CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

FUSIEPOBijlage 3ZVL FER

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot instemming fusie, statuten, toezichtkader Primair Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen31.969 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

ProBaz

Scoba

SKO Hulst

IPAP

X

X

X

X

Parkeer-, veer- en tolgelden

X

X

X

Telefoonvergoeding

X

X

X

Fitnessregeling

X

X

X

Wasgeldvergoeding

X

X

Onkostenvergoeding

X

X

Personeelsuitjes/ Feesten/diners

X

X

Lief en leed

X

X

X

X

Kerstpakketten

X

X

X

X

Collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering

X

x

X

Collectieve zorgverzekering

X

X

X

Fietsregeling

X

X

X

Cafetariaregeling

X

X

Beloning plaatsvervangend directeuren/beloning adjunct rol

X

Woon-werkregeling

X

Aanvulling woon-werkverkeer

X

Dag van de leraar (netto uitgekeerd) In bijlage V zijn de regelingen kort toegelicht.

X

X

X

X

X

X

X

X

X

WKR bonus4 Dag van de leraar (bruto uitgekeerd)

X

X X

Uitgangspunt bij de fusie is dat verschillen in de arbeidsvoorwaarden ten gunste van de medewerker worden geharmoniseerd. Bovenstaande wordt met de vakbonden in een DGO-verklaring vastgelegd (verklaring van vakbonden en werkgever). 4 De vrije ruimte vanuit de WKR wordt naar rato van het aantal fte verdeeld.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

30 107

Personeelsbeleid Het personeelsbeleid voor de nieuwe organisatie staat in directe verbinding met de visie, missie en strategisch beleid. In het schooljaar 2021-2022 wordt nieuw personeelsbeleid ontwikkeld. De vergelijking en beschouwing van het huidige personeelsbeleid (zie bijlage VI) hebben geleid tot de volgende uitgangspunten voor het integraal personeelsbeleid. Integraliteit van het personeelsbeleid wordt in de nieuwe organisatie belangrijk. Ontwikkeling van medewerkers moet centraal staan en heeft raakvlakken met verschillende onderdelen van het personeelsbeleid (mobiliteit, professionalisering, enz.). Ontwikkelingen van het onderwijs en de scholen (opgaven van de scholen) vormen het startpunt bij de ontwikkeling van personeelsbeleid. Dit beleid wordt continu geactualiseerd. De volgende uitgangspunten zijn bij de ontwikkeling van het integraal personeelsbeleid voor de nieuwe organisatie van belang:  Het personeelsbeleid sluit aan op de ontwikkelingen van het onderwijs in de scholen en de rol van de medewerkers daarin en staat niet op zichzelf. De opgaven van het bestuur en de school staan centraal.  Het personeelsbeleid moet bijdragen aan de doorontwikkeling van de professionele cultuur zoals in de besturingsfilosofie is vastgelegd. Stimuleren van de ontwikkelbereidheid is daarbij een belangrijk uitgangspunt.

 Het personeelsbeleid moet gericht zijn op vitaliteit5 (in brede zin van het woord) met betrekking tot alle leeftijdsgroepen en alle functies.  Leren en ontwikkelen vindt plaats op alle niveaus van de organisatie: – Individueel leren – Leren als team – Leren als organisatie – Ontdekken en ontwikkelen van talenten  Mobiliteit staat ten dienste van het onderwijs. Mobiliteit is geen doel op zichzelf. Het komt voort uit de ontwikkelbehoeften van medewerkers zelf en de behoeften van de organisatie. Andere vormen van mobiliteit vinden altijd in overleg met de medewerkers plaats. Gespreksonderwerpen zijn daarbij de identiteit van de school waar de medewerker kan werken en de afstand tussen de woonplaats en de werkplek.  Borgen van goed werkgeverschap en het zijn van een aantrekkelijk werkgever Het huidige personeelsbeleid van SKO Hulst, Onderwijsgroep Perspecto, ProBaz en Scoba blijft van kracht tot de vaststelling van het nieuwe personeelsbeleid. Met andere woorden, voor medewerkers blijft hetzelfde personeelsbeleid van kracht tot nieuw personeelsbeleid is vastgesteld. Voor nieuwe medewerkers wordt het volgende uitgangspunt gehanteerd: de plaats van tewerkstelling is bepalend voor de toepassing van personeelsbeleid (oud ProBaz, oud Onderwijsgroep Perspecto, oud Scoba en oud SKO Hulst).

Daarnaast geldt het volgende: toezeggingen die binnen het huidige personeelsbeleid tot het moment van vaststelling van het nieuwe beleid worden gedaan en schriftelijk zijn vastgelegd worden gecontinueerd. In de situatie dat een nieuwe medewerker in de bovenschoolse organisatie wordt benoemd wordt het personeelsbeleid gehanteerd waar het merendeel van zijn of haar directe collega’s onder vallen.

5 Het gaat hierbij onder andere ook over duurzame inzetbaarheid.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

31 107

De fusie heeft een positief effect op de ontwikkelmogelijkheden van medewerkers. Doordat arbeidsrechtelijke belemmeringen door de fusie verdwijnen kunnen mensen makkelijker van school naar school of van functie naar functie overstappen als ze dat graag willen. Voor de fusie op 01-08-2021 wordt aan alle medewerkers wel gevraagd of medewerkers bezwaren hebben om op scholen van een bepaalde denominatie te werken. Bij nieuwe medewerkers wordt aangegeven dat ze in principe overal inzetbaar zijn. Echter wordt bij plaatsing altijd eerst met de medewerkers overlegd over eventuele bezwaren. 5.3 Formatietoedeling In het schooljaar na de fusie (2021-2022) blijven de huidige formatiekaders van Onderwijsgroep Perspecto, ProBaz, Scoba en SKO Hulst van kracht. Dat draagt bij aan een geleidelijke overgang. Op basis van de besturingsfilosofie en de ontwikkelingen zal het formatiebeleid van de nieuwe organisatie worden ontwikkeld dat is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:  Eenduidige toekenning van formatie. Scholen krijgen beschikking over een formatiebudget. Dit wordt gevormd na afdracht van de bovenschoolse en gezamenlijke kosten.  De basisafspraak is dat scholen binnen de grenzen van hun budget blijven.  Eventuele tekorten en overschotten op schoolniveau worden door de gehele organisatie gedragen.

 De inzet van aanvullende bekostiging wordt bovenschools gecoördineerd op basis van bestuursbrede afspraken in bestuursformatieplan.  Vanuit solidariteit worden op basis van de GPL kostenverschillen tussen scholen opgelost.  De effecten van beleid voor duurzame inzetbaarheid (zoals het generatiepact in de huidige situatie) worden vanuit solidariteit organisatiebreed gedragen  Professionalisering en duurzame inzetbaarheid wordt herbezet.  Groepsgrootte wordt bepaald door de directeur in overleg met het team op basis van het onderwijsconcept en leerlingpopulatie. Onderwijskwaliteit is hierbij altijd het uitgangspunt.  Aanvullende formatiebehoeften worden door de directeur met het College van bestuur besproken. De betreffende medewerker van het bureau onderwijs en bedrijfsvoering wordt hierbij geconsulteerd. De afspraken en het resultaat ervan worden open en transparant in het directeurenoverleg en clusters besproken. 5.4 Eigen risicodragerschap en vervanging De nieuwe organisatie wordt eigenrisicodrager voor zowel ziekte als de WGA. Bij het eigen risicodragerschap hebben schoolbesturen de mogelijkheid om op basis van eigen beleid vervanging te organiseren en zelf te voorzien in de betaling van de WGA . Bij deelneming aan het Vervangingsfonds zijn de beleidslijnen van die organisatie van toepassing.

