CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

FUSIEPOBijlage 3ZVL FER

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot instemming fusie, statuten, toezichtkader Primair Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen31.969 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

COLLEGE VAN BESTUUR Artikel 7: Samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag 1 De leden van het College van Bestuur worden benoemd door de Raad van Toezicht voor onbepaalde tijd dan wel voor bepaalde tijd, voor een door de Raad van Toezicht te bepalen termijn. De leden van het College van Bestuur wordt door de Raad van Toezicht in functie benoemd. 2 Het College van Bestuur bestaat uit ten hoogste twee leden. De Raad van Toezicht stelt het aantal leden vast. 3 De leden van het College van Bestuur dienen de grondslag en het doel van de stichting te onderschrijven, de belangen van de stichting te behartigen en loyaal mee te werken aan het bewerkstelligen van de doelstellingen van de stichting. Zij verklaren dit schriftelijk bij hun benoeming. 4 De Raad van Toezicht stelt de arbeidsvoorwaarden en/of beloning van de leden van het College van Bestuur vast en fungeert als werkgever van de leden van het College van Bestuur. 5 Een lid van het College van Bestuur kan niet tevens lid zijn van de Raad van Toezicht. 6 Een lid van het College van Bestuur kan te allen tijde door de Raad van Toezicht worden geschorst en ontslagen. Ter zake van schorsing, handhaving of opheffing van de schorsing of ontslag, besluit de Raad van Toezicht met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.

Het betrokken lid van het College van Bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 7 Bij het ontstaan van een vacature in het College van Bestuur, zal de Raad van Toezicht daarin zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig College van Bestuur behoudt zijn bevoegdheden. 8 Bij ontstentenis of belet van een of meer leden van het College van Bestuur, niet zijnde alle leden of het enig (overgebleven) lid, nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid het gehele College van Bestuur waar.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

65 107

9

Bij ontstentenis of belet van alle leden van het College van Bestuur of van het enig (overgebleven) lid, regelt de Raad van Toezicht de waarneming van de taken van het College van Bestuur. Leden van het College van Bestuur mogen niet middellijk of onmiddellijk deelnemen aan leveringen of aannemingen ten behoeve van de stichting.

Artikel 8: Taak en bevoegdheid 1 Het College van Bestuur is belast met het besturen van de stichting en de door de stichting in stand gehouden onderwijsvoorzieningen. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van het College van Bestuur zich naar het belang van de stichting, de scholen van de stichting en de organisatie. 2 Aan het College van Bestuur komen alle bevoegdheden ten aanzien van de stichting en de scholen toe, met uitzondering van de bevoegdheden die op grond van wetgeving en/of deze statuten expliciet aan de Raad van Toezicht zijn toegekend. 3 Het College van Bestuur is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt, zulks met in achtneming van lid 4 aanhef en sub h van dit artikel.

4 Het College van Bestuur heeft voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a het vaststellen van het strategisch meerjarenbeleid/-plan voor de stichting en scholen; b het vaststellen van de begroting en het jaarverslag conform de geldende wet- en regelgeving; c het wijzigen van de statuten; d het vaststellen van een code voor goed bestuur en het bestuursreglement; e het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere onderwijsgerelateerde instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake; f de beëindiging van de dienstbetrekking van meer dan 5% van de werknemers in reguliere dienst, tegelijkertijd of binnen een tijdbestek van een half jaar; g een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling; h het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt; i de wijziging van de grondslag, opheffing, stichting, overname, samenvoeging, overdracht of afsplitsing van een of meer van de scholen; j (juridische) fusie, (af-)splitsing of ontbinding van de stichting; k alle andere bij wet- of

regelgeving en/of voor de stichting geldende code voor goed bestuur voorgeschreven besluiten die de goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeven. 5 Het College van Bestuur is verantwoording verschuldigd aan de Raad van Toezicht over de uitvoering van haar taken, de uitoefening van haar bevoegdheden en de resultaten van de organisatie. 6 Het College van Bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke informatie, een en ander conform het bepaalde in artikel 13 van deze statuten. 7 Het College van Bestuur neemt besluiten op basis van meerderheid van stemmen. Indien het College van Bestuur uit meerdere personen bestaat, wordt in het bestuursreglement een regeling omtrent de te houden vergaderingen opgenomen alsmede een regeling die voorziet in de situatie dat de stemmen in het College van Bestuur staken. Indien het College van Bestuur uit één persoon bestaat, kunnen besluiten ook rechtsgeldig buiten vergadering worden genomen. Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

66 107

8

9

Alle belangrijke besluiten worden schriftelijk vastgelegd en per kwartaal toegezonden aan de Raad van Toezicht. Een lid van het College van Bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in de tweede volzin van lid 1 van dit artikel. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht. Het College van Bestuur stelt een bestuursreglement vast dat met inachtneming van het in deze statuten bepaalde in elk geval omvat: a een nadere omschrijving van de taken en bevoegdheden en de werkwijze van het College van Bestuur; b indien het College van Bestuur uit meerdere personen bestaat, een regeling omtrent de te houden vergaderingen; c een nadere omschrijving van de rapportages aan de Raad van Toezicht als bedoeld in artikel 13, lid 2, sub c van deze statuten. De vergaderingen van het College van Bestuur zijn openbaar tenzij het College van Bestuur anders beslist op haar moverende gronden.

Artikel 9. College van Bestuur: defungeren Een bestuurder defungeert: a door zijn overlijden; b door onder curatele stellen of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld; c door zijn aftreden op eigen verzoek; d door ontslag hem verleend door de Raad van Toezicht; e door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek; f door zijn toetreding tot de Raad van Toezicht; g door het einde van zijn dienstverband met de stichting; h door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf; i wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surséance van betaling verkrijgt j wanneer een van de onverenigbaarheden als opgenomen in artikel 6 leden 4 en/of 5 van deze statuten ontstaat. RAAD VAN TOEZICHT Artikel 10: Samenstelling 1 De stichting kent een Raad van Toezicht die bestaat uit ten minste vijf en maximaal zeven personen. Het aantal leden van de Raad van Toezicht wordt - met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde - door de Raad van Toezicht vastgesteld met algemene stemmen, in een vergadering waarin alle leden aanwezig of, door middel van een ondertekende schriftelijke volmacht, vertegenwoordigd zijn. 2 De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de Raad van Toezicht.

