CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Goyerbrug_Nota-van-Beantwoording-zienswijzen

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente HoutenBij agendapunt: Nota beantwoording zienswijzen, verklaring van geen bedenkingen en omgevingsvergunning Windpark Goyerbrug39.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

45/106

25 november 2022

3.12.6 Dat met een strengere norm 147 woningen extra worden beschermd, miskent dat de omvang van de slagschaduw verschilt per woning en volgens reclamant kan niet in algemene zin worden gezegd dat al deze woningen extra beschermd moeten worden tegen slagschaduw. Ook miskent die algemene stelling dat uit het Canadese onderzoek volgt dat bij een slagschaduw tussen de 10 en 20 minuten sprake is van hinder bij 5,2% van het aantal blootgestelde personen. Oftewel: niet elk persoon die slagschaduw ondervindt, ervaart daar daadwerkelijk hinder van. Door in generieke zin aan te nemen dat al deze woningen extra beschermd moeten worden tegen slagschaduw, zonder stil te staan hoeveel slagschaduw er bij deze woningen optreedt bij een slagschaduwnorm van 14 uren netto slagschaduw per jaar met een maximum van 20 minuten per dag en hoe hinderlijk dit is, is het vergunningvoorschrift onzorgvuldig voorbereid.

Reactie 3.12.5 en 3.12.6 In reactie op dit punt verwijst het gemeentebestuur in eerste instantie naar het gestelde onder 3.12.2. In aanvulling daarop geldt dat momenteel sprake is van een situatie waarin geen slagschaduw optreedt. De impact van elke vorm van slagschaduw is derhalve groot. Uit de ook door reclamant aangehaalde onderzoeken blijkt dat bij de eerste 20 minuten slagschaduw een fysieke (stress)reactie optreedt. Het gemeentebestuur vindt dat ongewenst en wil dat voorkomen. Daarbij geldt dat uit de beschikbare slagschaduwonderzoeken blijkt hoeveel (totale) hinder kan worden voorkomen met de opgelegde norm ten opzichte van de aangevraagde norm. Het college acht voldoende dat er 148 woningen meer worden beschermd. Deze woningen krijgen ten opzichte van de aangevraagde norm 14 uur of minder slagschaduw per jaar.

3.12.7 Het college motiveert volgens reclamant niet welke belangen noodzaken tot verdere beperking van de hinder van slagschaduw. Het bieden van maximale bescherming tegen slagschaduw is daartoe in ieder geval onvoldoende, nu nergens uit blijkt dat de gevolgen van slagschaduw zodanig zijn dat daartegen maximale bescherming moet worden geboden. Ook zijn het algemeen belang van het opwekken van duurzame energie en de financiële belangen van WPG niet of onvoldoende kenbaar betrokken bij de keuze voor de opgelegde norm, waarmee de bijdrage van WPG aan de energietransitie afneemt. Het college motiveert niet waarom deze vermindering aanvaardbaar is en hoe dit in het kader van de noodzakelijke energietransitie wordt opgevangen. De haalbaarheid van energiedoelstellingen van de gemeente vereist immers dat de verminderde opbrengst bij het Windpark elders wordt opgevangen met een ander project.

3.12.8 Volgens reclamant moet bij de belangenafweging niet worden gekeken naar de gevolgen van een strengere norm ten opzichte van de aangevraagde norm, maar naar de gevolgen van een strengere norm ten opzichte van een ongemitigeerde situatie omdat die laatste het referentiepunt vormt. Reclamant vindt ook dat het college moet motiveren waarom voor hetzelfde project een strengere norm is opgelegd dan aan de eerdere, vernietigde omgevingsvergunning. Reclamant vindt daarnaast dat moet worden gemotiveerd waarom bij WPG wordt afgeweken van aan andere windparken in de gemeente Houten opgelegde 46/106

25 november 2022

normen, waarmee sprake is van strijd met het fair play beginsel. Bij Windpark Houten zijn meer omwonenden en is de milieuwinst dus hoger bij een strengere norm.

Reactie 3.12.7 en 3.12.8 In reactie op dit punt verwijst het gemeentebestuur naar het gestelde onder 3.12.2 en 3.12.6. Ten aanzien van de aan windpark Houten opgelegde normen geldt dat geen sprake is van vergelijkbare gevallen en reeds om die reden geen sprake is van strijd met het fair play beginsel. Zoals gezegd acht het gemeentebestuur de impact van slagschaduw hier extra aanwezig omdat er nog geen sprake is van slagschaduw. Dat ligt anders voor windpark Houten.

3.12.9 Reclamant vindt de opgelegde norm onevenredig en in strijd met artikel 3:4 Awb en dat het algemene belang bij duurzame energieopwekking in redelijkheid zwaarder mag wegen dan het verder beperken van hinder. Reclamant heeft afspraken gemaakt met 16 van de 17 omwonenden over een financiële tegemoetkoming, die afhankelijk is van de opbrengstcapaciteit van het windpark. Door minder opbrengst worden deze mensen minder gecompenseerd en dat geeft een averechts effect voor de acceptatie van het windpark.

Reactie In reactie op dit punt verwijst het gemeentebestuur naar het gestelde onder 3.12.2 en 3.12.6. Ten aanzien van de acceptatie van het windpark geldt dat bij minder hinder ook sprake zal zijn van meer acceptatie van het windpark. Bovendien komt de opgelegde norm ten gunste van alle omwonenden en niet alleen ten gunste van de omwonenden waar financiële afspraken mee zijn gemaakt. Het gemeentebestuur vindt de door reclamant gemaakte financiële afspraken in dit verband niet zwaarder wegen.

3.13

Reclamant 13

3.13.1 Reclamanten vinden de windturbines te hoog in relatie tot de omgeving. Er is geen sprake van een harmonieuze setting maar van industrialisatie van een agrarische omgeving. Het huidige cultuurlandschap wordt onevenredig veel geweld aangedaan. Er is volgens reclamanten meer aandacht voor het economisch rendement van de particuliere ondernemer dan een redelijke afweging tussen het maatschappelijk belang en het particuliere belang van direct omwonenden. De gemeente verzaakt haar zorgplicht jegens direct omwonenden. Zij worden direct geschaad in hun woonplezier. Dit wordt niet goedgemaakt door hen schadeloos te stellen door een private ondernemer.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het hieronder onder thema A en I gestelde.

47/106

25 november 2022

3.13.2 Reclamanten vinden in zijn algemeenheid dat nutsvoorzieningen niet afhankelijk zouden moeten zijn van private partijen.

Reactie Het gemeentebestuur leest in deze algemene opmerking geen zienswijze op het concrete project, maar een mening van reclamant en neemt deze ter kennisgeving aan.

3.13.3 De gepresenteerde 3D-presentatie van het windpark is verre van realistisch. De gemeente doet er inderdaad goed aan de beelden van een disclaimer te voorzien.

Reactie Het gemeentebestuur neemt deze mededeling ter kennisgeving aan.

3.13.4 Volgens reclamanten fungeren de turbines als gehaktmolens voor de jaarlijks overvliegende trekvogels. Dat wordt kennelijk beschouwd als "collateral damage". Reclamanten zijn niet overtuigd door het gepresenteerde natuuronderzoek en achten de conclusies verre van realistisch.

Reactie De stelling van reclamanten dat de turbines als gehaktmolens voor de jaarlijks overvliegende trekvogels fungeren, en dat dit kennelijk wordt beschouwd als collateral damage, wordt door reclamanten niet onderbouwd. De gevolgen voor de natuur zijn onderzocht. Het gemeentebestuur verwijst naar het hiervoor gestelde onder thema F. Met het opnemen van voorschriften in de ontheffing op grond van de Wet natuurbeheer is geborgd dat de gunstige staat van instandhouding van de in de ontheffing genoemde vogels en vleermuissoorten niet in het geding is. Bureau Waardenburg is een te goeder naam en faam bekend staand onderzoeksbureau. In hetgeen reclamanten aanvoeren, ziet het gemeentebestuur geen aanleiding voor het oordeel dat het rapport van Bureau Waardenburg niet bij de besluitvorming had mogen worden gebruikt.