Onderwijsgroep Perspecto en ProBaz zijn eigen risicodrager en Scoba en SKO Hulst zijn aangesloten bij het Vervangingsfonds. Na overleg met het Vervangingsfonds vraagt de administratieve verwerking slechts om een afmelding van de SKO Hulst en Scoba bij het Vervangingsfonds. Er volgt dan een automatische uitreding bij het Vervangingsfonds en bewerkstellen van het eigenrisicodragerschap, doordat de andere fusiepartners al eigenrisicodrager zijn. Deze afmelding moet direct na besluitvorming in de maand mei 2021 worden ingediend. Deze werkwijze is ook van toepassing bij het UWV voor het eigenrisicodragerschap WGA. Daarnaast maken de huidige organisaties deel uit van gezamenlijk regionaal beleid; het regionaal vervangingsplan en regioplan aanpak lerarentekort. Dit regionaal beleid is gevormd samen met Escaldascholen. Door verandering van het bestuurlijk landschap zullen de afspraken herijkt moeten worden.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

32 107

5.5 Toegankelijkheid van bestuur De fusie heeft geen effect op de toegankelijkheid van het bestuur voor het personeel, de ouders en de leerlingen. De directeuren van de scholen hebben net als in de huidige situatie contact met het college van bestuur, de ouders, de leerlingen en de medewerkers. De directeur van de school blijft het eerste aanspreekpunt. De schaal van de organisatie neemt wel toe. Door de vorming van clusters en het contact met het college van bestuur, zoals beschreven in hoofdstuk 3, maakt dat de nieuwe organisatie uit overzichtelijke eenheden bestaat en dat ondanks de schaalgrootte het bestuur toegankelijk is. 5.6

Effecten van de fusie voor betrokkenheid van de medezeggenschap, personeel, ouders/leerlingen Medezeggenschap van medewerkers, ouders en leerlingen is in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) vastgelegd. De fusie heeft daarom geen effect op de medezeggenschap. De fusie heeft geen effect op de huidige MR’en, ouderraden en leerlingenraden. Op bestuursniveau wordt een nieuwe gemeenschappelijke medezeggenschapsraad ingesteld, zoals beschreven in hoofdstuk 3. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de nieuwe organisatie zal bestaan uit 10 leden (paritair samengesteld). De leerlingen blijven ingeschreven op hun huidige school waardoor er voor de leerlingen geen merkbare gevolgen van de besturenfusie zullen zijn. De ouders krijgen te maken met een nieuw schoolbestuur, maar dat heeft geen effecten op de betrokkenheid van de ouders. De school blijft het aanspreekpunt.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

33 107

6. Effect op het onderwijs en de kwaliteitszorg 6.1 Uitgangspunten voor de visie op onderwijs De manier van werken in de nieuwe organisatie is in de besturingsfilosofie omschreven. De autonomie van scholen is daarbij van belang. Zoals eerder vermeld liggen in de nieuwe organisatie verantwoordelijkheden laag in de organisatie. Op de scholen wordt het onderwijs verzorgd en doorontwikkeld op basis van behoeften, maatschappelijke ontwikkelingen, enz. De scholen werken als een netwerkorganisatie samen om er voor te zorgen dat er continu onderwijs van hoge kwaliteit wordt gegeven en dat ieder kind zo veel als mogelijk een plek heeft. Talenten van kinderen moeten zo veel als mogelijk tot ontplooiing komen. Dit vraagt om gezamenlijke kwaliteits- en beleidskaders. Wat vinden we hoge kwaliteit, hoe zorgen we er voor dat dit voor iedereen duidelijk is en hoe zorgen we voor een continue dialoog, vanuit zelfreflectie, over wat goed gaat en beter kan? Scholen zijn ontmoetingsplaatsen, waarbij onderwijsprofessionals met elkaar leren en van elkaar leren, binnen de maatschappelijke context. Maatschappelijke ontwikkelingen zijn divers van aard en volgen elkaar in snel tempo op. Voor de nieuwe organisatie is een breed perspectief met betrekking tot de ontwikkeling van kinderen van belang.

De volgende kernbegrippen nemen daarbij een centrale plek in:  Kwalificatie: overdracht van kennis, vaardigheden, waarden, normen  Persoonsvorming: vrijheid, verantwoordelijkheid, empathie, in democratisch perspectief  Socialisatie: zich verhouden tot de wereld, tot cultuur, tradities, innovaties, tot manieren van doen en van zijn.  Talenten: ontdekken en ontplooien van talenten. Scholen staan niet alleen in de ontwikkeling van kinderen. Vanuit partnerschap en in samenwerking met ouders, kinderopvang en jeugdzorg realiseren scholen het sterkste onderwijs. In samenhang met het VVE-beleid is de doorgaande lijn van nul tot en met twaalf jaar een belangrijk uitgangspunt voor het onderwijs. De afspraken binnen het primair onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen rond IKC-vorming en VVEbeleid zijn onderdeel van de visie op onderwijs van de nieuwe organisatie. 6.2 Werken aan kwaliteit van onderwijs Scholen zijn autonoom in de ontwikkeling van het onderwijsaanbod en de identiteit van de school, zowel de smalle als de brede identiteit. De kwaliteit van onderwijs aan het individuele kind wordt bepaald door de leerkracht voor de klas. Naast goede pedagogische en didactische vaardigheden zijn eigenschappen als enthousiasme, motivatie en inspireren van groot belang. Dialoog en van elkaar leren zijn daarbij belangrijk.

Zoals eerder vermeld is het daarom van belang dat er in de organisatie een eenduidig en op elkaar aangesloten kwaliteitsstelsel is, op basis van de in hoofdstuk 3 vermelde elementen van de visie op onderwijs. Het kwaliteitsstelsel omvat beleid, uitgangspunten en processen binnen de hele organisatie en het samenspel daartussen. Het beleid en het proces worden structureel gemonitord en geëvalueerd. Past het nog bij de ontwikkelingen in de maatschappij? Geven de ontwikkelingen in de scholen aanleiding tot aanpassing? Uitgangspunt is dat de onderwijskwaliteit minimaal voldoet aan de geldende wet- en regelgeving.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

34 107

Voor de nieuwe organisatie omvat dat voor het domein onderwijs in ieder geval het volgende:

Bestuursniveau

Planvorming Vier jaarlijks  In het strategisch beleidsplan wordt de koers van de organisatie vastgelegd. Ook wordt in het strategisch beleidsplan de definitie van goede onderwijskwaliteit vastgelegd. Hierbij wordt, zoals eerder vermeld, in ieder geval ingegaan op de identiteit, socialisatie, persoonsvorming, kwalificatie en waartoe leerlingen worden opgeleid  Het plan komt in dialoog tussen de schooldirecteuren en het College van bestuur tot stand. Directeuren participeren in bovenschoolse beleidsontwikkeling in samenwerking met het College van bestuur en staf. Beleidsvoorbereiding vindt plaats in werkgroepen. Deze zijn beleidsvoorbereidend voor het brede directeurenoverleg Jaarlijks  Het College van bestuur stelt jaarlijks in overleg met de schooldirecteuren een bestuursjaarplan op. Hierin wordt de koers geprioriteerd.

Verantwoording Jaarlijks  Het College van bestuur stelt jaarlijks een jaarverslag op waarin aan alle belanghebbenden verantwoording wordt afgelegd over de uitvoering van het strategisch beleid en het jaarplan. De kaders van de onderwijsinspectie en de werking van het beleid en het proces hebben hierin een belangrijke plek.  Ieder kwartaal legt het College van bestuur aan de Raad van toezicht verantwoording af over de stand van zaken.

Het beleid komt onder andere tot stand door de dialoog tussen het College van bestuur en de directeuren, zelfevaluaties, audits, enz. (zie verder in de volgende paragraaf).

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

35 107

Schoolniveau

Planvorming Vier jaarlijks  Op basis van het strategisch beleidsplan worden door de scholen schoolplannen opgesteld. In de schoolplannen geven scholen betekenis en definitie aan de onderwijskwaliteit.

Verantwoording Jaarlijks  Schooldirecteuren leggen verantwoording af over de voortgangs en onderbouwen dat met analyses, bijvoorbeeld in dialoog tussen het College van bestuur en de directeur.

Jaarlijks  Jaarlijks worden de schoolplannen door de scholen verwerkt tot jaarplannen.  Scholen kiezen eigen ontwikkelpunten c.q. thema’s en leggen deze vast. Hierbij wordt een koppeling gelegd met het toezichtskader van de onderwijsinspectie. Ook hier geldt dat scholen binnen het kader van het strategisch beleid vrij zijn in de ontwikkeling van het onderwijsaanbod.  Ook worden leerling-, ouder- en medewerker tevredenheidsonderzoeken gebruikt om zicht te krijgen op de werking van het beleid, uitgangspunten en processen op schoolniveau. Voorgesteld wordt om met één format voor het jaarplan te werken.

Jaarlijks worden het beleid en de processen in de school geëvalueerd. Hiervoor passen scholen een zelfevaluatie toe. De resultaten daarvan komen aan de orde in de dialoog tussen het College van bestuur en de schooldirecteuren. Het gaat hierbij niet alleen over de onderwijsopbrengsten, maar ook over de werking van het kwaliteitsstelsel. Is het beleid nog relevant en zijn de werkprocessen effectief en efficiënt?