3 Bij de benoeming van de leden van de Raad van Toezicht wordt de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor een lid. 4 Het reglement van de Raad van Toezicht regelt de benoemingsprocedure. 5 Voorwaarde voor benoeming in de Raad van Toezicht is het onderschrijven van grondslag en doelstelling van de stichting, zoals omschreven in de artikelen 2 en 3 van deze statuten.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

67 107

6

Naast het bepaalde in artikel 6 lid 4 van deze statuten, zijn tot lid van de Raad van Toezicht niet benoembaar: a een lid van het College van Bestuur van de stichting; b personen die (on)middellijk betrokken zijn bij de levering van goederen of diensten aan de stichting, tenzij de overige leden van de Raad van Toezicht hier unaniem hun toestemming aan geven en het betreffende lid geen deel neemt aan de desbetreffende besluitvorming. 7 Leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar en treden periodiek af volgens een door de Raad van Toezicht op te stellen rooster van aftreden. Aftredende leden kunnen terstond worden herbenoemd, ten hoogste éénmaal en voor een termijn van maximaal vier jaren. De maximale totale zittingsduur van een lid van de Raad van Toezicht is acht jaar. 8 Ingeval van een of meer vacatures in de Raad van Toezicht vormen de overblijvende leden een wettig samengestelde Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht voorziet zo spoedig mogelijk in de vacatures met inachtneming van het in artikel 10 lid 1 gestelde. 9 De Raad van Toezicht kan, onder opgave van redenen en met een twee/derde meerderheid van de stemmen besluiten een lid van de Raad van Toezicht te schorsen of te ontslaan, evenwel niet dan nadat aan het betrokken lid de gelegenheid is geboden om zich in de vergadering te verantwoorden en te doen verdedigen.

Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Het betrokken lid van de Raad van Toezicht heeft in de desbetreffende vergadering geen stemrecht. 10 De Raad van Toezicht kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 11 Aan de leden van de Raad van Toezicht kan een vergoeding worden toegekend. Artikel 11: Taak en bevoegdheden 1 De Raad van Toezicht functioneert onafhankelijk van het College van Bestuur. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de Raad van Toezicht zich naar het belang van de stichting, de scholen van de stichting en de organisatie. 2 De Raad van Toezicht houdt deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht op het beleid van het College van Bestuur, de algemene gang van zaken in de stichting, de scholen en de organisatie, alsmede de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het College van Bestuur, in het bijzonder op: a de verwezenlijking van grondslag en doelstelling van de stichting; b het naleven van de wet- en regelgeving; c het naleven van de voor de stichting vastgestelde code voor goed bestuur; d de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen; e het functioneren van het College van Bestuur; f het belang van het onderwijs; g en andere aangelegenheden voor zover bij wet- of regelgeving voorgeschreven.

3 De Raad van Toezicht oefent tevens die taken en bevoegdheden uit die in deze statuten aan de Raad van Toezicht zijn opgedragen of toegekend. 4 De Raad van Toezicht fungeert als werkgever van de leden van het College van Bestuur die op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst zijn en komt in die hoedanigheid alle arbeidsrechtelijke bevoegdheden en verplichtingen toe waaronder de vaststelling van de beloning. De Raad van Toezicht kan leden van het College van Bestuur met inachtneming van de geldende CAO voor bestuurders in elk geval schorsen of ontslaan, indien: a er sprake is van wanbeheer of een andere vorm van onbehoorlijk bestuur; b er ernstige aanwijzingen zijn dat een lid van het College van Bestuur niet geschikt is voor zijn/haar taak;

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

68 107

c

er sprake is van aantoonbaar verwijtbaar handelen of nalaten in strijd met de wet of deze statuten; d niet of niet behoorlijk wordt voldaan aan de verplichtingen inzake rapportage en het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in artikel 13; e er sprake is van maatschappelijk onbetamelijk gedrag van dien aard dat bij het aanblijven van de betrokken persoon het imago van de stichting ernstig wordt geschaad. 5 De Raad van Toezicht benoemt conform wettelijke voorschriften een accountant die de jaarstukken controleert en hiervan aan de Raad van Toezicht verslag doet. 6 De Raad van Toezicht stelt met inachtneming van het bepaalde in deze statuten een reglement voor de Raad van Toezicht vast. 7 De Raad van Toezicht staat het College van Bestuur met raad terzijde. 8 Bij ontstentenis of belet van een of meer leden van de Raad van Toezicht, niet zijnde alle leden of het enig (overgebleven) lid, neemt het overblijvende deel van de Raad van Toezicht waar. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht wordt aan de stakeholders van de stichting verzocht op de kortst mogelijke termijn een of meer waarnemers voor te dragen. In het reglement als bedoeld in lid 6 van dit artikel wordt de desbetreffende procedure nader omschreven. 9 De Raad van Toezicht pleegt ten minste tweemaal per jaar overleg met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.

10 De Raad van Toezicht legt jaarlijks verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden in het jaarverslag. Artikel 12: Vergaderingen en besluiten 1 De Raad van Toezicht vergadert ten minste drie maal per jaar en voorts zo dikwijls als een lid van de Raad van Toezicht of een lid van het College van Bestuur het nodig acht. Een en ander wordt nader vastgelegd en uitgewerkt in het reglement van de Raad van Toezicht. 2 Behoudens in die gevallen, waar de statuten uitdrukkelijk anders bepalen, neemt de Raad van Toezicht haar besluiten met meerderheid van stemmen in een vergadering, waar tenminste de helft plus één van haar leden aanwezig is. 3 Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting, de scholen van de stichting en de organisatie. Wanneer de Raad van Toezicht hierdoor geen besluit kan nemen, wordt dit met medeneming van de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen, schriftelijk vastgelegd. Artikel 13: Informatieverschaffing Raad van Toezicht 1 Het College van Bestuur is verantwoording verschuldigd aan de Raad van Toezicht over het door het College gevoerde rechtmatig bestuur en beheer, de uitvoering van haar taken en de resultaten van de organisatie.

2 Het College van Bestuur verschaft de Raad van Toezicht (gevraagd en ongevraagd) tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens. De informatieverstrekking omvat in ieder geval: a de begroting en het financieel jaarverslag als bedoeld in artikel 16 leden 3 en 4 van deze statuten alsmede de accountantsverklaring (jaarlijks); b tussentijdse rapportages op hoofdlijnen van beleid, zulks minimaal twee keer per kalenderjaar; c ten minste een keer per jaar schriftelijk, de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de kwaliteit van het onderwijs, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen; d ontwikkelingen van strategisch niveau en belang voor de organisatie; Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

69 107

3

e juridische procedures. Het College van Bestuur verstrekt voorts alle overige door de Raad van Toezicht opgevraagde informatie.

Artikel 14: Defungeren Een lid van de Raad van Toezicht defungeert: a door zijn overlijden; b door onder curatele stellen of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld; c door zijn aftreden op eigen verzoek; d door zijn toetreding tot het College van Bestuur; e door het aangaan van een dienstverband met de stichting; f door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf; g door ontslag hem verleend door de overige leden van de Raad van Toezicht; h wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surseance van betaling verkrijgt; i door zijn aftreden op grond van het rooster van aftreden; j wanneer een van de onverenigbaarheden als opgenomen in artikel 6 leden 4 en/of 5 van deze statuten ontstaat. VERTEGENWOORDIGING Artikel 15 1 De leden van het College van Bestuur vertegenwoordigen gezamenlijk dan wel ieder afzonderlijk de stichting in en buiten rechte.

