerd. De hoofdopzet is uit verschillende werksessies voortgekomen.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 15 van 70

4.2. Hoofdopzet nieuwbouw uitbreiding In de hoofdopzet van de nieuwbouw uitbreiding is te zien hoe de praktijkprofielen Techniek en Dienstverlening & Producten (D&P) zijn gepositioneerd ten opzichte van de bestaande aula. Daarnaast biedt de nieuwbouw ruimte aan een cluster voor Ondersteuning, een vergaderruimte en zijn de onderwijsruimten voor het cluster AVO vakken voor leerjaar 1 en 2 opgenomen. Door de theorielokalen en leerlingenwerkplekken voor de jongste leerlingen in de nieuwbouw te realiseren kan voor hen een kleinschalige, veilige omgeving gerealiseerd worden. Vanuit hier maken de leerlingen uit leerjaar 1 en 2 uitstapjes naar de andere gebouwdelen voor bijvoorbeeld het volgen van de Kunst & Cultuur en Binas vakken.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 16 van 70

5. Ruimteprogramma Op basis van de hoofdopzet (vlekkenplan), leerlingenaantal, de daarbij behorende normatieve ruimtebehoefte en overige uitgangspunten is bepaald hoe het aantal vierkante meters verdeeld wordt.

5.1. Leerlingenverdeling en normatieve ruimtebehoefte Reynaertcollege Het Reynaertcollege telt momenteel 1.100 leerlingen in totaal. De nieuwe huisvesting (bestaand gebouw en nieuwbouw uitbreiding) dient geschikt te worden gemaakt voor 1.000 leerlingen (650 havo/vwo en 350 vmbo)1, gebaseerd op de leerling prognoses (telling 1 oktober 2021) van de Gemeente Hulst. De leerlingen van het Reynaertcollege zijn verdeeld over de diverse leerjaren. De normatieve ruimtebehoefte voor het onderwijs voor dit aantal leerlingen is 8.390 m² bvo (excl. LO).

5.1.1 Havo/vwo Op basis van 650 leerlingen havo/vwo is de normatieve ruimtebehoefte vastgesteld op 4.850 m² bvo. Het bestaande gebouw op de Zoutestraat beschikt momenteel over: • 6.222 m² bvo schoolgebouw • 732 m² bvo sportgebouw Het bestaande gebouw biedt daarmee meer dan voldoende ruimte voor de ruimtebehoefte van de havo/vwo leerlingen. De overmaat in het gebouw wordt voor 600 m² bvo benut voor de inpassing van de ruimtebehoefte van het vmbo. De overige vierkante meters worden ingezet voor de overbruggingsperiode van de komende jaren, waarbij het leerlingenaantal zal dalen.

Het Reynaertcollege heeft zeer bewust de keuze gemaakt dat er geen duidelijke scheiding komt tussen havo/vwo en vmbo. Dit is dan ook terug te vinden in het ruimteprogramma.

5.2. Ruimteverdeling Het vloeroppervlak van een gebouw kan op verschillende manieren worden weergegeven, bijvoorbeeld brutovloeroppervlak (m² bvo), nettovloeroppervlak, nuttig vloeroppervlak en functioneel nuttig vloeroppervlak (m² fno). De standaardisering voor oppervlaktemeting is vastgelegd in de NEN 2580. Het brutovloeroppervlak (bvo) is de totale vloeroppervlakte van het gebouw gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van opgaande scheidingsconstructies, dus de buitenzijde van het gebouw inclusief buitenwanden, constructies en installaties, maar exclusief vides (groter dan 4 m²). In de Gemeentelijke Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs wordt de term functioneel nuttig vloeroppervlak (m² fno) gehanteerd. Hiermee doelt men op de voor uitoefening van het onderwijs relevante ruimten: de onderwijs-, neven- en directieruimten. De term functioneel nuttig vloeroppervlak (m² fno) komt als zodanig niet voor in de NEN 2580, maar gelet op het gebruik komt dit overeen met de term ‘woonoppervlak’. Waar in de hiernavolgende teksten functioneel nuttig vloeroppervlak (m² fno) staat vermeld, dient dit als ‘woonoppervlak van een gebouw’ conform de NEN 2580 te worden gelezen. Hieronder is een schematisch overzicht van de onderverdeling van het brutovloeroppervlak opgenomen.

5.1.2 Vmbo Op basis van 350 leerlingen vmbo is de normatieve ruimtebehoefte vastgesteld op 4.100 m² bvo. 600 m² zal daarvan ingepast worden in het bestaande gebouw, waarbij de 3.490 m² bvo de nieuwbouw uitbreiding omvat.

