CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Ontwerp Noordstraat 3, Walsoorden

Gemeenteraad 13 juli 2023, gemeente HulstBij agendapunt: Noordstraat Walsoorden22.663 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Planregels bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)’

Maart 2023

1

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)’

2

Inhoud Hoofdstuk 1 Inleidende regels ................................................................................................................ 4 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 4 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels ............................................................................................................. 5 Artikel 3 Wonen................................................................................................................................... 6 3.1 Voorwaardelijke verplichting: ................................................................................................... 6 3.2 Voorwaardelijke verplichting: ................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3 Algemene regels ................................................................................................................. 7 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels .................................................................................................... 8 Artikel 4 Slotregel ................................................................................................................................

8 Bijlage 1: Landschappelijke inpassing...................................................................................................... 9 Bijlage 2 Sloop voormalige agrarische bedrijfsbebouwing ................................................................... 10

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)’

3

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)’

4

Hoofdstuk 1 Inleidende regels De inleidende regels die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.pparcheologie-001V met eventuele bijlagen zijn onverkort van toepassing op het bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)' van de gemeente Hulst. zulks met uitzondering van de onderstaande leden die alleen gelden voor het bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)' met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpbuitennoordst3RR-001O.

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt voor dit plangebied verstaan onder: 1.1.

het plan het bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)' van de gemeente Hulst.

1.2.

bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0677.bpbuitennoordst3RR-001O met de bijbehorende regels en bijlagen.

1.3

voormalig agrarisch bedrijf een agrarisch, of niet-agrarisch bouwblok waarop in het verleden een agrarisch bedrijf werd uitgeoefend, waarvan de bedrijfsgebouwen nog geheel of gedeeltelijk bestaan.

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)’

5

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels De bestemmingsregels die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.pparcheologie-001V met eventuele bijlagen zijn onverkort van toepassing op het bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)' van de gemeente Hulst.

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)’

6

Artikel 3 Wonen Aan artikel 22.2 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hulst’ wordt het volgende lid toegevoegd en geldt alleen voor dit plangebied:

3.1 Voorwaardelijke verplichting: a. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – voorwaardelijke verplichting waterberging’ mag een hoofdgebouw op het perceel Noordstraat 3 en/of kadastraal bekend als HTN L 134 en/of HTN L 1007, uitsluitend worden gebouwd indien op hetzelfde bouwperceel ten minste een waterberging/infiltratievoorziening is gerealiseerd waarvan de wijze en de dimensionering is afgestemd met het waterschap. Het gaat hier om de te verharden oppervlakten van de woning, bijgebouwen, bouwwerken en verhard terrein. Deze dienen kenbaar gemaakt te worden in de bouwaanvraag. De goedgekeurde waterberging/infiltratievoorziening wordt opgenomen in de omgevingsvergunning. Voor de aanleg binnen de (Keur Watersysteem) beschermingszones van waterlopen is tevens een watervergunning benodigd, al dan niet gecombineerd met de omgevingsvergunning; b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting sloop bedrijfsbebouwing' mag het nieuwe hoofdgebouw (woning) pas worden opgericht en in gebruik worden genomen nadat op het perceel Noordstraat 3 te Walsoorden de aanwezige bedrijfsbebouwing (tenminste 500 m²) zoals opgenomen in de bijlage 2 bij de regels, welke onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan, is gesloopt.

Aan artikel 22.4 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hulst’ wordt het volgende lid toegevoegd en geldt alleen voor dit plangebied:

3.2 Voorwaardelijke verplichting: a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing' is het oprichten van een nieuw hoofdgebouw (woning) alleen toegestaan als het plangebied landschappelijk wordt ingepast conform het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels. De landschappelijke inpassing dient na realisatie in stand te worden gehouden en beheerd.

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)’

7

Hoofdstuk 3 Algemene regels De algemene regels die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.pparcheologie-001V met eventuele bijlagen zijn onverkort van toepassing op het bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)' van de gemeente Hulst.

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)’

8

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels De regels inzake het overgangsrecht die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.pparcheologie-001V met eventuele bijlagen zijn onverkort van toepassing op het bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)' van de gemeente Hulst. zulks met uitzondering van slotregels van alle genoemde bestemmingsplannen die worden gewijzigd overeenkomstig het onderstaande artikel en geldt alleen voor het bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)’ met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpbuitennoordst3RR-001O.

Artikel 4 Slotregel De slotregels in de hierboven aangehaalde bestemmingsplannen worden als volgt gewijzigd en gelden alleen voor dit plangebied: Deze regels worden aangehaald als ‘Regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)’

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)’

9

Bijlage 1: Landschappelijke inpassing

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)’

10

Bijlage 2 Sloop voormalige agrarische bedrijfsbebouwing

Te slopen agrarische bedrijfsbebouwing (710 m2) ten behoeve van de Ruimte voor Ruimte regeling in rood gemarkeerd.

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)’

Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied Hulst (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)

Versie: ontwerp Datum: maart 2023

Partiële herziening bestemmingsplan

Buitengebied Hulst (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)

Identificatiecode: Planstatus: Datum: Auteur: Korte omschrijving:

NL.IMRO.0677.bpbuitennoordst3RR-001O Voorontwerp 31-08-2022 Tom de Koster Bestemmingsplan voor het wijzigen van de bestemming Noordstraat 3 te Walsoorden van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’ en het toevoegen van een woning op het erf door middel van gebruik making van de Ruimte voor Ruimte regeling.

