CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 - Herijkingsonderzoek lokale inkomensregelingen - Gemeente Houten

Gemeenteraad 14 maart 2023, gemeente HoutenBij agendapunt: Herijking lokale inkomensregelingen24.770 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

HERIJKINGSONDERZOEK LOKALE INKOMENSREGELINGEN GEMEENTE HOUTEN

Gemeente Houten

Versie 1.2

Herijkingsonderzoek lokale inkomensregelingen Gemeente Houten 2022 Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroep voor het gemeentelijke minimabeleid, het huidige beleid en de ervaringen van ketenpartners in de gemeente Houten ter herijking van de huidige inkomensondersteunende regelingen.

Colofon Opdrachtgever Gemeente Houten Datum November 2022 Auteurs Michelle Ellens Jitske Kooistra – Van der Wijk KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en / of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ. 1

Gemeente Houten

Versie 1.2

Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Samenvatting................................................................................................................................. 4 S1 Samenvatting en bevindingen .............................................................................................. 4 S2 Conclusie en aanbevelingen ................................................................................................ 6 1. Minima in de gemeente Houten .............................................................................................. 11 1.1 Alle huishoudens ............................................................................................................... 11 1.2 Minimahuishoudens ........................................................................................................... 11 1.3 Kenmerken minimahuishoudens ....................................................................................... 13 1.4 Kinderen............................................................................................................................. 14 2. Huidige situatie ........................................................................................................................ 16 2.1.

Context specifieke kenmerken.......................................................................................... 16 2.2. Sociale Koers als visie voor het Sociaal Domein ............................................................. 16 2.3. Inkomensondersteunende maatregelen ........................................................................... 17 2.4. Sturing en monitoring ........................................................................................................ 20 3. Gebruik inkomensondersteunende voorzieningen .................................................................. 22 3.1 Regelingen voor het minimabeleid .................................................................................... 22 3.2 Kwijtschelding gemeentelijke belastingen ......................................................................... 22 3.3 Bijzondere bijstand ............................................................................................................ 23 3.4 Individuele inkomenstoeslag .............................................................................................. 23 3.5 Collectieve zorgverzekering ............................................................................................... 24 3.6 U-pas .................................................................................................................................

24 3.7 Stichting Leergeld .............................................................................................................. 25 3.8 Jeugdfonds Sport en Cultuur ............................................................................................. 25 3.9 Regelingen voor specifieke doelgroep .............................................................................. 26 3.10 Energietoeslag ................................................................................................................. 27 4. Uitvoering van het beleid ......................................................................................................... 28 4.1. Doelgroep ......................................................................................................................... 28 4.2. Beleid inkomensondersteunende regelingen ................................................................... 29 4.3. Eventuele beleidswijzigingen ............................................................................................ 30 4.4. Informatievoorziening en hulp vragen .............................................................................. 33 4.5. Sturing en verantwoording ................................................................................................ 33 4.6.

Samenwerking .................................................................................................................. 34 5. Scenarioanalyse ...................................................................................................................... 35 Introductie ................................................................................................................................ 35 5.1. Scenario 1: Verhoging budget U-pas voor volwassenen ................................................. 36 5.2. Scenario 2: Synchronisatie van inkomensgrenzen........................................................... 40 5.3. Scenario 3: Toepassing van vermogensgrenzen ............................................................. 43 5.4. Scenario 4: Toevoegen extra pakket collectieve zorgverzekering ................................... 46 Bijlage 1: Systematiek Armoede Index ....................................................................................... 53 Bijlage 2: Ketenpartners .............................................................................................................. 54

1

Gemeente Houten

Versie 1.2

Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare burgers die in armoede verkeren, te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om prikkels te geven aan burgers om hen zoveel mogelijk zelfstandig in hun levensonderhoud te laten voorzien. De inkomensondersteunende regelingen vormen ook in de gemeente Houten een actueel thema. De gemeente wil in 2023 haar beleid op het gebied van de inkomensondersteunende regelingen herijken. In het kader hiervan voert KWIZ een onderzoek uit. Dit tevens naar aanleiding van de aanbevelingen uit de recente rekenkamerrapportage: “Onderzoek lokale inkomensregelingen (2021)”. Het voorliggend onderzoek, uitgevoerd door onderzoeksbureau KWIZ, dient inzicht te geven in: • De omvang en kenmerken van de doelgroep voor het minimabeleid; • Het huidige beleid omtrent werk, inkomen en minimaregelingen; • De ervaring en opinie van de ketenpartners omtrent het beleid en de uitvoering daarvan. Hierdoor komen eventuele leemtes en overlappen in het huidige aanbod van inkomensondersteunende regelingen naar boven • De gevolgen van enkele scenario’s waarin een beleidswijziging plaatsvindt, onder andere een synchronisatie van inkomensgrenzen en de toepassing van een vermogensgrens; • Welke bouwstenen de bovengenoemde aspecten opleveren bij het formuleren van nieuw beleid.

Om inzicht te kunnen geven in bovengenoemde punten voeren wij een aantal deelonderzoeken uit: Beleidsanalyse, Armoede Index, interviews met interne medewerkers van de gemeente en ketenpartners, een groepsgesprek met ketenpartners en tot slot een scenarioanalyse. Beleidsanalyse Voor de beleidsanalyse is er in de basis gebruikgemaakt van verschillende documenten en gebruikscijfers. Op basis van deze documenten zijn de visie en doelstellingen van de gemeente Houten op het minimabeleid in beeld gebracht. De documenten “Sociale Koers 2020 - 2023”, het “Uitvoeringsplan Armoedebeleid” (2021 en 2022) en de “Vervolgrapportage Doorontwikkeling Minimaregelingen” (2020) vormen de basis voor de beleidsanalyse. De beleidsanalyse is waar nodig aangevuld met informatie vanuit de interviews. Opzet van de Armoede Index De Armoede Index is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel. Deze index wordt samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBSgegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Met als resultaat een schatting van het aantal minimahuishoudens dat tot de doelgroep van de inkomensondersteunende regelingen behoort. Dit zijn de minimahuishoudens op 1 januari 2022 met een inkomen tot maximaal 130 procent Wsm en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet.

Daarnaast wordt het gebruik van de regelingen in 2021 weergegeven, op basis van aantallen die door de gemeente zijn aangeleverd. Vergelijkingen met andere gemeenten die worden gedaan zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ. Gesprek met ketenpartners De ketenpartners, ook wel minimapartners genoemd, spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de inkomensondersteunende regelingen. Ze staan daardoor in nauw contact met de doelgroep. De ervaringen van ketenpartners zijn daarom van belang voor dit onderzoek en de herijking van minimaregelingen. De ketenpartners zijn individueel gesproken in een interview. Daarnaast kregen zij de gelegenheid om elkaar te spreken en hun ervaringen te wisselen in een groepsgesprek. De resultaten hiervan dienen ter verdieping van de beleidsanalyse en worden tevens weergegeven in een apart hoofdstuk.

2

Gemeente Houten

Versie 1.2

Scenarioanalyse De gemeente Houten is, voortvloeiend uit de aanbevelingen vanuit het rekenkamerrapport1 en verschillende gesprekken met ketenpartners, benieuwd naar de implicaties van enkele beleidswijzigingen. In de gesprekken met ketenpartners zijn deze zogenoemde scenario’s naar voren gekomen zodat de wenselijkheid hiervan vanuit de praktijk beoordeeld kon worden. In de scenarioanalyse worden de scenario’s in beeld gebracht, inclusief de financiële overwegingen. De volgende beleidswijzigingen worden doorgerekend: • Een verhoging van het U-Pas-budget voor volwassenen, zowel in een budget neutrale situatie als in een situatie die met extra kosten gepaard gaat; • Synchronisatie van inkomensgrenzen op 120 procent Wsm; • Toepassing van de vermogensgrens vanuit de Participatiewet op het huidige aanbod aan inkomensondersteunende regelingen; • Het aanbieden van een Compact-pakket naast het pakket Compleet binnen de collectieve zorgverzekering. Leeswijzer Het rapport begint met een managementsamenvatting. Hierin staan de hoofdpunten van het volledige onderzoek, waarna er ook een aantal conclusies en aanbevelingen volgen. Na de samenvatting wordt in het eerste hoofdstuk de doelgroep in kaart gebracht, waarbij de omvang van de doelgroep met een onderbouwde schatting in beeld is gebracht. De kenmerken van de doelgroep staan hier tevens beschreven.

