RIB.22.025 RUD
Tekst van het document
het CC in de begroting op te nemen. Dit laatste is nu door de vaststelling van de begroting 2021 in juli jl. inmiddels duidelijk geworden. De werkgroep hield zich niet bezig met de directeursfunctie omdat dit rechtstreeks door het DB gebeurt met ondersteuning van HRM Roermond.
Nr. CC1
CC2
Werkgroep Coördinatiecentrum Lysias Voorstel - Meer ruimte CC om te Planning en monitoring UP auditeren aanpassen - Bevoegdheid directeur om UP af te maken Indien capaciteit niet Inhuur en deltaverzoeken beschikbaar is inhuren door directeur
Opmerking Komt voort uit werkgroep UP
Komt voort uit verklaring van Groot Buggenum door AB. Systematiek nog uit te werken door werkgroep UP.
CC3 CC4
Kennisgroepen meer ondersteunen Directeur voert taken beslisdocument volledig uit
Ondersteuning kennisgroepen leveren Versterken formatie CC
Komt voort uit werkgroep KG
Nog door directeur uit te werken wat via vaste formatie nodig is (kan ook middels inhuur, toeleverende partners)
CC5
Meer investeren in samenwerking tussen deelnemers, ketenpartners en landelijke organisaties
Verbeteren Communicatie
Komt voort uit werkgroep Communicatie. Verbeteren communicatie kwam sterk naar voren in de werkconferentie en bij raadsvergaderingen blijkt steeds achterstand in informatie/kennis over de RUD LN
De werkgroep heeft nog geen definitieve kwantificering kunnen maken van de versterking van het CC, omdat dit nog samen hangt met de uitwerking die andere werkgroepen nog moeten doen of van de implementatie van hun voorstellen. Vanwege de financiële gevolgen wordt dit eerst zorgvuldig uitgewerkt.
4.2.6 Aparte acties directeur en coördinatiecentrum Aan de voorgestelde acties zijn enkele zaken toegevoegd die anders nergens bij dreigden te horen, maar die wel door het CC en de directeur moeten worden opgepakt. Ze zijn in een aparte tabel aangegeven.
Nr. DIR1
Lysias -
Door directeur op te pakken Voorstel Inrichtingsplan CC maken
Opmerking Directeur kan dit verder oppakken. Vaststellen welke functies nodig zijn en opnieuw
22
beschrijven en waarderen
DIR2
-RUD academie op peil houden -CC zorgt voor informatiesysteem over mate van voldoen aan kwaliteitscriteria
-Actualisering EVP’s -Opleidingen rondom OW bundelen -RUD academie versterken
Extra aandacht aan werkrelatie RUD Zuid Limburg
Structurele contacten ambtelijk en bestuurlijk herstellen
Is bestaande taak, er zijn echter veel ontwikkelingen gaande. Er is hiertoe al een kennisgroep kwaliteit opgezet en deelgenomen aan landelijke aanbesteding opleidingen
DIR3
Periodiek contact nodig . Bepalen welke informatie wel en welke niet moet worden uitgewisseld.
DIR4
DIR5
Harmoniseren processen en werkwijzen bij invoering SQUIT2020 Provincie: Voorzie de RUD LN van noodzakelijke (stuur)informatie
Loopt al, maar wordt nu door uitstel OW een langer traject
Pilot gestart informatieuitwisseling
Uitvinden wat het juiste informatieniveau moet zijn (alles communiceren=niks communiceren)
4.2.7 Aanbevelingen van Lysias die niet worden gevolgd. Tijdens de werkconferentie van 13 februari jl. bleek dat een aantal voorstellen van Lysias niet op voldoende draagvlak konden rekenen. Voor de volledigheid worden ze hier vermeld.
Nr. NOT1
Lysias Directeur krijgt bevoegdheid en budget om uitwisseling capaciteit te versnellen
NOT2
Centrale inzet specialisten en hiertoe 10% budget overdragen
Argumenten Overdracht budget is niet aan de orde, dit moet in onderling overleg gaan bij een netwerkorganisatie. Rol van het CC is ondersteuning en coördineren en inhoudelijke rol zit bij de partners
23
5. Vervolg aanpak Zoals in paragraaf 1.4 aangeven worden de voorstellen eerst aan de opdrachtgever, het DB, voorgelegd. Sommige acties kunnen vervolgens worden uitgewerkt en geïmplementeerd. Andere acties vergen nog een langere doorlooptijd (zoals b.v. LMO). Er zal over de voortgang ervan worden gerapporteerd: - In de P&C-cyclus. Zo zal in de jaarrekening, de kadernota, de begroting en de managementrapportage een paragraaf over de evaluatiemaatregelen worden opgenomen. - Tweemaal per jaar wordt ook een overzicht opgesteld van alle acties en de status ervan. Verschillende partners hebben hierom verzocht. Dit overzicht wordt zoveel mogelijk gecombineerd met stukken vanuit de P&C-cyclus. - De voortgang van de evaluatiemaatregel is een vast agendapunt in het LMO, DB en in het AB.
6. Slotopmerkingen Zoals in de inleiding al is aangegeven is het in een netwerksamenwerking essentieel om met commitment en duidelijke afspraken samen te werken. Het op afstand plaatsen van taken leidt ongewild, soms tot een verwijdering in het denken. - Is de GR nog van “ons” en wat gebeurt daar allemaal? - Waartoe hadden we die GR opgezet en hoe werkt ie? - Zijn ze niet gewoon van de uitvoering en hebben dus niks met het gemeentelijk beleid te doen? Uit de evaluatie van Lysias is gebleken dat er hard gewerkt moet worden om die samenwerking te laten floreren, zeker als je daarvoor de netwerkvorm hebt gekozen. Dus: De schouders eronder, anders levert het niet op wat we graag willen. De communicatie over het werk waarvoor de RUD Limburg Noord is opgezet is een punt dat voortdurende zorg en aandacht behoeft. Voor de medewerkers die het werk doen onder de vlag van de RUD geldt dat nog sterker. Zij zijn het immers die de taken (vergunningverlening, toezicht en handhaving) dagelijks uitvoeren. Werk waarop ze trots mogen zijn en dat ze in een samenwerking tot een nog hoger niveau van professionaliteit kunnen brengen. Hun betrokkenheid en wil tot samenwerking is voor onze regio van groot belang en verdient zorg en aandacht.
De RUD Limburg Noord wordt nu, door de maatregelen die voortkomen uit de evaluatie van Lysias, als het ware gerevitaliseerd en kan als de enige netwerkomgevingsdienst in Nederland verder. De voortdurend wijzigende omgeving (personen wijzigen, omstandigheden wijzigen, beleid wijzigt) maakt dat het collectief geheugen soms moet worden “bijgevoerd” of dat er aanpassingen in de samenwerking nodig zijn. De manier van samenwerken behoeft dus onderhoud. Het geluk is dat we voor een netwerksamenwerking hebben gekozen, want deze samenwerkingsvorm bezit ook de flexibiliteit om hierop in te spelen. Er zijn immers geen reorganisaties nodig als er wat verandert, maar we moeten niet vergeten dat er wel aanpassing van de werkafspraken nodig zijn. 24
Bestuur en management zullen het gedachtengoed wat hieraan ten grondslag ligt, en wat niet wijzigt, collectief moeten (blijven) uitdragen en er ook zelf naar handelen. Aandachtspunt hierbij is met name een goede overdracht ervan bij personele wissels (door verkiezingen, verloop en reorganisatie).
25
7. Bijlages I
Verklaring Groot Buggenum, steller: AB RUD Limburg Noord in vergadering 13 februari 2020
II
Rapportage werkgroep Uitvoeringsprogramma, steller: Cyrille Scheepers c.s.
III
Rapportage werkgroep Kennisgroepen, steller: Marcel Ohlenforst /Jan van der Biesen c.s.
IV
Rapportage werkgroep LMO en Directeur, steller: Alwin Snijders c.s.
V
Rapportage werkgroep Coördinatiecentrum, steller: Monica Hernandez Y Zamora c.s.
