CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied Hulst 2023_Regels

Commissie Ruimte 3 september 2024, gemeente HulstBij agendapunt: Vaststellen Herziening bestemmingsplan Buitengebied Hulst40.007 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

de uitoefening van detailhandel niet is toegestaan, uitgezonderd als ondergeschikte nevenactiviteit gerelateerd aan het desbetreffende bedrijf.

Buitengebied Hulst 2023

45

4.5.2 Bed and Breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4 sub j ten behoeve van de uitoefening van een bed and breakfast als ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het oprichten van een bed and breakfastvoorziening is toegestaan indien: 1. het hoofdgebouw een minimale inhoud van 500 m³ heeft, met een maximale afwijking van 15%; 2. de bijbehorende bouwwerken minimaal 75 m² en maximaal 100 m² aan oppervlakte hebben en/of, 3. het een cultuurhistorisch waardevol gebouw dan wel monument betreft, zoals opgenomen in bijlage 5 van deze regels; b. de hoofdfunctie van de gronden waarop een bed and breakfastvoorziening wordt gevestigd, agrarisch blijft; c. een bed and breakfastvoorziening dient binnen de bestaande bebouwing te worden opgericht; d. het aantal personen dat tegelijkertijd van een bed and breakfastvoorziening gebruik mag maken bedraagt maximaal 6; e. een bed and breakfastvoorziening mag niet als zelfstandige wooneenheid functioneren; f. permanente bewoning is niet toegestaan; g. parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein binnen het bestaande bouwvlak; h. afwijking mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2.

onevenredige aantasting van de landschappelijke, cultuurhistorische en architectonische waarden van het perceel dan wel het gebouw. Het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning in wanneer niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor verlening van de omgevingsvergunning of indien in strijd met de omgevingsvergunning wordt gehandeld. 4.5.3 Kleinschalig kamperen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1 in samenhang gelezen met het bepaalde in 4.4 ten behoeve van grootschaliger kleinschalig kamperen bij een agrarisch bedrijf op en / of in aansluiting op een bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. per paardenhouderij bedraagt het aantal standplaatsen maximaal 25 35, waarvan maximaal 20% met een maximum van 5 eenheden permanente kampeermiddelen zijn toegestaan; b. kleinschalig kamperen vindt uitsluitend plaats in het zomerseizoen; c. de standplaatsen zijn gesitueerd op of binnen een afstand van 25 meter van het bouwvlak; d. permanente bewoning van kampeermiddelen is niet toegestaan; e. de bouwhoogte van kampeermiddelen bedraagt maximaal 3,5 meter; f. sanitaire voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan, met dien verstande dat buiten het bouwvlak de oppervlakte van gebouwen maximaal 50 m² bedraagt; g.

parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein binnen het bestaande bouwvlak; h. de afstand tussen de minicamping en de meest nabij gelegen woning van derden bedraagt minimaal 25 meter; i. ter plaatse van de standplaatsen mag de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai niet meer bedragen dan 48 dB; j. afwijking voor gronden gelegen binnen een afstand van 100 meter van de bestemming 'Natuur' en de bestemming 'Water' met de nadere aanduiding 'ecologische verbindingszone' is uitsluitend toegestaan indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabij gelegen natuurgebied; k. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels. Het college is bevoegd de bijlage bij de regels als beleidsregel te wijzigen in overeenstemming met de verleende vergunning. Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, wat in ieder geval inhoudt dat de aanleg, het beheer en het onderhoud

Buitengebied Hulst 2023

46

l.

van de landschappelijke inpassing voorafgaand aan verlening van de omgevingsvergunning in een privaatrechtelijke overeenkomst worden vastgelegd; afwijking mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte.

4.5.4 Nieuwe Economische Dragers als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1 in samenhang gelezen met het bepaalde in 4.4 ten behoeve een nieuwe economische drager als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er dient sprake te zijn van een functie die voorkomt in de lijst Nieuwe Economische Dragers zoals opgenomen in bijlage 4, waarbij is aangegeven dat via afwijking van de gebruiksregels de functie is toegestaan, dan wel overige bedrijfsfuncties, die naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de in bijlage 4 opgenomen functies; b. de agrarisch-verwante of niet-agrarische activiteiten dienen plaats te vinden in bestaande gebouwen binnen een bouwvlak, met inachtneming van de maximale bedrijfsvloeroppervlaktemaat, zoals opgenomen in bijlage 4. In afwijking hiervan geldt voor een cultuurhistorisch waardevol gebouw en/of monument, zoals opgenomen in bijlage 5, geen maximale bedrijfsvloeroppervlaktemaat; c. het gebruiken van de onbebouwde gronden voor opslag en productie ten behoeve van de nieuwe functie is niet toegestaan; d. het bouwen van nieuwe bouwwerken, geen gebouwen zijnde, lichtbakken en lichtmasten daaronder begrepen, ten behoeve van reclame-doeleinden is niet toegestaan; e.

nieuwe functies behorende bij een agrarisch bedrijf zijn uitsluitend toelaatbaar tot en met ten hoogste categorie 2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat een bedrijfsactiviteit tot en met ten hoogste categorie 3 uit de Staat van Bedrijfsactiviteit eveneens is toegestaan, mits is aangetoond dat: 1. het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving en gelet op de desbetreffende milieuaspecten geacht kan worden te behoren tot de categorieën 1 en 2, of; 2. het betrokken bedrijf een landbouwverwant bedrijf betreft als bedoeld in bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten; f. parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein binnen het bestaande bouwvlak; g. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels. Het college is bevoegd de bijlage bij de regels als beleidsregel te wijzigen in overeenstemming met de verleende vergunning. Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden.

