Jaarstukken 2024 VRZ
Tekst van het document
Onderhoudskosten brandweerposten (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)
Onderhoud kantoren (Middelburg, Goes, Borssele, Terneuzen) We zijn sinds januari 2017 eigenaar van het kantoorgebouw Segeerssingel 10 te Middelburg. Het gebouw plus de verbouwingskosten worden in 25 jaar afgeschreven zonder rekening te houden met een restwaarde. Uiteindelijk resteert de aanschafwaarde van de grond op de balans.
In 2024 is voor € 55.000 op één locatie gestart met het onderzoeken welke aanpassingen in de kantoren en kantoorinrichting nodig zijn om uitvoering te geven aan onze huisvestingsvisie. Door middel van een gap-analyse wordt in beeld gebracht wat het verschil is tussen de huidige en gewenste situatie. In 2025 start op een tweede locatie een experiment, waarbij flexibele inrichting en aanpassingen aan het gebouw een aannemelijke uitkomst zijn. Deze ervaringen kunnen van invloed zijn op de andere kantoorlocaties.
Weerstandvermogen en risicobeheersing
Onderhoudskosten kantoren (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)
In 2024 is het onderhoudsbudget incidenteel verhoogd. Ondanks deze maatregel is het budget overschreden met € 105.707, wat te maken heeft met de ouderdom van de activa. Het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel van deze activa, wat kan leiden tot een daling van de onderhoudskosten. Naast de ouderdom spelen de complexiteit van het materieel (zoals de voertuigelektronica) en de prijsontwikkeling van onderdelen en arbeid een rol bij de stijgende onderhoudskosten. In 2025 en 2026 worden lagere afschrijvingslasten verwacht dan oorspronkelijk begroot. Het verschil zal, net als in 2024, (gedeeltelijk) incidenteel worden ingezet om het onderhoudsbudget voor brandweermaterieel en -materiaal te verhogen.
Financiering
Onderhoudskosten voertuigen en materiaal (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)
Onderhoud kapitaalgoederen
*) Na onderzoek is gebleken dat de Stadsgewestelijke Brandweer Middelburg-Vlissingen abusievelijk het volledige onderhoudsbudget, bedoeld voor zowel het eigenaarsonderhoud en het gebruikersonderhoud, heeft overgedragen aan VRZ. Afgesproken is dat voor het eigenaarsonderhoud jaarlijks tot een bedrag van € 68.000 (2013) in rekening gebracht mag worden bij VRZ. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
17
In het meerjarenbeleidsprogramma 2022-2025 is het hoofdstuk ‘mens en organisatie’ uitgewerkt. In deze paragraaf staat beschreven wat we hiervoor in 2024 hebben gedaan
Paragrafen
Bedrijfsvoering
Programma's
Paragrafen
Jaarverslag
Verantwoordingsinstructies
Onderhoud kapitaalgoederen
Bedrijfsvoering
Personeel Functiewaardering en -onderhoud In 2024 is een nieuw functiewaarderingssysteem geïmplementeerd, HR21. Dit systeem is speciaal ontwikkeld voor de publieke sector. Met deze overstap zijn onze functies bijgewerkt naar de nieuwste ontwikkelingen binnen ons vakgebied. Alle functies zijn op peildatum 1 januari 2024 omgezet. Volgende stap is functieonderhoud, waarbij we nagaan of de huidige functieomschrijvingen kloppen met de taken die bij de functie horen.
Ontwikkelingen cao CAR (-UWO) Veiligheidsregio's Medio 2024 is de cao geïndexeerd met 6,4% loonstijging en is afgesproken om collectief een regeling te laten opstellen rondom duurzame inzetbaarheid. De cao heeft een looptijd van 1 mei 2024 tot 1 augustus 2025. De effecten van de nieuwe cao zijn verwerkt in de begrotingswijziging 2024 en in de begroting 2025.
Werving en selectie In 2024 hebben we voor 49 reguliere functies een vacature opengesteld. Negentien collega’s zijn intern doorgestroomd naar een andere functie. Drie vacatures hebben een langere periode opengestaan door krapte op de arbeidsmarkt. Medewerkersbelevingsonderzoek In 2023 is een medewerkersbelevingsonderzoek uitgevoerd, waarvan de resultaten op organisatie- en teamniveau zijn besproken. We zijn trots op ons werk, zijn bevlogen en betrokken. We kunnen ons verbeteren op hoe we informatie met elkaar delen. Leidinggevenden hebben via workshops handvatten gekregen om op de onderwerpen informatievoorziening en samenwerken met elkaar een verbeteringsslag te maken. Met de uitkomsten op teamniveau zijn alle teams afzonderlijk aan de slag.
Financiering
Toetreding vitale infrastructuur en informatiebeveiliging Het ministerie van JenV heeft een voorgenomen besluit genomen om de veiligheidsregio onderdeel te maken van de vitale infrastructuur. Dit besluit is in 2024 nog niet geëffectueerd, wel zijn diverse randvoorwaardelijke activiteiten ontplooid en afgerond om de basis te leggen voor deze toetreding. In het kader van het verbeteren van de informatiebeveiliging zijn afgelopen jaar normen uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) op het gebied van Mobile Device Management, monitoring, respons op digitale inbreuken en de bewustwording van medewerkers verder verbeterd.
Weerstandvermogen en risicobeheersing
Informatievoorziening In 2024 is vorm en inhoud gegeven aan de verdere doorontwikkeling van ons informatielandschap en de transitie naar een informatiegestuurde organisatie. Er is een organisatie brede rooster- en planningsapplicatie geïmplementeerd, een nieuw intranet en er is fors geïnvesteerd in de kwaliteit van onze datastromen en de ontwikkeling van Microsoft365. Daarnaast zijn we in staat betrouwbare stuur- en verantwoordingsinformatie te genereren door de optimalisering van onze Business Intelligence voorziening. In 2024 is ingezet op rapportages met betrekking tot de interne serviceniveaus, operationele prestaties, HRM en Financiën. Door de mogelijke samenvoeging met de GGD zijn ook een aantal projecten uitgesteld naar een later moment om desinvestering te voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn de vervanging van het vakbekwaamheidssysteem en de vervanging van het document management systeem.
Huisvesting en duurzaamheid Duurzaamheid Wij zijn ons bewust van de opgave op het gebied van duurzaamheid voor de komende periode en de inspanning die dat van onze gehele organisatie gaat vragen. Wij hebben in 2024 enkele quick wins zoals het plaatsen van laadpalen) uitgevoerd. Vanwege beperkte personele capaciteit en gebrek aan financiële middelen zijn verdere maatregelen achterwege gebleven. Bij onze nieuwbouwposten wordt duurzaamheid wel meegenomen. Onderhoudsplanning Beoogd was om 2024 te gebruiken om een meerjarenonderhoudsplanning en –begroting op te laten stellen, waardoor planmatig onderhoud beter in beeld is en hierop geanticipeerd kan worden. Echter, vanwege beperkte personele capaciteit kwam dit onvoldoende van de grond.
Tot slot is in 2024 ingezet op de verdere ontwikkeling van Business Continuity Management. Dit heeft geleid tot een eerste aanzet van planvorming en handelingsperspectieven om de continuïteit van de organisatie tijdens een calamiteit te kunnen borgen.
