bijlage 1 - Herijkingsonderzoek lokale inkomensregelingen - Gemeente Houten
Tekst van het document
2.4. Sturing en monitoring 2.4.1. Huidige situatie De gemeente Houten heeft aan de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) gevraagd om een dashboard te ontwikkelen en beheren. Op deze manier kan de gemeente de maatschappelijke effecten van het beleid rondom het sociale domein monitoren. Dit gaat niet specifiek over het minimabeleid. Daarnaast geeft de monitor tevens een beeld van de kosten. Maatschappelijke effecten De gemeente Houten monitort continu de maatschappelijke effecten van het sociaal domein brede beleid. Dit wordt gedaan in samenwerking met alle betrokken partijen en daarbij wordt de ervaringskennis van de inwoners ook meegenomen. De Monitor Sociale Kracht is een middel om ontwikkelingen in beeld te brengen. Indicatoren Voor de vier overstijgende thema’s (gezondheid, saamhorigheid, leren en werken, thuis) zijn zowel doelstellingen als effectindicatoren opgesteld. De informatie voor de effectindicatoren worden uit verschillende bronnen ontleend waaronder de Monitor Sociale Kracht, het RBLdashboard, het Sociaal Team Houten, DUO en het cliëntervaringsonderzoek. Minimabeleid is een integraal thema. De gemeente Houten merkt in de Sociale Koers terecht op dat de vier overstijgende thema’s van invloed zijn op de financiële positie en zelfredzaamheid van inwoners. De meeste indicatoren vormen vermoedelijk een indirecte voorspeller van financiële zorgen of problematiek.
Meer directe voorspellers houden verband met het thema leren, werken (en daarmee) inkomsten, zoals het aantal banen per 1000 inwoners, de financiële zelfredzaamheid en voortijdige schoolverlating 31. Echter, de gemeente Houten kiest hier voor een meer abstracte helikopterview dan de meeste gemeenten aannemen. Veelal worden er doelstellingen geformuleerd op grond van het gebruik en bereik van minimaregelingen. De gemeente Houten laat met de indicatoren zien dat ze een holistisch beeld nastreven; armoede is niet alleen een tekort aan financiële middelen maar hangt 27 Ontleend aan het uitvoeringsplan van 2022. 28 Deze paragraaf geeft geen uitputtend overzicht van de actiepunten uit het uitvoeringsplan van 2022,
maar dient om inzicht te geven in de activiteiten en thema’s die de gemeente op dit moment ter hand heeft genomen. 29 Dit is gedaan in 2021 en zal opnieuw gevraagd worden in 2024. 30 Een integrale toets wil zeggen dat inwoners met een hulpvraag niet voor alle regelingen een losse aanvraag met bijbehorende bewijsstukken hoeven te voltooien, maar dat zij eenmalig een aanvraag kunnen doen en dan meerdere regelingen toegewezen kunnen krijgen. 31 Ontleend aan de Jaarrekening van de gemeente Houten. De indicator financiële zelfredzaamheid is afkomstig vanuit de Monitor Sociale Kracht.
20
Gemeente Houten
Versie 1.2
samen met (of wordt zelfs veroorzaakt door) tekorten of problematiek op andere levensdomeinen. De resultaten van de Monitor Sociale Kracht geven hier tevens een beeld van 32. Zo blijkt dat de sociale kracht van kwetsbare doelgroepen lager te liggen; een van deze kwetsbaarheden is niet kunnen rondkomen.
2.4.2. Leemte Het holistische perspectief omtrent minima zorgt ervoor dat de gemeente Houten brede sturing en monitoring hanteert op basis van de Sociale Koers. Directe sturing op het gebruik en effect van minimaregelingen is er niet. Gezien de conclusie dat beleid omtrent minima en inkomensondersteunende regelingen ontbreekt (paragraaf 2.3), kan sturing op dit moment slechts plaatsvinden op de uitvoeringsplannen en niet aan de hand van de uitvoering (als in het bereik van minimaregelingen, tevredenheid van de doelgroep). De beleidsmedewerkers Werk & Inkomen werken aan en monitoren op de actiepunten die in de uitvoeringsplannen benoemd worden. Het gaat dan echter met name om ontwikkelingen als de totstandkoming van de sociale kaart, aansluiten bij de Alliantie Kinderarmoede of de organisatie van bijeenkomsten tussen ketenpartners. Er wordt gestuurd en gemonitord op de uitvoering van acties, niet op doelstellingen met een bredere visie op de aanpak van minima en daarmee ook niet op het bereik en de aansluiting bij de doelgroep van de huidige minimaregelingen. Daar ligt een leemte en tegelijkertijd een kans. Sturen op maatschappelijke effectindicatoren op basis van beleidsdoelstellingen kan een effectief middel vormen om inzicht te krijgen in de stand van zaken en te bewegen naar de doelen voor lange termijn.
Het is daarom aan te bevelen om te sturen op de prestaties, oftewel het bereik van regelingen en de aansluiting van regelingen bij de behoeften van de doelgroep, maar ook op maatschappelijke effecten zoals het breder terugdringen van armoede of het ondersteunen van minima.
32 Monitor Sociale Kracht, pagina 89.
21
Gemeente Houten
Versie 1.2
3. Gebruik inkomensondersteunende voorzieningen In dit hoofdstuk gaan we nader in op het gebruik en bereik onder de doelgroep van de gemeentelijke regelingen in Houten.
3.1 Regelingen voor het minimabeleid De volgende tabel geeft de inkomensgrens en doelgroep per regeling weer. Daarna volgt per regeling een toelichting per regeling en waar mogelijk wordt het bereik van een regeling vergeleken met het gemiddelde bereik in andere gemeenten. Voor een drietal regelingen wordt een vermogenstoets gehanteerd; kwijtschelding gemeentelijke belastingen, bijzondere bijstand en de individuele inkomenstoeslag. Het vermogen van het huishouden mag niet hoger zijn dan de vermogensgrenzen die gelden voor de Participatiewet. In alle gemeenten in Nederland geldt dat er een vermogenstoets voor deze regelingen moet worden gedaan, waardoor het bereik van de gemeente Houten kan worden vergeleken met het gemiddelde in andere gemeenten. Voor de overige regelingen in de gemeente Houten wordt er gekeken naar de hoogte van het inkomen, maar wordt er geen vermogenstoets gedaan. Een vergelijking met andere gemeenten is voor deze regelingen niet mogelijk. Wij hebben veelal onderzoek gedaan bij gemeenten waarbij er een vermogenstoets voor het minimabeleid wordt gehanteerd.
Tabel 3.1.1 Inkomensgrenzen regelingen en omvang potentiële doelgroep in gemeente Houten Inkomensgrens Categorie Vermogenstoets Doelgroep 2021 Kwijtschelding gemeentelijke 100% Wsm Vermogenstoets 930 huishoudens belastingen 1.115 personen Bijzondere bijstand 100% Wsm Vermogenstoets (930 huishoudens) Individuele inkomenstoeslag 110% Wsm Vermogenstoets 650 huishoudens 2.024 personen Collectieve zorgverzekering 120% Wsm Geen vermogenstoets (1.581 huishoudens) 1.515 personen U-Pas 110% Wsm Geen vermogenstoets 1.035 kinderen Stichting Leergeld 120% Wsm Geen vermogenstoets 1.175 kinderen Jeugdfonds Sport en Cultuur 120% Wsm Geen vermogenstoets 1.175 kinderen Tegemoetkoming chronisch 120% Wsm Geen vermogenstoets zieken en gehandicapten Studietoeslag n.t.b. Geen vermogenstoets Tegemoetkoming n.t.b. Geen vermogenstoets kinderopvang Tegemoetkoming kinderopvang o.b.v. sociaal n.t.b. Geen vermogenstoets medische indicatie Energietoeslag 120% Wsm Geen vermogenstoets -
3.2 Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens kunnen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm. Daarnaast mag het vermogen niet hoger liggen dan een bepaalde grens. De vermogensgrenzen voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen ligt lager dan de vermogensgrenzen van de Participatiewet. De potentiële doelgroep voor de kwijtschelding is 930 huishoudens 33. 33 De doelgroep hebben we vastgesteld op 930 huishoudens. Zij hebben een inkomen tot 100 procent
Wsm en het vermogen valt binnen de vermogensgrenzen van de Participatiewet. Echter liggen de vermogensgrenzen voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen lager. De feitelijk doelgroep ligt dus iets lager en het bereik daarmee iets hoger.
