CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Water en rioleringsplan 2024-2027 (WRP)

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente HoutenBij agendapunt: Water en rioleringsplan WRP 2024-202730.189 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

21

3 Wat willen we bereiken Inleiding In dit hoofdstuk wordt, aangegeven wat de gemeente in de planperiode 2024-2027 wil bereiken met betrekking tot stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. We houden daarbij rekening met de volgende beleidskaders: We houden daarbij rekening met de volgende beleidskaders: Omgevingswet; Wet Milieubeheer; Waterwet; Besluit lozen buiten inrichtingen; Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht; Convenant Duurzame Woningbouw (van de provincie Utrecht (niveau zilver); Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 ‘Stroomopwaarts samen voor de toekomst’ (van het HDSR; Keur HDSR 2018; Regionaal Afvalwaterketenbeleid (RAB) (van de regio Utrecht Zuidwest); Verordening afvoer hemelwater en grondwater gemeente Houten (Hemelwaterverordening); Verordening Buitenriolering gemeente Houten; Klimaatadaptatieplan Houten 2022-2027; Actieplan Circulaire Economie (van de Gemeente Houten); Beheereisen Inrichting Openbare Ruimte (BIOR) (van de Gemeente Houten); Visie Groen en Biodiversiteit gemeente Houten. De beleidsdoelen worden (in bijlage 4) verder uitgewerkt in kritieke prestatie indicatoren. Het werken met KPI’s maakt het mogelijk gericht te sturen op te behalen prestaties en effecten. Dit hoofdstuk begint met enkele belangrijke ontwikkelingen waarmee we te maken hebben bij het (afval)waterbeheer.

3.1 Belangrijke ontwikkelingen (en opgaven) De volgende belangrijke ontwikkelingen zijn van invloed op het gemeentelijke (afval)waterbeleid. Samenwerking in de afvalwaterketen In de afgelopen planperiode is het samenwerkingsverband Winnet overgegaan in het netwerk Water en Klimaat (bestaande uit 14 (regio)gemeenten, HDSR, de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) en de provincie Utrecht. De gemeente Houten levert een actieve bijdrage aan dit netwerk. Door de samenwerking worden taken verdeeld en ervaringen uitgewisseld. Ook worden rijkssubsidies gecoördineerd binnen het samenwerkingsverband en is er een data-analist in dienst voor monitoring. In de afgelopen planperiode is gezamenlijk gewerkt aan onder andere klimaatadaptatie (zoals het opstellen van een Regionale Adaptatie Strategie (RAS), assetmanagement, grondwatermonitoring, overstort monitoring en eco-scans.

Omgevingswet De regering wil een groot aantal wetten en regelingen op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu bundelen in de Omgevingswet. De gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater zijn momenteel opgenomen in de Wet Milieubeheer en de Waterwet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit opgenomen in artikel 2.16 Ow (lid1a). Na het van kracht worden van de Omgevingswet (naar verwachting 1 januari 2024) is het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) niet langer een wettelijk verplichte planvorm, maar kunnen elementen hiervan opgaan in respectievelijk de omgevingsvisie, -programma en -plan. Hoewel de wettelijke verplichting tot het opstellen van een GRP komt te vervallen is besloten om wel een nieuw plan op te stellen. Het Water en rioleringsplan is immers een effectief planinstrument gebleken om de rioleringszorg te borgen en activiteiten af te stemmen. 22

De Algemene doelstellingen in par. 3.2 en de basisambities voor stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater (par. 3.3.1, 3.4.1, 3.5.1 en 3.6.1) vormen bouwstenen voor de omgevingsvisie. In het WRP staan ook verschillende regels die t.z.t. in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen. Klimaatadaptatie Hoe wij invulling geven aan klimaatadaptatie hebben wij vastgelegd in het ‘Klimaatadaptatieplan Houten 2022 -2027". In voorliggend WRP hebben wij de ambities voor zover deze een relatie hebben met de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater opgenomen (in dit hoofdstuk 3) en (in hoofdstuk 5) zo nodig vertaald naar concrete maatregelen. Zeer bepalend voor deze ambitie is het Convenant Duurzame Woningbouw van de provincie Utrecht, dat Houten mede heeft ondertekend en waarbij gekozen is voor het ambitieniveau “zilver”. Wij zien de klimaatopgave waaronder het omgaan met heviger buien als een gezamenlijke opgave samen met het waterschap, provincie, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het is ondoelmatig om de capaciteit van de riolering onbeperkt te vergroten. Om toch te kunnen anticiperen op de optredende klimaatontwikkelingen en om overlast tijdens hevige neerslaggebeurtenissen te voorkomen, moet het water op een andere manier worden vastgehouden, geborgen of afgevoerd (stad als spons).

Dit betekent een verbreding ten opzichte van de traditionele en sectorale aanpak die al een tiental jaren geleden in Houten is ingezet: niet alleen het ondergrondse afvoersysteem beschouwen als oplossingsniveau voor het teveel aan water, maar ook de bovengrondse mogelijkheden meenemen (bij voorkeur gecombineerd met andere maatschappelijke doelen zoals het voorkomen van hittestress, droogte en het versterken van de biodiversiteit). Duurzaamheid Naast klimaatadaptatie is ook het tegengaan van klimaatverandering een aandachtspunt in het Water en rioleringsbeheer. Uiteindelijk willen we naar een circulair en energieneutraal water- en rioleringssysteem. We letten op hergebruikmogelijkheden, zuinige voertuigen, zuinige electrische gemalen e.d. De gebruiksduur van het water- en rioleringssysteem willen we optimaliseren door tijdig het juiste onderhoud uit te voeren en door risicogestuurd beheer. Drukte in de ondergrond Door de energietransitie en klimaatadaptatie neemt de druk op de ondergrond toe. Er kunnen bijvoorbeeld leidingen bijkomen voor warmtetransport, elektriciteitsleidingen voor de energietransitie en er is behoefte aan groeiruimte voor bomen. Bij rioolaanleg of rioolvervanging zullen we daarom meer dan voorheen rekening moeten houden met het ondergronds ruimtebeslag. Er is meer aandacht nodig voor een integrale ondergrondse ordening.

In het kader van het Klimaatadaptatieplan 20222027 werken we hiervoor een integraal afwegingskader uit.

3.2 Algemene doelstellingen De algemene doelstellingen voor de gemeentelijke watertaken zijn samengevat de volgende: 1. De volksgezondheid beschermen: De aanleg en het beheer van riolering zorgt ervoor dat verontreinigd afvalwater uit de directe leefomgeving wordt verwijderd. 2. De bodem en het grond- en oppervlaktewater beschermen: Door de aanleg van riolering of individuele afvalwaterbehandeling systemen wordt de directe ongezuiverde lozing van stedelijk afvalwater op bodem- of oppervlaktewater voorkomen. Ook een duurzame afvoer van afval- en regenwater is daarbij een uitgangspunt. 3. Overlast en schade door regenwater voorkomen en de kwaliteit van de leefomgeving op peil houden: De riolering zorgt voor de ontwatering van de bebouwde omgeving door naast het stedelijk afvalwater het overtollige regenwater van daken, pleinen, wegen e.d. in te zamelen en af te voeren. Het oppervlaktewater levert naast een afvoerfunctie voor regenwater een positieve bijdrage aan de leefomgeving. Naast deze basisdoelstellingen besteden we aandacht aan onze aanvullende ambities op het gebied van klimaatadaptatie, energietransitie, risico gestuurd beheer en circulariteit (voor zover gerelateerd aan onze gemeentelijke watertaken).

Het uitgangspunt van het thema klimaatadaptatie is om de nieuwbouwprojecten zodanig te realiseren dat zij bestand zijn tegen uitdagingen op het gebied van wateroverlast, droogte, hitte en 23

overstromingen. Voor het bestaand stedelijke gebied geldt in principe het zelfde uitgangspunt maar dan in plaats van een resultaatsverplichting een inspanningsverplichting. Dit sluit aan op de afspraken zoals gemaakt in het Convenant Duurzame Woningbouw van de provincie Utrecht Twee principes voor duurzaam waterbeheer Met het “Waterbeleid 21e eeuw” speelt het Rijk in op toekomstige ontwikkelingen, die hogere eisen stellen aan het waterbeheer. Het gaat hierbij om onder andere de klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelrijzing. Het waterbeleid 21e eeuw heeft twee principes voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd. Dit zijn de tritsen: vasthouden - bergen - afvoeren; schoonhouden - scheiden - zuiveren. De trits 'vasthouden - bergen - afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms in een stroomgebied wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.

