CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Goyerbrug_Nota-van-Beantwoording-zienswijzen

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente HoutenBij agendapunt: Nota beantwoording zienswijzen, verklaring van geen bedenkingen en omgevingsvergunning Windpark Goyerbrug39.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Verder is voor windpark Goyerbrug de standaard procedure gevolgd die voor overige omgevingsvergunningen en verklaringen van geen bedenkingen ook wordt gevolgd.

3.1.11 Reclamant stelt dat gezien de ingebrachte argumenten (zie hierboven onder 3.1.1 tot en met 3.1.10) het college moet besluiten dat de ter inzage gelegde stukken niet besluitrijp zijn. Reactie Met inachtneming van alle argumenten genoemd in hoofdstuk 2 en de diverse additionele argumenten in reactie tot zienswijzen 3.1.1 tot en met 3.1.10, acht het gemeentebestuur dat een weloverwogen besluit genomen kan worden, op basis van wetenschappelijk onderbouwde feiten. Hierbij herhalend dat door de uitspraak van de Raad van State gemeente Houten niet kan wachten op de afronding van nu lopende onderzoeken, zoals de landelijke plan-MER.

3.2

Reclamant 2

3.2.1

De reclamant geeft aan dat bij de ontwerpvergunning een afwegingskader ontbreekt waarbinnen de (ruimtelijke) impact van reeds vergunde en nog op stapel staande energieprojecten integraal afgewogen wordt, zodat voor de inwoners van ’t Goy duidelijk is waarom de voorgestane concentratie van duurzame energieprojecten in en om ’t Goy noodzakelijk is.

Reactie Ten aanzien van het gevraagde afwegingskader merkt het gemeentebestuur op dat dit kader wordt gevormd door de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 U16 in combinatie met het gemeentelijke Beleidskader zonnevelden (vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juli 2021).

21/106

25 november 2022

Aanvullend daarop is in de ruimtelijke afweging van het windpark gekeken naar de draagkracht van het gebied voor dit specifieke initiatief. Zie daarvoor hetgeen gesteld onder thema A. Verder stelt het gemeentebestuur dat er geen sprake is van actieve inzet op concentratie rondom ’t Goy.

3.2.2

De reclamant geeft aan dat de onderliggende stukken bij de ontwerpbeschikking hinder (bijvoorbeeld geluid en slagschaduw) benaderen vanuit een technische kant (modelmatige berekeningen), maar voorbij gaan aan de verwachte belevingshinder. Volgens de reclamant is dit een veel breder begrip waarbij de perceptie van omwonenden, de wijze van totstandkoming van een besluit, het daarbij gevolgde participatietraject, de wijze waarop het project gerealiseerd wordt, maar ook het gevoel van omwonenden een rol spelen in de (subjectieve) hinderbeleving.

Reactie Het gemeentebestuur maakt uit de zienswijze op dat reclamant zich niet gehoord voelt. Dat betreurt het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema C en H gestelde.

3.2.3

De reclamant geeft aan dat, als de plannen doorgaan, in het gebied vier windturbines en drie zonneparken nadrukkelijk aanwezig zullen zijn. Dit raakt aan de leefbaarheid van het gebied, juist in relatie tot de beleving van de bewoners.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het gestelde onder thema A en C en punt 3.2.1.

3.2.4

De reclamant geeft aan dat een kader gemist wordt waarin aangegeven is welk deel van de openbare leefomgeving gebruikt mag worden voor de duurzame opwek van energie. De reclamant geeft aan dat in de besluitvorming en de behandeling in de gemeenteraad er beperkt ruimte was voor discussie.

Reactie Door de uitspraak van de Raad van State van 25 mei 2022 moet het gemeentebestuur in een relatief kort tijdsbestek een besluit nemen. Dit neemt niet weg dat er een informatieavond is georganiseerd (22 augustus 2022) en dat er op 6 en 8 september 2022 een RTG over het ontwerpbesluit is gehouden waar belanghebbenden in staat zijn gesteld om in te spreken. De inbreng uit deze momenten is meegenomen in de uiteindelijke ontwerpbeschikking en ontwerp verklaring van geen bedenkingen. Ten aanzien van het gevraagde kader merkt het gemeentebestuur op dat dit specifieke kader momenteel inderdaad niet voorhanden is. Dit neemt niet weg dat in de ruimtelijke afweging van

22/106

25 november 2022

het windpark wel gekeken is naar de draagkracht van het gebied en de geschiktheid voor dit specifieke initiatief. Zie daarvoor hetgeen gesteld onder thema A, H en punt 3.2.1.

3.2.5

De reclamant vindt dat de (geplande) grootschalige zonneparken en zeer hoge windturbines de leefomgeving in ’t Goy op ongekende wijze industrialiseert. De reclamant geeft aan dat in de aanmeldingsnotitie MER-beoordeling, onder 2.3 de cumulatie van dit project met andere windprojecten is beoordeeld. Hierbij geeft de gemeente in een ongedateerde brief het oordeel dat er sprake is van gedegen en uitgebreide onderzoeken, waardoor geen twijfel bestaat over de globale effecten voor het milieu of de conclusies uit deze onderzoeken. Door het onderzoek te verengen tot slechts andere windmolenparken en niet tot uitgangspunt te nemen opwek van duurzame energie, zijn effecten op de directe omgeving onvoldoende gewogen. Per slot van rekening wordt de grondslag van dit project mede gevonden in de doelstelling van de gemeente Houten om 9% van het totale energieverbruik duurzaam lokaal op te wekken. De reclamant ziet graag dat een integrale afweging wordt gemaakt waarbij alle opwerk van duurzame energie wordt meegenomen en wordt aangetoond dat dit plan daarin past.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema A en B gestelde. Aanvullend stelt het gemeentebestuur dat voor aspecten als geluid en landschap er wel degelijk rekening is gehouden met cumulatief effect van andere objecten. Ten aanzien van de gevraagde integrale afweging merkt het gemeentebestuur op dat dit kader wordt gevormd door de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 U16 in combinatie met het gemeentelijke Beleidskader zonnevelden (vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juli 2021). Aanvullend daarop is in de ruimtelijke afweging van het windpark gekeken naar de draagkracht van het gebied voor dit specifieke initiatief. Zie daarvoor hetgeen gesteld onder thema A. Daarbij wijst het gemeentebestuur erop dat de ambitie van de gemeente Houten is om in 2040 100% van het totale energieverbruik duurzaam lokaal op te wekken. Het tussendoel voor 2025 is 20%. Dit staat in het Energieplan Gemeente Houten (vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 11 februari 2020), waarin ook de bijdrage van Windpark Goyerbrug aan die 20% in 2025 en 100% in 2040 is meegerekend.

3.2.6

De reclamant verzoekt in de vergunning op te nemen dat alle windturbines hetzelfde type windturbine krijgen.

Reactie Dit is reeds opgenomen in de aanvraag welke onderdeel uitmaakt van de vergunning.

3.2.7

De reclamant stelt dat in de besluitvorming in de gemeenteraad doorslaggevend belang toegekend is aan de opwekking van duurzame energie tegenover de hinder voor de omgeving. 23/106

25 november 2022

De reclamant geeft aan niet te begrijpen dat de gemeente in deze afweging de invulling van het maatschappelijk belang grotendeels overlaat aan de initiatiefnemer.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema A en C gestelde. Aanvullend hierop stelt het gemeentebestuur dat binnen de procedure van een omgevingsvergunning de initiatiefnemer beslist welke activiteit zij/hij aanvraagt. Het bevoegd gezag toetst vervolgens of dit past binnen beleid, wet en regelgeving.

3.2.8

De reclamant stelt dat de ontwerp-omgevingsvergunning binnen de door de initiatiefnemer geschetste mogelijkheden onvoldoende rekening houdt met het beperken van hinder voor omwonenden en het realiseren van de maatschappelijke doelstelling. Reclamant stelt dat met 45 dB en een generatorvermogen van 4,5 MW of 5 MW dezelfde nettoproductie kan worden gehaald met minder geluidshinder.