Strategisch personeelsbeleid Binnen alle afdelingen kijken we wat we voor nu en voor de toekomst nodig hebben om aan de vraag te kunnen voldoen. We kijken welke kennis, expertise en menskracht daarvoor nodig is. Dit biedt voor medewerkers loopbaanperspectief en daardoor blijft VRZ een aantrekkelijke en interessante werkgever.
Ziekteverzuim
Ziekteverzuim In 2024 was het ziekteverzuimcijfer gemiddeld 4,1%. Landelijk is het gemiddelde verzuimpercentage tot en met het vierde kwartaal van 2024 4,9% (CBS).
(Landelijk gemiddelde tot en met vierde kwartaal 2024 4,9%) Verzuimpercentages VRZ
2021
2022
2023 2024
3,16%
4,36%
5,0%
4,1%
19
Programma's
Paragrafen
Jaarverslag
Verantwoordingsinstructies
Onderhoud kapitaalgoederen
Bedrijfsvoering
Ontwikkelingen (nieuwbouw)posten huisvesting In 2024 is de post Kloosterzande verhuisd naar een tijdelijke locatie. In 2025 beginnen we met de bouw van een nieuwe brandweerpost. De bouw van de nieuwe brandweerpost in GoesWest is in volle gang. De kazerne wordt duurzaam en natuurinclusief gebouwd. We verwachten dat de kazerne in maart 2025 wordt opgeleverd. De nieuwe brandweerkazerne komt in plaats van de tijdelijke post aan de Troelstralaan in Goes. Op 29 juni was de opening van de nieuwe post in Heinkenszand. De vrijwilligers van brandweerposten Heinkenszand en ’s-Heer Arendskerke zijn hierin gehuisvest. Daarmee is een eind gekomen aan de brandweerpost te 'sHeer Arendskerke. In 2024 is een ontwerp en voorbereiding voor de aanbouw van de post aan de Zuidlandstraat in Terneuzen gestart. In 2025 wordt deze gerealiseerd. In 2024 zijn de voorbereidingen gestart om een nieuwe kazerne voor de brandweerpost in Sas van Gent te realiseren. Naar verwachting gaat dit in 2025 – 2026 plaatsvinden. In 2024 is samen met de gemeente Terneuzen en ZorgSaam gekeken naar mogelijke interne verschuiving van ruimten. Doel hierbij is om de brandweer efficiënter te kunnen huisvesten en om o.a. meerdere ambulances te kunnen stallen. ZorgSaam gaat middels een businesscase onderzoeken of deze verschuivingen rendabel zijn.
In 2024 is gekeken naar de mogelijkheden om post Cadzand groter en aantrekkelijker te maken. Er ligt een gedragen ontwerp waar we voor een korte termijn mee vooruit kunnen. Realisatie zal in 2025 plaatsvinden. Met verschillende gemeenten zijn we in overleg over het verduurzamen van de brandweerposten. Ook zijn we in overleg over mogelijke nieuwbouw van de post als verduurzamen niet rendabel blijkt te zijn.
Samenwerking In 2024 heeft het algemeen bestuur ingestemd met een inhoudelijke samenwerkingsagenda GGD, RUD en VRZ voor de komende vijf jaar (2024-2028). De oude meldkamer op locatie Segeerssingel is ingericht als samenwerkingsvleugel, bestaande uit flexplekken en vergaderruimtes. Dit is nu een plek voor ontmoeting, werk en overleg. Alle medewerkers van GGD, RUD en VRZ kunnen deze vleugel gebruiken. Daarnaast is besloten een businesscase uit te werken om de bedrijfsvoering van GGD en VRZ samen te voegen vanuit het principe ‘gezamenlijk tenzij…’ en de keuze voor gezamenlijke huisvesting uit te werken in een businesscase. Deze businesscase wordt in april 2025 ter besluitvorming voorgelegd aan de algemeen besturen. In 2024 zijn diverse bijeenkomsten geweest met de gemeenteraadsleden over het thema samenwerking.
Financiering
Klachten en datalekken In 2024 zijn geen klachten ontvangen die moesten worden afgehandeld via de formele procedure, zoals omschreven in de klachtenregeling. In 2024 heeft de FG bij de landelijke Autoriteit Persoonsgegevens 1 datalek gemeld. Hierop zijn passende maatregelen getroffen. Rechtmatigheid Vanaf 2023 is het dagelijks bestuur wettelijk verplicht een rechtmatigheidsverantwoording af te geven in de jaarrekening. Voorheen beoordeelde de accountant de financiële rechtmatigheid. Rechtmatig handelen is handelen conform wet- en regelgeving. Om het DB in staat te stellen de verantwoording af te geven zijn vanaf het begin van 2023 extra maatregelen genomen op het gebied van interne beheersing en met name inrichting en toetsing hiervan. In 2024 zijn hiertoe de financiële verordening en controleverordening geactualiseerd. Tevens heeft het dagelijks bestuur het toetsingskader en het intern controlejaarplan 2024 vastgesteld. In verband met capaciteitsgebrek hebben we t/m juli 2024 een externe specialist ingehuurd voor het uitvoeren van verbijzonderde interne controlewerkzaamheden. In de financiële verordening 2024 heeft het AB de verantwoordingsgrens voor de financiële rechtmatigheidstoetsing vastgesteld op 3% van het lastentotaal inclusief dotaties aan reserves als het
Weerstandvermogen en risicobeheersing
gaat om reguliere afwijkingen. Naast de verantwoordingsgrens van 3% is ook een grens van 1% vastgesteld indien een afwijking een bestuurlijk relevant onderwerp betreft. Het gaat hierbij om afwijkingen in de vorm van posten die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen en posten waarbij voor de organisatie onduidelijkheid bestaat over de rechtmatigheid. Fouten en onduidelijkheden worden afzonderlijk verantwoord en niet bij elkaar opgeteld. De rapporteringsgrens is op dezelfde percentages vastgesteld als de verantwoordingsgrens. De rapporteringsgrens bepaalt boven welk bedrag de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) in de jaarrekening nader moeten worden toegelicht, evenals de maatregelen om afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Op basis van het in 2024 gerealiseerde lastentotaal inclusief dotaties aan de reserves bedraagt de verantwoordingsgrens voor reguliere afwijkingen € 1.332.250 en voor afwijkingen bestuurlijk relevante onderwerpen € 444.083. Het totaal van de geconstateerde afwijkingen in de over 2024 uitgevoerde (verbijzonderde) interne controles blijft ruimschoots onder de vastgestelde verantwoordings- en rapporteringsgrens.
De in de onderstaande tabel genoemde afwijking betreft een fout, er zijn geen onduidelijkheden in de controle van de financiële rechtmatigheid geconstateerd. Alle afwijkingen van de begroting over het boekjaar 2024 betreffen bestaand beleid en zijn bij de betreffende programma's nader toegelicht. De afwijkingen op investeringsbudgetten worden middels de jaarrekening afgerond of doorgeschoven naar het boekjaar 2024. Derhalve zijn er geen afwijkingen van toepassing die in het kader van het begrotingscriterium na opmaak van de jaarrekening 2024 als financieel onrechtmatig beoordeeld worden. Zie bijlage 1 voor een over met afgeronde investeringsbudgetten worden afgerond en welke worden doorgeschoven wordt verwezen naar bijlage 1. Tot slot zijn er voor diverse processen aanbevelingen gedaan ter verbetering en actualisatie van werkprocesbeschrijvingen om de kans op toekomstige afwijkingen met betrekking tot de financiële rechtmatigheid te minimaliseren.
