Bijlage 1 - Woonzorgvisie
Tekst van het document
Kwaliteitseisen nieuwbouw • We actualiseren de eisen (2019) en willen hierbij zo veel mogelijk uitgaan uit van de landelijke NEN-9120 normen die in februari 2025 zijn gepubliceerd. • We willen deze NEN-normen in eerste instantie toepassen voor zorggeschikte woningen en gaan daarover in gesprek met ontwikkelende partijen.
Monitoring De opgave is bepaald met de kennis van nu. De uiteenlopende scenario’s in het provinciale woonzorgbehoefteonderzoek laten zien wat de onzekerheden zijn. We monitoren daarom de woonzorgopgave per aandachtsgroep, zodat we tijdig in de bouwplanning kunnen bijsturen. Voor de monitoring sluiten we aan bij de bestaande planning & controlcyclus. Zo nemen we in de jaarrapportage de realisatie van nultredenwoningen en woonzorgwoningen op. De ontwikkeling en voortgang van nieuwbouw voor aandachtsgroepen nemen we mee in de jaarlijkse monitoring via bestaande middelen, zoals de P&C-cyclus. Zo willen we in de behoefte voorzien en tegelijkertijd voorkomen dat er een overmaat wordt gebouwd van bepaalde woonvormen. Afspraken over huisvesting van aandachtsgroepen in de bestaande woningvoorraad, in de praktijk in sociale huurwoningen, worden meegenomen in de jaarlijkse evaluaties van de prestatieafspraken met Woonin en de huurders van Woonin.
40
Woonzorgvisie 2025-2030
Evenwichtige verdeling We kiezen voor gelijkheid en een evenwichtige verdeling, in nieuwbouw en in de bestaande sociale huurwoningen voor de aandachtsgroepen én de reguliere woningzoekenden. Immers, ieders woonbehoefte is in de huidige markt urgent. Zoals eerder aangegeven zijn er, als actualisatie van de Woondeal in de regio Utrecht, afspraken gemaakt over de aanpak en evenwichtige verdeling van ouderen en aandachtsgroepen. Op 18 maart 2025 heeft het college hierover een positief besluit genomen. We houden op voorhand rekening met deze afspraken. Gemeente Houten wil voor iedereen een passend, duurzaam en betaalbaar (t)huis, dat voldoet aan de woonbehoeften en wanneer nodig de zorgbehoeften. De woningvoorraad moet daarvoor aansluiten bij de wensen van bewoners nu en in de toekomst. Dit vraagt om voldoende toegankelijke, duurzame, toekomstbestendige en betaalbare woningen en om flexibiliteit in het woningbouwprogramma. Ook binnen de nieuwbouw is het uitgangspunt een evenwichtige verdeling. Dat sluit goed aan bij de woonwensen van ouderen. De meesten willen graag in Houten blijven wonen, maar niet per se in de eigen buurt of wijk. Naast woningen voor de genoemde aandachtsgroepen vraagt dit ook om passende woningen voor oudere huishoudens met hogere inkomens.
Bij de uitbreidings- en inbreidingslocaties zal ingezet moeten worden op de realisatie van nultredenwoningen, geclusterde woonvormen en zorggeschikte woningen.
Woningtoewijzing De schaarste en woningverdeling van de sociale huur voor aandachtsgroepen worden via de huisvestingsverordening en de urgentieregeling verdeeld. Een prestatieafspraak is dat maximaal 30% van de sociale huur aan aandachtsgroepen via urgentie kan worden toegewezen. In 2023 zijn in totaal 247 sociale huurwoningen vrijgekomen. Op dit moment wordt hieraan voldaan. Met de toevoeging van 1.550 sociale huurwoningen zal de woningvoorraad met ongeveer 30% toenemen evenals het jaarlijkse aantal vrijkomende sociale huurwoningen. Dit geeft voldoende ruimte om enige toename van de woonbehoefte uit instellingen te faciliteren (38 woningen) evenals de prognose van woonbehoefte van statushouders (32 tot 64 woningen). Terwijl er ook voldoende woonruimte beschikbaar komt voor reguliere woningzoekenden (70% van de vrijkomende woningen). Passend wonen voor ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking willen we bevorderen met het gericht toewijzen van (nieuwe/geclusterde) nultredenwoningen met een maximale afstand tot centra van winkels en voorzieningen van 400 à 500 meter hemelsbreed.
Woonzorgvisie 2025-2030
41
Verder gaan we, geïnspireerd door de ervaringen in buurgemeente Nieuwegein, werken met het concept van WonenPlus in de woningtoewijzing. Hiermee faciliteren we voor ouderen het langer zelfstandig thuis wonen door mogelijk te maken dat ze dichtbij voorzieningen wonen en in een appartementencomplex waarbij zorg en aandacht voor elkaar wordt gefaciliteerd.
Aandacht voor de woonomgeving Daarnaast moet er aandacht zijn voor de woonomgeving en het versterken van de sociale basis voor de gemeenschap. Inwoners moeten kunnen wonen in een fijne buurt, binnen een evenwichtige sterke zorgzame gemeenschap waar ruimte is voor ontmoeting, sport en cultuur. Waar mensen naar elkaar omkijken en op een plek wonen met voldoende (met openbaar vervoer bereikbare) passende (zorg)voorzieningen in de nabijheid, zoals arts, apotheek en supermarkt. Daarbij is er een belang van voldoende ontmoetings- en gezondheidscentra waar informele zorg (vrijwillige inzet en mantelzorg) geboden kan worden, waar sociale netwerken zijn en waar professionele ondersteuning, begeleiding en zorg kan komen indien nodig. We hebben hiervoor voorkeursgebieden onderscheiden voor de nieuwbouw van geclusterde woningen en zorggeschikte woningen. Zie de kaart in hoofdstuk 2, paragraaf 2.3.
Foto: Woonin
42
Woonzorgvisie 2025-2030
Voor de sociale basis van de gemeenschap willen we verder: • Zoveel mogelijk inzetten op het mixen van leeftijden (jong en oud) en mensen met en zonder een zorg of begeleidingsvraag (gemengde woonvormen). • Aandacht voor de ruimtelijke inrichting rondom een wooncomplex, d.w.z. een toegankelijke omgeving die rollator- en rolstoelvriendelijk is: zonder opstap, trappen, hoge stoep. Zodat iemand ook daadwerkelijk, zonder obstakels, de voorzieningen in nabijheid kan bereiken. Dit is ook van toepassing op mensen met kinderwagens, boodschappentrolleys, visuele beperkingen etc. • Bij nieuwbouw van geclusterde of zorggeschikte woningen een fysieke ontmoetingsruimte met een wijkfunctie realiseren, afhankelijk van wat de behoeften zijn op buurtniveau en in hoeverre er bestaande ruimten in de nabijheid beter benut kunnen worden.
Woonzorgvisie 2025-2030
43
• In de omgevingsvisie en het programma Bouwen voor Houten rekening houden met de inrichting van de openbare ruimte. Hierbij sluiten we aan bij het handboek inrichting openbare ruimte dat in januari 2025 is geactualiseerd. • Aandachtsgroepen spreiden in wijken en kernen en de sociale cohesie versterken, met de kanttekening dat clustering van aandachtsgroepen ook juist een oplossing kan zijn voor het efficiënter inzetten van zorgpersoneel. Dit vraagt dus om een afweging per situatie.
Inwonersinitiatieven We willen inwonersinitiatieven voor de collectieve bouw van nultredenwoningen of geclusterde woningen ondersteunen en faciliteren. Daarvoor willen de communicatie met de gemeente makkelijker maken, bijvoorbeeld met één vast gemeentelijk contactpersoon voor ruimtelijke inwonersinitiatieven. In Houten bestaat een aantal inwonersinitiatieven die via Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) woningen willen realiseren, zoals: Knarrenhof en Bezield Wonen. Het is de taak van de gemeente om ontwikkelaars en deze partijen te koppelen.
Inzet professionele en vrijwillige zorg De samenwerking tussen professionele en vrijwillige zorg is essentieel waarbij kennis uitgewisseld wordt en, complementair aan elkaar, ondersteuning en zorg geboden kan worden bij het (langer) zelfstandig wonen van aandachtsgroepen. We willen de bestaande samenwerking in Zorg in Houten en DuurSaam behouden.