3.13.5 Reclamanten vinden dat het lijkt te ontbreken aan bovengemeentelijke ruimtelijke regie. Gemeenten kunnen ervoor kiezen de windturbines aan de rand van hun gemeentegrens te plaatsen. De PRV schept slechts algemene kaders, met als gevolg dat het gebied rondom 't Goy straks gekenmerkt wordt door een klontering van deze industriële activiteit en dat de omgeving verrommelt.

48/106

25 november 2022

Reactie Het aangevraagde bouwplan heeft betrekking op percelen waarvoor het bestemmingsplan 'Eiland van Schalkwijk' geldt. Dit bestemmingsplan laat de bouw en exploitatie van het windpark niet toe. Op grond van artikel 2.11, tweede lid, Wabo wordt een dergelijke aanvraag mede aangemerkt als een aanvraag voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder c Wabo. Bij de beoordeling van het plan wordt getoetst of het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Het voorgenomen plan van Windpark Goyerbrug is daarmee in overeenstemming met provinciaal beleid/provinciale regelgeving. Gelet op het voorgaande deelt het gemeentebestuur niet de mening van reclamanten dat er geen sprake is van bovengemeentelijke regie en wordt er geen risico gezien voor de gestelde verrommeling.

3.13.6 Reclamanten verwachten dat zij worden gecompenseerd voor de waardedaling van hun woning, als gevolg van het ingrijpend veranderen van hun vrije uitzicht, ook al ligt hun woning hemelsbreed op 1.8 kilometer van de windturbines.

Reactie Indien reclamanten menen schade te lijden als gevolg van het te realiseren windpark, dan kunnen zij een verzoek om planschade/nadeelcompensatie indienen bij het college van burgemeester en wethouders. Zie hetgeen gesteld onder thema I.

3.13.7 Reclamanten zijn beducht voor geluidsoverlast. Er bevindt zich nauwelijks bebouwing van belang tussen hun huis en het windpark. Hun huis is niet gebouwd om industrieel geluid tegen te houden en de slaapruimten zijn verre van adequaat geïsoleerd. Zij vrezen laagfrequente geluidsdruk en verwachten aansprakelijkheid van de gemeente als blijkt dat hun woning onvoldoende is toegerust op de geluidseffecten van de vier windturbines. Dat de gemeente middels een anterieure overeenkomst met Blue Bear Energy het risico op planschade lijkt te hebben verlegd, stelt hen niet geruster.

Reactie Ter zake van de stellingen van reclamanten over geluidsoverlast en laagfrequent geluid wordt verwezen naar het gestelde onder thema D. Indien reclamanten menen schade te lijden als gevolg van het te realiseren windpark, dan kunnen zij een verzoek om planschade/nadeelcompensatie indienen bij het college van burgemeester en wethouders. Het college zal naar aanleiding van dit verzoek een besluit nemen. Als dat besluit inhoudt dat reclamanten aanspraak kunnen maken op planschade/nadeelcompensatie, dan zal dit door de gemeente Houten aan reclamanten worden uitbetaald. Reclamanten staan buiten de afspraken die het college in de anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer heeft gemaakt en lopen daardoor in zoverre ook geen risico.

49/106

25 november 2022

3.14

Stichting Mooi ’t Goy

3.14.1 De reclamant geeft aan dat bij de ontwerpvergunning een afwegingskader ontbreekt waarbinnen de (ruimtelijke) impact van reeds vergunde en nog op stapel staande energieprojecten integraal afgewogen wordt, zodat voor de inwoners van ’t Goy duidelijk is waarom de voorgestane concentratie van duurzame energieprojecten in en om ’t Goy noodzakelijk is.

Reactie Ten aanzien van het gevraagde afwegingskader merkt het gemeentebestuur op dat dit kader wordt gevormd door de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 U16 in combinatie met het gemeentelijke Beleidskader zonnevelden (vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juli 2021). Aanvullend daarop is in de ruimtelijke afweging van het windpark gekeken naar de draagkracht van het gebied voor dit specifieke initiatief. Zie daarvoor hetgeen gesteld onder thema A. Verder stelt het gemeentebestuur dat er geen sprake is van actieve inzet op concentratie rondom ’t Goy.

3.14.2 De reclamant geeft aan dat de onderliggende stukken bij de ontwerpbeschikking hinder (bijvoorbeeld geluid en slagschaduw) benaderen vanuit een technische kant (modelmatige berekeningen), maar voorbij gaan aan de verwachte belevingshinder. Volgens de reclamant is dit een veel breder begrip waarbij de perceptie van omwonenden, de wijze van totstandkoming van een besluit, het daarbij gevolgde participatietraject, de wijze waarop het project gerealiseerd wordt, maar ook het gevoel van omwonenden een rol spelen in de (subjectieve) hinderbeleving.

Reactie Het gemeentebestuur maakt uit de zienswijze op dat reclamant zich niet gehoord voelt. Dat betreurt het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema C en H gestelde.

3.14.3 De reclamant geeft aan dat, als de plannen doorgaan, in het gebied vier windturbines en drie zonneparken nadrukkelijk aanwezig zullen zijn. Dit raakt aan de leefbaarheid van het gebied, juist in relatie tot de beleving van de bewoners.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het gestelde onder thema A en C en punt 3.14.1.

3.14.4 De reclamant geeft aan dat een kader gemist wordt waarin aangegeven is welk deel van de openbare leefomgeving gebruikt mag worden voor de duurzame opwek van energie. De reclamant geeft aan dat in de besluitvorming en de behandeling in de gemeenteraad er beperkt ruimte was voor discussie. 50/106

25 november 2022

Reactie Door de uitspraak van de Raad van State van 25 mei 2022 moet het gemeentebestuur in een relatief kort tijdsbestek een besluit nemen. Dit neemt niet weg dat er een informatieavond is georganiseerd (22 augustus 2022) en dat er op 6 en 8 september 2022 een RTG over het ontwerpbesluit is gehouden waar belanghebbenden in staat zijn gesteld om in te spreken. De inbreng uit deze momenten is meegenomen in de uiteindelijke ontwerpbeschikking en ontwerp verklaring van geen bedenkingen. Ten aanzien van het gevraagde kader merkt het gemeentebestuur op dat dit specifieke kader momenteel inderdaad niet voorhanden is. Dit neemt niet weg dat in de ruimtelijke afweging van het windpark wel gekeken is naar de draagkracht van het gebied en de geschiktheid voor dit specifieke initiatief. Zie daarvoor hetgeen gesteld onder thema A, H en punt 3.14.1.

3.14.5 De reclamant vindt dat de (geplande) grootschalige zonneparken en zeer hoge windturbines de leefomgeving in ’t Goy op ongekende wijze industrialiseert. De reclamant geeft aan dat in de aanmeldingsnotitie MER-beoordeling, onder 2.3 de cumulatie van dit project met andere windprojecten is beoordeeld. Hierbij geeft de gemeente in een ongedateerde brief het oordeel dat er sprake is van gedegen en uitgebreide onderzoeken, waardoor geen twijfel bestaat over de globale effecten voor het milieu of de conclusies uit deze onderzoeken. Door het onderzoek te verengen tot slechts andere windmolenparken en niet tot uitgangspunt te nemen opwek van duurzame energie, zijn effecten op de directe omgeving onvoldoende gewogen. Per slot van rekening wordt de grondslag van dit project mede gevonden in de doelstelling van de gemeente Houten om 9% van het totale energieverbruik duurzaam lokaal op te wekken. De reclamant ziet graag dat een integrale afweging wordt gemaakt waarbij alle opwerk van duurzame energie wordt meegenomen en wordt aangetoond dat dit plan daarin past.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema A en B gestelde. Aanvullend stelt het gemeentebestuur dat voor aspecten als geluid en landschap er wel degelijk rekening is gehouden met cumulatief effect van andere objecten. Ten aanzien van de gevraagde integrale afweging merkt het gemeentebestuur op dat dit kader wordt gevormd door de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 U16 in combinatie met het gemeentelijke Beleidskader zonnevelden (vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juli 2021). Aanvullend daarop is in de ruimtelijke afweging van het windpark gekeken naar de draagkracht van het gebied voor dit specifieke initiatief. Zie daarvoor hetgeen gesteld onder thema A.