1 De leerlingenaantallen zijn gebaseerd op de huidige Brin nummers, niet op de

leerroute.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 17 van 70

De volgende ruimten worden niet tot het functioneel nuttig vloeroppervlak gerekend, dit zijn dus ook geen nevenruimten. Deze ruimten vormen het verschil tussen het nettovloeroppervlak en het functioneel nuttig vloeroppervlak: • • • • •

Vides en schalmgaten. Technische ruimten. Verkeersruimten (gangen, trappen, liften etc.). Toiletgroepen en werkkasten. Schachten.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 18 van 70

5.3. Bepaling aantal ruimten

5.3.2 Ruimteprogramma nieuwbouw uitbreiding

Uitgangspunt voor het bepalen van het Programma van Ruimten is het onderwijsconcept van het Reynaertcollege, het huisvestingsconcept, het lesrooster en de beschikbare ruimten in het bestaande gebouw. Het benodigd aantal onderwijsruimten is bepaald aan de hand van het toekomstige lesrooster voor 1.000 leerlingen. Daarbij is uitgegaan van de volgende bezettingsgraad van de ruimten: • 80% van de roosterposities voor instructielokalen. • 80% van de roosterposities voor praktijklokalen. • 100% van de roosterposities voor de sportlokalen.

In bijlage 2 is het totale ruimteprogramma opgenomen voor de nieuwbouw uitbreiding van 3.490 m² bvo. De daarin opgenomen ruimten zijn zorgvuldig besproken met de werkgroep, gebaseerd op het leerlingenaantal en het lesrooster.

Bepaald is dat een roosterpositie altijd gelijk staat aan een lokaal. Dat betekent dat de mediatheek, leerpleinen en werkplekken voor leerlingen niet ingeroosterd worden.

5.3.3 Ruimteprogramma bestaande huisvesting In bijlage 2 is het totale ruimteprogramma opgenomen voor de bestaande huisvesting. Hier zijn alle wensen van de werkgroep in opgenomen, wat zorgt voor de nodige aanpassingen die uitgevoerd zullen moeten worden in de bestaande huisvesting. In hoofdstuk 7 zal nader worden toegelicht welke aanpassingen gewenst zijn om het vmbo goed in te passen in het bestaande gebouw en daarnaast het bestaande gebouw goed aan te laten sluiten bij de onderwijsvisie en huisvestingsvisie.

5.3.4 Sport Het aantal instructielokalen is bepaald door het totaal aantal toekomstige lesuren per vakkencluster te delen door bovenstaande bezettingsgraad en de uitkomst naar boven af te ronden. Door deze afronding naar boven ontstaat er ruimte in het rooster om flexibel met de beschikbare fte’s om te gaan. Daarnaast zijn twee algemene (flexibele) instructielokalen aan de school toegevoegd (in het bestaande gebouw) om eventuele piekmomenten op te vangen.

De Gemeente Hulst heeft besloten om geen wijzigingen door te voeren op het bestaande sportgebouw op de Zoutestraat. Vanuit het lesrooster kan geconcludeerd worden dat er minimaal 3 gymzalen nodig zijn om alle leerlingen (1.000) in de toekomst te kunnen laten sporten. Er zal dan ook in nader overleg met de Gemeente Hulst besproken moeten worden op welke wijze de leerlingen voldoende ruimte hebben voor het gymonderwijs en er rekening wordt gehouden met de beperkingen in het lesrooster.

Er zijn in totaal 47 lokalen (instructie en praktijk) opgenomen in voorliggend PvE voor 1.000 leerlingen. Dit geldt dan voor het totaal aantal lokalen in het bestaande gebouw en de nieuwbouw uitbreiding. In totaal worden er 15 lokalen (instructie en praktijk) opgenomen in de nieuwbouw uitbreiding. De Nieuwe Leerweg die eraan zit te komen is opgenomen in deze ruimtebehoefte. In het ruimteprogramma is het aantal groepen leerlingen vermeld. Voor de medewerkers zijn er in het ruimteprogramma werkplekken in de clusters opgenomen. Daarnaast kunnen zij buiten pauzetijd werken in de personeelskamer of in de lokalen. Voor directie- en staffuncties zijn kantoorruimten voorzien.

5.3.1 Ruimteprogramma totale huisvesting In bijlage 2 is het totale ruimteprogramma opgenomen voor het Reynaertcollege, gebaseerd op de leerlingenaantal en het lesrooster.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 19 van 70

6. Functionele indeling nieuwbouw en inpassing Reynaertcollege In dit hoofdstuk worden alle clusters en ruimten die opgenomen zijn in de nieuwbouw uitbreiding los van elkaar omschreven en uitgewerkt. Per paragraaf wordt er een cluster uitgewerkt in de vorm van een omschrijving van het cluster, een ruimterelatieschema en is een ruimtetabel opgenomen. In bijlage 2B is het totale ruimteprogramma van de nieuwbouw terug te vinden.

6.1. AVO leerjaar 1 en 2 vakkencluster In het cluster AVO leerjaar 1 en 2 worden de vakken wiskunde, talen (Frans, Duits, Engels, Nederlands) en zaakvakken (aardrijkskunde, geschiedenis, economie, levensbeschouwing, mens en maatschappij) gegeven. Het cluster biedt een veilige omgeving voor 7 groepen van leerjaar 1 en 2 leerlingen van vmbo, havo en vwo. Theorielokaal De theorielokalen zijn bedoeld voor de theorielessen: het geven van uitleg waar leerlingen daarna zelfstandig of in groepen mee aan de slag kunnen. Het cluster heeft theorielokalen van 2 afmetingen: 56 m² (geschikt voor 26 leerlingen en 1 docent) en 67 m² (geschikt voor 32 leerlingen en 1 docent). Met name de theorielokalen van 67 m² zullen worden ingezet voor de grote groepen die er zijn per leerjaar, het kan dan ook zijn dat een groep van andere leerjaren hier af en toe gebruik van maakt. Het is voor zowel de medewerkers als de leerlingen van het Reynaertcollege belangrijk dat de lokalen een eigenheid uitstralen: aan het lokaal kan men zien welk vak er wordt gegeven. Er moet gelegenheid zijn om leerlingwerk en vakspecifieke posters/objecten tentoon te stellen. Dit betekent dat er voldoende ruimte op de wanden moet zijn om posters/leerlingwerk/etc. op te hangen.