2 Indien de stichting een tegenstrijdig belang heeft met het College van Bestuur, zulks ter beoordeling van de Raad van Toezicht, wordt de stichting vertegenwoordigd door de Raad van Toezicht, onverminderd de bevoegdheid van de Raad van Toezicht om één of meer personen, al dan niet uit zijn midden, aan te wijzen om de stichting te vertegenwoordigen. 3 Het College van Bestuur kan volmacht verlenen om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. FINANCIEEL BELEID EN GELDMIDDELEN Artikel 16 1 De geldmiddelen der stichting bestaan uit: a het stichtingskapitaal. b subsidies uit de openbare kassen. c school- of cursusgelden. d rechtmatig verkregen bijdragen en schenkingen. e erfstellingen, die alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving mogen worden aanvaard, en legaten. f ouderbijdragen. g andere op wettige wijze verkregen baten. 2 Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. 3 De goedgekeurde begroting, tijdig tot stand gekomen op basis van de geldende planning en controlcyclus en na overleg met de raden van de gemeente waar openbaar onderwijs wordt gegeven, is maatstaf voor het doen van uitgaven. Het College van Bestuur heeft in geval van belangrijke overschrijdingen, een meldingsplicht aan de Raad van Toezicht.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

70 107

4

5

6

Binnen zes maanden na afloop van het boekjaar stelt het College van Bestuur het jaarverslag vast, conform artikel 8 lid 4 sub b van deze statuten. De financiële jaarstukken over het afgelopen jaar moeten zijn opgemaakt aan de hand van de voor dat jaar goedgekeurde begroting. De vaststelling kan slechts plaatsvinden na overleg met de raden van de gemeente waar openbaar onderwijs wordt gegeven en indien bij de jaarstukken een rapport van een accountant is gevoegd. De accountant is benoemd conform artikel 11 lid 5 van deze statuten. De Raad van Toezicht zal in een apart besluit de leden van het College van Bestuur decharge verlenen voor het door hen gevoerde beleid, nadat de jaarrekening is goedgekeurd door de Raad van Toezicht. Het College van Bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers te bewaren conform wettelijke voorschriften.

VERANTWOORDING Artikel 17 1 Het College van Bestuur draagt zorg voor een jaarlijkse verantwoording aan de belanghebbenden bij de betrokken scholen. 2 Het College van Bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraden van de gemeenten waarin de openbare scholen zijn gelegen, verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. 3 De wijze waarop de gemeenteraad van de gemeente waarin een openbare school is gevestigd, toezicht op het bestuur van die school uitoefent, kan in overleg tussen het College van Bestuur en de desbetreffende gemeente nader worden vorm gegeven in het verlengde van hetgeen deze statuten daaromtrent reeds bepalen. STATUTENWIJZIGING Artikel 18 1 Het College van Bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen na voorafgaande schriftelijke goedkeuring door de Raad van Toezicht. 2 Een besluit tot statutenwijziging van de stichting dient door de Raad van Toezicht te worden goedgekeurd met een meerderheid van tenminste twee/derde deel der uitgebrachte geldige stemmen in een speciaal tot dit doel bijeengeroepen vergadering waarin tenminste twee/derde der leden van de Raad van Toezicht aanwezig is.

Wordt in de bijeengeroepen vergadering het vereiste quorum niet behaald dan kan in een binnen een maand doch tenminste een week later tot hetzelfde doel te houden vergadering een besluit tot wijziging der statuten met de normale meerderheid van de dan aanwezige leden van de Raad van Toezicht worden genomen. 3 Een voorstel tot statutenwijziging van de stichting moet tenminste drie weken voor de beslissende vergadering schriftelijk ter kennis worden gebracht van alle leden van de Raad van Toezicht. 4 Een besluit tot wijziging van de statuten kan slechts worden genomen, indien aan het in artikel 10 lid 1 genoemde vereiste omtrent het aantal leden van de Raad van Toezicht dat tenminste zitting dient te hebben, wordt voldaan. 5 De statuten kunnen slechts worden gewijzigd na goedkeuring van de gemeenteraden van de gemeenten waarin de openbare scholen zijn gelegen. Goedkeuring kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het College van Bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. 6 Het College van Bestuur draagt zorg voor de uitvoering van het besluit. De statutenwijziging komt tot stand door middel van een daartoe op te maken notariële akte. Een authentiek afschrift van de akte van wijziging en een doorlopende tekst van de gewijzigde statuten moeten worden neergelegd bij het Handelsregister.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

71 107

ONTBINDING VAN DE STICHTING, FUSIE, SPLITSING Artikel 19 1 Het College van Bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Een besluit tot ontbinding van de stichting dient door de Raad van Toezicht te worden goedgekeurd met een meerderheid van tenminste twee/derde deel der uitgebrachte geldige stemmen in een speciaal tot dit doel bijeengeroepen vergadering waarin tenminste twee/derde der leden van de Raad van Toezicht aanwezig is. Wordt in de bijeengeroepen vergadering het vereiste quorum niet behaald dan kan in een binnen een maand doch tenminste een week later tot hetzelfde doel te houden vergadering een besluit tot ontbinding met de normale meerderheid van de dan aanwezige leden van de Raad van Toezicht worden genomen. Een besluit tot ontbinding van de stichting kan slechts worden genomen na goedkeuring van de gemeenteraden van de gemeenten, waarin de openbare scholen zijn gelegen. 2 Een na ontbinding overblijvend batig saldo wordt bestemd voor een doel, zoveel mogelijk overeenkomende met dat van de stichting, aan te wijzen door de Raad van Toezicht. Als de stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij op te bestaan. In dat geval doet het College van Bestuur daarvan opgave aan het Handelsregister.

3 De boeken en bescheiden van de ontbonden stichting blijven gedurende zeven jaar nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder bewaring van de door het College van Bestuur bij het besluit tot ontbinding aangewezen persoon. 4 De stichting wordt bovendien ontbonden: a door insolventie nadat de stichting in staat van faillissement is verklaard of door opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel. b door een daartoe strekkende rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen. 5 Voor een besluit tot fusie of splitsing van de stichting gelden dezelfde regels van besluitvorming en goedkeuring als voorgeschreven voor een statutenwijziging, onverminderd de eisen van de wet. VEREFFENING Artikel 20 1 De vereffening van het vermogen van de ontbonden stichting en de afwikkeling van haar zaken geschiedt door het College van Bestuur. 2 De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan indien en voor zover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de regels, taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht. In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden ‘in liquidatie’.

3 De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. 4 De stichting houdt in geval van vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het Handelsregister. SLOTBEPALINGEN Artikel 21 1 Indien binnen de stichting verschil van mening bestaat over de uitleg van enige bepaling van deze statuten beslist het College van Bestuur. 2 In de gevallen waarin noch door de statuten noch door het bestuursreglement wordt voorzien, beslist het College van Bestuur. 3 In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2, beslist in aangelegenheden die tot de taken, bevoegdheden en interne aangelegenheden van de Raad van Toezicht behoren, de Raad van Toezicht in plaats van het College van Bestuur. Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

72 107

OVERGANSBEPALING Artikel 22 In afwijking van artikel 10 leden 1 en 2 van deze statuten bestaat de Raad van Toezicht per 1 augustus 2021 uit de volgende bij deze notariële akte benoemde leden:

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

73 107

Opzet managementstatuut Artikel 1.