22
Gemeente Houten
Versie 1.2
In 2021 is aan 669 huishoudens geheel of gedeeltelijk kwijtschelding van gemeentelijke belastingen verstrekt. Met elkaar is dit een bereik van 72 procent onder de primaire doelgroep. Een dergelijk gebruiksaandeel ligt in lijn met andere gemeenten; daar zien we een bereik tussen de 70 en 75 procent. Tabel 3.2.1 Bereik kwijtschelding gemeentelijke belastingen in Houten Categorie Doelgroep Gebruik kwijtschelding Percentage bereik
930 huishoudens 669 huishoudens 72%
3.3 Bijzondere bijstand Het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Houten is erop gericht om inwoners die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen. De gemeente beoordeelt bij iedere aanvraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden. De potentiële doelgroep bestaat uit 1.115 personen (930 huishoudens) met inkomens tot 100 procent van de bijstandsnorm. In 2021 hebben 147 personen een verstrekking vanuit de bijzondere bijstand gekregen. Daarmee komt het bereik van de bijzondere bijstand uit op 13 procent. Voor deze regeling geldt dat een bereik tussen 20 en 25 procent gangbaar is; het bereik in de gemeente Houten ligt hier onder. Bijzondere bijstand wordt verstrekt in bijzondere omstandigheden. Consulenten kijken eerst of een inwoner in aanmerking komt voor een regeling in het aanbod van inkomensondersteunende regelingen alvorens zij in aanmerking komen voor de bijzondere bijstand. Een voorbeeld: medische kosten kunnen via de bijzondere bijstand worden aangevraagd. Echter heeft de gemeente ook een collectieve zorgverzekering en een tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. Er zal gekeken worden of een inwoner eerst hier gebruik van kan maken, alvorens er gebruik wordt gemaakt van de bijzondere bijstand.
Een relatief laag bereik van de bijzondere bijstand wijst erop dat een groot aandeel van de kosten vergoed kunnen worden via de andere regelingen in het huidige aanbod. Een relevante kanttekening hierbij is dat een laag bereik ook kan duiden op (te) strikte voorwaarden bij het toekennen van de bijzondere bijstand waardoor inwoners geen aanspraak kunnen maken op de regeling (en het bereik dus laag is). Tabel 3.3.1 Bereik bijzondere bijstand in Houten Categorie Doelgroep Gebruik bijzondere bijstand Percentage bereik
1.115 personen 147 personen 13%
3.4 Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor inwoners die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Houten behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende drie jaar een inkomen heeft tot 110 procent Wsm, tot de doelgroep. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er in de afgelopen drie jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering. De doelgroep bestaat dan uit 650 huishoudens. In 2021 hebben 290 huishoudens gebruik gemaakt van deze toeslag. Afgezet tegen de groep die drie jaar een inkomen tot 110 procent Wsm heeft is dit een bereik van 45 procent. Vergeleken met andere gemeenten, waar een bereik rond de 45 procent en 50 gangbaar is, ligt het bereik in de gemeente Houten in lijn met het gemiddelde.
23
Gemeente Houten
Versie 1.2
Tabel 3.4.1 Bereik individuele inkomenstoeslag in Houten Categorie Doelgroep Gebruik individuele inkomenstoeslag Percentage bereik
650 huishoudens 290 huishoudens 45%
3.5 Collectieve zorgverzekering De gemeente biedt minima de mogelijkheid om deel te nemen aan de collectieve aanvullende zorgverzekering van VGZ. Ze krijgen korting op de premie en profiteren van extra vergoedingen voor zorgkosten. Inwoners met een inkomen tot 150 procent Wsm, ongeacht de hoogte van het vermogen, kunnen gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering. De gemeente betaalt een gemeentelijke bijdrage voor inwoners met een inkomen tot 120 procent Wsm. Deze bijdrage wordt verminderd op de maandelijkse premie. Inwoners met inkomen tussen 120 en 150 procent Wsm kunnen niet rekenen op een gemeentelijke bijdrage. Voor de collectieve zorgverzekering wordt er geen vermogenstoets gedaan. De doelgroep (tot 120 procent Wsm) bestaat uit 2.024 personen (1.581 huishoudens). In 2021 maakten 888 personen gebruik van deze regeling. Dit komt neer op een bereik van 44 procent. Omdat er geen vermogenstoets wordt gedaan, is een vergelijking van het bereik met andere gemeenten niet mogelijk. Tabel 3.5.1 Bereik collectieve zorgverzekering in Houten Categorie Doelgroep Gebruik collectieve zorgverzekering Percentage bereik
2.024 personen 888 personen 44%
3.6 U-pas De gemeente wil ervoor zorgen dat iedereen mee kan blijven doen in de maatschappij. Daarom kunnen minima gebruikmaken van de U-pas. De U-pas is een gratis pas voor inwoners met een laag inkomen en met de U-pas kunnen inwoners meedoen aan sportieve, recreatieve en culturele activiteiten. Daarnaast krijgen zij korting bij onder andere musea, bioscopen, toeristische attracties en een tegoed voor het openbaar vervoer. Om in aanmerking te komen voor een gratis U-pas, mag het inkomen niet hoger zijn dan 110 procent Wsm. Er wordt geen vermogenstoets gedaan. In 2021 hebben 1.236 personen van 18 jaar en ouder een U-pas, afgezet tegen de totale doelgroep (1.515 personen van 18 jaar en ouder) is 82 procent van de personen in het bezit van een U-pas. Van de 1.236 personen van 18 jaar en ouder die in het bezit zijn van een U-pas, maken 380 personen (31 procent) ook daadwerkelijk gebruik van de pas. Als het daadwerkelijke gebruik van de U-pas (380 personen) wordt afgezet tegen de doelgroep (1.515 personen), is het bereik 25 procent. Omdat er geen vermogenstoets wordt gedaan, is een vergelijking van het bereik met andere gemeenten niet mogelijk. Tabel 3.6.1 Bereik U-pas personen van 18 jaar en ouder Houten Categorie Doelgroep U-pas Volwassenen Houten Percentage bereik
Verstrekte U-passen
Gebruik U-pas
1.515 personen
1.515 personen
1.236 personen
380 personen
82%
25%
In 2021 waren 502 kinderen tot 18 jaar in het bezit van een U-pas, afgezet tegen de totale doelgroep (1.035 kinderen tot 18 jaar) is 49 procent in het bezit van een U-pas. Van de 502 kinderen die in het bezit zijn van een U-pas, maken 222 kinderen (44 procent) ook daadwerkelijk gebruik van de pas. 24
Gemeente Houten
Versie 1.2
Als het daadwerkelijke gebruik van de U-pas (222 kinderen) wordt afgezet tegen de doelgroep (1.035 kinderen), is het bereik 21 procent. Omdat er geen vermogenstoets wordt gedaan, is een vergelijking van het bereik met andere gemeenten niet mogelijk. Tabel 3.6.2 Bereik U-pas Kinderen Houten Categorie
Verstrekte U-passen
Gebruik U-pas
1.035 kinderen
1.035 kinderen
502 kinderen
222 kinderen
49%
21%
Doelgroep U-pas Kinderen Houten Percentage bereik
3.7 Stichting Leergeld Stichting Leergeld wil in de gemeente Houten sociale uitsluiting van kinderen voorkomen. Daarom biedt de stichting financiële ondersteuning aan kinderen van 0 tot 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm, waarbij er geen vermogenstoets wordt gedaan. Hierdoor krijgen deze kinderen de kans om mee te doen aan binnen- en buitenschoolse activiteiten. De doelgroep bestaat uit 1.175 kinderen. In 2021 maakten 606 kinderen gebruik van Stichting Leergeld. Dit is een bereik van 52 procent. Omdat er geen vermogenstoets wordt gedaan, is een vergelijking van het bereik met andere gemeenten niet mogelijk. Tabel 3.7.1 Bereik Stichting Leergeld in Houten Categorie Doelgroep kinderen 0 - 17 jaar Gebruik Percentage bereik
1.175 kinderen 606 kinderen 52%
3.8 Jeugdfonds Sport en Cultuur Jeugdfonds Sport en Cultuur is bedoeld voor kinderen tot 18 jaar. Er kan per kind maximaal één sport- of cultuuractiviteit per 12 maanden worden aangevraagd. Voor sport is er jaarlijks maximaal € 225 per kind beschikbaar en voor het cultuurfonds is het maximale bedrag € 425 per jaar. Dit geld kan gebruikt worden voor de contributie of lesgeld. Daarnaast wordt een maximale vergoeding van € 100 beschikbaar gesteld voor eventuele benodigde sport- of cultuurattributen. Als het inkomen onvoldoende is, kan men gebruik maken van het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Een intermediair beoordeelt de situatie. In 2021 maakten 264 kinderen gebruik van het Jeugdfonds. We gaan hier uit van een doelgroep tot 120 procent Wsm, waarbij er geen vermogenstoets wordt gedaan. Dus kinderen die opgroeien in een huishouden waarbij het huishoudinkomen niet hoger is dan 120 procent Wsm. Het bereik van het Jeugdfonds Sport en Cultuur is dan 22 procent. Omdat er geen vermogenstoets wordt gedaan, is een vergelijking van het bereik met andere gemeenten niet mogelijk. Tabel 3.8.1 Bereik Jeugdfonds Sport en Cultuur in Houten Categorie Doelgroep kinderen 0 - 17 jaar Gebruik Percentage bereik
1.175 kinderen 264 kinderen 22%
25
Gemeente Houten
Versie 1.2
3.9 Regelingen voor specifieke doelgroep De gemeente Houten biedt, naast bovenstaande regelingen, nog een aantal inkomensondersteunende regelingen aan: • Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten; • Studietoeslag; • Tegemoetkoming kinderopvang; • Tegemoetkoming kinderopvang op basis van een sociaal medische indicatie. Deze regelingen zijn bedoeld voor specifieke doelgroepen en om deze reden kan er geen doelgroep worden vastgesteld. Het gebruik per regeling kan wel worden weergegeven. Hieronder worden de regelingen besproken.
