Buitengebied Hulst 2023_Regels
Tekst van het document
per agrarisch bedrijf zijn maximaal 2 anti-hagelkanonnen toegestaan; e. afwijking is uitsluitend toegestaan ten behoeve van fruitteelt en andere bijzondere teelten die kwetsbaar zijn voor hagelschade; f. afwijking is uitsluitend toegestaan indien de afstand tot een andere anti-hagelkanon minimaal 1.000 meter bedraagt; g. afwijking is niet toegestaan voor gronden ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch gebied met ecologische betekenis' en 'natuurontwikkelingsgebied'; h. afwijking voor gronden gelegen binnen een afstand van 100 meter van de bestemming 'Natuur' en de bestemming 'Water' met de nadere aanduiding 'ecologische verbindingszone' is uitsluitend toegestaan indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabij gelegen natuurgebied; i. afwijking mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies, met name inzake geluidseffecten. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarde advies in bij de milieudeskundige. 3.3.5 Waterbassin aansluitend aan bouwvlak Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 ten behoeve van het realiseren van een waterbassin buiten het bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Buitengebied Hulst 2023
29
a. het waterbassin wordt gerealiseerd aansluitend aan het bouwvlak en heeft een oppervlakte van maximaal 0,5ha en een hoogte van maximaal 2 meter; b. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels. Het college is bevoegd de bijlage bij de regels als beleidsregel te wijzigen in overeenstemming met de verleende vergunning. Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. c. afwijking mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; d. het bevoegd gezag heeft advies ingewonnen bij de waterbeheerder. 3.3.6 Schuilgelegenheid hobbymatig vee Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 ten behoeve van het realiseren van een schuilgelegenheid voor hobbymatig vee buiten het bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte per agrarisch bedrijf tot maximaal 50 m²; b. de schuilgelegenheid wordt gerealiseerd aansluitend aan het woonperceel; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter; d.
een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels. Het college is bevoegd de bijlage bij de regels als beleidsregel te wijzigen in overeenstemming met de verleende vergunning. Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. e. afwijking mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies. 3.3.7 Kleinschalige windturbines en zonnevelden Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2 ten behoeve van het realiseren van kleine windturbines en/of zonnevelden groter dan 200m2, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. voor zover het gaat om een windturbine deze een tiphoogte heeft van maximaal 20 meter; b. de windturbine en/of zonneveld moet voldoen aan de voorwaarde zoals die zijn neergelegd in de door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels voor zon- en windenergie zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning; c.
het bevoegd gezag wint omtrent de aanvraag advies in bij de netbeheerder 3.3.8 Nachtvorst ventilator Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2 ten behoeve van het realiseren van een nachtvorstventilator mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. max tiphoogte 10 meter, buiten het bouwvlak toegestaan; b. afwijking mag niet leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies: c. akoestisch onderzoek verplicht; d. het bevoegd gezag heeft advies ingewonnen bij de natuur- en milieudeskundig. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Algemeen Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik of laten gebruiken voor: a. gebruiksgerichte paardenhouderijen; b. het geven van lessen en/of het verzorgen van instructies dan wel het exploiteren van een manege; c. lichtmasten bij een paardenbak; d. geluidszoneringsplichtige inrichtingen;
Buitengebied Hulst 2023
30
e. f. g. h. i.
detailhandel, behoudens het toegestane gebruik op grond van het bepaalde in 3.1; horeca; een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); seksinrichtingen; opslag van goederen en materialen buiten het bouwvlak, behoudens tijdelijke opslag die geschiedt in het kader van de normale agrarische bedrijfsvoering ten behoeve van voer en mest; j. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting en cyclische belichting in boog- en gaaskassen; k. fruitteelt binnen een afstand van 50 m van woningen van derden, gronden waarop woningen van derden mogelijk zijn, of terreinen bestemd voor verblijfsrecreatie (minicampings daaronder inbegrepen); het aanbrengen van fruitboomgaarden binnen een afstand van 50 meter tot gronden met de bestemming 'Wonen', 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' en 'Recreatie - Dagrecreatie' is niet toegestaan; l. het aanleggen van teeltondersteunende voorzieningen is op gronden met de aanduiding 'natuurontwikkelingsgebied' niet toegestaan; m. het bewonen van de bedrijfswoning als burgerwoning; n. kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten; o. bed and breakfast; p.
het gebruik van gebouwen, behoudens de bedrijfswoning(en), voor permanente of tijdelijke bewoning en direct daarmee verband houdend gebruik van voorzieningen zoals gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair, kook- en wasgelegenheid, waaronder tevens wordt verstaan tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. q. het realiseren van een kwetsbaar object ter plaatse van de PR 10-6 contour van de planologisch relevante buisleiding(en); r. ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum', ondersteunende horeca waarvan de oppervlakte meer bedraagt dan 450 m2. 3.4.2 Uitoefening aan-huis-gebonden-beroepen Uitoefening van aan-huis-gebonden-beroepen is toegestaan in een woning en in een aan- en uitbouw of bijgebouw, met inachtneming van de volgende regels: a. de activiteit is in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt aan de woning en de woonomgeving; b. de vloeroppervlakte voor deze andere activiteiten bedraagt in totaal ten hoogste 25 m²; c. het beroep of de activiteit dient door de bewoner te worden uitgeoefend; d. het gebruik mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking hebben dat deze kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; e. er vindt geen detailhandel plaats, uitgezonderd een beperkte verkoop die verband houdt met de beroepsmatige activiteiten.