er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, wat in ieder geval inhoudt dat de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing voorafgaand aan verlening van de omgevingsvergunning in een privaatrechtelijke overeenkomst worden vastgelegd; h. er wordt voorzien in ruimtelijke kwaliteitswinst in de vorm van landschaps- en natuurontwikkeling of het verbeteren van de inrichting dan wel uitstraling van het erf en/of gebouwen; het voorgaande dient vooraf in een privaatrechtelijke overeenkomst te worden vastgelegd; i. afwijking mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte: hierover wordt vooraf door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij de wegbeheerder; 3. onevenredige aantasting van de waterhuishouding van het gebied: vooraf wordt hierover door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap. 4.5.5 Ondersteunende horeca Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1 in samenhang gelezen met het bepaalde in 4.4 ten behoeve van ondersteunende horeca als een nieuwe

Buitengebied Hulst 2023

47

economische drager als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De agrarische activiteiten vormen het hoofdbestanddeel van het bedrijf en het aanbieden van horecadiensten is ondersteunend en mag geen op zichzelf staande activiteit zijn. b. De nevenactiviteit moet gekoppeld zijn aan een functionerend agrarisch bedrijf. c. Het verstrekken van horecadiensten mag enkel geschieden aan groepen/personen die het bedrijf bezoeken ten behoeve van een excursie, rondleiding, workshop, proeverij, e.d.. d. De ondersteunende horecadienst dient plaats te vinden vanuit de bestaande agrarische bebouwing. Hiertoe mag maximaal 30% van de bebouwde oppervlakte met een maximum van 100 m2, voor horecadoeleinden worden benut. e. Binnen de onder lid d bedoelde oppervlakte dienen zich zowel de keuken, de toiletruimte als het gedeelte waarin de consumpties worden genuttigd te bevinden. f. Het ter beschikking stellen van (horeca-)ruimte en (horeca-)diensten aan derden ten behoeve van feesten en partijen op het agrarisch bedrijf valt niet onder het begrip 'ondersteunend' en is niet toegestaan. g. Het beperkt verstrekken van alcoholische dranken is in het kader van de nevenfunctie onder voorwaarden toegestaan. De ondernemer zal dan in elk geval moeten beschikken over een Alcoholwet-vergunning. h.

Bij het verstrekken van alcoholische dranken zal ook de APV-eis van een exploitatievergunning gelden. Via aan deze vergunning te verbinden voorwaarden kan eventuele overlast voor de omgeving worden voorkomen. i. De bedrijfsvoering van andere (agrarische) bedrijven in de omgeving mag door de nevenactiviteit niet worden gehinderd. j. Parkeren ten dienste van de nevenactiviteit moet op eigen terrein plaatsvinden. k. Eventueel aan te brengen reclame mag slechts betrekking hebben op de desbetreffende nevenactiviteit (excursie, workshop, e.d.) doch niet op te verstrekken etenswaren of dranken. l. Het verstrekken van alcohol slechts is toegestaan binnen de tijden die gelden voor de zogenoemde 'daghoreca' oftewel van 07.00 – 21.00 uur.

4.5.6 Kleinschalige horeca Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1 in samenhang gelezen met het bepaalde in 4.4 ten behoeve van kleinschalige horeca als een nieuwe economische drager als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De kleinschalige horeca is een aanvullende voorziening gericht op wandelaars en/of fietsers. b. Er mag geen alcoholhoudende drank worden verstrekt. c. De te verstrekken spijzen mogen geen volwaardige maaltijden zijn, maar bestaan uit gebak, taart, eenvoudige broodjes, en soortgelijke kleine versnaperingen, etc. d. De gezamenlijke bebouwde en onbebouwde oppervlakte waar consumpties worden genuttigd mag maximaal 40 m2 bedragen. Een eventueel terras wordt meegeteld binnen deze 40m2. e. De uitoefening van kleinschalige horeca in het buitengebied dient te geschieden vanuit het bestaande bebouwde oppervlak. f. Het horecagedeelte dient ondergeschikt te blijven aan de hoofdfunctie van het perceel, mag geen ruimtelijke impact tot gevolg hebben en niet leiden tot onevenredige aantasting van de omliggende functies. g. Ter beschikking stellen van accommodatie aan derden voor feesten en partijen is niet toegestaan. h. De openingstijd is tot maximaal 21.00 uur. 4.6

Wijzigingsbevoegdheden

4.6.1 Verhogen bebouwingspercentage Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' te wijzigen ten behoeve van het verhogen van het bebouwingspercentage, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het bebouwingspercentage bedraagt na wijziging maximaal 100%; b. aangetoond wordt dat wijziging noodzakelijk is vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en

Buitengebied Hulst 2023

48

voor de continuïteit van het volwaardig agrarisch bedrijf. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarden schriftelijk advies in bij de agrarisch deskundige; c. in aanvulling op het bepaalde in lid b geldt dat wijziging eveneens is toegestaan indien toepassing noodzakelijk is voor instandhouding van een cultuurhistorisch waardevol gebouw of een monument, zoals opgenomen in bijlage 5 van deze regels; d. verhoging mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. onevenredige aantasting van de waterhuishouding van het gebied: vooraf wordt hierover door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap. 4.6.2 Vormverandering bouwvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' te wijzigen ten behoeve van vormverandering van een bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. bij vormverandering mag de gezamenlijke oppervlakte van het bouwvlak niet worden vergroot; na vormverandering mag het bouwvlak voor maximaal 50% worden bebouwd; b. aangetoond wordt dat vormverandering noodzakelijk is vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; c.

in aanvulling op het bepaalde in lid b geldt dat wijziging eveneens is toegestaan indien toepassing noodzakelijk is voor instandhouding van een cultuurhistorisch waardevol gebouw of een monument, zoals opgenomen in bijlage 5 van deze regels; d. wijziging is niet toegestaan voor gronden ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch gebied met ecologische betekenis', 'kernrandzone' en 'natuurontwikkelingsgebied'; e. wijziging voor gronden gelegen binnen een afstand van 100 meter van de bestemming 'Natuur' en de bestemming 'Water' met de aanduiding 'ecologische verbindigszone' is uitsluitend toegestaan indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabij gelegen natuurgebied; f. vormverandering mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. onevenredige verstening, verglazing en versnippering van de agrarische gronden; 3. onevenredige aantasting van de waterhuishouding van het gebied: vooraf wordt hierover door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap.