Daarbij wijst het gemeentebestuur erop dat de ambitie van de gemeente Houten is om in 2040 100% van het totale energieverbruik duurzaam lokaal op te wekken. Het tussendoel voor 2025 is 20%. Dit staat in het Energieplan Gemeente Houten (vastgesteld door de gemeenteraad d.d.

51/106

25 november 2022

11 februari 2020), waarin ook de bijdrage van Windpark Goyerbrug aan die 20% in 2025 en 100% in 2040 is meegerekend.

3.14.6 De reclamant verzoekt in de vergunning op te nemen dat alle windturbines hetzelfde type windturbine krijgen.

Reactie Dit is reeds opgenomen in de aanvraag welke onderdeel uitmaakt van de vergunning.

3.14.7 De reclamant stelt dat in de besluitvorming in de gemeenteraad doorslaggevend belang toegekend is aan de opwekking van duurzame energie tegenover de hinder voor de omgeving. De reclamant geeft aan niet te begrijpen dat de gemeente in deze afweging de invulling van het maatschappelijk belang grotendeels overlaat aan de initiatiefnemer.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema A en C gestelde. Aanvullend hierop stelt het gemeentebestuur dat binnen de procedure van een omgevingsvergunning de initiatiefnemer beslist welke activiteit zij/hij aanvraagt. Het bevoegd gezag toetst vervolgens of dit past binnen beleid, wet en regelgeving.

3.14.8 De reclamant stelt dat de ontwerp-omgevingsvergunning binnen de door de initiatiefnemer geschetste mogelijkheden onvoldoende rekening houdt met het beperken van hinder voor omwonenden en het realiseren van de maatschappelijke doelstelling. Reclamant stelt dat met 45 dB en een generatorvermogen van 4,5 MW of 5 MW dezelfde nettoproductie kan worden gehaald met minder geluidshinder.

Reactie Het gemeentebestuur wijst op het feit dat binnen de procedure van een omgevingsvergunning de initiatiefnemer bepaalt welke activiteit zij/hij aanvraagt. Het bevoegd gezag toetst vervolgens of dit past binnen beleid, wet- en regelgeving.

3.14.9 De reclamant geeft aan dat netto slagschaduw in de ontwerp-omgevingsvergunning niet gedefinieerd wordt en dat zonder definitie het onmogelijk is om vast te stellen of van overschrijding van de norm sprake is. Reclamant verzoekt een definitie van slagschaduw op te nemen.

52/106

25 november 2022

Reactie Het gemeentebestuur erkent dat een definitie van slagschaduw meer duidelijkheid geeft. In reactie op deze zienswijze wordt de volgende definitie van slagschaduw opgenomen in de vergunning: Binnen het kader van dit besluit wordt Slagschaduw gedefinieerd als: De schaduw die wordt veroorzaakt door draaiende rotorbladen voor zover: e. de afstand tussen de windturbine en de ontvanger minder dan 1.913 m bedraagt, en f. er in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van het getroffen object zich ramen bevinden, en g. de directe straling van het zonlicht – gemeten in een vlak loodrecht op de richting van de zon – groter is dan 120 W/m2, en h. de zon hoger dan 3 graden boven de horizon staat.

3.14.10 De reclamant geeft aan dat de in de ontwerp-omgevingsvergunning niet is opgenomen wat de maximale duur mag zijn van het daadwerkelijk stilzetten van het in werking zijnde park als slagschaduw optreedt. Ook is in de aanvraag niet aangegeven wat per turbinetype de tijdsduur is waarbinnen de wieken niet meer draaien als slagschaduw optreedt. Indien de keuze aan de initiatiefnemer wordt gelaten verzoekt de reclamant om een eis te stellen aan de duur van het tot stilstand komen van de windmolen gebaseerd op het molentype met de kortste tijdsduur om tot volledige stilstand te komen.

Reactie Naar aanleiding van deze zienswijze neemt het gemeentebestuur een maximale afslagtijd (tijdsduur) op in de vergunning van drie minuten voor het tot stilstand komen van de rotorbladen, in situaties waarbij de stilstandvoorziening voor slagschaduw in werking treedt. Dit is de minimale veilige afslagtijd voor windturbines van de omvang zoals deze komen op Windpark Goyerbrug.

3.14.11 In voorschrift 3.2.2.4 is de keuze aan de initiatiefnemer gelaten voor een stilstandkalender of een actieve slagschaduwmonitoring. Voordeel van de stilstandkalender is dat nimmer slagschaduw hoeft op te treden, omdat het windpark uitgeschakeld wordt bij iedere kans daarop. Gelet op de doelstelling van 0 uur netto slagschaduw verzoekt de reclamant de stilstandkalender als verplichting op te nemen in de voorschriften van de vergunning.

Reactie Het gemeentebestuur stelt dat het voorschrijven van een stilstandkalender inderdaad borgt dat er geen overlast door slagschaduw op kan treden. De manier waarop dit geborgd wordt is het stilzetten van windturbines op momenten dat slagschaduw kán optreden. Een stilstandvoorziening op basis van een sensor zet de windturbine stil op het moment dat er slagschaduw op zál treden. Bij een stilstandkalender staan windturbines derhalve vaker stil, ook op momenten dat er geen daadwerkelijk risico is op slagschaduw. Dit betekent een verder verlies van opbrengst aan opgewekte duurzame energie.

53/106

25 november 2022

De norm van nul uren borgt al een minimale overlast voor de omgeving. Eventuele slagschaduw die op kan treden betreft dan enkel de slagschaduw die kan ontstaan gedurende de afslagtijd (het tot stilstand komen van de windturbine). Deze is maximaal drie minuten. Daarmee is het gemeentebestuur van mening tot een goede norm gekomen te zijn en laat keuze aan de initiatiefnemer hoe te borgen dat aan deze normstelling voldaan wordt. Eerder is in communicatie gesproken over afslagtijden van anderhalve minuut. Dit zijn afslagtijden voor gemiddelde windturbines. Uit informatie van diverse fabrikanten blijkt dat de afslagtijd voor het formaat windturbines van Goyerbrug drie minuten is. Dit heeft te maken met de tijd die nodig is om het vermogen om te leiden en zo de turbine beheerst tot stilstand te brengen. Bij een kortere afslagtijd loopt bij grote windturbines de temperatuur te snel op wat kans geeft op defecten.

3.14.12 De reclamant verzoekt om in de omgevingsvergunning vast te leggen op welke wijze slagschaduw bepaald dient te worden, welke apparatuur daarbij gebruikt wordt, op welke wijze deze dient te worden gebruikt en hoe dit dient te worden vastgelegd. Dit met het oog op de foutenmarge van 20% die acceptabel wordt geacht in het gebruikte onderzoek van de World Meteorological Organization.

Reactie De norm van nul uren borgt een minimale overlast voor de omgeving. Eventuele slagschaduw die op kan treden betreft dan enkel de slagschaduw die op kan treden gedurende de afslagtijd (het tot stilstand komen van de windmolen). Deze is maximaal drie minuten. In de vergunning is een definitie van slagschaduw gegeven (zie 3.14.9) en zijn voorschriften opgenomen omtrent monitoring en registratie van relevante gegevens en het beschikbaar stellen van die gegevens aan het bevoegd gezag. Daarmee is het gemeentebestuur van mening tot een goede norm gekomen te zijn met voldoende duidelijkheid ten aanzien van monitoring en handhaving. Extra voorschriften over met welke apparatuur gemeten moet worden, worden onnodig geacht.

