CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

GRP Hulst, definitief Ontwerp totaal

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026.30.930 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

verbreed GRP Hulst 2022-2026 ontwerp GRP

gemeente Hulst 14 december 2021 eindconcept rapport

Groenewoud 52 4381 HG Vlissingen (06) 17 399 572 r.houmes@nu-adviesbureau.nl www.nu-adviesbureau.nl Kvk 22063981

Titel

:

verbreed GRP Hulst 2022-2026 ontwerp GRP

Status

:

eindconcept rapport

Datum

:

14 december 2021

Opdrachtgever

:

gemeente Hulst

Referentie

:

R031.P204/R006/RHOU

Auteur

:

ir. R.P.J. Houmes

Vrijgave

:

Samenvatting Inleiding Riolering is een voorziening die doorgaans niet zichtbaar is, maar wel noodzakelijk. Riolering draagt bij aan een duurzame bescherming van de volksgezondheid, maar ook van natuur en milieu. Daarnaast zorgt de riolering op verschillende locaties voor de afvoer van overtollige neerslag. Dit vindt bij voorkeur gescheiden van afvalwater plaats. De zorgplicht voor de riolering is een gemeentelijke taak die is vastgelegd in de Wet milieubeheer. In deze wet is verder vastgelegd, dat gemeenten verplicht zijn om een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) op te stellen, waarin zij hun beleid voor de rioleringszorg vaststellen. Daarnaast is in de Waterwet de gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater en grondwater vastgelegd. Het verbreed GRP Hulst geeft het beleid van de gemeente Hulst weer op het gebied van de rioleringszorg (afvalwater en hemelwater) en haar gemeentelijke zorgtaken ten aanzien van grondwater. Dit verbreed GRP Hulst geldt voor de periode 2022 tot en met 2026. Missie en visie Vanuit de algemene gemeentelijke ambitie van Hulst volgt de missie voor het verbreed GRP: Het realiseren van een duurzame, doelmatige en toekomstgerichte invulling van de rioleringszorg, waarin de bescherming van de volksgezondheid, het streven naar het voorkomen van wateroverlast en een goede kwaliteit en kwantiteit van grond- en oppervlaktewater gewaarborgd zijn.

Vanuit deze missie is een visie te formuleren, de gewenste situatie van het water- en rioleringssysteem in de toekomst. Deze visie luidt als volgt. Het hebben en houden van een duurzaam, veilig, gezond en toekomstbestendig (grond)-water- en rioleringssysteem in zowel het bebouwde gebied als het buitengebied van de gemeente.

Om deze visie te realiseren, zijn er concrete doelen geformuleerd met een bijbehorend toetsingskader. Evaluatie In het verbreed GRP is de voorgaande planperiode (2016-2021) geëvalueerd. Deze evaluatie biedt handvatten voor de strategie van de komende planperiode door opgedane ervaringen gericht in te zetten. Doelmatigheid is en blijft een belangrijk leidend motief in de beslissingen ten aanzien van de rioleringszorg. Met het beschikbare budget is een duidelijke stap gemaakt in het terugdringen van de vervangingsachterstand. De inzet op het vervangen van met name kwalitatief mindere riolering in combinatie met geclusterd en kern- of wijkgewijs uitvoeren van werkzaamheden hebben hier aan bijgedragen.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-i-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

Niet alle geplande werkzaamheden zijn volledig uitgevoerd conform planning. Interne en externe afstemming met onder meer bewoners, maar ook de PFAS-problematiek hebben in sommige projecten om meer tijd gevraagd. Financieel zijn de beschikbare budgetten zo efficiënt mogelijk ingezet en zijn strategische keuzes gemaakt welke werkzaamheden prioriteit verdienden en waar combinaties met andere werkzaamheden konden worden gemaakt (bijvoorbeeld wegbeheer). Uit de vergelijking van de huidige gegevens met die uit het voorgaande verbreed GRP blijkt dat er in totaal ruim 6% aan riolering (lengte) is bijgekomen. Dit is voor een groot deel regenwaterriolering, onder meer vanuit afkoppelwerkzaamheden. Inhoudelijk zijn de beleidslijnen uit het verbreed GRP gevolgd en zijn ook de reguliere beheer- en onderhoudstaken binnen de daarvoor gestelde budgetten uitgevoerd. Daarmee is het functioneren van het rioleringssysteem in de afgelopen planperiode gewaarborgd. Op het gebied van gemalenbeheer wordt gebruik gemaakt van de centrale hoofdpost die bij de gemeente Sluis staat. Ook vindt steeds meer uitwisseling van kennis en van gegevens plaats met waterschap Scheldestromen. De koppeling van het gemalenbeheersysteem met de overstortmeters binnen de gemeente vraagt nog aandacht in de komende planperiode, evenals het gebruik van het gemalen beheer- en onderhoudsprogramma.

Volledig gebruik maken van het beheer- en onderhoudsprogramma is door de beperkte personele capaciteit een punt van aandacht. Sowieso zal gegevensbeheer aandacht verdienen in de komende planperiode. Het inspelen op de effecten van klimaatontwikkeling (klimaatadaptatie) heeft in de afgelopen planperiode steeds meer aandacht gekregen in de planvorming en de voorbereiding van werkzaamheden. De klimaatontwikkelingen (intensievere buien, langdurige natte periodes, droogte en hitte) zijn dermate groot dat oplossingen niet te vinden zijn in de riolering of in het watersysteem alleen. De oplossingen moeten gevonden worden in de verschillende lagen en systemen (bovengronds en ondergronds). Het geheel moet zodanig robuust worden dat de mate van extremiteit van een situatie er minder toe doet. De SWO-onderzoeken (toekomstbestendige waterhuishouding) die hier op gericht zijn, hebben meer tijd gevraagd dan verwacht. Het hele proces van bepalen van het verhard oppervlak, doorrekenen van de huidige riolering, inventariseren van klachten, benaderen van dorps- en wijkraden, inventariseren van grondwaterpeilen, beoordelen van het gebied ten aanzien van risico's, bepalen van maatregelen, inplannen van de maatregelen, het maken van ramingen en het doorrekenen van de gekozen maatregelen heeft tijd nodig.

In de afgelopen planperiode zijn SWO-onderzoeken uitgevoerd voor Sint-Jansteen, Kapellebrug, Heikant. Voor de kernen Hulst en Vogelwaarde zijn de SWO-onderzoeken bijna klaar, maar deze moeten nog bestuurlijk worden vastgesteld. Ook de kleinere kernen vragen in de komende planperiode beoordeling ten aanzien van de SWO. De afgelopen planperiode kent een duidelijke druk op de personele middelen. Ondanks externe ondersteuning zijn niet alle geplande taken uitgevoerd. Het werken op regiebasis vraagt ook tijd van de vaste medewerkers. Vooral op het gebied van planvorming, onderzoek (inclusief klimaatadaptatie) en databeheer was het merkbaar dat er minder personeel beschikbaar was dan vooraf noodzakelijk werd geacht. Deze druk op de personele middelen

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-ii-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

(circa 0,5 fte te weinig beschikbaar) blijft ook in de komende planperiode een punt van aandacht. Qua inzet van financiële middelen is in de afgelopen planperiode de exploitatiebegroting toereikend gebleken voor het uitvoeren van de geplande gemeentelijke watertaken. De uitgaven vanuit de investeringen (projecten) vinden in veel gevallen wel iets later plaats door het verschuiven van projectplanningen als gevolg van voorbereidingstijd en afstemming met derden. De kostendekking van de uitgevoerde taken wordt gevonden in de rioolheffing. Gedurende de planperiode is de heffing iets minder sterk gestegen dan vooraf werd gepland. Er is gekozen om de heffing jaarlijks met € 6,- plus inflatie te laten stijgen. Deze jaarlijkse stijging van € 6,- is in 2020 en 2021 niet doorgevoerd, maar heeft slechts een stijging met het inflatiepercentage plaatsgevonden. Het aantal heffingseenheden is gedurende de planperiode nauwelijks gestegen.