44
Woonzorgvisie 2025-2030
3.3 Kansen en uitdagingen voor de nieuwbouw Met de Woonvisie is al vastgesteld dat we vooral gelijkvloers gaan bouwen voor met name startende bewoners, ouderen en specifieke aandachtsgroepen. Uit hoofdstuk 2 van deze Woonzorgvisie is vervolgens gebleken dat er met name voor ouderen sprake is van een omvangrijke woningbouwopgave. Per categorie woningen verschillen de kansen en uitdagingen. Nultredenwoningen: De gemeente hanteert als uitgangspunt voor de circa 3.000 geprognostiseerde nieuwbouwappartementen dat deze van een lift worden voorzien, tenzij deze specifiek voor starters worden gebouwd. Op deze wijze wordt de nieuwbouwopgave van 1.500 nultredenwoningen ruimschoots gehaald. Geclusterde woonvormen: Ten opzichte van nultredenwoningen zijn er per woning gerekend beperkte meerkosten. Die hebben vooral betrekking op een gemeenschappelijke ruimte. Het vinden van de juiste locaties is wel een uitdaging. In een straal van 500 meter rond de bestaande centra zijn er op korte termijn met name kansen in het Centrum en een gedeelte van De Molenzoom. Op langere termijn zijn er, afhankelijk van de gekozen variant, mogelijkheden in Houten-Oost. De nieuwbouwopgave voor geclusterde woonvormen zou op deze manier redelijk evenredig kunnen worden verdeeld over woningbouwprojecten in het bestaande dorp binnen de rondweg en Houten-Oost.
Zoals gesteld is buiten de lijntjes denken nodig om de aantallen te halen. Zo is het voor bijvoorbeeld hofjeswonen voorstelbaar dat voor deze woonvorm ook locaties op grotere afstand van de voorzieningencentra prima geschikt zijn. Onderlinge hulpvaardigheid en veel sociaal contact kan dan een compensatie zijn voor een grotere afstand tot de centra. Onder de Houtense ouderen is dit de populairste woonvorm in alle leeftijdscategorieën boven de 50 jaar. In het onderzoek naar de woonbehoeften van inwoners van vijftig jaar en ouder in Houten is gevraagd in wat voor woning men het liefste zou willen wonen als men in de toekomst minder mobiel wordt. Meer dan de helft van de 50+ inwoners in Houten woont in dat geval het liefst in een levensloopbestendige woning. Evenzo wil meer dan de helft dan het liefst in een modern hofje wonen. De jongere ouderen en de ouderen in de hogere leeftijdsgroepen zijn hierin opvallend eensgezind. Zorggeschikte woningen: De realisatie van zorggeschikte woningen is uitdagend. Voor nieuwbouw wordt vooral naar locaties in de nabijheid van bestaande zorgcentra gezocht. Dan zijn er slechts een beperkt aantal locaties waar deze gebouwd kunnen worden: in het centrum in de nabijheid van Het Haltna huis, in de Molenzoom in de nabijheid van Het Houtens Erf.
Woonzorgvisie 2025-2030
45
Aangezien deze locaties dicht bij het spoor liggen speelt hier ook de externe veiligheid in relatie tot de zelfredzaamheid van bewoners een rol. Als het nabijheidscriterium losgelaten kan worden, zijn er meer ruimtelijke mogelijkheden. Dan is het wel een open vraag hoe efficiënte geclusterde zorg georganiseerd kan worden en welke voorzieningen er voor de bewoners bereikbaar zijn. Daarnaast zijn zorggeschikte woningen duurder om de bouwen dan ‘gewone’ nultredenwoningen. Denk aan een ontmoetingsruimte, een scootmobielstalling en een ‘Wmo proof’ combinatie van badkamer en toilet. Een aandachtspunt is ook dat, met het scheiden van wonen en zorg, de woningen zullen worden gebouwd en beheerd door een woningcorporatie (in Houten Woonin) of een belegger en de zorg door een zorgorganisatie wordt geleverd. De eisen die een zorgorganisatie stelt aan de zorggeschiktheid van de woningen matchen op voorhand niet met het programma van eisen van de corporatie of belegger. Voor laatstgenoemden is de waardeontwikkeling van vastgoed op termijn, en een brede inzetbaarheid voor uiteenlopende aandachtsgroepen van belang.
In het uitvoeringsprogramma in hoofdstuk 4 beschrijven we hoe we de kansen willen verzilveren en om willen gaan met de uitdagingen.
Foto: Woonin
46
Woonzorgvisie 2025-2030
4. HOE GAAN WE DIT REALISEREN? DE UITVOERING
4.1. Gemeentelijk thematisch uitvoeringsprogramma In dit hoofdstuk werken we het gemeentelijk uitvoeringsprogramma thematisch uit. We nemen actief de regie, en geven aan welke instrumenten we hierbij in willen zetten en welke acties we zelf (mede) initiëren. Beschreven is ook welke samenwerking hiervoor noodzakelijk is en welke financiële mogelijkheden we zien. We hebben kort samengevat hoe onze samenwerkingspartners bij deze Woonzorgvisie en de uitvoering betrokken zijn. We realiseren ons dat er nog wel een nadere uitwerking nodig is waarin we het uitvoeringsprogramma meer concreet maken. Met bij de voorgenomen acties een tijdsplanning, de organisatie die trekker is en waar nodig en zo mogelijk een budget of personele capaciteit. Hiervoor is verder overleg met onze samenwerkingspartners nodig, alsmede verdere afstemming binnen de gemeentelijke organisatie. Zodra de Woonzorgvisie door de raad is vastgesteld (naar verwachting in juni 2025) gaan we hiermee verder. We streven ernaar dat het college in 2025 een verder uitgewerkt uitvoeringsprogramma vaststelt.
Woonzorgvisie 2025-2030
47
4.2. Het actief regie nemen op Wonen en Zorg in Houten • We gaan alle nog te benutten ruimtelijke locaties in beeld brengen en bekijken welke mogelijkheden deze locaties bieden voor de huisvesting van aandachtsgroepen. We kijken vooral waar in de komende jaren bouwmogelijkheden zijn voor geclusterde woningen en zorggeschikte woningen voor ouderen. We kijken zowel naar sloop/nieuwbouw als transformatie van bestaand vastgoed naar woningen. Deze ambitie moet gaan landen in de verschillende gebiedsvisies die vanaf het najaar van 2024 worden uitgewerkt. Binnen de gebiedsvisies wordt bekeken welke ontwikkelplots (meerdere gebouwen in samenhang ontwikkeld) het meest geschikt zijn. Daar landt de woonzorgopgave als eerste. • We gaan verder in gesprek met betrokken zorgaanbieders over een nadere duiding van benodigde aantallen in hoofdstuk 2, welke woonbehoefte de doelgroep heeft en in hoeverre het huidige aanbod aansluit bij de toekomstige behoefte aan huisvesting. • We werken aan gezamenlijke afspraken tussen regiogemeenten, corporaties en zorgorganisaties over de opgaven op het gebied van wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid, om voldoende woningen en zorg en ondersteuning te borgen. • Op korte termijn (start bouw binnen circa 3 jaar), tot 2030, zien we kansen in Molenzoom, Centrum en de Koppeling (CMK).
We gaan in gesprek met partijen die hier grondposities hebben en willen ontwikkelen. En we kijken hoe en waar we eigen grondposities kunnen inzetten. Zo verkennen we de mogelijkheden. In het programma Bouwen voor Houten zijn de geplande acties voor CMK in de tijd uitgezet. In de concept gebiedsvisie CMK zijn de ontwikkellocaties opgenomen. Daarnaast zien we ook ontwikkellocaties voor geclusterd wonen die niet helemaal voldoen aan het afstandscriterium maar wellicht toch de moeite waard zijn om goed naar te kijken. Bij woningbouwontwikkelingen gaat de initiatiefnemer uiteraard in gesprek met de van toepassing zijnde belangenpartijen zoals bewoners, omwonenden en de nieuwe gebruikers (conform de leidraad omgevingsinitiatieven). • We spannen ons in om bij nieuw te realiseren woonzorgeenheden (in nieuwe of bestaande zorgcomplexen) een aantal (of percentage) woonzorgeenheden te realiseren die toegankelijk is voor mensen met een lager dan middeninkomen. Voor zorggeschikt wonen koersen we op ongeveer de helft sociale huur (185 nieuwbouwwoningen). • In 2026 is helder op welke locatie we een tweede gemengde woonvorm kunnen realiseren waarbij sprake is van een mix van mensen met en zonder psychische en/of lichamelijke beperking. Dit bereiden we voor in samenwerking met betrokken zorgorganisaties en Woonin.
