CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Goyerbrug_Nota-van-Beantwoording-zienswijzen

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente HoutenBij agendapunt: Nota beantwoording zienswijzen, verklaring van geen bedenkingen en omgevingsvergunning Windpark Goyerbrug39.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Reactie De omgevingsvergunning die in deze procedure centraal staat creëert geen relevante schaarste en met de vergunning kunnen dan ook geen schaarse rechten worden verdeeld. Anders gezegd, er is geen sprake van de gunning van een schaars recht. Zie in dit kader ook de uitspraak van de Afdeling van 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1028. De stelling dat mogelijk andere geïnteresseerden en belanghebbenden niet de kans hebben gehad om initiatieven te ontwikkelen of te participeren – wat hier ook van zij – kan dan ook niet het gevolg hebben dat de voorbereidingsprocedure een andere opzet had moeten hebben.

3.17.9 Het plaatsen van windturbines conform het ontwerpplan zal aan cliënten onevenredige schade berokkenen vanuit het perspectief 'landelijke inpassing' doordat: a. bij aankoop van woning en aangrenzend perceel in 2003 was de locatie van het geplande windpark niet opgenomen in het bestemmingsplan en in de toenmalige vastgestelde structuurvisies van de gemeente Houten en de provincie Utrecht; b. besluitvorming over de landelijke inpassing aan de hand van structuurvisies gemeente Houten en provincie Utrecht is gebaseerd op verouderde informatie; c. de windturbines buitenproportioneel hoog worden waardoor de impact op het landschap vele malen groter is dan bij tot nu toe gangbare windturbines; d. één van de vier windturbines staat solitair en zorgt daarmee voor versnippering van het landschap en de visuele enkelvoudige lijnopstelling; e. in structuurvisies opgegeven alternatieve locaties zijn niet onderzocht. Deze alternatieven liggen langs snelwegen en spoorlijnen. De projectontwikkelaar heeft geen enkele inspanning geleverd om het windpark op een alternatieve locatie te ontwikkelen.

Reactie Ad. a Wanneer reclamanten menen schade te lijden als gevolg van het te realiseren windpark, dan kunnen zij een verzoek om planschade/nadeelcompensatie indienen bij het college van burgemeester en wethouders. Zie ook het gestelde onder thema I.

69/106

25 november 2022

Ad. b Voor wat betreft de stelling dat de landelijke inpassing gebaseerd zou zijn op verouderde informatie is niet duidelijk waar reclamanten op doelen. Voor het aspect landschappelijke inpassing geldt dat dit wel degelijk in het kader van onderhavige aanvraag is beoordeeld en het gemeentebestuur verwijst hiervoor naar het gestelde onder thema A.

Ad. c Het gemeentebestuur onderkent dat turbines met een tiphoogte van 241 meter vanuit een wijde omgeving zichtbaar zijn. Er is echter een bredere afweging gemaakt. Hierbij is o.a. betrokken dat zowel in gemeentelijk als in provinciaal beleid geen hoogtelimiet is opgenomen (wel een minimale hoogte). De voordelen van hogere turbines zijn onder meer dat deze meer energie-, en daarmee financiële opbrengsten genereren en dat deze per netto ruimtebeslag het meest effectief zijn. Daarbij draait een groter rotorblad langzamer en geeft daardoor een rustiger beeld voor de omgeving.

Ad. d Anders dan reclamanten stellen, geldt dat alle vier de windturbines in één lijnopstelling worden geplaatst. Er is dus geen sprake van versnippering. Dat niet gesproken kan worden van een solitaire windturbine is duidelijk te zien in de visualisaties die als bijlage 6 bij de ruimtelijke onderbouwing van LBP Sight zijn gevoegd.

Ad. e Ten tijde van de start van dit initiatief locatie van Windpark Goyerbrug is in de PRS en de PRV aangewezen als windenergielocatie voor windturbines met een ashoogte van 60 meter of meer. Het gemeentebestuur was bij het nemen van het besluit in 2019 gebonden aan de PRV. Dit betekent dat alleen een omgevingsvergunning kan worden verleend voor een windturbine met een ashoogte van 60 meter of meer op gronden die als windenergielocatie zijn aangewezen. Binnen de gemeente Houten is de locatie van het Windpark Goyerbrug op dat moment de enige windenergielocatie die in de PRS en PRV is aangewezen. Zie in dit kader ook de uitspraak van de Afdeling van 19 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1947 (Windpark Oude Maas), r.o. 34. Daar komt bij dat de gemeente ook zelf al sinds 2001 na heeft gedacht over mogelijke locaties voor windenergie (zie raadsbesluit windenergie d.d. 27 februari 2001). De locatie van Windpark Goyerbrug vloeit voort dit het raadsbesluit. Daarin zijn binnen de gemeente Houten drie geschikte locaties voor windenergie aangewezen. De locatie bij de Goyerburg is als zoekgebied vastgelegd in de gemeentelijke Structuurvisie Eiland van Schalkwijk. Aan deze keuze lag toen ook ten grondslag dat het milieurendement hoog is (veel wind). Dit betekent een hoge opbrengst van duurzame energie tegenover een relatief lage aantasting van natuur en milieu.

Na inspraak van omwonenden bij de totstandkoming van de structuurvisie is het definitieve zoekgebied ingekort en naar het zuiden opgeschoven. Reclamanten kunnen dan ook niet worden gevolgd in hun stelling dat ten onrechte alternatieve locaties niet zijn onderzocht.

70/106

25 november 2022

3.17.10 Het plaatsen van windturbines zal aan cliënten onevenredige schade berokkenen vanuit het perspectief 'flora en fauna' doordat: f. de besluitvorming door de provincie Utrecht met betrekking tot de verleende ontheffing in het kader van de wet Milieubeheer is gebaseerd op verouderde informatie; g. er op 29 mei 2019 uitspraak door de Raad van State is gedaan ABRvS 29 mei 2019, PASuitspraak: er is wel degelijk sprake van toename stikstofdepositie in naastgelegen Natura 2000 gebieden door aanleg, onderhoud, afvoer / vervanging van windturbines; h. de natuurtoets is gebaseerd op verouderde onderzoeken. Het rapport is ontleend aan een eerder rapport uit 2010. Er is minimaal veldonderzoek gedaan naar beschermde (vogel)soorten buiten broedseizoen. Dit geeft een onjuist beeld; i. wegens de hoogte van de windturbines de projectontwikkelaar zich niet kan baseren op ervaringen/effecten van andere windparken m.b.t. (rosse) vleermuizen en vogelsoorten die jaarrond in het plangebied verblijven; j. onderbouwing voor verschillende hoogtes en marges in de aanvraag ontheffing Wet Milieubeheer substantieel zijn bij de beoordeling van milieueffecten; k. er een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen, rekening houdend met strafkorting voor geluidshinder van 5 dB en de neerwaartse bijstelling naar de normen WHO.

Reactie Ad. f Allereerst gaat het gemeentebestuur ervan uit dat de verwijzing naar de 'wet Milieubeheer' een verschrijving is en dat reclamanten hebben willen verwijzen naar de Wet natuurbescherming. In dat kader geldt dat Windpark Goyerbrug B.V. op 15 juni 2018 ontheffing heeft gevraagd van de verbodsbepalingen als bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid en 3.5, eerste lid Wnb. Bij besluit van 14 december 2018 hebben Gedeputeerde Staten van Utrecht ontheffing verleend. Uit de uitspraak van de Afdeling van 7 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2720 (Windpark Rietvelden), r.o. 10 e.v. volgt dat in situaties als onderhavige waarin de aanvraag om een omgevingsvergunning niet ook betrekking heeft op een benodigde ontheffing op grond van de Wnb, de vraag of deze Wnb ontheffing kon worden verleend, aan de orde komt in een eventueel te voeren procedure op grond van de Wnb. Wel moet bij de besluitvorming over de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan worden beoordeeld of de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het project in de weg staat. In het onderhavige geval kan het gemeentebestuur er in redelijkheid vanuit gaan dat de Wnb niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat. Als gezegd geldt namelijk dat op 14 december 2018 de ontheffing door Gedeputeerde Staten is verleend.