Strategie In de strategie voor de komende planperiode is een diversiteit aan maatregelen geformuleerd om voor alle gebieden (afvalwater, hemelwater en grondwater) invulling te geven aan de gemeentelijke zorgplichten. In hoofdlijnen bestaat de strategie uit de onderstaande aspecten. 1. Voortzetten van regulier beheer en onderhoud, met aandacht voor het bijbehorende gegevensbeheer. Jaarlijkse inspectie van circa 7 à 10% de riolering. 2. Doorzetten van de bestaande smalle zorgplicht voor het buitengebied. 3. Het formuleren van maatregelen geschiedt integraal en is gebaseerd op een combinatie van kwaliteit van het stelsel en vindt plaats in afstemming met klimaatadaptatie, groenbeheer en wegbeheer. 4. Voor de planperiode is op deze manier een concrete investeringsplanning opgesteld met een doorkijk naar de middellange (10 jaar) en lange termijn (60 jaar). 5. Het investeringsniveau wordt zoveel als mogelijk geëgaliseerd over de beschouwde jaren. 6. Het streven is om circa 30% van de betonnen rioolleidingen middels renovatie (relining) aan te pakken. 7. De samenwerking met andere overheden wordt voorgezet in onder meer de samenwerkingsverbanden SAZ+, klimaatadaptatiestrategie en Zuidwestelijke Delta. 8. De rioolheffing is in principe kostendekkend. De stijgingsscenario’s zijn afgestemd op de kosten, waarbij de omvang van de voorziening beperkt blijft.

Uit de visie van dit verbreed GRP blijkt dat de gemeente Hulst streeft naar een duurzaam en toekomstbestendig water- en rioleringssysteem. Ofwel: een leefbare omgeving waarin de negatieve gevolgen van de verandering van het klimaat zoveel mogelijk beperkt worden. Het beperken van deze negatieve gevolgen en het vroegtijdig inspelen hierop wordt aangeduid met de term ‘klimaatadaptatie’. Klimaatadaptief handelen vraag niet alleen aandacht voor de aard van de maatregelen (het type maatregel), maar vraagt ook om voldoende fysieke ruimte in een gebied (boven- en ondergronds) en afstemming tussen verschillende gemeentelijke disciplines, externe organisaties en burgers en bedrijven. Klimaatadaptatie is voor de gemeente Hulst een leidend principe in de voorliggende planperiode.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-iii-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

Onderstaand is een globale uitwerking van de hoofdlijnen uit de strategie van dit verbreed GRP opgenomen. •

Het belang van kennis van de werking van het rioolstelsel in de praktijk en de staat van onderhoud wordt onderkend. De gemeente zet in op het jaarlijks inspecteren van circa 7 tot 10% van alle vrijverval riolering. Deze gegevens worden verwerkt in het rioolbeheerbestand. Dit bestand wordt op peil en actueel gehouden. Ook revisiegegevens worden hierin verwerkt. Het op orde houden van het beheerbestand vraagt in de komende periode extra aandacht vanuit het perspectief van beschikbare personele middelen.

•

Voor het buitengebied wordt de bestaande, smalle zorgplicht doorgezet. Voor panden waar de aanleg van riolering niet doelmatig is, is ontheffing van de zorgplicht verkregen van de provincie Zeeland. In totaal zijn er nog 424 panden in het buitengebied die niet beschikken over een voorziening die voldoet aan de wettelijke eisen (peildatum 1 juli 2021).

•

Om te komen tot een integraal maatregelenpakket, waar rioolvervanging onderdeel van uit maakt, wordt rekening gehouden met diverse aspecten. De kwaliteit van de rioolleidingen, het functioneren van het stelsel, risico-inschatting als het riool instort en tenslotte de leeftijd van het riolering zijn factoren die benut worden om tot een maatregelkeuze te komen. Daarnaast speelt de noodzaak tot het nemen van maatregelen in het kader van klimaatadaptatie een belangrijke rol. Hiervoor zijn de SWO-onderzoeken een belangrijke bron van informatie. In de afgelopen planperiode zijn er SWO-onderzoeken uitgevoerd voor de kernen Kloosterzande, Heikant, Sint Jansteen, Kapellebrug. Hierbij is gebruik gemaakt van de redeneertrant in combinatie met het hydraulisch doorrekenen van de riolering. Voor de kernen Hulst en Vogelwaarde is inhoudelijk al veel onderzocht, maar deze onderzoeken dienen nog bestuurlijk te worden vastgesteld. In de voorliggende planperiode zullen vervolgens verschillende andere kernen, te beginnen bij Hengstdijk, onderwerp zijn van een SWO-onderzoek met behulp van de redeneertrant. Daarbij zullen ook de uitgangspunten uit de regionale en lokale klimaatadaptatiestrategie worden meegewogen.

Aan de hand van de mogelijke rioleringsmaatregelen vindt vervolgens afstemming plaats met andere werkzaamheden binnen de openbare ruimte, zowel intern als extern (onder andere nutsbedrijven). Deze (jaarlijkse) interne afstemming met andere disciplines (groen, wegen, ruimtelijke ordening) is van essentieel belang om kosten te besparen en overlast voor burgers zoveel mogelijk te voorkomen. Dat geldt ook voor de afstemming met externe partners, zoals de nutsbedrijven. De resultaten van de afstemming leiden tot een integraal maatregelenplan voor de openbare ruimte. Tot slot wordt voor het opstellen van een integraal maatregelenplan voor de openbare ruimte uitgegaan van een wijk- of kerngerichte aanpak. Door voor grotere, maar afgebakende gebieden een integraal maatregelenplan op te stellen, ontstaat meer

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-iv-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

armslag en daarmee ruimte om potentiële kansen vanuit verschillende disciplines te verzilveren. •

Voor de afschrijving van de vrijverval riolering wordt uitgegaan van een theoretische levensduur van 60 jaar. Voor de concrete invulling van de vervangingsmaatregelen wordt gebruik gemaakt van de inspectieresultaten en schadebeelden die daarbij geconstateerd worden. Zo ontstaat een langjarige vervangingsplanning. De eerste 10 jaar van deze planning is gebaseerd op concrete keuzes om maatregelen uit te voeren, onder meer gebaseerd op de SWO-onderzoeken, waarbij de planning voor de planperiode geconcretiseerd is naar uitvoeringsjaar en investeringsbudget. De resterende planning is gebaseerd op leeftijd en een financiële afvlakking om een gemiddeld investeringsniveau te verkrijgen. Maatregelen in het kader van klimaatadaptatie zijn integraal opgenomen in de planning.