In het tweede hoofdstuk volgt de beleidsanalyse. In dit hoofdstuk wordt de huidige visie en doelstellingen weergegeven. Het derde hoofdstuk brengt het daadwerkelijk gebruik en bereik van de aangeboden minimaregelingen in beeld en in hoofdstuk vier volgt een analyse van de mening en ervaringen van de ketenpartners over het huidige armoedebeleid. Hoofdstuk vijf geeft de (financiële) gevolgen weer van een viertal eventuele beleidswijzigingen. In bijlage één wordt de systematiek van de Armoede Index beschreven. Vervolgens wordt in bijlage twee een volledig overzicht gegeven van de ketenpartners die hebben meegewerkt aan dit onderzoek.

1 Rekenkamerrapport “Onderzoek lokale inkomensregelingen (2021)”.

3

Gemeente Houten

Versie 1.2

Samenvatting S1 Samenvatting en bevindingen S1.1 Aantal minimahuishoudens Op 1 januari 2022 hebben naar schatting 1.400 huishoudens in de gemeente 1.400 Houten een inkomen tot 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), dat is 6,8 procent van alle huishoudens in de gemeente. Dit percentage ligt lager dan het gemiddelde in andere gemeenten met een inwonersaantal tussen de 50.000 en 100.000 inwoners; het gemiddelde in gemeenten van vergelijkbare grootte is ongeveer 8 à 9 procent. Deze 1.400 huishoudens hebben een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. 930 van deze huishoudens hebben een inkomen tot 100 procent Wsm. Naar schatting groeien er 1.050 kinderen tot 18 jaar op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm, waarbij het vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet vallen. Dat is 9,2 procent van alle kinderen tot 18 jaar in de gemeente Houten. Wanneer de vermogensgrenzen worden losgelaten en er dus alleen naar de hoogte van het inkomen wordt gekeken, dan zijn er naar schatting 1.058 huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm en 1.581 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm.

Kenmerken doelgroep minimabeleid Van de 1.400 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm, waarbij de huishoudens een vermogen hebben binnen de grenzen van de Participatiewet, heeft 36 procent (500 huishoudens) een uitkering vanuit de Participatiewet. Verder hebben 320 huishoudens een AOW-uitkering en de overige 580 huishoudens hebben een andersoortig inkomen, bijvoorbeeld uit de WW of inkomsten vanuit een baan. De helft (51 procent) van de minimahuishoudens betreft een alleenstaand huishouden en 33 procent heeft thuiswonende kinderen.

S1.2 Minimabeleid De gemeente Houten vindt het belangrijk dat iedereen de kans krijgt om mee te kunnen doen in de maatschappij en dat iedereen er bij kan horen. Het motto ‘Iedereen telt mee’ verwijst er naar dat alle inwoners binnen hun eigen mogelijkheden kunnen participeren in sociaalmaatschappelijke activiteiten. De doelstelling is om integraal te werken in het Sociaal Domein. Daartoe is een visie opgesteld, de Sociale Koers, en deze dient als fundering voor het brede sociaal domein. Visie en beleid voor de (middel)lange termijn dat specifiek gericht is op minima en inkomensondersteunende regelingen ontbreekt echter. De uitvoeringsplannen worden opgesteld aan de hand van eerder onderzoek en actiepunten, maar niet zozeer vanuit een onderliggende visie of doelen. Sturing en monitoring vindt dan ook met name plaats vanuit de vraag of de actiepunten voltooid zijn en niet zozeer of de doelstellingen voor de langere termijn bereikt worden.

S1.3 Bereik van de inkomensondersteunende regelingen Onderstaand geven we het bereik (d.w.z. het gebruik afgezet tegen de doelgroep) van de verschillende gemeentelijke inkomensondersteunende regelingen weer. Voor meerdere regelingen geldt dat er geen vermogenstoets wordt uitgevoerd. Dit houdt in dat inwoners gebruik kunnen maken van de regelingen als zij voldoen aan de inkomensgrens zoals die is gesteld per regeling. Er wordt hierbij niet gekeken hoe hoog het vermogen van dit huishouden is. Dit wijkt af van de meeste andere gemeenten2. Hierbij wordt gekeken of het vermogen binnen de 2 KWIZ heeft in de afgelopen 24 jaar vele onderzoeken gedaan op het thema van werk en inkomen. De

meeste gemeenten hanteren een vermogenstoets binnen het minimabeleid, daarom beschikken wij over minder vergelijkingscijfers voor het bereik van regelingen zonder vermogensgrens. Een betrouwbare weergave van een vergelijking is daarom niet mogelijk en zullen wij om die reden niet geven. Er zijn

4

Gemeente Houten

Versie 1.2

vermogensgrenzen van de Participatiewet valt om gebruik te kunnen maken van de regeling. Dit maakt daarom het vergelijken met andere gemeenten lastig. De inkomensondersteunende regelingen waarbij er wel wordt getoetst op vermogen kunnen we in perspectief zetten. Vergeleken met andere gemeenten ligt het bereik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen en het bereik van de individuele inkomenstoeslag in lijn met het gemiddelde. Het bereik van de bijzondere bijstand ligt iets onder het gemiddelde bereik dat we bij andere gemeenten zien. De bijzondere bijstand geldt vaak als laatste vangnet als inwoners kosten hebben gemaakt waarbij dit niet via een andere inkomensondersteunende regeling kan worden opgevangen. Een lager bereik dan gemiddeld kan dus worden gezien als een positief resultaat: de meeste kosten kunnen worden opgevangen door de inkomensondersteunende regelingen in het huidige beleid3. Een kanttekening hierbij is dat dit kan inhouden dat de voorwaarden voor het verstrekken van de bijzondere bijstand (te) strikt wordt uitgevoerd en dat niet alle aanvragen voor de bijzondere bijstand worden toegekend. Tabel S1.3.1. Gebruik inkomensondersteunende en participatie bevorderende regelingen Categorie

Gebruik in 2021

Bereik onder de doelgroep

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

669 huishoudens

72%

Individuele bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering U-pas volwassenen4 U-pas kinderen Stichting Leergeld Jeugdfonds Sport en Cultuur Tegemoetkoming chronisch zieken Studietoeslag Tegemoetkoming kinderopvang Tegemoetkoming kinderopvang o.b.v. sociaal medische indicatie Energietoeslag

147 personen 290 huishoudens 888 personen 380 personen 222 kinderen 606 kinderen 264 kinderen 524 personen 19 personen 7 personen

13% 45% 44% 25% 21% 52% 22% n.t.b. n.t.b. n.t.b.

30 personen

n.t.b.

-

n.t.b.

S1.4 Uitvoering van het beleid In de gemeente Houten zijn verschillende partijen betrokken bij het beleid, waaronder meerdere (maatschappelijke) instanties en vrijwilligersorganisaties 5. Zij hebben een bijdrage geleverd aan dit onderzoek. Over het algemeen zijn de betrokken ketenpartners tevreden over het gemeentelijke minimabeleid. De landelijke toeslagen en gemeentelijke inkomensondersteunende regelingen geven inwoners met een laag inkomen een steuntje in de rug. Dit biedt ze de kansen om te participeren in de samenleving. Kanttekening is dat als inwoners net niet voldoen aan de voorwaarden van de inkomensondersteunende regelingen, dit grote problemen kan opleveren. Maandelijks rondkomen en participeren in de samenleving is dan niet of nauwelijks mogelijk, zien ketenpartners in de praktijk. Op het vlak van zorgkosten en participatie wordt het gemeentelijke beleid door de ketenpartners als niet toereikend beschouwd. Ook statushouders, jongvolwassenen, zorgmijders en AOW-gerechtigden zijn doelgroepen die niet altijd voldoende in beeld zijn. gemeenten in Nederland waarbij er geen vermogensgrenzen gelden voor het minimabeleid. Echter hebben wij daar niet voldoende cijfers van.