1

2

Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................................................ 5 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ................................................................................................. 5 1.3 Geldend bestemmingsplan............................................................................................................ 5 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 6 2 Planbeschrijving.................................................................................................................................... 7 2.1 Huidige situatie plangebied ........................................................................................................... 7 2.2 Toekomstige situatie plangebied .................................................................................................. 8 3. Beleidskader ......................................................................................................................................

11 3.1 Rijksbeleid.................................................................................................................................... 11 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 12 3.3. Gemeentelijk beleid ................................................................................................................... 14 4. Omgevingsaspecten. ......................................................................................................................... 18 4.1. Bodem ........................................................................................................................................ 18 4.2 Geluid .......................................................................................................................................... 20 4.3 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 21 4.4 Bedrijven en milieuzonering........................................................................................................ 23 4.5 Externe veiligheid ........................................................................................................................

25 4.6 Flora en fauna .............................................................................................................................. 26 4.7 Verkeer ........................................................................................................................................ 27 4.8 Archeologische waarden en cultuurhistorie. .............................................................................. 27 4.9 Kabels en leidingen...................................................................................................................... 29 4.10 Overige belemmeringen ............................................................................................................ 29 4.11 Stikstofdepositie ........................................................................................................................ 29 4.12 Waterhuishouding ..................................................................................................................... 30 4.13 Besluit M.E.R. ............................................................................................................................ 30 Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving ...............................................................................................

32 5.1 Regels .......................................................................................................................................... 32 5.2 Verbeelding ................................................................................................................................. 32 6 Uitvoerbaarheid ................................................................................................................................. 34 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................. 34 6.1.1 Vooroverleg .............................................................................................................................. 34 6.1.2 Zienswijzen ............................................................................................................................... 34 6.2 Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................................... 34 Bijlage 1 | Landschappelijke inpassing .................................................................................................. 36 Bijlage 2 | Bodemonderzoek .................................................................................................................

38 Bijlage 3 | Quickscan natuurwetgeving................................................................................................. 40 Bijlage 4 | Stikstofberekening ............................................................................................................... 42 Bijlage 5 | Watertoets ........................................................................................................................... 44 Bijlage 6 | Cultuurhistorische waarden ................................................................................................. 46

3

4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de Noordstraat 3 te Walsoorden is een agrarisch bedrijf gevestigd, waarvan de eigenaar al enige tijd in ruste is. De bestemming is nog steeds ‘agrarisch’. De gronden hebben de kadastrale nummers HON L 134 en HON L 1007. Het perceel is recent verkocht en de nieuwe eigenaar wenst het perceel grondig te renoveren. De zeer karakteristieke woning met aangebouwde schuur blijft behouden. Er is geen sprake van een Rijksmonument, wel heeft de provincie Zeeland het perceel aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol (zie hiervoor paragraaf 4.8). Alle overige bedrijfsbebouwing (ruim 700 m2) zal worden gesloopt. Met gebruikmaking van de provinciale ruimte voor ruimte regeling wordt een extra woning op het erf gebouwd. Het college van B&W heeft inmiddels ingestemd met de bestemmingswijziging en het toekennen van de ruimte voor ruimte woning op het erf. Voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan wijzigt de agrarische bestemming naar wonen en voegt een ruimte voor ruimte woning toe op het bestaande erf.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bestaat uit een agrarisch bedrijf op het adres Noordstraat 3 ten noorden van het buurtschap Noordstraat. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging van het plangebied De begrenzing van het plangebied is rood omkaderd. Zie de digitale verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

1.3 Geldend bestemmingsplan De locatie aan de Noordstraat 3 is gelegen binnen de werking van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst' van de gemeente Hulst en hierin bestemd als ‘agrarisch’. Tevens geldt de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – radar’. Het bestemmingplan is door de gemeenteraad van Hulst op 16 mei 2013 vastgesteld. Het bestemmingsplan is inmiddels onherroepelijk. In figuur 1.2 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen. 5

Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Verder zijn de voorschriften van het paraplubestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ van toepassing, dit bestemmingsplan is vastgesteld op 8 juni 2017. Het perceel heeft op basis van dit paraplubestemmingsplan tevens de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie-2’. Tot slot zijn eveneens de voorschriften van het paraplubestemmingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten’ van toepassing, vastgesteld op 23 februari 2017. Hoewel het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid kent om de bestemming van het perceel te wijzigen van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’, past deze ontwikkeling niet binnen de uitgangspunten van deze binnenplanse wijzigingsbevoegdheid, omdat binnen artikel 3.6.7 onder b het aantal woningen niet mag toenemen. Medewerking kan worden verleend door middel van een partiële herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hulst’.

1.4 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6

2 Planbeschrijving Om te beoordelen of een bouwplan dat niet rechtstreeks past binnen de regels van het bestemmingsplan, wel past binnen de omgeving is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld worden gebracht. Met het oog hierop is het plangebied geïnventariseerd en geanalyseerd.