Ad. g Voor een reactie wordt verwezen naar de beantwoording onder thema F.

71/106

25 november 2022

Ad. h Het gemeentebestuur is van mening dat er voldoende onderzoek is gedaan naar de gevolgen van het plan voor beschermde soorten planten en dieren. Reclamanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat het bestuur zich niet mag baseren op de conclusies uit het rapport. Het enkele gegeven dat het rapport van Bureau Waardenburg d.d. 18 juni 2018 mede steunt op gegevens uit veldbezoeken van 5 september 2017, 11 oktober 2017 en vijf bezoeken voor vleermuizen (periode mei-juni en aug-sep 2017), wil niet zeggen dat het onderzoek daardoor gebreken of leemten in kennis vertoont. Reclamanten hebben niet betoogd en ook niet aannemelijk gemaakt dat sindsdien feiten of omstandigheden hebben plaatsgevonden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat de resultaten verouderd zijn.

Ad. i Windturbines hebben een aantrekkende werking op vleermuizen (Cryan et al. 2014). Er is dus geen sprake van verstoring. In onderstaande reactie gaat het gemeentebestuur ervan uit dat met de stelling het effect van de hoogte van windturbines op het aantal slachtoffers wordt bedoeld. Er bestaat inderdaad geen slachtofferonderzoek bij windturbines van deze hoogte. Echter, doordat Bureau Waardenburg is uitgegaan van het aantal slachtoffers bij windturbines met een lagere ashoogte heeft naar alle waarschijnlijkheid een overschatting van het aantal vleermuisslachtoffers plaatsgevonden. Hiervoor zijn de volgende redenen: Er is een significant negatief effect van zowel de ashoogte als de tiplaagte (hoogte van de tip van een rotorblad in de laagste stand) op het aantal slachtoffers (Behr et al. 2018). Hoe hoger een windturbine, des te kleiner de kans op slachtoffers. Dit resultaat stemt overeen met verschillende andere studies. De akoestische activiteit van vleermuizen (het aantal geluidsopnames) die vanuit de nacelle van windturbines gemeten is, hangt samen met het aantal slachtoffers (Korner-Nievergelt). Deze activiteit neemt af met toenemende hoogte (Behr et al. 2011). De kans op slachtoffers neemt dus af met toenemende hoogte.

De grootste windturbines van deze bovengenoemde studies hebben een ashoogte van 135 m en zijn daarmee kleiner dan de geplande turbines van Windpark Goyerbrug. Er is echter geen enkele reden om aan te nemen dat hetzelfde patroon zich niet voortzet tot op grotere hoogte. In noordwest Europa is de rosse vleermuis een van de vleermuissoorten met gemiddeld genomen de grootste vlieghoogte. Uit onderzoek van gezenderde rosse vleermuizen is gebleken dat de gemiddelde vlieghoogte ver beneden de 100 meter ligt en afneemt met toenemende hoogte. De geplande windturbines van Goyerbrug hebben een tiplaagte van 70 m. Dit betekent dat het rotorbereik zich ver boven de reguliere vlieghoogte van zelfs de hoogst vliegende soorten (in NW-Europa) bevindt. Door in de effectbeoordeling uit te gaan van windturbines met een lagere ashoogte, is daarom uitgegaan van windturbines waarvan het rotorbereik een grotere kans op slachtoffers heeft. Het geplande formaat van de windturbines van Windpark Goyerbrug vormt overigens geen uitzondering in Nederland. Inmiddels zijn door bevoegde gezagen diverse ontheffingen van de Wet natuurbescherming verleend (onder andere Windpark Blauw en Windpark Deil) voor het mortaliteitsniveau van vleermuizen met een soortgelijk formaat windturbines als voor Windpark Goyerbrug is gepland. 72/106

25 november 2022

Ad j. De door initiatiefnemer ingediende stukken bevatten voldoende informatie voor een goede beoordeling van de gevolgen van de aangevraagde activiteit voor de fysieke leefomgeving. In de onderzoeken die zijn gevoegd bij de ingediende stukken zijn van diverse typen windturbines de effecten onderzocht. Weliswaar staat thans nog niet vast welk type turbine zal worden geplaatst, de maatvoering van de te plaatsen turbines staat wel vast. Deze moet een ashoogte van minimaal 145 meter en maximaal 166 meter hebben, terwijl de rotordiameter maximaal 150 meter mag zijn. Tenslotte mag het totale vermogen van het windpark niet meer dan 22,8 MW zijn. De effecten op (onder meer) geluid, slagschaduw ene externe veiligheid zijn voor alle turbinetypes onderzocht. Bij de beoordeling van deze effecten is uitgegaan van de grootst mogelijke effecten (worst case scenario). Voor alle types staat vast dat met mitigerende maatregelen kan worden voldaan aan de gestelde normen.

Ad. k. Voor zover reclamant stelt dat ten onrechte geen m.e.r.-procedure is doorlopen vanwege gezondheidsrisico's, geldt het volgende. In wetenschappelijk onderzoek is geen directe relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en gezondheidseffecten. Het gemeentebestuur verwijst naar het hiervoor onder thema G gestelde. Reeds hierom was er dan ook geen aanleiding om een milieueffectrapport op te stellen.

3.17.11 Het plaatsen van windturbines zal aan cliënten onevenredige schade berokkenen vanuit het perspectief '(geluids)hinder' doordat; l. de cumulatie van windturbinegeluid na realisatie van het windpark enkel is berekend en niet (deels) is gemeten. Dit is in strijd met Verdrag van Aarhus en richtlijnen WHO; m. het cumulatieve geluidniveau vóór en na realisatie van het windpark onjuist is berekend; n. de kwaliteit van de akoestische omgeving methodisch is bepaald door middel van methode Miedema, waarmee de omgeving rond de woning van reclamanten voor realisatie van het windpark ten onrechte is geclassificeerd als matig; o. uit referentiemeting onderzoek door 'raadgevend ingenieursbureau Ramakers' van 12 juli 2018 op 1,5 kilometer van woning van reclamanten is bepaald dat de omgeving van het windpark een zeer stil gebied betreft; p. de cumulatie van het geluid vele malen groter is dan berekend. Dit wordt onderbouwd door conclusies in het rapport Ramakers omdat het Eiland van Schalkwijk een bijzonder stil gebied is; q. de Nederlandse geluidsnormen de slechtste zijn van heel Europa; r. reclamanten niet worden beschermd door het Activiteitenbesluit, omdat wordt gewerkt met jaargemiddelden;

73/106

25 november 2022

s. de geluidsemissie van de onderzochte turbinetypes veel hoger is dan wettelijk is toegestaan op gevel van reclamanten en derhalve voor alle turbinetypes geldt dat deze aanzienlijk moeten worden terug geregeld.

Reactie Ad. l Uit de zienswijze wordt niet duidelijk waarom in het voor de aanvraag uitgevoerde akoestisch onderzoek is uitgegaan van verkeerde uitgangspunten. De cumulatieve geluidbelasting is bepaald conform de rekenmethode uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines.

Ad. m Uit de zienswijze wordt niet duidelijk waarom het cumulatieve geluidniveau verkeerd is berekend.

Ad. n In het akoestisch onderzoek is geconcludeerd dat ter plaatse van 11 van de 25 onderzochte referentietoetspunten de akoestische kwaliteit van de leefomgeving achteruit gaat. Daarbij is gebruik gemaakt van de zogenaamde 'methode Miedema'. Deze methode is een veelvuldig toegepaste methode om de akoestische kwaliteit van de omgeving ten gevolge van de cumulatieve effecten te beoordelen. De methode Miedema is een algemeen geaccepteerde methode (zie ook uitspraak van de Afdeling van 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3504, r.o. 26.1). In de enkele stelling dat de omgeving rond de woning van reclamanten ten onrechte is geclassificeerd als matig, ziet het gemeentebestuur geen aanleiding het gebruik van de methode in het onderzoek ontoelaatbaar te achten.

