CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-07-11 Werkagenda VN-verdrag Handicap I 2025 - 2030

Commissie Samenleving 3 december 2025, gemeente HulstBij agendapunt: Ingekomen stukken31.850 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

SZW, UWV, gemeenten en ondernemers met een beperking.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1 en 2.

3.1.8

Mantelzorgers en naasten

Wat doen we al? • Mantelzorgagenda 2023-2026. De voorstellen hieronder hangen samen met, en vormen een uitbreiding op de acties die al worden uitgevoerd binnen de Mantelzorgagenda. De Mantelzorgagenda 2023-2026 bestaat uit 3 actielijnen: 1) de erkende positie van de mantelzorger, 2) de verbinding en samenwerking met het netwerk van de mantelzorger en 3) de individuele ondersteuning, gevarieerd en op maat.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 32

De acties hieronder sluiten specifiek aan bij actielijn 1 en 3.

Maatregel 1: SZW, VWS, OCW en Financiën zorgen dat mantelzorgers werk en mantelzorg goed kunnen combineren Deze maatregel omvat twee onderdelen: • Het vorige kabinet heeft de SER in oktober 2023 om advies gevraagd over de toekomstbestendige combinatie van werk en mantelzorg. Naar verwachting publiceert de SER het advies aan het eind van dit jaar. Het advies is een belangrijke basis voor de verdere beleidsvorming en gedegen keuzes voor de toekomst. Na publicatie van het advies doet het kabinet concrete voorstellen voor oplossingen voor de toekomst. Het doel van de adviesaanvraag is dat mensen die mantelzorg verlenen en tegelijkertijd een baan hebben, passend worden ondersteund, zodat het combineren daarvan wordt gefaciliteerd. • Doel is daarnaast dat werkgevers een mantelzorgvriendelijk personeelsbeleid hebben. Voor werkgevers is hiervoor een sectoraal ondersteuningsaanbod en het maken van afspraken over mantelzorg wordt in zoveel mogelijk cao’s gestimuleerd. Tijdspad

• 2025: opleveren SER-advies. • 2026 en verder: na publicatie van het SER advies werkt het kabinet aan mogelijke voorstellen voor de combinatie van werken en zorgen.

Uitvoering

SZW, VWS, OCW, Financiën, vakbonden en VNO-NCW.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 5.

Maatregel 2: Het (aanvullend/ financieel) ondersteunen van specifieke groepen naasten die kwetsbaar zijn in hun bestaanszekerheid De volgende beleidsmogelijkheden worden verkend en mogelijk uitgewerkt: 1. Het creëren van extra mogelijkheden voor ouders die langdurig (pgb-gefinancierd) zorg verlenen aan hun kind, om de financiële weerbaarheid en aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren. Zodat zij bij overlijden/ opname instelling) niet in een (financieel) gat vallen. 2. Het automatisch uitbetalen van het laatste maandloon aan pgb-gefinancierde zorgverleners (bij overlijden van budgethouder of opname in instelling). 3. Een vorm van (verantwoordingsvrije) vergoeding voor zorgverleners uit het sociaal netwerk voor beperkte (geïndiceerde) zorgtaken (niet in de vorm van een pgb). Tijdspad

1) 1) 2025-2026 2) op zijn vroegst 2027 3) 2025-2029

Uitvoering

VWS, SZW, cliëntenorganisaties, VNG, ZN, Nza en SVB.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 5 en 6.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 33

3.1.9

Informatievoorziening

Wat doen we al? • SZW werkt aan de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. Een onderdeel daarvan zijn regionale Werkcentra. Een Werkcentrum is een regionaal loket waar werkenden, werkzoekenden en werkgevers (organisaties en bedrijven) met hulpvragen over werk, de juiste scholing of personeel terecht kunnen. • De NIBUD-rekentool Uitkering naar werk berekenaar helpt mensen om uit te rekenen wat er verandert in hun inkomen als ze gaan werken. We passen dit hulpmiddel in 2025 aan en maken het toegankelijker. Hierbij wordt gebruik gemaakt van ervaringskennis. • Er zijn veel middelen, regelingen en andere vormen van hulp om mensen in hun inkomen te ondersteunen en om werkplekken toegankelijk te maken. • De Wmo 2015 bepaalt dat gemeenten cliëntondersteuning moeten bieden: gratis, levensbreed, onafhankelijk en in het belang van de cliënt. De cliëntondersteuning voor jeugd (en gezin) en voor werk en inkomen is ook in de Wmo 2015 geregeld.

Maatregel 1: SZW verbetert de informatievoorziening over werk- en inkomensregelingen. Zodat mensen minder hoeven te zoeken naar de juiste informatie en weten waar ze recht op hebben • We zoeken de verbinding met het programma Inrichten Overheidsbrede Loketten van Binnenlandse Zaken (BZK). Overheidsdienstverleners kunnen elkaar via zogenaamde professional­ telefoonlijnen snel bereiken zodat zij, ook als er meerdere organisaties betrokken zijn, mensen kunnen helpen met hun vragen aan de overheid. Door hen direct te helpen, of wanneer iemand moet worden doorverwezen, samen een afspraak te maken bij de juiste persoon. • We beogen dat werkenden, werkzoekenden en werkgevers ook via de Werkcentra inzicht krijgen in de voor hen relevante beschikbare instrumenten en voorzieningen die ondersteunen bij het vinden en behouden van werk. • We laten onderzoeken aan welke informatie over de overgangen van uitkering naar werk en tussen de verschillende vormen van participatie en (betaald) werk mensen met een beperking behoefte hebben. Hiervoor wordt binnen het programma Simpel Switchen samengewerkt met Ieder(in) en MIND. Hiervoor wordt een tijdelijk digitaal onafhankelijk informatiepunt ingericht. Op basis van de uitkomsten volgt een advies over welke informatiebehoefte er is en hoe hierin kan worden voorzien. Tijdspad

• 2025-2026: in maart is de internetconsultatie wetsvoorstel versterken arbeidsmarktinfrastructuur gestart. Het jaar 2025 wordt gezien als een transitieperiode waarin Werkcentra in arbeidsmarktregio’s worden opgezet. Beoogde inwerkingtreding van de wet is 1 juli 2026. • 2026: opleveren advies over (onafhankelijk) info punt voor inwoners (Simpel Switchen). En onderzoek naar de informatiebehoefte bij de switch tussen uitkeringen en/of werk is gereed.

Uitvoering

SZW werkt samen met cliënten/ervaringsdeskundigen, experts, UWV, VNG en gemeenten, werkgevers, koepels en belangenverenigingen

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1 en 2.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 34

Maatregel 2: BZK zet in op proactieve dienstverlening van de overheid Met proactieve dienstverlening geeft de overheid informatie en advies aan inwoners over ­uitkeringen en voorzieningen, bijvoorbeeld door proactief contact op te nemen met mensen om hen te informeren of te herinneren wanneer hun situatie verandert. Om digitale dienstverlening te versterken heeft BZK in samenwerking met SZW gewerkt aan de verkenning naar een Persoonlijk Digitaal Regelingenoverzicht (PDR). Via het PDR beogen we dat mensen in de toekomst integraal inzicht en advies krijgen over (in eerste instantie inkomensondersteunende) regelingen waar ze mogelijk recht op hebben. Een adviesrapport met de inzichten over PDR uit de verkenning en mogelijke vervolgstappen is in het voorjaar van 2025 opgeleverd. Tijdspad

• 2025: adviesrapport verkenning PDR afgerond, oplevering door BZK van een overheidsbrede visie op proactieve dienstverlening. • 2026-2030: na afronding van het rapport wordt mede aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek bepaald wat de mogelijke vervolgstappen worden

Uitvoering

BZK, SZW, UWV, VNG en gemeenten, werkgevers, ervarings­ deskundigen met een beperking en andere experts

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1.

