CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-07-11 Werkagenda VN-verdrag Handicap I 2025 - 2030

Commissie Samenleving 3 december 2025, gemeente HulstBij agendapunt: Ingekomen stukken31.850 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Werkagenda VN-verdrag Handicap I 2025-2030

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 1

Inhoudsopgave 1 Inleiding4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

De eerste werkagenda 2025-2030 5 Hoe is de werkagenda tot stand gekomen? 5 Opvolging van de aanbevelingen van het VN-comité en de werkagenda 6 Niets over ons, zonder ons 7 Budgettaire tabel7

2 Overkoepelende maatregelen

8

2.1 Beleid en wetten in lijn met het VN-verdrag Handicap 9 2.1.1 VN-verdrag Handicap structureel onderdeel maken van processen 9 2.1.2 We betrekken mensen met een beperking en hun naasten bij beleid en wetgeving 11 2.1.3 Lokale implementatie en naleving van het VN-verdrag Handicap 12 2.2 Toegankelijkheid14 2.2.1 Verbeteren van digitale toegankelijkheid van websites, producten en diensten 14 2.2.2 Duidelijke en begrijpelijke overheidstaal 15 2.2.3 European Disability Card 16 2.2.4 Evaluatie Besluit algemene toegankelijkheid 16 2.2.5 Toegankelijke verkiezingen 16 2.3 Algemene aspecten van de invoering van het VN-verdrag Handicap 17 2.3.1 Meer bewustwording over mensen met een beperking in de samenleving 17 2.3.2 Ratificatie van het facultatief protocol 18 2.3.3 Data over mensen met een beperking 19 2.3.4 Ondersteunde besluitvorming 19 2.3.5 Caribisch Nederland 20 2.4 Inzicht in budget overkoepelende maatregelen 21

3 Levensdomeinen22 3.1 Werk en inkomen 3.1.1 Verbeteren van de banenafspraak 3.1.2 Bevorderen dienstverlening door gemeenten aan jongeren met afwijzing Wajong 3.1.3 Versterken sociale infrastructuur 3.1.4 Structurele inzet IPS voor mensen met psychische aandoeningen 3.1.5 Inkomensregelingen 3.1.6 Werkvoorzieningen 3.1.7 Zelfstandig ondernemers 3.1.8 Mantelzorgers en naasten 3.1.9 Informatievoorziening 3.1.10 Werkgevers zien kansen om mensen met een beperking aan te nemen 3.1.11 Rijksoverheid als werkgever 3.1.12 Inzicht in budget levensdomein werk en inkomen 3.2 Thuis en wonen 3.2.1 Toegankelijke woningen 3.2.2 Toegankelijke openbare ruimte 3.2.3 Inzicht in budget levensdomein thuis en wonen

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

23 24 24 25 26 27 30 32 32 34 36 37 39 40 41 43 44

Werkagenda 1 2025-2030 | 2

3.3 Onderwijs en ontwikkeling 3.3.1 Inclusieve kinderopvang 3.3.2 Funderend onderwijs 3.3.3 Vervolgonderwijs (mbo, hbo en wo) 3.3.4 Inzicht in budget levensdomein onderwijs en ontwikkeling 3.4 Gezondheid en ondersteuning 3.4.1 Toegankelijke en beschikbare hulpmiddelen 3.4.2 Juiste ondersteuning van naasten en mantelzorgers 3.4.3 Overgangen zorg en ondersteuning voor jeugdigen en volwassenen 3.4.4 Altijd de juiste deur 3.4.5 Digitale toegankelijkheid in de zorg 3.4.6 Inzicht in budget leefdomein gezondheid en ondersteuning 3.5 Vervoer en Mobiliteit 3.5.1 Toegankelijk openbaar vervoer 3.5.2 Vervoer per fiets of auto 3.5.3 Doelgroepenvervoer 3.5.4 Inzicht in budget levensdomein vervoer en mobiliteit 3.6 Cultuur, media, vrije tijd, sporten en bewegen 3.6.1 Toegankelijke cultuur en media en betere vertegenwoordiging van mensen met een beperking 3.6.2 Toegankelijk sporten en bewegen 3.6.3 Toegankelijke recreatie 3.6.4 Inzicht in budget levensdomein cultuur, media, vrije tijd en sporten en bewegen 3.7 Veiligheid en rechtsbescherming 3.7.1 Toegang tot het recht 3.7.2 Bescherming tegen geweld, misbruik, uitbuiting of verwaarlozing 3.7.3 Inclusief veiligheidsbeleid 3.7.4 Inzicht in budget levensdomein veiligheid en rechtsbescherming

45 46 49 53 57 58 59 62 64 69 70 71 72 73 77 78 80 81 82 85 91 92 93 94 96 101 103

4 Wie bewaken de uitvoering van de werkagenda?

104

4.1 Wie spelen een rol bij het bewaken van de uitvoering van de werkagenda? 4.1.1 Wat doet het kabinet? 4.1.2 Wat doen VWS en de andere ministeries? 4.1.3 Welke rol hebben gemeenten en provincies? 4.1.4 Welke rol hebben bedrijven en maatschappelijke organisaties? 4.1.5 Wat doet de Raad van Advies? 4.1.6 Wat is de rol van mensen met een beperking en hun vertegenwoordigende organisaties? 4.2 Welke verschillende overleggen zijn er? 4.3 Hoe monitoren we de nationale strategie?

105 105 105 106 106 106 106 107 107

5 Bijlagen108

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 3

1.Inleiding

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 4

1.1

De eerste werkagenda 2025-2030

Mensenrechten gelden voor iedereen, dus ook voor mensen met een beperking. Maar mensen met een beperking worden nog te vaak ongelijk behandeld en buitengesloten, ook in Nederland. Het VN-verdrag Handicap is bedoeld om deze ongelijke behandeling en uitsluiting tegen te gaan. In de grondbeginselen van artikel 3 van het VN-verdrag Handicap staat wat nodig is om de rechten uit het VN-verdrag Handicap in de dagelijkse praktijk van mensen waar te maken. Het gaat onder andere om gelijkheid, eigen regie, en toegankelijkheid. Deze belangrijke principes vormen de basis voor de maatregelen in deze werkagenda. In 2026 is het tien jaar geleden dat Nederland het VN-verdrag Handicap heeft geratificeerd. De overheid is daarmee verplicht om een gelijke behandeling en participatie van mensen met een beperking te verbeteren. Het mensenrechtenmodel staat hierbij centraal. Dit model richt zich op het beschermen en bevorderen van de rechten en waardigheid van ieder persoon. In dit model wordt de rol van de overheid en andere organisaties benadrukt om deze rechten te waarborgen en respecteren. Na de ratificatie van het verdrag is er veel gedaan om de positie van mensen met een beperking te verbeteren, maar we zijn er nog niet. Mensen met een beperking ervaren nog altijd dat zij niet overal gelijkwaardig mee kunnen doen.

In de nationale strategie VN-verdrag Handicap (hierna: de nationale strategie) hebben we afgesproken dat de positie van mensen met een beperking in 2040 in lijn is met het VN-verdrag Handicap. Zodat we een toegankelijke en inclusieve samenleving hebben waarin iedereen kan meedoen. Na de vaststelling van de nationale strategie heeft het kabinet gewerkt aan deze eerste werkagenda. In de werkagenda staat wat het kabinet de komende vijf jaar gaat doen om de doelstellingen uit de nationale strategie te bereiken.

1.2

Hoe is de werkagenda tot stand gekomen?

Alle betrokken ministeries hebben samen met mensen met een beperking, hun naasten, vertegen­ woordigende organisaties en veldpartijen nagedacht over de invulling van de werkagenda.