Ad. o Los van het gegeven dat het doel van de referentiemetingen van Ramakers was om de omgeving direct rond de locatie van een milieuvergunningplichtige inrichting aan de Pothuizerweg in kaart te brengen en daarmee anders dan het doel in het akoestisch onderzoek voor de onderhavige aanvraag, geldt het volgende. De locatie van waaruit het onderzoek van Ramakers is gedaan ligt op meer dan 1,5 kilometer van de woning van reclamanten. Met het onderzoek van Ramakers kan dan ook niet worden aangetoond dat ter hoogte van de woning van reclamanten is uitgegaan van een onjuiste classificatie van de kwaliteit van de akoestische omgeving.

Ad. p Zie de reactie hiervoor onder o.

Ad. q Uit de zienswijze wordt niet duidelijk wat reclamanten met deze stelling beogen.

74/106

25 november 2022

Ad. r Het gemeentebestuur is van mening dat de opgenomen geluidnormen een goede bescherming bieden. Zie het in thema D gestelde.

Ad. s De geluidsbelasting en de externe veiligheidsrisico's zijn berekend volgens de geldende rekenen meetvoorschriften. Verder zijn de effecten van verschillende windturbinetypes onderzocht. Waar nodig is per windturbinetype aangegeven met welke mitigerende maatregel (noisemodes voor geluid) aan de wettelijke geluidsnorm kan worden voldaan. De exploitant is zich ervan bewust dat het windpark moet worden teruggeregeld. In de business case is hier rekening mee gehouden.

3.17.12 Het plaatsen van windturbines zal reclamanten onevenredig schade berokkenen vanuit het perspectief 'slagschaduw' doordat: t. de woning en aangrenzend perceel zich ten noordoosten van het windpark bevinden en daardoor veel slagschaduw zal ontstaan van meerdere turbines waardoor een stroboscopisch effect en lichtschittering ontstaat; u. het voorkomen van stroboscopisch effect van meerdere turbines tegelijk niet wettelijk geregeld is en niet met het ontwerpbesluit wordt ondervangen; v. de woning van reclamanten en aangrenzend perceel de meeste slagschaduw ondervinden van alle woningen. Er is een stilstandvoorziening vereist van maximaal 17 dagen meer dan 20 minuten. Uit de aanvraag blijkt dat alleen het wettelijk kader wordt gevolgd wat betekent dat reclamanten veel meer slagschaduw gaan ontvangen dan bij wetgeving is bedoeld; w. het worst case scenario niet transparant in de aanvraag is verwerkt, maar separaat is toegelicht n.a.v. vragen van de gemeente Houten.

Reactie Ad. t, u, v en w Zie het gestelde onder thema E. Aanvullend geeft het gemeentebestuur te kennen dat voor slagschaduw in de vergunning een norm van nul uren per jaar gesteld, exclusief de tijd die nodig is om een windturbine tot stilstand te laten komen. Het windpark dient te voldoen aan de gestelde norm. Daarin zit de slagschaduw van alle turbines, dus ook als deze vlak na elkaar slagschaduw op een woning veroorzaken. Voor de woningen ten noordoosten van het windpark geldt dat deze gezien de ligging nooit tegelijkertijd slagschaduw van meerdere windturbines kunnen hebben. Overigens geldt daarbij dat lichtschittering geen slagschaduw is. Dit hoeft daarom niet te worden betrokken in de berekening van de hoeveelheid slagschaduw op de omgeving. In de vergunning is een voorschrift opgenomen dat dat niet-reflecterende materialen of coatinglagen moeten worden toegepast om lichtschittering te voorkomen of te beperken. Windturbines moeten hieraan voldoen. 75/106

25 november 2022

Het worst-case scenario beperkt zich dus tot de afslagtijd, zijnde de tijd die nodig is om een windturbine stil te zetten indien omstandigheden geregistreerd worden die slagschaduw veroorzaken. Deze afschakeltijd is in de vergunning gemaximaliseerd tot 3 minuten per keer.

3.17.13 Het plaatsen van windturbines zal reclamanten onevenredig schade berokkenen vanuit het perspectief 'gezondheidsrisico's' doordat: x. aangetoond is dat een substantieel aandeel van omwonenden van windturbines identieke gezondheidsklachten ervaart. Als mogelijke oorzaken wordt gedacht aan het – deels – hoorbare geluid van turbines, de vibraties die voelbaar zijn, de slagschaduw op woningen, de (knipperende) lichten op de turbines en de visuele impact; y. geluidsrichtlijnen van de WHO van 10 oktober 2018, het advies bevatten dat windturbines eigenlijk nooit meer dan 45 dB geluid per etmaal mogen produceren; z. klachten over overmatig geluid blijken uit onderzoeken van de WHO; aa. aantasting woon- en leefgenot optreedt door geluidhinder, het pulserende karakter is zeer storend; bb. chronische slaapproblemen voorkomen, omdat 's nacht niet met het raam open kan worden geslapen (geluidsisolerende maatregelen bieden geen uitkomst); cc. laagfrequent geluid en infrasoon geluid slaapverstoring en gezondheidsklachten veroorzaken, wetenschappelijk onderbouwd door het rapport van WHO. Hogere turbines produceren meer laagfrequent geluid dan kleinere; dd. er wetenschappelijk bewijs is voor de relatie geluid en hart- en vaatziekten; ee. stroboscopisch effect misselijkheid en duizeligheid veroorzaakt en het risico op epileptische aanvallen doet toenemen; ff.

er extra risico is voor kinderen op bronchitis, luchtwegeninfecties, depressie, ook voor de kinderen van reclamanten.

Reactie Ad. x tot en met ff In wetenschappelijk onderzoek is geen directe relatie gevonden tussen de nabijheid van windturbines en gezondheidseffecten. Het gemeentebestuur verwijst naar het hiervoor onder thema G gestelde.

3.17.14 Het plaatsen van windturbines zal reclamanten onevenredig schade berokkenen vanuit het perspectief 'veiligheidsrisico's' doordat: gg. er een verhoogd veiligheidsrisico is doordat de maximale werpafstand bij nominale toeren en overtoeren veel verder reikt dan de afstand van de woning tot het windpark;

76/106

25 november 2022

hh. de woning van reclamanten behoort tot de categorie 'kwetsbaar object' en niet 'beperkt kwetsbaar', want er wonen twee minderjarige kinderen waarvan één lichamelijk beperkt en één getraumatiseerd pleegkind die 24/7 opvang krijgen van reclamanten; ii. reclamanten als gezin een gevoel van onveiligheid zullen ervaren omdat de impact en het effect op het veiligheidsgevoel van windturbines van dit formaat zo dicht op woningen nog niet bekend is; jj. de rekenregel veiligheidsrisico's onjuist en onvolledig toegepast is, er wordt niet voldaan aan rekenregels Handboek Risicozonering Windturbines (HRW); kk. het effect van ijsafwerping van turbines van deze hoogtes niet is onderzocht; ll. in het handboek voor onderhoudsmonteurs door een grote leverancier van turbines afgeraden wordt om binnen straal van 400 meter te verblijven, tenzij echt nodig, welke noodzaak niet is aangetoond.

Reactie Ad. gg Verwezen wordt naar bijlage II bij het rapport ‘Externe veiligheidsrisico’s’ van LBP Sight. Ten behoeve van het windpark zijn de risico's die de windturbines voor de omgeving opleveren (o.a. afbrekende turbinebladen en mastbreuk), onderzocht en getoetst. De woning van reclamanten valt buiten de PR 10-5-contour en de PR 10-6-contour derhalve wordt voldaan aan de wettelijke normen en de overige richtwaarden voor externe veiligheid.

Ad. hh De woning van reclamanten valt buiten de risicocontour voor een kwetsbaar object (PR 10-6contour).

Ad. ii Zie de reactie ad. gg. Overigens is in het rapport ‘Externe veiligheidsrisico’s’ van LBP Sight wel met de specifieke werpafstanden van de onderzochte windturbines rekening gehouden.

Ad. jj De zienswijze specificeert niet waarom de rekenregels voor het berekenen van de veiligheidsrisico's onjuist zouden zijn toegepast. In de stelling ziet het gemeentebestuur dan ook geen aanleiding om de bevindingen in het rapport 'Externe veiligheidsrisico’s’ van LBP Sight voor onjuist te houden.