3.4.3 Uitoefening kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Uitoefening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten is toegestaan in een woning en in een aan- en uitbouw of bijgebouw, met inachtneming van de volgende regels: a. de activiteit is in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt aan de woning en de woonomgeving; b. de vloeroppervlakte voor deze andere activiteiten bedraagt in totaal ten hoogste 25 m²; c. het beroep of de activiteit dient door de bewoner te worden uitgeoefend; d. het betreft een activiteit zoals genoemd in de Staat van Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten of is naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen; e. het gebruik mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking hebben dat deze kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; f. er vindt geen detailhandel plaats, uitgezonderd een beperkte verkoop die verband houdt met de bedrijfsmatige activiteiten, tenzij in de Staat van Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten anders is bepaald. 3.4.4
Voorwaardelijke verplichting
a Absdaalseweg 70 Hulst Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting 1' geldt het volgende:
Buitengebied Hulst 2023
31
a. Strijdig met de bestemming is het gebruik van het tuincentrum en bijbehorende voorzieningen zonder de realisatie en instandhouding van een waterberging die op basis van het definitieve inrichtingsplan als opgave met het waterschap is vastgesteld. b. De nader met het waterschap vastgestelde bergingsopgave en inrichting hiervan zoals bedoeld onder a worden opgenomen in de omgevingsvergunning voor realisatie van plan. c. Het bevoegd gezag kan, met instemming van het waterschap, bij omgevingsvergunning afwijken van het eerste lid mits de kans op wateroverlast niet toeneemt; d. Het bevoegd gezag kan, met instemming van het waterschap, aan het verlenen van de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.4.4, sub a onder c, een financiële voorwaarde verbinden met tot doel voldoende waterberging te realiseren. b Cambronsestraat 7 Vogelwaarde Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting 2' geldt dat de bouw van een nieuw bedrijfsgebouw of de uitbreiding van een bestaand bedrijfsgebouw pas is toegestaan als de landschappelijke inpassing is gerealiseerd en de beplanting duurzaam wordt onderhouden en in stand wordt gelaten (inclusief herplant, indien nodig), een en ander conform de inrichtingstekening zoals opgenomen in Bijlage 7 van deze regels.
c Dwarsstraat 9 Graauw Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting 3' geldt dat het gebruiken of laten gebruiken van de gronden ten behoeve van de in lid 3.1 onder d tot en met g genoemde functies is toegestaan indien wordt voorzien in: a. 1 parkeerplaats per standplaats voor kleinschalig kamperen; b. 1 parkeerplaats per recreatiewoning; c. 1 parkeerplaats per gebouw of bouwwerk voor recreatief nachtverblijf; d. de benodigde landschappelijke inpassing voor de in de aanhef genoemde functies wordt gerealiseerd: 1. uiterlijk in het eerstvolgende plantseizoen volgend op de realisatie van de betreffende functie en het daarbij behorende gebruik; 2. de landschappelijke inpassing duurzaam in stand wordt gehouden. d Havendijk 7 Terhole Ter plaatse van de aanduiding 'specieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting 4' geldt dat tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en in het gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken, bedoeld zoals in artikel 3.1 van het bestemmingsplan "Buitengebied Hulst" van de gemeente Hulst, zonder de aanleg en instandhouding van een extra waterberging op het perceel in de vorm van een vijver conform de formule (oppervlakte toename bedrijfsgebouwen + toename oppervlakte verharding x 0,075 = inhoud vijver).
De toename van de bedrijfsgebouwen en verharding dient kenbaar te worden gemaakt in de bouwaanvraag. e Kruisstraat 1 Kloosterzande Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting 5' gelde dat tot een met de bestemming strijdig gebruik in elk geval wordt gerekend het gebruik van en in het gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken zonder de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing zoals hierna opgenomen in Bijlage 7 van de planregels. f Meerdijk 4 Kuitaart Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting 6' geldt het volgende: Noordelijke gedeelte 1. Het oprichten van nieuwe gebouwen binnen het bouwvlak is enkel toegestaan als het plangebied landschappelijk wordt ingepast conform het beplantingsplan fase 1 zoals opgenomen Bijlage 7 van de planregels. 2. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken, bedoeld zoals in artikel 3.1 van het bestemmingsplan, zonder de aanleg en instandhouding van een extra waterberging op het perceel in de vorm van een vijver conform de formule (oppervlakte toename bedrijfsgebouwen + toename
Buitengebied Hulst 2023
32
oppervlakte verharding x 0,075 = inhoud vijver). De toename van de bedrijfsgebouwen en verharding dient kenbaar te worden gemaakt in de bouwaanvraag. Zuidelijke gedeelte 1. Het oprichten van nieuwe gebouwen binnen het bouwvlak is enkel toegestaan als het plangebied landschappelijk wordt ingepast conform het beplantingsplan fase 2 zoals opgenomen in Bijlage 7 van de planregels. 2. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken, bedoeld zoals in artikel 3.1 van bestemmingsplan, zonder de aanleg en instandhouding van een extra waterberging op het perceel in de vorm van een vijver conform de formule (oppervlakte toename bedrijfsgebouwen + toename oppervlakte verharding x 0,075 = inhoud vijver). De toename van de bedrijfsgebouwen en verharding dient kenbaar te worden gemaakt in de bouwaanvraag. g Zandbergestraat 25 Graauw Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting 7' geldt dat indien op het agrarisch bouwvlak sprake is van verplichte landschappelijke inpassing, de gronden uitsluitend mogen worden gebruikt ten behoeve van de agrarische bestemming indien de landschappelijke inpassing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch landschappelijke inpassing' gerealiseerd en in stand gehouden wordt.
h Sasdijk 38 Vogelwaarde Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voorwaardelijke verplichting 8' geldt dat het realiseren en gebruiken van nieuwe gebouwen alleen is toegestaan als: a. voldaan is aan de waterbergingsopgave met een inhoud van 441 m³ en in stand wordt gehouden, tenzij met het waterschap anders is overeengekomen. Er dient nadere afstemming met en goedkeuring door het waterschap plaats te vinden. b. de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in het landschappelijke inpassingsplan in Bijlage 7 bij de regels, is aangelegd binnen een jaar na ingebruikname van de nieuwe gebouwen en vervolgens in stand wordt gehouden. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4 sub n ten behoeve van de uitoefening van kleinschalige beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten in de woning met bijbehorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming is; b. het uitoefenen van de activiteiten niet tot gevolg heeft dat het uiterlijk aanzien van de woning zodanig verandert, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest; c. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning met bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen dat wordt gebruikt voor de activiteiten maximaal 25 m² bedraagt; d. het uitoefenen van activiteiten die vergunnings- of meldingsplichtig zijn op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving niet is toegestaan; e. degene die de activiteiten in de woning en/of bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen uitvoert tevens gebruiker/bewoner van de woning is; f. het niet betreft zodanige verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; g.
de uitoefening van detailhandel niet is toegestaan, uitgezonderd als ondergeschikte nevenactiviteit gerelateerd aan het desbetreffende bedrijf.