3 Een laag bereik van de bijzondere bijstand en het beeld dat de meeste kosten kunnen worden opgevangen door de overige regelingen in het aanbod impliceert niet direct de conclusie dat het huidige aanbod aan inkomensondersteunende regelingen ook volstaat voor alle doelgroepen. De input van ketenpartners geeft hiervan een uitgebreider beeld. 4 De aantallen van het pasgebruik worden weergegeven, niet het pasbezit. Dit geldt ook voor de kinderen. 5 In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de organisaties die hebben meegewerkt aan het onderzoek.

5

Gemeente Houten

Versie 1.2

De ketenpartners vinden dat er een breed pakket aan inkomensondersteunende regelingen is, waardoor veel doelgroepen ondersteund worden. Er wordt maatwerk geleverd en de samenwerking rondom tussen het Jeugdfonds sport en cultuur en Stichting Leergeld gaat goed. Daarnaast vinden ketenpartners het fijn dat ze veel vrijheid van de gemeente krijgen om hun doelstellingen na te kunnen streven. Deze vrijheid ervaren ketenpartners in het feit dat ze maatwerk kunnen leveren. Als inwoners net boven de inkomensgrens zitten, dan kan een ketenpartner zelf een inschatting en beslissing maken om de inwoner alsnog te ondersteunen. Hier zit een spanningsveld tussen de menselijke maat en rechtmatigheid. De gemeente kan hier zelf keuzes in maken die passen bij hun visie op de samenwerking met ketenpartners en bijbehorende doelstellingen.

S2 Conclusie en aanbevelingen Uit dit onderzoek kunnen we een aantal conclusies trekken. Deze worden in onderstaande paragrafen beschreven met bijbehorende aanbevelingen.

S2.1 Beleid De gemeente Houten heeft een duidelijke visie als het gaat om het Sociaal Domein. Deze visie is uitgewerkt in het beleidsdocument ‘De Sociale Koers’. De gemeente vindt het belangrijk dat iedereen de kans krijgt om mee te kunnen doen in de maatschappij en dat iedereen er bij kan horen; ‘Iedereen telt mee’. De Sociale Koers geeft een beeld van de visie zoals die in de gemeente Houten sociaal domein breed wordt nagestreefd en uitgevoerd. Het vormt het kader en een kapstok waarin het sociaal domein dient te functioneren en handelen. Beleid dat specifiek gericht is op minima ontbreekt. Dit maakt dat de huidige uitvoeringsplannen voor inkomensondersteunende regelingen niet gestoeld zijn op een visie of bredere beleidsplannen rondom minima. Uitvoeringsprogramma’s zijn gebaseerd op onderzoeken en aanbevelingen, maar niet op een onderliggende visie voor de lange termijn. Minimaproblematiek geldt over het algemeen als langdurige problematiek6 en dient ook op die wijze aangepakt te worden. Wat wil de gemeente uitdragen op het gebied van ondersteuning voor minima? Tegelijkertijd geeft een langere termijn visie op het gebied van minima richting aan de inkomensondersteunende regelingen en daarbij geeft het ook sturing aan het werk van de ketenpartners. Aanbeveling Stel, in overleg met ketenpartners, een beleidsvisie op omtrent minima en inkomensondersteunende regelingen.

Zet in op doelstellingen voor de lange termijn. Sturing en monitoring kan vervolgens plaatsvinden op deze doelstellingen niet meer alleen op actiepunten. .

S2.2 Eventuele beleidswijzigingen Synchronisatie inkomensgrenzen De gemeente Houten biedt in de huidige situatie verschillende inkomensondersteunende regelingen aan. Hiervoor gelden verschillende inkomensgrenzen; variërend van 100 tot 150 7 procent Wsm. De gemeente Houten is, voortvloeiend uit de aanbevelingen vanuit het rekenkamerrapport8 benieuwd naar de implicaties van het synchroniseren van de inkomensgrenzen van de inkomensondersteunende regelingen naar 120 procent Wsm. 6 Uit ervaringscijfers weten we dat gemiddeld twee derde van de minimadoelgroep langdurig (langer dan

drie jaar) een minimuminkomen heeft. 7 De collectieve zorgverzekering is voor inwoners met een inkomen tot 150 procent Wsm. Wanneer het inkomen tussen 120 en 150 procent Wsm ligt, is er geen gemeentelijke bijdrage. 8 Rekenkamerrapport “Onderzoek lokale inkomensregelingen (2021)”.

6

Gemeente Houten

Versie 1.2

De meerderheid van de ketenpartners zou het wenselijk vinden als de inkomensgrenzen worden gesynchroniseerd. Dit met als belangrijkste argument dat het aanbod overzichtelijker en daarmee ook toegankelijker wordt voor de inwoners. Er is dan een duidelijke grens wanneer inwoners wel of geen recht hebben op inkomensondersteunende regelingen. Sommige ketenpartners hebben geen duidelijke voorkeur voor een synchronisatie; zij hebben (vanuit hun uitvoerende werkzaamheden) een goed overzicht hoe de regelingen in elkaar steken en hebben duidelijk voor ogen wanneer inwoners wel of geen gebruik mogen maken van de regelingen en kunnen op die manier inwoners doorverwijzen indien nodig. Een risico bij de synchronisatie van alle regelingen op één inkomensgrens (in dit geval 120 procent Wsm) is dat het recht op de regelingen in één keer vervalt. Wanneer het inkomen van de inwoners net boven de 120 procent Wsm ligt, dan kunnen zij geen gebruik meer maken van de regelingen. De stijging van het inkomen, dan wel het inkomen dat net boven de inkomensgrens van 120 procent Wsm ligt, weegt niet altijd op tegen de gemeentelijke bijdrage vanuit de regelingen; de kans op een armoedeval wordt aanzienlijk groter. En dit zal voor een aantal huishoudtypes sneller het geval zijn, doordat zij ook te maken krijgen met dalende landelijke toeslagen (als het inkomen stijgt).

In dit rapport is het scenario voor een synchronisatie van de inkomensregelingen doorgerekend. In de praktijk geldt dat de individuele inkomenstoeslag, U-pas en bijzondere bijstand worden verhoogd tot 120 procent Wsm. Dit brengt kosten met zich mee voor de gemeente. De extra kosten zijn afhankelijk van de bijdrage van de regeling en het gebruik van de regeling. In het rapport (hoofdstuk 5) zijn deze kosten verder gespecificeerd. De totale extra kosten bedragen € 90.180. Het gaat om een toename van 5,4 procent. Gezien bovenstaande overwegingen adviseren wij geen complete synchronisatie van de inkomensgrenzen, omdat er een sterk risico ontstaat dat naar alle waarschijnlijkheid meerdere huishoudtypes te maken krijgen met een armoedeval. We adviseren wel om de inkomensgrens van de U-pas te verruimen naar 120 procent Wsm, omdat dit een substantieel positief effect kan hebben, zeker in combinatie met een verhoging van het budget voor volwassenen. Dit zou de participatie van inwoners kunnen bevorderen en dat zou tevens positieve bijeffecten kunnen hebben. Belangrijk hierin is dat de keuze die uiteindelijk gemaakt wordt door de gemeente ook past binnen de lange termijn visie op het minimabeleid. Aanbeveling Op basis van de resultaten uit het onderzoek, adviseren wij geen volledige synchronisatie van de inkomensgrenzen.