Begripsbepaling

In dit managementstatuut wordt verstaan onder: a College van bestuur: het bevoegd gezag van de stichting. b Raad van toezicht: het toezichthoudend orgaan binnen de stichting c MR: het schoolgebonden medezeggenschapsorgaan als bedoeld in de Wet Medezeggenschap Scholen (WMS) d Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR): bovenschools medezeggenschapsorgaan als bedoeld in de WMS e DGO: het decentraal georganiseerd overleg tussen het bestuur en de vakcentrales in het primair onderwijs f Directeur: de functionaris die belast is met de leiding van één of meerdere scholen van de stichting als bedoeld in artikel 29 lid 1 van de WPO; g Directieoverleg (DO): adviserend overleg door de directeuren van de scholen binnen de stichting. h Clusteroverleg (CO): overleg van directeuren binnen de clusters met het CvB en naar gelang het onderwerp met een teamleider/hoofd Artikel 2. 1

2

Het managementstatuut is mede een mandaatregister en bevat bepalingen over: a de omvang en de aard van de mandatering van taken en bevoegdheden van het college van bestuur aan de directeur; b richtlijnen voor de wijze waarop deze gemandateerde en doorgemandateerde taken en bevoegdheden dienen te worden uitgevoerd. Het managementstatuut geldt tot 1 augustus 2022 en wordt jaarlijks na evaluatie verlengd met een periode van een jaar.

Artikel 3. 1 2 3

4

Status en werkingsduur

Vaststelling en wijziging managementstatuut

Het College van bestuur stelt het managementstatuut op en neemt na overleg en advies van het DO een voorgenomen besluit om het managementstatuut te wijzigen en vast te stellen. Het College van bestuur geeft de GMR de gelegenheid advies te geven op het voorstel tot wijziging en vaststelling van het managementstatuut. Het College van bestuur deelt het DO en de GMR zo spoedig mogelijk schriftelijk dan wel digitaal en met redenen omkleed mee of aan het uitgebrachte advies gevolg gegeven wordt en stelt de geledingen (indien gewenst) in de gelegenheid hierover in gesprek te treden. Het College van bestuur neemt een definitief besluit tot wijziging en vaststelling en informeert hierover de raad van toezicht, de directies en de GMR.

Artikel 4.

Mandaat en submandaat

1

Het College van bestuur verleent mandaat aan iedere directeur ten aanzien van de taken en bevoegdheden zoals deze in artikel 6 van dit statuut zijn vermeld, voor zover deze de scho(o)l(en) van de directeur betreffen.

2

De directeur is bevoegd om de genoemde taken in artikel 6, na goedkeuring door het College van bestuur in submandaat te geven aan anderen binnen de school of scholencombinatie.

3

De directeur houdt een lijst van submandaten bij. Daarin staat in ieder geval wie submandaat heeft gekregen

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

74 107

Artikel 5.

Schorsing en vernietiging van besluiten

1

Het College van bestuur kan besluiten en/of maatregelen van de directeur bij gemotiveerd besluit geheel of gedeeltelijk vernietigen.

2

Het College van bestuur kan besluiten om een besluit of maatregel van de directeur te schorsen, indien het besluit of maatregel naar zijn oordeel voor vernietiging in aanmerking komt.

3

Bovenstaande rechten komen ook de directeur toe daar waar submandaat, als bedoeld in artikel 4 lid 2 gegeven is.

Artikel 6. 1 2

3 4

5

Taken en bevoegdheden college van bestuur

Het College van bestuur oefent het bevoegd gezag uit over de scholen van de stichting. Het College van bestuur is belast met het besturen van de stichting en stuurt via de teamleiders/hoofden het bureau onderwijs en bedrijfsvoering aan. Bij de vervulling van zijn taak richt het College van bestuur zich naar het belang van de stichting. Het College van bestuur heeft voor enkele besluiten voorafgaande goedkeuring nodig van de Raad van toezicht zoals vastgelegd in de statuten. Het ontbreken van de gevraagde goedkeuring door de Raad van toezicht voor het genoemde in dit artikel heeft geen opschortende werking met betrekking tot door het College van bestuur te nemen besluiten. Tot de taken en bevoegdheden van het College van bestuur behoren in ieder geval: a Het formuleren van concrete doelstellingen voor de stichting en de scholen, rekening houdend met de belangen van de scholen en de eisen die de samenleving aan het onderwijs stelt.

b het ontwerpen en na zorgvuldig overleg met het directeurenoverleg vaststellen van jaarlijkse en meerjaarlijkse plannen op het gebied van onderwijs, personeel, financiën en huisvesting voor zover die plannen betrekking hebben op alle scholen van het bevoegd gezag; c het op basis van de werving en selectieprocedure benoemen van alle personeelsleden die werkzaam zijn op een school; d het na overleg met de directeur treffen van een disciplinaire of orde maatregel ten aanzien van personeelsleden die werkzaam zijn op een school; e het besluiten over het verwijderen en/of het niet toelaten van leerlingen; f het nemen van alle, niet onder lid 5a en 5b genoemde, rechtspositionele besluiten met betrekking tot het personeel dat een dienstverband heeft met de stichting; g het behartigen van de bovenschoolse belangen van de scholen bij derden; h het vertegenwoordigen van de stichting in en buiten rechte en het onderhouden van de externe contacten die daaruit voortvloeien; i het voeren van overleg met centrale en lokale overheden, de inspectie voor onderwijs, overige schoolbesturen en met de vakcentrales in het DGO en de GMR; j het voeren van functionerings- en beoordelingsgesprekken met de directeur en de teamleiders/hoofden en het zo nodig informeren van de Raad van toezicht omtrent de aan een beoordeling te verbinden rechtspositionele gevolgen k het doen van uitgaven en het aangaan van

financiële verplichtingen ten laste van de stichting tot het totaal van de vastgestelde begroting. Voor het aangaan van verplichtingen buiten de vastgestelde begroting die een bedrag van € 100.000 te boven gaan is voorafgaande instemming van de raad van toezicht noodzakelijk. l Het College van bestuur is verantwoordelijk voor de vaststelling van het door de directeur ontworpen schoolplan en schoolgids. m Goedkeuring wordt verleend indien het betreffende document naar het oordeel van het College van bestuur voldoet aan de bestuurlijke beleidskaders, waaronder de plannen op bestuursniveau (bv strategisch beleidsplan), en de wettelijke voorschriften;

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

75 107

n

o p q

Artikel 7.

