CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB.23.050 Begrotingswijziging VRLN

Gemeenteraad 20 juni 2023, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven31.932 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Er is een transitie gestart naar het gebruik van één en hetzelfde type fluorvrij SVM voor de gehele VRLN van Hosemaster tot een met schuimblusvoertuig. Hiermee bereiden we ons voor op de gevolgen van nieuwe wetgeving. Afgelopen jaar werd tevens een nieuw waterongevallen voertuig in gebruik genomen.

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 20 -

14 maart 2023

Nieuw operationeel uniform Brandweerkleding moet meegaan met de tijd en aansluiten op de wensen en behoeften van dragers, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, draagcomfort en veiligheid. Daarom is landelijk een nieuw operationeel uniform ontwikkeld ter vervanging van het huidige kazernetenue. Het operationeel uniform voldoet aan de criteria voor een persoonlijk beschermingsmiddel. Dit houdt in dat het uniform ook gebruikt mag worden voor een aantal laag-risicotaken, denk hierbij aan reanimaties, liftopsluiting en dienstverlening. Elke veiligheidsregio bepaalt zelf welke medewerkers de kleding krijgen en bij welke taken het operationeel uniform wordt gedragen. Binnen onze regio is het kledingbeleid herzien en zijn alle voorbereidingen getroffen voor de uitrol van het nieuwe operationele uniform in 2023. Meerjarenraming kapitaallasten In het najaar is aan het bestuur een hernieuwde raming van de te verwachten kapitaallasten over de komende tien jaar gepresenteerd. Door meerdere oorzaken overschrijden de kapitaallasten de komende jaren het begroot bedrag. Reeds een aantal jaren geleden is een reserve gevormd om de schommelingen en stijging van kapitaallasten op te vangen. Onder andere door de enorme inflatie en prijsstijgingen verwachten we dat deze reserve over een aantal jaren uitgeput is, hetgeen gaat leiden tot een tekort voor de brandweer.

Door het bestuur is een verhoging van de inwonerbijdrage toegezegd om in dit knelpunt tegemoet te komen. Operationele voorbereiding Binnen het team operationele voorbereiding is hard gewerkt aan de voorbereidingen voor de implementatie van de nieuwe Mobiel Operationeel Informatiesysteem (MOI). Er worden 119 voertuigen voorzien van een MOI. Rond de zomer is de hardware besteld. De huidige apparatuur (hardware) is technisch afgeschreven en dringend aan vervanging toe. Er is een trainingsmodule ontwikkeld om alle medewerkers klaar te stomen voor het gebruik van de nieuwe MOI. Indicatoren

Realisatie

- Gecertificeerd opleidingsbureau. - Alle ruim 850 operationeel inzetbare medewerkers voldoen aan de landelijke branche-standaard voor vakbekwaamheid. - Actuele planvorming, procedures, inzetvoorstellen en dekkingsplan. - De kazernes voldoen aan niveau 3 van de NEN2767-norm. - Al het materieel voldoet aan de daarvoor geldende kwaliteitsstandaard en/of keurmerk en wordt periodiek gekeurd.

Gerealiseerd

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 21 -

14 maart 2023

2.2.5. Wat heeft het gekost? De gemeentelijke bijdrage voor het programma Brandweerzorg bedraagt C 27,02 miljoen (exclusief overhead), omgerekend is dat een bedrag van C 51,80 per inwoner. Totaal Programma Brandweerzorg Bedrag per inwoner**

Begroting 2022 na wijziging

Realisatie 2022*

Totaal lasten

32.624

32.121

C 61,57

Totaal baten

32.559

32.650

C 62,59

-65

530

ŝ 1,02

Saldo van baten en lasten excl. Corona Toevoegingen aan reserves

0

0

C 0,00

Onttrekkingen aan reserves

65

0

C 0,00

Gerealiseerde resultaat excl. Corona

0

530

ŝ 1,02

Lasten Corona

13

Baten Corona

Gerealiseerde resultaat incl. Corona

0

517

* bedragen in duizenden euro's bedragen in euro's

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 22 -

14 maart 2023

2.3

Programma Crisisbeheersing

Het programma Crisisbeheersing bestaat uit de volgende onderdelen: ^ Crisisbeheersing en multidisciplinaire samenwerking (incl. GHOR); ^ ^

Gemeentelijke processen en Meldkamer.

De veiligheidsregio zorgt voor (de inzet van) een geoefende, parate en professionele crisisorganisatie. Zij coördineert en beoefent multidisciplinair optreden van hulpdiensten en onderhoudt en actualiseert de daarbij geldende (opschalings)procedures en afspraken. Voor de uitvoering zijn de meldkamer, de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening (de GHOR) en de gemeentelijke processen (Oranje Kolom) alsmede ons netwerk van (vitale) partners onontbeerlijk.

2.3.1.Crisisbeheersing en multidisciplinaire samenwerking (incl. GHOR) In de post corona periode verscheen een nieuwe crisis aan de horizon, met de oorlog in Oekraïne. In een vroeg stadium, rond carnaval, werd er vanuit crisisbeheersing een planningsstaf opgestart, met als doel scenariodenken. In de planningsstaf zijn de vier disciplines, GHOR, Bevolkingszorg, Brandweer en Crisisbeheersing, aangesloten evenals defensie. De planningsstaf richt zich vooral op alle aan Oekraïne gerelateerde thema’s, zoals maatschappelijke onrust en uitval van belangrijke wegennetwerken. Visie op crisisbeheersing De coronapandemie, de branden op de Meinweg en in de Peel, het hoogwater in de Maas en Roer en de oorlog in Oekraïne. Wie door zijn oogharen naar deze crisissen kijkt, ziet onderliggende zaken als klimaatverandering, energietransitie en biodiversiteit. Allemaal voorbeelden van problemen waarvan de effecten in de regio merkbaar zijn. Daarnaast zijn er steeds meer uitdagingen die door de landelijke overheid overgedragen worden aan gemeenten. De maatschappij wordt steeds ingewikkelder en komt meer in beweging. Mensen laten zich horen en hebben niet altijd even veel vertrouwen in de overheid. Om al die redenen en om goed voorbereid te zijn op rampen en crisissen deed een aantal burgemeesters samen met enkele collega’s van de afdeling crisisbeheersing en directieleden een toekomstverkenning.

Ze namen een kijkje in de toekomst. Het doel is om een duidelijk beeld te krijgen van hoe crisisbeheersing zich moet ontwikkelen in de komende tien jaar. Belangrijke onderdelen van de toekomstvisie zijn: -

Informatie. Hoe krijgen en gebruiken we de beschikbare informatie, hoe kunnen we de informatie beter maken en deze daarna delen met de juiste partijen?

-

Hoe worden we een organisatie die in staat is om, in goed contact met de inwoners, de gevolgen van crisissen nog meer te beperken. De rol van de inwoners wordt steeds belangrijker. We noemen dit ‘crisisburgerschap’. Hoe kunnen we weerbaarheid, voor jezelf opkomen, en samenredzaamheid, elkaar helpen, bevorderen? Om in crisissituaties zo goed mogelijk te helpen, is een vertrouwensrelatie noodzakelijk.

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 23 -

14 maart 2023

-

Het laatste grote thema uit de visie gaat over de grenzen van crisisbeheersing. Crisisbeheersing mag niet leiden onder administratieve grenzen. Tegelijkertijd zijn er wel degelijk grenzen aan het beheersen van crisissen. Het maken van scherpe keuzes over welke crisissen moet leiden tot voorbereidingen vanuit de veiligheidsregio is wellicht de grootste uitdaging.