3.9.1 Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten In de gemeente Houten kunnen inwoners met een chronische ziekte of handicap een tegemoetkoming ontvangen. Dit jaar bedroeg de tegemoetkoming € 300, maar dit bedrag kan jaarlijks variëren. Deze inwoners hebben vaak te maken met hogere zorgkosten. Om in aanmerking te komen voor deze tegemoetkoming moet er sprake zijn van een Wmo-toewijzing, zorgtoewijzing Wlz of jeugdwet indicatie. In 2021 hebben 524 personen gebruikgemaakt van deze regeling. De grootte van de doelgroep van deze regeling kan niet worden bepaald. Het is niet duidelijk hoeveel inwoners in aanmerking zouden kunnen komen voor deze regeling; het is onbekend hoeveel chronisch zieken en gehandicapten in de gemeente Houten wonen en hoeveel inwoners voldoen aan de voorwaarden om gebruik te mogen maken van de regeling. Hierdoor kunnen wij ook geen inschatting geven over het bereik. Tabel 3.9.1 Gebruik Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten in Houten Categorie Gebruik Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
524 personen
3.9.2 Studietoeslag Inwoners die een studie of opleiding volgen, maar door een arbeidshandicap moeite hebben om een (bij)baan te hebben, kunnen gebruikmaken van de studietoeslag. De gemeente draagt hiermee bij aan de financiële situatie. Om in aanmerking te komen voor deze regeling, zijn een aantal voorwaarden gesteld. Zo moet iemand recht hebben op studiefinanciering of een tegemoetkoming in onderwijsbijdrage en schoolkosten. De inwoner mag geen Wajong uitkering ontvangen en er is sprake van een structurele medische beperking waardoor de persoon naast de studie geen extra inkomsten kan bijverdienen. De doelgroep voor deze regeling kan niet worden vastgesteld, omdat de regeling voor een specifieke doelgroep is bedoeld. In 2021 hebben 19 personen gebruikgemaakt van de regeling. Tabel 3.9.2 Gebruik Studietoeslag in Houten Categorie Gebruik Studietoeslag
19 personen
3.9.3 Tegemoetkoming kinderopvang Inwoners die gebruikmaken van de kinderopvang kunnen via de Belastingdienst kinderopvangtoeslag aanvragen. In sommige gevallen kan daarnaast een extra tegemoetkoming worden aangevraagd bij de gemeente. Om in aanmerking te komen voor deze tegemoetkoming zijn er verschillende voorwaarden: • Er moet sprake zijn van een Wmo-toewijzing, zorgtoewijzing Wlz of jeugdwet indicatie;
26
Gemeente Houten
Versie 1.2
•
De inwoner krijgt een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW/IOAZ of Anw én hij maakt gebruik van een voorziening die gericht is op arbeidsinschakeling; • De inwoner heeft een inkomen uit werk, aangevuld met een Participatiewet-uitkering; • De inwoner is een (alleenstaande) ouder, jonger dan 18 jaar en volgt een voltijd opleiding; De inwoner volgt een voltijd opleiding. Hij staat ingeschreven bij een school of onderwijsinstelling volgens de Wet Studiefinanciering of WTOS. De doelgroep voor deze regeling kan niet worden vastgesteld, omdat de regeling voor een specifieke doelgroep is bedoeld. In 2021 hebben 7 personen gebruikgemaakt van de regeling. Tabel 3.9.3 Gebruik Tegemoetkoming kinderopvang in Houten Categorie Gebruik Tegemoetkoming kinderopvang
7 personen
3.9.4 Tegemoetkoming kinderopvang sociaal medische indicatie Soms kan het voor inwoners fijn zijn dat zijn of haar kind naar de kinderopvang gaat, zodat hij andere problemen kan oplossen. Wanneer het oplossen van de problemen niet samengaat met de opvoeding en verzorging van het kind, bestaat de tegemoetkoming kinderopvang op basis van een sociaal medische indicatie (SMI). De doelgroep voor deze regeling kan niet worden vastgesteld, omdat de regeling voor een specifieke doelgroep is bedoeld. In 2021 hebben 30 personen gebruikgemaakt van de regeling. Tabel 3.9.2 Gebruik Tegemoetkoming kinderopvang o.b.v. sociaal medische indicatie in Houten Categorie Gebruik Tegemoetkoming kinderopvang o.b.v. sociaal medische indicatie
30 personen
3.10 Energietoeslag In 2022 zijn de energiekosten enorm gestegen. Dit kan voor inwoners met een laag inkomen een grote zorg zijn. Daarom heeft het Rijk geld beschikbaar gesteld. De gemeente Houten heeft bepaald dat inwoners in de gemeente met een inkomen tot 120 procent Wsm in aanmerking komen voor de energietoeslag. Er wordt geen vermogenstoets uitgevoerd. Deze regeling is in 2022 beschikbaar gesteld door de gemeente in samenwerking met het Rijk. Dit hoofdstuk gaat over het gebruik en bereik per regeling over het jaar 2021. De energietoeslag valt daarom in principe niet onder dit hoofdstuk. Maar omdat het in 2022 wel een belangrijk thema is, benoemen we de regeling hier wel. De regeling is nog niet ten einde, daarom kunnen we nog geen gebruikscijfers weergeven en daarmee ook niet het bereik van de regeling.
27
Gemeente Houten
Versie 1.2
4. Uitvoering van het beleid In de voorgaande hoofdstukken is een beeld geschetst van de visie en het beleid van de gemeente Houten rondom de inkomensondersteunende regelingen. In dit hoofdstuk wordt de uitvoering van de huidige inkomensondersteunende regelingen beschreven. In de gemeente Houten zijn verschillende partijen betrokken bij dit beleid, waaronder meerdere (maatschappelijke) instanties en vrijwilligersorganisaties 34. Zij zijn individueel geïnterviewd en met hen is in een groepsgesprek gezamenlijk gesproken. De resultaten hiervan zijn verwerkt in dit hoofdstuk.
