CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

provincie 1 provinciale energiestrategie deel 2

Gemeenteraad 6 maart 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Beantwoording vragen en bijlagen29.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

50

Energie krijgen van energie maken!

transport en op bestaande technologie en het verduurzamen voor een grote groep voertuigen. De eerste acties zijn gericht op het wegtransport, maar zijn ook voor de binnenvaart van belang. Als meest kansrijke brandstof voor de eerste jaren lijkt elektrisch voor bestelbusjes en licht transport en biobrandstoffen, HVO, GTL, CNG en Bio LNG (groen gas) voor het zwaardere transport en waterstof. Daarbij werkt Limburg samen binnen het MIRT programma Goederenvervoercorridors en met alle provincies in NL.

Limburgse studenten bouwen elektrische motor

1.4

Provincie Limburg

Laurens Eggen

Samenwerking, tijdige afstemming en betrokkenheid rijk

KPI 5: het inrichten van een passende overlegstructuur (‘bestuur, organisatie’) om samen met de betrokken partners de integrale afwegingen te kunnen maken op regionaal schaalniveau voor de infrastructuur-keuzes richting 2030 voor Limburg.

Wie zijn onze strategische partners? (niet limitatief) Gasunie, TenneT, Enexis, ministeries van EZK, I&W en BZK, RES-regio’s/gemeenten, LEA-bedrijven, Chemelot-partners, Havenbedrijf Rotterdam, Duitse partners (bedrijfsleven, overheden), CE Delft.

Wat gaan we daar samen met onze partners voor doen?

ƒ In nauwe samenwerking met Chemelot en de partners van de industrie vertegenwoordigd in het Limburgse Energie Akkoord (LEA) zal er in overleg met de netwerkbeheerders nadere afspraken gemaakt worden om de uitdagingen zoals geschetst in de systeemstudie van oplossingen te voorzien. ƒ In nauwe samenwerking met de twee RES-regio’s en betrokken partners worden de plannen voor duurzame opwek van wind- en zonne-energie, maar ook de gemeentelijke transitieplannen warmte, de verduurzaming van de landbouw en elektrisch rijden, integraal besproken om de adviezen uit de systeemstudie op te pakken. Wij zijn daarin betrokken partner in beide RES-regio’s en zullen ook actief onze inbreng en ondersteuning blijven leveren in de komende jaren. ƒ Wij agenderen de systeemstudie en de daaruit volgende actie- en lobbypunten actief bij de betrokken ministeries en bewindspersonen. Het kan niet zo zijn dat regio’s verplicht worden om een bijdrage te leveren aan de 35 TWh opwek van duurzame energie op land, terwijl de energie-infrastructuur (rijksverantwoordelijkheid) daar niet op aangepast is.

51

Energie krijgen van energie maken!

ƒ De ligging van Limburg en specifiek ook t.a.v. Chemelot is een kans maar kent ook aandachtspunten. Limburg ligt in het hart van het zogeheten ARRRA-cluster (AntwerpenRotterdam-Rijn-Ruhr-area) biedt veel kansen. Voor het Duitse achterland vormt Chemelot een belangrijke schakel richting de Rotterdamse en Antwerpse haven en het Nederlandse deel van de Noordzee en datzelfde geldt voor de havens richting het Duitse achterland. De ligging brengt echter ook uitdagingen met zich mee. Als enige grote chemie cluster in Nederland ligt Chemelot niet aan zee. Belangrijk is dan de opstelling van de rijksoverheid als het gaat om (buisleiding-)infrastructuur en een goede en tijdige planning, financiering en aanleg en bijbehorende exploitatiemodellen en financieringsconstructies.

Chemelot Circulair Hub, luchtfoto

Provincie Limburg

Aron Nijs

Actielijn 2: Ruimte voor innovatie, techniek en vakmanschap Op tal van fronten is de energietransitie een beweging waarin nog veel onzekerheden zijn. Onzekerheden waartoe wij ons ook in Limburg dienen te verhouden. Dè passende energiemix voor Limburg is een ontwikkeling waarin nog veel stappen gezet moeten worden, nieuwe technieken en innovaties beproefd moeten worden en bestaande technieken verder geoptimaliseerd c.q. bredere toepassing verdienen. In dit brede palet van innovaties en technieken, maar zeker ook de daarbij horen benodigde opleiding, (bij)scholing en wetenschappelijk alsook praktijkgericht onderwijs, is het belangrijk dat een overheid dit breed ondersteunt. Ook als Provincie willen wij volop ruimte geven voor innovatie, techniek en vakmanschap in de energiestrategie. Daarbij hebben we Nederland en andere regio’s ook actief iets te bieden, met de innovatieve techniek van bijvoorbeeld Mijnwater, het bevorderen van meervoudig grondgebruik in bijvoorbeeld de blauwe bessenteelt in Noord-Limburg, of vernieuwende initiatieven rondom ‘afvlakken en comprimeren van pieken’ en opslag van elektricteit in Altweerderheide. Ook onze kennisinstellingen zijn belangrijke dragers van innovatie, de triple helix samenwerking op de campussen.

Tevens werken we met de leer/werkplekken van bijvoorbeeld de centra voor innovatief vakmanschap van het MBO en HBO aan de banen van niet alleen vandaag, maar ook van morgen en overmorgen. Met ons eigen Limburgse ‘energiebedrijf’, het Limburg Energie Fonds (LEF), worden innovatieve ondernemers gesteund daar waar de markt het (vooralsnog) laat afweten. Ook het LIOF neemt in haar nieuwe beleidsplan voor de komende jaren verduurzaming als belangrijk speerpunt op voor hun financieringen en advisering. De grote industrie-bedrijven van Limburg werken steeds nauwer samen in de Limburgse Energie Akkoord (LEA) als het gaat om energiebesparing door optimalisatie, innoveren en voeren proefprojecten uit rondom waterstof, elektrolyse en groen gas. Met het industriecluster Chemelot heeft

52

Energie krijgen van energie maken!

Limburg een belangrijke internationale speler, waarbij het gelijke speelveld in de wereld van cruciaal belang is. De ambitie om in 2030 de CO2-uitstoot te verminderen ondersteunen wij, maar zal ook in de randvoorwaarden die nationaal en Europees gesteld zijn of worden (bijv. rondom CO2-beprijzing en prikkels voor verduurzaming) cruciaal zijn voor het slagen van deze strategie. Al met al, in deze provinciale energiestrategie zetten wij vol in op deze thema’s de komende jaren. De grote investeringen zullen daarbij primair door bedrijfsleven, investeerders en rijksoverheid/Europese Commissie zelf gedaan moeten worden. Als Provincie willen wij daar via het LEF, LIOF en aanjaagmiddelen een ondersteunende en agenderende rol waar nodig in spelen. Langs twee sporen willen wij daar invulling aan geven.

2.1

Innovatie en nieuwe technieken door het bedrijfsleven

KPI 6: een CO2-reductie van 2,5 Mton/jaar via LEF-investeringen uiterlijk in 2030; KPI 7: een CO2/N2O reductie van 3,05 Mton door specifiek Chemelot uiterlijk in 2030; KPI 8: CO2-reductie van 0,7 Mton door de grote Limburgse bedrijven (LEA) richting 2030 KPI 9: het realiseren van een werkgelegenheidsimpuls van 10.000 FTE jaren uiterlijk in 2030

Wie zijn onze strategische partners? (niet limitatief) Limburgs Energiefonds (LEF), LEA-partners, Chemelot-partners, LIOF, Enpuls, Ennatuurlijk, energiecoöperaties, ondernemers/initiatiefnemers.

Wat gaan we daar samen met onze partners voor doen?

