Bijlage 1 - Water en rioleringsplan 2024-2027 (WRP)
Tekst van het document
7
9
Afstroming
0
1
3
4
36
29
2 37 Tabel 4.3 Aangetroffen schades boven de ingrijpmaatstaf.
De minder goede grondslag in de westelijke wijken van Houten Zuid hebben invloed op de verwachte levensduur van de riolering in dat gebied. Door ongelijke zetting in de ondergrond is de afstromingstoestand van sommige riolen nu slechter dan van riolen in Houten Noord die al meer dan 45 jaar in de grond liggen. Door de periodieke gedetailleerde rioolinspecties wordt dit proces nauwlettend gevolgd en vastgelegd. Schades die tijdens de inspecties worden vastgesteld en boven de ingrijpmaatstaf liggen en een risico vormen op disfunctioneren van het systeem worden in het jaar volgend op de inspectie gerepareerd. Jaarlijks wordt er correctief onderhoud uitgevoerd aan alle 392 mechanisch elektrische installaties verbonden aan het waterbeheer. Om de 5 jaar worden alle installaties elektrisch gekeurd op grond van de NEN en CE Richtlijnen. Bij de keuring van 2023 zijn alle installaties veilig en in orde bevonden. De berging in het rioleringssysteem is circa 17,9 mm. Dit is het gevolg van de ligging van overstorten buiten de Rondweg. Om het risico van water op straat te beperken zijn grote buisdiameters toegepast. Bijkomende effect van de berging is dat vrijwel al het regenwater dat valt op de verharding naar de zuivering wordt verpompt. Door het afkoppelen van regenwater blijft er meer regenwater binnen het stedelijk watersysteem en neemt de berging verder toe.
Het gemeentelijke rioleringssysteem is met 35,5 jaar relatief nieuw. Alleen in de wijk “oude Dorp” en Het Vlierplan liggen enkele oude strengen uit de jaren ‘60. Het rioolstelsel is in goede staat en voorlopig niet aan vervanging toe. 38
De vuilemissie vanuit de gemeentelijke riolering in Houten voldoet ruimschoots aan de eisen van de basisinspanning. Het jaarlijkse gemiddelde bedraagt in Houten Noord 38% en Houten Zuid 34% t.o.v. het referentiestelsel. De verklaring is de grote bergingsinhoud van de gemengde stelsels. Daarnaast is de vuilemissie gereduceerd door het aanwezige bezinkrendement in de randvoorzieningen. Zonder het meerekenen van het bezinkingsrendement van de drie helofytenfilters voldoet de vuilemissie ook aan de basisinspanning met 57%. Kort samengevat: Het gemeentelijke rioleringssysteem is met 35,5 jaar relatief nieuw. Het rioolstelsel is in goede staat en voorlopig niet aan vervanging toe.
4.2.4 Knelpunten stedelijk afvalwater In 2015 is een Basisrioleringsplan voor de gemeente opgesteld. Hiervoor is uitgebreid onderzoek gedaan naar het milieutechnisch en hydraulisch functioneren van het rioleringsstelsel in combinatie met het oppervlaktewaterstelsel. Er zijn o.a. klimaatstresstests uitgevoerd voor inzicht in de gevolgen van mogelijke extreme neerslag in de nabije toekomst. Het afvalwatersysteem binnen de gemeente Houten functioneert over het algemeen goed. De afvoercapaciteit voldoet goed aan de gestelde eisen (grotendeels aan bui 08 + 10% en bui 09). Bij extreme neerslag ontstaan er toch wel knelpunten. In 2025 wordt een nieuw systeemoverzicht stedelijk water (SSW, voorheen BRP-berekening) met stresstest naar de effecten van extreme neerslag opgesteld. Een aandachtspunt is dat de verblijftijd van afvalwater in de vrij-vervalstelsels van Houten-Noord lang is. Uitgangspunt is dat de verblijftijd van het afvalwater in het stelsel niet langer dan 24 uur is. De bemalingsgebieden Doornkade, Wulven, Weerwolf en de Meerpaal hebben een ledigingstijd van circa 26 tot 30 uren (bron: BRP 2015). Een gevolg van de langere ledigingstijd is een langzame stroomsnelheid in de riolering. De langzame stroomsnelheid in de riolering vergroot de kans op de bezinking van vuil. Dit kan een nadelig effect hebben op de waterwaterkwaliteit bij overstorten.
Daarnaast kan het opgehoopt vuil verstoppingen in de leidingen en pompstoringen veroorzaken. Deze effecten zijn beperkt zichtbaar en worden met passend onderhoud hanteerbaar gehouden.
Hemelwater 4.3.1 Inleiding Verwerking van hemelwater Zoals hiervoor is aangegeven is het rioolstelsel kwalitatief voldoende. Er zijn op korte termijn geen grote vervangingsinvesteringen nodig. Het systeem voldoet aan de emissienorm uit de basisinspanning en het waterkwaliteitsspoor. Begin 2008 is in het afvalwaterakkoord afgesproken dat in Houten-Zuid 20% van de verharding niet is aangesloten op de riolering. Bij de laatste te ontwikkelen wijken in Houten-Zuid wordt meer dan 80% niet aangesloten op de gemengde riolering maar wordt het hemelwater via IT-riolering ingezameld en afgevoerd naar watergangen. Om duurzaamheidsredenen, het klimaatbestendiger maken van het afvalwatersysteem en om meer schoon water naar de watergangen te laten afstromen, zijn in Houten in de periode 2020-2024 diverse afkoppelvoorzieningen aangelegd. In de wijken Polders, Waters, Landen, Campen, Hoven, Slagen, Tuinen, Mossen en Meren zijn vooral additionele IT-riolen aangelegd om de risicovolle locaties voor wateroverlast te saneren. Door afkoppelen en niet aansluiten is in Houten-Noord inmiddels 19,7% van het verhard oppervlak (wegen, daken en paden) niet aangesloten op de riolering die is aan gesloten op de RWZI. In 2019 was dat 12,9%. In Houten-Zuid is dat percentage in de planperiode toegenomen van 33% naar 40,6%.
Bij het bepalen van de scope van de afkoppelprojecten is ook het ontvlechten van vuil en schoon water in de waterketen leidend. Vanuit doelmatig beheer is het essentieel om logische en eenduidige afwateringsystemen te houden. Om deze reden wordt er meer regenwater afgekoppeld dan strikt noodzakelijk om de risicovolle locaties te saneren. Deze aanpak sluit goed aan op het streven om het afvalwatersysteem toekomstbestendig in te richten. Conform het landelijke Waterbeleid 21e eeuw dient de gemeente het waterbeheer duurzaam in te richten conform de tritsen: vasthouden - bergen 39
afvoeren en schoonhouden - scheiden - zuiveren (zie ook par. 3.2). Hiervoor is het ontvlechten van de afvalwatersystemen nodig, schoon regenwater wordt dan lokaal verwekt en het vuil afvalwater wordt naar de RWZI getransporteerd. In vervolg op de stresstest uit 2015 wordt in 2025 een nieuwe stresstest uitgevoerd. Deze test maakt duidelijk of de effectiviteit van de uitgevoerde maatregelen voldoende is of dat er meer nodig is om tijdig het beoogde doel te halen. Het doel primaire doel is een klimaat adaptief stedelijk gebied dat een neerslaggebeurtenis tot T100 kan verwerken zonder waterschade in panden. Naast projecten die worden geïnitieerd vanuit stedelijk waterbeheer wordt ook geanticipeerd met projecten vanuit wegenbeheer, groenbeheer en ruimtelijke ontwikkeling. Werk met werk maken en een integrale benadering zijn leidende principes.
Watertoets Alle bouwplannen worden door de teams RO (Ruimtelijke Ontwikkeling) en VOB (Voorbereiding Ontwerp Beheer) beoordeeld. Hierbij wordt erop gelet of de afvoer van regenwater plaats vindt conform de uitgangspunten van het Convenant Duurzame Woningbouw (zie par. 3.4.2). Omvangrijke bouwplannen worden voorgelegd aan HDSR voor een watertoets advies.
4.3.2 Overzicht aanwezige voorzieningen Op de overzichtstekening van bijlage 5 zijn de stelseltypes binnen de gemeente Houten aangegeven. Het stelsel van gemeentelijke objecten voor hemelwaterafvoer heeft (peildatum 1 januari 2023) de volgende kenmerken: Voorzieningen hemelwater Aansluitingen Aansluitingen Drukleidingen Gemalen Verhard Oppervlak bij verbeterd gemengde riolering Afkoppelvoorzieningen
omschrijving straat- en trottoirkolken (hand+mech) lijnafwatering effluentleiding bergbezinkbassin tunnelgemalen aangesloten verhard oppervlak afgekoppeld verhard oppervlak Wadi’s IT riolering
Tabel 4.4 Overzicht voorzieningen hemelwater.
