CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

GRP Hulst, definitief Ontwerp totaal

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026.30.930 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2.6.2

Regionaal en overig In kleiner verband wordt met de andere Zeeuws-Vlaamse gemeenten voor het beheer van de rioolgemalen gebruik gemaakt van een gezamenlijke hoofdpost (Aquaview++). Ook op bijvoorbeeld het gebied van belastingen wordt in kleiner verband met andere gemeenten samenwerking gezocht (SabeWa). In samenwerking met waterschap Scheldestromen zijn er afspraken gemaakt ten aanzien van beheer en onderhoud van het stedelijk water (BOB). Deze afspraken betreffen het

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-13-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

wegwerken van achterstallig onderhoud en de afstemming van het reguliere onderhoud. Met het waterschap vindt sowieso regulier afstemming plaats. De milieuvergunningen die de gemeente Hulst afgeeft, worden door middel van periodieke controles gehandhaafd door de afdeling Vergunningverlening en Handhaving (gemiddeld een keer per vijf jaar). Dit gebeurt steekproefsgewijs en bij klachten. Daarbij wordt ten aanzien van de waterkwaliteit samengewerkt met waterschap Scheldestromen. In het kader van de uitvoeringsplanning en de concrete projecten buiten wordt steeds meer de samenwerking gezocht met de kabel- en leidingenbeheerders en woningcorporaties. Projectplanningen, maar ook langere termijnplanningen worden gezamenlijke afgestemd om te komen tot een zo optimaal mogelijke uitvoeringsperiode en zo min mogelijk overlast voor omwonenden. Dit gebeurt onder meer in het samenwerkingsverband AZON (Afstemming Zeeuwse Overheden en Nutsbedrijven).

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-14-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

3

Evaluatie In dit hoofdstuk wordt het vigerende verbreed GRP Hulst 2016-2021 geëvalueerd. In de evaluatie wordt teruggekeken naar de afgelopen planperiode. Aan de hand van de inhoud van het vigerende verbreed GRP wordt vastgesteld welke geplande werkzaamheden daadwerkelijk zijn uitgevoerd en welke niet, welke beleidsuitgangspunten hebben gefunctioneerd en hoe de financiële afwikkeling van de gemeentelijke watertaken is geweest. In de evaluatie wordt de hoofdstukindeling uit het bestaande verbreed GRP 2016-2021 gevolgd.

3.1

Algemeen Terugkijkend op het vigerende verbreed GRP wordt geconstateerd dat het plan zijn doel heeft gediend. Het is een document dat de gemeente voldoende richting heeft gegeven in de afgelopen planperiode. Met name het hoofdstuk strategie heeft gefungeerd als leidraad voor de jaarlijkse operationele plannen en als basis voor de kosten en kostendekking. Ook bij de kwaliteitsbeoordeling van de riolering is gebruik gemaakt van het verbreed GRP, via onder meer het toetsingskader. Doelmatigheid is en blijft een belangrijk leidend motief in de beslissingen ten aanzien van de rioleringszorg. Met het beschikbare budget is een duidelijke stap gemaakt in het terugdringen van de vervangingsachterstand. De inzet op het vervangen van met name kwalitatief mindere riolering in combinatie met geclusterd en kern- of wijkgewijs uitvoeren van werkzaamheden hebben hier aan bijgedragen. Niet alle geplande werkzaamheden zijn volledig uitgevoerd conform planning. Interne en externe afstemming met onder meer bewoners, maar ook de PFAS-problematiek hebben in sommige projecten om meer tijd gevraagd. Financieel zijn de beschikbare budgetten zo efficiënt mogelijk ingezet en zijn strategische keuzes gemaakt welke werkzaamheden prioriteit verdienden en waar combinaties met andere werkzaamheden konden worden gemaakt.

Inhoudelijk zijn de beleidslijnen uit het verbreed GRP gevolgd en zijn ook de reguliere beheer- en onderhoudstaken binnen de daarvoor gestelde budgetten uitgevoerd. Daarmee is het functioneren van het rioleringssysteem in de afgelopen planperiode gewaarborgd. De gemeente Hulst is in de afgelopen planperiode ook actief betrokken geweest in de Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland (SAZ+). Door inzet en inbreng in werk- en themagroepen zijn kennis en ervaringen gebundeld en onderling gedeeld om zo tijd te besparen en om het kennisniveau op peil te houden.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-15-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

3.2

Toestand van de aanwezige voorzieningen De geplande reinigings- en inspectiewerkzaamheden zijn in de afgelopen planperiode volledig uitgevoerd. De eerste beoordeling van de inspectieresultaten is uitbesteed, evenals het verwerken van de revisiewerkzaamheden. De tweede beoordelingsronde wordt door de gemeente zelf uitgevoerd en is een belangrijke factor bij het bepalen van de 10-jaren vervangingsplanning. Dit vereist ervaring en lokale kennis. Afstemming en beoordeling vraagt jaarlijks enkele weken tijd van de beleidsmedewerker riolering. Door omzetwerkzaamheden van de inspectiegegevens naar een nieuwe NEN-norm is een deel daarvan verloren gegaan en niet opgenomen in het rioolbeheerprogramma. De gegevens zijn nog wel beschikbaar in oude vorm. Het aanvullen van het beheerbestand met nieuwe inspectiebeelden vindt plaats via de reguliere inspectieplanning en leidt niet tot extra (inspectie)werkzaamheden in de komende planperiode. Op het gebied van gemalenbeheer wordt gebruik gemaakt van de centrale hoofdpost die bij de gemeente Sluis staat. Ook vindt steeds meer uitwisseling van kennis en van gegevens plaats met waterschap Scheldestromen. De koppeling van het gemalenbeheersysteem met de overstortmeters binnen de gemeente vraagt nog aandacht in de komende planperiode, evenals het gebruik van het gemalen beheer- en onderhoudsprogramma.

Volledig gebruik maken van het beheer- en onderhoudsprogramma is door de beperkte personele capaciteit een punt van aandacht. In de planperiode is namens waterschap Scheldestromen het onderhoud van de IBA's opnieuw aanbesteed en is opdracht verleend. De overeenkomst van de IBA-wacht voor Zeeuws-Vlaanderen is uitgebreid met de overige gemeenten in Zeeland die ook IBA's bezitten. De bestaande overeenkomst is daarvoor herzien. In de afgelopen planperiode zijn 34 IBA’s gerenoveerd. De nog openstaande projecten en maatregelen uit het Waterplan Zeeuws-Vlaanderen) zijn in de afgelopen planperiode allemaal uitgevoerd. Het plan doet daarnaast nog steeds dienst als naslagwerk voor mogelijke knelpunten. Ook is het de basis voor afspraken rondom beheer en onderhoud van het oppervlaktewater. In dat kader is, behoudens de Buiten- en Binnenvest en de Zoetevaart al het achterstallig baggeronderhoud in de afgelopen planperiode weggewerkt. Calamiteiten hebben zich in de planperiode nauwelijks voorgedaan, behoudens een rioolinstorting in de Emmastraat (Kloosterzande) en mosselsterfte in de Vaart van Hulst, Buitenvest en Zoetevaart. De uitgevoerde werkzaamheden in Clinge hebben het aantal meldingen over grondwateroverlast en water op straat nagenoeg volledig doen verdwijnen.

