CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Nota bodembeheer Houten 2023 inclusief bijlagen waaronder geactualiseerde bodemkwaliteitskaart en regionale PFAS-beleid met bijbehorende kaarten

Gemeenteraad 19 maart 2024, gemeente HoutenBij agendapunt: Nota bodembeheer 2023, regionale Beleidsnota PFAS en bijbehorende kaarten28.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Buiten de zone

Buiten de provincie

PFOA

2,9

1,9

1,9

PFOS

1,8

1,4

1,4

PFAS overig

1,4

1,4

1,4

PFOA

2,4

1,9

1,9

PFOS

1,4

1,4

1,4

PFAS overig

1,4

1,4

1,4

ondergrond

Lokale maximale waarde (LMW) Toepassingswaarde THK

Tabel 5.2: Toetsingswaarden PFAS boven- én ondergrond functie Wonen/Industrie (gecorrigeerde gehalten in µg/kg) Grond afkomstig van: Binnen de zone

Buiten de zone

PFOA

3

PFOS

7

PFAS overig

Buiten de provincie

3

Lokale maximale waarde (LMW) Toepassingswaarde THK

27

Tabel 5.3: Toetsingswaarden PFAS in grondwaterbeschermingsgebieden (gecorrigeerde gehalten in µg/kg) PFOS

PFOA

PFAS overig

Bovengrond (B3)

0,6

1,0

0,4

Ondergrond (O2)

0,3

0,5

0,2

Gemiddelde < landelijke achtergrondwaarde THK Gemiddelde > landelijke achtergrondwaarde THK

Toepassing in gevoelige gebieden Voor het toepassen van PFAS-houdende grond in moes- en volkstuinen worden de toepassingswaarden voor de functie Landbouw/natuur aangehouden. Om extra bescherming te bieden voor grondwater dat gewonnen wordt voor drinkwater, gelden in drinkwaterwingebieden (hier drinkwaterwingebied Tull en ’t Waal) de strengste toepassingseisen. Voor PFAS houdt dit in dat grond die in een drinkwaterwingebied wordt toegepast moet voldoen aan het bepalingsniveau: 0,1 μg/kgds voor alle PFAS-verbindingen (zie ook: https://webkaart.provincie- utrecht.nl/viewer/app/Webkaart). 5.5 Toekomstige bijstelling van de landelijke (toepassings-)normen Het RIVM doet onderzoek naar PFAS-verbindingen (bijvoorbeeld naar mobiliteit, uitloging, bioaccumulatie en gedrag in grondwater) en er worden landelijk meetgegevens verzameld. Op basis van deze onderzoeken en meetgegevens definieert het RIVM interventiewaarden en worden de toepassingseisen voor PFAS-verbindingen mogelijk aangepast. Als de landelijke toepassingseisen voor PFAS-houdende grond worden gewijzigd zal de gemeente deze toetsen aan de in de provinciale beleidsnota gedefinieerde lokale toepassingseisen voor hergebruik van PFAS-houdende grond. Indien van toepassing worden de gemeentelijke toepassingseisen gewijzigd en bestuurlijk vastgesteld.

28

6. Bijzondere omstandigheden 6.1 Toepassingen in grondwaterbeschermingsgebied Tull en ’t Waal In de gemeente Houten ligt het grondwaterbeschermingsgebied ‘Tull en ’t Waal’. De drinkwaterwinning heeft een waterwingebied met daaromheen een boringsvrije zone. Het waterwingebied is de meest kwetsbare zone van de beschermingszones. In deze zone is het beschermingsregime in de provinciale omgevingsverordening dan ook het strengst. Uit hoofdstuk 3 van de interim omgevingsverordening provincie Utrecht blijkt het volgende: • • •

Binnen het waterwingebied mag alleen grond of baggerspecie van klasse Landbouw/natuur worden toegepast. Het is daarnaast toegestaan om baggerspecie die vrijkomt bij regulier onderhoud van watergangen, over het aangrenzend perceel te verspreiden met inachtneming van het Besluit bodemkwaliteit. Bovengenoemde activiteiten moeten tenminste vier weken voor het begin ervan aan de provincie Utrecht worden gemeld.

Rond het waterwingebied ligt de boringsvrije zone. De boringsvrije zone heeft een ondergrond met een aaneengesloten slecht-doordringbare kleilaag, hieronder bevinden zich de filters van de winning. Deze gebieden zijn minder kwetsbaar voor verontreinigingen en aantastingen. De regels voor de boringsvrije zone moeten voorkomen dat de beschermende kleilaag doorboord wordt, met onder meer regels voor boringen, bodemenergie en mijnbouwactiviteiten. In de boringsvrije zone van de winning Tull en ‘t Waal is het verboden om op een diepte van 5 meter of meer onder maaiveld boorputten te plaatsen, grond- of funderingswerken uit te voeren of een bodemenergiesysteem te plaatsen. Voor toepassingen van grond of baggerspecie of het verspreiden van baggerspecie zijn geen aanvullende regels opgesteld. Figuur 6.1: Ligging winning Tull en ’t Waal met boringsvrije zone (figuur gemaakt door Royal HaskoningDHV)

29

6.2 Functies Wonen en Industrie in het buitengebied Het buitengebied (Zone B1, zie bijlage 4) is ingedeeld in de bodemfunctieklasse Landbouw/Natuur. Echter binnen dit gebied bevinden zich percelen met functies Wonen of Industrie (bedrijvigheid waaronder agrarische bedrijven). Voor deze percelen wordt de achtergrondwaarde (Klasse AW2000, straks klasse Landbouw/natuur) als toepassingseis voor aan te brengen grond te streng gevonden. Daarom gelden voor deze percelen dezelfde toepassingseisen als voor gebieden die op de kaart in de bodemfunctieklasse Wonen vallen. Dit is verder niet weergegeven op de Toepassingskaart (bijlage 4). Voor het elders toepassen van grond afkomstig van deze locaties gelden de generieke regels van het Besluit bodemkwaliteit. Deze grond dient dus gekeurd te worden voordat er grondverzet mogelijk is.

30

7. Handvat grondverzet 7.1 Inleiding Dit hoofdstuk gaat in op de werkzaamheden die nodig zijn bij het ontgraven en hergebruik/ toepassen van grond. Tevens zijn enkele aandachtspunten vanuit verschillende wetgeving opgenomen die relevant zijn bij grondverzet. Dit hoofdstuk dient in samenhang gelezen te worden met hoofdstuk 5 (bijzondere omstandigheden). 7.2 Stappenschema grondverzet Grondverzet binnen de grens van het beheergebied van de BKK start bij de ontgraving van een partij grond. Op basis van de kwaliteitsgegevens kan worden bepaald waar deze vrijkomende grond toegepast kan worden binnen het beheergebied van de BKK. In het traject van ontgraven en definitief toepassen doorloopt de initiatienemer van het grondverzet de volgende stappen: 1. Vooronderzoek, conform NEN5725, waaruit blijkt of de ontgravingslocatie en ontvangende bodem al dan niet verdacht zijn voor bodemverontreiniging; 2. Toets waaruit blijkt wat de (verwachte) kwaliteit is van de ontgraven grond; 3. Toets waaruit blijkt wat de toepassingseis is van de ontvangende bodem en of er gebiedsspecifiek beleid van toepassing is; 4. Toets waaruit blijkt of sprake is van bijzondere omstandigheden; 5. Melden van het grondverzet bij www.meldpuntbodemkwaliteit.nl en na 01-01-2024 via het Omgevingsloket Digitaal Stelsel Omgevingswet. De RUD Utrecht controleert in opdracht van de gemeente de meldingen.