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

36 107

Het kwaliteitsstelsel heeft ook betrekking op andere domeinen op bestuurlijk en schoolniveau, zoals personeelsbeleid en financieel beleid. De strategische koers van de organisatie en de uitwerking daarvan gaan uit van integraliteit van beleid. Onderwijsbeleid staat niet op zichtzelf. Het heeft directe raakvlakken met de begroting voor de financiering van onderwijsontwikkeling en het personeelsbeleid voor de ontwikkeling van medewerkers. 6.3 Zicht op kwaliteit van onderwijs en hoe we daar aan werken Zicht op kwaliteit wil zeggen dat er op het niveau van de medewerkers in de school, op schoolniveau en op bestuursniveau zicht is op de kwaliteit van het onderwijs, zoals dat in het strategisch beleidsplan en de schoolplannen op schoolniveau wordt vastgelegd Binnen het stelsel van beleid, uitgangspunten en processen werkt iedereen op dezelfde wijze cyclisch aan de kwaliteit. Naast het eigen kwaliteitsbeleid vormt het toezichtkader van de onderwijsinspectie het uitgangspunt. Dit vraagt niet alleen om duidelijke systemen maar ook om professioneel gedrag van iedereen. Zelfevaluaties spelen hierin een belangrijke rol. Daarnaast wordt voorgesteld om in de nieuwe organisatie, net als binnen drie van de vier huidige organisatie, met organisatiebrede auditteams te werken. Hieraan wordt een dimensie toegevoegd.

Het beroep op een auditteam wordt ook mogelijk voor een school die behoefte heeft aan advies of ondersteuning bij een bepaald thema. De uitwerking ervan krijgt een plek in de verdere doorontwikkeling van het auditteam. Op organisatieniveau kan dat voor de nieuwe organisatie er als volgt uit zien. Bestuursniveau In integrale managementrapportages legt het College van bestuur aan de Raad van toezicht verantwoording af over de onderwijsopbrengsten en andere kwaliteitsindicatoren die in het onderwijsbeleid zijn vastgelegd. Dit wordt voorzien van een analyse en onderbouwing vanuit de gesprekken met de directeuren, de bovenschoolse onderwijsspecialisten (hierbij kan worden gedacht aan een bovenschoolse intern begeleider, een bovenschoolse kwaliteitsmedewerker, een bovenschoolse ondersteuningsadviseur en een beleidsmedewerker onderwijs), en de resultaten van de audits. Deze rapportages dienen ook als basis voor het gesprek met en de verantwoording naar de onderwijsinspectie. Schoolniveau Naast de registratie van de opbrengsten in de leerlingvolgsystemen, voeren scholen jaarlijkse zelfevaluaties uit gericht op het beleid en de opbrengsten. Het bestuur en de schooldirecteur voeren aan de hand van de rapportages en de zelfevaluatie het gesprek over de kwaliteit van de school.

Het College van bestuur bespreekt de onderwijsresultaten van de gezamenlijke scholen met de directeuren en de intern begeleiders. 6.4 Uitgangspunten voor leerlingbegeleiding Net als in de huidige situatie zal in de nieuwe situatie leerlingbegeleiding op verschillende niveaus georganiseerd worden. De leerlingbegeleiding moet snel beschikbaar zijn. Kennis en expertise moeten zo dichtbij mogelijk georganiseerd zijn. Het is daarbij van belang dat onderwijsspecialisten (zoals intern begeleiders) op het niveau van de clusters beschikbaar zijn, elkaar ontmoeten en kennis uitwisselen. Zij netwerken niet alleen in de scholen en in de clusters maar zoeken ook de verbinding met jeugdzorg, kinderopvang en andere relevante partners. De afspraken op het niveau van het samenwerkingsverband blijven na de fusie hetzelfde.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

37 107

Wel zullen op de verschillende niveaus van leerlingbegeleiding aanpassingen aangebracht moeten worden: 1 Basisondersteuning in de klas 2 Basisondersteuning in de school 3 Extra ondersteuning in de school door externe deskundigen 4 Verwijzing naar een andere onderwijsvoorziening Niveaus 1 en 2 zullen in de clusters georganiseerd gaan worden. De rol van de huidige IB’ers en bovenschools IB’ers moet hierin worden meegenomen. De werkgroep gaat, in een compactere samenstelling, de komende maanden verder met de concete invulling van de leerlingbegeleiding. De IB’ers krijgen daarbij een nadrukkelijke rol. In de verdere uitwerking moet ook de positie van de IB’er worden uitgewerkt. Binnen de huidige organisaties is het soms een functie en soms een taak. Ook bespreekt de werkgroep de invulling van de ondersteuning op niveau 3 nog voor de zomervakantie 2021. Hierin wordt ook de ondersteuning door de begeleiders passend onderwijs meegenomen. Uitgangspunt is dat de vormgeving van de leerlingondersteuning in de nieuwe organsiatie een zorgvuldig proces moet zijn. Per 1 augustus 2021 zal in huidige structuur van leerlingondersteuning dus nog niets veranderen. Tot slot. ProBaz heeft een aparte locatie voor anderstalige leerlingen, het TEC. Onderwijsgroep Perspecto kent twee locaties met Leonardo onderwijs. Verschillende scholen hebben plusklassen.

Deze behouden hun plek in de ondersteuningsstructuur in de nieuwe organisatie.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

38 107

7. Effecten op de voorzieningen en huisvesting In dit hoofdstuk omschrijven we welke uitgangspunten voor de nieuwe organisatie van belang zijn op het gebied van facilitaire zaken en huisvesting. 7.1 Facilitair Op dit moment zijn de facilitaire zaken als volgt georganiseerd. Facilitaire zaken – centraal georganiseerd Perspecto

Probaz

Scoba

SKOH

Schoonmaak

Schoonmaak

Schoonmaak

Inkoopbeleid en mantelcontracten

Brandblusmiddelen controle

Reproductie

Kopieermachines

Energie

Ramen

Kopiëren

Diverse mantelcontracten

Vloeren

Verzekeringen

Kopieermachines

Brandmeldinstallatie

ICT (cloud)

Verzekeringen

Kopiëren/printen en gedeeltelijk ICT ‘Onderwijs decentraal, tenzij’ ‘ondersteunende leveringen, werken en diensten centraal, tenzij’

Facilitaire zaken – decentraal georganiseerd Perspecto 

Probaz

Scoba

Overige schoonmaak

Schoonmaak

Glazen wassen

Inkoop

Dakgoten

Wat te beïnvloeden is om goed onderwijs te geven

Meubilair

Energie

ICT hardware

Meubilair

Methodes

Klein inventaris

SKOH 

Storingen (ICT)

De voornaamste verschillen zijn te zien op het gebied van de uitvoering van inkoop en ICT. Voor de nieuwe organisatie wordt nieuw inkoopbeleid geformuleerd, waarbij gestreefd wordt naar zo veel als mogelijk centrale inkoop om synergievoordelen te behalen. Input van scholen, zeker bij ICT, is van groot belang. Centrale inkoop moet niet leiden tot blokkades in de realisatie van onderwijskundige keuzes. SKO Hulst en Scoba hebben schoonmakers in dienst. Deze medewerkers behouden de onderwijsaanstelling. Op het moment dat een nieuw schoonmaakcontract wordt aangegaan verandert de rol en de positie van de eigen schoonmaker niet.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

39 107

De nieuwe organisatie is rechtsopvolger van de SKO Hulst, Scoba, Onderwijsgroep Perspecto en ProBaz. Bestaande contracten lopen tot de einddatum door. In onderstaand overzicht hebben we contracten op stichtingsniveau weergegeven. SKO Hulst Persoon/Organisatie

Omschrijving

Ingangsdatum

Einddatum

Opzegtermijn

Glaswasspecialist

Raambewassing

30-08-2018

30-08-2021

Infra-Actief Cleaning Professionals

Schoonmaak lokalen

30-12-2018

Onbepaalde tijd

3 maanden

De Lage Landen Vendorlease B.V.

Vendro finance

02-03-2020

Shared Service Administratie

Personele -, salaris- en financiële administratie

Onbepaalde tijd

Jaarlijks opzegmogelijkheid van minimaal zes maanden

Delta Fiber Nederland B.V.

Internet

26-11-2018

Wauters Beheer

Huurcontract kantoorruimte

1-07-2016

Delta Safe Security

Keyholding/ alarmopvolging

28-02-2018

Persoon/organisatie

Omschrijving

ingangsdatum

Energie voor scholen DVEP en Eneco

Elektriciteit en gas

Konica-Minolta

Kopieerapparatu ur

Minimaal 5 jaar looptijd, daarna 3 maanden opzegtermijn 30-06-2018 + 2 optie jaren 2 maanden

ProBaz einddatum

opzegtermijn

31-12-2021

Loopt via Hellemans namens Brancheorganisati es (gezamenlijke Europese aanbesteding)

1-2-2020

31-8-2024

6 maanden

Onderhands Heutink

ICT

Twinfield

Administratie

Parnassys

Leerlingadministratie

Delta-fiber

glasvezel

15-11-2018

14-11-2023

6 maanden

Diverse partijen op schoolniveau

Schoonmaak

div.

div.