Het College van bestuur stelt, met het oog op een zorgvuldige toetsing, na overleg met de cluster regels vast voor de procedure die moet worden gevolgd ter verkrijging van een tijdige goedkeuring; De benoeming van de teamleiders/hoofden vindt plaats door het College van bestuur. Bij een en ander wordt het advies van het bureau onderwijs en bedrijfsvoering betrokken; Het College van bestuur kan teamleiders/hoofden in overleg belasten met andere taken en bevoegdheden anders dan genoemd in artikel 8. Het College van bestuur kan teamleiders/hoofden met betrekking tot de aan hem gemandateerde taken en bevoegdheden nadere aanwijzingen geven.

taken en bevoegdheden schooldirecteuren

Algemene taken 1 De directeur is belast met en verantwoordelijk voor: a

beleid ten aanzien van personeel, onderwijs, huisvesting, financiën, public relations en beheer en organisatie van de school of scholencombinatie binnen de door het College van bestuur vastgestelde kaders;

b

de evaluatie van de organisatie van de school of scholencombinatie;

c

het leidinggeven aan het personeel;

d

het uitvoeren van het bovenschools vastgestelde arbobeleid;

e

het vertegenwoordigen van de school en het behartigen van diens belangen bij publiek- en privaatrechtelijke instellingen, waaronder begrepen het houden van toezicht op de naleving van overeenkomsten, die door de school of de stichting met deze instellingen gesloten zijn;

f

het vertegenwoordigen van het College van bestuur in vergaderingen van de MR;

g

het voorbereiden en leiden van teamvergaderingen;

h

het onderhouden van de contacten met ouders/verzorgers van leerlingen;

i

het coördineren en leiden van bijzondere projecten voor de eigen school;

j

het leveren van informatie voor leerlingenprognoses;

k

het zorg dragen voor goede interne en externe communicatie;

l

de dagelijkse gang van zaken op school.

Kwaliteit van het onderwijs 2

De directeur bevordert de onderwijskundige coördinatie, afstemming en samenwerking binnen de school en onderhoudt contacten met het toeleverende onderwijs en vervolgonderwijs.

3

De directeur stimuleert kwalitatieve en kwantitatieve verbetering en vernieuwing van het onderwijsaanbod.

4

De directeur draagt zorg voor regelmatige evaluatie van het onderwijs zowel binnen de school als met het college van bestuur.

5

De directeur draagt zorg voor de bevordering van de deskundigheid van het personeel.

Plannen, evaluatie en rapportage 6 In overleg met het team maakt de directeur een schoolplan en een schoolgids die voldoen aan de wettelijke eisen waarbij geldt: a plannen, evaluaties en rapportages zijn gericht op het verbeteren en vernieuwen van het onderwijs; b

het schoolplan wordt één keer per vier jaar opgesteld, de schoolgids wordt jaarlijks opgesteld;

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

76 107

7 8 9

c

het schoolplan en de schoolgids worden tijdig ter goedkeuring voorgelegd aan het College van bestuur;

d

volgens de kwaliteitscyclus worden jaarplannen en begrotingen opgesteld, uitgevoerd en geëvalueerd

e

de schoolgids en het schoolplan vermelden hoe binnen de school gestalte wordt gegeven aan het onderwijs en de organisatie, met de verdeling van taken en bevoegdheden;

f

voorafgaande aan de jaarlijkse vaststelling van de begroting stelt de schooldirecteur een concept schoolbegroting op.

De schooldirecteur is bevoegd uitgaven te doen zoals vastgesteld in de goedgekeurde meerjarenbegroting. Enkelvoudige verplichtingen worden uitgevoerd conform de vastgestelde AO/IC. De bestuurder voert jaarlijks met de directeur directiegesprekken over de doelstellingen van de school of scholencombinatie en de resultaten daarvan.

10 De directeur rapporteert en legt verantwoording af over de algemene gang van zaken in de school, de plannen, uitvoering en resultaten aan de bestuurder. Profilering 11 De directeur is belast met taken die de identiteit van de school herkenbaar maken en het profiel gestalte geven. 12 De directeur draagt er zorg voor dat in het PR-beleid van de school het profiel van de school, gestalte krijgt. 13 De directeur is belast met het opstellen, organiseren en leiden van de PR- activiteiten van de school of scholencombinatie. 14 De directeur is belast met de uitvoering van het PR- beleid en stimuleert activiteiten in de school gericht op de versterking van de positie van de school in de regio. Leerlingenbeleid 15 De directeur is verantwoordelijk voor: a de besluitvorming over toelating en schorsing van leerlingen, niet zijnde een besluit tot verwijdering of niet toelating; b

de opvang en eventuele doorverwijzing van individuele leerlingen binnen de door de school, en/of het samenwerkingsverband, en/of het expertisecentrum afgesproken;

c

het vaststellen en uitvoeren van een leerlingvolgsysteem;

d

De uitvoering van het verzuimbeleid.

Personeelsbeleid 16 De directeur is binnen de kaders, zoals geformuleerd in het integraal personeelsbeleidsplan, verantwoordelijk voor de algemene zorg voor het personeel van de school of scholencombinatie. 17 De directeur is belast met het voeren van functioneringsgesprekken en met het voeren van beoordelingsgesprekken conform de vastgestelde gesprekkencyclus. Huisvesting 18 De directeur is binnen de door het college van bestuur vastgestelde kaders verantwoordelijk voor: a

het uitvoeren van het beleid met betrekking tot het klachtenonderhoud;

b

uitvoeren van het schoonmaakbeleid van de school;

c

beheer van de inventaris, aanleveren van informatie voor onderhoud en regie in uitvoering van groot onderhoud.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

77 107

Artikel 8. 1

2

3

Taken en bevoegdheden teamleiders/hoofden

De teamleiders/hoofden adviseren het College van bestuur over de ontwikkeling van de organisatiestrategie en zijn, onder eindverantwoordelijkheid van het College van bestuur, belast met de dagelijkse leiding van het bureau onderwijs en bedrijfsvoering. De teamleiders/hoofden zijn belast met en gemachtigd tot het uitoefenen van de navolgende gemandateerde taken en bevoegdheden ten aanzien van het eigen aandachtsgebied: a

het zorg dragen voor de kwaliteit van de dienstverlening en/of bedrijfsvoering op bovenschools niveau, onder andere door voorbereiding en ontwikkeling van een meerjarenbeleid (binnen de kaders en ter uitwerking van op stichtingsniveau door het College van bestuur vast te stellen strategisch beleid);

b

het voeren van het normale dagelijks beheer over het eigen aandachtsgebied, waaronder het inhoudelijk coördineren van dienstverlening en processen, het nemen van organisatorische maatregelen en het onderhouden van contacten met betrokken partijen en overige externe contacten;

c

het geven van leiding aan stafmedewerkers alsmede uitvoering van personeelsbeleid ten aanzien van deze personeelsleden;

d

het voordragen voor benoeming, schorsing, berisping en ontslag van medewerkers van het bureau onderwijs en bedrijfsvoering aan het College van bestuur (binnen de vastgestelde kaders);

e

het adviseren van het College van bestuur en directeuren over ontwikkeling, inrichting en uitvoering van processen ter bevordering van de kwaliteit van onderwijs, bedrijfsvoering en dienstverlening;

f

het invulling en inhoud geven aan beleidsvrije ruimte binnen de bestuurskaders en de begrotingskaders.

De teamleiders/hoofden kunnen aan de onder hen ressorterende personeelsleden, onder verantwoordelijkheid van de betreffende teamleider/hoofd, belasten met taken en bevoegdheden als hierboven genoemd.