40
kwantiteit 18.600 st. 2.100 m1 1.136 m1 26 st. 325,5 ha. 102.1 ha. 13.300 m2 18.882 m1
Figuur 4.2 Samenstelling rioleringsstelsel in de gemeente Houten (procentuele verdeling).
Stedelijk woongebied Houten-Noord In het stedelijk gebied van Houten-Noord ligt een verbeterd gemengd rioolstelsel met een berging van 17,8 mm en een aangesloten verhard oppervlak van 191,6 ha. Het hemelwater dat op dit verharde oppervlak valt wordt via de riolering afgevoerd naar de RWZI. In het Rond en het Onderdoor is een verbeterd gescheiden rioolstelsel aangebracht. Zonder dit aparte stelsel zou de stedenbouwkundige keuze voor lagere maaiveldhoogtes in het centrum leiden tot wateroverlast. Het verbeterd gescheiden rioolstelsel is via een gemaal aangesloten op het gemengde rioolstelsel. In vrijwel alle wijken in Houten-Noord zijn wegreconstructies benut om af te koppelen, ook zijn er zelfstandig aanpassingen gedaan. De bovengenoemde werken hebben ervoor gezorgd dat er 39,6 ha (19,7%) verhard oppervlak van de gemengde riolering is afgekoppeld. Het afvalwatersysteem is hierdoor ook robuuster geworden met minder kans op wateroverlast door hevige regenval. Stedelijk woongebied Houten-Zuid In het stedelijk gebied van Houten-Zuid, ligt een verbeterd gemengd rioolstelsel met een berging van 17,8 mm, het aangesloten verharde oppervlak bedraagt 77,7 ha. Vanaf de start van de nieuwbouw wordt aandacht besteed aan het niet aansluiten van regenwater op de riolering.
Beschikbare ruimte en geologische omstandigheden zijn bepalend voor de mate waarin er niet is aangesloten en de wijze waarop dit is uitgevoerd. In de wijk Loerik (Houten-Zuidoost) bleek de ondergrond geschikt om wadi’s aan te leggen. In het westelijk deel van Houten-Zuid is hemelwater rechtstreeks op watergangen aangesloten. Zoals hiervoor is aangegeven is begin 2008 de afkoppelambitie verhoogd naar minimaal 20% en vastgelegd in het afvalwaterakkoord met HDSR. Inmiddels is er in Houten-Zuid 40,9% van het verharde oppervlak niet aangesloten op de riolering. Bedrijventerreinen De bedrijventerreinen in Houten zijn in hoofdzaak voorzien van verbeterd gescheiden riolering. Op de bedrijventerreinen Het Rondeel en De Meerpaal zijn de daken van bedrijven in de nabijheid van oppervlaktewater rechtstreeks hierop aangesloten. Het oudste bedrijventerrein Doornkade met een verhard oppervlak van 116 ha is voorzien van een verbeterd gemengd rioolstelsel met een inhoud van 13,9 mm. Alle verharding hier is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Bij nieuwbouw, renovatie of inbreiding zijn bedrijven verplicht regenwater vast te houden op eigen terrein. De eis wordt een berging van minimaal 40 mm, ten opzichte van het verharde afvoerende oppervlak.
Wanneer deze ondergrondse berging is benut mag er worden afgevoerd naar een openbare gemeentelijke voorziening als een watergang of regenwaterriool. Kernen in het buitengebied In ’t Goyse dorp, liggen gemengde rioolstelsels met een inhoud van 14,8 en 127,3 mm. In de Wickenburghseweg ligt naast dit stelsel een schoonwaterriool voor het regenwater. In ’t Goy (Kern Beusichemseweg, Tuurdijk en Den Eng) heeft het gemengde rioolstelsel een inhoud van 15,4 mm. In Schalkwijk en Tull en ’t Waal liggen gescheiden en verbeterd gescheiden rioolstelsels. Het regenwater wordt zoveel mogelijk lokaal geloosd.
41
Verspreide bebouwing buitengebied De verspreide bebouwing in het buitengebied is aangesloten op mechanische riolering (druk- en vacuümriolering) of IBA’s. Bij deze systemen is het aansluiten van regenwater niet toegestaan, dat moet ter plaatse worden verwerkt. In het technische beheersysteem Kikker worden alle bekende liggingsgegevens van huis- en kolkaansluitingen opgeslagen. Bij het opstellen van het basisrioleringsplan Houten is er een gedetailleerde oppervlakteanalyse uitgevoerd die in een digitaal bestand: “de vlakkenkaart” is verwerkt. Hierdoor is er inzicht in welke oppervlaktes naar de riolering afvoeren. Het digitale bestand wordt jaarlijks geactualiseerd. De vlakkenkaart is gekoppeld aan de viewer GeoPortaal.
4.3.3 Toestand en functioneren van de voorzieningen De hoofdleidingen van vrijverval riolering, regenwaterriolen en IT-riolen worden om de 20 jaar gedetailleerd geïnspecteerd. Bij deze inspectie worden de leidingen drooggezet en met een rijdende camera bekeken. Jaarlijks vindt er visuele inspectie plaats bij de wadi’s om de afstromingsituatie te beoordelen. Zo nodig worden bermen verlaagd en wadi’s geverticuteerd. Het periodiek verticuteren is nodig om de doorlatendheid op peil te houden. Binnen de begroting zijn middelen gereserveerd voor jaarlijks onderhoud aan de wadi’s, met name instroomopeningen hebben aandacht nodig. De lozingspunten van regenwaterstelsels worden jaarlijks gecontroleerd met aandacht voor de toestand van terugslagkleppen en de ingroei van waterplanten. Alle overstorten van de gemengde riolering zijn voorzien van signalering en gekoppeld aan het telemetriesysteem. Bij de metingen werkt Houten samen met 11 omliggende gemeenten en het waterschap via het regionale telemetriesysteem. Zie bijlage 11 voor een overzicht en overzichtskaartje van alle randvoorzieningen van de riolering.
Foto links: helofytenfilter in werking na overstort, foto rechts: helofytenfilter in werking na overstort
overstort naam
2019
2020
2021
2022
gemiddeld
R01a
Helofytenfilter NW - Weerwolf
2
2
0
0
1
R01b
Helofytenfilter NW - Wulven
4
2
1
4
2,75
R01c
Helofytenfilter NW - Doornkade
3
2
1
4
2,5
R02a
Helofytenfilter NO - De Haag
2
3
0
1
1,5
R02b
Helofytenfilter NO - De Weide
2
4
0
1
1,75
R03a
Helofytenfilter ZW - Rijnpolder
4
2
0
2
2
R03b
Helofytenfilter ZW - De Polder
5
6
1
4
4
R03c
Helofytenfilter ZW - Draagmuur
6
3
1
4
3,5
R03d
Helofytenfilter ZW - De Muur
4
3
0
3
2,5
R03e
Helofytenfilter ZW - Paleismuur
4
4
0
3
2,75
R04
Bergbezinkbassin De Brug
2
1
0
0
0,75
R05
Bergriool De Camp
2
2
1
0
1,25
R06
De Slag
10
4
2
5
5,25
R07
Dorpsstraat
10
4
2
3
4,75
42
R08 Beusichemseweg Tabel 4.5 Werking overstorten.
3
3
2
4
3
Meldingen, vragen, opmerkingen en klachten van bewoners met betrekking tot het functioneren van de openbare ruimte worden geregistreerd in het registratiesysteem BINK. Uit analyse blijkt dat meldingen m.b.t. de riolering voornamelijk gaan over verstoppingen in straat- en trottoirkolken. Op basis van de beschikbare meetgegevens en de meldingenregistratie kan gesteld worden dat in Houten het rioleringsstelsel en de dienstverlening van de onderhoudsdienst naar behoren functioneren.
