CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

OLAZBijlage 2. Onderzoeksrapport Toekomstige Milieustraten Zeeland RHDHV dd. 09112020

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente HulstBij agendapunt: OLAZ, zienswijze principebesluit regionalisering Zeeuwse milieustraten28.611 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Stel dat 10% van de producten wordt afgekeurd. Dit betekent dat bijna 8.000 ton niet tegen een gemiddeld verwerkingstarief van 21 euro/ton wordt afgezet maar tegen in het extreme geval bijvoorbeeld een restafvaltarief van 140 euro/ton. Invoering van de maatregel bespaart potentieel 1 miljoen euro. Dit weegt niet op tegen de 3 tot 4 man extra personeel a 1,65 miljoen euro. De verwachting is dat extra personeel pas hoeft te worden ingezet als er duidelijke signalen uit de markt komen over problemen met de kwaliteit. In de kostenbepaling is duidelijk aangegeven dat de het geschatte personeel niet direct aanwezig moet zijn, maar dat we in de toekomst deze daar wel verwachten. Extra personeel leidt ook tot betere service, minder agressie, betere doorloopsnelheid. Zoals te zien is, zit er onzekerheid in de ramingen. De vraag is of nader onderzoek nodig is om de onzekerheid te verminderen. Probleem is dat veel van de onzekerheden liggen in het feit dat het inschattingen voor de toekomst zijn en dat, ook met nader onderzoek, er vele parameters onderzocht moeten worden en vele niet goed nauwkeuriger te voorspellen zijn. De huidige ramingen zijn richtinggevend. Het experimenteren van toegangscontrole en extra man bij restafval lijkt een goede investering om de impact van toekomstige plannen te bekijken.

Daarnaast is ook een gefaseerde implementatie met zorgvuldige monitoring op zijn plaats om inschattingen te kunnen bijstellen.

5.6.4

Doorberekenen kosten leden

De kosten van de milieustraten moeten worden verdeeld over de gemeenten. Om dit te doen is in bijlage 4 een notitie opgenomen die de overwegingen schetst om tot een verdeling van de kosten te komen. De kringloopactiviteiten worden gefaciliteerd, maar exploitatie wordt overgelaten aan derden. De kosten voor de gebouwen worden als huur opgelegd aan degene die de gebouwen exploiteert. De kringloopactiviteiten moeten dus kostenneutraal zijn. Wel wordt verwacht dat gemeenten actief meewerken met leveren arbeidskrachten met afstand tot de arbeidsmarkt. Eventueel wordt een kleine vergoeding betaald aan de kringlooporganisatie als tegemoetkoming van hun inspanning om het restafval te verminderen. De kosten van de milieustraat kunnen zoals nu worden verdeeld, tenzij het beleid aanleiding geeft om het anders te doen op basis van ingewonnen informatie via het pasjessysteem.

19 november 2020

MS ZEELAND

BG9912I&BRP001F02

47

Projectgerelateerd

5.7

Impact regionale indeling milieustraten op financiën

Het onderzochte scenario gaat uit van 13 milieustraten. De evaluatie laat zien dat een significante investering nodig is om aan het programma van eisen te voldoen. Om een globaal inzicht te krijgen wat de kosten zijn als gemeenten een milieustraat delen, zijn de investerings- en operationeel kosten uitgezet als functie van het aantal inwoners per milieustraat. Figuur 9 Investerings- en jaarlijkse kosten milieustraat als functie van het aantal inwoners

Op basis van deze grafiek is een overzicht gemaakt van de kosten per milieustraat en voor de hele provincie als we uitgaan van een beperkter aantal milieustraten in de provincie. Tabel 25: Investerings- en jaarlijkse kosten milieustraten gerelateerd aan aantal milieustraten in gebied Aantal milieustraten

13

12

9

7

5

3.410.000

3.440.000

3.590.000

3.770.000

4.080.000

1.440.000

1.480.000

1.660.000

1.860.000

2.220.000

44.300.000

41.300.000

32.400.000

26.400.000

20.400.000

18.700.000

17.800.000

14.900.000

13.000.000

11.100.000

Kosten per milieustraat Investeringskosten Jaarlijkse kosten

Euro Euro/ jaar

Kosten provincie Investeringskosten

Jaarlijkse kosten

Euro/ jaar Euro/ jaar

Besparing tov 13 straten Investeringskosten

%

7

27

40

54

Jaarlijkse kosten

%

5

20

30

41

Uit de tabel valt af te leiden dat de investeringskosten dalen met ongeveer 7% met elke milieustraat minder en de operationele kosten ongeveer 5%. Deze kosten zijn exclusief kringloop en demontage. In dit onderzoek wordt niet ingegaan waar eventueel de milieustraten komen en daarom ook niet op rijafstand en rijtijd. 19 november 2020

MS ZEELAND

BG9912I&BRP001F02

48

Projectgerelateerd

6

Samenvatting en conclusie

De wereldbevolking blijft sterk groeien. Hierdoor neemt de vraag naar grondstoffen toe, terwijl de voorraad afneemt. De Rijksoverheid werkt daarom samen met het bedrijfsleven om de Nederlandse economie in 2050 volledig te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. In deze circulaire economie bestaat geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. De ontwikkelingen richting een circulaire economie zijn opgenomen in het Europees en nationaal beleid en er zijn programma’s ingezet om het te realiseren. Zo is het programma circulaire economie gestart met daarin opgenomen het Programma VANG (Van Afval Naar Grondstof). In de circulaire economie streeft men ernaar om de grondstoffen zo goed mogelijk in te zetten en zo min mogelijk energie te verliezen. Op deze wijze heeft de ontwikkeling van de circulaire economie ook een positief effect op het klimaat. Ook bedrijven pakken circulaire economie op. Steeds meer economische ontwikkelingen gaan richting digitaliseringen en andere grondstof besparende verdienmodellen als deelgebruik, huur etc. De ontwikkeling van de circulaire economie heeft impact op afvalinzameling en daarbij ook de milieustraten. Het ministerie heeft daarom ook een pilot project gestart om de milieustraat van de toekomst nader te definiëren.

Naast waarde toevoegen, hergebruik, scheiding, kwaliteitsgrondstoffen en vermindering restafval gaat dit ook over integratie in de samenleving door arbeidsparticipatie, opleiding en stimuleren bewustwording. De uitstraling van het grondstoffencentrum is daarbij belangrijk. Het grondstoffencentrum moet recycling, upcycling, circulariteit en duurzaamheid uitstralen. Wat in ieder geval duidelijk lijkt, is er dat verschillende functies mogelijk zijn rondom de milieustraat. Mede ingegeven door de gestelde ambities voor afvalscheiding en circulaire economie, het VANG beleid inclusief de reeds doorgevoerde wijzigingen in de inzamelstructuur (laag-frequent inzamelen/diftar/nascheiding, ontstaat de behoefte om de milieustraten toekomstbestendig te laten functioneren. De huidige stand van afschrijvingen van de milieustraten biedt mogelijk een momentum voor investeringen in een (nieuwe) milieustraat. O.L.A.Z. heeft RHDHV gevraagd voor de milieustraat van de toekomst Scenario 3 uit te werken zoals is geformuleerd in de rapportage Rapport Onderzoek milieustraten. Huidige situatie Alvorens de toekomstige situatie in beeld te brengen is de huidige situatie in beeld gebracht. In Zeeland heeft elke gemeente een eigen afvalbeleid voor inzameling van fijn afval en het beleid varieert per gemeente.

Elke gemeente heeft voor de inzameling van grof afval zijn eigen milieustraat die allen gezamenlijk worden beheerd door de ZRD. De straten zijn ooit ontworpen voor 10 afvalstromen en in de loop der tijd is dit gegroeid tot 29 afvalstromen. De milieustraten zijn daarmee aardig vol geraakt. In principe kan elke burger die in Zeeland afvalstoffenheffing betaalt terecht op elk van de Zeeuwse milieustraten. Er is geen structurele toegangscontrole, wel steekproefsgewijs, en dit heeft als bij-effect dat vele bedrijven, toeristen die geen afvalstoffenheffing betalen en niet afvalstoffenheffing betalende burgers uit omliggende gemeenten afval komen brengen. Het resultaat is dat meer dan twee keer het nationale gemiddelde gewicht per huishouden per jaar op de milieustraten wordt ingezameld. Dit verklaart voor een groot gedeelte de hoge hoeveelheid totaal ingezameld huishoudelijk afval in Zeeland ten opzichte van het gemiddelde in Nederland. Op het gebied van duurzaamheid worden de prestaties vergeleken met de VANG doelstellingen. Voor huishoudelijk afval wordt de doelstelling voor afvalscheiding en maximum gewicht aan restafval niet behaald.

