CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025

Gemeenteraad 12 november 2024, gemeente HoutenBij agendapunt: Begroting 202532.371 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Doelstelling 4 Voldoende parkeergelegenheid voor de inwoners in hun buurt én in de centrumgebieden.

Wat gaan we daarvoor doen? 

 

We zetten de community aanpak voort; we gaan in gesprek met bewoners die parkeeroverlast en -schaarste ervaren in hun wijk. Deze gesprekken leiden er vaak toe dat de ervaren parkeeroverlast verminderd. Parkeerplaatsen aanleggen blijft een mogelijkheid, die als laatste wordt toegepast. Het waar mogelijk opheffen van overbodige en informele parkeerplaatsen, zodat daarvoor groen in de plaats kan komen. Toetsing van nieuwe plannen op de parkeerdruk, zodat er voldoende parkeergelegenheid beschikbaar blijft.

Doelstelling 5 Door het faciliteren en stimuleren van elektrisch rijden en het gebruik van deelauto’s verduurzamen we de automobiliteit.

Begroting 2025

53

Wat gaan we daarvoor doen? 

We stimuleren het gebruik van deelauto’s en zetten in op het toevoegen van deel(bak)fietsen. Conform het nieuwe parkeerbeleid kan bij een woningbouwontwikkeling de parkeernorm met 5% omlaag als de ontwikkelaar aantoonbaar inzet op het stimuleren van duurzame mobiliteit, waaronder deelautogebruik. We blijven laadpalen plaatsen en zullen hierin meer proactief acteren (conform parkeerbeleid 2021) als uit monitoringsgegevens blijkt dat de behoefte aan laadpalen in een bepaald gebied toeneemt. Daarnaast kunnen bewoners zelf een aanvraag doen voor nieuwe laadpalen. Om invulling te geven aan het collegeprogramma waarin participatie een belangrijke pijler is, is de procedure voor een aanvraag verbeterd en aangepast, met meer ruimte voor afstemming aan de voorkant. Als vervolg op de succesvol verlopen pilot “Kabelgoten” kunnen vanaf 2025 bewoners op eigen kosten een kabelgoot laten aanleggen in het trottoir voor hun woning.

Begroting 2025

54

Deelprogramma Fietsverkeer Wat willen we bereiken? Doelstelling 1 Toename van het fietsgebruik in de gemeente Houten en regionaal.

Wat gaan we daarvoor doen? Als Fietsstad van Nederland geven wij prioriteit aan de fiets, vooral omdat dit een duurzaam en gezond vervoermiddel is. We willen dat het gebruik van de fiets de komende jaren toeneemt, vooral op de ritten korter dan 15 km, zodat Houten ook voor fietsgebruik bovengemiddeld scoort. Houten heeft ook de ambitie regionale fietsverbindingen te verbeteren. We zijn nu bezig samen met de provincie met de doorfietsroutes Houten-Lage Weide en USP-Houten Castellum. Komende periode wordt onderzoek door de provincie (in samenwerking met de aanliggende gemeenten) gedaan naar nieuwe mogelijkheden zoals Houten-Culemborg, Houten-Vianen en Houten-Wijk bij Duurstede (waaronder het traject 't Goy-Goyerbrug, dat we willen starten in 2026). 

We blijven met de provincie in overleg over verbeteren van het regionale fietsnetwerk en de lokale fietsroutes.  We benutten de regelingen om subsidie aan te vragen optimaal.  We maken afspraken met de provincie over de aanpassingen op het kruispunt BinnenwegN410-Rondweg en gaan het ontwerp voor dit kruispunt definitief maken, in samenspraak met onder andere omwonenden en Fietsersbond. Ook over de andere fietsprojecten uit de bestuursovereenkomst integraal maatregelpakket Bunnik-Houten, zoals de fietsbrug over de A12, een spitsknip op de Achterdijk in Bunnik en een vrijliggend fietspad naar Odijk, blijven we in overleg met de provincie en Bunnik.  We maken afspraken met de provincie over de doorfietsroute USP-Bunnik-Houten en HoutenNieuwegein-Lage Weide.  We werken aan de fietsverbeteringen uit de mobiliteitsvisie Eiland van Schalkwijk. We doen onderzoek naar de fietsverbinding Culemborg-Houten, Houten-Vianen en Houten-Wijk bij Duurstede via 't Goy. De Liniepont (dieselpont) die forten van de Hollandse Waterlinies met elkaar verbind over de Lek is in 2024 vervangen door een elektrische pont. Vanwege een aanzienlijke subsidie van de provincie zullen de jaarlijkse kosten voor de gemeente nauwelijks hoger uitvallen.

Doelstelling 2 Tevredenheid inwoners over fietsnetwerk in Houten handhaven op het bestaande, hoge niveau.

Wat gaan we daarvoor doen? We blijven deelnemen aan de landelijke F10 overleggen, waar we netwerken en gezamenlijk fietsen stimuleren en zorgen dat het belang van fietsen op de agenda van het Rijk blijft staan. Voor het buitengebied tussen Bunnik en Houten zijn meerdere fietsmaatregelen vastgelegd in de bestuursovereenkomst integraal maatregelpakket Bunnik-Houten. Voor Houten geldt dat verder wordt gewerkt aan de voorbereidingen voor aanpassingen aan het kruispunt Kruisweg-BinnenwegRondweg. Bunnik gaat op zoek naar een geschikte maatregel om het sluipverkeer op de Achterdijk te laten afnemen en de oversteek voor de doorfietsroute Houten-USP veiliger te maken. De provincie zal doorgaan met de voorbereidingen voor het vrijliggend fietspad langs de N410 en de voorbereidingen (incl. financieringsvraagstuk) voor de fietsbrug over de A12. We zetten verder in op verbreding van fietspaden en verbeteren van de veiligheid en comfort van ons fietsnetwerk.

Doelstelling 3 De overlast van fietsen op Piazza effectief tegengaan.

Begroting 2025

55

Wat gaan we daarvoor doen? Om de overlast van fietsen die niet in de rekken geparkeerd staan tegen te gaan, is het plan deze fietsen te verwijderen. Deze zullen op een andere locatie tijdelijk moeten worden opgeslagen. In de Perspectiefnota zijn middelen beschikbaar gesteld voor deze locatie. Momenteel vindt de zoektocht plaats naar een geschikte locatie.

Begroting 2025

56

Deelprogramma Openbaar vervoer Wat willen we bereiken? Doelstelling 1 Grotere tevredenheid van inwoners over het openbaar vervoer in de gemeente Houten en naar omliggende plaatsen buiten de gemeente Houten.

Wat gaan we daarvoor doen? We willen de sterke positie van de trein behouden en intensiveren. Het bus-OV staat de laatste jaren onder druk. In overleg met de provincie, buurgemeenten en de vervoerder zetten we in op verbeteringen, waaronder het doorontwikkelen van U-flex en het verplaatsen van haltes naar voor iedereen toegankelijke locaties binnen de Rondweg. Dit levert een bijdrage aan de algemene bereikbaarheid van Houten en aan een duurzame mobiliteit. We hebben daarbij ook aandacht voor de wensen van ouderen en mindervaliden.

Doelstelling 2 Meer gebruik van het openbaar vervoer in de gemeente Houten en naar omliggende plaatsen buiten de gemeente Houten.

Wat gaan we daarvoor doen? 

 

We blijven in 2025 in overleg met de provincie over de jaarlijkse vervoerplannen en blijven vasthouden aan onze wens om de dienstregeling niet verder te versoberen, maar minimaal terug te brengen naar het niveau van voor de coronabeperkingen. We zijn hiervoor afhankelijk van de invulling van de nieuwe OV-concessie die eind 2025 ingaat. Binnen het programma Bouwen voor Houten onderzoeken we, in overleg met de provincie, wat de mogelijkheden zijn om het busgebruik in Houten op een hoger niveau te krijgen. Bijvoorbeeld door het toevoegen, aanpassen of verplaatsen van haltes. We nemen bij de onderzoeken naar woningbouw in Houten ook ambities ten aanzien van openbaar vervoer mee.

Doelstelling 3 Mobiliteit van kwetsbare inwoners ondersteunen. Voor inwoners met een Wmo-vervoersindicatie – die niet (of niet in alle gevallen) met het OV kunnen reizen – houdt de gemeente met de regio een voorziening in stand (regiotaxi). Binnen de Rondweg kunnen deze inwoners gebruik maken van de electrokar.