Informatiegestuurd werken

De afgelopen jaren zijn we intensief bezig geweest met het vormgeven en innoveren van informatiegestuurde veiligheid, het meer richten van ons werk op actuele veiligheidsinformatie uit onze omgeving. Daarbij gaat het al gauw over nieuwe technologieën en tools en de mogelijkheden die dat biedt. Maar informatiegestuurde veiligheid gaat misschien nog wel het meest over mensen; over een andere manier van denken, en over een andere manier van werken. Afgelopen jaar hebben we vooral gekeken naar hoe we veiligheidsinformatie beter kunnen gebruiken in ons dagelijks werk en welke informatie we nog toe kunnen voegen. Crisisbeheersing volgt voortdurend de ontwikkelingen in onze regio waarbij afgelopen jaar extra ingezet is op het toevoegen van relevante informatie in relatie tot gezondheid en continuïteit van zorg. Al deze informatie is opgenomen in het Veiligheidsbeeld dat gedeeld wordt met een brede groep mensen binnen onze veiligheidsregio, en steeds meer ook met partners zoals politie en de geneeskundige keten. We leggen het beeld uit, zetten de onderwerpen in volgorde van belangrijkheid en bepalen welke onderwerpen nader onderzocht moeten worden of actie verdienen. Samenwerking en verbinding

De GHOR heeft intensief samengewerkt met zowel de ketenpartners (via het ROAZ en/of NAZL) als de collega’s van de GHOR Zuid-Limburg en dat heeft geresulteerd in intensievere samenwerking en concreet a) het project netcentrisch werken en informatiemanagement witte keten en b) het Samenwerkingsplatform Zorgpartners Limburg waarbinnen actief informatie wordt gedeeld met zowel de geneeskundige ketenpartners als de collega’s van Zuid-Limburg. Tevens hebben we in 2022 de stap gemaakt naar één gezamenlijke app voor alle crisisfunctionarissen. In deze app staan alle actuele plannen, werkinstructies en operationele informatie.

Indicatoren

Realisatie

Evenementenadvisering

Op alle adviesaanvragen (ongeveer 325 per jaar) in het kader van vergunningverlening voor een B­ 377 adviesaanvragen vergunning evenementen

of C-evenement is tijdig advies uitgebracht, afhankelijk van de tijdige aanvraag door en informatieverschaffing van de aanvrager. Operationele voorbereiding

Tenminste 900Zo van multidisciplinaire plannen, werkinstructies en operationele informatie zijn

9307o

conform versiedatum minder dan 3 jaar oud.

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 24 -

14 maart 2023

Met alle structurele partners en buurregio’s zijn afspraken vastgelegd op netwerkkaarten.

Met alle buurregio’s zijn samenwerkingsafspraken gemaakt en vastgelegd op een Multidisciplinaire Informatiekaart

MOTO-aanbod (multi-opleiden-trainen-oefenen) dat voorziet in tenminste 2 oefenmomenten per functionaris per jaar. Deze oefenmomenten

Gerealiseerd

worden conform planning gerealiseerd. (M)OTO-deelname door GHOR-functionarissen en multi-functionarissen (i.c. leiders en informatiemanagers) voldoet aan de norm van

Gerealiseerd

minimaal 2 momenten per functionaris per jaar. De operationele gereedheid van GHORfunctionarissen is actueel en inzichtelijk.

Gerealiseerd

De GHOR stelt jaarlijks een bestuursrapportage op, die inzicht geeft in de voorbereiding van

De samenwerking met relevante ketenpartners is post corona opnieuw vormgegeven o.a. door een

instellingen, zorgaanbieders, regionale ambulancevoorzieningen en diensten die een

actualisatie van lopende convenanten. De gesprekken hierover geven inzicht in de mate

taak hebben in de geneeskundige hulpverlening én continuïteit van zorg moeten garanderen.

van voorbereid zijn van de keten (partners) op huidige en toekomstige crises.

Incidentbestrijding Individueel niveau: de kernfuncties crisisbeheersing zijn in 800Zo van de gevallen na alarmering binnen de normtijd begonnen met hun

Gerealiseerd

werkzaamheden. Teamniveau: de teams beginnen in 8007o van de gevallen in een naar oordeel van de leider voldoende complete samenstelling binnen de

Gerealiseerd

normtijd met het eerste overleg.

2.3.2 Gemeentelijke processen Gemeenten spelen een essentiële rol binnen de crisisbeheersing. De gemeenten voeren een groot aantal processen met betrekking tot bevolkingszorg uit, zoals het opvangen en verzorgen van evacués, het informeren van de inwoners, het voorzien in primaire levensbehoeften zoals water en huisvesting en het registreren van slachtoffers en schade. Om deze processen goed te kunnen uitvoeren kunnen ongeveer 300 functionarissen, veelal medewerkers van de aan de veiligheidsregio verbonden (gemeentelijke) organisaties, worden ingezet. Binnen de veiligheidsregio functioneert het team Oranje Kolom als liaison tussen gemeenten en veiligheidsregio. Vakbekwaamheid De functionarissen zullen voldoende geëquipeerd moeten zijn met de juiste kennis en vaardigheden voor hun mogelijke inzet tijdens een crisissituatie. In 2022 zijn voor alle functionarissen mono als multi opleidingen en trainingen georganiseerd. Hierbij is de mono-opleidingsgraad grotendeels behaald. Daarnaast zijn veel functionarissen operationeel ingezet in 2022.

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 25 -

14 maart 2023

Opvang ontheemden Het kabinet gaf op 8 maart opdracht voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen aan de voorzitters veiligheidsregio. Door de grote instroom en een stroppende doorstroom van ontheemden een enorme uitdaging. Op 28 maart geeft het kabinet een aanvullende opdracht voor de opvang van een andere groep ontheemden aan de veiligheidsregio’s. Het (project)team dat was gevormd voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne ging nu ook over de opvang van asielzoekers en statushouders. Dit team coördineert regionaal de plaatsing in overleg met het Landelijk Coördinatiecentrum Vluchtelingen Spreiding en is continue samen met onze gemeenten steeds op zoek naar nieuwe opvanglocaties voor alle groepen. Tot op de dag van vandaag is het team operationeel. Voor de doelgroep asielzoekers wordt sinds eind 2022 gewerkt onder regie van de provincie aan een transitieplan voor de overdracht van opvanglocaties naar het COA.

Indicatoren

Realisatie

Operationele voorbereiding - Van de functionarissen binnen de Oranje Kolom die actief zijn binnen de

9707o

multidisciplinaire teams neemt iedere functionaris minimaal 1x per jaar deel aan een multidisciplinaire bijscholing of oefening. - Elke functionaris binnen de Oranje Kolom neemt minimaal 1x per jaar deel aan een monodisciplinaire opleiding of oefening.

990/0

- Alle nieuwe functionarissen die binnen de Oranje Kolom actief zijn, volgen een startbekwaamheidstraject voor de functie die zij gaan uitoefenen.