4.1. Doelgroep Het beeld dat de ketenpartners schetsen is dat het aantal aanvragen bij velen van hen de afgelopen jaren vrij stabiel is gebleven. Dat heeft onder andere te maken met twee verklaringen; enerzijds dat de coronacrisis bij de meeste organisaties niet heeft geleid tot een stijging van het aantal cliënten/hulpvragen. Dit komt deels doordat het aanbod van werkgelegenheid op dit moment groot is. Anderzijds heeft de overheid (financiële) steun geboden waardoor bedrijven minder hinder ondervonden van de crisis. De ketenpartners geven wel aan dat de hulpvragen steeds complexer worden, waarbij multiproblematiek een belangrijke rol speelt. Van belang hier op te merken is dat voor een aanzienlijk deel van de doelgroep werkaanvaarding niet mogelijk is. Voor deze doelgroep is de huidige werkgelegenheid geen verklaring voor minder hulpvragen; de omvang van hulpvragen vanuit deze doelgroep is dus stabiel gebleven. De betrokken ketenpartners verwachten in de (nabije) toekomst echter een toename van aanvragen door de hoge energieprijzen en inflatie. Daarnaast verwachten een aantal ketenpartners dat het aantal ZZP’ers met een hulpvraag zal toenemen, omdat de overheidssteun (omtrent de coronacrisis) afgelopen is. Het Rijk heeft namelijk recent aangegeven dat ondernemers de actieve voorgeschoten bedragen moeten terugbetalen.
Er zit mogelijk enige vertraging in de toename van de hulpvragen, zolang de brief nog niet bij mensen is aangekomen. De ketenpartners zien dat er bij de doelgroep veel schaamte heerst voor hun financiële problemen. Door deze schaamte melden inwoners zich vaak (te) laat en worden zowel gemeentelijke als landelijke toeslagen niet gebruikt. Er heerst nog steeds een taboe op het onderwerp. Hulp vragen bij de gemeente wordt dan ook als een grote drempel ervaren. Een andere reden dat mensen zich soms pas laat melden is, volgens sommige betrokken ketenpartners, dat het moeilijk is om de doelgroep te bereiken met de juiste en recente informatie. Ook jongvolwassenen hebben steeds vaker problemen. Een van de redenen hiervoor is dat er voor kinderen tot 18 jaar vaak veel minimaregelingen beschikbaar zijn. Vanaf hun 18e jaar lopen ze echter vast. Zo valt de bijdrage van Stichting Leergeld op dat moment in principe weg en wordt het U-pastegoed teruggebracht naar €100. Dit zorgt niet alleen voor een groot risico op financiële problematiek voor de jongere zelf, maar ook voor de minima-ouder omdat de kinderbijslag, kindgebonden budget en eventuele kinderalimentatie wegvalt. Bij de hulpverlening wordt vaak uitgegaan van eigen kracht en zelfredzaamheid. Dit is ook een van de uitgangspunten van de gemeente35, maar een aantal ketenpartners vindt dat het hier knelt.
De zelfredzaamheid van deze doelgroep is in meerdere gevallen minimaal, waardoor zij hulp en ondersteuning nodig hebben. Daarnaast is er sprake van een doelgroep, volgens een aantal minimapartners, die het redt om uit de (schuld)hulpverlening te komen, maar niet om eruit te blijven. Deze groep heeft behoefte aan periodieke extra ondersteuning die op dit moment niet georganiseerd is; hier ondervinden ketenpartners een leemte in het gemeentelijke beleid.
34 In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de organisaties die hebben meegewerkt aan het
onderzoek. 35 Zie Sociale Koers 2020 – 2023.
28
Gemeente Houten
Versie 1.2
4.2. Beleid inkomensondersteunende regelingen Over het algemeen zijn de betrokken ketenpartners tevreden over het gemeentelijke minimabeleid. De landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen geven inwoners met een laag inkomen een steuntje in de rug. Hierdoor kunnen zij meedoen in de samenleving. Maar als inwoners net buiten de boot vallen, omdat ze net niet aan alle voorwaarden voor ondersteuning voldoen, zien ketenpartners dat dit grote problemen kan opleveren. Rondkomen en participeren in de samenleving is dan niet mogelijk. Een aantal ketenpartners hebben hier een weg in gevonden. Zij hanteren een inkomensgrens als richtlijn36, maar hanteren deze inkomensgrens niet strikt. Zo kijkt de Voedselbank bijvoorbeeld naar besteedbaar inkomen 37 en heeft Stichting Leergeld recent tijdelijk haar inkomensgrens verhoogd gezien de huidige inflatie. Er wordt vooral naar de persoonlijke situatie gekeken en dan wordt er maatwerk geleverd. Positieve punten die door ketenpartners worden genoemd: • Breed pakket aan minimaregelingen, waardoor veel doelgroepen ondersteund worden; • Het inzetten van maatwerk gaat steeds beter, omdat ketenpartners veel ruimte ervaren om inwoners te kunnen helpen en ondersteunen waar dat nodig is; • De samenwerking tussen het Jeugdfonds sport en cultuur en Stichting Leergeld verloopt goed.
De partners38 weten elkaar te vinden en aan te vullen; • Het wordt als prettig ervaren dat de gemeente de ketenpartners vrijlaat om hun doelstelling na te streven. Ketenpartners benoemen dat ze de geboden bewegingsruimte waarderen39. Verder benoemen de ketenpartners nog een aantal verbeterpunten in het beleid omtrent de inkomensondersteunende regelingen, welke hieronder besproken worden. Zorgkosten De gemeente biedt een collectieve zorgverzekering aan, maar een aantal ketenpartners is van mening dat deze te uitgebreid en relatief duur is voor de doelgroep40. Daarnaast blijkt uit de praktijk dat de collectieve zorgverzekering vaak (alleen) gunstig is voor chronisch zieken en voor mensen die jaarlijks het volledig eigen risico opmaken. Voor inwoners met minder zorgkosten is het pakket vaak te uitgebreid en (daardoor) ook te prijzig. Een aantal ketenpartners zou het een goed idee vinden als er ook een pakket komt voor inwoners met lagere ziektekosten. Participatie Daarnaast is de U-pas beschikbaar voor minimahuishoudens. Echter worden er meer passen uitgereikt dan er gebruik van wordt gemaakt. De U-pas wordt namelijk (deels) ambtshalve 41toegekend en uit de gebruikscijfers blijkt dat een klein deel de pas goed benut, maar dat er tevens een grote groep is die wel een pas heeft maar er geen enkel gebruik van maakt.
Hier zitten echter wel uitvoeringskosten aan verbonden voor de gemeente. Ketenpartners geven aan dat het lage uitnuttingspercentage mogelijk veroorzaakt wordt door een (nog) te beperkt aanbod binnen de gemeente Houten; inwoners moeten dikwijls naar Utrecht reizen om de pas te kunnen 36 Het is van belang om hier op te merken dat ketenpartners hierbij met zorg en voorzichtigheid te werk
gaan zodat er geen willekeur en/of ongelijkheid in de behandeling optreedt. De ketenpartners hebben een bewegingsruimte waarbinnen ze moeten handelen. 37 Op deze manier komen inwoners in aanmerking die bijvoorbeeld in een koophuis wonen. Vrij spaargeld wordt overigens ook meegerekend in deze berekening. 38 Stichting Leergeld en Jeugdfonds Sport & Cultuur 39 Bewegingsruimte geeft dikwijls een spanningsveld met rechtmatigheid. 40 Gemeenten hebben hierin een verschillend aanbod. Sommige gemeenten bieden meerdere pakketten aan binnen de collectieve zorgverzekering; bijvoorbeeld een pakket voor inwoners met hoge zorgkosten en een pakket voor inwoners met weinig tot geen zorgkosten. Daarnaast biedt een aantal gemeenten geen collectieve zorgverzekering (meer) aan, maar zij begeleiden inwoners naar een voor hen passende zorgverzekering. 41 Het ambtshalve toekennen van een regeling wil zeggen dat inwoners geen actieve aanvraag voor de regeling hoeven te doen maar dat zij de regeling toegekend krijgen op basis van hun aanvraag voor een andere regeling.