De lokalen blijven functioneel gezien flexibel inzetbaar, er kan dus bijvoorbeeld een les Nederlands worden gegeven in een lokaal voor Duits, of zelfs in een aardrijkskundelokaal, maar in principe worden vakken in de ‘eigen’ lokalen geroosterd. In het ontwerp van de lokalen dient rekening te worden gehouden met de leesbaarheid van het digiboard voor de leerlingen. Denk hierbij aan lichtinval, lichtwering en een passende vorm (lengte-/breedteverhouding) voor een lokaal.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Werkplekken leerlingen Het cluster AVO leerjaar 1 en 2 kent verschillende werkplekken voor leerlingen: werkplekken in afsluitbare ruimten, geschikt voor het voeren van gesprekken, samenwerken of onder begeleiding in kleine groepjes. Daarnaast is er ook een leerplein, waar leerlingen in stilte kunnen werken of juist samen kunnen werken zowel zonder als onder begeleiding van een onderwijsassistent. Het is van belang dat er een zonering aangebracht wordt in het leerplein. De werkplekken en het leerplein zijn altijd gesitueerd tussen de lokalen aan de gangzone. Het is van belang dat er echt onderscheid wordt gemaakt in de vormgeving van het leerplein en de afsluitbare werkplekken. In het kader van toezicht en openheid/transparantie is het tevens de bedoeling dat er ramen zijn tussen de lokalen en de werkplekken, zonder dat deze zorgen voor afleiding of het gevoel dat men bekeken wordt. Dit voorkomt dat leerlingen in de lokalen worden afgeleid door wat er op de werkplek gebeurt en andersom. De werkplekken kunnen onder andere ingezet worden voor: • Zelfstandig werk en groepswerk van leerlingen, in tussenuren, pauzes of tijdens de les. • Werkruimte voor leerlingen die geen/weinig instructie nodig hebben tijdens de les. • Coachgesprekken of extra uitleg. • Het afnemen van een mondelinge toets. • Werkplek voor docenten, indien er genoeg privacy is.

• Een leerling of kleine groep leerlingen extra uitleg geven. Voor sfeer en inrichting van de leerlingwerkplekken wordt gedacht aan: • Rustige, prikkelarme sfeer. • Sfeer is laagdrempelig om er even te gaan zitten. • Er kan op zachte toon overlegd worden en de akoestiek is goed. • Flexibele inrichting en diversiteit in inrichting tussen de verschillende plekken. • Voldoende transparantie om voor openheid en toezicht te zorgen, niet zo transparant dat het voor afleiding zorgt.

Pagina 20 van 70

Ruimterelatieschema AVO leerjaar 1 en 2

Ondersteunende ruimten Het cluster beschikt over één berging waar leermiddelen kunnen worden opgeslagen. De leermiddelen die hier worden opgeslagen is materiaal dat gebruikt wordt voor de AVO-vakken. Er is één algemene spreekkamer opgenomen, dit is een overlegruimte die kan worden ingezet voor gesprekken met/tussen leerlingen, ouders en docenten. De spreekkamer is geschikt voor maximaal 6 personen en kan ook gebruikt worden als werkplek voor docenten voor kortdurende werkzaamheden. Daarnaast is er een kantoorruimte opgenomen voor de teamleider onderbouw, voorzien van een volwaardige werkplek. De docentenwerkplek is een afgesloten flexibele werkplek waar diverse docenten uit het cluster kunnen werken (maximaal 2 werkplekken). Ruimteprogramma cluster AVO leerjaar 1 en 2 AVO leerjaar 1 en 2 (7 groepen OB) Onderwijsruimten Theorielokaal Theorielokaal groot Leerplein (samenwerkplekken leerling) Werkplekken leerlingen Ondersteunend Berging leermiddelen Spreekkamer algemeen Kantoor teamleider onderbouw Docentenwerkplek Subtotaal