3.14.13 De reclamant verzoekt de gemeente te onderzoeken tot welke afstand de windturbines van windpark Goyerbrug slagschaduwhinder kunnen veroorzaken en de stilstandbepaling niet te beperken tot raamopeningen in de woning, maar de gehele ruimte waar mensen kunnen verblijven, bijvoorbeeld ook de tuin, in aanmerking te nemen. Hierbij geeft de reclamant aan dat in de ontwerp-omgevingsvergunning uitgegaan wordt van een afstand van 1913 meter, terwijl Duitse onderzoeken aangeven dat slagschaduwhinder optreedt tot 2000 meter. De reclamant verzoekt de gemeente om in de omgevingsvergunning een helder handhavingskader op te nemen, waarvan onderdeel is hoe omgegaan wordt met signalen uit de omgeving dat in afwijking van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarden gehandeld wordt.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema E gestelde.

54/106

25 november 2022

Verder stelt zij dat uitgangspunt bij de berekening van slagschaduw een minimale afscherming is van de zon van 20% door het rotorblad. Voor Goyerbrug resulteert dit in een maximale afstand van 1913 m vanaf de turbines waarbinnen nog sprake is van mogelijke slagschaduweffecten. Diverse onderzoeken concluderen dat buiten deze afstand de schaduw zo diffuus is dat deze geen hinder meer kan opleveren. Zie bijvoorbeeld Update of UK Shadow Flicker evidence base - (GOV.UK) en Erläuterungen zur Schattensimulation von Windkraftanlagen 2016 1 (bayern.de). Verder wijst het gemeentebestuur er op dat bij slagschaduw rekening wordt gehouden met 'gevoelige objecten'. Dat zijn 'gevoelige gebouwen' en 'gevoelige terreinen' als bedoeld in artikel 1.1, lid 1, Activiteitenbesluit. Tuinen bij woningen worden niet beschermd ten aanzien van slagschaduw (zie ook expliciet Stcrt. 2022, nr. 223, blz. 55). Dat heeft verschillende redenen. Mensen mogen in een woning meer bescherming verwachten dan daar buiten. Ook is het effect van slagschaduw in een woning hinderlijker dan in een tuin. Dat komt omdat er buiten meer licht is, waardoor het hinderlijke schaduweffect van slagschaduw minder sterk is.

Ten aanzien van handhaafbaarheid worden in de vergunning niet alleen duidelijke normen gesteld, maar zijn tevens voorschriften opgenomen over het monitoren en registreren van data en het beschikbaar stellen hiervan aan het bevoegd gezag. Aan hand van die data kan de RUD Utrecht controleren of aan de voorschriften van de vergunning voldaan wordt. De gemeente Houten heeft een handhavingsbeleid dat van toepassing is op alle bedrijven in de gemeenten, dus ook op Windpark Goyerbrug. Dit beleid wordt uitgevoerd door de RUD Utrecht. Het beleid bestaat uit 3 stappen:

1. Toezichtfase Indien er sprake is van een vermeende overtreding of ervaren overlast uit de omgeving is de eerste stap het aangaan van een gesprek tussen de RUD en de ondernemer over de overtreding/ervaren overlast en hoe dit op te lossen. Binnen deze stap onderzoekt de RUD de overtreding, dan wel klacht en blijft de voortgang in het ongedaan maken van een eventuele overtreding monitoren. Is de RUD van mening dat er sprake is en blijft van een overtreding, dan volgt stap 2.

2. Voornemen opleggen dwangsom Er wordt een brief verstuurd met daarin het voornemen tot het opleggen van een dwangsom. De hoogte van het bedrag van de dwangsom is afhankelijk van het type overtreding en daarmee een financiële prikkel richting de overtreder om de overtreding ongedaan te maken. Op dit voornemen heeft de overtreder het recht om een zienswijze in te dienen. Blijft de overtreding binnen de gestelde termijn voortduren dan volgt stap 3.

3. Definitief opleggen van dwangsom Als na het verstrijken van deze termijn nog steeds sprake is van de overtreding dan volgt een verbeuring van het dwangsombedrag.

55/106

25 november 2022

De aanleiding van toezicht en handhaving kan zijn: - Inzichten van monitoring (proactief toezicht) - (Milieu)klachten per mail of telefoon - Een handhavingsverzoek.

Voor spoedeisende klachten heeft de RUD een Milieuklachtenlijn, 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar: 0800 – 0225510. Voor niet spoedeisende klachten is via de website van de RUD een milieuklachtenformulier beschikbaar via: https://rudutrecht.formulierenserver.nl/milieuklachten

Ten aanzien van het kader voor handhaving geldt dat dit voldoende duidelijk uit de wet volgt – zie hierboven. Er is geen reden om de omgevingsvergunning hierop aan te vullen.

3.14.14 De reclamant verzoekt een geluidsnorm van 45 dB Lden aan de vergunning te verbinden, in combinatie met een LAeq (equivalent geluidsniveau). Reclamant stelt dat een LAeq zorgt dat periodes van stiltes niet gecompenseerd worden met perioden van excessieve geluidsdruk.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema D gestelde.

3.14.15 De reclamant stelt dat voorkomen moet worden dat handhaving van de normen gepaard gaat met lange procedures, waarbij de overlast gedurende die procedure blijft voortduren. Reclamant stelt voor dat bij geconstateerde overlast boven het vastgestelde normenkader de overlast veroorzakende windturbine onmiddellijk stilgelegd wordt en dat deze pas weer op mag starten als de initiatiefnemer aangetoond heeft dat de overlast boven de vastgestelde norm niet meer voor kan komen.

Reactie Toezicht en handhaving wordt verricht door de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD). Bij overschrijding zal de RUD handhaven conform haar standaardprocedures, die in lijn zijn met de wet en de Landelijke Handhavingsstrategie. Zie ook 3.14.13. Aanvullend daarop geeft het gemeentebestuur aan dat de RUD periodiek controles uitvoert op naleving van de normen, maar ook klachten en handhavingsverzoeken uit de omgeving behandelt. Bij een ontvangen klacht of handhavingsverzoek verricht de RUD altijd eerst onderzoek naar de situatie. Dit onderzoek moet duidelijk maken wat er precies gebeurd is, hoe/waarom dit gebeurd is en of het hier inderdaad gaat om een overtreding van een van toepassing zijnde norm.

56/106

25 november 2022

De RUD gaat bij overlast altijd het gesprek aan met de ondernemer over de ervaren overlast en hoe dit op te lossen. Het daadwerkelijk overgaan tot het nemen van maatregelen (bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk) gebeurt als is aangetoond dat er inderdaad sprake is van een overtreding. Hierbij moeten de maatregelen in verhouding staan tot de ernst van de overtreding. Het direct stilzetten van een windturbine naar aanleiding van een klacht ziet het gemeentebestuur als onevenredig. Eerst moet aangetoond zijn dat het gaat om een overtreding van een van toepassing zijnde norm. Op dat moment wordt aan hand van de aard en ernst van de overtreding een passende maatregel opgelegd. Dit hoeft niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat bij iedere overschrijding onmiddellijk de windturbine stil wordt gelegd.

3.14.16 De reclamant verzoekt de gemeente Houten om met Stichting Mooi ’t Goy in overleg te gaan, hoe een bepaling, ter bescherming van de bevolking, zoals bedoeld in zienswijze 3.14.15, verder vormgegeven dient te worden. De reclamant geeft hierbij aan dat minimaal ook voor laagfrequent geluid een afdwingbare norm in de omgevingsvergunning opgenomen zal dienen te worden. Dit ook met verwijzing naar de situatie bij het windturbinepark bij de N33.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema D gestelde. Het gemeentebestuur heeft in samenspraak met Pondera en de RUD normen opgenomen die voldoende bescherming bieden voor de omgeving en goed handhaafbaar zijn. Derhalve ziet het gemeentebestuur geen reden deze normen verder aan te scherpen of aan te vullen.