29
Gemeente Houten
Versie 1.2
gebruiken. Ketenpartners benoemen de afstand en het beperkte aanbod als redenen voor het lage gebruik van de U-pas; het zou waardevol kunnen zijn om de tevredenheid en behoeften van de doelgroep op dit thema uit te vragen. Bovendien zit er een bepaalde overlap tussen de U-pas, Jeugdfonds Sport en Cultuur en Stichting Leergeld. Alle drie de regelingen dragen zorg voor het kunnen participeren van inwoners en bieden soms een vergoeding aan voor dezelfde uitgaven. Een voorbeeld is dat zowel via de U-pas, Jeugdfonds Sport & Cultuur als Stichting Leergeld zwemles kan worden vergoed. Dit zorgt ervoor dat inwoners soms onduidelijkheid ervaren, volgens ketenpartners, over welke activiteiten waar vergoed kunnen worden. Ketenpartners zouden de informatievoorziening hierover graag willen uitbreiden42. Verbeterpunten: • Ketenpartners benoemen dat nazorg na schuldhulpverlening en het vervallen van inkomensondersteunende regelingen meer aandacht verdient. Een aantal vrijwilligersorganisaties bieden nazorg aan, maar het is nog niet voldoende een aandachtspunt of beleidsonderwerp binnen de gemeente. Als deze nazorg niet wordt geleverd, dan is de kans groot dat dezelfde inwoners weer opnieuw problemen ervaren; • Er is in sommige gevallen sprake van discrepantie tussen het systeem en de werkelijkheid.
Als men bijvoorbeeld acuut geld nodig heeft, moet dit eerst gecontroleerd worden, waardoor de ondersteuning alsnog op zich laat wachten. Dit heeft vooral te maken met geldstromen die vlot moeten worden voldaan, zoals medische rekeningen, waarbij noodzaak en urgentie een rol spelen; • Meer aandacht voor (ouders van thuiswonende) jongeren boven de achttien jaar, om te voorkomen dat zij financieel in de knel komen. Zij kunnen bijvoorbeeld terecht bij het Jongerenloket van de WIL voor advies en informatie over werk, opleiding en financiën. Het strekt tot aanbeveling om deze mogelijkheid meer onder de aandacht te brengen; • Een regeling voor ontspanning voor volwassenen. De U-pas biedt hiervoor op dit moment nog niet voldoende soelaas. Vaak krijgen minima korting op ontspanningsactiviteiten, maar moeten dan alsnog bijbetalen. Dit geld is er niet; • Een tegemoetkoming voor de ziektekosten van huisdieren. Voor een grote groep minima is een huisdier van belang; men is soms bereid om hiervoor schulden te maken. In de praktijk biedt een huisdier minima de motivatie om in beweging te komen en sociale contacten aan te gaan; • Budget om statushouders te motiveren aan een club deel te nemen als onderdeel van de inburgering. Dit zorgt voor een wekelijks terugkerend programma en contact met anderen; • Meer regelingen voor pensioengerechtigden.
Momenteel kunnen zij alleen aanspraak maken op het tegoed van de U-pas (€100).
4.3. Eventuele beleidswijzigingen 4.3.1. Synchronisatie van inkomensgrenzen Recent onderzoek van de Rekenkamer Houten (2021) heeft geadviseerd om een synchronisatie van de inkomensgrenzen van inkomensondersteunende regelingen te overwegen. De gemeente Houten onderzoekt de implicaties en wenselijkheid van een dergelijke synchronisatie. Dit zou inhouden dat de inkomensgrenzen van alle43 minimaregelingen naar hetzelfde niveau worden getrokken. De meningen van de ketenpartners zijn hierover verdeeld. Aan de ene kant zien de ketenpartners het gemak en de duidelijkheid voor de inwoners; het verhoogt tevens de toegankelijkheid van het minimabeleid. Als ze binnen de inkomensgrens vallen, dan hebben ze 42 Onderdeel van dit onderzoek is dat er scenario’s worden doorgerekend om een aantal
beleidswijzigingen te onderzoeken. Hierbij wordt tevens een scenario in beeld gebracht waar de overlap tussen deze participatieregelingen wordt beperkt. Bovendien komt dit in de resultaten van het groepsgesprek opnieuw aan de orde. 43 Deze synchronisatie heeft voor een aantal regelingen geen effect. De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is een belastingwet en wordt door het Rijk besloten, niet door de lokale overheden. Verder geldt deze synchronisatie ook niet voor de tegemoetkoming voor kinderopvang (inherent aan de regeling) en voor kinderopvang met sociaal-medische indicatie (geen inkomensgrens).
30
Gemeente Houten
Versie 1.2
recht op bijna alle regelingen. Aan de andere kant ziet een aantal ketenpartners het gevaar dat als inwoners net boven de inkomensgrens vallen, ze nergens recht op hebben. Zij vallen dan volledig tussen wal en schip en krijgen te maken met een armoedeval: hun inkomensgroei kan het wegvallen van regelingen mogelijk niet volledig compenseren. Momenteel is het zo dat de nét geen minima financieel vaak slechter uit zijn dan de nét wel minima. Daarnaast is het wat de ketenpartners betreft wenselijk zoveel mogelijk inwoners te helpen, maar door de inkomensgrenzen te verruimen, loopt de gemeentelijke begroting op. Aangedragen mogelijkheden zijn onder andere kijken naar het besteedbaar inkomen en de persoonlijke situatie van inwoners die net boven de inkomensgrens zitten. Daarmee kunnen waarschijnlijk meer inwoners geholpen worden. Nog een mogelijke oplossing is om een glijdende schaal te hanteren voor de regelingen, zoals ook het geval is bij de huurtoeslag. Als laatste optie is aangedragen om een aantal goedlopende regelingen gelijk te trekken en eventueel minder gebruikte regelingen te laten vervallen44.
4.3.2. Toepassen van vermogensgrenzen Een tweede mogelijke beleidswijziging, op aanbeveling van het Rekenkamerrappor, is dat er een vermogensgrens wordt toegepast voor de inkomensondersteunende regelingen. In het huidige beleid wordt de vermogensgrens gehanteerd voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen (van overheidswege) en voor de bijzondere bijstand. De vermogensgrens zou kunnen worden toegepast voor de overige regelingen in het huidige aanbod. Een gedeelde visie onder ketenpartners is dat een vermogenstoets ‘valt of staat’ met de definitie van vermogen. Gaat het om vrij vermogen; dus vermogen dat niet vastzit in een auto of koophuis? Of vermogen in brede zin? Dit omdat deze inwoners in de problemen komen: “Met een huis kan men immers geen boodschappen betalen”. Het synchroniseren van de vermogensgrenzen wordt tevens doorgerekend in de scenarioanalyse.
4.3.3. Overlap tussen regelingen Op twee terreinen bestaat mogelijke overlap tussen de regelingen die de gemeente Houten aanbiedt: zorg en participatie. Participatie Zowel de U-pas, Stichting Leergeld als Jeugdfonds Sport & Cultuur bieden financiële ondersteuning in de participatie van inwoners. Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport & Cultuur vullen elkaar aan in de voorzieningen die zij vergoeden. Voor kinderen en jongeren bestaat binnen deze voorzieningen overlap met de U-pas waardoor er onduidelijkheid ontstaat, bijvoorbeeld over de vergoeding voor zwemlessen. Volwassenen kunnen aanspraak maken op de U-pas om te participeren, maar het budget en aanbod wordt als te gering beschouwd (zie volgende paragraaf). Zorg De WIL biedt een collectieve zorgverzekering aan (vrij uitgebreid pakket, hoge kosten). In het huidige beleid wordt er één pakket aangeboden, welke met name aantrekkelijk is voor inwoners met een laag inkomen en (relatief) hoge zorgkosten. Voor de inwoners met minder zorgkosten is de collectieve zorgverzekering niet aantrekkelijk. Dit wordt door de ketenpartners onderschreven en een aantal ketenpartners geeft ook aan dat het een gemis is dat er geen goedkoper/ minder uitgebreid pakket wordt aangeboden. Deze suggestie wordt nader uitgewerkt in een scenario (hoofdstuk 5).
Naast de collectieve zorgverzekering biedt de gemeente een tegemoetkoming aan voor chronisch zieken en gehandicapten. Deze regelingen (collectieve zorgverzekering en tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten) bedienen dezelfde doelgroep – namelijk inwoners met een 44 Het nader onderzoeken van deze suggesties valt buiten de scoop van dit onderzoek maar zou
interessant kunnen zijn voor vervolgonderzoek.
31
Gemeente Houten
Versie 1.2
hoge zorgvraag – maar zouden elkaar in theorie moeten aanvullen. Uit een nadere analyse blijkt dat de overlap van inwoners met een collectieve zorgverzekering en de tegemoetkoming voor chronisch zieken afgerond 26 procent bedraagt. De beperkte overlap toont aan dat er sprake is van verschillende doelgroepen; deze suggestie wordt in voorliggend onderzoek daarom niet verder uitgewerkt.