Deze voorkeursvolgorden voor de verwijdering van afvalwater is nader beschreven in artikel 10.29a van de Wet Milieubeheer (Wm).

3.3 Ambities en doelen voor stedelijk afvalwater 3.3.1 Basisambities Als gemeente hebben wij de volgende ambities binnen de zorgplicht afvalwater: • Doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater. • Voorkomen van ongewenste emissies/gezondheidsrisico’s en beperken overlast voor de omgeving. • Bijdragen aan een duurzame verwerking van afvalwater en een optimale inrichting van de waterketen. Vanuit de Wm (artikel 10.33) heeft de gemeente de verplichting een voorziening aan te bieden voor het inzamelen en transport van afvalwater. Afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel van huishoudelijk afvalwater met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Alle percelen waar afvalwater vrij komt, moeten zijn voorzien van een aansluiting op de riolering of van een individueel systeem voor behandeling van afvalwater (IBA) wanneer lokale behandeling doelmatiger is. Hemelwater moet op eigen terrein worden verwerkt als dat mogelijk is, bijvoorbeeld als er voldoende ruimte op eigen perceel is. In het kader van het Besluit Lozingen Buiten Inrichtingen zijn lozingen op het watersysteem vanuit de gemeentelijke stelsels in principe toegestaan, mits alle lozingspunten zijn vastgelegd en worden onderhouden volgens het beheerplan zoals beschreven in dit Water en rioleringsplan.

Het is technisch eenvoudig om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen het afvalwater gescheiden te houden van hemelwater. Daarom eisen we bij nieuwe ontwikkelingen dat dit minimaal gescheiden van elkaar wordt aangeleverd bij de perceelgrens of dat regenwater in een berging wordt opgevangen. Zie Verordening afvoer hemelwater en grondwater gemeente Houten (Hemelwaterverordening), artikel 3. Als uitwerking van de Hemelwaterverordening zijn ook twee zogenaamde gebiedsaanwijzingen relevant, namelijk: 1. Buiten de bebouwde kom ligt vaak mechanische (druk en vacuüm)riolering om het afvalwater in te zamelen. Voor het goed functioneren van de mechanische riolering mag er geen hemelwater op worden aangesloten. We handhaven als we merken dat er hemelwater wordt geloosd op de mechanische riolering. Dit verbod is vastgelegd in de Hemelwaterverordening en met een gebiedsaanwijzing. 2. In de gemeente zijn (vooral in Houten-zuid) veel woningen en andere panden waarvan (delen van) daken en verharding bij de bouw niet zijn aangesloten op de vuilwaterriolering of later 24

“afgekoppeld”. Deze situatie dient gehandhaafd te blijven. Dit is ook vastgelegd in de Hemelwaterverordening en met een gebiedsaanwijzing. In par. 3.4 wordt nader ingegaan op Hemelwater. (Agrarische) bedrijven dienen te voldoen aan het Activiteitenbesluit. De algemene systematiek van het Activiteitenbesluit luidt: • Lozen in de bodem, op oppervlaktewater en hemelwaterriool is verboden, tenzij expliciet toegestaan. • Lozingen op het vuilwaterriool zijn toegestaan onder voorwaarden van de (afvalwater)zorgplicht, tenzij verboden. We hanteren hierbij voor nieuwe aanvragen en bestaande lozingen (tenzij iets anders is opgenomen in de aansluitvergunning) de volgende voorwaarden: o Elk bedrijf mag maximaal 0,5 m³ per uur afvalwater op de drukriolering lozen. o Elk bedrijf heeft maximaal één aansluiting op de drukriolering. o Elk bedrijf heeft een zorgplicht op het voorkomen van afvalwater. o Bij een aanbod groter dan 0,5 m³ per uur dient het afvalwater op eigen terrein te worden gebufferd. o Wanneer buffering niet mogelijk is, kan de capaciteit van de drukriolering worden vergroot, of wordt gezocht naar alternatieve oplossingen. De kosten hiervoor zijn voor rekening perceeleigenaar. Dit is opgenomen in de Verordening buitenriolering. Om het stedelijk afvalwater in te zamelen en te transporteren moet de riolering in goede staat verkeren.

Lekkende rioolbuizen moeten worden voorkomen en de voorzieningen mogen niet vervuild zijn met zand of andere ongerechtigheden. De afvoercapaciteit van het rioleringsstelsel moet voldoende zijn om wateroverlast te voorkomen (uitgezonderd buitengewone omstandigheden) en de vuiluitworp uit rioolstelsels dient beperkt te zijn. Visuele hygiënische verontreinigingen of herhaalde geuroverlast afkomstig uit de riolering zijn niet acceptabel.

3.3.2 Aanvullende beleidsuitgangspunten Aanvullend op het voorgaande kiezen we voor de volgende beleidsuitgangspunten: • Een zeker maar aanvaardbaar risicoprofiel bij het beheer van de assets in de afvalwaterketen ten behoeve van kostenbesparing. Er wordt alleen geïnvesteerd als nut en noodzaak, aard en omvang van de investering goed is onderzocht. Hetzelfde geldt voor beheeractiviteiten. Het uitgangspunt is: “Nee, tenzij noodzakelijk”. Naast de toestand zal ook de gebruiksfunctie en het risicoprofiel moeten worden meegenomen. We richten de inspecties op zwakke of risicovolle plekken. Een rioolbuis onder een hoofdverkeersader kent een ander risicoprofiel dan een buis onder een voetpad. Als ingrijpen noodzakelijk is, wordt gewerkt volgens de trits ‘repareren - renoveren (relinen) - vervangen’. • Verdere verbetering van het databeheer (statisch en dynamisch). • Deelname aan de bestaande meetprojecten van het Netwerk Water en Klimaat (monitoring overstorten/regionale telemetrie/ grondwater). • Bij tijdelijke lozingen is het verplicht om voor aanvang van de lozing melding te doen bij de gemeente over tijdsduur en volume. • Als pompen van rioolgemalen aan vervanging toe zijn gebruiken we energiezuinige(re) pompen. Bij de inkoop van materialen kijken we naar de milieu-impact (uitputting grondstoffen, CO2 uitstoot, gebruik schadelijke chemicaliën en recyclebaarheid).

• Innovatieve producten met aantoonbare meerwaarde passen we waar mogelijk toe. Dat geldt voor zowel het ontwerp, de inkoop als het beheer van riolering. • We leggen leidingen (en kabels) zo veel mogelijk gebundeld aan, zodat er ondergronds meer ruimte ontstaat voor bomen en andere functies. • Periodiek onderzoeken wij het milieutechnisch functioneren van de riolering met een Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW)7. • Binnen de samenwerking in het Netwerk Water en Klimaat is een gezamenlijk incidentplan riolering opgesteld. Hierin is opgenomen hoe te handelen in geval van calamiteiten in relatie tot de riolering. Afhandeling van incidenten vindt plaats conform het incidentenplan. Wij houden dit plan actueel en het plan is afgestemd met het calamiteitenplan Houten.

25

3.4 Ambities en doelen voor hemelwater 3.4.1 Basisambities Als gemeente hebben wij de volgende ambities binnen de zorgplicht hemelwater: • Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater. • Beperken van de milieubelasting op bodem en oppervlaktewater. • Beperken van het risico op wateroverlast. De zorgplicht voor hemelwater is een inspanningsverplichting. Dit houdt in dat de gemeente zorg dient te dragen voor een doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater (Waterwet art. 3.5). Dit geldt niet in situaties waarin een particuliere eigenaar redelijkerwijs kan worden gevraagd zelf het afvloeiende hemelwater in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. Een particuliere eigenaar is namelijk primair zelf verantwoordelijk voor de afvoer van het hemelwater dat op eigen terrein valt. Het hemelwater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater of wordt in de bodem geïnfiltreerd. Uitgangspunt hierbij is dat hemelwater schoon is. De gemeente hoeft dus niet het hemelwater afkomstig van particulier terrein af te voeren. Alleen als het niet redelijk is om van de houder van het verzamelde hemelwater te verlangen het hemelwater af te voeren. Dit kan doordat: • er geen oppervlaktewater in de buurt is waarop geloosd kan worden; • infiltratie niet mogelijk is door een te hoge grondwaterstand.