Maatregel 3: SZW zet in op proactieve dienstverlening van de overheid Proactieve dienstverlening beoogt de dienstverlening en informatievoorziening richting burgers te verbeteren en bij te dragen aan het tegengaan van niet-gebruik. Er wordt gewerkt aan het opstellen van nieuwe wetgeving in het kader van proactieve dienstverlening. Hierdoor weten de mensen straks beter waar ze recht op hebben en wat ze moeten doen om een aanvraag in te dienen. Waar mogelijk wordt bestaande informatie vooraf al ingevuld, zodat iemand alleen hoeft te controleren en aan te vullen. Dit maakt het doen van een aanvraag gemakkelijker en vermindert de administratieve last. Tijdspad

2026: implementatie wetsvoorstel proactieve dienstverlening.

Uitvoering

SZW, UWV, SVB, VNG en gemeenten, BKWI, IB.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1.

Maatregel 4: SZW stimuleert onafhankelijke cliëntondersteuning via de Participatiewet Onafhankelijke cliëntondersteuning is voor iedereen beschikbaar. Mensen die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet maken hier nog niet veel gebruik van: • We verbeteren de informatie over ondersteuning met betrekking tot inkomen en participatie. Zo helpen we mensen beter met hun inkomen. En zo kunnen ze beter meedoen in de samenleving. • In het traject Participatiewet in Balans onderzoeken we hoe mensen die tot de doelgroep van de Participatiewet behoren, beter kunnen worden ondersteund in inkomen en in participatie. Een eerste wetsvoorstel (spoor 1) met ruim twintig maatregelen is recent aangenomen door de Tweede Kamer. In spoor 2 wordt fundamenteler naar de wet gekeken.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 35

• We onderzoeken onder andere of we via de Participatiewet nog duidelijker kunnen maken dat mensen een beroep kunnen doen op een onafhankelijke clientondersteuner, bij hun behoefte aan dienstverlening door de gemeente. Tijdspad

Naar verwachting in 2026, afhankelijk van de precieze implementatie van het wetsvoorstel en verdere uitwerking Participatiewet in balans

Uitvoering

SZW, UWV, VNG en gemeenten, werkgevers, koepels en belangenverenigingen, ervaringsdeskundigen met een beperking, en andere experts.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1 en 2.

3.1.10

Werkgevers zien kansen om mensen met een beperking aan te nemen

Wat doen we al? • We zorgen er samen met UWV en gemeenten voor dat werkgevers zich ervan bewust worden dat er onterechte vooroordelen zijn over werknemers met een beperking. Zo adviseren UWV en gemeenten werkgevers over inclusief beleid. En zorgen zij er via werkgeversdienstverlening voor dat regionaal de focus goed wordt gelegd op de ondersteuning van werkgevers. We zorgen ervoor dat werkgevers informatie krijgen over de ondersteuning die mogelijk is bij het aannemen en in dienst hebben van mensen met een beperking.

Maatregel 1: SZW werkt aan het structureel maken van het Sociaal Innovatiefonds • In 2021 is in opdracht van SZW gestart met de pilot het Sociaal Innovatiefonds (SIF). Het SIF ondersteunt werkgevers bij het doen van investeringen om groepen mensen met een onder­ steuningsbehoefte duurzaam aan te nemen, onder wie mensen uit de doelgroep banenafspraak en statushouders. Na een succesvolle pilot wordt het fonds op bredere schaal voortgezet vanaf 2026. Het SIF is een revolverend publiek-privaat fonds dat werkgevers ondersteunt in drie fases. Allereerst helpt het bij het vormgeven van de businesscase. Hierbij gaat het vaak om investeringen in gebouwen, hulpmiddelen of begeleiding en herontwerp van werk­processen. Vervolgens verbindt het fonds werkgevers met (regionale) voorzieningen en externe fi ­ nanciering. Tot slot kan het fonds zelf financieringen verstrekken. Tijdspad

2025- 2026 en verder

Uitvoering

SZW en een publiek-private partij (afhankelijk van de aanbesteding)

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 36

Maatregel 2: SZW werkt aan een positiever en realistischer beeld over de kansen en mogelijkheden van mensen met een beperking op de werkvloer • Eerst bekijken we de (wetenschappelijke) onderzoeken naar de mening van werkgevers over werknemers met een beperking. Dit doen we in samenwerking met belangenbehartigers, werk­ geversvertegenwoordigers, uitvoeringsorganisaties, gemeenten en andere relevante organisaties. • We leren van goede voorbeelden en succesverhalen van werkgevers waar veel mensen met een beperking passend werk hebben, zowel bij Nederlandse bedrijven als in het buitenland. Zo ontdekken we welke maatregelen echt bijdragen aan een positiever en realistischer beeld van mensen met een beperking. Hierbij kijken we niet alleen naar de beeldvorming, maar ook naar andere praktische oplossingen. Zoals het inzetten van rolmodellen. Of het taalgebruik van werkgevers en werkenden aanpassen, zoals spreken over taken in plaats van functies of over talenten en mogelijkheden in plaats van beperkingen. En we zorgen voor uitwisseling van ervaringen tussen werkgevers onderling binnen een bepaalde branche. • De maatregelen die goed werken nemen we op in het beleid. Daarnaast moedigen we sectoren aan om hiermee aan de slag te gaan. • Met communicatie willen we werkgevers (en indirect hun werknemers) er bewust van maken dat mensen met een beperking waardevolle werknemers zijn.

In een communicatieplan leggen we vast hoe we dat gaan doen. Dat doen we met de informatie uit de onderzoeken en de lessen die worden geleerd op basis van onder andere bovenstaande acties. Tijdspad

2025 en 2026.

Uitvoering

SZW, UWV, VNG en gemeenten, werkgevers, koepels, branche­ organisaties en belangenverenigingen, experts, ervaringsdeskundigen/ cliënten en gedragsdeskundigen.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1.

3.1.11

Rijksoverheid als werkgever

Wat doen we al? • Vanaf 2024 werken ministeries met hernieuwde focus op de banenafspraak, met name gericht op behoud van banen en doorstroommogelijkheden. Er wordt onder andere gefaseerd ingezet op het verbeteren van de interne begeleiding van medewerkers uit de doelgroep. Ook onderzoeken we waar we voor meer banen kunnen zorgen binnen de rijksorganisaties. Verder werkt het Rijk met een centrale financiering waardoor elk ministerie bijdraagt. • Om meer banen te creëren voor mensen in de doelgroep banenafspraak, wordt rijksbreed Social Return toegepast bij alle passende aanbestedingen van werken en diensten. Waar mogelijk wordt dit geïntensiveerd. Social return betekent dat er een contractuele voorwaarde wordt opgenomen in het aanbestedingstraject. De leverancier levert een investering om voor mensen uit specifieke doel­ groepen het makkelijker te maken om een baan te vinden. • Om het ingewikkelde aanvraagproces voor ondersteunende middelen te verbeteren, heeft een pilot Arbo-loket plaatsgevonden. De pilot wordt nu geëvalueerd voor het vervolg. • In Rijkskantoren wordt momenteel de Integrale Toegankelijkheid standaard (ITs) 2012 uitgevraagd bij renovaties en nieuwbouwprojecten. Dit is aanvullend op wet- en regelgeving. Zo worden de ­gebouwen van de rijksoverheid geleidelijk aan steeds toegankelijker.

Er is inzet op communicatie vanaf 2024 waarbij de focus in 2024 lag op het vergroten van kennis over het verdrag bij de rijk­ sambtenaren. Het aanbrengen van redelijke aanpassingen op het werk is sinds 2000 een verplichting voor werkgevers op grond van het EU-recht1 en een wettelijke verplichting voor alle werkgevers uit de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Deze verplichting wordt per ministerie en soms ook verschillend ingevuld.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 37

Maatregel 1: BZK maakt het proces Redelijke Aanpassingen bij het Rijk meer eenduidig • BZK gaat het proces Redelijke Aanpassingen rijksbreed uniformeren. • Naar behoefte van de doelgroep worden aanvullende maatregelen toegepast zodat medewerkers met een beperking gelijkwaardig en volwaardig aan het werkproces kunnen deelnemen. Tijdspad

2025- 2026

Uitvoering

BZK (in haar coördinerende rol voor de werkgevers­ verantwoordelijkheid van het Rijk als werkgever) en alle andere ministeries waar van toepassing.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1.