4.3.4 Knelpunten hemelwater Het hemelwatersysteem binnen de gemeente Houten voldoet aan de ontwerpuitgangspunten en functioneert volgens verwachting. Hevige neerslag heeft tot nu toe niet voor grootschalige overlast gezorgd binnen het stedelijk gebied in de kernen Houten, Schalkwijk, Tull en ’t Waal en ’t Goy. Door het continueren van afkoppel-/niet aansluit-maatregelen van hemelwater neemt het risico van overlast en schade verder af. Ten aanzien van hemelwater zijn er nog wel de volgende zaken die aandacht vragen. • Zoals in par 3.4.2 is aangegeven willen we dat de openbare ruimte in 2040 zo is ingericht dat bij een bui van 70 mm in één uur (T=100) geen schade ontstaat in aangrenzende panden of dat wegen onbegaanbaar worden voor hulpdiensten. Daarvoor moeten we doorgaan met de aanpak van de zgn. risicolocaties waarvan we er in de afgelopen 4 jaar al 98 van de 345 hebben gesaneerd (zie H 2). • De uitvoering van de aandachtspunten van het Convenant Duurzame Woningbouw vraagt de nodige inzet van de gemeente (en particuliere ontwikkelaars). Wat betreft de bestaande omgeving blijven we hiervoor naast de aanpak van de risicolocaties prominent inzetten op afkoppelen (in totaal minstens 7.500 m2 per jaar) met de focus op HoutenNoord en het verbeteren van het hydraulisch functioneren van de riolering in Houten-Zuid.
Iedere m2 afgekoppeld oppervlak zorgt ervoor dat er jaarlijks 800 liter regenwater binnen het stedelijk gebied wordt benut. Het reduceren van 11.000 m2 verharding waarop de neerslag tot afstroming komt, heeft als effect dat er 11.000 * 0.8 = 8.800 m3 per jaar extra regenwater binnen het stedelijk gebied blijft. Ook gaan we door met ontstenen/vergroenen en het plaatsen van waterpasserende verharding. Ook blijven we in dit kader inzetten op het stimuleren van particulieren. Hiervoor vullen we de Subsidieregeling aanleg groene daken en afkoppelen en infiltreren aan met een 3 e bijdrageregeling (zie par. 3.4.2). In 2025 bekijken we in hoeverre we op koers zitten. • Er is handhaving nodig van de reeds bestaande afkoppelvoorzieningen en illegale aansluitingen op de riolering. • Conform het Convenant Duurzame Woningbouw moeten vitale voorzieningen (hoofdwegen, drinkwater en energie)blijven functioneren en bereikbaar blijven (bij 90 mm neerslag in een uur). Dit vergt nog beperkte aanpassingen aan de waterafvoer van de Rondweg en in de tunnel van de Koppeling. • Padden en ander amfibieën die in kolken terechtkomen blijft een aandachtspunt.
Grondwater 4.4.1 Inleiding grondwaterregime Inzicht grondwaterregime De ondiepe grondwaterstand varieert en wordt beïnvloed door factoren als neerslag en verdamping, bodemopbouw, ligging en peil oppervlaktewater, maaiveldniveau en grondwateronttrekkingen. In Houten hebben de volgende factoren een grote invloed op de grondwaterstand: • de hoeveelheid neerslag die valt op de Utrechtse Heuvelrug; • de wisselende waterstand in de rivier de Lek; • de invloed van het Amsterdam-Rijnkanaal; • de wijze waarop een wijk bouwrijp is gemaakt; • de aanwezigheid van ontwateringsmiddelen (drainage). 43
Langdurige neerslag in combinatie met een hoge waterstand in de Lek laat de grondwaterstand op sommige locaties met ruim een meter stijgen. Grondwateronttrekkingen Op het grondgebied van Houten wordt door waterleidingmaatschappij Vitens ten westen van Tull en ‘t Waal permanent grondwater onttrokken ten behoeve van de drinkwaterbereiding. Daarnaast zijn er nog een aantal kleine structurele onttrekkingen, voornamelijk door bedrijven in de agrarische sector, zoals de glastuinbouw (kassencomplexen). De Provincie heeft vergunningen voor deze onttrekkingen verstrekt. Er is ook sprake van tijdelijke vergunningen voor onttrekkingen die nodig zijn voor het oprichten van bouwwerken en civieltechnische werken. Afhankelijk van de gekozen lozingsmethode en de hoeveelheid grondwater wordt er vergunning verstrekt door de gemeente, het waterschap of de Provincie. Infiltratie en lekkage vanuit rioleringsstelsels De hoofdriolering in de Houten ligt voor 80% onder de grondwaterstand. Door slechte verbindingen kan infiltratie van grondwater in het rioleringssysteem plaatsvinden. Deze gebreken zijn tijdens camera-inspectie goed zichtbaar en bij een schadebeeld boven de ingrijpmaatstaf wordt de schade gerepareerd. In gebieden waar de hoofdriolering boven de grondwaterstand ligt kan rioolwater uittreden.
Op basis van de gegevens uit visuele inspecties waarbij de toestand van de buisverbindingen wordt beoordeeld, lijkt deze situatie niet voor te komen. Op grond van beschikbare gegevens en metingen van rioolvreemd water op de rioolwaterzuivering is vastgesteld dat het aanwezige rioleringsstelsel geen lekkages boven de norm vertoont. Warmte- en koudeopslag Op steeds meer locaties is sprake van koude/warmteopslag. Mogelijk heeft de lozing van spoelwater vanuit de koude- en warmteopslag impact het functioneren van het rioolsysteem. Tot op heden is dit echter nog geen concreet aandachtspunt in Houten. Drooglegging en ontwateringsdiepte Sinds 2011 beschikt de gemeente over een grondwatermeetnet waarmee verspreid over de gemeente op 49 locaties het verloop van grondwater wordt gemonitord. De opzet en het beheer van het grondwatermeetnet is een regionale activiteit. In 2020 is het beheer opnieuw aanbesteed en is besloten om de opzet van het meetnet in Houten te moderniseren. In plaats van de 49 meetpunten waarvan de meetgegevens 4 maal per jaar handmatige werden verzameld is voor een beperkte telemetrische opzet gekozen. Nu worden 10 representatieve meetpunten “real time” gemonitord. De historische en de actuele meetgegevens worden via een openbaar web-portaal gepubliceerd. Belangstellende bewoners en bedrijven kunnen de gegevens via de website van de gemeente raadplegen.
De meetgegevens geven aan dat er geen locaties zijn met een structureel te hoge grondwaterstand binnen het stedelijk gebied. Dat is mede het gevolg van de structurele beheer- en onderhoudsprogramma's van de gemeente om het drainagestelsel functioneel te houden.
Bronneringen Lozingen uit bronneringen op de riolering mogen het functioneren van de afvalwaterketen niet negatief beïnvloeden. Als richtlijn hanteren wij dat bronneringen maximaal 10% van de pompovercapaciteit per bemalingsgebied mogen bedragen. De gemeente betrekt het Waterschap vroegtijdig bij lozingen van bronneringen op de riolering.
4.4.1 Overzicht aanwezige voorzieningen De gemeente is beheerder van een omvangrijk drainagesysteem van ruim 196.700 m1. Het betreft in hoofdzaak cunet drainage die tijdens de bouwrijpfase gelijk met de aanleg van de hoofdriolering is aangelegd. In het kader van de WIBON worden liggingsgegevens van drainage aan grondroerders verstrekt. Door de invoer van de liggingsgegevens van de drainage in het beheersysteem (gelijk aan het rioolbeheersysteem) is er inzicht in de aanwezige voorzieningen. Voorzieningen Drainagestelsel
Omschrijving totale lengte gemiddelde leeftijd
Constructies
inspectieputten uitstroompunten
kwantiteit
22.7650 m 26,3 jaar 4.372 st. 257 st.
44
peilbuizen grondwatermeetnet
10 st.
Tabel 4.6 Overzicht voorzieningen grondwater.
4.4.2 Toestand en functioneren van de voorzieningen Het drainagestelsel binnen de gemeente Houten functioneert over het algemeen redelijk tot goed. Drainageleidingen worden gemiddeld om de 6 jaar gereinigd en uitstroompunten jaarlijks. Uitgangspunt van het gemeentelijk beleid is dat bij toekomstige ontwikkelingen duurzaam en waterrobuust wordt gebouwd. Dat betekent dat grondwaterstanden zo weinig mogelijk beïnvloed moeten worden. Voor de aanleg van woongebieden zijn maatregelen nodig in de sfeer van ophoging en/of drainage waarmee het opbollen van de grondwaterspiegel wordt afgevlakt.
4.4.3 Knelpunten grondwatersysteem Bij een ‘hoge’ grondwaterstand kan sprake zijn van grondwaterhinder. Of dit daadwerkelijk zo is, is afhankelijk van het feit of dit door de bewoners en gebruikers ook als een probleem wordt ervaren. Bij hinder kan het gaan om water in kruipruimten, natte kelders en vochtige begane grondruimten. Te veel water in de tuin kan zich uiten in drassigheid en slecht begaanbare tuinen. Problemen met grondwateroverlast komen weinig voor in de gemeente. Soms is er overlast van water in de kruipruimte en/of door te natte tuinen. Dit laatste doet zich de laatste jaren minder voor en speelde vooral in Houten-Zuid na bouwactiviteiten die de bodem verdichtten. Gebreken die bij het reguliere onderhoud en naar aanleiding van klachten en meldingen naar voren komen worden binnen het jaarlijkse herstelprogramma verholpen. Op dit moment worden de eisen voor de minimale drooglegging en ontwateringsdiepte in de gemeente niet structureel overschreden en wat dat betreft is er dan ook geen sprake van grondwateroverlast.