Stap 1: onverdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging Grondverzet op basis van BKK is alleen toegestaan voor locaties die onverdacht zijn op het voorkomen van een bodemverontreiniging. Daarom is het voorafgaand aan grondverzet noodzakelijk dat historische informatie wordt verzameld over de locatie waarvan de grond afkomstig is en van de locatie waar de grond wordt toegepast. Dit zogenaamde vooronderzoek moet voldoen aan de NEN 5725 en mag worden uitgevoerd door een niet-gecertificeerde partij. Het vooronderzoek moet informatie verschaffen over: - Het bodemgebruik; - De bodemsamenstelling met specifieke aandacht voor (mogelijke aanwezige) bodemvreemde materialen, waaronder asbestverdacht materiaal; - Lokale bodemverontreiniging. Relevante informatie kan worden verkregen via de internetsites, vermeld in bijlage 2. Het vooronderzoek zal beoordeeld worden door het bevoegd gezag. Indien sprake is van een onverdachte locatie, dan kan de BKK worden gebruikt als geldig bewijsmiddel. Indien sprake is van een verdachte locatie, is aanvullend (voor)onderzoek noodzakelijk op de verdachte plaatsen en stoffen.

Als vervolgens blijkt dat de bodemkwaliteit ondanks de verdachtheid niet afwijkend is van de verwachte bodemkwaliteit op grond van de Ontgravingskaart, dan kan de vrijkomende grond alsnog worden toegepast met de BKK als bewijsmiddel en met in achtneming van de gebiedsspecifieke regels uit deze nota. Bevestigen de uitkomsten van het aanvullend onderzoek dat de locatie verdacht is dan is de locatie uitgesloten en zijn de gebiedsspecifieke regels uit deze nota niet van toepassing. 31

Stap 2: kwaliteit van de ontgraven grond De ontgravingskaart van de BKK geeft aan welke kwaliteit grond naar verwachting vrijkomt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de bovengrond en de ondergrond. Op basis van de kwaliteit (AW2000, wonen of industrie) kan worden bepaald in welke zones deze grond toegepast kan worden. Let op: de kwaliteit van grond die onderzocht is in een partijkeuring gaat altijd vóór op de verwachte kwaliteit op basis van de ontgravingskaart. Als gemeten kwaliteit slechter is dan vermeld op de ontgravingskaart, kan de ontgravingskaart niet als bewijsmiddel worden gebruikt. Stap 3: de toepassingseis van de ontvangende bodem Bij een toepassing onder het generieke kader kan de toepassingseis worden bepaald aan de hand van de grondstromenmatrix in § 4.2, tabel 4.2 van de nota. Als de initiatiefnemer gebruik wil maken van een toepassing onder het gebiedsspecifieke kader dan gelden de criteria uit § 4.2, tabel 4.3 van de nota. De gebiedsspecifieke toepassingskaart (zie bijlage 4) geeft aan welke kwaliteit in een zone mag worden toegepast. Als een partij grond afkomstig is uit een zone met vergelijkbare (of betere) bodemkwaliteit kan de partij worden toegepast. Stap 4: specifieke situaties Naast gebiedsspecifieke toepassingseisen zijn er ook specifieke situaties die vragen om een andere aanpak of vanuit een ander kader wettelijk beschermd zijn.

Na het bepalen van de toepassingseis moet worden beoordeeld of een specifieke situatie (hoofdstuk 4) van toepassing is voor dit grondverzet. Stap 5: tijdig melden van het grondverzet Voorafgaand aan de toepassing van grond op een locatie is een melding noodzakelijk (Besluit bodemkwaliteit, artikel 42, lid 1). Dit moet minimaal 5 werkdagen van tevoren via het www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Na 01-01-2024 is dit het Omgevingsloket van het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Melden is niet nodig voor (artikel 42, lid 8): ieder die grond met de kwaliteit AW2000 toepast in een omvang van minder dan 50 m³ totaal; particulieren die grondverzet in eigen beheer uitvoeren en daarvoor geen bedrijf inhuren; agrariërs die grondverzet plegen tussen percelen binnen het eigen landbouwbedrijf waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld. 7.3 Aandachtspunten Zorgplicht Onder alle omstandigheden moet bij het toepassen van grond en baggerspecie de wettelijke zorgplicht in acht worden genomen. Deze zorgplicht betekent dat iedereen die weet of redelijkerwijze kan vermoeden dat nadelige gevolgen voor de bodem kunnen optreden als gevolg van een toepassing, maatregelen moet nemen om verontreiniging te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken (artikel 7 Besluit bodemkwaliteit en artikel 13 Wet bodembescherming).

De komst van de Omgevingswet wijzigt niet de zorgplicht die een initiatiefnemer altijd heeft bij werken in de grond. De zorgplicht is echter wel anders geregeld. 32

In de Omgevingswet is de zorgplicht van artikel 13 Wet bodembescherming namelijk in meerdere artikelen uitgewerkt: • Artikel 2.11 en hoofdstuk 19 Omgevingswet: specifieke zorgplicht; • Hoofdstuk 19 Omgevingswet: ongewoon voorval; • Eventuele zorgplicht in het gemeentelijk omgevingsplan; • Artikel 1.6 en 1.7 Omgevingswet: algemene zorgplichten; • Artikel 1.7a Omgevingswet en artikel 1.3 Omgevingsbesluit: vangnetbepaling en uitwerking. Onder de Omgevingswet geldt daarom nog steeds dat iedereen die weet of redelijkerwijze kan vermoeden dat nadelige gevolgen voor de bodem kunnen optreden als gevolg van een toepassing, maatregelen moet nemen om verontreiniging te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Samenvoegen van grond Het samenvoegen of opbulken van partijen grond is niet toegestaan, tenzij dat expliciet en gespecificeerd is vastgelegd in de vergunning van een inzamelaar, een bewerker of een verwerker. Hierbij moet de aard, samenstelling (zand/klei/veen) en concentratie vergelijkbaar zijn. Dit is opgenomen in het Landelijke Afvalplan 2 hoofdstuk 18. Op het samenvoegen van partijen grond is de BRL 9335 van toepassing. Samenvoegen van kleine partijen tot 25 m³ is toegestaan zonder erkenning. Het gevolg van de samenvoeging van grond zonder erkenning is wel dat de bewijsmiddelen van de afzonderlijke partijen komen te vervallen.