6 maanden

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

40 107

Onderwijsgroep Perspecto Persoon/organisatie

Omschrijving

ingangsdatum

einddatum

opzegtermijn

31-12-2021

Loopt via Hellemans namens Brancheorganisati es (gezamenlijke Europese aanbesteding)

Europese aanbesteding Energie voor scholen DVEP en Eneco

Elektriciteit en gas

Konica-Minolta

Kopieerapparatu ur

1-2-2020

31-8-2024

6 maanden

Delta-fiber

glasvezel

15-11-2018

14-11-2023

6 maanden

VLS

Schoonmaak

1-9-2016

31-8-2019

Verloopt van rechtswege en is voor 4* één jaar optioneel te verlengen (inmiddels verlengd voor één jaar t/m 31-82021)

Gemeente Terneuzen

Kantoorruimte

1-2-2013

31-1-2018

Wordt jaarlijks verlengd met één jaar in afwachting van definitief besluit huisvesting

Renewi

Afvalinzameling

1-1-2019

31-12-2021

6 maanden

ZVU

Onderhoudscont ract verwarmings- en luchtbehandelingsinstallaties

Wordt jaarlijks verlengd i.v.m. strategische/bottleneck-inkoop

6 maanden

v. Alphen Hosec

Controle brandveiligheidsapparatuur

Wordt jaarlijks verlengd i.v.m. strategische/bottleneck-inkoop

6 maanden

v. Alphen Hosec

Onderhoudscontract alarminstallaties

Wordt jaarlijks verlengd i.v.m. strategische/bottleneck-inkoop

6 maanden

v. Alphen Hosec

Maandelijks testen BMI

Wordt jaarlijks verlengd i.v.m. strategische/bottleneck-inkoop

6 maanden

Onderhandse aanbestedingen

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

41 107

Synorga

3 jaarlijkse controle elektrainstallatie

Wordt jaarlijks verlengd i.v.m. strategische/bottleneck-inkoop

6 maanden

Microlab

2 * per jaar Legionellainspectie

Wordt jaarlijks verlengd i.v.m. strategische/bottleneck-inkoop

6 maanden

v. BraakGroenonderhoud TNZ-scholen

Onderhoud tussen maart en okt.

1-1-2020

31-12-2020

3 maanden

Klus2fix

Oriëntatie op een contract

Nijha

Keuring speeltoestellen + speelzalen

1-1-2018

31-12-2020

6 maanden

Witte Boussen

WGAverzekering

Marsh

overige verzekeringen

DRV

accountantscont role

Kindt&Biesbroeck

Beheersovereen komst - i.v.m. verkoop pand Lange Bellingstraat Hulst

1-1-2016

Tot verkoop pand

3 maanden

Pluym ICT - 3CX

VOIP via glasvezelpoort

15-11-2018

14-11-2023

6 maanden

Pluym ICT - Telfort

Mobiele telefonie

nvt

nvt

maandelijks

Pluym

Colocatiecontract

15-11-2018

14-11-2023

Pluym

Threatstone

15-11-2018

14-11-2023

1-7-2019

onbepaalde tijd

6 maanden

AON Interpolis Aegon

ERD

Loyalis Gemeente Hulst

St. Jansteen

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

42 107

Gemeente Terneuzen

De Statie, Het Mozaïek, Laureyn, de Twijn, Irisschool, Kameleon, 't Geuzennest, de Vlaswiek

1-1-2015

31-12-2019

VG-Architecten

MJOP + bouwen projectbegeleidi ng

1-7-2019

31-12-2021

leveringsvoorwa arden inkoop OLP

1-10-2020

1-10-2021

Raamovereenkomst Heutink

Scoba Persoon/Organisatie

Omschrijving

Delta energie

Gas, elektra

Renewi

afvalverwerking

Dethon

Controle speeltoestellen

Veenman

Service contract

1-8-2019

RPCZ

Schoolbegeleiding

1-1-2019

Force Fusion

Beheer software

1-9-2016

Loyalis Leven

Verzekering ipap

1-1-2013

Work>flows

Beheer software

1-8-2018

Stoffels/Bleijenberg

Schoonmaak

1-2-2005

Arbo Unie

Bedrijfsgezondheid

1-5-2015

Astrium Accountants

Accountant

1-8-2020

Rovict

Esis-lln volg systeem

1-9-2008

Telecom & Security

Beveiliging

1-1-2018

1-1-2023

Faasse

Juridische diensten/avg

15-2-2020

14-2-2021

CED groep

Licentie nieuwsbegrip

Reatsheren van Orden via Verus

Verzekering

Klassewerk

Software/licentie

VG Architecten

Onderhoud gebouwen

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

Ingangsdatum

Einddatum

Opzegtermijn

1-8-2021

1-6-2003

43 107

Nederdesign Zeeuwse Verwarmings Unie

Energie

Schilte

Speeltoestellen controle

Beta beheer

Schoonmaak

Zeelandnet

Internet

Heutink

Service contract

1-3-2015

1-3-2021

Systemen voor PSA en FA Systemen voor de personele, financiële en salarisadministratie en HR systemen verschillen. Deze moeten voor de fusie worden geharmoniseerd. Uitgangspunt hierbij is dat op het moment van fusie een van de bestaande systemen wordt gebruikt. Na de fusie wordt de werking van de systemen voor FA en PSA geëvalueerd. Op basis daarvan wordt een besluit genomen voor een aanbestedingsproces met betrekking tot een integraal systeem voor FA en PSA. 7.2 Huisvesting Huisvesting en onderhoud is voor een groot deel afhankelijk van de afspraken met de betreffende gemeente. In onderstaande overzichten hebben we aangegeven of gebouwen in eigendom van de stichting is of in eigendom van de gemeente: Schoolgebouwen Onderwijsgroep Perspecto Brinnummer

Naam

03EE

De Wereldboom

x

Hulst

03NR

Basisschool De Oostvogel

x

Hulst

03PN

Ter Doest

x

Hulst

03QB

Basisschool St Bernardus

x

Hulst

03SE

Het Mozaiëk

03SG

Basisschool 't Vogelnest

x

Hulst

04VM

St Antoniusschool

x

Terneuzen

06LD

Basisschool De Vlaswiek

06XE

Basisschool Sint Jozef

x

Hulst

06ZF

De Kreeke

x

Terneuzen

08DX

Prinses Marijkeschool

x

Terneuzen

08JW

De Kameleon

08NA

Basisschool Heidepoort

11ZE

De Twijn

12YE

De Steiger

13EC

De Irisschool

x

Terneuzen

13ST

t Geuzennest

x

Terneuzen

14VO

SSBO De Brug

x

Hulst

14ZL

Basisschool de Schakel

x

Hulst

17JM

Inghelosenberghe-School

18GS

’t Getij

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

Juridisch eigendom Perspecto

Juridisch eigendom gemeente

x

x

Juridisch eigendom van Clavis x

Terneuzen

Terneuzen

Terneuzen Hulst

x x

Terneuzen Terneuzen

x x

Gemeente

Hulst Hulst

44 107

18HP

Basisschool Laureyn

18FH

Basisschool De Statie

x Juridisch eigendom van Woongoed

Terneuzen Terneuzen

Onderwijsgroep Perspecto maakt onderscheid tussen scholen waarbij het volledige onderhoud is voorzien en scholen die als instandhouding aangemerkt zijn. Instandhouding betekent dat er beperkt onderhoud is opgenomen in de MJOP als op termijn sprake is van renovatie of (ver)nieuwbouw van een school of als gebouw ouder is dan 40 jaar. Voorwaarde is dat de school veilig, gezond en aantrekkelijk blijft voor kinderen. In de MJOP is meerjarig onderhoud opgenomen, waarvoor moet worden gereserveerd. Klein onderhoud is opgenomen in de begroting en staat onder huisvestingslasten. Ditzelfde geldt voor jaarlijks (contractueel) onderhoud aan installaties. Voor de brede scholen in de gemeenten Terneuzen en Hulst is een aangepast MJOP opgesteld. Daarbij is rekening gehouden met de gemaakte afspraken voor de afdracht van middelen voor binnen- en buitenonderhoud van de brede scholen. Conform afspraken met de gemeente draagt Onderwijsgroep Perspecto 100% van de ontvangen middelen voor groot onderhoud en 60% van het regulier onderhoud over aan de gemeenten. De resterende 40% zet Onderwijsgroep Perspecto zelf in voor planbaar onderhoud aan de binnenkant (vooral cosmetisch) en klein onderhoud. Voor de komende jaren zijn bij Onderwijsgroep Perspecto de volgende ver- en nieuwbouw projecten te verwachten. De fusie heeft geen invloed op de reeds gemaakte afspraken in het IHP.