Hiervoor maken we, in samenwerking met Woonin en Lister, een scan van de mogelijkheden in bestaand vastgoed.
48
Woonzorgvisie 2025-2030
• Verkennen van de mogelijkheid een vast contactpersoon voor ruimtelijke inwonersinitiatieven te realiseren. • De actualisering van het beleid voor huisvesting van arbeidsmigranten willen we als onderdeel van de omgevingsvisie oppakken, in samenhang met visievorming voor het buitengebied (Agenda buitengebied). Met de Agenda Buitengebied willen we dat ons toekomstige woningaanbod zoveel mogelijk aansluit op de behoefte van extra woningen en voldoen aan de nationale en provinciale afspraken. Onze ambitie is een divers woningaanbod voor in ieder geval de huidige bewoners van het buitengebied. Het moet qua maat en schaal passen bij het dorpse karakter van het buitengebied.
Woonzorgvisie 2025-2030
49
4.3. Inzet van instrumenten Voor een effectieve regie zijn instrumenten nodig. In de Woonvisie is een aantal instrumenten opgenomen voor toekomstige nieuwbouw. De instrumenten zetten we in om betere afspraken te maken met bouwers, via anterieure overeenkomsten. We gaan de huidige instrumenten evalueren en kijken of er nieuwe instrumenten nodig zijn om onze woonzorgopgave te realiseren.
50
Woonzorgvisie 2025-2030
Grondbeleid In de op 13 februari 2024 vastgestelde ‘Nota Grondbeleid gemeente Houten’ is vastgelegd dat het grondbeleid een middel is om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van onder andere volkshuisvesting, lokale economie, klimaatadaptatie en biodiversiteit, duurzaamheid, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te verwezenlijken. Er is geen blauwdruk voor het voeren van grondbeleid die toepasbaar is op elke locatie en ten aanzien van elke gewenste ruimtelijke ontwikkeling. Deze nota grondbeleid beschrijft de beschikbare instrumenten en geeft een beleidsrichting. Vervolgens zal in een aparte strategienota per project/ gebied/initiatief worden bepaald welke rol de gemeente kan en/of moet innemen, teneinde de kans op een succesvolle realisatie van een bepaalde ruimtelijke doelstelling zo groot mogelijk te maken. We noemen dit uitgangspunt ‘situationeel grondbeleid’. Strategisch vastgoedbeleid In de ‘Visie maatschappelijk vastgoed gemeente Houten’ (juli 2023) is de hoofdambitie om gezamenlijk te bouwen aan toekomstig maatschappelijk vastgoed voor Houten. De uitdaging is om het strategisch vastgoed aan te laten sluiten bij de veranderende vraag van de samenleving. Het hebben van vastgoed is immers geen doel op zich, maar het helpt om de gemeentelijke doelstellingen te behalen.
Transformatie bestaand vastgoed Gemeentelijk vastgoed, maar ook vastgoed van stakeholders is niet altijd meer passend bij de behoefte waarvoor het vastgoed gediend heeft. Dit zien we bijvoorbeeld bij leegstaande kantoren en winkels of vrijgekomen schoollocaties. Dit vastgoed zou via transformatie in de behoefte van aandachtsgroepen kunnen voorzien of in de behoefte van een wijk als plek voor ontmoeting en zorg. We gaan onderzoeken welke rol de gemeente hierin kan spelen. Doelgroepenverordening Het nieuwbouwprogramma dat in ontwikkeling is, is een instrument waar we als gemeente relatief meer invloed op kunnen uitoefenen. Zeker als we als gemeente een grondpositie hebben. Zo willen we met ontwikkelaars en corporaties afspraken maken over passende woningen, woonzorginitiatieven of percentages voor sociale huur, waarbij we rekening kunnen houden met de locatie en benodigde voorzieningen in de omgeving. Met de Doelgroepenverordening voor sociale huur, middenhuur en betaalbare koop van de gemeente Houten (vastgesteld op 26/28 september 2023) is vastgelegd dat bij ontwikkelingen van projecten met 20 of meer woningen minimaal 66% uit sociale huur en/of middenhuur en/of betaalbare koop bestaat. Verder bestaat van de totale ontwikkeling tot 2040 in de gemeente Houten minimaal 30% uit sociale huur.
Bij uitbreiding van bestaande woonzorgcomplexen wordt maatwerk toegepast, waarbij de maatschappelijke meerwaarde voor Houten leidraad is.
Woonzorgvisie 2025-2030
51
Afwegingskader Voor nieuwe initiatieven van marktpartijen voor zorggeschikte woningen is de doelgroepenverordening van toepassing. Om deze goed te kunnen beoordelen zijn ook aanvullende criteria nodig. Daarvoor gaan we een afwegingskader opstellen. Woningsplitsing en -omzetting Als gemeente kunnen we met onze regelgeving ontwikkelingen mogelijk maken, maar ook beperken. Daarom willen we onze regelgeving rond wonen en zorg verantwoord inzetten om de ambitie waar te maken. Zo is woningsplitsing in Houten in beginsel positief, omdat er zo meer woningen worden gerealiseerd. Maar zijn er voor betaalbare woningen wel een aantal voorwaarden van toepassing die het woongenot en de leefbaarheid moeten borgen. In de komende periode zullen we in de gaten houden of onze regelgeving voldoende ruimte biedt om onze ambities te realiseren. De bestaande woonvoorraad Voor een deel van onze huisvestingopgaven voor aandachtsgroepen zullen we ook de bestaande voorraad moeten benutten, door deze anders in te zetten. In de prestatieafspraken 2024-2027 tussen Woonin, huurdersorganisatie Wooninspraak en de gemeente is vastgelegd dat maximaal 30% van de vrijgekomen sociale huurwoningen aan aandachtsgroepen wordt verhuurd zodat reguliere woningzoekenden ook kans blijven houden op een sociale huurwoning. Het herinrichten van de bestaande voorraad is een langjarige opgave.
Hier wordt al aan gewerkt en zullen we op blijven inzetten. Onder meer door afspraken met de corporatie en ondersteuning bij doorstroming door de vrijwillige wooncoaches. Netwerksamenwerking Als gemeente werken we samen met veel partners. We willen hier een actief relatiemanagement op voeren om zo, waar nodig, nieuwe samenwerkingspartners te betrekken maar ook een sterkere samenwerking te onderhouden. Dit is nodig om de woonzorgopgave goed te monitoren, maar ook om de opgave op te kunnen gaan pakken met elkaar. Een vast overlegmoment met alle betrokken partijen (zoals de corporatie, zorgorganisaties, het zorgkantoor en lokale welzijnsorganisatie) per jaar is daarvoor een goed begin. Ook kan een samenwerking op het gebied van financiering tussen woningcorporatie, zorgaanbieders, de gemeente en mogelijk nog externe partijen leiden tot meer voordelen voor iedereen.
52
Woonzorgvisie 2025-2030
4.4. Uitvoeren van concrete acties, met de gemeente als (mede) initiatiefnemer Op korte termijn ondernemen we, ten behoeve van onze ambities en aandachtspunten (zie hoofdstuk 3) met onze samenwerkingspartners, de volgende acties: • Inwoners worden gestimuleerd om nieuwe bewoners in complex en straat te verwelkomen en worden (ludieke) acties gestimuleerd. Deze is inmiddels geëvalueerd en wordt nu gekeken naar mogelijkheden voor voortzetting vanaf 2025. • Het onder de aandacht houden dat de gemeente via het Inwonersfonds (Houten Samen) initiatieven van inwoners kan ondersteunen. Via het Inwonersfonds kan een financiële bijdrage aangevraagd worden om de eigen buurt mooier, plezieriger of beter te maken: www.houten.nl/subsidies/inwonersfonds. • Met het project Welkome Wijken zetten we in op stimuleren van inclusiviteit door de inzet van opbouwwerk. • Het stimuleren van samenwerking tussen formele en informele zorg zoals in de wijk De Akkers met inwonerinitiatief De Wakkere Akker in samenwerking met van Houtenenco, Woonin, Sociaal Team Houten en ZorgSpectrum • De vrijwillige wooncoaches, ondergebracht bij vanHouten&co, adviseren op verzoek inwoners bij het comfortabel en veilig wonen. Samen met Woonin en een aantal leden uit de doelgroep (senioren) vormt de gemeente een klankbordgroep die jaarlijks een uitvoeringsplan opstelt.