ƒ Vanuit het Limburgs Energiefonds (LEF) worden projecten gefinancierd die bijdragen aan de energietransitie met impact op zowel innovaties als CO2 reductie evenals de transitie naar een circulaire economie. Het Limburgs Energie Fonds is een succesvol instrument gebleken en is door uw Staten onderschreven[30] met de financiële uitbreiding waarbij ook de Europese Investeringsbank in participeert. De ambitie is om de projecten-portfolio verder uit te breiden en voor de huidige pijplijn-projecten (2,7 mld. euro aan investeringen en potentieel 12.000 fte jaren in 2033, en jaarlijkse CO2-reductie van 2,5 Mton) en additioneel minimaal € 100 mln. private co-financiering bij het Europees Investeringsfonds (EIF) en institutionele beleggers op te halen; ƒ Wij stellen met de partners van het Limburgse Energie Akkoord een uitvoeringsprogramma op voor 2021-2025 met daarin oog voor ieders verantwoordelijkheden maar vanuit een gezamenlijke ambitie om via innovatie, nieuwe technieken en besparing te komen tot een substantiële CO2-reductie (0,7 Mton) in 2030. Daarbij wordt ingezet op projecten en proefprojecten rondom nieuwe technieken voor energiebesparing, elektrificatie van productieprocessen, waterstof-proefprojecten, zelf opwekken van duurzame energie het (her) gebruik van restwarmte; Eind 2020 wordt de projecten-portfolio LEA opgeleverd .

Daar zullen verschillende actielijnen en projectinitiatieven gepresenteerd worden die bijdragen aan de reductie-doelstelling, innovaties rondom energie (besparing, opwek en opslag) evenals het stimuleren van circulair produceren. Daarin zal ook de Technology Roadmap Bouwkeramiek 2030 een plek krijgen waarin verduurzaming van de keramische productie, productvernieuwing, circulair produceren en een duurzaam grondstoffengebruik speerpunten zijn;

30

53

Zie separate (gewijzigd) Statenvoorstel Fondsvergroting Limburgs Energiefonds waar Provinciale Staten op 29 juni 2020 mee hebben ingestemd.

Energie krijgen van energie maken!

ƒ Met verschillende partijen binnen en buiten Limburg gaan we de komende jaren aan de slag met innovaties rondom opslag van energie, om zo een bijdrage te kunnen leveren aan enerzijds het ‘vrij regelbaar vermogen’ van het net, maar anderzijds duurzaam opgewekte energie beter te kunnen benutten. We ondersteunen lokale en regionale pilots die daarin een bijdrage kunnen leveren zoals batterij-opslag en ‘afvlakken van pieken’ of ‘power-to-gas’ oplossingen. Daarnaast wordt gedacht aan het terug leveren van elektriciteit via elektrische auto’s of bussen binnen de gebouwde omgeving of aan grotere accu’s en batterijopstellingen, meervoudig ruimtegebruik zonPV en landbouw, energietransitie en realiseren van biodiversiteit of energieopwekkend asfalt; ƒ Chemelot heeft in juni 2020 haar strategie naar de toekomst herijkt. Deze strategie schetst het perspectief voor een competitieve en duurzame chemiesite in 2050. Broeikasgas-reductie van 2 Mton in 2030 (35% t.o.v. 2019) en klimaatneutraal in 2050. Daarvan is ambitie om via onder andere Brightsite bij te dragen om 1 Mton nafta en 200 kton aardgas te vervangen door CO2-vrije grondstoffen (25%). In het Regioplan Cluster Chemelot 2030 worden deze acties verder worden uitgewerkt en dienen input voor de gesprekken met de rijksoverheid.

Infrastructuur en een gelijk speelveld in Nederland en Europa zijn wel cruciale randvoorwaarden om de ambities te kunnen waarmaken. De uitdaging is hoe we op het juiste moment de juiste infrastructuur tegen de juiste voorwaarden beschikbaar krijgen; ƒ Tevens verkennen wij samen met de Limburgse Werkgeversvereniging (LWV) en MKB Limburg welke ‘ontzorgingspakketten’ te ontwikkelen zijn voor het Limburgse bedrijfsleven en verduurzaming van bedrijventerreinen. Dit voorjaar heeft bijvoorbeeld de ondernemersclub Ondernemend Venlo samen met de gemeente, LWV en de gemeente een EFRO-subsidie binnengehaald voor het verduurzamen van een aantal bedrijventerreinen. ƒ Veel MKB’ers op de Limburgse bedrijventerreinen zijn bereid om in duurzaamheidsmaatregelen te investeren. Enerzijds in onderlinge collectieve of coöperatieve afspraken over duurzame inkoop c.q. opwek van energie (bijv. zon-op-dak bij ondernemers op bedrijventerreinen), en anderzijds om zelf initiatieven en pilots te ontwikkelen in de energietransitie. Vaak liggen deze ook op het snijvlak tussen de bedrijvigheid en de gebouwde omgeving zoals het werken met micro-grids waar als het gaat om prijsprikkels en nationale afspraken en wetgeving soms belemmerend kan werken.

Als Provincie willen wij – binnen onze mogelijkheden – ondersteuning bieden vanuit toegevoegde waarde en waar nodig ook in de uitvoering van wet- en regelgeving dit aankaarten bij de rijksoverheid; ƒ Wij zullen als het gaat om kernenergie en innovatieve nieuwe ontwikkelingen daarbinnen samen met het Rijk en onder andere de provincies Zeeland en Noord-Brabant actief participeren en deelnemen aan het onderzoek naar de marktconsultatie en de voorwaarden van publieke ondersteuning en regionale randvoorwaarden die daarvoor nodig zijn; ƒ In de Waterstofagenda 2.0 (separaat statenvoorstel) wordt een Limburgse ‘waterstofladder’ ontwikkeld waarmee initiatieven geprioriteerd kunnen worden. De Waterstofagenda kent een aantal actielijnen die verdere uitwerking krijgen: ƒ proeftuinen: Vanuit de Limburgse samenleving zijn verschillende initiatieven ontstaan om met waterstof aan de slag te gaan; ƒ opschalen: Limburgse ondernemers hebben zich gemeld met initiatieven voor Waterstofpompstations. Wat Limburg sterker maakt, gaan we faciliteren; ƒ innovatie: Binnen en buiten Limburg vragen belanghebbenden steun voor innovatieprojecten.

Kennisontwikkeling is nuttig en nodig; ƒ infrastructuur: De ontwikkeling van waterstofinfrastructuur in Limburg en met andere regio’s binnen en buiten Nederland vraagt om meer beslisinformatie dan nu beschikbaar is; ƒ samenwerken: De Provincie wil partijen bij elkaar brengen binnen en buiten Limburg; De uitwerking van deze actielijnen in concrete projecten wordt in het Statenvoorstel Waterstofagenda 2.0 verder uitgewerkt.

54

Energie krijgen van energie maken!

2.2

Limburg als praktijk- en leeromgeving voor innovatie en vakmanschap in de energietransitie

KPI 10: het creëren van een kennis-, leer- en toepassingsomgeving voor innovatie en techniek, onderwijs en scholing rondom de energietransitie waarin triple helix partners binnen en buiten Limburg samen werken en nationale en internationale ontwikkelingen duiden voor toepassing in Limburg.

Wie zijn onze strategische partners? (niet limitatief) Centrum voor Innovatief Vakmanschap Installatietechniek (CIV-IL met Gilde Opleidingen en iW-opleidingen), Centrum voor Innovatief Vakmanschap Gebouwde Omgeving Limburg (CIV-GOL met Fontys, Zuyd, Gilde, Vista, Bouwend Nederland en BouwMensen), LWV, MKB Limburg.

Wat gaan we daar samen met onze partners voor doen?

ƒ De energietransitie vergt nieuwe competenties, technieken en vaardigheden. Voor ‘de menskracht’ rondom energie en duurzaamheid is ook aandacht in Provinciale Staten gevraagd[31]. De publiek-private samenwerkingen in de Centers voor Innovatief Vakmanschap en Centers of Expertise, de bouwsector en installatiebranche in samenwerking met de relevante andere kennisinstellingen en arbeidsmarktregio’s, vormen de basis voor een plan van aanpak hierin en om te komen tot bijbehorende projecten. Daarmee wordt actief invulling gegeven aan het belang van scholing en praktijkervaring evenals omscholing en bijscholing vanuit verschillende sectoren (bijv. via zij-instromers) en branches op de nieuwe thema’s binnen de energietransitie. Op deze pragmatische wijze willen wij ook invulling geven aan de gewijzigde motie 2474 Rossel c.s.; ƒ Daarnaast is de vraag naar goed geschoold en opgeleid personeel ook voor grote bedrijven als Enexis, maar ook Mijnwater bv en LEF belangrijk voor de komende jaren. Het gesprek over een betere match tussen onderwijs en arbeidsmarkt specifiek als het gaat om de energietransitie zullen wij actief voeren en ook waar nodig de relaties en verbinden leggen tussen bedrijving, instellingen en onderwijs- en kennisinstellingen en de reeds bestaande en lopende initiatieven.