VI
Communicatiestrategie, steller: Beck Communicatie, Liezeth Wintjens/Evelyne Reijnen
VII
Uitvoeringsplan Communicatie, steller: Beck Communicatie, Liezeth Wintjens
26
7.1. Lijst van afkortingen AB Algemeen bestuur (van de RUD Limburg Noord) BRIKS Bouwen Ruimtelijke ordening Inritten Kappen Slopen BPO Bestuurlijk platform Omgevingsrecht CC Coördinatiecentrum (van de RUD Limburg Noord) DB Dagelijks bestuur (van de RUD Limburg Noord) KG Kennisgroepen LMO Lijnmanagersoverleg MER Maasgouw, Echt-Susteren, Roerdalen OD Omgevingsdienst ODNL Omgevingsdienst Nederland OW Omgevingswet PFAS Poly- en perfluoralkylstoffen RES Regionale Energiestrategie RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIEC Regionaal Informatie- en Expertisecentrum RUD Regionale uitvoeringsdienst RUD-ZL Regionale Uitvoeringsdienst Zuid Limburg TBO’s Terrein Beherende Organisaties UP Uitvoeringprogramma VTH Vergunningverlening Toezicht Handhaving WABO Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht ZZS Zeer Zorgwekkende Stoffen
27
7.2. Managementsamenvatting rapport “Schouders eronder” Na een aantal incidenten/rampen is nagedacht over het versterken van (milieu)toezicht in Nederland. De wetgever heeft hiertoe bepaald dat gemeenten en provincies in een regio bepaalde (milieu)taken moeten onderbrengen bij een omgevingsdienst om hiermee tot versterking, professionalisering en meer gelijke behandeling van cases (level playing field) te komen. Het gaat om een deel van de taken, het zogenaamde basistakenpakket, voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Men is echter vrij meerdere taken onder te brengen bij de omgevingsdienst. De RUD Limburg Noord is in 2013 als een van de 29 Omgevingsdiensten in Nederland opgericht. Vanaf eind 2017 is het een gemeenschappelijke regeling met een Algemeen en een Dagelijks Bestuur, een directeur en een klein coördinatiecentrum. Het is de enige dienst die als netwerk is georganiseerd. Bij de oprichting is afgesproken de werking van deze organisatie na enige tijd te evalueren. Deze evaluatie heeft door adviesbureau Lysias plaatsgevonden en het eindrapport werd in december 2019 gepresenteerd met de titel “Goud in handen, Schouders eronder”. De basis is er, maar er moeten een aantal zaken gebeuren om de RUD effectiever te laten functioneren.
Dit rapport werd op 13 februari 2020 besproken door medewerkers, gemeentesecretarissen, lijnmanagers en bestuurders, die allen betrokken zijn bij de RUD LN. Op bijna alle punten werden de aanbevelingen van Lysias onderschreven, of zelfs nog aangevuld. Doorgaan op de ingeslagen weg dus. Maar de samenwerking en de uitvoering moeten wel worden versterkt. Het AB verstrekte, middels de unaniem onderschreven “Verklaring van Groot Buggenum” opdracht voor de uitwerking van de hiervoor benodigde maatregelen en acties. Het DB gaf aan deze opdracht ter hand te nemen en over de voortgang te zullen rapporteren. Tevens gaf men aan in de begroting 2021 structureel ruimte op te zullen nemen om dit ook te kunnen bekostigen en te borgen voor de toekomst. De uitwerking van de maatregelen werd door een projectorganisatie ter hand genomen. Hierbij waren circa 30 medewerkers, managers betrokken. Vanwege Covid19 was de geplande interactie met alle medewerkers uit het netwerk beperkter dan voorzien. Op 18 september 2020 werd het eindresultaat aan het DB gepresenteerd. In het kort gaat het om de volgende zaken: 1. Bestuurlijke maatregelen Het AB stuurt meer op hoofdlijnen en stelt het DB in staat de operatie aan te sturen. Daarom gaat de frequentie van de vergaderingen van het AB terug van 4 naar 2 vergaderingen.
Hiervoor in de plaats komen echter 2 themavergaderingen om ruimte te bieden voor een open discussie over diverse thema’s en om goed in te kunnen spelen op ontwikkelingen in de keten, de wetgeving of in de omgeving. De voornaamste taak binnen de RUD is om het jaarlijkse uitvoeringsprogramma (UP) tijdig gereed te hebben en te zorgen dat het ook tijdig wordt gerealiseerd. Het bestuur ziet het UP voortaan als “contract” en draagt het DB op om te sturen op tijdige en volledige realisatie. Op termijn wordt onderzocht of de inbreng van meer taken in de RUD mogelijk is. Echter ligt allereerst de nadruk op de andere maatregelen zodat er een sterkere basis ligt om eventueel het takenpakket te verbreden of verdiepen. Het AB heeft op 8 oktober 2020 ingestemd met de bestuurlijke maatregelen 2. Adviesraad De adviesraad gaat een minder prominente rol spelen. De gemeentesecretarissen en de directeur van de provincie die hierin zitting hebben houden wel contact met de directeur van de RUD LN. Zo nodig benaderen ze elkaar actief als de situatie hierom vraagt. Deze afspraken zijn in een extra bijeenkomst van de regionale kring van gemeentesecretarissen op 27 augustus jl. bekrachtigd en gaan direct in. 28
3. Het uitvoeringsprogramma De planning voor het UP wordt “naar voren” gehaald zodat het voor de start van een uitvoeringsjaar is vastgesteld in het AB. Ook wordt er een andere werkwijze gehanteerd waardoor de werkverdeling een integraal onderdeel gaat vormen van het UP. Daarnaast wordt er in het UP ook gekeken naar de andere taken (maar die niet worden ingebracht), zodat er beter kan worden gestuurd op de personele inzet. Tevens bevordert dit het uitwisselingspercentage. Dat was namelijk sterk aan het dalen. De totstandkoming en de monitoring van het UP wordt door een “planningsteam” begeleid zodat meer capaciteit beschikbaar is en dit niet enkel bij het coördinatiecentrum berust. Er kan zo sterker gestuurd worden op het toepassen van uniforme werkwijzen en inhuur van capaciteit bij pieken. Uiteraard blijft het bevoegd gezag (de partners) zelf de inhoud van het UP bepalen. Er is meteen gestart met de nieuwe werkwijze bij de totstandkoming van het UP voor 2021. 4. Kennisgroepen Volgens de conferentie van 13 februari het hart van de RUD, deskundige medewerkers die in hun specifieke discipline kennis en ervaring uitwisselen en innovatie op gang helpen. Naast de uitwisseling van kennis biedt hun aanwezigheid de kans om op deelthema’s (b.v. bodem, omgevingsveiligheid, asbest, veehouderij, lozingen) programma’s te ontwikkelen en deze in het UP op te nemen.
Er wordt een splitsing gemaakt in kennisplatforms, puur voor uitwisseling en ontmoeten bedoeld, en deskundigenpools. Deze laatste groepen krijgen een specifieke opdracht en leveren een bijdrage aan het UP op basis van regionale behoeftes, om trends en ontwikkelingen te signaleren, om de RUD LN te vertegenwoordigen in landelijke (inhoudelijke) netwerken en om contacten te onderhouden met ketenpartners over deze thema’s. De KG-en zijn daarnaast de link met de beleidsmedewerkers van de partners. Hoewel de RUD LN voor de uitvoering is opgericht, moet wel voeling worden gehouden met de beleidsontwikkelingen (landelijk en bij de partners) omdat deze grote invloed hebben op het uitvoerende werk. Inmiddels is, als invulling hiervan, door de kennisgroep externe veiligheid gestart met een regionaal meerjarenprogramma externe veiligheid dat in het UP 2021 wordt meegenomen. De kennisgroepen nieuwe stijl krijgen extra ondersteuning vanuit het coördinatiecentrum. 5. LMO/directeur De lijnmanagers staan samen met de directeur van de RUD LN voor de aansturing van alle werkprocessen in de GR en bij de 16 partners. Gebleken is dat de afspraken over de wijze waarop deze sturing verloopt aanscherping behoefd.
Doordat er geen formele gezagsverhouding is tussen directeur van de GR en de managers bij de partners is het essentieel dat de rol en de taak van managers en directeur helder en duidelijk worden vastgelegd. De werkwijze van het zogenaamde lijnmanagersoverleg (LMO) dat circa 10 maal per jaar plaats heeft moet beter worden en gekoppeld aan de opgave die de RUD als totaal heeft en afspraken moeten beter worden vastgelegd en nagekomen. Op 29 oktober 20202 is hiervoor een hele dag uitgetrokken onder externe begeleiding. 6. Communicatie Gedurende het traject van de evaluatie, is gebleken dat de communicatie binnen het netwerk van de GR onvoldoende is ontwikkeld. De focus is vooral op de inhoud geweest. Daarnaast is de website stevig aan vernieuwing toe. Er wordt daarom structureel meer in communicatie geïnvesteerd. Dit vergt structurele aandacht. De website en vooral de manier waarop de informatie daarop wordt gepresenteerd zal worden aangepast.