Wat gaan we daarvoor doen? We ondersteunen kleinschalig aanvullend vervoer voor kwetsbare inwoners en faciliteren de stichting Vervoer Houten hiervoor. Samen met de Lekstroom gemeenten ondersteunen we het programma ‘Doe mee met het OV’; een project waarin OV-ambassadeurs ouderen wegwijs maken in het OV. Daarnaast blijven we inzetten op het uitbreiden van het aantal bushaltes voor U-flex, zodat voor de reizigers van en naar het buitengebied een betere bereikbaarheid is van en naar de verschillende wijken in Houten. Dit programma moet worden uitgevoerd door de provincie.

Begroting 2025

57

Deelprogramma Verkeersveiligheid Wat willen we bereiken? Doelstelling 1 De verkeersveiligheid op een hoog niveau houden en waar mogelijk op basis van een risicogestuurde aanpak verder verbeteren.

Wat gaan we daarvoor doen? 

  

We gaan in 2025 door met verkeersmetingen uitvoeren. Op basis van deze metingen maken we een voorstel voor concrete maatregelen en verdere acties. Een van deze maatregelen (uitkomst n.a.v. de metingen in 2024) is het verhogen van de verkeersveiligheid bij het Kamgras en het Westrumspad. De gemeente voert per kwartaal, op eigen initiatief of in het kader van de aanpak ‘Veilige Straat’, metingen uit en raadpleegt de provinciale verkeersveiligheidsmeter op te anticiperen snelheidsoverschrijdingen. Bij overschrijding wordt gezocht naar oplossingen, zoals een handhavingsactie in samenwerking met politie/bewoners/school e.d. of fysieke maatregelen. Onderzoek naar de veiligheid van kruispunten auto- en (brom-)fietsverkeer in verband met letselongevallen onder (brom-)fietsers. Maatregelen voor het autoverkeer zijn gericht op snelheidsremming van het autoverkeer en het veiliger inrichten van kruispunten met langzaam verkeer. Maatregelen voor het (brom)fietsverkeer zijn gericht op het verwijderen van obstakels en het verbreden/verbeteren van de (brom)fietspaden.

Wat mag het kosten? x € 1.000 Programma

Begroting 2025

Deelprogramma

Lasten

Baten

Saldo

Autoverkeer

6.791

3.992

-2.799

Fietsverkeer

1.076

689

-386

Verkeersbeleid

195

2

-193

Programmabrede kosten

0

0

0

Openbaar vervoer

8

0

-8

Saldo van baten en lasten programma

8.070

4.683

-3.386

Mutaties reserves

1.656

-2

-1.659

Totaal resultaat programma

9.726

4.681

-5.045

Goede bereikbaarheid

In de financiële begroting is een overzicht opgenomen van lasten en baten per (deel)programma op basis van:  Rekening 2023  Begroting 2024 primitief  Begroting 2024 (na wijziging)  Begroting 2025 De Verschillenanalyse bij het overzicht van lasten en baten per (deel)programma, licht de verschillen op programmaniveau toe tussen de begroting 2025 en de begroting 2024 (primitief). De bijlage Programma, deelprogramma en product geeft aan welke producten onder de (deel)programma’s vallen. De bijlage Overzicht collegeleden toont welk collegelid verantwoordelijk is voor de verschillende portefeuilles.

Begroting 2025

58

Programma Integrale veiligheid Omschrijving programma Onze algemene visie is dat “de gemeente Houten op het gebied van veiligheid streeft naar een gemeente waarin inwoners zich veilig voelen, waar criminaliteit en overlast beperkt blijven en waar de alertheid, weerbaarheid en zelfredzaamheid wordt versterkt om zo effectief om te gaan met mogelijke veiligheidsrisico’s en noodsituaties.” Onze missie is: ‘Een veilige gemeente, een gezamenlijke verantwoordelijkheid’. Mensen wonen en werken in een omgeving die veilig is én waarin mensen zich ook veilig voelen. De strategisch doelstelling is dat deze collegeperiode de hoge veiligheidsbeleving wordt behouden, de geregistreerde criminaliteit afneemt en de alertheid, de weerbaarheid en zelfredzaamheid van inwoners en ondernemers wordt versterkt. De basis voor deze begroting ligt in het Integraal Veiligheidsplan (IVP) 2024-2027. De activiteiten voor 2025 worden in deze begroting opgenomen. Dit programma is opgedeeld in vijf veiligheidsvelden met daarin verschillende thema’s. 1. Veiligheidsveld Sociale Veiligheid - Behouden maatschappelijke stabiliteit 2. Veiligheidsveld Jeugd en Veiligheid - Effectievere aanpak jeugdoverlast en het voorkomen van jonge aanwas in de (drugs)criminaliteit 3. Veiligheidsveld Fysieke Veiligheid – Verhogen brandveiligheid appartementencomplexen 4.

Veiligheidsveld Georganiseerde ondermijnende criminaliteit – Tegengaan georganiseerde ondermijnende criminaliteit 5. Veiligheidsveld Digitale veiligheid – Verhogen alertheid en weerbaarheid inwoners en ondernemers vergroten. Vanuit het bestaand beleid en de ambities in het collegeprogramma is een set indicatoren opgesteld om het beoogd maatschappelijk effect inzichtelijk te maken. Deze indicatoren worden in dit programma toegelicht. Voor de verplichte BBV-indicatoren hebben we waar mogelijk een raming opgenomen. Beleidskaders  Coalitieakkoord 2022-2026  Regionale Veiligheidsstrategie 2023-2026  Strategische agenda politie 2021-2025  Bestuursagenda Veiligheidsregio Utrecht 2024-2027  Integraal Veiligheidsprogramma Houten 2024-2027 Verbonden partijen Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

Indicatoren Omschrijving

Bron

Realisatie 2021

2022

Raming 2023

2024

2025

Output indicatoren Aantal geregistreerde criminaliteit

Politie

1498

1406

1245

1375

1375

Aantal meldingen Cybercrime

Politie

35

59

29

45

45

Begroting 2025

59

Aantal meldingen gedigitaliseerde criminaliteit

Politie

319

208

199

200

200

Aantal meldingen Meld Misdaad Anoniem

M.

30

16

14

25

25

Politie

106

103

88

88

88

Website gemeente Houten

66%

77%

78%

81%

82%

Aantal woninginbraken

Geregistreerde rookmelderdichtheid in woningen gemeente Houten

Het is op dit moment wettelijk verplicht dat woningen zijn voorzien van rookmelders. Dit betekent niet dat er in woningen daadwerkelijk werkende rookmelders aanwezig zijn. Meldingen jongerenoverlast

Politie

563

322

280

300

300

MSK

8

8

8

8

8

Stichting Halt

25

17

31

25

25

Aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners

CBS

1,2

1,4

1,7

1,7

Aantal geweldmisdrijven per 1.000 inwoners

CBS

2,3

2

NNB

2,5

2,3

Aantal diefstallen uit woning per 1.000 inwoners

CBS

2,1

2,1

1,7

2,2

2,1

Aantal vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte) per 1.000 inwoners

CBS

3,4

4,,1

2,2

3,6

Outcome indicatoren Rapportcijfer gevoel van veiligheid

BBV Indicatoren Aantal verwijzing Halt

Begroting 2025

60

Jongeren met jeugdreclassering in % van alle jongeren van 12 tot 23 jaar

CBS

Begroting 2025

0,1

0,1

0,1

0,1

61

Deelprogramma Sociale veiligheid Wat willen we bereiken? Doelstelling 1 Afname van het aantal woninginbraken met 10% in 2027 (verplichte BBV-indicator).

Wat gaan we daarvoor doen?  

We organiseren bewustwordingscampagnes over woninginbraken. We maken een projectplan woninginbraken.

Doelstelling 2 90% van de casuïstiek Persoonsgerichte Aanpak volwassenen krijgt in 2027 een maatwerk aanpak op basis van de leefgebieden.

Wat gaan we daarvoor doen? 

We voorzien alle aangemelde casuïstiek van een integrale aanpak met zorg en veiligheidsinterventies.

Doelstelling 3 Binnen het project Samen Veilig Ondernemen bedrijventerreinen is in 2027 bij alle 7 bedrijventerreinen een 0-meting uitgevoerd en een project gestart.

Wat gaan we daarvoor doen?  

Het project SVO wordt uitgebreid met twee bedrijventerreinen. Cameratoezicht wordt als optie om de veiligheid waar nodig te vergroten als thema meegenomen

Doelstelling 4 Maatschappelijke stabiliteit is een nieuwe prioriteit. Kwalitatieve doelstelling is het behouden, herstellen en/of versterken van de verbinding met de samenleving en groepen daarbinnen.