Gezin geniet van wandeling in Limburgse natuur

31

55

Provincie Limburg

Aron Nijs

Motie (gewijzigd) 2474 Rossel inzake nieuwe human capital agenda energietransitie en duurzaamheid, 21 juni 2019.

Energie krijgen van energie maken!

Actielijn 3: Limburgse warmte Warmte is met een aandeel van bijna 50% in de energievraag een belangrijk onderdeel van de inrichting van de energievoorziening. Energie besparen begint natuurlijk met minder energie verbruiken. Daarom is een absolute ‘onbetwiste’ maatregel voor alle gebouwen isolatie. Er zijn daartoe ook diverse regelingen op zowel landelijk als regionaal niveau voor beschikbaar. Toch is het nog geen vanzelfsprekendheid bij veel Limburgers. En zeker de komende jaren warmte (en de koude-vraag) een prominentere rol zal gaan spelen, met zeker in Limburg de relatief verouderde woningvoorraad, is het eerste aspect van de trias energetica (‘verminderen’) belangrijk. Vanuit de eerdere constatering dat de gasinfrastructuur voor Limburg ook de komende tijd richting 2030 nog steeds een belangrijke rol zal blijven spelen (bijvoorbeeld ook voor groen gas), zullen er wel stappen gezet worden in het zoeken naar alternatieve warmtebronnen. In Limburg hoeven we gelukkig ook niet geheel vanuit niet deze transitie te beginnen. Er is reeds ervaring opgedaan door het Limburgs Energiefonds, Het Groene Net Noord (biomassacentrale) in Sittard, het Mijnwater-techniek in en rondom Heerlen en het Warmtenet in Maastricht dat gebruik maakt van restwarmte van een papierfabriek.

Ook zijn er een paar kleine warmtenetten zoals in Reuver en Swalmen waarbij gebruikt wordt gemaakt van warmte-koude-opslagsystemen (wko). In Noord-Limburg wordt verder onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van aquathermie vanuit bijvoorbeeld het Maaswater of afvalwater en liggen er twee grote geothermie-projecten voor de glastuinbouw momenteel stil. Er zijn plannen om restwarmte van Sabic op Chemelot te gebruiken (Het Groene Net Zuid), of de warmte van papierfabriek Smurfit Kappa in Roermond en de zinkfabriek Nyrstar in Budel waarvan Weert gebruik zou kunnen maken. Belangrijk aandachtspunt in met name de hoog temperatuur warmtenetten is de garantie van leveringszekerheid op de langere termijn evenals het door energiebesparing verminderen van de restwarmte. Door te werken met meerdere bronnen in de omgeving kunnen deze bronrisico’s verlaagd worden. Ook grote energiebedrijven, de regionale netbeheerders (en dochters) en woningcorporaties begeven zich steeds meer op het gebied van warmte. Er moet ook nog veel expertise en kennis opgebouwd worden de komende jaren. Niet alleen bij die partijen, maar vooral ook bij de overheden (gemeenten en provincies) om ook de taken zoals die voorzien zijn in de nieuwe Warmtewet, goed uit te kunnen oefenen.

Dat vergt een forse extra capaciteitsimpuls in veel overheidsorganisaties en daarbij ook de noodzaak van kennis en kunde bundelen en sterker samen optrekken. Het is dan ook een van de reden dat in deze provinciale energiestrategie de komende jaren stevig wordt ingezet op de warmte.

3.1

Energiebesparing en Limburgse warmtenetten

KPI 11: door energiebesparing en kleinschalige opwek in de gebouwde omgeving wordt er een CO2reductie van 25% in 2030 (t.o.v. 2015) in Limburg; KPI 12: het realiseren van 60.000 aardgasvrije woningen of woonequivalenten (20%) in 2030 voor de gebouwde omgeving in Zuid-Limburg; KPI 13: in de periode 2021-2023 toewerken naar definitieve besluitvorming rondom de warmtenetten Het Groene Net Zuid, Slim Energienet Roermond en eventueel andere warmtenetten op basis van gedegen businesscases waar meerdere co-financiers bij betrokken zijn. Wij ondersteunen de doorgroei van de Mijnwater-techniek binnen Parkstad.

Wie zijn onze strategische partners? (niet limitatief) RES-regio’s, gemeenten (met warmtenetten of in planvorming), diverse ‘warmte-partners’ als Enpuls, Ennatuurlijk, Mijnwater B.V., partners in Het Groene Net, Slim Energienet Roermond, Warmtenet Belvedere en Ceramique, Limburgse woningcorporaties.

56

Energie krijgen van energie maken!

Wat gaan we daar samen met onze partners voor doen?

ƒ Als bestuurlijk partner in de beiden RES-regio’s dragen wij bij een pakket met maatregelen en ondersteuning voor inwoners, bedrijven, organisaties en overheden. Daarbij gaat het om de volgende maatregelen en activiteiten als overheidsgebouwen duurzamer maken, ‘ontzorgingspakketten’ voor inwoners, instellingen en bedrijven, en het toepassen van verplichte besparingsmaatregelen voor bedrijven beter controleren door overheden zodat iedereen zijn aandeel levert en het monitoren van het energieverbruik in de regio. ƒ Als bestuurlijk partner in de RES Zuid-Limburg dragen wij bij aan de verdere uitwerking Regionale Structuur Warmte (RSW). Deze eerste RSW zoals in de ontwerp-RES is opgenomen omhelst een globale en richtinggevende verkenning die bestaat uit drie inzichten: 1) inzicht in de warmtevraag in de bebouwde omgeving; 2) inzicht in het aanbod van bovengemeentelijke, regionale warmtebronnen; 3) haalbaarheid van een bovengemeentelijke warmte-infrastructuur voor regionale warmtebronnen. De hierna beschreven warmtenetten kunnen daar een belangrijke bijdrage in leveren. ƒ Wij ondersteunen de doorgroei van de Mijnwater-techniek met de ambitie om in 2030 30.000 woningen (of equivalenten) aan te sluiten op het netwerk. Mijnwater kan voor aangesloten gebouwen tot een reductie 65% CO2-uitstoot zorgen (306.691 ton).

Sinds de start in 2007 is de techniek uitgegroeid tot een 5e generatie energie-uitwisselingssysteem waarmee warmte en koude wordt opgehaald bij partijen die dit in overschot hebben. Breed toepasbaar (ook zonder mijnwater bijv. via buffervat) in Limburg maar ook in grote delen van Nederland. De Provincie is als 100% aandeelhouder van LEF betrokken bij Mijnwater als een van de LEF portfolio-warmteprojecten. CE Delft (2018) beoordeelt Mijnwater als een innovatief én kansrijk concept dat op aanzienlijke schaal (2,0 tot 3,6 mln. woningen) toegepast kan worden om in Nederland de transitie naar een aardgasvrije samenleving mogelijk te maken; ƒ Voor wat betreft de uitbreiding van Het Groene Net in zuidelijk richting (HGN Zuid) liggen er kansen om gebruik te maken van de restwarmte van Sabic (Olefins4 kraker) op Chemelot. Op basis van een gedegen businesscase wordt de financierbaarheid getoetst, en zullen de niet-bedrijfsmatige risico’s moeten worden gemitigeerd (bronrisico, overdimensionerings-risico, aansluiting kleinverbruikers). De Provincie heeft hiervoor in het verleden proces- en ontwikkelingsbudget beschikbaar gesteld en neemt deel in de overlegstructuren.

Bij een positieve besluitvorming kan – op basis van de huidige inzichten – met de eventuele uitrol van HGN Zuid een totaal volume van 441 TJ tussen 2021 en 2032 (ongeveer 15.000 woningequivalenten) en een netto 474 kton CO2-reductie gerealiseerd worden. ƒ Met de ontwikkeling van een lokaal lage temperatuur Slim Energienet in Roermond en het benutten van de restwarmte van papierfabriek Smurfit Kappa, kan een 500 tal woningen en een aantal bedrijven in de toekomst worden voorzien van warmte en koude. Het betreft een open warmtenet, dat zowel uit te breiden is qua aantal warmteproducenten, qua afnemers en eventueel qua leveranciers als het net groot genoeg wordt. Provincie neemt deel in de regiegroep en in de Stuurgroep. Er wordt een businesscase voorbereid waarin naast financierbaarheid ook de noodzakelijke randvoorwaarden en risico’s helder beschreven en geadresseerd moeten worden. De zeer recente Rijks-toekenning aan Roermond van een van de nationale proeftuinen voor aardgasvrije wijken, is een extra ondersteuning om in de wijk Tegelarijeveld met het Slim Energienet eerste stappen te zetten.

