OLAZBijlage 2. Onderzoeksrapport Toekomstige Milieustraten Zeeland RHDHV dd. 09112020
Tekst van het document
Voorstel ontwerp, bezoekers/jaar
Borsele
20.000
Goes
123.000
Hulst
64.000
Kapelle
8.000
Middelburg
79.000
N-Beveland
13.000
Reimerswaal
69.000
Schouwen
60.000
Sluis
68.000
Terneuzen
123.000
Tholen
58.000
Veere
72.000
Vlissingen
62.000
Totaal
819.000
Voor compleet wordt uitgegaan van een ontwerp van 70.000 bezoeken per jaar en voor compleet plus van 140.000 bezoeken per jaar. Voor de basis variant is het maatwerk. Tabel 12. Minimum, maximum en gemiddelde bezoekfrequentie per type milieustraat compleet en compleet plus Type milieustraat
Minimum
Maximum
Gemiddelde
Compleet
58.000
72.000
65.167
Compleet plus
62.000
123.000
96.750
Compleet plus (combi Middelburg Vlissingen)
123.000
141.000
129.000
4.2.5
Ontwerpcapaciteit
De bezoeken komen niet geleidelijk over het jaar. Er zijn drukke en minder drukke dagen. Ook gedurende de dag is er veel variatie in drukte. Het ontwerp dient hier rekening mee te houden.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
24
Projectgerelateerd
Onderzoek van bezoekerstellingen gedurende negen maanden in gemeente Overbetuwe laat zien dat in 90% van de openingsdagen het aantal bezoekers minder is dan 1,9 maal het daggemiddelde (90 percentielwaarde stemt overeen met 1,9 maal het daggemiddelde aan bezoeken). In 95% van het aantal openingsdagen is het aantal bezoekers minder dan 2,11 maal het daggemiddelde aan bezoeken. Het maximum is 2,7 maal het daggemiddelde. Verdeling bezoekersfrequentie over de uren In Overbetuwe is een dag geanalyseerd en het blijkt dat de topdrukte op een drukke dag 1,25 x het uurgemiddelde is. Wat betekent dit allemaal? Een milieustraat compleet ontworpen voor 70.000 bezoeken die 312 dagen per jaar open is ontvangt gemiddeld 224 bezoeken per dag. 90% van de tijd ontvangt het minder dan 426 bezoeken per jaar, 95% van de tijd minder dan 471 bezoeken per jaar en het maximum aantal bezoeken per dag wordt geschat op 605. Gaan we ervan uit dat de milieustraat 6 uur per dag open is dan is de uurcapaciteit op een gemiddelde dag 46 bezoeken per uur, op 90 percentiel dag 89 bezoeken/uur, op 98 percentiel dag 102 bezoeken/uur en 126 bezoeken/uur op een maximale dag. Voor de ontwerpen gaan we uit van de 95 percentiel waarde. Dit betekent dat 5% van de tijd meer bezoekers naar de basis milieustraat komen zij dan op basis van de 95 percentiel waarde kan worden verwacht.
Ook wordt uitgegaan van een druk uur van 1,25 maal het uurgemiddelde aantal bezoeken op een drukke dag. Op 312 dagen zijn dat dus 16 dagen per jaar dat de locatie mogelijk opstoppingen veroorzaakt.
4.2.6
In te zamelen afvalstromen
Op 28 januari 2020 is in overleg met de werkgroep bepaalt welke afvalstromen per type milieustraat dienen worden ingezameld of mogelijk in de toekomst ingezameld dienen te worden. In overleg met de beheerder is ook een voorkeur inzamelmiddel per afvalstroom bepaald. Basis milieustraat De basis milieustraat zamelt slechts een beperkt aantal afvalstromen in. In tabel staat weergegeven welke afvalstromen per type milieustaat worden ingezameld en is het voorkeur inzamelmiddel aangegeven. Tabel 13. In te zamelen afvalstromen basis milieustraat gerangschikt per inzamelmiddel Basisvariant
Aantal zeker in te zamelen afvalstromen
Aantal misschien in te zamelen afvalstromen
Afvalstroom
Container hoog
4
0
Oud papier/karton, harde kunststoffen, metalen, EPS*
Inloopcontainer
1
0
AEEA (elektrische apparaten/wit- en bruingoed)
Perscontainers
1
0
PMD
Kleine container
5
0
Incontinentie, frituurvet, verpakkingsglas, textiel, EPS*
KCA depot
1
0
Stortvak
2
0
Groenafval, compost
*EPS wordt eerst in een kleine container ingezameld. Zakken worden vanuit een kleine container in een grote gebracht
Complete milieustraat (gelijk aan compleet plus milieustraat) De voorgestelde afvalstromen en inzamelmiddelen voor het compleet niveau en compleet niveau plus staan in volgende tabel.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
25
Projectgerelateerd
Tabel 14. In te zamelen afvalstromen compleet niveau en compleet niveau plus milieustraat gerangschikt per inzamelmiddel Compleet/Compleet plus
Aantal zeker in te zamelen afvalstromen
Aantal misschien in te zamelen afvalstromen
Perroncontainer laag
2
0
Perroncontainer hoog
7
0
Container laag (vrij of perron)
3
2
Container hoog (vrij of perron)
3
Inloopcontainer
3
Perscontainers
Afvalstroom gelijk aan basis variant
Additionele afvalstroom compleet* Schoon puin, verontreinigd puin
Harde kunststoffen, metalen, oud papier/karton
A/B-hout, C hout, Gips, grof huishoudelijk (brandbaar afval) Grond, dakafval, vlakglas (grind?, gasbeton?)
EPS
Steenwol, Asbest
1
AEEA
Banden, Tapijt?, Kringloop
1
0
PMD
Rek/kar
2
0
Koeling
1
0
Kadaver
Kleine container
5
1
Incontinentie, frituurvet, verpakkingsglas, textiel, EPS
KCA depot
1
0
KCA
Stortvak
2
0
Groenafval, compost
Matrassen, gasflessen
Spiegelglas?