4.3.4. Leemte in het huidige aanbod aan inkomensondersteunende regelingen In de gesprekken met ketenpartners komen een aantal kwetsbare doelgroepen naar voren waarvoor niet voldoende ondersteuning bestaat, binnen het huidige regelingenaanbod: • Statushouders Voor statushouders is er op dit moment weinig aanbod aan specifieke regelingen. De ondersteuning vanuit het huidige aanbod aan regelingen is niet altijd voldoende, leert de ervaring van ketenpartners. • (Jonge) inwoners met een GGZ-indicatie Deze doelgroep is niet altijd goed in beeld en vraagt in veel gevallen niet de ondersteuning aan die ze nodig hebben. • Inwoners die niet zelfredzaam zijn/kunnen worden Ketenpartners benadrukken dat er een groep is die niet zelfredzaam is of dat kan worden. • Zorgmijders Verschillende ketenpartners geven aan zich zorgen te maken over de groep die zorg mijdt. Juist omdat de collectieve zorgverzekering is afgesteld op minima met een omvangrijke zorgvraag, vallen minima met minder hoge zorgkosten daarbuiten. Ketenpartners krijgen signalen dat mensen niet naar de dokter gaan en de tandarts niet bezoeken.
Ondersteuning ontvangen bij het kiezen voor een passende zorgverzekering (buiten de collectieve zorgverzekering om) vinden sommige ketenpartners een goed idee, maar de meesten prefereren een nieuw, tweede pakket binnen de collectieve zorgverzekering voor minima met een minder grote zorgvraag. Ondersteuning bij de keuze voor een passende zorgverzekering vinden ze complex omdat het onbekend is hoeveel buffer iemand heeft, welke zorgvraag mogelijk binnenkort opspeelt en omdat er veel informatie en kleine letters zijn waarop gelet moet worden. Om inwoners niet verkeerd te adviseren, geven ze de voorkeur aan een nieuw pakket binnen de collectieve zorgverzekering. • AOW-gerechtigden Op dit moment kunnen AOW-gerechtigden op relatief weinig regelingen aanspraak maken. Ze kunnen de U-pas gebruiken voor participatie. Maar omdat zij bijvoorbeeld geen recht hebben op individuele inkomenstoeslag (en weinig zicht hebben op inkomensvooruitgang) is er weinig budget voor participatie. • ZZP’ers Deze doelgroep vraagt over het algemeen weinig hulp, mede omdat zij te maken hebben met een wisselend inkomen. • Jongvolwassenen (net 18 jaar en ouder) Regelingen gericht op participatie (Jeugdfonds Sport en Cultuur en Stichting Leergeld) vallen weg bij het bereiken van de volwassen leeftijd.
Hier ontstaat een leemte in de ondersteuning; waar zij als jongere konden sporten, is dit als volwassenen niet meer mogelijk. Daarnaast zouden zij extra ondersteuning wenselijk vinden op de volgende terreinen: • Huishoudens met een huisdier Huisdieren gaan gepaard met flinke kosten als zij bijvoorbeeld zorg nodig hebben. • Participatie voor volwassenen Het huidige budget op de U-pas word te laag bevonden om te kunnen participeren. Bovendien is het aanbod binnen de gemeente Houten (nog) beperkt waardoor pasgebruikers soms naar Utrecht moeten reizen om de pas in te zetten. • Aanschaf van een laptop of computer Voor kinderen is dit mogelijk binnen de huidige regelingen, maar voor volwassenen niet. Volgens ketenpartners is een laptop een voorwaarde om te kunnen participeren in de samenleving. 32
Gemeente Houten
Versie 1.2
4.4. Informatievoorziening en hulp vragen De betrokken ketenpartners vinden preventie erg belangrijk. Voorkomen is beter dan genezen. Daarbij is het van groot belang dat de doelgroep weet waar zij terecht kan voor informatie en ondersteuning. Preventie en informatievoorziening kunnen dus niet zonder elkaar. Een goed vindbare en toegankelijke sociale kaart45 met een duidelijk en actueel overzicht van de beschikbare regelingen is hierbij van belang. Deze kan vervolgens zichtbaar op de website van de gemeente geplaatst worden, om de vindbaarheid te verhogen. De gemeente zou dan ook verantwoordelijk moeten zijn om te zorgen dat deze up-to-date blijft, door periodiek met alle betrokken ketenpartners om tafel te gaan en hierover te vergaderen, aldus de ketenpartners. Daarnaast moet ook in de informatievoorziening rekening gehouden worden met de gehele doelgroep. De voorkeur van ketenpartners gaat ernaar uit om de doelgroep ook schriftelijk te benaderen; digitale informatie is niet voor iedereen toegankelijk. De doelgroep schriftelijk aanschrijven met informatie kan niet vanwege de AVG-wetgeving. Echter is het wel mogelijk om inwoners die zich melden met een hulpvraag een overzicht te overhandigen met het huidige regelingenaanbod. Het overzicht van de regelingen worden momenteel zo helder mogelijk weergegeven in het ontwerp van een nieuwe flyer.
Binnen de doelgroep is er soms sprake van beperkte taalvaardigheid, beperkte digitale vaardigheden of laaggeletterdheid. De meeste ketenpartners vinden een inloopspreekuur of een breed loket een relevante optie om mensen de gelegenheid te geven hun vragen te stellen. Momenteel wordt de aanvraagprocedure regelmatig als omslachtig ervaren, want elke regeling moet apart worden aangevraagd. Daarnaast is vaak een laptop en digitale kennis vereist om de aanvraag te voltooien. Bovendien is het noodzakelijk om voor een aantal regelingen (die bij de WIL zijn belegd) naar Nieuwegein te reizen om aanspraak te maken op de regelingen. Voor het compenseren van de reiskosten is geen regeling beschikbaar. Door het automatiseren van het toekennen van de regelingen46 wordt een groot aantal mensen geholpen. Al met al is er dus een aantal barrières met betrekking tot toegankelijkheid, waar de gemeente en de ketenpartners op in kunnen spelen.
4.5. Sturing en verantwoording De meeste ketenpartners geven aan dat verantwoording plaatsvindt middels periodieke rapportages aan de gemeente. Deze rapportages geven inzicht in de gebruikersaantallen van de regelingen, de besteding van budgetten en in sommige gevallen ook van de benuttingsdoeleinden. Sturing, betrokkenheid en waardering vanuit de gemeente is cruciaal, aldus een ketenpartner. De gemeente Houten geeft de ketenpartners best veel bewegingsruimte om hun taak uit te voeren. Er wordt gemonitord en gestuurd, maar er is ook zeker sprake van een vertrouwensband dat hetzelfde doel nastreeft; dit doel is het ondersteunen van inwoners waar dat nodig wordt geacht. Bij de gemeente vindt monitoring plaats door de jaarverslagen te lezen van de minimapartners, om te kijken of de doelstellingen aansluiten bij de voorwaarden van de verstrekte subsidies. Daarnaast vindt ook rapportage plaats aan de Raad, waarin opvallende zaken worden vermeld. In de gemeente Houten wordt er niet zozeer gewerkt met een prestatieregel. Ze zijn waardevol om op te sturen, als richtlijn, maar streefwaarden eraan verbinden wordt niet wenselijk bevonden door een aantal ketenpartners47. Monitoring en rapportage zit momenteel bijvoorbeeld vooral op het aantal mensen dat bijvoorbeeld de U-pas heeft ontvangen, maar nog niet zozeer op het gebruik ervan.
45 Ketenpartners benadrukken meermaals het belang van een sociale kaart. Een sociale kaart verwijst
zowel naar de aanwezigheid van voldoende ketenpartners/organisaties die elkaar aanvullen in de ondersteuning van inwoners met een minimuminkomen, als naar een actueel en duidelijk overzicht van deze ondersteuningsmogelijkheden. 46 Het automatisch toekennen van regelingen is wegens wetgeving niet altijd mogelijk. 47 In het kader van de prestatielevering moet rekening gehouden worden met de rechtmatigheid.