57

Energie krijgen van energie maken!

Aanleg ondergronds warmtenet Het Groene Net

3.2

Provincie Limburg

Randvoorwaarden voor geothermie, biomassa en aquathermie

KPI 14: een actieve lobby om de randvoorwaarden voor geothermie verder te bevorderen, het invulling geven aan de kansen en randvoorwaarden waaronder biomassa toegepast kan worden en het verkennen van de potenties van aquathermie. KPI 15: het actief inspelen op nieuwe wet- en regelgeving rondom de nieuwe Warmtewet en het verder versterken en uitbouwen van de kennis en expertise op het gebied van warmte en koude binnen Limburg.

Wie zijn onze strategische partners? (niet limitatief)

ƒ Ministerie van EZK, Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), TNO, Energie Beheer Nederland (EBN), Californië Wijnen Grubbenvorst (CWG), gemeenten, LEF, Mijnwater, netbeheerders, kennisinstellingen.

Wat gaan we daar samen met onze partners voor doen?

ƒ Als het gaat om (diepe) geothermie heeft het College van GS In diverse brieven de Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) gewezen op het belang van de ontwikkeling van geothermie in Noord-Limburg en dringend verzocht om maximale inspanningen te leveren om uit de ontstane impasse te geraken met het stilleggen van twee initiatieven in de glastuinbouw. Ondernemers hebben hier grote bedragen in geïnvesteerd, waarbij een ondernemer reeds recent faillissement heeft aangevraagd. Uiteraard dient het winnen van aardwarmte veilig en verantwoord plaats te vinden.

58

Energie krijgen van energie maken!

Dat bewerkstelligen is de opgave voor het voortzetten van het winnen van aardwarmte in dit gebied, waarbij in Noord-Limburg (met name in het grote buitengebied) voor alternatieve warmtebronnen minder potentie voorhanden is. Wij zijn actief in gesprek met het Ministerie van EZK om hier duidelijkheid te krijgen en te bezien welke opties mogelijk zijn; ƒ Verder vragen wij het Rijk om versneld de benodigde onderzoeken uit te voeren naar de potentie en kansen voor minder diepe geothermie. Deze zouden aanvullend kunnen zijn binnen het in 2021 geplande Energie Beheer Nederland (EBN) onderzoek in Limburg naar de seismische breuklijnen. Daarbij pleiten wij ervoor bij het Rijk voor ondersteuning van de initiatiefnemers om de (vaak forse) onderzoekslasten die gepaard gaan met in kaart brengen van de seismische risico’s (en vooral de ligging van de breuken) te verminderen; ƒ Waar het gaat om biomassa als bron voor duurzame opwek van energie volgen wij de lijn van de SER-advies met afbouw van de inzet (houtige) biomassa voor louter elektriciteitsopwekking en is het Rijk voornemens om biomassa als primaire bron voor lage temperatuurwarmte in de gebouwde omgeving af te bouwen. Wij volgen de ontwikkelingen bij het Rijk dat voor het eind van dit jaar met plannen voor uitfasering van biomassa voor warmtetoepassingen komt.

De insteek is om de uitfasering te volgen ten gunste van de doorontwikkeling van sleuteltechnologieën als hiervoor genoemd; ƒ De inzet op productie van groengas wordt versterkt waar dat mogelijk is. Mest, slib, de niet vloeibare fracties uit de voedings- en genotmiddelenindustrie en in mindere mate GFT en grassen, zijn geschikte materialen voor vergisting, tenzij deze via genoemde sleuteltechnologieën tot betere verdienmodellen leiden; ƒ Voor de dichtbebouwde gebieden in de regio biedt aquathermie kansen. Met aquathermie wordt warmte uit bijvoorbeeld rivieren of afvalwater gehaald. Uit een eerste onderzoek van de gemeente Venlo blijkt dat dit mogelijk een energiebron is voor zowel steden als dorpen gelegen aan de Maas. De potentie van aquathermie behoeft nog nader onderzoek waarbij ook haalbaarheid en betaalbaarheid nader verdiept moet worden. In de nationale proeftuin aardgasvrije wijk die zeer recent aan Venlo is toegewezen worden met aquathermie (uit de Maas) de komende jaren eerste ervaringen opgedaan die mogelijk ook relevant zijn voor andere wijken in Limburg. Samen met het Waterschap Limburg en het Waterleidingbedrijf Limburg zullen wij tenslotte actief bezien op welke wijze innovaties op dit terrein toegepast kunnen worden o.a.

in het herbenutten van riool- en afvalwater voor warmtevoorzieningen;; ƒ In IPO-verband volgen van en reageren op het wetgevingstraject rond de Wet collectieve warmtevoorzieningen (‘Warmtewet’), die naar verwachting op 1 januari 2022 wordt ingevoerd. Belangrijkste aandachtspunten daarbij zijn de precieze rol die Provincies krijgen in het beoordelen warmtekavels en aanwijzing warmtebedrijven door gemeenten, welke rol krijgt de netbeheerder in de infrastructuur en hoe wordt de mogelijkheid tot aanwijzing door het Rijk van een warmtetransportnetbeheerder worden geregeld? Deze aspecten brengen wij in in het consultatietraject; ƒ Provincie richt samen met een aantal strategische partners een Limburgs Warmte/Koude Team op waarmee de expertise, kennis en kunde gebundeld en verder verdiept wordt. De nieuwe Wet collectieve warmtevoorzieningen biedt de mogelijkheid dat het Rijk in specifieke gevallen een warmtetransportbeheerder aanwijst. Zuid- en Midden Limburg komen hiervoor mogelijk in aanmerking. Onder regie van de Provincie en Enpuls wordt verkend of een warmtetransportnet voor de regio een oplossing is en wat nodig is om tot zo’n aanwijzing te komen. Verder kan het warmte/koude team ook gemeenten ondersteunen in het opstellen van Transitievisies Warmte, met speciale aandacht voor gemeentegrensoverschrijdende warmteverdelingsvraagstukken.

Het opbouwen en sterker bundelen van expertise over warmte is de gezien de uitdagingen voor en de potentie van Limburg, van cruciaal belang. Partijen zoals het LEF, Mijnwater, gemeenten, netbeheerders en kennisinstellingen worden uitgenodigd om over de nadere concretisering en uitwerking mee te denken.

59

Energie krijgen van energie maken!

Zonnepanelen op eigen woning

Duurzaam Thuis

Stefan Koopmans

Actielijn 4: Een sociale en eerlijke energietransitie door participatie en lokaal profijt Draagvlak is belangrijk om stappen te zetten in de energietransitie. In de kern gaat om het creëren van betrokkenheid zijn, mensen willen deel kunnen nemen en invloed uitoefenen. Het werken aan lokaal ‘eigenaarschap’ of ‘lokaal profijt’ helpt in het bouwen aan draagvlak. Echter, participatie is geen vanzelfsprekendheid. In bredere zin, maar ook voor ingrijpende processen als de energievoorziening in je huis, de wijk of gemeente, zal aandacht moeten zijn voor een sociale en eerlijke transitie. In die zin dat ook voor degenen die minder in staat zijn om actief te participeren, of financieel minder kapitaalkrachtig zijn, de ruimte krijgen om te participeren. Belangrijk daarbij is ook de wijze waarop bijvoorbeeld gemeenten en woningcorporaties in de sociale huur de transitie aanpakken. De verhuurdersheffing van het Rijk helpt daar overigens niet bij, ook al lijkt daar nu beweging in te komen. De provinciale regeling Duurzaam Thuis is een succes, met name ook voor lagere inkomensgroepen die niet direct een grote investering op tafel kunnen leggen. De aantrekkelijke leningen werken goed. De deelname van de Europese Investeringsbank (EIB) is hierin belangrijk, om zo ook – net als de binnengehaalde ELENA-subsidie – meer kapitaal voor de verduurzaming in Limburg én meer bekendheid te genereren.