Brede vertegenwoordiging van mensen met een beperking De ontwikkeling van de werkagenda is niet mogelijk zonder samenwerking met mensen met een beperking en hun vertegenwoordigende organisaties. In samenwerking met Ieder(in), zijn in totaal zo’n 50 organisaties uitgenodigd om mee te praten op alle levensdomeinen. Denk bijvoorbeeld aan een groep organisaties die mensen met communicatieve beperkingen vertegenwoordigen, of een groep organisaties van mensen met motorische beperkingen. De ministeries hebben daarnaast ervarings­ deskundigen en vertegenwoordigende organisaties uitgenodigd met relevante inbreng voor hun specifieke levensdomein. Zo hebben alle ministeries met een brede vertegenwoordiging van mensen met een beperking de maatregelen in de werkagenda ontwikkeld.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 5

De samenwerking kreeg vorm in zogenaamde ‘sprintsessies’. Deze bijeenkomsten waren in juni 2024 gericht op het ophalen van welke drempels in de weg staan om de doelstellingen uiterlijk in 2040 te bereiken. Alle organisaties kregen de kans aanvullingen te doen op het verslag van deze bijeenkomsten. Op basis daarvan, aangevuld met de aanbevelingen van het VN-comité, de initiatiefnota van lid Westerveld en andere relevante kennisbronnen, formuleerden de ministeries opties voor maatregelen in de werkagenda. Deze opties bestonden uit bestaande beleidstrajecten die al bijdragen aan de doelstellingen maar die (nog) meer in lijn met het VN-verdrag Handicap gebracht konden worden. En maatregelen die aanvullend nodig en haalbaar zijn om de komende 5 jaar toe te werken naar een inclusieve en toegankelijke samenleving. In november 2025 en februari 2026 zijn deze maatregelen in bijeenkomsten besproken. Zo is er kritisch gereflecteerd op het beleid dat er ligt en of de maatregelen daadwerkelijk gaan bijdragen aan het verbeteren van de positie van mensen met een beperking. Op basis hiervan zijn door de ministeries maatregelen voor de werkagenda opgesteld. Deze eerste werkagenda geldt van 2025 tot en met 2030. Hierna volgen er nog twee werkagenda’s van ieder vijf jaar.

Tijdens de uitvoering van deze werkagenda kijken we naar de resultaten van de maatregelen: bereiken we de doelstellingen in de strategie? En kijken we wat er verder nodig is om het VN-verdrag Handicap verder in te voeren in Nederland. De volgende werkagenda’s worden op basis van deze analyse aangepast.

1.3

Opvolging van de aanbevelingen van het VN-comité en de werkagenda

Het VN-comité inzake de rechten van personen met een handicap (hierna: VN-comité) houdt ­internationaal toezicht op de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Ieder land dat het VN-verdrag Handicap heeft goedgekeurd, moet verantwoording afleggen aan dit VN-comité. Op 11 september 2024 publiceerde het VN-comité zijn aanbevelingen voor de verdere invoering van het VN-verdrag Handicap in Nederland. Het VN-comité erkent dat er goede stappen zijn gezet om de positie van mensen met een beperking in Nederland te verbeteren, maar geeft ook aanbevelingen ter verbetering op de verschillende onderdelen van het VN-verdrag Handicap. Het kabinet neemt de aanbevelingen van het VN-comité serieus. Daarom zijn de aanbevelingen die betrekking hebben op de zeven levensdomeinen meegenomen bij het opstellen van deze werkagenda.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 6

1.4

Niets over ons, zonder ons

Op alle niveaus van de uitvoering van de werkagenda wordt samengewerkt met mensen met een beperking, hun naasten en vertegenwoordigende organisaties: • bij de uitvoering van de maatregelen; • bij het gesprek over de combinatie van maatregelen per levensdomein; • en op het niveau van de hele werkagenda. In hoofdstuk 4 wordt dit verder uitgewerkt. Voor de leesbaarheid van dit document herhalen we dit niet bij elke maatregel.

1.5

Budgettaire tabel

Voor de uitvoering van de maatregelen in de werkagenda is in 2025 voor de komende vijf jaar € 920,5 mln. beschikbaar gesteld. Dit betreft een optelling van de investeringen binnen de ­begrotingen van de ministeries van VWS, OCW, SZW, VRO, BZK, JenV, IenW, FIN en EZ. Budgettaire tabel Jaar Beschikbaar gestelde middelen in 2025 (mln.)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Totaal

€ 119,5

€ 140,6

€ 145,8

€ 157,5

€ 169,8

€ 187,3

€ 920,5

De meeste maatregelen worden echter bekostigd vanuit eerder dan 2025 toegekende middelen. Per levensdomein zijn hiervan enkele voorbeelden genoemd. Gedurende de looptijd van de werkagenda kunnen maatregelen worden aangepast binnen de ­budgettaire kaders

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 7

2.Overkoepelende maatregelen

Naast stappen die helpen om de doelstellingen per levensdomein te behalen (hoofdstuk 3), bevat deze werkagenda ook maatregelen die niet vallen onder een levensdomein. Deze ‘overkoepelende maatregelen’ gelden voor alle levensdomeinen of zijn algemene verplichtingen uit het VN-verdrag Handicap.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 8

2.1

Beleid en wetten in lijn met het VN-verdrag Handicap

2.1.1

VN-verdrag Handicap structureel onderdeel maken van processen

Wat doen we al? • Het toetsen aan internationale verdragen, zoals het VN-verdrag Handicap, is onderdeel van de constitutionele toetsing bij nieuwe wet- en regelgeving, zie ook aanwijzing 2:15 in het Beleidskompas. • Het College voor de Rechten van de Mens heeft een handreiking gemaakt om ontwerpwetgeving te beoordelen in het licht van het VN-verdrag Handicap. Dit is opgenomen in de Handreiking Constitutionele Toetsing. • Alle wetsvoorstellen worden beoordeeld door de Raad van State. De Raad van State toetst of wetsvoorstellen in strijd zijn met mensenrechtenverdragen.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 9

Maatregel 1: VWS en BZK verspreiden kennis over het VN-verdrag Handicap bij beleid­ makers en wetgevingsjuristen om beleid en wetgeving te maken dat in lijn is met het VN-verdrag Handicap We zorgen voor de ontwikkeling van kennisinstrumenten over het VN-verdrag Handicap. Deze worden toegevoegd aan rijksbrede opleidingen voor beleidsmakers en wetgevingsjuristen. Beleidsmakers en wetgevingsjuristen ontwikkelen hiermee kennis om beleid en wetgeving te maken vanuit het VN-verdrag Handicap. Tijdspad

In 2026 zorgen we voor de ontwikkeling van kennis­instrumenten over het VN-Verdrag Handicap. In 2027 zijn de instrumenten over het VN-verdrag Handicap onderdeel van de opleidingen voor beleidsmakers en wetgevingsjuristen.

Uitvoering

VWS en BZK

Maatregel 2: VWS en JenV onderzoeken hoe het Beleidskompas kan bijdragen aan het voldoen aan verplichtingen uit het VN-verdrag Handicap Het Beleidskompas is de werkwijze voor de ontwikkeling van beleid bij de rijksoverheid. Er wordt onderzocht hoe het Beleidskompas kan bijdragen aan verplichtingen uit het VN-verdrag Handicap, zoals de verplichting dat bij al het beleid en programma’s rekenschap moet worden gegeven van de bescherming en bevordering van de mensenrechten van personen met een handicap. Daar wordt de handreiking van het College voor de Rechten van de Mens bij betrokken. Tijdspad

2025-2026

Uitvoering

VWS en JenV

Maatregel 3: Het kabinet brengt in kaart of aanpassing van wet- en regelgeving nodig is om de doelstellingen uit de nationale strategie in 2040 verder te ondersteunen Op de onderdelen van wet- en regelgeving die nog niet in deze eerste werkagenda zijn o ­ pgenomen, wordt (daar waar relevant) een juridische analyse uitgevoerd. Samen met beleidsmedewerkers en wetgevingsjuristen per departement, VN-verdrag Handicap experts en vertegenwoordigende organisaties wordt bepaald wat de precieze focus van de analyses wordt. De doelstellingen in de nationale strategie zijn hiervoor het vertrekpunt. Ook de aan­ bevelingen van het VN-comité worden hierin meegenomen. De resultaten van deze analyses kunnen reden zijn voor het bijsturen van de maatregelen in deze werkagenda of de tweede werkagenda (2030).

