CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Ontwerp Noordstraat 3, Walsoorden

Gemeenteraad 13 juli 2023, gemeente HulstBij agendapunt: Noordstraat Walsoorden22.663 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. • Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is; • Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico.

Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied aan de Noordstraat. In de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen 25

transportleidingen, of BEVI-inrichtingen. Over de vaarroutes naar de haven van Antwerpen vindt wel vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De locatie aan de Noordstraat is buiten de groepsrisicocountour gelegen. In figuur 4.6 is een uitsnede van de risicokaart te zien voor de ruime omgeving van de ontwikkellocatie.

Figuur 4.6: uitsnede Risicokaart Toets Uit de inventarisatie blijkt dat de ontwikkelingslocatie: • zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); • zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

4.6 Flora en fauna In het kader van de verscherpte natuurwetgeving dient, voordat ergens ruimtelijke ingrepen plaatsvinden te worden onderzocht of er belangrijke natuurwaarden voorkomen op een te bebouwen locatie. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. Hiervoor is in juli 2022 door Adviesbureau Wieland een ‘Quickscan natuurwetgeving’ uitgevoerd. De te slopen bebouwing bestaat uit een enkel steens muur en uit damwandplaten. Deze is niet geschikt als verblijfplaats voor grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en broedvogels waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Op het erf is een woonhuis dat wel geschikt is als broedplaats voor 26

huismus en verblijfplaats voor vleermuizen. De sloop van de bebouwing heeft geen nadelig effect op de mogelijke broed- en verblijfplaatsen van beschermde soorten. De locatie waar de nieuwe woning gepland is bestaat uit weiland. Hier zijn geen broedvogels of grondgebonden zoogdieren te verwachten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Het weiland zal mogelijk op termijn ingericht worden met landschapselementen. Dit heeft een positief effect op natuur- en landschapswaarden in de omgeving. Het plangebied is niet geschikt voor andere beschermde soorten. Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er is ook geen negatief effect te verwachten op de natuurkwaliteiten van terreinen die zijn aangemerkt in het kader van het natuurnetwerk Zeeland. Het plangebied is op voldoende afstand gelegen van deze gebieden en de werkzaamheden zijn kleinschalig van aard. De volledige quickscan is als bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd.

4.7 Verkeer De ontwikkeling leidt tot de bouw van één extra woning enerzijds, maar anderzijds wordt een agrarisch bedrijf gesaneerd. In de praktijk zal deze ontwikkeling leiden tot een afname van het aantal verkeersbewegingen, met name het aandeel zwaar verkeer zal sterk afnemen. Ontsluiting De nieuwe woning is bereikbaar via een bestaande duiker, welke is aangesloten op de Noordstraat. Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie voor de extra woning wordt aangesloten bij de kengetallen van de CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. Voor een vrijstaande koopwoning in het buitengebied gelden kengetallen met een bandbreedte tussen 7,8 en 8,6 verkeersbewegingen per etmaal. Deze extra verkeersbewegingen kunnen eenvoudig via de Noordstraat met de relatief lage verkeersintensiteit verwerkt worden. Het aspect 'verkeersgeneratie' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren Ook voor het aspect parkeren wordt aangesloten bij de kengetallen van genoemde CROW publicatie. Hier geldt voor een vrijstaande koopwoning in het buitengebied de kengetallen met een bandbreedte tussen de 2 en 2,8 parkeerplaatsen per woning. Het toekomstige perceel krijgt een oppervlakte van circa 2.500 m2. Het perceel en de voortuin in het bijzonder is ruim genoeg om het parkeren volledig op eigen terrein plaats te laten vinden.

Ook het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor deze ontwikkeling.

4.8 Archeologische waarden en cultuurhistorie. Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat 27

betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumtenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. De gemeente Hulst heeft de archeologische verwachtingswaarde vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’, waarbinnen het projectgebied thans valt. Toets Op de ontwikkellocatie aan de Noordstraat geldt een ‘Waarde Archeologie-2’. Hiervoor geldt een vrijstellingsoppervlakte voor werkzaamheden die tot de vrijstellingsdiepte van 40 centimeter reiken en met een oppervlakte kleiner dan 500 m2.

Voor de fundering van de te bouwen woning zal de vrijstellingsdiepte worden overschreden, maar niet de vrijstellingsoppervlakte van 500 m2. In planologische zin biedt het nieuwe bestemmingsplan geen ruimte om 500 m2 bebouwing op het perceel toe te voegen. Conform de regels van het bestemmingsplan bedraagt de bewoonbare vloeroppervlakte van de woning met bijbehorende aan- en uitbouwen maximaal 225 m², waardoor het niet te verwachten is dat archeologisch onderzoek nodig is. Wanneer er geen verplichting voor een nader archeologisch onderzoek ligt, is niettemin de kans aanwezig dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de graaf- en inrichtingswerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht op grond van de Erfgoedwet (ex artikel 5.10 Erfgoedwet). Bij een vondst dient contact te worden opgenomen met de gemeente Hulst. In de bestemmingsplanregels zijn de voorschriften van het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige Waarden’ van toepassing verklaard. Daarmee is geborgd dat archeologische waarden voor eventuele toekomstige werkzaamheden binnen het plangebied worden beschermd. Het aspect 'Archeologie' vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

Cultuurhistorische en aardkundige waarden Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische en aardkundige elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets In en rondom het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. Ook is het plangebied niet gelegen in een molenbiotoop. Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zeeland kan worden afgeleid dat het perceel is aangemerkt als een cultuurhistorisch waardevol agrarisch bedrijf (zie bijlage 6). Hetzelfde geldt voor het perceel Noordstraat 2. 28

Door alle latere bebouwing aan de uit 1865 daterende woning te slopen, krijgt de woning zijn oorspronkelijke vorm weer terug. De woning zal met respect voor historie worden gerenoveerd. Het perceel Noordstraat 2 ligt vrijstaand met een stevige erfbeplanting. De ontwikkeling op het perceel Noordstraat 3 heeft hierdoor geen invloed op de cultuurhistorische waarden van het agrarisch bedrijf op de Noordstraat 2. In feite zal het herstel van de cultuurhistorische waarden van het pand met huisnummer 3 zelfs een positieve bijdrage leveren aan de historische context van de omgeving. Er zijn geen aardkundige waarden in het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling de cultuurhistorische en de aardkundige aspecten van de omgeving niet aantast.

4.9 Kabels en leidingen Binnen het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en leidingen.

4.10 Overige belemmeringen Het plangebied is grotendeels gelegen in een radargebied van vliegbasis Woensdrecht. De grens van dit radargebied ligt toevalligerwijs aan de westzijde van het plangebied. Hierdoor is een hoogtebeperkingen voor bouwwerken hoger dan 63 meter. De bouw van een woning verstoort de werking van het radargebied niet. Verder zijn er in het plangebied geen overige beperkingen, zoals een molenbiotoop, bekend.