Advies is wel om de inkomensgrens van de U-pas te verruimen, omdat dat een substantieel positief effect kan hebben op de participatie van de Houtense inwoners. Zorg dat de keuze die wordt gemaakt op het gebied van synchronisatie past binnen de lange termijn visie op het minimabeleid.

Toepassen van vermogensgrenzen Momenteel geldt dat voor een deel van de inkomensondersteunende regelingen wordt gekeken naar het vermogen van huishoudens; het vermogen mag niet hoger zijn dan de vermogensgrens die geldt binnen de Participatiewet. Bij de overige deel van de regelingen wordt er geen rekening gehouden met de vermogensgrenzen. De gemeente Houten is, voortvloeiend uit de aanbevelingen vanuit het rekenkamerrapport9 benieuwd naar de implicaties van het synchroniseren van de vermogensgrenzen van de inkomensondersteunende regelingen. Voor alle regelingen zou een vermogenstoets worden gedaan.

9 Rekenkamerrapport “Onderzoek lokale inkomensregelingen (2021)”.

7

Gemeente Houten

Versie 1.2

Als de vermogenstoets voor alle regelingen gaat gelden, dan wordt de doelgroep kleiner voor de regelingen waar momenteel geen vermogenstoets wordt gedaan. Voor de ketenpartners betekent dit dat zij een deel van hun bewegingsruimte verliezen. Zij zijn gebonden aan de vermogenscriteria10. Daarnaast heeft het voor de gemeente als consequentie dat zij meer gegevens moeten opvragen en controleren om de beslissing te kunnen nemen of een inwoner wel of niet in aanmerking komt. Dit gaat gepaard mogelijk gepaard met hogere uitvoeringskosten. Voor de inwoner heeft het als consequentie dat zij meer bewijsstukken moeten inleveren om een regeling te kunnen aanvragen. De ketenpartners denken dat dit inwoners ontmoedigd om regelingen aan te vragen; inwoners moeten namelijk alles op tafel leggen. Wanneer er voor alle regelingen een vermogenstoets wordt ingevoerd, dan zal de doelgroep en het gebruik dalen. Dit zal een kostenbesparing opleveren van de programmakosten. In het verdere rapport wordt de berekening verder gespecificeerd. De totale besparing bedraagt: € 31.426 (1,9 procent). Echter moeten er meer controles worden uitgevoerd, waardoor de uitvoeringskosten zullen stijgen. Daarnaast wijkt de gemeente Houten hierbij af van de andere WIL-gemeenten, waardoor de verdeelsleutel voor de uitvoeringskosten komt te vervallen en volledig worden doorberekend aan de gemeente Houten.

Ten tijde van het schrijven van dit rapport, kan er geen inschatting worden gemaakt van de eventuele stijging van de uitvoeringskosten. Aanbeveling Op basis van de gevolgen voor de doelgroep, uitvoering en ketenpartners in combinatie met een relatief geringe kostenbesparing van de programmakosten en een toename van de uitvoeringskosten, bevelen we aan om dit beleidsscenario niet door te voeren.

Overlap inkomensondersteunende regelingen Drie partijen bieden ondersteuning om de participatie in de samenleving van met name kinderen te bevorderen. Dit zijn Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport en Cultuur en de U-pas. Uit dit onderzoek komt naar voren dat het niet voor iedereen duidelijk is welke organisatie welke activiteiten of kosten vergoedt. Vanuit de gemeente (en organisaties) is er een duidelijke visie en onderscheid. Zo is Jeugdfonds voor de sportieve en culturele activiteiten, Stichting Leergeld draagt er zorg voor dat alle kinderen uit minimagezinnen gelijk zijn aan kinderen uit een gezin met een hoger inkomen (bijvoorbeeld door het vergoeden van schoolkosten, bijdragen aan een fiets en het vergoeden van kosten om de verjaardag te kunnen vieren) en de U-pas kan worden ingezet voor de overige activiteiten. Toch komt het nu voor dat een regeling niet geheel naar doelstelling wordt gebruikt; bijvoorbeeld de U-pas wordt voor zwemlessen gebruikt11. De ketenpartners hebben het belang van de kinderparticipatie hoog in hun prioriteitenlijst staan, maar het kan eenvoudiger worden aangeboden. Daarnaast zijn in dit onderzoek meermaals signalen naar voren gekomen dat het budget voor volwassenen via de U-pas niet toereikend is. Momenteel is het budget € 100 per volwassene, per jaar. Van dit budget kunnen volwassenen onvoldoende participeren.

Een sportabonnement is vaak al duurder dan dit bedrag. Een aanbeveling zou zijn om het budget voor volwassenen te verhogen, zodat minimale participatie mogelijk is. Wanneer een budget neutrale situatie noodzakelijk is, dan zou de gemeente kunnen overwegen om het budget voor kinderen te verlagen. Kinderen kunnen namelijk ook participeren met behulp van het Jeugdfonds Sport en Cultuur of Stichting Leergeld. Een kleiner budget voor kinderen op de U-pas zou kunnen bijdragen aan de overige activiteiten. Wanneer het budget voor kinderen wordt verlaagd, zou dit overgeheveld kunnen worden naar het budget voor volwassenen. Wanneer er geen budget neutrale situatie noodzakelijk is, dan kan de gemeente overwegen om het budget voor kinderen gelijk te houden aan de huidige situatie en het budget voor volwassenen 10 Niet alle ketenpartners werken op dit moment met vermogensgrenzen. 11 Dit ‘mag’ wel en gebeurt ook. Het is echter niet de meest wenselijke situatie omdat de kindregelingen

hier een specifieke vergoeding voor aanbieden en de U-pas slechts beperkt. De U-pas kan om die reden beter voor recreatie worden benut.

8

Gemeente Houten

Versie 1.2

te verhogen. Voor de verschillende mogelijkheden is verderop in het rapport een berekening gemaakt

Aanbeveling Zet in op scherpe en duidelijke communicatie en informatievoorziening rondom ondersteuning bij participatie. Het mag duidelijker zijn welke regeling worden aangeboden vanuit Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport en Cultuur en de U-pas voor de verschillende kosten en activiteiten. Aanbeveling Verhoog het participatiebudget (U-pas) voor volwassenen. Een herverdeling van het budget voor de U-pas tussen volwassenen en kinderen is goed mogelijk. Op deze manier wordt het budget voor volwassenen hoger en toereikender.

Leemte De gemeente Houten biedt een ruim pakket aan inkomensondersteunende regelingen aan, waarbij aan veel doelgroepen wordt gedacht. Ketenpartners delen deze mening. Zij zien echter ook leemtes voor verschillende doelgroepen en activiteiten12: • Verhoging Participatiebudget volwassenen Er is een participatiebudget voor volwassenen aanwezig, maar het budget is niet toereikend genoeg. Om nog een groep extra uit te lichten: voor jongeren die 18 jaar worden vervallen meerdere regelingen (of het budget wordt verlaagd). Dit gaat om zowel gemeentelijke inkomensondersteunende regelingen als landelijke toeslagen. Zo vervalt het recht op kindgebonden budget als landelijke toeslag, maar kunnen jongeren van 18 jaar bijvoorbeeld ook geen gebruik meer maken van het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Dit zorgt er voor dat er problemen kunnen ontstaan en dan met name participatieproblematiek. Verhoging van het participatiebudget ondersteunt alle volwassenen en voorkomt daarnaast (deels) de participatieproblematiek bij jongvolwassenen. Een verhoging van het budget op de U-pas zou voor een optimaal resultaat gecombineerd kunnen worden met de doorontwikkeling van het aanbod op de U-pas in en rondom Houten; •