Oppervlaktewater 4.5.1 Inleiding oppervlaktewaterregime Het gemeentelijke stedelijke oppervlaktewatersysteem heeft in toenemende mate een essentiële functie in de waterafvoer en doorvoer in het stedelijke gebied. Primaire watergangen zoals de Schalkwijksewetering, de Rondwegsloot en de Houtensewetering zijn in beheer en eigendom bij het waterschap. De rest van het gemeentelijke stedelijke oppervlaktewatersysteem is tertiair en wordt vooral benut om overtollig grondwater (drainagewater) en afgekoppeld hemelwater in te zamelen en af te voeren. Het gemeentelijke oppervlaktewater-, hemelwater- en grondwatersysteem worden daarom als één systeem beschouwd en alle onderhouds- en verbeteringsmaatregelen zijn onderdeel van het WRP. Dit geldt ook voor bagger- en maaiwerkzaamheden in gemeentelijke watergangen. Het onderhoud van het oppervlaktewater in Houten wordt door de volgende partijen uitgevoerd: • Rijkswaterstaat: Amsterdam-Rijnkanaal (ARK) en De Lek. • Waterschap HDSR: primaire watergangen (secundaire zijn niet aanwezig), dit zijn watergangen die een belangrijke functie hebben in de watertoevoer en -afvoer. • Gemeente Houten: watergangen binnen stedelijk gebied en scheidingswatergangen naast wegen. Deze watergangen zijn vaak gemeenschappelijk eigendom met de aanliggende perceeleigenaar. • Particulieren: watergangen in en tussen percelen.
Het eigendom van de ondergrond bepaalt wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud. Wanneer de perceelgrens in een watergang ligt dienen de eigenaren het onderhoud gezamenlijk uit te voeren, de eigendomsverhouding is bepalend voor de kostenverdeling. Het waterschap stelt het peilbeheer vast en controleert aan de hand van de Keur en de Legger of het onderhoud op een juiste en tijdige wijze wordt uitgevoerd. Eigenaren die nalatig zijn bij de uitvoering van onderhoud (bagger en/of maaien), worden door HDSR aangeschreven en kunnen een dwangsom opgelegd krijgen. Peilbeheer stedelijk gebied Het gebied ten zuiden van het ARK wordt gekenmerkt door een waterpeil tussen de 0,10+ (zomer) en de 0,70+ (winter) NAP. In het stedelijk gebied van Houten-Noord en -Zuid ligt dit tussen de 4.00+ en de -0.40 NAP. In ’t Goy ligt het oppervlaktewaterpeil op 2,35+ en 2,20+ NAP (de bebouwing van het Goyse Dorp (Groenedijkje) 1,60+ en 1,45+ NAP. 45
Het stedelijk oppervlaktewater wordt uit 4 bronnen gevoed; kwel van grondwater, directe neerslag, lozing vanuit regenwaterstelsels en lozing vanuit het. De hoeveelheid afgekoppeld regenwater zal de komende jaren toenemen door de uitvoering van afkoppelprojecten in de gemeente. Binnen het stedelijk gebied van Houten geldt een bandbreedte waarbinnen de waterpeilen mogen fluctueren. Het aflaten van overtollig water loopt via vaste stuwen. Het peil van de Kooikersplas wordt in de winter opgezet van 0,70+ naar 1,20+ NAP. Dit hogere peil blijft na de winter zo lang mogelijk gehandhaafd. Het gebufferde water wordt in de zomer toegevoegd aan het watersysteem Houten-Noord. Verder wordt er niet actief gestuurd. Het ARK veroorzaakt in de droge zomerperiode negatieve kwel wat een merkbare invloed heeft op het peil in de watergangen en de watertemperatuur. In de zomer kan het waterpeil tot 25 cm zakken. Dit heeft een negatieve invloed op fora en fauna rond en in de watergangen. Een te lage waterstand kan leiden tot onvoldoende zuurstofrijk water voor vissen (vissterfte) en overvloedige waterplantengroei. Door het inlaten van gebiedsvreemd water kan het waterpeil worden verhoogd. De gemeente is terughoudend met het inlaten om de volgende redenen: • Het gebiedsvreemde water heeft een lagere kwaliteit dan het stedelijke water.
• Het effect is beperkt, na het stopzetten van de toevoer zakt het water binnen 5 dagen weer terug naar het oorspronkelijke lage niveau. Door het afkoppelen van regenwater dat via IT-riolering naar de watergangen wordt afgevoerd wordt het stedelijk waterpeil extra aangevuld. Daarnaast is er in 2020 een suppletiegemaal gekoppeld aan het oppervlaktewatersysteem. In het voorjaar en de zomer wordt dagelijks 600m3 schoon water uit het helofytenfilter Noordoost verpompt naar de Wielewaalhaag. Hiermee wordt het noordoostelijke pand aangevuld en stroomt het overtollige water via het centrum naar het noordwestelijk pand. Visvereniging Tweemaal per jaar is er overleg tussen de gemeente, het waterschap en de visvereniging AUHV waarbij allerlei relevante onderwerpen aan de orde komen. Het doel is beleid en activiteiten van de partijen op elkaar af te stemmen.
4.5.2 Overzicht aanwezige voorzieningen Op de overzichtstekening oppervlaktewatersysteem (bijlage 6) zijn de voor de gemeente belangrijke watergangen aangegeven. Voorzieningen Oppervlaktewater Waterspeelplaatsen
Omschrijving Watergangen gedeeld eigendom Watergangen geheel eigendom Fontein plein Oude Dorp Fladderbron ‘t Rond Pomp Speelbos Nieuw Wulven Pomp park Schoneveld
Kwantiteit 30 km 92 km 1 1 1 1
Tabel 4.7 Overzicht gemeentelijk oppervlaktewater (excl. grotere waterpartijen).
De gemeente beheert 5 grotere waterpartijen binnen het stedelijk gebied: Rondeel, Kooikersplas, Imkersplas, Oosterlaak- en Rietplas. Alleen een gedeelte van de Rietplas is officieel zwemwater, de gemeente heeft geen ambitie de hoeveelheid officieel zwemwater uit te breiden. Periodiek vindt hier controle van de waterkwaliteit plaats in opdracht van het Waterschap. De andere plassen zijn ingericht om aan te recreëren, maar zijn geen officieel zwemwater. Onderhoudswerkzaamheden De watergangen van de gemeente Houten worden op de volgende wijze onderhouden: Omschrijving
Frequentie
Door
Verwijderen drijfvuil uit watergangen.
1 x p/mnd.
wijkploeg
Verwijderen drijfvuil uit watergangen in centrum.
1 x p/wk.
wijkploeg
Maaien en verwijderen knelpunten watervegetatie.
1 x p/jr. (zomer)
aannemer
Maaien en verwijderen watervegetatie. 1 x p/jr. (najaar) Tabel 4.8 Overzicht onderhoudsfrequenties gemeentelijk oppervlaktewater.
aannemer
46
4.5.3 Toestand van objecten en het functioneren van de voorzieningen Het gemeentelijke oppervlaktewatersysteem binnen de gemeente Houten functioneert goed. De doorstroming in het oppervlaktewatersysteem in het stedelijk gebied van Houten-Noord is verbeterd door het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering in diverse straten in de afgelopen jaren. In periodes met weinig neerslag zakt het waterniveau in de watergangen sterk naar ongewenst lage niveaus. Een lage waterstand beïnvloed de flora en fauna negatief. Meer regenwater afkoppelen en vasthouden is een maatregelen die ingezet wordt om dit probleem tegen te gaan. Waar mogelijk wordt bij noodzakelijk oeverherstel gekozen voor natuurvriendelijke oevers in plaats van harde beschoeiing op de waterlijn. Dit verhoogt de ecologische kwaliteit van de watergangen en het water zelf. Via het telemetriesysteem wordt op 8 locaties het oppervlaktewaterniveau gemeten en geregistreerd. Meldingen van inwoners met betrekking tot het beheer van oppervlaktewater hebben veelal betrekking op drijfvuil. Deze meldingen worden door de buitendienst (UB) en een externe partij (centrum) afgehandeld.