Tussen heden en drie jaren:    

Onderzoek Othene medegebruik Rivierenbuurt, nieuwbouw De Steiger Westdorpe, nieuwbouw De Kreeke Biervliet, inpassing KDV

Tussen heden en vijf jaren: 

Terneuzen, uitbreiding Kameleon

Voor de scholen in Hulst zijn plannen vastgesteld voor investering in onderwijskundige vernieuwing. Ook op deze plannen heeft de fusie geen effect. Schoolgebouwen ProBaz Brinnummer

Naam school

Juridisch eigendom ProBaz

Juridisch eigendom gemeente

Gemeente

04PL

De Warande

x

10IW

De Torenberg

x

10YW

De Parel

x

Terneuzen

13DO

De Stelle

x

Terneuzen

13IZ

Pr.W.v.Oranjeschool

x

13JL

De Driesprong

x

13NZ

De Oude Vaart

x

13JL

De Driesprong

x

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

Terneuzen

45 107

Net als bij Onderwijsgroep Perspecto draagt ProBaz conform afspraken met de gemeente Terneuzen 100% van de ontvangen middelen voor groot onderhoud en 60% van het regulier onderhoud over aan de gemeenten. De resterende 40% zet Onderwijsgroep Perspecto zelf in voor planbaar onderhoud aan de binnenkant en klein onderhoud. Bij de scholen van ProBaz zijn in de komende jaren de volgende nieuwbouw/verbouw projecten te verwachten. Deze zijn in het IHP opgenomen. De fusie heeft hierop geen effect. Tussen heden en drie jaren:  

Terneuzen, Oude Vaart Hoek, nieuwbouw de Driesprong

Tussen heden en vijf jaren: 

Zaamslag, nieuwbouw Torenberg

Schoolgebouwen Scoba Brinnummer

Naam school

Juridisch eigendom Scoba

Juridisch eigendom gemeente

Gemeente

03MT

Molenbolwerk

x

03NH

Sint Jozef

x

07FA

Meerstromen

x

09KV 10FX

Sint Bavo

x

Sluis

De Molenkreek

x

Sluis

16UQ

Op Dreef

x

Voor de gebouwen in eigendom van de gemeente draagt Scoba 100% van de materiële vergoeding voor onderhoud af aan de gemeente. Door de fusie verandert dat niet. De volgende nieuwbouwtrajecten staan in de planning: 

Op Dreef in Aardenburg krijgt nieuwbouw in 2022 Het gebouw valt na oplevering onder het eigendom van de gemeente. Bovenstaande afspraak gaat dan ook voor Op Dreef gelden. Voor het schoolbestuur betekent het de aanschaf van nieuw meubilair. Deze kosten zijn nog niet in de begroting verwerkt. Het wordt voor 2021 in de begroting opgenomen. Molenbolwerk in IJzendijke krijgt in 2023 nieuwbouw. Ook het gebouw van Molenbolwerk zal onder het eigendom van de gemeente vallen. De kosten voor nieuw meubilair worden in de begroting 2022 opgenomen.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

46 107

Schoolgebouwen SKOH Brinnr.

Naam school

Juridisch eigendom SKOH

09KH

St. Willibrordus

x

10FL

Nobelhorst

x

10WQ

Moerschans

x

Alle gebouwen onder SKO Hulst zijn eigendom van de stichting. Bij St. Willibrordus wordt in de tweede helft van het schooljaar 2020-2021 een overkapping gebouwd. De schoolbesturen zijn met de gemeente Hulst in gesprek over een nieuw schoolgebouw in Hulst Noord. De gemeente en de schoolbesturen hebben geen IHP vastgesteld. De gemeente Hulst heeft verder de uitspraak gedaan dat alle schoolgebouwen het eigendom van de schoolbesturen moeten zijn. De fusie heeft hierop geen effect.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

47 107

8. Kosten en baten van de fusie 8.1 Financiële situatie In de stuurgroep smal is besloten dat de huidige begrotingskaders voor 2021 en de formatiekaders voor 2021-2022 gehandhaafd blijven. Op basis van de huidige meerjarenbegrotingen is de meerjarenbegroting van de nieuwe organisatie opgesteld. Dit laat het volgende beeld zijn. Meerjarenbegroting nieuwe organisatie 2021

2022

2023

2024

2025

3.1 Rijksbijdragen

€ 39.582.352

€ 38.871.523

€ 38.790.830

€ 38.713.364

€ 37.989.356

3.2 Overige overh.bijdragen en -subs.

€ 139.885

€ 139.885

€ 139.885

€ 139.885

€ 139.885

3.3 Coll-,cursus-,les-en examengeld.

€0

€0

€0

€0

€0

3.4 Baten werk i.o.v. derden

€0

€0

€0

€0

€0

3.5 Overige baten

€ 356.682

€ 351.957

€ 351.957

€ 351.957

€ 351.957

totaal baten

€ 40.078.919

€ 39.363.365

€ 39.282.672

€ 39.205.206

€ 38.481.198

4.1 Personeelslasten

€ 34.462.048

€ 33.664.687

€ 33.519.466

€ 33.613.172

€ 33.546.992

4.2 Afschrijvingen

€ 949.896

€ 853.151

€ 835.030

€ 828.714

€ 777.840

4.3 Huisvestingslasten

€ 2.669.387

€ 2.457.787

€ 2.445.747

€ 2.449.490

€ 2.556.589

4.4 Overige lasten

€ 2.491.202

€ 2.871.337

€ 2.809.701

€ 2.987.155

€ 2.508.009

totaal lasten

€ 40.572.533

€ 39.846.962

€ 39.609.944

€ 39.878.531

€ 39.389.431

Saldo baten en lasten

-€ 493.614

-€ 483.597

-€ 327.272

-€ 673.325

-€ 908.232

Saldo financiële bedrijfsvoering

€ 73

-€ 227

-€ 527

-€ 827

-€ 1.127

Saldo buitengewone baten en lasten

€0

€0

€0

€0

€0

Netto resultaat

-€ 493.540

-€ 483.824

-€ 327.799

-€ 674.152

-€ 909.359

% van de totale baten

-1%

-1%

-1%

-2%

-2%

3. Baten

4. Lasten

De begroting van de nieuwe organisatie is opgebouwd uit de begrotingen 2021 en meerjaren begrotingen van ProBaz, Onderwijsgroep Perspecto, Scoba en SKO Hulst. Op het moment van fusie worden de kosten voor administratie, beheer en bestuur lager doordat: 1 de nieuwe organisatie twee bestuurders heeft in plaats van vier op dit moment en het aantal toezichthouders lager is dan op dit moment. Hiervoor is een geraamde besparing van € 300.000,opgenomen in de begroting.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

48 107

2

per direct de kosten voor administratie iets lager zijn doordat van meerdere contracten voor de PSA, FA en leerlingadministratie wordt overgestapt naar één contract per onderdeel. Hierbij speelt dat er ook transitiekosten gemaakt worden. Deze zijn al in de begrotingen van de vier besturen verwerkt. Als kostenbesparing door samenvoeging van de administraties is een conservatieve raming van € 20.000,- per jaar opgenomen. Het betreft hierbij een inschatting van het verschil tussen de separate contracten op dit moment en één contract in de nieuwe organisatie. De komende jaren zullen meer contracten opnieuw overeengekomen moeten worden. Dan komen de schaalvoordelen concreet in beeld.

De eenmalige cao-uitkeringen in februari 2020 en extra corona kosten hebben mogelijk nog een effect op de resultaten van de huidige organisaties. Dat heeft mogelijk ook een effect op de balanswaarde. De meerjarenbegroting van de nieuwe organisatie laat, net als in de begrotingen van de huidige organisaties, een toename van het exploitatietekort zien. Belangrijke reden is dat de vier organisaties op dit moment een te hoge buffer hebben, conform de richtlijnen van de Onderwijsinspectie. De huidige organisaties zijn daar recentelijk op gewezen. De organisaties hebben keuzes gemaakt om te investeren en de reserves in te zetten. Daarnaast is in het afgelopen jaar een stijging van de materiële lasten en de lasten voor vervanging te zien door de gevolgen van COVID-19. Zoals hierboven vermeld blijven de uitgangspunten van de huidige organisaties in het jaar van de fusie van toepassing. De uitgangspunten hebben effect op het financieel meerjarenperspectief. In onderstaand overzicht zijn de opvallende uitgangspunten per organisatie weergegeven. Reguliere ontwikkelingen en loonontwikkelingen door cao-afspraken zijn niet in onderstaand overzicht opgenomen. Door een accountant is onderzoek gedaan naar de begrotingen van de vier organisaties. Voor de bevindingen verwijzen naar het rapport van Astrium (zie bijlage III).