3.15

Reclamant 15

3.15.1 De reclamant geeft aan dat bij de ontwerpvergunning een afwegingskader ontbreekt waarbinnen de (ruimtelijke) impact van reeds vergunde en nog op stapel staande energieprojecten integraal afgewogen wordt, zodat voor de inwoners van ’t Goy duidelijk is waarom de voorgestane concentratie van duurzame energieprojecten in en om ’t Goy noodzakelijk is.

Reactie Ten aanzien van het gevraagde afwegingskader merkt het gemeentebestuur op dat dit kader wordt gevormd door de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 U16 in combinatie met het gemeentelijke Beleidskader zonnevelden (vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juli 2021). Aanvullend daarop is in de ruimtelijke afweging van het windpark gekeken naar de draagkracht van het gebied voor dit specifieke initiatief. Zie daarvoor hetgeen gesteld onder thema A. Verder stelt het gemeentebestuur dat er geen sprake is van actieve inzet op concentratie rondom ’t Goy.

57/106

25 november 2022

3.15.2 De reclamant geeft aan dat de onderliggende stukken bij de ontwerpbeschikking hinder (bijvoorbeeld geluid en slagschaduw) benaderen vanuit een technische kant (modelmatige berekeningen), maar voorbij gaan aan de verwachte belevingshinder. Volgens de reclamant is dit een veel breder begrip waarbij de perceptie van omwonenden, de wijze van totstandkoming van een besluit, het daarbij gevolgde participatietraject, de wijze waarop het project gerealiseerd wordt, maar ook het gevoel van omwonenden een rol spelen in de (subjectieve) hinderbeleving.

Reactie Het gemeentebestuur maakt uit de zienswijze op dat reclamant zich niet gehoord voelt. Dat betreurt het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema C en H gestelde.

3.15.3 De reclamant geeft aan dat, als de plannen doorgaan, in het gebied vier windturbines en drie zonneparken nadrukkelijk aanwezig zullen zijn. Dit raakt aan de leefbaarheid van het gebied, juist in relatie tot de beleving van de bewoners.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het gestelde onder thema A en C en punt 3.15.1.

3.15.4 De reclamant geeft aan dat een kader gemist wordt waarin aangegeven is welk deel van de openbare leefomgeving gebruikt mag worden voor de duurzame opwek van energie. De reclamant geeft aan dat in de besluitvorming en de behandeling in de gemeenteraad er beperkt ruimte was voor discussie.

Reactie Door de uitspraak van de Raad van State van 25 mei 2022 moet het gemeentebestuur in een relatief kort tijdsbestek een besluit nemen. Dit neemt niet weg dat er een informatieavond is georganiseerd (22 augustus 2022) en dat er op 6 en 8 september 2022 een RTG over het ontwerpbesluit is gehouden waar belanghebbenden in staat zijn gesteld om in te spreken. De inbreng uit deze momenten is meegenomen in de uiteindelijke ontwerpbeschikking en ontwerp verklaring van geen bedenkingen. Ten aanzien van het gevraagde kader merkt het gemeentebestuur op dat dit specifieke kader momenteel inderdaad niet voorhanden is. Dit neemt niet weg dat in de ruimtelijke afweging van het windpark wel gekeken is naar de draagkracht van het gebied en de geschiktheid voor dit specifieke initiatief. Zie daarvoor hetgeen gesteld onder thema A, H en punt 3.15.1.

3.15.5 De reclamant vindt dat de (geplande) grootschalige zonneparken en zeer hoge windturbines de leefomgeving in ’t Goy op ongekende wijze industrialiseert.

58/106

25 november 2022

De reclamant geeft aan dat in de aanmeldingsnotitie MER-beoordeling, onder 2.3 de cumulatie van dit project met andere windprojecten is beoordeeld. Hierbij geeft de gemeente in een ongedateerde brief het oordeel dat er sprake is van gedegen en uitgebreide onderzoeken, waardoor geen twijfel bestaat over de globale effecten voor het milieu of de conclusies uit deze onderzoeken. Door het onderzoek te verengen tot slechts andere windmolenparken en niet tot uitgangspunt te nemen opwek van duurzame energie, zijn effecten op de directe omgeving onvoldoende gewogen. Per slot van rekening wordt de grondslag van dit project mede gevonden in de doelstelling van de gemeente Houten om 9% van het totale energieverbruik duurzaam lokaal op te wekken. De reclamant ziet graag dat een integrale afweging wordt gemaakt waarbij alle opwerk van duurzame energie wordt meegenomen en wordt aangetoond dat dit plan daarin past.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema A en B gestelde. Aanvullend stelt het gemeentebestuur dat voor aspecten als geluid en landschap er wel degelijk rekening is gehouden met cumulatief effect van andere objecten. Ten aanzien van de gevraagde integrale afweging merkt het gemeentebestuur op dat dit kader wordt gevormd door de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 U16 in combinatie met het gemeentelijke Beleidskader zonnevelden (vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juli 2021). Aanvullend daarop is in de ruimtelijke afweging van het windpark gekeken naar de draagkracht van het gebied voor dit specifieke initiatief. Zie daarvoor hetgeen gesteld onder thema A. Daarbij wijst het gemeentebestuur erop dat de ambitie van de gemeente Houten is om in 2040 100% van het totale energieverbruik duurzaam lokaal op te wekken. Het tussendoel voor 2025 is 20%. Dit staat in het Energieplan Gemeente Houten (vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 11 februari 2020), waarin ook de bijdrage van Windpark Goyerbrug aan die 20% in 2025 en 100% in 2040 is meegerekend.

3.15.6 De reclamant verzoekt in de vergunning op te nemen dat alle windturbines hetzelfde type windturbine krijgen.

Reactie Dit is reeds opgenomen in de aanvraag welke onderdeel uitmaakt van de vergunning.

3.15.7 De reclamant stelt dat in de besluitvorming in de gemeenteraad doorslaggevend belang toegekend is aan de opwekking van duurzame energie tegenover de hinder voor de omgeving. De reclamant geeft aan niet te begrijpen dat de gemeente in deze afweging de invulling van het maatschappelijk belang grotendeels overlaat aan de initiatiefnemer.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema A en C gestelde. 59/106

25 november 2022

Aanvullend hierop stelt het gemeentebestuur dat binnen de procedure van een omgevingsvergunning de initiatiefnemer beslist welke activiteit zij/hij aanvraagt. Het bevoegd gezag toetst vervolgens of dit past binnen beleid, wet en regelgeving.

3.15.8 De reclamant stelt dat de ontwerp-omgevingsvergunning binnen de door de initiatiefnemer geschetste mogelijkheden onvoldoende rekening houdt met het beperken van hinder voor omwonenden en het realiseren van de maatschappelijke doelstelling. Reclamant stelt dat met 45 dB en een generatorvermogen van 4,5 MW of 5 MW dezelfde nettoproductie kan worden gehaald met minder geluidshinder.

Reactie Het gemeentebestuur wijst op het feit dat binnen de procedure van een omgevingsvergunning de initiatiefnemer bepaalt welke activiteit zij/hij aanvraagt. Het bevoegd gezag toetst vervolgens of dit past binnen beleid, wet- en regelgeving.

3.15.9 De reclamant geeft aan dat netto slagschaduw in de ontwerp-omgevingsvergunning niet gedefinieerd wordt en dat zonder definitie het onmogelijk is om vast te stellen of van overschrijding van de norm sprake is. Reclamant verzoekt een definitie van slagschaduw op te nemen.

Reactie Het gemeentebestuur erkent dat een definitie van slagschaduw meer duidelijkheid geeft. In reactie op deze zienswijze wordt de volgende definitie van slagschaduw opgenomen in de vergunning: Binnen het kader van dit besluit wordt Slagschaduw gedefinieerd als: De schaduw die wordt veroorzaakt door draaiende rotorbladen voor zover: i. de afstand tussen de windturbine en de ontvanger minder dan 1.913 m bedraagt, en j. er in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van het getroffen object zich ramen bevinden, en k. de directe straling van het zonlicht – gemeten in een vlak loodrecht op de richting van de zon – groter is dan 120 W/m2, en l. de zon hoger dan 3 graden boven de horizon staat.