Wat gaan we daarvoor doen?      

Het bondgenotennetwerk komt 4 keer per jaar samen om de maatschappelijke stabiliteit te duiden en te bespreken. Onze kennis- en informatiepositie en expertise lokaal versterken. Zowel bestuurlijk als ambtelijk participeren in de werkgroep Maatschappelijke Onrust. Implementeren van de aanpak online aangejaagde verstoringen van de openbare orde en veiligheid We stimuleren inwonersparticipatie door de deelname aan de WhatsApp Buurtpreventie groepen en burgernet en stimuleren burgerinitiatieven. Belangrijke trends en ontwikkelingen communiceren we ook via deze platforms. Het bevorderen en uitdragen van open en respectvolle communicatie, zowel van de overheid naar inwoners als andersom.

Begroting 2025

62

Deelprogramma Jeugd en veiligheid Wat willen we bereiken? Doelstelling 1 Afname van het aantal politiemeldingen van jeugdoverlast met 10% in 2027.

Wat gaan we daarvoor doen?    

 

Voortzetten van een gecoördineerde aanpak jeugdoverlast op individu, groep en domein. Wij werken hierbij samen met veiligheidspartners, het sociaal domein en de scholen. Meldingen van inwoners worden maandelijks besproken in het Jeugd en Veiligheidsoverleg. Op basis van politie- en gemeentelijke cijfers jeugdoverlast wordt per hotspot een plan van aanpak opgesteld (Bijv. Rietplas/Oosterlaakplas/Het Rond). De ervaringen van eerdere jaren wordt hierin meegenomen, zodat je weet waar overlast is te verwachten. We verbeteren de informatiepositie en -uitwisseling met onze partners (waaronder de scholen) waardoor we meer zicht op jeugd(groepen) krijgen. Veiligheidsonderwerpen die het Primair en Voortgezet (Speciaal) Onderwijs betreffen worden in het directie-overleg geagendeerd waarbij ook een veiligheidskundige kan aansluiten. Besluiten worden genomen in het LEA (Lokale Educatieve Agenda) Er wordt handelingsperspectief geboden aan inwoners en ondernemers wanneer zij jeugdoverlast ervaren. De samenwerking tussen politie, jongerenwerk, boa’s wordt verder verstevigd.

Doelstelling 2 100% van de jongeren die worden aangemerkt als jonge aanwas krijgt een persoonsgerichte aanpak.

Wat gaan we daarvoor doen?    

Meldingen van inwoners worden onder regie van de gemeente met de politie besproken. Jongeren die afglijden richting (drugs)criminaliteit of structureel ernstige overlast veroorzaken krijgen een integrale maatwerkaanpak (PGA) onder regie van de gemeente, waarbij jongeren zowel begrensd worden als perspectief en hulp wordt geboden. Naast de lokale aanpak werken we samen binnen een overkoepelende aanpak Jonge Aanwas samen met gemeente Nieuwegein, Vijfheerenlanden en IJsselstein. Deze richt zich op het uitwisselen van ervaringen en de samenwerking met de VO-scholen. Ouders, verzorgers en docenten worden bekend gemaakt met signalen die erop wijzen dat jongeren dreigen af te glijden richting (drugs)criminaliteit.

Begroting 2025

63

Deelprogramma Fysieke veiligheid Wat willen we bereiken? Doelstelling 1 Voor 7 (van de 14) meest risicovolle appartementencomplexen is een brandveiligheidsscan uitgevoerd en een vluchtplan opgesteld in 2027.

Wat gaan we daarvoor doen? 

We voeren bij 2 appartementencomplexen een brandveiligheidsscan uit en stellen een vluchtplan op in samenwerking met de Veiligheidsregio en bijv. een woningcoöperatie en/of een bewonerscommissie

Doelstelling 2 In 2027 heeft 85% van de woningen in Houten een geregistreerde en werkende rookmelder.

Wat gaan we daarvoor doen? 

We zetten in op wijkgerichte campagnes

Begroting 2025

64

Deelprogramma Georganiseerde ondermijnende criminaliteit Wat willen we bereiken? Doelstelling 1 Het stimuleren van meldingen van ondermijnende criminaliteit met als beoogd resultaat 20% meer meldingen/signalen in 2027.

Wat gaan we daarvoor doen?  

Een campagne ‘Meld misdaad anoniem’ voeren om het aantal meldingen in Houten te vergroten. Meldingen door ondernemers stimuleren via het project SVO-bedrijventerreinen.

Doelstelling 2 100% van de signalen wordt uitgezocht en opgevolgd of afgedaan.

Wat gaan we daarvoor doen?  

 

Binnengekomen meldingen over het mogelijk dealen- of produceren van drugs of prostitutie hebben prioriteit en hierover worden duidelijke afspraken met de politie gemaakt. Na het aantreffen van drugs op een locatie volgt altijd een bestuurlijke maatregel: een waarschuwing, last onder dwangsom of last onder bestuursdwang (sluiting). Hierbij voeren we een zero tolerance beleid. We voeren 3 integrale controles op blinde vlekken uit waarbij bedrijventerreinen extra aandacht krijgen. We vergroten de alertheid en bestuurlijke weerbaarheid door het geven van trainingen of anderszins.

Doelstelling 3 In beeld brengen en aanpakken van mogelijke plekken waar dealen wordt gesignaleerd in de openbare ruimte. Deze worden beoordeeld door professionals van de veiligheidsketen (o.a. op basis van meldingen van inwoners).

Wat gaan we daarvoor doen?  

We onderzoeken locaties en pakken deze integraal aan. Betrekken van de omwonenden van de locatie maakt onderdeel uit van het onderzoek

Begroting 2025

65

Deelprogramma Digitale veiligheid Wat willen we bereiken? Doelstelling 1 Digitale veiligheid is een nieuwe prioriteit. Kwalitatieve doelstelling is het digitaal weerbaar maken van de inwoners en bedrijven in Houten. We doen dat door meer inzicht in deze vorm van criminaliteit te verkrijgen en door onze ondernemers en inwoners bewuster te maken van de online risico’s, zodat slachtoffer- en daderschap kunnen worden voorkomen.

Wat gaan we daarvoor doen?  

We voeren bewustwordingscampagnes gericht op de meest kwetsbare doelgroepen (ouderen, jongeren, MKB). We werken binnen ons district Lekpoort intensief samen met de politie en gemeenten Vijfheerenlanden en Nieuwegein om meer inzicht te krijgen in de problematiek (aard en omvang) én de behoeften van kwetsbare doelgroepen, waarmee we ons handelingsperspectief (voorlichting en aanpak) kunnen vergroten. We geven uitvoering aan de meest veelbelovende interventies uit het districtelijk Uitvoeringsprogramma Digitale Veiligheid 2024-2026.

Wat mag het kosten? x € 1.000 Programma

Begroting 2025

Deelprogramma

Lasten

Baten

Saldo

3.735

93

-3.642

0

0

0

Sociale veiligheid en Openbare orde

1.756

481

-1.275

Saldo van baten en lasten programma

5.491

574

-4.917

0

0

0

5.491

574

-4.917

Veilige leefomgeving Fysieke veiligheid en crisismanagement Programmabrede kosten

Mutaties reserves Totaal resultaat programma

In de financiële begroting is een overzicht opgenomen van lasten en baten per (deel)programma op basis van:  Rekening 2023  Begroting 2024 primitief  Begroting 2024 (na wijziging)  Begroting 2025 De Verschillenanalyse bij het overzicht van lasten en baten per (deel)programma, licht de verschillen op programmaniveau toe tussen de begroting 2025 en de begroting 2024 (primitief). De bijlage Programma, deelprogramma en product geeft aan welke producten onder de (deel)programma’s vallen. De bijlage Overzicht collegeleden toont welk collegelid verantwoordelijk is voor de verschillende portefeuilles.