*Afvalstroom gevolgd door ? wordt misschien ingezameld in de toekomst
4.2.7
Te ontvangen afvalvolume
De inschatting van de hoeveelheid afval dat in 2050 op een milieustraat aankomt, heeft een grote onzekerheid. Verschillende zaken beïnvloeden de hoeveelheid. Allereerst wijzigt de afvalhoeveelheid door het introduceren van toegangscontrole. Dit zorgt dat afval van bedrijven, toeristen die geen afvalstoffenheffing betalen en burgers van omliggende gemeenten niet meer wordt ontvangen. De schatting van de beheerders is dat een derde tot de helft wordt geleverd door bedrijven. Dit is niet met metingen ondersteund. Het past wel bij de bevinding dat in Zeeland 285 kg/inw./jaar wordt ingezameld en in de rest van Nederland gemiddeld 134 kg/inw./jaar. Een ander belangrijk aspect dat de afvalhoeveelheid beïnvloedt, zijn economische ontwikkelingen. Economische ontwikkelingen laten normaliter de afvalproductie per inwoner per jaar stijgen. Verwacht wordt echter dat er meer service diensten ontstaan, deeleigenschap en digitale diensten die de afvalhoeveelheid verminderen. Ook ontwikkelingen in de wijze waarop afval wordt ingezameld, heeft invloed op de hoeveelheid afval die via een milieustraat wordt ingezameld. In Nederland zijn bijvoorbeeld steeds kleinere inworpopeningen in wijkcontainers. Dot zorgt dat de definitie van grof afval wijzigt en dit veroorzaakt dat er meer richting de
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
26
Projectgerelateerd
milieustraat wordt afgevoerd. Dit is in Zeeland nog niet aan de orde, maar zou in de komende 20 jaar kunnen worden geïntroduceerd. Al met al wordt voor dit project uitgegaan van een hoeveelheid gelijk aan het huidige gemiddelde van 6 provincies zoals opgenomen in de CBS database 5, zie Tabel 15. De verwachting is dat in deze data de mate van oneigenlijk gebruik naar een normaal niveau is teruggebracht. Tabel 15. Aangeleverde hoeveelheid afval per inwoner per jaar. (gebaseerd op gegevens CBS aangevuld met ervaringscijfers) Afvalstroom
kg/inw./jaar
Grof tuinafval
50,33
Schoon puin
32,77
Houtafval (A- en B-hout)
30,73
Grof huishoudelijk restafval
25,03
Oud papier en karton*
8,19
Bruikbaar huisraad
7,01
Schone grond
6,98
Afgedankte elektr(on)ische apparaten
5,14
Metalen
4,07
Verbouwingsrestafval*
4,00
Houtafval (C-hout)
3,48
Harde plastics
2,09
Klein Chemisch Afval (KCA)*
1,64
Gips
1,61
Vloerbedekking
1,57
Asbesthoudend afval
1,47
Kunststof verpakkingen*
1,04
Bitumenhoudende dakbedekking
1,00
Vlakglas
0,94
Matrassen
0,93
Luiers*
0,60
Textiel*
0,59
Verpakkingsglas*
0,49
Autobanden
0,33
Afgewerkte olie
0,16
Accu's
0,14
Metaal (non ferro)
0,13
Piepschuim
0,10
Frituurvet en -olie*
0,10
TL-lampen
0,04
Kadavers
0,04
Gasflessen en brandblussers
0,01
Gasontladingslampen
0,01
Totaal
192,97
*afgeleid uit data milieustraten elders
5
CBS rapporteert hoeveelheden grof huishoudelijk afval per gemeente. RHDHV heeft deze gemiddeld per provincie (niet gewogen). De waarden van de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel, Zeeland, Limburg zijn proportioneel naar inwoneraantal meegenomen in het gemiddelde. 19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
27
Projectgerelateerd
4.2.8
Inzamelmiddelen
Het aantal inzamelmiddelen op een milieustraat is tenminste 1 per afvalstroom. Indien men op een drukke dag geen containerwissel wil laten plaatsvinden kan men van veel voorkomende afvalstromen containers bijplaatsen. Dit verhoogt ook het aantal losplaatsen en verhoogt dus de doorloopsnelheid. Dit leidt tot het volgend aantal containers. Er is een voorkeur om geen containerwisselingen te laten plaatsvinden op een drukke dag. Tabel 16. Hoeveelheid afvalstromen en inzamelmiddelen per type milieustraten Inzamelmiddelen
Afvalstromen
Containers
Basis
Compleet
(Perron) container laag
0
5+2 misschien
(Perron) container hoog
4
10
Inloop
1
3 + 1 misschien
Pers
1
1
Klein
5
5 + 1misschien
Compleet
Compleet plus
8
9
6
14
19
2
5
5
2
2
18
18
1
1
-
-
2
2
-
-
basis
15
Koeling Kca
1
Rek
-
2
Stortvak
4.2.9
1
2
-
Scheiden burgerverkeer van professioneel verkeer
Voor de veiligheid en het voorkomen van opstoppingen heeft het de voorkeur vrachtverkeer en personenverkeer gescheiden te houden. Dit zorgt voor een beperking van het oponthoud en zorgt voor veiligere situaties.
4.2.10 Verblijftijd op de milieustraat Het is zaak om de verblijftijd zo kort mogelijk te houden. Hoe sneller de ontdoener weg is, hoe meer bezoekers de milieustraat kan ontvangen. Het verkorten van de verblijftijd kan door voldoende parkeergelegenheid en losplaatsen te creëren, het goed aangeven waar de afvalstromen worden ingezameld (plattegrond, goed leesbare borden – ook op afstand), de mensen helpen aan te geven waar de afvalstromen moeten komen etc., Een onderzoek van Witteveen en Bos geeft aan dat de gemiddelde verblijftijd op een milieustraat 13,5 minuut bedraagt. Recent is op andere milieustraten de verblijftijd bepaald en kwamen we op 17 minuten. Op zaterdag 22 februari 2020 is de verblijftijd van enkele auto’s op de milieustraten van Terneuzen en Goes gemeten. In Terneuzen bedroeg de verblijftijd 6 minuten en in Goes 10 minuten. Vooralsnog is de tijd aangehouden die Witteveen en Bos heeft gerapporteerd.
4.2.11 Overige voorkeuren inrichting Gedurende de vorige inventarisatie van de werkgroep zijn de volgende aspecten naar voren gekomen die van belang zijn voor eventuele toekomstige ontwerpen.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
28
Projectgerelateerd
Perron Er is bij de beheerders een voorkeur voor het gebruik van een perron. Containers op de vloer maakt het werk voor de beheerders fysiek zwaar en voor de bewoners onhandig: het afval moet hoog in de container worden gegooid. Daarnaast kan door het perron beter toezicht worden gehouden op de kwaliteit van de afvalstroom. Beveiliging Diefstal van met name elektrische apparaten/wit- en bruingoed, metalen en textiel komt zeer regelmatig voor. Het inzetten van (mobiele) camera’s heeft gezorgd voor afname van het aantal diefstallen. Daarnaast is er discussie over de veiligheid van de perrons/bordessen. Bij de huidige perrons ontbreekt een afscherming om vallen te voorkomen, wat recent tot enkele zware ongelukken en aansprakelijkheidsstellingen heeft geleid. Droog houden afvalstromen Een aantal stromen moet droog worden ingezameld, zoals gips, oud papier/karton, matrassen, KCA en piepschuim (EPS). Dit is nu opgelost door middel van een containers met deksel, matraskarren, KCA depots. Voor hout en harde kunststoffen moet op termijn ook een droge opslag komen.
4.3
Uitvoeringsvormen milieustraat
Er zijn verschillende uitvoeringsvormen mogelijk om de milieustraat in te richten. Uitvoeringsvorm compact De compacte uitvoeringsvorm stemt overeen met de huidige situatie in meerdere milieustraten. In de compacte versie van de complete variant is geen rekening gehouden met een wachtrij op de locatie. De toegangsweg voor burgers aan een zijde is tevens het werkgebied van het professioneel verkeer. Er is verder geen of beperkte toegangscontrole. Deze uitvoeringsvorm voldoet niet aan alle in de vorige paragraaf genoemde eisen en is enkel opgenomen als vergelijk met de huidige situatie. Uitvoeringsvorm: ruimte voor de burger (1) – eenrichting verkeer op perron De tweede uitvoeringsvorm van de complete milieustraat heeft toegangscontrole en een opstelruimte op de locatie en geeft burgers ruimte op eigen wegen. Deze uitvoeringsvorm voorkomt gebruik van wegen door zowel burger als professioneel verkeer. Er is alleen sprake van kruisend verkeer . Kenmerkend voor deze variant is dat de burger er de ene kant oprijdt en de andere kant van het perron af. Uitvoeringsvorm ruimte voor de burger (2)– twee richting verkeer op perron Deze uitvoeringsvorm van de complete milieustraat heeft toegangscontrole en opstelruimte op de locatie en geeft burger ruimte op eigen wegen. Deze uitvoeringsvorm voorkomt gebruik van wegen door zowel burger als professioneel verkeer.