4.11 Stikstofdepositie Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en Natuurherstel in werking getreden. Deze wet regelt dat aan de Wet natuurbescherming een artikel wordt toegevoegd. Op grond van dit artikel worden de gevolgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door aangewezen activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing gelaten voor wat betreft vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Op 2 november 2022 heeft de Raad van State echter uitgesproken dat ook deze activiteiten invloed hebben op Natura 2000-gebieden, waardoor deze wel beschouwd dienen te worden bij nieuwe ontwikkelingen. Hiervoor dient gebruik gemaakt te worden van de meest actuele versie van de AERIUS-calculator. Voor het toevoegen van de woning is een stikstofberekening uitgevoerd. Hierin zijn de verkeersbewegingen veroorzaakt door de bouw en het gebruik van de extra woning ingevoerd. De gegevens van de bouwfase zijn gebaseerd op ervaringscijfers. Voor de gegevens van de gebruiksfase zijn de kengetallen gehanteerd door het CROW, waarbij is uitgegaan van een gemiddelde van acht verkeersbewegingen per dag. De verkeersbewegingen zijn in beeld gebracht van en naar de provinciale wegen in de omgeving. Vanaf dit punt gaat het verkeer op in het normale verkeersbeeld.

Opgemerkt wordt dat er geen rekening is gehouden met het beëindigen van een agrarisch bedrijf, er is dus niet gesaldeerd. Toets Zowel in de huidige als de nieuwe situatie is er als gevolg van de activiteiten binnen het plangebied die zijn toegestaan op basis van de huidige en de nieuwe bestemming – geen sprake van een berekende stikstof-depositie op Natura 2000 gebieden hoger dan 0,00 mol/hectare/jaar. Hiermee is aangetoond dat als gevolg van de bestemmingsplanwijziging geen sprake is van een netto toename aan stikstofuitstoot en dat deze bestemmingsplanwijziging geen significant effect heeft op Natura 29

2000 gebieden. Een vergunning ten aanzien van stikstofdepositie is derhalve niet nodig. Het volledige stikstofonderzoek is als bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd.

4.12 Waterhuishouding Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, te voorkomen. Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in het plangebied met water en water gerelateerde aspecten wordt om gegaan. De relevante aspecten met betrekking tot de waterhuishouding zijn opgenomen in de tabel uit bijlage 2.

4.13 Besluit M.E.R. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten planmerplichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: • de kenmerken van de projecten; • de plaats van de projecten; • de kenmerken van de potentiële effecten. Op 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Zo moet voor de ontwerpbestemmingsplanfase een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen milieueffectrapportage nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.

Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een aaneengesloten gebied met een oppervlakte van 100 hectare of meer, of 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. De voorgenomen ontwikkeling betreft het saneren van een agrarisch bedrijf met veehouderij en de realisatie van één extra burgerwoning in het buitengebied, door middel van de ruimte voor ruimte regeling. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde voor woningbouw. Tevens zal het beëindigen van de bedrijfsbestemming juist een sterk positieve bijdrage leveren aan de milieu effecten. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Hierin voorziet de toelichting van het bestemmingsplan. Conclusie Gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project, het saneren van een bedrijfslocatie 30

en de kenmerken van de potentiële effecten zoals blijkt uit hoofdstuk 4 van deze toelichting, zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.

31

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving Het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied, Ruimte voor Ruimte Noordstraat 3’ kan gekarakteriseerd worden als een zogenaamd ontwikkelingsplan en vormt de juridische regeling voor het saneren van het ter plaatse aanwezige agrarische bedrijf en de realisatie van een extra ruimte voor ruimte woning op het perceel Noordstraat 3 te Walsoorden. De planopzet sluit aan bij het moederplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Hulst, waarbinnen de ontwikkeling is gelegen. Omdat in voorliggende ontwikkeling sprake is van de ruimte-voor-ruimte regeling zijn aan de artikelen uit het moederplan nieuwe voorschriften toegevoegd die betrekking hebben op waterberging, landschappelijke inpassing en sloop van de voormalige bedrijfsgebouwen.

5.1 Regels De regels sluiten aan bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hulst’ en bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. Tevens zijn de voorschriften uit de parapluherzieningen ‘Archeologische en Aardkundige Waarden’ en ‘Huisvesting Arbeidsmigranten’ van toepassing verklaard. Artikel 2 Agrarisch Aan dit artikel is een voorwaardelijke verplichting toegevoegd ten aanzien van landschappelijke inpassing. Artikel 3 Wonen Hierin is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat voor de nieuw te realiseren voldoende waterberging op eigen perceel dient te worden gerealiseerd, een landschappelijke inpassing dient te worden gerealiseerd én een voorwaardelijke verplichting dat de agrarische bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt, alvorens de woning mag worden gebouwd en in gebruik mag worden genomen. Voor het overige sluit het artikel aan bij het moederplan ‘Buitengebied Hulst’ en de hierboven genoemde parapluherzieningen. Bijlagen Aan de regels zijn twee bijlagen toegevoegd ten aanzien van de voorwaardelijke verplichtingen voor de toekomstige landschappelijke inpassing en voor de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen.

5.2 Verbeelding Op het perceel wordt een bouwblok toegevoegd, zodat in de toekomstige situatie uiteindelijk twee burgerwoningen op het perceel aanwezig zijn. In de vigerende situatie is één bedrijfswoning aanwezig. Op de verbeelding is tevens de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 2’ opgenomen, alsmede de aanduidingen voor landschappelijke inpassing, sloop van de bedrijfsbebouwing en waterberging. De woning dient te worden gerealiseerd binnen de bouwvlakken.

32

figuur 5.1, zuidzijde plangebied

33

6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Omwille van de strekking van het bestemmingsplan is de veiligheidsregio niet geraadpleegd. Provincie Zeeland PM

Waterschap Scheldestromen PM

6.1.2 Zienswijzen Op grond van het bepaalde in artikel 3.8, lid 1, van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met afdeling 3:12 van de Algemene Wet Bestuursrecht heeft het ontwerpbestemmingsplan van dd tot en met dd ter inzage gelegen. Binnen deze periode zijn wel/geen zienswijze ingediend.