De gemeentelijke zorgplicht beschrijft dat de gemeente een voorziening moet aanbieden waar het hemelwater in geloosd kan worden. Het is aan de gemeente welke voorziening dat is. Dat zou ook een gemengd riool kunnen zijn, alhoewel dit niet de voorkeur verdient. In delen van de gemeente is er een apart stelsel voor de afvoer van hemelwater. Dit bestaat onder meer uit hemelwaterriolen, kolken, wadi’s, verlaagd groen en andere plekken om hemelwater te verwerken. We hebben het oppervlaktewater nodig om hemelwater af te voeren, daarom zien we dat ook als onderdeel van het hemelwaterstelsel. Bij de herontwikkeling en nieuwbouw van woningen en bedrijven eisen we dat op privaat terrein een groot deel van de neerslag van een hevige bui wordt verwerkt (geïnfiltreerd, vastgehouden en/of geborgen). Zie ook par 3.4.2. Bij nieuwe ontwikkelingen eisen we dat regenwater gescheiden worden aangeleverd bij de perceelgrens of dat regenwater in een berging wordt opgevangen. Bij grootschalige nieuwbouw leggen we een apart stelsel aan voor het verwerken van hemelwater. De afspraken en verplichtingen worden opgenomen in een (anterieure) overeenkomst met de particuliere partij. Conform de in par. 3.2 beschreven twee principes voor duurzaam waterbeheer is ons ideaalbeeld is dat schoon water niet wordt vervuild door vermenging met vies water.

Op termijn willen we vuilwater en hemelwater zoveel mogelijk ontvlechten. Ook willen we water zo lang mogelijk vasthouden binnen het gebied waar het valt (infiltratie in de bodem), zodat we het niet hoeven te transporteren en om verdroging te voorkomen. Indien dit niet mogelijk is, dan wordt het lokaal geborgen in vijvers en watergangen. Als dat ook niet mogelijk is, kan overwogen worden het water zo traag mogelijk af te voeren naar de omgeving. We gaan er vanuit dat hemelwater voldoende schoon is en in principe zonder aanvullende maatregelen ter plaatse kan worden verwerkt. Om hemelwater schoon te houden proberen we verontreiniging van het water te voorkomen. Dit doen we door zo min mogelijk uitlogende materialen toe te passen (zoals lood en zink). En bij afstroming over sterk verontreinigde oppervlakken zuiveren we het hemelwater, voordat we het infiltreren of lozen op een oppervlaktewater. Als dit niet haalbaar is, dan voeren we het af naar de RWZI. We volgen hiermee het afkoppelbeslisschema van het Regionale Afvalwaterketenbeleidsplan (RAB) (zie het Achtergronddocument RAB, Hoofdstuk 2). We willen de totale hoeveelheid hemelwater dat we naar de zuivering afvoeren niet verder laten toenemen. Daarvoor conformeren we ons aan de bepaling van de afvoernorm zoals opgenomen in het RAB (zie het Achtergronddocument RAB, Hoofdstuk 2).

Deze sluit aan bij de praktijk en anticipeert op de mogelijkheden om de afvalwaterketen verder te verduurzamen. 26

Bij al ons handelen houden we daarom rekening met hiervoor genoemde ritsen ’schoon houden – scheiden – schoonmaken’ en ’vasthouden-bergen-afvoeren’. Vooral bij het maken van ruimtelijke plannen is dit belangrijk, omdat dit het moment is om een goed en toekomstbestendig riool- en watersysteem aan te leggen. De ambitie van Houten is dat hemelwater niet mag leiden tot ernstige wateroverlast of schade zoals economische schade, (verkeers-)onveiligheid, verminderde leefbaarheid en verminderde volksgezondheid. We dimensioneren het gemeentelijke stelsel op bui 08 (T=2) + 10% (d.w.z. een hevige bui die maximaal eenmaal in de twee jaar voorkomt, verhoogd met 10%) moet verwerkt kunnen worden door het rioolstelsel zonder dat er schade of onacceptabele overlast ontstaat. We nemen daarnaast ook maatregelen om te voorkomen hevige buien (T=100) na 2040 nog schade kunnen veroorzaken (zie ook hieronder). De inspanningsverplichting (en dus geen resultaatsverplichting) t.a.v. de zorgplicht voor hemelwater betekent dat alleen bij ernstig nalaten een situatie kan ontstaan die tot aansprakelijkheid van de gemeente kan leiden. De gemeente heeft bij de invulling en toepassing van haar zorgplichten een bepaalde beleidsvrijheid. Ze mag kiezen voor maatregelen die het meest doelmatig zijn.

Bij de keuze van maatregelen mag ook rekening worden gehouden met de mogelijkheden die de perceeleigenaar zelf heeft om schade te voorkomen. Zie bijlage 13 voor nadere informatie over de richtlijnen die hierbij gelden op basis van jurisprudentie over dit onderwerp.

3.4.2 Nadere beleidsuitgangspunten Ten aanzien van hemelwater zijn de volgende beleidsuitgangspunten van belang: - Wat betreft de herontwikkeling en nieuwbouw van woningen en bedrijven hebben we ons gecommitteerd aan de uitgangspunten van het Convenant Duurzame Woningbouw van de Provincie Utrecht (2022) waarbij we voor het niveau “zilver” gaan. De uitgangspunten die relevant zijn voor het hemelwaterbeheer zijn: 1. In het plangebied treedt bij extreem hevige neerslag geen schade op (bij 70 mm in een uur) aan bebouwing, infrastructuur en aan vitale voorzieningen en vitale voorzieningen blijven functioneren en bereikbaar (bij 90mm in een uur) (hoofdwegen, drinkwater en energie). 2. Op privaat terrein wordt een groot deel van de neerslag (50mm, met een range tussen 4070mm) van een hevige bui (1/100 jaar, 70mm in een uur) verwerkt (geïnfiltreerd, vastgehouden en/of geborgen) in voorzieningen op privaat terrein of in daarvoor bestemde (extra) voorzieningen in het plangebied. De gemeente verwerkt het deel van de neerslag wat valt op verhard openbaar terrein door de aanleg van infiltratievoorzieningen (wadi’s, parkeerplaatsen met waterpasserende verharding) of van extra oppervlaktewater. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd (niet extra) af en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar (range 48-60 uur).

n.b.: • Bij alleen verbouw gaat het om (de neerslag op) de uitbreiding van het verharde oppervlak. • Per privaat ontwikkelplan bepaalt de gemeente welk deel van de neerslag verwerkt dient te worden. Dit wordt zo mogelijk vastgelegd in bijvoorbeeld een anterieure overeenkomst of in een grondverkoopcontract. Voor ontwikkelingen in nieuwe uitleggebieden is de hiervoor genoemde 70 mm het uitgangspunt. In bestaand stedelijk gebied moet de lat wellicht om technische redenen wat lager liggen. Wat dit betreft is in de Hemelwaterverordening voor alle bouwplannen in ieder geval een minimale eis van 40 mm vastgelegd. • Wanneer er om technische redenen in plaats van op privaat terrein extra voorzieningen nodig zijn in de openbare ruimte, dan vergoedt de ontwikkelende private partij de kosten (initiële en structurele) hiervan aan de gemeente. De ontwikkelende partij dient zo nodig zelf aan te tonen dat om er technische redenen extra voorzieningen nodig zijn in de openbare ruimte. • Bij het compenseren met open water adviseert het HDSR een richtlijn van 15% van de toename aan verhard oppervlak. 3. De (her)ontwikkeling of (her)inrichting gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden en hergebruikt in het plangebied. 27