Meerjaren balans De meerjarenbegroting resulteert in de volgende meerjaren balans voor de nieuwe organisatie. 2021

2022

2023

2024

2025

1.1 Immateriële vaste activa

€0

€0

€0

€0

€0

1.2 Materiële vaste activa

€ 4.737.984

€ 4.576.494

€ 4.419.238

€ 4.239.547

€ 4.020.308

1.3 Financiële vaste activa

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

Vaste activa

€ 4.787.984

€ 4.626.494

€ 4.469.238

€ 4.289.547

€ 4.070.308

1.4 Voorraden

€0

€0

€0

€0

€0

1.5 Vorderingen

€ 2.327.965

€ 2.327.965

€ 2.327.965

€ 2.327.965

€ 2.327.965

1.6 Effecten

€0

€0

€0

€0

€0

1.7 Liquide middelen

€ 15.027.132

€ 14.321.017

€ 13.933.145

€ 13.189.616

€ 11.988.771

Vlottende activa

€ 17.355.097

€ 16.648.982

€ 16.261.110

€ 15.517.581

€ 14.316.736

Totale Activa

€ 22.143.081

€ 21.275.476

€ 20.730.348

€ 19.807.129

€ 18.387.044

1. Activa

2. Passiva

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

49 107

2.1 Eigen vermogen

€ 16.183.510

€ 15.370.333

€ 14.712.328

€ 13.707.145

€ 12.467.449

2.2 Voorzieningen

€ 1.903.392

€ 1.848.964

€ 1.961.842

€ 2.043.806

€ 1.863.417

2.3 Langlopende schulden

€0

€0

€0

€0

€0

2.4 Kortlopende schulden

€ 4.056.172

€ 4.056.172

€ 4.056.172

€ 4.056.172

€ 4.056.172

Totale Passiva

€ 22.143.081

€ 21.275.476

€ 20.730.348

€ 19.807.129

€ 18.387.044

Financiële weerbaarheid/ vermogensbeheer

signalering

2022

2023

2024

2025

ondergrens: solvabiliteit 2

< 30%

81%

80%

80%

78%

weerstandsvermogen

< 5%

39%

37%

35%

32%

rentabiliteit

< 10%

-1,2%

-0,8%

-1,7%

-2,4%

rentabiliteit (driejaarsgemiddelde)

< 0%

-2,0%

-1,1%

-1,3%

-1,6%

liquiditeit (current ratio)

< 0,75

4,1

4,0

3,8

3,5

Voor de komende vier jaren voldoen de financiële kengetallen aan de signaleringsgrenzen. Wel is van belang dat in de nieuwe organisatie duidelijk wordt hoe het weer structureel naar een sluitende begroting gaat komen. Het College van bestuur van de nieuwe organisatie stelt in overleg met directeuren, GMR en Raad van toezicht een bestedingsplan op gericht op de realisatie van een gezonde en toekomstbestendige exploitatie en de besteding van de algemene reserve in verband met de aanwijzing van de onderwijsinspectie over de bovenmatige reserve. Financiële buffer De nieuwe organisatie heeft door de grotere schaalomvang een lager risicoprofiel. De Commissie Don, die in opdracht van OCW onderzoek heeft gedaan naar het benodigde vermogen in het primair onderwijs, stelt dat grote onderwijsinstellingen het laagste risicoprofiel hebben van 5% van de baten. Grote onderwijsinstellingen zijn beter dan kleine organisaties in staat om de effecten van risico’s op te vangen door de spreiding van risico’s (vereveningseffect). Omgerekend naar benodigd vermogen betekent dit dat grote onderwijsinstellingen 5% van de baten nodig hebben aan buffervermogen en bufferliquiditeit en kleine onderwijsinstellingen richting de 10%.Gezien de uitdagingen in de komende jaren hanteren we 7%. In de onderstaande tabel geven we weer wat de financiële buffer van de nieuwe organisatie is.

Hiervoor bepalen we het kapitaal voor de volgende drie onderdelen: 1 Kapitaal om risico’s op te vangen; 2

Kapitaal om te (her)investeren;

3

Kapitaal om aan de betalingsverplichtingen te voldoen.

Hieronder hebben we het schematisch weergegeven. Activa (bezittingen)

Passiva (vermogen)

Kapitaal voor investeringen Eigen vermogen Kapitaal voor het opvangen van risico’s

Kapitaal voor het voldoen van betalingen Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

Vreemd vermogen (kort) 50 107

Bovenstaande hebben we in de volgende tabel doorgerekend. A. Aanwezige liquiditeit voor opvangen van tegenvallers in de exploitatie

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal aanwezig kapitaal (exclusief privaat vermogen)

€ 20.149.354

€ 19.311.450

€ 18.796.023

€ 17.872.804

€ 16.452.719

Minus: kapitaal voor instandhouding materiële vaste activa

€ 8.156.681

€ 8.011.004

€ 7.994.522

€ 7.978.697

€ 7.831.300

Minus: transactiefunctie

€ 4.056.180

€ 4.056.179

€ 4.056.178

€ 4.056.179

€ 4.056.178

aanwezige financiële buffer

€ 7.936.493

€ 7.244.266

€ 6.745.323

€ 5.837.928

€ 4.565.241

als percentage van totale baten

20%

18%

17%

15%

12%

B. Benodigde liquiditeit voor opvangen van tegenvallers in de exploitatie benodigde financiële buffer

€ 2.004.098

als percentage van totale baten

5%

Verschil aanwezige buffer benodigde buffer (A-B)

€ 5.932.395

als percentage van totale baten

15%

€ 1.968.306

€ 1.964.256

5%

€ 5.275.960

€ 1.960.368

5%

€ 4.781.067

13%

€ 1.924.152

5%

€ 3.877.560

12%

5%

€ 2.641.089

10%

7%

Uit het overzicht op de vorige pagina blijkt dat ondanks de te verwachten exploitatietekorten dat de nieuwe organisatie in de komende jaren meer dan genoeg buffer heeft om risico’s op te vangen en om aan alle verplichtingen te voldoen. Zoals eerder vermeld beoordeelt de Onderwijsinspectie of schoolbesturen een bovenmatige reserve aanhouden. In onderstaand overzicht is weergegeven in hoeverre daarvan in de nieuwe organisatie sprake is. Signalering mogelijk bovenmatige reserves (OCW/IvhO, 2020) 2021

2022

2023

2024

2025

Eigen vermogen

€ 16.183.510

€ 15.370.333

€ 14.712.328

€ 13.707.145

€ 12.467.449

minus: Privaat eigen vermogen

€ 1.208.001

€ 1.208.001

€ 1.208.001

€ 1.208.001

€ 1.208.001

totaal

€ 14.975.509

€ 14.162.332

€ 13.504.327

€ 12.499.144

€ 11.259.448

1.a Boekwaarde materiële vaste activa (excl. gebouwen)

€ 3.952.258

€ 3.820.469

€ 3.692.914

€ 3.513.223

€ 3.293.984

1.b (Aanschafwaarde gebouwen * 50%) * 1,27

€ 757.855

€ 757.855

€ 757.855

€ 757.855

€ 757.855

2. Liquiditeitsbuffer

€ 2.004.098

€ 1.968.306

€ 1.964.256

€ 1.960.368

€ 1.924.152

totaal

€ 6.714.212

€ 6.546.630

€ 6.415.026

€ 6.231.447

€ 5.975.992

A. Feitelijk publiek eigen vermogen

B. Signaleringswaarde publiek eigen vermogen

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

51 107

Signalering bovenmatig publiek eigen vermogen

Bovenmatig

Bovenmatig

Bovenmatig

Bovenmatig

Bovenmatig

€ 8.261.297

€ 7.615.702

€ 7.089.301

€ 6.267.697

€ 5.283.456

20,6%

19,3%

18,0%

16,0%

13,7%

als % van totale baten

Er zijn twee ontwikkelingen in het primair onderwijs dat bovenstaande overzicht vanaf 2023 wat nuanceert.  De vereenvoudiging van de bekostiging.  De aanpassing van de opbouw van de voorziening onderhoud conform de RJO (componenten methode). Dit bekent naar verwachting een fors hogere voorziening (verschuiving van het eigen vermogen naar voorziening onderhoud). De effecten daarvan zijn op dit moment nog niet vastgesteld. Daarnaast zit in bovengenoemde reserve ook door de besturen aangemerkte bestemmingsreserves. In de jaarrekeningen 2019 worden de volgende bestemmingsreserves verantwoord: Bestemmingsreserve publieke middelen

Bedrag

Onderwijsgroep Perspecto Onderwijskundige vernieuwing schoolgebouwen

€ 450.000,-

Bijzondere en aanvullende bekostiging

€ 256.967,-

Arbeidsvoorwaardelijke middelen

€ 374.331,-

ProBaz Projecten

€ 103.472,-

Nulmeting

€ 43.879,-

Zorggelden

€ 307.530,-

Onderwijskundige vernieuwing schoolgebouwen

€ 166.731,-

Eenmalige uitwerking werkdrukmiddelen

€ 244.486,-

SKO Hulst Zorggelden

€ 176.409,-

De fusie heeft geen effect op de opbouw van de bestemmingsreserve. Het College van bestuur kan wel besluiten, bij de ontwikkeling van nieuw financieel beleid, tot een nieuwe opbouw van de bestemmingsreserves. Dit vindt altijd in overleg met de directeuren, GMR en Raad van toezicht plaats.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