4.5.4 Knelpunten oppervlaktewatersysteem Het gemeentelijke oppervlaktewatersysteem binnen de gemeente Houten functioneert hydraulisch ruim voldoende. Kwelwater, drainagewater en hemelwater uit regenwaterriolen worden nog zonder problemen ingezameld en afgevoerd. We gaan echter steeds meer afkoppelen waardoor de druk op het oppervlaktewatersysteem toeneemt. Dit is ook het geval wanneer nieuwe wooneenheden verder van het ARK worden gesitueerd en de waterafvoer geheel door bestaand gebied heen moet. In toenemende mate is er overlast in de vorm van het dichtgroeien van waterpartijen door de niet inheemse planten het ongelijkbladige vederkruid en waterwaaier (Cabomba). Ondanks alle inspanningen om de waterkwaliteit te verbeteren zien we de laatste jaren dat het doorzicht van het water en de drijvende plantenbedekking sterk afnemen. De precieze oorzaak ligt mogelijk aan een overmaat aan Amerikaans rivierkreeften en/of bodem woelende vissen. Ongelijkbladig Vederkruid Vanaf 2013 heeft Houten in samenwerking met HDSR pilotprojecten uitgevoerd om met behulp van hydroventurie de exoot “ongelijkbladig vederkruid” te bestrijden. Het ongelijkblad vederkruid verspreidt zich snel in de watergangen van de gemeente en HDSR die met elkaar verbonden zijn. Daarom is een gezamenlijke aanpak essentieel.
Bij inzet van hydroventurie worden de wortels van het ongelijkbladig Vederkruid onder hoge druk uit de bodem los gespoten. De gehele plant komt los uit de bodem, drijft op en kan eenvoudig worden geruimd. Deze methode lijkt effectief en doelmatig maar helaas zijn de pilots niet geslaagd. Het lukt helaas onvoldoende om alle wortels te verwijderen, de resterende wortels vermeerderen zich weer zeer snel. Na korte tijd is het effect van het verwijderen van vederkruid tenietgedaan. Het effect van de verstoorde bodem door het losspuiten van de wortels blijft wel lang merkbaar. Het doorzicht in het water verdwijnt en pas na enkele jaren herstelt dat weer. Daarnaast hebben de wortels van andere waterplanten die een toegevoegde waarde zijn ook te lijden onder de hydroventurie. De Houtense situatie met een beperkte doorstroming van het stedelijk oppervlaktewater blijkt niet geschikt voor de hydroventurie methode. Het middel is helaas erger dan de kwaal. De gemeente Houten zet hydroventurie niet meer in bij de bestrijding van ongelijkbladig vederkruid. Europese regels geven echter aan dat niets doen geen optie is. De komende planperiode wordt geprobeerd met het “harken” een beter resultaat te behalen om het ongelijkbladig Vederkruid beheersbaar te houden.
Amerikaanse rivierkreeft Naast invasieve planten is er ook sprake van invasieve dieren die overlast en schade veroorzaken in de watergangen in Houten. Houten heeft net als veel andere gemeenten in Nederland te maken met de aanwezigheid van de Amerikaans rivierkreeft. Deze kreeft woelt de bodem om, graaft in het talud en eet waterplanten en visjes. De kreeft heeft geen natuurlijke vijanden en breidt zich erg snel uit. Watergangen met een overmaat aan kreeften zijn troebel en beschikken amper over waterplanten. De gemeente en het Waterschap trekken gezamenlijk op met onderzoek naar mogelijk oorzaken van de achteruitgang van watergangen en mogelijkheden de waterkwaliteit te verbeteren.
47
Bodem woelende vissen Voor de watergangen in Houten streeft de gemeente naar natuurlijke waterpartijen met overgangstype 1, snoek-blankvoorntype. Voor de Kooikersplas is het streefbeeld een overgangstype 2, blankvoornbrasemtype, met wat minder doorzicht. Deze streefbeelden zijn opgenomen in de verhuur overeenkomst van de gemeentelijke visrechten met de AUHV (algemene Utrechtse Hengelsport Vereniging). Uit de meeste recente ECO-Scan blijkt dat deze beelden voor verschillende plaatsen niet meer worden gehaald, de scores lopen terug. Met name het doorzicht en het aantal drijvende waterplanten neemt af. Nader onderzoek moet duidelijkheid scheppen welke oorzaken hieraan ten grondslag liggen en of er maatregelen zijn om dit proces te keren. Naast de Amerikaanse rivierkreeft heeft een overmaat aan bodem woelende vissen ook een effect op de waterkwaliteit. Waterkwaliteit blijft achter bij het streefbeeld In NWK verband wordt iedere 3 jaar een Ecoscan uitgevoerd met een beoordeling van het oppervlaktewater aan de hand van streefbeelden. De Ecoscan uit 2023 laat zien dat 80% van de meetlocaties minimaal voldoet aan het streefbeeld “Zichtbaar”. We voldoen dus nog niet aan de ambitie dat het stedelijk water binnen de gemeente Houten in 2027 overal het grootste deel van het jaar minimaal aan het streefbeeld “zichtbaar” voldoet (zie H.3).
Bij de Ecoscan uit 2021 is zelfs wat minder gescoord in vergelijking met 2018. Mogelijk ligt er een relatie met de warme en droge zomer waardoor de waterstand lager en de watertemperatuur hoger was dan normaal. Daarnaast heeft, zoals hiervoor al is aangegeven, een overmaat aan bodem woelende vissen en de Amerikaanse rivierkreeft ook een negatieve invloed op de waterkwaliteit. Dit laatste vormt echter pas de afgelopen paar jaar een duidelijk probleem. Eindbeoordeling
Aantal meetpunten 2015 9 24 9 0 42
Laag Zichtbaar Levendig Natuurlijk Totaal
2018 6 13 20 3 42
2021 8 13 16 4 41
Tabel 4.9.Resultaten ecoscans.
Voor verbetering van de waterkwaliteit denken we aan natuurvriendelijke oevers in plaats van vervanging van beschoeiing, het laten staan van stukken met riet en het verwijderen van ongewenste waterplanten.
Waterbodembeheer 4.6.1 Baggerwerkzaamheden Watergangen slibben dicht door de aanwas van baggerspecie die bestaat uit bladval, uitspoeling vanaf het maaiveld en resten van waterplanten en kadavers. De gemiddelde aanwas van baggerspecie is 2 cm per jaar, bij een slibberging in het onderhoudsprofiel van maximaal 20 cm is een watergang dus om de 10 jaar aan baggeronderhoud toe. Baggerspecie boven het onderhoudsprofiel verslechtert de waterkwaliteit, belemmert de doorstroming van watergangen en kan wateroverlast veroorzaken. HDSR voert jaarlijks een diepteschouw uit in de watergangen om te controleren of het onderhoud tijdig wordt uitgevoerd. Uitvoering van onderhoud door eigenaren van watergangen is niet vrijblijvend, de wettelijke Keur geeft het waterschap de mogelijkheid om eigenaren die in gebreke blijven boetes op te leggen. Om actueel inzicht te hebben in de kwantiteits- en kwaliteitstoestand van de watergangbodems en tijdig groot onderhoud uit te voeren maakt de gemeente gebruik van het technisch beheersysteem WIT. Planmatige uitvoering beperkt kostbare ad-hoc werkzaamheden en borgt het veilig functioneren van de watergangen. Sinds 2018 wordt het beheersysteem structureel gevuld met het geactualiseerde areaal en de beschikbare kwantiteits- en kwaliteitsgegevens van de waterbodems.
Hiermee wordt het steeds beter mogelijk een adequate onderhoudsplanning op te stellen met de juiste hoeveelheden en kosten. Na de vaststelling van het WRP 2020-2023 is in 2020 gestart met structureel jaarlijks groot onderhoud aan de waterbodems. In 2021 is de personele bezetting binnen het taakveld aangepast en wordt het beheer conform het WRP uitgevoerd. 48
Foto’s Uitvoering baggerwerkzaamheden in buitengebied
Onderhoud watergangen geheel in eigendom gemeente. De gemeente voert het onderhoud uit aan watergangen die geheel in eigendom van de gemeente zijn. De doelstelling bij het bepalen van de onderhoudsplanning is dat de watergangen tijdig worden onderhouden en schouwovertredingen worden voorkomen. Onderhoud watergangen gedeeltelijk in eigendom gemeente. Vooral in het buitengebied zijn er veel watergangen waar het eigendom van de watergangen wordt gedeeld met de aanliggende particuliere perceeleigenaren. Beide partijen zijn in die situatie verantwoordelijk voor 50% van het onderhoud. In het verleden nam de gemeente het initiatief om de baggeronderhoudswerkzaamheden uit te voeren. Dit leidde vaak tot discussie met grondeigenaren over kosten, vergoedingen, uitvoeringswijze en de uitvoeringplanning. In 2019 is de werkwijze aangepast en wordt maatwerk geboden. Grondeigenaren worden in staat gesteld zelf de regie te nemen. De volgende mogelijkheden worden geboden: • De gemeente voert het onderhoudswerk uit en voert de uitkomende baggerspecie af naar een erkende verwerkingslocatie. De uitvoeringkosten die bestaan uit baggeren en slibverwerking per m3 worden gedeeld tussen aanliggende grondeigenaar en de gemeente. De partij die de werkzaamheden uitvoert ontvangt een bonus van 20% boven op de uitvoeringskosten van het deel van de partij die wordt ontzorgd.