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 10

Tijdspad

Het uitvoeren van de analyses per levensdomein kost tijd en daarom voeren we deze gefaseerd uit: • 2026: Gezondheid en ondersteuning (VWS), Cultuur, media, vrije tijd, sporten en bewegen (OCW, VWS, EZ); • 2027: Werk en inkomen (SZW, FIN, VWS, BZK), Onderwijs en ontwikkeling (OCW); • 2028: Veiligheid en rechtsbescherming (JenV, VWS), Vervoer en mobiliteit (IenW, VWS, OCW), en Thuis en wonen (VRO, VWS).

Uitvoering

VWS, SZW, OCW, IenW, VRO, JenV, FIN en EZ

2.1.2

We betrekken mensen met een beperking en hun naasten bij beleid en wetgeving

Wat doen we al? • VWS subsidieert patiëntenorganisaties en vertegenwoordigende organisaties van mensen met een beperking via de regeling voor patiënten- en gehandicaptenorganisaties (hierna: p ­ g-organisaties). Via een instellingssubsidie kunnen pg-organisaties en koepelorganisaties zoals Ieder(in) middelen ontvangen voor lotgenotencontact, informatievoorziening en belangenbehartiging. Deze regeling is ondersteunend aan de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. • Het College voor de Rechten van de Mens ontwikkelde handreikingen voor landelijke, regionale en lokale overheden over de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. • Ieder(in) ontwikkelde de website www.nietsoveronszonderons.nl, een bron van kennis en informatie over het Niets over ons, zonder ons-principe.

Maatregel 1: VWS zorgt voor een subsidieregeling zodat mensen met een beperking meedoen met beleid en wetgeving maken De subsidieregeling voor pg-organisaties loopt tot eind 2028. Daarna wordt de regeling herzien. VWS onderzoekt bij het vervolgen van de subsidieregeling in hoeverre de regeling voor pg-­ organisaties ruimte biedt voor het opvolgen van de aanbevelingen van het VN-comité. In de tussentijd biedt de bestaande regeling ruimte voor: • Verdere versterking en samenwerking van pg-organisaties, zodat pg-organisaties o.a. beter kunnen bijdragen aan beleidsontwikkeling en de stem van mensen met een beperking beter wordt vertolkt. • Toegang voor organisaties die zich specifiek richten op bepaalde thema’s of levensvragen (aandoeningsoverstijgende pg-organisaties), waardoor ook bepaalde groepen beter vertegenwoordigd worden. Bijvoorbeeld de vertegenwoordiging van vrouwen, kinderen en jongeren wat het VN-comité aanbeveelt. Naast de regeling voor pg- organisaties financiert VWS de ontwikkeling van regionale netwerken: plekken waar vraag en aanbod van onder andere ervaringsdeskundigen en beleidsvragen bij elkaar worden gebracht.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 11

Tijdspad

• In 2026 start de verkenning. Vanaf het derde kwartaal 2026 wordt onderzoek gedaan naar hoe we vrouwen, jongeren en kinderen met een beperking betrekken bij beleid en wetgeving. • De huidige subsidieregeling loopt tot eind 2028. Hierna zal de regeling worden herzien.

Uitvoering

VWS

Maatregel 2: VWS maakt rijksbrede afspraken over samenwerken met en vergoeden van mensen met een beperking en hun naasten bij beleid en wetgeving De afspraak om mensen met een beperking en hun naasten en vertegenwoordigende organisaties te betrekken bij de totstandkoming van de werkagenda, geldt ook voor de uitvoering van de werkagenda. In de ontwikkeling van de nationale strategie en deze werkagenda is al ervaren wat een dergelijke samenwerking vraagt. Ook tijdens de uitvoering van de werkagenda is deze samen­werking een belangrijk uitgangspunt. We evalueren deze samenwerking na het eerste jaar en bundelen deze inzichten, samen met de ervaringen uit de ontwikkeling van de strategie en werkagenda. Daarnaast zullen we met de betrokken ministeries en vertegenwoordigende organisaties verkennen hoe vrouwen, kinderen en jongeren met een beperking (via hun vertegenwoordigende ­organisaties) steeds vaker bij beleid dat hen aangaat worden betrokken. We maken op basis hiervan in 2026 rijksbrede afspraken over het samenwerken met mensen met een beperking bij beleid en wetgeving. Het faciliteren van een passende vergoeding voor individuen of organisaties is onderdeel van deze afspraken. Onderzocht wordt om deze maatregel structureel te implementeren onder voorbehoud van financiële middelen. Tijdspad

De afspraken zijn in 2026 gereed en lopen tot en met 2028.

Uitvoering

VWS

2.1.3

Lokale implementatie en naleving van het VN-verdrag Handicap

Wat doen we al? • Het VN-verdrag Handicap legt verplichtingen en opgaven op aan gemeenten. VWS en VNG werken samen om hieraan te voldoen. Een goed voorbeeld hiervan is het project Iedereen doet mee!. Dit project geeft sinds 2017 een impuls aan het beleid dat mensen met een beperking in staat stelt om mee te doen aan de lokale samenleving. Het project richt zich erop dat gemeenten bekend zijn met het VN-verdrag Handicap en de doelen hiervan omzetten in praktische beleids- en actieplannen. Daarbij staat de wettelijke verplichting tot het opstellen van de zogenoemde Lokale Inclusie Agenda, in samenwerking met lokale ervaringsdeskundigen, centraal.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 12

Maatregel 1: VWS en VNG stimuleren lokaal inclusiebeleid Gemeenten moeten een Lokale Inclusie Agenda hebben. Dat staat in de Wmo 2015. Veel g­ emeenten hebben er al een, maar nog niet elke gemeente. Er zijn verschillen tussen gemeenten in hoe ze lokaal inclusiebeleid vormgeven. We stimuleren lokaal inclusiebeleid op twee manieren: 1. De gemeenten hebben vooruitgang geboekt op toegankelijkheid en inclusie. Het project Iedereen Doet Mee!, dat gemeenten hierbij ondersteunt, eindigt in 2025. Maar het werk is nog niet af. Daarom werken we verder na 2025. De nadruk ligt hierbij op: − de doorontwikkeling van lokaal inclusiebeleid; − de betrokkenheid van ervaringsdeskundige inwoners en hun organisaties bij de ontwikkeling en uitvoering van dit beleid; − nog meer inzetten op het ondersteunen en stimuleren van de uitvoering van het lokaal inclusiebeleid. Zodat alle gemeenten werken aan toegankelijkheid en inclusie. VNG en VWS verkennen welke acties zij hierin vanuit hun eigen rol kunnen ondernemen. 2. We onderzoeken de houdbaarheid van de Wmo 2015. We kijken daarbij onder andere naar de verschillen in de uitvoering van de Wmo 2015 tussen gemeenten. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek bekijken we of er iets nodig is om de uitvoering van de Wmo 2015 te verbeteren. Tijdspad

1) 2026-2028 2) 2025 opleveren van Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015; • 2026 en verder: bezien of nadere vervolgacties nodig zijn op basis van de onderzoeksresultaten.