Begroting 2025

66

Algemene dekkingsmiddelen en ondersteuning organisatie Het programma algemene dekkingsmiddelen en ondersteuning organisatie betreft de OZB en de uitkeringen uit het gemeentefonds. Deze middelen kennen geen bestedingsdoel en zijn daarmee vrij aanwendbaar. In dit programma is de overhead apart begroot en dus niet meer verwerkt in de (deel)programma's (zoals de BBV voorschrijft). Ook het renteresultaat is een onderdeel van dit programma conform de criteria van de BBV-notitie rente. De niet vrij aanwendbare heffingen, zoals het rioolrecht en afvalstoffenheffing, en de ontvangsten van specifieke uitkeringen zijn als baten opgenomen in de betreffende programma’s. Overhead Hieronder volgt een overzicht van de overhead:

Deze overheadkosten bedragen 46,8% (2023 48,2%) van de totale kosten van de organisatie (apparaatskosten). Bij de laatste grote vernieuwing van het BBV (Besluit Begroten en Verantwoorden) zijn met ingang van het begrotingsjaar 2017 de taakvelden ingevoerd, waaronder het taakveld Overhead. Gemeenten gebruiken dit taakveld om het overheadpercentage te berekenen. Begin 2025 onderzoeken wij of wij hiervoor de meest logische berekening toepassen. Indien het wenselijk is om de berekening aan te passen, zullen we hiervoor een voorstel doen in de Perspectiefnota 2026. De overheadkosten zijn in de paragraaf lokale heffingen ook apart inzichtelijk bij de kostenonderbouwing gemeentelijke heffingen (rioolrecht en afvalstoffenheffing). Vennootschapsbelasting (Vpb) Sinds 1 januari 2016 zijn gemeenten vennootschapsbelastingplichtig voor zover een onderneming wordt gedreven in fiscale zin. Veel gemeenten bieden reclame-exploitanten de mogelijkheid om reclame-uitingen aan te brengen op eigendommen van de gemeente. Commerciële partijen exploiteren de advertentieruimte, waarvoor gemeenten inkomsten ontvangen. Zo ook Houten. Hierbij wordt reclame-exploitanten een exclusief gebruiksrecht gegeven op eigendommen van de gemeente, zoals grond of lichtmasten. Hier kunnen dan reclameobjecten, zoals lichtbakken en abri’s, worden aangebracht.

De Belastingdienst neemt het standpunt in dat dit een voor de Vpb belaste activiteit is. Veel gemeenten nemen het standpunt in dat sprake is van normaal vermogensbeheer. Inmiddels zijn de aangiften 2016 tot en met 2024 door onze fiscalist ingediend. Deze aangiften sluiten aan bij het standpunt van de Belastingdienst. Dit resulteert in dat Houten over deze activiteit Vpb moet betalen. Op dit moment is het standpunt van de Belastingdienst en de gemeenten over reclame-uitingen

Begroting 2025

67

voorgelegd aan de rechter. Zolang er geen uitspraak is, zal de gemeente Houten aangifte blijven doen volgens het standpunt van de belastingdienst. Wat mag het kosten? x € 1.000 Programma

Begroting 2025

Deelprogramma

Lasten

Baten

Saldo

Overhead

18.062

383

-17.680

Lokale heffingen

1.252

15.888

14.636

Overige baten en lasten

2.404

438

-1.965

111

86.336

86.225

Onvoorzien

0

0

0

Saldo financieringsfunctie

82

-15

-96

Vennootschapsbelasting (VpB)

28

0

-28

Saldo van baten en lasten programma

21.939

103.030

81.091

Mutaties reserves

-2.050

1.455

3.505

Totaal resultaat programma

19.889

104.485

84.596

Algemene dekkingsmiddelen en ondersteuning organisatie

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

In de financiële begroting is een overzicht opgenomen van lasten en baten per (deel)programma op basis van:  Rekening 2023  Begroting 2024 primitief  Begroting 2024 (na wijziging)  Begroting 2025 De Verschillenanalyse bij het overzicht van lasten en baten per (deel)programma, licht de verschillen op programmaniveau toe tussen de begroting 2025 en de begroting 2024 (primitief). De bijlage Programma, deelprogramma en product geeft aan welke producten onder de (deel)programma’s vallen. De bijlage Overzicht collegeleden toont welk collegelid verantwoordelijk is voor de verschillende portefeuilles.

Begroting 2025

68

Paragrafen

Begroting 2025

70

Paragraaf Lokale heffingen 1. Belangrijkste ontwikkelingen in 2025 Gemeentelijk beleid Uitgangspunt voor de Onroerendezaakbelasting (OZB) en de toeristenbelasting is een trendmatige aanpassing van de begrote opbrengst, dat wil zeggen een mutatie als gevolg van de algemene prijsontwikkeling conform de korte termijn raming van het CPB. Voor 2025 leidt de trendmatige aanpassing van deze begrote opbrengsten tot een verhoging van 3,3%. Voor de overige belastingen en heffingen geldt als uitgangspunt dat deze kostendekkend in de begroting worden verwerkt. Dit is conform de begrotingsrichtlijnen 2025 zoals die door de raad zijn vastgesteld. Afvalstoffenheffing De totaal begrote kosten (saldo van opbrengsten en uitgaven) van de afvalinzameling bedragen voor 2025 € 6,522 miljoen. Dit is een stijging van € 0,28 miljoen ten opzichte van 2024. Deze stijgingen ontstaan door:  Hogere personeelskosten.  Hogere overheadkosten.  Hogere overige kosten. Op basis hiervan is het tarief voor meerpersoonshuishoudens van de afvalstoffenheffing voor 2025 op € 342,48 (2024: € 333,60) berekend. 2. Overzicht geraamde inkomsten per belastingsoort Voor 2025 worden de volgende inkomsten verwacht. Ter vergelijking zijn cijfers uit voorgaande jaren opgenomen. Omschrijving

Rekening 2023 Begroting 2024* Begroting 2025

% van de totale opbrengst

01. Afvalstoffenheffing

5.715

6.267

6.522

23,8%

02. Hondenbelasting

185

0

0

0,0%

03. Leges algemeen

1.307

1.477

1.343

4,9%

159

188

188

0,7%

05. Onroerend zaakbelasting

14.792

14.831

15.120

55,1%

06. Rioolheffing

3.453

3.816

4.009

14,6%

263

245

253

0,9%

25.874

26.824

27.435

100,0%

04. Lijkbezorging

07. Toeristenbelasting Totale opbrengst * Stand na 1e Bestuursrapportage 2024

Begroting 2025

71

3. Lokale lastendruk In onderstaande tabel wordt de verwachte lokale lastendruk in Houten in 2025 weergegeven. Het uitgangspunt is een meerpersoonshuishouden. Voor de berekening van de onroerend-zaakbelasting is uitgegaan van een trendmatige aanpassing van het tarief. Lokale lastendruk

bedragen x € 1 Rekening 2022

Rekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Afvalstoffenheffing

310

314

334

336

Rioolheffing

150

157

167

186

Totaal gebruiker

460

471

501

522

OZB-eigenaar gedeelte

397

421

447

501

Totaal eigenaar / gebruiker

857

892

948

1,023

Omschrijving

Berekeningsmethode Coelo: Huishoudens die ozb betalen hebben een koopwoning. Tot en met 2021 publiceerde het CBS alleen de gemiddelde WOZ-waarde voor zowel koop- als huurwoningen. De waarde van huurwoningen is over het algemeen lager dan die van koopwoningen. Als je uitgaat van de gemiddelde WOZ-waarde van koop- en huurwoningen samen dan ga je dus in de meeste gemeenten eigenlijk uit van een te lage waarde als je wilt laten zien wat een huishouden met een koopwoning gemiddeld betaalt. Om een beeld te geven van hoe de lokale lasten zich vanaf 2020 hebben ontwikkeld zijn hieronder de tarieven afvalstoffenheffing, rioolheffing en ozb/eigenaar grafisch weergegeven.

Begroting 2025

72

Bij de calculatie voor de woonlasten voor meerpersoonshuishouden (mphh) die COELO voor 2024 hanteert, staat de gemeente Houten op de 214e plaats (€ 1.024). In 2023 was dit de 184e plaats. In onderstaande tabel zijn enkele vergelijkende cijfers uit de Atlas van de lokale lasten 2024 opgenomen. Vergelijking woonlasten mphh Woonlasten Procentuele hh Coelo vergelijking

Omschrijving Landelijk goedkoopste gemeente (Rijssen-Holten)

Positie ranglijst

675

66%

1

Gemeente Houten

1.023

100%

214

Landelijk duurste gemeente (Bloemendaal)

1.988

197%

345

779

76%

1

Gemeente Houten

1.023

100%

9

Provinciaal duurste gemeente (Bunnik)

1.379

135%

26

Provinciaal goedkoopste gemeente (Veenendaal)

4. Indicatoren In onderstaande tabel zijn de van toepassing zijnde relevante BBV-indicatoren binnen het taakveld 'Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling en stedelijke vernieuwing (Vhrosv)' per 1 januari van het betreffende jaar opgenomen. Realisatie Omschrijving Gemeentelijke woonlasten in euro eenpersoonshuishouden (BBV)

Raming

Bron Coelo

2021 662

2022 723

2023 756

2024 808

2025 X*

Coelo

853

912

950

1023

X*

Gemeentelijke woonlasten in euro meerpersoonshuishouden (BBV)

Begroting 2025

73

Gemiddelde WOZ-waarde per € 1.000 (BBV)

CBS

378

418

504

571

X*

* De gegevens 2025 kunnen nog niet bekend zijn. Worden bepaald door de bepaling tarieven 2025 en de bepaling WOZ-waarde basis voor de berekening van de OZB-tarieven 2025.