Transport verontreinigde grond of baggerspecie Voor het transport van bouwstoffen geldt dat het verboden is om bouwstoffen te vervoeren als niet wordt voldaan aan de eisen uit het Bbk. Het Besluit bodemkwaliteit regelt weinig over het transport van grond en baggerspecie. In tabel 7.1 is aangegeven welke wetgeving relevant is bij transport van grond en baggerspecie. Tabel 7.1: Wetgeving bij transport van grond Relevante wet- en regelgeving Relatie met transport Wet milieubeheer in relatie tot Dit besluit, officieel ‘Besluit melden van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke Besluit melden afvalstoffen’, bevat regels voor afgifte, ontvangst en vervoer van bedrijfsen gevaarlijke afvalstoffen. Het besluit geeft regels voor onder andere de ontvangst- en afgiftemelding, het gebruik van het afvalstroomnummer en de begeleidingsbrief. Dit geldt alleen als grond wordt afgevoerd naar een (milieu)inrichting. Verkeersregelgeving/Wet vervoer Op grond van de verkeersregelgeving moet transport aan allerlei regels gevaarlijke stoffen voldoen, bijvoorbeeld met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen. Privaatrecht Vanuit het privaatrecht wordt ieder transport vergezeld van een vrachtbrief. Hierin zijn de vracht, herkomst en bestemming aangegeven.

Overige aandachtspunten bij ontgravingen en toepassingen Naast het Bbk geldt er mogelijk nog verschillende wet- en regelgeving als men gaat graven in of toepassen op de bodem. Zo kan het bestemmingsplan regels bevatten over ophogingen of is een aanlegvergunning nodig voor een weilanddepot. Ook kan een andere overheid of instantie bevoegd zijn, zoals de provincie of het waterschap. Hieronder is een niet limitatieve lijst opgenomen van thema’s die ook meegewogen moeten worden: 33

- Archeologie; - Ontplofbare oorlogsresten; - Kabels, Leidingen en riolering; - Aardkundige Waarden; - ARBO. Informatie is over deze thema's is te vinden op de website van de provincie Utrecht, de gemeente Houten en/of de Nederlandse Arbeidsinspectie.

34

Bijlage 1: Begrippenlijst Baggerspecie Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Bodemkwaliteitskaart De BKK bestaat volgens de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten uit de volgende drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten (verdachte) locaties en deelgebieden 2. De ontgravingskaart 3. De toepassingskaart Bodemkwaliteitsklassen In het Bbk worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie te onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: 1. Klasse Landbouw/natuur 2. Klasse Wonen 3. Klasse Industrie Bij de toetsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen van de functiewaarden (zie onderstaand). Voor de BKK van de gemeente Houten is het basispakket van toepassing. Tabel B1: Staffel toegestane aantal overschrijdingen Aantal gemeten stoffen Basispakket 16-26 27-36 37-48

Aantal toegestane overschrijdingen 2 3 4 5

Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): • • •

Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De Overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij ‘Toetsingswaarden Bbk).

35

Na inwerkingtreding van de Omgevingswet vervallen de termen ‘Achtergrondwaarden’ en ‘AW2000’ als aanduiding voor de bodemfunctieklasse en bodemkwaliteitsklasse die beschouwd worden als ‘schone grond’. Deze functie- én kwaliteitsklasse worden vanaf 1 januari 2024 aangeduid als klasse landbouw/natuur. Klasse Wonen: • • •

Alle gehalten voldoen aan de klassegrens wonen met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel B1. De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen.

Klasse Industrie: •

Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie.

Bodemkwaliteitszone Een deel van een beheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van eenzelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. Deelgebied Deel van een beheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het beheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als “niet-aaneengesloten deelgebieden”.

Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de BKK is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden). 36

Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Bbk definieert grond als: “vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie”. Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Bbk nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. In gebiedsspecifiek beleid kunnen hieraan strengere eisen worden gesteld. Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een zone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone ook kleiner. Bij zones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de BKK in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als bewijsmiddel. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar menig van de gemeente een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico.

De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule: heterogeniteit =

(P95 − P5) (Maximale waarde industrie − Achtergrondwaarde)

Hierbij wordt als beoordeling van de heterogeniteitsindex aangehouden: Index < 0,2 : weinig heterogeniteit 0,2 < Index < 0,5 : beperkte heterogeniteit 0,5 < Index < 0,7 : er is sprake van heterogeniteit Index > 0,7 : sterke heterogeniteit Interventiewaarde Wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken van een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd 37

gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 1 juli 2013 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 16675, d.d. 27 juni 2013). Niet gezoneerd Zone Gebieden worden gezoneerd wanneer er voldoende waarnemingen beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende waarnemingen beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet meer met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het “Zone niet gezoneerd”. Een zone kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de waarnemingen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Een niet gezoneerd (deel)gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de BKK (zie ook: Uitgesloten locaties/gebied). Nota bodembeheer Een nota bodembeheer is een beleidsdocument waarin de onderbouwing voor gebiedsspecifiek beleid is opgenomen. In de nota bodembeheer komen de volgende aspecten aan de orde: • • • • •

Eén of meerdere kaarten met de begrenzing van het bodembeheergebied en de bodemfuncties; Een bodemkwaliteitskaart; Een toelichting op de maatschappelijke opgave en het grondverzet en de verwachte ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst; De Lokale Maximale Waarden, inclusief motivatie en de resultaten van de risicotoolbox; (indien van toepassing) de maximale gewichtspercentage bodemvreemd materiaal inclusief onderbouwing en motivatie.

Daarnaast kan in een nota bodembeheer aandacht worden besteed aan de regels en procedures rondom grondwaterstromen, wet- en regelgeving bij grondstromen, duurzaam bodembeheer en/of de (diepere) ondergrond. Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Bij het actualiseren van een BKK kan de vastgestelde bodemkwaliteit in de bestaande kaart ook als (aanvullend) onderscheidend gebiedskenmerk worden vastgesteld. Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Bbk en de Regeling bodemkwaliteit. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de ontgravingsklassen Landbouw/natuur (achtergrondwaarden -AW2000), Wonen, Industrie of Niet-toepasbaar. Bij de toetsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt 38

uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij ‘Bodemkwaliteitsklasse’) voor het aantal toegestane overschrijdingen van de functiewaarden. Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): • Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1; • De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen; • De overschrijding lager is dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij ‘Toetsingswaarden Bbk). Klasse Wonen: • De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden. Klasse Industrie: • De norm voor de klassegrens Wonen wordt overschreden. • De norm voor de klassegrens Industrie wordt niet overschreden. Klasse Niet toepasbaar: • De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden. Percentiel/percentielwaarde De waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 95-percentiel: 95% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. Standaarddeviatie Ook wel “standaardafwijking” genoemd. Het geeft de mate aan voor de spreiding van waarnemingen in een dataset. De berekening hiervan is als volgt:

Hierbij is n het aantal analyseresultaten, x een individueel analyseresultaat en x̅ het gemiddelde van de analyseresultaten. Thermisch gereinigde grond Thermisch gereinigde grond is grond waarbij door toepassing van hoge temperaturen (verhitting) alle organische verontreinigingen zoals olie-, humus en plantenresten verbranden. Thermisch gereinigde grond heeft vaak een zwarte kleur en een hogere pH en een lagere zuurgraad Hierdoor verschilt thermisch gereinigde grond van de grond die afkomstig is van een natuurlijke bodem. De condities van thermisch gereinigde grond laten vaak geen plantengroei en bodemleven toe.