Reactie Het gemeentebestuur wijst op het feit dat binnen de procedure van een omgevingsvergunning de initiatiefnemer bepaalt welke activiteit zij/hij aanvraagt. Het bevoegd gezag toetst vervolgens of dit past binnen beleid, wet- en regelgeving.

3.2.9

De reclamant geeft aan dat netto slagschaduw in de ontwerp-omgevingsvergunning niet gedefinieerd wordt en dat zonder definitie het onmogelijk is om vast te stellen of van overschrijding van de norm sprake is. Reclamant verzoekt een definitie van slagschaduw op te nemen.

Reactie Het gemeentebestuur erkent dat een definitie van slagschaduw meer duidelijkheid geeft. In reactie op deze zienswijze wordt de volgende definitie van slagschaduw opgenomen in de vergunning: Binnen het kader van dit besluit wordt Slagschaduw gedefinieerd als: De schaduw die wordt veroorzaakt door draaiende rotorbladen voor zover: a. de afstand tussen de windturbine en de ontvanger minder dan 1.913 m bedraagt, en b. er in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van het getroffen object zich ramen bevinden, en c. de directe straling van het zonlicht – gemeten in een vlak loodrecht op de richting van de zon – groter is dan 120 W/m2, en d. de zon hoger dan 3 graden boven de horizon staat.

3.2.10 De reclamant geeft aan dat de in de ontwerp-omgevingsvergunning niet is opgenomen wat de maximale duur mag zijn van het daadwerkelijk stilzetten van het in werking zijnde park als

24/106

25 november 2022

slagschaduw optreedt. Ook is in de aanvraag niet aangegeven wat per turbinetype de tijdsduur is waarbinnen de wieken niet meer draaien als slagschaduw optreedt. Indien de keuze aan de initiatiefnemer wordt gelaten verzoekt de reclamant om een eis te stellen aan de duur van het tot stilstand komen van de windmolen gebaseerd op het molentype met de kortste tijdsduur om tot volledige stilstand te komen.

Reactie Naar aanleiding van deze zienswijze neemt het gemeentebestuur een maximale afslagtijd (tijdsduur) op in de vergunning van drie minuten voor het tot stilstand komen van de rotorbladen, in situaties waarbij de stilstandvoorziening voor slagschaduw in werking treedt. Dit is de minimale veilige afslagtijd voor windturbines van de omvang zoals deze komen op windpark Goyerbrug.

3.2.11 In voorschrift 3.2.2.4 is de keuze aan de initiatiefnemer gelaten voor een stilstandkalender of een actieve slagschaduwmonitoring. Voordeel van de stilstandkalender is dat nimmer slagschaduw hoeft op te treden, omdat het windpark uitgeschakeld wordt bij iedere kans daarop. Gelet op de doelstelling van 0 uur netto slagschaduw verzoekt de reclamant de stilstandkalender als verplichting op te nemen in de voorschriften van de vergunning.

Reactie Het gemeentebestuur stelt dat het voorschrijven van een stilstandkalender inderdaad borgt dat er geen overlast door slagschaduw op kan treden. De manier waarop dit geborgd wordt is het stilzetten van windturbines op momenten dat slagschaduw kán optreden. Een stilstandvoorziening op basis van een sensor zet de windturbine stil op het moment dat er slagschaduw op zál treden. Bij een stilstandkalender staan windturbines derhalve vaker stil, ook op momenten dat er geen daadwerkelijk risico is op slagschaduw. Dit betekent een verder verlies van opbrengst aan opgewekte duurzame energie. De norm van nul uren borgt al een minimale overlast voor de omgeving. Eventuele slagschaduw die op kan treden betreft dan enkel de slagschaduw die kan ontstaan gedurende de afslagtijd (het tot stilstand komen van de windturbine). Deze is maximaal drie minuten. Daarmee is het gemeentebestuur van mening tot een goede norm gekomen te zijn en laat keuze aan de initiatiefnemer hoe te borgen dat aan deze normstelling voldaan wordt. Eerder is in communicatie gesproken over afslagtijden van anderhalve minuut. Dit zijn afslagtijden voor gemiddelde windturbines. Uit informatie van diverse fabrikanten blijkt dat de afslagtijd voor het formaat windturbines van Goyerbrug drie minuten is.

Dit heeft te maken met de tijd die nodig is om het vermogen om te leiden en zo de turbine beheerst tot stilstand te brengen. Bij een kortere afslagtijd loopt bij grote windturbines de temperatuur te snel op wat kans geeft op defecten.

3.2.12 De reclamant verzoekt om in de omgevingsvergunning vast te leggen op welke wijze slagschaduw bepaald dient te worden, welke apparatuur daarbij gebruikt wordt, op welke wijze deze dient te worden gebruikt en hoe dit dient te worden vastgelegd. Dit met het oog op de

25/106

25 november 2022

foutenmarge van 20% die acceptabel wordt geacht in het gebruikte onderzoek van de World Meteorological Organization.

Reactie De norm van nul uren borgt een minimale overlast voor de omgeving. Eventuele slagschaduw die op kan treden betreft dan enkel de slagschaduw die op kan treden gedurende de afslagtijd (het tot stilstand komen van de windmolen). Deze is maximaal drie minuten. In de vergunning is een definitie van slagschaduw gegeven (zie 3.2.9) en zijn voorschriften opgenomen omtrent monitoring en registratie van relevante gegevens en het beschikbaar stellen van die gegevens aan het bevoegd gezag. Daarmee is het gemeentebestuur van mening tot een goede norm gekomen te zijn met voldoende duidelijkheid ten aanzien van monitoring en handhaving. Extra voorschriften over met welke apparatuur gemeten moet worden, worden onnodig geacht.

3.2.13 De reclamant verzoekt de gemeente te onderzoeken tot welke afstand de windturbines van windpark Goyerbrug slagschaduwhinder kunnen veroorzaken en de stilstandbepaling niet te beperken tot raamopeningen in de woning, maar de gehele ruimte waar mensen kunnen verblijven, bijvoorbeeld ook de tuin, in aanmerking te nemen. Hierbij geeft de reclamant aan dat in de ontwerp-omgevingsvergunning uitgegaan wordt van een afstand van 1913 meter, terwijl Duitse onderzoeken aangeven dat slagschaduwhinder optreedt tot 2000 meter. De reclamant verzoekt de gemeente om in de omgevingsvergunning een helder handhavingskader op te nemen, waarvan onderdeel is hoe omgegaan wordt met signalen uit de omgeving dat in afwijking van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarden gehandeld wordt.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema E gestelde. Verder stelt zij dat uitgangspunt bij de berekening van slagschaduw een minimale afscherming is van de zon van 20% door het rotorblad. Voor Goyerbrug resulteert dit in een maximale afstand van 1913 m vanaf de turbines waarbinnen nog sprake is van mogelijke slagschaduweffecten. Diverse onderzoeken concluderen dat buiten deze afstand de schaduw zo diffuus is dat deze geen hinder meer kan opleveren. Zie bijvoorbeeld Update of UK Shadow Flicker evidence base - (GOV.UK) en Erläuterungen zur Schattensimulation von Windkraftanlagen 2016 1 (bayern.de). Verder wijst het gemeentebestuur er op dat bij slagschaduw rekening wordt gehouden met 'gevoelige objecten'. Dat zijn 'gevoelige gebouwen' en 'gevoelige terreinen' als bedoeld in artikel 1.1, lid 1, Activiteitenbesluit. Tuinen bij woningen worden niet beschermd ten aanzien van slagschaduw (zie ook expliciet Stcrt. 2022, nr. 223, blz. 55). Dat heeft verschillende redenen. Mensen mogen in een woning meer bescherming verwachten dan daar buiten. Ook is het effect van slagschaduw in een woning hinderlijker dan in een tuin. Dat komt omdat er buiten meer licht is, waardoor het hinderlijke schaduweffect van slagschaduw minder sterk is.