5. Kostenonderbouwing gemeentelijke heffingen Voor de rioolheffing en de afvalheffing volgen hieronder de verplichte kostenonderbouwing:

Berekening van kostendekkendheid riolen Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

2025 -2.967.563

Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten Opbrengst heffingen Dekking

0 -2.967.563 -487.838 -553.451 -4.008.852 4.008.852 100%

Berekening van kostendekkendheid afval Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten Opbrengst heffingen Dekking

2025 -5.785.460 895.935 -4.889.525 -758.342 -874.462 -6.522.329 6.522.329 100%

6. Kwijtscheldingsbeleid Bij kwijtschelding van belasting wordt de 100% norm van de relevante bijstandsnorm gehanteerd. Voor de overige regels wordt rijksbeleid gevolgd. Op grond van de belastingverordeningen kan alleen kwijtschelding worden verleend voor de afvalstoffenheffing, hondenbelasting (alleen de eerste hond), rioolheffing en in zeer uitzonderlijke gevallen de onroerende-zaakbelasting. Voor de overige belastingen en heffingen wordt geen kwijtschelding verleend. De beoordeling van de kwijtscheldingsverzoeken is met de uitplaatsing van Belastingen vanaf 2015 ondergebracht bij de BghU. In onderstaande tabel zijn de totaalbedragen van de verleende en verwachte kwijtschelding opgenomen: Heffingsjaar Kwijtgescholden bedrag

Rekening 2022 Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 247

263

302

* Stand na 1e Bestuursrapportage 2024

Begroting 2025

74

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Inleiding Voor het bereiken van onze doelstellingen en het bewaken van de financiële positie van de gemeente Houten is inzicht gewenst in potentiële financiële risico’s en de mogelijkheden om deze tegenvallers op te vangen (de weerstandscapaciteit). In deze paragraaf werken we de risico’s en de weerstandscapaciteit uit. De verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s wordt het weerstandsvermogen genoemd en geeft een beeld van de robuustheid van onze financiële situatie. Een toereikend weerstandsvermogen voorkomt dat iedere financiële tegenvaller ons direct tot bezuinigingen dwingt of ten koste gaat van bestaande taken. Incidenteel kunnen deze financiële tegenvallers worden gedekt uit het weerstandsvermogen. Indien er sprake is van structurele financiële tegenvallers zijn hier maatregelen voor nodig om de begroting structureel en reëel in evenwicht te laten zijn. Het ratio weerstandsvermogen 2025 is lager dan vorig jaar, namelijk 6,1 (t.o.v. 6,6 in 2024). De weerstandscapaciteit is licht gedaald als gevolg van een relatieve stijging van het risicobedrag. De hoge ratio weerstandsvermogen is van belang gezien het aantal niet-kwantitatieve risico's. Deze risico’s kunnen zich uiteindelijk in meer of minder mate gaan vertalen in concrete risico’s.

De hoge ratio is dan een buffer om deze risico’s incidenteel af te dekken. Naast een robuust weerstandsvermogen is een adequaat risicomanagement gewenst. Dit betekent een proactieve houding in het signaleren, herkennen en beheersen van risico’s. Concreet vullen we dit in met een periodieke screening op mogelijke risico’s, te nemen beheersmaatregelen en het gesprek met elkaar hierover. Deze paragraaf begint met een weergave van de weerstandscapaciteit. Vervolgens komt het risicoprofiel, uitgesplitst in risico’s aan bod. Vanuit de weerstandscapaciteit en risico’s wordt een conclusie getrokken over het weerstandsvermogen. Deze paragraaf sluit af met een aantal financiële kengetallen en balansprognose van 2025 t/m 2028. 2. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel van middelen en mogelijkheden om niet begrote, onverwachte kosten te dekken. Deze bestaan uit het vrije deel van de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de stelpost onvoorzien. De werkelijke omvang eind 2023, de prognose begin 2024 (uit de programmabegroting 2024) en de actuele prognose begin 2025 wordt in de volgende tabel weergegeven. Weerstandscapaciteit Vrij deel algemene reserve - provinciale minimumnorm - boven de provinciale minimumnorm

31-12-2023 werkelijk 8.976

Onbenutte belastingcapaciteit Stelpost onvoorzien Totaal

8.976

bedragen x € 1.000 1-1-2024 1-1-2025 Prognose prognose 8.976 10.862 2.544 2.561 6.432 8.301 3.230 67

3.880 0

12.273

14.742

Het vrij besteedbare deel van de algemene reserve bedraagt naar verwachting op 1 januari 2025 € 10,862 miljoen. Aan dit vrije deel van de algemene reserve stelt de provincie (als toezichthouder) als omvang een minimumnorm van € 50 per inwoner. Met een verwacht inwonersaantal begin 2025 van 51.220 inwoners moet het vrij besteedbaar deel een minimumomvang hebben van € 2,561 miljoen. De omvang van € 10,862 miljoen ligt € 8,301 miljoen boven de minimumnorm en voldoet daarmee ruim aan deze norm. De onbenutte belastingcapaciteit wordt berekend door de verwachte taxatiewaarde van het totale areaal woningen te vermenigvuldigen met het verschil tussen het gemiddeld OZB-tarief woningen en niet-woningen in Houten en het landelijk normtarief OZB voor beroep op artikel 12 van de Financiële

Begroting 2025

75

verhoudingswet. Het normtarief is door het Rijk in de meicirculaire 2024 bepaald op 0,1595% (2023: 0,1614%). Dit tarief is 0,0357% lager dan ons gemiddeld tarief. Met een geraamde belastingopbrengst woningen van € 9,8 miljoen komt onze onbenutte belastingcapaciteit voor 2025 uit op € 3,880 miljoen (prognose). De omvang van de stelpost onvoorzien werd in de afgelopen jaren begroot op basis van € 1,25 per inwoner. De komende jaren is er vanuit het bezuinigingsperspectief bepaald deze stelpost niet in te vullen. In het geval van een onvoorziene situatie waar acuut middelen voor nodig zijn, wordt elders in de begroting dekking gezocht. 3. Risicoprofiel Overige (niet) kwantitatieve risico's Zoals gebruikelijk maken we bij het risicoprofiel onderscheid in niet-kwantitatieve risico’s (onzekerheden) en kwantitatieve risico's. De niet-kwantitatieve risico’s zijn ontwikkelingen waarvan de waarschijnlijkheid en de (financiële) impact van de ontwikkeling (nog) niet kan worden ingeschat maar op termijn wel tot een risico (positief of negatief) kunnen leiden. De kwantitatieve risico’s zijn risico’s waarvan de financiële gevolgschade wel kan worden gekwantificeerd. Deze kwantitatieve risico’s zijn relevant bij het bepalen van de omvang van het weerstandsvermogen. De onzekerheden zijn in 5 categorieën onderverdeeld: 1. Financieel-economisch 2. Organisatie 3. Juridisch 4. Imago 5.

Verbonden Partijen Alle reeds bestaande onzekerheden en risico's zijn geupdate. Daarnaast zijn er onzekerheden en risico's verwijderd die niet meer van toepassing zijn of nieuwe risico's benoemd (aangeduid met "nieuw" achter titel). Van bestaande onzekerheden uit eerdere P&C-documenten is de onzekerheid ‘wegvallen werkzaamheden met betrekking tot rijbewijzen’ niet meer relevant. Deze onzekerheid is inmiddels vormgegeven in de huidige werkwijze en Begroting 2025 en vormt daarmee geen onzekerheid meer. De onzekerheid Inflatie/aanbestedingen is ook uit het overzicht verwijderd, daar deze is gesplitst en is opgenomen in nieuwe/andere beschrijving van onzekerheden. Financieel-economisch Aanbestedingen (nieuw) Problemen met het aanbesteden van werkzaamheden. Diverse aannemers hebben aangegeven het lopende contract niet meer te willen verlengen tegen de huidige prijs. De gemeente loopt het risico bij een volgende aanbesteding fors duurder uit te zijn. Ook neemt het aantal aannemers en adviesbureaus af waardoor het lastiger wordt voorbereidende- en uitvoerende werkzaamheden binnen het beschikbare budget aan te besteden. Abonnementstarief huishoudelijke ondersteuning Abonnementstarief Wmo waaronder huishoudelijke hulp: Met ingang van 1 januari 2019 heeft de rijksoverheid de systematiek en de hoogte van de eigen bijdrage gewijzigd.