4.6.3 Wijzigen naar bestemming 'Agrarisch' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' met de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'bouwvlak' te wijzigen in de bestemmingen 'Agrarisch' dan wel 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. wijziging is uitsluitend toegestaan ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. de gezamenlijke oppervlakte van het bouwvlak per agrarisch bedrijf niet meer bedraagt dan: 1. voor een grondgebonden bedrijf: 2 hectare; 2. voor een niet-grondgebonden bedrijf: 1 hectare; c. na wijziging mag het bouwvlak voor maximaal 50% worden bebouwd, met dien verstande dat gebouwen, overkappingen en (sleuf)silo's binnen het bouwvlak dienen te worden gesitueerd; d. aangetoond wordt dat na wijziging sprake is van een reeël dan wel volwaardig agrarisch bedrijf. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarden schriftelijk advies in bij de agrarisch deskundige; e. indien het perceel wordt toegevoegd aan een bestemmingsvlak met de bestemming 'Agrarisch' dan wel 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden' met de aanduiding 'bouwvlak', mag de wijziging niet leiden tot een toename van het aantal agrarische bedrijfswoningen dat ter plaatse van het agrarisch bouwvlak reeds aanwezig is; f.

wijziging is niet toegestaan voor gronden ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch gebied met ecologische betekenis', 'kernrandzone' en 'natuurontwikkelingsgebied'; g. wijziging voor gronden gelegen binnen een afstand van 100 meter van de bestemming 'Natuur' en de bestemming 'Water' met de aanduiding 'ecologische verbindigszone' is uitsluitend toegestaan indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabij gelegen natuurgebied;

Buitengebied Hulst 2023

49

h. cultuurhistorische waardevolle bebouwing en/of monumenten zoals opgenomen in bijlage 5 dient te worden behouden; i. de wijziging is milieuhygiënisch uitvoerbaar; j. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels. Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, wat in ieder geval inhoudt dat de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing voorafgaand aan verlening van de omgevingsvergunning in een privaatrechtelijke overeenkomst worden vastgelegd; k. wijziging mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. onevenredige aantasting van de infrastructuur. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarde vooraf schriftelijk advies in bij de wegbeheerder; 3. onevenredige aantasting van in de omgeving aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarde vooraf schriftelijk advies in bij een landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige.

4.6.4 Wijzigen naar bestemming 'Wonen' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij de beëindiging van een agrarisch bedrijf de bestemming 'Agrarisch' met de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'bouwvlak' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. voor bewoning mag worden gebruikt de ten tijde van de bedrijfsbeëindiging bestaande bedrijfswoning(en); b. het aantal woningen dan wel wooneenheden moet beperkt blijven tot het bestaande aantal woningen dan wel wooneenheden dat op het moment van het nemen van het wijzigingsbesluit aanwezig is; c. het bouwvolume van gebouwen mag niet worden vergroot en de maximale goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet worden gewijzigd; d. de inhoud van de woning maximaal 750 m³ en de bewoonbare vloeroppervlakte maximaal 225 300 m² bedraagt of, indien de inhoud dan de bewoonbare vloeroppervlakte van de op het moment van het nemen van het wijzigingsbesluit aanwezige woning meer bedraagt dan 750 m³ of 225 300 m², de inhoud dan wel bewoonbare vloeroppervlakte van de aanwezige woning; e. bestaande nieuwe economische dragers als vervolgactiviteit zijn uitsluitend toegestaan, indien deze in bijlage 4 is opgenomen; f.

monumenten en/of kenmerken van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing zoals opgenomen in bijlage 5 van het bestemmingsplan Buitengebied Hulst (de herziening) dient te worden behouden, met inachtneming van artikel 44; cultuurhistorische waardevolle bebouwing en/of monumenten zoals opgenomen in bijlage 3 dient te worden behouden; g. de wijziging is uit milieuhygiënisch oogpunt uitvoerbaar; h. wijziging mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; i. bij wijziging naar 'Agrarisch - zonder bouwvlak' dient alle bebouwing op het perceel te worden gesloopt. 4.6.5 Wijzigen naar bestemming 'Maatschappelijk' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij de beëindiging van een agrarisch bedrijf de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' met de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'bouwvlak' te wijzigen in de bestemming 'Maatschappelijk' ten behoeve van het bieden van mogelijkheden voor (woon)zorgprojecten al dan niet in combinatie met een toename van aantal wooneenheden, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. wijziging is uitsluitend toegestaan ten behoeve van het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en/of monumenten, zoals opgenomen in bijlage 5 van deze regels; b.

wijziging is uitsluitend toegestaan voor bestaande gebouwen, met dien verstande dat uitbreiding bij woonzorgprojecten is toegestaan indien de zorgfunctie dit vereist op de volgende voorwaarden:

Buitengebied Hulst 2023

50

1. uitbreiding beperkt blijft tot maximaal 25% van het gebouw; 2. een schriftelijk advies van een onafhankelijk deskundige met betrekking tot zorgindicatie waarin de noodzaak hiervoor wordt aangetoond; 3. de uitbreiding aansluit op de karakteristiek van het gebouw; c. het aantal wooneenheden bedraagt maximaal 5 per gebouw; d. de wijziging is uit milieuhygiënisch oogpunt uitvoerbaar; e. wijziging mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. onevenredige aantasting van de infrastructuur: Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarde vooraf schriftelijk advies in bij de wegbeheerder; 3. onevenredige aantasting van de waterkwaliteit. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarde vooraf schriftelijk advies in bij de waterbeheerder. 4.6.6 Wijzigen naar bestemming 'Natuur' en/of 'Water' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij de beëindiging van een agrarisch bedrijf de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' te wijzigen in de bestemmingen 'Natuur' en/of 'Water' al dan niet in combinatie met de aanduiding 'bos' ten behoeve van de ontwikkeling van natuur, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de agrarische functie van de gronden is komen te vervallen; b. aangetoond is dat een aaneengesloten natuurgebied van voldoende omvang en zodanige begrenzing kan ontstaan; c.