39

Toepassingskaart (generieke kader) Deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt aan elke zone de toepassingseis vastgesteld. Bodemfunctieklasse

Bodemkwaliteitsklasse

Toepassingseis (generieke kader)

Overige (Landbouw/natuur)

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Overige (Landbouw/natuur)

Wonen

Landbouw/natuur

Overige (Landbouw/natuur)

Industrie

Landbouw/natuur

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Industrie

Wonen

Industrie

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie

Wonen

Wonen

Industrie

Industrie

Industrie

Toetsing grondverzet (generieke kader) Om te beoordelen of grondverzet is toegestaan wordt de kwaliteit van de aan te brengen grond vergeleken met de toepassingseis. De kwaliteit van de aan te brengen grond kan worden bepaald op basis van een BKK, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis op basis van de bodemkwaliteitszones (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet-gezoneerde gebieden). Kwaliteit toe te passen grond

Toepassingseis

Toepassing toegestaan?

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Ja

Wonen

Landbouw/natuur

Nee

Industrie

Landbouw/natuur

Nee

Landbouw/natuur

Wonen

Ja

Wonen

Wonen

Ja

Industrie

Wonen

Nee

Landbouw/natuur

Industrie

Ja

Wonen

Industrie

Ja

Industrie

Industrie

Ja

Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit Om een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit het Bbk en de Regeling bodemkwaliteit. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven.

40

Tabel B2: Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org. Stof 10%-) Stof

Maximale waarden Maximale waarden Maximale waarden Achtergrondwaarde wonen industrie (AW2000, Landbouw/natuur) Arseen 20 27 76 Barium* 190 550 920 Cadmium 0,60 1,2 4,3 Chroom 55 62 180 Koper 40 54 190 Kwik 0,15 0,83 4,8 Lood 50 210 530 Nikkel* 35 39 100 Zink 140 200 720 Som PAK 1,5 6,8 40 Som PCB 0,02 0,04 0,5 Minerale olie 190 190 500 * De normstelling in Bbk voor barium en nikkel zijn door het voormalige Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse Landbouw/natuur) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens.

Uitbijters Een uitbijter is een gehalte in het gegevensbestand die niet representatief is voor de diffuse chemische bodemkwaliteit in een Zone. De (potentiële) uitbijters worden met een visuele methode (scatterplots) inzichtelijk gemaakt. Het niet representatieve gehalte is het gevolg van duidelijk aantoonbare activiteiten: puntverontreinigingen, verdachte locaties, typfouten tijdens de invoer. Uitgesloten locaties en gebieden Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de BKK of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de waarnemingen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar de gemeente niet bevoegd gezag voor het Bbk is, zoals buitendijks gebied. Terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit worden eveneens uitgesloten van de BKK. Maar ook terreinen die in het beheer zijn van ander organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen), de provincie (provinciale wegen) of de SBNS (spoorgebonden gronden) worden soms uitgesloten van de BKK. Variabiliteit Mate waarin de gehalten binnen een bodemkwaliteitszone varieert. Variatiecoëfficiënt Maat voor de spreiding in gehalten (standaarddeviatie gedeeld door het gemiddelde).

41

Bijlage 2: Internetadressen Niet limitatieve lijst van internetadressen voor het zoeken en opvragen van (bodem)informatie: - www.rudutrecht.nl → geoloket, of via info@rudutrecht.nl; - www.provincie-utrecht.nl → digitale kaarten; - www.bodemloket.nl; - www.topotijdreis.nl. Niet limitatieve lijst van internetadressen voor het vinden van wet en regelgeving over andere relevante thema’s: - www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/onderwerpen-op-thema/; - www.iplo.nl - www.rudutrecht.nl. Internetadres voor het melden van grondverzet: - https://meldpuntbodemkwaliteit.agentschapnl.nl/Voorportaal.aspx - Vanaf 01-01-2024: https://omgevingswet.overheid.nl

42

Bijlage 3: Kaart verdachte boomgaarden

43

Bijlage 4: BKK-rapportage

Bodemkwaliteitskaart Gemeente Houten Projectteam

Auteur

: Gemeente Houten: Edwin Koolhof, Judith Brunink RUD Utrecht: Jeroen Kemper, Rob Tuinenburg, Arjen Heins, Oscar Groenhof : Oscar Groenhof

Datum

: 30 oktober 2023

Versie

: definitief

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding

3

2. Doelstelling

4

3. Werkwijze en resultaat 3.1 Stap 1: Definitiefase 3.2 Stap 2: Onderscheidende gebiedskenmerken 3.3 Stap 4: Indeling bodembeheergebied in deelgebieden 3.4 Stap 3: Gegevensverzameling en –verwerking 3.4.1 Selecteren beschikbare gegevens 3.4.2 Het samenvoegen van punt- en mengmonsters 3.4.3 Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet 3.4.4 Het opsporen van uitbijters 3.5 Stap 5: Evaluatie gebiedsindeling 3.5.1 Indeling bodemkwaliteitszones 3.5.2 Aantal waarnemingen 3.5.3 Ruimtelijk spreiding 3.6 Stap 6: Verzamelen van aanvullende informatie 3.7 Stap 7: Karakteriseren bodemkwaliteitszones 3.7.1 Heterogeniteit 3.7.2 Controle saneringscriterium 3.8 Stap 8: Bodemkwaliteitskaart 3.8.1 Bodemfunctieklassenkaart 3.8.2 Bodemzoneringskaart 3.8.3 Ontgravingskaart 3.8.4 Toepassingskaart

5 5 6 8 9 8 9 9 10 10 10 11 12 13 13 14 14 14 15 15 15 15

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Begrippenlijst Specifieke uitbijters Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem)

Kaartbijlagen Kaartbijlage 1 Kaartbijlage 2 Kaartbijlage 3A Kaartbijlage 3B Kaartbijlage 4A Kaartbijlage 4B

Functieklassenkaart Bodemzoneringskaart Ontgravingskaart bovengrond Ontgravingskaart ondergrond Toepassingskaart bovengrond Toepassingskaart ondergrond