29
De RUD LN heeft voornamelijk te maken met interne communicatie (binnen het netwerk). Echter er zal meer specifiek per interne doelgroep worden gecommuniceerd. Het werk van de medewerkers moet meer in beeld komen om het “wij-gevoel” binnen het netwerk te vergroten. Hierbij worden ook de gemeenteraden niet vergeten. Uit een aantal extra gesprekken die hiervoor zijn gevoerd blijkt de behoefte dat men meer betrokken wordt bij het werk van de “verbonden partijen”. Inmiddels is een start gemaakt met de nieuwsbrieven nieuwe stijl, verbetering van het foto en presentatiemateriaal en de aanpak van de website. 7. Coördinatiecentrum Het beleid en de inhoud van het UP wordt bepaald door de partners (bevoegde gezagen). De rol van het coördinatiecentrum is primair: coördineren en ondersteunen binnen het netwerk. De extra taken die voortkomen uit de verbeteringen die hiervoor zijn beschreven doen formatief een extra beroep op het CC. Daarnaast is het CC nog altijd de ondersteuning voor het bestuur van de GR en verantwoordelijk voor de administratie en de P&C cyclus van de GR. Verder is het CC (en de directeur) verantwoordelijk voor de gezamenlijke ontwikkeling van de kwaliteit van de dienstverlening in het netwerk. De kwaliteitscriteria die het ministerie heeft vastgesteld moeten worden nagekomen.
Hiertoe heeft het CC goede contacten met de RUD academie die bij het SSC-MER gemeenten is gehuisvest. Inmiddels is een landelijk aanpak voor de ontwikkeling van opleidingen in het kader van de nieuwe omgevingswet gestart. De RUD LN participeert hierin en verbindt deze landelijke acties aan de regionale inspanningen. De maatregelen zijn vrij omvangrijk. Zoals aangegeven zijn al heel wat maatregelen uitgewerkt zodat hiermee vanaf begin 2021 kan worden gestart. Aan de overige maatregelen wordt nog gewerkt en deze zullen in de loop van 2021 worden ingevoerd. Er zal hiervan nog een integrale planning worden opgesteld. Daarnaast wordt 2 maal per jaar gerapporteerd over de voortgang ervan.
30
Reacties op de 10 maatregelen Van Aartsen
6
Commissie Van Aartsen 1 Ondergrens voor de omvang van de omgevingsdiensten verhogen
Staatssecretaris IenW VNG Ik wil in overleg. Kernvraag: Geen voorstander van wat zijn de minimale eisen voor opschaling c.q. kwaliteit en robuustheid vermindering aantal diensten
IPO Eens met de kervraag van de stas: Moet gaan over minimale eisen (robuust en voldoende kwaliteit) en niet perse over schaal/omvang van de diensten. Samen onderzoeken wat nodig is
2 Kwaliteit verbeteren en afstemmen op aard van inrichtingen
Op regionaal niveau het benodigde deskundigheidsniveau vaststellen. Obv optelsom van de bedrijven in het basistakenpakket in de regio en de landelijke minimale eisen.
Democratische legitimatie van de kaders voor kwaliteit overeind houden (verordening). Misschien onderscheid maken in basistaken en thuistaken. Hoe wordt kwaliteit thuistaken geborgd?
3 Meer prioriteit, capaciteit en inzet strafrechtelijke handhaving en vervolging
o.a. meer capaciteit. Meer BOA's bij OD's ontlast de politie.
4 Hetzelfde basistakenpakket voor elke omgevingsdienst
Interpretatieverschillen wegnemen in een circulairte met definitie bepaling basistaken
5 Landelijke normfinanciering in plaats van lokale outputfinanciering
Instrumentarium voor bekostiging herzien, door het opstellen van een algemene norm voor de bekostiging van omgevingsdiensten.
Verplichting tot informatieuitwisseling en investeren in kennisontwikkeling en kennisdeling
Iedereen op Inspectieview aansluiten
Eens
Is niet de oplossing voor tekorten: onderzoek een goede modelnormsystematiek en stel financiën ter beschikking voor taakuitvoering en kennisontwikkeling. Maak uitvoerbare wetgeving. Eens
Aanbevelingen Lysias - bepalen type en omvang takenpakket - bepalen centrale en decentrale taken - inbreng voldoende plustaken - vaststellen regionaal uitvoeringsbeleid - bepalen noodzakelijke formatieve omvang van de uitvoeringsorganisatie. - regionale opgave en behoefte scherper in kaart brengen - vervolgens de benodigde capaciteit/deskundigheid bepalen - zet specialistische kennis (centraal) in - maak aparte kennisgroep 'Omgevingswet'
Geen actueel thema voor onze RUD’s. Alle basistaken zijn ingebracht. Hou aandacht voor wijzigingen a.g.v. de omgevingswet
- een meer uniforme inbreng van taken schept duidelijkheid (Lysias doet geen aanbeveling over wat dat takenpakket zou moeten zijn)
Vraagtekens bij het aantal en complexiteit van de inrichtingen. Kostprijssystematiek zou een hulpmiddel kunnen zijn (kentallen). Financiering via gemeente- en provinciefonds.
Voorstander van Eens. Zet in op een robuustere normfinanciering, normfinanciering door koppeling gemeenteraden / Staten blijven aan huidige doelfinanciering en eindverant-woordelijk. Rijk zou de kwaliteitscriteria. kunnen meefinancieren, bv Kanttekening: gemeenteraden ICT. zijn eindverantwoordelijk. Rijk zou kunnen meefinancieren.
- geen (Niet duidelijk wat het advies van cie. Van Aartsen betekent voor een netwerkorganisatie)
Eens
We zijn blij dat de inzet is dat Zie ODNL alle partijen zich aansluiten en de kwaliteit van de data verbetert.
- implementeren Inspectieview - harmoniseren werkwijze - inrichten, faciliteren en versterken kennisplatforms en deskundigenpools - EVP's actualiseren, RUD academie versterken, opleidingen Omgevingswet
kennis kan bij enkele diensten Eens. worden belegd die dit dan delen. Denk ook aan specialisatie per OD.
7 Eén uitvoerings- en handhavingsbeleid, en één uitvoeringsprogramma per regio
Benadrukken dat de bevoegde In gesprek gaan, want er is Eens, wel aandacht voor level gezagen hier een gezamenlijke mogelijk spanning met de playing field voor hele verantwoordelijkheid hebben. kaderstellende provincie. bevoegdheden van de gemeenteraden.
8 Versterking van de positie van de directeur door verplicht mandaat en herzien van de benoemingsprocedure
Doel: OD moet onafhankelijk Is geen oplossing. Het kunnen uitvoeren binnen de moet gaan over de democratisch (gemeenteraad) transparantie van gestelde kaders. Samen met besluiten, wanneer b.v. provincies en gemeenten een wordt afgeweken van voorstel formuleren hoe dit ook beleid of landelijke op decentraal niveau precies handhavingsstrategie. ingericht wordt.
Te bepalen door bevoegd gezag (hiërarchische relatie). Bij attributie blijft de directeur verplicht actief te blijven informeren. Niet akkoord met voorwaarden van Rijk bij benoemingsprocedure directeur.
9 Inrichten van rijkstoezicht op omgevingsdiensten
Tweejaarlijkse visitatierondes
Visitatie is een prima beweging, IBT verdient nog aandacht. Bij visitaties financieel toezicht en Omgevingsrecht toezicht meenemen Goede gedachte
Eens met stas.
Wenselijk maar niet verplicht maken. Regionale afspraken hebben de voorkeur.
Interbestuurlijk programma als 8-puntenverbeterplan'. Niet te veel tussen IenW en structuur waarin samengewerkt 1 Interbestuurlijke taskforce Omgevingsdienst NL direct. wordt aan de opvolging van de 2 Kennisnetwerk Geen structuur discussie maar aanbevelingen van de bestuurders/directeuren gesprek over kwaliteit, commissie Van Aartsen. 3 Landelijk netwerk kennis robuustheid en en data naar regionaal toekomstbestendigheid niveau 4 T&H systeem 5 bestaande T&H uitvoering verbeteren 6 Collegiale toetsing/visitatie 7 Tweejaarlijkse benchmark 8 Model normfinanciering VTH, wetten, processen en ICT
Eens
Plan om directeuren te vragen - gezamenlijke risicoanalyse en om voor de regio's één daarop gebaseerd risicoanalyse en uitvoerings- en uitvoeringsprogramma is al handhavingsprogramma op te gerealiseerd. stellen, ter consultatie aan de - gezamenlijk uitvoeringsbeleid deelnemers wordt ondersteund. ontbreekt echter nog Het gaat niet om het vaststellen van het uniforme beleid (is aan gezagen). Stevig mandaat is bij alle 29 Eens om via attributie de - versterken mandaat diensten nodig om directeur OD als (m.n.sturing uitvoering UP) en onafhankelijk te kunnen handhavingsambtenaar aan te bespreken hoe dit wordt ingericht opereren binnen beleidsmatige wijzen. Dit is in lijn met de kaders. ‘landelijke’ toezichthouders. Het is in onze regio echter geen traditie. Tijdig informeren/schakelen met bevoegd gezag en verantwoording afleggen spreken voor zich. Eens met systeem visitaties. Zie ODNL. geen Voor de uitwerking hiervan geven we mee te onderzoeken hoe het systeem evenwichtig kan worden ingericht. Eens, liefst borgen in omgevingswet.