Uitvoering

VWS en VNG

Maatregel 2: VWS en VNG brengen verschillen tussen gemeenten in kaart die door mensen met een beperking als oneerlijk worden ervaren. Om op basis daarvan te bepalen welke stappen gezet kunnen worden om deze verschillen te verkleinen Gemeenten zijn in de positie om, binnen het bredere kader van ons decentrale stelsel, een aanpak op maat te maken. Rijk en gemeenten versterken elkaar zo: de een met wettelijke kaders, de ander met uitwerking van die wetten in lokaal beleid op maat. Beide moeten er, in samenhang, aan bijdragen dat inwoners (met een beperking) positief verschil merken. Het VN-comité stelde vast dat die positieve uitwerking soms uitblijft. VWS en VNG verkennen daarom met gemeenten, inwoners en belangen organisaties: • welke concrete verschillen tussen gemeenten als problematisch worden ervaren. • welke goede voorbeelden voor afstemming tussen gemeenten om de verschillen te verkleinen er al zijn. En hoe deze verder kunnen worden uitgerold. Tijdspad

2025-2026

Uitvoering

VWS, VNG en (lokale) belangenorganisaties

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 13

2.2

Toegankelijkheid

2.2.1

Verbeteren van digitale toegankelijkheid van websites, producten en diensten

Maatregel 1: VWS is voornemens een invoeringstoets op de implementatie van de Europese Toegankelijkheidsrichtlijn uit te voeren De Europese toegankelijkheidsrichtlijn treedt vanaf 28 juni 2025 in werking in Nederland. VWS coördineert de invoering van de richtlijn, en werkt daarin samen met vijf ministeries (IenW, EZ, OCW, JenV, Financiën) en zes toezichthouders (ACM, AFM, ILT, RDI, CvdM en Inspectie JenV). VWS is voornemens samen met andere ministeries, toezichthouders, ervaringsdeskundigen en hun vertegenwoordigende organisaties na de implementatie van de regelgeving na te gaan hoe de regelgeving in de praktijk uitpakt. Tijdspad

2026-2028

Uitvoering

VWS, IenW, EZ, OCW, JenV, Financiën, ACM, AFM, ILT, RDI, CvdM en Inspectie JenV, ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigende organisaties van mensen met een beperking.

Maatregel 2: BZK voert het Nationale Actieplan Webbeleid (NAWB) uit, een integrale aanpak op veiligheidsstandaarden, de digitale toegankelijkheidstandaard en domeinbeheer • In het Nationale Actieplan Webbeleid wordt een integraal beleid voor digitale toegankelijkheid, informatieveiligheid en domeinbeheer opgesteld. Hiermee wordt toegewerkt naar een compleet overzicht en duidelijke afspraken over eigenaarschap van websites en naleving van wettelijk verplichte veiligheids- en toegankelijkheidststandaarden. Zodat we in samenhang met de andere standaarden de digitale toegankelijkheid van overheidswebsites en -apps kunnen verbeteren. • Om de digitale toegankelijkheid te verbeteren, wordt uitgegaan van het standaardiseren van twee voorzieningen. Zo wordt het NL Design System uitgebreid met de Code Digitaal Inclusief Ontwerpen. Hiermee worden ervaringsdeskundigen standaard betrokken bij de bouwstenen die in het NL Design System worden ontwikkeld. Hiermee bevorderen we ‘by design’ ontwikkelen. • Om zoveel mogelijk organisaties aan te laten sluiten op het NL Design System wordt het Expertteam Digitale Toegankelijkheid ingezet. • De tweede standaardvoorziening is NLdoc. Deze wordt in het tweede kwartaal van 2025 ­gelanceerd en biedt overheidsorganisaties een alternatief voor digitaal ontoegankelijke pdf ’s. Tijdspad

2025

Uitvoering

BZK, Het Expertisecentrum DigiToegankelijk bij Logius, ICTU

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 14

2.2.2

Duidelijke en begrijpelijke overheidstaal

Wat doen we al? • BZK heeft de strategische doelstelling geformuleerd dat dienstverlening van de overheid voor burgers en ondernemers duidelijk en begrijpelijk is. Door BZK is een netwerk voor begrijpelijke overheidscommunicatie ingericht dat werkt aan duidelijke en begrijpelijke overheidscommunicatie. Dit is het Netwerk Direct Duidelijk bij Gebruiker Centraal. In dit netwerk worden hulpmiddelen ontwikkeld en kennis en ervaring over begrijpelijke taal gedeeld. Duidelijke taal is noodzakelijk om beleid en wetgeving te begrijpen en erover mee te kunnen praten.

Maatregel 1: Ministeries die nog niet getekend hebben, schrijven een plan van aanpak om invulling te geven aan de Direct Duidelijk Deal en ondertekenen daarna de deal Het plan van aanpak is een randvoorwaarde om de Direct Duidelijk Deal te ondertekenen. De Direct Duidelijk Deal is een intentieverklaring, waarmee de ministeries laten zien dat ze duidelijke taal belangrijk vinden en hiermee aan de slag gaan. De ministeries die nog geen invulling hebben gegeven aan de ondertekening, schrijven ook een plan van aanpak als deze nog niet beschikbaar is. IenW en SZW hebben de Direct Duidelijk Deal al getekend. Tijdspad

In het tweede kwartaal van 2025 wordt gestart. In 2027 hebben alle ministeries de deal ondertekend en een plan van aanpak opgesteld.

Uitvoering

Alle ministeries die nog niet getekend hebben en Gebruiker Centraal

Maatregel 2: BZK monitort, in samenspraak met de andere ministeries, de voortgang van begrijpelijkheid van overheidscommunicatie BZK ontwikkelt een monitor zodat, voor de ministeries die de Direct Duidelijk Deal ondertekend hebben, zichtbaar wordt of de begrijpelijkheid van overheidscommunicatie verbetert. Tijdspad

2028-2029

Uitvoering

Ministeries en Gebruiker Centraal

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 15

2.2.3

European Disability Card

Maatregel 1: VWS beoogt de invoering van de European Disability Card. VWS is verantwoordelijk voor de invoering van de European Disability Card (hierna: EDC-kaart) in nationale wetgeving. De EDC-kaart is zowel een identificatie- als een communicatiemiddel om kenbaar te maken dat iemand een beperking heeft. Deze kaart kan gebruikt worden als mensen op reis zijn in Europa. Mensen met een beperking kunnen dan met de kaart gebruik maken van dezelfde speciale voorwaarden als de inwoners van het land dat zij bezoeken. Bijvoorbeeld gratis toegang, kortingen en persoonlijke assistentie. In juni 2028 is het de verwachting dat de EDC kan worden aangevraagd in Nederland. Verdere uitwerking is onder andere afhankelijk van de ­beschikbare financiële middelen. Tijdspad

2025-2027 • Op 5 juni 2027 is de verwachting dat de EDC-kaart in wet is ingevoerd.

Uitvoering

VWS

2.2.4

Evaluatie Besluit algemene toegankelijkheid

Maatregel 1: VWS evalueert het Besluit algemene toegankelijkheid voor personen met een handicap of chronische ziekte op doelmatigheid en doeltreffendheid Op basis van de resultaten van deze evaluatie worden waar nodig aanpassingen gedaan aan het besluit. Tijdspad

2026

Uitvoering

VWS

2.2.5

Toegankelijke verkiezingen

Wat doen we al? • Toegankelijkheid van verkiezingen voor alle kiezers is van wezenlijk belang. Iedere kies­gerechtigde in Nederland moet zo zelfstandig mogelijk een stem kunnen uitbrengen. Dat doen we onder meer door de toegankelijkheid van het stemlokaal voor kiezers te vergroten. Iedere aanpassing om het verkiezings­ proces toegankelijker te maken, moet steeds worden afgewogen tegen andere waarborgen in het verkiezingsproces, zoals het stemgeheim, de stemvrijheid en de uitvoeringslast.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 16

Maatregel 1: BZK maakt het voor elke kiezer mogelijk om hulp te krijgen in het stemhokje Kiezers kunnen tot nu toe alleen vanwege hun fysieke gesteldheid hulp krijgen in het stemhokje. Mensen met een verstandelijke beperking en anderen die moeite hebben om hun stem zelfstandig uit te brengen kunnen geen hulp in het stemhokje krijgen. Dit wordt aangepast met het wets­ voorstel bijstand in het stemhokje. Tijdspad

In 2025 naar de Tweede Kamer.