Artikel 9. 1

2

De directeur legt verantwoording af aan het College van bestuur over het verloop en de resultaten van het gevoerde beleid van de school/scholen. Deze rapportages (zowel schriftelijk als mondeling) bevatten in ieder geval: a informatie over de uitvoering van het strategisch beleidsplan en het schoolplan en specifiek over hoe invulling wordt gegeven aan identiteit van de school; b informatie over de algemene gang van zaken binnen de school; c een overzicht van inkomsten en uitgaven en de stand van zaken met betrekking tot de begrotingsbewaking; d specifieke aandachtsgebieden vanuit het College van bestuur of de directie. Het College van bestuur legt hiertoe schoolbezoeken af en verzorgt op zijn beurt de verslaglegging richting de raad van toezicht overeenkomstig de vastgestelde richtlijnen binnen het toezichtkader.

Artikel 10. 1 2 3

Rapportage en verantwoording

Directeurenoverleg

Het College van bestuur en de directeuren van de scholen vormen samen het directieoverleg (DO). De voorzitter van het College van bestuur zit het directieoverleg voor. De directeuren hebben het recht om gevraagd en ongevraagd advies te geven aan het College van bestuur. In het directieoverleg vindt overleg plaats over: a het strategisch beleid en de besluitvorming op stichtingsniveau.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

78 107

b

4

het initiëren, bewaken en stimuleren van de samenwerking tussen de scholen en het benutten van talenten, kwaliteiten en competenties. c voorstellen vanuit het bureau onderwijs en bedrijfsvoering. d de ontwikkeling van de lerende organisatie Het directieoverleg vindt minimaal twee keer per jaar plaats. Alle bevindingen, adviezen en besluiten worden schriftelijk vastgelegd. De agenda wordt opgesteld door de voorzitter van het College van bestuur. De directeuren kunnen hiertoe agendapunten inbrengen.

Artikel 11. 1 2 3 4

5

De directeuren van scholen binnen een cluster nemen deel aan het clusteroverleg Het clusteroverleg wordt voorgezeten door een directeur in de rol van de voorzitter van het cluster. Een van de bestuurders neemt deel aan het clusteroverleg. In het beleidsvormend overleg vindt overleg plaats over: a de voortgang van de uitvoering van het strategisch beleid in de clusters. b ontwikkelingen die van invloed zijn op de meerjarenbegroting, het meerjaren bestuursformatieplan en het personeelsbeleid. c het coördineren van het beleid betreffende de dagelijkse gang van zaken binnen de scholen. d de voortgang en ontwikkeling van de leernetwerken in het cluster en de stichting. e professionele intervisie tussen directeuren en IB’ers. f uitvoeren en bespreken van de interne audits. g de wijze waarop de identiteit een plek krijgt in het onderwijsproces. Het beleidsvormend overleg vindt één keer per vier tot zes weken plaats.

Artikel 12. 1

Clusteroverleg

Regeling toedeling, bestemming en aanwending van de bekostiging

Het College van bestuur stelt de directeur ten minste in de gelegenheid advies uit te brengen over: a

de vaststelling en wijziging van de (meerjaren)begroting;

b

de vaststelling van de jaarrekening;

c

de criteria die het College van bestuur hanteert bij de verdeling van de totale bekostiging tussen de gemeenschappelijke voorzieningen op bovenschools niveau en de voorzieningen op schoolniveau;

d

de criteria die het College van bestuur hanteert bij het verschuiven van middelen tussen de afzonderlijke scholen.

2

De directeur wordt door het bevoegd gezag in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan het advies met hem overleg te voeren.

3

Indien het College van bestuur het advies niet of niet geheel wil volgen, stelt hij de directeur in de gelegenheid met hem overleg te voeren, alvorens definitief over het advies te besluiten. Het College van bestuur brengt het definitieve besluit zo spoedig mogelijk ter kennis aan de directeur.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

79 107

Artikel 13.

Wijzigingen en slotbepalingen

1

Tussentijdse wijzigingen van het managementstatuut, dan wel intrekking of verlenging geschieden bij afzonderlijk bestuursbesluit, met inachtneming van de juiste medezeggenschapsprocedure en treden niet eerder in werking dan de dag volgend op de dag waarop het bestuursbesluit is genomen.

2

In gevallen waarin dit managementstatuut niet voorziet, beslist het College van bestuur.

Aldus vastgesteld door het College van bestuur op <datum>, na advies van het directeurenoverleg <datum> en na positief advies van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad op <datum>

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

80 107

Reglement Raad van toezicht Preambule De Raad van toezicht past de Code Goed Onderwijsbestuur toe zoals deze is opgesteld door de PO-Raad. Dit reglement vormt een nadere uitwerking van deze code en hetgeen bepaald is in de statuten. Artikel 1.

Begripsbepaling

In dit reglement wordt verstaan onder: a College van bestuur: het college van bestuur van de stichting; b

Scholen: de scholen voor primair onderwijs die onder het bestuur van de stichting ressorteren;

c

Statuten: de statuten van de stichting;

d

Stichting: [naam].

e

Raad van toezicht: de Raad van toezicht van de stichting;

f

Reglement: het reglement van de Raad van toezicht van de stichting;

Artikel 2.

Eindverantwoordelijkheid van de Raad van toezicht

De Raad van toezicht is verantwoordelijk voor de hem bij wet en statuten toegekende bevoegdheden. Artikel 3.

Inhoud reglement

Het reglement bevat regels over: a De taak en de werkwijze van de Raad van toezicht b De relatie tussen College van bestuur en Raad van toezicht c De regeling van huishoudelijke zaken van de Raad van toezicht. Artikel 4.

Vaststelling reglement

1

De Raad van toezicht stelt het reglement vast.

2

Alvorens het reglement vast te stellen dan wel te wijzingen stelt de Raad van toezicht het College van bestuur en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in de gelegenheid advies uit te brengen.

3

Het reglement, alsmede een wijziging daarvan treedt in werking op de dag volgend op de dag waarop de Raad van toezicht het reglement, dan wel een wijziging heeft vastgesteld.

Artikel 5.

Taken van de raad van toezicht

De Raad van toezicht oefent de onderstaande taken uit : a het houden van integraal toezicht (artikel 6 t/m 8); b

het geven van advies (artikel 10);

c

het werkgeverschap van de leden van het College van bestuur (artikel 11);

d

het afleggen van verantwoording (artikel 12).

Artikel 6.

Toezicht houden

Om toezicht op alle aspecten van de stichting te kunnen realiseren werkt de Raad van toezicht met een toezichthoudend instrumentarium dat bestaat uit: a een toezichtskader waarin het integrale toezicht beschreven is; b

de controle en het advies van de onderwijsinspectie;

c

de controle en het advies van een aangewezen externe accountant;

d

twee keer per jaar een gesprek met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad;

e

zo nodig de in te roepen deskundigheid van derden;

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

81 107

f

een gereglementeerde vergaderwerkwijze met informatievoorziening, mening-, besluit- en oordeelsvorming en evaluatie van het toezicht;

g

het zelfstandig inwinnen van informatie.