Buitengebied Hulst 2023
33
3.5.2 Bed and Breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4 sub o ten behoeve van de uitoefening van een bed and breakfast als ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het oprichten van een bed and breakfastvoorziening is toegestaan indien: 1. het hoofdgebouw een minimale inhoud van 500 m³ heeft, met een maximale afwijking van 15%; 2. de bijbehorende bouwwerken minimaal 75 m² en maximaal 100 m² aan oppervlakte hebben en/of, 3. het een cultuurhistorisch waardevol gebouw dan wel monument betreft, zoals opgenomen in bijlage 5 van deze regels; b. de hoofdfunctie van de gronden waarop een bed and breakfastvoorziening wordt gevestigd, agrarisch blijft; c. een bed and breakfastvoorziening dient binnen de bestaande bebouwing te worden opgericht; d. het aantal personen dat tegelijkertijd van een bed and breakfastvoorziening gebruik mag maken bedraagt maximaal 6; e. een bed and breakfastvoorziening mag niet als zelfstandige wooneenheid functioneren; f. permanente bewoning is niet toegestaan; g. parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein binnen het bestaande bouwvlak; h. afwijking mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2.
onevenredige aantasting van de landschappelijke, cultuurhistorische en architectonische waarden van het perceel dan wel het gebouw. Het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning in wanneer niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor verlening van de omgevingsvergunning of indien in strijd met de omgevingsvergunning wordt gehandeld. 3.5.3 Tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4 sub p ten behoeve van het tijdelijk huisvesten van arbeidsmigranten, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aangetoond wordt dat afwijking noodzakelijk is vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte op het betreffende agrarisch bedrijf en structurele voorzieningen ten behoeve van tijdelijke huisvesting in het stedelijk gebied ontbreken. Het bevoegd gezag wint omtrent de voorwaarde inzake de tijdelijke grote arbeidsbehoefte op het betreffende agrarische bedrijf advies in bij de agrarisch deskundige; b. de huisvesting is uitsluitend toegestaan ten behoeve van arbeidsmigranten die werkzaam zijn binnen het agrarisch bedrijf waar ze tijdelijk zijn gehuisvest; c. de huisvesting bedraagt maximaal 3 4 maanden per kalenderjaar; d.
de huisvesting vindt plaats binnen het bouwvlak gebouwde bebouwing of in kampeermiddelen en/of woonunits, met dien verstande dat: 1. de gezamenlijke oppervlakte van een inpandige voorziening maximaal 250 m² bedraagt; 2. maximaal 25 kampeermiddelen en/of woonunits zijn toegestaan binnen of aansluitend aan het bouwvlak, waarbij sanitaire voorzieningen uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak met een maximale oppervlakte van 100 m²; e. de bouwhoogte van kampeermiddelen en/of woonunits bedraagt maximaal 3,5 meter; f. de afstand tussen kampeermiddelen en/of woonunits onderling bedraagt minimaal 5 meter; g. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels. Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, wat in ieder geval inhoudt dat de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing voorafgaand aan verlening van de omgevingsvergunning in een privaatrechtelijke overeenkomst worden vastgelegd; h. de huisvesting is uit milieuhygiënisch oogpunt uitvoerbaar; i. afwijking mag niet leiden tot:
Buitengebied Hulst 2023
34
1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. Het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning in wanneer niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor verlening van de omgevingsvergunning of indien in strijd met de omgevingsvergunning wordt gehandeld. 3.5.4 Kleinschalig kamperen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 ten behoeve van grootschaliger kleinschalig kamperen bij een agrarisch bedrijf op en / of in aansluiting op een bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. per agrarisch bedrijf bedraagt het aantal standplaatsen maximaal 25 35, waarvan maximaal 20% met een maximum van 5 eenheden permanente kampeermiddelen zijn toegestaan; b. kleinschalig kamperen vindt uitsluitend plaats in het zomerseizoen; c. de standplaatsen zijn gesitueerd op of binnen een afstand van 25 meter van het bouwvlak; d. permanente bewoning van kampeermiddelen is niet toegestaan; e. de bouwhoogte van kampeermiddelen bedraagt maximaal 3,5 meter; f.
sanitaire voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan, met dien verstande dat buiten het bouwvlak de oppervlakte van gebouwen maximaal 50 m² bedraagt; g. parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein binnen het bestaande bouwvlak; h. de afstand tussen de minicamping en de meest nabij gelegen woning van derden bedraagt minimaal 25 meter; i. ter plaatse van de standplaatsen mag de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai niet meer bedragen dan 48 dB; j. afwijking voor gronden gelegen binnen een afstand van 100 meter van de bestemming 'Natuur' en de bestemming 'Water' met de andere aanduiding 'ecologische verbindingszone' is uitsluitend toegestaan indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabij gelegen natuurgebied; k. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels.
Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden.er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, wat in ieder geval inhoudt dat de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing voorafgaand aan verlening van de omgevingsvergunning in een privaatrechtelijke overeenkomst worden vastgelegd; l. afwijking mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. 3.5.5 Aquacultuur Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 in samenhang gelezen met het bepaalde in 3.4 ten behoeve van aquacultuur in bassins bij een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aangetoond wordt dat afwijking noodzakelijk is vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en voor de continuïteit van het volwaardig agrarisch bedrijf. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarden schriftelijk advies in bij de agrarisch deskundige; b. aquacultuur uitsluitend plaatsvindt in bassins op en/of aansluitend aan het bouwvlak van een bestaand agrarisch bedrijf; c.
de gezamenlijke oppervlakte van de bassins bedraagt per agrarisch bedrijf maximaal 3 hectare; d. toegestaan zijn vlakke netten, waarvan de bouwhoogte maximaal 1 meter boven het maaiveld bedraagt; e. de afstand tussen bassins onderling bedraagt minimaal 100 meter;
Buitengebied Hulst 2023
35
f.
afwijking is niet toegestaan voor gronden ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch gebied met ecologische betekenis' en 'natuurontwikkelingsgebied'; g. afwijking voor gronden gelegen binnen een afstand van 100 meter van de bestemming 'Natuur' en de bestemming 'Water' met de nadere aanduiding 'ecologische verbindingzone' is uitsluitend toegestaan indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabij gelegen natuurgebied; h. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels. Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, wat in ieder geval inhoudt dat de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing voorafgaand aan verlening van de omgevingsvergunning in een privaatrechtelijke overeenkomst worden vastgelegd; i. afwijking mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. onevenredige verstening, verglazing en versnippering van de agrarische gronden; 3.
onevenredige aantasting van de waterhuishouding van het gebied: vooraf wordt hierover door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap. 3.5.6 Nieuwe Economische Dragers als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 in samenhang gelezen met het bepaalde in 3.4 ten behoeve een nieuwe economische drager als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er dient sprake te zijn van een functie die voorkomt in de lijst Nieuwe Economische Dragers zoals opgenomen in bijlage 4, waarbij is aangegeven dat via afwijking van de gebruiksregels de functie is toegestaan, dan wel overige bedrijfsfuncties, die naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de in bijlage 2 opgenomen functies; b. de agrarisch-verwante of niet-agrarische activiteiten dienen plaats te vinden in bestaande gebouwen binnen een bouwvlak, met inachtneming van de maximale bedrijfsvloeroppervlaktemaat, zoals opgenomen in bijlage 4. In afwijking hiervan geldt voor een cultuurhistorisch waardevol gebouw en/of monument, zoals opgenomen in bijlage 5, geen maximale bedrijfsvloeroppervlaktemaat; c. het gebruiken van de onbebouwde gronden voor opslag en productie ten behoeve van de nieuwe functie is niet toegestaan; d.
het bouwen van nieuwe bouwwerken, geen gebouwen zijnde, lichtbakken en lichtmasten daaronder begrepen, ten behoeve van reclame-doeleinden is niet toegestaan; e. nieuwe functies behorende bij een agrarisch bedrijf zijn uitsluitend toelaatbaar tot en met ten hoogste categorie 2 uit de Staat van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat een bedrijfsactiviteit tot en met ten hoogste categorie 3 uit de Staat van bedrijfsactiviteiten eveneens is toegestaan, mits is aangetoond dat: 1. het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving en gelet op de desbetreffende milieuaspecten geacht kan worden te behoren tot de categorieën 1 en 2, of; 2. het betrokken bedrijf een landbouwverwant bedrijf betreft als bedoeld in bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten; f. parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein binnen het bestaande bouwvlak; g. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels. Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden.
er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, wat in ieder geval inhoudt dat de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing voorafgaand aan verlening van de omgevingsvergunning in een privaatrechtelijke overeenkomst worden vastgelegd; h. er wordt voorzien in ruimtelijke kwaliteitswinst in de vorm van landschaps- en natuurontwikkeling of het verbeteren van de inrichting dan wel uitstraling van het erf en/of gebouwen; het voorgaande dient vooraf in een privaatrechtelijke overeenkomst te worden vastgelegd;
Buitengebied Hulst 2023
36
i.
afwijking mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte: hierover wordt vooraf door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij de wegbeheerder; 3. onevenredige aantasting van de waterhuishouding van het gebied: vooraf wordt hierover door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap.
3.5.7 Ondersteunende horeca Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 in samenhang gelezen met het bepaalde in 3.4 ten behoeve van ondersteunende horeca als een nieuwe economische drager als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de agrarische activiteiten vormen het hoofdbestanddeel van het bedrijf en het aanbieden vanhorecadiensten is ondersteunend en mag geen op zichzelf staande activiteit zijn. b. de nevenactiviteit moet gekoppeld zijn aan een functionerend agrarisch bedrijf. c. het verstrekken van horecadiensten mag enkel geschieden aan groepen/personen die het bedrijf bezoeken ten behoeve van een excursie, rondleiding, workshop, proeverij, bijeenkomst e.d.. d. de ondersteunende horecadienst dient plaats te vinden vanuit de bestaande agrarische bebouwing. Hiertoe mag maximaal 30% van de bebouwde oppervlakte met een maximum van 100 m2, voor horecadoeleinden worden benut. e. binnen de onder lid d bedoelde oppervlakte dienen zich zowel de keuken, de toiletruimte als het gedeelte waarin de consumpties worden genuttigd te bevinden. f. het ter beschikking stellen van (horeca-)ruimte en (horeca-)diensten aan derden ten behoeve van feesten en partijen op het agrarisch bedrijf valt niet onder het begrip 'ondersteunend' en is niet toegestaan. g.
het beperkt verstrekken van alcoholische dranken is in het kader van de nevenfunctie onder voorwaarden toegestaan. De ondernemer zal dan in elk geval moeten beschikken over een Alcoholwet-vergunning. h. bij het verstrekken van alcoholische dranken zal ook de APV-eis van een exploitatievergunning gelden. Via aan deze vergunning te verbinden voorwaarden kan eventuele overlast voor de omgeving worden voorkomen. i. de bedrijfsvoering van andere (agrarische) bedrijven in de omgeving mag door de nevenactiviteit niet worden gehinderd. j. parkeren ten dienste van de nevenactiviteit moet op eigen terrein plaatsvinden. k. eventueel aan te brengen reclame mag slechts betrekking hebben op de desbetreffende nevenactiviteit (excursie, workshop, e.d.) doch niet op te verstrekken etenswaren of dranken. l. het verstrekken van alcohol slechts is toegestaan binnen de tijden die gelden voor de zogenoemde 'daghoreca' oftewel van 07.00 – 21.00 uur. 3.5.8 Kleinschalige horeca Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 in samenhang gelezen met het bepaalde in 3.4 ten behoeve van kleinschalige horeca als een nieuwe economische drager als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de kleinschalige horeca is een aanvullende voorziening gericht op wandelaars en/of fietsers. b.