Maatregel 2: BZK ontwikkelt aanvullende bewustwordingsprogramma’s bij het Rijk • Ontwikkelen en uitrollen bewustwordingsprogramma’s waarbij de focus ligt op de werkgeversverplichtingen die voortvloeien uit het VN-verdrag Handicap. Inventariseren van de omvang en de behoefte van de doelgroep medewerkers met een beperking binnen het Rijk. Aan de hand van de uitkomst kunnen we een lange termijn aanpak ontwikkelen. Daarbij wordt ook gekeken naar aanvullende maatregelen voor de doelgroep Tijdspad

2025-2026.

Uitvoering

BZK en alle andere ministeries.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1.

Maatregel 3: BZK actualiseert toegankelijkheidsnormen bij Rijksgebouwen Het Rijksvastgoedbedrijf zal NEN 9120 toepassen in een lopend nieuwbouwproject (de nieuwbouw aan de Juliana van Stolberglaan) om zo de uitvoerbaarheid te toetsen en waar nodig voorstellen te kunnen doen voor verbetering. Het is de intentie om de nieuwe fysieke toegankelijkheidsnorm NEN 9120 daarna als basisnorm toe te passen bij renovatie en nieuwbouw van rijkskantoren. Tijdspad

2025-2026.

Uitvoering

BZK Rijksvastgoedbedrijf.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 38

3.1.12

Inzicht in budget levensdomein werk en inkomen

Het ministerie van SZW werkt samen met de andere betrokken ministeries aan het uitvoeren van de maatregelen. Er is in de voorjaarsnota € 12 mln. structureel vrijgemaakt voor structurele fi ­ nanciering van trajecten Individuele Plaatsing en Steun voor mensen met psychische aan­doeningen bij gemeenten. Ook werkt het ministerie van SZW aan de verbetering van informatie­voorziening. Daar is jaarlijks € 250.000 per jaar voor beschikbaar. Het kabinet heeft daarnaast besloten om het sociaal innovatiefonds structureel te gaan maken. Hier is in 2025 ruim € 5,2 mln. voor beschikbaar gemaakt en vanaf 2026 € 420.000 per jaar.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 39

3.2

Thuis en wonen

Doelstellingen 2040 1. Er is voldoende aanbod van betaalbare toegankelijke woningen: − Nieuwe woningen worden toegankelijk en inclusief gebouwd − Bestaande bouw wordt waar mogelijk geleidelijk toegankelijk gemaakt 2. Mensen met een beperking kunnen zich zelfstandig in en om hun huis verplaatsen 3. Mensen met een beperking kunnen wisselen van woonplaats, zonder verlies van zorg, ­ondersteuning en hulpmiddelen 4. Openbare ruimte is toegankelijk voor iedereen en inclusief ontworpen en onderhouden. 5. Zorg en ondersteuning sluiten aan op zelfstandig wonen en participatie.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 40

3.2.1

Toegankelijke woningen

Wat doen we al? • Toegankelijke en waar nodig aangepaste woningen dragen bij aan zelfstandigheid van mensen. Om zo zelfstandig te wonen als zij willen, is een voldoende divers en verspreid woonaanbod nodig. Bij nieuwbouw gaan we zo veel mogelijk uit van inclusief ontwerpen. Daardoor worden de gebouwde woningen meer toegankelijk voor de meeste mensen in de samenleving. • Er zijn nu nog te weinig woningen en een te weinig divers aanbod van toegankelijke bestaande en nieuwe woningen. Hierdoor kunnen mensen met een beperking niet altijd kiezen om alleen te wonen, of om familie of vrienden te bezoeken. Ze wonen nu vaak bij hun ouders of in een (zorg)­instelling. • We zorgen ervoor dat de partijen toegankelijke en betere nieuwbouwwoningen bouwen. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan de eisen hiervoor. Een samenvatting van de eisen van toegankelijkheid van gebouwen staat in de Infographic toegankelijk bouwen. • In de bouwsector bestond de behoefte aan eenduidigheid en standaardisatie van het bestaande aantal richtlijnen, handreikingen en leidraden op dit beleidsterrein. VRO heeft de afgelopen jaren subsidie verstrekt aan de NEN om een vrijwillige norm voor toegankelijke gebouwen te ontwikkelen.

Maatregel 1: VRO past het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl) aan De volgende dingen worden aangepast in het Bbl: • Drempels bij een nieuwbouwwoning zijn maximaal 2 centimeter. Dit geldt voor de drempels bij: − hoofdtoegang − toegang naar de buitenberging − toegang naar buitenruimten • Nultreden woning wordt toegevoegd aan het Bbl: dit is een woning die zonder het gebruik van een trap kan worden betreden. • Zorggeschikte woning wordt toegevoegd aan het Bbl: dit is een woning die geschikt is voor personen met een functiebeperking. Deze woning is geschikt voor het verlenen van zorg. • Delen van de prestatie-eisen van de vrijwillige NEN-norm voor toegankelijkheid (NEN 9120) spelen een belangrijke rol hierin. Tijdspad

2025 en 2026

Uitvoering

VRO

Draagt bij aan doelstelling

Thuis en wonen, doelstelling 1

Maatregel 2: VRO monitort het gebruik van de ontwikkelde eenduidige norm voor ­toegankelijkheid (NEN 9120) In voorjaar 2027 kijken we hoe de markt is omgegaan met de norm voor toegankelijk bouwen. We monitoren waarom de sector en opdrachtgevers de norm wel of niet toepassen. Vanaf 2028 kijken we of voorzieningen uit de NEN norm in de bouwregelgeving opgenomen moeten worden of niet. Tijdspad

2025 - 2027

Uitvoering

Ministerie VRO en veldpartijen (o.a. NEN)

Draagt bij aan doelstelling

Thuis en wonen, doelstelling 1

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 41

Maatregel 3: VRO stimuleert het verbeteren van het bouwproces Koepelorganisatie Ieder(In) krijgt tot 2027 geld via een subsidie om: • De Leidraad Toegankelijk Bouwen (verder) te ontwikkelen. Deze leidraad is online beschikbaar. • Deze leidraad Toegankelijk Bouwen te testen aan praktijkcasussen. • De leidraad gaat over het proces en betrekken van ervaringsdeskundigen en toegankelijkheids­ adviseurs tijdens het bouwproces. Tijdspad

2025-2026

Uitvoering

Ieder(in)

Draagt bij aan doelstelling

Thuis en wonen, doelstelling 1

Maatregel 4: VRO implementeert het Wetsvoorstel ‘Versterking regie op de volkshuisvesting’ Via de Wet versterking regie op de volkshuisvesting worden gemeenten verplicht de woon­behoefte van aandachtsgroepen, waaronder van mensen met een beperking, in kaart te brengen en de nodige maatregelen te nemen om te voorzien in deze woonbehoefte. Daarnaast blijft het ministerie van VRO stimuleren dat er tot 2030, 290.000 woningen voor ouderen bij komen. Deze woningen zijn deels inzetbaar voor mensen met een beperking en andere (aandachts)­groepen. Om tot meer toegankelijke woningen te komen geven de ministeries van VRO en VWS geld via ­subsidies en bieden ze de ruimte voor het delen van kennis via een online kennis- en expertisecentrum. Tijdspad

2025 start parlementaire behandeling

Uitvoering

Rijk, provincies en gemeenten

Draagt bij aan doelstelling

Thuis en wonen, doelstelling 1

Maatregel 5: VRO en VWS stellen geld beschikbaar, via een subsidie, voor het ontwikkelen van woningconcepten voor zorggeschikte woningen Het Netwerk Conceptueel Bouwen (NCB) ontwikkelt voor VRO en VWS productmarktcombinaties (PMCs) voor drie woningtypes geschikt voor ouderen en mensen met een beperking: • Nultreden; een woning die zonder het gebruik van een trap kan worden betreden. De ruimten in deze woning worden betreden zonder een trap. • Geclusterd; nultreden woningen die fysiek met elkaar verbonden zijn dan wel zich in elkaars directe nabijheid bevinden en die voorzien zijn van een ontmoetingsruimte. • Zorggeschikt; een geclusterde nultreden woning die geschikt is voor personen met een functie­ beperking. Deze woning is geschikt voor het verlenen van zorg aan deze personen.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 42