aangetoond is dat de aangrenzende/omringende gronden, met een blijvende agrarische bodemexploitatie, doelmatig als zodanig geëxploiteerd kunnen blijven worden; d. de regels van de bestemmingen 'Natuur' en/of 'Water' worden van overeenkomstige toepassing verklaard. 4.6.7 Wijzigen naar 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het plan te wijzigen om ten behoeve van het gebruik van een bedrijfswoning als plattelandswoning, met in achtneming van de volgende voorwaarden: a. het betreft een legaal tot stand gekomen bestaande of voormalige bedrijfswoning behorende bij een agrarisch bedrijf dat in werking is; b. er sprake dient te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; c. de bouwregels voor een bedrijfswoning zoals opgenomen in artikel 4.2.1 zijn overeenkomstig van toepassing met dien verstande dat de maximale inhoud van de woning maximaal 1000m3 mag bedragen; d. de plattelandswoning krijgt een eigen bouwvlak; e. het bij de plattelandswoning behorende achterf krijgt de bouwaanduiding 'bijgebouwen'. Hier zijn de bijgebouwenregels uit 4.2 van toepassing.

Buitengebied Hulst 2023

51

Artikel 5

Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden

5.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een duurzame agrarische bedrijfsuitoefening; b. agrarisch grondgebruik; c. het behoud en / of herstel van landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden en kenmerken; d. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding: 1. 'intensieve veehouderij', tevens een volwaardige intensieve veehouderij is toegestaan; e. ondergeschikt aan een grondgebonden agrarisch bedrijf is ter plaatse van de aanduiding: 1. 'specifieke vorm van agrarisch - neventak intensieve veehouderij', intensieve veehouderij als neventak toegestaan; f. kleinschalig kamperen tot maximaal 15 standplaatsen, als nevenactiviteit; g. wonen in een bedrijfswoning binnen het bouwvlak met daaraan ondergeschikt een beroep aan huis met een maximale vloeroppervlakte van 25 m², met dien verstande dat de activiteiten in de woning worden uitgeoefend en de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft; h. verkoop van zelf voortgebrachte of streekeigen producten als ondergeschikte nevenactiviteit tot maximaal 200 m2 vloeroppervlakte; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch hulp- en nevenbedrijf', tevens een agrarisch hulp- en nevenbedrijf; j.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - agrarisch hulp- en nevenbedrijf', tevens een agrarisch hulp- en nevenbedrijf; k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning': tevens een plattelandswoning; l. een één of meerdaags evenement voor ten hoogste 5 keer per jaar'; met de daarbij behorende: m. voorzieningen van algemeen nut; n. infrastructurele voorzieningen; o. parkeervoorzieningen; p. groen- en speelvoorzieningen; q. tuinen en erven; r. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; s. kleinschalige natuurgerichte / dagrecreatieve voorzieningen.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Binnen het bouwvlak

a Algemeen Voor het bouwen binnen het bouwvlak gelden de volgende algemene regels: a. gebouwen en overkappingen en (sleuf)silo's mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht; b. het bebouwingspercentage van het bouwvlak voor gebouwen en overkappingen, niet zijnde teeltondersteunende voorzieningen, bedraagt maximaal 50%, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - camping' de gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen maximaal 400 m² per bouwvlak bedraagt; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding; d. de bouwhoogte mag maximaal 4 meter meer bedragen dan de maximale goothoogte als bedoeld in sub c; e. in afwijking van het bepaalde onder c en onder d mag ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot-

Buitengebied Hulst 2023

52

en bouwhoogte (m)' de maximale goothoogte en bouwhoogte niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding; f. de bouwhoogte van een silo, niet zijnde een mestverzamelsilo, bedraagt maximaal 10 meter; g. de bouwhoogte van een mestverzamelsilo bedraagt maximaal 5 meter, met dien verstande dat de gezamenlijke inhoud van mestverzamelsilo's per bouwvlak maximaal 2.500 m³ bedraagt;

b Bedrijfswoningen met bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen ten behoeve van bedrijfswoningen met bijbehorende bouwwerken gelden de volgende specifieke regels: a. per agrarisch bedrijf is maximaal één bedrijfswoning binnen het bouwvlak toegestaan, tenzij op de verbeelding is aangeduid dat het maximum aantal wooneenheden '0' of '2' bedraagt b. de inhoud van een bedrijfswoning met bijbehorende aan- en uitbouwen bedraagt maximaal 1.000 m³. c Intensieve veehouderij Voor het bouwen ten behoeve van intensieve veehouderij gelden de volgende specifieke regels: a. ter plaats van de aanduiding 'intensieve veehouderij' mag de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van gebouwen ten behoeve van de intensieve veehouderij als hoofdactiviteit niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - neventak intensieve veehouderij' mag de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van gebouwen ten behoeve van de intensieve veehouderij als neventak niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding. d Teeltondersteunende voorzieningen Voor het bouwen van boog- en tunnelkassen, hagelnetten en regenkappen als teeltondersteunende voorzieningen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, als teeltondersteunende voorzieningen geldt de volgende specifieke regel: de bouwhoogte bedraagt maximaal: a.

