Milieueffectrapport
Tekst van het document
33
Sinds 2007 is de houten achtbaan Troy als ware blikvanger van Toverland al van veraf te zien (zie afbeelding 2. 1) . Tot op de dag van vandaag is Troy met een baanlengte van 1. 077 m , een hoogte van 35 m en een topsnelheid 90 km/h nog altijd de langste , hoogste en snelste houten achtbaan van de Benelux. In 2010 is het gebied rondom Troy verder uitgebreid en ingericht. Dit is het gebied ‘Ithaka’ , het thuisland van de Griekse mythologische held Odysseus. Na een aanvankelijke gestage groei , stabiliseerde omstreeks 2007 het aantal bezoekers tot ongeveer een half miljoen per jaar (zie ook afbeelding 2. 6) . Dit is
aanleiding geweest voor een strategische beleidswijziging binnen Toverland en de start van de transformatie van een indoor pretpark voor kleine kinderen naar een all weather themapark voor het hele gezin. Deze transformatie omvat drie belangrijke pijlers , te weten van indoor naar all weather , van kleine kinderen naar de extended family , en van pretpark naar themapark. Met name het laatste aspect is van grote invloed op de ladderonderbouwing , omdat het hierbij gaat om het soort beleving dat een gast nastreeft en de belevenis die daardoor vanuit het park aangeboden dient te worden. Deze nieuwe strategie was als eerste zichtbaar door een sterkere thematisering van de eerste hal. In 2012 is het succes van het park door ANWB-leden bekroond met de titel ‘Leukste uitje van Nederland’.
Afbeelding 2. 1 Houten achtbaan Troy.
Afbeelding 2. 2 Overview
over
de Magische Vallei
De opening van de fraai gethematiseerde ‘Magische Vallei’ (zie afbeelding 2. 2) in 2013 die door Dwervels
wordt bewoond , maakte Toverland met acht nieuwe attracties (waaronder een draaiende achtbaan en een wildwaterbaan , zie afbeelding 2. 3) ineens anderhalf keer zo groot. Hiermee heeft Toverland definitief een volgende stap gezet in de ontwikkeling naar een ‘volwassen’ en volwaardig themapark dat niet alleen voor jonge kinderen , maar ook voor de oudere doelgroepen volop te bieden heeft. In 2015 is deze groei verder vorm gegeven met de opening van de gethematiseerde bobsleebaan
Maximus’ Blitz Bahn.
34
Afbeelding 2. 3 Wildwaterbaan in de Magische Vallei
Om de groei van het park in goede banen te leiden , zijn in 2018 het parkeerterrein en de
entree van het park verplaatst van de zuid- naar de westzijde van het park en is het nieuwe
entreegebied ‘Port Laguna’ geopend (zie afbeelding 2. 4) .
Gelijktijdig met het nieuwe entreegebied is ook het nieuwe themagebied ‘Avalon’ ontwikkeld met een fraaie boatride Merlin’s Quest en de spectaculaire wing coaster Fenix (zie afbeelding 2. 5) . In 2023 zijn vier nieuwe attracties aan dit themagebied toegevoegd en is het verder gethematiseerd.
Afbeelding 2. 4 Het nieuwe entreegebied Port Laguna De waardering van Toverland groeit , ook internationaal , zo blijkt onder andere uit de toekenning van de European Star Award voor Beste Attractiepark.
Door de eerdergenoemde strategiewijziging en
steeds verder doorgevoerde thematisering van het park , is Toverland ook steeds aantrekkelijker geworden voor evenementen waaronder zakelijke evenementen en bedrijfsfeesten. In de zomerperiode vinden de inmiddels traditionele midzomeravonden plaats. Het park is dan langer geopend en er zijn extra shows en live entertainment aanwezig. Een aantal avonden wordt afgesloten met een vuurwerkshow. In de maand oktober (en begin november) staat Toverland jaarlijks in het teken van Halloween.