2.1 Huidige situatie plangebied Het agrarisch bedrijf is al geruime tijd niet meer actief. Er is relatief weinig bedrijfsbebouwing op het erf aanwezig. Verder is de bestaande bedrijfsbebouwing opvallend hokkerig. Ondanks dat er sprake is van zo’n 700 m2 aan bedrijfsbebouwing, zijn er toch een vijftal nieuwere schuren op het erf aanwezig, deze zijn aanéén gebouwd en eenvoudig van ontwerp en materiaal. De woning is karakteristiek te noemen. Zowel aan de buitenkant, als aan de binnenkant is er sprake van een unieke woning en zeker geen typisch Zeeuws ontwerp. De woning met een deels inpandige oorspronkele schuur dateert uit 1865. Het woonhuis/schuur heeft voorheen als lagere school dienst gedaan, hetgeen het ontwerp verklaart. Op een later tijdstip is het voor agrarisch gebruik opgezet. Het woongedeelte heeft de ingang (in portiek) in de asymmetrische kopgevel. Het is fraai afgewerkt met rijk uitgevoerde luiken, een plint en siermetselwerk. In de lange gevel loopt het woongedeelte over in het schuurgedeelte. In dit gedeelte zijn de oude schoolvensters nog herkenbaar. Eveneens is een stichtingplaquette aangebracht. Op het dak is in de dakpannen het jaar 1865 aangebracht. Het gebouw is als boerenwoning/-schuur zeer authentiek. De moderne schuurdeuren tasten de schuur enigszins aan, maar de zeldzame verschijning van deze boerderij maken hem erg bijzonder.

De rijke historie, de zeldzaamheid en de diverse bouwsporen maken de cultuurhistorische waarde hoog. Op het grotendeels verharde erf is een grote moestuin, een boomgaardje en verscheidene markante bomen te vinden.

Figuur 2.1: foto van de bedrijfswoning 7

Het buurtschap Noordstraat ligt in de Noordhofpolder. De Noordhofpolder is ontstaan rond 1200 en is circa 223 ha groot. De polder wordt begrensd door de Kalverdijk, de Oostdijk, de Drogendijk en de Noorddijksedijk. In de polder ligt het buurtschap Noordstraat. Het poldergedeelte ten noorden daarvan werd het Groot-Lammersvelde genoemd, het deel ten zuiden daarvan Klein-Lammersvelde. Het buurtschap Noordstraat is een verzameling van enkele woningen, bedrijven en een café met de toepasselijke naam ‘Reu du Nord’. De polder wordt verder hoofdzakelijk agrarisch gebruikt.

figuur 2.2: Plangebied en zijn omgeving Ten noorden van het plangebied vindt de grootschalige gebiedsontwikkeling ‘Plan Perkpolder’ plaats. Hierin worden enkele honderden woningen gerealiseerd voor zowel permanente als recreatieve bewoning. Daarnaast wordt onder meer een golfbaan, een jachthaven en een hotel gerealiseerd. De eerste fase van het plan is inmiddels in uitvoering.

2.2 Toekomstige situatie plangebied Op het perceel wordt vrijwel alle bestaande bedrijfsbebouwing gesloopt en wordt een vrijstaande woning gebouwd. De bestaande karakteristieke woning zal grondig worden gerenoveerd met respect voor de cultuurhistorie. Het ontwerp van de nieuwe woning is nog niet bekend. De woning wordt in lijn gebouwd met de bestaande woning op het perceel. Omdat deze woning niet geheel parallel ten opzichte van de weg wordt gebouwd, wordt de afstand van de openbare weg tot de toekomstige woning groter, dan bij de bestaande woning, die relatief kort op de weg is gebouwd. In figuur 2.4 is de bestaande bedrijfswoning groen gearceerd. Is de te slopen bedrijfsbebouwing rood gearceerd en is de locatie van de toe te voegen ruimte voor ruimte woning globaal in het geel aangegeven.

8

figuur 2.3 Deel van de te slopen agrarische bebouwing. In onderstaande figuur 2.4 is de te slopen bebouwing in rood aangegeven en de te handhaven bedrijfswoning in groen. In geel is de indicatieve locatie van de toekomstige ruimte voor ruimte woning aangegeven.

figuur 2.4 toekomstige situatie Noordstraat 3, Walsoorden 9

Na sloop van de schuren zullen beide erven opnieuw ingericht worden. De bestaande verharding van het huidige erf zal hierbij afnemen. Aan de perceelsgrenzen worden rijen knotwilgen geplant. Tussen de bestaande bedrijfswoning en de toekomstige ruimte voor ruimte woning wordt een knip- en scheerhaag aangeplant. Op het erf is ruimte voor enkele solitaire streekeigen landschapsbomen geplant. Het volledige landschappelijk inpassingsplan is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd en het ontwerp is eveneens als bijlage bij de planregels gevoegd.

10

3. Beleidskader In dit hoofdstuk worden de hoofdlijnen beschreven van het relevante beleid van het Rijk, provincie en gemeente.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050. Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: • •

• • • • • •

dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten. dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving.

Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: • • •

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.

11

De belangrijkste keuzes zijn: • •

Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit Ruimte voor overgang naar een circulaire economie

Toets In het voorgenomen bestemmingsplan zijn geen nationale belangen in het geding. De ontwikkellocatie is gelegen in het buitengebied. De ontwikkeling draagt bij aan een aantrekkelijk platteland. Ook zal de ontwikkeling de potentiële uitstoot van stikstof verminderen.