2

1. Inleiding In het voorliggende rapport staat beschreven hoe de bodemkwaliteitskaart (hierna BKK) tot stand is gekomen, hoe de verwerking van de beschikbare onderzoeksresultaten is uitgevoerd en welke afwegingen zijn gemaakt om uiteindelijk te komen tot de indeling van het grondgebied van de gemeente Houten in bodemkwaliteitszones. Beleidskeuzes zijn terug te vinden in de Nota Bodembodembeheer gemeente Houten 2023. De gemeente Houten wil graag de mogelijkheden die het Besluit bodemkwaliteit (hierna: Bbk) biedt voor gebiedsspecifiek bodembeleid benutten en heeft daarom aan de RUD Utrecht opdracht gegeven om de bodemkwaliteitskaart (hierna: BKK) te actualiseren. De BKK is gericht op het grondgebied van de gemeente Houten, hiertoe behoren de kernen Houten, Schalkwijk en de kleinere woongebieden ’t Goy en Tull en ’t Waal, inclusief het bijbehorend buitengebied (hierna: bodembeheergebied). Deze kaart vormt een belangrijke pijler onder het grondstromenbeleid van de gemeente Houten dat is beschreven in de genoemde nota bodembeheer. De nota en de kaart vallen binnen het gebiedsspecifieke beleidskader van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Een BKK is een kaart waarop de diffuse bodemkwaliteit (de achtergrondkwaliteit) binnen het bodembeheergebied is aangegeven. Het bodembeheergebied is daarbij verdeeld in zones met een vergelijkbare bodemkwaliteit.

Binnen de te onderscheiden zones is de gemiddelde kwaliteit vergelijkbaar, terwijl tussen de zones een verschil in kwaliteit kan bestaan. De kaart geldt niet voor locaties die historisch zijn belast door puntbronnen als gevolg van bodembedreigende activiteiten. De bodemkwaliteit is bepaald voor de stoffen uit het standaardstoffenpakket (zie § 3.1). De stofgroep PFAS in niet opgenomen in deze BKK. Hiervoor maakt de gemeente Houten gebruik van de “Bodemkwaliteitskaart PFAS provincie Utrecht”. Nadat de BKK door de gemeenteraad is vastgesteld kan deze onder de voorwaarden uit de Nota Bodembeheer worden gebruikt als kwaliteitsbewijs bij het ontgraven en toepassen van grond, zonder aanvullende kwaliteitsbepaling. In bijlage 1 zijn de gebruikte begrippen in dit rapport toegelicht.

3

2. Doelstelling De doelstelling van een BKK is om een actueel en dekkend beeld te realiseren van de diffuse chemische bodemkwaliteit binnen de gemeente Houten. Daarnaast is de doelstelling van de gemeente om met de BKK gebruik te maken van de mogelijkheden die het Bbk biedt: • bij het toepassen van grond en baggerspecie op en in de landbodem; • als bewijsmiddel voor de kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem (hierdoor hoeven dan minder partijkeuringen te worden uitgevoerd, wat kosten- en tijdbesparend werkt bij grondverzet); • bij het minimaliseren van mogelijke knelpunten bij grond- en/of baggerverzet; • om gebiedsspecifiek bodembeleid te kunnen realiseren; • als bewijsmiddel voor de bodemkwaliteit voor onverdachte locaties.

4

3. Werkwijze en resultaat Bij het opstellen van de BKK is het stappenplan uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten1 gevolgd. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven. In de Richtlijn is aangegeven dat het niet noodzakelijk is om de stappen in chronologische volgorde aan te houden. Noodzakelijk is wel dat de elementen van de stappen terugkomen in de werkwijze bij het vervaardigen van de BKK. Voor de totstandkoming van deze BKK is de volgende volgorde van de stappen gebruikt: 1 → 2 → 4 → 3 → 5 → 7 → 8. Stap 1: Stap 2: Stap 4: Stap 3: Stap 5: Stap 6: Stap 7: Stap 8:

Definitiefase. Vaststellen van onderscheidende kenmerken. Indelen van het bodembeheergebied in deelgebieden Gegevensverzameling en gegevensbewerking. Controle indeling van het beheergebied. Verzamelen van aanvullende informatie. Karakteriseren van de bodemkwaliteitszones. Opstellen ontgravings- en toepassingskaart.

De BKK voldoet aan de eisen in bijlage M van de Regeling bodemkwaliteit.

3.1 Stap 1: Definitiefase De BKK is opgesteld binnen het gebiedsspecifieke beleidskader van het Bbk. De BKK geeft aan wat de verwachte ontgravingskwaliteit is en, in combinatie met de nota bodembeheer wat de toepassingsmogelijkheden zijn van grond binnen het bodembeheergebied. In de voorliggende BKK zijn de volgende technisch inhoudelijke elementen opgenomen: • • •

•

•

Het beheergebied van de BKK omvat het grondgebied van de gemeente Houten. De BKK is opgesteld voor de landbodem van het beheergebied voor de bovengrond (bodemlaag 0,0 – 0,5 meter minus maaiveld (m-mv)) en de ondergrond (0,5 – 2,0 mmv). De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de BKK: o Niet-gezoneerde zones; Fort bij ’t Hemeltje, Rondweg Grondwal, spoorlijn, de Rijksweg A27 en de uiterwaarden van de Lek. o Puntbronnen en andere locaties met, of verdacht van, bodemverontreiniging; o Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (voor wat betreft de ontgravingskaart, zie bijlage 1); De BKK is opgesteld voor het huidige standaard NEN5740 stoffenpakket: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). De BKK is niet opgesteld voor de stofgroep PFAS (PFOA, PFOS en PFAS Overig). De toepassingsvoorwaarden voor PFAS-houdende grond zijn beschreven in de

1

Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, voormalig Ministerie van VROM en van Verkeer en Waterstaat, 3 september 2007 en bijbehorende wijzigingsbladen d.d. 1 maart 2012 (sinds 1 april 2012 in werking getreden), d.d. 1 januari 2013 en d.d. 1 januari 2014.

5

• • •

Beleidsnota PFAS provincie Utrecht, te vinden op www.rudutrecht.nl/het-toepassenvan-pfas-houdende-grond De gegevens van de BKK zijn afkomstig van representatieve bodemonderzoeken. De bodemkwaliteitszones zijn vastgesteld op basis van de gemiddelde gehalten. Daarnaast zijn van elke bodemkwaliteitszone statistische kentallen (percentielwaarden, kortweg P-waarden) berekend (zie bijlage 3). De berekende kentallen zijn getoetst aan de normen uit het Bbk.