•

Een deel van de vervangingswerkzaamheden wordt uitgevoerd als renovatie van de bestaande riolering (relining). Het streven is om dit bij circa 30% van de vervangingen toe te passen. Waar mogelijk worden kansen benut om vervangingswerkzaamheden te combineren met groot onderhoud of reconstructie van de wegen. Combineren van de werkzaamheden levert een kostenbesparing op, terwijl tevens de burgers minder overlast ondervinden. Voor de planperiode is de planning concreet uitgewerkt tot op straatniveau, waarbij zoveel als mogelijk getracht is door het combineren van werkzaamheden of het toepassen van relining kosten te besparen.

•

In de komende planperiode zal de gemeente Hulst opnieuw actief betrokken zijn bij de Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland (SAZ+). Onderwerpen die binnen de SAZ+ worden opgepakt, worden waar nodig binnen de gemeente Hulst verder lokaal uitgewerkt. Een andere uiting van samenwerken vindt plaats in het gezamenlijk opstellen van de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland. Er is binnen Zeeland een Zeeuwse Klimaatadaptatiestrategie opgesteld, die ook door de gemeenteraad van Hulst is vastgesteld. Hierin komen de klimaataspecten hitte, wateroverlast, droogte en overstromingen aan bod. Naast de provincie-brede invulling vraagt klimaatadaptatie ook om een lokale invulling. Samen met de buurgemeenten Terneuzen en Sluis wordt gewerkt aan de klimaatadaptatiestrategie Zeeuws-Vlaanderen, die is afgestemd op de lijnen die in de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland zijn uitgezet.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-v-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

Middelen en kostendekking Om invulling te kunnen geven aan de gemeentelijke zorgplichten zijn personele en financiële middelen nodig. Ten aanzien van de personele middelen is in de komende planperiode circa 7,4 fte noodzakelijk voor alle gemeentelijke watertaken. De totaal benodigde personele inzet blijkt daarmee groter te zijn dan de huidige beschikbare personele middelen van circa 6,8 fte. Naast het tekort aan menskracht is ook de onderlinge verhouding tussen de taken verschillend. Er zouden meer uren beschikbaar moeten zijn voor onderzoek en planvorming en voor de bijdrage in diverse samenwerkingsverbanden. Voor de uit te voeren gemeentelijke watertaken is een financiële raming gemaakt. Hierbij is onderscheid gemaakt in directe kosten (exploitatielasten) en investeringen. De investeringen worden over een langere periode afgeschreven. Deze afschrijvings- en rentelasten worden als kapitaallasten ondergebracht in de exploitatiebegroting. Om zowel de behoefte aan financiële middelen als personele inzet zo constant mogelijk te krijgen, zijn de vervangingskosten geëgaliseerd over 60 jaar, de gemiddelde levensduur van het systeem. In de planperiode van 2022 tot en met 2025 is rekening gehouden met de afstemming van de rioolvervangingen en het Meerjareninvensteringsplan (MIP).

In de periode 2026 tot en met 2032 is uitgegaan van een investeringsniveau van 3,25 miljoen euro en vervolgens in de resterende periode 3,75 miljoen euro. Tegenover de kosten voor de gemeentelijke watertaken staan ook baten. Deze worden gevonden in de rioolheffing die door burgers en bedrijven wordt betaald voor het gebruik van de gemeentelijke voorzieningen. Het doel is deze heffing kostendekkend te laten zijn. De rioolheffing die binnen de gemeente Hulst wordt geheven, is onderverdeeld in een afvalwaterheffing en een regenwaterheffing. De hoogte van de heffing is gebaseerd op respectievelijk het drinkwaterverbruik en de perceelsomvang. Om invulling te kunnen geven aan het gewenste investeringsniveau is met ingang van 2023 een stijging van de rioolheffing noodzakelijk. Daartoe zijn twee scenario’s uitgewerkt en doorgerekend, waarbij in beide gevallen de rioolheffing gedurende de planperiode stijgt met een jaarlijks bedrag van € 6,-. Variant A gaat vervolgens uit van een redelijk constante rioolheffing met het doorzetten van de vaste jaarlijkse stijging van € 6,-. Bij variant B wordt de komende jaren ingeteerd op de reserve riolering en vindt na de planperiode geen stijging van de heffing plaats. Daarna (vanaf circa 2036) volgen de inkomsten uit de rioolheffing globaal de jaarlijkse kosten. Daartoe is wel een sterke stijging in het genoemde jaar 2036 nodig om op peil te komen.

De jaarlijkse stijging van de rioolheffing fluctueert daarna mee met het niveau van de kosten. In variant A komt de uiteindelijke rioolheffing in 2081 uit op € 643,23 en bij variant B op € 648,23. Daarbij is nog geen rekening gehouden met inflatie.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-vi-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1 1.2 1.3 1.4

2

Aanleiding............................................................................................................. 1 Inhoud verbreed GRP ........................................................................................... 1 Procedure ............................................................................................................. 2 Leeswijzer ............................................................................................................. 3 KADER EN SAMENHANG .............................................................................................. 5

2.1 2.2 2.3 2.4 2.4.1 2.5 2.5.1 2.6 2.6.1 2.6.2 3

EVALUATIE.................................................................................................................. 15 3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.5 3.5.1 3.5.2 3.5.3

4

Missie en visie ...................................................................................................... 5 Relatie omgevingswet .......................................................................................... 5 Klimaatadaptatie .................................................................................................. 6 Beleid andere overheden ..................................................................................... 7 Waterbeheerder................................................................................................ 7 Gemeentelijk beleid ........................................................................................... 10 Afstemming ..................................................................................................... 10 Samenwerking .................................................................................................... 12 Provinciaal ....................................................................................................... 12 Regionaal en overig ......................................................................................... 13

Algemeen ........................................................................................................... 15 Toestand van de aanwezige voorzieningen ....................................................... 16 Strategie rioleringszorg ...................................................................................... 16 Gegevensbeheer ............................................................................................. 17 Vervangingsplanning ....................................................................................... 17 Strategie grondwater ......................................................................................... 19 Middelen en kostendekking ............................................................................... 19 Personele middelen......................................................................................... 19 Financiële middelen ........................................................................................ 20 Kostendekking ................................................................................................. 20

VISIE EN TOETSINGSKADER ........................................................................................ 21 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.4

Toelichting visie .................................................................................................. 21 Afvalwater ....................................................................................................... 21 Hemelwater ..................................................................................................... 21 Grondwater ..................................................................................................... 22 Oppervlaktewater ........................................................................................... 23 Bedrijfsvoering ................................................................................................ 23 Ambitieniveau .................................................................................................... 23 Reactief............................................................................................................ 24 Anticiperend .................................................................................................... 24 Toekomstgericht ............................................................................................. 24 Keuze ambitie ..................................................................................................... 24 Voorkeursscenario ..........................................................................................