Er is alleen sprake van kruisend verkeer bij oprijden perron. Kenmerkend voor deze variant is dat de burger er de ene kant oprijdt en de dezelfde kant van het perron eraf. Uitvoeringsvorm Ruimte voor burger en wegen betaalde stromen Indien men onderscheid wil maken tussen gratis en betaalde stromen en men wil dit doen op basis van wegen, dan moet men zich eerst van de gratis stromen ontdoen en dient in- en uitwegen op de locatie mogelijk te zijn. De impact van wegen is dat er twee plekken zijn met potentieel oponthoud, namelijk voor de weegbruggen. Beiden weegschalen hebben dus een opstelruimte nodig. Deze uitvoeringsvorm voldoet niet aan de in de vorige paragraaf genoemde eisen en is enkel opgenomen om te bevestigen dat deze meer ruimte nodig heeft.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
29
Projectgerelateerd
4.3.1 Oppervlak en kosten uitvoeringsvormen Een korte evaluatie van de 4 uitvoeringsvormen, rekening houdend met het programma van eisen voor zover mogelijk, is weergegeven in Tabel 17 en Tabel 18. Natuurlijk is dit op basis van kentallen. De basis is voor de uitvoeringsvarianten gelijk. Grootste onderscheid is te zien in het oppervlak van de milieustraat. Tabel 17. Korte evaluatie van de 4 uitvoeringsvarianten op basis van kentallen en grove schattingen. Uitgaande van 70.000 bezoeken, geen containerwisselingen op een drukke dag, geen overkappingen
Vergelijk
Compact
Ruimte voor de burger (1)
Ruimte voor de burger (2)
Ruimte voor de burger (3), gewichtsregistrati e
Oppervlak
m2
7.288
8.867
9.764
10.859
Investering
euro
3.080.000
3.520.000
3.970.000
4.240.000
Kapitale kosten
euro
184.000
205.000
230.000
241.000
Operationele kosten
euro
1.620.000
1.630.000
1.640.000
1.650.000
Met verhoging van de wisselfrequentie wordt de locatie kleiner en worden de investeringen lager. Voor de variant met 70.000 bezoeken per jaar gaan we uit van 22 perron containers voor 17 afvalstromen. Er zijn meerdere containers voor hout, papier en karton, schoon puin, grof huishoudelijk afval. Wegnemen van de extra containers laat het oppervlak zakken tot bijna 8.000 m2 voor ruimte voor de burger (1). Dit heeft wel oponthoud tot gevolg doordat er tijdelijk geen container beschikbaar is. Tabel 18. Korte evaluatie van de 4 uitvoeringsvarianten op basis van kentallen en grove schattingen. Uitgaande van 140.000 bezoeken, geen containerwisselingen op een drukke dag, geen overkappingen
Vergelijk
Compact
Ruimte voor de burger (1)
Ruimte voor de burger (2)
Ruimte voor de burger (3), gewichtsregistrati e
Oppervlak
m2
9.255
10.985
11.366
12.489
Investering
euro
3.710.000
4.180.000
4.470.000
4.800.000
Kapitale kosten
euro
218.000
241.000
257.000
272.000
Operationele kosten
euro
2.540.000
2.550.000
2.560.000
2.560.000
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
30
Projectgerelateerd
4.4
Varianten kringloopactiviteiten in beeld
Het concept circulair ambachtscentrum zoals opgenomen in het Rijksbrede programma circulaire economie geeft handvatten c.q. denkrichtingen voor nadere uitwerking. Meer precieze invulling ervan vereist een leerproces. Hiervoor zijn inmiddels ook pilots opgezet waarover onlangs door Rijkswaterstaat ook een inspiratieboekje is uitgegeven6. Daaruit blijkt dat de denkrichtingen omtrent een circulair ambachtscentrum (CA) zich kenmerkt door: 1. Een CA draagt bij (dan wel kan bijdragen) aan levensduurverlenging en hoogwaardig product- en materiaalhergebruik. 2. In een CA staat een synergie tussen meerdere bouwstenen centraal7, zijnde hergebruik en recycling, reparatie en kringloop, ambacht en onderwijs en/of sociale cohesie en werkvoorziening(zie afbeelding). In het geval van scenario 3 is de variant compleet plus nog niet verder gedefinieerd. De basis voor de compleet plus variant is de complete milieustraat en deze wordt aangevuld met kringloop en/of demontage activiteiten. Er zijn daarbij verschillende varianten mogelijk. Variant 1: milieustraat-plus inname herbruikbaar De milieustraat-plus variant is als het ware een basisvariant die zich kenmerkt door een locatie waar burgers komen om van zich van het afval te ontdoen.
Kenmerken van de milieustraat-plus zijn voldoende inzamelmiddelen voor grondstoffen, voldoende personeel om de burger te begeleiden om de grondstoffen in de juiste bakken te brengen en een goede beleving door weinig wachttijd, goede indicatie waar grondstoffen geplaatst moeten worden en goede bereikbaarheid op de locatie. Inname van herbruikbare goederen kan plaatsvinden middels een inloopcontainer (met of zonder stellingkasten) of loods waar al dan niet (op drukke dagen) een medewerkers toeziet op de voor kringloop aangeboden goederen. Afhankelijk van het beleid hoe we herbruikbare goederen innemen (selectief of alles innamebeleid), kan de container voor- of achteraan in de route op een locatie worden geplaatst. De ingezamelde goederen worden door een kringlooporganisatie verder in de markt gezet. Deze variant lijkt veel op, afhankelijk van de inrichtingseisen, de huidige milieustraten. Het maakt gebruik van de bestaande kringloopactiviteiten in de regio. Belangrijk om aandacht aan te geven is wat wel en wat niet wordt afgezet bij een kringlooporganisatie. Hier moeten duidelijke afspraken over gemaakt worden omdat juridisch gezien afval van kringloopwinkels beschouwd moeten worden als bedrijfsafval. Door een voorselectie op de milieustraat na inname kunnen zij hun afval afvoerkosten verminderen.
6
Inspiratiegids Circulair ambachtscentrum, 10 pilots van gemeenten, Rijkswaterstaat In de beoordeling van de pilot-aanvragen is rekening gehouden met het feit of er in ieder geval minimaal drie bouwstenen centraal stonden. 7
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
31
Projectgerelateerd
De plaatsing van een extra container of loods kost 100-200 m2. De investeringskosten kunnen oplopen met 25.000 -100.000 euro. Er moet ook toezicht worden gehouden. Laten we uitgaan van 0,25-0,75 FTE dat is dus tussen de 20.000 en 60.000 euro. Variant 2: milieustraat met minimale demontage Variant 2 is een milieustraat-plus waarbij aanvullend demontage van goederen plaatsvindt om zo te komen tot extra afvalscheiding. Samengestelde goederen die nu veelal in de restcontainer belanden, zoals bankstellen, bureaustoelen, etc. worden gedemonteerd en vervolgens per onderdeel bij de juiste fractie gescheiden. Bij inname wordt de bezoeker gewezen op een locatie (een hal of een container) waar hij of zij de te demonteren goederen kan plaatsen. Dit kan plaatsvinden direct na een eventuele verwijzing naar een kringloopcontainer. De demontage zelf kan vervolgens op de locatie plaatsvinden, maar ook kan worden overwogen om deze goederen naar een andere, grotere locatie over te brengen om ze aldaar te demonteren. Het toevoegen van een demontage faciliteit aan de complete milieustraat met inname van kringloopgoederen heeft een impact op de VANGdoelstellingen. In deze variant houden we de activiteiten dicht bij de kennis en kunde van de huidige milieustraten. Deze variant zal bijdragen aan het verminderen van het restafval.
Om het volume van inzameling van herbruikbare producten en materialen zo groot mogelijk te maken is het goed om de burger eerst langs het innamepunt van de demontagegoederen te laten rijden alvorens de burger naar de milieustraat gaat. Het extra benodigd oppervlak is geschat tussen 800 en de 1.000 m 2. De investeringen in alleen grond, gebouw en parkeerterrein worden geschat op 0,5 -1,5 miljoen euro afhankelijk van de eisen en wensen aan de faciliteiten. Naast een investering zullen ook de operationele kosten stijgen en is arbeid de belangrijkste. Kentallen ontbreken nog maar dit betreft minimaal aanwezigheid bij de demontage activiteit, van 3 mensen gedurende een gedeelte of gehele openingstijden. Variant 3: Complete milieustraat plus kringloop Deze variant gaat een stap verder en behelst niet enkel betere inname maar ook verkoop van goederen. De ontvangst van goederen kan plaatsvinden door een medewerker en diegene beoordeelt of er herbruikbare goederen geschikt zijn voor de aanpalende kringloopwinkel. Dit vereist wel gedegen kennis van de afzetmarkt. Kringloop activiteiten vereisen een andere mindset en competenties dan enkel afvalscheiding. Derhalve ligt in deze variant samenwerking met een derde voor de hand. Het toevoegen van een kringloop aan de complete milieustraat zorgt dat er naast inname ook voor de burger zichtbaar aan hergebruik plaatsvindt.
De verwachting is dat dit bijdraagt aan de motivatie om beter te scheiden. De plaatsing van een kringloopwinkel heeft een impact op het benodigde oppervlak. Naast een kringloopfaciliteit dient er ook een parkeervoorziening te worden aangelegd. Nu is het zo dat een kringloopwinkel een regionale werking heeft en dus moet worden afgestemd op een groot verzorgingsgebied.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
32
Projectgerelateerd
Een interview met de voorzitter van de vereniging van kringloopbedrijven leverde op dat de kringloopbedrijven een grootte van ongeveer 3.000 m2 hebben. Dit bestaat uit een innamegedeelte inclusief sorteren en een verkoopruimte. Een gesprek met de directeur van 2Switch leverde op dat een parkeerplaats met 80 plaatsen zeker moet voldoen. Op basis van kentallen hebben we bepaald dat dit hoort bij een grondoppervlak van ongeveer 2.200 m2. In deze variant gaan we ervan uit dat de milieustraat door ZRD wordt geleid, maar dat de kringloopexpertise wordt aangeleverd door een derde partij (eventueel onder verantwoording van ZRD). Dit houdt in dat het aannamebeleid dient te worden afgestemd en er afspraken worden gemaakt over het ontdoen van afvalstromen gegenereerd door de kringloop. Voor de hand liggend is dat het innamegedeelte bij de milieustraat wordt gevoegd en de uitvoering door een kringloopmedewerker. Om het volume van inzameling van herbruikbare producten en materialen zo groot mogelijk te maken is het goed om de burger eerst langs het innamepunt van de kringloop te laten rijden alvorens de burger naar de milieustraat gaat. Het extra benodigd oppervlak is geschat tussen de 5.200 en 6.000 m 2. De investeringen in alleen grond, gebouw en parkeerterrein worden geschat op 5 miljoen euro. Het toevoegen van de kringloop neemt kosten met zich mee en besparingen.