3.15.10 De reclamant geeft aan dat in de ontwerp-omgevingsvergunning niet is opgenomen wat de maximale duur mag zijn van het daadwerkelijk stilzetten van het in werking zijnde park als slagschaduw optreedt. Ook is in de aanvraag niet aangegeven wat per turbinetype de tijdsduur is waarbinnen de wieken niet meer draaien als slagschaduw optreedt. Indien de keuze aan de initiatiefnemer wordt gelaten verzoekt de reclamant om een eis te stellen aan de duur van het tot stilstand komen van de windmolen gebaseerd op het molentype met de kortste tijdsduur om tot volledige stilstand te komen.

60/106

25 november 2022

Reactie Naar aanleiding van deze zienswijze neemt het gemeentebestuur een maximale afslagtijd (tijdsduur) op in de vergunning van drie minuten voor het tot stilstand komen van de rotorbladen, in situaties waarbij de stilstandvoorziening voor slagschaduw in werking treedt. Dit is de minimale veilige afslagtijd voor windturbines van de omvang zoals deze komen op windpark Goyerbrug.

3.15.11 In voorschrift 3.2.2.4 is de keuze aan de initiatiefnemer gelaten voor een stilstandkalender of een actieve slagschaduwmonitoring. Voordeel van de stilstandkalender is dat nimmer slagschaduw hoeft op te treden, omdat het windpark uitgeschakeld wordt bij iedere kans daarop. Gelet op de doelstelling van 0 uur netto slagschaduw verzoekt de reclamant de stilstandkalender als verplichting op te nemen in de voorschriften van de vergunning.

Reactie Het gemeentebestuur stelt dat het voorschrijven van een stilstandkalender inderdaad borgt dat er geen overlast door slagschaduw op kan treden. De manier waarop dit geborgd wordt is het stilzetten van windturbines op momenten dat slagschaduw kán optreden. Een stilstandvoorziening op basis van een sensor zet de windturbine stil op het moment dat er slagschaduw op zál treden. Bij een stilstandkalender staan windturbines derhalve vaker stil, ook op momenten dat er geen daadwerkelijk risico is op slagschaduw. Dit betekent een verder verlies van opbrengst aan opgewekte duurzame energie. De norm van nul uren borgt al een minimale overlast voor de omgeving. Eventuele slagschaduw die op kan treden betreft dan enkel de slagschaduw die kan ontstaan gedurende de afslagtijd (het tot stilstand komen van de windturbine). Deze is maximaal drie minuten. Daarmee is het gemeentebestuur van mening tot een goede norm gekomen te zijn en laat keuze aan de initiatiefnemer hoe te borgen dat aan deze normstelling voldaan wordt. Eerder is in communicatie gesproken over afslagtijden van anderhalve minuut. Dit zijn afslagtijden voor gemiddelde windturbines. Uit informatie van diverse fabrikanten blijkt dat de afslagtijd voor het formaat windturbines van Goyerbrug drie minuten is.

Dit heeft te maken met de tijd die nodig is om het vermogen om te leiden en zo de turbine beheerst tot stilstand te brengen. Bij een kortere afslagtijd loopt bij grote windturbines de temperatuur te snel op wat kans geeft op defecten.

3.15.12 De reclamant verzoekt om in de omgevingsvergunning vast te leggen op welke wijze slagschaduw bepaald dient te worden, welke apparatuur daarbij gebruikt wordt, op welke wijze deze dient te worden gebruikt en hoe dit dient te worden vastgelegd. Dit met het oog op de foutenmarge van 20% die acceptabel wordt geacht in het gebruikte onderzoek van de World Meteorological Organization.

Reactie De norm van nul uren borgt een minimale overlast voor de omgeving. Eventuele slagschaduw die op kan treden betreft dan enkel de slagschaduw die op kan treden gedurende de afslagtijd

61/106

25 november 2022

(het tot stilstand komen van de windmolen). Deze is maximaal drie minuten. In de vergunning is een definitie van slagschaduw gegeven (zie 3.15.9) en zijn voorschriften opgenomen omtrent monitoring en registratie van relevante gegevens en het beschikbaar stellen van die gegevens aan het bevoegd gezag. Daarmee is het gemeentebestuur van mening tot een goede norm gekomen te zijn met voldoende duidelijkheid ten aanzien van monitoring en handhaving. Extra voorschriften over met welke apparatuur gemeten moet worden, worden onnodig geacht.

3.15.13 De reclamant verzoekt de gemeente te onderzoeken tot welke afstand de windturbines van windpark Goyerbrug slagschaduwhinder kunnen veroorzaken en de stilstandbepaling niet te beperken tot raamopeningen in de woning, maar de gehele ruimte waar mensen kunnen verblijven, bijvoorbeeld ook de tuin, in aanmerking te nemen. Hierbij geeft de reclamant aan dat in de ontwerp-omgevingsvergunning uitgegaan wordt van een afstand van 1913 meter, terwijl Duitse onderzoeken aangeven dat slagschaduwhinder optreedt tot 2000 meter. De reclamant verzoekt de gemeente om in de omgevingsvergunning een helder handhavingskader op te nemen, waarvan onderdeel is hoe omgegaan wordt met signalen uit de omgeving dat in afwijking van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarden gehandeld wordt.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema E gestelde. Verder stelt zij dat uitgangspunt bij de berekening van slagschaduw een minimale afscherming is van de zon van 20% door het rotorblad. Voor Goyerbrug resulteert dit in een maximale afstand van 1913 m vanaf de turbines waarbinnen nog sprake is van mogelijke slagschaduweffecten. Diverse onderzoeken concluderen dat buiten deze afstand de schaduw zo diffuus is dat deze geen hinder meer kan opleveren. Zie bijvoorbeeld Update of UK Shadow Flicker evidence base - (GOV.UK) en Erläuterungen zur Schattensimulation von Windkraftanlagen 2016 1 (bayern.de). Verder wijst het gemeentebestuur er op dat bij slagschaduw rekening wordt gehouden met 'gevoelige objecten'. Dat zijn 'gevoelige gebouwen' en 'gevoelige terreinen' als bedoeld in artikel 1.1, lid 1, Activiteitenbesluit. Tuinen bij woningen worden niet beschermd ten aanzien van slagschaduw (zie ook expliciet Stcrt. 2022, nr. 223, blz. 55). Dat heeft verschillende redenen. Mensen mogen in een woning meer bescherming verwachten dan daar buiten. Ook is het effect van slagschaduw in een woning hinderlijker dan in een tuin. Dat komt omdat er buiten meer licht is, waardoor het hinderlijke schaduweffect van slagschaduw minder sterk is.

Ten aanzien van handhaafbaarheid worden in de vergunning niet alleen duidelijke normen gesteld, maar zijn tevens voorschriften opgenomen over het monitoren en registreren van data en het beschikbaar stellen hiervan aan het bevoegd gezag. Aan hand van die data kan de RUD Utrecht controleren of aan de voorschriften van de vergunning voldaan wordt. De gemeente Houten heeft een handhavingsbeleid dat van toepassing is op alle bedrijven in de gemeenten, dus ook op Windpark Goyerbrug. Dit beleid wordt uitgevoerd door de RUD Utrecht. Het beleid bestaat uit 3 stappen:

62/106

25 november 2022

1. Toezichtfase Indien er sprake is van een vermeende overtreding of ervaren overlast uit de omgeving is de eerste stap het aangaan van een gesprek tussen de RUD en de ondernemer over de overtreding/ervaren overlast en hoe dit op te lossen. Binnen deze stap onderzoekt de RUD de overtreding, dan wel klacht en blijft de voortgang in het ongedaan maken van een eventuele overtreding monitoren. Is de RUD van mening dat er sprake is en blijft van een overtreding, dan volgt stap 2. 2. Voornemen opleggen dwangsom Er wordt een brief verstuurd met daarin het voornemen tot het opleggen van een dwangsom. De hoogte van het bedrag van de dwangsom is afhankelijk van het type overtreding en daarmee een financiële prikkel richting de overtreder om de overtreding ongedaan te maken. Op dit voornemen heeft de overtreder het recht om een zienswijze in te dienen. Blijft de overtreding binnen de gestelde termijn voortduren dan volgt stap 3. 3. Definitief opleggen van dwangsom Als na het verstrijken van deze termijn nog steeds sprake is van de overtreding dan volgt een verbeuring van het dwangsombedrag.