er mag geen alcoholhoudende drank worden verstrekt. c. de te verstrekken spijzen mogen geen volwaardige maaltijden zijn, maar bestaan uit gebak, taart, eenvoudige broodjes, en soortgelijke kleine versnaperingen, etc. d. de gezamenlijke bebouwde en onbebouwde oppervlakte waar consumpties worden genuttigd mag maximaal 40 m2 bedragen. Een eventueel terras wordt meegeteld binnen deze 40m2. e. de uitoefening van kleinschalige horeca in het buitengebied dient te geschieden vanuit het bestaande bebouwde oppervlak. f. het horecagedeelte dient ondergeschikt te blijven aan de hoofdfunctie van het perceel, mag geen ruimtelijke impact tot gevolg hebben en niet leiden tot onevenredige aantasting van de omliggende functies.
Buitengebied Hulst 2023
37
g. Ter beschikking stellen van accommodatie aan derden voor feesten en partijen is niet toegestaan. h. de openingstijd is tot maximaal 21.00 uur. 3.5.9 Seizoenarbeiders De afwijkingsbevoegdheid kan worden toegepast voor huisvesting van seizoensarbeiders wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. huisvesting vindt plaats ter plaatse van de bestemming; 1. Agrarisch; 2. Agrarisch - Paardenhouderij; 3. Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden. b. aangetoond wordt dat afwijking noodzakelijk is vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte op het betreffende agrarisch bedrijf en structurele voorzieningen ten behoeve van tijdelijke huisvesting in het stedelijk gebied ontbreken. Het bevoegd gezag wint omtrent de voorwaarde inzake de tijdelijke grote arbeidsbehoefte op het betreffende agrarische bedrijf advies in bij de agrarisch deskundige; c. in een bedrijfswoning is huisvesting van seizoensarbeiders alleen toegestaan in combinatie met de functie van bedrijfswoning; d. huisvesting van seizoensarbeiders mag geen nadelige effecten hebben voor bedrijven in de omgeving e. de huisvesting bedraagt maximaal 4 maanden per kalenderjaar; f. de huisvesting is uitsluitend toegestaan ten behoeve van seizoensarbeiders die werkzaam zijn binnen het agrarisch bedrijf waar ze tijdelijk zijn gehuisvest; g.
de huisvesting vindt plaats binnen het bouwvlak gebouwde bebouwing of in kampeermiddelen en/of woonunits, met dien verstande dat: 1. de gezamenlijke oppervlakte van een inpandige voorziening maximaal 250 m² bedraagt; 2. maximaal 25 kampeermiddelen en/of woonunits zijn toegestaan binnen of aansluitend aan het bouwvlak, waarbij sanitaire voorzieningen uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak met een maximale oppervlakte van 100 m². h. de bouwhoogte van kampeermiddelen en/of woonunits bedraagt maximaal 3,5 meter; i. de afstand tussen kampeermiddelen en/of woonunits onderling bedraagt minimaal 5 meter; j. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, wat in ieder geval inhoudt dat de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing voorafgaand aan verlening van de omgevingsvergunning in een privaatrechtelijke overeenkomst worden vastgelegd; k. de huisvesting is uit milieuhygiënisch oogpunt uitvoerbaar; l. afwijking mag niet leiden tot: 1. nevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. m. Met de initiatiefnemer wordt een planschadeovereenkomst afgesloten waarbij afspraken wordengemaakt over eventuele planschade; 3.6
Wijzigingsbevoegdheid
3.6.1 Verhogen bebouwingspercentage Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen ten behoeve van het verhogen van het bebouwingspercentage, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het bebouwingspercentage bedraagt na wijziging maximaal 100%; b. aangetoond wordt dat wijziging noodzakelijk is vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en voor de continuïteit van het volwaardig agrarisch bedrijf. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarden schriftelijk advies in bij de agrarisch deskundige; c. in aanvulling op het bepaalde in lid b geldt dat wijziging eveneens is toegestaan indien toepassing noodzakelijk is voor instandhouding van een cultuurhistorisch waardevol gebouw of een monument, zoals opgenomen in bijlage 5 van deze regels; d. verhoging mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. onevenredige aantasting van de waterhuishouding van het gebied: vooraf wordt hierover door het
Buitengebied Hulst 2023
38
bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap. 3.6.2 Vormverandering bouwvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen ten behoeve van vormverandering van een bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. bij vormverandering mag de gezamenlijke oppervlakte van het bouwvlak niet worden vergroot; voor vergroting van het bouwvlak dient de wijzigingsbevoegdheid in 3.6.3 te worden toegepast; b. na vormverandering mag het bouwvlak voor maximaal 50% worden bebouwd; c. aangetoond wordt dat vormverandering noodzakelijk is vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; d. in aanvulling op het bepaalde in lid c geldt dat wijziging eveneens is toegestaan indien toepassing noodzakelijk is voor instandhouding van een cultuurhistorisch waardevol gebouw of een monument, zoals opgenomen in bijlage 5 van deze regels; e. vormverandering is niet toegestaan voor een intensieve veehouderij; f. wijziging is niet toegestaan voor gronden ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch gebied met ecologische betekenis', 'kernrandzone' en 'natuurontwikkelingsgebied'; g.
wijziging voor gronden gelegen binnen een afstand van 100 meter van de bestemming 'Natuur' en de bestemming 'Water' met de nadere aanduiding 'ecologische verbindingszone' is uitsluitend toegestaan indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabij gelegen natuurgebied; h. vormverandering mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. onevenredige verstening, verglazing en versnippering van de agrarische gronden. 3.6.3 Vergroting bouwvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen ten behoeve van vergroting van een bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de gezamenlijke oppervlakte van het bouwvlak per agrarisch bedrijf niet meer bedraagt dan: 1. voor een grondgebonden bedrijf: 2 hectare; 2. voor een niet-grondgebonden bedrijf: 1 hectare; b. na vergroting mag het bouwvlak voor maximaal 50% worden bebouwd, met dien verstande dat gebouwen en overkappingen en sleufsilo's binnen het bouwvlak dienen te worden gesitueerd; c. aangetoond wordt dat vergroting noodzakelijk is vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en voor de continuïteit van het volwaardig agrarisch bedrijf. Voor zover het gaat om een vergroting van 1,5ha tot 2ha.