Juist ook hier wordt actief met gemeenten samengewerkt om afstemming te zoeken met de gemeentelijke regelingen, goede voorlichting te geven over de mogelijkheden van verduurzaming en het gecombineerd benutten van bijvoorbeeld rijkssubsidieregelingen. Maar voor mensen met schulden, meerdere leningen is soms een nieuwe aanvullende financiering een brug te ver. Vandaar ook dat hier op lokaal niveau maatwerk geboden wordt door gemeenten in de aanpak van deze ‘energiearmoede’. De provincie ondersteunt gemeenten in hun aanpak van energie-armoede en is onder andere aanjager van onderzoek op dit vlak. Studenten van onderwijsinstellingen in Limburg worden hierin actief betrokken. Als Provincie hebben wij geen zeggenschap over de woonlasten, zoals de huurprijzen, de energieprijzen en de gemeentelijke belastingen. Wel wordt er nauw samengewerkt met woningcorporaties inzake verduurzaming van hun woningbezit, zodat de energielasten van de huurders afnemen. Wij zullen hiertoe ook de samenwerking met de gemeenten blijven zoeken, al dan niet in RES-verband. In diverse Limburgse gemeenten, zoals in Parkstad, zijn specifieke projecten van de grond gekomen om ook huurders te laten profiteren van de energietransitie. Dit om zoveel mogelijk mensen te ondersteunen in een sociale en eerlijke transitie de komende jaren.

60

Energie krijgen van energie maken!

Tegelijkertijd wordt volop geëxperimenteerd en worden innovatieve werkwijzen ontwikkeld om inwoners actief te laten participeren en te profiteren van de kansen die de energietransitie biedt. Daar kan op verschillende manieren uiting aan worden gegeven, zoals actieve deelname in een initiatief (bijv. via een energiecoöperatie), als particulier via bijvoorbeeld certificaten of aandeelhouderschap, of als belanghebbende in een ontwikkeling waar compensatie voor de gemeenschap aan de orde kan zijn (bijv. een profijtfonds of leefbaarheidsfonds). Deze ontwikkelingen krijgen vooral ook in de regionale energie strategieën in Limburg nadere uitwerking. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) concludeert in haar eerste analyse van de concept-RES biedingen dat er veel aandacht is besteed aan het creëren van draagvlak via lokale participatie. Tegelijkertijd staat de participatie daarmee pas aan het begin, de specifieke zoekgebieden moeten nog worden bepaald, inwoners nog betrokken worden in de volgende fase en de gemeenten moeten als bevoegd gezag, initiatieven nog beoordelen (PBL, 2020[32]).

4.1

Eigenaarschap en participatie

KPI 16: het stimuleren van 50% eigenaarschap in de periode 2020-2030 bij het realiseren van energieprojecten in Limburg en gemeenten maximaal te stimuleren en te ondersteunen zodat zij zelf projecten kunnen opstarten met lokale participatie en lokaal profijt als basisbeginsel; KPI 17: het ondersteunen van energiecoöperaties en initiatieven van onderop waarin inwoners uitgenodigd worden om een bijdrage te leveren aan de energietransitie;

Wie zijn onze strategische partners? (niet limitatief) Limburgse gemeenten, RES-regio’s, Limburgse woningcorporaties, SVn, EIB, energiecoöperaties, initiatiefnemers van duurzame opwek, ministerie EZK, EnergieSamen, Nationaal Groenfonds.

Wat gaan we daar samen met onze partners voor doen?

ƒ Wij ondersteunen de Limburgse energiecoöperaties via deelname aan het landelijke Ontwikkelfonds dat per 1-1-2020 operationeel is. Het betreft hier renteloze leningen waar veel Limburgse coöperaties gebruik van kunnen maken voor de voorbereidings- en ontwikkelkosten. De lening wordt bij ‘financial closure’ afgelost met een opslag. We voorzien daarmee in een financiële behoefte van een door coöperaties ingeschatte financiële behoefte van ongeveer 1,5 mln. euro voor een periode van vijf jaar. Daarmee dragen wij actief bij aan het bevorderen van lokaal eigenaarschap. ƒ Wij zetten de duurzaamheidsleningen van Duurzaam Thuis versneld door. Op 7 februari 2020 hebben Provinciale Staten de Verordening leningen Duurzaam Thuis vastgesteld als opvolger van de Verordening Stimuleringslening Duurzaam Thuis (uitvoering ligt bij SVn). Via deze regeling kunnen particuliere woningeigenaren en huurders een lening tegen een gunstig rentetarief aanvragen om hun bestaande woning te verduurzamen en/of levensloopbestendig te maken. Tevens is een leningovereenkomst tussen de EIB en de Provincie ondertekend, hiermee is de financiering van € 75 mln. van de EIB bevestigd, onder de voorwaarde dat deze middelen ad € 75 mln. samen met de provinciale cofinancierings-middelen ad € 75 mln. binnen drie tot vijf jaar worden uitgezet. De Provincie heeft eveneens € 3,4 mln.

ELENA subsidie ontvangen met als doel om deze versnelde uitzetting van leningen te realiseren, namelijk van € 20 mln. uitzettingen per jaar naar € 30-€ 50 mln. per jaar (vanaf 2019). Het doel is om de € 150 mln. binnen drie tot vijf jaar versneld uit te zetten. ƒ In nauw overleg met de RES-regio’s en gemeenten geven we gezamenlijk invulling aan het beginsel van ‘lokaal profijt’. Daarbij worden de opgedane leerervaringen in de casussen van windparken van o.a. Neer, Greenport Venlo en Holtum Noord breder gedeeld. Tevens worden daar lessen uit

32

61

Planbureau voor de Leefomgeving (2020). Regionale energie strategieën. Een tussentijdse analyse, 1 oktober 2020. Online beschikbaar: https://www.pbl.nl/publicaties/regionale-energie-strategieen-een-tussentijdse-analyse

Energie krijgen van energie maken!

getrokken voor nieuwe projecten. Daarbij wordt gedacht aan het uitgeven van certificaten voor zowel particulieren en voor de betrokken energiecoöperaties. Met het rendement kan de coöperatie weer investeren in zaken in het gebied. Daarnaast is het instellen van een omgevingsfonds een vorm van lokaal profijt. Bewoners van omliggende kernen mogen zelf beslissen waaraan een jaarlijkse bedrag wordt besteed. Verder kunnen omwonenden mede-eigenaar worden van de windmolens door koop van aandelen of obligaties. Al deze ‘profijtplannen’ zullen in nauw overleg met betrokken inwoners tot stand moeten komen. Daarbij vervullen de gemeenten als eerste overheid en bevoegd gezag een belangrijke rol. Als Provincie bieden wij daarin onze expertise en ondersteuning aan. ƒ In samenwerking met de Limburgse woningcorporaties wordt nauw samengewerkt als het gaat om innovatieve samenwerkingen rondom het thema verduurzaming zoals het opschalen van wijkgerichte projecten (kraamkamers) in samenwerking met gemeenten en corporaties. Naast de gemaakte afspraken met acht grootste Limburgse woningcorporaties (C8), willen wij de komende jaren ook actief de samenwerking opzoeken met die corporaties die – buiten hun verplichte eigen verduurzamingsopgaven en investeringen – een actieve bijdrage willen leveren aan de energietransitie in de Limburgse wijken.

Daarmee wordt synergie opgezocht met projecten in de Limburgse Agenda Wonen, de afspraken met gemeenten in Kwaliteit Limburgse Centra en de Regiodeal Parkstad. ƒ We jagen onderzoek aan om energie-armoede aan te pakken in onze provincie. Naar Drenths voorbeeld[33] zoeken we daartoe de samenwerking op met het Hoger Onderwijs in Limburg om studenten kleinschalig onderzoek te laten doen naar hoe we Limburgers met de kleinste beurs in de energietransitie kunnen betrekken. We ondersteunen gemeenten (financieel en/of met kennis en kunde) in hun aanpak van energie-armoede. ƒ We starten in 2021 een versnellingsteam burgerparticipatie, lokaal eigenaarschap en lokaal profijt bestaande uit vertegenwoordigers van de RES regio’s, de energiecoöperaties en de provincie om de uitvoering van KPI’s 16, 17 en 18 aan te jagen en te versnellen.