6.2 Financiële uitvoerbaarheid De financiële uitvoerbaarheid van het project wordt aan de gemeente Hulst aangetoond. In de Wet ruimtelijke ordening is de grondexploitatiewet opgenomen. De zogenaamde grexwet regelt verplicht kostenverhaal door de gemeente. De gemeente legt dit kostenverhaal vast in een exploitatieplan. Van een exploitatieplan kan worden afgezien door in het kostenverhaal anderszins te voorzien (overeenkomst met alle grondeigenaren in het plangebied of volledig grondeigendom). In een bestemmingsplan is sprake van kostenverhaal (6.2.3. t/m 6.2.5. Bro) als een bouwplan (6.2.1 Bro) wordt mogelijk gemaakt. De wetgever heeft de volgende verschillende bouwplannen vastgesteld. • Bouw van één of meer woningen; • Bouw van één of meer andere hoofdgebouwen; • Uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² of met één of meer woningen; • Verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht worden, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; • Verbouwing van een of meer gebouwen voor andere doeleinden mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m² bedraagt; • De bouw van kassen tot 1.000 m². In dit bestemmingsplan wordt een 'bouwplan' mogelijk gemaakt dat voorziet in de herbouw van één woning.

Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in de grondexploitatiewet waarvoor kostenverhaal verplicht is. De gemeente heeft met de grondeigenaren een anterieure overeenkomst gesloten over eventueel kostenverhaal voor de woning. De kosten die de gemeente op een ontwikkelaar kan verhalen staan vermeld in 6.2.3, 6.2.4 en 6.2.5 Bro. De gemeente is dan ook niet genoodzaakt op basis van 6.12 Wro een exploitatieplan vast te stellen. In de anterieure overeenkomst zijn ook afspraken vastgelegd over het verhalen van eventuele planschade. De 34

eigenaar van het perceel, danwel de toekomstige eigenaren voorzien in de financiering van de bouwplannen. Conclusie Geconcludeerd mag worden dat de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan afdoende is gewaarborgd en dat geen exploitatieplan hoeft te worden opgesteld.

figuur 6.1: Zuidgevel te handhaven bedrijfswoning, de oude schoolramen zijn nog zichtbaar

35

Bijlage 1 | Landschappelijke inpassing

36

37

Bijlage 2 | Bodemonderzoek

38

39

Bijlage 3 | Quickscan natuurwetgeving

40

41

Bijlage 4 | Stikstofberekening

42

43

Bijlage 5 | Watertoets

44

45

Bijlage 6 | Cultuurhistorische waarden

46

Landschappelijk Inpassingsplan Ruimte voor Ruimte Noordstraat 3, Walsoorden

Inleiding en beleidskader Aan de Noordstraat 3 te Walsoorden is een voormalig agrarisch bedrijf gelegen. De karakteristieke voormalige bedrijfswoning is eerder in gebruik geweest als lagere school. Het perceel is gelegen nabij het Natura2000 gebied ‘Westerschelde en Saeftinghe’. Het bedrijf is verkocht en de nieuwe eigenaren zijn voornemens om alle overbodige bedrijfsbebouwing te slopen en de agrarische bestemming zal komen te vervallen. De karakteristieke woning zal worden gerenoveerd. Met gebruik making van de provinciale ruimte voor ruimte regeling, wordt ter compensatie binnen het thans geldende agrarische bouwvlak één ruimte voor ruimte woning gebouwd. In de beleidsregels ‘nieuwe woningbouwverzoeken’ van de gemeente Hulst zijn nadere toepassingsvoorwaarden vastgelegd voor deze Ruimte voor Ruimte regeling. Op basis van lid 6.4 van deze beleidsregels dient een landschappelijk inpassingsplan te worden opgesteld voor zowel de sanerings-, als de toepassingslocatie. Bij voorliggend initiatief is dat op één en hetzelfde erf. Voorliggend document vormt het toekomstige inrichtingsplan voor de locatie Noordstraat 3 te Walsoorden.

Landschappelijke analyse Het perceel is gelegen in wat men de ‘Kop van Hontenisse’ noemt. Het is het noordelijk gelegen deel van de gemeente Hulst, tegen de Westerschelde aan. Het gebied bestaat uit polders met her en der verspreid bebouwing. Het gebied is relatief dunbevolkt. Het perceel is gelegen in de Noordhofpolder. Deze en omliggende polders zijn rond 1200 ontstaan op initiatief van de cisterciënzer abdij van Ter Duinen (Vlaanderen, Veurne) en maken deel uit van één van de oudste poldergebieden van Zeeland. De Noordhofpolder is circa 223 ha groot. De polder wordt begrensd door de Kalverdijk, de Oostdijk, de Drogendijk (de naam verwijst naar het drogen van meekrap) en de Noorddijksedijk. In de polder ligt het buurtschap Noordstraat. Het poldergedeelte ten noorden daarvan werd het Groot Lammersvelde genoemd, het deel ten zuiden daarvan Klein-Lammersvelde. Noordelijk van het buurtschap Noordstraat ligt het perceel Noordstraat 3. Ten noorden van de Noordhofpolder vindt een grootschalige gebiedsontwikkeling plaats, ter compensatie van het wegvallen van de veerdienst ‘Kruiningen – Perkpolder’. Op het voormalige veerplein en in de Perkpolder worden woningen gebouwd. Op het voormalige veerpleinen komen enkele voorzieningen en de Perkpolder wordt ingericht met een golfterrein. De Noordhofpolder wordt vrijwel volledig agrarisch gebruikt.

Met uitzondering van de erven zijn er geen landschappelijke, of natuurlijke elementen aanwezig. De omliggende dijken zijn voorzien van dijkbeplanting en ook een aantal erven zijn vaak deels landschappelijk ingepast. Er is sprake van streekeigen beplanting bestaande uit hoofdzakelijk eiken, populieren en knotwilgen. Ten opzichte van de meer zuidelijk gelegen polders is het aandeel populier relatief laag. De ligging nabij de Westerschelde en de gevoeligheid van de populier op leeftijd voor harde wind kan een verklaring zijn. Het erf Noordstraat 3 wordt door middel van een bomenrij van de openbare weg gescheiden. Daarnaast is er aan de zuidzijde van het erf een bomenrij met deels onder begroeiing.

