Bijlage 1 - Goyerbrug_Nota-van-Beantwoording-zienswijzen
Tekst van het document
Nota beantwoording Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Ontwerp-omgevingsvergunning en ontwerp-verklaring van geen bedenkingen Windpark Goyerbrug.
1/106
25 november 2022
Inhoudsopgave
INHOUD 1
2
3
INLEIDING ..................................................................................................................................4 1.1
Achtergrond ...................................................................................................................4
1.2
Persoonsgegevens ........................................................................................................4
1.3
Leeswijzer ......................................................................................................................4
THEMATISCHE BEANTWOORDING .........................................................................................5 2.1
Inleiding ..........................................................................................................................5
2.2
Thema A: Ruimtelijke kwaliteit .......................................................................................5
2.3
Thema B: M.e.r.-beoordeling .........................................................................................7
2.4
Thema C: Kwaliteit onderzoeken/vergewisplicht/afweging............................................8
2.5
Thema D: Geluid (inclusief laagfrequent geluid) ...........................................................9
2.6
Thema E: Slagschaduw ...............................................................................................12
2.7
Thema F: Natuur ..........................................................................................................12
2.8
Thema G: Gezondheid en voorzorgsbeginsel .............................................................14
2.9
Thema H: Draagvlak ....................................................................................................16
2.10
Thema I: Planschade ...................................................................................................17
ZIENSWIJZEN ..........................................................................................................................18 3.1
Reclamant 1 .................................................................................................................18
3.2
Reclamant 2 .................................................................................................................21
3.3
Stichting belangen Wijkersloot e.o., Stichting Redichem-De Geeren en anderen ......29
3.4
Reclamant 4 .................................................................................................................34
3.5
Reclamant 5 .................................................................................................................35
3.6
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede .......35
3.7
Reclamant 7 .................................................................................................................36
3.8
Reclamant 8 .................................................................................................................37
3.9
Reclamant 9 .................................................................................................................40
3.10
Reclamant 10 ...............................................................................................................41
3.11
Reclamant 11 ...............................................................................................................43
3.12
Windpark Goyerbrug B.V. ............................................................................................43
3.13
Reclamant 13 ...............................................................................................................47
3.14
Stichting Mooi ’t Goy ....................................................................................................50
3.15
Reclamant 15 ...............................................................................................................57
3.16
Reclamant 16 ...............................................................................................................65
3.17
Reclamant 17 ...............................................................................................................66
3.18
Reclamant 18 ...............................................................................................................82
3.19
Reclamant 19 ...............................................................................................................84
3.20
Reclamant 20 ...............................................................................................................91
2/106
25 november 2022
3.21
Reclamant 21 ...............................................................................................................98
3.22
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Culemborg ..................99
4
CONCLUSIE ZIENSWIJZEN ..................................................................................................103
5
AMBTSHALVE WIJZIGING ....................................................................................................104
3/106
25 november 2022
1
INLEIDING
1.1
Achtergrond
Het ontwerpbesluit over de omgevingsvergunning voor Windpark Goyerbrug en de stukken die daar deel van uitmaken, hebben van 29 september 2022 tot en met 9 november 2022 ter inzage gelegen. In deze periode heeft iedereen de gelegenheid gekregen om een zienswijze over het ontwerpbesluit naar voren te brengen. In totaal zijn er in deze periode 22 individuele zienswijzen binnengekomen. In deze nota beantwoording zienswijzen worden alle zienswijzen van een antwoord voorzien. Voor de leesbaarheid van deze nota zijn de ingediende zienswijzen samengevat. Om dezelfde reden hebben we geen splitsing gemaakt in zaken die betrekking hebben op de ontwerp verklaring van geen bedenkingen (VVGB; afgegeven door de gemeenteraad) en zaken die betrekking hebben op de ontwerp omgevingsvergunning (afgegeven door het college). Omdat in verschillende zienswijzen dezelfde thema's terugkomen, is in hoofdstuk 2 van deze nota gekozen voor een algemene behandeling van deze thema's. Vervolgens is in hoofdstuk 3 een samenvatting gemaakt van alle zienswijzen en is hierop – zo nodig aanvullend op de thematische beantwoording – een antwoord gegeven. 1.2
Persoonsgegevens
Op grond van de Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG) is het niet toegestaan om persoonsgegevens zonder een wettelijke verplichting of absolute noodzaak (elektronisch) beschikbaar te stellen. NAW-gegevens (naam, adres, woonplaats) of andere persoonsgegevens die vallen onder de AVG, worden daarom niet ter inzage gelegd. De namen van natuurlijke personen die een zienswijze hebben ingediend, zijn daarom in deze nota geanonimiseerd en aangeduid met een uniek nummer. Aan indieners wordt hun eigen nummer bekendgemaakt. Daarmee kunnen zij de beantwoording van hun zienswijzen uit deze notitie herleiden. Alle ingediende zienswijzen zijn gebundeld en geanonimiseerd in een aparte bijlage. 1.3
Leeswijzer
Veel zienswijzen gaan in op dezelfde thema’s. Hoofdstuk 2 start met de algemene beantwoording van de meest voorkomende thema’s en onderwerpen. In hoofdstuk 3 zijn de ingekomen zienswijzen samengevat en afzonderlijk van een reactie voorzien. Als dat mogelijk is, wordt in de reactie verwezen naar hoofdstuk 2 of naar een vergelijkbare zienswijze in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 bevat de conclusies ten aanzien van de ingediende zienswijzen. Ten slotte wordt in hoofdstuk 5 nog een aantal ambtshalve wijzigingen opgesomd. Dit zijn kleine foutjes of aanscherpingen die ontdekt zijn en die het besluit niet wezenlijk veranderen. Deze nota van beantwoording zienswijzen is onderdeel van een officiële procedure. Dit document kan voorgelegd worden aan de Afdeling Bestuursrechtspraak van Raad van State. Zij moeten deze nota kunnen beoordelen volgens de in Nederland geldende regels en wetten. Deze nota is daarmee een juridisch document en is als zodanig geschreven. Het taalgebruik is daardoor meer formeel.
4/106
25 november 2022
2
THEMATISCHE BEANTWOORDING
2.1
Inleiding
Omdat een groot deel van de zienswijzen betrekking heeft op dezelfde thema’s, is gekozen voor een thematische beantwoording volgens onderstaande indeling: A. B. C. D. E. F. G. H. I. 2.2
Ruimtelijke kwaliteit M.e.r.-beoordeling Kwaliteit onderzoeken/vergewisplicht Geluid (inclusief laagfrequent geluid) Slagschaduw Gevolgen voor natuur Gezondheid en voorzorgbeginsel Draagvlak Planschade
Thema A: Ruimtelijke kwaliteit
Veel reclamanten voeren aan dat de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving wordt aangetast door het plaatsen van 241 meter hoge windturbines. Daarbij worden ook de noodzaak en alternatieve locaties aangehaald. Gemeente Houten maakt onderdeel uit van de U16.1 De U16 heeft de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 U16 opgesteld. Deze is in oktober 2021 door de gemeenteraad van Houten vastgesteld. In de RES staat hoeveel duurzame energie de U16 in 2030 opwekt met windturbines, zonnevelden en grote zonnedaken. De U16 wil aan de nationale energieopgave bijdragen met 1,8 TWh in 2030 (dit noemen we het elektriciteitsbod van de U16). Gemeente Houten draagt daarvan 0,178 TWh bij aan het totale U16bod van 1,8 TWh aan de rijksoverheid. Deze 0,178 TWh van gemeente Houten wordt gerealiseerd met windturbines, zonnevelden en grote zonnedaken. In de RES staat hoeveel duurzame energie de U16 in 2030 opwekt met windmolens, zonnevelden en grote zonnedaken. De vergunningen daarvoor moeten uiterlijk 2025 verleend zijn. Windpark Goyerbrug is een belangrijk onderdeel van de bijdrage van Houten aan het elektriciteitsbod in de RES 1.0 U16. Het levert met 0,067 TWh ruim een derde (37,6% om precies te zijn) van de Houtense RES-bijdrage. Daarmee is het windpark een belangrijk onderdeel van onze afspraak met onze regiopartners en de landelijke overheid.