Indien de VANG restafval doelstelling, die geldt voor fijn- en grof huishoudelijk afval samen, wordt vertaald naar een doelstelling voor restafval op een milieustraat, blijkt dat de vertaalde doelstelling voor restafval op een milieustraat ook niet wordt gehaald. Vergelijking van de kosten levert op dat Zeeland

19 november 2020

MS ZEELAND

BG9912I&BRP001F02

49

Projectgerelateerd

in lijn ligt met de 2018 benchmark data en gezien de twee keer zo grote hoeveelheid afval die gemanaged wordt, is dit een zeer goede prestatie. Beschrijving Scenario 3 Scenario 3 definieert de milieustraten van de toekomst en bestaat uit de introductie van 3 typen straten: een basis faciliteit voor een beperkt aantal stromen in Borsele, Kapelle en Noord-Beveland, een compleet variant voor Tholen, Hulst, Sluis, Reimerswaal, Schouwen Duivenland en Veere geschikt voor de inzameling van tenminste de 18 in het Activiteitenbesluit genoemde afvalstromen en een compleet plus variant in Terneuzen, Goes en Middelburg/Vlissingen. De compleet plus variant bestaat uit een complete milieustraat aangevuld met kringloopactiviteiten en eventueel andere activiteiten die onderdeel kunnen zijn van een Circulair Ambachtscentrum. Voor de uitwerking van Scenario 3 zijn op 28 januari 2020 uitgangspunten vastgelegd. Allereerst is het uitgangspunt om een toegangscontrole te introduceren om alleen in Zeeland afvalstoffenheffing betalende huishoudens toe te laten. Er is een voorkeur om dit met een pasjessysteem te doen waarbij inwoners een beperkt aantal maal per jaar naar de milieustraat mogen. Dit limiteert het gebruik van de pasjes en voorkomt uitleen en illegaal gebruik.

Verder werden op de bijeenkomst eisen gesteld welke afvalstromen op welk type milieustraat worden ontvangen en werd aangegeven dat in het kader van de doorstroom en veiligheid, scheiden van burger en professioneel verkeer bij nieuwe straten geïntroduceerd moest worden. Samen met de beheerders zijn de voorkeurs inzamelmiddelen bepaald voor de afvalstromen. Algemene ontwikkelingen en beperken van het bezoek hebben invloed op de hoeveelheid afval die in de toekomst op een milieustraat ontvangen wordt. Geconstateerd is dat de bevolking niet of nauwelijks veranderd tot 2050. Economische groei doet normaliter de afvalhoeveelheid per inwoner stijgen en van de circulaire economie wordt verwacht dat de afvalhoeveelheid afneemt. Beide ontwikkelingen zijn moeilijk te kwantificeren. In dit project is uitgegaan dat de hoeveelheid afval die in de toekomst wordt ingezameld gelijk is aan het gemiddelde van de hoeveelheid afval die in 6 vergelijkbare provincies is ingezameld. Dit doet recht aan de invoering van de toegangscontrole en lijkt geen onderschatting. In het kader van het ontwerp is in de uitgangspunten voor Scenario 3 aangenomen dat de milieustraat 4 maal per jaar door een huishouden wordt bezocht.

Deze bezoekersaantallen zijn vertaald naar de specifieke milieustraten en dit betekent dat er op een complete milieustraat 70.000 bezoeken per jaar worden verwacht en op een compleet plus variant 140.000 bezoeken per jaar. Deze bezoekers komen niet geleidelijk verdeeld over het jaar naar de milieustraat. Bij de aannamen is uitgegaan van een ontwerp op basis van de 95 percentiel waarde. Dit betekent dat 5% van de dagen meer bezoekers komen dan het ontwerp aan kan. Bovenal is rekening gehouden dat gedurende de dag het aantal bezoeken fluctueert. De ramingen gaan uit van het feit dat op een druk uur 25% meer bezoekers komen dan gemiddeld. In de uiteindelijke ontwerpen zijn verschillende varianten mogelijk. Belangrijk besluit is of O.L.A.Z financiële instrumenten wil creëren waarbij gewicht als basis dient. In dit onderzoek wordt gesteld dat het opnemen van weegschalen op de milieustraten veel ruimte inneemt die beter benut kan worden om service aan de burger te verlenen. Voor de kringloopactiviteiten zijn 6 varianten inzichtelijk gemaakt variërend van inloopcontainers, demontage, kringloopwinkels naar combinaties van kringloopwinkels, demontage en ambachtswinkels. Deze kunnen eventueel worden gekoppeld aan de milieustraat.

Evaluatie Scenario 3 Op basis van de eisen is een inschatting gemaakt van het benodigd oppervlak voor een complete milieustraat die ook de basis vormt voor de milieustraat in de compleet plus variant. Indien er aan alle eisen moet worden voldaan, blijkt dat er meer ruimte nodig is dan er op vele locaties beschikbaar is. Deze ruimte is nodig voor extra containers, toegangswegen en gescheiden verkeer tussen burgers en professioneel verkeer. Het voldoen aan alle eisen betekent daarom dat vele milieustraten moeten worden

19 november 2020

MS ZEELAND

BG9912I&BRP001F02

50

Projectgerelateerd

verplaatst. Bij herlocatie kan dan ook rekening worden gehouden met de aanvullende kringloopactiviteiten. Bij het ontwikkelen van nieuwe locaties is hoogstwaarschijnlijk sprake van een geleidelijke ontwikkeling en de verwachting is dat oude en nieuwe locaties naast elkaar bestaan. In nieuwe situaties moet rekening worden gehouden met alle eisen (in verband met ruimte) maar dat de in werking treden van sommige eisen alleen kan als deze op elke milieustraat op hetzelfde moment kan plaatsvinden. Het meest relevante voorbeeld hiervan is toegangscontrole. Indien deze op enkele milieustraten wordt ingevoerd, zullen mensen die eigenlijk geen toegang hebben uitwijken naar de milieustraten die geen controle hebben en deze zullen zwaarder belast worden. Om het samen bestaan van oude en nieuwe straten na te gaan, is de mogelijkheid onderzocht om toegangscontrole op de huidige locaties in te voeren door te kijken of er een opstelruimte voor wachtende auto’s op de locatie is te realiseren. Ook hier zijn de mogelijkheden op de locaties beperkt. Bij herontwikkeling van alle milieustraten (nieuwbouw) moet in de orde van 50 - 60 miljoen euro worden gedacht.

Ook stijgen de operationele kosten bij volledige implementatie significant, omdat er meer personeel wordt voorzien om burgers te assisteren, toe te zien op scheidingsgedrag, de kwaliteit van grondstoffen te bewaken en restafval te minimaliseren. De jaarlijks kosten stijgen van 18,42 naar 45 euro/inwoner per jaar. Het grootste deel van de kostenstijging wordt veroorzaakt door stijging kosten personeel benodigd voor toegangscontrole en toezicht op kwaliteit. De toename van het personeel kan gefaseerd plaatsvinden naar behoefte waardoor de kosten langzaam kunnen stijgen. Ook kan de vernieuwing van de locaties gefaseerd worden ingevoerd. Eerst kan de locatie Goes worden ontwikkeld en op basis daarvan kunnen andere locaties worden ontwikkeld. In scenario 3 zitten 3 maatregelen die moeten zorgen voor minder restafval. Allereerst is dit de toegangscontrole. De kosten van deze bedragen -0,27 tot 0,08 euro per bespaarde kg restafval. Het plaatsen van demontage en kringloopactiviteit resulteert in 0 tot 0,175 euro per vermeden kilo afval. Voor toezicht op restafval op de milieustraat bedragen de kosten 1,25 euro per vermeden kilo restafval. Naast maatregelen om de hoeveelheid restafval te verminderen is ook geopperd om meer personeel te plaatsen om de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen te waarborgen.

Van de drie genoemde opties tot verlagen van restafval is toegangscontrole het meest kosteneffectief al kan het worden geïmplementeerd, gevolgd door kringloop/demontage activiteiten en controle op de restafvalcontainer. Het implementatiegemak kent de omgekeerde volgorde. Evaluatie van de VANG doelstelling geeft aan dat scenario 3 de naar milieustraten vertaalde VANG doelstellingen niet haalt. Een gedeelte van het restafval, dat in de huidige situatie wordt ingeschat op 42 kg/inw./jaar, wordt voorkomen door weigering van onbevoegden (13,5 kg/inw./jaar). Daarnaast wordt op basis faciliteiten nog eens 2 kg/inw./jaar bespaard door beter toezicht en bewustwording en op compleet plus niveau nog eens 11 tot 15 kg/inw./jaar. Deze schattingen houden echter geen rekening met externe ontwikkelingen in de markt die zeker ook van invloed kunnen zijn. Ondanks dat onder de gemaakte aannamen de doelstelling niet gehaald worden, is er wel sprake dat de beste beschikbare techniek wordt toegepast.