• We starten in Houten met het concept WonenPlus in nieuwbouwproject LindeOord in samenwerking met ZorgSpectrum en Woonin. Met WonenPlus faciliteren we voor ouderen het langer zelfstandig thuis wonen door mogelijk te maken dat ze dichtbij voorzieningen wonen en in een appartementencomplex waarbij zorg en aandacht voor elkaar wordt gefaciliteerd. In 2025 gaan we geschikte bestaande wooncomplexen inventariseren en aanwijzen en prioriteren we in welke complexen in 2025-2026 gestart wordt met Wonen Plus.
Woonzorgvisie 2025-2030
53
4.5. Samenwerking en procesbeschrijving Op het speelveld van zowel wonen als welzijn en zorg zijn veel spelers en partijen actief. Zij vervullen een bepaalde rol, mede ingegeven door hun (wettelijke taak) en financiering of richten zich op deelsegmenten van de woon- of zorgmarkt. Tegelijkertijd zien we inwoners die willen of moeten anticiperen op toekomstige woon- en zorgbehoefte en op zoek zijn naar (integrale) oplossingen.
Afbeelding 2: Speelveld wonen, welzijn en zorg (Bron: EGM architecten i.s.m. AAG)
Omgevingsprofielen
Bewoners/ cliënten & het eigen netwerk
Zorg & services Facilitair & technologie
Zorgorganisatie
Gemeente
Vastgoed
Medewerkers & vrijwilligers Financiën
Woningcorporatie/ vastgoedondernemer
Zorgkantoor
Partijen welzijn en zorg Ondernemers
Verzekeraar
Samen met inwoners, partners en ondernemers werken we aan het toekomstbestendig maken van wonen en zorg in Houten. Hieronder geven we weer hoe we de rollen en verantwoordelijkheden zien bij de realisatie van de Woonzorgvisie. Naast een algemene duiding van de rollen lichten we het samenwerkingsproces bij de realisatie van zorggeschikte woningen uit.
54
Woonzorgvisie 2025-2030
Allen • We werken allen aan behoud, vernieuwing en bouw van betaalbare, duurzame en kwalitatieve goede woningen en een fijn thuis voor Houtenaren en woningzoekenden. • We kijken naar het bredere belang van Houten • We wisselen actief kennis en ervaringen uit. We zetten ons in diverse (strategische) netwerken in om onze ambities te bereiken: • Aansluiten bij het regulier overleg met de huurdersorganisatie, woningcorporatie en gemeente. De belangrijkste afspraken leggen we vast in de prestatieafspraken. • We sluiten aan bij een regionaal zorgvastgoednetwerk in Lekstroom. Doel is om kansen rondom zorgvastgoed meer gestructureerd en afgewogen met elkaar te verkennen en benutten. Deelnemers zijn woningcorporaties, zorgaanbieders en de gemeenten. Waar nodig stemmen we ook lokaal af.
Gemeente Houten • onze rol verandert: we nemen meer regie op de woningmarkt en krijgen hiervoor meer wettelijke bevoegdheden • regie op de samenwerking en voortgang van de Woonzorgvisie • zorg voor interne regie en samenhang op de onderdelen die raken aan de Woonzorgvisie • via gronduitgifte wegen we af en verkennen we bij eigen grond de ruimte voor woningbouwontwikkeling die bijdraagt aan de woonzorgopgave • via doelgroepen-verordening invloed op aandeel sociale huur en betaalbare woningen in nieuwbouwprogramma’s • realiseren van de woonzorgmonitor samen met de lokale partners • inzetten van het netwerk voor inzet van kennis, opleiding, ontwerpkracht en ondernemerschap • aanjagende rol: partijen bij elkaar brengen bij het ontwikkelen van woonzorgcomplexen/woonzorgconcepten. Corporatie • passende en betaalbare woningen in bestaande voorraad en nieuwbouw • verantwoordelijk voor de kwaliteit van de woningen • geclusterde woonvormen, gemengd wonen en WonenPlus • bijdrage aan leefbaarheid in wooncomplexen en buurten • samenwerking met zorg- en welzijnspartners en vastgoedpartijen.
Marktpartijen • ontwikkelaars, beleggers, makelaars, architecten • passende en betaalbare woningen realiseren in bestaande voorraad en nieuwbouw • inzicht geven in de dagelijkse praktijk van de Houtense woningmarkt • aanjagers van innovatie en nieuwe concepten toevoegen van geschikte woningen en complexen voor mensen met verminderde mobiliteit • bijdrage aan leefbaarheid in wooncomplexen • toevoegen gemeenschappelijke woonconcepten.
Woonzorgvisie 2025-2030
55
Zorgorganisaties inclusief Sociaal Team Houten • versterken wijkgerichte (in) formele zorginfrastructuur met aandacht voor de inwoners met een ondersteuningsvraag én buurtbewoners • waar nodig snel op- en afschaalbare ondersteuning en zorg • inzet voorkeursleveranciers • samenwerking in de keten en ruimte geven aan de informele zorg • samenwerking met inwoners en andere relevante (in)formele wonen-, welzijn- en zorgpartners gericht op samenwerken en aansluiten op de behoeften van inwoners van de wijk. Organisaties op het gebied van welzijn, sport en cultuur • vormgeven van steunend (in)formeel netwerk, ontmoeting en activiteiten • activeren betrokkenheid en ondersteuning inwoners en vrijwilligers • schakel tussen zelfstandig wonen, welzijn en zorg • bevorderen gezonde leefstijl • verminderen eenzaamheid • bevorderen betrokkenheid bij leefomgeving.
Zorgkantoor • inzet op meerjarig commitment op de opgave en de verdeling van zorgcapaciteit • inzet community coaching • creatieve mogelijkheden voor geclusterde woonvormen zorg door landelijk beleid bevriezing intramurale zorg • bijdrage aan de woonzorgmonitor door inzicht in zorgprognoses • zorginkoopproces verbinden met woonzorg opgave • gezamenlijke (financiële) verantwoordelijkheid voor Wonen Plus Inwoners • adviseren • informeren • ondersteunen van en omkijken naar elkaar • inbrengen van initiatieven • initiatiefgroepen voor collectief particulier opdrachtgeverschap – hofjeswonen • participeren. Regio: regiogemeenten, U10, U16 en provincie • versterken regionale woningmarkt • uitvoering Woondeal en afstemming aandachtsgroepen volkshuisvestingsprogramma’s, strategische woningprogrammering, betaalbaarheid en woonruimteverdeling • uitwisseling kennisen adviesfunctie. Rijksoverheid • Landelijke regievoerder wonen • Ontwikkelen wet- en regelgeving • Uitvoering Nationale Woon- en Bouwagenda
56
Woonzorgvisie 2025-2035
Kansen en uitdagingen in het samenwerkingsproces, bij de realisatie van zorggeschikte woningen In de woonvisie en de doelgroepenverordening is vastgelegd dat elk woningbouwproject met 20 meer woningen uit minimaal 66% betaalbare woningen bestaat (sociale huur, middeldure huur of betaalbare koop). De opgave voor zorggeschikte en geclusterde woningbouw in de woonvisie geldt voor het gehele woningbouwprogramma en kan niet op projectniveau worden afgedwongen. Daarom is het van belang om op kansrijke locaties in een vroeg stadium met ontwikkelende partijen in gesprek te gaan over de mogelijkheden. De gemeente neemt hiertoe het voortouw. De realisatie is uitdagend. Bij zorggeschikt wonen, met de ambitie van de helft sociale huur, zijn de uitdagingen het grootst. Er is een zorgorganisatie nodig die de levering van geclusterde intensieve zorg kan garanderen. Dit, samen met de behoeften van de bewoners, stelt eisen aan de woning. Deze zijn kostenverhogend en kunnen er ook toe leiden dat de woning minder aantrekkelijk is voor andere doelgroepen. Voor woningcorporaties en beleggers is van belang dat de woning ook op lange termijn nog goed verhuurbaar is. Met name voor kleine zorggeschikte appartementen wordt dit door woningcorporaties en beleggers als een probleem ervaren. Naast het realiseren van de woningen is het faciliteren van ontmoeting een uitdaging.