Ook draagt Windpark Goyerbrug bij aan de realisatie van de doelen voor duurzame energie zoals deze zijn opgenomen in Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. De gemeente Houten heeft als doelstelling om in 2040 energie- en klimaatneutraal te zijn (Energieplan 2020-2025). De verwachte productie van Windpark Goyerbrug dekt ruimschoots het volledige elektriciteitsverbruik van alle Houtense huishoudens (in 2021 was dit 59,9 GWh). Het levert daarmee een forse bijdrage aan het behalen van de duurzame energiedoelstelling. Het gemeentebestuur vindt daarom de realisatie van het Windpark Goyerbrug gewenst. Het bestuur realiseert zich ook dat windturbines impact op de omgeving hebben en niet elke locatie geschikt is voor windenergie. Er is daarom in 2001 al een afweging gemaakt waar windturbines geplaatst zouden kunnen worden binnen de gemeente Houten. De locatie van Windpark Goyerbrug vloeit voort uit
1
U16 zijn de samenwerkende overheden rond en inclusief de stad Utrecht. Naast 16 gemeenten zijn ook Provincie Utrecht en vier waterschappen hierbij aangesloten.
5/106
25 november 2022
het raadsbesluit 'windenergie' van 27 februari 2001. Daarin zijn binnen de gemeente Houten drie geschikte locaties voor windenergie aangewezen. De locatie bij de Goyerbrug is als zoekgebied vastgelegd in de gemeentelijke Structuurvisie Eiland van Schalkwijk. Aan deze keuze lag toen ook ten grondslag dat het milieurendement hoog is (veel wind). Dit betekent een hoge opbrengst van duurzame energie tegenover een relatief lage aantasting van natuur en milieu. Na inspraak van omwonenden bij de totstandkoming van de structuurvisie is het definitieve zoekgebied ingekort en naar het zuiden opgeschoven. Windpark Goyerbrug past ook binnen de kaders van de Omgevingsvisie Provincie Utrecht, vastgesteld op 10 maart 2021. In de Omgevingsvisie worden de integrale langere termijnambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd. Een van deze thema’s is duurzame energie. De locatie van Windpark Goyerbrug ligt in het gebied waarbinnen de provincie ruimte biedt voor de realisatie van windenergie en/of zonnevelden. Door hun afmetingen hebben de windturbines van Windpark Goyerbrug impact op het landschap en de beleving ervan. Het gemeentebestuur is zich hiervan terdege bewust. Echter, van een aantasting van de kernkwaliteiten en karakteristieken van het landschap is naar het oordeel van het gemeentebestuur geen sprake.
De vier windturbines worden in lijnopstelling langs het Amsterdam-Rijnkanaal geplaatst. Daarmee sluit het windpark naar mening van het gemeentebestuur aan op een infrastructurele lijn in het landschap en wordt de grens van het Eiland van Schalkwijk geaccentueerd. De grens is daarmee vanuit de omgeving nog beter herkenbaar. Op verzoek van het gemeentebestuur heeft het bureau Unlimited Urban Management (UUM) in samenwerking met SMARTLAND landscape architects een expert opinion uitgebracht over de landschappelijke aspecten van Windpark Goyerbrug. Uit dit rapport volgt dat het landschap de hoge windturbines kan dragen. De turbines zullen goed zichtbaar zijn in het landschap, maar dit is geen belemmering voor het plaatsen ervan. De maat en hoogte van de beoogde turbines passen op deze plek bij de maat en schaal van de grote landschapselementen in het rivierenlandschap. De landschappelijke impact van het windpark beleven mensen verschillend. Om de visuele invloed van het windpark mede te kunnen beoordelen zijn er diverse visualisaties gemaakt. Allereerst heeft initiatiefnemer als bijlage 6 bij de ruimtelijke onderbouwing verschillende visualisaties bijgevoegd, waaruit blijkt wat de visuele impact op de omgeving is van de te realiseren windturbines. Verder zijn in opdracht van het college nog visualisaties (in 3D) gemaakt van de windturbines in de bestaande omgeving.
Daarmee kan de toekomstige situatie vanuit alle gewenste hoeken bekeken worden. Deze simulatie is online te bekijken, zie: https://www.theimagineers.com/windparkgoyerbrug/#Kapelleweg_1/Mogelijke_Situatie/ De impact van Windpark Goyerbrug op het landschap en de beleving daarvan zijn door het gemeentebestuur in de beoordeling betrokken. Alles afwegende vindt het gemeentebestuur de effecten van Windpark Goyerbrug ruimtelijk aanvaardbaar en meent zij dan ook dat de belangen, die zijn gemoeid met de realisatie van Windpark Goyerbrug, zwaarder wegen dan de effecten daarvan op de omgeving. Daarbij ziet het gemeentebestuur geen aanleiding om aan te nemen dat de realisatie van de windturbines grote nadelige gevolgen zal hebben voor het toerisme en de landbouw in de Kromme Rijnstreek of aanverwante gebieden. Ook van eventuele effecten op vee is geen bewijs.
6/106
25 november 2022
2.3
Thema B: M.e.r.-beoordeling
Een aantal reclamanten voert aan dat ten onrechte geen milieueffectrapport is opgesteld, gelet op de impact die het windpark heeft op de omgeving. Naar aanleiding van deze zienswijzen wordt het volgende overwogen. Windpark Goyerbrug heeft een maximaal vermogen van 22,8 MW2. Op grond van artikel 7.2, eerste lid, sub a Wet milieubeheer worden bij algemene maatregel van bestuur activiteiten aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Deze algemene maatregel van bestuur is het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Onderdeel C van het Besluit m.e.r. bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het doorlopen van een (uitgebreide) m.e.r.-procedure verplicht is. Een windpark met een vermogen van maximaal 22,8 MW valt hier niet onder. Op grond van artikel 7.2, eerste lid, sub a Wet milieubeheer worden bij algemene maatregel van bestuur activiteiten aangewezen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Onderdeel D van het Besluit m.e.r. bevat activiteiten, plannen en besluiten ten aanzien waarvan de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 Wet milieubeheer van toepassing is, met andere woorden een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Een windpark van maximaal 22,8 MW valt onder onderdeel D.22.2 van het Besluit m.e.r. en is dus m.e.rbeoordelingsplichtig.
Op 13 mei 2022 is door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling ingediend, als onderdeel van de vergunningaanvraag. Het college heeft deze notitie laten toetsen door Pondera Consult 3 (hierna: 'Pondera') en de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht. Op basis van deze toetsing en een overleg op 3 juni 2022 met de initiatiefnemer en zijn adviseur LBP Sight, is verzocht om een aanvulling van de notitie. Op 29 juli 2022 heeft de initiatiefnemer een aangepaste aanmeldingsnotitie m.e.r.beoordeling ingediend. Bij besluit van 24 augustus 2022 hebben burgemeester en wethouders besloten dat geen m.e.r.procedure behoeft te worden doorlopen en dat kan worden volstaan met de m.e.r.-beoordeling (inclusief aanvulling). Uit die m.e.r.-beoordeling en onderbouwende notities en onderzoeken blijkt dat Windpark Goyerbrug bij het toepassen van de in de stukken genoemde mitigerende maatregelen niet leidt tot belangrijke cumulatieve effecten en/of tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarnaast zijn er bij Windpark Goyerbrug geen bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om (toch) een (uitgebreide) m.e.r.-procedure te doorlopen. Het college heeft geoordeeld – mede op basis van een toetsing door Pondera en RUD – dat gedegen en uitgebreide onderzoeken zijn uitgevoerd.