Artikel 7.

Onderwerpen van toezicht

1

Het toezicht van de Raad van toezicht richt zich op strategie, de doelen en het beleid van de stichting en de resultaten daarvan. De raad van toezicht toetst de beleidsvoornemens en uitkomsten op haalbaarheid en effectiviteit, aan de hand van de gestelde doelen.

2

De Raad van toezicht bespreekt ten minste eenmaal per jaar:

3

a

De invulling van de maatschappelijke taak van de stichting;

b

De strategie van de stichting;

c

De mogelijke risico’s die de scholen lopen op bedrijfsmatig en onderwijskundig vlak;

d

De risicobeheersing en controlesystemen binnen de stichting;

De Raad van toezicht toetst of het College van bestuur bij zijn beleid en bij de uitvoering van de bestuurstaken rekening houdt met de maatschappelijke positie en functie van de stichting.

Artikel 8.

Informatievoorziening

1

De Raad van toezicht is verantwoordelijk voor zijn informatievoorziening.

2

De Raad van toezicht bepaalt over welke informatie hij wil beschikken en bespreekt dit met het College van bestuur. Het verstrekken van informatie door het College van bestuur geschiedt op gestandaardiseerde wijze op basis van een na overleg tussen Raad van toezicht en College van bestuur bepaalde cyclus van planning en control.

3

Het College van bestuur informeert de Raad van toezicht in ieder geval over:

4

a

belangrijke interne en externe ontwikkelingen;

b

belangrijke wijzigingen op het terrein van wet- en regelgeving;

c

ernstige problemen of conflicten binnen de stichting;

d

calamiteiten die gemeld zijn bij de gerechtelijke autoriteiten;

e

onderwerpen waarover naar verwachting (negatieve) publiciteit in de media te verwachten is.

De Raad van toezicht kan desgewenst op eigen gezag en wijze informatie bij derden inwinnen en heeft daartoe toegang tot de documenten en voorzieningen van de stichting.

Artikel 9. 1

Werkwijze van de Raad van toezicht

Onverminderd het bepaalde in de statuten over de vergaderwijze en de besluitvorming richt de Raad van toezicht zijn vergaderingen als volgt in: a

De Raad van toezicht vergadert in aanwezigheid van het College van bestuur tenzij de aard van de bespreking zich tegen de aanwezigheid van het College van bestuur verzet in het geval als bedoeld in artikel 16.

b

De vergadering kent een toezichthoudend en besluitvormend deel en een deel informatiedeling, mening- en oordeelsvorming.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

82 107

2

3

De voorzitter: a

is binnen de statutaire verantwoordelijkheden van de Raad van toezicht in het bijzonder verantwoordelijk voor de voortgang van de werkzaamheden van de Raad van toezicht en van het besluitvormingsproces van de Raad van toezicht;

b

overlegt periodiek met het College van bestuur.

Besluitvorming: a

Ieder lid heeft één stem; besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen.

b

Bij het staken van de stemmen is het voorstel verworpen

c

Besluitvorming mag ook buiten de vergadering om, mits alle leden: i

hiermee akkoord zijn;

ii

alle leden een stem hebben uitgebracht;

iii

het besluit in de eerstvolgende vergadering wordt meegedeeld en in de notulen wordt vermeld.

Artikel 10.

Adviseren

1

De Raad van toezicht fungeert als klankbord voor het College van bestuur.

2

De voorzitter van de Raad van toezicht treedt op als aanspreekpunt voor het College van bestuur.

3

De voorzitter, eventueel aangevuld met andere leden van de Raad van toezicht, en het College van bestuur overleggen periodiek met elkaar.

Artikel 11.

Werkgeverschap

1

De Raad van toezicht treedt op als werkgever van het College van bestuur.

2

De Raad van toezicht stelt voor de leden van het College van bestuur een profielschets vast, waarin in ieder geval algemeen bestuurlijke kwaliteiten omschreven staan en affiniteit met het openbaar onderwijs genoemd is. De Raad van toezicht toetst in ieder geval tijdens een vacature of deze profielschets bijgesteld moet worden. Het voorstel tot vaststelling van de profielschets, alsmede iedere wijziging daarvan wordt om advies voorgelegd aan het College van bestuur en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.

3

De Raad van toezicht stelt – met inachtneming van het advies van het College van bestuur en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad - een regeling vast voor de werving en selectie van de leden van het College van bestuur.

4

De voorzitter van de raad van toezicht, aangevuld met een van de leden van de Raad van toezicht, voert gesprekken met de afzonderlijke leden van het College van bestuur op basis van de vastgestelde gesprekkencyclus van de stichting onverminderd het vermelde in een door de Raad van toezicht vast te stellen beoordelingskader en beoordelingsprocedure.

5

De Raad van toezicht geeft in een bijlage van dit reglement aan welke regelingen voor het College van bestuur van toepassing zijn betreffende de bezoldiging en rechtspositie.

Artikel 12.

Verantwoording

De Raad van toezicht legt jaarlijks in een verslag verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden van de Raad van toezicht, zoals genoemd in de statuten en dit reglement. Dit verslag maakt deel uit van het jaarverslag van de stichting.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

83 107

Artikel 13.

Benoeming leden van de Raad van toezicht

1

De Raad van toezicht stelt voor de voorzitter van de Raad van toezicht, alsmede voor de leden van de raad van toezicht een profielschets op.

2

De Raad van toezicht toetst in ieder geval tijdens een vacature of deze profielschets bijgesteld moet worden. Het voorstel tot vaststelling van de profielschets, alsmede iedere wijziging daarvan, wordt voor advies voorgelegd aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.

3

De Raad van toezicht stelt – met inachtneming van het advies van het College van bestuur en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad – een regeling vast voor de werving en selectie van de leden van de Raad van toezicht.

4

De voorzitter van de raad van toezicht voert gesprekken met de afzonderlijke leden van de Raad van toezicht op basis van de vastgestelde gesprekkencyclus van de stichting onverminderd het vermelde in een door de Raad van toezicht vast te stellen beoordelingskader en beoordelingsprocedure.

5

Van het lidmaatschap van de Raad van toezicht zijn uitgesloten: a

personen in dienst van de stichting;

b

personen die als gemeenteraadslid zijn van een gemeente op wier grondgebied een school van de stichting staat;

c

personen die lid zijn van het college van B & W van een gemeente op wier grondgebied een school van de stichting staat;

d

personen die lid zijn van een medezeggenschapsraad van een tot de stichting behorende school;

e

personen die lid zijn van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de stichting;

f

personen die lid zijn van het College van bestuur van de stichting;

g

de functie van bestuurder bij een andere organisatie in dezelfde sector;

h

de functie van bestuurder bij een organisatie in een aanpalende onderwijssector in hetzelfde voedingsgebied;

i

lid van een intern toezichtsorgaan bij een andere organisatie in dezelfde of aanpalende onderwijssector in hetzelfde voedingsgebied. Voorts is het gestelde in artikel 297b BW van toepassing.