• De aanliggende grondeigenaar voert het onderhoudswerk uit waarbij de uitkomende baggerspecie op het perceel van de grondeigenaar wordt verwerkt. De uitvoeringkosten die bestaan uit baggeren slibverwerking per m3 worden gedeeld tussen aanliggende grondeigenaar en de gemeente. De partij die de werkzaamheden uitvoert ontvangt een bonus van 20% boven op de uitvoeringskosten van het deel van de partij die wordt ontzorgd. Door het afvoeren van baggerspecie bij uitvoering door de gemeente is deze optie duurder. De partij die de uitvoering op zich neemt heeft het voordeel dat de andere partij 20% bonus op de uitvoeringskosten betaalt. Hiermee wordt de inspanning beloond die voorbereidende en toezichthoudende werkzaamheden met zich meebrengen. Uitvoeringskosten baggerwerkzaamheden buitengebied incl. VenT, excl. BTW. Optie 1, uitvoering door perceeleigenaar
kosten per m3
eigen aandeel wateroppervlak
bijdrage
verspreidbare bagger klasse A/B baggermethode
kraan vanaf de kant
€ 6,50
kosten aanvullend kwaliteitsonderzoek transport en verwerking
baggerspecie op de kant
€ 1,30
totaal
€ 7,80
Optie 2, uitvoering door gemeente
kosten per m3
uitvoeringsvergoeding per m3 Verrekening uitvoeringsvergoeding op basis totaal aantal m3.
bijdrage per m3
90% € 7,02
20% €
1,56 €
8,58
50% € 3,90
20% €
1,56 €
5,46
30% € 2,34
20% €
1,56 €
3,90
eigen aandeel wateroppervlak
bijdrage
niet verspreidbare bagger
uitvoeringsvergoeding per m3 in euro bijdrage per m3 Verrekening uitvoeringsvergoeding op basis aantal m3 in watergang
baggermethode
kraan vanaf de kant en overslaan in
€ 8,75
90% € 39,20
20% €
8,71 €
47,91
transport en verwerking
baggerspecie naar verwerker
€ 34,80
50% € 21,78
20% €
8,71 €
30,49
totaal
€ 43,55
30% € 13,07
20% €
8,71 €
21,78
Tabel 4.10 Bijdrage uitvoeringskosten baggeren perceeleigenaren.
49
Randvoorwaarden: • De genoemde aanpak is alleen van toepassing wanneer er sprake is van vrij verspreidbare baggerspecie klasse A/B. • De vergoeding van uitvoeringskosten is gebaseerd op het gemeentelijk raambestek baggeronderhoud dat iedere 4 jaar wordt aanbesteed en jaarlijks wordt geïndexeerd. • De vergoeding van de gemeente aan de grondeigenaar wordt uitgekeerd na uitpeiling waaruit blijkt dat minimaal 90% van de baggerspecie in het onderhoudsprofiel is verwijderd. • De gemeente verzorgt in- en uitpeiling van de waterbodems en verwerkt de gegevens in het technisch beheersysteem. • Wanneer er geen of onvoldoende uitpeilgegevens bekend zijn, is het uitgangspunt dat er gemiddeld 10 cm bagger per m2 is verwijderd. De voorgestelde uitvoeringmethode is transparant; de kosten zijn vooraf goed in te schatten en na uitvoering nauwkeurig te bepalen. Belangrijk voordeel van de aangegeven werkwijze is dat grondeigenaren nu zelf geheel verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en zelf een passend moment kunnen kiezen dat aansluit op hun bedrijfsvoering. De ervaringen met de nieuwe aanpak zijn over het algemeen positief. Het is wel van belang dat de gemeente door de grondeigenaar tijdig wordt geïnformeerd en zo in de gelegenheid de in- en uitpeilingen uit te voeren.
Algemene voorwaarden effectief beheer 4.7.1 Afhandelen meldingen e.d. Voor meldingen, vragen en klachten over het stedelijke water kunnen bewoners het centrale nummer van de gemeente Houten bellen. Men kan ook een brief sturen, een e-mail zenden of direct medewerkers van de gemeente aanspreken. + info op de website Zo nodig zorgt de gemeente ervoor dat vragen snel en goed worden afgehandeld door een andere verantwoordelijke instantie zoals het Waterschap, de Provincie of het Waterleidingbedrijf. Het aantal knelpunten en meldingen van bewoners is tot nu toe beperkt en de genoemde werkwijze lijkt voldoende aan te sluiten op de behoefte.
4.7.2 Calamiteiten In samenwerking met de NWK-partners is in 2008 een calamiteitenplan riolering opgesteld dat in werking treedt bij incidenten zoals bij ernstige verontreiniging van het rioolwater. Dit plan wordt actueel gehouden.
4.7.3 Data in standard format In de planperiode 2024-2027 zorgt de gemeente ervoor dat alle data in de technische beheersystemen in de GWSW (Gemeentelijk Woordenboek Stedelijk Water) standaard wordt omgezet en bijgehouden. Statische data is compleet (98%), mutaties worden tijdig volgens de WIBON voorschriften verwerkt. De data kan zonder noemenswaardige aanvullende werkzaamheden gebuikt worden bij hydraulische modelberekeningen zoals SSW. Data wordt op 1 locatie bijgehouden en vanuit die bron gekoppeld aan andere toepassingen. De statische data wordt gekoppeld aan de dynamische data vanuit het telemetriesysteem H2Go. De gemeente stelt de data via open source beschikbaar aan derden.
4.7.4 Gegevens ligging rioolhuis aansluiting via website Bewoners en bedrijven kunnen via de website van de gemeente 24/7 bij de gemeente beschikbare informatie ophalen over de ligging huis- en bedrijf aansluitingen op de hoofdriolering. Hiermee is de dienstverlening op dit punt op het gewenste niveau en worden schade claims t.g.v ontbrekende informatie voorkomen.
Conclusie Het (afval)watersysteem binnen de gemeente Houten functioneert over het algemeen goed. Onderhoud wordt uitgevoerd conform (adequaat gebleken) frequenties. Extreme situaties hebben tot nu toe niet voor grootschalige overlast gezorgd binnen het stedelijk gebied met water op straat overlast en schade. 50
5 DE OPGAVE Inleiding In dit hoofdstuk wordt de strategie aangegeven op welke wijze de gestelde doelen in de planperiode 2024-2027 naderbij worden gebracht. In veel gevallen zijn de strategie en vooral de concreet voorgestelde maatregelen een logisch vervolg op de doelen uit hoofdstuk 3 en de geconstateerde knelpunten uit hoofdstuk 4. In paragraaf 5.1 worden de nieuwbouwplannen voor de komende jaren in de gemeente toegelicht in relatie tot de aan te leggen riolering. In paragraaf 5.2 worden de uit te voeren reguliere onderzoeken en werkzaamheden behandeld. De projectmatige onderzoeken en werkzaamheden komen in paragraaf 5.34 aan bod. Er wordt steeds een onderscheid gemaakt naar het onderdeel van het watersysteem waarvoor de activiteit nodig is.
Aan te sluiten nieuwe bebouwing In de planperiode 2024-2027 worden er naar verwachting circa 1.350 woningen opgeleverd. Deze 1.350 woningen zijn overeenkomstig het spoorboekje van de ruimtelijke opgave (versie 09/22). Nieuwbouw binnen het bestaand stedelijk woongebied in de kern Houten wordt aangesloten op het aanwezige verbeterd gemengde rioleringssysteem. Nadrukkelijk wordt hierbij ingezet op het niet aansluiten van regenwater op de riolering. Iedere nieuwe woning dient een deel van het vrijkomende regenwater te verwerken op eigen terrein middels een infiltratievoorziening met een inhoud van minimaal 40 mm. Het Convenant Duurzame Woningbouw dat Houten heeft ondertekend is kaderstellend. Het verwerken van regenwater bij binnenstedelijke ontwikkelingen wordt een enorme technische en financiële opgave. De benodigde en beschikbare ruimte om de ambities te realiseren zijn niet in evenwicht. Een brede visie met keuzes, ruimtelijke reserveringen, corridors voor water en nutsvoorzieningen is nodig om een passende en afgewogen invulling te geven aan de ambities. Voor bedrijventerreinen is het uitgangpunt een verbeterd gescheiden riolering. Regenwater van daken wordt, indien geografisch mogelijk, direct op oppervlaktewater aangesloten. Bij nieuwbouw buiten de Rondweg is het uitgangspunt een gescheiden riolering.