Nu zien we het bedrijven van de kringloop als aparte entiteit en deze dient niet ten koste te gaan van de afvalstoffenheffing. Wel houden we er rekening mee dat voor de service die de kringloop doet we betalen met de besparingen op vermindering restafval, of een gedeelte daarvan. Variant 4: Complete milieustraat plus kringloop en demontage Deze variant gaat een stap verder en behelst niet enkel betere afvalscheiding door demontage maar ook meer en beter hergebruik van goederen. De ontvangst van goederen kan plaatsvinden door één en dezelfde medewerker en diegene beoordeelt of er herbruikbare goederen geschikt zijn voor de aanpalende kringloopwinkel en/of er goederen zijn die geschikt zijn voor demontage. Demontage kan dan ook een stap verder gaan en er kan voor worden gekozen om bijvoorbeeld specifieke onderdelen te demonteren en te verkopen. Burgers gaan na de kringloop langs de inname van demontage materialen. Een demontagehal zorgt dat producten met meer materialen worden gedemonteerd, De volgorde waarin de burger de kringloop, demontage en milieustraat passeert, is belangrijk om de hoeveelheid ingezamelde materialen te optimaliseren.
Variant 5: Full-scale ambachtscentrum met shops Een verdere stap in het circulaire gedachtegoed is om niet enkel herbruikbare spullen opnieuw te verkopen of anderszins aan te bieden, maar om ook kapotte spullen te repareren of oude spullen te pimpen of creatief samen te stellen. Door delen van afgeschreven producten te combineren kunnen nieuwe designstukken worden gemaakt. De shops en ateliers worden door derden gerund waarbij een afgebakende ruimte beschikbaar is voor elke shop. De shops kunnen variëren van een repair-shop, tot fietsenmaker tot een kunstenaarsatelier. De Recycle Boulevard in Leeuwarden is misschien wel een voorbeeld van een circulair ambachtscentrum waarin inwoners een bezoek als het ware beleven. Het is een ontmoetingsplek, een circulaire werkplaats, een leeromgeving en een inspirerende winkelboulevard onder één dak, met jaarlijks meer dan 385.000 bezoekers. De Eethoek serveert er verse broodjes en heerlijke koffie, waardoor een bezoek aan de winkel écht een gezellig uitje kan zijn.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
33
Projectgerelateerd
De Recycle Boulevard is gevestigd in een voormalige meubelboulevard van 8.000 vierkante meter. Spullen worden niet alleen verkocht om ze een tweede leven te geven. Ze worden er ook opgeknapt of ze krijgen een hele andere bestemming. Zo wordt een kast een tafel of een oud bed weer een bankje. De Boulevard biedt plaats aan een groot aantal organisaties en activiteiten onder één dak, waaronder studenten die met een constante expositie laten zien wat ze van afval maken. Er zijn werkplaatsen en negen duurzame ondernemers hebben er een plekje. In de circulaire werkplaatsen ontstaan duurzame artikelen die min of meer ‘nieuw’ zijn, omdat ze gemaakt zijn van bestaande grondstoffen én een verbeterd uiterlijk hebben gekregen. Ook worden Do-It-Youself workshops gegeven waarin de opknap-ambacht met bezoekers wordt gedeeld. Friesland College EXTRA heeft in de Recycle Boulevard 3 vaste lokalen waar les wordt gegeven aan studenten van de entreeopleiding Oriëntatie statushouders, de entree-opleiding Handel & Logistiek (alleen stages). Dit ‘leren op locatie’ zorgt ervoor dat de studenten de geleerde theorie meteen in praktijk kunnen brengen: in de winkel. Sociaal samenwerken is een belangrijke pijler onder de Recycling Boulevard. Zo maken meisjes en vrouwen van Stichting Fier die slachtoffer zijn van bijvoorbeeld eerwraak of loverboys taarten en soepen die in de koffiehoek te koop zijn.
Uitkeringsgerechtigden volgen er werktrajecten en statushouders doen er werkervaring op. Het Estafette-concept biedt voor hen plek-om-onder-demensen-te-zijn. Daarom wordt maximaal geïnvesteerd in het aanbieden van aangepast en goed begeleid werk op werkervaringsplekken, stageplekken, plekken voor reclassering, bureau Halt en voor een zinvolle dagbesteding. Daarnaast werkt ook Stichting Lezen en Schrijven samen met Omrin aan het verhogen van het lees- en schrijfniveau van Figuur 5. Bron: Omrin.nl de vrijwilligers. Maar ook het naaiatelier waar mensen zaten te werken en de shop-in-shops boven waar particulieren hun spulletjes kunnen verkopen. Het bruist van activiteiten. Die aanpak springt er ook echt uit. Bovendien is alles goed georganiseerd met een plattegrond aan het begin en een duidelijk route. Je ziet gelijk wat waar bij hoort. Er is op een andere manier naar een kringloop gekeken, ondernemender. Zeker door de samenwerking met de duurzame ondernemers. De boulevard kent een brengmogelijkheid voor herbruikbare goederen, maar het is echter geen milieustraat. Deze is op een andere locatie gevestigd. Oppervlak en kosten compleet plus Van de hierboven beschreven varianten zijn de consequenties voor oppervlakte, investeringen, kapitale kosten en operationele kosten hieronder bondig samengevat.
Opgemerkt wordt dat de toevoegen van ambachten niet is beschouwd, omdat deze ook extern kunnen worden geplaatst. Tabel 19. Bondig overzicht van benodigdheden verschillende kringloopactiviteiten. Vergelijk, extra
inname
inname + demontage
kringloop
kringloop en demontage
Oppervlak
m2
100-200
1.000
5.200 – 6.000
6.500 – 7.000
Investering
euro
25.000 – 100.000
0,5 – 1,5 mln
5.mln
5,5 – 6,5 mln
Kapitale kosten
euro
12.500
150.000
300.000
360.000
Operationele kosten
euro
20.000 – 60.000
150.000 – 360.000
derden
150.000 – 360.000 + derden
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
34
Projectgerelateerd
5
Evaluatie Scenario 3
5.1
Ontwikkeling volledig pakket van eisen op huidige straten
Op basis van de eisen aantal afvalstromen, toegangscontrole en gescheiden verkeer kunnen we concluderen dat bijna geen enkele van de huidige milieustraten voldoende oppervlak heeft om aan alle eisen aan de toekomstige milieustraat te voldoen. Voor een nieuwe complete milieustraat is volgens schatting minimaal 8.200 vierkante meter noodzakelijk. Dit is groter dan elke huidige locatie waar een complete- of compleet plus milieustraat is gepland. De extra ruimte ten opzichte van de huidige situatie is nodig voor opstelstroken, uitbereiding hoeveelheid containers en scheiding burger en professioneel verkeer. Significante uitbereiding is mogelijk in Terneuzen en ook in Veere kan mogelijk worden uitgebreid door te combineren met de kringloop. Voor ontwikkeling van de compleet plus uitvoeringsvorm geldt nog een additionele behoefte van 200 tot 6.500 vierkante meter voor de toevoeging van kringloopactiviteiten, demontage en educatie . Voor toevoegen van ambachten is zelfs meer nodig. Dit is niet mogelijk op de huidige locatie in Goes, Vlissingen en Middelburg. Voor de basis voorziening zal Borsele kunnen voldoen en ook in Noord-Beveland is ogenschijnlijk genoeg ruimte. De locatie in Kapelle is ongeschikt, omdat er geen opstelstrook mogelijk is. Indien men aan alle eisen wil vasthouden, moet het merendeel van de locaties worden vervangen, zie Figuur 6.