3.3

Strategie rioleringszorg De strategie is het centrale deel van het verbreed GRP waarin het beleid voor de planperiode is vastgesteld. In deze evaluatie zijn de belangrijkste aspecten daarvan opgenomen.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-16-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

3.3.1

Gegevensbeheer Alle beheergegevens van de riolering zijn opgenomen in het rioolbeheerbestand. Dit bestand is over het algemeen goed actueel en compleet. De controle of de beheerdata voldoet aan de opbouw van het GWSW (GegevensWoordenboek Stedelijk Water) is door tijdgebrek niet uitgevoerd. Ook zou het wenselijk zijn dat aanpassingen die aan de data worden doorgevoerd bij hydraulische berekeningen terug ingebracht worden. Ook hiervoor ontbrak het aan tijd. Bijzondere constructies zoals gemalen, overstorten, randvoorzieningen en infiltratievoorzieningen zijn wel benoemd, maar niet tot in detail opgenomen. Ook het structureren van de data, lege velden vullen, structuur brengen in de benamingen en dergelijke is door tijdgebrek, maar voor een klein deel uitgevoerd. Ondanks dit is de betrouwbaarheid van de data die wel is opgenomen groot. Uit de vergelijking van de huidige gegevens met die uit het vigerende verbreed GRP blijkt dat er in totaal ruim 6% aan riolering (lengte) is bijgekomen. Dit is voor een groot deel regenwaterriolering, onder meer vanuit afkoppelwerkzaamheden. Hierbij is de gemengde riolering vervangen en is er (nieuwe) regenwaterriolering bij gelegd. Daarnaast vindt er overdracht van riolering vanuit nieuwbouwlocaties plaats die zorgt voor toename van het areaal.

3.3.2

Vervangingsplanning De SWO-onderzoeken (toekomstbestendige waterhuishouding) hebben meer tijd gevraagd dan verwacht. Het hele proces van bepalen van het verhard oppervlak, doorrekenen van de huidige riolering, inventariseren van klachten, benaderen van dorps- en wijkraden, inventariseren van grondwaterpeilen, beoordelen van het gebied ten aanzien van risico's, uitvoeren van de redeneertrant, bepalen van maatregelen, inplannen van de maatregelen, het maken van ramingen en het doorrekenen van de gekozen maatregelen heeft tijd nodig. In de afgelopen planperiode zijn SWO-onderzoeken uitgevoerd voor Sint-Jansteen, Kapellebrug, Heikant en de kern Hulst. Ook de kleinere kernen vragen in de komende planperiode beoordeling ten aanzien van de SWO. Voor zover van toepassing zijn de aandachtsgebieden bij klimaatadaptatie meegenomen. De vervangingsplanning uit de strategie is in grote lijnen gevolgd. Door afstemming zowel in- als extern, bijvoorbeeld met bewoners, zijn sommige projecten in de tijd verschoven. Ook is PFAS en CO2 uitstoot aanleiding geweest voor enige vertraging. Voor de verwerking van vrijkomende grond kon lokaal niet meer gebruik gemaakt worden van de bestaande verwerkingslocatie. Meerkosten en de zoektocht naar afzetmogelijkheden voor grond zorgden voor vertraging. Ondanks alles is het merendeel van de voorgenomen werkzaamheden uitgevoerd.

In sommige gevallen is geswitcht tussen vervangen en relinen en andersom. Een overzicht van de uitgevoerde vervangingsplanning in vergelijking met de planning uit het vigerende verbreed GRP is in het navolgende overzicht opgenomen (figuur 3.1).

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-17-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

Figuur 3.1: uitgevoerde vervangingsplanning (status per maart 2021)

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-18-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

In de planperiode is 5,9 km aan riolering gerelined. Er is per project bewust een afweging gemaakt tussen relinen en vervangen. Dat is iets minder dan het uitgangspunt van 30% relinen uit het vigerende GRP. Dit was echter geen doel op zich, maar een verwachting. Het feit of de geraamde budgetten voldoende waren, verschilt van project tot project. Sommige projecten zijn goedkoper uitgevallen, waar andere juist beduidend meer hebben gekost. De meerkosten voor de grondafvoer zijn in veel gevallen aanleiding geweest voor hogere kosten (20%). Beleidsmatig waren de ramingen echter afdoende. Ook de in de begroting opgenomen kosten voor reparaties waren over het algemeen voldoende. De kosten voor calamiteiten en reparaties aan de riolering ten gevolge van inspecties waren in geval van calamiteiten onvoldoende. Wel kon daarmee de situatie gestabiliseerd worden, zodat een definitieve oplossing kon worden uitgewerkt. Uiteindelijk zijn in de planperiode de meest slechte en oude riolen vervangen. Ook is het systeem verbeterd door de scheiding van waterstromen. Daarmee is de vervangingspiek afgevlakt en is in zijn algemeenheid de kwaliteit van de riolering verbeterd. Sommige zeer oude riolen zijn kwalitatief nog goed en daarom nog niet vervangen.

3.4

Strategie grondwater In de afgelopen planperiode is alleen onderzoek gedaan naar grondwateroverlast in de wijk Dullaert. Uit het onderzoek met behulp van peilbuizen is naar voren gekomen dat het in deze wijk gaat om hangwater en niet om grondwateroverlast. Door de aanleg van een watergang ten noorden van de wijk zal een verbetering gaan optreden, omdat er nu een betere afvoermogelijkheid is. In principe wordt alleen ten behoeve van de voorbereiding van projecten en gedurende de uitvoering peilbuizen geplaatst en bemeten. Ook kan ingeval van klachten of calamiteiten sprake zijn van het plaatsen van peilbuizen. Er zijn geen structurele grondwatermeetnetten aanwezig.

3.5

Middelen en kostendekking Het hoofdstuk ‘middelen en kostendekking’ geeft inzicht in de vooraf geplande financiële consequenties van de werkzaamheden op het gebied van riolering en grondwater. Op basis van de geplande activiteiten is tevens inzichtelijk gemaakt welke personele middelen noodzakelijk zijn.

3.5.1

Personele middelen In het vigerende GRP is inzichtelijk gemaakt dat er circa 6,5 fte noodzakelijk is om de geplande gemeentelijke watertaken uit te voeren (binnendienst en buitendienst). Daarbij is als uitgangspunt gehanteerd, dat de gemeente Hulst er voor kiest om een deel van deze taken uit te besteden.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-19-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

In de afgelopen planperiode is er gemiddeld circa 5,6 fte beschikbaar geweest voor de gemeentelijke watertaken. Recent is hier nog aanvulling op gekomen, maar er blijft een tekort van 0,4 fte bestaan. Een deel van de werkzaamheden waar de gemeente zelf niet aan toe kwam, is uitbesteed. Ondanks de inhuur van personeel zijn niet alle geplande taken uitgevoerd. Het werken op regiebasis vraagt ook tijd van de vaste medewerkers. Vooral op het gebied van planvorming, onderzoek (inclusief klimaatadaptatie) en databeheer was het merkbaar dat er minder personeel beschikbaar was dan vooraf noodzakelijk werd geacht. Dit blijft een punt van aandacht voor de komende planperiode.

3.5.2

Financiële middelen Zoals eerder genoemd zijn de uitgaven over het algemeen redelijk conform de planning uit het vigerende verbreed GRP. Wel vinden de uitgaven in veel gevallen iets later plaats door het verschuiven van projectplanningen als gevolg van voorbereidingstijd en afstemming met derden. De uitgaven in de beheerbegroting zijn voor de buitendienst wel in lijn met de raming. De uitgaven voor onderzoek en dergelijke liggen lager als gevolg van het eerder benoemde tijdgebrek.

3.5.3

Kostendekking De gemeente ontvangt middelen uit nieuwe rioolaansluitingen en uit de rioolheffing die burgers en bedrijven betalen. Gedurende de planperiode is de heffing iets minder sterk gestegen dan vooraf werd gepland. Er is gekozen om de heffing jaarlijks met € 6,- plus inflatie te laten stijgen. Deze jaarlijkse stijging van € 6,- is in 2020 en 2021 niet doorgevoerd, maar heeft slechts een stijging met het inflatiepercentage plaatsgevonden. Het aantal heffingseenheden is gedurende de planperiode nauwelijks gestegen.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-20-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

4

Visie en toetsingskader In dit hoofdstuk wordt vooruit gekeken. Er wordt een stip op de horizon geplaatst en daar wordt met gepaste ambitie, stapsgewijs en doelgericht naartoe gewerkt. Door vooruit te blikken worden ook kansen zichtbaar. Door deze kansen te benutten kan werk met werk worden gemaakt en kan op sommige momenten hetzelfde worden bereikt tegen minder kosten of meer worden bereikt tegen gelijke kosten. De visie verwoordt de stip op de horizon. Het toetsingskader geeft daarnaast concrete eisen en maatstaven waar de gemeente Hulst zich aan verbindt om toe te werken naar de beschreven visie. In hoofdstuk 2 is de visie reeds verwoord. Deze luidt als volgt. Het hebben en houden van een duurzaam, veilig, gezond, robuust en toekomstbestendig (grond)water- en rioleringssysteem in zowel het bebouwde gebied als het buitengebied van de gemeente Hulst.