Het NCB organiseert een ontwerp uitdaging voor marktpartijen om nieuwe concepten met de PMCs te ontwikkelen. Onderdeel van de uitdaging is het aanbieden van concrete bouwlocaties waarop de “winnende” woningconcepten gerealiseerd kunnen Tijdspad

• 2025: productmarktcombinaties gereed en start ontwerpuitdaging. • 2026: einde ontwerpuitdaging, start van de fase naar het realiseren van de “winnende” woningconcepten

Uitvoering

Netwerk Conceptueel Bouwen

Draagt bij aan doelstelling

Thuis en wonen, doelstelling 1

3.2.2

Toegankelijke openbare ruimte

Wat doen we al? • Toegankelijkheid van publieke ruimten wordt genoemd als nationaal belang in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI 2020). Dit zal worden overgenomen in de nieuwe Nota Ruimte (te publiceren in 2025). • Openbare ruimte is het werkterrein van de gemeenten. In het Besluit kwaliteit leefomgeving is in artikel 5.162 een instructie opgenomen voor gemeenten om rekening te houden met de toegankelijkheid van de openbare ruimte in omgevingsplannen die leiden tot een nieuwe inrichting van de openbare buitenruimte.

Maatregel 1: In de City Deal Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling wordt bij de door de gemeenten ingebrachte gebiedsontwikkelingen de openbare ruimte o ­ ntworpen en ingericht zodat inwoners met een beperking zich prettig en veilig kunnen verplaatsen In City Deals werken steden, provincies, marktpartijen, maatschappelijke partners en Rijksoverheid samen aan het versterken van leefbaarheid in de Nederlandse steden. In de City Deal Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling wordt ingezet op versnelde realisatie van 25 gebiedsontwikkelingen met een woningbouwopgave variërend van 200 tot 10.000 woningen. Deze inzet leidt mede tot een impuls voor de openbare ruimte waarbij mens en natuur centraal staan. In de werklijn ‘ruimtelijke Kwaliteit met maatschappelijke meerwaarde’ worden afspraken gemaakt over randvoorwaarden en inrichtingsprincipes voor de fysieke en sociale leefomgeving. Het ­inrichten van de openbare ruimte zodat inwoners en bezoekers met een beperking zich prettig voelen en veilig kunnen verplaatsen is hier integraal onderdeel van. Tijdspad

2025-2030: De City Deal wordt in juni 2025 ondertekend en zal tot 2030 lopen

Uitvoering

BZK en VRO

Draagt bij aan doelstelling

• Thuis en wonen, doelstelling 4 • Vervoer en mobiliteit, doelstelling 2

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 43

Maatregel 2: VRO benadrukt het belang van toegankelijke publieke ruimten in de Nota Ruimte De Nota Ruimte is als nationale omgevingsvisie het zelfbindend Rijkskader voor de leefomgeving. Alle programma’s of plannen van het Rijk moeten passen bij de lijn van de Nota Ruimte. Indirect kan het Rijk in de Nota Ruimte richting en kaders bieden voor gemeenten. In de Nota Ruimte nemen we een passage op over het belang van toegankelijke binnen- en buitenruimtes. Tijdspad

2025: publicatie Nota Ruimte

Uitvoering

Rijk en gemeenten

Draagt bij aan doelstelling

• Thuis en wonen, doelstelling 4 • Vervoer en mobiliteit, doelstelling 2

Maatregel 3: VRO en VWS verkennen, samen met gemeenten en kennispartijen, hoe de beschikbare kennis over toegankelijkheid van de openbare ruimte beter benut kan worden in de praktijk Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de openbare ruimte. Zij kunnen daarbij gebruik maken van verschillende handreikingen en kennisproducten over wat nodig is om de openbare ruimte toegankelijk voor iedereen in te richten. In de praktijk wordt deze beschikbare kennis vaak niet toegepast. VRO en VWS verkennen, samen met gemeenten en kennispartijen, wat nodig is om deze kennis in de praktijk toe te passen. Zodat bij de inrichting van de openbare ruimte rekening wordt gehouden met toegankelijkheid voor iedereen. Tijdspad:

2026: afronden verkenning, vaststellen mogelijke vervolgstappen

Uitvoering:

VRO en VWS, in samenwerking met gemeenten, VNG en kennispartijen

3.2.3

Inzicht in budget levensdomein thuis en wonen

Het ministerie van VRO werkt samen met andere ministeries aan de uitvoering van de maatregelen. Om te stimuleren dat het bouwproces wordt verbeterd heeft het ministerie van VRO in 2025 € 365.000 beschikbaar. Voor het ontwikkelen van woonconcepten stellen de ministeries van VRO en VWS € 287.500 beschikbaar in 2025. Het ministerie van VRO heeft voor het monitoren van de ontwikkelde eenduidige norm voor toegankelijkheid aanvullend € 110.000 beschikbaar gesteld in 2025 en 2026.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 44

3.3

Onderwijs en ontwikkeling

Doelstellingen 2040 1. Mensen met een beperking kunnen een leven lang leren en ontwikkelen. Zij hebben toegang tot de verschillende vormen van onderwijs en ontwikkeling die dat mogelijk maken 2. Ieder kind is welkom op de kinderopvang en op school. Kinderen en jongeren, met hun ouders, hebben vrijheid om te kiezen voor de school die bij hen past 3. Passende zorg en ondersteuning is beschikbaar, dit vormt geen belemmering om te kunnen leren en ontwikkelen 4. Opleiding en werk en voorzieningen voor jongeren met een beperking sluiten goed op elkaar aan 5. Plekken en mogelijkheden om te leren en ontwikkelen zijn fysiek en digitaal toegankelijk

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 45

3.3.1

Inclusieve kinderopvang

Wat doen we al? OCW, VWS en SZW richten zich op het creëren van (leer)omgevingen waarin alle kinderen welkom zijn op een locatie dichtbij huis. En waarin kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen binnen hun mogelijkheden. OCW, VWS en SZW stimuleren de doorontwikkeling van inclusieve vormen van kinderopvang ­(waaronder voorschoolse educatie). Dit doen wij door: • kennis te delen over inclusieve vormen van kinderopvang • stimuleren van samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs en zorg • vereenvoudigen van regelgeving

Maatregel 1: OCW, VWS en SZW ontwikkelen een narratief voor ­inclusieve kinderopvang. Deze sluit aan bij inclusief onderwijs. Zodat er een gezamenlijk beeld over inclusieve leeromgevingen wordt uitgedragen Vanaf 2026 ontwikkelen we een narratief (Gedeelde set van opvattingen en ideeën over hoe inclusieve kinderopvang er in 2040 uitziet) voor inclusieve kinderopvang. Dit doen we samen met (decentrale) overheden en de praktijk. De kernboodschap is: ieder kind is welkom op de kinder­ opvang in 2040. Iedereen mag en kan meedoen. Geen enkel kind wordt uitgesloten. Tijdspad

2026-2029

Uitvoering

Rijk (trekker SZW), ouders en ervaringsdeskundigen, pedagogisch professionals, kinderopvangorganisaties, ouderbelangenpartijen, sectorpartijen, VNG

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstellingen 1, 2 en 3

Maatregel 2: OCW, VWS en SZW verspreiden goede voorbeelden en kennis van p ­ assende en inclusieve kinderopvang. Zodat het aanbod inclusiever wordt In de praktijk zijn goede voorbeelden van passende en inclusieve kinderopvang te vinden. Het delen van deze goede voorbeelden kan bruikbaar zijn voor gemeenten en kinderopvang­organisaties die (nog) geen passend en inclusiever aanbod hebben. We organiseren kennis­bijeenkomsten samen met relevante stakeholders en ontwikkelen en verspreiden een handreiking voor gemeenten, kinderopvang, onderwijs en zorg. Vanaf 2025 werken OCW, VWS en SZW ook via het netwerk Met Andere Ogen (MAO) aan het uit­ breiden van vindplaatsen voor inspiratie en kennis. Tijdspad