25 Toetsingskader ................................................................................................... 27

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-vii-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

5

OVERZICHT VAN DE AANWEZIGE VOORZIENINGEN .................................................. 29 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3

6

Niet aangesloten bebouwing ............................................................................. 29 Overzicht aanwezige voorzieningen riolering .................................................... 29 Stelsels en systemen ....................................................................................... 29 Kenmerken vrijverval riolering ........................................................................ 30 Gemalen en mechanische riolering................................................................. 31

BELEID RIOLERING ...................................................................................................... 33 6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4 6.1.5 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.3 6.3.1 6.3.2 6.4 6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.5 6.5.1 6.5.2 6.5.3 6.5.4 6.5.5 6.6 6.6.1 6.6.2 6.7 6.7.1 6.7.2 6.7.3 6.7.4 6.8 6.8.1 6.8.2 6.8.3

7

Beheer en onderhoud ........................................................................................ 33 Vrijverval riolering ........................................................................................... 33 Gemalen en persleidingen .............................................................................. 34 Overige voorzieningen riolering ...................................................................... 34 Inventarisatie en gegevensbeheer .................................................................. 34 Overnamepunten ............................................................................................ 35 Bewoners............................................................................................................ 37 Huisaansluitingen ............................................................................................ 37 Meldingen en communicatie .......................................................................... 38 Knelpunten ...................................................................................................... 39 Klimaatadaptatie ................................................................................................ 40 Hemelwaterzorgplicht .....................................................................................

41 Voorkomen van wateroverlast ........................................................................ 42 Onderzoek en planvorming ................................................................................ 44 Inspectie .......................................................................................................... 44 Berekeningen .................................................................................................. 45 Meten en monitoren ....................................................................................... 46 Vervangingsplanning .......................................................................................... 47 Afweging maatregelen .................................................................................... 47 Renovatie of vervanging.................................................................................. 47 Afkoppelen ...................................................................................................... 48 Uitgangspunten vervanging ............................................................................ 49 Concretisering vervangingsplanning ............................................................... 49 Riolering buitengebied .......................................................................................

52 Regeling buitengebied..................................................................................... 52 Smalle zorgplicht ............................................................................................. 52 Nieuw te realiseren bebouwing ......................................................................... 54 Algemeen ........................................................................................................ 54 Incidentele nieuwbouw in landelijk gebied .................................................... 54 Projectmatige nieuwbouw .............................................................................. 55 Watertoets ...................................................................................................... 56 Overige aspecten................................................................................................ 57 Vermindering rioolvreemd water ................................................................... 57 Diffuse bronnen............................................................................................... 58 Duurzaamheid ................................................................................................. 58

BELEID GRONDWATER ............................................................................................... 59 7.1 7.2

Grondwaterzorgplicht ........................................................................................ 59 Grondwateroverlast ........................................................................................... 60

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-viii-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

7.2.1 7.2.2 7.3 7.4 7.4.1 7.4.2 7.4.3 8

BELEID OPPERVLAKTEWATER..................................................................................... 65 8.1 8.2 8.3 8.4 8.4.1 8.4.2 8.4.3 8.4.4

9

Overlast en onderlast ...................................................................................... 61 Streefwaarden ................................................................................................. 61 Grondwater gemeente Hulst ............................................................................. 62 Grondwatervoorzieningen ................................................................................. 63 Bestaande voorzieningen ................................................................................ 63 Nieuw te realiseren voorzieningen ................................................................. 64 Grondwatermeetnet ....................................................................................... 64

Overzicht oppervlaktewatersysteem ................................................................. 65 Verantwoordelijkheden ..................................................................................... 66 Beheer en onderhoud ........................................................................................ 67 Maatregelen ....................................................................................................... 67 Kaderrichtlijn water......................................................................................... 67 Waterkwaliteitsspoor ...................................................................................... 68 Stedelijke wateropgave (SWO) ....................................................................... 68 Planvorming Wateropgave (PWO) .................................................................. 70

MIDDELEN EN KOSTENDEKKING ................................................................................ 71 9.1 9.2 9.2.1 9.2.2 9.3 9.3.1 9.3.2 9.3.3 9.3.4

Personele middelen ........................................................................................... 71 Kosten................................................................................................................. 72 Investeringen................................................................................................... 73 Exploitatielasten .............................................................................................. 74 Kostendekking .................................................................................................... 74 Heffingsgrondslag............................................................................................ 75 Voorziening riolering ....................................................................................... 75 Scenario’s kostendekking en hoogte rioolheffing ........................................... 76 Evaluatie kostendekkingsplan ......................................................................... 79

BIJLAGEN Bijlage 1:

verklarende woordenlijst

Bijlage 2:

visie waterketen Zeeland

Bijlage 3:

uitwerking toetsingskader

Bijlage 4:

niet gerioleerde panden

Bijlage 5:

overzicht aanwezige voorzieningen

Bijlage 6:

voorwaarden en ontwerpeisen

Bijlage 7:

personele middelen

Bijlage 8:

kostendekkingsberekening

Bijlage 9:

reactie instanties

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-ix-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-x-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

1

Inleiding Riolering is een voorziening die doorgaans niet zichtbaar is, maar wel noodzakelijk. Riolering draagt bij aan een duurzame bescherming van de volksgezondheid, maar ook aan de instandhouding van natuur en milieu. Daarnaast zorgt de riolering op verschillende locaties voor de afvoer van overtollige neerslag. Dit vindt bij voorkeur gescheiden van het afvalwater plaats.

1.1

Aanleiding De zorgplicht voor stedelijk afvalwater is een gemeentelijke taak die is vastgelegd in de Wet milieubeheer. In deze wet is verder vastgelegd dat gemeenten verplicht zijn om een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) op te stellen, waarin zij hun beleid voor de rioleringszorg vaststellen. In de Waterwet (december 2009) is de gemeentelijke zorgplicht voor riolering verbreed naar een zorgplicht die ook het hemelwater en het grondwater omvat. In de komende jaren wordt de Omgevingswet van kracht. Daarmee vervalt de verplichting uit de Wet milieubeheer om een verbreed GRP op te stellen. Er blijft echter wel behoefte om beleid, strategie en kosten en kostendekking vast te leggen. In de periode tot aan het van kracht worden van de Omgevingswet wordt daarom wel een geactualiseerd verbreed GRP Hulst opgesteld voor de planperiode 2022-2026. Tegelijkertijd wordt er stapsgewijs overgeschakeld naar de scheiding tussen beleid en doelen in de omgevingsvisie, strategie en kosten in een omgevingsprogramma en meer concrete wet- en regelgeving in het gemeentelijke omgevingsplan.