4.1

Toelichting visie Grote ombuigingen binnen de rioleringszorg kunnen niet van de een op andere dag worden doorgevoerd. Onderdelen van het rioleringssysteem kennen een lange levensduur. Fysieke ingrepen vereisen veel inspanning en kosten en worden om die reden over meerdere jaren uitgespreid. Daarbij kunnen deze ingrepen soms tot overlast voor burgers leiden. Het is niet bekend wat de toekomst brengt. Met de wetenschap dat veranderingen in de rioleringszorg tijd kosten, is het belangrijk om gedoseerd te bouwen aan een water- en rioleringssysteem dat voldoet aan de omstandigheden zoals die te verwachten zijn over een langere periode van 30 tot 50 jaar.

4.1.1

Afvalwater Inwoners en bedrijven binnen de gemeente Hulst produceren afvalwater. De gemeente heeft de wettelijke plicht om dit afvalwater in te zamelen en te transporteren naar de met het waterschap overeengekomen overnamepunten. Daar wordt het afvalwater overgedragen aan het waterschap om te worden getransporteerd en gezuiverd. Het streven van de gemeente Hulst is om het inzamelen en transporteren van het afvalwater tegen de laagst maatschappelijke kosten uit te voeren, zonder daarbij tekort te doen aan haar wettelijke verplichtingen. Als middel daarvoor gebruikt zij riolering.

4.1.2

Hemelwater Als het regent, verdwijnt in de gemeente Hulst het meeste hemelwater vanaf de verharding in de openbare ruimte ook in de (gemengde) riolering en wordt direct afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Om al dat relatief schone hemelwater te transporteren en

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-21-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

te zuiveren, zijn kostbare voorzieningen nodig en dat kost geld en energie. Door de verandering van het klimaat wordt het bestaande rioolstelsel steeds zwaarder op de proef gesteld. Buien worden heviger en duren langer. Hierdoor neemt het risico op (grond)wateroverlast toe. Anderzijds zijn er langere droge perioden met kans op verdroging. Het blijven vergroten van de ondergrondse voorzieningen (riolering) is echter geen optie. Uiteindelijk zullen ondergrondse voorzieningen te klein zijn en het steeds maar vergroten wordt uiteindelijk te kostbaar. Om bij een veranderend klimaat droge voeten te blijven houden, wordt nadrukkelijk ook gekeken naar bovengrondse oplossingen en wordt de samenhang met de (her)inrichting van de openbare ruimte gezocht. Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte worden er daarom twee sporen gevolgd. In de eerste plaats wordt er naar gestreefd om het aantal vierkante meters verharding terug te brengen (straten, wegen pleinen). Dit heeft als positief effect dat minder regenwater wordt opgevangen en dat dit niet afgevoerd hoeft te worden naar de riolering. Tevens vermindert dit op termijn de opwarming van het bebouwd gebied. Als het verminderen van de verharding niet mogelijk of niet gewenst is dan wordt de verharding, waar dit mogelijk is, afgekoppeld (straten, wegen pleinen, maar ook daken).

Dit houdt in dat het afstromende regenwater niet afgevoerd wordt naar de gemengde riolering en vervolgens naar de zuivering, maar bijvoorbeeld rechtstreeks naar het oppervlaktewater of naar groenvoorzieningen waarin overtollig hemelwater tijdelijk wordt geborgen (wadi’s) of kan infiltreren in de ondergrond. Het regenwater kan ook worden afgevoerd via regenwaterriolering, maar er wordt juist ook gekeken naar mogelijke aanpassing van de bovengrondse inrichting van de openbare ruimte (trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’). De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de verwerking van regenwater op zijn eigen perceel. Deze zal steeds vaker actief gestimuleerd en gemotiveerd en soms verplicht worden om een steentje bij te dragen door op eigen terrein voorzieningen te treffen voor infiltratie, buffering of opslag van hemelwater. De perceel-eigenaar kan ook een belangrijke bijdrage leveren door verharding te vervangen voor groen.

4.1.3

Grondwater De perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor de ontwatering van zijn eigen terrein. De gemeentelijke zorgplicht richt zich op het openbaar gebied. Om grondwateroverlast te voorkomen en perceeleigenaren de mogelijkheid te bieden hun eigen terrein te ontwateren, stelt de gemeente de bewoners een overnamepunt ter beschikking voor de afvoer van overtollig grondwater. Dit dient echter wel doelmatig plaats te vinden. Bij projecten legt de gemeente als het nodig is drainage aan in openbaar gebied. De grondwaterzorgplicht vereist van de gemeente Hulst inzicht in het functioneren van het grondwatersysteem en in de bodemopbouw. Daartoe worden waar nodig de grondwaterstanden gemeten met behulp van peilbuizen en wordt gebruik gemaakt van de metingen bij projecten. Uiteindelijk wordt gestreefd naar een passend grondwaterpeil bij de functie van

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-22-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

het bovenliggende gebied: niet te nat, maar zeker ook niet te droog. Uiteindelijk wordt het grondwaterpeil beïnvloed door veel factoren en is de mate waarin hierin kan worden gestuurd slechts beperkt.

4.1.4

Oppervlaktewater Het is essentieel om een goed ingericht watersysteem te hebben binnen het stedelijk gebied. De toenemende regen moet geborgen worden en moet uiteindelijk afgevoerd worden. Het watersysteem biedt voldoende veiligheid tegen hoogwater (langdurig natte perioden) en is klimaatadaptief ingericht. De waterkwaliteit wordt zo veel als mogelijk gewaarborgd. De inrichting en de flora en fauna spelen daarbij een belangrijke rol, onder andere via bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers. Beheer en onderhoud van het oppervlaktewatersysteem vindt plaats in nauwe samenwerking met het waterschap dat de meeste oppervlaktewateren in beheer heeft.

4.1.5

Bedrijfsvoering De gemeente Hulst wil haar riolerings- en watervoorzieningen in goede toestand hebben en houden. Om dit bereiken, voert zij onderhoudswerkzaamheden uit waarbij zij zich richt op een efficiënt, doelmatig en integraal onderhoudsprogramma. Daarvoor is kennis van het werkelijk functioneren van de voorzieningen een vereiste. Dit wordt verkregen door het monitoren van het functioneren van de rioleringsvoorzieningen, door analyse van de uitgevoerde werkzaamheden en door een goed gegevensbeheer. Ook op het gebied van planvorming richt de gemeente Hulst zich niet alleen op de korte termijn. Zij wil voldoende kennis en actuele informatie beschikbaar hebben om tussentijds geactualiseerde (beleids)producten te kunnen blijven opleveren. De gemeente Hulst streeft naar een integrale en duurzame benadering van de afvalwaterketen en het (grond)watersysteem (grondwater, hemelwater en de relatie met het oppervlaktewater). Hierbij wordt samenwerking gezocht met de waterpartners (HZ en SAZ+, assetmanagement) en de regionale partners. Integraliteit en samenwerking zijn mogelijkheden om te komen tot kostenbesparingen. Duurzame oplossingen zijn daarbij het doel.