Reclamanten hebben niet aangevoerd welke andere milieueffecten het Windpark Goyerbrug heeft, anders dan de effecten die door de initiatiefnemer zijn onderzocht. De enkele stelling dat sprake is van een enorme impact is onvoldoende om tot andere inzichten te komen.
2
In het ontwerpbesluit stond abusievelijk 22,4 MW. Dat was conform de aanvraag uit 2019, in de aanvulling 2022 stond 22,8 MW. Zie de ambtshalve wijzigingen. De bouwkenmerken (zoals maximale tiphoogte) zijn niet gewijzigd en dit hogere vermogen heeft geen invloed op de normen. 3 Pondera Consult is een specialistisch adviesbureau met betrekking tot (de milieu- en ruimtelijke aspecten van) duurzame energie en windturbineparken.
7/106
25 november 2022
2.4
Thema C: Kwaliteit onderzoeken/vergewisplicht/afweging
Verschillende reclamanten zetten vraagtekens bij de kwaliteit, volledigheid en actualiteit van de onderbouwing van het ontwerpbesluit. Zij verwijzen naar andere informatie en/of vragen om een afstandsnorm. Ook vinden enkelen dat de beleving van omwonenden onvoldoende meegewogen is en/of willen zij dat het gemeentebestuur met het besluit wacht op lopende onderzoeken, zoals de landelijke plan-MER voor de windturbinenormen in het Activiteitenbesluit. Kwaliteit en volledigheid Het gemeentebestuur heeft zowel bij de m.e.r.-beoordeling als bij de beoordeling van de aanvraag en het tot stand komen van de normstelling en de voorschriften zich laten adviseren door Pondera en de RUD. Pondera is een specialistisch adviesbureau met betrekking tot (de milieu- en ruimtelijke aspecten van) duurzame energie en windturbineparken. De RUD verzorgt voor gemeenten en provincie taken op het vlak van vergunningverlening, toezicht en handhaving, onder andere bij windparken in onze regio. De basis voor het besluit is de aanvraag uit 2019. Op 13 mei 2022 is door initiatiefnemer een aanpassing op die aanvraag ingediend, inclusief een aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling. Het college heeft deze stukken laten toetsen door Pondera. Op basis van het rapport van Pondera heeft het college verzocht om aanvulling van de stukken.
Dit betrof met name extra onderbouwing van/toelichting op gekozen normen en gehanteerde (reken)methodes. Op 3 juni 2022 heeft een overleg plaatsgevonden tussen de gemeente, de RUD, Pondera en LBP Sight om vast te stellen of de door Pondera gestelde vragen/opmerkingen goed zijn begrepen. Op basis hiervan heeft de initiatiefnemer op 29 juli 2022 een aangepaste aanvraag met aanmeldingsnotitie ingediend. Pondera en de RUD hebben geconcludeerd dat de informatie, die door de initiatiefnemer is aangeleverd, volledig en correct is en leidt tot logische conclusies. Hun adviezen zijn gebaseerd op die informatie. Op basis van die adviezen heeft het gemeentebestuur de (ontwerp)besluiten over de verklaring van geen bedenkingen, de vergunning en het besluit over de m.e.r.-beoordeling genomen. Actualiteit/wachten Reclamanten plaatsen kanttekeningen bij de leeftijd van gebruikte wetenschappelijke onderzoeken en geven in overweging te wachten op de resultaten van nieuwe onderzoeken die op dit moment lopen, zoals de landelijke plan-MER voor de windturbinenormen in het Activiteitenbesluit. Het gemeentebestuur beseft zich dat het stellen van normen voor windpark Goyerbrug een belangrijk besluit is, waar hoe dan ook consequenties aan zitten. Bij het maken van afwegingen baseert het gemeentebestuur zich op de meest actuele wetenschappelijk bewezen informatie en de regels die op dit moment gelden.
Aan de besluitvorming liggen de meest recente wetenschappelijk onderbouwde inzichten ten grondslag. Dat sommige onderzoeken weliswaar iets oude zijn, betekent dan ook niet dat daarom niet van die onderzoeken mag worden uitgegaan. Bij de beoordeling van de aanvraag en totstandkoming van advies en voorschriften is ook steeds gekeken – met behulp van Pondera – of er onderzoeken van betere kwaliteit en betrouwbaarheid met minder onzekerheden beschikbaar zijn dan de bij de aanvraag gevoegde stukken. Daarvan is niet gebleken, zodat hierin geen belemmering ligt voor het gebruik van de onderzoeken. Het gemeentebestuur begrijpt de suggestie om te wachten op de landelijke plan-MER voor de windturbinenormen in het Activiteitenbesluit. Naar verluidt zou de plan-MER, die de rijksoverheid momenteel laat maken, eind 2022, begin 2023 verschijnen. Op moment van schrijven (25 november 2022) is hier echter nog geen concrete planning van bekend. De gemeente kan die planning en het onderzoek helaas niet afwachten en moet op last van de Afdeling Bestuursrechtspraak van Raad van State (in haar uitspraak van 25 mei 2022; ECLI:NL:RVS:2022:1492) zo spoedig mogelijk een besluit nemen op de aanvraag. Dit besluit wordt genomen op 20 december 2022. Publicaties tot aan die datum 8/106
25 november 2022
worden meegewogen in het besluit. Onderzoeken die ten tijde van het nemen van het besluit nog lopen, kunnen helaas niet afgewacht worden. De gemeente moet zich baseren op verifieerbare en wetenschappelijk bewezen inzichten. Rapport Arcadis (2022) Sommige reclamanten wijzen op het belang van een afstandsnorm voor windturbines om geluidhinder en slagschaduw te voorkomen. Begin dit jaar heeft Arcadis in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat onderzoek gedaan naar afstandsnormen bij windturbines4. Daarin concludeert Arcadis dat een afstandsnorm vooral helpt tegen visuele hinder en niet tegen overlast door geluid of slagschaduw. In zoverre heeft een afstandsnorm dus geen toegevoegde waarde. Het gemeentebestuur vindt het vooral belangrijk omwonenden te beschermen tegen laatstgenoemde vormen van overlast. Daarvoor zijn geluiden slagschaduwnormen beter. Een afstandsnorm van 10 keer de tiphoogte, zoals sommige reclamanten voorstellen, zou overigens ook bescherming kunnen bieden tegen overlast van geluid en slagschaduw. Met deze norm is er in Nederland echter in de praktijk vrijwel geen plek voor windturbines op land. Dat is niet wenselijk gelet op de grote opgave voor duurzame energieopwekking waar Nederland aan gehouden is.