Ad. kk In het rapport ‘Externe veiligheidsrisico’s’ van LBP Sight is opgenomen dat het risico op ijsafwerping in Nederland dermate klein is dat algemeen wordt aangenomen dat het PR hiervan

77/106

25 november 2022

verwaarloosbaar is. Er zijn geen bijzondere omstandigheden waardoor in dit geval aanvullend onderzoek noodzakelijk wordt geacht. Zekerheidshalve zal in de omgevingsvergunning een voorschrift worden opgenomen dat de windturbines moeten zijn voorzien van een ijsdetectie- en afschakelvoorziening. Dan bestaat er de facto geen enkel risico meer op ijsafwerping bij de woning van reclamanten omdat nooit ijs van draaiende rotorbladen zal vallen. Zie ABRvS 21 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3735 (windpark Neeltje Jans).

Ad. ll In de stelling wordt dan ook geen aanleiding gezien om de bevindingen in het rapport 'Externe veiligheidsrisico’s’ van LBP Sight voor onjuist te houden.

3.17.15 Het plaatsen van windturbines zal reclamanten onevenredig schade berokkenen vanuit het perspectief 'veiligheidsrisico's' doordat: mm. de gemeente Houten handelt in strijd met de zorgplicht art. 22 Grondwet nn. de gemeente Houten handelt in strijd met het voorzorgsbeginsel (art. 174 EG verdrag) waarin is bepaald dat passende maatregelen voor gevaren voor de volksgezondheid, veiligheid en het milieu moeten worden genomen, waarbij aan de vereisten voorrang moet worden verleend boven economische belangen; oo. de woning van reclamanten niet meer zal voldoen aan minimale kwaliteitseisen Bouwbesluit; pp. de woning onbewoonbaar wordt en aangrenzend perceel onbruikbaar; qq. afstand van de eerste turbine (die 241 meter hoog is) tot de woning van reclamanten slechts 283 meter is. Er worden steeds meer Europese minimumafstanden ontwikkeld voor woonbebouwing (Franse Académie Nationale de Médicine (2006): min. afstand 1.500 m, Landesregierung van Bayern (2014): afstand min. 10x hoogte van de turbine, Polen (2016): afstand min. 10x hoogte van de turbine; rr. Provincie Utrecht in ruimtelijke verordening geen afstandscriterium voor windturbines tot geluidsgevoelige bestemmingen heeft opgenomen, anders dan de provinciale ruimtelijke verordening Noord-Holland (juni 2019): minimale afstand van 600 meter van gevoelige bestemmingen.

Beleidslijn Provincie Gelderland: moderne windturbine indicatieve afstand van circa 400 meter tot geluidsgevoelige bestemmingen.

Reactie Ad. mm In de zienswijze wordt niet toegelicht waarom het voorgenomen besluit de zorgplicht van artikel 22 van de Grondwet schaadt.

78/106

25 november 2022

Ad. nn Artikel 174 EG verdrag is al enige tijd geen geldend recht. Inzake het voorzorgsbeginsel verwijst het gemeentebestuur hiervoor naar het gestelde onder thema G.

Ad. oo De zienswijze verduidelijkt niet waarom de woning van reclamanten door het voorgenomen besluit niet meer zal voldoen aan het Bouwbesluit 2012.

Ad. pp De zienswijze verduidelijkt niet waarom de woning van reclamanten onbewoonbaar zal worden en het aangrenzend perceel onbruikbaar. De impact van het Windpark Goyerbrug op het landschap en de beleving daarvan zijn door het college in de beoordeling betrokken. Zie ook het hiervoor gestelde onder thema A.

Ad. qq Het is zo dat de vierde windturbine relatief dichtbij de woning van reclamanten ligt. Echter, ook ter hoogte van de woning van reclamanten wordt aan de (wettelijke) normen voldaan en in het kader van de te maken belangenafweging meent het gemeentebestuur dat de belangen die gemoeid zijn met de realisatie van het windpark zwaarder wegen dan de effecten op de (directe) omgeving. Overigens is specifiek ten aanzien van de woning van reclamanten in de Oplegnotitie n.a.v. opmerkingen op de aanmeldnotitie van LBP Sight van 12 december 2018 het volgende toegelicht: initiatiefnemer heeft er bewust voor gekozen om het westelijke deel van het zoekgebied uit de structuurvisies niet te benutten. Een en ander om de geluidsemissie in de richting van de buren aan de noordzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal zo laag mogelijk te houden. In dit kader is er dus expliciet rekening gehouden met de ligging van de woning van reclamanten. Dat reclamanten dit onvoldoende vinden, is begrijpelijk, maar maakt de te maken afweging niet anders. In de onderzoeken die aan het voorgenomen besluit ten grondslag liggen, is onderbouwd dat de gestelde normen een goede balans vormen tussen benutten en beschermen. Zie ook het gestelde onder thema C. In het door reclamanten gestelde ziet het gemeentebestuur geen aanleiding om in algemene zin een minimumafstand te vereisen.

Ad. rr In hetgeen reclamanten aanvoeren ziet het gemeentebestuur – mede gelet op hetgeen hiervoor naar voren is gebracht – geen aanleiding om een afstandscriterium te hanteren.

3.17.16 Het plaatsen van windturbines zal reclamanten onevenredig schade berokkenen vanuit het perspectief 'sociale leefomgeving' doordat:

79/106

25 november 2022

ss. niet aan de voorwaarde van draagvlak voor vergunningverlening uit het coalitieakkoord 2018-2022 gemeente Houten wordt voldaan en er is geen voorwaarde stellend criterium bij het beoordelen van vergunningaanvraag voor windpark; tt.

omwonenden monddood worden gemaakt door financiële regelingen, grimmig klimaat, onderling wantrouwen;

uu. sociale ontwrichting en splijting in de gemeenschap ontstaat tussen voor- en tegenstanders; vv. sociale cohesie binnen gemeenschap onder druk komt te staan; ww. omwonenden van de Goyerbrug worden gediscrimineerd ten opzichte van Houten, omdat door Houten aan de voorkant is aangegeven dat omwonenden van Goyerbrug niet in aanmerking komen voor maatwerkafspraken.

Reactie Ad. ss tot en met ad. ww In het coalitieakkoord staat niet dat Windpark Goyerbrug alleen mogelijk zal worden gemaakt als er (voldoende) draagvlak is. In het collegeakkoord is ten aanzien van windenergie aangegeven: "We kiezen voor een tweede windturbinepark in de gemeente Houten. Dat is noodzakelijk om het klimaatprobleem het hoofd te kunnen bieden. Er ligt een concreet initiatief voor een windturbinepark met vier windturbines bij de Goyerbrug. Aantoonbaar draagvlak onder direct omwonenden is daarbij voor ons erg belangrijk." Vervolgens is het gemeentebestuur van mening dat het creëren van draagvlak in de eerste plaats de verantwoordelijkheid is van de initiatiefnemer. In verband hiermee heeft de initiatiefnemer omwonenden vanaf een vroeg stadium op diverse manieren bij de ontwikkeling van Windpark Goyerbrug betrokken. Ook de gemeente heeft geïnvesteerd in het ophalen van input voor de eigen besluitvorming. Daarnaast is zo veel als mogelijk werk gemaakt van de suggesties van belangstellenden tijdens de diverse overleggen en gesprekken. Al deze inspanningen kunnen niet voorkomen dat er bij elk besluit voor- en tegenstanders zijn. Het is niet de indruk van het gemeentebestuur dat er een grimmig klimaat in de omgeving is ontstaan.