52 107

8.2

Samenvoegen van middelen bij fusie

Juridisch gezien valt het vermogen (waaronder de reserve) na de fusie onder de nieuwe organisatie. Na de fusie heeft de nieuwe organisatie één vermogen. Er wordt één jaarverslag gemaakt, met daarin één jaarrekening. ProBaz, Onderwijsgroep Perspecto en Scoba hebben private middelen. Per 31-12-2019 betreft het € 368.749 bij Onderwijsgroep Perspecto, € 409.222,- bij ProBaz en € 48.779,- bij Scoba. Deze middelen bestaan voor een deel uit de ouderbijdrage maar ook uit niet bestemde private bijdragen uit het verleden en de verkoop van onroerend goed. Deze middelen vallen na de fusie onder de verantwoordelijkheid van het college van bestuur. Over de eventuele inzet van dat geld voert het college van bestuur overleg met de directeuren, de GMR en de raad van toezicht.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

53 107

9. Voorlopige harmonisatiekalender Zoals in hoofdstuk drie is vermeld start na het fusiemoment een harmonisatieperiode van twee jaren. Het College van bestuur besluit samen met de directeuren over onderstaande harmonisaties. Dit wordt voor zo veel als mogelijk voorbereid door het bureau onderwijs en bedrijfsvoering. Harmonisatiekalender Voor de fusiedatum (1-8-2021)

Thema

Migratie van personeel- en salarisadministratiesystemen en financiële administratiesystemen voorbereiden

P&O en FIN

Q1/Q2

Harmonisatie ICT (office 365 e.d.)

ICT

ICT medewerkers en stuurgroep

Q2

Overstap Scoba scholen van Esis naar Parnassys (inclusief instructie directeuren)

ICT O&KZ

ICT en directeuren

Q2 mei 2021

Afmelden SKO Hulst en Scoba bij het Vervangingsfonds

P&O

Stuurgroep

Q2 mei 2021

Finale detailvergelijking arbeidsvoorwaarden en samenstellen arbeidsvoorwaardenpakket voor de nieuwe organisatie (binnen de kaders van de werkkostenregeling)

P&O

Beleidsadviseurs/ teamleider/hoofd HRM

Q2 mei 2021

Voorbereiden samenvoegen dossiers/archieven

P&O

HRM

Q2 vanaf mei 2021

Starten eventueel herijken afspraken Zevla (het bestuurlijk landschap is per 01-08-2021) gewijzigd.

P&O

Stuurgroep, ondersteund door beleidsadviseurs/ teamleider/hoofd HRM

Q2 vanaf mei 2021

Organisatiebrede identiteitscommissie vormgeven

I&C

Stuurgroep

Q2 mei/juni 2021

Afstemmen zorgstructuren

O&KZ

Werkgroep onderwijs & kwaliteitszorg

Q2 mei/juni 2021

De bouwstenen voor de visie op onderwijs moeten de komende periode verder worden uitgewerkt.

O&KZ

Werkgroep onderwijs & kwaliteitszorg

Q2 mei/juni 2021

Voor de fusie wordt gestart met de harmonisatie van ondersteuningsstructuur. Hierbij wordt ook de positie van het onderwijs aan anderstaligen meegenomen.

O&KZ

Werkgroep onderwijs & kwaliteitszorg

Q1/Q2

De gemeenschappelijke onderdelen en thema’s kunnen dienen als basis voor het uitwerken van het ‘hoe’. Hierbij moeten ook de inzichten ten aanzien van innovatie en de inzichten met betrekking tot de doorgaande lijn kinderopvang/onderwijs in de uitwerking van de onderwijsvisie aan de orde komen.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

Verantwoordelijk Beleidsadviseurs HRM & Financiën

54 107

Q2 juni 2021

Voorbereiden gelijktijdig ontslag en benoeming (opstellen arbeidsovereenkomsten en beëindigingsbrieven).

P&O

Medewerkers HRM. Onder regie van beleidsadviseurs/tea mleider/hoofd

Q2-Q3

Samenvoegen dossiers/archieven

P&O

HRM

Afstemming dossiers op het gebied van ontslag, ziekte, functioneren, enz.

P&O

Beleidsadviseurs/ hoofd/ (algemeen) directeuren

juni/juli 2021 Q2-Q3 juni/juli 2021

Na fusiedatum (1-8-2021) Q3-Q4 vanaf sept

Harmoniseren PDCA cycli (format jaarplannen e.d.)

Q3-Q4 vanaf sept

Ontwikkelen nieuw personeelsbeleid

P&O

HRM/College van bestuur/directeuren

Q3-Q4 vanaf sept

Ontwikkelen eerste versie allocatiebeleid nieuwe organisatie en inkoopbeleid

FIN

Beleidsadviseurs financiën en huisvesting.

Q3-Q4 vanaf sept

Formuleren en vaststellen nieuw formatiebeleid

P&O

Beleidsadviseurs HRM/ hoofd/ (algemeen) directeuren en College van bestuur

Q3-Q4

Ontwikkelen nieuw kwaliteitsstelsel en harmoniseren kwaliteitszorgsystemen.

O&KZ

Werkgroep onderwijs & kwaliteitszorg

Vaststellen format voor het jaarplan van de scholen. Q4 2021

Vormgeven resultatenkader identiteitscommissie

I&C

Directeuren en College van bestuur

Q1 en Q2 2022

Uitwerken professionalisering(sbeleid) en professionele leergemeenschappen

O&KZ

Werkgroep onderwijs & kwaliteitszorg

Q1 en Q2 2022

Ontwikkelen gemeenschappelijke definities identiteit

I&C

Directeuren, College van bestuur en identiteitscommissie

Q2

Aanbesteding uitzetten voor personeel en salarisadministratiesystemen en financiële administratiesystemen

P&O

Beleidsadviseurs HRM & Financiën

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

en FIN

55 107

10. Communicatie over de fusie Tijdens het onderzoek naar een bestuurlijke fusie is op verschillende manieren en gericht op verschillende doelgroepen gecommuniceerd over de inhoud en voortgang van het onderzoek. 10.1 Doel van de communicatie De communicatie over het verloop en de resultaten van het traject heeft als doel helder en transparant te communiceren, zodat alle betrokken doelgroepen over dezelfde informatie beschikken, op de hoogte zijn van de ontwikkelingen en hierover vragen kunnen stellen. De stuurgroep smal is verantwoordelijk voor het juist en tijdig informeren. 10.2 Communicatiedoelgroepen Elke doelgroep heeft een specifieke plaats in het proces. De communicatie en werkwijze zijn hierop aangepast. Gedurende het traject is met onderstaande gremia structureel gecommuniceerd:  Intern: – Raden van toezicht en besturen – Directeuren – GMR’en – Medewerkers – Ouders en leerlingen 

Extern – Colleges van B&W en gemeenteraden van de betreffende gemeenten – Collega besturen – Vakbonden – Samenwerkingsverbanden passend onderwijs – Kinderopvang

10.3 Wijze waarop medezeggenschapsraden zijn en worden betrokken Bij de start van het onderzoek zijn de GMR’en van de vier bij het onderzoek betrokken besturen geïnformeerd. De intentieverklaring, het plan van aanpak en het samenvattend overzicht van de dwarsdoorsneden is met elke GMR in een hiervoor belegde bijeenkomst gedeeld. De GMR’en zijn vervolgens in hun vergaderingen continu op de hoogte gebracht van het verloop van het proces. De GMR’en krijgen de voorliggende FER ter instemming voorgelegd. 10.4 Wijze waarop personeel, ouders en leerlingen zijn en worden betrokken Medewerkers, ouders en leerlingen zijn via een aantal communicatiekanalen meegenomen in het doel, de voortgang en de resultaten van het onderzoek:  Nieuwsbrieven  Fusiejournaals (maandelijks)  Een in het kader van het onderzoek ingerichte website met informatie over het fusietraject. 10.5 Wijze waarop raden van toezicht zijn en worden betrokken De Raden van toezicht zijn op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen en de voortgang van het onderzoek door de stuurgroep smal. Ook zijn de Raden van toezicht door hun voorzitter vertegenwoordigd in de stuurgroep breed. Over de besturingsfilosofie voor de nieuwe organisatie en de betekenis daarvan voor op de statuten heeft elke Raad van toezicht gesproken met de extern begeleiders van het onderzoek.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

56 107

Ook zijn de raden van toezicht geïnformeerd over de eerste resultaten van de werkgroepen en is de inhoud van de concept-FER met betrokkenen besproken. 10.6 Wijze waarop externe belanghebbenden zijn en worden betrokken Aan de start van het onderzoek hebben de vier besturen een gezamenlijk persbericht gepubliceerd over de aanleiding, de inhoud en de voortgang van het onderzoek. De regionale pers heeft naar aanleiding hiervan een nieuwsbericht gepubliceerd. De externe stakeholders, zoals benoemd in 10.2, zijn gedurende het onderzoek mondeling dan wel schriftelijk geïnformeerd over de voortgang van het onderzoek. Met de vakbonden heeft een technisch overleg over de personele gevolgen van de beoogde besturenfusie plaatsgevonden. In een decentraal georganiseerd overleg (DGO) wordt op basis van de voorliggende FER met de vakbonden vastgesteld hoe met de eventuele personele gevolgen wordt omgegaan (zie paragraaf 5.2).