100O/O

Incidentbestrijding - In alle gevallen zijn de teams na alarmering binnen de gestelde opkomsttijden

Conform

operationeel.

norm

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 26 -

14 maart 2023

2.3.3 Wat heeft het gekost? De gemeentelijke bijdrage voor het programma Crisisbeheersing bedraagt C 4,45 miljoen (exclusief overhead), omgerekend is dat een bedrag van C 8,54 per inwoner. Totaal Programma Crisisbeheersing Bedrag per inwoner**

Begroting 2022 na wijziging

Realisatie 2022*

Totaal lasten

5.177

5.347

C 10,25

Totaal baten

5.038

5.271

C 10,10

Saldo van baten en lasten excl. Corona

-139

-76

-C 0,15

Toevoegingen aan reserves

0

0

C 0,00

Onttrekkingen aan reserves

139

49

C 0,09

Gerealiseerde resultaat

-0

-27

-C 0,05

Lasten Corona

0

Baten Corona

Gerealiseerde resultaat incl. Corona

-0

-27

* bedragen in duizenden euro's bedragen in euro's

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 27 -

14 maart 2023

2.4

Bedrijfsvoering/Overhead

2.4.1. Wat willen we bereiken Het programma bedrijfsvoering is ondersteunend aan de beleidsinhoudelijke programma’s en bestaat uit de activiteiten met betrekking tot personeel à organisatie, financiën, control, informatie à automatisering, facilitaire ondersteuning, inkoop, juridische zaken en communicatie. Uitgangspunten die worden gehanteerd: ^ Ondersteunend aan de deugdelijke besturing van de organisatie door bestuur, directie en ^

management en het toezicht dat daarop plaatsvindt; Ondersteunend aan het primair proces, binnen wet- en regelgeving en de inhoudelijke kaders

^

die door het bestuur zijn gesteld; Functioneren binnen financiële kaders die samenhangen met de bestuurlijk vastgestelde

^

begroting; Functionerend binnen de door de organisatie gebruikte kwaliteitssystemen;

^

^

Werken op basis van informatie delen en toegankelijkheid, waarbij digitalisering - met als randvoorwaarde een goede borging van aspecten van informatieveiligheid en privacy - actief wordt opgepakt; Duurzame inzetbaarheid van vitale en veerkrachtige medewerkers;

^

Diversiteit en inclusie: iedereen is welkom om bij ons te komen werken en iedere collega doet er toe;

^

Duurzame bedrijfsvoering gericht op het tegengaan van verspilling van middelen, menselijk kapitaal en energie.

Het managementteam van de VRLN heeft zichzelf ten doel gesteld de generieke overhead van de VRLN te beperken tot 1507o van de totale personele capaciteit. Aan het einde van 2022 is het aantal fte’s in de bedrijfsvoering groot 79 fte’s op een totaal van 531 fte’s. Daarmee is doelstelling gerealiseerd. Het streven blijft rondom hoogwaardige specialistische vraagstukken de samenwerking te zoeken met gemeenten, andere gemeenschappelijke regelingen, de veiligheidsregio’s en GGD’en.

2.4.2. Wat hebben we gedaan In 2019 heeft Berenschot de overheadkosten van VRLN vergeleken met 12 andere veiligheidsregio’s. Uit deze benchmark is gebleken dat de overheadkosten van VRLN aansluiten bij het gemiddeld niveau in de sector, met uitzondering van de kosten voor huisvesting die relatief hoog liggen. Het bestuur heeft daarop opdracht gegeven tot een strategische huisvestingsverkenning, gericht op het reduceren van de huisvestingskosten. In 2022 is het strategisch huisvestingsplan door het Algemeen Bestuur vastgesteld. In het perspectief van de 2030 is vergrijzing in de organisatie en krapte op de arbeidsmarkt een grote uitdaging in de bedrijfsvoering. In 2022 is het strategisch personeelsbeleid gepresenteerd aan het Algemeen Bestuur. De ambities zijn: - interne en externe arbeidsmarkt gericht benaderen; -

de bij een veranderende tijd passende competenties ontwikkelen en de noodzakelijke wendbaarheid de organisatie vergroten.

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 28 -

14 maart 2023

In 2022 zijn de contacten met universiteiten en hogescholen verder geïntensiveerd. We slagen er in steeds meer studenten te interesseren voor stages of een werkkring binnen de VRLN. Informatieveiligheid krijgt in tijden van internationale spanningen een steeds groter gewicht. We streven er naar vanaf 2024 te voldoen aan NEN7510 normering en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) richtlijnen. In de bedrijfsvoering wordt actief de samenwerking gezocht met gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, veiligheidsregio’s en GGD’en. Dit gebeurt in toenemende mate. Een voorbeeld is de inkoop: dat gebeurt vrijwel altijd in gezamenlijkheid met partners.. Vanaf 2022 worden de taken op het gebied van verzekeringen overgedragen naar de landelijke door de veiligheidsregio’s bestuurde stichting Risicobeer. In 2022 is tevens een start gemaakt met een haalbaarheidsonderzoek naar de samenwerking met ICT Noord- en Midden-Limburg. In 2023 vindt onderzoek plaats naar de haalbaarheid van uitbesteding van de salarisadministratie. Wet Open Overheid VRLN streeft er naar zo veel mogelijk informatie openbaar te maken. Via onze website: vrln.nl, officiële bekendmakingen: officielebekendmakingen.nl, lokale regelgeving:overheid.nl., Twitter: @vrln, Facebook: @vrln en linkedIn:@vrln.

In 2023 voeren we een onderzoek uit naar de mate waarin de ontsluiting van informatie verbeterd kan worden en welke faciliteiten we aanvullend moeten inrichten om de openbaarheid te vergroten.

2.4.3. Wat heeft het gekost? De gemeentelijke bijdrage voor de Overhead ten bedrage van C 12,66 miljoen, omgerekend een bedrag van C 24,27 per inwoner, wordt verdeeld over de drie inhoudelijke programma’s. Totaal Overhead Bedrag per inwoner**

Begroting 2022 na wijziging

Realisatie 2022*

Totaal lasten

14.116

17.442

C 33,43

Totaal baten

14.116

15.660

C 30,02

Saldo van baten en lasten excl. Corona

-0

-1.782

-C 3,42

Toevoegingen aan reserves

75

75

C 0,14

Onttrekkingen aan reserves

75

2.111

C 4,05

Gerealiseerde resultaat excl. Corona

-0

254

C 0,49

Lasten Corona

849

Baten Corona

Gerealiseerde resultaat incl. Corona

-0

-595

* bedragen in duizenden euro's ** bedragen in euro's

In bovenstaande realisatiecijfer 2022 zijn specifieke lasten verwerkt en dat vertekent het beeld sterk. Zie toelichting op paragraaf 6.3.4.

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 29 -

14 maart 2023

2.5

Risk Factory

Vanaf mei 2019 bezoeken doelgroepen het realistisch educatiecentrum Risk Factory, waar beleven van gezondheid en veiligheid centraal staat. Met realistische en interactieve scenario’s ervaren doelgroepen (on)gezondheid en (on)veiligheid én leren ze hoe te handelen. Levensechte ervaringen veranderen de kijk op risico’s. En dat geeft zelfvertrouwen om, als het er echt op aankomt, de juiste beslissingen te nemen. Doelgroepen Naast basisschoolleerlingen groep 8 bereikt de Risk Factory inmiddels ook senioren. KBO Limburg is daarbij een belangrijke partner, maar inmiddels weten senioren via diverse organisaties de Risk Factory te vinden voor een bezoek. In de businesscase van 2018 is daarnaast gesproken over de doelgroepen: voortgezet Onderwijs, statushouders, arbeidsmigranten en mensen met een licht verstandelijke beperking. Over de activiteiten richting deze doelgroepen moeten nog keuzes worden gemaakt. Breed verspreiden van kennis, opgedane ervaringen en (nieuwe) inzichten Door evaluaties bij de doelgroepen en inhoudelijke inbreng van partners wordt de aansluiting bij de belevingswereld van de doelgroep én bij maatschappelijke ontwikkelingen geborgd. Dit heeft, naast doorontwikkeling van bestaande scenario’s, geleid tot ontwikkeling van nieuwe scenario’s.