Uitvoering

Gemeenten

Maatregel 2: BZK voert het Actieplan toegankelijk stemmen uit Bij elke verkiezing wordt in samenwerking met andere organisaties extra aandacht geschonken aan het op peil houden en het bevorderen van de toegankelijkheid van de verkiezing. Het a­ ctieplan is opgesteld door het ministerie van BZK, de Kiesraad, de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) en de VNG. Deze organisaties nemen ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheden deel aan het actieplan. Daarnaast zijn belangenorganisaties en ervaringsdeskundigen betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van het actieplan. Het actieplan is gericht op de volgende onderwerpen: • Toegankelijke informatie over verkiezingen; • Toegankelijke stemlokalen; • Toegankelijk stemmen; • Toegankelijke informatie en bijeenkomsten van politieke partijen. Tijdspad

2025 - 2029

Uitvoering

BZK, NVVB, Kiesraad, VNG, ervaringsdeskundigen en belangenorganisaties

2.3

Algemene aspecten van de invoering van het VN-verdrag Handicap

2.3.1

Meer bewustwording over mensen met een beperking in de samenleving

Wat doen we al? • VWS zorgt voor bewustwording in de Nederlandse samenleving met het publiekscommunicatietraject Vraagje?!, een digitale gespreksstarter.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 17

Maatregel 1: Het kabinet verkent of en hoe we de bewustwording en positieve beeld­ vorming over mensen met een beperking meer kunnen stimuleren Door bewustwording en positieve beeldvorming ontstaat een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Kinderen, jongeren en volwassenen met een beperking hebben dezelfde mogelijk­heden om op voet van gelijkheid mee te doen en zich te ontwikkelen. Tijdspad

In 2026 verkennen we of en welke maatregelen nodig zijn. Naar aanleiding van de verkenning bekijken we mogelijke vervolg­ stappen, mede afhankelijk van beschikbare financiële middelen.

Uitvoering

VWS coördineert de verkenning en werkt daarin samen met alle ministeries die betrokken zijn bij de werkagenda.

Maatregel 2: De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) ontwikkelt samen met VWS een NWA-programma over hoe we als samenleving kunnen veranderen van het medisch naar het sociaal model Het NWA-programma (Nationale WetenschapsAgenda) is een praktijkgericht onderzoek. Vanuit het programma worden verschillende onderzoeksprojecten betaald. Het onderzoek richt zich op vier belangrijke gebeurtenissen in het leven, bijvoorbeeld “uit huis gaan en wonen naar eigen keuze”. Per gebeurtenis wordt gekeken naar tot nu toe onzichtbaar gebleven oorzaken van uitsluiting en daarbij horende oplossingsrichtingen. Het uitvoeren van het onderzoek in die projecten draagt ook bij aan de omslag in denken van medisch model naar sociaal model. Deze omslag zorgt ervoor dat het gedrag van de samenleving en de omgeving van de mensen met een beperking zich zo ­ontwikkelt dat zoveel mogelijk mensen kunnen meedoen. De kennis uit alle onderzoeks­projecten wordt breed gedeeld in de samenleving. Tijdspad

• Het NWA-programma start eind 2025 en loopt 3 jaar. Tussentijds worden de resultaten van de onderzoeksprojecten verspreid. • Vanaf 2029 worden de bevindingen van het programma voor een zo breed mogelijke groep van belanghebbenden beschikbaar.

Uitvoering

VWS en NWO

2.3.2

Ratificatie van het facultatief protocol

Maatregel 1: Het kabinet werkt aan de ratificatie van het facultatief protocol bij het VN-verdrag Handicap In 2025 start VWS met het opstellen van de stukken die nodig zijn voor het in werking laten treden van het facultatief protocol bij het VN-verdrag Handicap. Naar verwachting duurt het totale goedkeuringsproces maximaal twee jaar. Tijdspad

2025 tot 2028

Uitvoering

VWS

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 18

2.3.3

Data over mensen met een beperking

In hoofdstuk 4.3 en bijlage 1, staat hoe de nationale strategie en de maatregelen in de werkagenda worden gemonitord.

Maatregel 1: VWS vergroot de beschikbaarheid van data over mensen met een beperking VWS zet in op het vergroten van de beschikbaarheid van data over mensen met een beperking door met kennisinstituten, ministeries en andere stakeholders afspraken te maken over het opnemen van de GALI-indicator in bestaande en toekomstige onderzoeken. De General Activity Limitation Indicator is een internationale indicator die wordt gebruikt om aan te geven of mensen zich de afgelopen maanden beperkt voelden in dagelijkse activiteiten. Daarnaast kijkt VWS samen met CBS en RIVM of de Washington Disability Group Short Set standaard kan worden opgenomen in gezondheidsonderzoek. Hierdoor wordt het mogelijk om bestaande data uit te splitsen naar groepen mensen met een beperking. Deze inzichten kunnen helpen in het v­ erbeteren van beleid voor mensen met een beperking. Tijdspad

2025-2029

Uitvoering

VWS, in samenwerking met CBS, RIVM en andere relevante onderzoeksinstituten

2.3.4

Ondersteunde besluitvorming

Wat doen we al? • Ondersteunde besluitvorming (supported decision making) betekent dat mensen met een beperking, indien nodig, neutrale en onafhankelijke ondersteuning hebben bij het maken van keuzes. Hiermee worden zij zoveel mogelijk zelf in staat gesteld eigen keuzes te maken. Het VN-comité is kritisch op het Nederlandse systeem van wettelijke vertegenwoordigers, omdat in de meeste gevallen de zeggenschap over belangrijke onderwerpen (zoals financiën) niet langer bij de persoon zelf ligt. • Op dit moment is er geen rijksbreed beleid voor het toewerken naar meer ondersteunde besluitvorming.

Maatregel 1: VWS coördineert de ontwikkeling van een gezamenlijke aanpak om ­stapsgewijs toe te werken naar meer ondersteunde besluitvorming in Nederland VWS coördineert een werkgroep met de ministeries JenV en SZW. Deze werkgroep werkt nauw samen met mensen met een beperking en hun vertegenwoordigende organisaties. Onderdeel van het komen tot de aanpak is in kaart brengen welke wet- en regelgeving op dit moment het maken van eigen keuzes, al dan niet met ondersteuning van een ander, belemmert. Tijdspad

• 2026: onderzoek doen naar (internationale) goede voorbeelden van ondersteunde besluitvorming en in kaart brengen van belemmerende wet- en regelgeving. • Vanaf 2027 bekijken we stap voor stap hoe we toewerken naar meer ondersteunde besluitvorming in Nederland. Dit is onder voorbehoud van financiële middelen.

Uitvoering

JenV, SZW, BZK en VWS

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 19

Maatregel 2: JenV verbetert het systeem van juridische ondersteunings- en beschermings­maatregelen Het Stride consortium is een groep onderzoekspartijen die het systeem van juridische ondersteunings- en beschermingsmaatregelen onderzoeken. JenV wacht de resultaten van het onderzoek af en zal op basis daarvan mogelijke vervolgstappen in kaart brengen. Tijdspad

• In 2027 worden de resultaten van het onderzoek door Stride consortium verwacht en worden mogelijke vervolgstappen in kaart gebracht. • Vanaf medio 2027 worden mogelijke vervolgstappen in gang gezet. Dit is onder voorbehoud van financiële middelen.

Uitvoering

JenV

Maatregel 3: VWS onderzoekt hoe CBM dienstverleners (curatoren, bewindvoerders en mentoren) meer ondersteunde besluitvorming kunnen toepassen VWS onderzoekt samen met Ieder(in) en JenV of een inclusiepact tussen CBM dienstverleners (curatoren, bewindvoerders en mentoren) en andere belangrijke organisaties mogelijk is. Beoogd resultaat zou zijn dat CBM dienstverleners werken vanuit VN-verdrag Handicap principes in hun dienstverlening. Tijdspad

• 2025: maken van een plan van aanpak • 2026-2028: planning is afhankelijk van de keuze over mogelijk vervolg van het implementeren van het plan van aanpak.