Het is de gemeente wel bekend dat er een harde kern van tegenstanders is, maar elk besluit – en zeker een besluit over een windpark – kent nu eenmaal voor- en tegenstanders. Het gemeentebestuur acht de situatie Windpark Houten in veel opzichten onvergelijkbaar met het Windpark Goyerbrug. De ervaringen met Windpark Houten zullen dus niet één op één representatief zijn voor Windpark Goyerbrug. Zo is het Windpark Houten gelegen dicht tegen de kern van Houten aan waardoor een ten opzichte van het Activiteitenbesluit afwijkend regime naar het oordeel van het gemeentebestuur noodzakelijk was/is. Voor Windpark Houten was op 15 december 2009 vergunning verleend op grond van de Wet milieubeheer. Deze vergunning is op 1 januari 2011 (door de komst van nieuwe wetgeving) van rechtswege komen te vervallen. Aan de van rechtswege vervallen vergunning waren voorschriften verbonden met betrekking tot geluid, lichthinder en externe veiligheid. Deze voorschriften gingen verder dan op grond van het Activiteitenbesluit nodig was. Het gemeentebestuur heeft er toen voor gekozen om de 80/106

25 november 2022

uitgangpunten van de milieuvergunning te handhaven en de daarin geformuleerde voorschriften als maatwerkvoorschriften te stellen voor het windpark. Windpark Goyerbrug wordt gesitueerd in een dun bevolkt gebied. De windturbines van Windpark Goyerbrug zullen hoger worden dan die van Windpark Houten en zullen daarom veel meer energie op (kunnen) wekken dan Windpark Houten.

3.17.17 Het plaatsen van windturbines zal reclamanten onevenredig schade berokkenen vanuit het perspectief 'participatie' doordat: xx. participatie leidt tot tegengestelde belangen: participanten hebben een financieel belang, die leiden tot maximale overlast voor omwonenden; yy. participatie leidt tot conflicterende belangen, omdat het collectief belang (compensatieregelingen) schuurt met het individuele belang (beperken overlast); zz. er geen vertrouwen bestaat in de integriteit van de businesscase en solvabiliteit van de projectontwikkelaar;

Reactie Ad. xx Het gemeente bestuur staat – anders dan reclamanten – juist open voor meer vormen van participatie. De verwachting van het gemeentebestuur is dat het kunnen meedelen in de voordelen van het park de (over)last niet kan wegnemen, maar wel kan verzachten. In dat kader heeft de gemeenteraad op 28 mei 2019 de intentie uitgesproken dat een windfonds wordt opgericht en is het college bezig om voor de start van de bouw van het windpark de concrete vorm van dit fonds uit te werken.

Ad. yy Het gemeentebestuur deelt niet de mening van reclamanten dat het collectieve belang bij compensatieregelingen automatisch zal schuren met het individuele belang van het beperken van overlast.

Ad. zz De opmerking van reclamanten wordt voor kennisgeving aangenomen.

3.17.18 Het plaatsen van windturbines heeft reclamanten al onevenredig schade berokkend vanuit het perspectief 'proces' doordat: aaa. Het proces dat de gemeente Houten heeft doorlopen voor de realisatie niet democratisch, objectief, integer en transparant verlopen is. Niet voldaan aan normen verdrag Aarhus.

81/106

25 november 2022

Reactie Ad. aaa Het gemeentebestuur heeft getracht zo zorgvuldig mogelijk het besluitvormingsproces in te richten. Zie ook het gestelde onder thema H. De enkele stelling van appellanten dat geen sprake is geweest van een democratisch, objectief, integer en transparant proces wordt dan ook niet gedeeld. Ten aanzien van de zienswijze omtrent het verdrag van Aarhus verwijzen wij naar de reactie onder zienswijze 3.17.5.

3.17.19 Conclusie: Er is sprake van onevenredige en onaanvaardbare schade. Er wordt niet voldaan aan wettelijke kaders. Feitelijk kan het park niet op deze wijze worden gerealiseerd, tenzij sprake zou zijn van een bedrijfswoning. Er heeft geen zorgvuldig onderzoek plaatsgevonden, geen evenwichtige belangenafweging, geen goede ruimtelijke ordening. Reclamanten doen verzoek tot mondeling horen.

Reactie De conclusie van reclamanten geeft geen aanleiding tot het geven van een aanvullende reactie. Wettelijk bestaat de mogelijkheid om een zienswijze schriftelijk of mondeling in te dienen. Reclamanten hebben gebruik gemaakt van de schriftelijke zienswijze mogelijkheid. Desalniettemin is reclamanten de mogelijkheid geboden om de zienswijze mondeling toe te lichten.

3.18

Reclamant 18

3.18.1 De reclamant maakt zich zorgen over de bescherming van de omwonenden ten aanzien van geluid en slagschaduw en vraagt hoe dit precies vormgegeven gaat worden. Daarbij vraagt de reclamant zich af of handhaving wel mogelijk is bij een jaargemiddelde norm (geluid).

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het gestelde onder thema D. Verder geeft zij aan dat ten aanzien van handhaafbaarheid in de vergunning niet alleen duidelijke normen worden gesteld, maar tevens voorschriften zijn opgenomen over het monitoren en registreren van data en het beschikbaar stellen hiervan aan het bevoegd gezag. Aan hand van die data kan de RUD Utrecht controleren of aan de voorschriften van de vergunning voldaan wordt. De gemeente Houten heeft een handhavingsbeleid dat van toepassing is op alle bedrijven in de gemeenten, dus ook op Windpark Goyerbrug. Dit beleid wordt uitgevoerd door de RUD Utrecht. Het beleid bestaat uit 3 stappen:

1. Toezichtfase 82/106

25 november 2022

Indien er sprake is van een vermeende overtreding of ervaren overlast uit de omgeving is de eerste stap het aangaan van een gesprek tussen de RUD en de ondernemer over de overtreding/ervaren overlast en hoe dit op te lossen. Binnen deze stap onderzoekt de RUD de overtreding, dan wel klacht en blijft de voortgang in het ongedaan maken van een eventuele overtreding monitoren. Is de RUD van mening dat er sprake is en blijft van een overtreding, dan volgt stap 2.

2. Voornemen opleggen dwangsom Er wordt een brief verstuurd met daarin het voornemen tot het opleggen van een dwangsom. De hoogte van het bedrag van de dwangsom is afhankelijk van het type overtreding en daarmee een financiële prikkel richting de overtreder om de overtreding ongedaan te maken. Op dit voornemen heeft de overtreder het recht om een zienswijze in te dienen. Blijft de overtreding binnen de gestelde termijn voortduren dan volgt stap 3.

3. Definitief opleggen van dwangsom Als na het verstrijken van deze termijn nog steeds sprake is van de overtreding dan volgt een verbeuring van het dwangsombedrag.

De aanleiding van toezicht en handhaving kan zijn: - Inzichten van monitoring (proactief toezicht) - (Milieu)klachten per mail of telefoon - Een handhavingsverzoek.

Voor spoedeisende klachten heeft de RUD een Milieuklachtenlijn, 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar: 0800 – 0225510. Voor niet spoedeisende klachten is via de website van de RUD een milieuklachtenformulier beschikbaar via: https://rudutrecht.formulierenserver.nl/milieuklachten

3.18.2 De reclamant stelt dat het haar verbaast dat de normen in het ontwerpbesluit omgevingsvergunning gelijk zijn aan die van het verouderde en “afgeschoten” Activiteitenbesluit

Reactie Het gemeentebestuur stelt dat eigen normen vastgesteld zijn na zorgvuldig onderzoek en afweging. Het proces wat hierbij gevolgd is staat omschreven in hoofdstuk 2.

83/106

25 november 2022

3.19

Reclamant 19

3.19.1 De reclamant geeft aan dat bij de ontwerpvergunning een afwegingskader ontbreekt waarbinnen de (ruimtelijke) impact van reeds vergunde en nog op stapel staande energieprojecten integraal afgewogen wordt, zodat voor de inwoners van ’t Goy duidelijk is waarom de voorgestane concentratie van duurzame energieprojecten in en om ’t Goy noodzakelijk is.

Reactie Ten aanzien van het gevraagde afwegingskader merkt het gemeentebestuur op dat dit kader wordt gevormd door de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 U16 in combinatie met het gemeentelijke Beleidskader zonnevelden (vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juli 2021). Aanvullend daarop is in de ruimtelijke afweging van het windpark gekeken naar de draagkracht van het gebied voor dit specifieke initiatief. Zie daarvoor hetgeen gesteld onder thema A. Verder stelt het gemeentebestuur dat er geen sprake is van actieve inzet op concentratie rondom ’t Goy.