1.2

Inhoud verbreed GRP In dit verbreed GRP geeft de gemeente Hulst onder meer weer hoe zij invulling geeft aan haar zorgplichten voor de betreffende waterstromen. Concreet betekent dit een overzicht op hoofdlijnen van alle aanwezige gemeentelijke voorzieningen en de activiteiten die in de planperiode worden ontplooid om deze voorzieningen te onderhouden en te beheren of te vervangen. Het verbreed GRP is een beleidsmatig en strategisch plan op hoofdlijnen. De technische uitwerking van het beleid naar de aspecten aanleg, onderzoek en maatregelen vindt plaats in operationele programma’s die jaarlijks worden opgesteld. In de financiële paragraaf van dit verbreed GRP zijn de financiële gevolgen van de geplande activiteiten in beeld gebracht en de consequenties die dit heeft voor de rioolheffing.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-1-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

Een belangrijk aspect in dit verbreed GRP is samenwerking in de afvalwaterketen. De gemeente Hulst maakt deel uit van de Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland (SAZ+). Dit samenwerkingsverband is geïnitieerd vanuit de verplichting die is opgenomen in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Het doel van het samenwerken in dit verband is het verminderen van de eigen kwetsbaarheid, het verbeteren van de kwaliteit van de rioleringszorg en het verminderen van de verwachte (meer)kosten. Met andere woorden: een doelmatige en effectieve invulling van de wettelijke zorgplichten. Ook de Stedelijke Wateropgave (SWO) wordt in samenwerking met waterschap Scheldestromen uitgewerkt. Een van de onderwerpen die binnen de SAZ+ is uitgewerkt en waar dit verbreed GRP Hulst door beïnvloed is, is de gezamenlijke blauwdruk voor een verbreed GRP. Het doel van deze blauwdruk is om te komen tot een robuust, breed gedragen en kwalitatief hoogwaardig beleidsdocument voor de rioleringszorg. Deze blauwdruk heeft mede als onderlegger gediend voor dit verbreed GRP Hulst. Hiermee zijn de opbouw en de belangrijkste inhoudelijke onderdelen van het rioleringsbeleid in lijn met de blauwdruk en gebaseerd op uitgangspunten die Zeeland-breed gedragen worden.

1.3

Procedure Het verbreed GRP Hulst is opgesteld conform de richtlijnen van de Kennisbank Riolering van de stichting Rioned. Deze methodiek wordt algemeen toegepast in Nederland en bestaat op hoofdlijnen uit het evalueren van de voorgaande planperiode, het vaststellen van de visie en doelen voor de toekomst en het uitwerken van een strategie om vanuit de huidige situatie aan deze doelen te gaan voldoen. Daarnaast bevat een plan een uitwerking van de noodzakelijke personele en financiële middelen. Het verbreed GRP Hulst is verder geënt op de eerder genoemde gezamenlijke blauwdruk van de SAZ+ (2020) en is opgesteld in nauw overleg met de waterbeheerder en de zuiveringsbeheerder (waterschap Scheldestromen) en in afstemming met de provincie Zeeland. Voor het bestuurlijk traject wordt een ontwerp GRP opgesteld, dat voorlopig wordt vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders. Gedurende dit traject wordt het bestuur tussentijds geïnformeerd over de voortgang en wordt zij betrokken bij belangrijke beslispunten. Het ontwerp GRP wordt formeel ter beoordeling toegezonden aan waterschap Scheldestromen en aan de provincie Zeeland. Eventuele opmerkingen van deze instanties worden verwerkt, waarna een definitief verbreed GRP wordt opgesteld. Dit definitieve verbreed GRP Hulst wordt aan de gemeenteraad aangeboden, waarna het kan worden vastgesteld.

De vaststelling wordt door het college van Burgemeester en Wethouders bekendgemaakt in één of meer dag- of nieuwsbladen die in de

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-2-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

gemeente verspreid worden. Het definitieve verbreed GRP zal daarna landelijk worden gepubliceerd.

1.4

Leeswijzer Het verbreed GRP bestaat in hoofdlijnen uit de onderstaande aspecten. Deze zijn genummerd volgens de hoofdstukken waarin zij beschreven staan. 1. Het eerste hoofdstuk betreft deze inleiding en de procedure om te komen tot het nieuwe verbreed GRP Hulst 2022-2026. 2. Het kader en de samenhang waarbinnen het verbreed GRP wordt opgesteld: de missie en visie van het verbreed GRP, welke relaties kent het verbreed GRP met andere beleidsvelden binnen de gemeente en op welk beleid van andere overheden is het verbreed GRP Hulst afgestemd? 3. Evaluatie vigerende verbreed GRP: een evaluatie van het bestaande verbreed GRP 2016-2021, waarin wordt aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan de rioleringszorg in de afgelopen periode en in hoeverre de gestelde doelen zijn gerealiseerd. 4. De visie van het verbreed GRP: een beschrijving van de visie en het ambitieniveau waar de gemeente Hulst de komende planperiode op aanstuurt en een vertaling daarvan naar doelen die binnen de planperiode van het verbreed GRP bereikt moeten worden en een overzicht van de eisen die aan de voorzieningen worden gesteld. 5. De huidige situatie van het rioolstelsel: een overzicht van de aanwezige voorzieningen en een beschrijving van het huidige functioneren van het rioolstelsel en de andere voorzieningen. 6.

Beleid Riolering: de beleidsuitgangspunten waarmee invulling wordt geven aan de gemeentelijke zorgplichten. Daarnaast een overzicht van de maatregelen die zullen worden uitgevoerd om de gestelde doelen van het verbreed GRP te realiseren en wijze waarop het rioolstelsel en de andere voorzieningen beheerd worden. 7. Beleid Grondwater: de beleidsuitgangspunten waarmee invulling wordt geven aan de gemeentelijke grondwaterzorgplicht en een overzicht van de verantwoordelijkheden op dat gebied, evenals geplande maatregelen. 8. Beleid Oppervlaktewater: een overzicht van de beleidsuitgangspunten op het gebied van oppervlaktewater. 9. De financiële paragraaf: een overzicht van de financiële en personele consequenties van het beleid dat in de strategie beschreven is en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de kostendekking.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-3-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-4-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

2

Kader en samenhang In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de relaties die het verbreed GRP heeft met andere gemeentelijke beleidsplannen en met beleidsplannen van andere overheden. Het beleid voor stedelijk (afval)water dient afgestemd te zijn op het beleid van andere disciplines en op het richtinggevende beleid van andere overheden.

2.1

Missie en visie Vanuit de algemene gemeentelijke missie volgt de missie voor het verbreed GRP: Het realiseren van een duurzame, doelmatige en toekomstgerichte invulling van de rioleringszorg, waarin de bescherming van de volksgezondheid, het streven naar het voorkomen van wateroverlast en een goede kwaliteit en kwantiteit van grond- en oppervlaktewater gewaarborgd zijn. Vanuit deze missie is een visie te formuleren, de gewenste situatie van het water- en rioleringssysteem in de toekomst. Deze visie luidt als volgt. Het hebben en houden van een duurzaam, veilig, gezond en toekomstbestendig (grond)water- en rioleringssysteem in zowel het bebouwde gebied als het buitengebied van de gemeente. Om deze visie te realiseren, worden er doelen geformuleerd. Deze doelen zijn een meetbare vertaling van de visie en kunnen worden gerealiseerd vanuit een zekere ambitie. De gestelde doelen, de concretisering daarvan en de ambitie die daarbij hoort, zijn uitgewerkt in hoofdstuk 4.