Afbeelding 2. 5 Wing coaster Fenix Sinds 2020 is het mogelijk om in de zomerperiode te overnachten op het terrein van Toverland. Op het parkeerterrein P3 bij de oorspronkelijke ingang is toen een tijdelijke pop-up-camping gerealiseerd. Vanwege het succes hiervan is besloten dit te continueren. Toverland heeft ideeën voor een meer structurele voorziening die qua uitstraling aansluit op het themagebied Ithaka: het Camp Resort. De bezoek (ers) aantallen nemen (met uitzondering van de jaren 2020 en 2021 als gevolg van de gedwongen parksluiting tijdens de COVID-pandemie) gestaag toe zoals ook blijkt uit afbeelding 2. 6. Toverland staat momenteel in de top vijf van grootste attractieparken in Nederland.
35
Afbeelding 2. 6 *
Bezoekersaantallen per jaar*
2020 kende een gedeeltelijke sluiting van het park i. v. m. de algehele lockdown vanwege COVID-19. Ook in 2021 was sprake van een gedeeltelijke parksluiting. Toen kwam het totale aantal bezoekers uit op 717. 500. In 2022 lag het bezoekersaantal op 1. 032. 000
Afbeelding 2. 7. Schematische samenvatting ontwikkeling Toverland in de afgelopen jaren
2. 3
Trends in de branche en groeiambities van de initiatiefnemer Om de verdere groei en transformatie tot internationaal themapark resort verder uit te bouwen , is het van belang om op frequente basis nieuwe attractiewaarde te realiseren. Daarmee wordt in de eerste plaats de gemiddelde verblijfsduur en gasttevredenheid bij bestaande bezoekers verhoogd. Dit leidt tot noodzakelijk herhaalbezoek. Daarnaast heeft het ook een aantrekkende werking op nieuwe bezoekers van verder weg gelegen gebieden. Naarmate de attractiewaarde toeneemt , zijn bezoekers namelijk bereid om er verder voor te reizen. Welk type attracties en in welke vorm , met welke hoogtes en bijbehorende voorzieningen is op voorhand nog niet af te bakenen. De zeer innovatieve leisuremarkt verandert immers snel en de behoeftes van de bezoekers ook. Hier wil Toverland zo flexibel mogelijk op kunnen inspelen , net zoals Toverland dit de afgelopen jaren reeds succesvol gedaan heeft.
36
Een essentieel onderdeel
Attractiepark Toverland bestaat uit het toevoegen van verschillende (gethematiseerde) verblijfsrecreatieve voorzieningen om hiermee langduriger verblijf binnen het park mogelijk te maken en het verzorgingsgebied van het attractiepark te vergroten. Hierbij zal sprake zijn van een fasegewijze ontwikkeling , in lijn met de ontwikkeling van de overige voorzieningen van het attractiepark en de behoeftes van de vormen
van
de groeiombities
van
van
bezoekers.
verblijfsrecreatieve voorzieningen worden geïntegreerd in het bestaande themapark en maken hier dus ook uitdrukkelijk onderdeel van uit. Er is kortom géén sprake van zelfstandige verblijfsrecreatie. Bezoekers aan het resort nemen niet enkel verblijf of maar ook toegangsbewijzen tot het park voor de dagen dat zij verblijven op het Resort. Het verblijf zal dus altijd in combinatie met een bezoek aan het park plaatsvinden. Hiermee wordt de bezoekers niet enkel verblijf geboden , maar vooral een uitbreiding van het vnieke belevingsconcept Toverland (in lijn met de strategische beleidskeuze uit 2011} in de vorm van een onderdompeling van verblijf in een volledig gethematiseerde wereld (in detail uitgewerkt op de aspecten kwaliteit , prijs en voorziening). Thematisering en beleving zijn daardoor ook voor de verblijfsrecreatie een essentieel onderdeel van het totaalconcept. De
In het kader
van de groeiambities van Attractiepark Toverland is het van belang om een goed beeld te verkrijgen van het aantal bezoek e rs voor de komende 25 jaar. D((ggeeaannooN potenfiële i m i s e e r d ) leisvre Consultancy heeft daarvoor een methode ontwikkeld waarbij rekening wordt gehouden met de volgende factoren [1]: -_Marktootenfieel (hoeveel mensen wonen er in het verzorgingsgebied en hoeveel toeristen komen er jaarlijkse} -_Marktoenetratie (hoeveel procent van de bovenstaande aantallen zullen het park gaan bezoeken?) -___Capacteitsbeperkingen (voornamelijk samenhangend met de grootte van het beschikbare land) Herinvesteringsstrategie (PG- versus TG-herinvestering). Permanente groei [PG}investeringen zijn gericht op het doorgroeien in bezoekaantallen. Tijdelijke groei (TGHinvesteringen zijn bedoeld om de bezoekaantallen op niveau te houden. -__