2025-2027

Uitvoering

Rijk (trekker SZW), kinderopvangorganisaties, ouderbelangenpartijen, sectorpartijen, MAO, OnderwijsZorgKinderopvangtafel, VNG en kennisinstituten

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstellingen 1, 2 en 3

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 46

Maatregel 3: OCW, VWS en SZW verkennen of het ouder- en jeugdsteunpunten bij de samenwerkingsverbanden passend onderwijs ook mogelijk is voor kinderopvang Vanaf 1 januari 2025 moeten samenwerkingsverbanden passend onderwijs (primair en voortgezet onderwijs) een ouder- en jeugdsteunpunt (hierna: ojsp) hebben om ouders en jongeren te ­informeren en ondersteunen. In de kinderopvang is ojsp niet verplicht. OCW, VWS en SZW verkennen of het ojsp ook wenselijk is voor de kinderopvang. Zodat ook deze ouders beter worden geholpen met aanbod van en informatie over kosten en regelgeving. Tijdspad

2026-2027

Uitvoering

OCW, VWS, SZW, ouderbelangenpartijen, ouders en samen­ werkingsverbanden passend onderwijs

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 2

Maatregel 4: OCW, VWS en SZW verkennen of een zorgplicht in de kinderopvang mogelijk is Scholen hebben een zorgplicht. Zodat elk kind een passende onderwijsplek heeft. Als een school een leerling zelf geen plek kan bieden, is die verplicht om het kind te begeleiden naar een andere school. Vanaf 2027 verkennen OCW, VWS en SZW of de kinderopvang ook een zorgplicht kan krijgen. Zodat er in de toekomst voor ieder kind een passende plek in de kinderopvang is. Tijdspad

2027-2028

Uitvoering

Rijk (trekker), vertegenwoordiging van kinderopvangsector, samenwerkingsverbanden passend onderwijs, gemeenten, VNG

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 2

Maatregel 5: OCW, SZW en VWS stimuleren interprofessioneel samenwerken tussen de sectoren kinderopvang, onderwijs en zorg • We stimuleren het interprofessioneel samenwerken door kennis en goede voorbeelden te delen via diverse stakeholderpartijen zoals het netwerk Met Andere Ogen (MAO). • We gaan we in gesprek met kennis- en opleidingsinstituten over het versterken van de kennis en vaardigheden in de praktijk door het ontwikkelen en benutten van tools voor coaching en trainingen. Hierbij is specifiek aandacht voor communicatieve toegankelijkheid en ‘­ondersteunde communicatie’ (OC). • We stimuleren opleiders en partijen aan de cao-tafel om afspraken te maken over anders en breder opleiden. Denk aan opleidingseisen, bijscholing, functiedifferentiatie.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 47

Tijdspad

2025 t/m 2028

Uitvoering

Rijk (allen), de sector, MAO, Onderwijszorgkinderopvangtafel, opleidingen voor de kinderopvang en onderwijssector, partijen aan de cao-tafel, kennis- en opleidingsinstituten.

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 2

Maatregel 6: OCW, VWS en SZW verkennen hoe de Lokale Inclusie Agenda en Lokale Educatieve Agenda beter ingezet kan worden. We vergroten het aanbod van inclusieve kinderopvang Gemeenten zijn verplicht om een Lokale Inclusie Agenda (LIA) op te stellen. Hierin geven zij aan hoe zij de samenleving toegankelijker gaan maken. In de Lokale Educatieve Agenda (LEA) maakt de gemeente samen met partners afspraken over de ontwikkeling van het onderwijs, de kinder­opvang en in bredere zin: de jeugd. Vanaf 2026 verkennen we hoe we de LIA en LEA beter kunnen inzetten. Gemeenten en kinderopvangpartners kunnen dan afspraken maken over het creëren van meer aanbod van inclusieve kinderopvang. Tijdspad

2026-2027

Uitvoering

OCW, VWS en VNG

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 2

Maatregel 7: OCW, VWS en SZW vereenvoudigen wet- en regelgeving. We vergroten het aanbod van inclusieve kinderopvang Vanaf 2025 verkennen we mogelijkheden om regelgeving rondom de Verklaring Omtrent Gedrag (hierna: VOG) in kinderopvang, zorg en onderwijs te verbeteren. Hierdoor kunnen we expertise uit verschillende sectoren gemakkelijker inzetten in de kinderopvang. Ook verkennen we kansrijke beleidsopties voor meer buitenschoolse opvang (hierna: BSO) voor kinderen die naar het speciaal onderwijs gaan. Tijdspad

2025 - 2029

Uitvoering

OCW, VWS, SZW, werkveld, sectorpartijen, VNG.

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 2

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 48

Maatregel 8: OCW, SZW en VWS ontwikkelen een routekaart voor inclusieve kinderopvang Vanaf 2027 werken we aan een stappenplan dat aansluit bij de routekaart en het proces inclusief onderwijs. Zo werken we in concrete stappen toe naar inclusieve kinderopvang in 2040. Tijdspad

2026-2030

Uitvoering

SZW, OCW, VWS en alle relevante partijen en eindgebruikers

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 2

3.3.2

Funderend onderwijs

Wat doen we al? Op het gebied van passende ondersteuning in het funderend onderwijs lopen de volgende beleidstrajecten: • Met de verbeteraanpak passend onderwijs zorgen dat iedere leerling een passende plek heeft in het onderwijs. • Het Wetsvoorstel maatwerk maakt meer ruimte mogelijk voor (individueel) maatwerk in de klas. • OCW en VWS verkennen hoe wet- en regelgeving moet worden aangepast om zorg tijdens onderwijstijd beter mogelijk te maken. • Het Steunpunt Passend Onderwijs (SPO) stimuleert en ondersteunt de beweging naar inclusief onderwijs: • Scholen en samenwerkingsverbanden inspireren met goede voorbeelden. • Uitgebreide informatie bieden over wat er al allemaal mogelijk is (web omgeving Ruimte in Regels). • Organiseren van leer- en praktijknetwerken op het gebied van inclusief onderwijs. Op het gebied van inclusief onderwijs: • We streven ernaar dat alle scholen in het funderend onderwijs in 2035 werken aan inclusief onderwijs, en dat een belangrijk deel van deze scholen in 2035 ook daadwerkelijk inclusief onderwijs biedt. In het Beleidskader `Met elkaar voor alle kinderen en jongeren, samen werken aan een inclusieve leeromgeving’ is gedefinieerd wat inclusief onderwijs is en hoe een inclusieve leeromgeving uit ziet.

Er wordt gewerkt aan: • Het beschrijven van de ondersteuningsstructuur in en om de school waaronder de opzet van het multidisciplinaire schoolteam; • De contouren van de wetgeving voor inclusief onderwijs (Motie Van Meenen, Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 460); • Toezicht binnen inclusief onderwijs; • De financiële kaders (Motie de Hoop en Westerveld Kamerstukken II 2022/23, 31497, nr. 462 tvv nr); • De landelijke monitoring inclusief onderwijs; • Het toerusten van de leraren. Bij deze uitwerking wordt gebruik gemaakt van de ervaringen uit een traject met voorlopers op het gebied van inclusief onderwijs en wordt samengewerkt met het onderwijs- en zorgveld, ouders, leerlingen en experts vanuit de wetenschap. • Door de Beleidsregel ‘inclusieve leeromgeving’ kunnen scholen uit het regulier en gespecialiseerd onderwijs samenwerken en inclusief onderwijs vormgeven. • Met het Inclusief ontwerpkader onderwijshuisvesting kunnen gemeenten en schoolbesturen schoolgebouwen inclusief maken. Het kader wordt ter inspiratie gebruikt binnen het leerlab ‘inclusieve scholen’ in het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 49