wint het bevoegd gezag omtrent deze voorwaarden schriftelijk advies in bij de agrarisch deskundige; d. in aanvulling op het bepaalde in lid c geldt dat wijziging eveneens is toegestaan indien toepassing noodzakelijk is voor instandhouding van een cultuurhistorisch waardevol gebouw of een monument, zoals opgenomen in bijlage 5 van deze regels; e. voor vergroting bij intensieve veehouderij geldt dat een plan dient te voldoen aan de regels uit de provinciale verordening; f. wijziging is niet toegestaan voor gronden ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch gebied met ecologische betekenis', 'kernrandzone' en 'natuurontwikkelingsgebied'; g. wijziging voor gronden gelegen binnen een afstand van 100 meter van de bestemming 'Natuur' is uitsluitend toegestaan indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabij gelegen natuurgebied; h. een landschapsplan waarin een goede landschappelijke inpassing is vastgelegd maakt deel uit van de aanvraag. Het landschapsplan en de onderdelen waarop een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting rust, worden opgenomen in de bijlage bij de regels. Het gebruik van de gronden is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden.
er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, wat in ieder geval inhoudt dat de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing voorafgaand aan verlening van de omgevingsvergunning in een privaatrechtelijke overeenkomst worden vastgelegd; i. vergroting mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende
Buitengebied Hulst 2023
39
bestemmingen en functies; 2. onevenredige verstening, verglazing en versnippering van de agrarische gronden; 3. onevenredige aantasting aan infrastructuur. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarde vooraf schriftelijk advies in bij de wegbeheerder; 4. onevenredige aantasting van de waterhuishouding van het gebied: vooraf wordt hierover door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap. 3.6.4 Vergroten bedrijfsvloeroppervlakte neventak intensieve veehouderij Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch' met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - neventak intensieve veehouderij' te wijzigen ten behoeve van het vergroten van de maximale bedrijfsvloeroppervlakte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch neventak intensieve veehouderij', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de maximale bedrijfsvloeroppervlakte ten behoeve van een neventak intensieve veehouderij na vergroting niet meer bedraagt dan 2.100 m², met dien verstande vergroting van het bouwvlak niet is toegestaan; b. aangetoond wordt dat vergroting noodzakelijk is vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en voor de continuïteit van het volwaardig agrarisch bedrijf dan wel vanuit een toepassing van milieuvoorschriften en/of andere wettelijke bepalingen.
Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarden schriftelijk advies in bij de agrarisch deskundige; c. na vergroting dient nog wel sprake te zijn van een neventak intensieve veehouderij; d. de vergroting is uit milieuhygiënisch oogpunt uitvoerbaar; e. vergroting mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. onevenredige aantasting van de waterhuishouding van het gebied: vooraf wordt hierover door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap; f. het vergroten moet een signifiante bijdrage leveren aan verduurzaming van het bedrijf. 3.6.5 Vergroten bedrijfsvloeroppervlakte hoofdtak intensieve veehouderij Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen ten behoeve van het vergroten van de maximale bedrijfsvloeroppervlakte ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een omgevingsvergunning voor het vergroten van de maximale bedrijfsvloeroppervlakte mag ten hoogste éénmaal worden verleend; b. het vergroten van de maximale bedrijfsvloeroppervlakte mag met ten hoogste het volgende percentage: 1. voor een intensieve veehouderij met een bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 5.000 m²: 10%; 2.
voor een intensieve veehouderij met een bedrijfsvloeroppervlakte van minder dan 5.000 m²: 20%, met dien verstande dat vergroting van het bouwvlak niet is toegestaan. c. aangetoond wordt dat wijziging noodzakelijk is vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en voor de continuïteit van het volwaardig agrarisch bedrijf dan wel vanuit een toepassing van milieuvoorschriften en/of andere wettelijke bepalingen. Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarden schriftelijk advies in bij de agrarisch deskundige; d. de vergroting is uit milieuhygiënisch oogpunt uitvoerbaar; e. vergroting mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. onevenredige aantasting van de waterhuishouding van het gebied: vooraf wordt hierover door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap. 3.6.6 Verwijderen aanduidingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen door één of meerdere van de volgende op de verbeelding opgenomen aanduidingen te verwijderen: a. 'intensieve veehouderij'; b. 'specifieke vorm van agrarisch - neventak intensieve veehouderij'; met dien verstande dat: de betreffende functie ter plaatse is beëindigd;
Buitengebied Hulst 2023
40
de geldende milieuvergunning voor deze activiteiten wordt ingetrokken. 3.6.7 Wijzigen naar bestemming 'Wonen - voormalig agrarisch bedrijf' of 'Agrarisch - zonder bouwvlak' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij de beëindiging van een agrarisch bedrijf de bestemming 'Agrarisch' met de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'bouwvlak' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. voor bewoning mag worden gebruikt de ten tijde van de bedrijfsbeëindiging bestaande bedrijfswoning(en); b. het aantal woningen dan wel wooneenheden moet beperkt blijven tot het bestaande aantal woningen dan wel wooneenheden dat op het moment van het nemen van het wijzigingsbesluit aanwezig is; c. het bouwvolume van gebouwen mag niet worden vergroot en de maximale goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet worden gewijzigd; d. de inhoud van de woning maximaal 750 m³ en de bewoonbare vloeroppervlakte maximaal 225 300 m² bedraagt of, indien de inhoud dan de bewoonbare vloeroppervlakte van de op het moment van het nemen van het wijzigingsbesluit aanwezige woning meer bedraagt dan 750 m³ of 225 m², de inhoud dan wel bewoonbare vloeroppervlakte van de aanwezige woning; e.