Ten aanzien van handhaafbaarheid worden in de vergunning niet alleen duidelijke normen gesteld, maar zijn tevens voorschriften opgenomen over het monitoren en registreren van data

26/106

25 november 2022

en het beschikbaar stellen hiervan aan het bevoegd gezag. Aan hand van die data kan de RUD Utrecht controleren of aan de voorschriften van de vergunning voldaan wordt. De gemeente Houten heeft een handhavingsbeleid dat van toepassing is op alle bedrijven in de gemeenten, dus ook op Windpark Goyerbrug. Dit beleid wordt uitgevoerd door de RUD Utrecht. Het beleid bestaat uit 3 stappen:

1. Toezichtfase Indien er sprake is van een vermeende overtreding of ervaren overlast uit de omgeving is de eerste stap het aangaan van een gesprek tussen de RUD en de ondernemer over de overtreding/ervaren overlast en hoe dit op te lossen. Binnen deze stap onderzoekt de RUD de overtreding, dan wel klacht en blijft de voortgang in het ongedaan maken van een eventuele overtreding monitoren. Is de RUD van mening dat er sprake is en blijft van een overtreding, dan volgt stap 2.

2. Voornemen opleggen dwangsom Er wordt een brief verstuurd met daarin het voornemen tot het opleggen van een dwangsom. De hoogte van het bedrag van de dwangsom is afhankelijk van het type overtreding en daarmee een financiële prikkel richting de overtreder om de overtreding ongedaan te maken. Op dit voornemen heeft de overtreder het recht om een zienswijze in te dienen. Blijft de overtreding binnen de gestelde termijn voortduren dan volgt stap 3.

3. Definitief opleggen van dwangsom Als na het verstrijken van deze termijn nog steeds sprake is van de overtreding dan volgt een verbeuring van het dwangsombedrag.

De aanleiding van toezicht en handhaving kan zijn: - Inzichten van monitoring (proactief toezicht) - (Milieu)klachten per mail of telefoon - Een handhavingsverzoek.

Voor spoedeisende klachten heeft de RUD een Milieuklachtenlijn, 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar: 0800 – 0225510. Voor niet spoedeisende klachten is via de website van de RUD een milieuklachtenformulier beschikbaar via: https://rudutrecht.formulierenserver.nl/milieuklachten

Ten aanzien van het kader voor handhaving geldt dat dit voldoende duidelijk uit de wet volgt – zie hierboven. Er is geen reden om de omgevingsvergunning hierop aan te vullen. 27/106

25 november 2022

3.2.14 De reclamant verzoekt een geluidsnorm van 45 dB Lden aan de vergunning te verbinden, in combinatie met een LAeq (equivalent geluidsniveau). Reclamant stelt dat een LAeq zorgt dat periodes van stiltes niet gecompenseerd worden met perioden van excessieve geluidsdruk.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema D gestelde.

3.2.15 De reclamant stelt dat voorkomen moet worden dat handhaving van de normen gepaard gaat met lange procedures, waarbij de overlast gedurende die procedure blijft voortduren. Reclamant stelt voor dat bij geconstateerde overlast boven het vastgestelde normenkader de overlast veroorzakende windturbine onmiddellijk stilgelegd wordt en dat deze pas weer op mag starten als de initiatiefnemer aangetoond heeft dat de overlast boven de vastgestelde norm niet meer voor kan komen.

Reactie Toezicht en handhaving wordt verricht door de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD). Bij overschrijding zal de RUD handhaven conform haar standaardprocedures, die in lijn zijn met de wet en de Landelijke Handhavingsstrategie. Zie ook 3.2.13. Aanvullend daarop geeft het gemeentebestuur aan dat de RUD periodiek controles uitvoert op naleving van de normen, maar ook klachten en handhavingsverzoeken uit de omgeving behandelt. Bij een ontvangen klacht of handhavingsverzoek verricht de RUD altijd eerst onderzoek naar de situatie. Dit onderzoek moet duidelijk maken wat er precies gebeurd is, hoe/waarom dit gebeurd is en of het hier inderdaad gaat om een overtreding van een van toepassing zijnde norm. De RUD gaat bij overlast altijd het gesprek aan met de ondernemer over de ervaren overlast en hoe dit op te lossen. Het daadwerkelijk overgaan tot het nemen van maatregelen (bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk) gebeurt als is aangetoond dat er inderdaad sprake is van een overtreding. Hierbij moeten de maatregelen in verhouding staan tot de ernst van de overtreding. Het direct stilzetten van een windturbine naar aanleiding van een klacht ziet het gemeentebestuur als onevenredig. Eerst moet aangetoond zijn dat het gaat om een overtreding van een van toepassing zijnde norm. Op dat moment wordt aan hand van de aard en ernst van de overtreding een passende maatregel opgelegd.

Dit hoeft niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat bij iedere overschrijding onmiddellijk de windturbine stil wordt gelegd.

3.2.16 De reclamant verzoekt de gemeente Houten om met Stichting Mooi ’t Goy in overleg te gaan, hoe een bepaling, ter bescherming van de bevolking, zoals bedoeld in zienswijze 3.2.15, verder vormgegeven dient te worden. De reclamant geeft hierbij aan dat minimaal ook voor laagfrequent geluid een afdwingbare norm in de omgevingsvergunning opgenomen zal dienen te worden. Dit ook met verwijzing naar de situatie bij het windturbinepark bij de N33. 28/106

25 november 2022

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema D gestelde. Het gemeentebestuur heeft in samenspraak met Pondera en de RUD normen opgenomen die voldoende bescherming bieden voor de omgeving en goed handhaafbaar zijn. Derhalve ziet het gemeentebestuur geen reden deze normen verder aan te scherpen of aan te vullen.

3.3

Stichting belangen Wijkersloot e.o., Stichting Redichem-De Geeren en anderen

3.3.1

De reclamant is van mening dat het college niet bevoegd is op de gevraagde vergunning te beslissen, maar dat Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht bevoegd zijn. Daarom moet de procedure worden stopgezet.

Reactie Gedeputeerde Staten hebben afgezien van toepassing van de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking van de benodigde besluiten. Daarmee is het gemeentebestuur bevoegd de aanvraag te behandelen.

3.3.2

De reclamant stelt dat op grond van het Bor sprake is van een vergunningplichtige inrichting. Nu een omgevingsvergunning nodig is zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder e van de Wabo, kan niet worden volstaan met het verlenen van een vergunning zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder i Wabo. Het college moet daarom de vergunning weigeren.

Reactie Artikel 2.1, lid 1, onder i, Wabo jo. artikel 2.2a, lid 1, onder a, Bor schrijft voor dat in onderhavig geval een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig is, zoals ook is verleend. Er is geen sprake van een vergunningplichtige inrichting op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e, Wabo nu er geen rechtstreekse plicht bestaat tot het opstellen van een MER.

De reclamant stelt dat ten onrechte geen milieueffectrapport (MER) is opgesteld.

Reactie Verwezen wordt naar het hierboven onder thema B gestelde.

3.3.3

De reclamant stelt dat sprake is van schending van artikel 3:11 Awb. Het gemeentebestuur moet ook het advies van advocatenkantoor AKD over de financiële risico's in het geval het project niet

29/106

25 november 2022

doorgaat in de afweging betrekken. Dit stuk heeft een belangrijke rol gespeeld bij de beslissing van de gemeenteraad tot het afgeven van de ontwerp-VVGB. Ten onrechte is het advies van AKD niet ter inzage gelegd.

Reactie Alle stukken die het gemeentebestuur bij zijn beoordeling heeft betrokken, zijn ter inzage gelegd en derhalve ook ter kennis van de reclamant gekomen. Het advies van advocatenkantoor AKD maakt geen deel uit van het beoordelingskader en heeft dus geen rol gespeeld bij de beoordeling van het verzoek tot afgifte van een ontwerp-VVGB.

3.3.4

De reclamant stelt dat het windturbinepark moet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 1.1.1 Bro. Het college heeft geen aandacht besteed aan de ladder duurzame verstedelijking.