Ontwerp

Legenda: Knotwilg Landschapsboom Knip- en scheerhaag Toekomstige woning (indicatief) Behouden

Toelichting Aan de voor- en zuidzijde van het bestaande erf wordt de bestaande landschappelijke inpassing zo veel als mogelijk behouden. De sloop van de bedrijfsbebouwing zorgt voor een open zicht naar het achterliggende landschap ontstaat. De kavels worden omgeven door knotwilgen, welke de kavelgrens aangeven. Deze knotwilgen zijn veel voorkomend in de omgeving van het plangebied. Tussen de kavels wordt een knip- en scheerhaag geplant, die voor een groene afscheiding zorgt. Op de nieuwe kavel worden enkele solitaire landschapsbomen geplant. Om beschutting tegen de wind te krijgen kunnen er aan de kavelgrens, of elders op het perceel nog knip- en scheerhagen worden geplant. Aan de achterzijde van het perceel ligt een stuk land waarvan de exacte inrichting nog niet bekend is. De huidige eigenaar heeft hier wel ideeën over om dit in te richten als een weiland voor hobbydieren. De eigenaar wil hiervoor in overleg met bijvoorbeeld Landschapsbeheer Zeeland een inrichtingsplan uitwerken. Doel is om een landschappelijk aantrekkelijk perceel te krijgen met streekeigen kenmerken. Omdat op dit moment de exacte eigendomsverdeling tussen de huidige woning en de toekomstige ruimte voor ruimte woning nog niet bekend is, is het nog niet mogelijk om hiervoor een landschappelijke inpassing te maken. Een eventuele toekomstige inrichting heeft alleen maar meerwaarde in landschappelijk opzicht.

Referentiebeelden

Knotwilgenrij

Solitaire landschapsboom

Knip- en scheerhaag

Projectnummer: 002290 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordstraat 3 Walsoorden

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordstraat 3 Walsoorden 002290 1.0 11 maart 2022 De heer M.J. van Kampen Noordstraat 3, 4588 KM Walsoorden Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. Kreekzoom 3, 4561 GX Hulst, NL www.colsen.nl Mevrouw L. Strobbe +31 (0) 114 311 548 bodem@colsen.nl Mevrouw L. Strobbe

De heer N. Gelderland

Niets uit dit drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v., noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Colsen is gecertificeerd conform de NEN-EN-ISO 9001:2015 (certificaat nr. EC-KWA-01187), hetgeen een waarborg is voor een constante kwaliteit en reproduceerbaarheid van onderzoeksgegevens. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v., op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer.

Projectnummer: 002290 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordstraat 3 Walsoorden

1

Inleiding ........................................................................................................................................... 5

2

Vooronderzoek ................................................................................................................................ 6 2.1

Algemeen ................................................................................................................................. 6

2.2

Locatiegegevens ...................................................................................................................... 6

2.3

Regionale bodemopbouw en geohydrologie ........................................................................... 7

2.4

Terreinverkenning.................................................................................................................... 8

2.5

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit .................................................................... 8

2.5.1

Eerder bodemonderzoek ................................................................................................. 8

2.5.2

Informatie Gemeente Hulst ............................................................................................. 8

2.5.3

Digitale bronnen .............................................................................................................. 9

2.5.4

Informatie opdrachtgever ................................................................................................ 9

2.6

2.6.1

Historisch kaartmateriaal en luchtfoto’s ........................................................................ 10

2.6.2

Toekomstig gebruik ....................................................................................................... 10

2.6.3

Calamiteiten/ongewoon voorval ................................................................................... 10

2.6.4

Asbest ............................................................................................................................ 10

2.6.5

PFAS ............................................................................................................................... 11

2.7 3

5

6

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 11

Veld- en laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................... 15 3.1

Uitvoering veldwerkzaamheden ............................................................................................ 15

3.2

Resultaten veldonderzoek ..................................................................................................... 17

3.2.1

Bodemopbouw .............................................................................................................. 17

3.2.2

Grondwatermeting ........................................................................................................ 18

3.3 4

Gebruik en beïnvloeding ........................................................................................................ 10

Monsterselectie en analyses.................................................................................................. 18

Analyseresultaten .......................................................................................................................... 21 4.1

Algemene begrippen en toetsingskader ................................................................................ 21

4.2

Grond ..................................................................................................................................... 22

4.3

Grondwater ........................................................................................................................... 25

4.4

Asbest .................................................................................................................................... 26

Conclusies en aanbevelingen ......................................................................................................... 27 5.1

Conclusies .............................................................................................................................. 27

5.2

Toetsing van de hypothese .................................................................................................... 29

5.3

Aanbevelingen ....................................................................................................................... 30

Aansprakelijkheid........................................................................................................................... 31

Projectnummer: 002290 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordstraat 3 Walsoorden

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Situering onderzoekslocatie Plattegrond met situering, proefgaten, boringen en peilfilter(s) Foto’s onderzoekslocatie Boorstaten met legenda Analyseresultaten Toetsingsresultaten Toelichting asbest in de bodem Gegevens vooronderzoek

Projectnummer: 002290 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordstraat 3 Walsoorden

In opdracht van de heer M.J. van Kampen heeft Colsen, Adviesburo voor Milieutechniek b.v. (hierna Colsen), op de locatie Noordstraat 3 Walsoorden (kadastraal bekend: Hontenisse L 134, 1005 en 1007 (ged.)) een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Aanleiding Aanleiding tot de uitvoering van het verkennend bodem- en asbestonderzoek vormt de voorgenomen eigendomsoverdracht en daarop volgende bestemmingswijziging van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’. Doel Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht verkrijgen in de huidige bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Het doel van het asbestonderzoek is het vaststellen of op de locatie mogelijk sprake is van een verontreiniging met asbest. Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740 + A1: 2016 (Bodem – landbodem – strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond). Het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de grond is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2: 2017 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). Het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de puinfundering onder de betonverharding in de schuur is op indicatieve wijze uitgevoerd.

Colsen draagt zorg voor de overdracht van monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. De rapportage kan niet worden toegepast voor de beoordeling van af te voeren grond in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Onderhavig rapport beschrijft de verrichte werkzaamheden en de daaruit volgende conclusies en aanbevelingen van het verkennend bodemonderzoek.

Projectnummer: 002290 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordstraat 3 Walsoorden

Conform de NEN 5740 en NEN 5707 moet, voorafgaand aan de veldwerkzaamheden, een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek uitgevoerd te worden overeenkomstig de NEN 5725:2017 (Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De aanleiding tot het vooronderzoek is: ▪ Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. In dit hoofdstuk zijn de bij de aanleiding behorende te onderzoeken aspecten weergegeven. Op basis van deze informatie is een onderzoekshypothese en een onderzoeksstrategie voor het verkennend bodemonderzoek opgesteld. In bijlage 8 zijn de bij de aanleiding behorende onderzoeksvragen inclusief antwoorden weergegeven. In de volgende tabel zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen Bron