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Groepen

Werkpl. Mdw

1 1

1 1

7

2 9

Overl. Plek

Ruimten

m2 per ruimte

m2 fno totaal

6

5 2 1 2

56 67 50 12

280 134 50 24

1 1 1 1 14

12 12 12 12

12 12 12 12 536

Pagina 21 van 70

6.2. Cluster Dienstverlening en Producten (D&P) In het cluster D&P wordt het intersectoraal programma gegeven Dienstverlening en Producten waarbij leerlingen met name in de praktijk leren. Binnen D&P krijgen leerlingen les over: • Uiterlijke verzorging • Ondernemen • Sport en Bewegen • Zorg (ouderenzorg en kinderopvang) • Facilitaire dienstverlening • Organiseren van activiteiten • Presenteren, promoten en verkopen • Een product maken en verbeteren • Het maken van multimediale producten. Het cluster beschikt over 3 praktijkruimten, twee voor de bovenbouw en één voor de onderbouw, diverse nevenruimten en ondersteunende ruimten. Wanneer men het vlakkencluster betreedt mag in de uitstraling meteen duidelijk zijn welke vakken hier gegeven worden. Praktijk D&P Het cluster beschikt over drie praktijkruimten D&P. Deze drie afzonderlijke ruimten zijn nauw met elkaar verbonden zodat docenten overzicht hebben over alle leerlingen in de praktijkruimten. Praktijklokaal D&P bovenbouw (2 stuks) Het praktijklokaal is een grote ruimte die verschillende hoeken/nisjes kent om ruimte te bieden aan: • Instructiezone: een zone met grote tafels waar leerlingen instructie kunnen krijgen en gezamenlijk of zelfstandig aan kunnen werken om de opdrachten voor te bereiden die ze in de praktijk moeten brengen.

Idealiter zijn dit tafels voorzien van voldoende aansluitpunten zodat er eenvoudig met een laptop gewerkt kan worden. Instructie wordt gegeven m.b.v. een verrijdbaar digibord. • In of tegen één van de twee bovenbouw praktijklokalen is een docentenwerkplek: een verhoogde werkplek waar een docent kan werken waar tevens een printer, 3D printer, een kopieerapparaat en diverse

Referentie: 1581006-0023.1.0.

materialen opgeborgen kunnen worden. In de andere bovenbouwpraktijkruimte is enkel een bureau voor de docent voorzien. • Zone uiterlijke verzorging, een zone waarin er ruimte is voor de praktijkopdrachten met kapsalon en schoonheidssalon. Te rekenen op 3 kapsalonplekken (spiegel en stoel), 2 behandelstoelen schoonheidssalon en 1 wasunit voor de kapsalon. • Retailhoek, een zone waarin er ruimte is om etalages te plaatsen om te kunnen etaleren en een plek waar men spullen kan inpakken (inpaktafels). • Sporthoek, een zone waarin leerlingen met sportapparatuur en -attributen aan de slag gaan. • Zorghoek, een zone waar leerlingen ouderenzorg en kinderopvang in de praktijk kunnen brengen. Te rekenen op een bed, wastafel, kast en kinderbed. De ruimte dient te worden voorzien van diverse kasten, die tevens gebruikt kunnen worden om zonering aan te brengen in het lokaal. Praktijklokaal D&P onderbouw Het praktijklokaal is een grote ruimte die ruimte biedt aan: • Instructiezone: een zone met grote tafels waar leerlingen instructie kunnen krijgen en gezamenlijk of zelfstandig aan kunnen werken om de opdrachten voor te bereiden die ze in de praktijk moeten brengen. Idealiter zijn dit tafels voorzien van voldoende aansluitpunten zodat er eenvoudig een laptop geplaatst kan worden. Instructie wordt gegeven m.b.v. een verrijdbaar digibord.

Daarnaast bevindt zich hier ook een bureau voor de docent. • Koken/klein keuken: een afgescheiden zone (vanuit akoestisch oogpunt) waar middels een doorkijk toezicht kan worden gehouden. De klein keuken wordt voorzien van 12 fornuizen met een spoelbak en oven, een voorraadkast met koelkast en vriezer en verrijdbare en verstelbare werktafels. Belangrijk voor de bouw en inrichting van deze ruimte zijn hygiëne, routing en ergonomie. Leerlingen dienen voldoende loopruimte te krijgen i.v.m. de veiligheid. De ruimte dient te voldoen aan de HACCP-norm.

Pagina 22 van 70

De groot keuken grenst aan het restaurant en staat in open verbinding met één van de bovenbouw praktijklokalen D&P. Docenten moeten zowel op leerlingen die in de groot keuken bezig zijn als in het praktijklokaal bovenbouw toezicht kunnen houden. Grondstoffenmagazijn Een berging voor het opbergen van grondstoffen voor de groot keuken. Dit magazijn is toegankelijk vanuit de groot keuken. Koel- en vriescel Een aparte koel- en vriescel dient te worden ingebouwd. Berging non-food Een berging voor het opbergen van droog materiaal.

Studio Een ruimte die gebruikt kan worden voor de multimediale praktijkopdrachten, te voorzien van een klein podium. Restaurant Het restaurant is een simulatiewerkplek van een echt restaurant. Hier kunnen gasten komen eten. De leerlingen runnen het restaurant waar aan 20 gasten (10 tafels van 2) geserveerd kan worden. Tevens kan de ruimte gebruikt worden als instructieruimte of proefwerklokaal. De receptie van het restaurant, garderobe voor gasten, ontvangen van gasten hoort allemaal bij het lesprogramma. Het restaurant dient te worden voorzien van een eigen toilet, garderobe en entree. In het restaurant dient een bar opgenomen te worden, voorzien van koelingen, spoelbakken, glaswerk, etc. Het buitenterras en de groot keuken grenzen aan het restaurant.