Reactie De ABRvS heeft in haar uitspraak van 16 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:709) bepaald dat gelet op de nota van toelichting op het Bro en de strekking van de regeling die gericht is op het tegengaan van leegstand dat een windpark geen stedelijke ontwikkeling is als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro.

3.3.5

De reclamant stelt dat ten onrechte toepassing is gegeven aan artikel 7.20a Wet milieubeheer. Aan de OBM kunnen op grond van artikel 5.13b Bor geen voorschriften worden verbonden en de aanvraag dient dan ook te worden afgewezen.

Reactie Verwezen wordt naar het gestelde onder 2.3.1 van de OBM. Aan de OBM kunnen op grond van artikel 7.20a Wet milieubeheer voorschriften worden verbonden. De reclamant maakt niet duidelijk waarom het gemeentebestuur ten onrechte toepassing aan dit artikel zou hebben gegeven.

3.3.6

De reclamant stelt dat de gevolgen voor de gezondheid van omwonenden ten onrechte niet zijn onderzocht.

30/106

25 november 2022

Reactie De gevolgen voor de gezondheid van omwonenden zijn wel degelijk onderzocht. Verwezen wordt naar hierboven onder 2.7, Thema G: gezondheid en voorzorgsbeginsel gestelde.

3.3.7

De reclamant stelt dat de onderbouwing van de keuze geluidsnormen opgenomen in voorschrift 3.2.1.1 van de ontwerp-omgevingsvergunning niet voldoet aan de eisen die de ABRvS stelt. De Memo Motivering lokale milieunormen windpark Goyerbrug bevat geen actuele, deugdelijke en op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Dit geldt zowel voor de norm zelf als voor het gebruik van de Lden systematiek.

Reactie De Memo motivering lokale milieunormen voldoet wel degelijk aan de eisen die de ABRvS stelt. De reclamant geeft niet aan op grond waarvan dat niet het geval zou zijn. Voor het overige wordt verwezen naar het hierboven onder 2.4, thema C, 2.5, thema D, 2.6, thema E gestelde.

3.3.8

De reclamant stelt dat de gekozen norm van 47 Lden in strijd is met de aanbevelingen in de WHO-richtlijnen.

Reactie Verwezen wordt naar het hierboven onder 2.5, thema D: geluid, gestelde.

3.3.9

De reclamant stelt dat de huidige gekozen voorschriften onvoldoende waarborgen geven met betrekking tot geluid en veiligheid. De turbinekeuze wordt pas later definitief vastgelegd. De maximale invulling van het plan is daarmee nog steeds niet duidelijk.

Reactie Inderdaad staat thans nog niet vast welk type turbine exact zal worden geplaatst. Er is sprake van een bandbreedte. De maatvoering van de te plaatsen turbines staat wel vast. Deze moet een ashoogte van minimaal 145 meter en maximaal 166 meter hebben, terwijl de rotordiameter maximaal 150 meter mag zijn. De tiphoogte moet liggen tussen de 211 en 241 meter. Tenslotte mag het totale vermogen van het windpark niet meer dan 22,8 MW zijn. De effecten op (onder meer) geluid, slagschaduw en externe veiligheid zijn voor alle turbinetypes onderzocht. Bij de beoordeling van deze effecten is uitgegaan van de grootst optredende effecten (worst case scenario). Voor alle types staat vast dat met mitigerende maatregelen kan worden voldaan aan de op te leggen normen. Voordat mag worden gestart met de uitvoering van de werkzaamheden moet de definitieve turbinekeuze voor goedkeuring worden voorgelegd. Daarmee zijn de kenmerken en de milieugevolgen die kunnen worden veroorzaakt bekend. Het gemeentebestuur 31/106

25 november 2022

volgt dan ook niet de stelling van reclamanten dat de maximale invulling van het plan daarmee nog steeds niet duidelijk is. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland d.d. 30 juni 2020 (ECLI:NL:RBMNE:2020:2433), r.o. 38 waaruit, met een verwijzing naar jurisprudentie van de ABRvS, volgt dat het is toegestaan om bandbreedtes in de omgevingsvergunning op te nemen in plaats van vaste kenmerken.

3.3.10 De reclamant stelt dat de windturbines onvoldoende goed in het landschap worden ingepast. De onderbouwing is ondermaats.

Reactie Verwezen wordt naar het hierboven onder 2.2, thema: ruimtelijke kwaliteit, gestelde.

3.3.11 De reclamant stelt dat er in strijd met artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder d Wabo, althans in strijd met artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a. 3e Wabo, geen welstandsbeoordeling is meegenomen in de besluitvorming.

Reactie In de gemeente Houten geldt de Welstandsnota 2011. Na de invoering van deze nieuwe welstandsnota geldt dat Houten welstandsvrij is. Toetsing van welstand vindt alleen nog plaats in geval van zogenoemde excessen. Daartoe is in de welstandsnota 2011 voorzien in een excessenregeling. Er is sprake van een exces wanneer een bouwwerk of een gedeelte daarvan op overduidelijke wijze - dus ook voor niet-deskundigen - in ernstige mate in strijd is met "redelijke eisen van welstand". Het gaat in gevallen van een exces altijd om ernstige ontsiering van een bouwwerk of een gedeelte daarvan in relatie tot de omgeving. Een windturbine is geen bouwwerk dat in strijd is met de redelijke eisen van welstand. Uit de Welstandsnota 2011 volgt dat bij alle nieuw in te richten gebieden en herinrichting van bestaande gebieden een beeldkwaliteitsplan onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan. In dit geval is geen sprake van een bestemmingsplan. Reeds om die reden is een beeldkwaliteitsplan niet vereist. Overigens zijn bij de ruimtelijke onderbouwing diverse visualisaties bijgevoegd, waaruit blijkt wat de visuele impact is van de te realiseren windturbines. In opdracht van het college zijn verder nog visualisaties (in 3D) gemaakt van de windmolens in de bestaande omgeving. Daarmee kan de toekomstige situatie vanuit alle gewenste hoeken bekeken worden.

Verwezen wordt voorts naar het hierboven onder 2.2, thema: ruimtelijke kwaliteit, gestelde. Tenslotte verwijst het gemeentebestuur naar de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 30 juni 2020 (ECLI:NL:RBMNE:2020:2433) waarin de rechtbank oordeelt dat een welstandstoets niet nodig is.

32/106

25 november 2022

3.3.12 De reclamant stelt dat het college en de gemeenteraad zich ten onrechte hebben laten leiden door mededelingen van de aanvrager inhoudende dat een geluidsnorm van 46 of 45 Lden niet financierbaar is. Hiermee is de keuze voor een bepaalde norm dan ook direct een keuze om de vergunning wel of niet te verlenen. De ontwerpbesluiten lijken te zijn ingegeven door de angst voor aansprakelijkstellingen aan de zijde van de exploitant.

Reactie Verwezen wordt naar het hierboven onder 2.2 onder thema: geluid, gestelde. Het gemeentebestuur heeft de belangen van de bescherming van omwonenden tegen geluidoverlast afgewogen tegen de belangen van initiatiefnemer bij het rendabel kunnen exploiteren van het windpark.

3.3.13 De reclamant stelt dat de onderbouwing voor het onderwerp natuur onvoldoende is. En ook onjuist. De Wnb-vergunning die eerder voor het windpark is afgegeven kan als gevolg van de uitspraak van de ABRvS van 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3159) over de bouwvrijstelling stikstof niet worden gebruikt door initiatiefnemer.

Reactie Anders dan de reclamant stelt, is de stikstofemissie gedurende de bouwfase wel degelijk onderzocht. Uit de AERIUS-berekening volgt dat de stikstofdepositie als gevolg van de bouwwerkzaamheden op alle punten 0,00 N/ha/jaar bedraagt. Verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats in Natura-2000 gebieden als gevolg van de aanleg van Windpark Goyerbrug, is daarom met zekerheid uit te sluiten. Verwezen wordt voorts naar het hierboven onder 2.7, thema: natuur gestelde. Gelet hierop is het gemeentebestuur van oordeel dat de door vracht- en kraanwagens tijdens de aanleg van het park veroorzaakte stikstofdepositie niet aan de vergunningverlening in de weg staat.