2.2

Relatie Omgevingswet De Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt de regels voor ruimtelijke projecten. Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1 juli 2022 in. Ook de gemeentelijke zorgplichten met betrekking tot afvalwater, hemelwater en grondwater worden daardoor beïnvloedt. Het is de bedoeling dat het omgevingsrecht inzichtelijker, voorspelbaarder en gemakkelijker in gebruik wordt. Daarbij staat de leefomgeving centraal. Het geheel wordt ondersteund door een actieve en flexibele overheid en een snellere en betere besluitvorming. De Omgevingswet bestaat uit 6 instrumenten die in de navolgende figuur zijn weergegeven. Een van de instrumenten is het Programma. Het Programma maakt de doelen van de omgevingsvisie concreet. Hier sluit het huidige verbreed GRP bij aan. In de loop van de planperiode moet inzichtelijk worden welke aspecten vanuit het verbreed GRP Hulst een plek krijgen in de omgevingsvisie en welke aspecten in een omgevingsprogramma.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-5-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

Figuur 2.1: instrumenten van de omgevingswet (bron: Rijksoverheid)

De belangrijkste consequenties van de Omgevingswet op de rioleringszorg is dat de wettelijke verplichting vervalt om een verbreed GRP op te stellen. De huidige gemeentelijke zorgplichten blijven ongewijzigd. Er is meer ruimte voor decentrale regelgeving en daarmee ook de noodzaak voor afstemming met andere betrokken organisaties, zoals bijvoorbeeld het waterschap en drinkwaterbedrijven. Het is belangrijk dat de kwaliteit van het beleid gewaarborgd blijft. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het belangrijk om de rolverdeling tussen de gemeente en de inwoners rondom de zorgplichten te borgen. Dat geldt ook voor de onderlinge afspraken tussen gemeente en waterschap, onder andere op het gebied van overstorten en lozingen in het buitengebied. Ook is het van belang de bekostiging van de rioleringszorg (rioolheffing) transparant te houden.

2.3

Klimaatadaptatie Uit de visie van dit verbreed GRP blijkt dat de gemeente Hulst streeft naar een duurzaam en toekomstbestendig water- en rioleringssysteem. Ofwel: een leefbare omgeving waarin de negatieve gevolgen van de verandering van het klimaat zoveel mogelijk beperkt worden. Het beperken van deze negatieve gevolgen en het vroegtijdig inspelen hierop wordt aangeduid met de term ‘klimaatadaptatie’. Klimaatadaptatie is voor de gemeente Hulst een leidend principe in de voorliggende planperiode. De gemeente streeft er naar om bij de invulling van haar gemeentelijke watertaken zoveel mogelijk klimaatadaptief te handelen. Dit betekent onder meer: • een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte en het watersysteem met zo min mogelijk afwenteling naar de directe omgeving;

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-6-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

• • •

het bij voorkeur infiltreren of oppervlakkig laten afstromen van overtollige neerslag richting laagtes, groen en/of oppervlaktewater om schade aan bebouwing en vitale infrastructuur zoveel mogelijk te voorkomen; het realiseren van voldoende groen in de bebouwde omgeving om de sponswerking en leefbaarheid daarvan te vergroten; het creëren van (tijdelijke) schaduwwerking, locaties voor verkoeling en gebruik van de juiste materialen om negatieve effecten van hitte te verminderen, waaronder opwarming van drinkwater in het ondergrondse leidingnet.

Klimaatadaptief handelen vraag niet alleen aandacht voor de aard van de maatregelen (het type maatregel), maar vraagt ook om voldoende fysieke ruimte in een gebied (boven- en ondergronds) en afstemming tussen verschillende gemeentelijke disciplines, externe organisaties en burgers en bedrijven. Regionaal is er een Klimaatadaptatiestrategie Zeeland opgesteld. Deze wordt lokaal verder uitgewerkt en wordt meegenomen bij het afwegen van maatregelen en onderzoeken.

2.4

Beleid andere overheden Door verschillende overheden is beleid geformuleerd dat zijn uitwerking heeft op de zorgplichten en het beleid van de gemeente Hulst. De belangrijkste verplichtingen die voortvloeien uit het beleid van andere overheden en uit wet- en regelgeving zijn in de tabel op de volgende pagina’s opgenomen. Op nationaal niveau vormen de Wet milieubeheer, de Waterwet, het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW+) en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie de belangrijkste kaders. Ook de beleidsuitgangspunten uit de regionale samenwerking zijn geïmplementeerd in dit verbreed GRP Hulst.

2.4.1

Waterbeheerder Waterschap Scheldestromen is de waterkwaliteit- en kwantiteitsbeheerder voor de gemeente Hulst en de zuiveringsbeheerder (regionaal niveau). Het gemeentelijke beleid is afgestemd op het beleid van het waterschap. Het waterschap heeft haar beleid vastgelegd in diverse beleidsdocumenten, waarvan het waterbeheerplan, de strategienota afvalwaterketen en de Nota Riolering de belangrijkste zijn. Het Waterbeheerplan 2016-2021 van waterschap Scheldestromen is het overkoepelende beleidsplan voor het binnendijkse oppervlaktewater. Het waterbeheerplan is tot stand gekomen in samenwerking met Rijkswaterstaat en de provincie Zeeland. Het plan is afgestemd op het door het Rijk opgestelde Stroomgebied Beheerplan Schelde en het door de provincie Zeeland opgestelde omgevingsplan Zeeland. In 2021 is gestart met de actualisatie van dit plan. In de eerste fase van de actualisatie zijn er geen thema’s die haaks staan op de inhoud van het verbreed GRP Hulst. Juist op het gebied van belangrijke thema’s als klimaatadaptatie en de Stedelijk Wateropgave versterken beide plannen elkaar.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-7-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

Tabel 2.1: verantwoordelijkheden en beleidsverplichtingen

Nr. 1.

Onderwerp Aansluiten panden

Wet en regelgeving Wet milieubeheer (art. 10.33), Besluit Lozing Afvalwater Huishoudens

Inhoud en doel Het voorkomen van ongezuiverde lozingen van afvalwater in de bodem en/of het oppervlaktewater.

Status Alle panden zijn aangesloten op (druk)riolering of op een lokale voorziening zoals een IBA. Voor alle niet aangesloten panden is ontheffing van de zorgplicht verkregen van de provincie Zeeland (2011, voor onbepaalde tijd).

2.

Zorgplicht afvalwater

Wet milieubeheer (art. 10.33)

De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting.

Gemeentelijk beleid is op hoofdlijnen vastgelegd in dit verbreed GRP. Alle nieuw te realiseren bebouwing moet worden aangesloten op de riolering of een alternatieve voorziening.

3.

Zorgplicht hemelwater

Waterwet (art. 3.5)

De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling en verwerking van het afvloeiend hemelwater vanaf percelen waar verwerking op eigen terrein redelijkerwijs niet kan worden gevergd.

Gemeentelijk beleid is op hoofdlijnen vastgelegd in dit verbreed GRP. Onder andere (doelmatig) afkoppelen en rekening houden met toenemende neerslagintensiteiten bij rioolontwerpen, maar ook betrekken particuliere eigenaren (bewoners).

4.