Impulsprogramma VTH stelsel 2030 (10-20 mln/jaar) : ✓ een gezamenlijke visie op het VTH-instrumentarium, onder andere wat betreft digitalisering en nieuwe inspectie- en nalevingsinstrumenten, ✓ een landelijk informatiebeeld voor de VTH-uitvoering t.b.v. data-analyse, data-uitwisseling en rapportage; ✓ een uniforme aanpak van risicoanalyses, budgettering en data-gestuurde programmering, ✓ de landelijke uitrol van digitale vergunningen; ✓ versterking van de landelijke aanpak van ketentoezicht en milieucriminaliteit; ✓ versterking van expertise op het gebied van Zeer Zorgwekkende Stoffen, gezondheid, circulaire economie, energietransitie, etc.
Bronnen stas VNG IPO ODNL RUD LN en RUD ZL Aanvebelingen Lysias
directeuren RUD's LN en ZL Beide RUD’s voldoende robuust en congruent met Veiligheidsregio’s. Geen verdere opschaling in Limburg. Zou te ver van de gemeenten af komen staan
Basis op orde via landelijke Regionaal maatwerk bieden, bij criteria voor kritische massa en aanscherpen deskundigheidsniveau. deskundigheidsniveau. Regionaal moet wel ruimte zijn Geef algemene besturen de voor maatwerk wat betreft ruimte om regionaal het aanscherpen benodigde deskundigheidsniveau. deskundigheidsniveau te bepalen. OD's houden de (proces)technologische kennis bij. Blijft flexibel i.v.m. nieuwe ontwikkelingen op korte termijn te borgen. Eens. Direct nodig. Regel Eens met de stas. Eens. In praktijk zien we Volgens Lysias is dit punt niet capaciteit bij stagnatie bij ketenpartners zoals van toepassing op de RUD LN omgevingsdiensten (BOA's) in het OM (ondanks de goede (zit met name bij OM) via basistakenpakket of relatie). BOA capaciteit is gering kwaliteitscriteria bij onszelf. Eens. Graag is IPO betrokken Eens met de stas. bij een verbeterde governance op opsporing van milieucruiminaliteit. Noodzaak BOA's via de kwaliteitscriteria.
Met de inrichting van een voorziening met fte’s ontstaat een totaalbeeld van de stand van het VTH-stelsel op basis waarvan actie kan worden ondernomen (aanspreken partijen). Hiermee wordt sturing gegeven aan het gehele stelsel. ODNL en BRZO+ krijgen centrale rol in kennisopbouw en -ontsluiting
10 Advisering en uitvoeringstoets Belangrijk om de OD de door omgevingsdiensten over uitvoerbaarheid te laten omgevingsplannen toetsen. Gezamenlijk bepalen hoe dit het beste invulling kan krijgen. Overige reacties
ODNL Het gaat om het kunnen borgen van voldoende inhoudelijke kwaliteit, inclusief kritische massa voor alle VTHtakenvelden. Schaalgrootte is daarbij volgend.
Brief 'Versterking VTH stelsel' (Hoofdlijnennotitie) aan de Tweede Kamer d.d. 13 december 2021 Position paper "Toekomstig stelsel van de VTH" Conceptnotitie regiobijeenkomsten versterking d.d. 20 december 2021 Notitie voorbereiding regiosessies t.b.v. eigen deelname en informeren bestuurders d.d. 5 januari 2022 Concept reactie RUD LN en RUD ZL op kamerbrief 'Versterking VTH-stelsel' Onderzoek maatregelen n.a.v. rapport Van Aartsen d.d. 15 juni 2021 en Houtskoolschets RUD LN d.d. 21 december 2021
Zie ODNL
- organiseer een onafhankelijke adviesfunctie
Onderzoek maatregelen n.a.v. rapport Van Aartsen Regionale Uitvoeringsdienst Limburg-Noord
Opdrachtgever:
RUD Limburg Noord, Karel Joosten
Ons kenmerk:
A21RUL-053
Samenstellers:
Peter Schrijvers
Inhoud 1.
Andrew van Olst Datum:
15 juni 2021
Opdracht en aanpak
1
1.1.
Aanleiding
1
1.2.
Achtergrond
1
1.3.
Uw Vraag
2
1.4.
Onze aanpak
2
2.
Uitgangspunten Netwerkorganisatie
4
3.
GR RUD LN en uitgangspunten netwerkorganisatie
5
4.
3.1.
Toetsing van de GR RUD LN (2018) aan uitgangspunten 5
3.2.
Voorlopige bevindingen
GR RUD LN en de commissie van Aartsen 4.1. 4.2.
5.
8 9
Toetsing van de GR RUD LN (2018) aan de 10 maatregelen rapport “Om de leefomgeving”.
9
Voorlopige bevindingen
11
Ontwikkelacties en Cie. Van Aartsen 5.1.
12
Vergelijking maatregelen Cie. Van Aartsen en acties uit rapport ‘Schouders eronder’.
6.
12
Conclusies, beantwoording vragen en aanbevelingen
19
Vraag
of
I:
Voorgestelde
maatregelen/acties
herzien
aanscherpen? Vraag II: Zijn er nog aanvullende maatregelen nodig?
20 21
Vraag III: Maatregelen rapport van Aartsen in samenhang met principe van de netwerkorganisatie? Lysias Advies
T: 033 464 70 70
IBAN: NL18 ABNA 0574 2170 53
Soesterweg 310d
E: info@lysiasadvies.nl
KvK: 30166304
3812 BH Amersfoort
www.lysiasadvies.nl
BTW: NL809282471B01
24
Vraag IV: Is bij een dergelijke aanpassing sprake van prioritering en/of fasering? Vraag V: Verdere aanbevelingen Lysias?
24 24
1. Opdracht en aanpak 1.1. Aanleiding U heeft Lysias gevraagd een verdiepend onderzoek in te stellen naar positie, taken en bevoegdheden van de gemeenschappelijke regeling RUD LN. De RUD LN vindt een verdiepend onderzoek nodig nu na de evaluatie van de RUD LN in 2019/2020 de commissie van Aartsen een adviesrapport heeft uitgebracht naar positie en taken van de omgevingsdiensten in Nederland. Het gaat hier met name om de zogenoemde VTH taken van deze diensten.
1.2. Achtergrond Na het verschijnen van het evaluatierapport van Lysias (december 2019) en de daaropvolgende besprekingen in het bestuur van de GR RUD LN (periode januari t/m maart 2020) zijn er een aantal (45) maatregelen/acties benoemd die zouden moeten leiden tot een versterk ing van de positie en het functioneren van de GR RUD LN. Daarbij wordt uitgegaan van de gekozen construct ie van een netwerkorganisatie. Vervolgens is het rapport van de commissie van Aartsen verschenen (Om de Leefomgeving, maart 2021). Dit rapport mondt uit in een tiental maatregelen te r versterking/verbetering van het VTH-stelsel. Deze raken direct de taken en positie van de Omgevingsdiensten. Deze zouden in principe versterkt moeten worden om de VTH-taakstelling waar te kunnen maken. Scherp lezend zou dit kunnen betekenen dat een samenwerkingsconstruct ie op basis van een netwerkorganisatie (en de sturing daarb innen) niet of slechts gedeeltelijk voldoet aan de voorgestelde maatregelen met name met betrekking tot de ondergrens van de omvang en de verbetering en afstemming van de kwaliteit van een omgevingsdienst, de afste mming van de aard van die inrichtingen en de positie en de bevoegdheden van de directeur van de GR RUD NL. In dat verband heeft de directeur van de GR RUD LN een verkennende notitie geschreven voor het Dagelijks Bestuur (d.d. 31 maa rt 2021).
Gelet op deze ontwikkelingen wil het Dagelijks Bestuur, mede in opdracht van het Algemeen Bestuur, laten onderzoeken of en zo ja op welke onderdelen nog tot aanvullende maatregelen/acties moet worden overgegaan (desnoods in afwijking van eerdere standpunten en/of besluiten) . Daarbij moet wel als uitgangspunt de gekozen samenwerkingsvorm en de daarvoor geldende uitgangspunten gehanteerd worden . 1
1
Er is tegelijkertijd een afzonderlijke opdracht verstrekt aan de Arena consulting groep om een aantal alternatieve scenario’s te verkennen en te beschrijven.
|1
1.3. Uw Vraag Voor het nadere advies van Lysias zijn de volgende vragen geformuleerd: I.
Moeten de voorgestelde maatregelen/acties worden herzien of aangescherpt (zie hiervoor rapport Lysias en notitie directeur GR RUD LN (Schouders eronder, versie 2.0 18 september 2020 2)).