Compact-pakket in de zorgverzekering Voor inwoners met een grote zorgvraag is een collectieve zorgverzekering beschikbaar en voor inwoners met (ook) een chronisch ziekte of handicap is er ook de regeling tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. Voor inwoners met een minder grote zorgvraag is er geen regeling, dit terwijl de zorgverzekering wel een grote kostenpost is. Het advies is om een minder uitgebreid pakket (en daarmee ook een goedkoper pakket) aan te bieden voor inwoners met een laag inkomen. Als de gemeente ervoor kiest om een gemeentelijk bijdrage van € 5 per inwoner, per maand aan te bieden, ontstaat er een programmakostendaling ten opzichte van de huidige situatie. Kanttekening hierbij is dat de uitvoeringskosten naar alle waarschijnlijkheid aanzienlijk zullen stijgen, omdat de verdeelsleutel voor de uitvoeringskosten komt te vervallen. Dit loopt op tot een kostentoename van 8,04 procent bij het aanbieden van het pakket zonder gemeentelijke bijdrage, en tot een kostentoename van 15,51 procent bij het aanbieden van het pakket met gemeentelijke bijdrage. Bovendien zijn de totale uitvoeringskosten niet geheel in beeld omdat een niet nader gespecificeerd deel is ondergebracht in een bredere kostenpost van de WIL. Op basis van de inhoudelijke behoefte van de doelgroep adviseren wij om het Compactpakket aan te bieden.

Op deze manier worden inwoners met een minder grote zorgvraag, maar wel een minimuminkomen worden wel ondersteund. Gezien de verwachte sterke

12 Raadpleeg hoofdstuk 4 voor een uitgebreider overzicht van leemtes in de doelgroepen en

ondersteuning.

9

Gemeente Houten

Versie 1.2

stijging van uitvoeringskosten zou de kostenpost van de collectieve zorgverzekering aanzienlijk groter kunnen worden. Het is daarom van belang voor de gemeente om de afweging te maken tussen het aansluiten bij de behoefte van de doelgroep en de mogelijkheden rondom een aanpassing van het begrote budget voor de collectieve zorgverzekering. De uitvoeringskosten zullen veel lager uitvallen als de overige regiogemeenten meegaan in deze aanpassing. Daarom is ons advies om hen hierbij te betrekken en in gezamenlijkheid te kiezen voor een extra pakket. Aanbeveling Bied in samenwerking met de regiogemeenten van de WIL een tweede pakket aan via de collectieve zorgverzekering. Dit pakket is minder uitgebreid en daarmee ook goedkoper voor de inwoner. Verhoog het budget van de U-pas voor volwassenen. Hiermee wordt ook de overgang van inwoners die net 18 jaar worden en dus het recht op kindregelingen verliezen, beter opgevangen. Zij kunnen daarmee (beter) participeren in de samenleving.

10

Gemeente Houten

Versie 1.2

1. Minima in de gemeente Houten In dit hoofdstuk beschrijven we de omvang en samenstelling van de huishoudens met inkomens tot 130 procent van het Wettelijk sociale minimum. Dit is de doelgroep voor het minimabeleid van de gemeente Houten. Het aantal minimahuishoudens schatten we aan de hand van de Armoede Index13. De Armoede Index wordt samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Met als resultaat een schatting van het aantal minimahuishoudens dat tot de doelgroep van de inkomensondersteunende regelingen behoort.

1.1 Alle huishoudens In de gemeente Houten wonen 50.32314 personen, verdeeld over 20.666 huishoudens, waarmee de gemiddelde huishoudgrootte op 2,44 personen komt. Dat is meer dan het landelijke gemiddelde (2,17 personen per huishouden). Van de 50.323 personen in de gemeente, zijn er 11.395 (23 procent) jonger dan 18 jaar en 7.743 personen zijn 66 jaar en ouder. De huishoudsamenstelling in de gemeente Houten wijkt iets af van het landelijke beeld. Er zijn minder alleenstaanden en het aandeel meerpersoonshuishoudens zonder kinderen en meerpersoonshuishoudens met kinderen ligt hoger dan het gemiddelde. Tabel 1.1.1 Aantal huishoudens en inwoners gemeente Houten Categorie Aantal huishoudens Aantal personen Gemiddelde huishoudgrootte

20.666 50.323 2,44

Tabel 1.1.2 Huishoudens in gemeente Houten naar type Huishoudtype

Aantal

Aandeel

Alleenstaand Alleenstaande ouder met kinderen Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

5.882 1.501 6.218 7.065 20.666

29% 7% 30% 34% 100%

Aandeel landelijk 38% 7% 26% 29% 100%

1.2 Minimahuishoudens In deze paragraaf geven we zowel het aantal minimahuishoudens met een inkomen gerelateerd aan de inkomensgrenzen van de Participatiewet weer, als het aantal minimahuishoudens dat in aanmerking komt voor een regeling waarbij er geen rekening wordt gehouden met het vermogen. Dit houdt in dat er voor een aantal regelingen geen vermogenstoets wordt gedaan, wat effect heeft op de grootte van de doelgroep. In tabel 1.2.1 worden de vermogensgrenzen weergegeven. In paragraaf 1.3 geven we een aantal kenmerken van de minimahuishoudens weer. Tabel 1.2.1 Vermogensgrenzen in 2022 Categorie Alleenstaanden Meerpersoonshuishoudens

Vermogensgrens € 6.505 € 13.010

13 In bijlage 1 staat de systematiek van de Armoede Index beschreven. 14 Bron: CBS, 2022.

11

Gemeente Houten

1.2.1

Versie 1.2

Doelgroep conform vermogensgrenzen van de Participatiewet15

Van alle huishoudens in de gemeente Houten moeten op 1 januari 2022 (naar schatting) 930 huishoudens rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau. Deze huishoudens hebben een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Deze 930 huishoudens vormen 4,5 procent van alle huishoudens in de gemeente. Het landelijke percentage met een dergelijk inkomen ligt op ongeveer 5 procent. Naar schatting hebben 1.040 huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm, 5,0 procent van alle huishoudens in de gemeente Houten. Gemiddeld in andere gemeenten van vergelijkbare grootte (vergelijkbaar aantal inwoners) is het aandeel minima met een inkomensgrens tot 110 procent Wsm 5,5 à 6 procent. Meerdere regelingen in de gemeente Houten hebben een maximale inkomensgrens van 120 procent Wsm. Naar schatting hebben 1.400 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm, 6,8 procent van alle huishoudens. Tot 120 procent Wsm zien we bij andere gemeenten een gemiddeld aandeel minima van 8,5 à 9,5 procent van alle huishoudens. De volgende tabel bevat een overzicht van het actuele aantal en aandeel huishoudens in de gemeente dat een inkomen heeft tot maximaal 130 procent van het Wettelijk sociale minimum voor het betreffende huishoudtype, waarbij rekening is gehouden met de vermogensgrenzen van de Participatiewet.