4.2

Ambitieniveau De wettelijke zorgplichten van de gemeente kunnen op verschillende ambitieniveaus worden uitgevoerd: ‘reactief’ (ingrijpen indien nodig), ‘anticiperend’ (planmatig te werk gaan) en ‘toekomstgericht’ (duurzaam inspelen op nieuwe ontwikkelingen). Het ambitieniveau bepaalt het tempo en de middelen waarmee de lange termijn visie wordt vormgegeven en beïnvloedt hiermee voor een deel het kostenniveau en daarmee ook de hoogte van de rioolheffing. Voor alle drie r a t de ambitieniveaus geldt dat deze zo doelmatig mogelijk

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-23-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

worden ingevuld. Het gaat erom niet alleen de dingen goed te doen, maar ook de goede dingen te doen. Dit alles binnen een realistische (uitvoerings)planning, afgestemd met alle belanghebbenden binnen de openbare ruimte.

4.2.1

Reactief Het ambitieniveau ‘reactief’ kenmerkt zich door een afwachtende, behoudende houding. Er wordt niet of nauwelijks planmatig te werk gegaan en pas ingegrepen bij regelmatig terugkerende calamiteiten. Overlast vindt af en toe plaats, maar wordt geaccepteerd. De wettelijke en bestuurlijke verplichtingen worden minimaal ingevuld.

4.2.2

Anticiperend In het ambitieniveau ‘anticiperend’ wordt meer planmatig te werk gegaan, waarbij de strategie is gericht op een goede uitvoering van de wettelijke taken en het beperken van risico’s. Overlast wordt zoveel mogelijk voorkomen en de veiligheid wordt gewaarborgd. Daarbij worden de beschikbare middelen en de bestaande ervaring zo efficiënt mogelijk ingezet. De blik is hierbij gericht op de middellange termijn (periode van 5 à 10 jaar), rekening houdend met ontwikkelingen die binnen die termijn op de gemeente afkomen.

4.2.3

Toekomstgericht In het ambitieniveau ‘toekomstgericht’ wordt vooruitstrevend te werk gegaan. De strategie is gericht op een lange termijn visie waarin de zorgplichten op een meer duurzame wijze kunnen worden ingevuld. Innovatie en investeringen gaan hand in hand, waarbij via pilots (bijvoorbeeld in SAZ+ verband) ervaring wordt opgedaan, voordat wordt overgegaan tot een eventuele algemene toepassing daarvan. Overlast wordt zoveel mogelijk voorkomen en de veiligheid wordt gewaarborgd. Monitoring van het functioneren van de systemen is een belangrijke informatiebron om hier invulling aan te geven.

4.3

Keuze ambitie In de bijgevoegde tabel (figuur 4.1) zijn de gemeentelijke zorgplichten en de bedrijfsvoering ingevuld voor de drie beschreven ambitieniveaus. De tabel vormt een ambitiematrix op basis waarvan een keuze kan worden gemaakt voor een na te streven ambitieniveau om invulling te geven aan de visie. Dit wordt vervolgens nader uitgewerkt in de strategie van het verbreed GRP Hulst. Het uit te werken ambitieniveau kan desgewenst gedifferentieerd worden over de verschillende zorgplichten om zo te komen tot een optimale mix van activiteiten. Belangrijk om op te merken hierbij is dat het gaat om een ambitiematrix. Dat wil zeggen, een ambitie die de gemeente heeft voor het realiseren van haar visie en waar zij, in een realistisch tempo met zorgvuldig gebruik van de haar ter beschikking staande middelen, naar toe werkt. Dat betekent ook dat deze visie voor diverse onderdelen niet per direct

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-24-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

vigerend beleid is. De visie en bijbehorende ambitie geven uitdrukking aan het voornemen van de gemeente om specifiek ergens naar toe te groeien, het beleid beschrijft de vigerende uitgangspunten die de gemeente thans hanteert in haar planvorming, beheer en onderhoud en andere activiteiten. Het beleid is vastgelegd in de strategie van het verbreed GRP Hulst.

4.3.1

Voorkeursscenario Vanuit de ambitiematrix kan een voorkeursscenario worden geformuleerd. Het voorkeursscenario geeft op hoofdlijnen een beeld waar de gemeente Hulst de komende planperiode voor staat. De gemeente Hulst heeft hier in de afgelopen jaren al deels een voorschot op genomen door actief te participeren in de samenwerking (SAZ+) en op basis van de resultaten daarvan te zoeken naar kostenbesparingen en efficiëntere manieren van werken. Deze pro-actieve houding en samenwerking in de regio heeft in de loop van de afgelopen jaren handen en voeten gekregen in diverse concrete projecten en in verschillende beleidsplannen. Deze concrete opgaven hebben bouwstenen opgeleverd voor de actualisatie van dit nieuwe verbreed GRP Hulst. Voor de komende planperiode 2022-2026 is de ambitiematrix ingevuld, waardoor een voorkeursscenario is ontstaan. Het voorkeursscenario sluit (logischerwijze) aan bij de Visie Waterketen Zeeland (SAZ+) zoals die ook door de gemeenteraad van de gemeente Hulst is vastgesteld (2017). Dit voorkeursscenario is opgenomen in de tabel in figuur 4.1. Uit de ambitiematrix blijkt dat de gemeente in veel gevallen kiest voor het ambitieniveau ‘anticiperend’ of ‘toekomstgericht’.

Uit de evaluatie van het voorgaande verbreed GRP Hulst is al gebleken dat de belangrijkste opgaven voor de komende planperiode bestaan uit het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte en het realistisch en doelmatig uitvoeren van de groeiende vervangingsopgave van de (gemengde) riolering.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-25-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

Figuur 4.1: ambitiematrix met ingevuld voorkeursscenario toekomstige situatie (planperiode 2022-2026)

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-26-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

4.4

Toetsingskader In de Kennisbank Riolering is een aparte module opgenomen met daarin een toetsingskader voor de inhoud van een verbreed GRP. Dit sluit als een nadere uitwerking aan op de eerder geformuleerde visie van de gemeente. Het toetsingskader is opgebouwd uit vier componenten: doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. De doelen zijn een algemene vertaling van wat de gemeente Hulst wil bereiken, aansluitend op de visie. Vanuit deze doelen zijn eisen afgeleid die aan het functioneren van de riolering als systeem of aan de toestand van de objecten (riolen, putten, randvoorzieningen) worden gesteld, de zogenaamde functionele eisen. Om te kunnen bepalen in hoeverre aan de functionele eisen wordt voldaan, zijn vervolgens maatstaven en meetmethoden geformuleerd.

Doelen zijn de beschrijving van het gewenste systeemgedrag, ofwel de gewenste (ideale) situatie voor de toestand en het functioneren van de voorzieningen. Een voorbeeld van een doel is: ‘het voorkomen van vuiluitworp naar het oppervlaktewater’. De functionele eis bij het bovenstaande doel is bijvoorbeeld: ‘de vuiluitworp door overstortingen en regenwaterlozingen moet beperkt zijn’. De maatstaven zijn de getalsmatige precisering van de functionele eis. Een voorbeeld van een maatstaf bij de eerder genoemde functionele eis is: ‘de vuiluitworp vanuit gemengde rioolstelsels mag maximaal 50 kg CZV/ha.jaar zijn’ De meetmethoden tenslotte geven aan op welke wijze wordt getoetst of aan de maatstaven wordt voldaan. Een voorbeeld van een gangbare meetmethode bij bovenstaande maatstaf is: ‘regenreeks- en vuiluitworpberekening’

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-27-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

In het algemeen zijn er drie hoofddoelen die ten grondslag liggen aan de gemeentelijke zorg voor de inzameling en het transport van afvalwater. Dit betreft: • duurzame bescherming van de volksgezondheid; • handhaving van een goede leefomgeving; • duurzame bescherming van natuur en milieu. Deze algemene beweegredenen voor de rioleringszorg worden in het kader van dit verbreed GRP Hulst als uitwerking van de eerder beschreven visie vertaald naar de onderstaande doelen. Deze doelen maken deel uit van het toetsingskader en zijn sinds het voorgaande verbreed GRP Hulst nagenoeg ongewijzigd gebleven. Doel 1:

Doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde stedelijk afvalwater.

Doel 2:

Doelmatige inzameling van het hemelwater en overtollige grondwater dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding.