II.
Welke maatregelen zouden er in elk geval nog moeten worden genomen in aanvulling op de voorgestelde maatregelen/acties ?
III.
Hoe kan er verdere ingespeeld worden op de maatregelen van het rapport van Aartsen zonder het principe van de netwerkorganisa tie los te laten?
IV.
Is hierbij sprake van prioritering en/of fasering en zo ja welk e?
V.
Welke aanbevelingen doet naar aanleiding hiervan Lysias verder?
1.4. Onze aanpak Voor dit nadere advies wordt de volgende werkwijze gehanteerd. De gemeenschappelijke regeling RUD LN wordt beschouwd als het constituerend verband voor de gemeenten waarbinne n zij hier samenwerken en dus ook aan elkaar verplicht zijn om de taakstelling te realiseren in de netwerkorganisatie in dat verband. 3 De nabijheid van de uitvoering is dus van centraal belang! 4 Dat betekent dat bij de beantwoording van de hierboven geformuleerde vragen telkens uitgegaan zal worden van de betreffende bepalingen in de gemeenschappelijke regeling. Om dit onderzoek te kunnen doen zull en hierna waar nodig een aantal aanvullende kanttekeningen worden opgesteld die het principe van de netwerkorganisatie en de daarbij te hanteren sturing aanscherpen. Dat wordt noodzakelijk geacht omdat weliswaar duidelijk
2
Zie in dit verband ook het voortgangsoverzicht van 11 januari 2021. Zie in dit verband ook het Beslisdocument van 2 juni 2017 4 Indien de Omgevingswet medio 2022 in werking zou treden zou dit de nabijheid van de uitvoering nog kunnen versterken. 3
|2
is dat de betrokken gemeentebesturen (en het college van GS van de provincie Limburg) weliswaar uitgaan van een netwerksamenwerking zonder dat in de gemeenschappelijke regeling en/of toelichting daarop verduidelijkt wordt wat de consequenties daarvan zijn voor de sturing in dat netwerk. Mede op basis van die analyse worden de door de commissie van Aartsen voorgestelde maatregelen getoetst aan de bevindingen ui t de analyse van de gemeenschappelijke regeling RUD LN. De bevindingen uit deze toetsingen worden daarna naast de maatregelen/acties uit het Lysias rapport en de notitie Schouders eronder van de directeur gelegd. Tenslotte zullen afrondende conclusies en aanbevelingen worden geformuleerd .
|3
2. Uitgangspunten Netwerkorganisatie Hieronder volgen een aantal opmerkingen in het kader van het gehanteerde uitgangspunt van de netwerkorganisatie voor de opzet en functioneren van de RUD LN. Deze opmerkingen zijn van belang om het principe van netwerkorganisatie en de sturing in die relaties scherper te krijgen: •
Uitgangspunt: o
•
Decentraal wat kan, centraal wat moet.
Sturen in een netwerk: o
Contradictio in terminis. Er is immers geen hiërarchische relatie tussen de actoren in een netwerk. De actoren zijn gelijkwaardig aan elkaar en hebben geen directieve pretenties.
o •
Sturen in een netwerk betekent dus zoeken naar samenwerking.
Gemeenschappelijke belang(en) o
Actoren zoeken naar gemeenschappelijke belang(en). Daarbij erkennen ze de nevengeschiktheid ten opzichte van elkaar en de afhankelijkheid ten opzichte van elkaar.
•
Gevolgen voor de GR RUD LN: o
Bestuur (AB, DB en Voorzitter) zijn voorwaardenscheppend voor actoren (deelnemers in de GR);
o
Directeur GR (als zodanig en hoofd centraal burea u) is facilitator voor bestuursorganen, deelnemers GR. Goede communicatie middels dialoog is in dat verband een randvoorwaarde.
Op grond van bovenstaande snijdt de GR door alle deelnemers heen . Ze hebben met elkaar te maken en zijn tevens afhankelijk van elkaar. Dat houdt in dat met het aangaan van de GR via netwerksturing dit tot vrijwillige zelfbinding van de deelnemers leidt.
|4
3. GR RUD LN en uitgangspunten netwerkorganisatie 3.1. Toetsing van de GR RUD LN (2018) aan uitgangspunten Hierbij zullen alleen die artikelen getoetst worden die direct van belang zijn voor het gekozen uitgangspunt van de netwerkorganisatie en de aangescherpte sturingsprincipes. De overige bepalingen zijn de “normale” bepaling en die in een gemeenschappelijke regeling thuishoren op grond van het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). GR bepalingen
Inhoud/strekking
Considerans:
Bedrijfsmodel via netwerk met basis +/-: in beginsel ingevuld. bestuursovereenkomst. Bestuursovereenkomst is nu vervangen door de GR.
Bestuursovereenkomst verklaren, opzoeken en beoordelen op actualiteit. Zie in deze het beslisdocument juli 2017.
Art. 1, lid 1, letters q, r en s
Definiëring centrale begrippen.
+: omschrijvingen voldoen aan beginsel van decentraal wat kan en centraal wat moet.
Omschrijving onder letter r (uitvoeringseenheid) zal worden geactualiseerd.
Art. 2, lid 3 lid 4
Doel GR in beginsel omschreven.
+: omschrijvingen komen tegemoet aan indeling in individuele taken en collectieve. +: principe van netwerk met eigen bevoegdheden deelnemers daarin
Nog niet beoordeeld of mandaten/volmachten aan beginsel van netwerksturing voldoen (gemeenschappelijke belangen, samenwerking).
Mandaat/volmacht directeur. lid 6
Voldoet aan netwerkorganisatie en -sturing: + goed; +/- redelijk; onvoldoende
Opmerking
|5
Art. 3, lid 1
Principe van netwerk: samenwerking voor uitvoering; kennis- en capaciteitsuitwisseling middels dvo’s.
+/-: principe van netwerk en dienstverlening daarbinnen. Onduidelijk is (nog) wat inhoud/reikwijdte van dvo’s is.
Actualiteit dvo’s nog niet te beoordelen.
lid 2
Beginsel van centraal/decentraal.
+: principe netwerk ligt vast.
leden 3 en 4
Beginsel van centraal/decentraal duidelijk verwoord
Niet te beoordelen of norm en feitelijke situatie met elkaar overeenstemmen.
+: principe van centrale afspraken met ruimte voor leden netwerk. AB duidelijk in dit verband als bevoegd orgaan.
Art. 3a, lid 1
Uitvoeringseenheid voor V en T taken.
+/-: onduidelijk is of dit alleen betrekking heeft op voormalige provinciale inrichtingen.
lid 3
Functionele aansturing door directeur (zie ook art. 3b).
+/-: onduidelijke situatie op basis van tekst GR.
Principe van centraal en decentraal (afnemen diensten en bekostiging daarvan).
+: centraal principe eenduidig verwoord en uitgewerkt in financiering.
Art. 4
Individuele dienstverlening aan deelnemers.
+: heldere omschrijving; basis is dvo.
Art.6
Regeling capaciteitsinzet.
+: duidelijk onderscheid tussen centraal en decentraal. Ook besluitbevoegdheid is duidelijk (AB). Streven naar samenwerking.
leden 4 en 5
Onduidelijk of medewerkers nu in dienst zijn van de GR of van de gemeente Roermond Het betreft alleen provinciale taken? Zie voorgaande opmerking actualisering uitvoeringseenheid. Actualisatie GR volgt.
Wie beoordeelt en beslist over uitvoeringsruimte: DB of mandaat aan directeur?
|6
Art. 11
Besluitvorming: gelijkwaardigheid deelnemers.
+: gelijkwaardigheid voor alle deelnemers.
Artt. 13 en 23
Taken AB: in overeenstemming met voorgaande bepalingen m.b.t. taken GR. Bevoegdheden zijn 10 artikelen daarna opgenomen.
+: duidelijke indeling van centrale taken.
Vraag is hoe herijking zal plaatsvinden (ook op basis van welke criteria).
+/-: spreiding van bepalingen kan onduidelijkheid veroorzaken tussen centrale en decentrale bevoegdheden. Ook wordt gesproken over “overdragen” van bevoegdheden aan AB terwijl dit niet eenduidig wordt ingevuld. Het gaat tenslotte om delegatie. Die kan op gespannen voet staan met de netwerksturing. Dat geldt ook voor een mogelijke overdracht van AB naar DB (zie art. 23, lid 3).