19 november 2020

MS ZEELAND

BG9912I&BRP001F02

51

Projectgerelateerd

Service niveau In scenario 3 is voor het serviceniveau uitgegaan van behoud van de gemeentelijke milieustraat, zijn de openingstijden gelijk aan de huidige openingstijden en zijn de afvalstromen uitgebreid ten opzichte van de huidige situatie. Het service niveau wordt verlaagd door de invoering van een toegangscontrole en beperking aantal bezoeken. De toegangscontrole is in eerste instantie voorgesteld om het oneigenlijk gebruik te voorkomen door bedrijven, toeristen die geen afvalstoffenheffing betalen en gebruikers van omliggende gemeenten. Dit is gedaan om te werken aan het halen van de VANG doelstellingen en deze zuiver te kunnen monitoren. Het beperken van het aantal bezoeken per huishouden per jaar zorgt dat het benodigde oppervlak voor een milieustraat wordt beperkt. Dit vermindert de investeringskosten. Het beperken van de toegang tot milieustraten benadeelt mogelijk burgers in diftar gemeenten omdat deze gebruik maken van de milieustraten om kosten te reduceren. Omdat diftar is geïntroduceerd voor fijn huishoudelijk afval en milieustraten bedoeld zijn voor grof huishoudelijk afval, is hier geen sprake van het beperken van het serviceniveau maar het optreden tegen ongewenst gedrag. Het introduceren van een toegangscontrole in combinatie met beperkte toegang of betalingen, kan ertoe leiden dat het zwerfafval toeneemt.

Volgens NVRD rapportages zijn de effecten hiervan echter te overzien. Business case Niet alleen O.L.A.Z is op zoek naar de ideale business case. In 2023 eindigt het eerste gedeelte van het pilot project dat geïnitieerd is door het Ministerie. De uitkomsten zouden meer duidelijkheid kunnen geven over een goede samenwerkingsvorm op een circulair ambachtscentrum. Vooruitlopend op het antwoord uit de pilot is de vraag gesteld hoe kringloopactiviteiten te combineren met milieustraten. Het is niet vanzelfsprekend dat kringloopactiviteiten aan milieustraten aan worden gekoppeld, omdat beide activiteiten verschillende expertises vragen. Vanwege de uitstraling, bewustwording en de doelstellingen is het echter een voor de hand liggende combinatie om te werken aan de VANG doelstellingen. In geval van een combinatie van kringloop en milieustraat om de doelstelling te bereiken, is het van belang dat de continuïteit wordt gewaarborgd. In eerste instantie wordt gedacht dat O.L.A.Z. eigenaar wordt van de infrastructuur. Voordeel van deze structuur is dat O.L.A.Z. bij onverhoopt falen van het 19 november 2020

MS ZEELAND

BG9912I&BRP001F02

52

Projectgerelateerd

kringloopbedrijf, eigenaar blijft van zowel pand bij de milieustraat dat de combinatie behouden blijft. Een ander kringloopbedrijf kan dan in het gebouw en blijft de samenwerking met de milieustraat behouden. Om expertise binnen te halen is een samenwerkingsverband met externe kringloopbedrijven voor de hand liggend. Hiermee komt kennis in huis, worden mensen opgeleid en kan in de toekomst een ander besluit worden genomen. Hierdoor kan kennis worden opgedaan die bijvoorbeeld over 10 jaar gaat leiden dat ZRD de kringloop gaat bedrijven. Er is voordeel te behalen door beide organisaties op termijn onder een pet te brengen. Verdeling van de kosten Voor de verdeling van de kosten is een proces opgeschreven. In het proces wordt er vanuit gegaan dat de milieustraat kosten in eerste instantie onveranderd worden verdeeld en dat de kringloopkosten door kringloop opbrengsten worden gedekt. Van belang is wel dat gemeenten meewerken aan het leveren van mensen met afstand tot de arbeidskracht en dat er de mogelijkheid bestaat om de kringloop een (kleine) vergoeding voor hun inspanning het restafval te verminderen. Bij vergaren van meer kennis door meer registratie uit te voeren kan de basis veranderen. Voorstel is ook om de kosten en de verdeling ervan periodiek te evalueren.

Aanbevelingen Implementatie toegangscontrole Toegangscontrole is een effectief instrument dat redelijk voordelig geïmplementeerd kan worden (kosten pasjes, slagbomen en pasjeslezers en kosten ontwikkelen toegangswegen versus besparing op transport en afvoerkosten). Hoewel de mening is dat voor en goed werkend systeem alle milieustraten toegangscontrole moeten hebben, kan het voordelen hebben om er toch gewoon aan te beginnen en in geval van files andere besluiten te nemen. Dit leidt tot de volgende aanbeveling: Op korte termijn inpassen en invoeren van (geautomatiseerde) toegangscontrole op alle milieustraten. Eventueel eerst zonder betalingssysteem om ervaringen op te doen en inzicht te krijgen in lagere aantallen bezoekers en hoeveelheden afvalstromen Deze gegevens zijn ook welkom voor verdere ontwerpen van nieuwe milieustraten. Pilot project toezicht op restafval Een van de mogelijke maatregelen om restafval te verminderen is om toezicht te houden op de restafvalcontainer om te voorkomen dat grondstoffen die elders worden ingezameld in de container verdwijnen. Onder de gemaakte aannamen wordt de maatregel als kostbaar beschouwd. Op elke milieustraat moet een man extra worden geplaatst en dat kost 1,65 miljoen euro per jaar extra terwijl zich dat niet terugverdient in lagere afzetkosten.

Omdat implementatie makkelijk is te starten, is een pilot op een of meerdere milieustraten aan te raden. Op deze wijze wordt informatie verzameld over inzet, effectiviteit en neveneffecten en kunnen de aannamen worden gecontroleerd. Bij later ontwerpen kan dit worden meegenomen. Werk aan bewustzijn burgers en werknemers: extra aandacht aan communicatie over wijze van afgeven afvalstromen op de milieustraat en handelingsinstructie. Communicatie kan plaatsvinden via brieven, kranten en op de milieustraat door bebording bijvoorbeeld. Onderzoek regionale aanpak Het komt er op neer dat vele locaties niet voldoen en er naar alternatieve locaties dient te worden uitgekeken. Vanwege de impact op de investeringskosten, en de hoge operationele kosten lijkt een regionale aanpak het onderzoeken waard. We denken aan een combinatie van Goes met omliggende gemeenten. Ook is een combinatie van Vlissingen en Middelburg op een nieuwe locatie voor de hand liggend. Veere kan daarbij dienen ter ondersteuning van Middelburg/Vlissingen en voor een deel van

19 november 2020

MS ZEELAND

BG9912I&BRP001F02

53

Projectgerelateerd

Noord-Beveland. Elke milieustraat minder door samenwerking resulteert in 7% minder investering en 5% lagere jaarlijkse kosten. Mochten de locaties gevonden worden en ontwikkeld, dan is het bereiken van de naar milieustraten vertaalde VANG doelstellingen alsnog moeilijk te halen. Het is echter de beste technologie voorhanden en om het gewenste resultaat te bereiken zijn ook externe ontwikkelingen nodig. Houdt in de regionale aanpak ook rekening met het verlaten van het basisvariant type milieustraat. Gezien de beperkt aantal bezoeken en de beperkte inzameling van afvalstromen zijn deze relatief duur. Implementeer toekomstige milieustraten gefaseerd De gevraagde investeringen zijn aardig hoog en er is nog veel informatie te vergaren. In Nederland is men ook naarstig op zoek naar de juiste oplossing. De aanbeveling is ook om de vernieuwing gefaseerd in te voeren. Gebruik natuurlijke momenten om nieuwe milieustraten toekomstgericht in te richten en start mogelijk met pilot of voorstel tot gefaseerd samenvoegen door te starten op locaties waar het eenvoudig/natuurlijk/logisch te realiseren is. Blijf eigenaar maar ga samenwerking met externe kringlooporganisaties aan. Met betrekking tot de kringloopactiviteiten is het goed om deze te koppelen aan de milieustraten en de ZRD eigenaar te maken om de continuïteit te borgen.