bestaande nieuwe economische dragers als vervolgactiviteit zijn uitsluitend toegestaan, indien deze in bijlage 4 is opgenomen; f. monumenten en/of kenmerken van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing zoals opgenomen in bijlage 5 van het bestemmingsplan Buitengebied Hulst (de herziening) dient te worden behouden, met inachtneming van artikel 44; cultuurhistorische waardevolle bebouwing en/of monumenten zoals opgenomen in bijlage 3 dient te worden behouden; g. de wijziging is uit milieuhygiënisch oogpunt uitvoerbaar; h. wijziging mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; i. bij wijziging naar 'Agrarisch - zonder bouwvlak' dient alle bebouwing op het perceel te worden gesloopt. 3.6.8 Wijzigen naar bestemming 'Maatschappelijk' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij de beëindiging van een agrarisch bedrijf de bestemming 'Agrarisch' met de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'bouwvlak' te wijzigen in de bestemming 'Maatschappelijk' ten behoeve van het bieden van mogelijkheden voor (woon)zorgprojecten al dan niet in combinatie met een toename van aantal wooneenheden, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. wijziging is uitsluitend toegestaan ten behoeve van het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en/of monumenten, zoals opgenomen in bijlage 5 van deze regels; b.
wijziging is uitsluitend toegestaan voor bestaande gebouwen, met dien verstande dat uitbreiding bij woonzorgprojecten is toegestaan indien de zorgfunctie dit vereist op de volgende voorwaarden: 1. uitbreiding beperkt blijft tot maximaal 25% van het gebouw; 2. een schriftelijk advies van een onafhankelijk deskundige met betrekking tot zorgindicatie waarin de noodzaak hiervoor wordt aangetoond; 3. de uitbreiding aansluit op de karakteristiek van het gebouw; c. het aantal wooneenheden bedraagt maximaal 5 per gebouw; d. de wijziging is uit milieuhygiënisch oogpunt uitvoerbaar; e. wijziging mag niet leiden tot: 1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; 2. onevenredige aantasting van de infrastructuur: Het bevoegd gezag wint omtrent deze voorwaarde vooraf schriftelijk advies in bij de wegbeheerder; 3. onevenredige aantasting van de waterhuishouding van het gebied: vooraf wordt hierover door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap.
Buitengebied Hulst 2023
41
3.6.9 Wijzigen naar bestemming 'Natuur' en/of 'Water' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij de beëindiging van een agrarisch bedrijf de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen in de bestemmingen 'Natuur' en/of 'Water' al dan niet in combinatie met de aanduiding 'bos' ten behoeve van de ontwikkeling van natuur, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de agrarische functie van de gronden is komen te vervallen; b. aangetoond is dat een aaneengesloten natuurgebied van voldoende omvang en zodanige begrenzing kan ontstaan; c. aangetoond is dat de aangrenzende/omringende gronden, met een blijvende agrarische bodemexploitatie, doelmatig als zodanig geëxploiteerd kunnen blijven worden; d. de regels van de bestemmingen 'Natuur' en/of 'Water' worden van overeenkomstige toepassing verklaard.
3.6.10 Wijzigen naar 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het plan te wijzigen om ten behoeve van het gebruik van een bedrijfswoning als plattelandswoning, met in achtneming van de volgende voorwaarden: a. het betreft een legaal tot stand gekomen bestaande of voormalige bedrijfswoning behorende bij een agrarisch bedrijf dat in werking is; b. alle betrokken partijen, de agrariër op het betreffende agrarisch bouwperceel en de toekomstige bewoner van de plattelandswoning, hebben schriftelijk verklaard dat men de voormalige agrarische bedrijfswoning van de status "plattelandswoning" wenst te voorzien; c. het college kan in afwijking van lid b besluiten om medewerking te verlenen aan deze wijzigingsbevoegdheid voor het aanduiden van een plattelandswoning indien sprake is van een situatie die meer dan 10 jaar feitelijk in gebruik is als burgerwoning; d. er sprake dient te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; e. de bouwregels voor een bedrijfswoning zoals opgenomen in artikel 3.2.1 zijn overeenkomstig van toepassing met dien verstande dat de maximale inhoud van de woning maximaal 1000m3 mag bedragen; f. de plattelandswoning krijgt een eigen bouwvlak; g. het bij de plattelandswoning behorende achterf krijgt de bouwaanduiding 'bijgebouwen'. Hier zijn de bijgebouwenregels uit van toepassing.
Buitengebied Hulst 2023
42
Artikel 4
Agrarisch - Paardenhouderij
4.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Agrarisch - Paardenhouderij' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een gebruiksgerichte paardenhouderij; b. kleinschalig kamperen tot maximaal 10 standplaatsen, als nevenactiviteit; c. wonen in een bedrijfswoning binnen het bouwvlak met daaraan ondergeschikt een beroep aan huis met een maximale vloeroppervlakte van 25 m², met dien verstande dat de activiteiten in de woning worden uitgeoefend en de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning': tevens een plattelandswoning; e. ter plaatse van de aanduiding 'manege', tevens een manege; f. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’, uitsluitend wonen in een bedrijfswoning met daaraan ondergeschikt een beroep aan huis met een maximale vloeroppervlakte van 25 m², met dien verstande dat de activiteiten in de woning worden uitgeoefend en de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft; g. ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij - uitgesloten', geldt een paardenhouderij niet is toegestaan; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm agrarisch uitgesloten - dierenverblijven', is het gebruik van gebouwen ten behoeve van dierenverblijven uitgesloten; i. een één of meerdaags evenement voor ten hoogste 5 keer per jaar'; met de daarbijbehorende: j.
voorzieningen van algemeen nut; k. infrastructurele voorzieningen; l. parkeervoorzieningen; m. groen- en speelvoorzieningen; n. tuinen en erven; o. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; p. kleinschalige natuurgerichte / dagrecreatieve voorzieningen.