3.3.14 De reclamant stelt dat de onderbouwing van de fundering van het windpark en de invloed van het windpark op de bodem ten onrechte niet is onderzocht en onvoldoende is onderbouwd.

Reactie In de ruimtelijke onderbouwing van LBP Sight, (3.2.1) is aangegeven dat het fundatieblok van een windturbine bestaat uit gewapend beton en dat dit wordt onderheid. Op grond van artikel 3.1.2 van de voorschriften Bouwen van de vergunning, dient initiatiefnemer tenminste 3 weken voor uitvoering van de werkzaamheden alsnog de gedetailleerde berekeningen en tekeningen van de constructies ter goedkeuring bij de gemeente (team VTH) indienen.

33/106

25 november 2022

Wat de reclamant precies bedoelt met de invloed van het windpark op de bodem, wordt het gemeentebestuur, nu deze stelling op geen enkele wijze wordt onderbouwd, niet duidelijk. Wel duidelijk is dat een windturbine uit de aard der zaak geen stoffen in de bodem afscheidt, dus in die zin is onderzoek hiernaar ook niet nodig.

3.3.15 De reclamant stelt dat het voorkomen van lichthinder in de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende zeker is gesteld. Het voorkomen van lichthinder wordt hiermee aldus de reclamant onvoldoende voorkomen.

Reactie In 3.11 van de ruimtelijke onderbouwing van LBP Sight is ingegaan op lichthinder. Ten aanzien lichtschittering wordt gesteld dat de windturbines worden voorzien van anti-reflecterende coating. In de vergunning is dit opgenomen als verplichting via een voorschrift. In de ruimtelijke onderbouwing is voorts uitgebreid ingegaan op obstakelverlichting in verband met de veiligheid van het vliegverkeer. Het betreft hier internationale ICAO richtlijnen waaraan moet worden voldaan. Anders dan de reclamant stelt is in de ruimtelijke onderbouwing voldoende aandacht besteed aan lichthinder.

3.4

Reclamant 4

3.4.1

De reclamant acht de schadelijke effecten op inwoners, veroorzaakt door het windturbinepark onvoldoende wetenschappelijk vastgesteld. Met name noemt de reclamant de invloed van de extreme hoogte van de windturbines en het geproduceerde laagfrequente geluid op de gezondheid. Reclamant is van mening dat de gemeente een bewust risico neemt door het ontbreken van betrouwbare gegevens. De mate van invloed moet eerst grondig onderzocht worden.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema A, D en G gestelde.

3.4.2

De reclamant geeft aan dat de productie van windenergie noodzakelijk is, maar niet door middel van de nu voorgestelde grote turbines in de nabijheid van woningen.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema A gestelde.

34/106

25 november 2022

3.5

Reclamant 5

3.5.1

De reclamant is van mening dat de vergunning voor windpark Goyerbrug niet afgegeven kan worden nu de gezondheidsschade veroorzaakt door windmolenpark Goyerbrug aantoonbaar zeer groot is. Reclamant geeft aan dat zij als omwonende van Windpark Ospeldijk op 1600 meter afstand van de meest dichtstbijzijnde turbine last heeft van fysieke trillingen in de woonsituatie. Veel omwonenden die dichterbij wonen ervaren ernstige hinder van slaapproblemen, vermoeidheid en concentratieproblemen.

Reactie Ten aanzien van de opmerking met betrekking tot de gestelde gezondheidsschade door windmolenpark Goyerbrug verwijst het gemeentebestuur naar het onder thema D en G gestelde. Met betrekking tot trilling geldt dat niet is gebleken dat windmolens trillinghinder veroorzaken tijdens de exploitatiefase. Er is naar de mening van het gemeentebestuur geen sprake van gezondheidsschade door windpark Goyerbrug.

3.6

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede

3.6.1

Het college van de gemeente Wijk bij Duurstede betreurt dat het ontwerpbesluit kenbaar is gemaakt, zonder hun bestuur daarover tijdig over de inhoud ervan te informeren. Ook bij het informeren van de omwonenden had het college vooraf inhoudelijk betrokken willen worden.

Reactie Het gemeentebestuur heeft begrip voor de teleurstelling over het doorlopen proces. Ook gemeente Houten hecht aan het goed en vooraf informeren van collega-besturen, die bij een dossier betrokken zijn. Dat is ook onze gebruikelijke werkwijze. Op proces zijn onze buurgemeenten vooraf geïnformeerd. Op inhoud was dat bij het voorgenomen besluit over de ontwerpvergunning voor Windpark Goyerbrug helaas niet mogelijk: het voorgenomen besluit is genomen op de dag dat de openbare informatieavond plaatsvond. Toen was er nog geen besluit genomen over de hoogte van de normen. De geluiden van de informatieavond waren voor het college input voor het besluit over de normen. De reactie van Wijk bij Duurstede onderstreept voor ons de noodzaak om gezamenlijk op te trekken rond windenergie. De verantwoordelijke wethouders van beide gemeenten hebben elkaar hierover gesproken.

35/106

25 november 2022

3.7

Reclamant 7

3.7.1

De reclamant geeft aan het niet eens te zijn met het ontwerpbesluit Omgevingsvergunning, omdat de geluidsbelasting van het windturbinepark ongewenst invloed heeft op de gezondheid.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema D en G gestelde.

3.7.2

De reclamant geeft aan het niet eens te zijn met het ontwerpbesluit Omgevingsvergunning, omdat alle vier de windturbines van Windpark Goyerbrug zichtbaar zijn vanuit de kamer.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema A gestelde.

3.7.3

De reclamant geeft aan het niet eens te zijn met het ontwerpbesluit Omgevingsvergunning, om het feit dat enkele bewoners wel gecompenseerd worden en anderen niet. Dit levert verdeeldheid op in de omgeving.

Reactie Het gemeentebestuur veronderstelt dat reclamant hier doelt op de compensatie die de initiatiefnemer biedt aan direct omwonenden. Deze compensatie is onderdeel van een privaatrechtelijke overeenkomst tussen initiatiefnemer en de betreffende bewoners. Zie het onder thema H gestelde.

3.7.4

De reclamant geeft aan het niet eens te zijn met het ontwerpbesluit Omgevingsvergunning, omdat er geen rekening wordt gehouden met de gangbare regelgeving; afstand 10 keer tiphoogte. Ook geeft de Reclamant aan niets te kunnen omdat de regels – door de gemeente Houten zelf opgesteld – hier geen ruimte voor bieden.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema C. Aanvullend geeft het gemeentebestuur aan dat een afstandsnorm in Nederland geen gangbare regelgeving is.

36/106

25 november 2022

3.8

Reclamant 8

3.8.1

De reclamant stelt dat de gemeente Houten voorbijgaat aan het advies van de WHO voor 45 Lden. Daarbij merkt de reclamant op dat de gemeente Houten andere normen hanteert voor windpark Houten dan voor windpark Goyerbrug.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema C, D en G gestelde. Verder merkt zij op dat de specifieke omstandigheden bij een windpark – conform de opdracht van de Afdeling – meegewogen zijn in de totstandkoming van de normen. Deze omstandigheden zijn voor windpark Houten anders dan voor windpark Goyerbrug.

3.8.2

Volgens reclamant lijkt het erop dat de overeenkomsten over financiële compensatie met 16 van de 17 direct omwonenden voor de gemeente een rechtvaardiging is om de norm van 47 dB op te leggen.

Reactie De afweging die het gemeentebestuur heeft gemaakt is niet beïnvloed door financiële afspraken die tussen initiatiefnemer en omwonenden zijn gemaakt.

3.8.3

De reclamant vraagt wat het beleidsvormingsproces binnen de gemeente is over de vaststelling van de dB Lden waaruit blijkt dat er geen schade ontstaat aan de gezondheid.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema D en G gestelde.

3.8.4

De reclamant vraagt of bij het vaststellen van de geluidshinder bij woningen ook rekening wordt gehouden met nieuwbouw in ’t Goy.