De belangrijkste geconstateerde afwijking met betrekking tot de financiële rechtmatigheid en de genomen maatregelen ter verbetering betreft:
*Dit betreffen de in de jaarrekening 2024 opgenomen uitgaven van het contract, de totale (meerjarige) contractwaarde is hoger dan het drempelbedrag van € 221.000 excl. BTW voor het Europees aanbesteden van diensten.
20
Paragrafen
Financiering
Programma's
Paragrafen
Onderhoud kapitaalgoederen
Jaarverslag
Verantwoordingsinstructies Bedrijfsvoering
Financiering
De financieringsparagraaf is samen met het treasurystatuut voorgeschreven in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm). In de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) zijn kaders opgenomen ter beperking van de risico’s bij het hanteren van financiële derivaten en het uitzetten van overtollige middelen.
Uitzettingen In de Ruddo is vastgelegd dat openbare lichamen alleen overtollige middelen, voor een periode langer dan drie maanden, mogen uitzetten bij financiële ondernemingen die zijn gevestigd in een EU-lidstaat en die ten minste beschikken over een AA-rating, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus. In 2024 zijn geen uitzettingen van gelden geweest bij banken. Het eventuele positieve saldo op de bank wordt dagelijks afgeroomd door het ministerie van Financiën in het kader van het Schatkistbankieren.
Renterisico Het renterisico wordt direct gerelateerd aan het budgettaire risico. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm is vastgelegd in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden (Ufdo) en houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossing en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In 2024 hebben we de renterisiconorm niet overschreden. Zie onderstaande tabel.
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is vastgelegd in de Ufdo en bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. De limiet voor de netto vlottende schuld bedraagt circa € 3.653.000. In 2024 hebben we de kasgeldlimiet niet overschreden.
Weerstandvermogen en risicobeheersing
22
Paragrafen
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Programma's
Paragrafen
Onderhoud kapitaalgoederen
Risicomanagement is een onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. Op 12 december 2024 is de ‘notitie risicomanagement en weerstandsvermogen’ door het AB vastgesteld. In deze notitie worden de termen risico’s, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen als volgt gedefinieerd: Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate VRZ in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast; Risico’s moeten in dit verband worden gezien als reële, maar niet altijd te meten, bedreigingen die, ook nadat alles in het werk gesteld is om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn. Naast de interne behoefte om risico’s in beeld te hebben en te beheersen is er ook vanuit het Rijk wetgeving opgelegd omtrent risico’s. In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen: een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's.
Jaarverslag
Verantwoordingsinstructies Bedrijfsvoering
Financiering
Weerstandvermogen en risicobeheersing
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. Volgens de ‘Notitie weerstandsvermogen en risicomanagement’ wordt de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald aan de hand van de post onvoorzien, de algemene reserve en het onbestemde deel van de bestemmingsreserves. Voor de beoordeling van een dergelijke ratio kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, welke door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is samengesteld. Benodigde weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s die VRZ loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is het noodzakelijk de risico’s te voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Het is immers vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd voor zullen doen.
Daarnaast zal niet ieder risico zich daadwerkelijk in de maximale omvang voordoen. Een aantal risico’s is qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten. Voor de kans dat een risico optreedt, wordt gewerkt met kans-klassen van 10% tot 95%. Daar waar mogelijk wordt bij een risico de financiële impact berekend op klassen zoals hier aangegeven De klassen van kans en gevolg worden vermenigvuldigd volgens onderstaande formule: Risicoscore = inschaling klasse ‘Kans’ x inschaling klasse ‘Financieel gevolg’ In de begroting 2024 zijn 21 risico’s geïnventariseerd met een benodigde weerstandscapaciteit van € 1.400.000. Bij het opstellen van de jaarrekening is gekeken welke geïnventariseerde risico’s ook daadwerkelijk zijn opgetreden in 2024 en wat de financiële impact is geweest.
24
Programma's
Paragrafen
Onderhoud kapitaalgoederen
Jaarverslag
Verantwoordingsinstructies Bedrijfsvoering
Financiering
Weerstandvermogen en risicobeheersing
In de tabel hiernaast zijn de risico’s weergegeven die daadwerkelijk zijn opgetreden in 2024 met een financiële impact hoger dan € 25.000. Tevens is beschreven hoe VRZ de financiële impact heeft opgevangen. Het overzicht toont dat de financiële impact van de opgetreden risico’s € 1.944.044 bedraagt. Daarvan heeft VRZ € 215.976 niet kunnen opvangen binnen de begroting. Het restant is opgevangen middels compensatie BDuR, compensatie VZG, incidentele meevallers of onderbestedingen binnen programma’s.
25
Programma's
Paragrafen
Jaarverslag
Verantwoordingsinstructies
Onderhoud kapitaalgoederen
Bedrijfsvoering
Financiering
Weerstandvermogen en risicobeheersing
Beoordeling weerstandsvermogen Onze algemene reserve heeft begin 2024 een saldo van € 899.719. De jaarrekening 2024 laat een positief resultaat zien van € 686.511. In de notitie ‘Risicomanagement en weerstandsvermogen’ is een maximum bepaald voor het aan te houden weerstandsvermogen. In het rapport ‘afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’ (VZG, januari 2024) is in paragraaf 3.5 opgenomen dat het aanhouden van een reserve is toegestaan tot een norm van 5% van alle baten van VRZ. Dat betekent voor 2024 een maximale reserve van 5% van € 45.265.690 = € 2.263.285
Netto schuldquote (NSQ) De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van VRZ ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel inals exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is voor VRZ gelijk aan de netto schuldquote. Zie tabel hiernaast.
Het bestuur wordt voorgesteld om het positief resultaat 2024 van € 686.511 toe te voegen aan de algemene reserve. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt daarmee begin 2024 naar verwachting:
Algemene reserve
€ 899.719
Resultaat 2023
€ 475.894 -
Onttrekking 2024
€ 117.101 -
Resultaat 2024
€ 686.511 +
Post onvoorzien
€ 50.000 +
Totaal
€ 1.043.235
Voor een verloopoverzicht van de algemene reserve wordt verwezen naar de Vaste passiva op pagina 46 in de Jaarrekening. Ratio weerstandsvermogen Op basis van de financieel berekende risico’s in de begroting 2025 is de ratio weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit = € 1.043.235 = 0,45 (ruim onvoldoende) Benodigde weerstandscapaciteit = € 2.335.500 Op basis van de gehanteerde normeringsystematiek door VRZ wordt het weerstandsvermogen van als ‘ruim onvoldoende’ geclassificeerd. Indien risico’s daadwerkelijk (cumulatief) optreden, kan dit mogelijk leiden tot een negatief resultaat en negatief vermogen.
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en de exploitatie hiermee in evenwicht is. Dit wordt beoordeeld door de structurele lasten, inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, af te zetten tegen de structurele baten, inclusief de structurele onttrekkingen aan reserves.
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin VRZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van VRZ bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.
26
Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft (artikel 1b, besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). Veiligheidsregio Zeeland kent geen verbonden partijen conform deze definitie.