Afwasruimte Aan de groot keuken dient een afwaskeuken te worden opgenomen zodat vuil goed vanuit de keuken en het restaurant hier schoongemaakt kunnen worden. Kleedruimten Dit is een ruimte waar leerlingen (dames en heren gescheiden) zich kunnen omkleden. Gastentoilet Het restaurant dient te worden voorzien van een gastentoilet, nabij de entree van het restaurant. Entree De entree van het restaurant, te voorzien van een garderobe.

Groot keuken Deze ruimte is voorzien van een groot keukenblok (geschikt voor 12 leerlingen) met alle voorzieningen voor het bereiden van maaltijden voor het restaurant en verrijdbare en verstelbare werktafels. Er wordt gekookt op inductie. Diverse ruimten dienen aan de grootkeuken te worden geplaatst: grondstoffenmagazijn, koel- en vriescel, berging non-food, afwasruimte, kleedruimten.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 23 van 70

Ondersteunend Berging leermiddelen Nabij de praktijklokalen is een berging voor leermiddelen opgenomen. Hier worden leermiddelen van D&P opgeslagen. Kluisjes en garderobe In het cluster wordt een zone opgenomen voor kluisjes en garderobe om te voorkomen dat er door de praktijklokalen diverse jassen en tassen liggen. Dit in verband met de veiligheid voor de leerlingen. Spreekkamer algemeen Er is één algemene spreekkamer opgenomen, die is een overlegruimte die kan worden ingezet voor gesprekken met/tussen leerlingen, ouders en docenten. De overlegruimte is geschikt voor maximaal 6 personen en kunnen ook gebruikt worden als werkplek voor docenten voor kortdurende werkzaamheden. Docentenwerkplek De docentenwerkplek is een flexibele werkplek waar diverse docenten uit het cluster kunnen werken (maximaal 2 werkplekken).

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 24 van 70

Ruimteprogramma D&P Praktijk D&P (3 groepen, 1OB 2BB) Praktijk D&P Praktijklokaal D&P Studio Restaurant Groot keuken Grondstoffenmagazijn Koel- en vriescel Berging non-food Afwasruimte Kleedruimten Gastentoilet Entree Ondersteunend Berging leermiddelen Kluisjes en garderobe Spreekkamer algemeen Docentenwerkplek Subtotaal

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Ruimterelatieschema D&P Groepen

Werkpl. Mdw

1

1

Overl. Plek

6 3

2 3

0

Ruimten

m2 per ruimte

m2 fno totaal

3 1 1 1 1 1 1 1 2 1 1

100 12 65 42 10 10 10 10 8 4 4

300 12 65 42 10 10 10 10 16 4 4

1 1 1 1 18

8 14 12 12

8 14 12 12 529

Pagina 25 van 70

6.3. Cluster Techniek In het cluster Techniek worden alle praktijkvakken techniek gegeven. Dit bestaat uit de Vakmanschapsroute (VKR) voor de vmbo bovenbouw maar ook het praktijkvak Techniek voor de onderbouw vmbo en havo/vwo. Binnen de Vakmanschapsroute zijn er verschillende domeinen: • Metaal en Mobiliteit • Bouwtechniek • Elektro en Installatie • ICT Momenteel en in de toekomst krijgen de leerlingen van leerjaar 3 de praktijklessen op de eigen school en in leerjaar 4 in het Centrum voor Top Techniek Terneuzen. Het ruimteprogramma is momenteel gebaseerd op het totaal aantal leerlingen. Vanuit het schoolbestuur en de gemeente Hulst is er de wens om vanuit een campusgedachte samen met Praktijkschool Hulst en het basisonderwijs gelijke kansen te creëren voor ieder kind; de samenwerking op te zoeken en efficiënt gebruik te maken van onderwijsruimten. Qua bezetting is hier ook al reeds rekening mee gehouden. Het Techniekcluster bestaat uit 2 praktijklokalen ten behoeve van de Vakmanschapsroute, één techniek onderbouwlokaal, één algemeen technieklokaal, een theorielokaal voor ICT en diverse nevenruimten en ondersteunende ruimten. Wanneer men het vlakkencluster betreedt mag in de uitstraling meteen duidelijk zijn welke vakken hier gegeven worden.

Praktijk Techniek Praktijklokaal Techniek – MeMo (Metaal en Mobiliteit) Dit praktijklokaal is een werkplaats waar meerdere leerlingen gelijktijdig aan diverse technieken kunnen werken in diverse hoeken. Het praktijklokaal bestaat uit diverse zones: • Werkplaats: voorzien van een hefbrug 4 kolom en een hefbrug 2 kolom, een afzuiginstallatie en voldoende bandenwisselapparatuur. • Werkbanken: leerlingen kunnen hier zelfstandig aan het werk gaan met een praktijkopdracht (20 plaatsen).

Referentie: 1581006-0023.1.0.