In het afvalwaterakkoord zijn de afspraken tussen de gemeente en het waterschap vastgelegd. Bij nieuwbouw dienen initiatiefnemers een belangrijk deel van het afstromende regenwater op eigen terrein verwerken.
Reguliere onderzoeken en werkzaamheden De volgende onderzoeken en werkzaamheden/maatregelen zijn nodig om het huidige stelsel en watersysteem goed te laten functioneren.
5.2.1 Reguliere onderzoeken Reguliere onderzoeken zijn van belang om voldoende inzicht te hebben en te houden in het functioneren van de stelsels en voor de optimalisatie van het beheer. De resultaten van onderzoek zijn daarbij essentieel als onderbouwing van nieuwe maatregelen en het toetsen van de effectiviteit van uitgevoerde maatregelen. Stedelijk Afvalwater In de komende planperiode worden de volgende onderzoeken uitgevoerd: •
Visuele gedetailleerde inspectie hoofdriolering; jaarlijks 5% van het areaal, ca 10.000 m: o o o o
2024: 2025: 2026: 2027:
wijken restlocaties Houten-Zuid; wijken Boten, Bogen, Polders; wijken Tuinen, Schepen, Slagen, Jhr Ramweg; wijken ntb.
51
In combinatie met het reinigen van de hoofdriolering worden de leidingen gedetailleerd met een rijdende videocamera geïnspecteerd. De resultaten van de inspecties en de videobeelden worden geïmporteerd in het technisch rioolbeheersysteem. Jaarlijkse kosten: € 15.000. •
Visuele inspectie vanuit 88 inspectieputten hoofdriolering; jaarlijks 88 stuks: o 2024: vaste meetpunten in afvalwatersysteem: 88 st; o 2025: vaste meetpunten in afvalwatersysteem: 88 st; o 2026: vaste meetpunten in afvalwatersysteem: 88 st; o 2027: vaste meetpunten in afvalwatersysteem: 88 st. Om een voortschrijdend beeld te krijgen van de verontreiniging van het rioolstelsel zijn er 90 inspectieputten gekozen die een representatief beeld geven van de verontreiniging van het stelsel. Deze inspectieputten worden jaarlijks met een putvideo geïnspecteerd. Aan de hand van de beoordeling van de inspectieresultaten wordt gekozen waar de 3.000 m inspectie en reiniging toestandsafhankelijk wordt uitgevoerd. Jaarlijkse kosten: € 5.400.
•
Visuele gedetailleerde Inspectie hoofdriolering; jaarlijks 1,5% van het areaal. o 2024: nader te bepalen n.a.v. resultaten putvideo: 3.000 m1; o 2025: nader te bepalen n.a.v. resultaten putvideo: 3.000 m1; o 2026: nader te bepalen n.a.v. resultaten putvideo: 3.000 m1; o 2027: nader te bepalen n.a.v. resultaten putvideo: 3.000 m1. Uitvoering toestandsafhankelijk onderhoud; reinigen van de hoofdriolering en gedetailleerd inspecteren met een rijdende videocamera. De resultaten van de inspecties en de videobeelden worden geïmporteerd in het technisch rioolbeheersysteem. Jaarlijkse kosten: € 3.000.
•
Controle en handhaving van verordeningen en vergunningen. De controle van vergunningen en de naleving van de wet milieubeheer wordt verzorgd door het team, VTH. Jaarlijkse kosten: uren eigen dienst.
•
Monitoring en rapportage van overstorten van gemengde riolering. Vanaf 2010 worden in NWK verband de overstorten van het gemengde rioolstelsel gemonitord. Sinds het regionaal telemetriesysteem operationeel is heeft de data analist van NWK ongelimiteerd toegang tot de meetgegevens van gemalen en overstorten van Houten. Om een relatie te kunnen leggen met neerslag wordt gebruik gemaakt van radarbeelden van het KNMI. De resultaten van de metingen worden verwerkt in rapportages. Het meetproject gebeurt in samenwerking met 10 andere gemeenten in de regio en het waterschap. NWK ondersteunt de gemeenten via de diensten van een gezamenlijke data-analist. De jaarlijkse kosten hiervan vormen een onderdeel van de totale kosten van deelname aan NWK van € 42.000.
•
Opname en evaluatie stroomgebruik mechanisch elektrische installaties. In 2015 zijn alle installaties voorzien van slimme stroommeters en zijn de verbruik gegevens beschikbaar. Via het telemetriesysteem zijn ook de draaiuren van installaties beschikbaar om analyses te maken. Jaarlijkse kosten: uren eigen dienst.
•
Capaciteitsmeting hoofdgemalen, automatisch of handmatig 1 maal per 2 jaar. In 2018 zijn 6 hoofgemalen voorzien van een debietmeter gekoppeld aan het telemetriesysteem. Bij deze gemalen is de afvoercapaciteit continue inzichtelijk en wordt er actief gestuurd. Bij de andere gemalen wordt de afvoercapaciteit 1 maal in de 2 jaar handmatig gemeten en afgezet tegen de ontwerpcapaciteit. Jaarlijkse kosten: uren eigen dienst, extern € 750.
•
Bijhouden telemetriesysteem. Met het telemetriesysteem worden de waterniveaus in alle hoofdgemalen, tunnelgemalen en randvoorzieningen continu bemeten en geregistreerd. Jaarlijkse kosten: uren eigen dienst.
Hemelwater • Monitoring uitstroompunten hemelwaterlozingspunten. Jaarlijks worden de overlaten van verbeterd gescheiden en gescheiden rioleringssystemen visueel gecontroleerd. Kosten: uren eigen dienst.
•
Onderzoek naar foutieve hemelwateraansluitingen op mechanische riolering. Met behulp van het telemetriesysteem worden de draaiuren van minigemalen geregistreerd. Na de renovatie van de 260 minigemalen in 2023 zijn 30 belangrijke installaties vast aangesloten op het telemetriesysteem. In de overige 230 minigemalen rouleren er 20 telemetrie units om een korte periodes de bedrijfsvoering te monitoren. In combinatie met de neerslagmeting kan een relatie tussen draaitijden en foutieve aansluiting van afvalwater worden gelegd. De foutieve aansluitingen, regenwater op mechanische riolering, worden actief gesaneerd. Kosten: uren eigen dienst.
Grondwater • Grondwatermeetnet. Om structureel inzicht te krijgen in het verloop van de grondwaterstand in het stedelijke gebied van de gemeente Houten vindt dagelijks een (geautomatiseerde) meting plaats op 9 peilbuis locaties. Op 12 locaties staan er nog stationaire meetpunten. Deze stationaire meetpunten vervallen in de planperiode en worden vervangen door 1 extra telemetrisch meetpunt. Houten participeert in NWK verband in het regionaal grondwatermeetnet. De meetgegevens zijn telemetrisch in real time zichtbaar via de NWKwebsite. Het grondwatermeetproject is gestart in 2011 en geeft inmiddels een goed en waardevol inzicht in het verloop van grondwaterstanden in het stedelijk gebied. Kosten: € 8.000 per jaar.
52
Oppervlaktewater • Periodiek waterbodemonderzoek. Om inzicht te krijgen in de toename van baggerspecie in de watergangen is periodiek waterbodem onderzoek nodig. In 2020 is gestart met uitvoering van jaarprogramma’s waterbodemonderhoud. Hierbij worden waterbodems jaarlijks in- en uitgepeild en ontstaat er toenemend inzicht in het verloop van de aangroei van baggerspecie. Dit inzicht is nodig om op het juiste moment, niet te vroeg maar zeker niet te laat, waterbodemonderhoud binnen een jaarprogramma uit te voeren. Alle meetgegevens worden verwerkt in het technisch beheersysteem WIT dat al is gevuld met de vaste gegevens van de watergangen. Kosten: € 2.500 per jaar.
•
Ecoscan oppervlaktewater en ander onderzoek door derden. De kwaliteit van stedelijk water wordt beïnvloed door veel factoren die lastig te reguleren en te beïnvloeden zijn. Vitaal stedelijk water levert een bijdrage aan het behalen van de KRW-doelstellingen in de regionale waterlichamen. Mede om deze reden heeft de gemeente heeft de afgelopen periode verschillende maatregelen uitgevoerd om de oppervlaktewaterkwaliteit in het stedelijk gebied te verbeteren. Houten en HDSR monitoren de waterkwaliteit van het stedelijk water via Ecoscan die iedere 3 jaar door een adviesbureau worden uitgevoerd. De resultaten geven inzicht het verloop van de kwaliteit en effectiviteit van getroffen maatregelen. Indien gewenst wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd. Kosten: € 2.500 + uren eigen dienst.