Ontmoeting vlakbij de woning, op bijvoorbeeld de galerij en ontmoeting op een centrale plek in een complex in een gemeenschappelijk ruimte. Om een gemeenschappelijke ruimte goed te laten functioneren dient het beheer en de programmering geregeld te zijn, dat wil zeggen, ondergebracht bij een professionele partij. Verder is bijvoorbeeld de routing belangrijk, opdat er automatisch levendigheid is. De gemeente wil bemiddelen in dit proces en zoeken naar acceptabele oplossingen. Het is belangrijk om hierbij uit te gaan van de behoeften van bewoners en dit
Woonzorgvisie 2025-2030
kan per complex verschillend zijn. Dit vraagt om vroegtijdig met betrokken partijen om tafel te gaan. De ultieme oplossing is nog niet gevonden. Er zijn wel oplossingsrichtingen. Denk aan een combinatie met geclusterde woningen, waarvoor er ook een aanzienlijke kapitaalkrachtige marktvraag is, landelijke subsidieregelingen, garanties van de zorgleverancier aan de belegger of woningcorporatie, een combinatie met buurtvoorzieningen, zowel maatschappelijk als commercieel, waarmee er zicht op extra middelen zou kunnen komen. Een variant die door marktpartijen kan worden voorgesteld is de realisatie van onzelfstandige zorggeschikte woningen. De zorg in het kader van de Wet langdurige zorg wordt dan veelal geleverd door middel van een Volledig Pakket Thuis (VPT). Nadeel van een onzelfstandige woonvorm is dat bewoners dan niet in aanmerking komen voor huurtoeslag. Voldoende toegankelijkheid voor mensen met een smalle beurs is een randvoorwaarde. Ouderen met bijvoorbeeld enkel AOW en die gebruik maken van VPT zijn afhankelijk van sociale huur. Gezien de omvang van de opgave voor zorggeschikt wonen wil de gemeente dergelijke initiatieven met een positieve grondhouding tegemoet treden, mits het initiatief voldoende sociale huurwoningen bevat. Uitgangspunt is de helft sociale huur, waarbij we wel in overleg met de initiatiefnemer per project toetsen of er voldoende gegadigden zijn.
Bovendien is bij dergelijk project (scheiden van wonen en zorg - bewoners ontvangen bijvoorbeeld Wlz zorg in de vorm van VPT en betalen zelf de huur) bij een omvang van 20 of meer woningen de doelgroepenverordening van de gemeente Houten van toepassing. Indien marktpartijen een bestaand woonzorgcomplex willen uitbreiden is de beoordeling maatwerk, waarbij de maatschappelijke meerwaarde voor Houten leidraad is.
57
4.6 Financiën en efficiënte inzet van middelen Voor de uitvoering zijn soms subsidies beschikbaar, voor bewoners en voor professionele partijen. Ook kijken we goed naar een efficiënte besteding van middelen. Financiering Voorbeelden zijn subsidies en leningen voor inwoners en bedrijven. Zo is op 13 februari 2024 de starterslening in Houten vastgesteld waarmee de gemeente Houtense jongeren van 18 tot en met 37 jaar helpt bij de financiering van een eerste koopwoning. Verder zijn er in algemene zin ook o.a. verzilverleningen die het mogelijk maken de woning toekomstbesteendig te maken. Landelijke, provinciale en regionale regelingen Om subsidies of leningen voor specifieke projecten van aandachtsgroepen te krijgen. Denk bijvoorbeeld aan de ‘Stimuleringsregeling voor Zorggeschikte Woningen’, waarmee een aanzienlijk deel van de meerkosten van nieuwbouw kan worden gecompenseerd. Het lobbyen voor deze regelingen, monitoren van het bestaan van deze regelingen en het onder de aandacht brengen van deze regelingen is een rol die we als gemeente verder willen gaan inzetten, in samenwerking met partners in de zorg en in het wonen. Innovatie in de Wmo We merken dat steeds meer inwoners gebruik maken van huishoudelijke hulp vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Een deel van deze inwoners maakt ook gebruik van wasverzorging.
58
Woonzorgvisie 2025-2030
Helaas ontstaat er door personeelstekort een wachtlijst voor huishoudelijke hulp. Hierdoor kunnen niet alle inwoners op dit moment direct geholpen worden. Met de per 1 april 2024 gestarte nieuwe was- en strijkservice kunnen thuiszorgmedewerkers de tijd die ze nu besteden aan wasverzorging inzetten voor andere inwoners die ook hulp nodig hebben. De gemeente wil zo de wachtlijst voor huishoudelijke ondersteuning verkorten. Daarnaast is het invoeren van deze meer collectieve service voor de gemeente ook een manier om kosten te besparen. Voorlichting
Hierboven hebben we gezien dat er een aantal regelingen bestaan en dat er ook mogelijk regelingen bij zullen komen of dat de mogelijkheden binnen de regelingen uitgebreid zullen worden. Op deze manier willen we mensen de kans geven om de regie op hun eigen woonsituatie te hebben en te houden. Het is van belang dat mensen op tijd nadenken en handelen om hun huis zo lang mogelijk hun thuis te laten zijn. Daarom zijn goede voorlichtingscampagnes van belang om woonfinancieringsproducten bij de juiste inwoners onder de aandacht te brengen. Zodat inwoners regie nemen over de eigen woonsituatie, maar ook welke rol zij kunnen spelen in die van een ander. Zo verwachten wij inwoners mee te krijgen in de voorliggende ambitie. Sinds begin 2022 werken wij aan het bewust maken van senioren over hun huidige en toekomstige woonsituatie. Dit doen we samen met woningcorporatie Woonin en een aantal vrijwilligers onder de titel Comfortabel wonen. De vrijwillige wooncoaches gaan op verzoek op huisbezoek om inwoners te adviseren over hun huidige woning en mogelijke aanpassingen en hen te stimuleren na te denken over hun toekomstige woonsituatie. We zetten erop in dat Comfortabel Wonen wordt voortgezet.
Woonzorgvisie 2025-2030
59
Bijlagen
60
Woonzorgvisie 2025-2030
BIJLAGE 1: Definiëring van aandachtsgroepen De Woonvisie heeft de meeste aandachtsgroepen benoemd. De Wet versterking regie volkshuisvesting benoemt heel concreet de volgende aandachtsgroepen: • Ouderen; • Mantelzorgverleners- en ontvangers; • Mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid; • Uitstromers uit intramurale zorginstellingen (maatschappelijke opvang, opvang van slachtoffers van geweld in huiselijke kring/ ‘vrouwenopvang’; opvang van slachtoffers van mensenhandel, beschermd wonen, instellingen voor klinische geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg, instellingen voor jeugdzorg) (incl. het voorzieningenaanbod zelf); • Woningzoekenden na detentie; • (Dreigend) dakloze mensen; • Stoppende sekswerkers; • Statushouders; • Arbeidsmigranten; • Studenten; • Woonwagenbewoners; De bovenstaande indeling in aandachtsgroepen wekt de indruk dat een precieze afbakening mogelijk is, alsof elk individu precies tot de ene groep behoort en niet tot een andere groep. Dat is natuurlijk niet zo. Bovendien zijn er naast de genoemde aandachtsgroepen natuurlijk nog vele andere ‘groepen’ inwoners. Deze hebben wellicht, al dan niet tijdelijk, ook ‘aandacht’ of ondersteuning nodig.
Urgentie voor bepaalde aandachtsgroepen Voor een deel van de mensen uit deze aandachtsgroepen is het verkrijgen van een woning dringend noodzakelijk. Het gaat hier om kwetsbare mensen die wegens het gebrek aan een woning ook op andere levensgebieden in de knel komen of hierdoor langer dan nodig in een instelling of de opvang verblijven. Deze moeten beschermd worden. Daarom worden deze woningzoekenden in de Huisvestingswet als verplichte urgentiecategorieën opgenomen, waarmee zij voorrang krijgen bij de toewijzing van (sociale huur)woonruimte. Dit wordt ondersteund door het provinciaal woonbehoefte-onderzoek (juni 2024).