Voor een waterneutrale ontwikkeling mag de bergingscapaciteit van het gebied niet afnemen. Het doel is om overbelasting met als gevolg mogelijke overstromingen van het regionale en hoofdwatersysteem te voorkomen. Door de watercyclus zoveel mogelijk te sluiten en hemelwater zoveel mogelijk te bergen en te hergebruiken binnen het plangebied in plaats van af te voeren ontstaat er een robuust watersysteem dat beter bestand is tegen langdurige droge periodes. -

We streven bij het klimaatrobuust maken van de bestaande omgeving dezelfde doelen na als die gelden voor de nieuwbouw, omdat zowel in een nieuwbouw omgeving als in de bestaande gebouwde omgeving de weersextremen ten gevolge van klimaatverandering niet zullen verschillen. Om deze doelen te halen zullen we dezelfde prestatie-eisen als ondergrens van klimaatrobuustheid hanteren. In de praktijk zijn maatregelen voor de verwerking van hemelwater in de bestaande omgeving echter vaak lastiger uit te voeren en is de eis daarvoor lager dan in een uitleggebied. In de bestaande omgeving gaat het ook om een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. Het volgende willen we in ieder geval bereiken in 2040: o De openbare ruimte is zo ingericht dat door de wateroverlast bij een bui van 70 mm in één uur (T=100 in 2040) geen schade ontstaat in aangrenzende panden of dat wegen onbegaanbaar worden voor hulpdiensten. o Het stedelijk watersysteem is robuust en veerkrachtig ingericht, zodat water optimaal wordt vastgehouden en geborgen in bodem- en watersysteem en we overlast tijdens piekbuien en droge perioden beperken. Tijdelijke water op straat is acceptabel (maximaal 2 uur). Bij onacceptabele situaties moet er zo spoedig mogelijk (binnen 24 uur) een eerste onderzoek worden uitgevoerd.

Aan de hand hiervan worden doelmatige en kosteneffectieve maatregelen opgesteld en binnen een redelijke termijn uitgevoerd. o Inwoners en bedrijven zijn zich bewust van de gevolgen van klimaatverandering en houden zoveel mogelijk water op eigen terrein vast.

-

In 2025 wordt de klimaatverkenning (berekening van het watersysteem incl. een stresstest) geactualiseerd en beoordelen we opnieuw wat zinvol is en wat we na 2025 gaan doen om klimaatproof te worden.

-

Extreme neerslag (als gevolg van klimaatverandering) vangen we in principe bovengronds en niet ondergronds op. Dit laatste is ook nauwelijks mogelijk. Het benutten van de openbare ruimte voor het tijdelijk bergen van overtollig regenwater is een passende maatregel wanneer er voldoende hoogteverschil is met omliggende bebouwing.

-

Bij langdurige droogte (potentieel maximaal neerslagtekort 300 mm, eens per 10 jaar) wordt schade aan bebouwing, wegen, groen en vitale en kwetsbare functies voorkomen.

-

Voor nieuwbouw geldt een minimale bouwpeilhoogte van 30 cm boven het (hoogste punt) straatniveau.

Afkoppelen en ontstenen/vergroenen - Het van de riolering afkoppelen van verharding versterkt de sponsfunctie van de buitenruimte en draagt zo bij aan de gewenste 50 mm (zie hiervoor) verwerking van hemelwater in het stedelijke gebied. Het helpt problemen door verdroging of door extreme neerslag te voorkomen. Afkoppelen zorgt ook voor energiebesparing, een betere doorstroming van het oppervlaktewatersysteem en het ontlast het afvalwatersysteem en de RWZI waardoor er meer ruimte komt voor nieuwe aansluitingen als gevolg van nieuwbouw (zoals plannen voor de Molenzoom). Dit laatste kan van belang zijn voor het Waterschap en een reden voor een bijdrage van het Waterschap in de kosten. Door afkoppelen van verharding geeft de gemeente invulling aan de voorkeursvolgorde voor waterbeheer die bestaat uit; vasthouden, bergen daarna pas afvoeren. We gaan door met de enkele jaren geleden ingezette aanpak waarbij we jaarlijks minimaal 7.500 m2 verharding afkoppelen. In principe hanteren we daarbij een maximum bedrag van € 25 per m2 tenzij het afkoppelen nodig is voor het oplossen van een risicolocatie. Voor de gemengde rioolstelsels is het beleid om bij vervangingen en wegreconstructies altijd de mogelijkheid tot afkoppelen te onderzoeken en bij een positieve afweging van kosten (maximaal 40 % meerkosten, maatschappelijke acceptatie en ruimtelijke inpasbaarheid) tot uitvoering over te gaan.

28

-

We willen per jaar minimaal 3.250 m2 verharding verwijderen, onder andere n.a.v. initiatieven van bewoners (zie ook hierna). Hiervoor is jaarlijks € 200.000 beschikbaar. Het omzetten van verharding naar groen verkleint de hoeveelheid hemelwater wat het riool moet afvoeren en helpt daarmee wateroverlast te verminderen. Daarnaast is groen goed tegen hittestress en kan dit nuttig zijn voor de biodiversiteit. Het reduceren van verharding leidt op termijn ook tot lagere onderhoudskosten. Het onderhoud van gazon kost 40% minder dan dat van elementenverharding. Een uitgangspunt kan zijn dat een trottoir dat weinig wordt belopen niet breder hoeft te zijn dan 1,2 meter (exclusief de trottoirband) met een minimum vrije doorgang bij obstakels zoals lantarenpalen (conform “Voetpaden voor iedereen”, van Bouw Advies Toegankelijkheid, 1-12019). In eerste instantie komt er gras terug. Wanneer er uit een andere dekkingsbron dan het WRP middelen beschikbaar zijn dan is een andere groeninrichting mogelijk, bijvoorbeeld voor de inrichting van steppingstones voor meer biodiversiteit. Bij ontstenen willen we de mogelijkheid hiervoor verkennen. Het ontstenen heeft ook een voorbeeldfunctie voor particulieren gelet op de gemeentelijke activiteiten om bewoners te stimuleren tuinen te vergroenen.

-

Naast het verwijderen van verharding zetten we verharding om in waterpasserende verharding zoals op parkeervakken. Dit doen we evenals de afgelopen jaren bij 50 parkeervakken per jaar.

-

Voor nieuwbouw binnen nieuw stedelijk gebied dient in ieder geval conform de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht altijd een waterparagraaf opgesteld te worden. Deze paragraaf beschrijft onder andere hoe hemelwater een rol krijgt in het nieuwbouwplan.

-

Momenteel is in de bebouwde kom van Houten 44,3% van het oppervlak van de openbare ruimte verhard, 45,1% is onverhard en 10,6% is water. Op de lange termijn streven we naar 40% verharding en 60% groen/water.

-

Bij iedere reconstructie in de openbare ruimte zetten we in op het voorkomen van wateroverlast. Het uitgangspunt is om in ieder geval 10% minder verharding terug te leggen.

-

Het credo is ‘groen tenzij…’, dus alleen aanleg van verharding als dit echt nodig is.

-

In het verleden is in diverse straten, zoals in delen van de Vinex, verharding van particulieren bewust niet aan de riolering gekoppeld. Helaas zien we soms dat particulieren deze verharding alsnog aansluiten op de riolering. Waar nodig gaan we op basis van de regenwaterverordening de oorspronkelijke situatie weer herstellen. De handhaving gebeurt in samenwerking tussen de teams VOB en VTH. In 2023 is hiermee al een start mee gemaakt.