Beleving van omwonenden Sommige reclamanten geven aan dat er onvoldoende is gekeken naar de daadwerkelijke (hinder)beleving van de omwonenden. In dit verband geldt dat het gemeentebestuur zich in de besluitvorming baseert op de meest actuele (wetenschappelijke) informatie en berekeningen op basis van onderzoeken naar ervaren hinder. Daarbij is ook, op basis van jurisprudentie, het oordeel van de Raad van State betrokken over deze informatie en berekeningen. Op basis van die informatie heeft het gemeentebestuur zorgvuldig afgewogen wat goede normen voor Windpark Goyerbrug zijn en daarbij gezocht naar een goede balans tussen “beschermen” en “benutten”. De gekozen normen zijn naar het oordeel van het gemeentebestuur aanvaardbaar. Conclusie Uit het voorgaande volgt dat– anders dan reclamanten stellen – de kwaliteit van de gebruikte onderzoeken voldoende is en dat is uitgegaan van de op dit moment meest actuele informatie en wetenschappelijke inzichten. Daarmee heeft het gemeentebestuur voldaan aan haar vergewisplicht en is zorgvuldig geweest in het betrekken van de diverse belangen in de besluitvorming rondom windpark Goyerbrug. 2.5
Thema D: Geluid (inclusief laagfrequent geluid)
Verschillende reclamanten vrezen voor geluidhinder vanwege de windturbines van Windpark Goyerbrug. Daarbij stellen zij vragen over de gekozen Lden-norm, zowel over het type norm als de hoogte van de gekozen norm zelf. Ook de handhaafbaarheid van de geluidsnormen wordt betwijfeld door reclamanten. Windturbines maken geluid. Het gemeentebestuur begrijpt de zorgen van reclamanten die vrezen voor geluidhinder. Windturbines maken immers geluid. Daarom wordt voor Windpark Goyerbrug een geluidsnorm gesteld. Op basis van de uitspraken van de Afdeling van 28 juli 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1679) en van 25 mei 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1492), moet het gemeentebestuur voor windpark Goyerbrug eigen normen stellen ter vervanging van de normstelling uit het
4
Zie: Onderzoek afstandsnormen windturbines | Rapport | Rijksoverheid.nl
9/106
25 november 2022
Activiteitenbesluit en de -regeling. Voor de besluitvorming geldt dat de te hanteren normen moeten worden voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. De adviseur van de initiatiefnemer (LBP Sight) heeft in de aanvraag een voorstel gedaan voor een geluidsnorm, aan de hand van door hen uitgevoerd akoestisch onderzoek. Door de initiatiefnemer is een norm aangevraagd van 47 dB Lden en 41 dB Lnight ter plaatse van geluidgevoelige objecten voor windpark Goyerbrug. Pondera heeft de aanvraag en bijbehorende onderzoeken beoordeeld op volledigheid en juistheid. Daarbij heeft Pondera ook gekeken naar andere mogelijke normen zoals het equivalent geluidsniveau (LAeq) of een afstandsnorm (10xtiphoogte). Ook hebben zij relevante informatie meegenomen uit andere bronnen, zoals de factsheet Gezondheidseffecten van windturbine geluid van het RIVM (2021) en publicaties van de WHO. Op basis van de stukken heeft Pondera een advies gegeven: de aangevraagde norm is aanvaardbaar. De aangevraagde norm is een norm in dB Lden. Deze systematiek is de Europese standaard voor omgevingslawaai en wordt in Nederland ook gehanteerd voor luchtvaartlawaai en weg- en railverkeerslawaai.
Een Lden normsystematiek is goed geschikt om de geluidbelasting van een bron die in principe continue (24/7) geluid produceert te bepalen en houdt rekening met specifiek aspecten zoals windsnelheidsverdeling, bodemreflectie en absorptie. Ook zijn de bekende dosis-hinderrelaties uitgedrukt in dB Lden, waarmee een betere voorspelling kan worden gegeven van de te verwachten hinder dan wanneer er nog een omrekenslag (naar LAeq) zou worden toegepast. Pondera heeft de aanvraag en bijbehorende onderzoeken beoordeeld op volledigheid en juistheid. Daarbij heeft Pondera ook gekeken naar andere mogelijke normen zoals het equivalent geluidsniveau (LAeq) of een afstandsnorm (10x tiphoogte). Ook heeft Pondera relevante informatie betrokken uit andere bronnen, zoals de factsheet Gezondheidseffecten van windturbine geluid van het RIVM (2021) en publicaties van de WHO. Op basis van de stukken heeft Pondera geadviseerd dat de aangevraagde norm aanvaardbaar is en recht doet aan de bescherming van de omgeving enerzijds en aan het belang van het opwekken van duurzame elektriciteit met windturbines anderzijds. Uit de aanvraag blijkt echter dat niet zonder meer kan worden voldaan aan een norm van 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Daarvoor zijn mitigerende maatregelen in de vorm van noisemodes (maatregelen gericht op de rotatiesnelheid van de rotor van de turbine) noodzakelijk.
Afhankelijk van de gekozen typen windturbines worden de noisemodes ingesteld. Dit is als voorschrift opgenomen in de (ontwerp)vergunning. Daarnaast is in de (ontwerp)vergunning een voorschrift opgenomen dat de initiatiefnemer voorafgaand aan de bouw van het windturbinepark met akoestisch onderzoekmoet aantonen dat de gekozen windturbines aan de gestelde geluidsnorm kunnen voldoen. Ook is een controlemeting voorgeschreven kort na inwerkingtreding van het windpark. Die controlemeting is bedoeld om te controleren of het bronvermogen van de relevante operationele modi overeenkomt met de waarden die zijn gebruikt in het akoestisch onderzoek van het definitieve windturbinetype. Na het toepassen van de geluidvoorzieningen (noisemodes) kan Windpark Goyerbrug voldoen aan de voorgeschreven geluidsnormen. De maximale geluidbelasting ter plaatse van woningen van derden bedraagt dan 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Het aantal personen dat ernstige hinder ondervindt (binnenshuis) is bij deze norm 3,0 (gemiddeld, afhankelijk van het gekozen windturbinetype). Het aantal
10/106
25 november 2022
woningen dat als gevolg van de geluidmitigatie in een lagere Miedema-classificering5 valt bedraagt 12. Windpark Goyerbrug zal in alle gevallen moeten voldoen aan de gestelde geluidsnormen. Gebeurt dat niet, dan zal handhavend worden opgetreden. Het gemeentebestuur acht de gestelde normen en de handhaafbaarheid daarvan toereikend om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen. Daar waar wordt afgeweken van de norm zal de gemeente streng handhaven. Een aantal reclamanten stelt vraagtekens bij de handhaafbaarheid van een Lden norm, omdat dit een jaargemiddelde norm is. Het vaststellen van een overschrijding van een Lden-norm is dan pas achteraf mogelijk. Het gemeentebestuur vindt dat een Lden norm wel handhaafbaar is. Het reken- en meetvoorschrift genoemd in de (ontwerp)vergunning, geeft duidelijk aan waar de initiatiefnemer aan moet voldoen en hoe dit getest, gemeten en gecontroleerd moet worden. Het brongeluid van een windturbine wordt vooraf gemeten bij een test-turbine. Na de bouw kan het brongeluid ook worden gemeten en kan bepaald worden of dit gelijk is aan of lager dan het vooraf bepaalde geluidprofiel. Vervolgens houdt een windturbine gedurende het hele jaar exact bij hoe hard hij draait en kan daaruit heel precies worden bepaald wat zijn geluidproductie is geweest gedurende het jaar.
Hierbij is de informatiedichtheid hoger dan bij andere geluidbronnen die incidenteel zijn of waar er vele verschillende geluidbronnen zijn. Zo kan gedurende het jaar gevolgd worden hoe het staat met het jaargemiddelde en bij bijzondere situaties (bijvoorbeeld een plotselinge fluit- of bromtoon) zal de RUD Utrecht ook direct overgaan tot handhaving. In beginsel door contact op te nemen met de ondernemer en onderzoek te doen naar het voorval. Aan hand van de resultaten van het onderzoek word, bij overtreding, overgegaan tot handhaving. Een aantal reclamanten verwacht overlast door laagfrequent geluid, terwijl dit niet is onderzocht. Er bestaat geen aparte wettelijke norm voor de beoordeling van laagfrequent geluid veroorzaakt door windturbines. Windturbines produceren weinig laagfrequent geluid en er is niet wetenschappelijk bewezen dat laagfrequent geluid tot negatieve effecten op de gezondheid leidt. Zie in dit verband de uitspraak van de Afdeling van 8 juni 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1838, Windpark Avri) en het daar uitgebrachte deskundigenrapport waaruit volgt dat de meeste mensen ongevoelig zijn voor het laagfrequent geluid dat windturbines opwekken. Daarmee biedt de opgelegde norm naar het oordeel van het collegebestuur voldoende bescherming tegen laagfrequent geluid.