Tabel 1.2.1 Huishoudens in gemeente Houten naar inkomen met vermogenstoets cumulatief (schatting) Inkomen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

Aantal 930 1.040 1.400 1.645

Aandeel 4,5% 5,0% 6,8% 8,0%

Overige inkomens Totaal

19.021 20.666

92,0% 100%

1.2.2

Doelgroep waarbij geen vermogenstoets is gehanteerd

De volgende tabel bevat een overzicht van het aantal en aandeel huishoudens in de gemeente Houten dat een inkomen heeft tot maximaal 130 procent Wsm, ongeacht de hoogte van hun vermogen (oftewel: vermogen wordt hier buiten beschouwing gelaten). Naar schatting hebben 1.058 huishoudens een inkomen gelijk aan een inkomen tot 100 procent Wsm. Hier is echter geen vermogenstoets gedaan. In deze groep van 1.058 huishoudens zitten dus zowel huishoudens met een vermogen als zonder vermogen. Deze 1.058 huishoudens vormen 5,1 procent van alle huishoudens in de gemeente Houten. Er zijn naar schatting 1.581 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm, 7,6 procent van alle huishoudens. Tabel 1.2.2 Huishoudens in gemeente Houten naar inkomen zonder vermogenstoets cumulatief (schatting) Inkomen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

Aantal 1.058 1.183 1.581 1.855

Aandeel 5,1% 5,7% 7,6% 9,0%

Overige inkomens Totaal

18.811 20.666

91,0% 100%

15 Hierbij wordt rekening gehouden met de vermogensgrenzen die gelden bij de Participatiewet.

12

Gemeente Houten

Versie 1.2

1.3 Kenmerken minimahuishoudens 1.3.1 Kenmerken doelgroep conform vermogensgrenzen Participatiewet In deze paragraaf geven we de kenmerken weer van de huishoudens met een inkomen tot 100 en 120 procent Wsm, waarbij het vermogen binnen de vermogensgrenzen van de Participatiewet valt. De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 120 procent Wsm bestaat voor 36 procent uit bijstandsgerechtigden en voor 41 procent uit huishoudens met een overig inkomen, zoals werk of WW. Bijna een kwart (23 procent) heeft een AOW-uitkering. In andere gemeenten zien we gemiddeld dat 40 à 45 procent van de minimahuishoudens een uitkering vanuit de Participatiewet heeft, 35 à 40 procent een overig inkomen en 20 à 25 procent heeft een AOW-uitkering. De gemeente Houten heeft relatief iets minder huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet. Van alle minimahuishoudens in de gemeente Houten is het grootste deel (51 procent) alleenstaand. Dit beeld komt overeen met wat we in andere gemeenten met een inwonersaantal tussen 50.000 en 100.000 vinden. Gemiddeld ligt het aandeel alleenstaanden in deze gemeenten tussen de 50 en 55 procent van alle minimahuishoudens. In totaal heeft 33 procent van de minimahuishoudens in de gemeente Houten thuiswonende kinderen. Dit ligt iets hoger dan het gemiddelde dat we bij andere gemeenten van vergelijkbare grootte zien; ongeveer 25 à 30 procent.

Tabel 1.3.1 Inkomensbron minimahuishoudens in gemeente Houten, inkomen tot 100% en 120% Wsm met vermogenstoets Categorie

100% Wsm

120% Wsm

Aantal

Aandeel

Aantal

Aandeel

Inkomensbron Participatiewet AOW inkomen Ander inkomen • Werkloosheidsverzekering • Arbeidsongeschiktheid • ZZP • Werk uit arbeid Totaal

500 160 270 95 45 55 75 930

54% 17% 29% 10% 5% 6% 8% 100%

500 320 580 150 145 130 155 1.400

36% 23% 41% 11% 10% 9% 11% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Alleenstaande ouder met kinderen Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

480 140 130 180 930

52% 15% 14% 19% 100%

710 200 230 260 1.400

51% 14% 16% 19% 100%

1.3.2 Kenmerken doelgroep zonder vermogenstoets De kenmerken van de doelgroep met een inkomen tot 120 procent Wsm, maar waarbij er geen vermogenstoets is gedaan zijn in onderstaande tabel (tabel 1.3.2) uiteengezet. Bij een inkomen tot 120 procent Wsm, heeft 32 procent van de huishoudens een uitkering vanuit de Participatiewet en heeft 40 procent een overig inkomen. Het aandeel huishoudens met een AOW-uitkering is relatief groter wanneer er geen rekening wordt gehouden met vermogen, dan wanneer er wel getoetst wordt op vermogen. Het merendeel van de minimahuishoudens is een alleenstaand huishouden (58 procent), 29 procent is een huishouden met thuiswonende kinderen.

13

Gemeente Houten

Versie 1.2

Tabel 1.3.2 Inkomensbron minima in gemeente Houten, inkomen tot 100% en 120% Wsm zonder vermogenstoets Categorie

100% Wsm

120% Wsm

Aantal

Aandeel

Aantal

Aandeel

Inkomensbron Participatiewet AOW inkomen Ander inkomen • Werkloosheidsverzekering • Arbeidsongeschiktheid • ZZP • Werk uit arbeid Totaal

500 252 306 102 52 85 67 1.058

47% 24% 29% 10% 5% 8% 6% 100%

500 444 637 165 155 140 177 1.581

32% 28% 40% 10% 10% 11% 9% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Alleenstaande ouder met kinderen Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

614 137 127 180 1.058

58% 13% 12% 17% 100%

917 221 206 237 1.581

58% 14% 13% 15% 100%

1.4 Kinderen 1.4.1 Doelgroep kinderen in huishoudens conform vermogensgrenzen Participatiewet Van alle 11.395 kinderen tot 18 jaar in de gemeente Houten groeien er naar schatting 1.050 op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent van het voor dat huishouden geldende wettelijke sociale minimum en waarbij het vermogen binnen de vermogensgrenzen van de Participatiewet vallen. In totaal vormen zij 9,2 procent van alle kinderen in de gemeente. Dit aandeel ligt hoger dan gemiddeld in vergelijkbare gemeenten: in andere gemeenten van vergelijkbare grootte vormen minimakinderen gemiddeld zo’n 8 procent van alle kinderen. In de gemeente Houten zijn er meer gezinnen met een minimuminkomen dan gemiddeld 16. Circa 740 kinderen (6,5 procent van alle kinderen) wonen in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm en naar schatting groeien 880 kinderen (7,7 procent) op in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. Tabel 1.4.1 Aantal kinderen in gemeente Houten naar inkomen met vermogenstoets, cumulatief (schatting) Kinderen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

Aantal 740 880 1.050 1.200

Aandeel 6,5% 7,7% 9,2% 10,5%

Overige inkomens Alle kinderen

10.195 11.395

89,5% 100%

1.4.2 Doelgroep kinderen in huishoudens zonder vermogenstoets Het aandeel kinderen dat opgroeit in een huishouden met een minimuminkomen, maar waar geen rekening wordt gehouden met het vermogen, ligt (logischerwijs) hoger dan wanneer er wel getoetst wordt op het vermogen. Naar schatting groeien er 805 kinderen op in een huishouden

16 Uit paragraaf 1.1 blijkt dat in de gemeente Houten meer gezinnen wonen dan het landelijke gemiddelde.

14

Gemeente Houten

Versie 1.2

met een inkomen tot 100 procent Wsm, waarbij er geen vermogenstoets is gedaan. Zij vormen 7,1 procent van alle kinderen in de gemeente Houten. Bij een inkomen tot 120 procent Wsm, groeien er naar schatting 1.175 kinderen op. Dit is 10,3 procent van alle kinderen in de gemeente. Tabel 1.4.2 Aantal kinderen naar inkomen zonder vermogenstoets, cumulatief (schatting) Kinderen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

Aantal 805 1.035 1.175 1.350

Aandeel 7,1% 9,1% 10,3% 11,8%

Overige inkomens Alle kinderen

10.045 11.395

88,2% 100%

15

Gemeente Houten

Versie 1.2

2. Huidige situatie In dit hoofdstuk staat het huidige beleid (visie, doelstellingen en opzet) rondom inkomensondersteunende regelingen van de gemeente Houten beschreven. De gemeente Houten heeft de Sociale Koers opgesteld als breed kader voor het gehele sociale domein. Dat is de context waarin de inkomensondersteunende regelingen functioneren. Dit beleidsdocument dient daarom als ‘kapstok’ voor deze beleidsanalyse (paragraaf 2.2). Vervolgens komt het huidige beleid aan de orde in de vorm van het huidige uitvoeringsplan (2.3). De beleidsanalyse wordt afgesloten met informatie over de sturing en monitoring (2.4).