33
Gemeente Houten
Versie 1.2
4.6. Samenwerking De gemeente Houten kent een groot sociaal veld op het gebied van minima en schulddienstverlening. Er zijn meerdere gemeentelijke organisaties en maatschappelijke organisaties betrokken bij de doelgroep, die deels dezelfde doelgroep willen bedienen met hun dienstverlening. Mensen die al langer in het sociale veld werken, hebben een samenwerkingsrelatie opgebouwd en onderhouden daardoor korte(re) lijntjes met andere organisaties. Deze korte lijntjes werken goed en het belang van de cliënt staat hierin voorop. Over het algemeen vinden de ketenpartners dat de samenwerking tussen de organisaties goed verloopt. Echter geven meerdere ketenpartners aan dat er overlap bestaat tussen verschillende partijen en is het daardoor niet altijd duidelijk naar wie er doorverwezen kan worden. Dit maakt dat aanwezige expertise binnen de gemeente niet voldoende wordt benut, volgens de ketenpartners. Ondanks dat veel ketenpartners elkaar kennen, is het niet altijd duidelijk wie wat doet. Dit wordt mede door de privacywet belemmerd. De meeste ketenpartners missen een sociale kaart waarop alle mogelijke paden op zijn aangegeven. Niet iedereen heeft het overzicht over alle lijntjes en organisaties. Het ketenpartnersoverleg dat ieder halfjaar plaatsvindt biedt gelegenheid om elkaar te ontmoeten en deze informatie uit te wisselen.
Echter zou het ook fijn zijn als de gemeente hierbij aanwezig zou zijn. Dit geeft ook kans om de informatieleemtes die sommige organisaties ervaren, nog meer op te vangen. De samenwerking met de gemeente wordt zeer positief beoordeeld. De laatste tijd heeft echter regelmatig verloop van medewerkers bij de gemeente plaatsgevonden. Dit wordt door een aantal ketenpartners soms als lastig ervaren. Een verloop van medewerkers is ook te zien bij andere organisaties. Dit maakt dat het soms lastig om elkaar goed te kunnen blijven vinden. Ook voor de inwoner is het niet prettig als zij wisselen van gesprekspartner. Verder wordt intensief tussen verschillende ketenpartners samengewerkt bij Project op Koers. Hierbij zitten verschillende ketenpartners tegelijk aan tafel met een cliënt. De vraag speelt op of dit de juiste aanpak is voor de betreffende doelgroep. Het idee dat de cliënt maar één keer zijn verhaal hoeft te doen, spreekt de ketenpartners aan. Maar aan de andere kant kan deze aanpak de drempel om hulp te zoeken juist verhogen, leert hun ervaring, omdat meerdere ketenpartners tegelijk aan tafel zitten.
34
Gemeente Houten
Versie 1.2
5. Scenarioanalyse In dit hoofdstuk worden vier verschillende scenario’s geanalyseerd. De huidige situatie wordt geschetst, de scenario’s met bijbehorende aannames en vervolgens wat dit betekent voor de kostenprognose van de gemeente Houten.
Introductie In dit hoofdstuk staan een viertal mogelijke beleidsscenario’s centraal die worden geschetst en doorgerekend: 1. Een verhoging van het budget op de U-pas voor volwassenen; 2. Een synchronisatie van inkomensgrenzen; 3. Een toepassing van vermogensgrenzen; 4. Het aanbieden van een extra, goedkoper pakket in de collectieve zorgverzekering voor minima met weinig zorgvraag. Deze beleidsscenario’s vinden fundament in verschillende bronnen en ontwikkelingen. Het eerste scenario (U-pas) heeft haar basis in de individuele gesprekken en het groepsgesprek met ketenpartners; hierin werd een duidelijke leemte uitgesproken in een niet toereikend budget voor de participatie van volwassenen. Dit scenario is daarop gebaseerd. Het tweede en derde scenario vindt haar aanleiding in het Rekenkamerrapport (2021, uitgevoerd door Hordijk & Hordijk). Daarin wordt aanbevolen om een synchronisatie van inkomensgrenzen te overwegen en te onderzoeken. Het derde scenario vloeit voort uit de aanbeveling van de rekenkamer om te kijken naar de mogelijkheden van het toepassen van de vermogensgrenzen op alle regelingen, zodat er een eenduidig beleid is omtrent de toepassing van de vermogensgrenzen. Beide scenario’s worden in voorliggend onderzoek doorgerekend. Het vierde scenario vloeit tevens voort uit de input van ketenpartners. Zij schetsten de leemte voor minima met weinig zorgvraag.
Op dit moment wordt al een pakket voor minima met een hoge zorgvraag aangeboden. Kanttekeningen Bij het doorrekenen van de beleidsscenario’s dienen een aantal kanttekeningen in acht genomen te worden: • Bevolkingsprognose Om een realistische inschatting van het gebruik, bereik en de kosten van de beleidswijzigingen is voor de lange termijn een bevolkingsprognose noodzakelijk. De omvang en kenmerken van de bevolking van Houten kan veranderen door natuurlijke (bijvoorbeeld vergrijzing) en externe factoren (bijvoorbeeld migratie). Dit heeft gevolgen voor de behoefte aan ondersteuning en het gebruik van de regelingen. Een bevolkingsprognose behoort niet tot de huidige onderzoeksopdracht. De implicaties van de beleidswijzigingen zijn daarom weergegeven voor een korte/middellange termijn. • Uitvoeringskosten In de doorrekening van de beleidsscenario’s ligt de nadruk op de programmakosten. Er is voor de meerderheid van de regelingen geen inzicht beschikbaar in de uitsplitsing tussen programma- en uitvoeringskosten. Bovendien is er weinig/geen informatie beschikbaar over de uitsplitsing van uitvoeringskosten naar verschillende posten. Dit betekent dat het lastig is om een doorrekening van deze ontwikkeling te maken. Waar mogelijk beschrijven we de denkrichting voor de ontwikkeling van de uitvoeringskosten.
Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat als de gemeente Houten ervoor kiest om af te wijken van de WIL-afspraken die in het samenwerkingsverband met nabije gemeenten zijn gemaakt, dan vervalt de deelsleutel voor de uitvoeringskosten. Dit betekent dat de uitvoeringskosten in totaliteit worden doorberekend aan de gemeente Houten.
35
Gemeente Houten
Versie 1.2
5.1. Scenario 1: Verhoging budget U-pas voor volwassenen Dit scenario bespreekt de situatie van een verhoging van het budget van de U-pas voor volwassenen. Schets van de huidige situatie De gemeente Houten biedt in samenwerking met Intersolve, Intermediar en Paspartout de U-pas aan als participatieregeling voor minima. Zowel volwassenen als kinderen/jongeren kunnen hier gebruik van maken. De U-pas is een gratis pas waarmee deelname aan recreatieve (kinderen), sportieve, culturele activiteiten (volwassenen) bekostigd kunnen worden. Daarnaast is korting mogelijk bij musea, bioscopen, toeristische attracties en een tegoed voor het openbaar vervoer. De inkomensgrens bedraagt 110 procent Wsm. Kinderen kunnen aanspraak maken op een bedrag van € 225 (0 tot 18 jaar) en volwassenen hebben € 100 te besteden. Scenario’s Vanuit de ketenpartners is meermaals benadrukt dat het bedrag van € 100 voor volwassenen te laag is om maatschappelijk op een minimaal niveau te kunnen participeren 48. Het is daarom wenselijk dat voor volwassenen een hoger budget beschikbaar is. Daarnaast is er voor kinderen en jongeren op dit moment ruimhartige ondersteuning beschikbaar voor zowel sport, als cultuur, ontspanning, zwemles, schoolspullen en muziek. Jeugdfonds Sport en Cultuur en Stichting Leergeld bieden hiervoor budget aan.
• Scenario 1a: Om een budgetneutraal scenario door te rekenen wordt het bedrag van de U-pas voor kinderen verlaagd van € 225 naar € 65 49. Het overgebleven geld zal bij het budget van volwassenen worden opgeteld. • Scenario 1b: Om een budgetneutraal scenario door te rekenen wordt het bedrag van de U-pas voor kinderen verlaagd van € 225 naar € 100 50. Het overgebleven geld zal bij het budget van volwassenen worden opgeteld. • Scenario 1c: Zowel volwassenen als kinderen krijgen een gelijk budget van € 225 te besteden op de U-pas. Deze situatie verloopt niet budgetneutraal, maar brengt extra kosten met zich mee. Daarom wordt een kostenprognose gegeven van dit scenario. Aanname De gehanteerde aanname in deze scenario’s is dat de uitvoeringskosten in de berekening buiten beschouwing worden gelaten. De gemeente Houten heeft uitvoeringskosten van € 1,50 per Upas per maand voor zowel gebruikers van de U-pas als niet-gebruikers. Daarbovenop komen nog gebruikerskosten, die alleen voor gebruikers betaald worden. Naar alle waarschijnlijkheid blijven de uitvoeringskosten in deze scenario’s ten opzichte van elkaar gelijk. De U-passen worden gedeeltelijk ambtshalve toegekend dus de toename van personeelskosten zal naar waarschijnlijkheid beperkt blijven.