Uitvoering

JenV, VWS en Ieder(in)

2.3.5

Caribisch Nederland

Maatregel 1: VWS verkent met andere relevante ministeries wat nodig is om het verdrag Caribisch Nederland te ratificeren en te implementeren We zetten in op een apart programma gericht op toegankelijkheid en participatie voor inwoners van Caribisch Nederland. Hierin zullen acties worden vormgegeven samen met partners en ­ervaringsdeskundigen op de eilanden. Tijdspad

Informeren Tweede Kamer in Q3 2025

Uitvoering

VWS en andere relevante ministeries

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 20

2.4

Inzicht in budget overkoepelende maatregelen

De meeste maatregelen zijn gedekt vanuit het lopende beleid of er zijn geen aanvullende middelen voor nodig. Zo stimuleert VWS samen met de VNG bijvoorbeeld het lokale inclusiebeleid. Hier is jaarlijks reeds € 400.000 voor beschikbaar. Ook het Nationale Actieplan Webbeleid wordt u ­ itgevoerd. Hiervoor is jaarlijks reeds € 4 mln. beschikbaar.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 21

3.Levensdomeinen

Om in 2040 een toegankelijke en inclusieve samenleving te zijn, is verandering nodig op alle terreinen van het leven en in elke levensfase. In de werkagenda komen dan ook alle levensdomeinen terug. Uiteraard zijn de levensdomeinen met elkaar verbonden en hebben ze invloed op elkaar. Bij de uitwerking en uitvoering van de werkagenda is daar zoveel mogelijk rekening mee gehouden.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 22

3.1

Werk en inkomen

Doelstellingen 2040 1. Werkplekken zijn – waar het beroep het toelaat – digitaal, fysiek, sociaal toegankelijk en er is ­passende ondersteuning om te kunnen werken. Werkgevers ervaren geen belemmeringen om mensen met een beperking aan te nemen. 2. Bij veranderingen in het werk als gevolg van iemands beperking, komt de bestaanszekerheid niet in gevaar. Bijvoorbeeld bij meer of minder werken. 3. Werken moet lonen. Ook als je werkt naast (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid. 4. Mensen met een beperking krijgen een gelijke beloning voor gelijk werk. 5. Naasten en mantelzorgers hebben voldoende mogelijkheden om werk en zorg te combineren. 6. Ouders van kinderen met een intensieve zorgvraag, die vanwege hun zorgtaak minder.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 23

3.1.1

Verbeteren van de banenafspraak

Wat doen we al? Wetten over werken met een arbeidsbeperking: • Het kabinet heeft een wetsvoorstel ingediend (Wet banenafspraak (36.449) - Eerste Kamer der Staten-Generaal) om de banenafspraak en de quotum­regeling eenvoudiger te maken. Zodat het voor werkgevers aantrekkelijker is om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Het wetsvoorstel is in de eerste helft van 2025 behandeld en aangenomen in beide Kamers. • Ook is het kabinet nu bezig met de voorbereiding van een ander wetsvoorstel. De belangrijkste punten hiervan zijn: − de doelgroep banenafspraak wordt beperkt verbreed met mensen in de WIA en de WW die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen; − loonkostensubsidie wordt ingevoerd in de WIA en WW.

Maatregel 1: SZW stelt een langetermijnvisie voor de banenafspraak op • In de langetermijnvisie komen plannen om de banenafspraak en de bijbehorende regelingen te verbeteren. Het is hierbij belangrijk dat de ondersteuningsbehoefte van mensen met een beperking veel meer centraal komt te staan. En dat het niet meer uitmaakt welke uitkering iemand heeft of bij welke doelgroep iemand hoort voor de toe te kennen ondersteuning. Het is ook de bedoeling dat de banenafspraak en de regelingen begrijpelijker en eenvoudiger worden. • We doen dit samen met alle betrokken partijen. Het advies van het VN-comité wordt hierbij meegenomen. Tevens kijken we naar wat we kunnen leren van omringende landen. Tijdspad

2025-2030: SZW werkt de langetermijnvisie verder uit.

Uitvoering

SZW, UWV, VNG, Ieder(in), Cedris, gemeenten, werkgevers, koepels, sociale partners, belangenverenigingen, cliënten, ervaringsdeskundigen, experts en andere ministeries waar nodig.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1.

3.1.2

Bevorderen dienstverlening door gemeenten aan jongeren met afwijzing Wajong

Maatregel 1: SZW bevordert betere dienstverlening door gemeenten aan jongeren die afgewezen zijn voor de Wajong SZW stelt een plan van aanpak op voor de bestemming van middelen ten behoeve van informatie overdracht van UWV aan gemeenten, jeugdbegeleiders en -coaches, evenals voor het opzetten van arbeidsontwikkelplekken voor het ontwikkelen van arbeidsvermogen voor jongeren zonder arbeidsvermogen die zijn afgewezen voor de Wajong omdat UWV niet kan uitsluiten dat arbeidsvermogen wel ontwikkeld kan worden en werkt het plan uit. Vanaf 2027 gaat de betere dienst­verlening van start. Hierdoor krijgt deze specifieke groep jongeren de dienstverlening die nodig is om arbeidsvermogen te ontwikkelen om vervolgens te worden voorbereid op betaald werk.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 24

Tijdpad

2025-2026: SZW werkt de maatregel verder uit waarna deze per 2027 in werking treedt

Uitvoering

SZW, UWV, VNG, Cedris, sociale partners, belangenverenigingen, gemeenten, ervaringsdeskundigen en andere relevante ministeries

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1.

3.1.3

Versterken sociale infrastructuur

Wat doen we al? • Voor mensen die niet of niet direct kunnen werken bij een reguliere werkgever zijn er sociaal ontwikkelbedrijven. Als opstap naar werk, als een plek waar je in een beschutte omgeving kunt werken en als een plek waarop je kunt terugvallen als het even niet lukt bij een reguliere werkgever. • De afgelopen jaren is het aantal beschutte werkplekken aanzienlijk toegenomen, waardoor realisatie van de doelstelling steeds dichterbij komt. Zo moesten er in 2024 11.100 beschutte banen worden gerealiseerd. Eind 2024 stond de teller van het aantal werkzame personen met een geldige indicatie beschut werk op 10.619.

Maatregel 1: SZW investeert in een toekomstbestendige sociale infrastructuur • Het kabinet wil sociaal ontwikkelbedrijven ook op de lange termijn behouden als plek voor mensen voor wie werk niet vanzelfsprekend is. Daarom komt er in de periode 2025-2035 een impulsbudget beschikbaar van in totaal € 289,7 mln. Dit budget moet gemeenten ondersteunen om hun sociaal ontwikkelbedrijven toekomstbestendig in te richten. Daarnaast komt er een structurele basisfinanciering voor de bedrijfskosten van sociaal ontwikkelbedrijven. Deze basisfinanciering bedraagt € 19,8 mln. in 2025 en loopt op naar € 35,9 mln. in de structurele situatie vanaf 2035. In 2025 start daarnaast een ondersteuningsprogramma voor gemeenten. Tijdspad

2025-2028, 2025-2034 en structureel: het ondersteunings­ programma loopt tot en met 2028. Het impulsbudget is tot en met 2034 beschikbaar en de basisfinanciering is structureel.

Uitvoering

SZW, VNG, Cedris, Divosa, gemeenten, sociaal ontwikkelbedrijven, reguliere werkgevers, sociale partners, onderwijskoepels, cliënten, ervaringsdeskundigen, experts en andere ministeries waar nodig.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1.

Maatregel 2: SZW stimuleert beschut werk • Om beschut werk te bevorderen, is het budget voor beschut werk vanaf 2024 met € 2.157 per plek verhoogd. Dit komt neer op een structurele investering van circa € 65 mln. per jaar. • Vanaf 2025 worden er middelen beschikbaar gesteld om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij beschut werk te verbeteren. Het voornemen is om voor beschut werk een forfaitaire LKS in te voeren. Dit betekent dat de loonwaardemetingen bij beschut werk worden afgeschaft en er standaard een vaste vergoeding voor de gemiste loonwaarde wordt uitgekeerd. In 2025 is voor deze maatregel € 34,3 mln. uitgetrokken. Dit extra budget loopt op naar € 90 mln. structureel.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 25

• De verbeteragenda beschut werk wordt opgesteld. In deze agenda worden maatregelen ­uitgewerkt om beschut werk verder te verbeteren en te vereenvoudigen. Tijdspad

• Structureel: het betreft structurele investeringen. • Uiterlijk najaar 2025: publicatie verbeteragenda.

Uitvoering

SZW, VNG, Cedris, Divosa, gemeenten, sociaal ontwikkel­bedrijven, reguliere werkgevers, sociale partners, onderwijskoepels, cliënten, ervaringsdeskundigen, experts en andere ministeries waar nodig.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1.