Samenwerking met andere partijen Perceeleigenaren hebben, zoals eerder is aangegeven, ook een rol in de verwerking van hemelwater. Bijna de helft van het stedelijk grondgebied is particulier bezit. Toenemende ‘verstening’ van tuinen en het aansluiten van regenpijpen op het riool zorgen voor veel hemelwater in het rioolstelsel. Het is daarom logisch dat een deel van de hemelwatermaatregelen op particulier terrein moet plaatsvinden. • We willen particulieren stimuleren om hun tuin te ontstenen/vergroenen of groen te houden. • We gaan door met het actief informeren van particulieren over de noodzaak van vergroenen/ontstenen. We laten zien wat de gemeente doet en wat bewoners zelf kunnen doen. Hiervoor gaan we onder andere door met de inzet van de zgn. ontsteenambassadeur die bewoners benadert voor voldoende draagvlak voor ontsteningsprojecten. • In samenwerking ons eigen Natuur en Milieu Educatie team en BuitenWijs vragen we met een lespakket op basisscholen aandacht vragen voor het vergroenen. Zie ook par. 3.7 Communicatie en participatie. • Als extra stimulans voor particulieren stellen we in de planperiode de volgende bijdrageregelingen (weer) open. • “Bijdrageregeling afkoppelen en infiltreren hemelwater in eigen tuin”. • “Bijdrageregeling aanleg groene daken”. De ondergrens voor een bijdrage voor een groen dak houden op 6 m2.

Vorig jaar was er discussie over het eventueel verlagen van deze grens. Een kleiner dakoppervlak staat echter niet in verhouding tot de kosten die de gemeente moet maken voor het verstrekken van een subsidie. • "Bijdrageregeling afkoppelen hemelwater direct naar openbare ruimte”. 29

Een nieuwe bijdrageregeling voor afkoppelen hemelwater via een goot in de voortuin naar de openbare weg. De regeling kent 2 variabelen, 1 gebaseerd op het afgekoppelde oppervlak en 1 voor de te overbruggen lengte tot de openbare ruimte. Er gaan maximale bedragen per aanvraag gelden. Voor de bovenstaande drie bijdrageregelingen is een totaal budget van € 60.000 per jaar beschikbaar. • Tegeltaxi. In plaats van de regeling voor het gratis laten ophalen van oude tuintegels laat de gemeente 4 keer per jaar (met steeds 8 adressen) een vrachtwagen tegels ophalen. Per adres moet het gaan om minimaal 6 m2. • “Regeling ontstenen en zelfbeheer” Particulieren kunnen bij de gemeente terecht met voorstellen om de openbare ruimte om hun huis te vergroenen, bijvoorbeeld door middel van geveltuintjes in straten zonder tuinen. Wanneer een idee geschikt en zinvol is, bijvoorbeeld omdat het helpt waterschade bij risicopanden te voorkomen, dan legt de gemeente het extra groen aan als de bewoner zelf het verdere onderhoud verzorgt. We communiceren over deze regelingen via Gemeentenieuws in het Houtens Niuews en op de gemeentelijke website. Aanvullend willen we het vergroenen stimuleren door in ieder geval regelmatig aandacht te vragen voor het belang van watervriendelijke tuinen. Daarbij geven we ook info over het nut van ontlastputjes om waterschade inpandig te voorkomen.

We verstrekken voor de aanschaf daarvan geen subsidie meer. Ook communiceren we over wat de gemeente zelf doet aan vergroenen. Zien is doen.

3.5 Ambities en doelen voor grondwater 3.5.1 Basisambities Als gemeente hebben wij de volgende ambities binnen de zorgplicht grondwater: • Voorkomen van structurele grondwateroverlast en -onderlast, afgestemd op de functie van het gebied/object. • Bijdragen aan de aanvulling van de grondwatervoorraad in droogtegevoelige gebieden. We willen in onze gemeente een grondwaterstand die geen structurele overlast of onderlast veroorzaakt bij de inwoners en ondernemers. In Nederland zijn de verantwoordelijkheden voor het grondwater over verschillende partijen verdeeld. Gemeente, woningeigenaar, gemeente, waterschap en provincie, elke partij heeft zijn eigen rol. De gemeente is verantwoordelijk voor het ondiepe grondwater. De grondwaterzorgplicht (artikel 3.6 van de Waterwet) stelt dat de gemeente maatregelen moet treffen wanneer er sprake is van structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand in relatie tot de bestemming van de grond op openbaar gebied. Wanneer zich structurele problemen in openbaar gebied voordoen op het gebied van grondwater, dan heeft de gemeente een loketfunctie (eerste aanspreekpunt) en is regisseur bij het, samen met andere relevante partijen, zoeken van oplossingen. Dit voor zover de maatregelen niet de verantwoordelijkheid zijn van waterschap of provincie. De gemeentelijke zorgplicht is een inspanningsplicht.

Dat wil zeggen dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor de handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied. Mochten zich problemen voordoen in verband met de grondwaterstand dan dient de gemeente, binnen de grenzen van doelmatigheid, maatregelen te treffen om deze gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De burger (perceeleigenaar) is verantwoordelijk voor eigen bouwwerken en eigen grond. Zo moet zijn pand voldoen aan de waterdichtheidseisen uit het Bouwbesluit. De gemeente hoeft niet als uitgangspunt een grondwatersituatie te hanteren, waarbij kelders of kruipruimten gevrijwaard worden van grondwateroverlast. Ook is de perceeleigenaar zelf verantwoordelijk voor ontwateringsvoorzieningen op het eigen terrein, waarbij natuurlijk wel rekening moet worden gehouden met de buren. Een waterschap zorgt voor het juiste peil van het oppervlaktewater en daarmee indirect voor de grondwaterstanden. Het waterschap verleent ook watervergunningen voor grondwateronttrekkingen kleiner dan 150.000 m3. 30

De Provincie is verantwoordelijk voor het diepere grondwater en heeft een belangrijke rol in de preventie van (nieuwe) grondwateroverlast. De provincie geeft ook vergunningen af voor boorputten en grondwateronttrekkingen groter dan 150.000 m3.

3.5.2 Nadere beleidsuitgangspunten Ontwateringsdiepte In nieuw te ontwikkelen gebied willen we voorkomen dat er structureel nadelige gevolgen door te hoge of te lage grondwaterstanden optreden. Om dit te bereiken geven we grondwater een volwaardige plaats bij onze afwegingen over de inrichting of herstructurering van bebouwd gebied (via de watertoets). In de planvoorbereidingsfase van een ruimtelijke ontwikkeling zijn de eisen voor het grondwater een onderdeel van de toetsing. In de planvoorbereidingsfase van een ruimtelijke ontwikkeling zijn de eisen voor het grondwater een onderdeel van de watertoets. Een ontwerp moet voldoen aan minimale eisen met betrekking tot drooglegging en ontwateringsdiepte. De drooglegging geeft de afstand aan tussen het maaiveld en het peil van het oppervlaktewater. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen het maaiveld en de grondwaterstand. De minimale drooglegging is in Houten 1,00 - 1,20 m1, de minimale ontwateringsdiepte is 0,70 m1 beneden maaiveld. Door middel van een berekening moet de ontwikkelende partij aantonen dat in de beheerfase hieraan voldaan wordt. In bestaand bebouwd gebied willen we dat een inwoner die grondwateroverlast ervaart precies weet waar hij/zij aan toe is. Om dit te bereiken leggen we vast in welke gevallen we maatregelen nemen bij meldingen van grondwateroverlast.

Wij hanteren ontwateringsdieptes voor verschillende situaties als objectieve maatstaf voor het bepalen wanneer er sprake zou kunnen zijn van nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming. Zie hiervoor par. 3.2 van bijlage 2. Wanneer de grondwaterstand gedurende meer dan 14 dagen aaneengesloten niet meer voldoet aan de voor die locatie van toepassing zijnde ontwateringsdiepte en er is hierdoor financiële schade, dan is er sprake van grondwateroverlast. Wij hanteren het “Afwegingskader maatregelen bij grondwatermeldingen” uit het Regionaal Afvalwaterketenbeleidsplan (RAB) van het Netwerk Water en Klimaat (zie achterin bijlage 2) om te bepalen of de gemeente of het waterschap (indien doelmatig) maatregelen neemt. Drainage Overtollig grondwater in stedelijk gebied kan door middel van drainage worden afgevoerd. Drainagewater wordt geloosd op HWA-stelsels (voor zover deze niet naar de RWZI afvoeren) of direct op een nabijgelegen oppervlaktewater. In zeer uitzonderlijke gevallen kan drainage, na instemming van het waterschap, op gemengde of DWA-riolering worden geloosd (zie ook bijlage 2). Voorkeursvolgorde Bij het uitvoeren van maatregelen hanteren we de voorkeursvolgorde: voorkomen, weren, afvoeren Kruipruimteloos bouwen Perceeleigenaren hebben in eerste aanleg de zorgplicht om regenwater binnen de perceelgrenzen te verwerken.