3.2 Stap 2: Onderscheidende gebiedskenmerken Aan de basis van de gemeentelijke BKK ligt de identificatie van onderscheidende gebiedskenmerken. Binnen een deelgebied wordt verondersteld dat de algemene bodemkwaliteit homogeen is (van vergelijkbare kwaliteit). Op basis van de bodemopbouw, de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, de geomorfologie en het huidig gebruik is een deelgebiedenkaart gedefinieerd. Huidige inrichting Binnen de gemeente Houten is ervoor gekozen om het jaartal van de bebouwing als onderscheidend gebiedskenmerk te hanteren. In de oude stadskern van Houten (rondom Het Plein) en in de kleinere woonkernen Schalkwijk, ’t Goy en Tull en ’t Waal bestaat de bebouwing van voor 1979. De snelle groei en bebouwing die de stad Houten daarna heeft doorgemaakt binnen de Grondwal Rondweg (en net daarbuiten) stamt van na 1979. Er zijn drie bedrijventerreinen gekenmerkt op de BKK Houten. Bedrijventerrein ‘De Schaft’ bevindt zich binnen de Grondwal Rondweg, net ten zuiden van het oude stadscentrum. Bedrijventerrein De Meerpaal ligt ontsloten tussen de rondweg, het Amsterdam-Rijnkanaal en de Rijksweg A27. De Doornkade is een bedrijventerrein ten noorden van Houten, net naast de A27. Deze drie terreinen zijn voor de BKK samengevoegd tot één deelgebied genaamd ‘Bedrijven’.

Het buitengebied is voornamelijk in gebruik voor landbouwdoeleinden (hoofdzakelijk grasland). Verspreid in het buitengebied staan woningen en boerderijen. Langs doorgaande wegen komt plaatselijk lintbebouwing voor. In het buitengebied van de gemeente Houten bevinden zich voormalige boomgaarden die verdacht zijn op het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen die extra aandacht vereisen. De locaties en de werkwijze van grondverzet binnen de boomgaarden zijn opgenomen in de nota bodembeheer gemeente Houten 2023. Naast de boomgaarden is voor deze bodemkwaliteitskaart besloten om de helofytenfilters op drie locaties net buiten de Grondwal Rondweg op te nemen in het buitengebied, in plaats van deze weer te geven op de kaart als een uitgezonderd gebied. De reden hiervoor is dat er wordt verwacht dat de gemiddelde bodemkwaliteit van deze locaties vergelijkbaar is met het buitengebied. Het is wenselijk dat er grondverzet kan plaatsvinden van en naar de kades en aansluitende percelen rondom het slotensysteem. De niet-gezoneerde gebieden omvatten de Grondwal Rondweg zelf, de spoorlijn die de stad Houten noord-zuid doorkruist, de Rijksweg A27 in het noordwesten van de gemeente, de uiterwaarden van de Lek en het voormalig militair fort ‘bij ’t Hemeltje’. Voor al deze locaties is ofwel bodemverontreiniging door puntbronnen aannemelijk ofwel grondverzet onwenselijk. 6

Historie Archeologische vondsten laten zien dat de locatie waar Houten nu gevestigd is al bewoond is sinds circa 2000 v.C.. De directe omgeving van Houten kreeg een impuls ten tijde van het Romeinse rijk met de stichting van de nabije nederzetting Fectio. Het oudste gebouw van het moderne Houten is waarschijnlijk de kerk van Houten (hedendaagse Pleinkerk), gesticht aan het einde van de 7de eeuw n.C. door rondtrekkende monniken. Ontginningen in de daaropvolgende eeuwen leidden tot de plaatsen Schalkwijk en Wulven. Houten is tot vlak na de tweede wereldoorlog een brinkdorp gebleven. Na de oorlog kwam de ontwikkeling van Houten in een stroomversnelling met de aanleg van verscheidene snelwegen, het Amsterdam-Rijnkanaal en was het tevens gemakkelijker te bereiken via de spoorwegen. Bodemopbouw en geomorfologie In het kader van zowel de bodemopbouw, geomorfologie en het landschap wordt de gemeente Houten gedomineerd door rivierafzettingen. De westzijde van gemeente Houten voornamelijk uit laaggelegen komgronden naast de rivier de Lek, in de omgeving van de dorpen Tull en ’t Waal en Schalkwijk. De bodemopbouw bestaat voor het grootste gedeelte uit komkleisediment afgezet door de rivier. De hooggelegen gebieden in de gemeente waar de nederzettingen Houten en ’t Goy zich bevinden zijn stroomruggebieden.

7

3.3 Stap 4: Indeling bodembeheergebied in deelgebieden Gebaseerd op de gebiedskenmerken is voor de BKK een eerste indeling gemaakt zoals vermeld in tabel 1 en ruimtelijk weergegeven op figuur 1. Tabel 1: Eerste indeling deelgebieden Deelgebied

Omschrijving

Functieklasse

A

Buitengebied

Landbouw/natuur

B

Bebouwing <1979

Wonen

C

Bebouwing >1979

Wonen

D

Bedrijven

Industrie

E

Fort bij ‘t Hemeltje

Niet-gezoneerd

F

Uiterwaarden Lek

Niet-gezoneerd

G

Grondwal Rondweg

Niet-gezoneerd

H

Rijksweg A27

Niet-gezoneerd

I

Spoorlijn

Niet-gezoneerd

De gebruiksfunctie, zoals weergegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1), is leidend bij de indeling in deelgebieden.

Figuur 1: Indeling op basis van onderscheidende kenmerken

Op basis van het voorgaande zijn deelgebieden samengevoegd met de functieklasse als criterium. De indeling zoals vermeld in tabel 2 is gehanteerd voor de verdere totstandkoming van de BKK. 8

Tabel 2: Samenvoeging deelgebieden op basis van functieklasse Samengevoegd Omschrijving deelgebied 1 Buitengebied 2 Bebouwing <1979 3 4

Bebouwing >1979

-

Fort bij ‘t Hemeltje Uiterwaarden Lek Grondwal Rondweg Rijksweg A27 Spoorlijn

Functieklasse Landbouw/natuur Wonen

Bedrijven

Industrie Geen onderdeel Bkk

3.4 Stap 3: Gegevensverzameling en -verwerking 3.4.1 Selecteren beschikbare gegevens De dataset van de BKK is in opdracht van de gemeente Houten samengesteld door LievenseCSO en bestaat uit waarnemingen uit de periode vanaf 2010 tot en met 2021. De waarnemingen zijn hoofdzakelijk gedaan tijdens uitvoering van de volgende typen bodemonderzoek: • Verkennend bodemonderzoek, bijvoorbeeld in het kader van bouw, werkzaamheden aan kabels/leidingen en natuurontwikkeling; • Bodemonderzoek voor het vaststellen van PFAS-achtergrondgehalten; • Onderzoek naar de milieukwaliteit van de ontvangende bodem bij grondtoepassingen; • Nulsituatie-onderzoeken.

3.4.2 Het samenvoegen van punt- en mengmonsters De dataset, gebruikt voor het opstellen van de BKK, bevat zowel meng- als puntmonsters met analysegegevens. Onderzoek van de landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft aangetoond dat percentielwaarden2 die zijn gebaseerd op een bestand met analysegegevens van zowel punt- als mengmonsters vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met analysegegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan als gevolg hiervan geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met analysegegevens waarin zowel puntals mengmonsters zijn opgenomen. De analysegegevens van de mengmonsters zijn als één waarneming opgenomen in de dataset.