Woonzorgvisie 2025-2030
61
De verplichte urgentiecategorieën zijn (in alfabetische volgorde): • mantelzorgers en mantelzorgontvangers • mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid die wegens ernstige en chronische medische redenen andere huisvesting nodig hebben • uitstromers uit maatschappelijke opvang • uitstromers beschermd wonen • uitstromers uit de klinische geestelijke gezondheidszorg • uitstromers vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel • uitstromers accommodaties jeugdhulp • uitstromers (jeugd)detentie en forensische zorg • uitstappende sekswerkers
In de gemeenten van de U16 is er al lange tijd een overspannen woningmarkt. Dit blijkt bijvoorbeeld uit grote tekorten aan sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen. Daarom is er in de regio een afgestemde huisvestingsverordening. Daarin staan criteria om urgentie te bepalen voor verschillende groepen. Urgentiecriteria hebben betrekking op: • dreigende dakloosheid • relatiebeëindiging • financiële omstandigheden • medische gronden • mantelzorg • volkshuisvestelijke gronden • maatschappelijke gronden • statushouders • gedupeerden van het aanbodsysteem Bij een eerstvolgende procedure voor aanpassing van de huisvestingsverordening van de gemeente Houten zullen de door het Rijk aangewezen verplichte urgentiecategorieën worden meegenomen voor zover dat tot nu toe nog niet is gebeurd.
62
Woonzorgvisie 2025-2030
Het onderstaande plaatje laat illustratief zien dat gemeenten (in het volkshuisvestingsprogramma vanaf 2026) de woonbehoefte in kaart moeten brengen. Het gaat daarbij om de totale woonbehoefte die er is, los van welke type woonruimte of prijssegmentering. De specifieke woonbehoefte van mensen uit aandachtsgroepen moet expliciet onderdeel zijn van de totale woonbehoefte, en daarbinnen weer de woonbehoefte van de verplichte categorieën urgenten.
Totale woonbehoefte
Aandachtsgroepen Urgentiegroepen
Dit is een grafische voorstelling. Naarmate de druk op de lokale en regionale woningmarkt toeneemt is het risico bij de woningtoewijzing dat het geheel aan woningzoekenden uit de aandachtsgroepen en urgentiegroepen een steeds groter gewicht krijgt ten opzichte van reguliere ‘gewone’ woningzoekenden. Dit uit zich door een gemiddelde wachttijd (inschrijfduur) voor een sociale huurwoning van 9,3 jaar (2022).
Woonzorgvisie 2025-2030
63
BIJLAGE 2: Opgaven per aandachtsgroep B 2.1.
Ouderen
Doelgroep en context Verreweg de meeste ouderen wonen zelfstandig en zijn vitaal. Lang niet alle ouderen (65-plussers) hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Veel ouderen willen wel anticiperen op mogelijke beperkingen op hogere leeftijd. Een ruime meerderheid staat ervoor open om de woning, indien nodig, levensloopbestendig te maken. Dit is een woning die geschikt is voor alle levensfasen en is meestal te herkennen aan aanpassingen die de veiligheid en toegankelijkheid verhogen, zoals brede gangen en deuren en het ontbreken van drempels en trappen. Daarnaast neemt ook drie op de tien ouderen in Houten een verhuizing in overweging. Dit leidt ertoe dat ook van de ouderen met een zorgvraag een groot deel zelfstandig woont, al dan niet met ondersteuning vanuit de wijkverpleging en het eigen sociaal netwerk.
Definitie woonvormen voor ouderen In het provinciaal woonzorgbehoefteonderzoek wordt een onderscheid gemaakt tussen: Reguliere woningen: ‘gewone’, niet-geclusterde woningen. Het gaat hierbij zowel om gezinswoningen als om appartementen of studio’s waar ook mensen zonder zorgvraag kunnen wonen. Nultredenwoningen zijn woningen die geschikt zijn voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking. De woning is zowel intern als extern toegankelijk. Dat houdt in dat je de woning kunt bereiken zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en dat keuken, badkamer, toilet en minimaal 1 slaapkamer zonder trappen te bereiken zijn (intern toegankelijk). Bij geclusterd wonen voor senioren gaat het om woningen die deel uitmaken van een complex of groep van woningen (minimaal 10) die speciaal bestemd zijn voor ouderen. Hiertoe behoren onder meer hofjeswoningen, aanleunwoningen, seniorencomplexen en serviceflats. De inrichting van het complex is bij voorkeur dementievriendelijk en gericht op sociaal contact en gemeenschapsgevoel. Er is een ontmoetingsruimte inpandig of in de directe nabijheid.
64
Woonzorgvisie 2025-2030
Zorggeschikte woningen zijn zelfstandige woningen in een geclusterde woonvorm die zo ingericht zijn dat hier goed verpleegzorg geleverd kan worden. Ze zijn daarmee een alternatief voor traditionele verpleeghuisplekken. Om zorg te kunnen leveren is het van belang dat deze wooneenheden en de toegang hiertoe rolstoel- of rollatorgeschikt zijn, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer. Zorggeschikte woningen kunnen gelegen zijn in een complex waar alle bewoners gebruik maken van Wlz-zorg, maar ook in een geclusterde woonvorm voor senioren waar ook mensen zonder Wlz-indicatie wonen. Hiermee is het mogelijk om de opgave voor zorggeschikte woningen te combineren met reguliere geclusterde woningen.
Aantallen Volgens de Woonvisie 2021-2030 zien de opgaven voor ouderen tot 2036 er als volgt uit: • 1.500 extra nultredenwoningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking waaronder ouderen • 1.050 woonzorgwoningen totaal, waarvan: • 680 extra geclusterde woningen voor senioren • 370 extra zorggeschikte woningen voor ouderen
De totale behoefte aan nultredenwoningen en woonzorgwoningen komt hiermee uit op 2.550 woningen. Afgezet tegen de totale woningbouwopgave van 4.750 woningen betekent dat een aandeel van 54%, met daarbij de opmerking dat met de geplande reguliere woningbouw al voldoende nultredenwoningen zullen worden gerealiseerd. Voor geclusterde en zorggeschikte woningen is wel sprake van extra eisen. Dit betreft 22% van de woningbouw opgave (zie verder paragraaf 3.3). De opgave bouwt voort op het huidige aanbod in Houten. De huidige woningvoorraad bestaat voor ongeveer 20% uit appartementen (Woonvisie, bijlage B). Hoeveel appartementen een nultredenwoning zijn is niet bekend. Verder zijn er in Houten 1391 bestaande woonzorgwoningen, waarvan (per 2023) 278 zorggeschikte woningen voor ouderen en 1.113 geclusterde woningen (zie factsheet Houten provinciaal woonzorgbehoefteonderzoek, zie bijlage 6.2) De resultaten uit het provinciale woonzorgbehoefteanalyse zijn geen aanleiding om deze aantallen bij te stellen. Toch past hierbij een nuancering. Onze woonzorg en welzijnspartners op het terrein van de langdurige zorg voor ouderen zien in de praktijk dat mensen gezonder ouder worden; lang niet alle mensen met een zorgvraag gaan in een zorggeschikte woning wonen. Zij vragen zich af of hiermee wel voldoende rekening is gehouden in de prognoses. De uitvoeringspraktijk op
Woonzorgvisie 2025-2030
65
korte termijn laat dus iets anders zien dan de prognoses voor de langere termijn. Daarom zijn in de uitvoering van deze opgave tussentijdse momenten voor bijsturing gewenst.
Betaalbaarheid Hoe is de opgave vervolgens onderverdeeld naar prijssegment? Voor de geclusterde woonvormen laat het provinciaal onderzoek vooral een behoefte aan koopwoningen zien, en daarnaast een behoefte aan sociale huur en vrije sector huur. Uit onderzoek naar de woonbehoeften van inwoners van vijftig jaar en ouder in Houten blijkt dat 85% van de 50 plussers in een koopwoning woont, en vaak ook over de middelen beschikt om te verhuizen naar een koop- of vrije sector huurwoning die voor senioren geschikt is. Ook op hoge leeftijd (80+) woont meer dan de helft van de senioren in Houten nog in een koopwoning, zo laat dit onderzoek zien. Van degenen met een verhuiswens zal een deel opnieuw willen kopen en zullen sommigen de voorkeur geven aan een huurwoning. Alhoewel in het onderzoek naar de woonbehoeften inwoners met een koopwoning meer vertegenwoordigd waren wijkt de behoefte aan geclusterde woningen, uitgesplitst naar eigendomsverhouding en betaalbaarheid, niet wezenlijk af van de algemene woonbehoefte in de Woonvisie, met iets meer accent op middenhuur en dure huur, vergeleken met de algehele nieuwbouwbehoefte in Houten. Zoals eerder aangegeven is de doelgroep voor geclusterde woonvormen zeer divers.