2.1. Context specifieke kenmerken De gemeente Houten hanteert een visie voor het brede Sociaal Domein, opgesteld vanuit de actuele situatie anno 2020 en sluit aan bij de context specifieke kenmerken van de gemeente. De gemeente Houten heeft het document ‘De Sociale Koers’ opgesteld om de plannen en uitvoering van een integrale samenwerking in het sociaal domein toe te lichten voor de jaren 2020 tot en met 2023. Regelingen en doelstellingen rondom de inkomensondersteuning van burgers vertrekken altijd vanuit een situatieafhankelijke context. De beleidsvisie en bijbehorend aanbod aan inkomensondersteunende regelingen worden uitgevoerd binnen de context van gemeente Houten: de context is in die zin leidend voor het beleid. Daarom staat hieronder een korte schets weergegeven. In de Sociale Koers wordt de gemeente Houten beschreven als een ‘krachtige en sociale samenleving waarin het goed wonen en verblijven is’: de Houtenaren kijken naar elkaar om. Inwoners vinden gezondheid en tolerantie van belang. Dat is ook een beeld wat vanuit de cijfers 17 te bevestigen is. Zo blijkt dat in Houten gemiddeld minder kinderen in een huishouden met een uitkering wonen dan gemiddeld in Nederland, maar ook dat het werkloosheidspercentage lager ligt en minder individuen een bijstandsuitkering ontvangen. Ook op het gebied van sociaaleconomische status doen Houtenaren het goed.

Zo blijkt het gemiddelde onderwijsniveau hoger te liggen dan landelijk gemiddeld, ligt het laaggeletterdheidspercentage laag en hebben inwoners een hogere levensverwachting. Bovendien is in Houten procentueel gezien een minder groot aandeel inwoners eenzaam dan landelijk gemiddeld. Interne medewerkers van de gemeente 18 specificeren de context van de inkomensondersteunende regelingen in Houten, in aanvulling op bovenstaande. Zo beschrijven zij dat Houten een relatief nieuwe stad is, maar door haar omvang in mindere mate te maken heeft met grootstedelijke problematiek. In Houten wonen veel tweeverdieners die met name in regio Utrecht werken. De kloof tussen minima en niet-minima is relatief groot; ketenpartners beschrijven dat ze schaamte zien bij inwoners die hulp moeten/willen vragen.

2.2. Sociale Koers als visie voor het Sociaal Domein 2.2.1. Beleidsvisie De gemeente Houten vindt het belangrijk dat iedereen de kans krijgt om mee te kunnen doen in de maatschappij en dat iedereen er bij kan horen. Het motto ‘Iedereen telt mee’ verwijst er naar dat alle inwoners binnen hun eigen mogelijkheden kunnen participeren in sociaalmaatschappelijke activiteiten. Daarnaast streeft de gemeente Houten inclusiviteit na in haar handelen; zowel op het vlak van acceptatie, als een beleid waarin ondersteuning 17 Om een beeld te krijgen van enkele parameters in de gemeente Houten, hebben we een vergelijking

gemaakt tussen Houten en landelijke gemiddelden op basis van het dashboard van Waarstaatjegemeente.nl. Bijvoorbeeld op het thema werk en inkomen (werkloosheidspercentage en aantal bijstandsuitkeringen), maar ook gezondheid en onderwijs (gemiddeld onderwijsniveau, laaggeletterdheid, levensverwachting en eenzaamheid. De originele bronnen betreffen het CBS, RIVM, GGD en Stichting Lezen en Schrijven. 18 De interviews met interne medewerkers geven een aanvulling op de informatie vanuit de beleidsstukken. De resultaten van deze gesprekken zijn tevens te lezen in hoofdstuk 4.

16

Gemeente Houten

Versie 1.2

toegankelijk is wanneer noodzakelijk. De nadruk ligt daarbij op zelfredzaamheid, maar ondersteuning wordt geboden als dat nodig is.

2.2.2. Vier thema’s Om binnen de Sociale Koers integraal te kunnen werken, zijn er vier overstijgende thema’s gedefinieerd. Deze worden hieronder benoemd. Het thema ‘leren en werken’ wordt verder toegelicht aangezien deze relateert aan problematiek rondom lage inkomens. • Gezondheid • Saamhorigheid • Thuis • Leren en werken De gemeente Houten stelt zich tot doel dat alle inwoners een zinvolle daginvulling hebben en zich kunnen ontwikkelen op een manier die bij hen past19. In de praktijk wordt hieraan bijgedragen door laaggeletterdheid aan te pakken, als oorzaak van mogelijke problematiek in de toekomst, maar ook door financiële zelfredzaamheid te bevorderen. Minimaregelingen spelen hierbij een belangrijke rol; de gemeente ondersteunt inwoners door financiële steun te geven bij chronische ziekte, bijzondere bijstand of sportlessen. De gemeente Houten werkt bovendien graag samen met opvanglocaties voor kinderen en dagbesteding voor volwassenen om de ontwikkeling te stimuleren. Daarnaast zijn vele organisaties actief in de gemeente Houten om inwoners waar nodig inkomensondersteuning te bieden, zoals de Voedselbank, Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Het beleid van de gemeente is er op gericht dat zorg en ondersteuning voor iedereen toegankelijk moet zijn. Het inclusiviteitsprincipe heeft de voorkeur boven het doelgroepenbeleid.

Voorwaarde is dat alle reguliere oplossingen voor iedereen toegankelijk moeten zijn.

2.2.3. De rol van minimapartners Het partnerschap met verschillende maatschappelijke partijen wordt door de gemeente Houten cruciaal bevonden. Zowel om elkaar te ondersteunen als bij te sturen. Houten belegt de verantwoordelijkheid voor het beleid niet alleen bij henzelf, maar ook bij de minimapartners; ieder draagt daarin een steentje bij. De gemeente zet in op accountmanagement om trends te identificeren en doelstellingen te monitoren.

2.3. Inkomensondersteunende maatregelen De eerdere paragrafen in deze beleidsanalyse hebben inzicht gegeven in de doelstellingen, relevante thema’s en sturing van de Sociale Koers in de gemeente Houten. Het is van belang om de Sociale Koers toe te lichten omdat het ten grondslag ligt aan de integrale werkwijze in het sociaal domein. Naast deze koersbepaling is het ook relevant om de uitvoering van het de inkomensondersteunende regelingen te analyseren. Daartoe dienen het Uitvoeringsplan Armoedebeleid (2021 en 2022) en de Vervolgrapportage Doorontwikkeling Minimaregelingen (2020)20.

2.3.1. Beleid De Sociale Koers geeft een beeld van de visie zoals die in Houten sociaal domein breed wordt nagestreefd en uitgevoerd. Het vormt het kader en een ‘kapstok’ waarin het sociaal domein dient te functioneren en handelen. Beleid dat specifiek gericht is op minima ontbreekt echter. Dit maakt dat de huidige uitvoeringsplannen voor inkomensondersteunende regelingen niet gestoeld zijn op een visie of bredere beleidsplannen rondom minima.

19 De gemeente Houden hanteert hierbij meer een participatiebeleid dan een breed arbeidsmarktbeleid,

waarbij bijvoorbeeld ook rekening wordt gehouden met het oplossen van eventuele (toekomstige) tekorten op de arbeidsmarkt. 20 Gebaseerd op de rapportage ‘WIJ is meer dan IK’ (2019).

17

Gemeente Houten

Versie 1.2

Het huidige uitvoeringsplan rondom de inkomensondersteunende regelingen vloeit voort uit eerdere ontwikkelingen. Zo is in 2019 een evaluatie van de minimaregelingen uitgevoerd. Dit rapport benadrukte het belang van structurele monitoring. Daarnaast is in samenwerking met ketenpartners aandacht besteed aan het verbeteren van de bereikbaarheid van regelingen, onderlinge samenwerking tussen ketenpartners en afstemming van het gezamenlijke aanbod. Deze aanzet is gebundeld in de rapportage ‘WIJ is meer dan IK’. Een vervolgrapportage hierop dateert uit 2020 en daarin is verder ingegaan op communicatie, samenwerking tussen ketenpartners en een evaluatie van het Kindpakket (Stichting Leergeld en Jeugdfonds Sport & Cultuur). Deze rapportages en ontwikkelingen gezamenlijk vormden de input voor het huidige uitvoeringsplan21. Het uitvoeringsplan heeft een valide basis in onderzoek 22. In de huidige werkwijze van de gemeente Houten wordt eerder onderzoek en bijbehorende aanbevelingen als basis gebruikt voor de actiepunten en doelstellingen die de gemeente wil oppakken. Dit betekent dat onderzoek nieuwe input geeft voor het beleid. Dat is een positieve gang van zaken omdat de huidige situatie geëvalueerd wordt en de resultaten dienen tot daadwerkelijke adequate aanpassingen.