• • • • • •

Machines: een plek waar leerlingen met kolomboormachines, slijpmachines, freesmachines, hefboomscharen, etc. aan het werk kunnen gaan. Lascabines: ruimte voor ca. 8 lascabines. Werkplaats: voorzien van ruimte voor 3 aambeelden, 2 aftekentafels, 3 hefboomscharen, 2 motorblok werkplekken, 3 montagetafels. Flexplek: leerlingen kunnen hier werken aan diverse laptopopdrachten. Opbergruimte: voldoende ruimte voor het plaatsen van kasten Werkplek docent.

De ruimte dient te worden voorzien van voldoende ventilatie en afzuiging zodat er geen uitlaatgassen blijven hangen in het praktijklokaal. Daarnaast dient er rekening te worden gehouden met het opvangen van olie en vet, bijvoorbeeld door middel van een opvangput. Het praktijklokaal dient aan de gevel gesitueerd te worden zodat zwaar materiaal aangeleverd kan worden. Ook dienen auto’s naar binnen en buiten gereden te worden op de hefbruggen, door middel van overheaddeuren in de gevel. Praktijklokaal Techniek - Bouwtechniek Dit praktijklokaal is een werkplaats waar meerdere leerlingen aan diverse technieken kunnen werken binnen de bouwtechniek. Het praktijklokaal biedt daarmee ruimte voor: • Werkbanken: leerlingen kunnen hier zelfstandig aan het werk gaan met een praktijkopdracht (20 plaatsen). • Metselen en stelruimte: het metselen en stelwerk wordt hier uitgevoerd. • Werkplekken hout: hout voor timmeren, bankwerken, houtbewerking, stellen, e.d. Situering grenzend aan de machinale houtbewerking. De werkplaats moet een verbinding hebben met buiten in verband met de aanvoer van materialen en het vervangen van machines. In de werkplaats is ook ruimte voor het opbergen van gereedschap. • Flexplek: leerlingen kunnen hier werken aan diverse laptopopdrachten. • Opbergruimte: voldoende ruimte voor het plaatsen van kasten • Werkplek docent.

Pagina 26 van 70

Praktijklokaal Techniek - E&I Dit praktijklokaal is een werkplaats waar meerdere leerlingen aan diverse technieken kunnen werken binnen de elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties. Het praktijklokaal biedt daarmee ruimte voor: • Montagestellingen: leerlingen kunnen hier praktijkopdrachten uitvoeren voor het installeren van elektrotechnische installaties en sanitair. Dit vindt plaats in één opstelling (20 plaatsen). • Werkbanken: leerlingen kunnen hier zelfstandig aan het werk gaan met een praktijkopdracht (4 werkbanken). • Flexplek: leerlingen kunnen hier werken aan diverse laptopopdrachten. • Opbergruimte: voldoende ruimte voor het plaatsen van kasten • Werkplek docent.

Techniek onderbouw en Techniek algemeen Deze ruimte is geschikt voor de eenvoudige techniekopdrachten voor de onderbouw van het vmbo en havo/vwo. Ook leerlingen van D&P zullen af en toe gebruik maken van deze ruimte. Er is ruimte voor: • 8 werkbanken met 4 bankschroeven per werkbank. • Een knutselwerktafel • Een spoeltafel • Een soldeerplek • Een platenwals staand • Een hefboomschaar • Computerwerkplek met 10 vaste computers. • Instructiehoek: leerlingen kunnen hier aan de hand van het digibord een instructie krijgen om vervolgens met een opdracht aan de slag te gaan. • Opbergruimte door middel van kasten. Deze ruimte dient tevens geschikt te zijn om bijvoorbeeld ook basisschoolleerlingen kennis te laten maken met Techniek. In deze ruimte kunnen ook deze leerlingen projectmatig aan de slag gaan met Techniek en kunnen zij ook soms uitwijken naar de praktijklokalen van Techniek. De artist impression in bijlage 4 geeft weer hoe dit Technieklokaal van de Toekomst eruit zou kunnen zien. Theorielokaal ICT Het theorielokaal is een instructieruimte specifiek bedoelt voor het ICT onderwijs. De ruimte is voorzien van goede werkplekken voor leerlingen waar zij met een laptop opdrachten kunnen maken. De ruimte is tevens voorzien van een docentenwerkplek en een digibord. Machinale houtbewerking Dit is een afgesloten ruimte met machines voor machinale houtbewerking.

De ruimte dient geluidstechnisch goed geïsoleerd te worden. De ruimte heeft een relatie met buiten in verband met de aanvoer van materialen en het vervangen van machines. De machines zijn aangesloten op een houtmotinstallatieruimte in de buitenlucht in verband met explosiegevaar. De machinale houtbewerking biedt ruimte voor: staande slijpmachine, kolomboor, schuurtafel, afkortzaag, lintzaag, schaafmachine, vandiktebank, langgatboormachine (2 stuks), platenzaag, afzuiginstallatie.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 27 van 70

Ruimteprogramma Techniek

Opslag hout Ruimte voor de opslag en uitgifte van plaatmateriaal en profielen. Ondersteunend Berging materialen Nabij de praktijklokalen is een separaat magazijn opgenomen voor de opslag en uitgifte van materialen. Ruimte gasopslag Nabij het praktijklokaal MeMO dient een ruimte opgenomen te worden ten behoeve van de gasopslag, te voldoen aan de wet- en regelgeving voor gasopslag. Berging gereedschap Nabij de praktijklokalen is een berging opgenomen voor het gereedschap, deze dient afsluitbaar te zijn.