Website, contactpersoon of archief

Kadaster

www.kadaster.nl

Topotijdreis

www.topotijdreis.nl

Provincie Zeeland

www.zeeland.nl

Bodemloket

www.bodemloket.nl

Nazca Rapportagemodule

https://zeeland.nazca4u.nl/Rapportage/

Gemeente Hulst: Milieu-, tank- en bouwarchief Dhr. G.J.J. de Vaan Opdrachtgever

Adres Kadastrale gegevens Gemeente Gebruik Oppervlakte RD-coördinaten

De heer M.J. van Kampen

: Noordstraat 3 Walsoorden : Hontenisse L 134, 1005 en 1007 (ged.) : Hulst : Woonboerderij en weiland : 12.100 m2 : X = 59.011 ; Y = 378.886

De onderzoekslocatie is gelegen in de kern van het buurtschap Noordstraat op een afstand van circa 1,8 kilometer ten noorden van het dorp Kloosterzande. Het te onderzoeken terrein betreft een woonboerderij (perceel 134), een weiland direct ten zuiden van de woonboerderij en een weiland aan de overzijde van de openbare weg Noordstraat (respectievelijk: perceel 1007 en perceel 1005). Men is voornemens in de toekomst een woning te realiseren op het westelijke gedeelte van perceel 1007 dat ten zuiden van de huidige woonboerderij is gelegen. Daarom maakt alleen dit gedeelte van perceel 1007 met een oppervlakte van circa 3.800 m2 deel uit van de onderzoekslocatie voor onderhavig onderzoek. Het perceel L 134 waar de woonboerderij zich bevindt, is deels bebouwd met een woning en drie schuren en is deels verhard met klinkers, tegels en beton. Perceel 1005, aan de overzijde van de Noordstraat, is deels bebouwd met een schuur, deze schuur is voorzien van een betonverharding.

Projectnummer: 002290 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordstraat 3 Walsoorden

Perceel 1007 is onbebouwd en onverhard. Aan de noord- en de oostzijde grenst het gedeelte van de onderzoekslocatie waar de woonboerderij en het toekomstige bouwblok zich bevinden (perceel L 134 en perceel L 1007) aan agrarisch bouw/weiland. Ten zuiden grenst dit gedeelte aan een sloot met daarachter weiland. Ten westen is de openbare weg Noordstraat met aan de overzijde hiervan agrarisch bouwland gelegen. Het weiland op perceel L 1005 grenst ten noorden, ten westen en ten zuiden aan agrarisch bouwland. Ten oosten van het weiland is de openbare weg Noordstraat met daarachter agrarisch bouwland gesitueerd. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven op de regionale situatieschets in bijlage 1 van onderhavige rapportage en op onderstaande afbeelding. Figuur 1: Situering onderzoekslocatie (Bron: Geoloket Provincie Zeeland, 2022)

De globale bodemopbouw is weergegeven in tabel 2. Er is een inschatting gemaakt van de bodemopbouw aan de hand van de dichtstbijzijnde boringen (Bron: Dinoloket, 2022). De werkelijke bodemopbouw en grondwaterstand ter plaatse van de te onderzoeken locatie kunnen hiervan afwijken. Tabel 2: Regionale bodemopbouw Geohydrologische eenheid Deklaag (Formatie van Twente)

Globale diepte (m NAP) 1 tot -15

Samenstelling bodem Fijn zand en klei

Eerste watervoerend pakket formaties van Tegelen en Maassluis

-15 tot -105

Fijne zandige afzettingen met kleibrokjes

Primaire scheidende laag

-105 tot -130

Klei afgewisseld met zand

De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied (bron: Geografisch loket Waterschap Scheldestromen, 2022).

Projectnummer: 002290 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordstraat 3 Walsoorden

Door mevrouw L. Strobbe, medewerker van Colsen, is op 21 januari 2022 een terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreinverkenning is gesproken met de opdrachtgever, de heer M.J. van Kampen. Op de locatie van de woonboerderij is een bovengrondse dieseltank aanwezig, die nog in gebruik is. Het tanken vindt plaats op het buitenterrein direct voor de locatie van de tank. Naast de dieseltank vindt ook opslag van afgewerkte olie in vaten plaats. Onder de bebouwing waar de dieseltank en opslag van afgewerkte olie zich bevinden is een doek aangebracht, dit is van buitenaf een stukje zichtbaar en aangewezen door de opdrachtgever. In een stal in de schuur die aangebouwd is aan de woning werden in het verleden (periode 1935 – 1992) bestrijdingsmiddelen in verpakking opgeslagen. De locatie van deze bestrijdingsmiddelenopslag is aangewezen door de opdrachtgever. Onder de betonverharding van de loods op het oostelijke gedeelte van het terrein is vermoedelijk een puinfundering aanwezig, verdere gegevens omtrent deze fundering zijn niet bekend. Op het dak van de schuur waar de woning aan vast zit is omstreeks 1995 een nieuwe dakbedekkening aangebracht. Deze zou uit niet-asbesthoudende platen moeten bestaan maar gezien de periode waarin deze is aangebracht kan niet met zekerheid gesteld worden dat voor de dakbedekking gebruik is gemaakt van asbestvrij materiaal.

Ter plaatse van perceel L 1005 was vroeger een boerderij aanwezig, de huidige woonboerderij (perceel L 134) was vroeger in gebruik als school. Toen de huidige boerderij (voormalige school) te koop kwam (omstreeks 1938) is de boerderij ter plaatse van perceel L 1005 gesloopt en zijn de ouders van de opdrachtgever naar de huidige boerderij verhuisd en daar een agrarisch bedrijf gestart. Perceel L 1005 is na de sloop van de boerderij in gebruik geweest als boomgaard (periode ongeveer 1950-1970) De boomgaard betrof een hoogstamboomgaard, zover bij de opdrachtgever bekend zijn ter plaatse geen bestrijdingsmiddelen gebruikt. De schuur die nog aanwezig is op perceel L 1005 was in het verleden in gebruik als stal en wordt momenteel gebruikt voor materiaalopslag (onder andere dakpannen, fruitkisten en kabels). Op het gedeelte van het weiland dat vóór en aan de noordzijde direct naast de schuur is gelegen zijn op het maaiveld bijmengingen met puin zichtbaar. Volgens de opdrachtgever is in het verleden een puinlaag voor de schuur aangebracht om deze makkelijker toegankelijk te maken voor landbouwvoertuigen. Verdere informatie over de herkomst en datering van het aangebrachte materiaal is niet bekend. Tijdens de uitvoering van de terreinverkenning zijn foto’s van de onderzoekslocatie gemaakt. Deze zijn opgenomen in bijlage 3 van onderhavige rapportage.

Ter plaatse van de onderzoekslocatie en de directe omgeving is zover bekend niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd.

Er is door de Gemeente Hulst een tekening verstrekt die in juni 1990 is opgesteld. Op de tekening is aangegeven welke activiteiten verricht zijn binnen het agrarische bedrijf en op welke locatie deze verricht zijn.