Reactie Bij het vaststellen van de geluidsnorm wordt rekening gehouden met een leefbaar woonklimaat voor de aanwezige woningen. Bij het toestaan van nieuwbouw in de omgeving van een windturbinepark wordt deze afweging ook gemaakt.

3.8.5

Volgens reclamant zijn de windmolens heel hoog en zijn de visuele plaatjes misleidend. Reclamant kan zich niet vinden in de onderbouwing van de landschappelijke inpassing en is het niet eens met het gebruik van natuurelementen als de Lek en de Utrechtse Heuvelrug als aanvaarding van de windmolens omdat ze qua maat en hoogte passen bij het schaalniveau van

37/106

25 november 2022

de Lek en de Utrechtse Heuvelrug. Reclamant vraagt de gemeente Houten uit te leggen hoe enerzijds op mesoniveau extra bebossing nodig wordt geacht om de grote molens te ‘verdwergen’ in het landschap en anderzijds op macroniveau juist de molens als ‘baken van openheid’ gezien moeten worden (Smartland rapport).

Reactie Het gemeentebestuur verwijst in eerste instantie naar het onder thema A gestelde. In aanvulling daarop geldt dat in het rapport van Smartland is beschreven dat de verschillende niveaus verschillende afstanden betreffen waaruit het landschap bezien kan worden. Het verschil in afstand zorgt voor een verschil in beleving en verklaart de door reclamant gesignaleerde punten.

3.8.6

Naar aanleiding van de laatste alinea uit het rapport Smartland vraagt reclamant of de gemeente Houten kan aangeven welke toekomstige interventies met betrekking tot recreatieve en ecologische kwaliteiten in de pijplijn liggen die in symbiose zijn, dan wel samengaan met het plaatsten van hoge(re) molens. Ook zonder de molens zouden deze interventies mogelijk zijn.

Reactie Het gemeentebestuur ziet de inpassing van het windpark in de omgeving als een mogelijke besteding van het windfonds, dat de gemeente heeft ingesteld. In dit fonds zit € 150.000 (waarvan 1/3 door het project wordt ingelegd). In overleg met de omgeving en initiatiefnemer wordt uitgewerkt hoe en waaraan het windfonds besteed zal worden.

3.8.7

De reclamant vindt dat bij de beoordeling van de aanvraag de financiële haalbaarheid leidend is gemaakt als het gaat om geluidsnormen of hoogte van de windmolens en dat de gemeente daar geen norm of grens aan heeft gesteld. Reclamant wil weten of nog hogere windmolens dan in de laatste vergunning ook waren geaccepteerd door de gemeente, waarom de gemeente geen grenzen heeft gesteld aan de hoogte van de windmolens en waarom financiële haalbaarheid prevaleert boven de leefkwaliteit van burgers.

Reactie Het gemeentebestuur moet beslissen op de aanvraag zoals die is ingediend. Het antwoord op de vraag hoe bij een anders luidende vergunningaanvraag zou worden besloten is hier niet relevant. Bij de beoordeling van de aangevraagde vergunning heeft het gemeentebestuur een belangenafweging gemaakt en daarbij gezocht naar een balans tussen de productiecapaciteit van de windmolens en de bijdrage aan de duurzame energieopgave enerzijds, en de belangen van omwonenden anderzijds. Hierbij is aangesloten bij de huidige kennis en regelgeving omtrent gezondheid, veiligheid en milieu. In dit verband zijn in de omgevingsvergunning zowel een maximalisatie aan hoogte als in vermogen gegeven en zijn onder meer normen gesteld voor geluid en slagschaduw. Ook is specifiek aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing en wordt naar de mening van het gemeentebestuur recht gedaan aan alle betrokken belangen. Zie in dit verband het gestelde onder thema A, C, D, E en G.

38/106

25 november 2022

3.8.8

De reclamant stelt de vraag waarom de gemeente Houten geen grenzen heeft gesteld aan de hoogte van de windturbines.

Reactie Het gemeentebestuur heeft inderdaad geen beleids- of toetsingskader voor windturbines en beoordeelt een aanvraag op zichzelf op basis van de specifieke activiteiten en kenmerken en de onderbouwing daarvan.

3.8.9

De reclamant stelt dat in ’t Goy veel bezwaar is tegen de windmolens en dat dit blijkt uit het burgerinitiatief dat betrekking had op de inpassing van zonnevelden en windparken in Houten dat ondertekend is door meer dan 100 inwoners. Dit is niet meegenomen in de eindconclusie van de Notitie Draagvlak, zoals deze bij de stukken zat. Reclamant wil weten hoe burgerparticipatie is geborgd en rechtvaardig is als met 10 adressen unieke geheime contracten zijn getekend en het dorp bestaat uit ca. 322 huishoudens.

Reactie Het gemeentebestuur maakt uit de zienswijze op dat reclamant zich niet gehoord voelt. Dat betreurt het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur heeft alle ingebrachte informatie, ook de input van insprekers bij de gemeenteraad en andere betrokkenen die zich op andere wijze tot het gemeentebestuur gericht hebben, in de voorliggende afweging betrokken. Dat de uitkomst van de afweging voor reclamant teleurstellend kan zijn, begrijpt het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur verwijst verder naar het onder thema H gestelde Over de privaatrechtelijke overeenkomsten tussen initiatiefnemer en bewoners wordt hier opgemerkt dat gemeente geen partij is bij of betrokken is in de totstandkoming van deze contracten en daar geen zeggenschap over heeft. Evenmin is rekening gehouden met deze overeenkomsten bij het antwoord op de vraag of het windpark ruimtelijk aanvaardbaar is. Aanvullend merkt het gemeentebestuur op dat het Burgerinitiatief waarnaar verwezen wordt, in het voorjaar van 2021 is ingediend in het kader van de totstandkoming van de Regionale Energie Strategie (RES) U16. De gemeenteraad heeft het verzoek om het Burgerinitiatief te agenderen op procedurele gronden afgewezen. De raadsleden konden het wel betrekken bij hun standpuntbepaling over de RES U16. De RES U16 is op 7 oktober 2021 vastgesteld door de gemeenteraad en is één van de kaders voor het voorliggende besluit.

Via het Burgerinitiatief, maar ook via andere signalen, hebben verschillende inwoners van ’t Goy te kennen gegeven zorgen te hebben over de ontwikkeling van Windpark Goyerbrug. Deze zorgen zijn betrokken in de voorliggende afweging. Het gemeentebestuur kan zich voorstellen dat de uitkomst teleurstellend is voor deze betrokkenen.

3.8.10 De reclamant stelt de vraag wat daadwerkelijk de mogelijkheid is voor inwoners van ’t Goy ten aanzien van financiële participatie in het windmolenpark en vindt het ontwerpbesluit onzorgvuldig tot stand gekomen en niet aanvaardbaar voor de bewoners van ’t Goy. 39/106

25 november 2022

Reactie Financiële participatie in het windmolenpark is een mogelijkheid die aangeboden wordt door de initiatiefnemer. De gemeente is geen partij in de totstandkoming van deze contracten en heeft hier geen zeggenschap in. Er is geen sprake van een onzorgvuldige voorbereiding en het gemeentebestuur vindt de gevolgen van het windpark aanvaardbaar. Zie het gestelde onder thema B, C en H.

3.8.11 Reclamant geeft aan dat de gemeente bij het nemen van het besluit de weerstand van de inwoners van ’t Goy te veel gebagatelliseerd heeft.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema H gestelde. 3.9

Reclamant 9

3.9.1

De reclamant geeft aan achter de zienswijzen te staan zoals beschreven door Reclamant 14.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar de reactie gegeven onder paragraaf 3.14 voor Reclamant 14.

3.9.2

De reclamant geeft aan dat de gemeente in de vergunning strengere en beter te handhaven normen moet opnemen om de gezondheid van de burgers te borgen. De vergunning schiet op dit punt nu te kort.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema D, E en G gestelde.