Figuur 6. Oordeel introductie eisenpakket op huidige locaties (beoordeling Goes op huidig terrein)
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
35
Projectgerelateerd
5.2
Gefaseerde, gedeeltelijke ontwikkeling
Indien men aan de eisen vasthoudt, dienen nieuwe locaties te worden gezocht. Bij het ontwikkelen van nieuwe locaties is hoogstwaarschijnlijk sprake van een geleidelijke ontwikkeling en de verwachting is dat oude en nieuwe locaties naast elkaar bestaan. In nieuwe situaties moet rekening worden gehouden met alle eisen (in verband met ruimte), maar dat de in werking treden van sommige systeemeisen alleen kan als deze op elke milieustraat op hetzelfde moment kan plaatsvinden. Het meest relevante voorbeeld hiervan is toegangscontrole. Indien deze op enkele milieustraten wordt ingevoerd, zullen mensen die eigenlijk geen toegang hebben uitwijken naar de milieustraten die geen controle hebben en deze zullen zwaarder belast worden. Om toegangscontrole uit te voeren dient er een opstelstrook op de locatie aanwezig te zijn om files op de openbare weg te voorkomen. De lengte van de opstelstrook wordt gebaseerd op de mogelijkheid dat wagens die gedurende 10 minuten op de locatie aankomen op het drukste moment van de dag op de locatie kunnen worden geplaatst. Hierna worden de mogelijkheden van de huidige locaties per type milieustraat besproken. Basis type milieustraat (B) Het invoeren van een toegangscontrole op de milieustraat in Kapelle is moeilijk. Deze is gelokaliseerd op de gemeentewerf. Daarnaast vormt de nabijgelegen spoorwegovergang een gevaar indien rijen voor de ingang ontstaan.
Een toegangsweg op Noord-Beveland zal ook moeilijk te realiseren zijn. Gezien de lage bezoekersfrequentie zien we toch mogelijkheden om via het groenstort vak naar binnen te gaan. De buren klagen echter al over het gebruik van dat stuk grond. In Borsele is voldoende ruimte ter beschikking. Tabel 20. Mogelijkheden opstelstroken op huidige locaties waar milieustraten van het basis type worden gepland Type straat
Milieustraat
Benodigde lengte opstelstrook,m
Opstelplaats op locatie
B1
Borsele
70
Ja
Voldoet
B2
Kapelle
70
Nee
Voldoet Niet
B3
N-Beveland
60
Ja (40 m)
Opstelstrook extern
Nee
Oordeel
Voldoet niet
Compleet (C) De locatie Hulst heeft al een opstelplaats, echter veel kleiner dan benodigd. Op de locatie van Veere is het mogelijk een opstelruimte te creëren door samentrekking van de kringloopwinkel met de milieustraat. Hiervoor moet overleg worden gevoerd met de kringloopwinkel. In Sluis is men met de buren in overleg over uitbreiding en dit biedt mogelijkheden om een opstelruimte te creëren. Reimerswaal is een wat grotere locatie en eventueel kan een opstelruimte worden gecreëerd voor het gebouw van de gemeentewerf. Op Tholen is nog wat groenruimte dat braak ligt zowel op het terrein als voor het terrein. Eventueel kan dit een opstelplek worden. De locatie in Schouwen Duivenland bevindt zich op de gemeentewerf. Deze locatie is ongeschikt voor uitbereidingen.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
36
Projectgerelateerd
Tabel 21. Mogelijkheden opstelstroken op huidige locaties waar milieustraten van het type compleet worden gepland Type straat
Milieustraat
Benodigde lengte opstelstrook,m
Opstelplaats op locatie
Opstelstrook extern
Oordeel
C1
Tholen
100
Nee
via externe groenstrook (50 m)
Voldoet niet
C2
Schouwen Duivenland
90
Nee
C3
Veere
130
Nee
Voldoet (na controle)
Voldoet niet
C4
Reimerswaal
120
Eventueel voor gebouw langs (80 meter) en betrekken groenstrook (totaal >100 m)
C5
Hulst
110
Heeft opstelplaats (50 m, 1 baansweg)
C6
Sluis
120
Nee
Opmerking
Voldoet niet eventueel via kringloop
uitbereiding extern (90 meter, 1 baansweg)
Samenwerking onderzoeken
Voldoet bijna
Compleet plus (CA) In Terneuzen is voldoende ruimte ter beschikking. De locatie in Vlissingen is ongeschikt om uit te bereiden en voor Middelburg zijn er wellicht mogelijkheden door het benutten van de groenstroken aan de voorzijde en achter het huidige terrein. Onafhankelijk van het gestelde in dit rapport valt de huidige locatie van de milieustraat in Goes af. De huur is (mondeling) opgezegd en een nieuwe locatie is reeds in overleg met de gemeente gevonden. Tabel 22. Mogelijkheden opstelstroken op huidige locaties waar milieustraten van het type compleet plus worden gepland
Type straat
Milieustraat
Benodigde lengte opstelstrook,m
Opstelplaats op locatie
CA1
Terneuzen
160
Ja
CA2
Goes
130
Opstelstrook extern
Nieuwe locatie
CA3
Middelburg
110
Nee
CA4
Vlissingen
110
Nee
Nee
MS ZEELAND
Opmerking
Voldoet
eventueel op groenstrook enkelbaans 100 m, eventueel 2 baansweg
19 november 2020
Oordeel
Voldoet (na controle
Voldoet niet
BG9912I&BRP001F02
37
Projectgerelateerd
Een overzicht van de bevindingen staan in de volgende figuur weergegeven.
Figuur 7. Mogelijkheden opstelstroken op eigen terrein, en eventueel op naburig terrein (Goes huidige locatie)
Conclusie is dat meerdere milieustraten onvoldoende ruimte hebben op het eigen terrein om een opstelruimte te creëren.
5.3
Locatievoorstellen
De conclusie is dat meerdere van de locaties niet aan alle eisen kunnen voldoen. In de uitgangspunten is aangegeven dat aan de gemeentelijke aanpak wordt vastgehouden. Nieuwe locaties moeten dus binnen een gemeente worden gezocht. Indien men gaat denken over vernieuwing zijn er interessante combinaties op te zetten om zo het aantal milieustraten te verminderen. Zo lijkt een combinatie van Goes met omliggende gemeenten voor de hand liggend. Ook ligt een combinatie van Middelburg en Vlissingen voor de hand, zeker gezien de investeringen die gepaard gaan met de opzet van een complete plus variant. Daarnaast is het goed om rekening te houden dat de locatie Noord-Beveland op termijn naar Goes en Veere gaat en dat ook Borsele aansluit bij Goes. In paragraaf 5.7 is uitgewerkt wat de financiële impact is van samenvoegen van locaties.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
38
Projectgerelateerd
5.4
Organisatievormen
De organisatievorm van de toekomstige situatie van de milieustraten is afhankelijk van het concept dat uiteindelijk wordt gerealiseerd in Zeeland. Bij keuze voor een milieustraat die voldoet aan de wet- en regelgeving (variant 1) zijn andere organisatiemodellen denkbaar dan voor een situatie waarbij er een circulair ambachtscentrum (variant 2) in de provincie wordt gerealiseerd. Variant 1 – Milieustraat Doorgaan met huidige organisatiemodel. ZRD wordt eigenaar van de milieustraat en beheert de milieustraat. De situatie is gelijk aan de huidige situatie. Variant 2 – Milieustraat met kringloopactiviteiten Uitgangspunt van een circulair ambachtscentrum is een goede samenwerking tussen milieustraat, uitgaande van een koppeling met een kringloopwinkel, demontagehal en mogelijk andere voorzieningen. O.L.A.Z. is als organisatie verantwoordelijk voor het behalen van de VANG-doelen en moet borgen dat de samenwerking optimaal is. Er zijn meerdere vormen om invloed op het ambachtscentrum te houden. Bij iedere organisatievorm geven wij hieronder kort weer welke voor- en nadelen aan de orde kunnen zijn. 1. ZRD als eigenaar/investeerder ZRD investeert in de realisatie van het circulair ambachtscentrum, inclusief de ruimten ten behoeve van de kringloopwinkel en de demontagehal. De gedachte is dat het concept als geheel wordt opgezet en te allen tijde behouden blijft voor ZRD.
ZRD kan als eigenaar ervoor kiezen om de activiteiten geheel of gedeeltelijk zelf uit te voeren. Het bedrijven van een kringloopwinkel is echter een kennisintensieve, specifieke expertise. Het vereist kennis van aangeleverde materialen en producten, vereist educatieve vaardigheden om als educatiecentrum te dienen en vereist kennis om met de wispelturigheid van de markt om te gaan. Dit wordt bevestigd door analyses van de jaarverslagen van kringlopen waarin aangegeven is dat de business case afhankelijk is van subsidieplaatsen, inkomsten en dat de resultaten marktgevoelig zijn. In de uitvoering is het dus aan te raden om een gespecialiseerde organisatie te betrekken. In lijn met de gedachtegang bij de milieustraat kan het circulair ambachtscentrum dus worden bedreven door twee organisaties: ZRD die de milieustraat bedrijf en een externe organisatie die de kringloopwinkel en demontage bedrijft. Nu is het zo dat de activiteiten elkaar kunnen bijten. De milieustraat wil dat bepaalde zaken in de kringloop worden ontvangen en andersom. Dit bemoeilijkt realisatie van de doelen. Nu kan dit erg zwart wit gedacht zijn maar het verantwoordelijk maken van één organisatie voor het halen van de doelen lijkt voor de hand liggend. Dit kan worden bewerkstelligd door de activiteit als geheel bij een uitvoerder neer te leggen. 2.