3.1.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Wanneer er een procedure moet worden gevolgd voor een ontwikkeling die niet past in het bestemmingsplan, is in het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) vastgelegd aan welke eisen de toelichting moet voldoen. Verder is in artikel 3.1.6 van het Bro vastgelegd dat voor stedelijke ontwikkelingen de zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking moet worden gehanteerd. Via de duurzaamheidsladder stimuleert het Rijk zorgvuldig ruimtegebruik en herstructurering van bestaand stedelijk gebied en bestaande gebouwen. In het geval van een omgevingsvergunning met afwijking van het bestemmingsplan dient volgens artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) te worden voldaan aan artikel 3.1.6 van het Bro en dus moet voldoen aan de laddertoets. 3.1.3.1 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruime is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Het doel van deze ladder is het bevorderen van een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte én het voorkomen van overprogrammering. Om dit te bereiken is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6, tweede lid).

Dit betekent dat bij ruimtelijke besluiten (zoals het vaststellen van een bestemmingsplan) moet worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De procesvereiste is alleen van toepassing op ruimtelijke besluiten die voorzien in een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is een stedelijke ontwikkeling gedefinieerd als: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht. Realisatie ruimte voor ruimte woning op het perceel Noordstraat 3 te Walsoorden Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van een extra woning met behulp van de provinciale ruimte voor ruimte regeling.. Uit jurisprudentie is inmiddels gebleken dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is voor zeer kleinschalige ontwikkelingen. Een ontwikkeling van minder dan twaalf woningen wordt niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Het bouwen van één woning is kleinschaliger dan de ondergrens die in jurisprudentie gehanteerd wordt en zodoende is een nadere laddertoetsing niet noodzakelijk.

3.2 Provinciaal beleid Op 11 november 2021 heeft het college van Gedeputeerde Staten de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft aan de hand van 27 bouwstenen de provinciale visie en provinciale belangen op Zeeland weer, waar de Provincie Zeeland een (groot) belang aan hecht. Per

12

bouwsteen worden de beleidsdoelstellingen voor 2030 beschreven, de acties die daaraan bijdragen en welke partijen daar een rol bij spelen. In de Omgevingsvisie zijn de volgende vier Zeeuwse ambities omschreven voor de provincie in 2050. • Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; • Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; • Een duurzame en innovatieve economie; • Klimaatbestendig en CO2 neutraal Zeeland. Het benoemen en beschrijven van uitdagingen en ambities is geen garantie voor het maken van de beste keuzes voor Zeeland. Bij het kiezen en prioriteren wil de provincie zowel de Zeeuwse kernkwaliteiten behouden als kansen en mogelijkheden benutten. Hiervoor dienen de volgende afwegingsfactoren: • Doe meer met minder grond; • Werk samen en deel kosten en baten; • Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten; • Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld. Nieuwe ontwikkelingen moeten passen binnen de kernkwaliteiten van Zeeland. • Genieten en opladen; • Waarderen en beschermen van het mooie Zeeuwse landschap; • We voelen ons verbonden met de historie; • Kernkwaliteitswens: passende werkgelegenheid en ontwikkelmogelijkheden voor iedereen in Zeeland. Toets Ook in de in 2021 vastgestelde Omgevingsvisie van de provincie Zeeland, blijft de Ruimte voor Ruimte regeling een regeling om vrijkomende agrarische bedrijven te saneren, of te herstructureren.

Hoewel de ruimte voor ruimte regeling vooral een regeling is om de landschappelijke kwaliteit te verbeteren, zorgt deze ontwikkeling ook voor een bijdrage aan de duurzaamheid van de provincie Zeeland, vanwege de sanering van een vrijkomend agrarisch bedrijf. Doordat er meer bebouwing wordt gesloopt dan herbouwd, is er sprake van landschappelijke meerwaarde.

3.2.2 Provinciale Omgevingsverordening 2018 De Provinciale Omgevingsverordening 2018 is nog steeds de geldende verordening. Deze zal in 2022 worden vervangen door een geactualiseerde Omgevingsverordening. Veel regels uit deze verordening hebben betrekking op het buitengebied. Verder zijn er algemene regels die betrekking (kunnen) hebben op zowel het buitengebied als het bestaand stedelijk gebied. Een beperkt aantal regels heeft vooral betrekking op stedelijke functies. Het beleid van de provincie Zeeland ten aanzien van het hanteren van de ruimte voor ruimte regels is vastgelegd in bijlage C behorende bij artikel 2.7 van de Provinciale Omgevingsverordening 2018. Het toevoegen van woningen in het buitengebied is vastgelegd in artikel 2.7 en de voorwaarden bij dit artikel behorende bijlage c. De regeling maakt het mogelijk om in onbruik geraakte objecten in het buitengebied te saneren in ruil voor planologische ontwikkelingsruimte, bijvoorbeeld in de vorm van een woonfunctie. Aan de uitvoer van deze regeling worden de volgende voorwaarden gesteld: •