Verbonden partijen
Verantwoordingsinstructies
Opvang ontheemden Oekraïne
Programma's
Paragrafen
Jaarverslag
Verantwoordingsinstructies
Opvang ontheemden Oekraïne Activiteiten De organisatie van de opvang van vluchtelingen geschiedt in principe door de gezamenlijke gemeenten. Hiervoor is een projectorganisatie 'opvang Oekraïense vluchtelingen' ingesteld. Er is een Regionaal beleidsteam Oekraïne/vluchtelingen voor de Zeeuwse afstemming en ondersteuning van de voorzitter als lid van het Veiligheidsberaad. Het Team Gemeenten Oekraïne en het Overleg Noodopvang Vluchtelingen Oekraïne hield regionaal de vraag naar en het aanbod van opvangplekken bij. Het Regionaal Coördinatiecentrum Vluchtelingenspreiding (RCVS) stemde vraag en aanbod op elkaar af.
Financieel De verantwoording van de meerkosten is opgesteld conform de 'verantwoordingsinstructie 2022 meerkosten Opvang Oekraïners versie 0.3' (juni 2022) en op basis van de berichtgeving in de IBI nieuwsbrief nr. 114 met datum 4 april 2023. Overige meerkosten In 2024 heeft VRZ geen meerkosten gemaakt voor opvang ontheemden Oekraïne. De bovengenoemde coördinerende gemeenten hebben deze taak op zich genomen. VRZ heeft alleen als aangewezen partij declaraties ingediend bij het ministerie van JenV en de doorbetaling verzorgt aan de gemeenten.
29
Jaarrekening Overzicht baten en lasten Toelichting per programma Toekomstbestendige brandweerzorg Voorbereide crisisorganisatie Overhead en bedrijfsvoering Algemene dekkingsmiddelen Onvoorzien Incidentele en structurele lasten en baten Balans per 31 december Grondslagen van resultaatbepaling en waardering Toelichting balans Activa Passiva Niet uit balans blijkende rechten en verplichtingen Wet normering topinkomens Vaststelling jaarrekening Bijlagen
Jaarrekening
Overzicht baten en lasten
Resultaat op hoofdlijnen Het resultaat over 2024 is € 686.511 voordelig. In de 3e begrotingswijziging 2024 werd nog een voordelig resultaat van € 443.466 verwacht, een toename van € 243.045. De afwijkingen in 2024 ten opzichte van de begroting 2024 zijn als volgt: Overzicht per economische categorie
0V
Primitieve begroting
-443.466 V Begroting na wijziging
-686.511 V Rekening
-243.045 V Saldo
In de tabel op de volgende pagina een overzicht per economische categorie en per programma
31
Jaarrekening
Overzicht baten en lasten
Lasten
Baten
gemeenten
32
Jaarrekening
Toelichting per programma Toekomstbestendige brandweerzorg
Voorbereide crisisorganisatie
Overhead en Bedrijfsvoering
Toelichting Het resultaat op programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ bedraagt € 63.454 voordelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen ten opzichte van het budget worden toegelicht.
Algemene dekkingsmiddelen
Loonkosten ambtenaren 2024 (incidenteel) € 26.553 N In verband met een (tijdelijk) traineeprogramma zijn de loonkosten hoger dan begroot. Realisatie projecten ten laste van de reserves (incidenteel, neutraal) € 2.899 V Betreft programma-management brandweer 2030, zie mutatie reserves voor een toelichting. Overig (incidenteel) € 3.199 N Het betreft een optelsom van meerdere, kleinere voor- en nadelen. 351 Ingeleend personeel (lasten) € 144.435 V Inkoopondersteuning (incidenteel) € 95.565 V Voor inkoopondersteuning was een bedrag van € 102.800 begroot. Uiteindelijk is hiervan € 7.236 gerealiseerd voor een onderzoek naar de verdere professionalisering van de inkoopfunctie. In 2025 wordt verdere opvolging gegeven aan de uitkomsten van het onderzoek. Personeel van derden (incidenteel) € 40.000 V Om meer inzicht en grip te krijgen op de onderhoudskosten stond in 2024 het uitvoeren van een MJOP op de planning. Echter door knelpunten binnen de personele bezetting hebben we hier niet tijdig uitvoer aan kunnen geven. Dit levert een incidenteel voordeel op in 2024. In 2025 wordt dit alsnog uitgevoerd.
110 Salarissen en sociale lasten (lasten) € 43.609 N Vrijwilligersvergoedingen incidentbestrijding (incidenteel) € 72.156 N Op de vrijwilligersvergoedingen voor incidentbestrijding is er in 2024 een voordeel ten opzichte van de begroting door het lagere aantal incidenten. Deze kosten vertonen de afgelopen jaren een licht dalende trend. De vergoedingen die samenhangen met het opleidingsprogramma van de brandweer stabiliseren zich in 2024. Doordat het zwaartepunt van het realistisch oefenprogramma in 2024 viel zien we een continuering van de stijgende trend ‘Oefenkosten’. Per saldo zijn de kosten in 2024 € 72.156 hoger dan begroot. Zie tabel.
Onvoorzien
Overig (incidenteel) € 8.870 V Het betreft een optelsom van meerdere, kleinere voor- en nadelen.
380 Overige goederen en diensten (lasten) € 73.150 N Gebruikersonderhoud brandweerkazernes (incidenteel) € 125.686 V Als gevolg van knelpunten binnen personele capaciteit is het niet gelukt om alle openstaande noodzakelijke onderhoudspunten op te pakken. Dit levert een incidenteel voordeel op. Onderhoud brandweermaterieel en materiaal (incidenteel) € 105.707 N Voor een toelichting wordt verwezen naar 2.1 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Levensreddend handelen (incidenteel) € 90.146 N Medio 2023 heeft er een onverwachte wisseling van leverancier plaatsgevonden. Hierdoor is er een vertraging opgetreden in de uitvoering van het lesprogramma. In 2024 heeft er een inhaalslag plaatsgevonden.
Aan- en verloop verlofuren (incidenteel, neutraal) € 46.958 V Medewerkers hebben verlofuren aangekocht. Hier tegenover staat een dotatie aan de voorzieningen. Piketkosten en inzetkosten (incidenteel) € 35.755 V Er is sprake van lagere piketkosten en lagere inzetkosten voor piketfunctionarissen omdat er een relatief weinig incidenten hebben plaatsgevonden. Wijkbrandmeester Vlissingen (incidenteel, neutraal) € 27.313 N Het betreft een verschuiving met de economische categorie ‘380 Overige goederen en diensten (lasten)’.
33
Jaarrekening
Toelichting per programma Toekomstbestendige brandweerzorg
Advieskosten in verband met PFAS (incidenteel) € 35.279 N Er zijn kosten gemaakt voor PFAS-procedures. Niet alle kosten hiervan konden in 2024 worden voorzien. Realisatie projecten ten laste van de reserves (incidenteel, neutraal) € 27.639 V Het betreft de volgende projecten (zie ‘mutatie reserves’ voor een toelichting): Kwaliteitsslag risicobeheersing / invoering omgevingsvergunning € 23.974 V Schuimblusproblematiek PFAS € 3.665 V Overig € 4.657 V Het betreft een optelsom van meerdere, kleinere voor- en nadelen. 433 Inkomensoverdrachten gemeenschappelijke regelingen (lasten) € 138.424 V Realisatie projecten ten laste van de reserves (incidenteel, neutraal) € 109.355 V Het betreft de eventuele extra bijdrage aan VRMWB voor het Operationeel Centrum Brandweer Zeeland – Midden-West-Brabant (OCB) voor de meerjarige kwaliteitsslag, die wordt gedekt uit de reserve meldkamer. Verdere besteding wordt vanaf 2025 verwacht. Zie mutatie reserves voor een toelichting. Overig € 29.069 V Het betreft een optelsom van meerdere, kleinere voor- en nadelen. 720 Mutaties voorzieningen (lasten) € 78.445 N Er is meer verlof gespaard dan begroot (IKB). De toevoeging aan de voorziening verlofsparen is daardoor hoger.