Voorstel is om in eerste instantie een samenwerking aan te gaan met bestaande kringloopbedrijven waarbij op papier gescheiden activiteiten plaatsvinden. Zij leveren de benodigde expertise en verzorgen de business case voor de kringloopactiviteiten. Fysiek kan de overgang plaatsvinden na ontvangst van de goederen. Om de doelstelling te bereiken geldt een alles aannamebeleid voor kringloopgoederen. Dit gebeurt door een medewerker van de milieustraten en de medewerker van de kringloop selecteert de juiste spullen. Dit voorkomt dat de kringloop veel verwerkingskosten voor niet verkochte producten moet betalen. Over het algemeen geldt dat de kringloopwinkel draait op subsidiekosten, dus besparing of extra kosten zijn belangrijk. Voor O.L.A.Z. is het van belang dat de doelstellingen worden gehaald. Een bijdrage voor de afname van goederen door het kringloopbedrijf ligt in de lijn der verwachting. Verdeling van de kosten. Ga in eerste instantie uit van de huidige systematiek. Evalueer op gezette termijnen of nieuwe informatie nieuwe inzichten oplevert. Laat Kringloopbedrijven zelf voor de financiën verantwoordelijk zijn.

19 november 2020

MS ZEELAND

BG9912I&BRP001F02

54

Bijlage 1. Relevante aspecten in ontwikkeling van milieustraat van de toekomst

Projectgerelateerd

Het omzetten van de huidige milieustraten richting milieustraat van de toekomst vraagt ontwikkeling naar het juiste concept. De milieustraat van de toekomst gaat over hergebruik, kwaliteitsgrondstoffen, integratie in de samenleving, beleving enzovoorts. Deze vraag is niet uniek voor O.L.A.Z.. Op dit moment heeft het ministerie een pilot project geïnitieerd dat tot moet leiden tot waardevolle informatie om het concept te ontwikkelen. O.L.A.Z. wil graag een visie op de milieustraat van de toekomst voor de resultaten van de pilot bekend worden gemaakt. Om te komen tot een visie zien we verschillende aspecten die van belang zijn om ter discussie te stellen bij het vaststellen van de milieustraat van de toekomst. Toegangsbeleid Het ontwerp en de inrichting van een toekomstbestendige milieustraat vereist keuzes in het toegangsbeleid. Het toepassen van restricties leidt tot zowel voor- als nadelen, zie ook onderstaande tabel. Keuzes die daarbij binnen het toegangsbeleid gemaakt moeten worden hebben betrekking op: Wie worden toegelaten? Hoe vaak wordt een bezoeker toegelaten? Wanneer wordt een bezoeker toegelaten? Wat laten we toe? Toegangsbeleid kent zowel voor- als nadelen.

Tabel 26 Overzicht voor- en nadelen toepassen restricties in toelatingsbeleid Voordelen Nadelen ▪ Minder afval ▪ Investeringen, in aanvang stijging kosten ▪ Minder bezoekers ▪ Kans op wachttijden aan de poort ▪ Minder piekdrukte ▪ Kans op filevorming op openbare weg ▪ Lagere afzet kosten ▪ Kans op illegaal storten ▪ Zuivere monitoring van doelstellingen ▪ Geen oneigenlijke subsidiëring Overwegingen die een rol spelen in het toegangsbeleid zijn: ◼

Bij automatische toegang zijn kosten lager dan de besparing op afzet. Hangt ook af van andere besluiten.

◼

Toekomstig beleid om naar 0 kg/inw./jaar te gaan verlangt hoogstwaarschijnlijk inzet financiële stimulansen om scheiding op milieustraat te realiseren. Een toegangssysteem helpt hierbij.

◼

Waar kunnen geweigerden heen met hun afval? Zijn er alternatieve afzetkanalen in de omgeving?

Aannamebeleid Welke afvalstromen zamelen we in? Om tot 0 kg restafval per inwoner per jaar te komen moet nagedacht worden over minimalisatie van afvalstromen, eigenaarschap van producten, levensduur van producten, terugnameverplichtingen, ontwerpen voor hergebruik, ontwerpen voor demontage en verantwoord inzamelen van materialen en producten. Vele belanghebbenden zullen een rol spelen om bij te gaan dragen aan de grondstoffenrotonde. Voor de milieustraat van de toekomst geldt dat deze zowel na implementatie als over 20 of 30 jaar moet kunnen functioneren. Er zullen grondstoffen zijn die onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid (groen/grond/puin) vallen en er zullen naar alle waarschijnlijkheid steeds meer grondstoffen onder een producentenverantwoordelijkheid vallen (nu: elektrisch en elektronisch afval, verpakkingsmaterialen, autobanden, later matrassen, tapijten, meubels, et cetera). Een gedeelte van de grondstoffen onder een producentenverantwoordelijkheid zullen op termijn via andere routes worden ingezameld dan de milieustraat. In de komende 20 jaar zal zich dit gaan uitkristalliseren en optimaliseren.

19 november 2020

MS ZEELAND

BG9912I&BRP001F02

A1

Projectgerelateerd

In de ontwikkeling van de moderne milieustraten gaan we er vanuit dat meer afvalstromen worden ingezameld dan op dit moment gebruikelijk is. De moderne milieustraten in Oss en Eindhoven gaan uit van een perron van meer dan 20 perronplaatsen, grote stortvakken, meerdere inloopcontainers en kleine containers. In het aannamebeleid gaan we ervan uit dat er zoveel mogelijk verschillende stromen ontvangen worden tenzij er wettelijk aspecten spelen waaraan moeilijk kan worden voldaan. Een belangrijk aandachtspunt naar de toekomst toe is of ook afvalstromen ingezameld (moeten) worden die ook via huis aan huisinzameling of wijk inzameling worden ingezameld. Passieve/actieve houding inname Het aanbieden en zelf storten van producten, afval of grondstoffen op een milieustraat past bij een vrij passieve houding. De burger besluit uiteindelijk wat hij in welke container aanbied. Een actieve houding ten aanzien van milieustraat-inzameling houdt in dat een medewerker bij de ingang de in de auto aanwezige grondstoffen bekijkt. Hij zal de ontdoener actief benaderen om herbruikbare/demontabele spullen daar achter te laten. Deze actieve benadering zorgt ervoor dat product en materiaalhergebruik wordt geïntensiveerd. Er staan echter wel kosten van inspectie tegenover. Tegenover de actieve houding staat een passieve houding waarbij de burger spullen inbrengt zonder of met beperkt toezicht.

Beleid voorkomen restafval Het voorkomen van restafval kan worden bewerkstelligd door vele grondstoffen in te zamelen, toe te zien op de ingezamelde kwaliteit van grondstoffen en de burger te faciliteren. Afvalscheiding kan daarbij worden gestimuleerd door een onderscheid te maken in betaalde stromen en onbetaalde stromen op de locatie. Burgers kunnen dan eerst zich van de gratis stromen ontdoen. Dit leidt tot goed scheidingsgedrag en vermindering van de betaalde (rest)stromen. Bewaken kwaliteit grondstoffen Het deponeren van de materialen in de juiste container is gewenst. Om dit te bereiken dient de burger goed te kunnen zien welke afvalstromen worden ingezameld, waar de inzamelmiddelen staan en wat er niet in de container hoort. Voor vragen moet hij zich kunnen wenden tot een beschikbare medewerker. Medewerkers kunnen controle uitvoeren door de containers te inspecteren en te corrigeren, daar waar mogelijk. Het samendrukken van grondstoffen kan de logistieke kosten doen afnemen en oponthoud voorkomen, de kwaliteit van de grondstoffen kan er echter door achteruitgaan. Inname faciliteiten Het doel is om op te schuiven van de huidige wijze van inzamelen op een milieustraat richting faciliteren hergebruik, leveren van kwaliteitsgrondstoffen en minimaliseren restafval.

Engels onderzoek heeft aangetoond dat een goed georganiseerde inname van herbruikbare goederen het scheidingsgedrag op de locatie verbeterd. Deze inname kan op verschillende manieren worden georganiseerd, variërend van een inloopcontainer voor herbruikbare goederen (al dan niet met stellingkasten) via een loods voor inname tot een combinatie van inname met demontage en/of met en door een kringloop. Bij de bespreking van de varianten komt dit nader aan bod. Zicht op bestemming van ingezamelde herbruikbare materialen Zicht op de bestemming van spullen kan aan de motivatie bijdragen om beter te scheiden, eerder zich van spullen te ontdoen en de beleving verbeteren. Het meer inzichtelijk maken van wat er uiteindelijk met de herbruikbare materialen wordt gedaan kan door goede informatieverstrekking maar ook door de fysieke inrichting met de nabijheid van fysieke bestemmingen zoals een kringloopwinkel of ambachten.