3.9.3

De reclamant verzoekt de gemeente om de vergunning niet te verlenen voor de juiste normen en voorschriften worden gehanteerd.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema C gestelde.

40/106

25 november 2022

3.10

Reclamant 10

3.10.1 De reclamant geeft aan dat het rekenmodel dat voor Windpark Goyerbrug wordt gehanteerd zonder verdere validering onbruikbaar is. Voor grotere windturbines (Industriële Windturbines, IWT) is de akoestische werkelijkheid dusdanig complex dat het eenvoudige akoestische rekenmodel uit het Activiteitenbesluit niet meer valide is. De internationale standaard dateert uit 1996 en is gericht op de toen gangbare turbinehoogten van hoogstens 100 meter.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema C en D gestelde.

3.10.2 De reclamant geeft aan dat de Nederlandse normen voor windturbinegeluid, evenals ook de WHO aanbevelingen, in belangrijke mate gebaseerd zijn op Nederlands onderzoek uit 2008. Dit onderzoek is volgens reclamant verouderd en houdt geen rekening met de IWT's van windpark Goyerbrug. Volgens reclamant treedt bij hogere turbines een nachtelijk windmaximum (NWM) op en wordt daar bij de berekening van de geluidbelasting onvoldoende rekening mee gehouden. De reclamant geeft aan dat daarom de dosis-effectrelatie uit het Activiteitenbesluit die wordt gehanteerd bij dit windpark niet valide is voor IWT's.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema B, C en D gestelde. Uit het rapport van LBP Sight, dat ten grondslag ligt aan de ruimtelijke onderbouwing en door Pondera is gevalideerd, is aangegeven dat het feit dat windturbines veel groter zijn geworden de afgelopen jaren niet betekent dat het geluid dat wordt veroorzaakt wezenlijk anders is. Het geluidspectrum voor grote windturbines (>3 MW) wijkt niet of nauwelijks af van die van kleinere turbines (0,5 tot 3 MW). Er is nog steeds in hoofdzaak sprake van aerodynamische geluid (geluid dat ontstaat bij het draaien van de wieken door de luchtlagen, waardoor turbulenties worden veroorzaakt). Er is derhalve rekening gehouden met de meest recente wetenschappelijke inzichten en onderzoeksmethoden, die ook door de Afdeling zijn geaccepteerd. De door reclamant aangehaalde informatie doet hier geen afbreuk aan en leidt voor het gemeentebestuur niet tot de conclusie dat daarvan niet mag worden uitgegaan.

3.10.3 Volgens reclamant ontbreekt in de planMer een motivering voor de keuze van de jaargemiddelde gevelbelasting als grondslag voor de normering. Er zou sprake zijn van een papieren werkelijkheid vanwege beperkingen in de berekeningsmethodiek en doseseffectrelatie en handhaving bevestigt alleen die papieren werkelijkheid.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema C en D gestelde en de reactie onder 3.10.2.

41/106

25 november 2022

3.10.4 De reclamant geeft aan dat bij windturbines de, met name 's nachts optredende, extreme geluidniveaus een probleem zullen vormen, die niet kunnen worden gemiddeld over een jaar en ook niet kunnen worden opgelost met de Lden/Lnight normering. Immissienormen kunnen zeer effectief zijn ter bescherming van de burger mits deze goed gehandhaafd kan worden

Reactie Het gemeentebestuur verwijst in eerste instantie naar het onder thema D gestelde. Aanvullend stelt het gemeentebestuur dat in het geval van windpark Goyerbrug uit de onderzoeken blijkt dat circa 71% van de woningen binnen de 37 dB Lden-contour van de windturbines een geluidbelasting ervaart van 42 dB Lden of lager, wanneer er geen geluidvoorzieningen worden getroffen. Dit komt overeen met een nachtelijk geluidniveau van circa 36 dB Lnight of lager. Dit betreffen geluidniveaus op de buitengevel van de woning. Binnenshuis zal dit niveau nog circa 10-20 dB lager liggen als gevolg van gevelwering (afhankelijk van type woning, bouwjaar, etc.). Bij dergelijke lage geluidniveaus zullen de windturbines van windpark Goyerbrug voor het overgrote deel van de woningen dus slechts zelden waarneembaar zijn binnenshuis. Het aantal ernstig gehinderden binnenshuis dat wordt verwacht ligt tussen de 4,5 en 6,2 (gemiddeld 5,3) zonder toepassing van geluidvoorzieningen. Bij een geluidnorm van 47 dB Lden ligt het aantal personen dat ernstige hinder als gevolg van windturbinegeluid ondervindt tussen de 2,8 en 3,2 (gemiddeld 3,0).

3.10.5 Reclamant stelt dat het onmogelijk is om binnen de Lden-methodiek extra hinder door tonaalgeluid te voorkomen of extra normen op te stellen voor laagfrequent geluid. Reclamant wijst op bromtonen bij windpark N33 en andere landen waar sprake zou zijn van een normverzwaring voor tonaalgeluid. Reclamant acht de onderbouwing voor de keuze van de Lden methodiek afwezig terwijl er aanzienlijke contra-indicaties zijn. De reclamant stelt dat sinds 2011 er op een breed vlak een enorme toename bestaat van de wetenschappelijke inzichten met betrekking tot windturbines. Daarin zijn zeer beperkt bewijzen gevonden voor hinder en gezondheidseffecten als gevolg van windturbinegeluid. Hieruit kan volgens reclamant echter niet worden geconcludeerd dat er dus geen negatieve effecten zijn.

Reactie Het gemeentebestuur beseft dat het stellen van normen voor windpark Goyerbrug een belangrijk besluit is, waar hoe dan ook consequenties aan zitten. Bij het maken van afwegingen baseert het gemeentebestuur zich op de meest actuele wetenschappelijk bewezen informatie en de regels die nu op dit moment gelden. Van contra-indicaties voor het gebruik van de Lden systematiek, zoals door de reclamant wordt gesteld, is naar het oordeel van het gemeentebestuur geen sprake. Bij de beoordeling van de aanvraag en totstandkoming van advies en voorschriften is steeds gekeken – met behulp van Pondera – of er onderzoeken van betere kwaliteit en betrouwbaarheid met minder onzekerheden beschikbaar zijn. Dit om te zorgen dat inderdaad de meest recente wetenschappelijk onderbouwde feiten ten grondslag lagen aan de besluitvorming. Daarvan is hier sprake.

42/106

25 november 2022

De Afdeling heeft over de onder andere door reclamant aangehaalde onderzoeken geoordeeld dat deze onvoldoende onderbouwing vormen voor het oordeel dat de geluidsnormen niet aanvaardbaar zijn. Er is geen wetenschappelijk onderzoek waaruit een verband blijkt tussen laagfrequent geluid en gezondheidsklachten. Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4209 en ECLI:NL:RVS:2019:4210. Het door reclamant aangehaalde voorzorgbeginsel strekt niet zo ver dat vanwege mogelijke gezondheidsrisico's moet worden uitgegaan van strengere normen dan thans gesteld. Uit jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat het voorzorgsbeginsel toepassing vindt als een objectieve wetenschappelijke evaluatie uitwijst dat er gegronde redenen zijn om te vrezen voor potentieel gevaarlijke gevolgen voor het milieu of de gezondheid van o.a. mensen in een mate die onverenigbaar zouden kunnen zijn met een voor de Europese Unie gekozen beschermingsniveau. In situaties waarin er te weinig wetenschappelijke gegevens zijn om alle onzekerheden te kunnen kennen en de oorzaak-effect relaties wel worden vermoed maar niet zijn aangetoond, staan de politieke besluitvormers voor de keuze wel of niet handelen. Zie AbRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4210.

Zoals reclamant zelf ook aangeeft, is het causaal verband tussen hinder van windturbines en gezondheidseffecten niet aangetoond. Het gemeentebestuur vindt dat met de opgelegde normen sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden. Het gemeentebestuur acht geen gegronde redenen aanwezig om vanwege de geluidproductie van windturbines te vrezen voor onaanvaardbare gevaarlijke gevolgen voor omwonenden. Over windpark N33 wordt nog opgemerkt dat dit geen situatie is die vergelijkbaar is met windpark Goyerbrug.