voor boog- en tunnelkassen: 3,5 meter; b. voor hagelnetten: 6 meter; c. voor regenkappen: 3 meter. e Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende specifieke regels: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal: 1. voor vrijstaande antennes: 10 meter; 2. voor erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn: 2 meter; 3. voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevellijn: 1 meter; 4. voor lichtmasten en overige masten: 10 meter; 5. voor bewegwijzering en overig straatmeubilair: 4,50 meter; 6. voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 meter; b. per agrarisch bedrijf, waar een bedrijfswoning aanwezig is, is maximaal één niet overkapte paardenbak toegestaan, met dien verstande dat: 1. de paardenbak wordt gesitueerd achter de voorgevellijn van de dichtst bij de openbare weg gelegen gevel; 2. de oppervlakte van een paardenbak maximaal 800 m² bedraagt; 3. de bouwhoogte van de omheining maximaal 2 meter bedraagt; 4. de afstand van de paardenbak tot het bestemmingsvlak van woningen van derden minimaal 50 meter bedraagt. 5.2.2 Buiten het bouwvlak Bouwen buiten het bouwvlak is uitsluitend toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. schuilgelegenheden en melkstallen mogen worden opgericht, met dien verstande dat: 1. de goothoogte maximaal 3 meter bedraagt; 2.

de gezamenlijke oppervlakte per agrarisch bedrijf maximaal 50 m² bedraagt; b. schuren uitsluitend ten behoeve van een fruitteeltbedrijf mogen worden opgericht, met dien verstande dat: 1. de goothoogte maximaal 4 meter bedraagt; 2. de gezamenlijke oppervlakte per agrarisch bedrijf maximaal 100 m² bedraagt;

Buitengebied Hulst 2023

53

c. sanitaire voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen mogen worden opgericht, met dien verstande dat: 1. de goothoogte maximaal 3 meter bedraagt; 2. de gezamenlijke oppervlakte per agrarisch bedrijf maximaal 50 m² bedraagt; d. (sleuf)silo's en kuilvoerplaten mogen worden opgericht, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt; 2. de (sleuf)silo's en kuilvoerplaten aansluitend aan het agrarisch bouwvlak worden opgericht; 3. de gezamenlijke oppervlakte van het agrarisch bouwvlak en de (sleuf)silo's en kuilvoerplaten buiten het bouwvlak maximaal 2 hectare bedraagt; 4. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels. Het college is bevoegd de bijlage bij de regels als beleidsregel te wijzigen in overeenstemming met de verleende vergunning. Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. e. bouwwerken, geen gebouwen en mestopslagruimten zijnde, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal bedraagt: 1. voor vrijstaande antennes: 10 meter; 2. voor erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn: 2 meter; 3.

voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevellijn: 1 meter; 4. voor lichtmasten en overige masten: 10 meter; 5. voor bewegwijzering en overig straatmeubilair: 4,50 meter; 6. voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 2 meter.

5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Algemeen

a Toepassing Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. 5.2.1 lid a sub c, ten behoeve van het overschrijden van de maximale goothoogte tot 8 meter voor de opslag van agrarische producten; b. 5.2.1 lid a sub c, ten behoeve van het overschrijden van de maximale goothoogte met ten hoogste 20%; c. 5.2.1 lid a sub f, ten behoeve van het overschrijden van de maximale bouwhoogte tot 15 meter voor de bouw van een silo; d. 5.2.1 lid a sub g, ten behoeve van het overschrijden van de maximale bouwhoogte van een mestverzamelsilo, uitsluitend ten behoeve van de afdekking door middel van een kap.

b Voorwaarden Verlening van de omgevingsvergunning voor de in lid a genoemde gevallen is uitsluitend toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarde: afwijking mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies. 5.3.2 Maximale oppervlakte gebouwen buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 lid a sub 2, lid b sub 2 en/of lid c sub 2 ten behoeve van het vergroten van de maximale oppervlakte van de in deze leden genoemde gebouwen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte per agrarisch bedrijf tot maximaal 50 m²; b. aangetoond moet worden dat afwijking noodzakelijk is vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering. Het bevoegd gezag omtrent deze voorwaarde vooraf schriftelijk advies inwint bij de agrarisch deskundige. Het inwinnen van schriftelijk advies geldt niet indien het een gebouw ten behoeve van een sanitaire voorziening bij kleinschalig kamperen betreft; c. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, wat in ieder geval inhoudt dat de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing voorafgaand aan verlening van de

Buitengebied Hulst 2023

54

omgevingsvergunning in een privaatrechtelijke overeenkomst worden vastgelegd; d. afwijking mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. onevenredige aantasting van de in de omgeving aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarde vooraf schriftelijk advies in bij de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige; 3. onevenredige aantasting van de waterhuishouding van het gebied: vooraf wordt hierover door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap. 5.3.3 Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 ten behoeve van het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte mag niet meer dan 1 meter bedragen; b. de teeltondersteunende voorzieningen maximaal 6 maanden op de landbouwgronden aanwezig zijn; c. afwijking is niet toegestaan voor gronden ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch gebied met ecologische betekenis' en 'natuurontwikkelingsgebied'; d.

afwijking voor gronden gelegen binnen een afstand van 100 meter van de bestemming 'Natuur' en de bestemming 'Water' met de aanduiding 'ecologische verbindingszone' is uitsluitend toegestaan indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabij gelegen natuurgebied; 5.3.4 Teeltondersteunende voorzieningen (niet zijnde tijdelijk) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 ten behoeve van het oprichten van teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van boog- en tunnelkassen, regenkappen of hagelnetten buiten het bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aangetoond wordt dat afwijking noodzakelijk is vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en voor de continuïteit van het volwaardig agrarisch bedrijf. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarde schriftelijk advies in bij de agrarisch deskundige; b. afwijking is uitsluitend toegestaan ten behoeve teeltondersteunende voorzieningen die grenzen aan een agrarisch bouwvlak. Deze voorwaarde geldt niet voor regenkappen en hagelnetten; c. de hoogte van de teeltondersteunende voorzieningen en de maximale oppervlakte per bedrijf mag niet meer bedragen dan: 1. voor boog- en tunnelkassen: 3,5 meter en 1 hectare; 2. regenkappen: 3 meter en 3 hectare; 3. hagelnetten: 6 meter en 5 hectare; d.