Maatregel 1: OCW creëert voor leerlingen in het funderend onderwijs meer ruimte om zich te ontwikkelen en hun leerpotentieel te bereiken We sturen twee wetsvoorstellen naar de Tweede Kamer: 1. Via het wetsvoorstel startprocedure B3-scholen en hardvochtigheden vso en pro wordt het ­mogelijk dat leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs die het uitstroomprofiel dagbesteding volgen en al de leeftijd van twintig jaar hebben bereikt een jaar langer op school kunnen blijven. 2. Aanpassing procedure vrijstelling van leerplicht op grond van lichamelijke of psychische beperking (Artikel 5, onder a, Leerplichtwet 1969) via het wetsvoorstel Terugdringen schoolverzuim: − Het onderwijskundig perspectief moet altijd worden meegewogen bij het verlenen van een vrijstelling op grond van een lichamelijke of psychische beperking; − Het wetsvoorstel regelt dat meer variatie mogelijk wordt in de duur van een vrijstelling, waardoor beter wordt afgestemd op de situatie en context. Tijdspad

1) 2025-2030 2) 2026-2031

Uitvoering

1) Inspectie van het Onderwijs, samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs en gemeenten 2) Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs, gemeenten en (jeugd)artsen, pedagogen of psychologen

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 1

Maatregel 2: Het ontwikkelen van een inclusieve mindset en cultuur binnen scholen, besturen en samenwerkingsverbanden voor 2035 OCW verkent en concretiseert met het onderwijs- en zorgveld hoe we samen zorgen dat op nog meer plekken in het onderwijs een inclusieve mindset wordt gerealiseerd. 1. We brengen in kaart hoe we tot een inclusieve mindset kunnen komen in het onderwijs en hoe we deze kunnen onderhouden en borgen. We beschrijven welke beleidsinstrumenten we hiervoor kunnen inzetten. 2. We ondersteunen scholen, besturen en samenwerkingsverbanden in de overgang naar inclusief onderwijs. Onder andere via de Beleidsregel inclusieve leeromgeving en het bundelen, delen, overdragen en borgen van kennis en expertise. Tijdspad

1) Vanaf 2025 2) Vanaf 2024

Uitvoering

OCW, Wetenschappelijke experts, onderzoekers, onderwijs- en zorgveld

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 2

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 50

Maatregel 3: OCW verbetert de informatievoorzieningen voor ouders en leerlingen vóór 2030 OCW werkt hier op 5 manieren aan: 1. Vanaf 1 januari 2025 moeten samenwerkingsverbanden passend onderwijs een ouder- en jeugdsteunpunt (OJS) hebben. Bij enkele steunpunten werken ervaringsdeskundigen. OCW s­ timuleert OJS om ouders en leerlingen te betrekken bij de ontwikkeling en doorontwikkeling van de steunpunten. 2. OCW blijft samen met partners in het veld inzetten op verbetering van de informatie­voorziening over passend onderwijs. Bijvoorbeeld via ouder- en jeugdsteunpunten. OCW werkt aan diverse manieren om ouders en leerlingen te informeren over passend onderwijs. 3. Vanaf 1 augustus 2025 geldt er hoorrecht voor leerlingen over het eigen ontwikkelings­perspectief (OPP). Dit moet leiden tot een betere aansluiting tussen de ondersteuning die de leerling nodig heeft en de ondersteuning die de school kan bieden. 4. Het is vanaf het schooljaar 2025-2026 verplicht (Staatsblad 2024, 165 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen) dat het volledige ondersteuningsaanbod (basisondersteuning en extra ondersteuning) in de schoolgids staat. Zo hoeven ouders niet in een apart document te zoeken naar informatie over het ondersteuningsaanbod van de school. 5.

Als onderdeel van het “Verbetertraject OPP” worden er lespakketten en communicatiemateriaal voor ouders en leerlingen ontwikkeld over het OPP. Tijdspad

2025-2030

Uitvoering

1) Samenwerkingsverbanden passend onderwijs, ouder- en jeugdsteunpunten en OndersteuningsPlein OJS 2) Onderwijspartners 3) Scholen, OCW 4) Samenwerkingsverbanden passend onderwijs, schoolbesturen 5) Ouder- en leerlingvertegenwoordigingen

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 3

Maatregel 4: OCW verbetert de beschikbaarheid van hulpmiddelen in het onderwijs zodat er geen belemmering is om te kunnen leren en ontwikkelen OCW inventariseert knelpunten die leerlingen en/of studenten ervaren bij de inzet van hulp­ middelen in het onderwijs, onder andere in relatie tot hulpmiddelen die vanuit het zorg-(VWS) en werkdomein (SZW) worden verkregen. We brengen daarvoor in kaart welke maatregelen de ministeries, samenwerkingspartners en uitvoerders al nemen om de toegankelijkheid tot deze hulpmiddelen te verbeteren. Ook wordt kritisch gekeken naar de informatievoorziening over hulpmiddelen in het onderwijs en hoe dat kan worden verduidelijkt. Tijdspad

2025-2030

Uitvoering

OCW, VWS, SZW, UWV, samenwerkingsverbanden passend onderwijs en (belangenvertegenwoordigers van) gebruikers van hulpmiddelen.

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 3

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 51

Maatregel 5: OCW verbetert de toegankelijkheid van (digitale) leermiddelen zodat alle leerlingen aan het funderend onderwijs kunnen deelnemen OCW werkt hier op 4 manieren aan: 1. We voeren een nulmeting uit die inzicht geeft in de toegankelijkheid van fysiek (papier) en digitale leermiddelen, toetsmateriaal, registratieplatforms (o.a. leerlingvolgystemen) en devices (zoals laptops, tablets en apparatuur die daarop aangesloten moet worden) in het PO, VO en GO. Het doel hiervan is om zicht te krijgen op knelpunten rondom de toegankelijkheid van leer­middelen en de aard en omvang van mogelijke problemen waar leerlingen en docenten tegenaan lopen. 2. We onderzoeken welke aanpassingen in beleid en wetgeving nodig zijn om de toegankelijkheid van leermiddelen te borgen. 3. We gaan de handleiding van de Universiteit Leiden voor ontwikkelaars van onderwijsmethodes voor inclusieve representatie in methodes uitbreiden. Hierdoor zijn ook leerlingen met een beperking onderdeel van het stappenplan in de handleiding. 4.

Binnen het programma Impuls Open Leermateriaal (IOL) wordt via open leermateriaal gewerkt aan 5 doelstellingen/acties voor het gespecialiseerd onderwijs: − Inventarisatie van huidige (open) leermateriaal voor het gespecialiseerd onderwijs (GO) − Beschikbaar, vindbaar en toepasbaar maken van het huidige leermateriaal in het GO, ­­gekoppeld aan het curriculum − Ontwikkeling van ontbrekend open leermateriaal in samenwerking met leraren − Kwaliteitsborging van de te ontwikkelen en te ontsluiten leermaterialen in het GO − Kennisontwikkeling en inrichting van een duurzame organisatievorm voor ontwikkeling, gebruik en onderhoud van open leermateriaal voor het GO Tijdspad

1) 2026 2) 2027-2030 3) 2025-2026 4) 2025-2030

Uitvoering

1) Onderzoeksbureau nader te bepalen 2) OCW 3) Universiteit Leiden 4) IOL en sectorraad GO

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 5

Maatregel 6: OCW stimuleert dat meer leerlingen kunnen deelnemen aan het onderwijs, ongeacht de locatie of vorm van communicatie OCW werkt hier op 3 manieren aan: 1. In de brochure Digitaal afstandsonderwijs staat hoe scholen nu al digitaal afstandsonderwijs kunnen geven. Met het Actieprogramma Digitale School worden scholen sinds december 2023 ­gestimuleerd de mogelijkheden van digitaal afstandsonderwijs ten volle te benutten voor leerlingen die door lichamelijke of psychische oorzaken niet of niet volledig naar school kunnen. Verspreid over het land zijn er 16 coalities van scholen en samenwerkingsverbanden aan de slag om een gespecialiseerde regionale voorziening tot stand te brengen voor digitaal afstands­ onderwijs. Deze ervaringen worden meegenomen in het Wetsvoorstel Maatwerk. 2. We verkennen hoe we het online gebarenwoordenboek gratis toegankelijk kunnen maken. Zo kan iedereen Nederlandse Gebarentaal (NGT) leren. Dit is voor dove en slechthorende leerlingen belangrijk. En voor een inclusieve(re) maatschappij. 3. We verkennen hoe we de NGT binnen en buiten het onderwijs kunnen vergroten en stimuleren.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 52