Doel 3:

Transport van het ingezamelde afvalwater, hemelwater en grondwater naar een geschikt lozingspunt.

Doel 4:

Voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater.

Doel 5:

Zo min mogelijk overlast voor de omgeving veroorzaken.

Doel 6:

Doelmatig beheer en een goed gebruik van de gemeentelijke voorzieningen tegen de laagst maatschappelijke kosten en het beheersen van deze kosten.

De gedetailleerde uitwerking van de doelen en het toetsingskader is opgenomen in bijlage 3.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-28-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

5

Overzicht van de aanwezige voorzieningen In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het rioolstelsel van de gemeente Hulst en wordt ingegaan op de aanwezige gemeentelijke voorzieningen voor hemelwater en grondwater in de bestaande situatie.

5.1

Niet aangesloten bebouwing Binnen de gemeente Hulst zijn per 1 januari 2021 nog 384 panden aanwezig die niet beschikken over een voorziening die voldoet aan de eisen van de Regeling lozing afvalwater huishoudens (kleine IBA of gierkelder). Verder zijn er 40 woningen aangesloten op een IBA in eigen beheer (IBA klasse 1, 2 of 3a of een helofytenfilter). Voor al deze 424 panden heeft de gemeente Hulst een ontheffing van de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van het afvalwater gekregen van de provincie Zeeland. Deze ontheffing is geldig vanaf 1 april 2016 voor onbepaalde tijd. Van alle niet aangesloten panden bevindt zich er één binnen de bebouwde kom. Dit pand staat op de nominatie voor sloop en/of nieuwbouw. Een overzicht van de niet gerioleerde panden is opgenomen in bijlage 4. Bij de sanering van de lozingen in het buitengebied zijn er 58 percelen voorzien van een IBA klasse 2 of 3 om hun afvalwater te zuiveren. Deze IBA’s zijn in beheer en onderhoud bij de gemeente.

5.2

Overzicht aanwezige voorzieningen riolering In deze paragraaf wordt ingegaan op de aanwezige voorzieningen voor afvalwater en hemelwater. Dit wordt samengevat onder de noemer ‘riolering’. In bijlage 5 is een meer gedetailleerd overzicht opgenomen van de verschillende voorzieningen.

5.2.1

Stelsels en systemen Het afvalwater en het hemelwater binnen de gemeente Hulst wordt ingezameld met behulp van verschillende stelsels en systemen. Dit betreft: • gemengde riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater door dezelfde leiding afgevoerd richting (uiteindelijk) de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). • gescheiden riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater via aparte stelsels afgevoerd. Het hemelwater wordt direct geloosd op het oppervlaktewater of lokaal verwerkt. Het afvalwater wordt via een rioolgemaal afgevoerd naar de RWZI. • verbeterd gescheiden riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater via aparte stelsels afgevoerd. Het afvalwater en het eerste, veelal verontreinigde hemelwater

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-29-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

• • •

worden via een gemaal afgevoerd naar de RWZI. Het overige hemelwater wordt via een regenwateroverstort geloosd op het oppervlaktewater of lokaal verwerkt. persleidingen: rioolgemalen transporteren het water onder (hoge) druk uit de vrijverval riolen (vaak over langere afstanden) naar een lozingspunt. De leidingen die daarvoor nodig zijn, worden persleidingen genoemd. drukriolering: hierbij wordt via pompputten en persleidingen afvalwater (veelal uit het buitengebied) afgevoerd naar het (gemengde) rioolstelsel. IBA’s (Individuele Behandeling van Afvalwater): hiermee wordt het huishoudelijke afvalwater van percelen (veelal in het buitengebied) lokaal behandeld.

De kernen van de gemeente Hulst zijn voor het grootste deel gemengd gerioleerd. Op diverse plaatsen is echter verhard oppervlak van de gemengde riolering afgekoppeld dat rechtstreeks of via regenwaterriolering afvoert naar het oppervlaktewater. Verbeterd gescheiden riolering is aangelegd in de wijken De Linie, Oversprong 1, Vogelwaarde Noord, Groote Kreek en De Mate. Nieuwere wijken zijn voorzien van gescheiden riolering. IBA’s zijn in beheer en onderhoud bij de gemeente Hulst of bij de particuliere eigenaar. Het beheer en onderhoud van de gemeentelijke IBA’s is uitbesteed aan de IBA-wacht. In totaal zijn er 14.303 aansluitingen op de riolering (peildatum 1 januari 2021). Dit is opgebouwd uit 13.627 lozingen van huishoudelijk afvalwater en 676 lozingen van regenwater. De gemeente Hulst telt 27.756 inwoners (per 1 januari 2021, bron: gemeente Hulst).

5.2.2

Kenmerken vrijverval riolering In de gemeente Hulst ligt volgens het rioolbeheerbestand per 1 januari 2021 circa 221 kilometer aan vrijverval riolering. Dit is als volgt onderverdeeld: • gemengde riolering 142 km • regenwaterriolering (RWA) 49 km • vuilwaterriolering (DWA) 26 km • IT-riolering 4 km • kolken circa 13.500 stuks Uit een vergelijking met de karakteristieken in het vigerende verbreed GRP blijkt dat er circa 13 km aan lengte riolering is bijgekomen, ofwel ruim 6%. Dit is voor een groot deel regenwaterriolering. Dat de uitbreiding van het systeem met name gevonden wordt in de regenwaterriolering wordt ook zichtbaar in de toename van het aantal uitstroomconstructies. De toename van de lengte aan regenwaterriolering wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de afkoppelwerkzaamheden van de afgelopen planperiode. Daarbij is gemengde riolering vervangen en is er (nieuwe) regenwaterriolering bij gelegd. Ook wordt bij rioolrenovatie (relining van oude riolen) soms een regenwaterriool mee gelegd. Daarnaast heeft er overdracht van riolering vanuit nieuwbouwlocaties plaatsgevonden. De leeftijdsopbouw van de vrijverval riolering is in de navolgende grafiek weergegeven. Duidelijk is dat er door de vervangingen en renovaties een gelijkmatiger beeld is in de leeftijd van de riolering ten opzichte van de vorige planperiode. Daarnaast is zichtbaar dat

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-30-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

er ook de laatste jaren (sinds 2000) veel riolering is aangelegd, gerenoveerd of vervangen. Bij vervanging of renovatie van de riolering wordt het aanlegjaar aangepast naar het jaar waarin deze werkzaamheden hebben plaatsgevonden. Ruim 8% van de riolering is ouder dan 60 jaar, de gemiddelde levensduur die voor een rioolleiding wordt aangehouden. Figuur 5.1: leeftijdsopbouw en lengte (in km) vrijverval riolering (bron: rioolbeheerbestand gemeente Hulst)

45,0 38,6

40,0

36,4

35,0

32,4

31,7 28,5

30,0

27,5

25,0 20,0 14,8

15,0

8,2

10,0 5,0

3,3

2020>

2010-2019

2000-2009

1990-1999

1980-1989

1970-1979

1960-1969

1950-1959

< 1949

0,0

In totaal is er binnen de gemeente Hulst een aanzienlijke hoeveelheid verhard oppervlak aanwezig dat is aangesloten op de riolering. Een gedetailleerd overzicht daarvan is opgenomen in de basisrioleringsplannen en de onderzoeken naar de Stedelijk Wateropgaven. Het grootste gedeelte van de verharding voert af via de gemengde riolering. Door afkoppelwerkzaamheden wordt deze hoeveelheid steeds minder. Naast de verharding in het openbaar gebied en de verharding van dakoppervlakken wordt ingeschat dat er nog een aanzienlijke hoeveelheid verharding vanuit tuinen (opritten en dergelijke) afstroomt naar de gemeentelijke riolering. In de afgelopen planperiode is ruim 10 ha wegverharding en bijna 4 ha dakverharding van de gemengde riolering afgekoppeld. Bij hevige neerslag is het gemengde rioolstelsel volledig gevuld en treden de overstorten in werking om overtollig water rechtstreeks op het oppervlaktewater te lozen. In totaal zijn er 59 externe en 20 interne overstorten die deel uitmaken van het gemengde rioolstelsel. Een groot deel van deze overstorten wordt bemeten. Bij 10 daarvan is een randvoorziening aangelegd om de vuiluitworp te reduceren. Voorts zijn er nog 6 verbeterd gescheiden overstorten en 150 uitstroomconstructies voor het rechtstreeks lozen van hemelwater.