Zo zijn bijvoorbeeld hofjeswoningen ook aantrekkelijk voor vitale ouderen, maar kan een geclusterde woonvorm ook geschikt zijn voor ouderen met een indicatie voor langdurige (Wlz) zorg. Ook naar sociaaleconomische status (combinatie van inkomen en opleiding) lopen de voorkeuren uiteen. Ouderen met een wat lagere sociaaleconomische status hebben relatief vaak een voorkeur voor geclusterde appartementen, terwijl bij ouderen met een midden- of hogere sociaaleconomische status het hofjeswonen het meest populair is. Dat ligt anders voor zorggeschikte woningen. Deze zijn in overwegend bestemd voor ouderen die intensieve zorg nodig hebben (Wlz). Degenen die opteren voor verhuizing naar een zorggeschikte woning zijn vaak huishoudens met een laag inkomen. Ruim één derde van de oudere huishoudens heeft een inkomen van AOW plus hooguit een aanvullend pensioen van € 1000,- bruto per maand. Deze huishoudens hebben relatief vaak een verhuiswens, omdat hun woning minder vaak levensloopbestendig is, of moeilijk levensloopbestendig te maken valt. Huishoudens met een indicatie voor intensieve zorg die beschikken over een hoger inkomen wonen doorgaans ruimer en hebben meer mogelijkheden om hun woning levensloopbestendig ofwel zorggeschikt te maken. Als zij wiIlen verhuizen, is er doorgaans een voorkeur voor middenhuur of vrije sector huur.
Bij nieuwe complexen is een aandeel van circa de helft sociale huur gewenst, bij voorkeur te realiseren door woningcorporatie Woonin. Dit is redelijk in lijn
66
Woonzorgvisie 2025-2030
met het aandeel sociale huurwoningen in de landelijke nieuwbouw opgave voor zorggeschikte woningen tot en met 2030 (57% sociale huur). In het ‘programma Wonen en Zorg voor Ouderen’ van de ministeries van BZK en VWS (november 2022) is voor zorggeschikte woningen landelijk tot en met 2030 een nieuwbouw opgave geraamd van 40.000 woningen, waarvan 25.000 sociale huurwoningen. Hiervan worden circa 5.000 wooneenheden al gerealiseerd met onomkeerbare plannen voor verpleeghuisplekken (sociale huur). Er resteert dan een opgave van 35.000 zorggeschikte woningen waarvan 20.000 sociale huur (57%). Met een aandeel van 50% sociale huur voor zorggeschikt woningen in Houten is er rekening mee gehouden dat de ouderen in Houten relatief welvarend zijn. Met Woonin zijn vervolgens afspraken nodig over welk deel van de sociale huurwoningen betaalbaar zijn voor bewoners met een inkomen onder de huurtoeslaggrens4.
Tabel 1: Onderverdeling naar prijsklasse en eigendom en segment (afgerond) jaartal Companen 2024 5 Eigendom en prijsklasse Sociale huur Betaalbare koop/ Middenhuur* Middenhuur** Dure koop/beperkt deel dure huur* Totaal
Geclusterde woningen 200 250
Zorggeschikte woningen 185 -
230
65 120
680
370
*) De totale behoefte aan geclusterde woningen middenhuur + dure huur wordt ingeschat op circa 70 woningen **) We houden er rekening mee dat de ambitie voor middenhuur al voor een groot deel gerealiseerd is.
Er is een mogelijkheid om af te wijken van de inkomens bij Wlz of Zvw indicatie van meer dan 10 uur.
4
In de tabel is voor de nultredenwoningen geen onderverdeling naar betaalbaarheid opgenomen. Hiervoor gelden, net als bij de overige woningbouw, de minimum normen zoals opgenomen in de doelgroepenverordening (zie paragraaf 4.3).
5
Woonzorgvisie 2025-2030
67
Het totaal aan geclusterde- en zorggeschikte sociale huurwoningen voor ouderen komt daarmee uit op 385. Dit is vrijwel gelijk aan het aantal sociale huurwoningen in de woonvisie, dat geschikt is voor het leveren van intensieve zorg voor ouderen. Hieronder vallen ook circa 50 zorggeschikte woningen die zijn gerealiseerd voor mensen met een verstandelijke beperking, dan wel nog worden voorzien. Ook het totaal van 1.550 sociale huurwoningen in de woonvisie verandert hiermee niet. Een grote uitdaging voor gemeente Houten is om geclusterde of zorggeschikte woningen te realiseren waar ook mensen die nog geen of een lichtere zorgvraag hebben kunnen komen wonen. En dat als de zorg toeneemt, dat ze daar kunnen blijven wonen. Het gaat hier om zelfstandige woonvormen waarbij de zorg en het wonen gescheiden zijn: de bewoner betaalt zelf voor het wonen en de diensten via huur of koop, de zorg wordt apart gefinancierd via de Zorgverzekeringswet, Wmo, Zorgverzekeringwet of Wet langdurige zorg en eventueel via eigen middelen. Dit vraagt om zorgaanbieders die geclusterde zorg leveren, en daarbij vanuit verschillende domeinen willen en kunnen werken ondanks dat zorg en ondersteuning vanuit verschillende wet- en regelgeving bekostigd kan worden. En dit vraagt om een woonomgeving waar mensen naar elkaar omkijken en die samen met inwoners tot stand is gekomen.
In overleg met onze belangrijkste wonen, zorg- en welzijnspartners zien we gemengde complexen als kansrijk: in de plint zorggeschikte woningen en op de bovenverdiepingen gelijkvloerse woningen voor bewoners met een lichtere of (nog) geen zorgvraag. Dit biedt meer mogelijkheden om naar elkaar om te zien als goede buur. Daarnaast kunnen bewoners intern doorstromen als de zorgvraag groeit en er behoefte is aan een zorggeschikte woning. Een andere grote uitdaging is om mensen zonder en met een lichte zorgvraag te verleiden om te verhuizen. Onderzoek wijst uit dat ouderen pas willen verhuizen als er lichamelijke beperkingen komen. Uit de lokale participatie wordt de oproep gedaan om mensen te verleiden met een aantrekkelijk aanbod in alle inkomensgroepen, de inzet van de wooncoaches die inwoners adviseren over hun woonsituatie, het vergroten van het bewustzijn door senioren tijdig actief te benaderen, informeren en praktische ondersteuning bij verhuizing.
68
Woonzorgvisie 2025-2030
B 2.2. Mensen met een beperking Mensen met een verstandelijke beperking Doelgroep en context In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met een verstandelijke beperking iets beperkter geworden. Er worden geen nieuwe indicaties meer afgegeven voor langdurige zorg aan mensen met een lichte zorgvraag. Deze mensen zijn voor ondersteuning tegenwoordig aangewezen op de Wmo. Mensen met een bestaande lichte zorgindicatie en die al in een instelling wonen, mogen hier wel blijven. Ondanks de beperking van de toegang tot de Wlz zien wij een landelijke trend waarin steeds meer mensen een indicatie voor verstandelijk gehandicapten hebben. Deze groei gaat sneller dan de algehele bevolkingsgroei; het gaat dus om een stijgend aandeel. Deels wordt deze groei verklaard doordat de doelgroep met een verstandelijke beperking ouder wordt dan voorheen; daarnaast wordt vaak gewezen naar de steeds ingewikkeldere samenleving. De groep mensen met een (licht) verstandelijke beperking ((L)VG) kent een diverse samenstelling. Zij kunnen onder andere behoefte hebben aan verpleging of verzorging, huishoudelijke hulp of begeleiding bij gedragsproblematiek. Een groot deel van de mensen woont in een instelling; dit kan ook kleinschalig in de wijk zijn. Een klein aandeel woont zelfstandig(er) in de wijk met ambulante begeleiding.