Wanneer dat redelijkerwijs om technische redenen niet mogelijk is neemt de gemeente de zorgplicht van de perceel eigenaar over. In het gemeentelijk beleid is vastgelegd dat iedere perceeleigenaar bij nieuwbouw en/of verbouw een ondergrondse voorziening voor de berging van regenwater moet aanleggen van 40 mm ten opzichte van het verharde oppervlak. Het verwerken/infiltreren van het regenwater heeft tot gevolg dat de grondwaterstand regelmatig op een hoger niveau staat. Om te voorkomen dat kruipruimtes onder de bebouwing te nat worden is kruipruimteloos bouwen in Houten in principe verplicht. Een hogere grondwaterstand heeft dan structureel geen invloed op het leefklimaat in een pand. Daarnaast heeft een pand dat kruipruimteloos wordt gebouwd een betere energieprestatie dan panden met een kruipruimte door minder energieverlies via de vloer van de begane grond. Wanneer een initiatiefnemer wenst af te wijken van de verplichting kruipruimteloos te bouwen dient aan te tonen dat het alternatief gelijkwaardig is. Er wordt getoetst op de vochthuishouding en energieprestatie van het pand.

31

Grondwateronderlast Te lage grondwaterstanden kunnen ook tot problemen leiden zoals verdroging van groen veroorzaken. We proberen een tekort aan grondwater zoveel mogelijk te voorkomen door bij scheiden van hemelwater en stedelijk afvalwater het hemelwater zoveel mogelijk te infiltreren in de bodem. Bijlage 2 geeft aanvullende informatie over het grondwaterbeleid met onder andere aandacht voor: toelichting op de gemeentelijke zorgplicht; taakverdeling en verantwoordelijkheden; overige wetgeving naast de Ww; beschrijving huidige situatie (grondwateroverlast); mogelijke maatregelen (met de voorkeursvolgorde; voorkomen, weren, afvoeren); voorwaarden voor de inrichting van de openbare ruimte; voorwaarden bij lozing bemalingswater. -

3.6 Ambities en doelen voor oppervlaktewater 3.6.1 Basisambities Als gemeente hebben wij de volgende ambities binnen het thema oppervlaktewater: • Borgen doorstromingsfunctie van het stedelijk oppervlaktewater. • Aantrekkelijk en gezond stedelijk oppervlaktewater. • Bijdragen aan de KRW-doelstellingen. • Oppervlaktewater draagt bij aan robuustheid systeem. De gemeente Houten streeft naar aantrekkelijk en gezond stedelijk oppervlaktewater in bebouwd gebied met voldoende ruimte voor planten en dieren, waarin en waarlangs de inwoners met plezier recreëren, wonen en werken. Aantrekkelijk stedelijk water geeft daarmee een kwaliteitsimpuls aan woonwijken en bedrijventerreinen. De watergangen in stedelijk en landelijk gebied zijn belangrijke elementen voor de afvoer en berging van hemelwater en het reguleren van de grondwaterstand. Vanuit dat oogpunt zijn ze onmisbaar voor het invullen van de gemeentelijke zorgplichten voor hemel- en grondwater en hebben ze een vergelijkbare functie als hemelwaterriolen en drainage. Watergangen die in beheer en onderhoud zijn bij de gemeente kunnen dan ook gezien worden als onderdeel van het gemeentelijke rioolstelsel.

3.6.2 Nadere beleidsuitgangspunten Streefbeeld stedelijk water De ambitie blijft dat het stedelijk water binnen de gemeente Houten in 2027 overal het grootste deel van het jaar minimaal aan het streefbeeld “zichtbaar” voldoet, zoals dat is beschreven in het RAB. Dit streefbeeld houdt sinds 2021 in dat water zichtbaar is, maar zonder hoge ecologische ambities. Meer concreet: 10-40% kroos en/of algen, doorzicht van meer dan 20 cm, een plantendiversiteit van 14-20 met een bedekking van 1-5% per laag (drijfplanten, ondergedoken waterplanten, tenminste 1% vegetatie op de oever of een kademuur. De kwaliteit van de waterpartijen wordt om de 3 jaar in de hele regio Utrecht Zuidwest getoetst met behulp van zgn. Ecoscans door een onafhankelijk onderzoeksbureau. Hierbij beoordelen we in de gemeente Houten op 42 locaties de waterkwaliteit. Door de gegevens te vergelijken met eerdere Ecoscans kan worden bepaald waar er sprake is van verbetering of verslechtering en waar de kwaliteit gelijk is gebleven. Tussentijds bekijken we ook of er veranderingen optreden. Op basis van de Ecoscans bepalen we welke aandachtsgebieden er zijn. Wanneer er knelpunten in meerdere regiogemeenten terugkomen werken we samen om de meest optimale oplossingen te vinden. Ook bepalen we op basis van de Ecoscans welke kansen er liggen om de stedelijke waterkwaliteit te verbeteren.

Momenteel werken we samen met het HDSR aan het project “meet je waterkwaliteit’’. Inwoners kunnen zich aanmelden via de website van HDSR om mee te doen met het jaarlijks meten van de 32

waterkwaliteit. De deelnemers krijgen duidelijk uitgelegd hoe er gemeten moet worden. Alle meetgegevens/scores worden geregistreerd. Op dit moment doen slechts enkele inwoners mee en wordt er op een vijftal locaties gemeten. De gemeente heeft de afgelopen jaren verschillende maatregelen uitgevoerd om de oppervlaktewaterkwaliteit in het stedelijk gebied te verbeteren. Ondanks deze inspanningen zien we de laatste jaren dat het doorzicht van het water en de drijvende plantenbedekking helaas sterk afnemen. Uit de meeste recente ECO-Scan blijkt dat het niveau “zichtbaar” op verschillende plaatsen niet meer wordt gehaald, de scores lopen terug. De precieze oorzaak ligt naar verwachting aan een toename (en overmaat) aan Amerikaanse rivierkreeften en/of bodem woelende vissen. Duidelijk is dat de kwaliteit van het stedelijke water wordt beïnvloed door verschillende factoren die lastig te reguleren en te beïnvloeden zijn en waarop de gemeente geen directe invloed heeft (zoals de Amerikaanse rivierkreeft). De niet inheemse plant ongelijkbladig vederkruid is daar ook een voorbeeld van. De bestrijding van het vederkruid gaat moeizaam en heeft tot een verslechtering van de waterkwaliteit geleid. Het is de intentie om ten minste de huidige waterkwaliteit vast te houden. Hiervoor werken we samen met het waterschap.

Een nog hoger waterkwaliteitsdoel zoals het niveau “levendig” achten we niet realistisch. Om die reden willen we ons dan ook niet vastleggen op een hoger waterkwaliteitsdoel dan het niveau “zichtbaar”. We blijven wel openstaan voor kansen om de waterkwaliteit daar waar dat mogelijk is te verbeteren. Binnen het zgn. visbeleid van de gemeente (zie bijlage 3, par. 3.3) streeft de gemeente Houten naar natuurlijke waterpartijen met de classificering “overgangstype 1”, snoek-blankvoorntype. Voor de Kooikersplas is het streefbeeld “overgangstype 2”, blankvoorn-brasemtype, met wat minder doorzicht. (zie bijlage 3 voor meer informatie over deze streefbeelden en het visbeleid). Beide overgangstypen voldoen minimaal aan het hiervoor genoemde streefbeeld ‘zichtbaar’. Voor het verbeteren van de kwaliteit van de watergangen in Houten zijn er de afgelopen jaren natuurvriendelijke oevers aangelegd.