19 november 2020

BIJLAGE

BG9912I&BRP001F02

A2

Projectgerelateerd

Affiniteit met kwaliteit, aangeboden spullen en ambachten De aantrekkelijkheid van een milieustraat van de toekomst of circulair ambachtscentrum hangt samen met het serviceniveau op de straat (bereikbaarheid, toegang, doorstroming), de waardering van kwaliteit op de milieustraat en de aantrekkelijkheid van aangeboden goederen en ambachten. Om de doelstelling een succes te maken moeten service, kwaliteit, beleving en affiniteit continu hoog scoren. Verkeersbewegingen op de locatie De capaciteit en beleving van de milieustraat hangt mede af van hoe professioneel en burgerverkeer zich over de locatie kunnen bewegen. Op de huidige milieustraten is weinig opstelruimte op de locatie, heeft een gedeelte van de wegen een dubbelfunctie en is er sprake van kruisend verkeer. Voor de veiligheid is het van belang om zo weinig mogelijk kruisend verkeer te hebben. Het invoeren van éénrichtingsverkeer kan hier aan bijdragen. Voor wachttijden aan de poort en doorvoercapaciteit is het van belang dat professioneel verkeer en burger verkeer geen overlap hebben. Indien dit onvermijdelijk is kan men zorgen dat het gebied waar professioneel verkeer is, tijdelijk wordt afgesloten. Organisatie De ontwikkeling van de milieustraat van de toekomst of circulair ambachtscentrum kent verschillende expertises en business cases: ◼

Een milieustraat is van oudsher een inrichting die grof huishoudelijk afval ontvangt en opslaat en een locatie waarvan de grondstoffen worden doorgezet naar de verwerkingsindustrie. De kosten hiervan worden gedekt door de afvalstoffenheffing.

◼

Een kringloop ontvangt goederen en zet deze af. Daarnaast leidt het mensen op. De kosten worden grotendeels gedekt door subsidies en een gedeelte door inkomsten vanuit de faciliteiten.

◼

Ambachtswinkels of repair-shops repareren kapotte spullen en geven afgedankte goederen een nieuw leven door er arbeid, kennis en kunde aan toe te voegen. Dit zijn activiteiten uitgevoerd door vrijwilligers of gesubsidieerde activiteiten.

Indien meerdere activiteiten worden geïntegreerd op één locatie dan moeten deze wel gezamenlijk opereren en een gezamenlijk doel hebben. Het maximaliseren van hergebruik kan dit doel zijn maar vergt wel heldere afspraken over hoe de partijen elkaar daarbij kunnen versterken en ondersteunen. Het vereist voor alle partijen heldere en transparante verantwoordelijkheden en bijpassende kostenstructuur. Inschakelen derden herbruikbare goederen Bij het inschakelen van derden voor het hergebruik gedeelte verdient de afvalstroom van derden speciale aandacht. Als al het afval van de burgers uit het verzorgingsgebied komt is er geen probleem. Het wordt pas een probleem als de kringloop ook zaken van niet burgers ontvangt. Omdat daarnaast uitwisseling kan plaatsvinden tussen verschillende kringloopwinkels en het feit dat er bedrijven aan een kringloop leveren, is het moeilijk om zeker te stellen dat de kringloop alleen huishoudelijk afval uit de eigen gemeente aanbiedt. Er is een variant op te bedenken en dat is om de inname van kringloopgoederen op de milieustraat te laten plaatsvinden door een medewerker van de kringloop. Deze selecteert en laat de ongewenste producten op de milieustraat. Dit faciliteert het alles aannamebeleid en werkt mee aan de VANG doelstellingen maar zorgt ervoor dat de kosten voor afzet gereduceerd zijn.

19 november 2020

BIJLAGE

BG9912I&BRP001F02

A3

Projectgerelateerd

Bestemmingsplan In bestemmingsplannen is vastgelegd wat wel en wat niet mag op een locatie, wat bebouwd mag worden en waar activiteiten mogen plaatsvinden. De mogelijkheden en belemmeringen moeten in acht worden genomen bij elke activiteit die men plant op de locatie. Arbo en milieu-eisen Voor de milieustraten zijn direct of indirect meerdere eisen gesteld. Er worden eisen gesteld aan veiligheid (valbeveiliging bordes), bodembeschermende voorzieningen (vloeistofdicht/kerend), impact geluidsbronnen op omgeving, geur, openingstijden, verkeersaantrekkende werking, et cetera. Financiering milieustraat De totale kosten van een milieustraat bestaat uit vaste lasten en variabele lasten. De financiering ervan kan eveneens worden opgebouwd uit een vast deel uit de afvalstoffenheffing en/of een variabel deel middels het innen van poorttarieven. De basis voor poorttarieven kan daarbij bezoek, volume of gewicht zijn. Ook is er sprake van inkomsten uit de afzet van een aantal afvalstromen.

Instrument beperken aantal bezoeken

Vaste lasten

Op basis van woningen of inwoners verdelen over gemeenten

Afvalstoffen heffing

Op basis van afspraken “gratis” bezoeken – per gemeente

Totale kosten

Inkomsten afval

Variabele lasten

Totale inkomsten

Poorttarieven Op basis van aanlevering burger buiten afspraken afvalstoffenheffing om Initieel zo klein mogelijk om risico te beperken (dekking kosten)

Uitgangspunten voor de toekomstige financiering kunnen van verschillende aard zijn. Voorbeelden hiervan zijn: ◼

Hoge dekkingsgraad van de kosten;

◼

Vrije toegang afval of grondstofstromen waarvoor reeds een verwijderingsbijdrage is betaald;

◼

Tarifering voor specifieke afvalstromen;

◼

Het financieringssysteem moet bijdragen aan een zekere beperking van het aantal bezoeken van de milieustraat;

◼

Financiële instrumenten voor bevorderen van scheiding op milieustraat vormen maar klein gedeelte inkomsten.

19 november 2020

BIJLAGE

BG9912I&BRP001F02

A4

Bijlage 2. Ingezamelde afvalstromen per milieustraat (2018)

Projectgerelateerd

Kapelle

Reimerswaal

Borsele

Goes

NoordBeveland

Tholen

SchouwenDuiveland

Veere

Middelburg

Vlissingen

Sluis

Terneuzen

Hulst

Totaal

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

Afgewerkte olie

0,94

4,64

2,96

5,96

1,92

5,22

3,98

4,44

3,68

4,96

4,48

11,37

6,46

61,01

Flessenglas

12,52

39,90

11,70

63,54

9,52

42,35

24,44

65,59

72,16

36,31

53,34

25,45

30,48

487,30

Inkoopkosten asbestfolie

0,00

Rest brandbaar

230,28

288,94

139,48

470,60

135,46

Grof huishoudelijk afval

219,52

372,58

179,18

502,48

158,06

Matrassen

804,34

346,08

322,82

357,40

443,28

247,34

429,86

267,84

3.679,38

439,58

427,18

520,28

343,26

442,06

655,60

404,78

5.468,90

40,93

75,60

123,65

Rest niet-brandbaar

727,74

468,64

760,96

190,18

583,18

639,48

659,88

600,20

615,18

685,94

867,02

443,04

7.241,44

Asbest

33,48

24,44

15,58

11,16

38,20

31,38

39,76

13,14

15,10

52,42

43,96

52,80

371,42

Puin

604,42

3.448,14

1.908,54

2.982,38

646,40

2.737,64

2.318,20

2.976,18

2.229,02

2.405,98

2.882,90

3.825,46

2.552,48

31.517,74

Hout

408,28

1.339,06

846,70

1.739,32

429,16

1.445,32

1.675,01

1.559,66

1.532,52

1.700,06

1.431,90

2.140,42

1.504,54

17.751,95

Piepschuim / EPS

0,00

Gips

111,64

67,90

135,96

34,30

122,76

145,10

135,00

140,32

123,12

84,16

139,42

95,18

1.334,86

Grond

1.269,40

466,10

1.381,50

133,02

587,86

410,40

696,62

1.037,98

1.123,24

799,92

1.596,66

782,32

10.285,02

34,24

7,64

37,36

3,99

41,60

20,00

26,55

21,97

12,91

34,04

32,20

13,58

304,23

Plastic en drankenkartons

18,15

GFT (compostzakken)