Projectnummer: 002290 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordstraat 3 Walsoorden

Op basis van deze tekening zijn de volgende verdachte deellocaties af te leiden: ▪ Opslag gevaarlijke stoffen (bestrijdingsmiddelen); ▪ Opslag afgewerkte olie in betonnen lekbak; ▪ Bovengrondse dieselolietank.

Bodemloket Volgens de website Bodemloket zijn op de locatie Noordstraat 3 te Walsoorden en het perceel L 1005 dat aan de overzijde van de Noordstraat is gelegen, geen gegevens bekend. Geografisch loket Provincie Zeeland Bodemkwaliteitskaart Volgens de Bodemkwaliteitskaart van de Gemeente Hulst is de onderzoekslocatie gelegen in zone A: Buitengebied en woonwijken > 1960 en heeft de bodem van de onderzoekslocatie de functie Overig. Zowel de boven- als de ondergrond ter plaatse van de onderzoekslocatie valt in de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. Boomgaardenkaart Volgens de boomgaardenkaart is ter plaatse van perceel L 1005 (dat gelegen is ten westen van de Noordstraat) in het verleden (jaren ‘60) een boomgaard aanwezig geweest. Van boomgaarden binnen de periode 1940-1980 is bekend dat veelvuldig gebruik gemaakt is van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s). De bovengrond ter plaatse van perceel L 1005 wordt als verdacht beschouwd op het mogelijk voorkomen van verhoogde gehalten aan OCB’s. Wet bodembeschermingkaart Volgens de Wet bodembeschermingkaart zijn ter plaatse, en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen gevallen van ernstige bodemverontreiniging bekend. Tevens zijn, op basis van de informatie van het geografisch loket geen saneringen uitgevoerd ter plaatse of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.

Voormalige stortplaatsen kaart Volgens de voormalige stortplaatsenkaart zijn geen (voormalige) stortplaatsen bekend ter plaatse of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Rapportagemodule Nazca Volgens de Rapportage van Nazca is op de onderzoekslocatie (Noordstraat 3) een bovengrondse tank voor afgewerkte olie aanwezig. Verdere gegevens zijn niet bekend.

De opdrachtgever is voornemens de onderzoekslocatie te verkopen, de mogelijke koper wil in de toekomst op het weiland (perceel L 1007) ten zuiden van de woonboerderij een nieuwe woning realiseren. Voor overige gegevens van de opdrachtgever wordt verwezen naar de informatie van de locatie inspectie die is opgenomen in paragraaf 2.4.

Projectnummer: 002290 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordstraat 3 Walsoorden

Volgens het via de website www.topotijdreis.nl geraadpleegde historische kaartmateriaal (periode 1850-2020) is de locatie Noordstraat 3 sinds circa 1910 bebouwd. Vóór 1910 is de locatie op basis van het kaartmateriaal in gebruik als agrarisch bouwland. Opgemerkt wordt dat, volgens de verkopend makelaar (Van Gassen Vastgoed, www.vangassenvastgoed.nl), het bouwjaar van de woonboerderij 1865 is en dit ook het jaartal is dat met dakpannen weergegeven is op het dak van de woonboerderij. In de periode tussen 1910 en 1950 is alleen de woonboerderij (woning met direct aangebouwde schuur) zichtbaar, vanaf 1950 is tot 1970 een schuur zichtbaar ten oosten van de woonboerderij. Vanaf 1970 is weer alleen de woonboerderij zichtbaar tot in 1980 de bebouwing op perceel L 134 ongeveer hetzelfde lijkt te zijn als in de huidige situatie. Op het te onderzoeken gedeelte van perceel L 1007, direct ten zuiden van perceel L 134, hebben in de periode tussen 1850 en 2020 op basis van het historisch kaartmateriaal geen noemenswaardige veranderingen plaatsgevonden. Dit perceel is de gehele genoemde periode in gebruik geweest als agrarisch bouwland. Op perceel L 1005, aan de overzijde van de Noordstraat is vanaf 1850 tot circa 1949 bebouwing zichtbaar. In de periode tussen 1950 en 1970 is een boomgaard zichtbaar op het perceel.

Vanaf 1970 is een schuur zichtbaar op de locatie waar die ook nu nog aanwezig is. Volgens de (historische) luchtfoto’s die geraadpleegd zijn via de website van de Provincie Zeeland is de woonboerderij in 1959 al aanwezig, ten zuidoosten hiervan lijkt een schuur aanwezig te zijn. Deze is niet dezelfde grootte als in de huidige situatie maar kleiner. Op perceel L 1005 lijken volgens deze luchtfoto bomen te staan, de schuur op het perceel lijkt niet aanwezig te zijn maar dit is erg slecht zichtbaar op de foto. Op de luchtfoto van 1970 lijken de schuren ten oosten van de woonboerderij al aanwezig of in aanbouw te zijn. Op perceel L 1005 lijken in die periode veel bomen aanwezig te zijn, de schuur die in de huidige situatie aanwezig is, is dan ook zichtbaar.

In de nabije toekomst zal ter plaatse van perceel L 1007 mogelijk woningbouw worden gerealiseerd, verdere gegevens over het toekomstige gebruik van de onderzoekslocatie zijn niet bekend.

Er is geen informatie bekend omtrent calamiteiten of ongewone voorvallen ter plaatse van de onderzoekslocatie.

Het dak van de schuur ten oosten van de woning bestaat mogelijk uit asbesthoudend plaatmateriaal. Door bijvoorbeeld regenval is het mogelijk dat asbestvezels (door verweer) vanaf het dak op het maaiveld langs de schuur terecht zijn gekomen. De toplaag (bovenste 10 cm) rondom de schuur wordt als verdacht beschouwd ten aanzien van asbest. De schuur heeft een omtrek van circa 35 meter. Ter plaatse van de bovengrond (toplaag) rondom deze schuur zal een asbestonderzoek op basis van de NEN5707 worden verricht. Op perceel L 1005 is tussen de schuur en de Noordstraat en direct ten noorden van de schuur in het verleden puin aangebracht om de bodem steviger te maken en de schuur en het naastgelegen weiland makkelijker bereikbaar te maken voor landbouwvoertuigen. Verdere gegevens over het aangebrachte puin zijn niet bekend. Dit gedeelte van het perceel (circa 400 m 2) wordt derhalve als verdacht

Projectnummer: 002290 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordstraat 3 Walsoorden

beschouwd ten aanzien van asbest. Volgens de opdrachtgever is mogelijk sprake van een puinfundering onder de betonverharding van de oostelijke schuur op perceel L 134. Verdere gegevens over de samenstelling, datering of herkomst hiervan zijn niet niet bekend. Wanneer tijdens de veldwerkzaamheden daadwerkelijk (asbestverdacht) puin wordt aangetroffen onder de betonverharding van de schuur of op het maaiveld / in de bodem van het overige gedeelte van perceel L 1005 zal ook hier een asbestonderzoek worden verricht op basis van de NEN5897 en / of de NEN5707.