3.4.3 Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet Regelmatig komt het bij analyses voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in concentraties beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. 2

Handreiking Achtergrondgehalten. Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO, 1998.

9

Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyses is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen.

3.4.4 Het opsporen van uitbijters Ondanks dat er representatieve analysegegevens worden geselecteerd voor de analyse, kan er sprake zijn van uitschieters (extreem hoge of lage gehalten) in de dataset. Deze extremen kunnen een gevolg zijn van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door puntbronnen die niet als zodanig bekend zijn. Hierbij worden dan vaak bij meerdere stoffen relatief hoge gehalten of juist hele lage gehalten aangetroffen. In het geval van bodemkwaliteitskaarten worden dergelijke uitschieters ‘uitbijters’ genoemd. Per bodemkwaliteitszone zijn met behulp van visuele voorstellingen in de vorm van grafieken in Excel extreme waarden geïdentificeerd. De vuistregel waarbij waarden 3x hoger dan de gemiddelde waarden als extreme waarden voor de desbetreffende parameters worden beschouwd is hierbij gehanteerd. De extreme waarden zijn nader beoordeeld. Als de uitbijters tot een puntbron, type- of meetfout waren te herleiden of als niet-representatief zijn beoordeeld in vergelijking met de andere resultaten van dat deelgebied, dan zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd. In bijlage 2 is een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters opgenomen.

3.5 Stap 5: Evaluatie gebiedsindeling 3.5.1 Indeling bodemkwaliteitszones De indeling in deelgebieden leidt tot de onderstaande bodemkwaliteitszones (zie tabel 3). Daarbij is onderscheid gemaakt tussen onder en bovengrond, omdat de ondergrond doorgaans een betere kwaliteit heeft dan (of vergelijkbare met) de bovengrond. In samenspraak met gemeente Houten is ervoor gekozen om de ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv) als één deelgebied te beschouwen, en niet zo als voor de bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv) op te delen in de desbetreffende deelgebieden zoals weergegeven in tabel 3. Tabel 3: Indeling bodemkwaliteitszones op basis van deelgebieden Deelgebied- Bodemkwaliteitszone nummer1)

Functieklasse

Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) 1

B1

Landbouw/natuur

2

B2

Wonen

3

B3

Wonen

4

B4

Industrie

Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) 5

O

Landbouw/natuur

1)

zie samengevoegde deelgebieden in § 3.3, tabel 2.

10

De situering van de bodemkwaliteitszones is weergegeven in figuur 2.

Figuur 2: Indeling in bodemkwaliteitszones

3.5.2 Aantal waarnemingen De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt aan het aantal waarnemingen per bodemkwaliteitszone de volgende (minimale) eisen: • Voor alle stoffen zijn ten minste 20 waarnemingen beschikbaar. • De waarnemingen liggen voldoende verspreid over de bodemkwaliteitszone: o Voor aaneengesloten bodemkwaliteitszones bij een systematische indeling in 20 vakken zijn er in tenminste 10 vakken één of meer waarnemingen beschikbaar. o Voor elk niet-aaneengesloten deel van een bodemkwaliteitszone zijn ten minste 3 waarnemingen beschikbaar. Na het samenstellen van de dataset voor de BKK (§ 3.3.1), de voorbewerkingen (§ 3.3.3 en § 3.3.4) en de gebiedsindeling (§ 3.4.1) bleek dat alle bodemkwaliteitszones voldoen aan de voornoemde minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Het totale aantal waarnemingen na verwijdering van de uitbijters is weergegeven in tabel 4.

11

Tabel 4. Aantal waarnemingen per bodemkwaliteitszone Bodemkwaliteitszone

Aantal waarnemingen1)

Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) B1

203/190

B2

148/137

B3

300/279

B4

157/144

Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) O 1)

529/486

weergegeven is het hoogste en het laagste aantal waarnemingen per stof

3.5.3 Ruimtelijke spreiding Figuur 3 geeft inzicht in hoe de waarnemingen ruimtelijk zijn verdeeld over het grondgebied van de gemeente Houten. Geanalyseerd is of binnen de bodemkwaliteitszones een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Hiervan is sprake bij een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Het overzicht van de variatiecoëfficiënten is opgenomen in bijlage 3. Hieruit blijkt dat voor PAK in de bodemkwaliteitszones B2, B4 en in de ondergrond en voor kwik in bodemkwaliteitszone B3 de variatiecoëfficiënt boven de 2 uitvalt. Vastgesteld is dat binnen de bodemkwaliteitszone geen ruimtelijke clustering voorkomt. Er is daarom geen aanleiding tot verdere splitsing van bodemkwaliteitszones.

Figuur 3: Situering waarnemingspunten

12

3.6 Stap 6: Verzamelen van aanvullende informatie Bij de indeling van bodemkwaliteitszone zoals beschreven in § 3.5 voldoet de dataset aan de gestelde eisen. Er is daarom geen aanleiding voor het verzamelen van aanvullende informatie.

3.7 Stap 7: Karakteriseren bodemkwaliteitszones Uit de data-analyse volgt dat in alle bodemkwaliteitszones de gemiddelde bodemkwaliteit als schoon kan worden aangemerkt (klasse AW2000), met uitzondering van zone B2. Voor de volledigheid: het gaat hierbij om de bodemkwaliteit van terreindelen die niet zijn verontreinigd door lokale (bedrijfs-) activiteiten, de zogenaamde puntbronnen. De bodemkwaliteitsklasse per bodemkwaliteitszone is weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Bodemkwaliteitsklasse per bodemkwaliteitszone Bodemkwaliteits- Functieklasse zone

Bodemkwaliteitsklasse

Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) B1

Landbouw/natuur AW2000

B2

Wonen

Wonen

B3

Wonen

AW2000

B4

Industrie

AW2000

Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) O

Landbouw/natuur AW2000

In tabel 6 is aangegeven welke stof(fen) bepalend is/zijn geweest voor de indeling in bodemkwaliteitszones. In zone B2 overschrijden de gemiddelde waarden voor zowel lood als PAK de Achtergrondwaarden (AW2000). In het geval van PAK is de overschrijding zelfs hoger dan maximaal twee maal de norm voor de klassegrens AW2000. De bodemkwaliteitsklasse van zone B2 wordt daarom ingedeeld in de categorie Wonen. Tabel 6: Bepalende stofgroep per bodemkwaliteitszone Bodemkwaliteitszone

Kwaliteitsbepalende stofgroep

Bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv) Zone B1

-1)

Zone B2

Pb, PAK

Zone B3

-1)

Zone B4

-1)

Ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv) Zone O

-1)

1)

De gemiddelde achtergrondwaarde ligt onder de landelijke achtergrondwaarde. Kwaliteitsbepalende stoffen onder deze waarden zijn niet relevant