3.19.2 De reclamant geeft aan dat de onderliggende stukken bij de ontwerpbeschikking hinder (bijvoorbeeld geluid en slagschaduw) benaderen vanuit een technische kant (modelmatige berekeningen), maar voorbij gaan aan de verwachte belevingshinder. Volgens de reclamant is dit een veel breder begrip waarbij de perceptie van omwonenden, de wijze van totstandkoming van een besluit, het daarbij gevolgde participatietraject, de wijze waarop het project gerealiseerd wordt, maar ook het gevoel van omwonenden een rol spelen in de (subjectieve) hinderbeleving.

Reactie Het gemeentebestuur maakt uit de zienswijze op dat reclamant zich niet gehoord voelt. Dat betreurt het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema C en H gestelde.

3.19.3 De reclamant geeft aan dat, als de plannen doorgaan, in het gebied vier windturbines en drie zonneparken nadrukkelijk aanwezig zullen zijn. Dit raakt aan de leefbaarheid van het gebied, juist in relatie tot de beleving van de bewoners.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het gestelde onder thema A en C en punt 3.19.1.

3.19.4 De reclamant geeft aan dat een kader gemist wordt waarin aangegeven is welk deel van de openbare leefomgeving gebruikt mag worden voor de duurzame opwek van energie. De reclamant geeft aan dat in de besluitvorming en de behandeling in de gemeenteraad er beperkt ruimte was voor discussie. 84/106

25 november 2022

Reactie Door de uitspraak van de Raad van State van 25 mei 2022 moet het gemeentebestuur in een relatief kort tijdsbestek een besluit nemen. Dit neemt niet weg dat er een informatieavond is georganiseerd (22 augustus 2022) en dat er op 6 en 8 september 2022 een RTG over het ontwerpbesluit is gehouden waar belanghebbenden in staat zijn gesteld om in te spreken. De inbreng uit deze momenten is meegenomen in de uiteindelijke ontwerpbeschikking en ontwerp verklaring van geen bedenkingen. Ten aanzien van het gevraagde kader merkt het gemeentebestuur op dat dit specifieke kader momenteel inderdaad niet voorhanden is. Dit neemt niet weg dat in de ruimtelijke afweging van het windpark wel gekeken is naar de draagkracht van het gebied en de geschiktheid voor dit specifieke initiatief. Zie daarvoor hetgeen gesteld onder thema A, H en punt 3.19.1.

3.19.5 De reclamant vindt dat de (geplande) grootschalige zonneparken en zeer hoge windturbines de leefomgeving in ’t Goy op ongekende wijze industrialiseert. De reclamant geeft aan dat in de aanmeldingsnotitie MER-beoordeling, onder 2.3 de cumulatie van dit project met andere windprojecten is beoordeeld. Hierbij geeft de gemeente in een ongedateerde brief het oordeel dat er sprake is van gedegen en uitgebreide onderzoeken, waardoor geen twijfel bestaat over de globale effecten voor het milieu of de conclusies uit deze onderzoeken. Door het onderzoek te verengen tot slechts andere windmolenparken en niet tot uitgangspunt te nemen opwek van duurzame energie, zijn effecten op de directe omgeving onvoldoende gewogen. Per slot van rekening wordt de grondslag van dit project mede gevonden in de doelstelling van de gemeente Houten om 9% van het totale energieverbruik duurzaam lokaal op te wekken. De reclamant ziet graag dat een integrale afweging wordt gemaakt waarbij alle opwerk van duurzame energie wordt meegenomen en wordt aangetoond dat dit plan daarin past.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema A en B gestelde. Aanvullend stelt het gemeentebestuur dat voor aspecten als geluid en landschap er wel degelijk rekening is gehouden met cumulatief effect van andere objecten. Ten aanzien van de gevraagde integrale afweging merkt het gemeentebestuur op dat dit kader wordt gevormd door de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 U16 in combinatie met het gemeentelijke Beleidskader zonnevelden (vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juli 2021). Aanvullend daarop is in de ruimtelijke afweging van het windpark gekeken naar de draagkracht van het gebied voor dit specifieke initiatief. Zie daarvoor hetgeen gesteld onder thema A. Daarbij wijst het gemeentebestuur erop dat de ambitie van de gemeente Houten is om in 2040 100% van het totale energieverbruik duurzaam lokaal op te wekken. Het tussendoel voor 2025 is 20%. Dit staat in het Energieplan Gemeente Houten (vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 11 februari 2020), waarin ook de bijdrage van Windpark Goyerbrug aan die 20% in 2025 en 100% in 2040 is meegerekend.

85/106

25 november 2022

3.19.6 De reclamant verzoekt in de vergunning op te nemen dat alle windturbines hetzelfde type windturbine krijgen.

Reactie Dit is reeds opgenomen in de aanvraag welke onderdeel uitmaakt van de vergunning.

3.19.7 De reclamant stelt dat in de besluitvorming in de gemeenteraad doorslaggevend belang toegekend is aan de opwekking van duurzame energie tegenover de hinder voor de omgeving. De reclamant geeft aan niet te begrijpen dat de gemeente in deze afweging de invulling van het maatschappelijk belang grotendeels overlaat aan de initiatiefnemer. Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema A en C gestelde. Aanvullend hierop stelt het gemeentebestuur dat binnen de procedure van een omgevingsvergunning de initiatiefnemer beslist welke activiteit zij/hij aanvraagt. Het bevoegd gezag toetst vervolgens of dit past binnen beleid, wet en regelgeving.

3.19.8 De reclamant stelt dat de ontwerp-omgevingsvergunning binnen de door de initiatiefnemer geschetste mogelijkheden onvoldoende rekening houdt met het beperken van hinder voor omwonenden en het realiseren van de maatschappelijke doelstelling. Reclamant stelt dat met 45 dB en een generatorvermogen van 4,5 MW of 5 MW dezelfde nettoproductie kan worden gehaald met minder geluidshinder.

Reactie Het gemeentebestuur wijst op het feit dat binnen de procedure van een omgevingsvergunning de initiatiefnemer bepaalt welke activiteit zij/hij aanvraagt. Het bevoegd gezag toetst vervolgens of dit past binnen beleid, wet- en regelgeving.

3.19.9 De reclamant geeft aan dat netto slagschaduw in de ontwerp-omgevingsvergunning niet gedefinieerd wordt en dat zonder definitie het onmogelijk is om vast te stellen of van overschrijding van de norm sprake is. Reclamant verzoekt een definitie van slagschaduw op te nemen.

Reactie Het gemeentebestuur erkent dat een definitie van slagschaduw meer duidelijkheid geeft. In reactie op deze zienswijze wordt de volgende definitie van slagschaduw opgenomen in de vergunning: Binnen het kader van dit besluit wordt Slagschaduw gedefinieerd als: De schaduw die wordt veroorzaakt door draaiende rotorbladen voor zover:

86/106

25 november 2022

m. de afstand tussen de windturbine en de ontvanger minder dan 1.913 m bedraagt, en n. er in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van het getroffen object zich ramen bevinden, en o. de directe straling van het zonlicht – gemeten in een vlak loodrecht op de richting van de zon – groter is dan 120 W/m2, en p. de zon hoger dan 3 graden boven de horizon staat.

3.19.10 De reclamant geeft aan dat de in de ontwerp-omgevingsvergunning niet is opgenomen wat de maximale duur mag zijn van het daadwerkelijk stilzetten van het in werking zijnde park als slagschaduw optreedt. Ook is in de aanvraag niet aangegeven wat per turbinetype de tijdsduur is waarbinnen de wieken niet meer draaien als slagschaduw optreedt. Indien de keuze aan de initiatiefnemer wordt gelaten verzoekt de reclamant om een eis te stellen aan de duur van het tot stilstand komen van de windmolen gebaseerd op het molentype met de kortste tijdsduur om tot volledige stilstand te komen.