PFAS is een stofgroep van gefluoreerde koolwaterstoffen, die van nature niet afbreken en in hogere gehalten/concentraties schadelijke gevolgen kunnen hebben voor mens, dier en milieu. Tot deze stofgroep worden onder andere PFOS, PFOA en GenX gerekend. In juli 2019 is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een tijdelijk handelingskader gepubliceerd met betrekking tot de hergebruiksmogelijkheden van PFAS-houdende grond en baggerspecie. In dit document zijn voorschriften omschreven voor het onderzoek en de mogelijkheden voor hergebruik van grond die (mogelijk) PFAS (poly- en perfluor alkyl stoffen) houdend is. Als gevolg van dit tijdelijk handelingskader dient grond die in aanmerking komt voor hergebruik onderzocht te zijn op PFAS. Op 2 juli 2020 is een geactualiseerde versie van dit tijdelijk handelingskader gepubliceerd. Er zijn wat betreft PFAS geen bekende puntbronnen aanwezig ter plaatse en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Hierdoor wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige bron van PFAS-verontreiniging op deze locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden.

Omdat er geen grond afgevoerd zal worden van de locatie en er wat betreft PFAS geen bekende puntbronnen aanwezig zijn ter plaatse en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie dient de grond niet aanvullend onderzocht te worden op PFAS.

Verkennend bodemonderzoek Op basis van de uit het vooronderzoek verkregen informatie wordt de onderzoekslocatie verdeeld in de volgende deellocaties: 1. Woonboerderij inclusief erf, schuren en bestrijdingsmiddelenopslag; 2. Bovengrondse dieselolietank en opslag afgewerkte olie; 3. Weiland; 4. Weiland en schuur (perceel L 1005). 1. Woonboerderij inclusief erf, schuren en bestrijdingsmiddelenopslag Ten behoeve van het uit te voeren verkennend bodemonderzoek wordt het perceel van de woonboerderij beschouwd als een verdachte locatie wat betreft het voorkomen van bodemverontreiniging. Aanleiding hiervoor is het (voormalige) gebruik van de locatie voor agrarische doeleinden. De voormalige opslaglocatie van gevaarlijke stoffen (bestrijdingsmiddelen in verpakking) in de aan de woning aangebouwde schuur bevindt zich binnen deellocatie 1. Eén van de boringen die is voorzien voor deellocatie 1 zal ter plaatse van deze (voormalige) activiteit verricht worden, indien hier aanleiding toe bestaat zal de grond van deze boring separaat ter analyse worden aangeboden. De peilbuis die voorzien is binnen het algemeen terrein wordt op het buitenterrein direct ten noorden

Projectnummer: 002290 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordstraat 3 Walsoorden

van de bovengrondse dieselolietank / opslag afgewerkte olie geplaatst als controle van het afleverpunt van de dieselolie. Het bodemonderzoek ter plaatse de woonboerderij wordt opgezet op basis van de onderzoeksstrategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie met diffuse bodembelasting (VED-HE-NL) zoals omschreven in de vigerende versie van de Nederlandse Norm NEN 5740. 2. Bovengrondse dieselolietank en opslag afgewerkte olie Het bodemonderzoek ter plaatse van de bovengrondse dieselolietank incl. naastgelegen opslag van afgewerkte olie wordt gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting en een duidelijke verontreinigingskern (VEP), zoals omschreven in de vigerende versie van de Nederlandse Norm NEN 5740. De deellocatie wordt beschouwd als een puntbron met een oppervlakte van minder dan 10 m2. In eerste instantie wordt niet verwacht dat de aanwezigheid van deze (voormalige) activiteiten van invloed zijn geweest op de kwaliteit van het grondwater ter plaatse. Indien tijdens de veldwerkzaamheden zintuiglijk verontreinigingen, die te relateren zijn aan de (voormalige) activiteiten, worden waargenomen, zal een peilbuis geplaatst worden. In onderhavige strategie is in eerste instantie uitgegaan van het verrichten van één boring tot een diepte van 1,00 m-mv.

Ter plaatse van het voormalige afleverpunt van dieselolie, op het buitenterrein direct ten noorden van de dieselolietank, zal de boring met peilbuis van het algemeen terrein worden geplaatst. 3. Weiland Ten behoeve van het uit te voeren verkennend bodemonderzoek wordt het gedeelte van het weiland ten zuiden van de woonboerderij beschouwd als een onverdachte locatie wat betreft het voorkomen van bodemverontreiniging. Het bodemonderzoek wordt gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL) zoals omschreven in de vigerende versie van de Nederlandse Norm NEN5740. 4. Weiland en schuur (perceel 1005) Ten behoeve van het uit te voeren verkennend bodemonderzoek wordt het weiland aan de overzijde van de Noordstraat beschouwd als een verdachte locatie wat betreft het voorkomen van bodemverontreiniging. Aanleiding hiervoor is de vroegere aanwezigheid van een boomgaard en een boerderij en de puinlaag die gebruikt is om een deel van de bovengrond ter plaatse van de onderzoekslocatie te verstevigen. Het bodemonderzoek ter plaatse de woonboerderij wordt opgezet op basis van de onderzoeksstrategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie met diffuse bodembelasting (VED-HE-NL) zoals omschreven in de vigerende versie van de Nederlandse Norm NEN 5740. De bovengrond wordt, vanwege de voormalige boomgaard, aanvullend op OCB onderzocht.

De onderzoeksopzet is schematisch weergegeven in tabel 3 op de volgende pagina.