Indien een client zelfstandig woont, dan betaalt de client, ongeacht het aantal Wmo voorzieningen en de kosten hiervan, een maximale eigen bijdrage van € 20,60 per maand (prijspeil 2024). Indien er sprake is van begeleid wonen, dan gelden andere regels voor de eigen bijdrage. Onderzoek heeft aangetoond dat de financiële gevolgen voor de gemeente (€ 226 miljoen) aanzienlijk groter zijn dan de compensatie van het rijk (€ 145 miljoen). Als reactie hierop werkt het rijk aan de invoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor alle Wmovoorzieningen die nu onder het abonnementstarief vallen. De oorspronkelijk voorgestelde maatregel betrof alleen een inkomensafhankelijke bijdrage voor huishoudelijke ondersteuning per 1 januari 2025. De nieuwe maatregel vraagt een wetswijziging en vergt een aanzienlijke implementatietijd waardoor de beoogde datum van inwerkingtreding op 1 januari 2026 is gesteld. De aanpassing moet vanaf 2026 een besparing opleveren. Zodra hier meer over bekend is zullen wij de financiële effecten vertalen naar de begroting. Amerikaanse rivierkreeft (nieuw)

Begroting 2025

76

Rivierkreeften vervuilen de watergangen en graven holen in de oevers, waardoor deze verzakken of afkalven. De Amerikaanse rivierkreeft heeft nauwelijks natuurlijke vijanden en vermenigvuldigt zich razendsnel. Dit veroorzaakt een slechtere waterkwaliteit, verstoord bodemleven en bedreiging voor andere waterdieren. Als gevolg kan de gemeente kan niet meer voldoen aan de doelstellingen m.b.t. waterkwaliteit en de verzakkingen belemmeren het grasmaaien langs watergangen in ernstige mate. Beheersmaatregeenl: Het ministerie onderzoekt samen met waterschappen (waaronder HDSR) hoe de kreeften het beste kunnen worden bestreden; Inspectie laten uitvoeren van alle oevers en op basis daarvan een herstel- en onderhoudsplan voor de komende jaren opstellen; natuurvriendelijke oevers aanleggen, de rivierkreeft nestelt daar liever niet. Bouwleges Mogelijk tegenvallende inkomsten uit bouwleges als gevolg van uitblijven van bouwplannen, hogere bouwkosten en de invoering van de Wet Kwaliteitsborging. Financiën en risico's woningbouw We zoeken voor de financiering van de (woningbouw)plannen aansluiting bij het Rijk (MIRT) en provincie voor gelden voor de infrastructuur en woningbouw. Hiervoor zijn aanvragen in gang gezet. Randvoorwaarde en risico hierbij is dat er voldoende betaalbare woningen moeten worden gebouwd (50% betaalbaar) om aanspraak te kunnen maken op deze gelden.

Bijkomende randvoorwaarde is cofinanciering door de gemeente van een deel van de investering. Tevens moet structureel ingezet worden op kostenverhaal van binnenplanse- en bovenwijksekosten op de ontwikkelaars. Dit is een wettelijke verplichting, maar ook een noodzaak om de begeleiding van de plannen en de financiering van ruimtelijke investeringen te kunnen borgen. Hoogte rijksvergoeding en hervormingsagenda Hervorming jeugdhulpstelsel in combinatie met aanpassingen van de Jeugdwet zullen impact hebben op de taken en verantwoordelijkheden van gemeenten. Het is nog onbekend welke taken en verantwoordelijkheden bij gemeenten komen te liggen en wat de financiële impact hiervan is. Het risico is dat de hoogte van de rijksvergoeding ontoereikend is terwijl jeugdhulp een openeinderegeling is. HR-21 onderhoud (nieuw) Met een jaarlijkse onderhoudsronde HR21 kunnen (sterk) gewijzigde functies opnieuw worden gewaardeerd. De uitkomst van deze onderhoudsronde kan structurele effecten hebben voor de meerjarenbegroting. Jaarlijks heeft de onderhoudsronde in de afgelopen jaren een impact gehad variërend van € 40.000 tot € 110.000.

Inzicht hebben en houden in financiele afwijkingen (nieuw) Door vele en snelle ontwikkelingen in de organisatie en daarbuiten is er altijd een risico dat ontwikkelingen niet (tijdig) afgestemd worden met de controllers waardoor financiele afwijkingen niet goed cq tijdig in beeld zijn. Ook doordat er voor een aantal gebieden nog geen gestandariseerde processen en verantwoordelijkheden afgesproken zijn en er op veel plekken personele wijzigingen zijn waardoor bestaande informele werkwijzes verdwijnen. Vanuit FIN wordt eraan gewerkt om deze werkwijzen te automatiseren, standariseren en vast te leggen. Jeugdhulp en Wmo De zorg kampt met steeds grotere personeelstekorten waardoor onze inwoners niet altijd tijdig de zorg ontvangen die ze op dat moment nodig hebben. Dit legt een druk op ons Sociaal Team omdat het veel tijd kost om een plek te vinden of een alternatief te bieden tijdens het wachten. Klimaatdoelstellingen/ windparken

Begroting 2025

77

De uitstoot van broeikasgassen heeft als ongewenst effect de opwarming van de aarde. Dit heeft negatieve gevolgen voor mens, dier en de natuur. Daarnaast raken zonder ingrijpen de huidige energiebronnen uitgeput. Op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau is beleid ontwikkeld om deze neerwaartse spiraal om te buigen. Op gemeentelijk niveau hebben wij als ambitie een duurzaam Houten in 2040: klimaat- en energieneutraal, aardgasvrij, klimaatproof met volop groen en water, gesloten kringlopen en natuurlijk materiaalgebruik. De inwoners en maatschappelijke organisaties worden met behulp van voorlichting en subsidies gestimuleerd om vorm te geven aan duurzaamheid. Vlak voor het zomerreces van 2023 heeft de Tweede Kamer ingestemd met de Tijdelijke wet Klimaatfonds. Hiermee komt bijna 35 miljard euro beschikbaar voor klimaatmaatregelen zoals energie-infrastructuur, verduurzaming van woningen en maatschappelijke gebouwen en verduurzaming van de industrie. Medeoverheden, waaronder gemeenten, krijgen via een specifieke uitkering middelen voor de uitvoering van het klimaatbeleid. Dit is in ieder geval tot en met 2025 gegarandeerd. Structurele financiering vanaf 2026 is aan het nieuwe kabinet. Voldoende financiële middelen en acceptatie/begrip vanuit de samenleving voor maatregelen bepalen het succes van de uitvoering. Goede participatie is daarin een belangrijk middel.

Dit vraagt echter wel veel extra inzet en tijd. De energietransitie vraagt van de hele maatschappij investeringen. Door de hoge energieprijzen vanaf 2022 is de aandacht voor verduurzaming gegroeid. De noodzaak tot energiebesparing werd breed gevoeld. Tegelijkertijd zorgt de hoge inflatie, vooral door hoge energieprijzen, voor minder investeringscapaciteit en -bereidheid bij huishoudens en bedrijven. De inzet van de rijksoverheid voor koopkracht, energiebesparing en -investeringen zal erg bepalend zijn voor de mogelijkheden van individuele huishoudens om mee te kunnen doen in de energietransitie. Op technisch vlak is het elektriciteitsnet reden voor zorg. In onze regio is netcongestie afgekondigd. Daardoor kunnen nieuwe grootschalige energieprojecten (zonnevelden, windparken, grote zonnedaken) op dit moment niet meer (direct) op het net aangesloten worden. Ook nieuwe grootverbruikersaansluitingen zijn nu (vrijwel) niet mogelijk. Netbeheerders hebben gewaarschuwd dat in de nabije toekomst (vanaf 2026) mogelijk ook kleinverbruikersaansluitingen (woningen) met netcongestie geconfronteerd worden. Dit kan gevolgen hebben voor het tempo waarin grote opgaven, zoals de energietransitie en woningbouw, gerealiseerd kunnen worden. De netcongestie is naar verwachting pas aan het einde van dit decennium opgelost.