Trendprognose en woonwensen Naast de basisprognose is er een trendprognose opgesteld. Hierin zijn de volgende ontwikkelingen meegenomen: • Ontwikkeling van geclusterd naar gespikkeld wonen: afgelopen jaren is een trend ingezet om mensen met een zwaardere VG-indicatie meer in de wijk te laten wonen met het oog op inclusie en deelnemen in de samenleving. Dit bleek niet altijd goed te gaan, waardoor nu juist weer wordt ingezet op het wonen in instellingen voor mensen met een zwaardere VG-indicatie. In de toekomst verwachten we dat degenen met een lichtere zorgzwaarte meer gespikkeld zullen wonen, mits meer gebruik wordt gemaakt van zorgtechnologie. De trend naar gespikkeld wonen gaat echter niet snel: de doelgroep wordt ouder en voor mensen die al heel lang in een instelling wonen is het niet wenselijk en haalbaar om meer gespikkeld te gaan wonen. Landelijk zien we dat dit vooral mogelijk is voor mensen met een zwaardere VG-indicatie die
Woonzorgvisie 2025-2030
69
respectievelijk wonen met begeleiding en (intensieve) verzorging of gedragsregulering. Dit is percentagewijs verwerkt in het onderzoek richting 2040. • Ontwikkeling naar ‘lokaal wonen’: jongeren en jongvolwassenen met een beperking willen steeds vaker dicht bij de woonplaats van hun ouders blijven wonen. Deze trend is ook in Houten herkenbaar. Landelijk zijn er 6,7 VG-indicaties per 1.000 inwoners. Voor regio U10 betreft het gemiddeld 5,2. In de trendprognose schetst het provinciaal onderzoek de situatie op basis van maximale evenredige spreiding. Dit scenario is niet realistisch. In sommige gemeenten is er nou eenmaal een groot instellingsterrein en dat zal niet verdwijnen. Deze gemeenten zullen dus een groter aandeel van de VG-doelgroep blijven bedienen. Anderzijds geldt voor gemeenten die nu relatief weinig VG-cliënten bedienen dat er een bepaalde schaalgrootte nodig is. Landelijk wordt voor geclusterde woonvormen een minimaal aantal van 12 aangehouden. Op grond van het provinciaal onderzoek bekijken we nog hoe Houten er regionaal voor staat. Er is namelijk een behoorlijk groot aanbod in Houten voor deze doelgroep, waaronder bij Reinaerde, Philadelphia en Profila.
Opgaven Reinaerde is de grootste partij in Houten (indicatief) met 132 woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking. Daarnaast zijn er woonvormen van Philadelphia (Ridderstede, Stationserf), Profila zorg (Lavendeloord), Thomashuis en Axelhof, Eind 2024 is de Droom van Schalkwijk gerealiseerd voor jongvolwassenen met een verstandelijke beperking, het gaat om 24 eenheden. Uit de tabel blijkt dat er een toenemende vraag is voor woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking. Tot 2040 gaat de opgave om maximaal 75 plekken voor geclusterd en gespikkeld wonen. Dit komt vrijwel overeen met de behoefteraming in de Woonvisie: 80 plekken geclusterd wonen voor inwoners met verstandelijke beperkingen. Met de kennis van nu ramen we dat 75-80 plekken wel aan de ruimte kant is. Dit betekent dat er voor geclusterd wonen een opgave ligt om mogelijk nog 1 locatie toe te voegen in Houten met bij benadering 20-30 woonplekken. De ouder wordende bewoners van de huidige locaties in Houten vragen hier bijzondere aandacht. Een combinatie met een zorgaanbieder voor reguliere ouderenzorg en samenwerking en sectoroverstijgende zorg en huisvesting worden onderzocht . De opgave voor gespikkeld6 wonen kunnen we, gezien het uiteenlopen van de basis- en trendprognoses, nu nog niet kwantificeren naar woningen voor langdurige zorg of cliënten met een lichtere zorgvraag.
Deze opgave kan gerealiseerd worden in de reguliere sociale huurvoorraad. Dit betekent dat hier vooralsnog geen opgave ligt. Hieronder worden de opgaven weergegeven volgens de basis- en trendprognose. Gespikkeld wonen houdt in dat iemand zelfstandig woont in de wijk , het liefst in de nabijheid van een zorgpunt waarvan zorg/ondersteuning kan worden geleverd.
6
70
Woonzorgvisie 2025-2030
Tabel 2: Mensen met een verstandelijke beperking Houten (Verstandelijk gehandicapten Wet langdurige zorgindicatie) (bron: provinciaal woonzorgbehoefteonderzoek, juni 2024)
Afgerond op 5-tal
Mensen met een lichamelijke of zintuiglijke beperking Doelgroep, context en woonwensen Mensen met een (al dan niet aangeboren) lichamelijke beperking hebben behoefte aan een goed toegankelijke woning. De mate waarin een woning aangepast moet zijn is afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking. Als het gaat om woningaanpassingen, dan is het niet belangrijk of een woning grondgebonden is, mits een lift en elektrische toegangsdeuren aanwezig zijn. Wel moet de woning het liefst een nultredenwoning zijn en genoeg ruimte bieden in de badkamer voor diverse hulpmiddelen (zoals douchestoel, scootmobiel). De woonomgeving moet toegankelijk zijn en de woning moet gelegen zijn in de buurt van voorzieningen zoals een huisarts, winkels en ontmoetingsplekken. Voor deze doelgroep moet in de directe omgeving toegang zijn tot mobiliteit, bij voorkeur voor de deur of in de directie omgeving, zoals een (aangepaste (deel) auto, bushalte, (aangepaste) (deel)fiets. Mensen met een lichamelijke beperking doen naast beroep op woningaanpassingen ook beroep op (ambulante) zorg. De intensiteit van deze zorg is afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking. Mensen met een (al dan niet aangeboren) zintuiglijke beperking kunnen ook behoefte hebben aan een toegankelijke woning. De mate waarin een woning aangepast moet zijn is afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking.
Woonzorgvisie 2025-2030
71
Opgaven Voor Houten is onderzocht dat dit in de periode 2023-2040 in totaal om 20 mensen gaat met een Wlz-indicatie voor een lichamelijke beperking, voor mensen met een indicatie voor zintuigelijke beperking wordt ingeschat op een minimaal aantal. Dit vraagt geen actie. Indien zich een situatie voordoet moet dit met persoonlijk maatwerk worden opgelost. De verwachting is dat we in Houten met de 2 bestaande Fokus-locaties (Centrum en Schonauwen) met in totaal 25 eengezinswoningen voor mensen met een lichamelijke beperking tegemoet kunnen komen aan de toekomstige behoefte aan een geclusterde setting. Bij de realisatie van nultredenwoningen, is het wenselijk dat ingezet wordt dat er minimaal 20 hiervan rolstoelgeschikt zijn.
B 2.3. Mensen met psychische kwetsbaarheid Doelgroep en context Mensen met psychische kwetsbaarheid kunnen een indicatie hebben voor (tijdelijk) Beschermd wonen binnen de Wmo of (permanent) binnen de Wlz:
Beschermd wonen Wmo Binnen de Wmo is Beschermd Wonen bedoeld voor volwassenen die vanwege psychische problematiek tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen zonder de directe nabijheid van toezicht en ondersteuning. De begeleiding is gericht op verschillende primaire leefgebieden zoals huisvesting, financiën, geestelijke en lichamelijke gezondheid en verzorging, dagbesteding, sociaal netwerk, huiselijke relaties en maatschappelijke participatie. Voor regio U10 (peildatum 1 januari 2023) gaat het voor een Wmo-indicatie intramuraal om 560 plekken, voor Wmo Beschermd thuis 900- en voor Wlz-indicatie 1.065 plekken.
Beschermd wonen Wet langdurige zorg Vanaf 1 januari 2021 maken sommige mensen met psychische problematiek aanspraak op financiering van zorg en verblijf vanuit de Wlz, omdat zij blijvend permanent toezicht nodig hebben of 24 uur zorg in de nabijheid nodig hebben. Voor de omvang van de groep met een Wlz GGZ-Wonen indicatie per gemeente in de provincie Utrecht, is gebruik gemaakt van de CIZ-databank (peildatum: 1 januari 2023).