Tijdspad

1) 2025-2028 2) 2026-2028 3) 2026-2030

Uitvoering

1) Samenwerkingsverbanden passend onderwijs en scholen en Kennisnet 2) OCW, VWS, SZW, BZK en Gebarencentrum 3) nader te bepalen

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 5

Maatregel 7: OCW onderzoekt hoe huisvesting toegankelijker wordt ontwikkeld of gerenoveerd Het leerlab ‘inclusieve scholen’ onderzoekt innovatieve ontwerprichtingen. Hiermee krijgen we een keuzewaaier voor inclusieve nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen. Dit leerlab is onderdeel van het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting (een project binnen het Nationaal Groeifonds). Binnen dit leerlab kunnen in de eerste tranche vier bouwprojecten meedoen. Tijdspad

2025-2029

Uitvoering

Scholen, schoolbesturen en gemeenten

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 5

3.3.3

Vervolgonderwijs (mbo, hbo en wo)

Wat doen we al? Op het gebied van inclusief onderwijs: • OCW heeft een subsidierelatie met het Expertisecentrum Inclusief Onderwijs (ECIO). Met deze subsidie adviseert en ondersteunt ECIO mbo-, hbo- en wo-instellingen met het implementeren van het VN-Verdrag. • Op dit moment is het al mogelijk voor studenten tot 30 jaar met een functiebeperking om maatwerkvoorzieningen, die onderwijsinstellingen niet kunnen bieden, aan te vragen bij het UWV. Bijvoorbeeld een tolkvoorziening of vervoer naar de onderwijsinstelling. De Wet Overige Onderwijssubsidies (WOOS) zal de mogelijkheden hiervoor verder uitbreiden: Met dit wetsvoorstel zullen ook studenten van 30 jaar of ouder in het mbo, hbo en wo onderwijsvoorzieningen kunnen aanvragen. Naar verwachting zal de wet in 2026 in werking treden. • In het mbo en hbo is er aandacht voor de behoeften van leraren in het verzorgen van passend en inclusief onderwijs. • Doordat er bij Leven Lang Ontwikkelen (LLO) minder vaak sprake is van een vast onderwijsprogramma, biedt LLO veel kansen voor mensen met een ondersteuningsvraag. De focus ligt bij LLO doorgaans op het volgen van onderdelen van onderwijs (certificaten, microcredentials) en minder op volledige diplomatrajecten. LLO-aanbod is in veel gevallen maatwerkonderwijs. • Vanuit de sector wordt gewerkt aan digitale toegankelijkheid.

Onderwijsinstellingen worden hierbij ondersteund door SURF en ECIO door middel van toegankelijke tools en handreikingen, kennis­ uitwisseling en -bevordering.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 53

Specifiek in het mbo: • Mbo-instellingen hebben de zorgplicht om het volgen van onderwijs mogelijk te maken voor jongeren met een ondersteuningsbehoefte. Instellingen zijn verplicht doeltreffende aanpassingen te doen voor studenten met een beperking. • In de onderwijswetgeving is vastgelegd dat bij de inschrijving ondersteuningsafspraken schriftelijk worden vastgelegd. Binnen een jaar moeten deze afspraken geëvalueerd worden. Hier gaat het bijvoorbeeld om aanpassingen omtrent examinering, onderwijsprogramma en extra ondersteuning bij stages of het aantal uren aanwezigheid. • In de onderwijswetgeving is ook wettelijk geborgd dat het hebben van een ondersteuningsbehoefte geen reden is om de toegang te worden ontzegd. Je moet namelijk worden toegelaten tot de opleiding als je de juiste vooropleiding hebt. • In 2020 is de Verbeteragenda passend onderwijs 2020-2025 gestart. Daarmee is ingezet om op vier thema’s het passend onderwijs in het mbo verder te verbeteren. − De kennismaking met het aanmeldproces bij de opleiding en de ouderbetrokkenheid − De ondersteuning door onderwijsteams − De samenwerking tussen het mbo, jeugdhulp en volwassenzorg − De begeleiding van studenten met een extra ondersteuningsbehoefte bij de beroepspraktijk­ vorming (BPV) en hun eerste stappen op de arbeidsmarkt • OCW heeft met partners uit het veld het Stagepact gesloten.

In dit pact is onder andere afgesproken om stagediscriminatie uit te bannen en te zorgen voor goede begeleiding en een passende vergoeding voor alle stagiairs. Het gaat om alle vormen van discriminatie, ook op basis van een chronische ziekte of beperking. Daarnaast is er vanuit de eerdergenoemde ‘Verbeteragenda passend onderwijs’ extra aandacht voor de begeleiding en ondersteuning van jongeren met een ondersteuningsbehoefte tijdens de stage. Specifiek in het hbo en wo: • De Landelijke Werkgroep Studentenwelzijn is een samenwerking tussen de koepelorganisaties van hogescholen en universiteiten, studentenvertegenwoordigers, OCW en ECIO. De werkgroep werkt onder andere aan een inclusief studieklimaat in het hbo en wo, bijvoorbeeld door bestuurlijke afspraken te maken en beleid te evalueren, zoals het Kader Studentenwelzijn. • Met het ‘Manifest tegen stagediscriminatie’ en het bijbehorende werkprogramma werken OCW en SZW samen met onderwijsinstellingen, werkgevers en studenten aan de volgende doelen: − Het professionaliseren van stagebegeleiders en docenten op het gebied van stagediscriminatie; − Het stimuleren van objectief werven en selecteren bij werkgevers; − Het informeren en stimuleren van werkgevers om een inclusieve organisatie te zijn voor stagiairs

Maatregel 1: OCW bevordert de digitale toegankelijkheid in het vervolgonderwijs In het programma NPuls, wordt samen met instellingen, studenten en ervarings­deskundigen gewerkt aan de digitalisering in het mbo, hbo en wo zodat leermiddelen en digitale leer­omgevingen toegankelijk zijn voor alle studenten. OCW is hier opdrachtgever van. Onderwijsinstellingen voeren zelf de projecten in het kader van digitalisering uit. ECIO stimuleert onderwijsinstellingen om alleen digitaal toegankelijke leermiddelen aan te schaffen. Tijdspad

2022 – 2031

Uitvoering

NPuls is een samenwerking tussen mbo, hbo en wo en de ­ICT-vereniging SURF.

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 5

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 54

Maatregel 2: OCW voert de Wet School naar duurzaam werk in We verwachten dat het wetsvoorstel van school naar duurzaam werk op 1 januari 2026 in werking treedt. De wet zorgt ervoor: • dat mbo-studenten met een functiebeperking beter begeleid worden in hun zoektocht naar een baan; • de onderwijsinstelling verplicht is voor elke student in het pro, vso mbo-1 en mbo-2 om de student te begeleiden; • de onderwijsinstelling voor mbo 3 en 4 beleid moet hebben over het ondersteunen van mbostudenten naar een baan; • de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en gemeenten versterkt wordt, en dat er meer uniformiteit ontstaat tussen scholen en gemeenten; • dat gemeenten studenten in het hbo en wo op hun verzoek kunnen begeleiden naar werk voorafgaand aan diplomering. Tijdspad

Verwachte inwerkingtreding wetsvoorstel Q1 2026.