Stabiel gebruik onder kinderen Gezien het uitgebreide aanbod aan financiële ondersteuning voor kinderen in de vorm van Stichting Leergeld en Jeugdfonds Sport & Cultuur worden de sportieve en culturele activiteiten van kinderen (volledig) ondersteund. De U-pas vult daarin aan omtrent recreatieve activiteiten. 48 Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) stelt € 100 als absoluut minimum voor sociale
participatie. De U-pas sluit hier in dat opzicht bij aan. Het bedrag van de U-pas kan echter niet overal worden besteed en geeft in sommige gevallen alleen korting (bijbetalen lukt niet altijd) of het budget moet buiten Houten worden besteed door het aanbod (reiskosten worden niet vergoed). Het budget wordt daardoor dikwijls niet ten volle benut. Bovendien zijn kosten de afgelopen tijd flink gestegen waardoor het bedrag van € 100 minder koopkracht geeft dan voorheen. 49 De keuze voor een budget van € 65 is gemaakt gezien de insteek dat Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport & Cultuur voor kinderen zowel de sportieve als de culturele activiteiten vergoeden. De U-pas verleent dan een aanvullend budget voor recreatieve activiteiten. Een budget van € 65 wordt daartoe (in dit scenario) door de gemeente voldoende bevonden. 50 De keuze voor een budget van € 100 is gemaakt omdat het een rond bedrag is en ongeveer een halvering van het huidige budget vormt.
36
Gemeente Houten
Versie 1.2
De verwachting is dat het gebruik van de U-pas onder kinderen stabiel blijft omdat de U-pas in een andere behoefte voorziet dan de andere kindregelingen. Toenemend gebruik onder volwassenen Op dit moment heeft de U-pas een bereik van 25 procent (380 volwassenen van de totale doelgroep: 1.515 volwassenen). In gemeenten van vergelijkbare grootte heeft een participatieregeling voor volwassenen een gemiddeld bereik van 40 procent. Het bereik van de U-pas ligt daar in de gemeente Houten aanzienlijk onder. Het is aannemelijk dat een hoger budget op de U-pas voor volwassenen een aanzuigende werking tot gevolg zal hebben wat betreft het gebruik. Het is onwaarschijnlijk dat de U-pas direct zal stijgen tot het gemiddelde bereik van 40 procent; een stijging tot een bereik van 33 procent is echter aannemelijk. We kiezen voor een bereik van 33 procent omdat dat tussen het huidige bereik in Houten en het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten ligt. Het is daarmee een realistische doelstelling voor de gemeente Houten. Verhoudingsgewijs (gebruik in relatie tot bereik) zou een bereik van 33 procent neerkomen op een gebruikersgroei van 380 tot 506 volwassenen, een gebruikersgroei van 33 procent. Dit geeft tevens een toename in de gebruikerskosten. Het verstrekken van de fysieke pas bedraagt € 1,50 per pas per maand. Deze kosten worden meegerekend bij de groei van het gebruikersaantal.
Doorrekening Kinderen Uit de informatie van de gemeente Houten blijkt dat er in 2021 in totaal 502 U-passen zijn uitgereikt (339 voor kinderen tussen 0 en 11 jaar en 163 voor jongeren tussen 12 en 17 jaar). In principe wordt het volledige budget van € 225 op de pas geladen om te besteden. Niet iedereen benut de pas en de pasgebruikers benutten niet altijd het volledige budget. In totaal zijn er 222 unieke pasgebruikers (44 procent). Over 2021 hebben zij gezamenlijk 866 transacties gedaan; dat komt gemiddeld neer op 3,9 transacties per kind. De totale besteding voor deze doelgroep is € 47.604,54. Dit betekent dat het gemiddelde bedrag per transactie € 54,97 bedraagt. Het gemiddelde bedrag per kind komt uit op € 214,43 voor kinderen die gebruikmaken van de pas (222 kinderen). Hieruit kan de conclusie getrokken worden dat kinderen die de pas gebruiken, deze goed benutten en dicht in de buurt komen bij het budget dat op de pas geladen wordt. De benutting onder het totale aantal kinderen (pashouders, niet alleen pasgebruikers) ligt echter een stuk lager. Dit onderschrijft de verwachting dat het gebruik van de U-pas onder kinderen stabiel blijft bij een daling van het budget op de U-pas.
Deze situatie in acht genomen in combinatie met het belang van een groter participatiebudget voor volwassenen, maakt dat deze doorrekening het budget voor kinderen verlaagt tot € 65 en € 100 per kind. Niet-pasgebruikers Voor deze doelgroep betaalt de gemeente uitvoeringskosten, maar geen kosten voor niet gebruikt budget. Gezien de aanname dat uitvoeringskosten niet worden meegenomen, hoeven geen extra kosten doorberekend te worden. De drie scenario’s worden in onderstaande tabel (volgende pagina) weergegeven en daaronder verder uitgewerkt.
37
Gemeente Houten
Versie 1.2
Tabel 5.1.1. Scenario 1a, 1b en 1c.
Startsituatie Totale kosten van de regeling (volwassenen en kinderen gezamenlijk) Budget voor kinderen Budget voor volwassenen Wijzigingen kinderen Budget voor kinderen Benodigd bedrag voor kinderen Uitvoeringskosten voor kinderen Aantal gebruikers (kinderen) Wijzigingen volwassenen Extra budget voor volwassenen Aantal gebruikers (volwassenen) Aantal gebruikers na groei (bereik van 33 procent) Situatie na beleidswijziging Budget voor volwassenen Extra uitvoeringskosten (à € 1,50 per pas per maand) Totaal budget voor volwassenen Budget voor kinderen Kosten Kostenprognose Totale kosten
€ 65 budget voor kinderen
€ 100 budget voor kinderen
Scenario 1a
Scenario 1b
€ 225 voor kinderen én volwassenen Scenario 1c
€ 97.400
€ 97.400
€ 97.400
€ 225
€ 225
€ 225
€ 100
€ 100
€ 100
€ 65
€ 100
€ 225
€ 14.430
€ 22.200
€ 49.950
€ 3.996
€ 3.996
€ 3.996
222
222
222
29.179,53
€ 25.404,54
€ 051
380
380
380
506
506
506
€ 156
€ 151
€ 225
€ 18 per persoon per jaar
€ 18 per persoon per jaar
€ 18 per persoon per jaar
€ 138
€ 132
€ 225
€ 65
€ 100
€ 225
Budgetneutraal € 97.400
Budgetneutraal € 97.400
+ € 78.118 € 175.518
Scenario 1a: € 65 budget voor kinderen, besparing naar budget voor volwassenen Het benodigde budget voor de U-pas voor kinderen bedraagt (222 * € 65) € 14.430. Het totale bestede bedrag voor deze doelgroep neemt af tot (€ 47.604,53 – (€ 14.430 + € 3.996)52 € 29.179,53. Dit bedrag kan worden opgeteld bij het budget voor volwassenen.
51 Er komt in dit scenario geen budget ‘vrij’ voor volwassenen door het budget voor kinderen te verlagen.
Er is sprake van meerkosten door het budget te verhogen, dat komt in onderstaande rijen naar voren. 52 Hier wordt gerekend met een verschil tussen het bestede bedrag (47.604,53) en het totale geladen bedrag in de nieuwe situatie (14.430). De reden hiervoor is dat de uitgangssituatie van dit scenario wordt bepaald door de kosten van de U-pas voor de gemeente (97.400). Dat maakt dat het passend is om uit te gaan van het totale bestede bedrag omdat de gemeente over niet-besteed budget geen kosten hoeft te betalen. Voor de kostenprognose van de beleidswijziging gaan we echter uit van het totale geladen bedrag (en niet een inschatting van het bestede bedrag) omdat de kans bij een lager budget op de U-pas groter is dat dit volledig gebruikt wordt. De uitvoeringskosten zijn 222 kinderen * 1,50 per kind per maand.