BV oprichten voor de milieustraat en de kringloopwinkel Samengaan van doelverantwoordelijke en kennishouder op gebied van kringloop en educatiecentrum lijkt logisch. In dit geval worden afzonderlijke doelstelling verenigd in een organisatie. Dit is een variant op de optie dat de ZRD eigenaar is en een organisatie aanstelt met kennis van kringloopbedrijven voor het bedrijven van het gehele ambachtscentrum. De BV heeft één directeur die verantwoordelijk is voor alle doelstellingen.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
39
Projectgerelateerd
3. ZRD als aandeelhouder Een alternatief op de samenwerking is dat de ZRD invloed uitoefent op de uitvoeringsorganisatie zonder bij de uitvoering betrokken te zijn. Via het aandeelhouderschap waarborgt ZRD het behoud van de activiteit op de locatie. Advies Wat is nu de ideale organisatievorm? Momenteel wordt er een landelijk pilotproject uitgevoerd die onder andere het doel heeft geschikte uitvoeringsorganisaties te identificeren. De resultaten van dit onderzoek komen in 2023 ter beschikking. Vooruitlopend hierop hebben diverse regionale en landelijke kringlooporganisaties aangegeven open te staan voor (alternatieve) samenwerkingsverbanden. Het belangrijkste is dat ZRD zorg draagt dat de doelen worden gehaald en de continuïteit wordt geborgd. Bij een start voor de uitkomsten van de pilot is het raadzaam dat de ZRD het initiatief in eigen hand houdt, in eerste instantie zelf de milieustraten beheert, er een externe kringloopbedrijf bij betrekt en de flexibiliteit behoudt om over 10 jaar de opzet van de samenwerking met de kringloop te heroverwegen.
5.5
Impact op VANG doelstelling
O.L.A.Z. gemeenten conformeren zich aan een ambitie om te komen tot 75% recycling van huishoudelijk afval en maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar in 2020 en 30 kg restafval per inwoner per jaar in 2025. De toekomstig bestendige milieustraten zorgen voor twee effecten die leiden tot verbetering van de prestatie in het kader van de VANG doelstellingen. 1. Door (mogelijk) uitsluiten van bedrijven en oneigenlijke bezoekers (niet afvalstoffenheffing betalende bezoekers) wordt het totaal aangeboden afval verminderd en ook het totaal aan restafval. 2. Door het koppelen van een kringloopactiviteiten aan een milieustraat kunnen meer bruikbare goederen en materialen beschikbaar komen doordat de bezoeker verplicht wordt langs de kringlooploopactiviteiten te gaan voor dat je op de milieustraat komt. Dit kan verder worden gestimuleerd door medewerkers inkomende vrachten te laten controleren op bruikbare producten en materialen en een alles aannamebeleid te voeren. Deze actieve benadering moet zorgen voor een beter bewustzijn en door beter toezicht op de milieustraat kan ook daar een betere scheiding worden bewerkstelligt. Ad1) De hoeveelheden die vermeden worden door toegang bedrijven en oneigenlijke bezoekers te weigeren is moeilijk met zekerheid te zeggen. De hoeveelheid aangeleverd afval op een milieustraat is in Zeeland echter 2x zo hoog als gemiddeld in Nederland.
Vooral de afvalstromen schone grond, puin, hout en groenafval dragen bij aan het verschil. Door weigeren van bedrijfsafval en oneigenlijke bezoekers wordt aangenomen dat een significant deel van het verschil kan worden gereduceerd. In paragraaf 4.3.2 is een inschatting gemaakt dat het afvalvolume zakt van 285 kg/inw./jaar naar 192 kg/inw./jaar. Afhankelijk van de visuele controle kan er misschien nog wel meer dalen. Het restafval daalt met 13 kg/inw./jaar van 42 kg/inw./jaar naar 29 kg/inw./jaar. Ad2) Ook wordt een significante besparing verwacht door invoeren van een circulair ambachtscentrum door beter hergebruik en scheiding. Uit het rapport van Witteveen en Bos blijkt dat in Nederland per jaar 13,6 kg/inw./jaar aan kringloopmaterialen wordt ingezameld. Hiervan wordt 7% via de milieustraat ingezameld, 39% gehaald bij mensen thuis en 54% gebracht naar kringloopwinkels. Uiteindelijk wordt 18% van de ingezamelde hoeveelheid als restafval weggegooid. In Vlaanderen wordt 2 kg/inw./jaar ingezameld via milieustraten en bedraagt het percentage restafval wat overblijft 8%. Er is dus winst te behalen. Daarnaast spreekt het rapport alleen over kringloopwinkels en niet over effecten van demontage.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
40
Projectgerelateerd
Om een schatting te maken van de potentiele besparing door koppeling van milieustraat aan kringloopactiviteiten, wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: ◼
Een kringloop levert gemiddeld 13,6 kilo/inw./jaar op. Door plaatsing naast een milieustraat en een actieve inname door mensen die aankomen aan te spreken wordt nog een extra 2 kg/inw./jaar verwacht, dus een stijging van 13,6 naar 15,6 kg/inw./jaar. Aangenomen wordt dat een gedeelte van deze hoeveelheid al door kleinere kringlopen wordt ingezameld. Dit wordt geschat op 50% van de te verwachten hoeveelheid. De afvalreductie is dus 8 kg/inw./jaar.
◼
Percentage restafval kringloop van slechts 8% omdat niet afgezette goederen beter gescheiden kunnen worden door de verscheidenheid aan afvalbakken of de milieustraat;
◼
Inname spullen bij demontage wordt geschat op 2-6 kg/inw./jaar. Deze spullen komen niet op de milieustraat of worden beter gescheiden.
◼
Beter scheiding op milieustraat door het feit dat burgers betere kennis over scheiding krijgen. Dit wordt voorzichtig ingeschat op 10% van de huidige hoeveelheid restafval.
Op basis van bovenstaande aanname wordt de hoeveelheid grof huishoudelijk afval met bijna 13 tot 17 kg/inw./jaar verminderd waarvan een groot gedeelte restafval. In Oss is dit concept ook neergezet en heeft men een daling bereikt van 2.400 ton naar 800 ton grof huishoudelijk restafval. Nu is dit een gemeente met 90.000 inwoners en dus bijna 18 kg/inw./jaar. Dit ligt in dezelfde grootte orde als verwacht op basis van bovenstaande aannamen. In het kader van de milieustraat van de toekomst voorziet Scenario 3 in compleet plus uitvoeringsvormen bestaande uit een milieustraat en kringloopactiviteiten. Deze vier milieustraten ontvingen in 2018 61,7% van het afval. Als aangenomen wordt dat de milieustraatbezoeken bij elke milieustraat gemiddeld in de toekomst dezelfde omvang hebben betekent dat slechts 61,7% van het aangeboden afval in aanmerking komt voor hergebruik via een kringloopwinkel of demontage in een ambachtscentrum. Voor de vier ambachtscentra betekent dit een restafval reductie tussen de 3.000 en 4.000 ton/jaar door de introductie van een kringloop en een demontage centrum of over heel Zeeland gezien een reductie tussen de 8 en 11 kg/inw./jaar. Voor de complete milieustraten wordt verwacht dat op de milieustraat zelf een verbetering optreedt door beter toezicht te houden op wat men aanbiedt bij de grof huishoudelijk restafvalbak.