Baggeren Regelmatig baggeren (ongeveer om de 12 jaar) is nodig. We willen voldoen aan de richtlijnen van de Keur. Binnen het stedelijke gebied voeren we het baggerslib af. Daarbuiten laten we het indien mogelijk op de kant liggen. Veel watergangen in het buitengebied zijn voor de helft eigendom van de gemeente en voor de andere helft van de aanliggende perceeleigenaren. Beide partijen zijn in die situatie verantwoordelijk voor 50% van het onderhoud (zie ook par. 4.6). Zwemwater Het water bij het strand aan de Rietplas is officieel zwemwater dat onder controle staat van de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht. Het voorkomen van blauwalg in de Rietplas en aangrenzende Oosterlaakplas heeft veel aandacht van de gemeente. Er is een draaiboek blauwalg opgesteld voor het moment dat blauwalg zich voordoet. Aan de staanders van de Rietplasbrug in het water zijn 2 beluchters geïnstalleerd. De beluchters zorgen voor 33

een kunstmatige beluchting en menging van het water wat de groeicyclus van de blauwalgen doorbreekt. In stilstaand water komt blauwalg vaker voor. De beluchters worden jaarlijks eind maart begin april geactiveerd en eind oktober uitgeschakeld. Bijlage 3 geeft aanvullende informatie over het oppervlaktewaterbeleid.

3.7 Communicatie en participatie Communicatie Voor het bereiken van doelen van dit WRP is communicatie belangrijk. Vooral omdat we samen met onze inwoners en bedrijven de klimaatadaptatie moeten implementeren. Voor het openbaar gebied zal het accent van de communicatie liggen op het informeren en doen inzien van inwoners van het belang van klimaatadaptief inrichten en het in gesprek gaan over hoe dat het beste ingepast kan worden in de omgeving. Voor het privaat gebied zal de nadruk liggen op het stimuleren van klimaatadaptief gedrag. Het vergroenen wordt nog niet actief opgepakt door particulieren. Door zelf zichtbaar te zijn en door de boodschap veel te herhalen willen we bereiken dat particulieren tot actie overgaan. We laten daarom zeer regelmatig zien wat de gemeente en andere instanties doen om de buitenruimte klimaatbestendig te maken en wat particulieren zelf kunnen doen. De verschillende gemeentelijke activiteiten gaan we presenteren met een activiteitenkalender (rekening houdend met natuurlijke momenten). Bij reconstructies geven we bijvoorbeeld aan wat we daarbij doen aan duurzaamheid. Deels kan de communicatie worden meegenomen in de communicatie bij de uitvoering van het klimaatadaptatieplan 2022-2027. Communicatiemiddelen zijn: • Regelmatig een nieuwsbericht op de website, in Houten Actueel en op social media (Facebook).

• Structurele informatie op de eigen webpagina’s (Water) en op de (gezamenlijke) website “Waterklaar”. • Initiëren en uitvoeren publieksacties om het “waterbewust gedrag” van bewoners en bedrijven te vergroten (met acties om bewoners te informeren en stimuleren om hun tuin en perceel groener in te richten) We maken hierbij gebruik van de communicatiemiddelen van Operatie Steenbreek. • Aanwezigheid gemeente bij activiteiten zoals: Jaarlijkse Activiteitenmarkt, jaarlijkse voorjaars(plantjes) markt en buurtevenementen (welke exact?) • NK Tegelwippen. Sinds 2022 is de gemeente Houten aangesloten bij het Nationaal Kampioenschap Tegelwippen. Onder deze vlag worden diverse bewonersacties in het kader van klimaatadaptatie gehangen. Doordat het NK Tegelwippen een landelijke campagne is, is de herkenbaarheid groter voor bewoners. Bovendien zijn het daardoor niet allemaal losstaande acties maar komt er meer lijn in de verschillende acties. Het doel is dat er door het jaar heen regelmatig acties zijn en aandacht is voor het NK Tegelwippen. Er is een visual ontwikkeld waarop per maand getoond kan worden hoeveel tegels er gewipt zijn en hoe Houten scoort ten opzichte van andere gemeentes. Om de acties breed te dragen, wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht met andere Houtense organisaties. Dit gebeurt nu al met Houtense BIJzaken, Woonin en Stichting Present.

De volgende acties worden georganiseerd: • Ludieke aftrap van het NK Tegelwippen in maart met Houtense BIJzaken; • Minimaal 4 keer laten rijden van de tegeltaxi; • Minimaal 2 keer nomineren van een tegelwipper van de maand; • Op de activiteitenmarkt in september met de watertafel staan; • Samen met Woonin en Stichting Present een Groen in de wijk dag; • Afsluiting NK Tegelwippen met een gratis bloembollenactie in oktober. • Groen in de wijk met Woonin en Stichting Present. - Buurtbewoners ontmoeten elkaar opnieuw (sociale cohesie en samenredzaamheid in de buurt versterken). - Samen aan de slag in tuinen en eventueel in gemeentegrond (opknappen, vergroenen, ontstenen, biodiverser maken • Inzet van de maquette “de levende tuin”.

34

• • • •

Straatactie: aantal voortuinen vergroenen met advies van hovenier Nieuw plan: op zoek naar aantal buurtbewoners die hun voortuin willen vergroenen. Dit gebeurt onder leiding van hovenier/kweker. Samenwerking met de Ontsteenambassadeur en de Klimaatambassadeur. Informeren/betrekken van bewoners/bedrijven tijdens infobijeenkomsten over klimaatadaptatieprojecten en reguliere renovatieprojecten. Lespakketten en voorlichting op scholen. Klassen gaan zelfstandig aan de slag met het lespakket ‘Water en klimaat in je straat’. Als aftrap van dit project bezoekt de klas het gemeentehuis. Daar krijgen ze een presentatie over wat de gemeente doet aan het klimaatbestendig maken van Houten. Ze maken kennis met de maquette ‘de levende tuin’ en met de watertafel. Buiten zien ze ook welke maatregelen je kunt nemen om water op te vangen, af te voeren en te vergroenen. Als afsluiting van het project maken de leerlingen een plan waar een stukje in de openbare ruimte klimaatbestendiger gemaakt kan worden. In overleg met de gemeente wordt een plan uitgekozen en uitgevoerd.

Participatie Participatie komt aan de orde bij de concrete uitvoering van projecten zoals reconstructies. Daarbij volgen we de Leidraad Participatie & Omgevingsinitiatieven.

3.8 Toetsingskader Voor een concreet en meetbaar inzicht in het bereiken van de gewenste situatie zijn er voor de verschillende aspecten van de afvalwaterketen relevante kritieke prestatie indicatoren (KPI’s) opgesteld. Het gaat om de volgende aspecten van de afvalwaterketen: A. Volksgezondheid en waterkwaliteit (8 KPI's). B. Wateroverlast (4 KPI's). C. Grondwateroverlast (2 KPI's). D. Milieuoverlast (5 KPI's) . E. Instortingsgevaar (3 KPI's). F. Langdurige lozingsbeperking (2 KPI's). Per KPI zijn de volgende zaken aangegeven: - te leveren prestaties; - basisaanpak (voor het bereiken van het doel); - prestatie beoordelingsgrondslag of effectindicator; - prestatietoetsingsmethode; - aanpak bij ondermaats presteren; - stand van zaken 2023. Het werken met KPI’s maakt het mogelijk gericht te sturen op te behalen prestaties en effecten. De gemeente dient de beschreven prestaties te realiseren tegen de beste verhouding tussen effectiviteit en kosten. In bijlage 4 zijn alle kritieke prestatie indicatoren weergegeven onderverdeeld naar aspect van de afvalwaterketen.