Gezien het feit dat er op dit moment geen beleidsplan ligt dat specifiek gericht is op de ondersteuning van minima, worden de actiepunten en doelstellingen van de gemeente echter alleen gebaseerd op onderzoek. Daarmee blijven beleidswijzigingen en actiepunten gebaseerd op doelstellingen voor de korte termijn in plaats van doelstellingen voor de lange termijn met onderliggende visie.

2.3.2. Leemte De afwezigheid van een beleidsplan gericht op minima moet worden gezien als een leemte. Het maakt dat de uitvoeringsplannen zijn gebaseerd op onderzoeken en aanbevelingen, maar niet op een onderliggende visie voor de lange termijn. Minimaproblematiek geldt over het algemeen als langdurige problematiek23 en dient ook op die wijze aangepakt te worden. Een beleidsvisie voor de lange termijn is daarvoor noodzakelijk. Naast het ontbreken van een langetermijnperspectief bestaat ook het risico dat een grondige probleemanalyse van de Houtense situatie ontbreekt; in vorige onderzoeken is de Houtense situatie als uitgangspunt genomen voor de punten die op dat moment onderzocht werden. Het is goed mogelijk dat daarmee niet alle onderdelen al eens onder de loep genomen zijn. Het is daarom van belang om als gemeente een visie en beleid op te stellen op basis van de Houtense situatie met daarin meegenomen de ervaringen en analyses van ketenpartners en de doelgroep, waarbij ook het langetermijnperspectief wordt meegenomen. In figuur 2.1.1. (volgende pagina) is deze leemte schematisch weergegeven. Daarin is te zien dat de Sociale Koers geldt als visie voor het gehele sociale domein, maar niet uitmondt in een visie specifiek gericht op het minimabeleid. Het uitvoeringsplan is aanwezig maar vloeit voort uit onderzoeksresultaten.

Het zou voor de gemeente Houten waardevol zijn om die valide, en relevante, onderzoeksresultaten te combineren met een visie voor de lange termijn zodat de uitvoeringsplannen fundamenteler in de cyclus komen te liggen 24. Een visie op het minimabeleid geeft ook richting aan de minimaregelingen. Vanuit een visie kan besloten worden welke doelgroep als minima worden gezien, welke doelgroepen de gemeente wil ondersteunen en met welke regelingen en inkomensgrenzen dat doel het beste bereikt kan

21 Beleidsmedewerkers geven aan dat de lokale ontwikkelingen worden meegenomen in de

totstandkoming van een uitvoeringsplan. Het gaat bijvoorbeeld om koopkrachtverlies, Rijkswijzigingen, sociale omgeving en de juridische omgeving. Daarnaast zijn de uitgangspunten die sociaal domein breed spelen, ook een aandachtspunt. Bijvoorbeeld dat niet iedereen zelfredzaam kan zijn, handelen op basis van vertrouwen, als lokale overheid vertrouwen uitstralen en inspelen op ontwikkelingen in de samenleving. 22 Het huidige uitvoeringsplan vindt haar basis bijvoorbeeld in de evaluatie van de minimaregelingen uit 2019. Ook het Rekenkamerrapport van 2022 geeft aanleiding tot nieuwe beleidsoverwegingen die in voorliggend onderzoek worden meegenomen. 23 Uit ervaringscijfers weten we dat gemiddeld twee derde van de minimadoelgroep langdurig (langer dan drie jaar) een minimuminkomen heeft. 24 Dat geldt tevens voor de samenwerking met ketenpartners. Zij hanteren op dit moment hun eigen visie en doelstellingen, toegespitst op minima.

18

Gemeente Houten

Versie 1.2

worden. De huidige inkomensondersteunende regelingen dienen meer ingebed te worden in een lange termijn visie op het minimabeleid. Figuur 2.3.1. Beleidssituatie25

2.3.3. Uitvoering van de inkomensondersteunende regelingen In de evaluatie van de minimaregelingen (2019) is het belang van structurele monitoring en tussentijdse bijsturing benadrukt. Op basis daarvan zijn aandachtspunten geformuleerd die samenvattend in de volgende opsomming worden benoemd: • Communicatie Er is bijvoorbeeld een communicatiewerkgroep opgestart en verder wordt met ketenpartners afgestemd welke aanvullende communicatie noodzakelijk is om inwoners te bereiken. • Versterking van de onderlinge samenwerking De gemeente heeft erop ingezet dat inwoners een warme en brede intake krijgen wanneer zij ondersteuning nodig hebben. Dit resulteert in een beperkt aantal partners die de toegang verzorgen: Werk, Inkomen Lekstroom (WIL), de WIL-generalist, Stichting Leergeld en Schuldhulpmaatjes26. Bovendien is de afgelopen jaren het aanbod voor minima toegenomen. Dat maakt dat er nu een uitdaging ligt om in kaart te brengen in hoeverre overlap bestaat tussen de regelingen. Dit onderzoek zal hier een beeld van geven. • Kindpakket (Stichting Leergeld & Jeugdfonds Sport & Cultuur) Stichting Leergeld voert het grootste deel van de regelingen voor kinderen uit. Het inwonerperspectief staat centraal in de ondersteuning van Stichting Leergeld.

De partners streven ernaar om geen overlappende activiteiten te vergoeden vanuit de regelingen zodat inwoners zo goed en breed mogelijk ondersteund worden.

25 De lijnen verwijzen naar beleidsverbindingen die aanwezig zijn (gesloten lijnen met pijlen) of nog

ontbreken (stippellijnen). 26 De gemeente is aan het onderzoeken en voorbereiden om een Sociaal Plein op te richten waar inwoners met al hun vragen terechtkunnen. Mogelijk zullen brede intakes hier ook worden aangeboden.

19

Gemeente Houten

Versie 1.2

Daarnaast wordt er aan vele projecten gewerkt om de ondersteuning van minima steeds verder te verbeteren27. Zo wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan een promotiecampagne voor de collectieve zorgverzekering, maar wordt er ook gewerkt aan de ontwikkeling van een sociale kaart waarbij zowel ketenpartners als inwoners maatschappelijke organisaties kunnen vinden. Tot slot zijn er jaarlijks twee plenaire netwerkbijeenkomsten tussen ketenpartners, gericht op onderlinge ontmoeting en het uitwisselen van informatie. Ook in 2022 zijn er enkele concrete en actuele acties opgesteld ter uitvoering28. Zo wil de gemeente Houten bijvoorbeeld inzetten op een compensatie van hoge energierekeningen voor lage inkomens, maar ook een plan uitwerken om woningen te verduurzamen. Verder zetten zij in op monitoring van vroegsignalering bij schuldhulpverlening en worden nieuwe beleidsregels voor de bijzondere bijstand opgesteld. Er is tevens aandacht voor de laagdrempeligheid van regelingen waarbij ervaringsdeskundigen hun input kunnen delen 29. Tot slot worden de voor- en nadelen van een jaarlijkse integrale toets30 verkend om te onderzoeken of dit voor de inwoners de toegang tot regelingen vergemakkelijkt en ketenpartners werkbaarder is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=fd6a9712-542e-4dc1-8940-5c5f8141b25d