4.2

Goede informatievoorziening voor burgers, instellingen en bedrijven

KPI 18: het samen met de gemeenten realiseren van een naar tevredenheid werkende infrastructuur van publieke en onafhankelijke informatievoorziening en voorlichting voor Limburgers, instellingen en bedrijven en inzicht in de mogelijkheden van participatie in de energietransitie.

Wie zijn onze strategische partners? (niet limitatief) RES-regio’s, Limburgse gemeenten, RVO, LWV, MKB Limburg

Wat gaan we daar samen met onze partners voor doen?

ƒ Wij verkennen samen met de RES-regio’s de wijze waarop wij in Limburg kunnen komen tot beter en afgestemd onafhankelijke advies over de energietransitie voor burgers, instellingen en bedrijven. Daar werken wij ook samen met de RES-regio en gemeenten om de bestaande en nieuwe ‘ontzorgings-arrangementen’ (zoals bijv. WoonWijzer Winkel Limburg) op te zetten. Daarbij kan goed gebruik gemaakt worden van de ervaringen van de bestaande loketten en onderzoeken of bijvoorbeeld een afgestemde back-office infrastructuur tot betere informatievoorziening voor de Limburgers kan zorgen. ƒ Wij ontwikkelen samen met het Rijk (RVO) en gemeenten een verduurzamingsaanpak voor maatschappelijk vastgoed. Voornemen is om primair aan te haken bij het nationale ‘ontzorgingsprogramma’ maatschappelijk vastgoed met de focus op verduurzaming van zorggebouwen, onderwijsgebouwen, monumenten en musea en gemeentelijk vastgoed. Waar nodig ontwikkelen wij een aanvullende eigen aanpak in goed overleg met de RES-regio’s en verlenen wij financiële steun voor de uitvoering van duurzaamheidsmaatregelen.

33

62

https://atosborne.nl/artikel/sociale-cohesie-kans-in-strijd-tegen-energiearmoede/

Energie krijgen van energie maken!

Actielijn 5: Provincie geeft het goede voorbeeld 'Practice what you preach' (doen wat je zegt) is het motto van deze actielijn. De Provincie kan en wil ook zelf als bestuursorgaan en grote organisatie in Limburg het goede voorbeeld geven. Als Provincie hebben wij een verantwoordelijkheid als bevoegd gezag voor de hoofdlijnen van onze ruimtelijke afwegingen in Limburg via ons omgevingsbeleid. In het ontwerp van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) dat nu ter inzage ligt, is ook uitgebreid stilgestaan bij de ruimtelijke consequenties van de energietransitie en is de eerder opgestelde ‘zonneladder’ ook daarin verankerd. De Provincie is eveneens verantwoordelijk voor de nazorg van regionale stortplaatsen die gesloten worden en moet erop toezien dat er geen nadelige gevolgen voor het milieu optreden. Voor de vijf regionale stortplaatsen waarvoor de Provincie nu (of straks na sluiting) een zorgplicht heeft liggen er kansen om deze te voorzien van duurzame opwek van zonne-energie. Tenslotte vervult de Provincie als bevoegd gezag een rol in de vergunningverlening, het toezicht en handhaven van ongeveer 210 grotere bedrijven en organisaties in Limburg als het gaat om de energie-bespaarplicht die voortvloeiend uit de Wet Milieubeheer. Bedrijven zijn verplicht om maatregelen voor energiebesparing te treffen die binnen vijf jaar terug te verdienen zijn.

De uitvoering daarvan gebeurt via het VTH-beleid van provincies (en gemeenten). Per 1 juli 2019 is aanvullend daarop de informatieplicht energiebesparing. Dit betekent dat bedrijven nu verplicht zijn te rapporteren welke energiebesparende maatregelen ze hebben uitgevoerd. Daarnaast is de provinciale organisatie ook opdrachtgever en inkoper van vele diensten en producten. Duurzame inkoop en duurzaam opdrachtgeverschap vullen wij actief in. Deze rol hebben wij in de aanbesteding van het openbaar vervoer in 2015 ook actief vervuld door als eis op te nemen dat in de nieuwe concessieperiode het busvervoer in stappen volledig elektrisch zal zijn. Ook de provinciale gebouwen (zoals het Gouvernement) zijn de afgelopen jaren reeds verduurzaamd met warmte/ koude-syteem aansluiting op het warmtenet Ceramique. Momenteel loopt een onderzoek naar de het verder verduurzamen van het gebouw door zonne-panelen op de schuine daken van het Gouvernement evenals het benutten van de parkeergelegenheden rondom het gebouw voor duurzame opwek van energie (meervoudig ruimte-gebruik). Ook voor de andere provinciale gebouwen (denk aan Limburgse musea) wordt onderzocht op welke wijze deze verder verduurzaamd kunnen worden.

63

Energie krijgen van energie maken!

Tenslotte is er in 2019 een collectieve aanbesteding geweest van Limburg en andere provincies waar het ging om de inkoop van additionele, in Nederland opgewekte, elektriciteit en om de inkoop van groen gas. Daarmee tracht de Provincie Limburg om ten behoeve van haar gebouwen alleen duurzame opgewekte energie, derhalve energie zonder inzet van fossiele brandstoffen, te verbruiken.

5.1

Provincie als bevoegd gezag

KPI 19: wij realiseren een inhaalslag ten aanzien van de aanpassing van vergunningen met voorschriften voor wettelijk verplichte energiebesparing voor energierelevante vergunningplichtige bedrijven waarvoor wij bevoegd gezag zijn (ongeveer 210), en voeren toezicht en handhaving uit op de implementatie daarvan. KPI 20: wij stimuleren meervoudig en verantwoord ruimtegebruik en energieopwekking in Limburg via onze wettelijke taken (o.a. regionale stortplaatsen) en ruimtelijk instrumentarium (zoek- en uitsluitingsgebieden wind, zonneladder en verplichting zon-op-dak bij logistieke hallen en bedrijfsgebouwen);

Wie zijn onze strategische partners? (niet limitatief) Provincie is bevoegd gezag voor 210 bedrijven in haar VTH-beleid, Limburgse musea, Arriva, Attero, gemeenten, Enexis, Ministerie van BZK, RVO.

Wat gaan we daar voor doen?

ƒ Wij geven invulling geven aan onze rol als bevoegd gezag voor de uitvoering van de wettelijke verplichting energiebesparing. Aanpassen vergunning en uitvoeren toezicht en handhaving op realiseren maatregelen energiebesparing. De energiebesparingsplicht bij bedrijven heeft onze bijzondere aandacht en is ook verankerd in het nieuwe Beleidsplan VTH. Sinds 2018 worden Wabo-vergunningprocedures (vergunningaanvragen en meldingen) aangegrepen om voorschriften over energiebesparing op te nemen in de vergunning, worden ingediende energieonderzoeken beoordeeld en vindt handhaving plaats op niet indienen van energieonderzoek. ƒ Via convenanten en vergunningvoorschriften stimuleren wij bedrijven om energiebesparende maatregelen te nemen. De vergunningprocedures (aanvragen en meldingen) grijpen wij aan om de energiebesparingsplicht in de (bestaande) vergunning van bedrijven op te nemen, zodat op termijn alle vergunningen relevante voorschriften met betrekking tot energiebesparing bevatten. Als bedrijven geen energiebesparingsplannen opstellen of de maatregelen niet tijdig nemen, zetten we via toezicht en handhaving de bedrijven er toe aan alsnog actie te ondernemen.

ƒ Met betrokken partners stellen wij een plan voor de mogelijkheden van realisatie van zonneparken op de vier regionale stortplaatsen, waarbij prioriteit wordt gegeven aan zorgvuldigheid en verstandig milieu hygiënisch beheer van de stortplaatsen conform onze provinciale zorgplicht. ƒ Wat betreft de ruimtelijke consequenties van de energietransitie en ook de aspecten in deze provinciale energiestrategie wordt de lijn van de momenteel ter inzage liggende ontwerp Provinciale Omgevingsvisie (POVI) gevolgd. Initiatieven – ook energieinitiatieven – zullen altijd een zorgvuldige afweging vergen waarin verschillende belangen aan de orde zijn. Economische, landschappelijke en sociale belangen spelen daarbij altijd een rol. De hoofdlijnen voor afweging zijn in de POVI beschreven, gemeenten zijn vervolgens aan zet om in hun gemeentelijke omgevingsplannen (voorheen de bestemmingsplannen) op lokaal niveau deze afwegingen te maken;

64

Energie krijgen van energie maken!