•
Ecoscan oppervlaktewater door bewoners. Naast de Ecoscan die wordt uitbesteed aan een adviesbureau monitoren medewerkers van de gemeente en HDSR ook locaties met een hogere frequentie. Op deze wijze ontstaat er een beeld waarbij het verloop in kwaliteit beter zichtbaar wordt. Vanaf 2020 worden belangstellende bewoners ingezet bij deze monitoring. Kosten: Uren eigen dienst. Jaar
Regulier onderzoek
Jaarlijks 5% Jaarlijks 90 Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks 50% Jaarlijks
Visuele inspectie hoofdriolering Visuele inspectie inspectieputten Monitoring watersysteem NWK-bijdrage Stroomgebruik installaties waterbeheer Capaciteitsmeting hoofdrioolgemalen Monitoring uitstroompunten hemelwaterlozingspunten. Jaarlijks Onderzoek naar foutieve hemelwater aansluitingen op mechanische riolering. Dagelijks Monitoring grondwatermeetnet 10 locaties 1x p jaar Periodiek onderzoek bewoners Ecoscan 1x p jaar Periodiek waterbodem onderzoek 1x p 3 jaar Periodieke ecoscan op 45 locaties Tabel 5.1 Reguliere onderzoeken.
Onderdeel
Kosten (€)
Stedelijk afvalwater Stedelijk afvalwater Stedelijk afvalwater Stedelijk afvalwater Stedelijk afvalwater Hemelwater
15.000 5.400 42.000 Eigen dienst 750 Eigen dienst
Hemelwater
Eigen dienst
Grondwater Oppervlaktewater Oppervlaktewater Oppervlaktewater
8.000 Eigen dienst 2.500 2.500
Alle kosten verbonden aan reguliere onderzoeken zijn opgenomen in de begroting (zie ook hoofdstuk 6).
5.2.2 Reguliere werkzaamheden De reguliere werkzaamheden zijn erop gericht om het functioneren van de riolering, drainage en oppervlaktewatersystemen te waarborgen en in goede staat te houden. Stedelijk afvalwater In de komende planperiode worden de volgende reguliere werkzaamheden uitgevoerd: •
Reinigen hoofdriolering in combinatie met inspectie; jaarlijks 5% van het areaal:
o 2024: wijken restlocaties Houten-Zuid; o 2025: wijken Boten, Bogen, Polders; o 2026: wijken Tuinen, Schepen, Slagen, Jhr Ramweg; o 2027: wijken ntb. Voorafgaand aan de gedetailleerde inspectie van de hoofdriolering wordt de riolering gereinigd onder hoge druk. Gemiddeld worden riolen 1 maal in de 20 jaar gereinigd. Wanneer blijkt dat riolen meer onderhoud nodig hebben wordt hierop geanticipeerd. Kosten: € 45.000.
•
Reinigen hoofdriolering naar aanleiding van putvideo-inspectie; jaarlijks 1,5% van het areaal: o o
2024: 2025:
nader te bepalen naar aanleiding resultaten putvideo: 3.000 m1; nader te bepalen naar aanleiding resultaten putvideo: 3.000 m1;
53
o 2026: nader te bepalen naar aanleiding resultaten putvideo: 3.000 m1; o 2027: nader te bepalen naar aanleiding resultaten putvideo: 3.000 m1. Uitvoering toestandsafhankelijk onderhoud; reinigen van de hoofdriolering en gedetailleerd inspecteren met een rijdende videocamera. De resultaten van de inspecties en de videobeelden worden geïmporteerd in het technisch rioolbeheersysteem. Jaarlijkse kosten: € 20.000.
•
Herleggen huisaansluitleidingen; gemiddeld 55 stuks per jaar.
Jaarlijks worden er gemiddeld 55 huisaansluitingen herlegd vanwege defecten. Kosten: € 96.250.
•
Herleggen en vervangen kolken; gemiddeld 40 stuks per jaar.
Jaarlijks worden er gemiddeld 40 kolken en aansluitingen herlegd vanwege defecten. Kosten: € 32.000.
•
Storingsonderhoud huis- en kolkaansluitingen.
Jaarlijks worden er 90 verstoppingen in huis- en kolkaansluitingen opgelost, waarbij de hulp van de gemeente wordt gevraagd. Wanneer blijkt dat de oorzaak op openbaar terrein zit en structureel is wordt de aansluiting herlegd. Kosten: € 15.700.
•
Storingsonderhoud mechanisch elektrische installaties waterbeheer.
Jaarlijks komen er via het telemetriesysteem 900 meldingen binnen m.b.t. afwijkend gedrag van de aangesloten installaties. Deze meldingen worden door de opzichter beoordeeld en leiden in ca. 200 gevallen tot een actie door de onderhoudsaannemer. Kosten: € 50.000. • Reinigen zinkers en overige bijzondere constructies. Jaarlijks worden de 18 zinkers en spoorzinkers in het vrijvervalrioolsysteem preventief gereinigd onder hoge druk. Bekende knelpunten in het rioolsysteem worden periodiek gecontroleerd en gereinigd. Kosten € 12.700.
•
Reinigen hoofdgemalen en minigemalen.
Hoofdrioolgemalen worden 4 maal per jaar gereinigd, tunnelgemalen, minigemalen en vacuümputten worden jaarlijks gereinigd. Kosten: € 35.000.
•
Correctief onderhoud aan mechanisch elektrische installaties verbonden aan waterbeheer.
Jaarlijks wordt correctief onderhoud uitgevoerd aan alle mechanisch elektrische installaties verbonden aan het waterbeheer van de gemeente. Kleine gebreken worden direct verholpen. Kosten: € 45.000.
•
Het actueel houden van het technisch beheersysteem Kikker. Kosten: uren eigen dienst.
Hemelwater • Reinigen straat- en trottoirkolken. Jaarlijks worden 18.600 gemeentelijke straat- en trottoirkolken mechanisch gereinigd. Hiervan liggen er 4.500 in afgekoppelde gebieden, deze worden 1x extra gereinigd om de kans op verontreiniging van het oppervlaktewater te beperken. Ongeveer 1.100 kolken zijn niet bereikbaar voor het reinigingsmaterieel, deze worden handmatig gereinigd. Jaarlijkse kosten: € 52.000. De gemeente vervolgt het overleg met de paddenwerkgroep om geschikte maatregelen te treffen die effectief zijn om amfibieën die in kolken terechtkomen weer te laten ontsnappen. Het is van belang dat die maatregelen de werking van de kolken niet belemmeren en robuust zijn.
•
Reinigen afwateringsgoten.
Jaarlijks worden 2.050 m1 afwateringsgoten in tunnels en in het centrum gereinigd. Kosten: € 4.200.
•
Onderhoud aan helofytenfilters en wadi’s.
Het groenonderhoud van de helofytenfilters bestaat uit het 1x per jaar maaien van de kades en het jaarlijks maaien en verklepelen van 30% van de helofyten. Daarnaast is er onderhoud nodig aan de kades, bomen en bosschages. Jaarlijkse kosten: € 22.480.
Grondwater • Reinigen drainagestelsel. Jaarlijks wordt 25.000 m van de gemeentelijke drainage gereinigd onder hoge druk. De metingen uit het grondwatermeetnet bepalen de uitvoeringspanning. Uitgangspunt is om een streng iedere 10 jaar te reinigen. Kosten € 28.750.
•
Vrijhouden uitstroompunten drainagestelsel.
Jaarlijks worden de 220 uitstroompunten van het drainagesysteem gecontroleerd en vrijgehouden van belemmeringen. Kosten: € 4.840.
•
Storingen en herstel drainage en doorspuitputten.
Jaarlijks worden er gemiddeld 10 reparaties aan het drainagestelsel uitgevoerd. Kosten € 12.000.
Oppervlaktewater • Onderhoud water regulerende constructies. Jaarlijks wordt correctief onderhoud uitgevoerd aan de peil regulerende installaties. Kleine gebreken worden direct verholpen. Kosten: € 3.350.
•
Onderhoud watergangen. 54
Jaarlijks wordt maaionderhoud uitgevoerd in de watergangen waarbij de waterplanten worden gemaaid en verwijderd. Het vrijkomende maaisel wordt op de kant gezet om uit te lekken en na een week afgevoerd. Drijfvuil wordt regelmatig verwijderd, in het centrum wekelijks. Kosten: € 121.600.