Zorgplicht grondwater

Waterwet (art. 3.6)

De gemeente draagt zorg voor het treffen van doelmatige maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de bestemming van gronden te voorkomen of te beperken.

Gemeentelijk beleid is op hoofdlijnen vastgelegd in dit verbreed GRP. Particulier heeft hierin ook een eigen verantwoordelijkheid. De gemeente start alleen met grondwatermetingen naar aanleiding van klachten (re-actief).

5.

Schoon en vuil Wet milieubeheer (art. water scheiden 10.29a) / ‘Regenwaterbrief’ van VROM

Er dient rekening te worden gehouden met een voorkeursvolgorde in het omgaan met afvalwater ter bescherming van het milieu.

Standaard voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd (bouwbesluit 2012) en als kans bij renovatiewerkzaamheden.

6.

Watertoets

Waterbeleid 21e eeuw / Wro 2008

Het proces van vroegtijdig informeren van de waterbeheerder en onderlinge afstemming om water een volwaardige plaats in het planproces te geven.

Wordt bij alle ruimtelijke ontwikkelingen uitgevoerd.

7.

Stedelijke wateropgave (kwantiteit)

Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW+)

De stedelijke wateropgave is gedefinieerd als 'alles dat gedaan moet worden om wateroverlast te voorkomen die ontstaat door inundatie vanuit oppervlaktewater, hoge grondwaterstanden en gebrekkige afvoer van regenwater'.

Samen met het waterschap ingevuld in het SWO traject en in maatregelen bij rioolvervanging. Daarbij wordt ook rekening gehouden met toenemende neerslagintensiteiten en gezocht naar mogelijkheden voor toekomstbestendige inrichting van de openbare ruimte.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-8-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

Nr. 8.

Onderwerp Oppervlaktewaterkwaliteit – diffuse bronnen

Wet en regelgeving Kader Richtlijn Water (KRW) / Provinciaal Omgevingsplan

Inhoud en doel Het doel is om oppervlaktewateren te beschermen en verbeteren en het duurzaam gebruik van water te bevorderen. Daarvoor moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor chemische stoffen en moet een gevarieerde planten- en dierenwereld en een natuurlijke inrichting zijn gerealiseerd (ecologische doelstellingen).

Status In het kader van het Stedelijk Waterplan Zeeuws-Vlaanderen zijn hier maatregelen geformuleerd en uitgevoerd. Verder wordt in samenwerking met het waterschap en de SAZ+ nader invulling gegeven aan het waterkwaliteitsspoor. Ook is er vanuit beheer en onderhoud aandacht voor waterpartijen die kwetsbaar zijn voor bijvoorbeeld blauwalg of dichtgroeien door gebrek aan doorspoeling.

9.

Loketfunctie

Waterwet

Het waterloket is het eerste aanspreekpunt voor de burger voor stedelijk afvalwater en grondwater.

Het waterloket ontvangt meldingen betreffende riolering en (grond)water, waarbij het vinden van een oplossing een gezamenlijke taak is van de gemeente en het waterschap en van de perceeleigenaar, afhankelijk van de aard van het probleem.

10.

Klimaatverandering

Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (2014), onderdeel van het Deltaprogramma.

Het doel van het Deltaprogramma is zorgen dat de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening duurzaam en robuust zijn, zodat ons land de grotere extremen van het klimaat veerkrachtig kan blijven opvangen.

De invulling hiervan in beleid en het formuleren van mogelijke maatregelen is vormgegeven via samenwerking op provinciaal niveau (klimaatadaptatiestrategie Zeeland) en in de afvalwaterketen (SAZ+, programmalijn 1). Ook zijn er middels de klimaatstresstest en de risicodialoog op regionaal niveau afspraken gemaakt (klimaatadaptatiestrategie Zeeuws-Vlaanderen).

11.

Samenwerking

Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW+)

In het NBW+ is afgesproken om het beheer van de waterketen te verbeteren. Door taken en ambities beter op elkaar af te stemmen, kan geld worden bespaard, kwaliteit worden verbeterd en de kwetsbaarheid worden verlaagd (3 K’s).

De invulling wordt vormgegeven via samenwerking in de afvalwaterketen (SAZ+) en eigen beleidskeuzes in dit verbreed GRP ten aanzien van kostenbesparing.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-9-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

De uitwerking van het Waterbeheerplan 2016-2021 voor wat betreft de afvalwaterketen is beschreven in de Strategienota Afvalwaterketen. Hierin is de lange termijnvisie op het gebied van de afvalwaterketen vastgelegd. Een belangrijk aspect daarin is de verdere intensivering van de samenwerking met gemeenten. De Nota Riolering (2014) bevat het beleid uit de Strategienota Afvalwaterketen in relatie tot de gemeentelijke rioleringstaak. Ten aanzien van afvalwater is de taak van het waterschap om het ingezamelde afvalwater te transporteren en te zuiveren. Het waterschap transporteert het water vanaf een met de gemeente afgesproken overnamepunt naar de afvalwaterzuivering. Het uitgangspunt is één overnamepunt per kern waar het door de gemeente ingezamelde afvalwater wordt overgenomen door het waterschap. Uitgangspunt hiervoor is de Richtlijn Overnamepunten. De Beleidsnota emissie (2012) bevat een nadere uitwerking van het in waterbeheerplan geschetste lozingenbeleid. In de Waterwet wordt de onttrekking van grondwater en de infiltratie van hemel- of grondwater geregeld. Het waterschap beheert de grondwatervoorraden in het ondiepe grondwater en de provincie in het diepe grondwater.

De Beleidsnota grondwater (2013) beschrijft hoe het waterschap invulling geeft aan haar taak in het operationele grondwaterbeheer De Beleidsnota watersystemen 2016-2021 is een nadere uitwerking van het hierboven genoemde Waterbeheerplan 2016-2021 voor het beleidsveld watersystemen. Het waterschap wil robuust toekomstbestendig watersysteem dat doelmatig en duurzaam wordt beheerd, bereiken. Belangrijke pijlers zijn: beperken van wateroverlast vanuit het watersysteem, zorgen voor gezond water in het watersysteem en optimaal gebruik van het watersysteem.

2.5

Gemeentelijk beleid Binnen de gemeentelijke organisatie is het verbreed GRP Hulst afgestemd op diverse andere beleidsplannen. De belangrijkste daarvan zijn: • Coalitieprogramma ‘de kracht van samen’ (2018) • Stedelijk Waterplan Zeeuws-Vlaanderen (2007); • Herberekening rioolgebieden (BRP’s) en SWO-studies van diverse kernen; • Waterbergingsfonds gemeente Hulst; • BOB-overeenkomst (2016) (overeenkomst Beheer en Onderhoud Bebouwd gebied, waterlopen) • diverse gemeentelijke beleidsplannen zoals het wegenbeheerplan, groenbeheerplan, duurzaamheidsvisie.