ƒ Op basis van de eerste ervaringen in Montfort (vergunningsfase) wordt een stappenplan opgezet om te bezien of op deze plekken zonne-parken aangelegd kunnen worden die door de markt gefinancierd dienen te worden, maar ook verantwoord aangelegd kunnen worden (incl. oog voor natuurwaarden). Daarnaast zijn er ongeveer 200 reeds (kleinere) gesloten stortplaatsen die zijn overgedragen aan gemeenten, waar ook lokale initiatieven kunnen plaatsvinden en wij onze ervaringen ook actief mee zullen delen; ƒ In de ontwerp Provinciale Omgevingsvisie (POVI) wordt voor de ruimtelijke inpassing van zonne-energie de Limburgse zonneladder gehanteerd. Het gaat zowel om de juiste locatie als om de juiste ruimtelijke inpassing op die locatie. De zonneladder is als volgt (niet volgtijdelijk): 1. Op daken en gevels van gebouwen; 2. Onbenutte terreinen in bebouwd gebied; 3. Gronden in buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur. 4. Gronden in gebruik voor landbouw; 5. Uitsluitingsgebieden (Natura 2000 gebieden en waterwingebieden) ƒ Op dit moment gelden beperkte mogelijkheden om toepassing van zon-PV op daken af te dwingen.

De Minister van BZK zal daarvoor een wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl – opvolger van het Bouwbesluit 2012 onder de Omgevingswet) in procedure brengen waarmee gemeenten meer mogelijkheden krijgen om het duurzaam gebruik van daken na de lokale afweging ook richting burgers en bedrijven af te dwingen. Met het aanpassen van de bouwregelgeving creëert het kabinet nieuwe bevoegdheden voor gemeenten. De Provincie onderzoekt in hoeverre de provinciale verordening ingezet kan worden om te zorgen dat gemeenten hier actief gebruik van maken (bijvoorbeeld via het opnemen van een ‘instructie’ in de verordening).

Warmte-installatie Gouvernement aan de Maas

65

Energie krijgen van energie maken!

Provincie Limburg

Aron Nijs

5.2

Provincie als duurzaam inkoper en opdrachtverlener

KPI 21: wij geven invulling aan de verduurzaming van de provinciale gebouwen en duurzame opwek op bijbehorende parkeerplaatsen evenals duurzame inkoop van producten en diensten; KPI 22: Conform de OV-concessie is met Arriva afgesproken dat in 2026 alle busvervoer met zero emissie elektrisch rijdt.

Wie zijn onze strategische partners? (niet limitatief) Arriva, Limburgse musea, Limburgse steunpunten voor onderhoud provinciale wegen.

Wat gaan we daar voor doen?

ƒ De afgelopen jaren zijn diverse verduurzamingsmaatregelen bij de provinciale gebouwen gerealiseerd zoals de klimaatinstallatie inrichten op klimaatklasse B, het gasloos maken van het Gouvernement door aansluiting op het warmtenet Cèramique, een CO2-reductie 131 ton CO2 (2019) zonder compensatie en met compensatie 212 ton CO2 en is het energielabel A behaald. Verder hebben de provinciale steunpunt-locaties een ‘groen gas’ certificaat en zijn er elektrische als hybride provinciale dienstauto’s beschikbaar. Provinciale Staten worden over de voortgang jaarlijks geïnformeerd[34]; ƒ Er loopt momenteel een onderzoek naar aanvullende zon-pv op de schuine daken en parkeerplaats. Binnenkort wordt dit onderzoek afgerond en zullen GS besluit over een eventuele vervolgstappen mede in het licht van de termijn voor de nieuwe SDE+ tranche van november 2020; ƒ Eén van de doelen van dit Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) is het leveren van een concrete bijdrage aan het stimuleren van hernieuwbare energieopwekking en energie-efficiëntie. Het speerpunt Milieu heeft in het nieuwe Actieplan MVI 2020-2023 betrekking op het stimuleren van duurzaam inkopen en in het bijzonder circulair inkopen. Op basis van de jaarlijks op te stellen Aanbestedingskalender worden op voorhand inkooptrajecten geselecteerd die kansrijk worden geacht op het gebied van duurzaamheid.

Naar verwachting zal in het veel gevallen gaan om inkooptrajecten, welke betrekking hebben op de sector Grond, Weg- en Waterbouw en op facilitaire diensten en leveringen. Bij deze ‘koploper’ aanbestedingen zal duurzaamheid zoveel mogelijk meegenomen worden. Een belangrijke aspect daarbij is het inkopen van producten die zo energiezuinig zijn geproduceerd, werken die zo energiezuinig zijn gerealiseerd en diensten die energiezuinig worden geleverd; ƒ In de OV-concessie zijn afspraken met Arriva vastgelegd o.a. over verduurzaming van het busvervoer in de periode 2016-2031. Momenteel rijdt de helft van alle Arriva-bussen (95) in Limburg met zero-emissie (elektrisch). In 2026 is afgesproken dat alle bussen elektrisch rijden; ƒ In het Collegeprogramma is aangegeven dat ingezet wordt op een vergroening van de luchtvaart en wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor o.a. elektrisch taxiën en op de MAA-gebouwen en loodsen is reeds begonnen met de aanleg van zonnepanelen. In het nog te verschijnen advies van Pieter van Geel (verwacht in december 2020) zal nader worden ingegaan op de mogelijkheden voor verduurzaming van de luchthaven onderbouwd door onderzoeken zoals die daarvoor zijn uitgevoerd door het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Centrum.

ƒ Wij zoeken met het hier geschetste uitvoeringsprogramma maximale synergie met andere provinciale kaders en de daarbij horende uitvoeringsprogramma’s met programma’s en projecten.

34

66

Zie voor meest recente informatie de mededeling van portefeuillehouder aan Provinciale Staten van 3 september 2020 over het jaarlijks monitoren van de energieprestaties.

Energie krijgen van energie maken!

Randvoorwaardelijke lijn 6: Energietransitie ingebed in de leefomgeving Met de vijf actielijnen zoals hiervoor beschreven geven wij als Provincie invulling aan ons provinciale innovatieve energiebeleid. Een beleid en strategie die ook grote impact de komende jaren gaat hebben op onze leefomgeving. In algemene zin zijn de wettelijke taken en verantwoordelijkheden van de verschillende overheden vanuit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) of Wet Natuurbescherming (NB-wet) onverkort aan de orde. Tevens wordt de Handreiking 1.1 van het Nationaal Programma RES benut in de uitwerking van de RESsen. Een van de pijlers daarvan is het creëren van bestuurlijk & maatschappelijk draagvlak waarbij ook aspecten als gezondheid, veiligheid en leefbaarheid een rol spelen.

Provinciale omgevingsvisie (ontwerp) Maar ook de landschappelijke inpassing, oog van de biodiversiteit en natuurlijke waarden in Limburg zorgen voor een belangrijke afweging in de stappen die de komende jaren worden gezet. In de ontwerp Provinciale Omgevingsvisie (POVI) hebben wij daarom ook een zonneladder en voorgenomen beleid opgesteld waar richting mee wordt gegeven:

ƒ Voor de ruimtelijke inpassing van zonne-energie hanteren we de Limburgse zonneladder. Het gaat zowel om de juiste locatie als om de juiste ruimtelijke inpassing op die locatie. De zonneladder is als volgt (niet volgtijdelijk): 1. Op daken en gevels van gebouwen; 2. Onbenutte terreinen in bebouwd gebied; 3. Gronden in buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur. 4. Gronden in gebruik voor landbouw; 5. Uitsluitingsgebieden (Natura 2000 gebieden en waterwingebieden). ƒ In de Regionale Energie Strategieën wordt inzichtelijk gemaakt waar en hoe het best met behulp van wind en zon duurzame elektriciteit op land kan worden opgewekt. Wij houden vooralsnog vast aan het verbod op windturbines in uitsluitingsgebieden zoals het Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg en Natura 2000-gebieden. Wij zullen de RES’en betrekken bij het actualiseren van de uitsluitingsgebieden en voorkeursgebieden zoals opgenomen in de Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2014 (POL2014) ƒ Wij zoeken naar maximalisatie van de inzet van andere partijen en stappen in als andere partijen hun rol niet kunnen of vanuit wettelijke gronden niet mogen pakken. We hanteren daarbij het instrumentarium dat daarvoor beschikbaar is.