Projectnummer: 002290 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordstraat 3 Walsoorden

Tabel 3: Onderzoeksstrategie Onderzoekslocatie

1. Woonboerderij inclusief erf, schuren en bestrijdingsmidddelenopslag 3.630

2. Bovengrondse dieselolietank en opslag afgewerkte olie < 10

3. Weiland

Ca. 2.800

5960

VED-HE-NL

VEP ***

ONV-NL

VED-HE-NL

Tot 0,50 m-mv

-

-

9

-

Tot 1,00 m-mv

12****

1

-

15

Tot 2,00 m-mv

2

-

2

3

1*

-

1**

1**

-

-

2

-

Ondergrond: Pakket 1

-

-

1

-

Meest verdachte laag: Pakket 1

3

-

-

-

Meest verdachte laag: Pakket 3 Meest verdachte laag: Pakket 4

-

1 -

-

3

1

-

1

1

Oppervlakte (m 2) Toe te passen strategie uit de NEN 5740+A1 2016

4. Weiland met schuur (perceel L 1005)

Boringen

En boring met peilbuis Peilbuis met bovenzijde filter 0,5 mgrondwaterstand Analyses grond Bovengrond: Pakket 1

Analyses grondwater Pakket 2 Pakket 1:

Pakket 3:

NEN 5740 standaard stoffenpakket grond (bestaande uit: droge stof, organische stof, lutum, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood, zink, PCB (7), minerale olie (C10-C40) en PAK (10 VROM)) conform AS3000 NEN 5740 standaard stoffenpakket grondwater (bestaande uit: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood, zink, vluchtige aromaten (BTEXN), VOCl (11), 1,1-dichlooretheen, 1,1-dichloorpropaan, 1,2dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, tribroommethaan, vinylchloride, styreen, minerale olie (C10-C40)) conform AS3000 Minerale olie en organische stof conform AS3000

Pakket 4

NEN 5740 standaard stoffenpakket grond incl. OCB conform AS3000

Pakket 2:

* Deze peilbuis wordt direct ten noorden van de dieselolietank, ter hoogte van het afleverpunt, geplaatst. Deze locatie bevindt zich centraal binnen de woonboerderij. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 meter beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot ten minste 5 meter beneden het maaiveld. ** Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5,0 meter beneden het maaiveld bevindt, kan het plaatsen van peilbuizen achterwege blijven. Er wordt wel geboord tot een diepte van 2 meter. Indien de diepte van de grondwaterspiegel niet bekend is, geldt een boordiepte van 5 meter. *** De locatie van de dieselolietank incl. de opslag van afgewerkte olie wordt als puntbron beschouwd, waarbij kan worden volstaan met het verrichten van één boring/peilbuis. In eerste instantie wordt niet verwacht dat de aanwezigheid van de (voormalige) activiteiten van invloed zijn geweest op de kwaliteit van het grondwater ter plaatse. Indien tijdens de veldwerkzaamheden zintuiglijk verontreinigingen worden waargenomen, zal een aanvullende peilbuis geplaatst worden. **** Eén van de boringen zal worden verricht ter plaatse van de voormalige bestrijdingsmiddelenopslag, indien hier op basis van de zintuiglijke waarnemingen aanleiding toe is zal de grond worden aangeboden voor analyse.

Projectnummer: 002290 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordstraat 3 Walsoorden

Verkennend asbestonderzoek Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek zijn de volgende deellocaties vooralsnog verdacht op het voorkomen van asbest: ▪ Bovengrond rondom schuur met mogelijk asbesthoudende dakbedekking (perceel L 134); ▪ Puin in bodem rondom schuur op perceel L 1005. Bovengrond rondom schuur met mogelijk asbesthoudende dakbedekking (perceel L 134) Het asbestonderzoek ter plaatse van de deellocatie wordt op basis van de bekende gegevens opgezet op basis van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een diffuse bodembelasting (VEDHE-NL) zoals omschreven in de vigerende versie van de Nederlandse Norm NEN 5707. De inspectiegaten zullen gegraven worden op de onverharde grondstrook direct ten noorden van de schuur. Ten zuiden van de schuur is een overkapping aanwezig en is de bodem verhard met klinkers, tegels en beton. Er wordt daarom verwacht dat de bovengrond aan deze zijde niet verontreinigd zal zijn met asbest als gevolg van de mogelijk asbesthoudende dakbedekking op de schuur. Puin in bodem rondom schuur op perceel L 1005 Het asbestonderzoek ter plaatse van de deellocatie wordt op basis van de bekende gegevens opgezet op basis van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een diffuse bodembelasting (VEDHE-NL) zoals omschreven in de vigerende versie van de Nederlandse Norm NEN 5707. De onderzoeksopzet is schematisch weergegeven in tabel 4.

Tabel 4: Onderzoeksstrategie verkennend asbestonderzoek Onderzoekslocatie Bovengrond rondom schuur met mogelijk asbesthoudende dakbedekking (perceel L 134) Oppervlakte (m 2) Ca. 35 Toe te passen strategie uit de NEN 5707+C2

Puin in bodem rondom schuur op perceel L 1005 Ca. 400

VED-HE

VED-HE

3 (minimaal 30x30 cm) -

3 (minimaal 30x30 cm) 1

1 (toplaag, bovenste 10cm)

1

Gaten Gat tot 0,50 m-mv Gat tot 0,50 m-mv met boring 2,00 m-mv Analyses grond Asbest in grond (NEN5898)

Projectnummer: 002290 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Noordstraat 3 Walsoorden

De veldwerkzaamheden zijn door Colsen uitbesteed aan Bodembasics B.V. en uitgevoerd op basis van de actuele BRL SIKB 2000, protocol 2001, protocol 2002 en protocol 2018. Bodembasics B.V. is voor deze werkzaamheden gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op verzoek van de opdrachtgever worden de betreffende protocollen en het procescertificaat toegezonden. De medewerker die de veldwerkzaamheden heeft uitgevoerd is geregistreerd als erkend veldmedewerker voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000.

Op 31 januari en 1 februari 2022 zijn de boringen/proefgaten voor het bepalen van de bodemstructuur, het nemen van de grondmonsters en het plaatsen van de peilbuizen uitgevoerd door de heer L.H.A. Knoops. De heer Knoops heeft verklaard dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd. Verkennend bodemonderzoek 1. Woonboerderij inclusief erf, schuren en bestrijdingsmiddelenopslag Verspreid over deellocatie 1 zijn geplaatst: ▪ 12 boringen tot 1,00 meter – maaiveld (m-mv) (nrs. 01, 02, 03, 05, 07, 08 t/m 013 en 015); ▪ 2 boringen tot 2,00 m-mv (nrs. 04 en 014); ▪ 1 peilbuis (filterstelling 2,00 – 3,00 m-mv) (nr. 06) In boring 03 is in de zandlaag onder (een deel van) de betonverharding van de oostelijke schuur een sterke bijmenging met puin aangetroffen. Omdat er geen verdere gegevens bekend zijn omtrent de datering en herkomst van het materiaal wordt dit als asbestverdacht beschouwd. Het puin is vermoedelijk bij de bouw van de schuur als fundering voor de betonverharding is aangebracht. Peilbuis nummer 06 is verricht bij het afleverpunt van de dieselolie, direct ten noorden op het buitenterrein bij de bovengrondse dieselolietank. Boring 07 is, inpandig, direct naast de bovengrondse dieselolietank en opslag van afgewerkte olie verricht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12841678/1