: Blijvende afstemming met Zuid-Limburg Vanaf het allereerste moment is het streven Zuid-Limburg te betrekken bij de ontwikkeling van de Risk Factory in Limburg. Er zijn diverse contactmomenten geweest, zowel met bestuurders als met ambtenaren. Er begint zich bestuurlijke interesse af te tekenen. We hopen dat dat leidt tot het gezamenlijk doorontwikkelen van de Risk Factory in Limburg. Potentiële nieuwe Risk Factories Midden- en West-Brabant heeft vanaf maart 2022 een Risk Factory. In Amsterdam-Amstelland en Zuid-Holland-Zuid zijn ze vergevorderd met de businesscase in opdracht van hun bestuur. Zes veiligheidsregio’s hebben interesse, maar nog geen bestuurlijke opdracht. De komst van meerdere Risk Factories is positief, zo kan er samen ontwikkeld worden en is het aansluiten van landelijke partners makkelijker. Een landelijke vereniging is in oprichting. Governance De Risk Factory is voor een periode van 5 jaar (tot medio 2024) als projectorganisatie ondergebracht binnen de juridische context van de gemeenschappelijke regeling VRLN. Er is een onderzoek gestart naar de voor- en nadelen van een andere inrichting van de governance. Centraal daarbij staat het verbreden van de (bestuurlijke) betrokkenheid van de publieke en private partners die samenwerken aan het realiseren van de doelstellingen van de Risk Factory.

Tevens is het streven de financiële basis onder de Risk Factory te verbreden.

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 30 -

14 maart 2023

2.6

Algemene dekkingsmiddelen

VRLN kent als algemeen dekkingsmiddel het saldo van de financieringsfunctie, zijnde C 23.452. In verband met de aanpassing van het renteomslag percentage is dit bedrag lager dan begroot en ook lager dan voorgaande jaren. De aanpassing van het renteomslag percentage is financieel technisch en heeft geen invloed op het resultaat en op de balans.

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 31 -

14 maart 2023

3

Paragrafen

3.1

Weerstandsvermogen en risicomanagement

In 2015 heeft het Algemeen Bestuur bepaald dat een algemene reserve van maximaal 20k van het begrotingstotaal volstaat mits onderbouwd met een inventarisatie van risico’s. Het Algemeen Bestuur heeft in 2019 besloten een algemene reserve van maximaal C 1,250 miljoen aan te houden. Aan het einde van 2022 is de algemene reserve C 533k groot. Ook de reserve transformatie meldkamer (C 1.027k), de reserve Natuurbrandbestrijding (C 230k) en de reserve Informatieveiligheid (C 179k) worden onder het weerstandvermogen geschaard.

3.1.1. Risico’s In het kader van risicomanagement vragen wij aandacht voor een aantal concrete risico’s. Coronapandemie De kosten van de bestrijding van de coronapandemie van de GGD en de veiligheidsregio worden vergoed door het Rijk. De afrekening over 2022 is nog niet definitief vastgesteld door VWS. In het kader van de coronabestrijding zijn externe partijen ingehuurd. De kans bestaat dat overeenkomsten na het officiële einde van de pandemie nog enige tijd doorlopen. Het ministerie van VWS heeft toegezegd dat ook deze kosten in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen. Deze afspraak behoeft op landelijk niveau aanscherping. Cyberincident 2022 Op 9 januari 2022 heeft een hack op de systemen van de VRLN plaatsgevonden. De gevolgen voor de operatie bleven gelukkig beperkt en er zijn geen privacygevoelige gegevens ontvreemd. Er is wel financiële schade omdat externe expertise is ingezet van het CERT team (Computer Emergency Response Team Zorg), leverancier Insign, advocaat en forensisch onderzoek. Medio 2022 heeft er meerdere keren (juridische) correspondentie plaatsgevonden, waarbij de VRLN de leverancier Insign aansprakelijk stelt. Bij het opmaken van de jaarrekening vinden gesprekken over een schikkingsvoorstel plaats.

Informatieveiligheid Met de toenemende digitalisering neemt het belang van informatieveiligheid toe, daar we merken dat de digitale kwetsbaarheden en dreigingen ook toenemen. De VRLN heeft de afgelopen tijd geïnvesteerd in hard- en software om informatiesystemen veiliger te maken. De komende jaren worden er aanvullend diverse maatregelen ondernomen, zoals het implementeren van de BIO. De BIO geldt als basisnormenkader voor de overheid op informatiebeveiliging. De VRLN wil de maatregelen binnen twee jaar volledig implementeren. Daarnaast wil de VRLN samenwerken met andere veiligheidsregio’s en GGD’en om de kwetsbaarheid van onze organisatie te verminderen. De VRLN zou graag zien dat software voor cruciale processen op een landelijke infrastructuur draait in plaats van dat veiligheidsregio’s en GGD’en hier eigenstandig in opereren. Tot slot is de VRLN van mening dat op landelijk niveau een Security Operation Center moet worden ingericht om individuele

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 32 -

14 maart 2023

veiligheidsregio’s en GGD’en bij te staan in het monitoren van dreigingen en de kwalificatie van incidenten. Hoog specialistische kennis moet worden ingezet als cyberincident onverhoopt optreedt. De gevolgschade van een cyberincident is niet te kwantificeren. Deeltijdregeling brandweervrijwilligers In Nederland bestaat een hybride stelsel van beroeps- en vrijwillige brandweermensen. De Europese Deeltijdrichtlijn dreigt de vrijwilligheid onder druk te zetten. De Minister van Justitie en Veiligheid heeft aangegeven dat vrijwilligheid echt vrijwillig moet zijn en dat sluit niet aan bij kazernering van vrijwilligers. Daarnaast moet een onderscheid worden gemaakt in het takenpakket tussen vrijwilligers en beroepsbrandweermensen. VRLN kiest er voor hoog specialistisch taken te beleggen bij beroepsbrandweermensen. Door materiële voorzieningen te verminderen is financiële ruimte gevonden om de beroepscapaciteit uit te breiden. Er zijn met het Rijk nog geen afspraken gemaakt over de vergoeding van meerkosten die voortvloeien uit de stelselwijziging. Een extern bureau heeft uitgerekend dat deze wijziging in onze regio C 1,2 miljoen kosten met zich meebrengt. De bestuurlijke lijn is dat wijzigingen als gevolg Europese wetgeving door het Rijk moeten worden vergoed. Krappe arbeidsmarkt De krappere arbeidsmarkt maakt het moeilijk medewerkers te vinden.

Het risico bestaat dat de bezetting niet op orde is en afgesproken prestaties om die reden niet kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast nemen kosten om leemtes in de planning te ondervangen met tijdelijke inhuur van medewerkers toe en is de inspanning die geleverd wordt om verloop van medewerkers op te vangen groot. Uit een inventarisatie blijkt dat met name de arbeidsmarkt voor artsen en verpleegkundigen krap is. Het personeelsplan 2022-2030 is in juli 2022 aan het bestuur voorgelegd en in het voorjaar van 2023 komt een actieplan terug op de bestuurlijke tafel. Ondernemersrisico De VRLN voert een aantal diensten tegen een kostprijs dekkend tarief uit. Er bestaan onzekerheden ten aanzien van aanvullende inkomsten door (mogelijke) veranderingen in wet- en regelgeving en overige (externe) ontwikkelingen. In 2021 was als gevolg van de coronapandemie sprake van een forse omzetderving bij reizigersvaccinaties, het verlies (omzet minus kosten) is bij VWS gedeclareerd. In 2022 is de omzet weer toegenomen, maar deze activiteit was nog steeds verliesgevend voor een bedrag ter grootte van C 41.000 zonder toerekening van overheadkosten. Verlofstuwmeer De coronabestrijding en de coronamaatregelen hebben bij de VRLN geleid tot een forse sprongsgewijze toename van het meer-uren en verlofsaldo. Het weer wegwerken van deze uren zal een aantal jaren in beslag nemen.