5.2.3

Gemalen en mechanische riolering Binnen de gemeente Hulst zijn in totaal 59 hoofdgemalen aanwezig, exclusief de 10 gemalen van de randvoorzieningen. Deze rioolgemalen zijn in beheer en onderhoud bij de

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-31-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

gemeente Hulst. Daarnaast zijn er nog 14 rioolgemalen in beheer en onderhoud bij het waterschap Scheldestromen. Naast de rioolgemalen kent de gemeente nog 471 minigemalen, waarvan er 12 zijn uitgevoerd met 2 pompen. Deze minigemalen voeren via drukriolering het huishoudelijk afvalwater af van percelen in het buitengebied. In totaal is er binnen de gemeente Hulst ruim 21 km persleiding aanwezig en 64 km drukriolering. Ook voor deze leidingen wordt uitgegaan van een vervangingstijd van 60 jaar. Figuur 5.2: leeftijdsopbouw en lengte (in km) leidingen mechanische riolering (bron: gemeente Hulst)

persleiding

drukriolering

40,0 34,9 35,0 30,0 23,6

25,0 20,0 15,0 8,4

10,0 5,0

4,7 2,1

3,4

2,0 2,0

1,8

0,5

0,0 1970-1979

1980-1989

1990-1999

2000-2009

2010-2019

2020>

De totale vervangingswaarde van het rioleringssysteem (vrijverval riolering, gemalen en overige objecten) bedraagt in de orde grootte van 200 miljoen euro uitgaande van traditionele rioolvervanging.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-32-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

6

Beleid riolering In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het functioneren van de verschillende objecten en systemen en wordt de strategie ten aanzien van de rioleringszorg uitgewerkt. De strategie is de weergave van de maatregelen en de werkzaamheden die de komende planperiode worden uitgevoerd om invulling te geven aan de missie, visie en doelen.

6.1

Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud bestaat uit diverse werkzaamheden en wordt grotendeels volgens een vaste frequentie uitgevoerd. Het doel hiervan is om alle objecten naar behoren te laten functioneren, zodat de bedrijfszekerheid gewaarborgd is en de vervuilingsgraad tot een acceptabel minimum wordt beperkt. In de onderstaande paragrafen wordt per soort voorzieningen een overzicht gegeven van het beheer en onderhoud.

6.1.1

Vrijverval riolering Onderhoud bestaat uit reiniging en reparatie. Reiniging van de vrijverval riolen vindt plaats volgens het onderstaande schema. • Gemengde- en afvalwaterriolering 1 x per 8 jaar • Regenwaterriolering en IT-riolen 1 x per 8 jaar • Kolken zuigen 2 x per jaar • Overige voorzieningen 1 x per jaar Het reinigen van de riolering, de gemalen en de kolken is uitbesteed. Het reinigingsbedrijf draagt zorg voor de afvoer van het vrijkomende rioolslib en het kolkafval naar een gecertificeerd slibverwerkingsbedrijf. Het inspecteren van de vrijverval riolering gebeurt met een rijdende inspectiecamera en wordt ingepast in het reinigingsschema. Reparatie bestaat in veel gevallen uit het herstellen van schades of het vervangen van onderdelen die versleten zijn. Een deel van deze reparaties wordt in eigen beheer uitgevoerd. Reparatie, maar ook vervanging, vindt zoveel mogelijk plaats in combinatie met herstraatwerkzaamheden. Op die manier wordt er werk met werk gemaakt. Renovatie door middel van relining vindt plaats in combinatie met een project of het wordt geclusterd uitgevoerd. Naast beheer en onderhoud op basis van inspectieresultaten vindt er beheer en onderhoud plaats op ad-hoc basis. Dit wordt grotendeels ingegeven door meldingen en klachten van bewoners en medewerkers van de buitendienst.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-33-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

6.1.2

Gemalen en persleidingen Rioolgemalen, drukrioleringspompen en andere installaties worden regelmatig geïnspecteerd. Daarbij vindt er een visuele inspectie en schoonmaakronde plaats van al deze installaties. Waar nodig wordt ook klein onderhoud uitgevoerd. Voor de voorzieningen worden de onderstaande onderhoudsfrequenties aangehouden. • • •

Hoofdgemalen Pompgedeelte randvoorzieningen Drukrioleringsgemalen

2 x per jaar reinigen 2 x per jaar reinigen 1 x per jaar reinigen

De hoofdgemalen worden continu gemonitord op hun werking met behulp van het gemaalbeheersysteem. Via dit systeem kunnen alle instellingen worden geraadpleegd en waar nodig aangepast. Ook worden storingen via het systeem geprioriteerd en doorgegeven aan de dienstdoende onderhoudsmonteur, die vervolgens de storing oplost. Onderhoud aan de persleidingen en drukrioleringsleidingen wordt, indien noodzakelijk, circa eenmaal per 20 jaar uitgevoerd. Indien de persleidingen moeten worden gereinigd, wordt dat meestal gesignaleerd op basis van terugloop in de (werkelijke) capaciteit van het gemaal. In dat geval worden de leidingen gereinigd.

6.1.3

Overige voorzieningen riolering Overige voorzieningen zoals de randvoorzieningen en lamellenfilters worden in het reguliere onderhoud meegenomen. Dat betekent in de regel een onderhoudsfrequentie van een- of tweemaal per jaar. Onderhoud aan huisaansluitingen wordt niet uitgevoerd. De huisaansluitingen zijn tot aan de perceelsgrens eigendom van de particulier en vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Bij afkoppelen worden de werkzaamheden echter wel tot op het eigen terrein door de gemeente uitgevoerd en betaald. Dit geldt als stimuleringsregeling voor particulieren om te participeren in afkoppelprojecten en/of het scheiden van waterstromen (afvalwater en schoon regenwater). Het onderhoud aan de gemeentelijke IBA’s wordt uitgevoerd door de IBA-wacht. De IBAwacht is een samenwerking van verschillende Zeeuwse gemeenten en waterschap Scheldestromen. De onderhoudswerkzaamheden zijn in 2018 opnieuw aanbesteed. De overige IBA’s vallen onder eigen beheer van de particuliere eigenaar.

6.1.4

Inventarisatie en gegevensbeheer Inzicht in het te beheren areaal is een belangrijke voorwaarde voor het planmatig beheer van een rioolstelsel. Hiervoor heeft de gemeente de beschikking over een rioolbeheersysteem (vrij vervalriolering) en een gemalenbeheer- en onderhoudssysteem. In deze beheersystemen staan, naast de statische gegevens (materiaalsoort, diameter, pomptype, et cetera), ook dynamische gegevens zoals inspecties, storingsmeldingen en dergelijke. Met behulp van deze beheergegevens is te bepalen wanneer maatregelen uitgevoerd dienen te

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-34-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

worden of worden analyses gemaakt om knelpunten of storingen te voorkomen. Aan de hand van de mogelijke rioleringsmaatregelen vindt afstemming plaats met andere werkzaamheden binnen de openbare ruimte, zowel intern als extern, om te komen tot een integraal maatregelenplan voor de openbare ruimte. Met behulp van de gegevens van het beheerpakket kan het rioolstelsel planmatig beheerd worden. Het beheerpakket wordt doorlopend actueel gehouden door revisiegegevens van uitgevoerde rioleringswerken tijdig in het beheerpakket te verwerken. Deze dienen voor of bij oplevering van een project door de aannemer te worden aangeleverd aan de gemeente ter verwerking. Wanneer de riolering onder asfalt komt te liggen, dienen de gegevens aangeleverd te worden voor het aanbrengen van de eerste laag asfalt. Het bijhouden van de rioleringsdata wordt grotendeels uitbesteed. Gegevensbeheer vraagt de komende planperiode meer aandacht. Binnen de SAZ+ is een verkenning gaande om te gaan werken conform het GWSW (GegevensWoordenboek Stedelijk Water) in het kader van de uitwisselbaarheid van data. Afhankelijk van de resultaten van deze verkenning wordt besloten of hiertoe wordt overgegaan. Vooralsnog worden de huidige beschikbare benamingen uit het beheerpakket aangehouden. In de rioleringsmodule (RioGL) wordt alleen de rioleringsdata bijgehouden.