2.5.1

Afstemming De gemeente streeft naar voldoende afstemming over de doelen, maatregelen en fasering van de diverse gemeentelijke taken. Dit betreft niet alleen het afstemmen van de beleidsplannen, maar ook intern overleg tussen de betrokken afdelingen. In dit integrale

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-10-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

overleg worden wegbeheer en groenbeheer betrokken, maar ook het taakveld wonen en werken. Extern vindt overleg plaats met onder meer kabel- en leidingenbeheerders en woningcorporaties. In de eerder genoemde externe beleidskaders of interne beleidsplannen zijn diverse uitgangspunten opgenomen, die van belang zijn voor dit verbreed GRP. Een korte beschrijving is hieronder weergegeven. •

• •

•

•

Het maatregelenpakket uit het Waterplan Zeeuws-Vlaanderen is door de jaren heen nagenoeg volledig uitgevoerd. De uitgangspunten uit het plan zijn verwerkt in het voorgaande en het huidige verbreed GRP. Daarbij wordt met name ingestoken op het scheiden van schone en vuile waterstromen, afkoppelen en de trits ‘vasthoudenbergen-afvoeren’. Dit resulteert in afgeleide doelen als het voorkomen van wateroverlast, het verbeteren van de waterkwaliteit en ecologie, het leveren van een bijdrage aan een efficiëntere waterketen en structuur brengen in de grondwater-zorgplicht. Ook in de SWO-studies (Stedelijke Wateropgave, conform de werkwijze ‘toekomstbestendige waterhuishouding in de openbare ruimte’ of ‘redeneertrant’) wordt hier invulling aan gegeven. In diverse (geactualiseerde) basisrioleringsplannen en/of SWO-studies zijn maatregelen opgenomen die binnen de planperiode van dit verbreed GRP worden uitgevoerd voor zover dat mogelijk en doelmatig is. Ten aanzien van het compenseren van nieuw verhard oppervlak als gevolg van bouwactiviteiten kent de gemeente Hulst een Waterbergingsfonds gemeente Hulst. Onder specifieke restricties kan een initiatiefnemer de verplichting tot het realiseren van waterberging op eigen terrein afkopen. De verplichting gaat dan over op de gemeente die in overleg met het waterschap de waterbergingsopgave elders realiseert.

In de planperiode wordt bezien of de gehanteerde afkoopbedragen nog actueel en toereikend zijn, afhankelijk van het aantal malen dat beroep op de voorziening wordt gedaan. Invulling geven aan de grondwaterzorgplicht via het waterloket van de gemeente Hulst. Het waterloket ontvangt meldingen betreffende (grond)wateroverlast, waarbij het vinden van een oplossing een gezamenlijke taak is van de gemeente, het waterschap en de perceeleigenaar, afhankelijk van de aard van het probleem. Ook de burger heeft hierin op haar eigen grondgebied een eigen taak en verantwoordelijkheid. Voor het vervangen of renoveren van de riolering wordt waar mogelijk aangesloten bij de andere gemeentelijke (onderhouds)werkzaamheden, zoals herinrichting of herbestrating. Het beleid hiervoor is beschreven in onder meer het Wegenbeheerplan en het Groenbeheerplan. Daarnaast worden werkzaamheden afgestemd op ontwikkelingen binnen nieuwbouwlocaties en ontwikkelingen bij de kabel- en leidingenbeheerders en plannen van woningcorporaties.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-11-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

2.6

Samenwerking Samenwerking in het kader van de gemeentelijke watertaken vindt op verschillende niveaus, met uiteenlopende partners en in groter of kleiner verband plaats.

2.6.1

Provinciaal De gemeente Hulst participeert in het samenwerkingsverband ‘Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland’ (SAZ). Door het bundelen van krachten (kennis en menskracht) ontstaan kwalitatief goede beleidsuitgangspunten waar alle partners de vruchten van plukken. Zo ook de gemeente Hulst. Het doel van de SAZ is kostenbesparing, kwaliteitsverbetering en het beperken van de kwetsbaarheid van de betrokken organisaties. In de afgelopen planperiode is de SAZ versterkt met de toetreding van het waterbedrijf Evides (2015). Zo is de SAZ gegroeid naar de SAZ+. Met de toetreding van Evides beslaat de samenwerking een nog breder deel van de waterketen. Met Evides zoekt de SAZ+ met name naar afstemming van ondergrondse infrastructuur op het niveau van planning en investeringen. Een belangrijk document in de samenwerking is de koersnota van de SAZ+ (oktober 2013), waarin onder meer de missie en de visie van de SAZ+ staan verwoord. Daarnaast is er binnen de SAZ+ de ‘visie waterketen Zeeland’ opgesteld en bestuurlijk vastgesteld (2017, zie bijlage 2). De belangrijkste speerpunten hierin zijn het stimuleren van een gezamenlijke (klimaatbestendige) inrichting, het versterken van het omgevingsbewustzijn en investeren in kennisontwikkeling. De visie van de SAZ+ is verder uitgewerkt in de ‘strategie SAZ+ 2030’.

De inhoud van dit verbreed GRP Hulst is in lijn met de inhoud van de voornoemde documenten vanuit de SAZ+. De SAZ+ geeft in haar strategie aan dat de inhoud van haar werk terugkomt in drie verschillende sporen. Dit betreft: 1. inrichting buitenruimte: afstemmen voorzieningen in de (openbare) buitenruimte en strategische planvorming in kader van de Omgevingswet; 2. water in de keten: beheren voorzieningen en verwerken van waterstromen in de waterketen van productie drinkwater tot aan de zuivering en hergebruik van afvalwater; 3. water in de bebouwde kom: het verwerken van grond- en regenwater binnen de bebouwde kom in relatie tot oppervlaktewater en het water in het omliggende, landelijke gebied. Deze sporen zijn bedoeld om richting te geven aan initiatieven. Initiatieven zijn projecten die bijdragen aan het realiseren van het toekomstbeeld van de visie Waterketen Zeeland ‘betrouwbaar water voor iedereen en overal in Zeeland’. In de navolgende figuur uit de strategie van de SAZ+ is dit gevisualiseerd.

verbreed GRP Hulst eindconcept rapport

-12-

R031.P204/R006/RHOU 14 december 2021

Figuur 2.2: samenhang sporen strategie SAZ+ (bron: strategie SAZ+ 2030)

Een andere uiting van samenwerken vindt plaats in het gezamenlijk opstellen van de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland. In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat overheden ervoor gaan zorgen dat schade door hitte, wateroverlast, droogte en overstromingen zo min mogelijk toeneemt. Naar aanleiding daarvan is er in Zeeland een Klimaatadaptatiestrategie Zeeland opgesteld waarin al deze aspecten aan bod komen. Deze strategie is ook door de gemeenteraad van Hulst is vastgesteld. In 2018 en 2019 hebben alle gemeenten, waterschap en de provincie klimaatstresstesten uitgevoerd. Eind 2019 heeft de regionale risicodialoog plaatsgevonden, waar veel kwetsbaarheden met betrekking tot klimaatverandering zijn besproken. Vanuit de resultaten hiervan is gewerkt aan het opstellen en vaststellen van de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland (2020-2021). Naast de provincie-brede invulling vraagt klimaatadaptatie ook om een lokale invulling. Samen met de buurgemeenten Terneuzen en Sluis wordt gewerkt aan de klimaatadaptatiestrategie Zeeuws-Vlaanderen, die is afgestemd op de lijnen die in de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland zijn uitgezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11035870/1