Medewerkers waarbij het einde van het arbeidzame leven nabij is, slagen daar niet meer in. Het op grote schaal inzetten van verlof voor de pensioendatum/flo-datum heeft gevolgen voor de continuïteit van de organisatie. Er ontstaan dubbele kosten als de medewerker vertrekt met opname van verlof, maar nog wel op de loonlijst staat. Daarnaast moet in roosterfuncties vervanging van de medewerker plaatsvinden.

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 33 -

14 maart 2023

Pensioen medewerkers Zorggroep Op 1 januari 2012 is de jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarige overgedragen van de Zorggroep naar VRLN. Met de overgang van de medewerkers van de Zorggroep naar VRLN is het deelnemerschap van de collega’s overgekomen van de Zorggroep bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PfZW) beëindigd. Op basis van artikel 18 lid 4 van het sociaal plan garandeert VRLN dat het voorwaardelijk pensioen na overdracht van pensioenrechten naar het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) bij dat pensioenfonds ten minste gelijk is aan dat bij het PfZW. In 2020 heeft het ABP de voorwaardelijke pensioenrechten opgenomen. Voor de reguliere pensioenrechten moet collectieve waardeoverdracht plaatsvinden. De VRLN heeft het ABP in 2012 verzocht mee te werken aan die overdracht. In 2022 heeft het ABP het traject opgestart omdat het voor die tijd niet mogelijk was. Uit artikel 4 van het sociaal plan blijkt dat geen netto pensioengarantie voor medewerkers is afgesproken en dat betekent dat de VRLN in beginsel niet bij gaat betalen voor de inkoop van het pensioen.

3.1.2. Financiële kengetallen Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote, ook wel bekend als de netto-schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeenschappelijke regeling. De netto schuldquote geeft aan of de gemeenschappelijke regeling investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. Daarnaast geeft het kengetal inzicht in de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In de uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (1000Zo) dit als voldoende kan worden bestempeld. Voor veiligheidsregio’s wordt 80o7o als norm aangehouden. VRLN blijft onder de norm. Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe financieel gezonder de gemeenschappelijke regeling. De VRLN is in staat aan haar kortlopende en langlopende schulden te voldoen.

Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn voornamelijk de gemeentelijke bijdragen en de rijksbijdrage. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Het percentage voor VRLN ligt ultimo 2022 op -1,80Zo. Dit betekent dat met incidenteel geld structurele lasten zijn afgedekt.

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 34 -

14 maart 2023

Financiële kengetallen (exclusief Corona)

(in percentages)

Realisatie 2021

Begroting 2022

Realisatie 2022

Netto schuldquote

57,8yo

67,1y0

48,8y0

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

57,8yo

67,1y0

48,8y0

Solvabiliteitsratio

11,6y0

10,0y0

10,5y0

Structurele exploitatieruimte

-0,407o

-0,1y0

-1,8y0

3.2

Bedrijfsvoeringsparagraaf: In Control Statement

In deze jaarverantwoording geeft de directeur voor het jaar 2022 een In Control Statement (ICS) af. De VRLN hanteert de werkdefinitie dat een ICS een verantwoording is van de bestuurder om aan te geven wat de mate van interne beheersing is in relatie tot de realisatie van (organisatie) doelstellingen. Met een ICS geeft de directeur antwoord op de vraag in hoeverre het management voldoende grip heeft op de processen die leiden tot het realiseren van (strategische) doelstellingen. De ICS tekst is tot stand gekomen door het gebruik van een speciaal voor de politie ontwikkelde methodiek maar in onze ogen ook bruikbaar voor de veiligheidsregio en de GGD. Het referentiemodel sluit aan bij de algemene benaming van volwassenheidniveaus voor interne beheersing zijnde: initieel, handelingsbewust, gedefinieerd, beheerst en geoptimaliseerd. De verklaring is een kwalitatieve weergave van de mate van beheersing in het geconstateerde volwassenheidsniveau. De directeur verklaart dat de beheersing van de bedrijfsvoering van de veiligheidsregio in 2022 zich bevindt in het volwassenheidsniveau “handelingsbewust”. De reikwijdte van deze verklaring betreft de organisatie als geheel. De bevindingen over de mate van interne beheersing zijn afgezet tegen het ontwikkelde referentiemodel voor de vereisten van een management control systeem.

Het referentiemodel kent zes aspecten: strategie, procesbeheersing, normbeheersing, rapportagebeheersing, risicomanagement en cultuur.

Strategie( vorming) ŝ Q

8

ş.

IQ

CO

3 0

f0 3

—«ļ

Procesbeheersing

Doen we de goede dingen?

ĩ.*

Doen we de dingen goed?

C Q c IQ

Handelen we conform criteria en normen?

O (D

5. Ş.

Normbeheersing

-i

Rapportagebeheersing

Hebben we juiste stuur- en verantwoordingsinformatie?

Worden kritieke risico's in voldoende mate beheerst?

Sturen we op het gewenste gedrag/de gewenste risicohouding?

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 35 -

14 maart 2023

De gewenste ontwikkeling op de afzonderlijke aspecten laat zich op hoofdlijnen en in kwalitatieve termen als volgt schetsen: ^ Strategie: In 2021 en 2022 zijn toekomstvisies naar 2030 voor brandweerzorg, crisisbeheersing en publieke gezondheid door het bestuur vastgesteld. De beleidslijn en de uitvoeringsopdracht liggen daarmee voor twee gemeentelijke collegeperiodes vast. ^

Procesbeheersing: Het merendeel van de operationele werkprocessen zijn vormgegeven aan de hand van professionele standaards en protocollen. De borging van de vakbekwaamheid richt zich daar op. De inspectiediensten toetsen de uitvoering. Bij de GGD vindt procesoptimalisatie door continue verbeterteams plaats aan de hand van de Lean verbetermethodologie. Bij de brandweer en crisisbeheersing worden medewerker opgeleid in deze methode. De processen in de bedrijfsvoering zijn op verschillende abstractieniveaus beschreven; veelal globaal en soms gedetailleerd. De verdere standaardisering en digitalisering van bedrijfsvoeringprocessen moet de interne beheersing versterken.

^

Normbeheersing: Voor operationele processen gelden de extern opgelegde normen en daarover wordt verantwoording richting de toezichthouders afgelegd. De kwaliteit van de uitvoering is niet altijd in normen te vatten. De VRLN streeft er naar de kwalitatieve aspecten van de uitvoering zichtbaar te maken. In- en externe evaluaties dragen daar aan bij en de leerpunten stimuleren de doorontwikkeling van de organisatie. De GGD is HKZ gecertificeerd. In de bedrijfsvoering zijn externe normen vertaald naar interne spelregels en richtlijnen. Ook hier moet de kwaliteit toetsbaar zijn. Het instrument van interne audits bevindt zich nog in de kinderschoenen. In 2022 is met behulp van KPMG een audit naar informatieveiligheid uitgevoerd. Er is geen fraude door eigen medewerkers geconstateerd.

^

Rapportagebeheersing: De P&C cyclus is ontwikkeld, geïmplementeerd en wordt nageleefd. De P&C cyclus wordt -naast financiële verantwoording- in toenemende mate ook ingezet voor de beleidsinhoudelijke verantwoording. De belangrijkste financiële uitdagingen voor de periode 2030 zijn stijgende personeelslasten door krapte op de arbeidsmarkt en stijgende kapitaallasten. De VRLN wil een informatie-gestuurde organisatie zijn en ontwikkelt in samenspraak met andere veiligheidsregio’s en GGD’en stuurinstrumenten.