3.11

Reclamant 11

3.11.1 De reclamant is van mening dat de gemeente een risico neemt door op dit moment een besluit te nemen over windturbinepark Goyerbrug, terwijl onvoldoende duidelijk is wat de consequenties op de gezondheid zijn van windturbines van deze grote. De reclamant verzoekt de gemeente om te wachten op de diverse onderzoeken, en bijbehorende adviezen, die momenteel uitgevoerd worden. Specifiek noemt de reclamant het advies van het WHO.

Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema C en G gestelde.

3.12

Windpark Goyerbrug B.V.

3.12.1 Reclamant heeft een slagschaduwnorm van 14 uren netto per jaar met een maximum van 20 minuten per dag aangevraagd en verzoekt om die norm op te leggen bij de definitieve vergunning in plaats van 0. Volgens reclamant is de aangevraagde norm strenger dan de standstilvoorziening uit artikel 3.12 Activiteitenregeling (oud), op grond waarvan elke dag minder dan 20 minuten slagschaduw mag optreden. Dat is met de aangevraagde norm al niet

43/106

25 november 2022

mogelijk. De aangevraagde norm blijft ook binnen de kaders die de wetenschap geeft voor het beperken van de slagschaduwhinder, namelijk 15 uur en 20 minuten.

3.12.2 Het opleggen van een norm van 0 uur slagschaduw per jaar leidt tot een opbrengstverlies van 0,31 GWh (ca. € 21.700 en ca. 88 huishoudens). Dat is 0,6% meer verlies dan bij een norm van maximaal 14 uur per jaar. Bij de aangevraagde norm staan de voordelen van de mitigerende maatregel nog in verhouding met het verlies aan productie van duurzame energie. Volgens reclamant wegen de productieverliezen aan duurzame energie bij een beperkender norm dan aangevraagd, niet op tegen de te behalen voordelen voor omwonenden en zal het windpark financieel niet uitvoerbaar zijn. Reclamant vindt dat de second opinion van Pondera (uitgevoerd in opdracht van het gemeentebestuur) geen grondslag vormt voor het stellen van strengere normen dan aangevraagd.

Reactie 3.12.1 en 3.12.2 Het gemeentebestuur heeft zich gecommitteerd aan duurzame energieopwekking en besloten onderhavige vergunning te verlenen. Tegelijkertijd is het haar taak om rekening te houden met de impact daarvan op de omgeving, onder andere door slagschaduw. Uit het advies van Pondera volgt dat wetenschappelijke onderzoeken aanbevelen om niet meer slagschaduw dan 15 uur per jaar en 20 minuten per dag te veroorzaken. Voornamelijk als die grenzen worden overschreden, treedt ernstige hinder op. Dat laat onverlet dat ook bij minder slagschaduw (ernstige) hinder kan optreden voor omwonenden. Het advies concludeert dan ook dat bij een lager blootstellingsduur extra bescherming kan worden geboden. In dit verband geldt dat in de praktijk vaker wordt aangesloten bij een strengere norm dan aangevraagd. Zo is er verschillende jurisprudentie van de Afdeling waar bijvoorbeeld wordt uitgegaan van een norm van 6 uur slagschaduw per jaar (zie AbRvS 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:295 en AbRvS 12 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1024). Ook is voor Windpark Delfzijl bij besluit van 23 december 2021 een slagschaduwnorm van 0 uur opgelegd. Zonder toepassing van een stilstandvoorziening/slagschaduwnorm treedt hier voor 164 woningen (gevoelige objecten) hinder op, variërend van 0-2 uur per jaar tot meer dan 30 uur per jaar (maximaal 54,5 uur per jaar).

Zonder mitigatie is in totaal op alle woningen sprake van maximaal 1164 uur slagschaduw per jaar. Met een norm van maximaal 14 uur per jaar is sprake van 419 uur per jaar aan slagschaduw op woningen en met 20 minuten per dag is in totaal 800 minuten slagschaduw per dag op woningen mogelijk.. Met een norm van 0, is daar geheel geen sprake van. Het gemeentebestuur heeft overwogen dat met een strengere slagschaduwnorm dan aangevraagd, meer bescherming kan worden geboden voor omwonenden van de windmolens. Daarmee wordt (aanvullende) hinder nagenoeg vermeden. Daarbij geldt dat het gemeentebestuur een belangenafweging heeft gemaakt en constateert dat de norm weliswaar effect heeft op de productiecapaciteit en ook het financiële belang van reclamant raakt, maar dat daartegenover staat dat de 164 betrokken woningen geen hinder als gevolg van slagschaduw ondervinden. Dat zijn er 148 meer ten opzichte van de aangevraagde norm. Het gemeentebestuur vindt die belangen zwaar wegen en acht het niet redelijk dat de nadelige effecten van duurzame energieopwekking ten koste komen van een beperkte groep omwonenden. 44/106

25 november 2022

Ten opzichte van de aangevraagde norm is sprake van een productieverlies van 0,6% (ten opzichte van geen slagschaduwnorm is dat 1,36%). Dit resulteert in een opbrengstverlies van 0,31 GWh, goed voor ongeveer € 21.700,- en ca. 88 huishoudens. Het gemeentebestuur vindt dit verlies beperkt en aanvaardbaar, mede gelet op het geschatte totale productievermogen van het windpark van 51 tot 79 GWh/jaar. Er is niet gebleken dat de opgelegde norm leidt tot een financieel onuitvoerbare situatie. Desgevraagd heeft reclamant hier ook geen nadere stukken van overgelegd.

3.12.3 Reclamant vindt dat moet worden beslist op de aanvraag zoals die is ingediend en dat de grondslag van de aanvraag is verlaten met de afwijkende norm. Daarmee is sprake van strijd met de Wabo.

Reactie Naar de mening van het gemeentebestuur is besloten op de aanvraag zoals die is ingediend en wordt de grondslag van de aanvraag niet verlaten door strengere normen voor te schrijven. Er is geen sprake van een substantiële verandering van de werking van de inrichting (begrenzing, type inrichting etc.), alleen de maximaal op te treden slagschaduw wordt aan banden gelegd (zie bijvoorbeeld AbRvS 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:205). Het alternatief voor het opleggen van deze normen is overigens dat de omgevingsvergunning zou worden geweigerd, hetgeen ook niet wenselijk wordt geacht door zowel het gemeentebestuur als reclamant. Strijd met de Wabo is niet aan de orde.

3.12.4 Volgens reclamant is de opgelegde norm een verkapte weigering van de omgevingsvergunning. Reclamant wijst op jurisprudentie waaruit volgt dat een voorschrift niet mag worden opgelegd als vooraf vaststaat dat dit niet haalbaar is. Volgens reclamant is de aangevraagde norm de strengste norm die gehanteerd kan worden waarbij het windpark nog financieel uitvoerbaar is. Bij een beperkender norm wegen de productieverliezen aan duurzame energie niet langer op tegen de te behalen voordelen voor omwonenden en zal het windpark financieel niet uitvoerbaar zijn. Hier gaat het ontwerpbesluit niet op in en het college heeft volgens reclamant onvoldoende onderzoek verricht naar of het opgelegde vergunningvoorschrift de exploitatie van het windpark feitelijk onmogelijk maakt.

Reactie In reactie op dit punt verwijst het gemeentebestuur in naar het gestelde onder 3.12.2.

3.12.5 Volgens reclamant is de opgelegde slagschaduwnorm onzorgvuldig tot stand gekomen en gebrekkig gemotiveerd. Uit de onderzoeken van LBP Sight en Pondera blijkt niet welke feiten of belangen reden geven tot een strenge norm. De gemeente heeft nagelaten eigen onderzoek te verrichten naar de noodzaak voor en effecten van het opleggen van 0 uur netto per jaar, mede in het licht van conclusies uit internationale onderzoeken. Daarmee is het voorschrift onzorgvuldig voorbereid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=6c39c785-6d0f-48ac-b7a9-277c8023303a