Er kunnen maximaal 3 compensatiewoningen worden gerealiseerd. Voor de realisatie van een woning/bouwkavel wordt uitgegaan van een te slopen oppervlak van 500 m² schuur of 0,5 ha glas of andere bebouwing van een vergelijkbare grootte. Hiervan kan worden afgeweken indien: 13

o

• •

uit een financiële onderbouwing blijkt dat onvoldoende kostendragers kunnen worden gegenereerd voor de sloop van het betreffende object en o dit aantoonbare meerwaarde oplevert voor het landschap. Het dient te gaan om niet-cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Sloop en het voorkomen van heroprichting dienen te worden gewaarborgd

Op het perceel is zo’n 800 m2 bedrijfsbebouwing aanwezig. Alle bedrijfsbebouwing wordt gesloopt, met uitzondering van de aan de woonruimte gebouwde schuur met serre. Deze maakt onderdeel van het hoofdgebouw. Er wordt zo’n 750 m2 bedrijfsbebouwing gesloopt. Gedurende de renovatie van de woning met inpandige schuur, zal worden bepaald of de serre behoudenswaardig is. De woning met deze inpandige schuur heeft een cultuurhistorische waarde, maar er is geen sprake van een provinciaal beschermde cultuurhistorisch waardevolle boerderij. Nadat de bestemming is gewijzigd naar wonen op het perceel is het niet mogelijk om agrarische bedrijfsbebouwing te heroprichten. Geconcludeerd wordt dat voldaan wordt aan de uitgangspunten uit de provinciale Omgevingsverordening 2018.

3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Gemeente Hulst Op 15 mei 2012 heeft de gemeenteraad van Hulst de Structuurvisie Hulst 2012-2025 vastgesteld. De structuurvisie geeft de richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van het gemeentelijk grondgebied waardoor voor een ieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. Voor het gemeentebestuur is de structuurvisie een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen. In de structuurvisie heeft de gemeente Hulst voor het grondgebied zeven strategieën ontwikkeld. Het plangebied ligt in een gebied wat binnen de strategie 'verbreden' valt. Dit zijn delen van gemeente waar binnen de looptijd van deze structuurvisie functies mogen worden toegevoegd, zodat er naast de agrarische functie een bredere variëteit aan andere functies mag ontstaan. Op het perceel wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf’ opgenomen. Dit houdt in dat er ruimte is voor kleinschalige passende niet-agrarische vervolgactiviteiten op het perceel. Hier is overigens op dit moment geen initiatief voor.

Onderhavige ontwikkeling waarbij de agrarische bestemming komt te vervallen en er planologische ruimte wordt geboden aan mogelijke bedrijfsmatige nevenactiviteiten past binnen deze strategie van verreden en is dus passend binnen de uitgangspunten uit de Structuurvisie Hulst.

3.3.2 Woningmarktafspraken 2016-2025 In de woningmarktafspraken zijn regionale spelregels vastgelegd waarin gemeenten actief aan de slag gaan met monitoring, planning en het terugdringen van plancapaciteit. Het doel van de hernieuwde woningmarktafspraken is het krijgen van een evenwichtige, toekomstbestendige woningmarkt. De Zeeuws-Vlaamse gemeenten en de provincie Zeeland maken samen afspraken over de regionale woningmarkt. Naast afspraken in kwalitatieve zin, worden ook afspraken vastgelegd over het aantal toe te voegen woningen aan de woningmarkt. Deze ontwikkeling zorgt voor de sanering van een agrarisch bedrijf, maar voegt ter compensatie één woning toe. Het college van B&W van de gemeente Hulst dient ladderruimte te reserveren voor dit initiatief en deze ruimte op te nemen in het Dashboard ladderruimte, in het kader van de monitoring. Hiermee wordt voldaan aan de woningmarktafspraken.

14

De nieuwe woningen dienen te voldoen aan de uitgangspunten van het Bouwbesluit qua duurzaamheid. Zo dienen de woningen gasloos te worden gebouwd. Een duurzame woningvoorraad past binnen de uitgangspunten van de regionale woningmarktafspraken.

figuur 3.1: Plankaart ‘verbreden’ uit structuurvisie Hulst

3.3.3 Beleidsregels nieuwe woningbouwverzoeken Op 12 juni 2018 heeft het college van de gemeente Hulst beleidsregels vastgesteld waaraan nieuwe kleinschalige woningbouwverzoeken dienen te worden getoetst. Omdat de gemeente Hulst meer nieuwe woningbouwverzoeken ontvangt, dan dat er plancapaciteit is, is een toetsingskader opgesteld. Dit toetsingskader probeert vernieuwing van de bestaande woningvoorraad te stimuleren. Door sloop en nieuwbouw waar mogelijk aan elkaar te koppelen, kunnen er meer nieuwe woningen gebouwd worden met als gevolg dat de woningvoorraad beter zal aansluiten op de vraag. Voor voorliggende ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van de Ruimte voor Ruimte regeling, artikel 6 van de beleidsregels is van toepassing. Het bouwplan voldoet aan de beleidsregels wanneer is aangetoond dat: a. Voldaan moet worden aan de beleidsregels voor Ruimte-voor-Ruimte woningen zoals vastgelegd in de geldende Verordening Ruimte Provincie Zeeland (VRPZ); b. De compensatiewoningen worden bij voorkeur gebouwd binnen het stedelijk gebied. Indien sprake is van bouw in het buitengebied geldt dat dit uitsluitend plaats kan vinden in of aansluitend aan buurtschappen, lintbebouwing, of bebouwingsclusters en in kernrandzones. Voor de locatie waar de compensatiewoning(en) wordt/ worden gebouwd dient een stedenbouwkundige onderbouwing door de initiatiefnemer te worden aangeleverd, waaruit 15