Tegengaan grondspeculatie Wij onderzoeken de mogelijkheden om zover deze binnen onze overheidsbevoegdheden liggen (ook samen met gemeenten) te bezien hoe grondspeculatie voor bijvoorbeeld toekomstige zoekgebieden duurzame opwek en/of potentieel van (minder diepe) geothermie tegengegaan kan worden. Dit om ook de lokale omgeving en omwonenden vanuit de lokaal profijt gedachte maximaal de mogelijkheid te bieden om hierin betrokken te worden. De Wet voorkeursrecht gemeenten kan bijvoorbeeld toegepast worden om controle te houden op de oprichting van toekomstige zonneparken of windparken. De gemeente Laarbeek heeft in maart 2020 deze wet als eerste in Nederland ingezet inzake de ontwikkeling van toekomstige zonneparken en windparken. In Midden-Limburg zijn goede ervaringen opgedaan met gemeenten samen. Daar is opgetrokken om (markt)partijen actief uit te dagen om projecten in te dienen. Aan deze projecten werden een aantal criteria gesteld. De ingediende projecten zijn door gemeenten beoordeeld en het project dat het best voldeed aan de criteria kreeg medewerking van de gemeente voor planologische uitwerking. Deze aanpak is nu op meerdere plaatsen toegepast en selecteert op kwaliteit. Niet op wie het eerst komt, het eerst maalt.

De procedure heeft geen wettelijke basis, maar het heeft wel gefunctioneerd en kan grondspeculatie voorkomen, omdat grondpositie niet op voorhand een project betekent. Sterker, de wijze waarop grond is verworven en de manier waarop de omgeving daarvan profiteert, kan worden meegenomen in de criteria.

67

Energie krijgen van energie maken!

Windpark Neer

68

Provincie Limburg

Peter Wijnands

Energie krijgen van energie maken!

Milieu- en leefbaarheidsaspecten De Provincie voert haar monitoringstaken ten aanzien van de milieuaspecten uit conform haar wettelijke bevoegdheid en daarbij behorende taken en rollen. Als het gaat om leefbaarheidsaspecten in woonwijken is de gemeente het bevoegd gezag om hier te handelen. Via de ruimtelijke ordeningstaken van de gemeente vindt een belangenafweging omtrent de combinatie van activiteiten die in een gebied acceptabel worden geacht. De gemeente stemt hierin af met de Provincie onder meer als in dat gebied provinciale wegen liggen of zware industriële activiteiten waarvoor de Provincie het bevoegde gezag is (in het kader van de Wabo). Waar nodig vanuit de integrale samenhang zal de Provincie op basis van een verzoek van partijen in het gebied een bemiddelende rol in de afstemming spelen. Er geldt voor wind-projecten in het bijzonder een vergunningplicht beperkte milieutoets. Dat houdt in dat vanuit het bevoegd gezag voorwaarden kunnen worden gesteld aan de bouw van deze projecten. Voor de milieuaspecten geldt, dat moet worden voldaan aan het activiteitenbesluit waarin onder andere normen, blootstellingeisen, worden gesteld ten aanzien van geluid, slagschaduw en waarin afstandseisen zijn opgenomen over de aanwezigheid(beperkt)kwetsbare objecten. Om te voorkomen dat ongelukken gebeuren met windturbines, moeten windturbines aan strenge veiligheidseisen voldoen.

Daarnaast is de locatiekeuze van de molens van belang waarbij de (externe) veiligheidsrisico’s voor de omgeving goed in kaart worden gebracht en worden beoordeeld. Allereerst moeten alle windturbines op veiligheid goedgekeurd en gecertificeerd zijn. Als ze in gebruik zijn worden ze jaarlijks opnieuw gecontroleerd. Bij de locatiekeuze moeten afstanden in acht worden gehouden waarmee een basisveiligheidsniveau geborgd is.

Onderzoek naar relatie energietransitie en biodiversiteit Wij leveren een bijdrage aan landelijk onderzoek naar de relatie tussen zonneparken en biodiversiteit welke via een werkgroep van het IPO momenteel wordt uitgevoerd. Aan de hand van een meetprotocol is het onderzoek erop gericht om tot richtlijnen te komen voor het ontwerp en beheer van natuur-inclusieve zonneparken. In het verlengde van dit onderzoek willen wij de ecologische effecten in kaart brengen van een drijvend zonnepark zoals beoogd door Limburgs Landschap in Maasgouw. Dit zullen wij nader uitwerken in de nog aan uw Staten toe te sturen Beleidsbrief ‘Natuur en Energie’. Tevens zijn er diverse initiatieven in Limburg waar bijvoorbeeld rondom de inrichting van zonneparken geëxperimenteerd wordt om op deze locaties tevens een nieuwe impuls te geven aan de biodiversiteit door bijvoorbeeld de panelen hoger te plaatsen en eronder ruimte te bieden voor bloemmengsels. Ook meervoudig grondgebruik in de tuinbouw is een mooie combinatie van het werken aan economie, natuur- en waterbeheer, en energietransitie. Deze ontwikkelingen zullen wij als Provincie ook verder stimuleren.

69

Energie krijgen van energie maken!

Impuls voor biodiversiteit - Bloemmengsels onder zonnepanelen

Provincie Limburg

Shutterstock

6. Financieel overzicht 2020 - 2023

In het Collegeprogramma Vernieuwend Verbinden en de Herfstbrief 2019 is er 40 mln. euro opgenomen voor Duurzaamheid en Energie. In de recente mededeling van de gezamenlijke portefeuillehouders van 21 augustus 2020 zijn Provinciale Staten geïnformeerd over de actuele stand van zaken[35]. Voor het onderdeel Energie is er in totaal 17,96 mln. euro beschikbaar. Daarbij is aangegeven dat er voor het onderdeel Energie, reeds vooruitlopend op de inhoudelijke en financiële besluitvorming over deze Provinciale Energie Strategie (deel 2) de volgende besluiten zijn genomen:

ƒ Er is 2,25 mln. euro gealloceerd voor werkprocessen rondom energietransitie en bijdragen aan een beperkt aantal projecten die reeds besluitvorming vereisten. De financiële consequenties zijn verwerkt in de besluitvorming bij de Herfstbrief 2019, de Eindejaarbijstelling 2019 en de 1e Afwijkingenrapporage 2020; ƒ Er is door Provinciale Staten bij het vaststellen van het statenvoorstel Uitgangspunten Provinciale Energie Strategie deel 1 via het gewijzigde amendement 61 Berghorst c.s. 3,0 mln. euro beschikbaar gesteld voor o.a. onderzoeken als de systeemstudie en voor geothermie, een bijdrage aan de Waterstofagenda, ondersteuning van energiecoöperaties en corporaties en aanpak voor laadpalen-infrastructuur (zie het amendement voor de specifieke verbijzondering). Daarmee is er eveneens een eerste invulling gegeven voor activiteiten die in 2020 van start kunnen gaan. Dit betekent dat er voor nieuwe initiatieven in het kader van het uitvoeringsprogramma 2020-2023 nog 12,7 mln. euro beschikbaar is voor nieuwe activiteiten de komende drie jaar. Daar het amendement 61 voorziet in de benodigde middelen voor 2020 welke ook naadloos passen binnen het uitvoeringsprogramma en gezien de besluitvorming van Provinciale Staten is voorzien voor 11 december 2020, doen wij in het voorstel om de 12,7 mln. euro te verdelen over de jaren 2021-2023.

In het statenvoorstel van november 2020 zullen wij – tevens gehoord de opvattingen van de Statencommissie hierover – met een definitief financieel voorstel komen. Veel van de middelen die wij de komende jaren willen inzetten zullen nog nader uitgewerkt worden in concrete projectvoorstellen en in nauw overleg met onze partners. Vandaar ook dat wij een financiële verdeling gemaakt hebben op actielijn-niveau. Over de wijze waarop wij deze verder concretiseren in de onderliggende deelthema’s en concrete projectvoorstellen zullen wij in de voortgangsrapportages vermelden. Wij zien daarbij de volgende financiële verdeling voor het geschetste uitvoeringsprogramma voor de jaren 2021-2023:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14098014/1