Voorbereide crisisorganisatie
Overhead en Bedrijfsvoering
380 Overige goederen en diensten (baten) € 107.823 V Vergoeding schade Truckkartel (incidenteel) € 68.273 V Dit betreft een vergoeding voor geleden schade (na aftrek van juridische kosten) voor aankopen tijdens de periode dat het Truckkartel actief was. We nemen deel aan een collectieve juridische procedure. Het betreft een schikking met 1 leverancier. Mogelijk volgen er nog meer schikkingen. Deze vergoeding was niet begroot. Bijdrage samenwerking RiskFactory (incidenteel) € 20.000 V Voor het organiseren van de Pop-Up Riskfactory is eenmalig een bijdrage van € 20.000 ontvangen van de Rabobank. Deze bijdrage was niet begroot. Overig € 19.550 V Het betreft een optelsom van meerdere, kleinere voordelen. 710 Mutaties reserves (baten) € 139.893 N De volgende onttrekkingen aan de reserves leiden tot een afwijking ten opzichte van de begroting. De verschillen zijn neutraal voor de exploitatie, tegenover lagere lasten (V) staat een lagere onttrekking aan de reserves (N). De middelen blijven dan in de reserves op de balans. Projecten ten laste van de algemene reserve Programma-management brandweer 2030 € 2.899 N Voor het programma brandweer 2030 is in de begroting 2024 na wijziging € 120.000 opgenomen. De werkelijke kosten van het programma brandweer 2030 zijn € 117.101, zie ‘110 Salarissen en sociale lasten (lasten)’. Het restantbedrag blijft in de algemene reserve.
Algemene dekkingsmiddelen
Projecten ten laste van de reserve meldkamer Meerjarige kwaliteitsslag Meldkamer (incidenteel, neutraal) € 109.355 N Voor de meerjarige kwaliteitsslag meldkamer (OCB) was € 169.573 begroot. De werkelijke kosten in 2024 hiervoor bedragen € 60.218, zie ‘433 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen (lasten)’. In de 2e begrotingswijziging 2025 wordt voorgesteld het restantbudget door te schuiven naar 2025. Projecten ten laste van de reserve uitgestelde activiteiten Schuimblusproblematiek PFAS (incidenteel, neutraal) € 3.665 N De regelgeving rondom blusschuim met fluorhoudende stoffen erin (poly- en perfluoralkylstoffen, PFAS) wordt strenger en is zodanig dat VRZ het nu al voor bepaalde branden en binnen een paar jaar waarschijnlijk in het geheel niet meer mag gebruiken. Brandweer Zeeland maakt op dit moment gebruik diverse soorten schuim. Projectmatig werkt VRZ aan uitfasering en vervanging van deze schuimsoorten in drie fasen:
Onvoorzien
Kwaliteitsslag risicobeheersing / invoering omgevingsvergunning (incidenteel, neutraal) € 23.974 N Ontwikkelingen als de energietransitie, de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen vragen een heroriëntatie binnen het domein risicobeheersing. We maken de transitie van advisering naar meer voorlichting, controle en toezicht. De woningnood en het feit dan mensen steeds langer in hun woning blijven wonen vraagt om meer aandacht voor de categorie woongebouwen. Dit is terug te zien in onze nieuwe systematiek voor de meerjarencontroleplanning en een nieuwe aanpak zoals werken met een brandweerman in de wijk. In de 2e begrotingswijziging 2025 wordt voorgesteld het budget door te schuiven naar 2025.
Basisbrandweerzorg volledig voorzien van fluorvrij schuim Inventarisatie en realisatie van gebruik van schuim bij verhoogd risico-objecten Onderzoek naar impact gebruik en behoefte schuim op grootschalig brandweeroptreden en industriële blussing Voor dit project was nog € 126.699 begroot. De werkelijke kosten in 2024 hiervoor bedragen € 123.034, zie 380 Overige goederen en diensten (lasten). Resterende uitvoering zal in 2025 plaatsvinden. In de 2e begrotingswijziging 2025 wordt voorgesteld het restantbudget door te schuiven naar 2025.
34
Jaarrekening
Toelichting per programma Toekomstbestendige brandweerzorg
Voorbereide crisisorganisatie
Overhead en Bedrijfsvoering
Toelichting Het resultaat in 2024 op het programma ‘Voorbereide crisisorganisatie is € 2.100 nadelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget worden toegelicht.
110 Salarissen en sociale lasten (lasten) € 140.521 V Versterking crisisbeheersing en informatievoorziening (incidenteel, neutraal) € 111.698 V Het betreft een verschuiving met de economische categorie ‘380 Overige goederen en diensten (lasten)’. Operationele hoofdstructuur crisisbeheersing/GHOR (incidenteel) € 23.543 V Het betreft lagere lasten voor piketvergoedingen en inzeturen dan begroot omdat er relatief weinig incidenten hebben plaatsgevonden.
Algemene dekkingsmiddelen
Versterking crisisbeheersing en informatievoorziening (incidenteel, neutraal) € 676.522 V Onderdeel van de BDuR zijn de extra middelen voor de landelijke opgave versterking crisisbeheersing en informatievoorziening. In 2022 is onder meer naar aanleiding van de lessen uit de covid-19 crisis en de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne besloten tot het zowel landelijk als regionaal versterken van crisisbeheersing en informatievoorziening. Hiervoor is een financiële impuls gegeven door vanuit het Rijk, oplopend tot uiteindelijk € 83 miljoen structureel vanaf 2026 beschikbaar te stellen, wat voor onze regio in 2024 een bijdrage betekent van € 1.744.060 (zie decembercirculaire BDuR 2023). Om zowel invulling te geven aan de landelijke doelstellingen als het realiseren van onze eigen ambities uit ons meerjarenbeleidsplan is een bestedingsplan opgesteld. Op basis van dit plan zijn de middelen verdeeld over het programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ en ‘Overhead/bedrijfsvoering’ voor intensivering op de bedrijfsvoering processen. In 2024 is door vertraging op het programma Voorbereide crisisorganisatie € 676.522 niet besteed. Dit levert een incidenteel voordeel op. Deze middelen worden gereserveerd op de balans (post ‘vooruitontvangen bedragen met een specifiek bestedingsdoel’) waardoor het effect neutraal is. Zie hiervoor economische categorie “431 inkomensoverdrachten – Rijk”.
Overig (incidenteel) € 5.280 V Het betreft een optelsom van meerdere, kleinere voor- en nadelen. 380 Overige goederen en diensten (lasten) € 600.496 V Versterking crisisbeheersing en informatievoorziening (incidenteel, neutraal) € 111.698 N Het betreft een verschuiving met de economische categorie ‘110 Salarissen en sociale lasten (lasten).