Praktijk Techniek (3 groepen) Praktijk Techniek Praktijklokaal Techniek Techniek onderbouw Techniek algemeen/D&P Theorielokaal ICT Machinale houtbewerking Opslag hout Ondersteunend Berging materialen Ruimte gasopslag Berging gereedschap Berging werkstukken Kleedruimten Kluisjes Docentenwerkplek Subtotaal

Groepen

Werkpl. Mdw

1 1 1 1

1 1 1 1

5

2 5

Overl. Plek

0

Ruimten

m2 per ruimte

m2 fno totaal

3 1 1 1 1 1

240 80 80 56 60 20

720 80 80 56 60 20

1 1 1 1 2 1 1 16

30 4 30 30 12 12 12

30 4 30 30 24 12 12 1158

Berging werkstukken Voor de opslag van werkstukken van leerlingen is er een separate berging met schappen waarop de werkstukken geplaatst worden. Kleedruimten Dit is een ruimte waar leerlingen (dames en heren gescheiden) zich kunnen omkleden. Kluisjes Een zone waar kluisjes zijn opgenomen waar leerlingen werkkleding in kunnen opbergen. Docentenwerkplek De docentenwerkplek is een flexibele werkplek waar diverse docenten uit het cluster kunnen werken (maximaal 2 werkplekken).

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 28 van 70

Ruimterelatieschema Techniek

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 29 van 70

6.4. Algemene ruimten Algemene ruimten zijn de ruimten met de functies ontmoeten, vergaderen, front office, directie & staf, ondersteuning en centrale onderwijsruimten. Vele algemene ruimten zijn reeds opgenomen in de bestaande huisvesting dus zullen geen plek krijgen in de nieuwbouw. Enkele algemene ruimten zullen wel opgenomen worden in de nieuwbouw, deze worden hieronder omschreven. Vergaderruimte voor 10 personen Ten behoeve van grotere vergaderingen wordt er één grotere vergaderruimte gerealiseerd, die geschikt is voor 10 personen. Deze is nabij het cluster AVO vakken leerjaar 1 en 2 gesitueerd. Deze vergaderruimte is multifunctioneel inzetbaar, bijvoorbeeld voor teamvergaderingen of overleg met derden. Zone kluisjes De kluisjes worden verspreid over het gebouw gesitueerd, bij voorkeur in de wanden van de gangzones. Omdat leerlingen hier doorgaans ook hun jas in doen moet er nagedacht worden over een logische routing vanuit binnenkomst en de fietsenstallingen.

6.4.1 Cluster ondersteuning Soms hebben leerlingen behoefte aan intensievere begeleiding of is een aangepast onderwijsprogramma noodzakelijk. In dat geval kunnen leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben ontvangen vanuit het cluster ondersteuning. Leerlingen kunnen echter alleen gebruik maken van deze faciliteit als er een doorverwijzing is vanuit het ondersteuningsteam. De situering en omvang van de ondersteuningsruimten in het bestaande gebouw voldoen niet meer, daarom is de keuze gemaakt om deze een cluster te geven binnen de nieuwbouw. In de nieuwbouw dient men in de ontwerpopgave rekening te houden met een mogelijke uitbreidbaarheid van het cluster ondersteuning in de toekomst. De positionering van dit cluster is daarin van belang.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

De omgeving is voorzien van voldoende overlegplekken. In de omgeving ondersteuning gaat het om bereikbaar zijn, de leerling zien en kennen en daarmee de leerlingen ondersteunen in hun ontwikkeling en in waar zij tegenaan lopen. Door het ondersteuningsteam worden leerlingen met een permanente of tijdelijke ondersteuningsbehoefte ondersteund. Dat kan lichamelijke oorzaken hebben (zoals een gebroken been) of psychische oorzaken. Aangezien het ondersteuningsteam regelmatig met leerlingen, docenten en externen samenwerkt, is het noodzakelijk hun ruimten op een centrale en makkelijk benaderbare locatie binnen het gebouw te positioneren. Tegelijkertijd moet een veilige omgeving gecreëerd worden waar leerlingen zichzelf durven te zijn. Ondersteuningsklas Deze ruimte biedt plek aan ongeveer 15 tot 20 leerlingen die op basis van nader overleg les krijgen in de ondersteuningsklas. Het is een veilige plek voor leerlingen die behoefte hebben aan meer ondersteuning. Een kleine groep leerlingen volgen hier de lessen en instructie, in de eigen leerlijn. Vanuit de werkkamer van het ondersteuningsteam is het mogelijk om toezicht te houden op deze ruimte. Verder is de ruimte weinig transparant, vanaf de gang is niet te zien wie zich in de ruimte bevinden.