blijkt dat de woning past in de omgeving. Het college is bevoegd om locaties voor de compensatiewoning te weigeren; c. In afwijking van hetgeen genoemd onder b. mag er ten hoogste één compensatiewoning worden gebouwd op het erf waar de bedrijfsgebouwen worden gesloopt, tenzij het erf is gelegen in of aansluitend aan buurtschappen, lintbebouwing, of bebouwingsclusters en in kernrandzones; d. Voor de saneringslocatie en de compensatielocatie dient een erfinrichtingsplan- en beplantingsplan ter goedkeuring aan het college van B&W van de gemeente Hulst te worden overgelegd. Waar noodzakelijk zal landschappelijke inpassing in het bestemmingsplan met een voorwaardelijke verplichting worden vastgelegd; e. In de regels van het bestemmingsplan dat nodig is voor het wijzigen van de bestemming op de saneringslocatie en het oprichten van een compensatiewoning op de toepassingslocatie wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen waaruit blijkt dat de te saneren bedrijfsgebouwen zijn gesloopt, voordat de ruimte-voor-ruimte woning mag worden gebouwd; f. er sprake is van een stedenbouwkundig aanvaardbaar plan op zowel de ontwikkelingslocatie als de saneringslocatie; g. bouw buiten stedelijk gebied zoals bedoeld in artikel 2.3 kan uitsluitend plaats vinden in kernrandzones en in of aansluitend aan buurtschappen, lintbebouwing, of bebouwingsclusters; h.

de nieuwe woningen voorzien in een aantoonbare behoefte; i. de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie; een archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden en wanneer eenmaal aangetroffen archeologische waarden blijkens rapportage van de archeologisch deskundige in voldoende mate zijn zeker gesteld; een watertoets is uitgevoerd; j. hieronder wordt in ieder geval verstaan afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten van het ruimtelijk plan en besluiten, geconcretiseerd in termen van vasthouden, bergen en afvoeren van water, hierbij dient vooraf schriftelijk advies worden ingewonnen bij de waterbeheerder; k. in geval van een Grondwaterbeschermingsgebied: de ontwikkeling uit het oogpunt van bescherming van de kwaliteit van het grondwater, aanvaardbaar is; l. inzicht is verkregen in het voorkomen van inheemse planten en diersoorten die worden beschermd ingevolge de Wet natuurbescherming; m. omliggende (agrarische) bedrijven en percelen mogen niet worden belemmerd in de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden. Ad a. Ad b. Ad c. Ad d.

Ad e. Ad f.

Ad g. Ad h.

Zie paragraaf 3.2.2 van deze toelichting. Zie onder ad c.; Op het erf van Noordstraat 3 te Walsoorden wordt één Ruimte voor Ruimte woning gebouwd. Aan dit artikel wordt voldaan; Het college van B&W heeft ingestemd met het toepassen van een ruimte voor ruimte bouwtitel op het perceel Noordstraat 3. Het bestaande erf wordt ingericht als tuin. In bijlage 5 van deze toelichting is een landschappelijk inpassingsplan van de toekomstige situatie gevoegd. Deze zal middels een voorwaardelijke verplichting worden vastgelegd in de planregels, als bijlage bij de planregels en worden aangeduid op de verbeelding; Hieraan zal worden voldaan in de planregels en een bijlage behorende bij deze planregels; Het bouwen van één ruimte voor ruimte woning op het erf waar de bedrijfsgebouwen worden gesaneerd is stedenbouwkundig aanvaardbaar. Per saldo verdwijnt het aantal vierkante meters bebouwing aanzienlijk; Zie ad c.; De nieuwe ruimte voor ruimte woning zal worden bewoond door de huidige eigenaren van het perceel Noordstraat 3; 16

Ad i. Ad j. Ad k. Ad l. Ad h.

Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 van deze toelichting. Aan artikel 6.6 lid d. van de beleidsregels wordt voldaan; Verwezen wordt naar paragraaf 4.12 en bijlage 5 van deze toelichting. Aan artikel 6.6 lid e. van de beleidsregels wordt voldaan; De ontwikkeling is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied; Verwezen wordt naar paragraaf 4.6 en bilage 3 van deze toelichting. Aan artikel 6.6 lid g. van de beleidsregels wordt voldaan; Hier is geen sprake van. Verwezen wordt naar paragraaf 4.4 van deze toelichting. Aan artikel 6.6 lid h. van de beleidsregels wordt voldaan.

Het gemeentelijke beleid ten aanzien van woningbouwverzoeken staat deze ontwikkeling niet in de weg.

17

4. Omgevingsaspecten. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1. Bodem Overeenkomstig artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid van het plangebied. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch bodemonderzoek, te worden verricht. Indien op grond van historische informatie blijkt dat in het verleden activiteiten hebben plaats gevonden met een verhoogd risico op bodemverontreiniging dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van geconstateerde belemmeringen uit dit onderzoek, kan vervolgens worden nagegaan welke maatregelen moeten worden genomen om die belemmeringen weg te nemen (functiegericht saneren).