Daarbij vormen niet het laagfrequent geluid, maar de sterkte van het windturbinegeluid en het bijzondere karakter (de zogenaamde amplitudemodulatie) van al het windturbinegeluid samen de voornaamste oorzaak voor hinder bij mensen die worden blootgesteld aan windturbinegeluid. Dit is meegenomen in de geluidsnorm. Wetenschappelijke publicaties sinds 2017 (zie bijvoorbeeld factsheet RIVM 2021) bevestigt de conclusies uit eerdere onderzoeken over de invloed van de laagfrequente component van windturbinegeluid. Er bestaan geen aanwijzingen dat dit andere effecten voor omwonenden heeft dan normaal geluid. Gelet op het voorgaande is het gemeentebestuur van oordeel dat het optreden van laagfrequent geluid niet leidt tot onaanvaardbare hinder en evenmin reden is om af te zien van het verlenen van de voor Windpark Goyerbrug benodigde toestemmingen/vergunningen.
5
De Miedema methode is een manier om een kwalificatie te geven van de kwaliteit van de akoestisch omgeving (van zeer slecht tot goed).
11/106
25 november 2022
2.6
Thema E: Slagschaduw
Verschillende reclamanten vrezen voor slagschaduw vanwege de windturbines van Windpark Goyerbrug. Initiatiefnemer voert in zijn zienswijze aan dat een norm van maximaal 14 uur per jaar en maximaal 20 minuten per dag aanvaardbaar is. Het gemeentebestuur begrijpt de vrees voor slagschaduw, die door windturbines wordt veroorzaakt. Hoe hinderlijk slagschaduw ervaren wordt, verschilt per persoon en per situatie. over het algemeen wordt vooral slagschaduw die door ramen naar binnen valt, als hinderlijk ervaren. De initiatiefnemer heeft een slagschaduwnorm aangevraagd van maximaal 14 uren per jaar, maximaal 20 minuten per dag en LBP Sight heeft onderzoek gedaan naar de slagschaduw van Windpark Goyerbrug. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport "Windpark Goyerbrug; Aanvraag omgevingsvergunning – Onderzoek geluid en slagschaduw" van LBP Sight van 9 juni 2022. Uit dit onderzoek blijkt dat de aangevraagde norm van maximaal 14 uur per jaar (gedurende maximaal 20 minuten per dag) in beginsel een ruimtelijk aanvaardbare norm is die voor Windpark Goyerbrug gehanteerd kan worden. Desalniettemin kiest het gemeentebestuur ervoor om een strengere norm op te leggen van 0 uur per jaar. Met de norm van 0 uur per jaar worden 147 woningen extra beschermd tegen slagschaduw ten opzichte van de norm van 14 uur per jaar.
Het opleggen van een norm van 0 uur slagschaduw per jaar leidt tot een opbrengstverlies van 0,31 GWh. Dat is 0,6% meer verlies dan bij een norm van maximaal 14 uur per jaar. Het belang van de omwonenden om niet met slagschaduw geconfronteerd te worden weegt zwaar voor de gemeente. In afwijking van de aanvraag acht de gemeente een norm van 0 uur slagschaduw het best passend in deze situatie. Het geeft omwonenden de maximale bescherming tegen slagschaduw. Het extra opbrengstverlies dat daar tegenover staat, is beperkt. De vergunning stelt daarom een norm van netto nul (0) uren slagschaduw per jaar. Dit is exclusief de tijd die nodig is om de turbine stil te zetten, indien de omstandigheden zodanig zijn dat plotseling slagschaduw kan optreden. Met de huidige stand der techniek komt een windturbine tot volledige stilstand in maximaal drie minuten. Die tijd wordt niet meegerekend in de nul uren norm. Uit de zienswijzen blijkt dat er onduidelijkheid is over wat wel en niet onder de (nul uur) slagschaduw valt. Daarom zal in de vergunning een definitie van slagschaduw opgenomen worden. Zo is voor iedereen duidelijk wanneer er wel en niet sprake is van slagschaduw. Zie hoofdstuk 4 voor de definitie. Met een norm van 0 uur per jaar worden 147 woningen extra beschermd tegen slagschaduw ten opzichte van de norm van 14 uur per jaar.
Het opleggen van een norm van 0 uur slagschaduw per jaar leidt tot een opbrengstverlies van 0,31 GWh. Dat is 0,6% meer verlies dan bij een norm van maximaal 14 uur per jaar. Het belang van de omwonenden om niet met slagschaduw geconfronteerd te worden weegt zwaar voor de gemeente. In afwijking van de aanvraag acht de gemeente een norm van 0 uur slagschaduw het best passend in deze situatie. Het geeft omwonenden de maximale bescherming tegen slagschaduw. Het extra opbrengstverlies dat daar tegenover staat, is beperkt. 2.7
Thema F: Natuur
Extra/onaanvaardbare sterfte vogels en vleermuizen Verschillende reclamanten voeren aan dat de draaiende rotorbladen van de windturbines extra dan wel onaanvaardbare sterfte van vogels en vleermuizen veroorzaken. Het gemeentebestuur overweegt naar aanleiding van deze stellingen het volgende. Bij de aanvraag is het rapport 'Natuurtoets Windpark Goyerbrug, Houten, Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en Natuurnetwerk Nederland (NNN), bureau Waardenburg B.V.' van 14 12/106
25 november 2022
juni 2018 overgelegd. In dit rapport zijn (onder meer) de effecten van het windpark op vogels en vleermuizen onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat de gunstige staat van instandhouding van een groot aantal vogelsoorten en een aantal vleermuissoorten niet in het geding komt door het in werking zijn van de windturbines. Ten aanzien van een tweetal vleermuissoorten (de rosse vleermuis en de laatvlieger) is geoordeeld dat de gunstige instandhouding niet in gevaar komt, mits Windpark Goyerbrug in werking is met een stilstandvoorziening. Windpark Goyerbrug B.V. heeft op 15 juni 2018 ontheffing gevraagd van de verbodsbepalingen als bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid en 3.5, eerste lid, Wnb. Bij besluit van 14 december 2018 hebben Gedeputeerde Staten van Utrecht de gevraagde ontheffing verleend. Bij uitspraak van de Afdeling van 4 augustus 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1757) is de ontheffing onherroepelijk geworden. Als voorschrift 14 bij deze ontheffing is de volgende stilstandvoorziening opgenomen: Alle vier de windturbines dienen onder de volgende combinatie van omstandigheden stil te staan: a. Als de windsnelheid lager is of gelijk is aan 5 m/s, de windsnelheid gemeten ter hoogte van de tiplaagte; b. Indien de temperatuur hoger is dan 10 graden Celsius; c. Als het droog is (geen neerslag valt); d. Indien het tijdstip ligt tussen zonsondergang en zonopkomst; e.
Als de tijd van het jaar tussen 1 juli en 1 oktober is. Door dit voorschrift is geborgd dat de staat van instandhouding van de in de ontheffing opgenomen vogelen vleermuissoorten niet in gevaar komt. Daarnaast zijn in de voorschriften 17 t/m 25 van de ontheffing monitoringsverplichtingen en voorschriften opgenomen. Met het opnemen van voorschriften in de ontheffing op grond van de Wnb is geborgd dat de gunstige staat van instandhouding van de in de ontheffing genoemde vogels en vleermuissoorten niet in het geding is. In het algemeen kan worden gesteld dat de opwarming van de aarde ook grote gevolgen heeft voor dieren. Windenergie levert door een bijdrage aan het verminderen van CO 2-uitstoot een positieve bijdrage aan het beperken van de opwarming van de aarde. Daarom is bijvoorbeeld ook de Vogelbescherming voorstander van windenergie. Wel vindt de Vogelbescherming dat windturbines geplaatst moeten worden buiten de belangrijkste vogelgebieden en –trekroutes en met inachtneming van de wettelijke bescherming (geen belangrijke negatieve effecten op vogelpopulaties). Dit is in lijn met de – onder voorwaarden – verleende ontheffing op grond van de Wnb voor Windpark Goyerbrug. Stikstofdepositie Een aantal reclamanten voert aan dat in de besluitvorming onvoldoende rekening is gehouden met de gevolgen van stikstofdepositie.