Het feit dat de kleine voorzieningen geen restafval ontvangen zorgt ook dat mensen uit deze gemeenten beter scheiden. De reductie wordt voorzichtig geschat op 5% van de huidige hoeveelheid grof huishoudelijk restafval. Dat is ongeveer 2 kg/inw./jaar voor het betreffende gebied of 1 kg/inw./jaar voor heel Zeeland. Potentieel levert dit 300 ton op. Deze conservatieve aanname is gedaan doordat ervan uitgegaan wordt dat er al een redelijke inspanning wordt verricht om restafval te voorkomen. Het zou verder mogelijk moeten zijn om op de milieustraten zonder ambachtscentrum afvalstromen geschikte materialen te verzamelen en in een ongeperste container naar het ambachtscentrum van een grotere milieustraat te brengen, maar dan moet er wel ruimte voor een dergelijke container zijn. In Figuur 8 wordt weergegeven wat scenario 3 teweegbrengt op de restafvaldoelstellingen. Hierbij is het doel vertaald naar 8,2 kg/inw./jaar (Zie tekst box vertaling VANG doelstellingen naar milieustraat). Uit de figuur blijkt dat de circulaire ambachtscentra in de buurt van de doelstellingen komen, met de complete en basis voorzieningen blijven we uit de buurt. Scenario 3 is een combinatie van beide type milieustraten.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
41
Projectgerelateerd
Figuur 8. Impact maatregelen op bereiken VANG doelstellingen
Kijkend naar dit plaatje blijkt dat de doelstelling, die naar ratio is door vertaald naar grof huishoudelijk afval, niet gehaald wordt. Nu is de doelstelling absoluut gesteld voor Nederland, terwijl uit de cijfers blijkt dat Zeeland ((693-93)/492 =) 22% meer wordt geproduceerd. Een gelijke inspanning zou dus een doelstelling van 36,6 kg/inw./jaar betekenen en dat verdeeld naar ratio over grof en fijn betekent een doelstelling van 10 kg/inw./jaar Nog steeds ontstaat er dan teveel restafval op een circulair ambachtscentrum. Op zich kan er misschien nog een vermindering optreden doordat uitsluiting van bedrijven misschien een grotere restafvalreductie met zich meebrengt. Ook externe ontwikkelingen in de opbouw van de circulaire economie kunnen ertoe leiden dat het totaal aan restafval kan verlagen. Hoewel op basis van bovenstaande aannamen de doelstelling niet wordt gehaald kunnen in de toekomst nog meer ontwikkelingen plaatsvinden die ertoe leiden dat de hoeveelheid afval en restafval verminderd. Het is dan ook aan te raden om enige flexibiliteit in het concept te houden en ruimte te reserveren. Hoe werken de veranderingen door op scheidingspercentages? Op dit moment wordt er 693 kg HHA/inw./jaar ingezameld. Door het toegangsbeleid gaat dit met 93 kg/inw./jaar dalen naar 600 kg/inw./jaar. Vele stromen worden van restafval afgewend richting hergebruik en recycling.
Dit wordt geschat op ongeveer 22,5 tot 25 kg/inw./jaar. Het restafval zakt daarmee van 227 kg restafval/inw./jaar naar 203 kg/inw./jaar. Het recyclingpercentage komt daarmee op 63%. Er is dus nog ruimte om het scheidingspercentage te verbeteren en dit komt ten goede aan de doelstelling.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
42
Projectgerelateerd
5.6
Financiën
5.6.1
Nieuwbouw
Investeringskosten Vele van de milieustraten zijn te klein en indien men aan de eisen vasthoudt, dient aan nieuwbouw te worden gedacht. In het hoofdstuk 4 zijn voor Scenario 3 kosten opgenomen voor verschillende milieustraten en kringloopactiviteiten. De investeringskosten zijn modulair opgezet en bevatten grondaankoop, civiele werken en materieel, zie Tabel 23. De kosten zijn op basis van een conceptontwerp bepaald. Specifiek zijn de volgende zaken opgenomen: aankoop grond, civiele werken, gebouw + inrichting, utiliteiten, hekwerken, toegang, materieel, onvoorzien, overhead, engineering. Voor een complete variant milieustraat met 70.000 bezoeken per jaar bedraagt de investering 3,5 miljoen. Voor een milieustraat met 140.000 bezoekers bedraagt de investering 4,2 miljoen euro. De bouw van een kringloop met parkeerterrein bedraagt 5 miljoen (grond + gebouw, geen inrichting) zodat de combinatie van een milieustraat voor 140.000 bezoeken en een kringloop bedraagt dan 9,2 miljoen. Tabel 23. Investeringskosten milieustraat compleet en compleet plus (exclusief kringloopactiviteiten) Bezoekers/jaar
70.000
Grond
Euro
Civiel
Euro
Materieel
Euro
Totaal
Euro
980.000 2.190.000 350.000 3.520.000
140.000 1.210.000 2.580.000 390.000 4.180.000
Voor de aanleg van de 6 complete straten en 3 compleet plus varianten inclusief kringloop en demontage bedragen de investeringskosten (6x3,5+3 x 10,7 =) 53 miljoen. Er is in deze berekening geen rekening gehouden met verkoop van de huidige locaties. Bovenop deze investeringen komen nog de investeringen voor de basis varianten. In Borsele en Noord-Beveland zijn de investeringskosten nihil. Voor Kapelle moet een andere locatie worden gezocht. De kosten van ontwikkeling van de basisvarianten zullen iets onder 1 miljoen euro zijn. Voor de toegangscontrole moeten pasjes worden aangeschaft. De kosten zijn het laagst als kan worden aangesloten bij een bestaand systeem. Indien dit er niet is, bedragen de investeringskosten ongeveer 2,5 euro per pasje is ongeveer 4,5 ton voor alle huishoudens in Zeeland8. De kosten voor slagbomen en scanners zijn opgenomen in de investeringen van de milieustraat. Jaarlijkse kosten De jaarlijkse kosten voor een complete milieustraat zijn in kaart gebracht, zie tabel 24. Details bevinden zich in Bijlage 3.
8
Kosten distributiekaarten zitten in communicatiekosten. Indien dit niet het geval is geldt dat de totale kosten rond de 5 tot 6 euro per kaart liggen. 19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
43
Projectgerelateerd
Tabel 24. Operationele kosten milieustraat compleet en compleet plus (exclusief kringloopactiviteiten) Bezoekers/jaar
70.000
140.000
Kapitale kosten Grond
euro/jaar
24.000
30.000
Civiel
euro/jaar
141.000
166.000
Materieel
euro/jaar
40.000
45.000
Totaal (1)
euro/jaar
205.000
241.000
Personeel
euro/jaar
716.000
962.000
Management
euro/jaar
143.000
192.000
Vervoer
euro/jaar
.trucks
euro/jaar
113.000
225.000
.chauffeur
euro/jaar
120.000
240.000
Loonwerker
euro/jaar
35.000
70.000
Training
euro/jaar
10.000
15.000
Kleding
euro/jaar
5.000
8.000
Onderhoud civiel
euro/jaar
22.000
26.000
Onderhoud materieel
euro/jaar
17.000
20.000
Belastingen
euro/jaar
12.000
14.000
Energie
euro/jaar
12.000
14.000
Schoonmaak
euro/jaar
12.000
14.000
Verzekering
euro/jaar
20.000
24.000
ICT
euro/jaar
18.000
35.000
Afzetkosten
euro/jaar
229.000
459.000
Onvoorzien
euro/jaar
148.000
232.000
Totaal (2)
euro/jaar
Inkomsten poort (3)
euro/jaar
Operationele kosten
Totaal (1+2+3)
1.633.000
-219.000
1.619.000
2.550.000
-438.000
2.353.000
De personele kosten zijn significant. De bezetting is gebaseerd op aanwezigheid acceptant, 1 man bij KCA en 1 man per 6 containers op het perron. De werktijd bedraagt 1.500 uur/FTE. Nu is het ook zo dat niet al het extra personeel meteen hoeft te worden ingezet. Op het moment dat moet worden bijgeschakeld of dat de prikkels om beter te scheiden toenemen, kunnen ze worden bijgeplaatst.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
44
Projectgerelateerd
De operationele kosten zijn flink hoger dan de huidige operationele kosten. De kosten stijgen van 7,5 miljoen naar ongeveer 16,6 miljoen. (6x 1,6 + 3x 2,35). De kosten voor de basis faciliteiten scenario’s worden ruwweg geschat op 0,5 -1 miljoen. De belangrijkste toename wordt veroorzaakt door significant meer personeel op te nemen (nu 2,5 miljoen op termijn 8,6 tot 9 miljoen,). De reden is dat inzetten op kwaliteitsgrondstoffen begeleiding van de burgers vraagt en toezicht op kwaliteit. Een andere oorzaak voor toename van de kosten zijn de afschrijvingskosten. In de huidige kosten zijn die niet significant, in de nieuwe opzet bedragen ze 10% van de jaarlijkse kosten (afschrijving nu rond de 2 ton met nieuwe straten 2 miljoen euro). De toename van de kosten worden niet per se gecompenseerd door besparingen door minder afval en betere inkomsten door verbetering kwaliteit. Het is een investering in grondstofrotonde. Naast de operationele kosten die direct gelieerd zijn aan de milieustraat, zijn er ook kosten voor een pasjessysteem van 0,5 euro per pasje per jaar. Op Zeeland niveau is dit ongeveer 4,5 ton investering en 1 ton jaarlijkse kosten. Er zijn geen operationele kosten voor de kringloop en demontage activiteiten opgenomen. De reden is dat dit aan het kringloopbedrijf wordt overgelaten.