4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de volgende algemene regels: a. gebouwen en overkappingen en (sleuf)silo's mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht; b. het bebouwingspercentage van het bouwvlak voor gebouwen en overkappingen, niet zijnde teeltondersteunende voorzieningen, bedraagt maximaal 50%, c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding; d. de bouwhoogte mag maximaal 4 meter meer bedragen dan de maximale goothoogte als bedoeld in sub c; e. in afwijking van het bepaalde onder c en onder d mag ter plaatse van de aanduiding 'maximale gooten bouwhoogte (m)' de maximale goothoogte en bouwhoogte niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding; f. de bouwhoogte van een silo, niet zijnde een mestverzamelsilo, bedraagt maximaal 10 meter. 4.2.2 Bedrijfswoningen met bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen ten behoeve van bedrijfswoningen met bijbehorende bouwwerken gelden de volgende specifieke regels: a. per paardenhouderij is maximaal één bedrijfswoning binnen het bouwvlak toegestaan, tenzij op de verbeelding is aangeduid dat het maximum aantal wooneenheden '0' of '2' bedraagt b. de inhoud van een bedrijfswoning met bijbehorende aan- en uitbouwen bedraagt maximaal 1.000 m³.
Buitengebied Hulst 2023
43
4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende specifieke regels: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal: 1. voor vrijstaande antennes: 10 meter; 2. voor erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn: 2 meter; 3. voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevellijn: 1 meter; 4. voor lichtmasten en overige masten: 10 meter; 5. voor bewegwijzering en overig straatmeubilair: 4,50 meter; 6. voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 meter; b. meerdere paardenbakken zijn binnen het bouwvlak toegestaan, met dien verstande dat: 1. de paardenbakken worden gesitueerd achter de voorgevellijn van de dichtst bij de openbare weg gelegen gevel; 2. de oppervlakte van een paardenbak maximaal 1.200 m² bedraagt; 3. de bouwhoogte van de omheining maximaal 2 meter bedraagt; 4. per paardenbak maximaal 6 lichtmasten worden geplaatst waarvan de bouwhoogte maximaal 8 meter bedraagt; 5. de afstand van een paardenbak tot het bestemmingsvlak van woningen van derden minimaal 50 meter bedraagt.
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Kleinschalige windturbines en zonnevelden Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2 ten behoeve van het realiseren van kleine windturbines en/of zonnevelden groter dan 200m2, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. voor zover het gaat om een windturbine deze een tiphoogte heeft van maximaal 20 meter; b. de windturbine en/of zonneveld moet voldoen aan de voorwaarde zoals die zijn neergelegd in de door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels voor zon- en windenergie zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning; c. het bevoegd gezag wint omtrent de aanvraag advies in bij de netbeheerder 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Algemeen Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik of laten gebruiken voor: a. publieksaantrekkende activiteiten, zoals het houden van evenementen, tenzij gerelateerd aan de manege met een maximum van 8 meldingsplichtige evenementen per jaar en 2 vergunningsplichtige evenmenten per kalenderjaar waarbij het parkeren ten behoeve van het evenement volledig op eigen terrein plaatsvindt; b. het geven van lessen en/of het verzorgen van instructies dan wel het exploiteren van een manege; c. geluidszoneringsplichtige inrichtingen; d. detailhandel; e. horeca; f. een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); g. seksinrichtingen; h. het bewonen van de bedrijfswoning als burgerwoning; i. kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten; j. bed and breakfast; k. het gebruik van gebouwen, behoudens de bedrijfswoning(en), voor permanente of tijdelijke bewoning en direct daarmee verband houdend gebruik van voorzieningen zoals gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair, kook- en wasgelegenheid, waaronder tevens wordt verstaan tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. l. het innemen van standplaatsen ten behoeve van een minicamping binnen 50 meter van een fruitboomgaard; m. dierenverblijven binnen een afstand van 50 meter tot de gevels van de woningen Kijkuitstraat 9 en
Buitengebied Hulst 2023
44
Kijkuitstraat 11, tenzij het geuremissiepunt van de betreffende stallen op een afstand van minimaal 50 meter vanaf de gevels van de woningen Kijkuitstraat 9 en Kijkuitstraat 11 is gesitueerd; n. het realiseren van een kwetsbaar object ter plaatse van de PR 10-6 contour van de planologisch relevante buisleiding(en). 4.4.2 Uitoefening aan-huis-gebonden-beroepen Uitoefening van aan-huis-gebonden-beroepen is toegestaan in een woning en in een aan- en uitbouw of bijgebouw , met inachtneming van de volgende regels: a. de activiteit is in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt aan de woning en de woonomgeving; b. de vloeroppervlakte voor deze andere activiteiten bedraagt in totaal ten hoogste 25 m²; c. het beroep of de activiteit dient door de bewoner te worden uitgeoefend; d. het gebruik mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking hebben dat deze kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; e. er vindt geen detailhandel plaats, uitgezonderd een beperkte verkoop die verband houdt met de beroepsmatige activiteiten. 4.4.3 Uitoefening kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Uitoefening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten is toegestaan in een woning en in een aan- en uitbouw of bijgebouw, met inachtneming van de volgende regels: a.
de activiteit is in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt aan de woning en de woonomgeving; b. de vloeroppervlakte voor deze andere activiteiten bedraagt in totaal ten hoogste 25 m²; c. het beroep of de activiteit dient door de bewoner te worden uitgeoefend; d. het betreft een activiteit zoals genoemd in de Staat van Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten of is naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen; e. het gebruik mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking hebben dat deze kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; f. er vindt geen detailhandel plaats, uitgezonderd een beperkte verkoop die verband houdt met de bedrijfsmatige activiteiten, tenzij in de Staat van Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten anders is bepaald 4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1 Kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4 sub i ten behoeve van de uitoefening van beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten in de woning met bijbehorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming is; b. het uitoefenen van de activiteiten niet tot gevolg heeft dat het uiterlijk aanzien van de woning zodanig verandert, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest; c. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning met bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen dat wordt gebruikt voor de activiteiten maximaal 25 m² bedraagt; d. het uitoefenen van activiteiten die vergunnings- of meldingsplichtig zijn op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving niet is toegestaan; e. degene die de activiteiten in de woning en/of bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen uitvoert tevens gebruiker/bewoner van de woning is; f. het niet betreft zodanige verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; g.