Reactie Naar aanleiding van deze zienswijze neemt het gemeentebestuur een maximale afslagtijd (tijdsduur) op in de vergunning van drie minuten voor het tot stilstand komen van de rotorbladen, in situaties waarbij de stilstandvoorziening voor slagschaduw in werking treedt. Dit is de minimale veilige afslagtijd voor windturbines van de omvang zoals deze komen op windpark Goyerbrug.

3.19.11 In voorschrift 3.2.2.4 is de keuze aan de initiatiefnemer gelaten voor een stilstandkalender of een actieve slagschaduwmonitoring. Voordeel van de stilstandkalender is dat nimmer slagschaduw hoeft op te treden, omdat het windpark uitgeschakeld wordt bij iedere kans daarop. Gelet op de doelstelling van 0 uur netto slagschaduw verzoekt de reclamant de stilstandkalender als verplichting op te nemen in de voorschriften van de vergunning.

Reactie Het gemeentebestuur stelt dat het voorschrijven van een stilstandkalender inderdaad borgt dat er geen overlast door slagschaduw op kan treden. De manier waarop dit geborgd wordt is het stilzetten van windturbines op momenten dat slagschaduw kán optreden. Een stilstandvoorziening op basis van een sensor zet de windturbine stil op het moment dat er slagschaduw op zál treden. Bij een stilstandkalender staan windturbines derhalve vaker stil, ook op momenten dat er geen daadwerkelijk risico is op slagschaduw. Dit betekent een verder verlies van opbrengst aan opgewekte duurzame energie. De norm van nul uren borgt al een minimale overlast voor de omgeving. Eventuele slagschaduw die op kan treden betreft dan enkel de slagschaduw die kan ontstaan gedurende de afslagtijd (het tot stilstand komen van de windturbine). Deze is maximaal drie minuten. Daarmee is het gemeentebestuur van mening tot een goede norm gekomen te zijn en laat keuze aan de initiatiefnemer hoe te borgen dat aan deze normstelling voldaan wordt.

87/106

25 november 2022

Eerder is in communicatie gesproken over afslagtijden van anderhalve minuut. Dit zijn afslagtijden voor gemiddelde windturbines. Uit informatie van diverse fabrikanten blijkt dat de afslagtijd voor het formaat windturbines van Goyerbrug drie minuten is. Dit heeft te maken met de tijd die nodig is om het vermogen om te leiden en zo de turbine beheerst tot stilstand te brengen. Bij een kortere afslagtijd loopt bij grote windturbines de temperatuur te snel op wat kans geeft op defecten.

3.19.12 De reclamant verzoekt om in de omgevingsvergunning vast te leggen op welke wijze slagschaduw bepaald dient te worden, welke apparatuur daarbij gebruikt wordt, op welke wijze deze dient te worden gebruikt en hoe dit dient te worden vastgelegd. Dit met het oog op de foutenmarge van 20% die acceptabel wordt geacht in het gebruikte onderzoek van de World Meteorological Organization.

Reactie De norm van nul uren borgt een minimale overlast voor de omgeving. Eventuele slagschaduw die op kan treden betreft dan enkel de slagschaduw die op kan treden gedurende de afslagtijd (het tot stilstand komen van de windmolen). Deze is maximaal drie minuten. In de vergunning is een definitie van slagschaduw gegeven (zie 3.19.9) en zijn voorschriften opgenomen omtrent monitoring en registratie van relevante gegevens en het beschikbaar stellen van die gegevens aan het bevoegd gezag. Daarmee is het gemeentebestuur van mening tot een goede norm gekomen te zijn met voldoende duidelijkheid ten aanzien van monitoring en handhaving. Extra voorschriften over met welke apparatuur gemeten moet worden, worden onnodig geacht.

3.19.13 De reclamant verzoekt de gemeente te onderzoeken tot welke afstand de windturbines van windpark Goyerbrug slagschaduwhinder kunnen veroorzaken en de stilstandbepaling niet te beperken tot raamopeningen in de woning, maar de gehele ruimte waar mensen kunnen verblijven, bijvoorbeeld ook de tuin, in aanmerking te nemen. Hierbij geeft de reclamant aan dat in de ontwerp-omgevingsvergunning uitgegaan wordt van een afstand van 1913 meter, terwijl Duitse onderzoeken aangeven dat slagschaduwhinder optreedt tot 2000 meter. De reclamant verzoekt de gemeente om in de omgevingsvergunning een helder handhavingskader op te nemen, waarvan onderdeel is hoe omgegaan wordt met signalen uit de omgeving dat in afwijking van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarden gehandeld wordt.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema E gestelde. Verder stelt zij dat uitgangspunt bij de berekening van slagschaduw een minimale afscherming is van de zon van 20% door het rotorblad. Voor Goyerbrug resulteert dit in een maximale afstand van 1913 m vanaf de turbines waarbinnen nog sprake is van mogelijke slagschaduweffecten. Diverse onderzoeken concluderen dat buiten deze afstand de schaduw zo diffuus is dat deze geen hinder meer kan opleveren. Zie bijvoorbeeld Update of UK Shadow Flicker evidence base - (GOV.UK) en Erläuterungen zur Schattensimulation von Windkraftanlagen 2016 1 (bayern.de). 88/106

25 november 2022

Verder wijst het gemeentebestuur er op dat bij slagschaduw rekening wordt gehouden met 'gevoelige objecten'. Dat zijn 'gevoelige gebouwen' en 'gevoelige terreinen' als bedoeld in artikel 1.1, lid 1, Activiteitenbesluit. Tuinen bij woningen worden niet beschermd ten aanzien van slagschaduw (zie ook expliciet Stcrt. 2022, nr. 223, blz. 55). Dat heeft verschillende redenen. Mensen mogen in een woning meer bescherming verwachten dan daar buiten. Ook is het effect van slagschaduw in een woning hinderlijker dan in een tuin. Dat komt omdat er buiten meer licht is, waardoor het hinderlijke schaduweffect van slagschaduw minder sterk is. Ten aanzien van handhaafbaarheid worden in de vergunning niet alleen duidelijke normen gesteld, maar zijn tevens voorschriften opgenomen over het monitoren en registreren van data en het beschikbaar stellen hiervan aan het bevoegd gezag. Aan hand van die data kan de RUD Utrecht controleren of aan de voorschriften van de vergunning voldaan wordt. De gemeente Houten heeft een handhavingsbeleid dat van toepassing is op alle bedrijven in de gemeenten, dus ook op Windpark Goyerbrug. Dit beleid wordt uitgevoerd door de RUD Utrecht. Het beleid bestaat uit 3 stappen:

1. Toezichtfase Indien er sprake is van een vermeende overtreding of ervaren overlast uit de omgeving is de eerste stap het aangaan van een gesprek tussen de RUD en de ondernemer over de overtreding/ervaren overlast en hoe dit op te lossen. Binnen deze stap onderzoekt de RUD de overtreding, dan wel klacht en blijft de voortgang in het ongedaan maken van een eventuele overtreding monitoren. Is de RUD van mening dat er sprake is en blijft van een overtreding, dan volgt stap 2.

2. Voornemen opleggen dwangsom Er wordt een brief verstuurd met daarin het voornemen tot het opleggen van een dwangsom. De hoogte van het bedrag van de dwangsom is afhankelijk van het type overtreding en daarmee een financiële prikkel richting de overtreder om de overtreding ongedaan te maken. Op dit voornemen heeft de overtreder het recht om een zienswijze in te dienen. Blijft de overtreding binnen de gestelde termijn voortduren dan volgt stap 3.

3. Definitief opleggen van dwangsom Als na het verstrijken van deze termijn nog steeds sprake is van de overtreding dan volgt een verbeuring van het dwangsombedrag.

De aanleiding van toezicht en handhaving kan zijn: - Inzichten van monitoring (proactief toezicht) - (Milieu)klachten per mail of telefoon - Een handhavingsverzoek.

89/106

25 november 2022

Voor spoedeisende klachten heeft de RUD een Milieuklachtenlijn, 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar: 0800 – 0225510. Voor niet spoedeisende klachten is via de website van de RUD een milieuklachtenformulier beschikbaar via: https://rudutrecht.formulierenserver.nl/milieuklachten

Ten aanzien van het kader voor handhaving geldt dat dit voldoende duidelijk uit de wet volgt – zie hierboven. Er is geen reden om de omgevingsvergunning hierop aan te vullen.