13

3.7.1 Heterogeniteit De heterogeniteit van de gemeten gehalten is per bodemkwaliteitszone berekend volgens de onderstaande formule. Heterogeniteitindex =

(P95 – P5) (Waarde Klasse Wonen of Industrie – Waarde klasse Landbouw/Natuur)

In bijlage 3 is per bodemkwaliteitszone en per stof de heterogeniteitsindex weergegeven. De betrouwbaarheid van het berekende gemiddelde gehalte in een zone is kleiner naarmate de diffuse bodemkwaliteit sterker heterogeen is verdeeld. Uit de berekeningen volgt dat in de zones van het bodembeheergebied sprake is van geen of lage heterogeniteit, met uitzondering van de parameter nikkel. Nikkel is heterogeen tot sterk heterogeen voor alle bodemkwaliteitszones. Er zijn echter ruim voldoende waarnemingen bekend om het gemiddelde gehalte, en daarmee de bodemkwaliteit, goed te bepalen. De heterogeniteit is daarom geen aanleiding om aanvullend onderzoek te eisen voorafgaand aan grondtoepassingen.

3.7.2 Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde (P95) boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een toetsing aan het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. In de gemeente Houten komt deze situatie niet voor. In bijlage 3 is per bodemkwaliteitszone en stof vermeld wat de statistische kentallen zijn

3.8 Stap 8: Bodemkwaliteitskaart De BKK bestaat uit drie soorten hoofdkaarten: 1. De bodemfunctieklassenkaart 2. De bodemzoneringskaart 3. De ontgravingskaart 4. De toepassingskaart In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten. Conform bijlage M van de Regeling bodemkwaliteit moet een kaart waarop puntbronnen (uitgesloten locaties) zijn vermeld, onderdeel uitmaken van de BKK. Voor zover dat grotere aaneengesloten gebieden betreft is dat gedaan. Voor kleinere puntbronnen en bekende bodemverontreinigingen niet, omdat dit dynamisch is en vanwege de schaalgrootte. Voorafgaand aan de toepassing van grond moet de ligging van deze locaties volgen uit het vooronderzoek conform NEN 5725 dat de initiatiefnemer van grondverzet voorafgaand aan een grondtoepassing moet uitvoeren.

14

3.8.1 Bodemfunctieklassenkaart Het doel van de bodemfunctieklassenkaart is een toetsingskader om te kunnen beoordelen aan welke kwaliteit her te gebruiken grond en bagger moet voldoen. In de bodemfunctieklassenkaart is de gemeente ingedeeld in de volgende functies: ‘Landbouw/natuur’, ‘Wonen’, en ‘Industrie’. Daarnaast is de bodemfunctieklassenkaart van belang voor de bepaling van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen (o.a. in het kader van het Besluit Uniforme Saneringen). De bodemfunctieklassenkaart is opgenomen in kaartbijlage 1.

3.8.2 Bodemzoneringskaart Voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart wordt gebruik gemaakt van zones. Dit is een verzameling van gebieden waar op basis van de gebruikshistorie, grondslag en bebouwingsgeschiedenis vergelijkbare bodemkwaliteit verwacht kan worden. Deze indeling is in samenspraak met de gemeente Houten opgesteld. Voor de gemeente Houten zijn 3 zones onderscheiden: Landbouw/Natuur, Wonen en Industrie, zoals ook weergegeven in tabel en figuur 1. Over het algemeen zijn de bebouwde gebieden ingedeeld in de bodemfunctieklasse Wonen en industrieterreinen (incl. grotere bedrijfsterreinen) ingedeeld in de bodemfunctieklasse Industrie. Het buitengebied is ingedeeld in bodemfunctieklasse Landbouw/Natuur. Per zone is een onderverdeling gemaakt voor in de bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv). Voor de ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv) is er slechts één zone-indeling gemaakt. De niet-gezoneerde gebieden zijn tevens apart in de kaart opgenomen De bodemzoneringskaart is opgenomen in kaartbijlage 2.

3.8.3 Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van grond op een, niet voor bodemverontreiniging verdachte, locatie. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluit bodemkwaliteit. De bodemkwaliteit in een zone kan vallen in de ontgravingsklassen Landbouw/natuur (achtergrondwaarden AW2000), Wonen, Industrie of niet-toepasbaar. De ontgravingskaarten voor de boven- en ondergrond zijn opgenomen in kaartbijlage 3.

3.8.4 Toepassingskaart Op de toepassingskaart is weergegeven welke kwaliteit grond mag worden toegepast in een bepaalde zone van het bodembeheergebied. Bij de totstandkoming van de toepassingskaart is rekening gehouden met de functie, ontgravingskwaliteit en gebiedsspecifiek beleid. Het resultaat is opgenomen in de kaartbijlage 4. De gebiedsspecifieke toepassingskaart geeft weer in welke zones gebiedsspecifieke toepassingseisen gelden. Deze kaart moet naast de ontgravingskaart worden gebruikt bij het grondverzet.

15

Bijlage 1: Begrippenlijst Baggerspecie Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Bodemkwaliteitskaart De BKK bestaat volgens de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten uit de volgende drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten (verdachte) locaties en deelgebieden 2. De ontgravingskaart 3. De toepassingskaart Bodemkwaliteitsklassen In het Bbk worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie te onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: 1. Klasse Landbouw/natuur 2. Klasse Wonen 3. Klasse Industrie Bij de toetsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen van de functiewaarden (zie onderstaand). Voor de BKK van de gemeente Houten is het basispakket van toepassing. Tabel B1: Staffel toegestane aantal overschrijdingen Aantal gemeten stoffen Basispakket 16-26 27-36 37-48

Aantal toegestane overschrijdingen 2 3 4 5

Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): • • •

Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De Overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij ‘Toetsingswaarden Bbk).

16

Klasse Wonen: • • •

Alle gehalten voldoen aan de klassegrens wonen met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel B1. De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen.

Klasse Industrie: •

Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie, omdat er geen sprake is van deelgebieden met een gemiddeld gehalte boven de interventiewaarde.

Bodemkwaliteitszone De bodemkwaliteitszone wordt gedefinieerd als een deel van een beheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van eenzelfde gebiedseigen bodemkwaliteit waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. Het eventueel vaststellen van bijzondere omstandigheden moet onderdeel uitmaken van het eerdergenoemde vooronderzoek voor ontgraving en toepassen van grond binnen een kwaliteitszone.

Deelgebied Deel van een beheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het beheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als “niet-aaneengesloten deelgebieden”. Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de BKK is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden).

17

Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Bbk definieert grond als: “vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2

millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie”. Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Bbk nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. In gebiedsspecifiek beleid kunnen hieraan strengere eisen worden gesteld. Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een zone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone ook kleiner. Bij zones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de BKK in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als bewijsmiddel. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar menig van de gemeente een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico. De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule: heterogeniteit =

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=43d31f80-e1bc-49b0-84eb-89c0535a81c9