Uitvoering

Samenwerkingspartners van het regionale programma per Doorstroompuntregio zijn: • Contactschool • Contactgemeente • Centrumgemeente(n) van de arbeidsmarktregio die overlapt met de Doorstroompuntregio

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 4

Maatregel 3: OCW maakt betere overstap mogelijk van het v(s)o naar het mbo. Voor ­toegankelijke en laagdrempelige ondersteuning voor jongeren verplicht OCW regio’s om hierover afspraken te maken in de nieuwe regionale plannen voortijdig schoolverlaten In het regionaal programma voortijdig schoolverlaten: • staat de verplichting om afspraken te maken over de overstap van het vo naar het mbo. Om uitval in het mbo te beperken van jongeren die vanuit het voortgezet speciaal onderwijs (vso) zijn ingestroomd. Het vso krijgt hierin speciale aandacht; • stellen we de effectieve interventies beschikbaar die uit het onderzoek komen dat we nu uitvoeren, eind 2025 beschikbaar voor regio’s. Hierin kijken we ook hoe we de ondersteuning van begeleiders uit het vso voort kunnen zetten in het mbo; • maken we het verplicht om afspraken te maken over toegankelijke en laagdrempelige onder­ steuning voor jongeren. Bijvoorbeeld op scholen, zodat jongeren makkelijker hulp kunnen vragen. OCW, MBO Raad en VNG werken aan een voorstel waarmee gemeenten en mboinstellingen in de regio afspraken maken over de ondersteuning die externe zorgpartijen leveren aan studenten. Binnen en buiten school.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 55

Uitvoering

Samenwerkingspartners van het regionale programma per Doorstroompuntregio zijn: • Contactschool • Contactgemeente • Centrumgemeente(n) van de arbeidsmarktregio die overlapt met de Doorstroompuntregio.

Tijdspad

2026-2029

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 2

Maatregel 4: OCW verbetert de begeleiding tijdens de beroepspraktijkvorming (BPV) Beroepspraktijkvorming is in alle mbo-opleidingen verplicht. We verbeteren de begeleiding van studenten tijdens de BPV door: • Vanuit de Verbeteragenda passend onderwijs mbo werken we aan verbetering van de b ­ egeleiding bij stages van studenten met een ondersteuningsbehoefte. • Als vervolgstap op het Handboek BPV-begeleiding komt er een leergang voor BPV-begeleiders over de begeleiding van studenten bij de BPV. Deze leergang wordt vanaf studiejaar 2025/2026 aangeboden. Deze leergang gaat in op de basis van goede begeleiding in de BPV, maar kent ook verdieping op de begeleiding van studenten met een ondersteuningsbehoefte. Tijdspad

2025-2026

Uitvoering

Kennispunt MBO Passend Onderwijs, Ingrado, JOBmbo en diverse mbo-instellingen. De uitvoerder van de leergang zal spoedig bekend worden gemaakt.

Draagt bij aan de doelstelling Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 4

Maatregel 5: OCW onderzoekt verbeterpunten van maatwerkvoorzieningen in het hbo en wo OCW laat een onderzoek uitvoeren naar de vraag hoe instellingen invulling geven aan hun wettelijke opdracht in het voorzien van maatwerk aan studenten die studeren onder bijzondere omstandigheden, en waar nog ruimte zit voor verbetering. Hierbij wordt ook gekeken naar het Studentenondersteuningsfonds. Tijdspad

2025–2026

Uitvoering

OCW en een extern onderzoeksbureau

Draagt bij aan doelstelling

Onderwijs en ontwikkeling, doelstelling 3

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 56

3.3.4

Inzicht in budget levensdomein onderwijs en ontwikkeling

De meeste maatregelen zijn gedekt vanuit het lopende beleid of er zijn geen aanvullende middelen voor nodig. Zo stimuleren de ministeries van OCW, SZW en VWS interprofessioneel samenwerken tussen de sectoren kinderopvang, onderwijs en zorg waar zij jaarlijks € 650.000 per jaar voor beschikbaar hebben gesteld. OCW stimuleert ook dat meer kunnen deelnemen aan het onderwijs waar € 6 mln. voor beschikbaar is van 2025 t/m 2027. Een aantal maatregelen wordt daarnaast bekostigd uit budgetten die reeds beschikbaar zijn zoals de € 560 mln. voor digitalisering en flexibilisering van het vervolg­ onderwijs of de € 90 mln. die beschikbaar is gesteld aan regio’s voor o.a. regionale plannen voortijdig schoolverlaten.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 57

3.4

Gezondheid en ondersteuning

Doelstellingen 2040 1. Mensen met een beperking hebben zeggenschap en eigen regie in de zorg en ondersteuning die zij krijgen. 2. Mensen met een beperking krijgen de zorg en ondersteuning die aansluit bij hun context en behoefte. Dit hangt niet af van waar iemand woont of wil wonen. 3. Mensen met een beperking krijgen de ondersteuning die ze nodig hebben. Dit zonder dat de kosten van deze ondersteuning de behoorlijke levensstandaard in gevaar brengt. 4. De toegang tot zorg en ondersteuning is eenvoudig en transparant. 5. Alle professionals in de toegang zijn deskundig ten aanzien van mensen met een beperking en hun naasten. 6. Naasten en mantelzorgers worden, indien mogelijk en gewenst, erkend en ondersteund als volwaardig onderdeel van het team rond iemand met een beperking. Mantelzorg voor mensen met een levenslange en levensbrede beperking vraagt om adequate ondersteuning. 7. Mensen met een beperking of hun naasten kunnen zelf laagdrempelig de hulpmiddelen regelen ­die zij nodig hebben.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 58

3.4.1

Toegankelijke en beschikbare hulpmiddelen

Wat doen we al? • Vanaf eind 2019 is extra ingezet om de toegang tot hulpmiddelen die bijdragen aan zelfstandigheid en participatie te verbeteren. • We stelden een landelijk normenkader op met betrokken partijen die een rol hebben bij het ­verstrekken en ontvangen van hulpmiddelen. In dit normenkader staan gedragsregels over het verwerken van de aanvraag van hulpmiddelen. Over communicatie naar cliënten. En over de levering van en service bij een hulpmiddel. • Ook is ingezet om de toegang tot vooral de Wmo-hulpmiddelen te verbeteren met specifieke aandacht voor mensen in complexe situaties, gelet op hun beperking of hun behoefte aan hulpmiddelen op maat. Omdat hier de meeste knelpunten zaten. De VNG heeft hiervoor het project Verbeteragenda uitgevoerd, in overleg met alle bij de hulpmiddelen betrokken partijen. De belangrijkste resultaten van deze verbeteragenda zijn de volgende twee convenanten: − Het convenant “maatwerkprocedure toegang”. Het doel hiervan is dat cliënten met ingewikkelde hulpmiddelen of situaties zo snel mogelijk het juiste hulpmiddel ontvangen; − Het convenant “meeverhuizen” met als doel dat cliënten geen problemen hebben om het verstrekte hulpmiddelen te blijven gebruiken na een verhuizing naar een andere gemeente of een Wlz-zorginstelling.

Maatregel 1: VWS en VNG en andere bij hulpmiddelen betrokken partijen verbeteren de toegankelijkheid tot hulpmiddelen Het ministerie van VWS stimuleert samen met de VNG, ZN en andere bij hulpmiddelen betrokken partijen dat alle cliënten een passend hulpmiddel krijgen op een gemakkelijke manier, ongeacht waar ze wonen. Met specifieke aandacht voor mensen in complexe situaties, gelet op hun beperking of hun behoefte aan hulpmiddelen op maat. Waarbij alle partijen vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid bijdragen. We doen dit door: • Vanaf september 2025 een strategisch overleg hulpmiddelen in te richten, waar onder andere VWS, VNG, ZN, branchevereniging Firevaned, professionals en belangenorganisaties van cliënten aan deelnemen. De rolinvulling van partijen in dit overleg en de aansluiting op bestaande structuren wordt in samenspraak met betrokken partijen vormgegeven. Daarnaast werkt het strategisch overleg hulpmiddelen gezamenlijk de doelstellingen en randvoorwaarden voor onderstaande acties uit en volgt de voortgang. − We richten een gezamenlijke monitor hulpmiddelen in, vooral gericht op de ervaringen van cliënten, met speciale aandacht voor mensen in een complexe situatie. De eerste meting vindt plaats in voorjaar 2026. De vervolgmeting in voorjaar 2027.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16052075/1