0,00

Groen

548,78

1.579,10

1.017,56

1.483,66

483,72

1.113,60

1.620,29

2.396,70

931,32

955,08

2.027,62

1.886,20

2.172,14

18.215,77

Vlakglas

16,07

44,06

35,72

61,51

14,48

44,54

59,75

64,40

49,09

62,35

44,77

66,05

52,26

615,05

Destructie afval

0,42

2,88

1,68

4,12

1,03

0,65

0,86

3,90

2,19

3,02

4,30

1,77

2,98

29,80

Klein chemisch afval

15,64

30,02

20,76

52,25

10,46

32,06

48,77

40,87

48,26

55,43

37,51

57,38

45,11

494,52

Papier en karton

86,08

233,50

78,94

286,06

64,70

315,22

189,10

367,74

544,70

310,60

336,04

292,56

179,70

3.284,94

102,45

59,46

144,28

117,18

140,66

119,21

126,27

136,01

118,82

190,30

128,79

1.383,43

Harde Kunststoffen Textiel

9,88

23,17

12,74

63,14

6,95

19,75

24,74

55,12

71,29

37,96

34,23

31,40

19,07

409,44

Elektrische apparaten

75,20

187,96

123,17

309,46

60,68

170,58

294,45

247,38

269,91

292,67

257,64

384,46

261,16

2.934,72

0,91

0,73

1,46

0,36

1,09

1,27

1,09

1,09

1,46

0,91

2,18

0,91

13,46

0,40

0,20

0,51

0,30

0,51

0,61

0,30

0,51

0,30

0,71

0,59

5,04

TL-lampen Gasontladingslampen 15 oktober 2020

0,10

BIJLAGE

BG9912I&BRP001F01

A6

Projectgerelateerd

Kapelle

Reimerswaal

Borsele

Goes

NoordBeveland

Tholen

SchouwenDuiveland

Veere

Middelburg

Vlissingen

Sluis

Terneuzen

Hulst

Totaal

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

ton

Frituurvet

4,19

6,45

2,84

10,30

2,03

5,93

4,88

10,55

11,21

8,01

7,49

10,62

9,98

94,48

Metaal

88,38

211,06

150,82

325,94

71,58

193,04

295,92

271,00

284,94

246,60

287,20

424,52

234,22

3.085,22

Accu's

1,62

4,43

3,41

6,21

1,48

2,69

5,58

5,02

6,29

5,19

5,52

5,49

2,25

55,18

Inktcartridges

0,00

Asbestfolie particulieren

0,00

KCA bedrijven + gemeenten

0,00

Totaal

15 oktober 2020

2.340,47

BIJLAGE

10.096,15

5.631,31

10.844,54

2.470,64

8.466,03

8.740,43

10.497,27

8.875,53

9.013,89

9.880,85

13.121,06

9.262,66

BG9912I&BRP001F01

109.247,95

A7

Bijlage 3. Parameters jaarlijkse kosten

Projectgerelateerd

Aanname parameters inschatting kapitale kosten Onderdeel

Eenheid

Parameter

Civiele werken

jaar

20

Materieel

jaar

10

Rente

%

2,5

Aanname operationele parameters voor inschatting personeel Activiteit

Eenheid

Parameter

Acceptatie

bezoek/acceptant/uur

80,0

KCA

uur/openingsuur

1,0

Platform

medewerker./container

0,2

Onvoorzien

% berekende uren

20

Management

% personeelskosten

20

Werktijd FTE

uren/jaar

1500

Loonwerker

uur/ton

0,07

Vrachtwagen

ton/jaar/vrachtwagen

4400

Aannamen schatting operationele kosten Onderdeel

Eenheid

Parameter

Onderhoud civiel

% civiel

1

Onderhoud materieel

% materieel

5

Belastingen

% investering

0,3

Energie

% investering

0,3

Schoonmaak

% investering

0,3

Verzekering

% investering

0,5

ICT

lumpsum

17.500

Onderdeel

Eenheid

Parameter

Grondprijs

euro/m2

110

euro/m2

150

Verdieping (perron) inclusief grondwerk

euro/m2

100

Keerwanden (1,4meter hoog)

euro/m

500

Valbeveiliging

euro/m

100

Eenheidsprijzen

Civiele werken Toegang platform Helling voor personenwagens (en vrachtwagens) 2x inclusief grondwerk Verhoogd platform

19 november 2020

BIJLAGE

BG9912I&BRP001F02

A8

Projectgerelateerd

Onderdeel

Eenheid

Parameter

Vloeistofdichte vloeren (gehele locatie rondom gebied met containers)

euro/m2

150

Verharding gehele site inclusief riolering etc. (verkeersklasse 4)

euro/m2

100

Keerwanden stortvakken

euro/m

300

Kantoorgebouw 1 verdiepingen met grondoppervlak van 60m2

euro/m2 bvo

750

Magazijn ruimte

euro/m2 bvo

500

Fietsenstalling

euro/m2 bvo

200

Opslag hok drukhouders

Euro/stuk

10.000

KCA depot

Euro/stuk

75.000

Elektronisch bedienbare poort (10 m)

euro/stuk

15.000

Elektrisch bedienbare slagboominstallatie

euro/stuk

10.000

Elektrisch bedienbaar cameratoezicht

euro/stuk

7.500

Weegbruggen

euro/stuk

50.000

Signaleringsborden

l.s.

15.000

Aparte opvangput voor water

l.s

25.000

Elektriciteitsaansluiting

l.s

25.000

euro/stuk

3.000

Persinstallatie

euro/stuk

20.000

Kantoorinrichting

l.s.

50.000

Transportvoertuig

euro/stuk

250.000

Containers hoog/inloop

euro/stuk

7.000

containers/laag

euro/stuk

7.000

Kleine containers

euro/stuk

200

euro/fte

80.000

euro/jaar

75.000

Terreinverharding

Gebouw

Hekwerken en toegang

Utiliteiten

Verlichting Lichtmasten 6 meter (1 per 1000 m2) Materieel

Operationeel Personeel Vervoer .trucks

19 november 2020

BIJLAGE

BG9912I&BRP001F02

A9

Projectgerelateerd

Onderdeel

Eenheid

Parameter

.chauffeur

euro/jaar

80.000

Loonwerker

euro/uur

58

Training

euro/fte

1.000

Kleding

euro/fte

500

ICT

euro/aansluiting

1

19 november 2020

BIJLAGE

BG9912I&BRP001F02

A10

Bijlage 4. Notitie verdeling van kosten

HaskoningDHV Nederland B.V. Industry & Buildings

Notitie Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie:

Werkgroep Rolph Hultermans 19 november 2020

Onderwerp:

Opties voor het verrekenen van de kosten van de milieustraten

1

BG9912I&BNT001F02 Projectgerelateerd

Inleiding

Het Openbaar Lichaam Afvalverwijdering Zeeland (O.L.A.Z.) is een gemeenschappelijke regeling van 13 Zeeuwse gemeenten. Iedere gemeente heeft één milieustraat, welke door O.L.A.Z. wordt geëxploiteerd. De uitvoering van de exploitatie is ondergebracht bij de Zeeuwse Reinigingsdienst (ZRD). De kosten voor de milieustraten zullen door de deelnemende gemeenten gedragen moeten worden. Tussen de gemeenten bestaan grote verschillen die effect hebben op de mate waarin gemeenten de O.L.A.Z.-milieustraten in de praktijk kunnen benutten. Onderstaande opsomming geeft een beeld van de verschillen: ◼

Complete milieustraat  Basis milieustraat;

◼

Diftar-gemeenten  Geen diftar-gemeenten/ledigingsfrequentie;

◼

Kringloopwinkel in eigen gemeente  Geen kringloopwinkel in eigen gemeente

◼

Veel recreatiewoningen  Weinig recreatiewoningen;

◼

Veel toeristen  Weinig toeristen;

◼

Een jonge bevolking  een vergrijsde bevolking;

◼

Et cetera.

Het doel van deze notitie is de mogelijkheden in kaart te brengen voor het verrekenen van de kosten. Uiteindelijk zullen de gemeentes gezamenlijk moeten beslissen hoe ze de kosten willen verrekenen, maar het is hierbij wel belangrijk te weten welke opties hiervoor zijn, wat hiervan de voor- en nadelen zijn en of er technische randvoorwaarden zijn. De huidige notitie is een eerste aanzet tot een discussie. Allereerst worden de kosten voor de milieustraten besproken (hoofdstuk 2), wordt opzet van financiering besproken (hoofdstuk 3), wat is de rol van ZRD bij innen poorttarieven (hoofdstuk 4) en welk financieringsvoorstel wordt gezien als start voor de discussie (hoofdstuk 5).