De aanleiding van toezicht en handhaving kan zijn: - Inzichten van monitoring (proactief toezicht) - (Milieu)klachten per mail of telefoon - Een handhavingsverzoek. Voor spoedeisende klachten heeft de RUD een Milieuklachtenlijn, 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar: 0800 – 0225510. Voor niet spoedeisende klachten is via de website van de RUD een milieuklachtenformulier beschikbaar via: https://rudutrecht.formulierenserver.nl/milieuklachten Ten aanzien van het kader voor handhaving geldt dat dit voldoende duidelijk uit de wet volgt – zie hierboven. Er is geen reden om de omgevingsvergunning hierop aan te vullen.

3.15.14 De reclamant verzoekt een geluidsnorm van 45 dB Lden aan de vergunning te verbinden, in combinatie met een LAeq (equivalent geluidsniveau). Reclamant stelt dat een LAeq zorgt dat periodes van stiltes niet gecompenseerd worden met perioden van excessieve geluidsdruk.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema D gestelde.

3.15.15 De reclamant stelt dat voorkomen moet worden dat handhaving van de normen gepaard gaat met lange procedures, waarbij de overlast gedurende die procedure blijft voortduren.

63/106

25 november 2022

Reclamant stelt voor dat bij geconstateerde overlast boven het vastgestelde normenkader de overlast veroorzakende windturbine onmiddellijk stilgelegd wordt en dat deze pas weer op mag starten als de initiatiefnemer aangetoond heeft dat de overlast boven de vastgestelde norm niet meer voor kan komen.

Reactie Toezicht en handhaving wordt verricht door de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD). Bij overschrijding zal de RUD handhaven conform haar standaardprocedures, die in lijn zijn met de wet en de Landelijke Handhavingsstrategie. Zie ook 3.15.13. Aanvullend daarop geeft het gemeentebestuur aan dat de RUD periodiek controles uitvoert op naleving van de normen, maar ook klachten en handhavingsverzoeken uit de omgeving behandelt. Bij een ontvangen klacht of handhavingsverzoek verricht de RUD altijd eerst onderzoek naar de situatie. Dit onderzoek moet duidelijk maken wat er precies gebeurd is, hoe/waarom dit gebeurd is en of het hier inderdaad gaat om een overtreding van een van toepassing zijnde norm. De RUD gaat bij overlast altijd het gesprek aan met de ondernemer over de ervaren overlast en hoe dit op te lossen. Het daadwerkelijk overgaan tot het nemen van maatregelen (bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk) gebeurt als is aangetoond dat er inderdaad sprake is van een overtreding. Hierbij moeten de maatregelen in verhouding staan tot de ernst van de overtreding. Het direct stilzetten van een windturbine naar aanleiding van een klacht ziet het gemeentebestuur als onevenredig. Eerst moet aangetoond zijn dat het gaat om een overtreding van een van toepassing zijnde norm.

Op dat moment wordt aan hand van de aard en ernst van de overtreding een passende maatregel opgelegd. Dit hoeft niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat bij iedere overschrijding onmiddellijk de windturbine stil wordt gelegd.

3.15.16 De reclamant verzoekt de gemeente Houten om met Stichting Mooi ’t Goy in overleg te gaan, hoe een bepaling, ter bescherming van de bevolking, zoals bedoeld in zienswijze 3.15.15, verder vormgegeven dient te worden. De reclamant geeft hierbij aan dat minimaal ook voor laagfrequent geluid een afdwingbare norm in de omgevingsvergunning opgenomen zal dienen te worden. Dit ook met verwijzing naar de situatie bij het windturbinepark bij de N33.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema D gestelde. Het gemeentebestuur heeft in samenspraak met Pondera en de RUD normen opgenomen die voldoende bescherming bieden voor de omgeving en goed handhaafbaar zijn. Derhalve ziet het gemeentebestuur geen reden deze normen verder aan te scherpen of aan te vullen.

64/106

25 november 2022

3.16

Reclamant 16

3.16.1 De reclamant geeft aan dat de windturbines gezondheidsklachten zullen gaan veroorzaken met betrekking tot slagschaduw en geluid en wijst op buurlanden waar al aangescherpte regels gelden met als doel het beschermen van de burger. Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het hieronder onder thema G gestelde.

3.16.2 De reclamant geeft aan dat door de komst van de windturbines zijn huis sterk in waarde zal dalen, zo niet onverkoopbaar zal zijn. De gemeente geeft niet aan hoe deze nadelige financiële gevolgen gecompenseerd worden. Verder geeft de reclamant aan dat alleen enkele bewoners financieel gecompenseerd zijn.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het hieronder onder thema I gestelde. Indien reclamanten menen schade te lijden als gevolg van het te realiseren windpark, dan kunnen zij een verzoek om planschade/nadeelcompensatie indienen bij het college van burgemeester en wethouders. Het college zal naar aanleiding van dit verzoek een besluit nemen. Als dat besluit inhoudt dat reclamanten aanspraak kunnen maken op planschade/nadeelcompensatie, dan zal dit door de gemeente Houten aan reclamanten worden uitbetaald. Reclamanten staan buiten de afspraken die het college in de anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer heeft gemaakt en lopen daardoor in zoverre ook geen risico.

3.16.3 De reclamant geeft aan dat door de windturbines het mooie landschap rondom Goyerbrug verloren gaat en dat de windturbines beter naast de snelweg op industrieterreinen geplaatst kunnen worden.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema A gestelde.

3.16.4 De reclamant geeft aan dat de gemeente onvoldoende empathisch heeft gekeken naar de bescherming van hun burgers in alle delen van de gemeenten en verzoekt de gemeente dit alsnog te doen.

Reactie Het gemeentebestuur maakt uit de zienswijze op dat reclamant zich niet gehoord voelt. Dat betreurt het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur heeft alle ingebrachte informatie, ook de input van insprekers bij de gemeenteraad en andere betrokkenen die zich op andere wijze tot het gemeentebestuur gericht hebben, in de voorliggende afweging betrokken. Dat de uitkomst van de afweging voor reclamant teleurstellend kan zijn, begrijpt het gemeentebestuur. 65/106

25 november 2022

Het gemeentebestuur verwijst naar het hieronder onder thema H gestelde.

3.17

Reclamant 17

3.17.1 De reclamant stelt dat zowel voor dit besluit als voor het RES een toetsing Strategische Milieu Beoordeling (SMB) vereist is. Deze ontbreekt.

Reactie Op 28 juli 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) de verleende vergunning voor Windpark Goyerbrug vernietigd. De vernietiging is terug te voeren op het zogenoemde Nevele-arrest. In de uitspraak van 30 juni 2021 van de Afdeling inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding is namelijk eerder geoordeeld dat de algemene normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) en de Activiteitenregeling milieubeheer (Activiteitenregeling) voor (onder andere) windturbinegeluid, slagschaduw en externe veiligheid buiten toepassing moeten worden gelaten omdat daaraan geen plan-MER ten grondslag ligt. Voor het gebruik van algemene normen dient er eerst een plan-MER gemaakt te worden op nationaal niveau. De Raad van State heeft niet gezegd dat de normen niet goed zijn. Alleen dat de rijksoverheid ze beter moet onderbouwen. Dat gaat de rijksoverheid doen. In de tussentijd kunnen gemeenten – met een goede onderbouwing – eigen normen opstellen. Voor windpark Goyerbrug heeft de Afdeling de gemeenten Houten op 25 mei 2022 gesommeerd om binnen 20 weken tot een besluit te komen. Gelet op deze uitspraken kan de ruimtelijke aanvaardbaarheid van planologische besluiten voor windturbineparken op dit moment niet meer onderbouwd worden met een verwijzing naar die windturbinenormen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling.