Artikel 14.

Deskundigheid

De Raad van toezicht houdt zijn kwaliteit en deskundigheid op peil door middel van deskundigheidsbevordering en vermeldt de activiteiten op dit terrein in het verslag zoals genoemd in artikel 12. Artikel 15.

Commissies

De Raad van toezicht kan commissies instellen bestaande uit leden van de Raad van toezicht en/of externe deskundigen, die onder verantwoordelijkheid van de Raad van toezicht belast worden met aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de Raad van toezicht behoren. Een commissie is verantwoording schuldig aan de Raad van toezicht. Artikel 16.

Evaluatie

1

De Raad van toezicht evalueert ten minste eenmaal per jaar, in aanwezigheid van het College van bestuur, de relatie tussen de Raad van toezicht en College van bestuur.

2

De Raad van toezicht evalueert ten minste eenmaal per jaar, buiten aanwezigheid van het College van bestuur, zijn eigen functioneren als toezichthoudend orgaan. De Raad van toezicht bespreekt het resultaat van de evaluatie met het College van bestuur.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

84 107

Artikel 17.

Vergoedingen aan de Raad van toezicht

1

De Raad van toezicht stelt op voorstel van het College van bestuur een regeling vast voor de uitbetaling van vacatiegeld en onkostenvergoeding voor de leden van de Raad van toezicht.

2

In het jaarverslag wordt vermeld welke bedragen op grond van de in het eerste lid van dit artikel genoemde regeling in het boekjaar zijn uitbetaald.

Artikel 18.

Rooster van aftreden

1

De leden van de Raad van toezicht treden af overeenkomstig een rooster dat als bijlage aan dit reglement is toegevoegd.

2

De in het eerste lid van dit artikel genoemde bijlage bevat in ieder geval de naam van elk lid van de Raad van toezicht, het tijdstip waarop het lidmaatschap van het lid is aangevangen, alsmede het tijdstip waarop het lidmaatschap eindigt.

Artikel 19.

Tegenstrijdig belang

1

Wanneer de stichting een tegenstrijdig belang heeft met een of meer leden van de Raad van toezicht kan het betrokken lid van de Raad van toezicht niet deelnemen aan vergaderingen van en besluitvorming binnen de Raad van toezicht zolang het tegenstrijdige belang aanwezig is.

2

Om een tegenstrijdig belang te voorkomen mag een lid van de Raad van toezicht niet: a

als advocaat, procureurgemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de stichting, dan wel ten behoeve van de wederpartij van de stichting;

b

als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de stichting of in die hoedanigheid deelnemen aan het decentraal georganiseerd overleg;

c

als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de stichting;

d

rechtstreekse of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: i

het aannemen van werk ten behoeve van de stichting;

ii

het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de stichting;

iii

het doen van leveranties aan de stichting;

iv

het verhuren van roerende zaken aan de stichting:

v

het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de stichting;

vi

het van de stichting onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen.

Artikel 20.

Inwerkingtreding en geldigheidsduur

Dit reglement treedt in werking met ingang van 01-08 -2021 en geldt voor onbepaalde tijd. Artikel 21.

Citeertitel

Dit reglement kan worden aangehaald als het reglement Raad van toezicht [naam]. Artikel 22.

Slotbepaling

In alle gevallen waarin dit reglement Raad van toezicht niet voorziet, beslist de Raad van toezicht, na advies van het College van bestuur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de Raad van toezicht op <datum, na verkregen advies van het College van bestuur op<datum>.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

85 107

Reglement College van bestuur Preambule Het College van bestuur past de Code Goed Onderwijsbestuur toe zoals deze is opgesteld door de PORaad. Dit bestuursreglement vormt een nadere uitwerking van deze code en hetgeen bepaald is in de statuten. Artikel 1.

Begripsbepaling

In dit reglement wordt verstaan onder: a College van bestuur: het College van bestuur van de stichting; b c

Directeur: de functionaris die belast is met de leiding van één of meerdere scholen van de stichting als bedoeld in artikel 29 lid 1 van de WPO; Scholen; de scholen voor primair onderwijs die onder het bestuur van de stichting ressorteren;

d

Statuten: de statuten van de stichting;

e

Stichting: [naam]

f

Raad van toezicht: de Raad van toezicht van de stichting;

g

Reglement: het reglement van het College van bestuur van de stichting;

Artikel 2.

Eindverantwoordelijkheid van het College van bestuur

Het College van bestuur is verantwoordelijk voor de statutair en wettelijk aan hem toegekende verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Bij de vervulling van zijn taak richt het College van bestuur zich naar het belang van de stichting, het belang van het primair onderwijs en het belang van de samenleving. Artikel 3.

Inhoud reglement

Het reglement bevat regels over: a de taak en werkwijze van het College van bestuur; b

de relatie tussen College van bestuur, Raad van toezicht en managementoverleg;

c

de regeling van huishoudelijke zaken van het College van bestuur .

Artikel 4.

Vaststelling reglement

1

Het College van bestuur stelt het reglement vast na goedkeuring van de Raad van toezicht.

2

Alvorens het reglement vast te stellen dan wel te wijzingen stelt het College van bestuur de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in de gelegenheid advies uit te brengen.

3

Het reglement, alsmede een wijziging daarvan treedt in werking op de dag volgend op de dag waarop het College van bestuur het reglement, dan wel een wijziging heeft vastgesteld.

Artikel 5.

Taken van het College van bestuur

Het College van bestuur oefent de onderstaande taken uit: a het besturen van de stichting; b

het werkgeverschap van de werknemers van de stichting behoudens de eigen positie;

c

het afleggen van verantwoording.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

86 107

Artikel 6.

Het besturen van de stichting

1

Het College van bestuur oefent het bevoegd gezag uit over de scholen van de stichting.

2

Het College van bestuur heeft voor enkele besluiten de voorafgaande goedkeuring nodig van de Raad van toezicht zoals omschreven in artikel 8 lid 4 van de statuten is vastgelegd.

Artikel 7.

Informatievoorziening

Het College van bestuur informeert de Raad van toezicht in elk geval over: a belangrijke interne en externe ontwikkelingen; b

belangrijke wijzigingen op het terrein van wet- en regelgeving;

c

ernstige problemen of conflicten binnen de stichting;

d

calamiteiten die gemeld zijn bij de gerechtelijke autoriteiten;

e

onderwerpen waarover naar verwachting (negatieve) publiciteit in de media te verwachten is.

Artikel 8.

Mandaat en mandaatregister

1

Het College van bestuur is bevoegd om taken en bevoegdheden schriftelijk aan anderen op te dragen (mandaat).

2

De taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de directeuren zijn opgenomen in een door het College van bestuur vast te stellen managementstatuut.

3

Een overzicht van gemandateerde taken en bevoegdheden op alle niveaus wordt opgenomen in een mandaatregister onder vermelding van naam en functie van gemandateerde. Het mandaatregister wordt jaarlijks geactualiseerd door het College van bestuur en ter kennis gebracht aan de Raad van toezicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10283745/1