afwijking is niet toegestaan voor gronden ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch gebied met ecologische betekenis' en 'natuurontwikkelingsgebied'; e. afwijking voor gronden gelegen binnen een afstand van 100 meter van de bestemming 'Natuur' en de bestemming 'Water' met de aanduiding 'ecologische verbindingszone' is uitsluitend toegestaan indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabij gelegen natuurgebied; f. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels. Het college is bevoegd de bijlage bij de regels als beleidsregel te wijzigen in overeenstemming met de verleende vergunning. Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, wat in ieder geval inhoudt dat de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing voorafgaand aan verlening van de omgevingsvergunning in een privaatrechtelijke overeenkomst worden vastgelegd; g. afwijking mag niet leiden tot: 1.

onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. onevenredige verstening en versnippering van de agrarische gronden;

Buitengebied Hulst 2023

55

3. onevenredige aantasting van de waterhuishouding van het gebied. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarde vooraf schriftelijk advies in bij het waterschap; 4. onevenredige aantasting van de in de omgeving aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarde vooraf schriftelijk advies in bij een landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige. 5.3.5 Anti-hagelkanon buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 ten behoeve van het oprichten van anti-hagelkanonnen buiten het bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aangetoond wordt dat afwijking noodzakelijk is vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en voor de continuïteit van het volwaardig agrarisch bedrijf. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarde schriftelijk advies in bij de agrarisch deskundige; b. de oppervlakte van een anti-hagelkanon bedraagt maximaal 25 m²; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 meter, met daarboven een pijp waarvan de hoogte niet meer bedraagt dan 5 meter hoger dan de bouwhoogte; d. per agrarisch bedrijf zijn maximaal 2 anti-hagelkanonnen toegestaan; e. afwijking is uitsluitend toegestaan ten behoeve van fruitteelt en andere bijzondere teelten die kwetsbaar zijn voor hagelschade; f.

afwijking is uitsluitend toegestaan indien de afstand tot een andere anti-hagelkanon minimaal 1.000 meter bedraagt; g. afwijking is niet toegestaan voor gronden ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch gebied met ecologische betekenis' en 'natuurontwikkelingsgebied'; h. afwijking voor gronden gelegen binnen een afstand van 100 meter van de bestemming 'Natuur' en de bestemming 'Water' met de aanduiding 'ecologische verbindingszone' is uitsluitend toegestaan indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabij gelegen natuurgebied; i. afwijking mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies, met name inzake geluidseffecten. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarde advies in bij de milieudeskundige; 2. onevenredige aantasting van de in de omgeving aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarde vooraf schriftelijk advies in bij de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige. 5.3.6 Nachtvorst ventilator Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 ten behoeve van het realiseren van een nachtvorstventilator mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. max tiphoogte 10 meter, buiten het bouwvlak toegestaan; b.

afwijking mag niet leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies: c. akoestisch onderzoek verplicht; d. het bevoegd gezag heeft advies ingewonnen bij de natuur- en milieudeskundige. 5.3.7 Waterbassins aansluitend aan bouwvlak Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 ten behoeve van het realiseren van een waterbassin buiten het bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het waterbassin wordt gerealiseerd aansluitend aan het bouwvlak en heeft een oppervlakte van maximaal 0,5ha en een hoogte van maximaal 2 meter; b. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels. Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. c. afwijking mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies;

Buitengebied Hulst 2023

56

d. het bevoegd gezag heeft advies ingewonnen bij de waterbeheerder. 5.3.8 Kleinschalige windturbines en zonnevelden Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2 ten behoeve van het realiseren van kleine windturbines en/of zonnevelden groter dan 200m2, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. voor zover het gaat om een windturbine deze een tiphoogte heeft van maximaal 20 meter; b. de windturbine en/of zonneveld moet voldoen aan de voorwaarde zoals die zijn neergelegd in de door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels voor zon- en windenergie zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning; c. het bevoegd gezag wint omtrent de aanvraag advies in bij de netbeheerder 5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1 Algemeen Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik of laten gebruiken voor: a. gebruiksgerichte paardenhouderijen; b. het geven van lessen en/of het verzorgen van instructies dan wel het exploiteren van een manege; c. lichtmasten bij een paardenbak; d. geluidszoneringsplichtige inrichtingen; e. detailhandel, behoudens het toegestane gebruik op grond van het bepaalde in 5.1; f. horeca; g. een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); h. seksinrichtingen; i. opslag van goederen en materialen buiten het bouwvlak, behoudens tijdelijke opslag die geschiedt in het kader van de normale agrarische bedrijfsvoering ten behoeve van voer en mest; j. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting en cyclische belichting in boog- en gaaskassen; k. fruitteelt binnen een afstand van 50 m van woningen van derden, gronden waarop woningen van derden mogelijk zijn, of terreinen bestemd voor verblijfsrecreatie (minicampings daaronder inbegrepen); het aanleggen van fruitboomgaarden binnen een afstand van 50 meter tot gronden met de bestemming 'Wonen', 'Recreatie - Dagrecreatie' en 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' is niet toegestaan; l. het aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen is op gronden met de aanduiding 'natuurontwikkelingsgebied' niet toegestaan; m.

het bewonen van de bedrijfswoning als burgerwoning; n. kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten; o. bed and breakfast; p. het gebruik van gebouwen, behoudens de bedrijfswoning(en), voor permanente of tijdelijke bewoning en direct daarmee verband houdend gebruik van voorzieningen zoals gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair, kook- en wasgelegenheid, waaronder tevens wordt verstaan tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. q. het innemen van standplaatsen ten behoeve van een minicamping binnen 50 meter van een fruitboomgaard; r. het realiseren van een kwetsbaar object ter plaatse van de PR 10-6 contour van de planologisch relevante buisleiding(en); 5.4.2 Uitoefening aan-huis-gebonden-beroepen Uitoefening van aan-huis-gebonden-beroepen is toegestaan in een woning en in een aan- en uitbouw of bijgebouw , met inachtneming van de volgende regels: a. de activiteit is in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt aan de woning en de woonomgeving; b. de vloeroppervlakte voor deze andere activiteiten bedraagt in totaal ten hoogste 25 m²; c. het beroep of de activiteit dient door de bewoner te worden uitgeoefend; d. het gebruik mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking hebben dat deze kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; e.

er vindt geen detailhandel plaats, uitgezonderd een beperkte verkoop die verband houdt met de beroepsmatige activiteiten.