Tot die tijd vraagt dit om creativiteit en innovatie om projecten te kunnen blijven realiseren. Ten aanzien van de ingediende bezwaren tegen de windparken is de situatie als volgt: In december 2022 heeft de gemeente nieuwe besluiten genomen over de Windparken Houten en Goyerbrug. Beide dossiers zijn (juridisch) complex en maatschappelijk en politiek zeer gevoelig. Daar komt bij dat de initiatiefnemer van Windpark Goyerbrug de gemeente aansprakelijk heeft gesteld voor vertragingsschade. Deze schade is (nog) niet gekwantificeerd. Vanuit de heroverweging van Windpark Goyerbrug heeft de raad een indruk van de orde van grootte van de financiële risico's rond dit windpark. In 2023 is beroep aangetekend bij de rechtbank en de Raad van State tegen de besluiten over Windpark Houten en Windpark Goyerbrug. Op moment van schrijven wachten we op de uitspraken over de beroepen tegen Windpark Houten bij de rechtbank. Voor de zaken bij de Raad van State moet nog een zitting gepland worden. Er is zodoende niks te zeggen over de voorgang, laat staan over de uitkomsten. Deze procedures vragen veel ambtelijke inzet en externe (juridische) expertise. Daarmee is het niet alleen een juridisch en financieeleconomisch risico, maar ook op het gebied van organisatie.

Klimaatverandering Door de opwarming krijgen we vaker te maken met zeer warme dagen, droogte en extreme regenbuien, hetgeen impact kan hebben op beschadiging van vastgoed en impact op fundering, schilderwerk etc. Op de langere termijn van 10 jaar wordt dit risico naar verwachting groter. In 2023 was er daarnaast ook sprake van zeer langdurige neerslag. Dit laatste kan tot verzadiging van de grond leiden wat tot gevolg kan hebben dat grondlichamen instabiel worden en verzakken. Er is nog steeds sprake van een gespannen arbeidsmarkt. Hierdoor is het onzeker of er voldoende capaciteit beschikbaar is om alle planmatige en projectmatige werken uit te voeren. De vraag naar deskundig personeel is groot en de vijver is klein. Ook bij onze aannemers en contracthouders is de vraag naar personeel groot. Dat kan ten koste gaan van de kwaliteit van de openbare ruimte en vraagt mogelijk andere maatregelen. Welke maatregelen dat zijn hangt af van het risico en is op dit moment nog niet duidelijk. Landbouwtransitie en ontwikkelingen buitengebied

Begroting 2025

78

Vertraging projecten als gevolg van stikstofdossier: De stikstofproblematiek is veelomvattend, complex en raakt veel sectoren. Doordat enerzijds het beleid nog verder uitgewerkt moet worden en anderzijds er veel discussie is over de toegepaste rekenmethodes ten aanzien van de verschillende projecten, lopen vooral (woning)bouwprojecten vertragingen op. Er wordt vanuit het Rijk en provincie inmiddels volop ingezet op het voorkomen van vertragingen bij woningbouwprojecten door het inzetten van subsidieregelingen en het inzichtelijk maken van de beschikbare stikstofruimte. Voor de bouwplannen in Houten is in het derde kwartaal van 2023 de benodigde stikstofruimte geïnventariseerd en gemeld via de provincie aan het ministerie van BZK. Het blijft nu nog onduidelijk of er voldoende stikstofruimte is om Natuurbeschermingswet-vergunningen in 2024 te kunnen verlenen voor de woningbouwplannen binnen Houten. Vertraging transitie landbouw: De ontwikkelingen rond de toekomst van de agrarische sector hebben invloed op wat er wel en niet is toegestaan op agrarische gronden. Dit kan gevolgen hebben voor ontwikkelingen in het buitengebied (experimenteerruimte, uitnodigingsplanologie, woningbouw). Het Nationaal Programma Landelijk Gebied brengt de opgaven op het gebied van stikstof, natuur, water, klimaat en bodem samen en zorgt voor een gecombineerde aanpak voor een vitaal landelijk gebied.

In opdracht van het Rijk heeft de provincie Utrecht in juli 2023 het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) opgeleverd. Verdere uitwerking hiervan vindt plaats in gebiedsagenda’s, waaronder een agenda voor de Kromme Rijn Streek, welke in samenspraak met belanghebbende en gemeenten wordt opgesteld. Deze agenda moet inzage geven in hoe de transitie van het landelijk gebied wordt vormgegeven. Voor de uitvoering van de gebiedsprogramma’s stelt het Rijk middelen beschikbaar. Het is belangrijk goed aangehaakt te blijven bij het opstellen van de gebiedsagenda Kromme Rijn Streek, zodat Houtense belangen goed vertegenwoordigd worden en eventuele negatieve gevolgen beperkt blijven. Spuitzone's fruitteelt: Door een uitspraak van de rechter mogen geen nieuwe woningen gerealiseerd worden binnen de 50meter van zones waarin gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden. Dit heeft invloed op de woningbouwplannen in het buitengebied. Langer groeiseizoen (nieuw) Door klimaatverandering wordt het groeiseizoen langer. Het groen moet daarom gedurende een langere periode worden onderhouden, wat kan leiden tot hogere kosten.

Omgevingswet Hoewel in het bestuursakkoord Omgevingswet met het Rijk uit 2016 is overeengekomen dat de implementatie voor decentrale overheden budgetneutraal zou moeten zijn, is dit op moment van schrijven geenszins zeker en is de ambtelijke inschatting dat niet het geval zal zijn. Voor de incidentele implementatiekosten zou de gemeente Houten gecompenseerd worden met uitkeringen in de jaren 2023, 2024 en 2025. Dit lijkt nu slecht deels te gebeuren. Belangrijker nog is de compensatie vanuit het Rijk voor de structurele bijkomende lasten, onderhandelingen tussen VNG en Rijk hierover verlopen stroef en er is nog geen zicht op een akkoord. Het implementeren van de omgevingswet vraagt structureel extra inzet zowel op gebied van advisering fysieke leefomgeving als t.b.v. het functioneel beheer van de daarmee samenhangende systemen. Potentieel aanbesteden personeelssysteem (nieuw) In 2024 wordt onderzoek gedaan naar de noodzakelijk ontwikkeling van het personeelssysteem. Mogelijk leidt dit tot een nieuwe aanbesteding, met potentieel daaruit voortvloeiende meerkosten. RVU (nieuw) De Cao Gemeenten kent de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden eerder met pensioen te gaan. Dit heeft financiële impact op de organisatie. De regeling is niet voor iedereen interessant, maar we weten dat in 2025 er circa € 50.000 aan impact zal zijn.

Bij meer deelnemers aan de regeling kan de impact in 2025 oplopen tot € 120.000. Bij de Jaarrekening 2024 zal voor het benodigde bedrag een reserve worden gecreëerd. Indien mogelijk komt de dekking hiervoor uit het begrotingsresultaat, zo niet dan wordt dekking gezocht in reeds bestaande salarisbudgetten, zoals het budget Concern brede ruimte (stelpost flankerend beleid). Sociale werkvoorziening (nieuw) Gemeente Houten betaalt UW de loon- en begeleidingskosten vanuit de vergoeding van het Rijk. Deze vergoeding is niet kostendekkend. Voorgaande jaren was er vanuit UW dekking hiervoor, mogelijk komt deze dekking in 2025 te vervallen. Het gaat om een beperkt aantal SW'ers. Spoortrillingen

Begroting 2025

79

Inwoners van Houten ondervinden ernstige hinder van trillingen veroorzaakt door passerende (goederen) treinen. Deze situatie bestaat al vanaf 2009. In dat jaar werd de verdubbeling van het spoor door Houten (traject UtrechtGeldermalsen) voltooid. Deze bewoners hebben sinds de spoorverdubbeling last van slapeloze nachten en stress en zitten met een onverkoopbare woning. Op ambtelijk en bestuurlijk niveau hebben wij samen met alle betrokkenen partijen (vertegenwoordigers van het ministerie van IenW, ProRail en de bewoners) ons uiterste best gedaan om te komen tot een, voor de bewoners van de Vlierweg en Prins Willem-Alexanderweg en voor de gemeente, aanvaardbare oplossing. De oplossing is er. Alle partijen zijn het erover eens dat de beste manier om de trillingen te beperken een betonnen plaat of bak onder het spoor is. Omdat de kosten voor deze oplossing erg hoog liggen, heeft het ministerie van IenW besloten om geen fysieke maatregelen te treffen. Deze uitkomst om geen maatregelen te treffen is voor ons, maar in de eerste plaats voor de betrokken bewoners, onaanvaardbaar. Dit besluit wordt door de bewoners van Houten aangevochten. Mocht het ministerie van IenW in de toekomst toch overgaan tot het nemen van maatregelen, dan zal zij mogelijk ook een financiële bijdrage vragen van de gemeente Houten.