^

Risicomanagement: Het kader voor risicomanagement ligt vast. Het risicobewustzijn in de organisatie is groot. Risicomanagement maakt echter nog niet altijd onderdeel uit van de besluitvormingsprocessen. In de bedrijfsvoering komt informatieveiligheid als belangrijkste risico naar boven. Daar moeten nog

^

grote stappen worden gezet. Cultuur die in lijn is met de kernwaarden van de organisatie wordt zichtbaar in de vorm van gedrag. Op het stimuleren van gewenst gedrag wordt via managementontwikkeling en teamvorming geïnvesteerd. Er vinden interventies plaats op ongewenst gedrag. In 2022 heeft een medewerkersbetrokkenheid onderzoek plaatsgehad naar veiligheid en gelijkwaardigheid.

Rechtmatigheidsverklaring

Met ingang van verslagjaar 2023 zal het Dagelijks Bestuur een rechtmatigheidsverklaring afgeven. In 2023 worden de randvoorwaarden voor het afgeven van de verklaring ingevuld. Aan het Algemeen Bestuur worden in 2023 besluiten voorgelegd:

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 36 -

14 maart 2023

-

Vaststellen grens waarboven afwijkingen in de verantwoording moeten worden opgenomen.

-

Voorstel: 30Zo van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves; Vaststellen aangepaste financiële verordeningen opdat de verordeningen aansluiten op de vereisten voor de rechtmatigheidsverantwoording.

Over 2022 geeft de accountant een rechtmatigheidsverklaring af. Het Dagelijks Bestuur heeft de accountant gevraagd in de beoordeling van de inkooprechtmatigheid een onderscheid te maken tussen reguliere kosten en kosten ter bestrijding van de COVID-19 pandemie. De accountant is gevraagd in de beoordeling te betrekken dat opdrachten vanwege het grillige verloop van de pandemie en de wisselende instructies van het ministerie van VWS lastig te definiëren waren. Daarnaast is het vrijmaken van capaciteit voor het uitvoeren van aanbestedingen in crisistijd niet eenvoudig.

3.3

Overzicht bezetting

Omvang personeel 31-12-2021 Aantal

31-12-2022

07o

Aantal

07o

Werknemers

619

Fte

512

Fulltime

292

47,2

299

47,0

Parttime

327

52,8

337

53,0

Vrijwilligers (brandweer)

789

3.4

636 531

822

Onderhoud kapitaalgoederen

De belangrijkste kapitaalgoederen die de veiligheidsregio in eigendom heeft betreffen gebouwen, vervoermiddelen (brandweervoertuigen) en ander brandweermaterieel. a. Het beleidskader Het beleidskader voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is in 2016 geactualiseerd. Het bestuur heeft in 2016 de financiële verordening en de afschrijvingstermijnen opnieuw vastgesteld. b. Materieel Ten aanzien van vervanging van materieel zijn soberheid, doelmatigheid en regionale uniformiteit belangrijke uitgangspunten. In het kader van risicogerichtheid en focus wordt de standaardisering op onderdelen minder. Op dit moment worden ingewikkelde branden (denk aan zeer grote brandcompartimenten) bestreden met middelen die geschikt zijn voor reguliere gebouwbranden maar niet voor brandcompartimenten tot wel 25.000 m2. De brandweer moet dan ook investeren in nieuwe innovatieve technische middelen. Ook wordt er bij aanschaf van nieuwe voertuigen gekeken naar duurzame initiatieven waarbij de primaire inzetfunctie van het voertuig in kwaliteit gelijk moet blijven aan de gestelde eisen. De fasering van

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 37 -

14 maart 2023

duurzame voertuigen wordt waarschijnlijk het eerste zichtbaar bij de piket voertuigen. Aandacht is hierbij wel nodig voor de gevolgen voor de infrastructuur, zoals laadfaciliteiten op de locaties van de veiligheidsregio en bij piket functionarissen. c. Harmonisatie huisvestingslasten brandweerlocaties Met ingang van 2017 zijn de exploitatielasten integraal onderdeel van de begroting van de veiligheidsregio. De lasten van groot onderhoud worden in rekening gebracht bij de gemeenten en het onderhoud wordt in opdracht van de gemeenten door de gemeente of de VRLN uitgevoerd. Jaarlijks wordt in samenspraak een onderhoudsprogramma opgesteld. d. De financiële consequenties Voor gebouwen in eigendom van VRLN en de gehuurde brandweerkazernes zijn Meerjaren Onderhoudsplannen (MJOP’s) opgesteld. Het gaat hierbij om 11 gebouwen in eigendom (3 kantoorgebouwen en 8 kazernes) en 22 kazernes met een huurcontract. In juli 2021 is het MJOP door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Daarbij te tevens bepaald dat de besparing uit het strategisch huisvestingsplan wordt ingezet voor het opvangen van de stijging van de kosten van het onderhoud. Aan het einde van 2022 heeft de voorziening voor groot onderhoud een omvang van C 2.422.000. De veiligheidsregio heeft de volgende gebouwen in eigendom: Locatie

Adres

Plaats

Hoofdvestiging VRLN

Nijmeegsew eg 42

Venlo

Oude brandweerkazerne Venlo

Nijmeegsew eg 40

Venlo

Hoofdvestiging GGD (Venlo)

Drie Decembersingel

Venlo

Hoofdvestiging GGD (Roermond)

Oranjelaan

Roermond

Brandw eerkazerne Echt

Bandertlaan

Echt

Brandw eerkazerne Gennep

Paesplaswes

Gennep

Brandw eerkazerne Horst

Westsingel

Horst

Brandweerkazerne Ittervoort

Aziëstraat

Ittervoort

Brandweerkazerne Nederweert

Smisserstraat

Nederweert

Brandw eerkazerne Stramproy

Bergerothw eg

Stramproy

Brandweerkazerne Venlo

Ariënsstraat

Venlo

Brandweerkazerne Weert

De Savorin Lohmanstraat

Weert

3.5

Vennootschapsbelasting

Vanaf 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen van bijvoorbeeld gemeenten, provincies en waterschappen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (VPB). Met deze wetswijziging wil de Nederlandse overheid gelijkheid creëren tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Voor zover bekend zijn de hiermee samenhangende financiële gevolgen voor de veiligheidsregio zeer beperkt. Voor de vennootschapsbelasting die op de activiteiten drukt die door de belastingdienst als VPB-plichtig worden aangemerkt, is voor 2022 geen bedrag geraamd. Omdat wij activiteiten verrichten tegen kostprijs en zonder winstoogmerk verwachten wij geen heffing over 2022.

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 38 -

14 maart 2023

3.6

Financiering

Het beleid van de veiligheidsregio inzake de financiering is vastgelegd in het treasurystatuut. Het Dagelijks Bestuur heeft het treasurystatuut op 11 maart 2022 opnieuw vastgesteld. Risicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm) De kasgeldlimiet laat zien welk risico er bestaat ten aanzien van vlottende schulden. De renterisiconorm is een maatstaf om te bepalen welke kredietrisico’s de veiligheidsregio loopt op de vaste schulden. Dit zijn de schulden met een looptijd langer dan 1 jaar. Kasgeldlimiet (vlottende schuld) Onderstaande tabel geeft het renterisico van de vlottende schuld voor het jaar 2022. Berekening kasgeldlimiet

(bedragen in duizenden euro's)

1e

2e

3e

4e

kwartaal

kwartaal

kwartaal

kwartaal

1. Vlottende schuld

3.000

0

0

667

2. Vlottende middelen

153

381

544

504

3. Netto vlottend schuld (+Ĵ of overschot (-) (1-2)

2.847

-381

-544

162

(4) Gemiddelde van (3)

2.847

-381

-544

162

4. Toegestane kasgeldlimiet In geld In percentage

8.357 8,200Zo

8.357 8,2007o

8.357 8,2007o

8.357 8,2007o

Ruimte (4 groter dan 3)

5.510

8.738

8.901

8.195

Overschrijding (3 groter dan 4)

-

-

-

-

Berekening kasgeldlimiet (5) (7) Rekeningtotaal 2022 (8) Percentage regeling

101.916 8,2007o

101.916 8,2007o

101.916 8,2007o

101.916 8,2007o

(5M7)*(8) kasgeldlimiet 2022

8.357

8.357

8.357

8.357

(Jaar t = 2022)

In 2022 is op het einde van het boekjaar voldaan aan de norm voor de kasgeldlimiet (plafond voor korte financiering < 1 jaar) op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido). Renterisiconorm (vaste schuld) Onderstaande tabel geeft het renterisico van de vaste schuld.