Art. 24
Bevoegdheden DB terwijl er geen +/-: gelet op principe van taakbepaling voor DB is. netwerksturing zou deze bepaling nauwkeuriger uitgewerkt moeten worden.
Art. 25
Directeur: spil voor netwerksturing +/-: principe van mandaat en en uitvoering. Mandaat en volmacht ligt vast. volmachtregeling moet dit nader Om de netwerksturing te faciliteren invullen. Wie houdt daar toezicht moet overwogen worden een aantal op? uitgangspunten daarvan in een AB besluit vast te stellen en naar de deelnemers mede te delen.
Art. 19
Adviesraad: onduidelijk is wat nu de taak van deze adviesraad is/wordt.
Advies heeft geen formele rol meer. Zie ook verklaring Groot van Buggenum onder 2.
|7
Is dit de verbindende schakel tussen centraal en decentraal.
3.2. Voorlopige bevindingen • • •
In beginsel kan deze GR een goede basis vormen voor de taken van de RUD LN in een netwerkconstructie . Er zullen nog een aantal bepalingen aangescherpt moeten worden. Dat kan in een latere fase van het omvormingsproces (zie ook doorwerking maatregelen commissie van Aartsen. Een aantal aanpassingen/aanscherpingen kunnen vooralsnog ook in afzonderlijke besluiten/instructies worden opgenomen .
|8
4. GR RUD LN en de commissie van Aartsen 4.1. Toetsing van de GR RUD LN (2018) aan de 10 maatregelen rapport “Om de leefomgeving”.5 De advieslijnen van de commissie Van Aartsen worden hieronder beoordeeld naar hun aansluiting bij de GR. Gekeken is welke artikelen aansluiten/ of niet aansluiten bij de overeenkomstige advieslijnen .
5
Maatregel Cie van Aartsen
Toetsing GR
GR voldoet: goed; redelijk; onvoldoende
A) Ondergrens voor Omvang omgevingsdiensten moet hoger
Zie de artikel 3a, lid 1, Redelijk artikel 26. Het DB heeft de bevoegdheid om de ambtelijke organisatie (en dus het ook het aantal medewerkers daarin) in te richten conform het takenpakket en budget.
B) Kwaliteit verbeteren en afstemmen op aard omgevingsdiensten
Zie artikel 3, leden 3 en 4.
C) Meer prioriteit, capaciteit en inzet strafrechtelijke handhaving en vervolging
Geen directe bepalingen, Onvoldoende wel mogelijkheid via Nog geen toepassing toepassing art.23, lid 3 sub gegeven aan eigen c; zie in dit verband ook art. verordening en bij
Voorstel aanpassing GR
Opmerking
Omdat de uitvoeringseenheid is komen te vervallen wordt de GR nog aangepast.
Redelijk De Gr is summier geformuleerd op onderdeel kwaliteitssturing. Handhavingsverordening is nu op gemeentelijk niveau vastgesteld!
Zie ook notitie directeur RUD LN d.d. 31 maart 2021 (memo aan DB)
|9
26, lid 1: organisatie. D) Identiek takenpakket omgevingsdiensten
inrichting inrichting organisatie met “eigen” BOA’s.
Zie art.1, lid 1, sub q, art. 3, Voldoende lid 1 Basis hiervoor aanwezig.
E) landelijke Geen bepaling in GR. Dient N.v.t. normfinanciering ipv lokale landelijk beleid te worden. outputfinanciering
Nog geen prioriteit in afwachting van landelijk beleid in deze.
F) Verplichting informatieuitwisseling, investeren kennisontwikkeling
Geen bepaling in GR. Voldoende Van belang in toekomstige afspraken tussen de RUD’s.
G) Eén uitvoerings- en handhavingsbeleid, één uitvoeringsprogramma
Zie art. 1, lid 1 sub s, Art. 3, leden 3 en 4.
H) Versterking positie directeur
Zie art. 2, lid 6 en art. 25, Redelijk In Bijlage F van de GR Zie ook de strekking van de lid 4. Formeel is de basis (Model mandaatbesluit) is overwegingen bij Verklaring van hiervoor aanwezig. In de verplichting voor de Groot Buggenum. netwerk moeten echter ook colleges opgenomen voor de deelnemende colleges het vaststellen van dit soort mandaat-/volmacht mandaten en besluiten nemen. volmachtsregelingen.
Voldoende Basis duidelijk verankerd in GR, maar niet helemaal doorgevoerd, kwaliteitscriteria wel deels verankerd, maar er is geen eenduidig vastgesteld handhavingsbeleid in de regio.
Indien nodig kan de GR In de praktijk maakt RUD LN deel t.z.t hiervoor een bepaling uit van de landelijke organisatie krijgen. Vereist is dat niet. omgevingsdiensten ODNL. Volgens Verklaring van Groot Buggenum is dit onderdeel als structureel belangrijk benoemd. Zie in dit verband ook Verklaring Groot Buggenum. Daarin wordt integraliteit gestipuleerd. Zie opmerking hierboven bij vaststellen handhavingsverordeningen.
| 10
I) Rijkstoezicht
Geen Gr bepaling.
N.v.t.
Dit is nog niet besloten en uitgewerkt op landelijk niveau.
J) Advisering en toets omgevingsplannen
Zie art. 3, lid 4
Redelijk Op dit moment nog geen Koppeling beleid en uitvoering. Zal in de toekomst, zeker prioriteit voor de GR als Zie ook Verklaring van Groot wanneer de Omgevingswet zodanig. Buggenum onder afspraak 3a. in werking zal treden van groot belang worden.
4.2. Voorlopige bevindingen • •
Op de eerste plaats moet duidelijk zijn, dat het rapport van de Cie. Van Aartsen nog geen enkele formele status heeft! De reacties op de voorgestelde maatregelen daarin zijn dan ook voorlopige aannames. Deze reacties sluiten wel aan op bepaalde zwakheden in het functioneren van de structuur van de GR RUD LN. Deze kunnen dus eventueel nu al verbeterd worden. Op de tweede plaats blijkt uit deze analyse dat het niet zonder meer noodzakelijk is om daarvoor de GR nu al te wijzigen. De b eoogde verbeteringen kunnen voor een belangrijk deel naast de GR besloten en gerealiseerd worden. Ook de Verklaring van Groot Bugge num gaat van deze gedachte uit (taken inbrengen, versterken, positionering medewerkers, omvang van mandaat). Zie in dit verband ook bi jlage F bij de GR die door alle deelnemers is vastgesteld.
| 11
5. Ontwikkelacties en Cie. Van Aartsen 5.1. Vergelijking maatregelen Cie. Van Aartsen en acties uit rapport ‘Schouders eronder’. De 47 acties van het rapport schouders eronder worden hieronder beoordeeld naar aanleiding van de advieslijnen van de commissie Van Aartsen. Gekeken is welke acties aansluiten bij de overeenkomstige advieslijnen. (*= de aanbevelingen genummerd NOT1 en NOT2 zijn door het bestuur niet overgenomen) Maatregel Cie van Aartsen
Code actie
Advies schouders eronder
A) Ondergrens voor Omvang omgevingsdiensten moet hoger
AB1
Bespreking verschillende visies.
GR voldoet: Voorstel aanvulling goed; redelijk; onvoldoende
Onvoldoende Inventarisatie van de aantallen en De commissie adviseert categorieën bedrijven waarvoor LMO4 LMO overleg benutten om capaciteit uit te om een ondergrens vast VTH-taken voor moeten worden te stellen aan de uitgevoerd. Om een beeld te krijgen wisselen. omvang van een van welke expertise nodig is in de omgevingsdienst zodat regio. DIR1 Inrichtingsplan CC maken. die voldoende kennis heeft om een goede Toets het ‘nodige’ aan de NOT2* Centrale inzet specialisten en hiertoe 10% sparringpartner te zijn beschikbare expertise binnen het budget overdragen). Rol van het CC is voor gemeenten en netwerk van partners. Het gaat dan om de daadwerkelijk ingezette ondersteuning en coördineren en inhoudelijke bedrijven. Behalve om een match expertise voor de taken die in het rol zit bij de partners. tussen beschikbare en netwerk zijn belegd. benodigde kennis, gaat het ook om de omvang Gebruik de inbreng van plustaken sec. De commissie om tot een robuuste organisatie te heeft hiervoor een komen. suggestie gedaan (minimaal 100 f.t.e.) Deze is sterk afhankelijk van het ingebrachte takenpakket
| 12
(basistaken plustaken). B) Kwaliteit verbeteren en AB4 afstemmen op aard omgevingsdiensten AB5
AR 6 LMO6
DIR3
C) Meer prioriteit, capaciteit en inzet strafrechtelijke handhaving en vervolging
N.v.t.