3.1.4

Structurele inzet IPS voor mensen met psychische aandoeningen

Wat doen we al? • Om meer mensen met psychische aandoeningen die dat willen naar betaald werk toe te leiden stimuleert SZW de inzet van de door de ggz ontwikkelde, bewezen effectieve re-integratie­methode Individuele Plaatsing en Steun. Hiervoor zijn tot en met 2025 middelen beschikbaar. • Samenwerking tussen ggz, gemeenten en UWV is daarvoor onmisbaar. Die samenwerking krijgt op landelijk niveau bestuurlijk vorm via het convenant Sterk door Werk, waarin alle betrokken partijen (zoals VNG, Nederlandse ggz, UWV, MIND, AWVN) zich verenigen. • Hoofdzaak Werk is het bijbehorende, door SZW en VWS samen gesubsidieerde, uitvoeringsproject dat op regionaal niveau zorgt voor operationele samenwerking tussen ggz-instellingen, g­ emeenten en UWV.

Maatregel 1: SZW realiseert structurele financiering IPS voor gemeenten • In de Voorjaarsnota 2025 is afgesproken dat er voor de gemeentelijke doelgroep structureel middelen beschikbaar komen. • De tijdelijke, eind 2025 aflopende IPS-regeling voor de gemeentelijke doelgroep wordt met in principe één jaar verlengd, dat wil zeggen tot en met 2026. • In overleg met onze partners werken we de vormgeving van de structurele regeling vanaf 2027 uit. Tijdpad

Verlenging huidige regeling: najaar 2025. Vormgeven structurele regeling: najaar 2025 en 2026.

Uitvoering

SZW, in overleg met uitvoerende partners zoals VNG, Divosa, Nederlandse ggz, UWV.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en Inkomen, doelstelling 1.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 26

Maatregel 2: Borgen van de opgebouwde samenwerking tussen de sectoren ­­GGZ-Werk & Inkomen Het project Hoofdzaak Werk loopt eind 2026 af. De in dat kader opgebouwde samenwerking tussen ggz-instellingen, gemeenten en UWV wordt in 2026 door het project zelf geborgd in duurzame infrastructuren die door SZW (denk aan de hervorming van de arbeidsmarkt­infrastructuur) en VWS (IZA/AZWA) worden ontwikkeld/ondersteund. Tijdpad

2026

Uitvoering

Project Hoofdzaak Werk, in samenwerking met SZW en VWS.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en Inkomen, doelstelling 1.

3.1.5

Inkomensregelingen

Wat doen we al? • De huidige inrichting van de sociale zekerheid biedt voor mensen met een beperking o ­ nvoldoende houvast en zekerheid zowel financieel als op het gebied van vervoer, werkplek­aanpassingen en behoud van indicaties. Zij wisselen regelmatig tussen uitkering en werk of combineren werk met een uitkering. • Met het programma Participatiewet in Balans verandert het kabinet de Participatiewet zodanig dat mensen zo veel mogelijk kunnen meedoen in de samenleving. Bij voorkeur via betaald werk. Lukt betaald werk niet of slechts gedeeltelijk, tijdelijk, of pas op de lange termijn? Dan is er een vangnet nodig waar op kan worden teruggevallen. Zodat iedereen genoeg inkomen heeft om van te leven. De uitvoerende professional kijkt dan altijd naar wat mensen kunnen bijdragen en welke ­ondersteuning daarbij nodig is. • Momenteel lopen er meerdere programma’s en beleidsinitiatieven die hiermee te maken hebben. Zoals de onafhankelijke commissie toekomst arbeidsongeschiktheidsstelsel (Octas), Meerkosten – rapport Nibud en vervolgtraject, VIM (Vereenvoudiging Inkomensondersteuning Mensen) en verlaging eigen risico Zwv (Zorgverzekeringswet).

Maatregel 1: SZW zet zich in voor voldoende inkomen voor mensen die niet kunnen werken (mensen zonder arbeidsvermogen) Om meer zekerheid over (toekomstig) inkomen en meer grip op de toekomst te geven doen we het volgende: • We onderzoeken hoe wij mensen die nu niet kunnen werken, kunnen helpen in hun ­bestaanszekerheid en deelname aan de samenleving. • We doen dit voor: − Mensen die nu een uitkering krijgen maar niet kunnen werken. − Mensen die geen uitkering krijgen (deze mensen noemen we niet-uitkeringsgerechtigden (NUGgers)) en niet kunnen werken. • We kijken of deze mensen minder afhankelijk kunnen zijn van bijvoorbeeld ander inkomen. Of (fiscaal) vermogen in het huishouden. • We onderzoeken of het mogelijk is om de verplichtingen vanuit de Participatiewet te herijken. Daarbij kijken we naar mogelijkheden om mensen die niet kunnen werken en nu een uitkering uit de Participatiewet ontvangen, buiten het regime van de bijstand te ondersteunen.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 27

SZW doet dit binnen het traject Participatiewet in Balans (Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 330). Dit programma kent meerdere sporen, gericht op zowel de korte als langere termijn. Tijdspad

2025 - 2030: door vertalen beleidsopties naar een eventuele wetswijziging.

Uitvoering

SZW, UWV, VNG en gemeenten, werkgevers, koepels, sociale partners, belangenverenigingen, cliënten/ervaringsdeskundigen, experts en andere ministeries waar nodig.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 2 en 3.

Maatregel 2: SZW zet zich in voor voldoende inkomen voor mensen die weinig uren kunnen werken (urenbeperking) In het wetsvoorstel Participatiewet in balans, dat op 22 april door de Tweede Kamer (Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 330.) is aangenomen, zitten veel maatregelen die de combinatie van werk en uitkering makkelijker maken (bijv. automatisch verrekenen, het bufferbudget en ­verruiming van arbeidsinkomsten). De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2026. In de fundamentele herziening van de Participatiewet (spoor 2 traject Participatiewet in balans) worden opties in kaart gebracht die ervoor zorgen dat het combineren van inkomen met een uitkering verder kan worden verbeterd. We onderzoeken de problemen die mensen met een uitkering en die weinig uren kunnen werken hebben. Bijvoorbeeld door medische urenbeperking van mensen met een beperking of chronische ziekte(n). Waarom? Omdat ze minder uren kunnen werken is het inkomen uit werk voor deze mensen te weinig om van te leven. Zo blijven ze afhankelijk van aanvullende bijstand, toeslagen en verschillende regelingen. Deze maatregel geeft meer zekerheid over financiële bestaanszekerheid, over (toekomstig) inkomen en mede daardoor meer grip op de toekomst. Tijdspad

• 2025: start onderzoek aanvulling bij urenbeperking • 2025 – 2030: In kaart brengen van de beleidsopties en mogelijk doorvertalen naar een wetsvoorstel.

Uitvoering

SZW, UWV, VNG en gemeenten, werkgevers, koepels, sociale partners, belangenverenigingen, cliënten/ervaringsdeskundigen, experts en andere ministeries waar nodig.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 2 en 3.

Maatregel 3: SZW past het stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid aan • We willen de regelingen verbeteren voor mensen die ziek en arbeidsongeschikt zijn. SZW kijkt naar de duidelijkheid en opbouw van de regelingen. Dit is een van de aanbevelingen van de Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (OCTAS) van 29 februari 2024. • We willen de complexiteit in regelgeving verminderen. Dit doen we door te zorgen voor minder en duidelijke regelingen. Zo worden de regelingen beter uitvoerbaar. • We beginnen met de Wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 28

Tijdspad

• 2025: delen pakket aan maatregelen met de Tweede Kamer. • Vanaf tweede helft 2025: verder uitwerken van de maatregelen.

Uitvoering

SZW, UWV, VNG en gemeenten, werkgevers, koepels, sociale partners, belangenverenigingen, cliënten/ervaringsdeskundigen, experts.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 2 en 3.