RHDHV geeft aan dat dit een typische activiteit is die door andere moet worden uitgevoerd. ZRD verhuurt de gebouwen, de gemeenten levert personeel en het kringloopbedrijf verzorgt de exploitatie. De besparingen op restafval kunnen eventueel als bijdrage naar de kringloop gaan. Jaarlijkse kosten De kosten voor de milieustraten inclusief afzet van materialen is (16, 6+ 0,75+0,1 =) 17,45 miljoen. Dit is 45 euro per inwoner per jaar bij volledige implementatie.
5.6.2
Aanpassingen huidige situatie
De aanpassingen van de huidige situatie met een opstelstrook, een toegangssysteem kost ongeveer 100150.000 euro per milieustraat. Op vele straten is toegangscontrole niet mogelijk dus heeft de investering niet zoveel zin. Ingeval van aankoop grond komt er 50.000 to 100.000 euro bij per milieustraat.
5.6.3
Effectiviteit per maatregel
Om de effectiviteit van de maatregel te vergelijken worden de kosten in beeld gebracht per kilogram restafval bespaard. Het gaat om de volgende maatregelen: 1. Toegangscontrole 2. Kringloop en demontage 3. Toezicht milieustraten op a) Restafval; b) Kwaliteit. Ad 1) Toegangscontrole Om toegangscontrole te realiseren dient de milieustraat aangepast te worden. De totale investering voor 13 milieustraten is 10.000-15.000 euro per straat (slagboom met kaartlezer) plus 186.000 huishoudens x 2,5 tot 6 euro per huishouden voor een pasjessysteem. De totale investering varieert daarmee tussen de 0,66 en 1,3 miljoen euro. Jaarlijks moet nog 100.000 aan kosten worden betaald aan het onderhouden van het systeem. De totale jaarlijkse kosten worden daarmee 175.000 tot 250.000 euro. De maatregel heeft mogelijk ook andere kosten tot gevolg:
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
45
Projectgerelateerd
▪
Indien onvoldoende ruimte beschikbaar is voor een opstelstrook moet deze er komen. Dit kost aan investeringen zo’n 150.000 tot 250.000 per straat en dat betekent ongeveer 10.000 euro per straat per jaar, 130.000 euro in totaal. ▪ Indien toezicht nodig is om visuele toegangscontrole uit te voeren komt er per milieustraat 1– 1,5 fte bij. Dit is 80.000 - 120.000 euro/jaar. Voor 13 milieustraten is dit 1.040.000 tot 1.560.000 euro per jaar. Indien invoering met wat aanpassingen overal mogelijk is en we gaan uit van toezicht, bedragen de kosten (175.000+130.000+1.040.000 = ) 1.345.000 euro per jaar tot (250.000 +130.000 +1.560.000 =) 1,94 miljoen euro per jaar. Het gemiddelde is 1,64 miljoen euro/jaar. Naast kosten zijn er ook besparingen door minder verwerkingskosten (geschat op 750.000 euro/jaar) en minder transportkosten (geschat op 375.000 euro/jaar). De besparingen bedragen dus 1,25 miljoen euro/jaar. In dit voorbeeld zijn de kosten hoger dan de baten. De jaarlijks bespaarde hoeveelheid afval is 36 kiloton en voor alleen restafval is dit 5 kiloton. De kosten bedragen daarmee bijna 8 cent per vermeden kilogram restafval. Indien bespaart kan worden op manuele toegangscontrole kan dit omslaan in opbrengsten van 27 eurocent per kg vermeden restafval. Twee belangrijke opmerkingen: ▪ De optie is goed uitvoerbaar als alle milieustraten de maatregel gelijk invoeren.
Dat is volgens de evaluatie niet mogelijk. Indien toegangscontrole niet overal wordt ingevoerd, is de consequentie dat milieustraten zonder toegangscontrole mogelijk zwaarder belast worden doordat de milieustraten met toegangscontrole mogelijk worden gemeden. Het op locaties starten met invoering kan echter tot beter inzicht leiden of dit vluchtgedrag ook daadwerkelijk in die mate optreed. ▪ De met de maatregel vermeden hoeveelheid te ontvangen afval blijft wel bestaan en wordt elders aangeboden en er is dus op Nederland niveau geen besparing van afval. Omdat er elders waarschijnlijk minder mogelijkheden zijn tot scheiding (bijvoorbeeld in geval van bedrijfsafval) neemt op landelijk niveau het restafval toe. Dit is echter aan de markt om op te lossen. Ad 2) Kringloop en demontage De komst van een kringloop en demontage zorgt ervoor dat er minder afval op de milieustraat terecht komt en daarmee wordt ook het restafval verminderd. Door direct te zien dat er actief hergebruikt wordt, draagt de combinatie van milieustraat en kringloop ook bij aan de bewustwording om beter te scheiden. In dit onderzoek gaan we ervan uit dat 13 tot 17 kg per inwoner besparen. In deze rapportage gaan we ervan uit dat de kringloop en demontage zichzelf financieren. Dit komt dus neer op 0,00 euro per kg.
Een veel gebruikte regeling om de kringloop tegemoet te komen is om de vermeden afvalstromen tegen restafval kosten af te rekenen. Op dit moment varieert het restafvaltarief in Nederland sterk. Voor deze berekening gaan we ervan uit dat transport plus verwerking neerkomt op 175 euro/ton oftewel 17,5 cent per kg afval. Ad 3) Toezicht milieustraten In de kostenramingen wordt rekening gehouden met extra personeel op de milieustraat om twee redenen: a) Voorkomen restafval; Door personeel bij de restafvalcontainer te plaatsen kan worden voorkomen dat bruikbare grondstoffen daarin komen die elders op de locatie worden ingezameld b) Verbeteren van de kwaliteit van de ingezamelde afvalstromen. Personeel moet erop toezien dat gevraagde kwaliteit wordt gehaald. In de toekomst wordt namelijk verwacht, als grondstofterugwinning belangrijker wordt voor hoogwaardige producten, dat de kwaliteitseisen aangescherpt worden en de controle daarop toeneemt. In de kostenramingen is rekening gehouden met 1 man per 6 perroncontainers. Daar waar nu 2 tot 3 man staan op de locatie, staan er op de voorgestelde straten 6 tot 7. Omdat de openingstijden van de milieustraat een factor 1,6 hoger zijn dan het aantal effectieve uren per werknemer per jaar, betekent dat
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
46
Projectgerelateerd
de er 1,6 maal 4 of 5 man méér personeel is per milieustraat. De personeelskosten stijgen daardoor significant met 6,6 tot 8,3 miljoen (uitgaande van 13 gelijkwaardige locaties). Bij het toezicht is er dus sprake van twee maatregelen die elk een effectiviteit hebben. De maatregel om toezicht te houden op de restafvalcontainer heeft effect op de hoeveelheid restafval. Indien 10% van het restafval wordt voorkomen door dit in de daartoe bestemde container te deponeren levert dit 2 tot 3 kg/inw/jaar op of 1.158 ton per jaar. Dit levert een besparing op van 150.000 tot 200.000 euro. De kosten voor inzet van een man extra personeel bedragen echter in totaal 1,65 miljoen euro op de 13 milieustraten. De effectiviteit is daarmee 1,25 euro per vermeden kilo restafval. Het is goed om experimenteel vast te stellen of deeltoezicht mogelijk is om kosten te verlagen en wat de overige effecten zijn van deze maatregel. Het terugsturen van burgers heeft naar alle waarschijnlijkheid namelijk ook invloed op de doorstroomsnelheid op de locatie en de kwaliteit van de overige grondstoffen, omdat burgers het gooien in containers die daarvoor niet bestemd zijn. De maatregel bijplaatsen van extra personeel om toe te zien op kwaliteit, vertaalt zich niet meteen in hogere inkomsten door betere kwaliteit, maar meer in verbeteren van de afzet en verminderen van afkeur.