35

4 HUIDIGE SITUATIE Inleiding In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie in de gemeente beschreven en getoetst aan de gewenste situatie en concreet aan de geformuleerde kritieke prestatie indicatoren (zie bijlage 4) en hiermee dus aan het kwaliteits- of prestatieniveau waar we naar toe willen. Algemene gegevens Houten is eind jaren ‘70 aangewezen als groeikern, de bevolking groeide van 4.000 in 1970 tot 30.000 in 1996 naar ruim 50.000 inwoners per 1-1-2023. De gemeente heeft een oppervlakte van 5.907 ha. De woningvoorraad per 1 januari 2023 was 20.746 woningen. De gemiddelde woningbezetting is 2,43 bewoners per woning, in 2019 was dat 2,46. Daarnaast zijn er ca. 2.300 niet-woningen zoals winkels en bedrijven. Wijk

Bewoners

Woningen

Houten Noordwest

13.825

5.099

Houten Noordoost

10.408

5.084

Houten Zuidwest

11.803

4.562

Houten Zuidoost

10.311

4.105

Kleine kernen, buitengebied

3.996

1.896

Totaal

50.343

20.746

Tabel 4.1 Overzicht woningen en bewoners, peildatum 1 januari 2023

De oudste riolen liggen in de kern Houten in het “Oude Dorp” en dateren uit 1957. De eerste riolering in Schalkwijk stamt uit 1975 en de kernen van Tull en ’t Waal en ’t Goy zijn in 1983 gerioleerd. De gemiddelde leeftijd van de riolering is 35,5 jaar. De verwachte levensduur van de riolen in Houten ligt op 80 jaar. Daarmee is de leeftijd van het rioolstelsel in Houten relatief laag. De eerste piek in grootschalige vervangingen vindt plaats vanaf 2050.

Stedelijk Afvalwater 4.2.1 Inleiding De gemeente Houten bestaat uit 4 kernen: Houten, ’t Goy, Schalkwijk en Tull en ’t Waal. Er zijn geen panden binnen de bebouwde kom in de kernen van de gemeente die niet op de riolering zijn aangesloten. Vrijwel al het stedelijk afvalwater uit de 4 kernen wordt door de gemeente ingezameld en getransporteerd naar een RWZI van het waterschap. De rioolgemalen van het waterschap in de kernen zijn overnamepunten waar het ingezamelde stedelijk afvalwater door de gemeente wordt overgedragen. Het stedelijk afvalwater uit de kern ’t Goy gaat naar de RWZI in Bunnik en het afvalwater van de Nachtdijk/Kapelleweg en de Hoeksedijk gaat naar de RWZI in Wijk bij Duurstede. Het overige ingezamelde afvalwater gaat naar de RWZI in Houten.

4.2.2 Overzicht aanwezige voorzieningen De gemeentelijke riolering, in beheer bij het team Voorbereiding en Ontwikkeling Beheer, heeft (peildatum 30 april 2023) de volgende kenmerken: Voorzieningen stedelijk afvalwater Rioolstelsel

Vrij-vervalriolering

omschrijving

kwantiteit

totale lengte gemiddelde leeftijd leeftijd tussen 0 en 10 jaar leeftijd tussen 11 en 20 jaar leeftijd tussen 21 en 30 jaar leeftijd tussen 31 en 40 jaar leeftijd tussen 41 en 50 jaar ouder dan 50 jaar verbeterd gemengd verbeterd gescheiden

36

347 m1 35,5 jaar 6,7 % 22,8 % 30,6 % 20,8 % 17,7 % 1,5 % 171.167 m1 14.234 m1

Constructies Aansluitingen Drukleidingen

Gemalen

Randvoorzieningen en lozingsconstructies

gescheiden zinkers strengen huis- en bedrijfsaansluitingen persleidingen gemalen mechanische riolering vacuümleidingen hoofdgemalen minigemalen vacuümputten IBA klasse 3a bergbezinkbassin bergriool helofytenfilters overstortmelders lozingspunten uit (verbeterd) gemengde stelsels op oppervlaktewater lozingspunten uit (verbeterd) gescheiden stelsels op oppervlaktewater

24.988 m1 16 st. 6.015 st. 23.046 st. 17.840 m1 63.143 m1 1.864 m1 39 st. 271 st. 26 st. 10 st. 1 st. 1 st. 3 st. 3 st. 9 st. 16 st.

Tabel 4.2 Overzicht voorzieningen stedelijk afvalwater.

Het ingezamelde afvalwater binnen Houten is aangesloten op de volgende overnamepunten van het waterschap: HRG Houten Noord (De Brug); HRG Houten Zuid (Schonenveld); HRG Weidebogerd; HRG Schalkwijk; HRG Den Eng. Zie bijlage 5 voor een overzichtstekening van de riolering, de bemalingsgebieden en IBA’s.

Figuur 4.1 leeftijdsopbouw en type vrij-verval riool.

Controle op indirecte lozingen vindt plaats conform de wet Milieubeheer. Het toezicht en de handhaving gebeuren deels door de RUD en deels door de eigen dienst. Bij bedrijfsbezoeken krijgen olie- en vetafscheiders speciale aandacht. De afgelopen jaren is tijdens neerslagperiodes gebleken dat er op verschillende minigemalen regenwater was aangesloten. Op grond van de hemelwaterverordening is dat niet toegestaan omdat hierdoor overbelasting van het systeem ontstaat met mogelijk wateroverlast in aangesloten panden. De verschillende illegale situaties zijn gecorrigeerd maar we moeten alert blijven op deze problematiek.

4.2.3 Toestand en functioneren van de voorzieningen Het rioolstelsel van Houten is relatief nieuw en in verkeert in goede staat. Grootschalige vervangingen van het stelsel zijn op korte termijn niet nodig. Toekomstige vervangingspieken tonen een gelijk patroon als de aanleg van het systeem. Door middel van tijdige uitvoering van preventief- en correctief onderhoud streven wij ernaar de riolering zo lang mogelijk in goede staat te houden. Voor leidingen die in aanmerking komen voor vervangen is het relinen de eerste optie wanneer dat technisch 37

mogelijk is. Bij deze methode blijft de buis gehandhaafd en wordt deze voorzien van een nieuwe binnen mantel. Deze methode beperkt de graafwerkzaamheden en overlast tot een minimum en is vaak financieel aantrekkelijker. Alle rioolgemalen, tunnelgemalen en randvoorzieningen zijn verbonden aan het telemetriesysteem. Hierdoor is er inzicht in de actuele bedrijfsvoering van deze installaties. Naast storingen worden ook afwijkingen in de bedrijfsvoering van installaties door het systeem gemeld. De oorzaak van afwijkingen wordt onderzocht en verbeteringen worden uitgevoerd. Deze inspanningen leiden tot het vrijwel ontbreken van calamiteiten en storingen. De minigemalen van de drukriolering in het buitengebied zijn niet meer allemaal gekoppeld aan het telemetriesysteem. Alleen cruciale en minigemalen waarop veel panden zijn gekoppeld. Alle minigemalen zijn wel voorzien van een rode lamp die gaat branden bij een storing in het minigemaal. Omwonenden dienen dan zelf de gemeente te bellen om de storing door te geven. Bij de renovatie van de minigemalen in 2022 zijn alle minigemalen voorzien van een speciale connector. Hierop kan tijdelijk een telemetrie unit worden aangesloten en is het mogelijk om een periode het functioneren van het minigemaal te volgen. De verzamelde data worden geanalyseerd en levert informatie over eventuele foutieve lozingen, slijtage of verstoppingen.

Vervolgens wordt de telemetrie unit in een andere streng geplaatst. Deze werkwijze zorgt ervoor dat er doelgericht wordt gemonitord en de telemetriekosten beperkt blijven. Alle minigemalen zijn altijd voorzien van een rode lamp die gaat branden bij een storing in het minigemaal. Bewoners dienen dan zelf de gemeente te bellen om de storing door te geven. Jaarlijks wordt ongeveer 5% van de vrij-verval riolering met een videocamera gedetailleerd geïnspecteerd. De toestand van de riolering wordt geclassificeerd met behulp van de schadeklassen zoals omschreven in de NEN-EN 13508-2 (en NEN 3399-2004). De schadebeelden worden onderverdeeld in drie categorieën: • Waterdichtheid • Stabiliteit • Afstroming Voor de interpretatie van de inspectieresultaten wordt gebruik gemaakt van de NEN-EN 13508-2, onderzoek en toestandsbeoordeling van objecten. Per type schade zijn ingrijpmaatstaven opgenomen. Over het algemeen kan worden gesteld dat de riolering in Houten in een goede toestand verkeert. In bijlage 4 zijn de gehanteerde ingrijpmaatstaven weergegeven. 2019

2020

2021

2022

Waterdichtheid

1

31

26

16

Stabiliteit

1

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=f3311e64-80a9-4707-9a0a-0df58cbf7db9