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 39 -

14 maart 2023

Renterisiconorm (bedragen in duizenden euro's)

2022

omvang begroting

71.430

1 renteherzieningen

0

2 aflossingen

7.717

3 renterisico (1^(2)

7.717

(4) renterisiconorm

14.286

(5a^ (4^) ruimte onder renterisiconorm

6.569

(5b^ (3^) overschrijding van de renterisiconorm Berekening renterisiconorm (4)

(4a) begrotingstotaal jaar t (4b percentage regeling (4M4a)*(4b)7100 renterisiconorm jaar T

71.430 20 /o 14.286

De renterisiconorm is het bedrag ter grootte van 20/ van het begrotingstotaal van 2022. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden. Dit is niet het geval. Liquiditeitsplanning en financieringspositie De bestaande vaste geldleningen in combinatie met kortlopende geldleningen, reserves en voorzieningen en het betalingsritme van de gemeenten zijn voldoende gebleken om de lopende uitgaven inclusief investeringen te bekostigen. Rentekosten en renteopbrengsten In 2022 zijn de volgende rentekosten en renteopbrengsten gerealiseerd: Rentekosten Rente vaste geldleningen Rente eigen financieringsmiddelen

C 264.138 C 17.270

Rente kortlopende geldleningen/rekening courant

C

3.315

Renteopbrengsten: Rente rekening-courant/spaarrekeningen

C

3.100

3.7

Verbonden partijen

De veiligheidsregio kent geen verbonden partijen.

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 40 -

14 maart 2023

Deel C 4

Jaarrekening

Balans per 31 december

Balans per 31 december 2022

(bedragen in duizenden euro’s)

ACTIVA

31 december 2022

31 december 2021

0

0

46.913

49.711

VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa

Materiële vaste activa -

Investeringen met een economisch nut

46.913

49.711

Financiële vaste activa

0

0

TOTAAL VASTE ACTIVA

46.913

49.711

31

31

VLOTTENDE ACTIVA Voorraden -

Gereed product en handelsgoederen

31

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar

31

6.066

4.973

-

Vorderingen op openbare lichamen

2.388

392

-

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijdkorter dan een jaar

3.552

4.435

-

Overige vorderingen

126

146

Liquide middelen

542

481

-

Kassaldi

6

10

-

Banksaldi

536

471

Overlopende activa -

-

5.432

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

11.199

0

0

5.432

11.199

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

12.071

16.684

TOTAAL ACTIVA

58.984

66.395

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 41 -

14 maart 2023

Balans per 31 december 2022

(bedragen in duizenden euro's)

PASSIVA

31 december 2022

31 december 2021

6.551

7.683

VASTE PASSIVA Eigen vermogen -

Algemene reserve

-

Bestemmingsreserves

-

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

533

533

5.052

6.741

965

409

Voorzieningen

3.747

-

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

-

Voorzieningen ter egalisering van kosten

-

Voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is

0

0

3.747

722

0

0

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer -

Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

722

29.046 29.046

TOTAAL VASTE PASSIVA

36.763 36.763

39.343

45.167

4.412

1.257

VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar -

Kasgeldleningen

-

Banksaldi

-

Overige schulden

2.000

0

0

0

2.412

1.257

Overlopende passiva -

-

15.228

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume) De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

19.971

13.070

18.745

4

4

2.154

1.222

TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

19.640

21.228

TOTAAL PASSIVA

58.984

66.395

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 42 -

14 maart 2023

5

Het overzicht van baten en lasten

Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar 2022 (bedragen in duizenden euro's)

Realisatie 2021

Prim aire begroting 2022

Begroting 2022 na wijziging

Realisatie 2022

Lasten (excl. toevoegingen aan reserves) Pjblieke Gezondheid

65.074

18.188

19.513

46.144

Brandweerzorg

32.432

32.361

32.624

32.134

Crisisbeheersing

5.053

4.889

5.177

5.347

Overhead

17.791

15.234

14.116

18.292

Totaal lasten

120.350

70.672

71.430

101.916

Publieke Gezondheid

52.529

4.408

4.451

32.354

Brandweerzorg overig

6.303

5.442

5.535

5.626

Crisisbeheersing

736

558

586

818

Overhead overig

3.011

1.214

1.456

3.000

Totaal baten programma's

62.579

11.621

12.028

41.798

Baten (excl. onttrekkingen aan reserves)

Baten gem eentelijke bijdragen Publieke Gezondheid

14.053

13.493

14.849

14.849

Brandweerzorg

26.242

26.861

27.024

27.024

Crisisbeheersing

4.304

4.372

4.453

4.453

Overhead

13.315

14.108

12.660

12.660

Totaal baten gemeentelijke bijdragen

57.914

58.834

58.986

58.986

Totaal baten

120.493

70.456

71.014

100.784

Saldo (excl. m utaties reserves) Publieke Gezondheid

1.508

-288

-213

1.058

Brandweerzorg

113

-57

-65

517

Crisisbeheersing

-12

40

-139

-76

-1.466

88

-0

-2.631

Totaal programma's

143

-216

-417

-1.132

Saldo van baten en lasten

143

-216

-417

-1.132

Toevoegingen aan reserves

950

486

77

77

Onttrekkingen aan reserves

1.216

702

494

2.175

Gerealiseerde resultaat

409

0

0

965

Overhead

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 43 -

14 maart 2023

6

Toelichtingen

6.1

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

De veiligheidsregio dient als gemeenschappelijke regeling te voldoen aan de verslaggevingsvoorschriften zoals deze ook voor gemeenten gelden. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). De waarderingsgrondslagen zijn bepaald aan de hand van het BBV dan wel aan de hand van algemeen in het maatschappelijk verkeer aanvaarde normen. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarde, tenzij anders vermeld.

6.1.1. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.

6.1.2. Vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met eventuele bijdragen van derden, onttrekkingen aan de reserves en/of voorzieningen en de afschrijvingen. De activa met een relatief geringe betekenis worden in het jaar van aanschaf direct ten laste van de rekening van baten en lasten gebracht. Afschrijving van de activa (lineair of annuïtair (enkel bij de gebouwen Nijmeegseweg en Drie Decembersingel bij aanschaf in 2003/2004)) vindt plaats met inachtneming van de verwachte gebruiksduur of nuttigheidsduur. In voorkomende gevallen wordt de afschrijving aangepast aan de herziene verwachte gebruiksduur. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het verslagjaar heeft een

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 44 -

14 maart 2023

dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. Het bestuur heeft in 2016 de afschrijvingstermijnen opnieuw vastgesteld. Deze termijnen worden gehanteerd voor nieuwe investeringen. De investeringen uit eerdere jaren worden afgeschreven op basis van de gebruiksduur die op het moment van de investering werd gehanteerd. De gehanteerde afschrijvingstermijnen per categorie zijn opgenomen in onderstaande tabel. Gronden en terreinen

n.v.t.

Woonruimten

n.v.t.