Maatregel 4: VWS, Financiën en SZW verkennen het verbeteren van de aftrek specifieke zorgkosten zodat deze inkomensondersteuning beter terecht komt bij mensen met een beperking De aftrek specifieke zorgkosten is een fiscale regeling om zorgkosten af te trekken van de belasting. In 2022 is de regeling negatief geëvalueerd. Een projectteam van VWS, SZW, Financiën en de Belastingdienst onderzoekt momenteel of: • We de regeling kunnen verbeteren en gerichter kunnen maken. • Er alternatieven zijn voor deze regeling. We beschrijven de mogelijkheden in dit traject in een rapport. Tijdspad

2025: verzending kabinetsreactie.

Uitvoering

VWS, FIN en SZW

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 2 en 6.

Maatregel 5: VWS en SZW maken een overzicht van regelingen gericht op inkomensondersteuning voor mensen met een chronische ziekte en/of beperking We maken een overzicht van alle inkomensondersteunende regelingen, waarvan mensen met een beperking gebruik kunnen maken. Daarna bepalen we welke vervolgstappen en welk aanvullend beleid nodig is, om te kijken hoe regelingen kunnen worden verbeterd, zodat ze voldoende geld overhouden om mee te doen aan de samenleving en om ervoor te zorgen dat de bestaande ­inkomensondersteuning ook daadwerkelijk bij mensen waarvoor de regeling bedoeld is, de mensen met een beperking, terechtkomt. Tijdspad

2025: bespreken overzicht van alle inkomensondersteunende regelingen en het voorstel voor het vervolg in het Topberaad Inkomensondersteuning.

Uitvoering

VWS, SVB, UWV, VNG en Divosa.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 2 en 6.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 29

3.1.6

Werkvoorzieningen

Wat doen we al? UWV en gemeenten zorgen voor werkvoorzieningen. Hiermee helpen ze werkenden met een beperking. Voorbeelden hiervan zijn: • Vervoersvoorzieningen, zodat mensen naar en van het werk kunnen reizen. • Werkaanpassingen, zodat mensen het werk kunnen doen. • Jobcoaching, zodat mensen hulp krijgen bij hun werk.

Maatregel 1: SZW bekijkt hoe werkwijzen en voorwaarden van aanvraagprocessen voor werkvoorzieningen landelijk meer bij elkaar aan kunnen sluiten • Er zijn veel hulpmiddelen, regelingen en andere vormen van hulp om werkplekken toegankelijk te maken. Werkwijzen en voorwaarden van aanvraagprocessen tussen gemeenten onderling en gemeenten en UWV zijn niet gelijk. Werkgevers en werknemers ervaren het regelen hiervan in sommige gevallen als een last. We bekijken hoe we de verschillen in beleid kunnen v­ erkleinen tussen gemeenten onderling. En tussen gemeenten en UWV. • Dit is onderdeel van het tweede spoor van het programma Participatiewet in balans. Tijdspad

2025

Uitvoering

SZW, cliënten/ervaringsdeskundigen, experts, UWV, VNG en gemeenten, werkgevers, koepels, belangenverenigingen en regionale Werkcentra.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1.

Maatregel 2: SZW werkt aan het wegnemen van knelpunten van het instrument jobcoaching UWV werkt aan het wegnemen van knelpunten en het verder verbeteren van het instrument jobcoaching. Op de langere termijn onderzoekt UWV de behoefte (en mate) aan begeleiding via jobcoaching. Tijdspad

• 2025: UWV onderzoekt het inkoopbeleid van jobcoaching. En maakt formulieren en brieven duidelijker. Ook start de verkenning naar het verkleinen van verschillen tussen beleid van gemeenten onderling, en tussen gemeenten en UWV. • 2026: Na afronding van de verkenningen wordt bepaald wat de mogelijke vervolgstappen worden.

Uitvoering

SZW werkt samen met cliënten/ervaringsdeskundigen, experts, UWV, VNG en gemeenten, werkgevers, koepels en belangenverenigingen.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 30

Maatregel 3: SZW werkt aan het vereenvoudigen en versnellen van aanvraagprocessen van werkvoorzieningen Dit doen we om werkgevers en werknemers met een beperking te ondersteunen bij het (sneller) toegankelijk maken van werkplekken. Werkgevers en werknemers ervaren dat het lang duurt voor benodigde hulpmiddelen beschikbaar zijn voor de medewerker die ze nodig heeft. We onderzoeken of aanvragen van werkvoorzieningen sneller en of makkelijker kunnen. Wanneer je wisselt van baan of werkgever, kijken we of gemeenten en UWV sneller een (tijdelijke) werkvoorziening kunnen geven. Of dat de toegekende werkvoorziening meegenomen kan worden. Tijdspad

• 2025: onderzoeken of er mogelijkheden zijn om het proces van aanvragen van • werkvoorzieningen makkelijker te maken/ te versnellen. • 2026: na afronding van de verkenning wordt mede aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek bepaald wat de mogelijke vervolgstappen worden.

Uitvoering

SZW werkt samen met cliënten/ervaringsdeskundigen, experts, UWV, VNG en gemeenten, werkgevers, koepels en belangenverenigingen.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1.

Maatregel 4: SZW bekijkt hoe knelpunten opgelost kunnen worden bij het treffen van werkvoorzieningen voor jongeren op een leerwerktraject We onderzoeken de knelpunten binnen de Participatiewet bij het regelen van werkvoorzieningen voor jongeren met een beperking. Deze jongeren willen werken combineren met een erkende opleiding, zoals een beroepsbegeleidende leerweg in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) of een duale opleiding in het hoger beroepsonderwijs (hbo) of universiteit. Zo stimuleren we de ­ontwikkeling van jongeren via duale vormen van werken en leren. Zodat zij hun baankansen kunnen vergroten. Tijdspad

2025

Uitvoering

SZW werkt voor het onderzoek samen met OCW, UWV, VNG, MBO Raad, Vereniging Hogescholen, Universiteiten van Nederland en vertegenwoordigers van studenten.

Draagt bij aan doelstelling

Werk en inkomen, doelstelling 1.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Werkagenda 1 2025-2030 | 31

3.1.7

Zelfstandig ondernemers

Wat doen we al? • Gemeenten helpen startende zelfstandig ondernemers. Bijvoorbeeld met een Zelfstandigenloket. Ook ondernemers met een beperking kunnen hier gebruik van maken. Deze hulp hoort bij het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (hierna: Bbz). • UWV helpt startende zelfstandig ondernemers met een beperking vanuit werk of een uitkering, bijvoorbeeld met voorzieningen. Deze hulp hoort bij de WIA en de Wajong.

Maatregel 1: SZW versterkt de ondersteuning aan zelfstandig ondernemers • We geven in beleid en uitvoering meer aandacht aan mensen met een beperking die zelfstandig ondernemer (willen) zijn. Ook mensen met een beperking moeten kunnen ondernemen. Met aanspraak op voorzieningen en een vangnet waar ze op terug kunnen vallen. • We voeren samen met UWV een onderzoek uit naar de ondersteuningsbehoefte bij zelfstandig ondernemerschap van mensen met een beperking. De uitkomsten van dit onderzoek zullen worden benut om de dienstverlening naar zelfstandig ondernemerschap voor mensen met een beperking te verbeteren. Gemeenten kunnen straks ook gebruik maken van de kennis uit deze onderzoeken. • UWV bekijkt de problemen en de mogelijkheden voor modernisering of vereenvoudiging van de vervoersvoorziening. Daarin kijkt UWV ook naar de problemen die zelfstandig ondernemers hebben met de vervoersvoorziening. Aan de hand van de uitkomsten bekijkt UWV welke ­problemen ze (samen met anderen) kunnen oplossen. • Daarnaast werken we aan een toegankelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle ­zelfstandigen. Deze verzekering, de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (hierna: BAZ) is verplicht voor alle zelfstandig ondernemers die winst uit de onderneming hebben en betaalbaar.

Onderdeel van deze verzekering is het beschikbaar stellen van voorzieningen voor mensen die bij de start als zelfstandige nog geen beperking hebben, maar tijdens hun werk als zelfstandige een beperking krijgen. Tijdspad

• 2025: uitvoeren onderzoek, versturen wetsvoorstel BAZ naar de Tweede Kamer. • 2026: vaststellen mogelijke vervolgaanpak op basis van bovenstaand onderzoek.

Uitvoering

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16052075/1