D) Identiek takenpakket omgevingsdiensten
DB3
en
Themabijeenkomsten 2 per jaar.
Redelijk Bouw voort op wat voorgesteld De commissie is van wordt in A. Haal zo nodig Invoeren c.q. uitbreiden ambassadeurs voor mening dat de kwaliteit specialistische kennis in huis door afgeleid dient te worden deze centraal bij het CC te beleggen thema’s. van dat wat nodig is of decentraal bij de partners zelf. voor de onder toezicht Adoptieregeling GRIP op samenwerking. gestelde bedrijven. In Directeur maakt voorstel voor LMO (Directeur RUD LN wordt vindt in UP afstemming organiseert verbinding beleidsmedewerkers het plaats op inzet en deelnemers). middelen, maar heeft Structurele contacten ambtelijk en bestuurlijk soms knelpunten op herstellen (Extra aandacht aan werkrelatie specialisten. Daarbij moet er ook RUD Zuid-Limburg). contact zijn met de provincie voor een deel van de inrichtingen die bij RUD ZL ondergebracht zijn. N.v.t.
Onderzoek naar inbreng taken (1. Uniforme Redelijk inbreng taken opnieuw bespreken, 2. Inbren g formatie opnieuw bespreken, 3. Uniform takenpakket inbrengen).
Houd contact op landelijk niveau om voortgang op dit advies te monitoren.
De basistaken zijn verplicht ondergebracht bij de RUD LN. Daarnaast zijn door een aantal deelnemers plustaken ondergebracht bij de RUD LN. Een onderzoek naar inbreng taken kan de positie van de RUD
| 13
versterken tegenover het advies van cie. Van Aartsen. Aanvullende taken vragen bij het advies van Van Aartsen om een goede afbakening inclusief financiering en bemensing. Grote verschillen in ingebracht takenpakket verminderen de samenwerkingsruimte. Een meer uniforme inbreng van taken schept duidelijkheid. E) Landelijke normfinanciering i.p.v. lokale outputfinanciering
KG4
F) Verplichting informatie- KG1 uitwisseling, investeren kennisontwikkeling
KG3
KG5
Afspraken over verdeling kosten.
Onvoldoende
Het is niet duidelijk wat voor een effect een landelijke normfinanciering zal hebben op een netwerkorganisatie. Wat wel vastgesteld kan worden is dat cie. Van Aartsen niet van mening is dat een lokale outputfinanciering voldoende slagvaardigheid en effectiviteit kan waarborgen (met name ook gericht op het ontwikkelen van kennis en een adviserende functie van een omgevingsdienst)
Onderscheid maken tussen 2 soorten: Redelijk De aanbevelingen geven een goede kennisplatform en deskundigenpool. De commissie hecht basis voor kennisontwikkeling bij (Investeren in kennisgroepen, meer veel waarde aan een RUD LN (door kennisplatformen, faciliteren). goede informatie- RUD academy, etc). In de uitwerking uitwisseling tussen alle hiervan moet blijken of dit voldoende Ondersteuning structureel maken (CC betroken instanties. Het is. gebruik van versterken). Inspectieview is hierin Inspectieview milieu dient in ieder Vertegenwoordiging RUD bij ketenpartners in ieder geval een geval geïmplementeerd te worden. vereiste. Daarbij moet het ook goed binnen de via kennisgroepen laten verlopen.
| 14
CC3
CC5
G) Eén uitvoerings- en handhavingsbeleid, één uitvoeringsprogramma
Ondersteuning CC).
kennisgroep
leveren
(door In het kader van werkprocessen worden geborgd investeren in waarbij de werkwijze wordt kennisontwikkeling is geharmoniseerd in de regio. Verbeteren communicatie (Meer investeren in landelijke kennisdeling samenwerking tussen deelnemers, van belang. ketenpartners en landelijke organisaties).
C4
Structurele inspanning organiseren in het CC.
LMO5
Meer investeren in samenwerking tussen deelnemers, ketenpartners en landelijke organisatie.
DIR2
-Actualisering EVP’s, - Opleidingen rondom OW bundelen, - RUD academie versterken.
DIR4
Harmoniseren processen en werkwijzen bij invoering SQUIT2020.
DIR5
Pilot gestart informatie-uitwisseling (Provincie: voorzie de RUD LN van noodzakelijke (stuur) informatie).
AB7
Jaarlijks in december UP vaststellen als Redelijk Met een jaarlijks “contract”. Cie Van Aartsen ziet uitvoeringsprogramma heeft RUD graag dat de directeur LN al een flinke stap gezet in lijn met de het advies van de commissie van Nieuwe methodiek totstandkoming UP en van omgevingsdienst voor Aartsen. Het is in ieder geval werkverdeling. de gehele regio één gebaseerd op één gezamenlijke en risicoanalyse. Echter het Planningsgroepje oprichten (Uniforme risicoanalyse en uitvoerings- en handhavingsbeleid methode probleemanalyse, risicoanalyse, uitvoeringshandhavingsbeleid is maar deels vastgesteld in de prioriteitsstelling en programmering). voorbereid. Deze moet raden. als basis gelden voor Inbreng in UP door deskundigenpool
UP1
UP3
KG2
communicatie
| 15
het uitvoeringsprogramma.
H) Versterking positie directeur
DB4
AR3
AR4 AR5 UP2
LMO1 LMO2
LMO3
CC1 CC2 CC4
In de totstandkoming van het UP is het aan te raden om een gezamenlijk beleid te voeren. Dit kan in een netwerkgedachte ook decentraal vastgesteld worden.
Indien capaciteit niet beschikbaar is (om UP Onvoldoende Bij de evaluatie is gebleken dat voor te realiseren) inhuur door directeur. Hoewel in ‘schouders uitbreiding hiervan weinig draagvlak eronder’ veel aandacht is zowel ambtelijk als bestuurlijk. Dit Contacten secretarissen/ directeuren wordt besteed aan het heeft ook geleidt tot het niet verder vormgeven van overnemen van het advies om de onderhouden individueel. de taken die de directeur bevoegdheid en budget te directeur RUD heeft en geven om capaciteit-uitwisseling te Rechtstreeks contact bij problemen. de onderlinge versnellen. Bij majeure ontwikkelingen extra bespreking . verhoudingen, heeft de directeur RUD een Cie. van Aartsen stelt voor dat de directeur een mandaat krijgt voor Monitoring anders inrichten (directeur regelt beperkt mandaat . alle beschikkingen die dienen ter inhuur indien onvoldoende capaciteit binnen De door van Aartsen uitvoering van het vastgestelde het netwerk beschikbaar is). ingezette uitvoerings- en handhavingsbeleid uitgangspositie van een van de omgevingsdienst. Zoals Rol LMO bepalen, vastleggen/hernieuwen. onafhankelijkere eerder genoemd hebben alle raden omgevingsdienst is één uitvoeringsen Afspraken vernieuwen zie LMO1 (Directeur lastig te rijmen met de handhavingsbeleid vastgesteld. doet voorstel mandaat LMO). netwerkconstructie van Hierover zal eerst een overeenstemming moeten zijn.
Voorstel maken over andere opzet de RUD LN. vergaderingen. Directeur gaat weer Om te voldoen aan de door Van voorzitten. Aartsen voorgestelde versterking, zullen de bevoegde gezagen van Planning en monitoring. UP aanpassen. RUD LN nogmaals de discussie aan moeten gaan over het voorgestelde Inhuur en deltaverzoeken. mandaat. Versterken formatie CC (Directeur voert taken beslisdocumenten volledig uit).
| 16
NOT1* (Directeur krijgt bevoegdheid en budget om uitwisseling capaciteit te versnellen) Overdracht budget is niet aan de orde, dit moet in onderling overleg gaan bij een netwerkorganisatie. I) Rijkstoezicht
N.v.t.
N.v.t.
Houd op landelijk niveau contact met het ministerie I&W om voortgang op dit advies te monitoren.
J) Advisering en toets omgevingsplannen
N.v.t.
Onvoldoende Binnen een netwerkorganisatie Cie. Van Aartsen wil dat zitten de mensen die ‘een de omgevingsdienst inhoudelijk advies’ en een inhoudelijk advies ‘uitvoeringstoets’ moeten geven op geeft over de omgevingsplannen dicht bij de milieunormering in gemeente. Hoewel het daarom voor omgevingsplannen en een netwerkorganisatie eenvoudig een uitvoeringstoets op lijkt om te implementeren, kan het de normering zou tegenvallen. De bedoeling van de moeten uitvoeren. commissie is namelijk om ervoor te Hierover zijn is in de zorgen dat een ‘onafhankelijke’ evaluatie niets over omgevingsdienst advies geeft. Als opgenomen. de onafhankelijkheid niet voldoende wordt geborgd, kan het nog voor moeilijkheden zorgen. Een onafhankelijke adviesfunctie moet daarom worden georganiseerd binnen de kaders van een netwerkRUD.