3.19.14 De reclamant verzoekt een geluidsnorm van 45 dB Lden aan de vergunning te verbinden, in combinatie met een LAeq (equivalent geluidsniveau). Reclamant stelt dat een LAeq zorgt dat periodes van stiltes niet gecompenseerd worden met perioden van excessieve geluidsdruk.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema D gestelde.

3.19.15 De reclamant stelt dat voorkomen moet worden dat handhaving van de normen gepaard gaat met lange procedures, waarbij de overlast gedurende die procedure blijft voortduren. Reclamant stelt voor dat bij geconstateerde overlast boven het vastgestelde normenkader de overlast veroorzakende windturbine onmiddellijk stilgelegd wordt en dat deze pas weer op mag starten als de initiatiefnemer aangetoond heeft dat de overlast boven de vastgestelde norm niet meer voor kan komen.

Reactie Toezicht en handhaving wordt verricht door de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD). Bij overschrijding zal de RUD handhaven conform haar standaardprocedures, die in lijn zijn met de wet en de Landelijke Handhavingsstrategie. Zie ook 3.19.13. Aanvullend daarop geeft het gemeentebestuur aan dat de RUD periodiek controles uitvoert op naleving van de normen, maar ook klachten en handhavingsverzoeken uit de omgeving behandelt. Bij een ontvangen klacht of handhavingsverzoek verricht de RUD altijd eerst onderzoek naar de situatie. Dit onderzoek moet duidelijk maken wat er precies gebeurd is, hoe/waarom dit gebeurd is en of het hier inderdaad gaat om een overtreding van een van toepassing zijnde norm. De RUD gaat bij overlast altijd het gesprek aan met de ondernemer over de ervaren overlast en hoe dit op te lossen. Het daadwerkelijk overgaan tot het nemen van maatregelen (bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk) gebeurt als is aangetoond dat er inderdaad sprake is van een overtreding. Hierbij moeten de maatregelen in verhouding staan tot de ernst van de overtreding. Het direct stilzetten van een windturbine naar aanleiding van een klacht ziet het gemeentebestuur als onevenredig. Eerst moet aangetoond zijn dat het gaat om een overtreding van een van 90/106

25 november 2022

toepassing zijnde norm. Op dat moment wordt aan hand van de aard en ernst van de overtreding een passende maatregel opgelegd. Dit hoeft niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat bij iedere overschrijding onmiddellijk de windturbine stil wordt gelegd.

3.19.16 De reclamant verzoekt de gemeente Houten om met Stichting Mooi ’t Goy in overleg te gaan, hoe een bepaling, ter bescherming van de bevolking, zoals bedoeld in zienswijze 3.19.15, verder vormgegeven dient te worden. De reclamant geeft hierbij aan dat minimaal ook voor laagfrequent geluid een afdwingbare norm in de omgevingsvergunning opgenomen zal dienen te worden. Dit ook met verwijzing naar de situatie bij het windturbinepark bij de N33.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema D gestelde. Het gemeentebestuur heeft in samenspraak met Pondera en de RUD normen opgenomen die voldoende bescherming bieden voor de omgeving en goed handhaafbaar zijn. Derhalve ziet het gemeentebestuur geen reden deze normen verder aan te scherpen of aan te vullen.

3.20

Reclamant 20

3.20.1 De reclamant geeft aan dat duurzaamheid geen overlast en hinder mag veroorzaken voor omwonenden en flora en fauna.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema A, C, D, E, F en G gestelde.

3.20.2 De reclamant stelt dat de gemeente Houten pas een beslissing zou nemen over een nieuw windpark (Goyerbrug) als de klachten rondom windpark Houten afgewikkeld waren.

Reactie In 2001 heeft de gemeenteraad besloten dat er binnen de gemeente drie locaties geschikt zijn voor het realiseren van windenergie. Daarbij heeft de raad besloten om op de locatie Veerwagenweg het eerste Houtense windpark te realiseren. Dat is nu Windpark Houten. In het besluit uit 2001 is de verplichting opgenomen om eerst het windpark aan de Veerwagenweg te evalueren alvorens te beginnen met de realisatie van een volgend windpark. In 2015 is de gemeente met de evaluatie van Windpark Houten gestart. Deze is uitgevoerd door de Universiteit Utrecht. Naar aanleiding van de evaluatie zijn een aantal vervolgacties in gang gezet. Eén van deze acties was een mediation tussen gemeente, Eneco en omwonenden. Uit deze mediation volgde in 2018 een draaiproef. Het doel hiervan was om te kijken of met een aangepast draaiprogramma de geluidshinder voor omwonenden verder teruggebracht kon worden. Deze draaiproef heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd en in januari 2019 is besloten het oude draaiprogramma te handhaven. Daarbij heeft de gemeenteraad expliciet

91/106

25 november 2022

besloten dat met afronding van de draaiproef ook de evaluatie van het eerste windpark was afgesloten (raadsbesluit 2019-008).

3.20.3 De reclamant stelt dat het type van de uiteindelijk te plaatsen windturbines niet bekend is en dat derhalve ook geen beeld gevormd kan worden van de impact van dit windpark op de omgeving, met name qua geluidsbelasting, slagschaduw, externe veiligheid en gezondheidsrisico’s. De reclamant geeft aan dat de onderzoeken in de stukken dan ook onvoldoende zijn en dat aanvullend onderzoek nodig is.

Reactie Inderdaad staat thans nog niet vast welk type turbine exact zal worden geplaatst. Er is sprake van een bandbreedte. De maatvoering van de te plaatsen turbines staat wel vast. Deze moet een ashoogte van minimaal 145 meter en maximaal 166 meter hebben, terwijl de rotordiameter maximaal 150 meter mag zijn. De tiphoogte moet liggen tussen de 211 en 241 meter. Tenslotte mag het totale vermogen van het windpark niet meer dan 22,8 MW zijn. De effecten op (onder meer) geluid, slagschaduw en externe veiligheid zijn voor alle turbinetypes onderzocht. Bij de beoordeling van deze effecten is uitgegaan van de grootst optredende effecten (worst case scenario). Voor alle types staat vast dat met mitigerende maatregelen kan worden voldaan aan de op te leggen normen. Voordat mag worden gestart met de uitvoering van de werkzaamheden moet de definitieve turbinekeuze voor goedkeuring worden voorgelegd. Daarmee zijn de kenmerken en de milieugevolgen die kunnen worden veroorzaakt bekend. Het gemeentebestuur volgt dan ook niet de stelling van reclamanten dat de maximale invulling van het plan daarmee nog steeds niet duidelijk is. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland d.d. 30 juni 2020 (ECLI:NL:RBMNE:2020:2433), r.o.

38 waaruit, met een verwijzing naar jurisprudentie van de ABRvS, volgt dat het is toegestaan om bandbreedtes in de omgevingsvergunning op te nemen in plaats van vaste kenmerken.

3.20.4 De reclamant stelt dat de volgende zaken nagekeken en gepubliceerd moeten zijn alvorens een goede afweging wordt gemaakt: a. Type turbine en hoogte met technische specificatie (geluidsproductie en beveiliging e.d.). b. Geluidsrapport huidige toestand (stiltegebied) overdags en 's nachts. c.

Geluidsrapport nieuwe toestand overdags en 's nachts.

d. M.e.r. (Milieu Effect Rapportage) welke een eis is bij een windpark met dergelijke grootte, kan niet door een partijdige gemeente die zegt dat het niet nodig is. e. Goede ruimtelijk onderbouwing met inachtneming van de juiste hinderafstanden en NNN gebieden. f.

Flora- en fauna onderzoek moet bij gewerkt worden er is immers ook een das gesignaleerd. Dus NB-vergunning moet gewijzigd worden waarbij de omwonende en verenigingen ook als belanghebbende dienen te worden aangemerkt zie uit spraak Raad van Staten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=6c39c785-6d0f-48ac-b7a9-277c8023303a