Onvoorzien
Versterking crisisbeheersing en informatievoorziening (incidenteel) € 84.774 N In 2024 is door het Rijk een bijdrage beschikbaar gesteld van € 1.744.060 (zie decembercirculaire BDuR 2023). Deze middelen zijn verdeeld over het programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ en ‘Overhead/bedrijfsvoering’. De budgetten tellen in de gewijzigde begroting 2024 op tot € 1.675.286. Omdat deze budgetten niet aansluiten met de decembercirculaire 2023 en abusievelijk te laag zijn opgenomen wordt er € 84.774 extra gereserveerd op de balans om aan te sluiten.
Overig € 35.672 V Het betreft een optelsom van kleine voor- en nadelen die verder niet worden toegelicht. 431 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten) € 761.296 N Versterking crisisbeheersing en informatievoorziening (incidenteel, neutraal) € 676.522 N Zie hiervoor de toelichting bij de economische categorie ‘380 Overige goederen en diensten (lasten).
35
Jaarrekening
Toelichting per programma Toekomstbestendige brandweerzorg
Voorbereide crisisorganisatie
Overhead en bedrijfsvoering
Toelichting Het resultaat in 2024 op het programma ‘Overhead/bedrijfsvoering’ is € 123.568 voordelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget worden toegelicht.
Algemene dekkingsmiddelen
2026 beschikbaar te stellen, wat voor onze regio in 2024 een bijdrage betekent van € 1.744.060 (zie decembercirculaire BDuR 2023). Om zowel invulling te geven aan de landelijke doelstellingen als het realiseren van onze eigen ambities uit ons meerjarenbeleidsplan is een bestedingsplan opgesteld. Op basis van dit plan zijn de middelen verdeeld over het programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ en ‘Overhead/bedrijfsvoering’ voor intensivering op de bedrijfsvoering processen. Door de opgelopen vertraging in 2023 rondom de planvorming vanuit crisisbeheersing heeft ook de behoeftestelling bij bedrijfsvoering in 2024 vertraging opgelopen. Dit zorgt voor een incidenteel voordeel. Deze middelen worden gereserveerd op de balans (post ‘vooruit ontvangen bedragen met een specifiek bestedingsdoel’) waardoor het effect neutraal is. Zie hiervoor economische categorie ‘431 inkomensoverdrachten – Rijk’. Overig (incidenteel) € 91.610 V Uit analyse van de realisatie is gebleken dat over de volledige breedte van de bedrijfsvoering meerdere voordelen ontstaan welke onder de toelichtingsgrens liggen. De optelsom van deze kleine voordelen bedraagt in totaal € 91.610.
351 Ingeleend personeel (lasten) € 26.901 V
380 Overige goederen en diensten (lasten) € 356.716 V
Samenwerking VRZ-GGD (incidenteel) € 31.475 V De kosten voor de inzet van personeel van derden ten behoeve van de samenwerking VRZ-GGD is, mede door uitval van de projectleider, lager dan begroot. Dit zorgt voor een incidenteel voordeel.
Versterking crisisorganisatie BDuR - bedrijfsvoering (incidenteel, neutraal) € 265.106 V Onderdeel van de BDuR zijn de extra middelen voor de landelijke opgave versterking crisisbeheersing en informatievoorziening. In 2022 is onder meer naar aanleiding van de lessen uit de coronacrisis en de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne besloten tot het zowel landelijk als regionaal versterken van crisisbeheersing en informatievoorziening. Hiervoor is een financiële impuls gegeven door vanuit het Rijk, oplopend tot uiteindelijk € 83 miljoen structureel vanaf
Overig (incidenteel) € 4.574 N Het betreft een optelsom van meerdere, kleine vooren nadelen.
Onvoorzien
380 Overige goederen en diensten (baten) € 42.123 V Rente schatkistbankieren (incidenteel) € 42.123 V Het saldo op de rekening-courant verhouding met het Rijk, het schatkistbankieren, is hoger dan verwacht. Dit komt onder andere door de lagere besteding op het investeringsplan, lagere besteding van de BDuR-gelden voor versterking crisisbeheersing en informatievoorziening, lagere besteding t.l.v. de bestemmingsreserves en het verwachte positieve resultaat. Hierdoor ontvangt VRZ meer rente dan is voorzien. Dit levert een incidenteel voordeel op.
720 Mutatie voorzieningen (lasten) € 53.426 N Dotatie RVU (incidenteel) (neutraal) € 20.000 N Bij het opnemen van de dotatie RVU in de begroting is rekening gehouden met een saldering van de totale kosten en vrijval. Echter valt het vrij te vallen gedeelte binnen het programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’. Dit zorgt voor een incidenteel nadeel, die neutraal is op totaalniveau. Dotatie verlofsparen (incidenteel) € 33.426 N Er zijn meer uren toegevoegd aan de voorziening verlofsparen dan verwacht. Dit levert een incidenteel nadeel op.
431 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten) € 761.296 N Dotatie RVU (incidenteel) (neutraal) € 20.000 N Bij het opnemen van de dotatie Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) in de begroting is rekening gehouden met een saldering van de totale kosten en vrijval. Echter valt het vrij te vallen gedeelte binnen het programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’. Dit zorgt voor een incidenteel nadeel, die neutraal is op totaalniveau. Dotatie verlofsparen (incidenteel) € 33.426 N Er zijn meer uren toegevoegd aan de voorziening verlofsparen dan verwacht. Dit levert een incidenteel nadeel op.
36
Jaarrekening
Toelichting per programma Toekomstbestendige brandweerzorg
Voorbereide crisisorganisatie
Overhead en bedrijfsvoering
Algemene dekkingsmiddelen
Onvoorzien
380 Overige goederen en diensten (baten) € 42.123 V Rente schatkistbankieren (incidenteel) € 42.123 V Het saldo op de rekening-courant verhouding met het Rijk, het schatkistbankieren, is hoger dan verwacht. Dit komt onder andere door de lagere besteding op het investeringsplan, lagere besteding van de BDuRgelden voor versterking crisisbeheersing en informatievoorziening, lagere besteding t.l.v. de bestemmingsreserves en het verwachte positieve resultaat. Hierdoor ontvangt VRZ meer rente dan is voorzien. Dit levert een incidenteel voordeel op. 431 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten) € 265.106 N Versterking crisisorganisatie BDuR - bedrijfsvoering (incidenteel, neutraal) € 265.106 N Zie hiervoor de toelichting bij de economische categorie ‘380 Overige goederen en diensten (lasten).
37
Jaarrekening
Toelichting per programma Toekomstbestendige brandweerzorg
Voorbereide crisisorganisatie
Overhead en Bedrijfsvoering
Algemene dekkingsmiddelen
Onvoorzien
Algemene dekkingsmiddelen Het resultaat in 2024 op het programma ‘Algemene dekkingsmiddelen’ is € 58.124 voordelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget worden toegelicht.
110 Salarissen en sociale lasten (lasten) € 58.120 V Eindheffing WKR (incidenteel) € 28.120 V De verwachte te betalen strafheffing WKR als gevolg van het overschrijden van de vrij ruimte is lager uitgevallen dan verwacht. Enerzijds zijn gedurende het jaar maatregelen geïmplementeerd, anderzijds is de werkelijke ruimte hoger dan verwacht. Dit levert een incidenteel voordeel op.