4.1.1 Historisch bodemonderzoek Op basis van de topografisch militaire kaart uit 1850 is op het perceel reeds een agrarisch bedrijf gevestigd. Dit agrarisch gebruik is gedurende de tijd steeds doorlopend actief geweest.

figuur 4.1, Topografische Militaire Kaart uit 1850, het perceel is nog niet bebouwd (bron: www.zeeland.nl)

18

figuur 4.2, Topografische kaart uit 1925, het perceel is inmiddels bebouwd met de oorspronkelijke bebouwing uit 1865 (bron: www.zeeland.nl)

Met name vanwege het langdurige gebruik als agrarisch bedrijf ligt het voor de hand om ter plaatse een veldonderzoek uit te voeren en de bodem te onderzoeken op mogelijke vervuiling.

4.1.2 Bodemonderzoek Door Colsen Adviesburo voor Milieutechniek B.V. is op de locatie een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Ter hoogte van de bestaande woning, het erf, de te slopen schuren, de toekomstige woning en van het grondwater. Het volledige bodemonderzoek is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd.

4.1.3 Conclusie De onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, aangezien de gemeten gehalten/concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde. De aangetoonde verontreiniging is dermate gering dat deze, geen belemmering vormt voor eventuele bebouwing en/of andere activiteiten. Er zijn met de voorgenomen activiteiten geen risico’s voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig. De uiteindelijke beslissing hiertoe is aan het bevoegd gezag. Verdachtheid asbest in bodem Ter plaatse van de braakliggende strook grond ten noorden van de schuur met mogelijke asbesthoudende dakbedekking (perceel L 134) is zowel zintuiglijk in de grove fractie als analytisch in de fijne fractie geen asbest aangetoond. Het puinachtige materiaal ter hoogte van de schuur op perceel L1005 is zintuiglijk beoordeeld als baksteen en derhalve als niet-asbestverdacht. De sterke bijmenging met puin onder de betonverharding van de oostelijke schuur op perceel L 134 is indicatief onderzocht middels een quickscan op een indicatief samengesteld monster van het materiaal. Op basis van dit indicatieve onderzoek is geen asbest aangetoond.

19

Verwerking of afvoer van grond Het onderliggende onderzoek is in beginsel niet geschikt voor de beoordeling van af te voeren grond in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Vooralsnog wordt aangenomen dat ontgraven grond volledig op eigen perceel wordt gebruikt. Indien grond ten behoeve van bouwwerkzaamheden en/of andere activiteiten wordt ontgraven en afgevoerd, kan het mogelijk worden geacht dat de vrijkomende grond gekeurd en getoetst dient te worden aan het Besluit bodemkwaliteit. Dit kan middels een partijkeuring conform BRL SIKB1000, protocol 1001, of op basis van een kwaliteitswaarmerk van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Hulst.

4.2 Geluid Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidgevoelig object moet worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In de Wet geluidhinder is bepaald hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. De locatie aan de Noordstraat is niet gelegen in een zone industrielawaai, of in de nabijheid van spoorwegen. Nader onderzoek naar industrie- en spoorweglawaai wordt voor deze ontwikkeling niet noodzakelijk geacht. In de Wet geluidhinder (Wgh) staat dat elke weg een geluidszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. De Noordstraat kent een maximumsnelheid van 60 km/u. De Noordstraat is een straat met weinig doorgaand verkeer, de verkeersintensiteit is hierdoor relatief laag. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt een nieuwe burgerwoning opgericht. De gevelbelasting op een woning mag niet hoger zijn dan de wettelijke norm van 48 deciBell (dB). Hiervoor is ontheffing mogelijk tot 53 dB (verhoogde grenswaarde). Middels de Standaard Rekenmethode I van bijlage III van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is in beeld gebracht wat de gevelbelasting op de nieuwe woning wordt.

Deze rekenmethode is bedoeld om voor eenvoudige situaties de geluidberekeningen uit te voeren, aan de Noordstraat is hier sprake van. Uit de berekening zijn in de dag-, avond- en nachtperiode intensiteiten opgenomen voor personenauto's en zwaar vrachtverkeer. De Noordstraat is echter een dusdanig rustige polderweg, dat de ingevulde intensiteiten niet of uitsluitend in zeer incidentele gevallen zullen voorkomen. In de praktijk zal er aanzienlijk minder verkeer zijn. Volgens artikel 110 Wgh en volgens artikel 3.5 van het reken- en meetvoorschrift geluid 2012 mag een correctie toegepast worden van 5 d(B)A. De Lden wordt dan 43,647. Dat is ruim onder de toegestane waarde van 48 dB. Hiermee kan worden gesteld dat de voorkeursgrenswaarde niet zal worden overschreden en dat nader onderzoek niet noodzakelijk is.

20

figuur 4.3, Standaard Rekenmethode Wegverkeerslawaai (bron: Infomil)

Toets De nieuwe woning wordt gebouwd op dezelfde rooilijn als de bestaande woning. Omdat de bestaande woning niet haaks op de weg is gebouwd, is de afstand van de toekomstige woning tot de weg groter. De horizontale afstand vanaf het midden van de weg tot de voorgevel van de woning bedraagt circa 22 meter. Het aanhouden van deze rooilijn levert geen problemen op ten aanzien van wegverkeerslawaai. De toekomstige woning voldoet aan de voorschriften uit de Wet geluidhinder.