Buitengebied Hulst 2023

57

5.4.3 Uitoefening kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Uitoefening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten is toegestaan in een woning en in een aan- en uitbouw of bijgebouw, met inachtneming van de volgende regels: a. de activiteit is in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt aan de woning en de woonomgeving; b. de vloeroppervlakte voor deze andere activiteiten bedraagt in totaal ten hoogste 25 m²; c. het beroep of de activiteit dient door de bewoner te worden uitgeoefend; d. het betreft een activiteit zoals genoemd in de Staat van Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten of is naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen; e. het gebruik mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking hebben dat deze kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; f. er vindt geen detailhandel plaats, uitgezonderd een beperkte verkoop die verband houdt met de bedrijfsmatige activiteiten, tenzij in de Staat van Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten anders is bepaald. 5.4.4

Voorwaardelijke verplichting

a Parallelweg 2 Nieuw Namen Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - Natuur- en landschapwaarden - voorwaardelijke verplichting 1' geldt het volgende: 1. Gelijktijdig met de bouw van gebouwen, conform de bestemmingsomschrijving, moet voldaan worden aan de volgende voorwaardelijke verplichting ten aanzien van watercompensatie: de toename verhard oppervlakte dient gecompenseerd te worden door middel van het realiseren en in stand houden van een waterberging conform het beleid van het waterschap Scheldestromen. 2. Het gebruik van gronden, conform de bestemmingsomschrijving is uitsluitend toegestaan, mits de landschappelijke inpassing, voor zover begrepen in Bijlage 7 maximaal 1 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan Parallelweg 2 Nieuw Namen (NL.IMRO.0677.bpbuitenparallelw2-001V) is aangelegd en vervolgens aldus in stand wordt gehouden; 3. Het onder lid b bedoelde inpassingsplan dient uiterlijk binnen één jaar na onherroepelijk worden van het genoemde bestemmingsplan te worden gerealiseerd. De landschappelijke inpassing dient vervolgens duurzaam in stand te worden gehouden.

5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 5.5.1 Verbod zonder vergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van verhardingen en het aanleggen van paden; b. het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen; c. het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. het graven, verbreden, dempen van sloten en het aanleggen van drainage; e. het diepploegen met een bodemdiepte van meer dan 0,5 meter;' f. het aanleggen of aanbrengen van overbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen. g. het verwijderen (vellen, rooien) van houtgewassen; h. het beplanten van gronden met houtgewassen ter plaatse - waar de gronden op het tijdstip van het van kracht worden van het plan niet reeds met houtgewassen waren beplant. 5.5.2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in 5.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden: a. die betrekking hebben op het normaal onderhoud en beheer van de gronden; b.

die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan; c. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

Buitengebied Hulst 2023

58

5.5.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 5.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de in 5.1 genoemde waarden en wezenlijke kenmerken van de gronden: a. niet worden aangetast; b. niet significant worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en indien mitigerende en zodanig compenserende maatregelen worden getroffen. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarde vooraf schriftelijk advies in bij de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige. 5.6

Afwijken van de gebruiksregels

5.6.1 Kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4 sub o ten behoeve van de uitoefening van kleinschalige beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten in de woning met bijbehorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming is; b. het uitoefenen van de activiteiten niet tot gevolg heeft dat het uiterlijk aanzien van de woning zodanig verandert, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest; c. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende aan- en uitbouwen dat wordt gebruikt voor de activiteiten maximaal 25 m² bedraagt; d. het uitoefenen van activiteiten die vergunnings- of meldingsplichtig zijn op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving niet is toegestaan; e. degene die de activiteiten in de woning en/of bijbehorende aan- en uitbouwen uitvoert tevens gebruiker/bewoner van de woning is; f. het niet betreft zodanige verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; g.

de uitoefening van detailhandel niet is toegestaan, uitgezonderd als ondergeschikte nevenactiviteit gerelateerd aan het desbetreffende bedrijf; h. afwijking mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de landschappelijke, cultuurhistorische en architectonische waarden van het perceel dan wel het gebouw. 5.6.2 Bed and Breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4 sub p ten behoeve van de uitoefening van een bed and breakfast als ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het oprichten van een bed and breakfastvoorziening is toegestaan indien: 1. het hoofdgebouw een minimale inhoud van 500 m³ heeft, met een maximale afwijking van 15%; 2. de bijbehorende bouwwerken minimaal 75 m² en maximaal 100 m² aan oppervlakte hebben en/of, 3. het een cultuurhistorisch waardevol gebouw dan wel monument betreft, zoals opgenomen in bijlage 5 van deze regels; b. de hoofdfunctie van de gronden waarop een bed and breakfastvoorziening wordt gevestigd, agrarisch blijft; c. een bed and breakfastvoorziening dient binnen de bestaande bebouwing te worden opgericht; d. het aantal personen dat tegelijkertijd van een bed and breakfastvoorziening gebruik mag maken bedraagt maximaal 6; e. een bed and breakfastvoorziening mag niet als zelfstandige wooneenheid functioneren; f.