HR21 (incidenteel, neutraal) € 30.000 V Als gevolg van het HR21 traject zou er bijstelling plaatsvinden op diverse functies, echter stond nog niet geheel vast op welke plekken binnen de organisatie dit zou plaatsvinden. Inmiddels zit het werkelijk effect hiervan verspreidt over de verschillende programma’s. Hierdoor ontstaat er een incidenteel voordeel, maar het totaalresultaat blijft neutraal.
Onvoorzien
In de 3e begrotingswijziging 2024 is de post onvoorzien vrijgevallen.
38
Jaarrekening
Incidentele en structurele lasten en baten
Uit het overzicht rechts van de pagina blijkt dat er in 2024 sprake is van materieel evenwicht. Tegenover een bedrag van € 43.604.877 aan structurele lasten staat een bedrag van € 44.018.702 aan structurele baten. De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en de exploitatie hiermee in evenwicht is. Dit wordt beoordeeld door de structurele lasten, inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, af te zetten tegen de structurele baten, inclusief de structurele onttrekkingen aan reserves.
Toelichting incidentele exploitatieruimte Verschillen uit de kolom incidenteel van meer dan € 350.000 per economische categorie worden hieronder toegelicht.
INC = Incidenteel; STR = Structureel Incidentele en structurele lasten en baten per programma
720 mutaties voorzieningen (lasten) Dit betreffen de mutaties in de voorzieningen Verlofsparen en RVU. 710 mutatie reserves (baten) De mutatie reserves bestaan onder andere uit de onttrekking uit bestemmingsreserves Maritieme Veiligheid voor risico-analyses Westerschelde, kosten voor de meldkamer, verbouwing voormalige meldkamervleugel en uitgestelde activiteiten.
Incidentele en structurele lasten en baten per economische categorie
39
Balans per 31 december
Jaarrekening
Balans per 31 december in Euro's
40
Jaarrekening
Grondslagen van resultaatbepaling en waardering
Inleiding Onze verslaggeving is opgemaakt met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De administratie wordt gevoerd volgens het stelsel van baten en lasten, waarbij de volgende algemeen aanvaarde beginselen zijn gehanteerd. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Het toerekeningbeginsel De lasten en baten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, dat wil zeggen dat lasten slechts in het boekjaar zijn opgenomen, indien de daarmee samenhangende tegenprestaties eveneens in dat boekjaar zijn geleverd. Het realisatiebeginsel Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Het voorzichtigheidsbeginsel Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij het voor het opmaken van de jaarrekening in beeld zijn. Personeelskosten Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q.
schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarop uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op een andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van eenmalige schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.
Balans Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsof vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. De aanschaffingen met een relatief geringe betekenis, minder dan € 10.000, worden overigens in het jaar van aanschaffing direct ten laste van de exploitatierekening gebracht. De afschrijving van de activa vindt lineair plaats op basis van een volledig kalenderjaar met inachtneming van de verwachte gebruik- of nuttigheidsduur. Afschrijvingen van nieuwe investeringen vinden voor het eerst plaats in het jaar volgend op de aanschafdatum. De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd: 1. maximaal 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen; 2. maximaal 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen, groot gereedschap; 3. maximaal 20 jaar: liften, haakarmvoertuigen, dompelpompunits, hoogwerkers na revisie; 4. maximaal 17 jaar: tankautospuiten, hulpverleningsvoertuigen 5. maximaal 15 jaar: dakbedekking, luchtbehandeling, cvinstallatie, bepakking voertuigen, haakarmcontainers, motorspuit aanhanger, tankwagen, inrichting, productiemachines en/of apparatuur, ademluchtcilinders, reddingsvaartuigen, redvoertuigen (hoogwerkers, autoladders); 6.
maximaal 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, kozijnen, overige elektrische installaties, verbindingen, kantoormeubilair, nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, groot onderhoud bedrijfsgebouwen, netwerkbekabeling, glasvezelverbinding, verlichtingsvoorzieningen, hydraulische redmiddelen, ademluchtvulstation, klim en hijsmiddelen, valbeveiliging, personen- en materiaalbussen, (test) ademluchtapparatuur, kleding jeugdbrandweer, bluspakken, gaspakken, zaagkleding, redvesten, survivalsuits, kettingzagen, aggregaten; 7. maximaal 8 jaar: duikapparatuur/materiaal, hefmiddelen, mobiele dataterminals, explosiemeters, CO-meetapparatuur, explosiemeetapparatuur, stralingsmeetapparatuur, handlampen oplaadbaar, vluchtmaskers; 8. maximaal 7 jaar: personenauto’s, warmtebeeldcamera’s, portofoons/mobilofoons, airbaghoezen; 9. maximaal 6 jaar: automatiseringsapparatuur t.b.v. de gemeenschappelijke meldcentrale; 10. maximaal 5 jaar: aanhangwagens, lichte motorvoertuigen, software, alarmontvangers-/pagers, blushelmen, -laarzen en handschoenen, paxtassen/AED’s, chemiepakken; 11. maximaal 4 jaar: automatiseringsapparatuur t.b.v. kantoorautomatisering; 12. niet: gronden en terreinen.
Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Vorderingen en overlopende activa Vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Resultaat Het saldo van de programmarekening 2024 is op de balans verantwoord onder de post ‘Gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten’.
41
Jaarrekening
Toelichting Balans Activa
Passiva
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Vaste Activa Materiële vaste activa met economisch nut.
De afschrijving van de activa vindt lineair plaats op basis van een volledig kalenderjaar met inachtneming van de verwachte gebruik- of nuttigheidsduur.
42
Jaarrekening
Toelichting Balans Activa
Passiva
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Vlottende activa
De afwikkeling van de debiteuren en het restant van de overige vorderingen heeft een normaal verloop. Het saldo ultimo 2024 van de vorderingen op openbare lichamen wordt grotendeels verklaard door een rekening-courantverhouding met het ministerie van Financiën als gevolg van het schatkistbankieren (€ 6.158.186), bijstelling gemeentelijke bijdrage van verschillende gemeenten (€ 418.424), overige nog te ontvangen bijdrage gemeenten en overheidsinstellingen (€ 137.500), nog te ontvangen rente schatkistbankieren (€ 70.000), nog te ontvangen vergoeding Truckkartel (€ 68.000) en nog te ontvangen ERDF-subsidie (FIER) vanuit Europa (€ 36.000). Specificatie van bovenstaande post
43
Jaarrekening
Toelichting Balans Activa
Passiva
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Overlopende activa
Specificatie van bovenstaande post
De vooruitbetaalde bedragen bestaan voornamelijk uit kosten voor softwarelicenties en opleidingen/trainingen binnen de brandweer.
Bovenstaande liquide middelen zijn vrij opneembaar. VRZ heeft een kredietfaciliteit van 2,4 mln. bij de BNG.
44
Jaarrekening
Toelichting Balans Activa
Passiva
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Schatkistbankieren Decentrale overheden zijn verplicht om hun overtollige middelen in 's Rijks schatkist aan te houden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag, afhankelijk van het begrotingstotaal, dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is gelijk aan 2% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 mln. De drempel is nooit lager dan € 1 mln. De benutting van het drempelbedrag wordt berekend als gemiddelde over alle dagen in het kwartaal. Gemiddeld mag een decentrale overheid maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist hebben gehouden. Voor VRZ wordt de berekening en de benutting van het drempelbedrag hiernaast weergegeven.