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

57 107

11. Evaluatie van de fusie Na 1 augustus 2021 wordt de fusie geëvalueerd. Er wordt hierbij vooral gekeken naar hoe het in- en uitfaseren is gelopen. De evaluatie zal met de directeuren, de GMR, het College van bestuur en de Raad van toezicht plaatsvinden. Een eerste evaluatie kan in het eerste kwartaal van 2022 plaatsvinden. Onderwerpen van deze evaluatie zijn in ieder geval:  De mate waarin de (gekwantificeerde) doelen uit paragraaf 1.3 bereikt zijn en wat daarvoor nog nodig is. 

Verloop infaseren in de systemen en het beleid

Verloop infaseren in de organisatiestructuur en de clusterindeling en de werking ervan in het bijzonder

Verloop infaseren in de medezeggenschap

Verloop ontwikkelen en infaseren kwaliteitszorg

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

58 107

12. Advies gemeenten Hier volgt het advies van de colleges B&W van de gemeenten Sluis, Terneuzen en Hulst.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

59 107

Bijlage I:

Advies van B&W van de betrokken gemeenten

Hier volgen de afschriften van de adviezen van de colleges B&W van de gemeenten Sluis, Terneuzen en Hulst.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

60 107

Bijlage II:

Netwerkorganisatie

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

61 107

Bijlage III: Rapport Astrium De bijlage is als apart bestand aan de FER toegevoegd.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

62 107

Bijlage IV: Statuten en reglementen Concept statuten fusiestichting PO Zeeuws-Vlaanderen Deze conceptstatuten zijn in bespreking met de NKSR en de gemeenten. Deze conceptversie dient als onderbouwing van de besturingsfilosofie in hoofdstuk 3. De definitieve versie wordt na deze besprekingen naar de GMR’en en raden van toezicht/besturen gestuurd. NAAM EN VESTIGING Artikel 1 1 De stichting draagt de naam: Stichting 2 Zij is gevestigd in de gemeente 3 Zij is opgericht voor onbepaalde tijd. DOEL Artikel 2 1 De stichting heeft zonder winstoogmerk ten doel het geven van openbaar onderwijs, Protestants Christelijk onderwijs, Katholiek onderwijs, Interconfessioneel onderwijs dan wel het geven van onderwijs in samenwerkingsscholen. 2 Daarbij wordt aandacht geschonken aan de ontwikkeling van de leerlingen in het algemeen en in het bijzonder aan o.a.: – het verwerven van noodzakelijke kennis; – het verwerven van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden; – het bewust maken van de waarden en normen van de Nederlandse samenleving.

MIDDELEN Artikel 3 De stichting tracht haar doel te bereiken langs wettige weg en wel door in elk geval: a het oprichten en in stand houden van onderwijsvoorzieningen voor primair onderwijs; b het aandacht besteden aan de kwaliteit in brede zin van het op de scholen te geven onderwijs; c het zoeken van verbinding en samenwerken met organisaties die eenzelfde of verwant doel nastreven en/of activiteiten op het gebied van onderwijs uitvoeren; d het zoeken van verbinding en samenwerken met ketenpartners en andere organisaties die (ook) verantwoordelijk zijn voor c.q. zich richten op de ontwikkeling en zorg voor kinderen; e het benutten van alle wettige middelen, die ter bereiking van het doel nuttig kunnen zijn. GRONDSLAG EN OPENBAAR KARAKTER, IDENTITEIT Artikel 4 1 Het College van Bestuur borgt op stichtingsniveau de (invulling van de) grondslag en de identiteit van de afzonderlijke scholen. 2 Aan de grondslag en identiteit van de school wordt op schoolniveau vorm gegeven. 3 Het onderwijs aan de katholieke scholen wordt gegeven op katholieke grondslag. De stichting wil daarbij handelen volgens de regelingen betreffende het katholiek onderwijs, die op grond van het gezamenlijk overleg in de Nederlandse Katholieke Schoolraad te Den Haag zijn vastgesteld alsmede volgens het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs.

4 Het onderwijs aan de scholen voor protestants-christelijk wordt gegeven op protestants-christelijke grondslag met als richtsnoer de bijbel.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

63 107

5 6

7 8

9

Het onderwijs aan de scholen voor Interconfessioneel onderwijs wordt gegeven op basis van de grondslagen zoals beschreven in lid 3 en lid 4 van dit artikel. Het onderwijs aan de openbare scholen wordt gegeven met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. Een samenwerkingsschool is een school waarin zowel openbaar onderwijs als bijzonder onderwijs wordt aangeboden. De katholieke en protestants-christelijke scholen van de stichting zijn toegankelijk voor alle leerlingen, mits de onderwijskundige en pedagogische grondslag van de school wordt onderschreven en met de identiteit en grondslag van de school wordt ingestemd. De openbare scholen en samenwerkingsscholen van de stichting zijn toegankelijk voor alle leerlingen, zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing.

IDENTITEITSCOMMISSIE SAMENWERKINGSSCHOOL Artikel 5 1 Aan een samenwerkingsschool is een identiteitscommissie verbonden. 2 Voor een identiteitscommissie als bedoeld in lid 1 geldt het volgende: a De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het bevoegd gezag over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool. De identiteitscommissie kan tevens voorstellen doen over de aangelegenheden, bedoeld in de eerste volzin. b Bij de samenstelling van de identiteitscommissie is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs. De identiteitscommissie bestaat uit minimaal twee leden. De leden worden (her)benoemd en ontslagen door het College van Bestuur. Benoeming vindt plaats op voordracht van de directeur van de school6. c Een lid van de identiteitscommissie wordt benoemd voor de duur van maximaal vier jaren. Aftredende leden kunnen ten hoogste éénmaal worden herbenoemd voor een termijn van maximaal vier jaren. d De identiteitscommissie overlegt minimaal twee keer per schooljaar met de directeur van de school. e In geval van een geschil tussen het College van Bestuur en de identiteitscommissie zal in eerste aanleg een oplossing worden gezocht door middel van mediation of bemiddeling.

Indien dit niet tot een oplossing leidt, zal het geschil worden beslecht via arbitrage of bindend advies. f Elke identiteitscommissie kan een eigen intern reglement vaststellen. ORGANEN VAN DE STICHTING Artikel 6 1 De stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het wettelijk bevoegd gezag uit. 2 De stichting heeft de functies van bestuur en toezicht in organieke zin gescheiden en kent daartoe als organen een College van Bestuur en een Raad van Toezicht. 3 De benoeming in de functies van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen. 6

De medezeggenschapsraad krijgt een adviesrecht bij de voorgenomen voordracht. De directeur moet dit voorleggen aan de medezeggenschapsraad van de school. Vervolgens moet de directeur de voordracht en het advies van de medezeggenschapsraad voorleggen aan het College van Bestuur.

Fusie-effectrapportage | 11-02-2021

64 107

4

5

Tot leden van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht kunnen niet worden benoemd: a echtgenoten/levenspartners, ouders en kinderen van zittende leden; b broers en zussen of echtgenoten/levenspartners van broers en zussen van zittende leden; c personeelsleden van de Stichting dan wel diens echtgenoten/levenspartners, ouders/verzorgers en kinderen; d leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de Stichting; e leden van de medezeggenschapsraad van een school van de Stichting; f personen die lid zijn van het College van Burgemeester en Wethouders en/of de gemeenteraad van een gemeente waar een school van de Stichting is gevestigd dan wel dat zijn geweest in de periode van vier jaar voorafgaand aan de datum van benoeming tot lid van het College van Bestuur of Raad van Toezicht; g personen die een zodanig andere functie bekleden dat het lidmaatschap kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen; h personen die op basis van in de geldende Code Goed Bestuur omschreven eigenschappen c.q. onverenigbaarheden zijn uitgesloten van lidmaatschap. Leden van het College van Bestuur mogen bij voorkeur geen kinderen hebben op een school van de Stichting.

Minimaal één lid van de Raad van Toezicht mag geen kinderen hebben op een school van de Stichting en de overige leden van de Raad van Toezicht mogen bij voorkeur geen kinderen hebben op een school van de Stichting. Om de onafhankelijkheid van het intern toezicht te bevorderen, bestaat de Raad van Toezicht uit minimaal één lid dat geen kind(eren) heeft op een school/scholen van de stichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10283745/1