permanente bewoning is niet toegestaan; g. parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein binnen het bestaande bouwvlak; h. afwijking mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. onevenredige aantasting van de landschappelijke, cultuurhistorische en architectonische

Buitengebied Hulst 2023

59

waarden van het perceel dan wel het gebouw. Het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning in wanneer niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor verlening van de omgevingsvergunning of indien in strijd met de omgevingsvergunning wordt gehandeld. 5.6.3 Tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4 sub q ten behoeve van het tijdelijk huisvesten van arbeidsmigranten, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aangetoond wordt dat afwijking noodzakelijk is vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte op het betreffende agrarisch bedrijf en structurele voorzieningen ten behoeve van tijdelijke huisvesting in het stedelijk gebied ontbreken. Het bevoegd gezag wint omtrent de voorwaarde inzake de tijdelijke grote arbeidsbehoefte op het betreffende agrarische bedrijf advies in bij de agrarisch deskundige; b. de huisvesting is uitsluitend toegestaan ten behoeve van arbeidsmigranten die werkzaam zijn binnen het agrarisch bedrijf waar ze tijdelijk zijn gehuisvest; c. de huisvesting bedraagt maximaal 3 4 maanden per kalenderjaar; d. de huisvesting vindt plaats binnen het bouwvlak gebouwde bebouwing of in kampeermiddelen en/of woonunits, met dien verstande dat: 1.

de gezamenlijke oppervlakte van een inpandige voorziening maximaal 250 m² bedraagt; 2. maximaal 25 kampeermiddelen en/of woonunits zijn toegestaan binnen of aansluitend aan het bouwvlak, waarbij sanitaire voorzieningen uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak met een maximale oppervlakte van 100 m²; e. de bouwhoogte van kampeermiddelen en/of woonunits bedraagt maximaal 3,5 meter; f. de afstand tussen kampeermiddelen en/of woonunits onderling bedraagt minimaal 5 meter; g. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels. Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, wat in ieder geval inhoudt dat de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing voorafgaand aan verlening van de omgevingsvergunning in een privaatrechtelijke overeenkomst worden vastgelegd; h. de huisvesting is uit milieuhygiënisch oogpunt uitvoerbaar; i. afwijking mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2.

een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. Het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning in wanneer niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor verlening van de omgevingsvergunning of indien in strijd met de omgevingsvergunning wordt gehandeld. 5.6.4 Kleinschalig kamperen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1 ten behoeve van grootschaliger kleinschalig kamperen bij een agrarisch bedrijf op en / of in aansluiting op een bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. per agrarisch bedrijf bedraagt het aantal standplaatsen maximaal 25 35, waarvan maximaal 20% met een maximum van 5 eenheden permanente kampeermiddelen zijn toegestaan; b. kleinschalig kamperen vindt uitsluitend plaats in het zomerseizoen; c. de standplaatsen zijn gesitueerd op of binnen een afstand van 25 meter van het bouwvlak; d. permanente bewoning van kampeermiddelen is niet toegestaan; e. de bouwhoogte van kampeermiddelen bedraagt maximaal 3,5 meter; f. sanitaire voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan, met dien verstande dat buiten het bouwvlak de oppervlakte van gebouwen maximaal 50 m² bedraagt; g. parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein binnen het bestaande bouwvlak;

Buitengebied Hulst 2023

60

h. de afstand tussen de minicamping en de meest nabij gelegen woning van derden bedraagt minimaal 25 meter; i. ter plaatse van de standplaatsen mag de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai niet meer bedragen dan 48 dB; j. afwijking voor gronden gelegen binnen een afstand van 100 meter van de bestemming 'Natuur' en de bestemming 'Water' met de nadere aanduiding 'ecologische verbindingszone' is uitsluitend toegestaan indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabij gelegen natuurgebied; k. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels. Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, wat in ieder geval inhoudt dat de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing voorafgaand aan verlening van de omgevingsvergunning in een privaatrechtelijke overeenkomst worden vastgelegd; l. afwijking mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2.

een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. 5.6.5 Nieuwe Economische Dragers als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1 in samenhang gelezen met het bepaalde in 5.4 ten behoeve een nieuwe economische drager als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er dient sprake te zijn van een functie die voorkomt in de lijst Nieuwe Economische Dragers zoals opgenomen in bijlage 4, waarbij is aangegeven dat via afwijking van de gebruiksregels de functie is toegestaan, dan wel overige bedrijfsfuncties, die naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de in bijlage 2 opgenomen functies; b. de agrarisch-verwante of niet-agrarische activiteiten dienen plaats te vinden in bestaande gebouwen binnen een bouwvlak, met inachtneming van de maximale bedrijfsvloeroppervlaktemaat, zoals opgenomen in bijlage 4. In afwijking hiervan geldt voor een cultuurhistorisch waardevol gebouw en/of monument, zoals opgenomen in bijlage 5, geen maximale bedrijfsvloeroppervlaktemaat; c. het gebruiken van de onbebouwde gronden voor opslag en productie ten behoeve van de nieuwe functie is niet toegestaan; d.

het bouwen van nieuwe bouwwerken, geen gebouwen zijnde, lichtbakken en lichtmasten daaronder begrepen, ten behoeve van reclame-doeleinden is niet toegestaan; e. nieuwe functies behorende bij een agrarisch bedrijf zijn uitsluitend toelaatbaar tot en met ten hoogste categorie 2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat een bedrijfsactiviteit tot en met ten hoogste categorie 3 uit de Staat van Bedrijfsactiviteit eveneens is toegestaan, mits is aangetoond dat: 1. het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving en gelet op de desbetreffende milieuaspecten geacht kan worden te behoren tot de categorieën 1 en 2, of; 2. het betrokken bedrijf een landbouwverwant bedrijf betreft als bedoeld in bijlage 3; f. parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein binnen het bestaande bouwvlak; g. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels. Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14441212/1