In het overkoepelde beheerpakket ook overige data zoals drainageleidingen, huisaansluitingen, elektriciteitskabels, et cetera. Deze andere ondergrondse eigendommen worden ook vastgelegd in het beheersysteem in het kader van de WIBON. Deze wet geeft richtlijnen om graafschades te voorkomen. De gegevens worden ter beschikking gesteld aan het Kadaster. De koppeling van deze (beheer)gegevens is uitbesteed. Naast de karakteristieken van de riolering worden ook de inventarisatiegegevens van het op de riolering aangesloten verhard oppervlak (grafisch) bijgehouden. Onder meer door de diverse afkoppelprojecten in de afgelopen planperiode is het van belang dit overzicht regelmatig bij te werken en actueel te houden. Dit vindt onder meer plaats in het kader van hydraulische berekeningen. Vanuit het wegbeheer zijn alle wegverhardingen actueel in beeld. Uitgangspunt bij afkoppelen is 100% afgekoppelde wegen en 50% afgekoppelde daken.

6.1.5

Overnamepunten Gemeenten en waterschap hebben richtlijnen ten aanzien van de overnamepunten afgesproken (richtlijn overnamepunten afvalwaterketen Zeeland). Daarin gaat het over de grens tussen de verantwoordelijkheden voor het afvalwatersysteem van de gemeente en die van het waterschap. Een van de uitgangspunten is dat riolering van derden (veelal bedrijven of recreatiegebieden) aangesloten wordt op de gemeentelijke riolering, overeenkomstig de wettelijke zorgplicht van de gemeente tot inzameling van afvalwater. Bij omvangrijke lozingen wordt afgewogen of aansluiting op het transportsysteem van het waterschap doelmatiger is. Dit is vooral van belang bij ontwikkeling van nieuwe (grote) bedrijven, maar ook bij het

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-35-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

heroverwegen van bestaande aansluitingen (overnamepunten) van bedrijven of recreatiegebieden op het transportsysteem. Nieuwe grootschalige recreatievoorzieningen of nieuwbouw worden altijd aangesloten op de gemeentelijke riolering of rechtstreeks op een rioolwaterzuivering van het waterschap. Alternatieve afvalwaterzuivering is alleen mogelijk als deze voorziening een vergelijkbaar rendement oplevert als een rioolwaterzuivering, vergelijkbare of lagere beheerkosten kent en een vergelijkbare betrouwbaarheid. De aanlegkosten zijn voor de initiatiefnemer. Het beheer en onderhoud kan overgedragen worden aan gemeente of waterschap. Afhankelijk van de afstand hiertoe worden minicampings op de gemeentelijke riolering aangesloten. Als deze afstand te groot is, moet de minicamping aangesloten worden op een IBA klasse 3b (helofytenfilter). Afweging en werkwijze bij nieuwe overnamepunten

1

Rioolaansluiting nodig o.g.v. Activiteitenbesluit of Besluit lozingen afvalwater huishoudens?

nee

Aanleg IBA.

ja 2

Omvang totale lozing in woonkern: - totaal aantal aansluitingen ≥ 40 waarvan ≥ 30 aansluitingen van permanente bebouwing? óf - totale vervuilingswaarde ≥ 250 i.e. en ≥ 30 aansluitingen van permanente bebouwing?

nee

Aansluiten op gemeentelijke riolering.

ja 3

Afstand tot nabijgelegen bebouwde kern > 500 m ? nee

ja 4

Lozing van bedrijf?

1. Aansluiten op gemeentelijke riolering. 2. Aansluiten op transportsysteem waterschap, via nieuwe gemeentelijke voorziening.

ja

nee 5

Aansluiten op transportsysteem waterschap met nieuw overnamepunt. Initiatiefnemer werkt in overleg met waterschap nieuwe aansluiting uit. Stappen: - mogelijke aansluitvarianten bepalen - keuze meest doelmatige variant o.b.v. vergelijking investerings-en exploitatiekosten met contante waardeberekening over periode van tenminste 20 jaar - uitwerken meest doelmatige variant - realiseren aansluiting - overnamepunt vastleggen in beheersystemen waterschap en gemeente

Aandachtspunten: - compensatie negatieve effecten op transportsysteem - aandacht voor functioneren transportsysteem in de praktijk - technische en praktische voorzieningen bij overnamepunt (zie richtlijn) - kostenverdeling - praktische afspraken over uitvoering

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-36-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

6.2

Bewoners De belangrijkste doelgroep waarvoor rioleringszorg wordt uitgevoerd, zijn de bewoners en bedrijven in de gemeente. Het waarborgen van het functioneren van het systeem komt hen ten goede. Zij betalen daarvoor via de rioolheffing.

6.2.1

Huisaansluitingen Een belangrijke, letterlijke verbinding tussen het gemeentelijke rioolstelsel en de voorzieningen van de bewoners en bedrijven is de huisaansluiting of huisaansluitleiding. Onderhoud aan huisaansluitingen wordt niet door de gemeente uitgevoerd. De huisaansluitleidingen zijn, in geval van een aansluiting op de vrijverval riolering, vanaf de woning tot het ontstoppingsstuk op de perceelgrens eigendom van de particulier en vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Verstoppingen door het gebruik vallen onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Alleen schades of wortelingroei in de huisaansluitleiding in de openbare grond wordt door en op kosten van de gemeente hersteld na melding door de gebruiker. Figuur 6.1: verdeling verantwoordelijkheden huisaansluitleiding

In het buitengebied is veel drukriolering aanwezig. Ook zijn verschillende panden aangesloten op gemeentelijke IBA’s. De verantwoordelijkheid voor de huisaansluitleiding is hier niet eenduidig aan te geven. In de meeste gevallen is dit de pompput of de perceelsgrens. Bij IBA’s is dit over het algemeen de aansluiting op de IBA. De afvoerleiding is de verantwoordelijkheid van de gemeente en/of het waterschap. In bebouwd gebied is de aansluiting van de huisaansluitingsleiding voor afvalwater op de gemeentelijke riolering verplicht. Afhankelijk van de bodemopbouw zijn er mogelijkheden

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-37-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

om hemelwater op eigen terrein te infiltreren. De gebieden waarvoor dit geldt, worden vastgelegd in het bestemmingsplan en daarnaast in het toekomstige Omgevingsplan. In de kernen Clinge, Kapellebrug en Heikant zijn grondwaterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden aanwezig. Gezien het risico op aantasting van de grondwaterkwaliteit door afvalwater gelden hier strenge regels voor het lozen van afvalwater in de bodem of op het oppervlaktewater. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt uitgegaan van het aansluiten van de huisaansluiting op de gemeentelijke riolering. Indien het mogelijk is om met behulp van een IBA klasse 3b en situeren van het lozingspunt van de effluent buiten de grenzen van het beschermingsgebied een aansluiting te realiseren, kan dit als alternatief worden toegestaan. Als netbeheerder is de gemeente wettelijk verplicht (WIBON) om de liggingsdata van ondergrondse netten, waaronder ook riolering en huisaansluitingen, op te slaan en beschikbaar te stellen. De opslag en beschikbaarstelling verloopt via een eigen voorziening. Per 1 juli 2019 zijn netbeheerders verplicht om hun data binnen een maand na aanleg aan te leveren en te ontsluiten via het speciaal daarvoor ontwikkelde IMKL2015-formaat. Voor zover beschikbaar kunnen de gegevens van de huisaansluitleiding door de bewoners bij de gemeente worden opgevraagd.