Ten onrechte zou zijn geoordeeld dat de stikstofemissie, die het gevolg is van uitstoot van stikstof, door vracht- en kraanwagens tijdens de aanleg van het park buiten beschouwing is gelaten. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling van Windpark Goyerbrug heeft Bureau Waardenburg in 2018 op verzoek van de initiatiefnemer de effecten op beschermde natuur onderzocht, door de bouw en het gebruik van het windpark (bijlage 14a bij de Ruimtelijke Onderbouwing). In dit verband is ook een AERIUS-berekening uitgevoerd op basis van een windturbine project dat uitgaat van de grootst mogelijke stikstofuitstoot (worst-case benadering), niet rekening houdend met de project specifieke vergunningsaanvraag van Windpark Goyerbrug. De conclusie van dat onderzoek is dat geen sprake is van significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden, door stikstofuitstoot. Dit onderzoek is naderhand verschillende malen geactualiseerd, mede naar aanleiding
13/106
25 november 2022
van de uitspraak van de Afdeling over het Programma Aanpak Stikstof (PAS) van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) en voortschrijdende inzichten over stikstofberekeningen. Op 19 juli 2022 is opnieuw een AERIUS-berekening uitgevoerd (bijlage 15 bij de Ruimtelijke onderbouwing). Hieruit volgt eveneens dat de stikstofdepositie als gevolg van Windpark Goyerbrug op alle punten in Natura 2000-gebieden in een straal tot 50 kilometer van de aanlegwerkzaamheden 0,00 N/ha/jaar bedraagt. Verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats in Natura-2000 gebieden als gevolg van de aanleg van Windpark Goyerbrug, is daarom met zekerheid uit te sluiten. Alles overwegende is de conclusie van het gemeentebestuur dat de Wnb niet aan de vergunningverlening voor Windpark Goyerbrug in de weg staat. 2.8
Thema G: Gezondheid en voorzorgsbeginsel
Diverse reclamanten stellen zich op het standpunt dat het door windturbines veroorzaakte (laagfrequente) geluid leidt tot gezondheidseffecten zoals slaapverstoring, hartaanvallen en beroertes. Een aantal reclamanten stelt zich op het standpunt dat ook zichthinder en slagschaduw leiden tot gezondheidseffecten. Het gemeentebestuur overweegt naar aanleiding van deze zienswijzen het volgende. Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de relatie tussen windturbinegeluid en gezondheidsklachten. Er is geen wetenschappelijk bewijs beschikbaar voor een directe relatie tussen gezondheidsrisico’s en het geluid van windturbines. Een aantal onderzoeken wordt hieronder genoemd. Uit een studie van Health Canada (Michaud et a. 2016), de federale gezondheidsinstantie van Canada, blijkt dat geluid van windturbines geen directe negatieve effecten heeft op de gezondheid van omwonenden. Er zijn geen meetbare effecten op (chronische) ziekten, stress en slaap. In dit onderzoek zijn vanaf 2012 1.238 volwassenen, woonachtig op verschillende afstanden van windturbines, voor langere tijd onderzocht. Voor het onderzoek werden zij meerdere keren lichamelijk onderzocht op bloeddruk, hartritme, slaap en stresshormonen. Ook moesten zij enquêtes invullen bestaande uit vragen over sociaal-demografische situaties, geluid en hinder, gezondheidseffecten, levensstijl en bestaande chronische ziektes.
Tevens is in het onderzoek 4.000 uur aan windenergiegeluid opgenomen om te kijken of er bij een hoger geluidniveau ook meer klachten zijn. In het onderzoek werden geen directe verbanden gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en klachten als migraine, diabetes, hoge bloeddruk en slapeloosheid. In Denemarken is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de relatie tussen geluid van windturbines en gezondheid. Genoemd wordt een aantal onderzoeken: • • •
Short-term nighttime wind turbine noise and cardiovascular events: A nationwide case-crossover study from Denmark, mei 2018; Long-term exposure to wind turbine noise and redemption of antihypertensive medication: A nationwide cohort study, december 2018; Long-Term Exposure to Wind Turbine Noise and Risk for Myocardial Infarction and Stroke: A Nationwide Cohort Study, maart 2019.
In deze onderzoeken is geen relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en het gebruik van antihypertensiva (bloeddrukverlagende middelen) en ongunstige zwangerschaps-uitkomsten dan wel een toegenomen risico op het krijgen van een hartaanval of beroerte. Evenmin is er een verband gevonden tussen laagfrequent geluid van windturbines en (andere) gezondheidsklachten. Het college verwijst naar diverse rapporten en kennisberichten van het RIVM (rapport RIVM 2013, kennisbericht RIVM
14/106
25 november 2022
2015, rapport RIVM 2017, factsheet RIVM 2021). In deze rapporten zijn ook de hinder door slagschaduw en lichthinder betrokken. Ook ten aanzien van deze aspecten is geen directe relatie gevonden met gezondheidsklachten. Door reclamanten worden enkele rapporten/artikelen aangehaald. Met name het rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van 10 oktober 2018: ‘Environmental Noise Guidelines for the European Region’. WHO Uit dit rapport (dat niet enkel over windturbinegeluid gaat) blijkt dat er geen statistisch significante relatie is gevonden tussen de blootstelling aan windturbinegeluid en mogelijke gezondheidseffecten zoals harten vaatziekten, hoge bloeddruk, cognitieve stoornissen, gehoorproblemen, ongunstige zwangerschapuitkomsten en slaapstoornissen. Weliswaar, zo stelt de WHO, blijkt uit een viertal studies dat ongeveer 10% van de populatie sterk gehinderd wordt door blootstelling aan een geluidsniveau van 45 dB Lden. Maar het bewijs voor de relatie tussen windturbinegeluid, hinder en gezondheid wordt vervolgens – door de WHO zelf – gekarakteriseerd als ‘van lage kwaliteit.’ Op pagina 84 van het rapport stelt de WHO: “Very little evidence is available about the adverse health effects of continuous exposure to wind turbine noise. Based on the quality of evidence available, the GDG set the strength of the recommendation on wind turbine noise to conditional”.