Overig
AB2
Overdracht aan DB aanpassen (opdracht aan N.v.t. DB formuleren. Bevoegdheden AB/DB herzien)
N.v.t.
| 17
AB3
Aantal besprekingen naar 2 per jaar
AB6
Aparte nieuwsbrieven bestuur
DB1
Portefeuilleverdeling DB bespreken (DB is leidend, kan bevoegdheden bij voorzitter beleggen)
DB2
Voorlichtingsbijeenkomsten raden
AR1
Geen structurele vergaderingen meer van de adviesraad
AR2
Periodiek informeren over ontwikkelingen
C1
Communicatiestrategie vaststellen door AB
C2
Communicatieplan verbeteracties vaststellen door DB
C3
Programma van eisen vernieuwing van de website.
maken
voor
| 18
6. Conclusies, beantwoording vragen en aanbevelingen Algemeen Op basis van de hiervoor onder (hfd 3), (hfd 4) en (hfd 5) uitgevoerde analyses kunnen we de daaruit volgende conclusies als volgt schematisch weergeven: Maatregelen van Aartsen
Deel 1: Gemeenschappelijke Regeling
Deel 2: Acties schouders eronder
A) Ondergrens voor Omvang omgevingsdiensten moet hoger
Redelijke basis
Onvoldoende basis
B) Kwaliteit verbeteren en afstemmen op aard omgevingsdiensten
Redelijke basis
Redelijk basis
C) Meer prioriteit, capaciteit en inzet strafrechtelijke handhaving en vervolging
Onvoldoende
N.v.t.
D) Identiek takenpakket omgevingsdiensten
Voldoende basis
Redelijke basis
E) landelijke normfinanciering i.p.v. lokale outputfinanciering
N.v.t.
Onvoldoende basis
F) Verplichting informatie-uitwisseling, investeren kennisontwikkeling
Voldoende basis
Redelijke basis
G) Eén uitvoerings- en handhavingsbeleid, één Voldoende basis uitvoeringsprogramma
Redelijke basis
H) Versterking positie directeur
Redelijke basis
Onvoldoende basis
I) Rijkstoezicht
N.v.t.
N.v.t.
J) Advisering en toets omgevingsplannen
Redelijke basis
Onvoldoende basis
| 19
Beantwoording onderzoeksvragen en aanbevelingen Op basis van deze conclusies uit de analyses en het bovenstaande overkoepelende schema kunnen we de onderzoeksvrage n zoals opgenomen onder paragraaf 1.3 beantwoorden. In het verlengde daarvan is het mogelijk gerichte aanbevelingen te geven.
Vraag I: Voorgestelde maatregelen/acties herzien of aanscherpen? Deel 1: Gemeenschappelijke regeling. Op grond van de analyse in de hoofdstukken 3 en 4 blijkt dat in de Gemeenschappelijke Regeling voldoende basis aanwezig is om deze te laten aansluiten bij de voorgestelde maatregelen van de commissie van Aartsen. In het verlengde daarvan kan ook geconcludeerd worden dat bij de volgende “onderhoudsbeurt” van de Gemeenschappelijke Regeling de nog noodzakelijke aanpassingen aangebracht kunnen worden. Daarbij kan tevens rekening gehouden worden met de komende wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarin worden met name maatregelen voorgesteld die de grip van de gemeentebesturen op de aangegane gemeenschappelijke regelingen versterken. Deze voorstellen ve rsterken ook het democratisch functioneren van deze samenwerkingsverbanden. Deel 2: Acties schouders eronder. Met betrekking tot de 45 voorgestelde acties 6 uit de evaluatie van de RUD LN blijkt dat deze voor ongeveer de helft onvoldoende invulling geven aan de door de commissie van Aartsen voorgestelde maatregelen . Dat betekent dat deze acties aan deze maatregelen aangepast moeten worden. De acties die op een redelijk niveau voldoen, zullen in elk geval aangescherpt moeten worden.
6
Van de 47 in het evaluatierapport voorgestelde acties zijn er door het bestuur 45 overgenomen.
| 20
Vraag II: Zijn er nog aanvullende maatregelen nodig? Deel 1: Gemeenschappelijke regeling. •
Voer een toets uit bij de actualisatie van de GR op de voorgestelde maatregelen van de commissie Van Aartsen. Verwerk bij deze toets ook de komende aanscherping van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
•
Betrek daarbij in ieder geval de volgende maatregelen van de commissie Van Aartsen: o
A) Ondergrens voor Omvang omgevingsdiensten moet hoger .
o
B) Kwaliteit verbeteren en afstemmen op aard omgevingsdiensten .
o
C) Meer prioriteit, capaciteit en inzet strafrechtelijke handhaving en vervolging .
o
H) Versterking positie directeur.
o
J) Advisering en toets omgevingsplannen.
Deel 2: Acties schouders eronder. •
In vergelijking met de 45 actiepunten die nu ingezet worden, word en op 4 maatregelen van de commissie Van Aartsen onvoldoende aansluiting gevonden. Dit is het geval bij de maatregelen:
•
•
o
A) Ondergrens voor Omvang omgevingsdiensten moet hoger .
o
E) Landelijke normfinanciering i.p.v. lokale outputfinanciering.
o
H) Versterking positie directeur.
o
J) Advisering en toets omgevingsplannen.
Bij de volgende maatregelen bieden de ingezette acties een redelijke basis: o
B) Kwaliteit verbeteren en afstemmen op aard omgevingsdiensten.
o
D) Identiek takenpakket omgevingsdiensten.
o
F) Verplichting informatie-uitwisseling, investeren kennisontwikkeling.
o
G) Eén uitvoerings- en handhavingsbeleid, één uitvoeringsprogramma .
De RUD LN zou voor de bovenstaande maatregelen een aantal aanpassingen bij de ingezette acties moeten doorvoeren. Dat zijn de volgende:
| 21
Aanpassingen onvoldoende basis A) Ondergrens voor Omvang omgevingsdiensten moet hoger. • A1) Zet in op een inventarisatie 7 van aantallen en categorieën bedrijven waarvoor VTH-taken moeten worden uitgevoerd in de regio om een beeld te krijgen van welke expertise nodig is. • A2) Gebruik deze inventarisatie als een toets om de benodigde expertise aan de beschikbare expertise bi nnen de netwerksamenwerking te beschrijven en vast te stellen. Geef daarbij ook aan waar (centraal en/of decentraal) deze expertises belegd zijn en of deze van voldoende kwalitatief niveau zijn. Voorkom bij de verdeling centraal en decentraal van de vereiste expertises versnippering van de inzetbaarheid van capaciteit. Maak in deze eenduidige afspraken binnen de netwerksamenwerking. • A3) Versterk de inbreng van plustaken om tot een robuuste organisatie te komen. Leg over deze inbreng duidelijke afspraken vast tussen de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling. Inbreng van plustaken is immers een randvoorwaarde om tot een robuustere organisatie te komen. E) Landelijke normfinanciering i.p.v. lokale outputfinanciering. • E1) Het effect van een landelijke normfinanciering op een netwerkorganisatie is onduidelijk.
Lokale outputfinanciering wordt door Van Aartsen als onvoldoende beoordeeld om slagvaardigheid en effectiviteit te waarborgen (ook gericht op het ontwikkelen van k ennis en een adviserende functie van een omgevingsdienst. Werk daarbij met de mogelijkheid om de financiering van het uitvoeringsprogramma middels budgettering centraal bij het CC te beleggen. Gebruik daarbij het vastgestelde Uitvoeringsprogramma als uitgangspunt. H) Versterking positie directeur. • H1) Pas het mandaat van de directeur RUD LN aan. In aansluiting op de maatregelen van de commissie van Aartsen moet deze aanpassing gaan over het eerdere advies (van Lysias) om de directeur bevoegdheid en budget te geven om capaciteit-uitwisseling te versnellen en om de directeur tevens mandaat te geven voor alle beschikkingen die dienen ter uitvoering van het (door de gemeenteraden) vastgestelde uitvoerings- en handhavingsbeleid. J) Advisering en toets omgevingsplannen. • J1) Organiseer een onafhankelijke en integrale adviesfunctie binnen de kaders van de netwerk-RUD. De advisering en toetsing op omgevingsplannen zou volgens Van Aartsen op afstand moeten plaatsvinden van de betreffende gemeente. In de netwerk organisatie kan dit derhalve het beste belegd kunnen worden bij het CC.