Gezien de complexiteit om alle bestaande huisaansluitingen alsnog te lokaliseren en digitaliseren kent de WIBON een overgangsrecht. Dit overgangsrecht stelt dat registratie van huisaansluitingen pas hoeft te gebeuren bij nieuwe aanleg, vervanging of renovatie. Indien gemeentelijke (hoofd)riolering op particulier terrein gelegen is of komt te liggen, wordt daartoe een zakelijk recht gevestigd. Boven deze leiding mogen geen bouwwerken worden opgericht of diep wortelende bomen worden geplant. In verband met de veranderende wetgeving door de komst van de Omgevingswet is de gemeente Hulst voornemens om in de komende planperiode een rioolaansluitverordening op te stellen. Met deze verordening kan gewaarborgd worden dat technische, praktische en juridische beleidsuitgangspunten ten aanzien van een rioolaansluiting eenduidig worden vastgelegd voor alle burgers en bedrijven binnen de gemeente Hulst.

6.2.2

Meldingen en communicatie Jaarlijks komen er verschillende meldingen van burgers binnen op uiteenlopende gebieden, zoals wateroverlast, verstopping, storing van pompen, klachten over stank, kolken of problemen met een IBA. De meldingen komen centraal binnen bij het KCC, via het digitale meldsysteem MOR of via de Buiten Beter app. Binnengekomen meldingen worden, na beoordeling van de meldingen, gebruikt om werkzaamheden in te plannen. De nadruk ligt op het zo snel mogelijk oplossen van de klachten of storingen. Structurele klachten kunnen aanleiding zijn om een nader onderzoek in te stellen hoe deze klachten definitief opgelost kunnen worden.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-38-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

Bij alle vervangingswerkzaamheden start de gemeente een communicatieproces op. Een vertegenwoordiging van de betrokken bewoners wordt gevraagd om mee te denken in het ontwerpproces. Het doel daarvan is om de burgerbetrokkenheid bij de inrichting van de eigen omgeving te vergroten en te voorkomen dat een gemeentelijk ontwerp aan het eind van het proces veel kritiek krijgt. Ook biedt deze werkwijze mogelijkheden om klimaatadaptatie mee te nemen in het ontwerp en de bewustwording over de gevolgen van de klimaatontwikkelingen bij de bewoners te vergroten. Daarnaast worden de bewoners altijd geïnformeerd via bijvoorbeeld een brief of mail, een inloopbijeenkomst gedurende het ontwerpproces of via een informatieavond kort voor de uitvoering.

6.2.3

Knelpunten Door de introductie van een nieuw beoordelingssysteem van de rioolinspectieresultaten is het in de afgelopen planperiode noodzakelijk geweest om de inspectiedata opnieuw in te lezen. Hierdoor is een deel van kwaliteitsgegevens verloren gegaan. In alle gevallen heeft de beoordeling van de kwaliteit van de riolering wel plaats gevonden en is dit vastgelegd in een uitvoeringsplan voor de komende 10 jaar. De opslag, toegankelijkheid en back-up faciliteiten van de inspectiedata en beelden vraagt om extra aandacht. Vooral de inspectiebeelden vragen veel opslagcapaciteit en snelheid op het internet. De komende planperiode zal het gegevensbeheer een belangrijk punt van aandacht zijn binnen de gemeentelijke rioleringszorg, zowel inhoudelijk als qua bemensing. De knelpunten die vanuit de uitgevoerde SWO-onderzoeken gesignaleerd zijn, zijn direct opgenomen in de uitgewerkte vervangingsplanning die in dit verbreed GRP is opgenomen (paragraaf 6.5). Urgente knelpunten die in de komende SWO-onderzoeken naar voren komen, zullen met voorrang worden opgenomen in de jaarlijkse actualisatieronde van de vervangingsplanning. Bij het uitwerken van de maatregelen, met name de maatregelen vanuit de SWOonderzoeken, is het van belang aandacht te geven aan de aspecten oppervlakkige afvoer van overtollige neerslag en aan vergroening. Dit sluit aan bij de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland.

Dit soort maatregelen vraagt interdisciplinaire samenwerking tussen de verschillende gemeentelijke afdelingen, maar biedt veel kansen om gezamenlijk op te trekken in de openbare ruimte.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-39-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

6.3

Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. En hoewel dat soms ‘ver weg’ of ‘voor later’ lijkt, zijn de gevolgen nu al merkbaar. Steeds vaker zijn buien zo intensief dat het rioolstelsel de hoeveelheid regen niet aan kan, dat er water op straat blijft staan of soms zelf bij gebouwen binnen loopt. De warme zomerdagen houden langer aan of leveren nieuwe recordtemperaturen op. Allemaal uitingen van een veranderend klimaat. De effecten van deze veranderingen beïnvloeden het wonen, werken en verblijven in Nederland en in de landen om ons heen, in grote steden en in kleine dorpen. Kortom: de effecten beïnvloeden ieders directe leefomgeving. In het algemeen wordt klimaatverandering vaak gekarakteriseerd door een verhoging van de temperatuur en een toename van de hoeveelheid neerslag en de intensiteit van de neerslag. Er moet rekening worden gehouden met hevigere regenbuien, lange periodes van regenval, periodes van langdurige droogte en hitte en een stijgende zeewaterspiegel. Klimaatadaptatie is het inspelen op de gevolgen van de verwachte klimaatontwikkelingen. Klimaatadaptief handelen overstijgt maatregelen aan alleen het rioleringssysteem, het vereist dat er ook gekeken wordt naar het niveau van het toekomstbestendig inrichten van de openbare ruimte (zogenaamde bovengrondse maatregelen) en ondergrondse mogelijkheden voor het opvangen en vasthouden van water.

De afwegingen rondom het treffen van dergelijke maatregelen worden in samenspraak met andere disciplines gemaakt (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, wegen en groen) en externe organisaties zoals het waterschap en nutsbedrijven (energietransitie). Daarbij wordt zoveel mogelijk meegelift met andere reeds geplande werkzaamheden in de openbare ruimte. Zowel lokaal als regionaal wordt in 2021 een strategie vastgelegd over de manier van omgaan met klimaatveranderingen en klimaatadaptatie. Daarvoor zijn er zowel regionaal als lokaal klimaatstresstesten uitgevoerd en zijn er risicodialogen gevoerd. Nu al is duidelijk dat de zowel regionaal als lokaal ingezet wordt op de onderstaande aspecten. • Infiltreren daar waar het kan (ondergrond afhankelijk) • Tijdelijk vasthouden van het water in het eigen gebied • Creëren van waterberging in het eigen gebied • Vergroenen van het stedelijk gebied, zowel de openbare ruimte als de particuliere percelen • Beperken van verhardingen, verhardingen zijn waterdoorlatend of lopen rechtstreeks af naar openbaar groen • Klimaatadaptief bouwen • Acceptatie van water op straat (waterhinder) De klimaatadaptatiestrategie wordt, voor zover van toepassing en met voldoende draagvlak, meegenomen bij het afwegen van maatregelen en onderzoeken.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-40-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

Het proces van klimaatadaptatie moet periodiek herhaald worden met een frequentie van eenmaal per zes jaar. Indien zich in een (deel)gebied nauwelijks grote wijzigingen hebben voorgedaan, kan het proces in een geminimaliseerde vorm worden uitgevoerd. Aanleiding voor aanpassingen kan een wijziging van inzichten zijn of het optreden van klachten die eerder niet bekend waren.

6.3.1

Hemelwaterzorgplicht Het klimaatadaptief handelen van de gemeente is mede een invulling van de gemeentelijke hemelwaterzorgplicht die in de Waterwet is benoemd. De hemelwaterzorgplicht is in de Waterwet (artikel 3.5) vastgelegd met de onderstaande bewoordingen. 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11035870/1