Bedrijfsgebouwen

5 tot 44 jaar

Vervoermiddelen

5 tot 20 jaar

Machines, apparaten en installaties

3 tot 40 jaar

Overige materiële vaste activa

3 tot 30 jaar

6.1.3. Vlottende activa Voorraden Gerede producten worden gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de kostprijs. Dat laatste doet zich vooral voor indien voorraden incourant worden. De kostprijs bestaat uit de betaalde inkoopprijs. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar De vorderingen op openbare lichamen, rekening-courant verhouding met het Rijk en de overige vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien noodzakelijk wordt een voorziening in mindering gebracht voor verwachte oninbaarheid. Liquide middelen enoverlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

6.1.4. Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit een algemene reserve en bestemmingsreserves. Binnen de bestemmingsreserves is een onderscheid gemaakt tussen reserves met een specifiek bestedingsdoel en bestemmingsreserves die zijn gevormd ter dekking van eerder gedane investeringen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf kapitaalgoederen is het beleid nader uiteengezet. Voorziening voor bovenmatigbovenwettelijk verlof In de jaren 2020 en 2021 is het verlofsaldo bij de VRLN fors gestegen van 44.000 uren in 2019, naar 64.000 in 2020 en vervolgens naar 76.000 uren in 2021. In 2022 is het verlof weer iets terug gelopen naar 75.000 uren. Het effect van de coronacrisis op de Veiligheidsregio en de GGD vertaalt zich naar het verlofsaldo. Medewerkers die zijn ingezet in de bestrijding van de crisis maakten meer-uren. Het wegwerken van deze meer-uren verdringt het opnemen van het reguliere verlof. Dat reguliere wettelijke en bovenwettelijke verlof wordt vervolgens opgespaard. Daarnaast namen medewerkers in

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 45 -

14 maart 2023

2020 en 2021 door de coronamaatregelen minder verlof op. De komende jaren moet het verlof weer worden terug gebracht naar het reguliere niveau. Het management van de VRLN gaat daar gericht op sturen. Voor de raming van het bovenmatig wettelijk verlof gaan we uit van een verlofsaldo ultimo 2022 zonder het effect van de coronabestrijding van 55.000 uren. Na aftrek van een geraamd aantal niet genoten wettelijk verlofuren ter grootte van 300Zo blijft 38.500 uren over aan bovenwettelijke verlof. We gaan er van uit dat maximaal 28.500 uren bovenmatig zijn. Dit aantal komt overeen met 6007o van het feitelijk aantal bovenwettelijke uren ultimo 2022. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen.

6.1.5. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

6.2

Toelichting op de balans

6.2.1. Vaste activa Immateriële vaste activa De veiligheidsregio kent geen immateriële vaste activa. Materiële vaste activa De veiligheidsregio kent slechts investeringen met een economisch nut. De investeringen met economisch nut worden, inclusief het verloop van de boekwaarde, als volgt onderverdeeld: (bedragen in duizenden euro’s)

Verloopoverzicht materiële vaste activa Boekwaarde

Investe­

Desinves­

Afschrij­

Bijdragen

Afwaar­

Boekwaarde

31-12-2021

ringen

teringen

vingen

van derden

deringen

31-12-2022

Gronden en terreinen

2.047

0

86

0

0

0

1.961

Bedrijfsgebouwen

27.374 30

47

0

1.266

0

0

26.155

0

0

2

0

0

28

Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties

11.348

499

0

1.748

0

0

10.099

1.626

39

0

424

0

0

1.242

Overige materiële vaste activa

7.286

1.314

0

1.172

0

0

7.428

Totaal

49.711

1.899

86

4.612

0

0

46.913

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 46 -

14 maart 2023

De belangrijkste in het boekjaar gedane investeringen zijn: (bedragen in duizenden euro's)

Werkelijk besteed in 2022

Cumulatief besteed t/m 2022

Mobiele dataterminals (MOI/MDT)

510

510

Mobiele Commando Unit (MCU)

363

363

Vervanging hoogwerker (Hilton 320 T)

241

241

Rookgeneratoren vakbekwaamheid

205

205

Waterongevallenwagen (WO) Weert

109

182

AED (voertuiggerelateerd en gebouwen)

90

90

Bepakking TS Panningen incl. LD slangen

78

78

1.596

1.669

Totaal

Financiële vaste activa De veiligheidsregio heeft geen financiële vaste activa.

6.2.2. Vlottende activa Voorraden De in de balans opgenomen voorraden bestaan uit de volgende categorie: Voorrade n

(bedragen in duizenden euro's)

Boekwaarde per 31

Boekwaarde per 31

december 2022

december 2021

Gereed product en handelsgoederen

31

31

Totaal

31

31

Deze voorraden gereed product betreffen vaccins. Uitzettingen kleiner dan 1 jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een rentetypische looptijd van een jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar

(bedragen in duizenden euro's)

Boekwaarde per 31

Boekwaarde per 31

december 2022

december 2021

Vorderingen op openbare lichamen

2.388

392

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd

3.552

4.435

126

146

6.066

4.973

Overige vorderingen Totaal

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 47 -

14 maart 2023

In 2022 is het niet noodzakelijk gebleken om een voorziening voor oninbare vorderingen in te stellen. De grotere posten bij de vordering op openbare lichamen bestaan uit de corona-declaraties over november en december 2022. Voor de rekening-courantverhouding met het Rijk worden hieronder weergegeven het drempelbedrag voor het begrotingsjaar 2022 en voor ieder kwartaal het bedrag aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden, dat in het kader van het drempelbedrag door de veiligheidsregio buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden. Wet financiering decentrale overheden

(bedragen in duizenden euro's)

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

153

381

544

505

Drempelbedrag

1.429

1.429

1.429

1.429

Ruimte onder drempelbedrag

1.276

1.048

885

924

Overschrijding van het drempelbedrag

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen

Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Liquide middelen

(bedragen in duizenden euro's)

Boekwaarde per 31

Boekwaarde per 31

december 2022

december 2021

Kassaldi

6

10

Banksaldi

536

471

Totaal

542

481

Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Overlopende activa

(bedragen in duizenden euro's)

Boekwaarde per 31

Boekwaarde per 31

december 2022

december 2021

De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek

0

0

5.432

11.199

5.432

11.199

bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal

Jaarverantwoording 2022 VRLN

- 48 -

14 maart 2023

De grotere posten in het saldo overlopende activa zijn vooruitbetaalde kosten voor licenties en de eindafrekening COVID-19 over 2022. 6.2.3. Vaste passiva

Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Eigen vermogen

(bedragen in duizenden euro's)

Boekwaarde per 31

Boekwaarde per 31

december 2022

december 2021

Algemene reserve Bestemmingsreserves

533

533

5.052

6.741

965

409

6.551

7.683

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Totaal

Het verloop in 2022 wordt in volgend overzicht per reserve weergegeven: Verloopoverzicht reserves

(bedragen in duizenden euro's)

Boekwaarde per 31 december 2021

Toevoeging

Bestem m ing resultaat vorig boekjaar

Onttrekking

Vermindering ter dekking van afschrijvingen

Boekwaarde per 31 december 2022

Algemene reserve

533

0

0

0

0

533

Algemene reserve

533

0

0

0

0

533

Reserve kapitaallasten huisvesting Nijmeegseweg, Venlo

240

11

0

0

28

223

Reserve kapitaallasten huisvesting Drie Decembersingel, Venlo

90

4

0

0

13

80

Reserve kapitaallasten huisvesting Oranjelaan, Roermond

54

2

0

0

15

42

Subtotaal reserves t.b.v. dekking kapitaallasten

384

17

0

0

56

345

1.027

Bestemmingsreserves t.b.v. dekking van kapitaallasten

Overige bestemmingsreserves Reserve transformatie meldkamer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12857318/1