De ruimte dient te worden voorzien van 2 werkplekken voor de docent en begeleider, een digibord en voldoende ruimte tussen de leerlingentafels. Er zijn een aantal afgescheiden werkplekken voor leerlingen die snel worden afgeleid. Het is wenselijk om in het lokaal een “natte cel” op te nemen voor het geven van de creatieve vakken. Ondersteuningsruimte Deze ruimte biedt plek aan ongeveer 15 tot 20 leerlingen die graag een wat rustigere, veiligere plek opzoeken tijdens de pauze of buiten de lessen om. In deze ruimte kunnen zij ook ondersteuning krijgen bij hun werkzaamheden, er worden privé gesprekken gevoerd of met laptops/computers gewerkt. Vanuit de werkkamer van het ondersteuningsteam is het mogelijk om toezicht te houden op deze ruimte. Verder is de ruimte weinig transparant, vanaf de gang is niet te zien wie zich in de ruimte bevinden. Het is een ruimte met een warme, rustige uitstraling waar leerlingen zich op hun gemak kunnen voelen. De ruimte is voorzien van 2 werkplekken voor een begeleider en onderwijsassistent.

Pagina 30 van 70

De ruimte is ingericht met aparte werkplekken voor leerlingen en een grote tafel waar leerlingen samen kunnen zitten. Prikkelarme ruimte Grenzend aan de ondersteuningsklas en de ondersteuningsruimte bevindt zich een prikkelarme ruimte. Dit is een ruimte waar een leerling zich even volledig terug kan trekken wanneer men last heeft van teveel prikkels, het wordt gezien als een reboundruimte die een warme en rustige uitstraling moet hebben. Daarnaast kan deze ruimte ook gebruikt worden als flexibele ruimte, wanneer de leerlingen opgesplitst worden. Bij voorkeur ligt de prikkelarme ruimte tussen de ondersteuningsklas en de ondersteuningsruimte in, met aan weerszijde een toegang. RT-ruimte Een werkplek en overlegruimte voor remedial teaching, voorzien van een bureau en een overlegtafel met stoelen. Schoolverpleegkundige/kolfruimte Een ruimte die gebruikt kan worden als kolfruimte maar dat tevens een werkplek is voor de schoolverpleegkundige. Te voorzien van een kleine pantry met spoelbak, een bureau, behandeltafel en weeg- en meetapparatuur. Het is van belang dat men niet zomaar de ruimte in kan kijken. Kantoor/werkplek ondersteuningsteam Een werkplek voor het ondersteuningsteam, te voorzien van 3 werkplekken. De ruimte grenst aan een spreekkamer die tevens door anderen gebruikt kan worden.

Entree Het cluster ondersteuning dient voorzien te worden van een eigen entree zodat leerlingen veilig een weg kunnen vinden naar het cluster. Het is niet gewenst dat deze leerlingen door de hoofdentree een weg moeten vinden door de hele school. Bij deze entree is een kleine stalling voor fietsen en staan enkele buitentafels. In de gangzone zijn enkele ‘babbelboxen’ opgenomen, wat deels afgeschermde zitjes zijn waar leerlingen plaats kunnen nemen en eventueel ook in de pauze plaats kunnen nemen om zich enigszins terug te trekken. Dit zijn inrichtingselementen. In het huidige kloostergebouw is een bestaande rustruimte met een bed waar een enkele leerling gebruik van kan maken om te rusten. Deze ruimte dient gehandhaafd te blijven in de nieuwe situatie. Ruimteprogramma Ondersteuning Ondersteuning Ondersteuningsklas/Argo Ondersteuningsruimte Prikkelarme ruimte RT ruimte Schoolverpleegkundige/kolfruimte Kantoor/werkplek Spreekkamer Entree

1 1

1 1

3 4

1 1 1 1 1 1 2 1

50 50 12 10 10 18 8 4

50 50 12 10 10 18 16 4

1 1 1 1 1 1 1 1

Ruimterelatieschema Ondersteuning

Spreekkamers ondersteuningsteam In deze kleine overlegruimtes kunnen gesprekken met leerlingen en/of ouders en/of docenten plaatsvinden. Hier worden ook vertrouwelijke gesprekken over leerlingen gevoerd om na te gaan hoe zij het beste ondersteund kunnen worden. Het is van belang dat men niet zomaar de ruimte in kan kijken. Wanneer gesprekken in grotere groepen moeten worden gevoerd kan hiervoor gebruikt gemaakt worden van andere spreekkamers / overlegruimten binnen de school.

Referentie: 1581006-0023.1.0.

Pagina 31 van 70

7. Functioneel indeling bestaande huisvesting Reynaertcollege Tijdens de werksessies voor de nieuwbouw uitbreiding zijn ook vele wensen geformuleerd voor de bestaande huisvesting. Er zijn beperkte aanpassingen mogelijk binnen de kaders, echter is het van belang om de wensen en eisen wel mee te geven aan de ontwerpende partijen. Het bestaande gebouw kent op dit moment geen duidelijke clustering, terwijl dit vanuit de onderwijsvisie wel gewenst is. In dit hoofdstuk worden alle clusters en ruimten die een plek moeten krijgen in het bestaande gebouw los van elkaar omschreven en uitgewerkt. Per paragraaf wordt er een cluster uitgewerkt in de vorm van een omschrijving van het cluster, een ruimterelatieschema en is een ruimtetabel opgenomen. In bijlage 2C is het totale ruimteprogramma terug te vinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10805509/1