Stichting Sociaal Team Houten Het Team Jeugd van de Stichting Sociaal Team Houten ziet de vraag naar Jeugdhulp sinds de corona-pandemie groeien en ook de complexiteit van de problematiek stijgt. Als dit doorzet bestaat het risico dat de wachttijd voor hulp blijft groeien. Het feit dat het Sociaal Team meer taken krijgt - denk bijvoorbeeld aan de ontwikkelingen rond Jeugd en veiligheid - zal dit risico groter maken en stijgende kosten met zich meebrengen. Transitie Recreatieschap Stichtse Groenlanden Twee jaar na de transitie zijn grote stappen gezet in de nieuwe samenwerking. Het personeel van Recreatieschap Midden Nederland is overgegaan naar Staatsbosbeheer (SBB) en dat is goed verlopen. De eerste (financiële) rapportages zijn opgeleverd door SBB. De nieuwe samenwerking verloopt steeds beter en er is veelvuldig (goed) overleg. Momenteel wordt het beheer en onderhoud van alle recreatieterreinen doorgerekend en geïmplementeerd in het Terreinbeheermodel van SBB. Ook wordt een Toekomstvisie opgesteld en wordt een 4-jarig Uitvoeringsplan opgesteld inclusief een financiële doorrekening daarvan. Op basis daarvan zal duidelijk worden wat de kosten van het beheer en onderhoud van alle recreatieterreinen zal worden en ook of de deelnemersbijdrage moet worden aangepast en/of dat het beheer moet worden bijgesteld om de kosten beperken.

Al wel duidelijk is dat in de oorspronkelijke begroting van het Recreatieschap de kosten voor groot onderhoud en vervanging onvoldoende in de begroting was opgenomen en dat dat financiële consequenties kan hebben. De impact daarvan zal duidelijk worden als bovengenoemde stukken zijn afgerond en daar afspraken over zijn gemaakt. Vooraf is al aangegeven dat de financiële situatie van de deelnemers zo is dat niet zondermeer extra budget beschikbaar is. Komend jaar (2025) zullen de kosten voor de deelnemers in de gemeenschappelijke regelen met SGL vooralsnog gelijk zijn (wel met indexatie). Uitkeringslasten (nieuw) De uitkering (BUIG) is voor 2025 met 1% opgeplust door WIL. Gezien de ontwikkelingen is de kans groot dat de stijging van de uitkeringslast hoger zal zijn. Daar is niet direct een (volledige) compensatie voor vanuit het Rijk. De verwachting is dat dit een negatieve impact op de begroting 2025 heeft. Uitkomsten RI&E (nieuw) In 2024 wordt de RI&E uitgevoerd. Deze RI&E bestaat uit verschillende onderdelen, zoals de RI&E gemeentehuis en de RI&E PSA (de vragenlijst). Uit elk van deze onderdelen volgt een plan van aanpak. De acties die hieruit zullen volgen om arbeidsrisico’s binnen de organisatie te minimaliseren, zullen kosten met zich mee brengen. Op dit moment is nog niet duidelijk of de omvang hiervan door het beschikbare arbobudget kunnen worden gedekt.

Vergroening en bezetting buitendienst (nieuw) De groei van Houten heeft de afgelopen 10 jaar niet geleid tot extra formatie bij het groencluster. Bij nieuwbouw worden weliswaar de onderhoudsbudgetten verhoogd, maar er komt geen personeel bij. Daarnaast leidt ook ontstening jaarlijks tot structureel extra werk voor het groencluster, zonder enige compensatie. Het groenonderhoud wordt deels door aannemers en deels door eigen personeel gedaan. Door de achterblijvende formatie wordt de werkdruk steeds groter en krijgt men het werk niet meer gedaan. Dit leidt tot een relatief hoog ziekteverzuim in de buitendienst en een vermindering van de beeldkwaliteit. Het groenonderhoud komt reeds regelmatig aan de orde in de media. Volgens de door Berenschot in 2022 uitgevoerde "Benchmark formatie en kosten" zijn de (totale) uitgaven voor groenonderhoud in Houten 30% lager dan bij vergelijkbare gemeenten. Woekerende waterplanten (nieuw)

Begroting 2025

80

De watergangen in en om Houten worden overwoekerd door met name ongelijkbladig vederkruid, ontstaan door klimaatverandering en menselijk handelen. De huidige beheersmaatregelen lijken niet meer toereikend. Samen met HDSR wordt een plan opgesteld voor de bestrijding van de ongewenste waterplanten. Woningbouwopgave 2021- 2030 Volgens onze Woonvisie moeten er 4.750 extra woningen worden gerealiseerd in de periode 2021- 2040. Hierbij wordt verwacht dat er ongeveer 2.000 woningen binnen de Rondweg in de gebieden centrum, De Molenzoom en De Koppeling worden ontwikkeld door middel van transitie en transformatie. De overige 2.750 woningen staan gepland in de uitleglocatie Houten Oost. Deze woningbouwopgave wordt volgens het Programma Bouwen voor Houten, in samenspraak met de bewoners en volgens het Houtens DNA, uitgevoerd. Op dit moment is er een planvoorraad tot 2030 van ongeveer 1600 woningen. De visievorming voor de gebieden centrum, De Molenzoom en De koppeling bevindt zich in de eindfase. Hierna komt de verdere ontwikkeling, maar deze staan onder druk door hoge bouwkosten en de afhankelijk van de ontwikkelaars (zij hebben grotendeels de panden in bezit). Dit kan ervoor zorgen dat er onvoldoende locaties beschikbaar komen. Daarnaast kunnen bezwaren planologische procedures vertragen.

Hoewel er stevig is ingezet op participatie kan de visie leiden tot ontevredenheid bij inwoners, dit kan leiden tot vertraging in de besluitvorming. Om een kwalitatief goede ontwikkeling te realiseren maken we gebruik van subsidieregelingen van het Rijk en de provincie (voor zowel de planfase als de uitvoeringsfase). Mocht er een subsidie niet worden toegekend kan dat leiden tot hogere eigen kosten of vertraging. Tot slot is er een krappe arbeidsmarkt, waardoor personele capaciteit een risico vormt en er kan sprake zijn van onvoldoende budget voor inhuur en onderzoeken. Voor de gewenste woningen in Houten Oost moet er eerst toestemming komen vanuit de provincie. Inmiddels zijn er 4 varianten uitgewerkt, wat uiteindelijk moet leiden tot een visie voor Houten Oost. Om toestemming vanuit de provincie te bewerkstelligen wordt er ingezet om in samenwerking met de regiogemeenten de visie op Houten Oost op te nemen het Integraal Ruimtelijk Perspectief. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de doorontwikkeling van het Kromme Rijn Linielandschap. Imago Klachtprocedures Onjuiste bejegening van inwoners kan tot een klacht leiden. Belangrijk is dat de klacht op een zorgvuldige wijze afgehandeld wordt. Zo niet, dan kan dit leiden tot imagoschade. Maar ook als de klacht gegrond verklaard wordt of als de klager het niet eens is met de afhandeling.

Social media Communicatie via social media wordt steeds belangrijker en inwoners vinden dat de gemeente hierop actief moet zijn. Vooral bij crisis en calamiteiten maar ook bij minder dringende maar voor inwoners wel belangrijke zaken. Als de gemeente onvoldoende hierop reageert leidt dit tot imagoschade. Organisatie Arbeidsmarktontwikkelingen Het binden en behouden van (nieuwe) medewerkers is een enorme uitdaging, gezien de krapte op de arbeidsmarkt en de daarbij behorende concurrentie. Hiervoor zijn vanaf de Begroting 2025 meer structurele middelen beschikbaar gesteld. Leverancier ASAPCLOUD (nieuw) In 2024 loopt het traject om alle IT infrastructuurdiensten en technisch beheer te outsourcen naar de leverancier ASAPCLOUD. Dit is een vrij kleine leverancier die snel groeit. Als alles is overgezet, is de afhankelijkheid van ASAPCLOUD groot. Software leverancier Bij een tweetal grotere leveranciers zijn ontwikkelingen die mogelijk de stabiliteit bedreigen. Bij Ilionix vertrekt de drijvende kracht in de directie achter het huidige zaaksysteem. Centric wordt overgenomen door een groep investeerders en het is onduidelijk hoe dat gaat uitpakken. Er is een grote afhankelijkheid van beide leveranciers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=ff9eca9b-72b9-451a-a65b-ded314c66a96