Wel kan het bevoegd gezag voor een concreet project eigen normen stellen, ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de -regeling. Daarbij geldt dat deze normen moeten worden voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Er zijn drie verschillende gradaties voor een MER en het hangt van de omvang van een windpark af welke gradatie van toepassing is: 1. Vormvrije mer-beoordeling (totaal vermogen tot 15 MW) 2. Mer-aanmeldnotitie (totaal vermogen vanaf 15MW & tot 20 turbines) 3. Plan-MER (20 of meer turbines) Voor Windpark Goyerbrug is een mer-aanmeldnotitie gemaakt. Daarin is gekeken of er dusdanige milieu-effecten te verwachten zijn dat er toch een plan-MER gemaakt moet worden. De conclusie voor Windpark Goyerbrug is dat dat niet aan de orde is. Het college heeft met deze conclusie ingestemd. Op 14 april 2022 heeft de minister voor Klimaat en Energie een kamerbrief gestuurd over de RES en MER. De hoofdlijnen daaruit zijn dat voor de totstandkoming van de RES 1.0 een plan-MER niet verplicht was, voor RES 2.0 is dat straks meestal wel. Een RES 1.0 is namelijk onder de huidige wet- en regelgeving geen ‘programma’ in de zin van de Europese richtlijn strategische

66/106

25 november 2022

milieubeoordeling. De RES 2.0 is bijna altijd plan MER-plichtig als het nieuwe kaders bevat. Dit is een gevolg van de komende inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2023. De RES wordt onder de Omgevingswet gezien als programma.

3.17.2 De reclamant stelt dat de normen niet voldoen aan de eisen: actueel, deugdelijk en op zich zelf staand en voorzien de normen niet in een op de aan de orde zijnde toegesneden motivering. Evenmin berust het beleid op het voorzorgbeginsel uit de SMB-richtlijn.

Reactie Windpark Goyerbrug heeft gegevens aangeleverd over de invloed van het park op milieu en omgeving. De Regionale Uitvoeringsdienst en Pondera hebben deze gegevens onderzocht en hierop geadviseerd. Het college en de raad hebben aan hand van dat advies afwegingen gemaakt om te komen tot normen voor windpark Goyerbrug die actueel, deugdelijk, op zich zelf staan en voorzien in de op de aan de orde zijnde toegesneden motivering. Zie ook het gestelde onder thema C.

3.17.3 In strijd met het verdrag van Aarhus is de omgeving en de gemeenteraad niet in een vroeg stadium betrokken bij het windpark.

Reactie Zie de reactie gegeven op zienswijze 3.17.5

3.17.4 Andere potentiële initiatiefnemers en exploitanten zijn niet uitgenodigd om voor deze vergunning in aanmerking te komen. Dit is in strijd met het Unierecht. Bovendien wekt het college dusdoende niet de schijn onbevooroordeeld, onafhankelijk en onpartijdig te opereren.

Reactie Zie de reactie gegeven op zienswijze 3.17.8

3.17.5 Verdrag van Aarhus. Onder verwijzing naar de klacht van de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW) d.d. 30 juni 2015 wordt gesteld dat aan de drie pijlers van het Verdrag van Aarhus ((i) toegang tot milieu-informatie voor burgers, (ii) deelname van burgers aan besluitvorming, (iii) toegang tot de rechter)) niet wordt voldaan. Zoeklocaties staan al vast, er wordt berekend maar niet gemeten, naar alternatieven wordt niet gekeken en milieuinformatie is onvoldoende concreet en niet toereikend. Inhoud van anterieure overeenkomst met ontwikkelaar is onbekend.

67/106

25 november 2022

Reactie Het gemeentebestuur stelt zich op het standpunt dat de wettelijke voorbereidingsprocedure op de juiste manier is doorlopen. In dit kader wordt ook verwezen naar verschillende uitspraken van de Afdeling waaruit volgt dat er geen grond bestaat voor het oordeel dat de nationale regelgeving geen correctie implementatie vormt van het Verdrag van Aarhus (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 19 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1947 (Windpark Oude Maas), 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1146 (Windpark Bijvanck) en 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616 (Windpark De Drentse Monden en Oostermoer)). Voor wat betreft een reactie op de verwijzing naar de klacht van de NLVOW, geldt dat ook dit onderwerp eerder aan bod is gekomen in uitspraken van de Afdeling (zie de uitspraken van de Afdeling van 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616 (Windpark De Drentse Monden en Oostermoer) en 17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:141 (windpark Spui)). Het gemeentebestuur ziet in hetgeen in de zienswijze is aangevoerd geen aanleiding om een ander standpunt in te nemen.

3.17.6 Zaak Luxemburgse Hof C-290/15, Patrice D'Oultremont tegen Waals Gewest: prejudicieel advies waarin is vastgesteld dat een wettelijke regeling van het Waals Gewest met normen voor windparken moet worden opgevat als een "plan" of "programma" in de zin van art. 2 onder a en art. 3 lid 2 onder a van de SMB Richtlijn (Richtlijn 2001/42/EG0). O.g.v. Richtlijn mag plan of programma pas worden vastgesteld na een MER en na publieksparticipatie. Van publieksparticipatie is geen sprake, zodat het plan of programma niet kan worden vastgesteld. Activiteitenbesluit moet onverbindend worden verklaard, want het Barim (waarin ruimere geluidsnormen voor windparken zijn geïntroduceerd) is zonder MER en/of publieksparticipatie vastgesteld. In dit geval is ook geen m.e.r.-procedure doorlopen.

Reactie Zie de reactie op zienswijze 3.17.1.

3.17.7 Schijn van partijdigheid bij bevoegd gezag, strijd met art. 2.4 Awb, niet zonder vooringenomenheid en niet transparant gewerkt doordat de zoeklocatie tot stand is gekomen en/of is uitgebreid op instigatie van initiatiefnemer. Geen objectiviteit, mede i.v.m. hierna te bespreken item over schaarse vergunning.

Reactie De huidige initiatiefnemer heeft circa tien jaar geleden voor het eerst kenbaar gemaakt een windpark te willen ontwikkelen ten zuiden van het Amsterdam-Rijnkanaal ter hoogte van 't Goy. Deze locatie was daarvoor in 2001 al door de gemeenteraad van Houten aangewezen als één van de drie locaties die – onder voorwaarden – geschikt zou zijn voor windenergie (raadsbesluit 2001-27). In het kader van de Structuurvisie Eiland van Schalkwijk 2011 is de locatie ingekort en in zuidelijke richting opgeschoven. De Structuurvisie is echter tot stand komen na een uitgebreid participatieproces waarin publieke partijen, bewoners, maatschappelijke organisaties en marktpartijen samenwerkten in werkateliers. Het is onjuist dat enkel op verzoek van 68/106

25 november 2022

initiatiefnemer deze locatie als zoekgebied voor windenergie is aangewezen. Er is dan ook geen sprake van dat in strijd met artikel 2:4 van de Awb is gehandeld.

3.17.8 Er is sprake van een schaarse vergunning, beschikbare mogelijkheden tot realisatie van windenergie binnen de provincie Utrecht en binnen de gemeente Houten zijn beperkt. Vereist zijn gelijke kansen en transparante procedure. In casu is sprake van willekeur. Mogelijk hebben andere geïnteresseerden en belanghebbenden niet de kans gehad om initiatieven te ontwikkelen of te participeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=6c39c785-6d0f-48ac-b7a9-277c8023303a