2

Kosten voor de milieustraat

De kosten voor de milieustraten in Zeeland bedragen zo’n 7 miljoen euro per jaar. Deze kosten bestaan uit vaste kosten en variabele kosten. Vaste kosten zijn gedefinieerd als alle kosten die gemaakt worden ongeacht het overgeslagen volume aan afvalstoffen. De vaste kosten betreffen onder andere vast personeel, afschrijving, elektriciteit en onderhoud. De variabele kosten zijn onder andere de afvoerkosten voor afvalstromen, opbrengsten voor recyclebles, transportkosten en flexibele personeelskosten. Grofweg zijn de vaste lasten en variabele lasten ieder 50%.

19 november 2020

BG9912I&BNT001F02

1/7

Indien we ervan uitgaan dat er 185.000 woningen in Zeeland zijn betekent dit 38 euro per woning (de basis woning houdt rekening met toeristen die ook afvalstoffenheffing in Zeeland betalen). Als we ervan uitgaan dat elke woningeigenaar gemiddeld elk jaar 4 keer komen komt dit neer op ongeveer 10 euro per bezoek.

3

Opzet financiering milieustraat

Het opzetten van de financiering van milieustraten is een complexe zaak met veel dimensies. Wie betaald wat en wat is de grondslag en welke risico’s willen we afdekken. Verschillende keuzes zijn mogelijk die uiteindelijk ertoe leiden dat de burger de kosten van de milieustraat via zijn afvalstoffenheffing en/of via poorttarieven. Via de betaling kunnen we tevens financiële instrumenten invoeren om scheiding te optimaliseren of bezoek te spreiden

3.1

Wat wil de belanghebbende?

In de discussie over de verdeling van de kosten nemen verschillende belanghebbenden deel met elk hun eigen wensen. De burger is gebaat bij een systeem met een laagdrempelige toegang, weinig oponthoud en minimale kosten. De gemeente en OLAZ wil minimale kosten voor de burger en zo goed mogelijke aansluiting bij het huidige afvalbeleid en de VANG doelstellingen. De ZRD wil zekerheid dat de kosten gedekt zijn, snelle doorlooptijd en minimale discussies aan de poort. De gemeenten, O.L.A.Z en ZRD willen zo min mogelijk bijplaatsingen of afval in de natuur. Al de belanghebbende hebben daardoor een voorkeur voor de te gebruiken financiële instrumenten. Ook binnen een groep van belanghebbende kan verschil bestaan. Burgers met veel afval willen het liefst betaling via de afvalstoffenheffing en burgers met weinig afval liever een poorttarief. Door deze verschillende eisen en wensen zowel tussen belanghebbende en in belanghebbende groepen, kan er eindeloos over het financieringssysteem gediscussieerd worden.

3.2

Proces om tot afspraken te komen

Om het proces met belanghebbende vorm te geven is het raadzaam om eerst de mogelijkheden te verkennen. Te starten valt met een onderzoek welke principes aan het financieringsstelsel ten grondslag kan liggen. Vervolgens wordt gekeken naar de wijze om dit te implementeren en wordt gekomen tot een eerste opzet voor financiering dat met de belanghebbende besproken kan worden . Deze belanghebbenden geven commentaar en met het commentaar wordt het basisvoorstel aangepast en dit gaat door tot er een consensus is. Het is raadzaam om de discussie met feiten te voeren en niet op basis van vermoedens, te kijken wat redelijk en billijkheid is en te zorgen dat het niet te complex wordt vanwege stijgende kosten administratie en discussies achteraf. Na implementatie en registreren van feiten kan het financiële stelsel aangepast worden.

3.3

Raadgevende principes

Om de discussie over de opzet van de financiering in banen te leiden en de mogelijkheden te beperken, kunnen we gebruik maken van de volgende principes die tot een basisoplossing leiden, die erna verfijnd kan worden: ◼

Elke gemeente dient naar ratio bij te dragen aan het in stand houden van het systeem. Het principe doet recht aan het feit dat de gemeente waarschijnlijk duurder uit is als ze niet aan het collectief meedoen. De discussie dat gemeenten minder willen betalen omdat ze een lager voorzieningsniveau hebben en verder moeten rijden naar een hoog voorzieningsniveau is met het aannemen van dit principe daarmee in eerste instantie gepareerd;

19 november 2020

BG9912I&BNT001F02

2/7

◼

Er dient gezorgd te worden voor een hoge dekkingsgraad van de kosten. Een gedeelte van de kosten wordt geheven via de afvalstoffenheffing. Dit principe zorgt voor een behoorlijke dekkingsgraad en zorgt ook voor laagdrempelige toegang;

◼

Zonder feiten die anders beweren, produceert iedere burger of woning een gelijke hoeveelheid grof huishoudelijk afval en bezoekt het evenveel de milieustraat per jaar;

◼

Indien er tarieven aan de poort worden geheven is de grondslag gelijk voor alle burgers onafhankelijk uit welke gemeenten ze komen. Dit principe voorkomt dat er discussies aan de poort ontstaan en er een ruilhandel ontstaat van gemeentepasjes om maar zo goedkoop mogelijk toegang te krijgen tot de milieustraat.

◼

Gemeenten mogen zelf bepalen welke rechten de burger krijgt voor de betaling via de afvalstoffenheffing. Dit principe zorgt dat er in zekere mate aansluiting gevonden kan worden met het eigen beleid. Natuurlijk moet met ZRD worden overlegd wat de mogelijkheden zijn;

◼

Afval of grondstofstromen waarvoor reeds een verwijderingsbijdrage is betaald of gewenste stromen als metalen mogen gratis worden afgeleverd zolang het niet vergezeld gaat met aanlevering van andere stromen.

◼

OLAZ/de gemeenten kunnen besluiten voor specifieke afvalstromen tarieven te heffen die eigenlijk maar in geringe mate bij de burger vrijkomen (dakleer, grind, etc). Dit zorgt voor een betere dekking van de kosten.

◼

Het financieringssysteem moet bijdragen aan een zekere beperking van het aantal bezoeken van de milieustraat. Het beperken van het aantal bezoeken zorgt dat minder geïnvesteerd wordt in de milieustraten en dat er minder lange doorlooptijden zijn op piekmomenten;

3.4

Dekking kosten via afvalstoffenheffing

De ratio om de kosten te verdelen onder de gemeenten kan gebaseerd zijn op het aantal inwoners of het aantal woningen. Dit principe geeft een stabiele financieringsstructuur en is ook gebaseerd op de aanname dat de aangeleverde hoeveelheid afval gemiddeld genomen per inwoner of woning gelijk is, onafhankelijk waar ze in Zeeland wonen. Zonder bewijs dat dit anders is lijkt dit een goede aanname. Een alternatief is dat de verdeling van de kosten wordt gebaseerd op basis van gebruik, bijvoorbeeld op basis van het aantal bezoeken, aangeleverd volume of gewicht. Dit systeem levert variabele kosten op voor de gemeente en kan ook nog een sterk verdeeld worden over het jaar. Ook dient er een goede administratie aan ten grondslag te liggen. Omdat op voorhand niet te verwachten is dat burgers in de ene gemeenten vaker gaan dan die van een andere gemeente, of meer gaan leveren, is een verdeling op deze basis in eerste instantie niet aan de orde. Als later blijkt, door registratie van bezoeken, dat er significante verschillen zijn in het gebruik van de milieustraat kan hier alsnog invulling aan worden gegeven. Welke sleutel je ook kiest, het is goed om via de afvalstoffenheffing een deel van de financiering te garanderen. Dit gebeurt nu ook al.

In overleg met de ZRD kunnen de gemeenten bepalen welk service of mogelijkheden de burger kan verwachten als tegenprestatie voor de doorrekening van de kosten in de afvalstoffenheffing. Hiervoor kunnen verschillende prestaties worden toegekend per gemeente. Ten eerste kan dit op basis van een vrij aantal bezoeken. Indien men gaat voor het vaststellen op basis van een aantal bezoeken is het ook goed om een maximale hoeveelheid per bezoek vast te stellen om te voorkomen dat zeer veel wordt aangeleverd. Ten tweede kan dit op basis van gewicht. Een burger krijgt dan een “gratis” hoeveelheid kilo’s die ze mogen brengen. Om het aantal bezoeken te beperken kan een minimaal gewicht per bezoek worden vastgesteld om de milieustraat te ontlasten.