4.3 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); • Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. 21

In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; • woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; • kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen, zoals in voorliggend plan, is geen gevoelige bestemming. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. De ontwikkeling is eveneens niet gelegen binnen genoemde zones van de rijks- en provinciale wegen.

Toets De ontwikkeling gaat uit van de realisatie van een woning. Voor de berekening voor de bijdrage van het extra verkeer op de luchtkwaliteit wordt uitgegaan van vijftien extra verkeersbewegingen per dag, waarvan een aandeel van 5% vrachtverkeer. Dit is in beide gevallen een berekening met een ruime worst-case marge, omdat in de praktijk het aantal verkeersbewegingen en het aandeel vrachtverkeer een stuk lager zal liggen. De landelijke CROW kengetallen gaan uit van een vrijstaande woning in het buitengebied van zo’n acht verkeersbewegingen per dag. In figuur 4.4 is de berekening weergegeven.

22

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2023

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer

5,0%

NO2 in μg/m3

0,02

PM10 in μg/m3

0,00

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3

15

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig

Figuur 4.4: Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: infomil.nl) Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig.

4.4 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het 23

omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In het voorliggende geval is er sprake van het omgevingstype 'buitengebied'. In figuur 4.9 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.5: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets In de directe omgeving van Noordstraat 3 zijn de volgende bedrijven gevestigd. • Noordstraat 1, Akkerbouwbedrijf De Nijs V.O.F.; • Noordstraat 2, A.H. Dieleman, akkerbouwbedrijf; • Noordstraat 5 en 6, Loonbedrijf Vervaet; • Noordstraat 9, Maatschap Verbrugge – Boeye, akkerbouwbedrijf. Voor de percelen Noordstraat 1, 2 en 9 geldt dat er sprake is van een akkerbouwbedrijf. Dit type bedrijf is in de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering aangemerkt als Akkerbouw en Fruitteelt' (SBI 011, 012, 013). Voor dit type bedrijven gelden de richtafstanden 10 meter voor geur, 10 meter voor stof en 30 meter voor geluid. Het bedrijf op Noordstraat 1 ligt in planologische zin het dichtst op de locatie Noordstraat 3. De grens van het bouwvlak van het bedrijf Noordstraat 1 grenst aan de erfgrens van het perceel Noordstraat 3. De toekomstige Ruimte voor Ruimte woning komt op zo’n 55 meter te liggen. Daarbij wordt opgemerkt dat de bestaande woning Noordstraat 3 dichter bij dit bedrijf is gelegen dan de toekomstige ruimte voor ruimte woning. Hiermee wordt bedoeld dat de bestaande woning de maatgevende woning is voor dit bedrijf. De overige genoemde akkerbouwbedrijven liggen beiden op tenminste 100 meter van de grens van het bouwvlak tot de locatie Noordstraat 3.

Het loonbedrijf heeft twee locaties aan beide zijden van de Noordstraat. De grens van het bouwvlak van de locatie Noordstraat 6, westelijk van de Noordstraat ligt op net geen 100 meter van de erfgrens van de toekomstige ruimte voor ruimte woning. De andere locatie, met huisnummer 5 en oostelijk van de Noordstraat, ligt op een afstand van 120 meter vanaf de grens van het bouwvlak tot de erfgrens van de toekomstige Ruimte voor Ruimte woning. Op basis van de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering aangemerkt als ‘Dienstverlening t.b.v. landbouw' (SBI 014, 016). Voor dit type bedrijven gelden de richtafstanden 30 meter voor geur, 10 meter voor stof en 30 meter voor geluid. Aan deze richtafstanden wordt ruimschoots voldaan. Hoewel er in de praktijk geen sprake van is, staat het bestemmingsplan ook veeteelt toe op het perceel. Daarmee zou op basis van de VNG-brochure de richtafstand voor het aspect geur worden verruimd tot 100 meter. Zelfs in de theoretische situatie dat de bedrijven op Noordstraat 2 en Noordstraat 9 in de toekomst vee zullen gaan houden, zijn beide bedrijven op voldoende afstand gelegen van de herstructurering aan de Noordstraat 3. 24

Voor de bedrijven aan de Noordstraat 1 en 2 gelden dat in de bestaande situatie de bestaande woning Noordstraat 3 reeds binnen deze milieuafstand is gelegen en dat de toekomstige ruimte voor ruimte woning juist het verst van dit bedrijf zal worden geprojecteerd en dus niet maatgevend is voor de bedrijfsvoering voor zowel Noordstraat 1 en 2. Overige bedrijven liggen op 200 meter, of meer van de planlocatie. De toe te voegen woning is voor deze bedrijven ook niet de maatgevende woning. De nieuw te bouwen ruimte voor ruimte woning vormt voor deze overige bedrijven dan ook geen beperking voor de bedrijfsvoering.

4.5 Externe veiligheid Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI) van kracht

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); • de Regeling externe veiligheid (Revi); • het Registratiebesluit externe veiligheid; • het Besluit risico's Zware Ongevallen 1999 (Brzo 2015); • het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12841678/1