45
Jaarrekening
Toelichting Balans Activa
Passiva
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Vaste passiva Algemene reserve Het negatieve resultaat van € 475.894 over 2023 is conform het bestuursbesluit volledig in mindering gebracht op de algemene reserve
Bestemmingsreserves
Reserve meldkamer De reserve meldkamer wordt gebruikt voor het op een verantwoord niveau brengen en in stand houden van de huidige Meldkamer Zeeland-Brabant. VRZ heeft in 2018 een eenmalige rijksbijdrage van € 1.003.000 ontvangen ter dekking van frictie- en desintegratiekosten. Voor de onttrekkingen 2024 wordt verwezen naar de recapitulatie onttrekkingen reserves. Reserve uitgestelde activiteiten De reserve uitgestelde activiteiten is gevormd uit het resultaat 2020 met als doel om t/m 2024 achterstallige activiteiten door corona alsnog plaats te laten vinden en deze te financieren vanuit de bestemmingsreserve. Voor de onttrekkingen 2024 wordt verwezen naar de recapitulatie onttrekkingen reserves.
De bestemmingsreserves zijn als volgt onderverdeeld:
Reserve impulsgelden operationele leiding brandweer De reserve impulsgelden operationele leiding brandweer is gevormd uit het resultaat 2021 met als doel om via en voltijdsopleiding aan het NIPV brandweerofficieren op te leiden om zo de piketten op sterke te kunnen houden. Voor de onttrekkingen 2024 wordt verwezen naar de recapitulatie onttrekkingen reserves. Reserve Maritieme Veiligheid Deze reserve is gevormd vanuit het restant van de programmagelden Maritieme Veiligheid. Dit programma is gestopt per 1 april 2022. Met goedkeuring van het Bestuur en de Raden zijn de resterende gelden in een bestemmingsreserve gestopt met als doel Maritieme Veiligheid verder te ontwikkelen en achterstallige trainingen in te halen.
Reserve dekking afschrijving In 2016 is een toevoeging gedaan van € 230.000 ter dekking van de afschrijvingslasten van de verbouwingen van de kazernes Middelburg Stromenweg en Borssele Quistenburg. Dit omdat geen sprake is van ‘reguliere vervanging’ na de afschrijvingstermijn. De onttrekkingen hebben betrekking op de dekking van de afschrijvingslasten van bovenstaande investeringen.
46
Jaarrekening
Toelichting Balans Activa
Passiva
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Voorzieningen
Regeling vervroegd uittreden Op 30 mei 2023 is in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) een afspraak gemaakt over een tijdelijke RVU. De regeling geldt vanaf 1 januari 2024. De regeling geldt voor medewerkers die: Voor 1 januari 2029 de AOW-leeftijd bereiken; Op het moment van RVU-ontslag minimaal 40 jaar bij de overheid gewerkt hebben, waarvan de laatste 10 jaar in dienst van een Veiligheidsregio. De afspraak over deelname moet uiterlijk 31 december 2024 zijn vastgelegd en de duur van de uitkering is maximaal 24 maanden. Op basis van deze voorwaarden is een selectie gemaakt van medewerkers die aanspraak mogen maken op deze regeling. In de dotatie zijn alleen de uitkeringen opgenomen van medewerkers die hebben aangegeven gebruik te willen maken van deze regeling en van medewerkers die nog geen keuze gemaakt hebben.
Aansprakelijkheid schadeclaims Als gevolg van het gebruik van PFAS houdend blusschuim is VRZ aansprakelijk gesteld voor mogelijke hieruit voortvloeiende schade. Hiervoor is een voorziening gevormd. Verlofsparen Met ingang van 1 januari 2022 heeft een wijziging in de cao van de veiligheidsregio’s plaatsgevonden waarbij het mogelijk is geworden bovenwettelijke verlofuren op te sparen, zonder dat deze uren naar vijf jaar vervallen (artikel 6.3A CAR UWO). Het gevolg van deze wijziging is dat wettelijk is bepaald dat voor de bovenwettelijke verlofuren met een onregelmatig verloop een voorziening gevormd en jaarlijks bijgewerkt moet worden.
€ 257.783 De rentelast voor de leningen bedroeg in 2024 € 257.783
47
Jaarrekening
Toelichting Balans Activa
Passiva
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Vlottende passiva:
Deze post kan als volgt worden gespecificeerd:
In de post crediteuren zijn geen bedragen opgenomen die langdurig open staan. De nog te betalen bedragen bestaan onder andere uit de nog te betalen vergoedingen brandweervrijwilligers 2024 (€ 563.557), rente langlopende leningen (€ 217.078), afrekening gebruikerskosten Koegors 2024 (€ 163.000) en nog te betalen onderhoudskosten voertuigen (€ 80.082).
48
Jaarrekening
Toelichting Balans Activa
Passiva
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Overige overlopende passiva
Overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel Van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangt VRZ voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Onder de overlopende passiva Projecten worden bijdragen van derden opgenomen waarvan de besteding gebonden is. Het verloop van deze post lees je in de tabel hierboven. Project Nucleaire Veiligheid Voor de verbetering van de voorbereiding door de veiligheidsregio’s op kernongevallen is in het verleden door het Rijk geld beschikbaar gesteld. Opvang ontheemden Oekraïne In 2022 heeft VRZ namens de gemeenten en GGD Zeeland een voorschotdeclaratie van € 217.000 ingediend bij het ministerie van JenV inzake de dekking voor de te verwachten kosten die gemaakt moeten worden voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. Voor het jaar 2023 bedroeg de voorschotdeclaratie € 22.292. Inmiddels heeft het ministerie van JenV het boekjaar 2022 afgerekend. Daarnaast zijn er in 2024 nog diverse kosten gedeclareerd door verschillende gemeenten. Doordat deze werkelijke declaraties hoger zijn dan het aangevraagde voorschot is de schuldpositie overgegaan tot een vordering. De afrekening hiervan zal plaatsvinden in 2025.
Versterking Crisisbeheersing en informatiegestuurde veiligheid VRZ heeft in 2024 € 1.744.060 ontvangen voor crisisbeheersing en voor informatievoorziening. De bestedingen in 2024 worden verantwoord via de SiSa-regeling. Volgens de voorwaarden van de BDuR mag het niet bestede bedrag worden verantwoord via de balans, onder de post ‘overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel’. De implementatie van het realisatieplan ‘Een Voorbereide Crisisorganisatie’ is begin 2023 van start gegaan. De extra BDuR-bijdrage ter versterking van de crisisbeheersing is hiervoor aangewend. Deze verhoging van de BDuR is specifiek bedoeld voor de versterking van de crisisbeheersing, zoals beschreven in de contourennota, evenals voor het versterken van de informatiepositie en de inrichting van KCR2. Het ministerie van JenV heeft aan deze extra bijdrage de voorwaarde gesteld dat de middelen niet mogen worden gebruikt voor het verlagen van gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio’s, noch voor het dekken van tekorten in andere taakgebieden van de veiligheidsregio’s. De implementatie omvatte twee hoofdelementen. Ten eerste de uitbreiding van het team crisisbeheersing, met als doel een wettelijk basisniveau te bereiken en de door de landelijke bijdrage opgelegde doelstellingen te realiseren.