19 november 2020

BG9912I&BNT001F02

3/7

3.5

Dekking kosten via gebruikerstarief

Het gebruikerstarief kan een basis zijn om kosten te dekken en dus een maat voor het gebruik maar kan ook worden gebruikt als financieel instrument om zo goed mogelijk te scheiden of bezoeken te beperken. Uiteindelijk komt het erop neer waarvoor vragen we tarief, wat is de grondslag en waar innen we het. Waarvoor een tarief? Er kan een tarief worden gevraagd voor het gebruik van de milieustraat en voor de aanlevering van afvalstromen. Toegang tot de milieustraat kan in een bezoekerstarief worden uitgedrukt. De betaling voor geleverde afvalstromen is iets complexer. Voor de aanlevering van afvalstromen moet men rekening houden met de volgende keuzes: ◼

wat doen we met afvalstromen waarvoor reeds een verwijderingsbijdrage is betaald en niet via de huis aan huis inzameling kan worden aangeboden?

◼

Wat doen we met afvalstromen die niet in grote mate worden verwacht bij particuliere huishoudens? Denk hierbij aan bijvoorbeeld aan dakafval of asbest.

◼

Willen we kostendekkende tarieven?

◼

Willen we met tarieven een stimulansbieden om beter te scheiden? Er kunnen bijvoorbeeld tarieven gevraagd worden voor afvalstromen die niet gewenst zijn zoals restafval, om optimale scheiding te creëren.

Grondslag gebruikerstarief Indien de burger geen “gratis” toegang (meer) heeft volgens de regels van de afvalstoffenheffing, dient de burger te betalen voor het gebruik van de milieustraat. Voor de wijze waarop gebruikerstarieven worden geïnd zijn de volgende opties geïdentificeerd: 1. Betaling op basis van bezoek 2. Betaling op basis van volume; 3. Betaling op basis van gewicht. 4. Combinaties van bovenstaande Ad1) Betaling op basis van bezoek geeft een duidelijke basis zonder discussie. Voordeel is dat er een minimumtarief is dat bezoeken beperkt, nadeel is dat burgers ongelimiteerd afval kunnen meebrengen per bezoek; Ad 2). Er zijn verschillende opties mogelijk van volumeschatting met verschillende effecten op doorstroming, discussietijd en agressie. Zo kan het aangeleverde volume worden ingeschat op basis van voertuigtype of aantal assen (auto, auto met neergeklapte achterbak, auto met aanhanger etc.) of kan het ingewikkelder worden door tarieven per afvalstroom vast te stellen waardoor volume per afvalstroom door het personeel moet worden bepaald. De laatste optie vergt meer tijd dan de variant op basis van voertuigtype doordat men moeilijk inzicht heeft in alle aangeleverde afvalstromen in het voertuig en dit kan leiden tot veel discussies aan de poort en daarmee opstoppingen.

Ad 3) Betaling op basis van gewicht introduceert extra logistieke bewegingen op de locatie en deze beïnvloed de doorloopsnelheid. De logistieke bewegingen nemen toe door een eerste weging te verrichten en na depositie van de afvalstromen dient de bezoeker wederom te worden gewogen om het afgeleverde gewicht te bepalen. Hierdoor is meer opstelruimte en routing nodig om twee wegingen tot stand te brengen. Bijkomstigheid is dat weging wel een meer accuraat lijkt maar de prijszetting per kilo bemoeilijkt omdat er alle stromen een ander verwerkingstarief hebben. Behalve accuraatheid dwingt het de burger ook om zoveel mogelijk het afval thuis te scheiden.

19 november 2020

BG9912I&BNT001F02

4/7

Ad 4) Een combinatie van bijvoorbeeld bezoek en gewicht leidt ertoe dat er een minimaal tarief wordt geïnd om het aantal bezoeken te beperken, maar ook een maximale hoeveelheid per bezoek mag worden aangeleverd. Een voorbeeld is dat je per bezoek maximaal 1 kuub mag aanleveren, of per jaar maximaal 250 kg. Gebruikerstarief als instrument om afval gescheiden aan te bieden Behalve de grondslag van het tarief is het ook van belang waar het tarief wordt geheven. Bepaling van tarief aan de poort geeft geen stimulans om afval gescheiden aan te bieden op de milieustraat. Ook kan een tarief worden bepaald op een locatie nadat eerst de gratis stromen zijn aangeboden. Dit motiveert goede scheiding op de milieustraat. De basis voor afrekenen kan in dit geval volume of gewicht zijn. De keuze voor betaling voor alleen betaalde stromen maakt een locatie minder flexibel. Bij bouw van de locatie moet een scheiding tussen twee gebieden (gratis en betaalde stromen) worden aangebracht. De keuze welke gratis zijn en welke betaalde stromen zijn kan in de toekomst wijzigen en dat zorgt voor mogelijk een probleem op de locatie als de plaatsen beperkt zijn. Controleregiem In de uitvoering van controle op juiste basis voor betaling zijn ook nog keuzen te maken. Daar waar controle nodig is kan men dit laten doen door personeel of met kan dit automatiseren waarbij de ontdoener de invoer bepaalt.

Deze krijgt bijvoorbeeld een bonnetje met een samenvatting en op de locatie kan steekproefsgewijs worden gecontroleerd Afwegingen in keuze Om een keuze te maken welk tariefsysteem optimaal is identificeren we de volgende criteria: ◼

Beperken bezoekfrequentie;

◼

Kosten (inclusief laagdrempeligheid);

◼

Handelingssnelheid;

◼

Discussie en agressie;

◼

Stimuleren scheiding;

◼

Flexibiliteit;

◼

Locatieaspecten;

◼

Controleregiem.

Hierbij moet opgemerkt worden dat keuzes in andere aandachtsgebieden misschien de opties beperken of mogelijk maken. De keuze om gratis stromen toe te laten waarvoor reeds een verwijderingsbijdrage is betaald zonder dat de burger andere afvalstromen aanbiedt, dient gepaard te gaan met controleren en zal er dus poortcontrole moeten zijn. De keuze voor een poortwachter om deze reden of wat voor reden dan ook, zal de optie van volumeschatting bijvoorbeeld aantrekkelijker maken. Voorkeur voor grondslag? Op basis van het bovenstaande kunnen we de volgende aangeven per grondslag. Een betaling op basis van bezoek heeft het voordeel dat dit een drempel opwerpt en daarmee het aantal bezoeken beperkt, het geautomatiseerd uitgevoerd kan worden en dit relatief goedkoper is dan personeel, dit een hoge handelingssnelheid heeft en weinig discussie oplevert. Nadeel is dat er een onbeperkte hoeveelheid kan worden gebracht voor hetzelfde tarief en dat het geen stimulans biedt om afval op de locatie scheiden.

19 november 2020

BG9912I&BNT001F02

5/7

Een betaling op basis van gewicht heeft ook de voordelen dat het geautomatiseerd uitgevoerd kan worden, een hoge handelingssnelheid heeft en weinig discussie oplevert. Daarnaast heeft het de mogelijkheid om alleen betaalde stromen te wegen en dit kan een stimulans zijn voor scheiden op de locatie. Nadeel is dat het geen drempel opwerpt om bezoeken te verminderen, dat het meer ruimte vraagt en dat de locatie minder flexibel te wijzigen is. Bij betaling op basis van volume kost het inschatten van volume tijd en is minder accuraat en kan leiden tot discussies en opstoppingen. Indien toch al controle aan de poort plaatsvindt vanwege andere overwegingen zijn de meerkosten weer van betaling op basis van volume relatief weinig en beïnvloed dit weinig de handelingssnelheid. Ook discussies kunnen worden verminderd door een tarief per as in rekening te brengen als maat voor het volume. Nadeel is dat bij controle aan de poort er geen stimulans is om afval gescheiden aan te leveren op de locatie. Eventueel kan dit worden gedaan op locatie bij de stromen die ongewenst zijn. Natuurlijk kunnen ook combinaties worden voorgesteld. Allereerst kan het aantal bezoeken als basis dienen en ook een afrekening worden toegevoegd voor betaalde stromen op basis van volume of gewicht. Uiteindelijk is de keuze afhankelijk van de afweging van de verschillende factoren.

4

Welke rol speelt ZRD

Bij het innen van de tarieven aan de poort zijn er nog twee varianten. De ZRD kan dit doen als dienstverlener en is daarmee niet verantwoordelijk voor het ingebrachte bedrag. De ZRD kan ook verantwoordelijk worden gesteld voor het innen van bijvoorbeeld de variabele lasten. Dit laatste zorgt dat de ZRD toeziet op innen en toeziet op goede scheiding om de kosten zo laag mogelijk te maken. Als deze verantwoordelijkheid bij de ZRD ligt dient het tevens de tarieven vast te stellen voor elke gemeenten. Hoewel de verantwoordelijkheid voor het innen van de tarieven door ZRD de voorkeur heeft in relatie tot betere scheiding, zal elk tekort toch door gemeenten moeten worden aangevuld. In die zin lijken de mogelijkheden niet onderscheidend van elkaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12059584/1