De WHO geeft in het rapport derhalve een ‘voorwaardelijk’ advies om de blootstelling aan geluidniveaus van windturbines te reduceren tot 45 dB Lden. Daarbij verwijst het gemeentebestuur naar een uitspraak van de Afdeling van 31 juli 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2629, herzieningsverzoek Windpark Noord-Beveland). De Afdeling overweegt dat publicatie van het WHO-onderzoek van 10 oktober 2018 niet tot een andere uitspraak leidt over de bestendige lijn (er is geen aantoonbare relatie tussen gezondheidseffecten en windturbines), omdat de aanbevelingen van de WHO algemeen van aard zijn en er niet uit volgt dat het windturbinepark leidt tot geluidoverlast die de betrokkenen in ernstige mate in hun gezondheid treft of belet in hun woongenot en hun privé- of gezinsleven. GGD In verband met het te nemen besluit heeft het gemeentebestuur in 2019 (zekerheidshalve) aan de GGD Utrecht gevraagd om een overzicht te produceren van de actuele wetenschappelijke kennis over windturbines in relatie tot gezondheid. De GGD heeft op 29 juli 2019 rapport uitgebracht. De conclusies uit dit onderzoek zijn: •
• •
• •
Op basis van de beschikbare wetenschappelijke data kan er nog geen verband worden aangetoond tussen nachtelijk geluid van windturbines en zelf gerapporteerde slaapverstoring. Uit de verschillende wetenschappelijke studies die hiernaar zijn uitgevoerd komt tot nu toe geen verband naar voren. Dit sluit niet uit dat dit in de toekomst, met meer onderzoek, wel het geval kan zijn. Geluid en visuele stimuli afkomstig van winturbines, zoals slagschaduw en het zicht hebben op, kunnen leiden tot (ernstige) hinder. Windturbines produceren ook laag frequent geluid maar er is geen bewijs voor een apart effect van laag frequent geluid op de gezondheid, anders dan voor het midden- en hoogfrequente deel van het geluidsspectrum van windturbines. Hinder van windturbines is lastig te voorspellen, omdat zowel fysische, persoonlijke en contextuele factoren hierbij een rol spelen. Het wordt mogelijk geacht dat een windpark al in de planfase kan leiden tot hinder.
15/106
25 november 2022
•
•
Voor gezondheidseffecten, veroorzaakt door (laagfrequente én radiofrequente) elektromagnetische velden, infrageluid en trillingen van windturbines is geen wetenschappelijk bewijs. Voor het bestaan van aandoeningen als ‘vibro-akoestische ziekte’ en ‘windturbinesyndroom’ is geen wetenschappelijk bewijs.
Uit zowel het WHO-rapport als het GGD-advies volgt dat, anders dan een aantal reclamanten stelt, er geen wetenschappelijk bewijs is van een directe relatie tussen windturbinegeluid en gezondheid. Voorzorgsbeginsel Een aantal reclamanten meent dat het voorzorgsbeginsel met zich brengt dat het college de vergunning niet zou moeten verlenen. Het voorzorgsbeginsel strekt echter niet zover dat het gemeentebestuur op basis van publicaties, waarin een mogelijk verband wordt gelegd tussen windturbines en gezondheidsklachten, van het verlenen van de omgevingsvergunning zou moeten afzien. In dit verband wijst het gemeentebestuur op diverse uitspraken van de Afdeling waarin is geoordeeld dat, nu er geen wetenschappelijk bewijs beschikbaar is dat de gestelde gezondheidsrisico’s van (laagfrequent) geluid van windturbines ondersteunt, verweerders zich in die procedures in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat de plannen niet zullen leiden tot onaanvaardbare gevolgen voor de gezondheid door geluid dat door windturbines wordt veroorzaakt, waaronder laagfrequent geluid.
Verwezen wordt onder meer naar de uitspraken van 4 mei 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1228, Windpark Wieringermeer), 20 december 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3504, Windpark De Veenwieken), 21 februari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:616, Windpark De Drentse Monden en Oostermoer), 4 juli 2018, (ECLI:NL:RVS:2018:2225, Windpark Oostpolder), 3 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1064, Windpark Battenoord), 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2018:1781, Windpark N33) en 7 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2018:2720, Windpark De Rietvelden). Conclusie Het gemeentebestuur ziet, gelet op het voorgaande, in hetgeen de reclamanten hebben aangevoerd geen reden om af te zien van het verlenen van de voor Windpark Goyerbrug benodigde toestemmingen / vergunningen. Evenmin ziet zij in het voorgaande aanleiding om aan initiatiefnemer strengere grenswaarden voor geluid op te leggen dan opgenomen in de (ontwerp) omgevingsvergunning. 2.9
Thema H: Draagvlak
Een aantal reclamanten voert aan dat er geen sprake is van aantoonbaar draagvlak onder (direct) omwonenden. In 2018 en 2019 zijn zowel de initiatiefnemer als de gemeente op verschillende momenten en manieren met de omgeving van Windpark Goyerbrug in contact getreden. Hierover is een notitie draagvlak gemaakt, die in 2022 is aangevuld met de gemeentelijke communicatie- en participatiemomenten van 2020 tot en met 2022 (bijlage i bij het ontwerpbesluit). Alle contactmomenten met de omgeving hebben veel input opgeleverd voor het besluit over de vergunningaanvraag. Die input was veelal kritisch, voortkomend uit zorgen. Veel gehoorde zorgen gingen over de impact op het landschap, overlast en gezondheid. Deze thema’s zijn allemaal onderdeel van de belangenafweging, die het gemeentebestuur maakt. Anders dan reclamanten veronderstellen, is er geen wettelijke regel die bepaalt dat het gemeentebestuur alleen een vergunning mag verlenen als er voldoende draagvlak is onder omwonenden. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 21 februari 2018 over Windpark De Drentse Monden en Oostermoer (ECLI:NL:RVS:2018:616) overwogen dat er geen wettelijke regel bestaat die bepaalt dat een ruimtelijk
16/106
25 november 2022
plan een ontwikkeling alleen mogelijk mag maken als daarvoor voldoende draagvlak in de omgeving bestaat. Dit standpunt is in de jurisprudentie van de Afdeling meerdere keren bevestigd. Draagvlak is dan wel geen wettelijk afwegingscriterium, maar wel belangrijk voor gemeente Houten. Het zorgen voor draagvlak is primair de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Het gemeentebestuur toetst zijn inspanningen. Daarnaast betrekt het gemeentebestuur inwoners en andere betrokkenen bij haar eigen besluitvorming. In 2018 en 2019 zijn zowel de initiatiefnemer als de gemeente op verschillende momenten en manieren met de omgeving van Windpark Goyerbrug in contact getreden. Hierover is een notitie draagvlak gemaakt, die in 2022 is aangevuld met de gemeentelijke communicatie- en participatiemomenten van 2020 tot en met 2022 (bijlage i bij het ontwerpbesluit). Alle contactmomenten met de omgeving hebben veel input opgeleverd voor het besluit over de vergunningaanvraag. Die input was veelal kritisch, voortkomend uit zorgen. Veel gehoorde zorgen gingen over de impact op het landschap, overlast en gezondheid. Deze thema’s zijn allemaal onderdeel van de belangenafweging, die het gemeentebestuur maakt.
Het gemeentebestuur dient bij projecten, zoals Windpark Goyerbrug, een afweging te maken tussen het belang van een duurzame energievoorziening in het kader van de energietransitie en de belangen van omwonenden. Dat heeft het gemeentebestuur gedaan, in 2019 en in 2022. Het gemeentebestuur meent dat zij, alles afwegende, in redelijkheid tot vergunningverlening kan besluiten, waarbij met de eigen normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid een juiste balans is gevonden tussen deze belangen. 2.10
Thema I: Planschade
Een aantal reclamanten stelt dat zij schade lijden als gevolg van het project. De schade bestaat onder andere uit de vermindering van de waarde van de woning. Een besluit van het gemeentebestuur kan tot schade lijden. De schade kan bestaan uit verlies van inkomen of vermindering van de waarde van een onroerende zaak. De partij die schade lijdt of zal lijden door dat besluit, kan bij het gemeentebestuur een verzoek tot schadevergoeding indienen. Dergelijke verzoeken moeten worden ingediend binnen vijf jaar vanaf het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning. Meer informatie staat op Schadevergoeding planschade (houten.nl). Dit betekent dat gedurende onderhavige procedure nog geen aanvraag voor een verzoek tot planschade kan worden ingediend.
17/106
25 november 2022
3
ZIENSWIJZEN
3.1
Reclamant 1 De reclamant vindt dat het woonklimaat van direct omwonenden te zwaar aangetast wordt door de ernstige hinder die deze woningen gaan ondervinden van het windpark.
Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema A, D, E en F gestelde.
3.1.1
De reclamant vindt dat de omvang van de windturbines maakt dat een onevenredig groot gebied, waaronder woningen en een gedeelte van de Lek met bijbehorend recreatie- en natuurgebied, veel hinder gaat ondervinden van geluid en slagschaduw.
Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema A, D en E gestelde. Daarbij merkt het gemeentebestuur aanvullend op dat natuur en recreatie niet worden gezien als gevoelige objecten.
3.1.2
De reclamant vindt dat de milieuhinder veroorzaakt door het windpark weggewimpeld wordt door het verlenen van de vergunning (besluit).
Reactie Het gemeentebestuur maakt uit de zienswijze op dat reclamant zich niet gehoord voelt. Dat betreurt het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur heeft alle ingebrachte informatie, ook de input van insprekers bij de gemeenteraad en andere betrokkenen die zich op andere wijze tot het gemeentebestuur gericht hebben, in de voorliggende afweging betrokken. Dat de uitkomst van de afweging voor reclamant teleurstellend kan zijn, begrijpt het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur verwijst verder naar het onder thema B, C, D en E gestelde.
De verwachte milieuhinder is zorgvuldig in kaart gebracht in de aanvraag en de bijbehorende stukken. Deze documenten zijn getoetst door Pondera, die vervolgens een advies hebben geven. Met dit advies als input heeft het gemeentebestuur een zorgvuldige afweging gemaakt waarbij tot normen gekomen is die het bestuur een goede balans acht tussen het maatschappelijk nut van windpark Goyerbrug en de aanvaardbare hinder die het windturbinepark met zich meebrengt. Daarbij is specifiek gekozen voor een normstelling die overeenkomstig de huidige staat van wetenschappelijk onderbouwde kennis geen relevante negatieve effecten heeft op gezondheid, veiligheid en milieu.
18/106
25 november 2022
3.1.3
De reclamant trekt de betrouwbaarheid van de onderzoeken in twijfel, die uitgevoerd zijn in opdracht van de projectontwikkelaar.
Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema C gestelde.
3.1.4
De reclamant geeft aan dat de in het ontwerpbesluit opgelegde geluidsnormen hoger zijn dan de normen van het WHO.
Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema D en G gestelde.
3.1.5
De reclamant geeft aan dat het college onterecht stelt dat het advies van het WHO geen verplichtingen oplegt. Advies van het WHO met betrekking tot Corona wordt echter wel opgevolgd.
Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema D en G gestelde. Aanvullend merkt zij op dat het WHO zelf het bewijs voor de relatie tussen windturbinegeluid, hinder en gezondheid – gekarakteriseerd als ‘van lage kwaliteit” en daarom slechts een voorwaardelijk advies geeft.
3.1.6
De reclamant geeft aan dat het college tevens adviezen van andere organisaties en personen, met betrekking tot de onleefbaarheid van de geluidsnormen, met andere gemeenten en windparken als bewijs, niet serieus neemt.
Reactie Het gemeentebestuur maakt uit de zienswijze op dat reclamant zich niet gehoord voelt. Dat betreurt het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur heeft alle ingebrachte informatie, ook de input van insprekers bij de gemeenteraad en van andere betrokkenen die zich op andere wijze tot het gemeentebestuur gericht hebben, in de voorliggende afweging betrokken. Dat de uitkomst van de afweging voor reclamant teleurstellend kan zijn, begrijpt het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur verwijst verder naar het onder thema B, C en D gestelde.
3.1.7
De reclamant geeft aan dat de in het ontwerpbesluit opgelegde geluidsnormen voor Windpark Goyerbrug hoger zijn dan het college voor windpark Houten acceptabel acht. Reclamant geeft aan dat voor windpark Houten het college de geluidsnorm verlaagt naar 45 dB Lden en 39 dB Lnight. Hierbij het aantal ernstig gehinderden terug brengend van drie naar twee. Bij windpark 19/106
25 november 2022
Goyerbrug betreft het aantal ernstig gehinderden negen huishoudens en hier wordt voor een norm van 47 dB Lden en 41 dB Lnight gekozen.
Reactie Het gemeentebestuur verwijst naar het onder thema D gestelde. Aanvullend geeft het college aan dat in afwezigheid van landelijke normen het bevoegd gezag normen op moet stellen op basis van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. De aan de orde zijnde situatie voor beide windparken kent relevante omgevingsgebonden verschillen. Meest in het oog springende verschillen zijn de nabijheid van andere windparken en andere geluidsbronnen (zoals snelwegen) en het aantal woningen binnen een straal van 10x tiphoogte. Daarnaast is Windpark Houten een bestaand windpark waarbij de geluidsvoorschriften herzien worden. Voor windpark Goyerbrug wordt een oprichtingsvergunning verleend.
3.1.8
De reclamant geeft aan dat de omvang van de windturbines maakt dat de hinder die zij veroorzaken te groot zal zijn. De reclamant stelt dat, volgens een milieurapportage, de impact van de windturbines groter of kleiner wordt naar gelang het materiaal waar de turbines mee bekleed worden. In de vergunning wordt hier echter nergens iets concreets over gezegd en er zijn geen eisen (voorschriften) opgenomen.
Reactie Uit de zienswijze blijkt helaas niet welk rapport precies bedoeld wordt, waardoor het gemeentebestuur dit ook niet in haar afweging kan betrekken. Daarbij wordt de omvang van de hinder beperkt tot een aanvaardbaar niveau door de diverse normen en maatregelen die voorgeschreven worden in de vergunning. Zie het onder thema D, E, F en G gestelde.
3.1.9
De Reclamant geeft aan dat het verlenen van deze vergunning de weg vrijmaakt voor nog meer van deze buitensporig grote windturbines, met alle bijkomende overlast en hinder.
Reactie Ieder initiatief op het vlak van duurzame opwekking wordt op zichzelf getoetst aan provinciaal en gemeentelijk beleid. Ieder initiatief wat past binnen dit beleid moet middels onderzoeken aantonen dat het initiatief ook voldoet aan wet- en regelgeving en past in de omgeving.
3.1.10 De reclamant geeft aan dat de procedure tot stand is gekomen met achterhaalde, niet democratische werkwijzen. Hierbij benoemt de reclamant geheime overeenkomsten (contracten tussen initiatiefnemer en bepaalde direct omwonenden), niet openbaar gemaakte rapporten (alternatieven / heroverweging) en gebrekkige participatie.
20/106
25 november 2022
Reactie Het gemeentebestuur maakt uit de zienswijze op dat reclamant zich niet gehoord voelt. Dat betreurt het gemeentebestuur. De besluitvorming vindt plaats binnen de kaders die daarvoor gelden vanuit de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de uitspraken van de Afdeling van 28 juli 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1679) en 25 mei 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1492). Dat de uitkomst van de besluitvorming voor reclamant teleurstellend kan zijn, begrijpt het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur verwijst verder naar het onder thema H gestelde. Daarnaast stelt het gemeentebestuur dat de overeenkomsten waarover gesproken wordt privaatrechtelijke overeenkomsten zijn tussen initiatiefnemer en bewoners. De gemeente is geen partij in de totstandkoming van deze contracten en heeft hier geen zeggenschap in. De geheime rapporten waar de reclamant over spreekt betreffen juridische adviezen en een financieel rapport met betrekking tot de in het coalitieakkoord afgesproken heroverweging van Windpark Goyerbrug. De opgelegde geheimhouding van deze stukken is door de raad bekrachtigd op democratische wijze. De documenten die verband houden met de aanvraag, het ontwerpbesluit omgevingsvergunning of de verklaring van geen bedenkingen voor het windpark zijn allen openbaar gemaakt.