Bij het bepalen e e e ©
het marktpotentieel zijn de volgende vier marktsegmenten opgenomen: markt , doelgroep binnen 60 minuten reisafstand. _ Secundaire residentiële markt , doelgroep tussen 60 120 minuten reisafstand. _ Binnenlands toeristische markt , binnen 60 minuten reisafstand (netto aantallen). _ toeristen Internationale binnen 60 minuten reisafstand. van
Primaire residentiële
-
De reden voor deze park gaan bezoeken
vierdeling heeft te maken met het verschil in waarschijnlijkheid dat de betreffende segmenten het (de marktpenetratiegraden). Over het algemeen kan gesteld worden dat toeristen tot maximaal 1 vur reistijd over hebben voor een bezoek aan een attractiepark. Dot is niet voor elk park hetzelfde. Bij binnenlandse toeristen wordt gekeken naar de netto aantallen toeristen. Dit betekent dat de bruto-cijfers van het aantal toeristen dat binnen een vur reistijd vanaf Sevenum verblijft wordt gecontroleerd voor het aantal toeristen dat tevens inwoner in het primaire of secundaire verzorgingsgebied is. Een inwoner uit Eindhoven die op een camping in Arcen verblijft zou anders tweemaal worden meegeteld in het bepalen van het marktpotentieel (eenmaal als inwoner in de primaire residentiele markt en eenmaal als binnenlandse toerist}. Dat zou een overschatting van het marktpotentieel teweegbrengen. Op de navolgende afbeelding zijn de reisafstanden naar Toverland grafisch weergegeven. Het valt op dat de lijnen een grillig verloop laten zien. Dit komt omdat er rekening is gehouden met de aanwezige infrastructuur , waardoor niet overd dezelfde afstand in een bepaalde tijd gereden kan worden.
37
Minutes
Im
30
En
90
ü
NETHERLANDS
Dm 50
Afbeelding
2. 8
Marktpotentieel op basis
van
reisafstanden
van
en naar
Sevenum.
Op basis van de in de ladderonderbouwing [1 ] genoemde analyses en overwegingen is geconcludeerd dat Toverland in 2046 in principe op 48, miljoen bezoekers per jaar kan rekenen. Gecontroleerd voor de groei en de dynamiek in de Nederlandse markt wordt verwacht dat Toverland met de strategie richting internationaal themapark resort in 2046 mln bezoeken ?%an uitkomen. De kansen voor Toverland doen zich richting 2046 voordl voor in uiteindelijk op ruim 374 , de Duitse markt en het volledige secundaire verzorgingsgebied (waaronder Nederland). Trends en ontwikkelingen Dat de Evropese top 20 van attractieparken voor 80% uit themaparken bestaat terwijl het percentage themaparken onder alle Europese attractieparken slechts 10% bedraagt (zie paragraaf 2.1} , is niet zonder reden. Themaparken sluiten heel goed aan bij een aantal belangrijke trends die in de markt zichtbaar zijn. Met name het ondergaan van betekenisvolle belevingen is een hele belangrijke. Sinds eind jaren negentig van de vorige eeuw is de trend van beleving in opkomst. In een markt van overvloed , overdaad en welvaart verlangt de consument niet alleen naar belevenisvolle belevingen , maar steeds meer naar betekenisvolle. Van Erlebnis naar Erfahrung. De rol van authenticiteit wordt daarbij steeds groter.
Daarnaast zien we het belang van storytelling en thematisering steeds groter worden , alsmede de behoefte aan immersion. Door deze trends te combineren , zie je dat themaparken op een nagenoeg perfecte wijze aansluiten bij de vidige maatschappelijke trends en ontwikkelingen. Themaparken bieden immers een Erfahrung door gebruik te maken van storytelling , thematisering en immersion. En de betere themaparken doen dat op een authentieke wijze.
M((ggeeaannooNi m i s e e r d ) beschrijf
op blooloop. com de trends voor de markt van attracties en experiences voor het jaor 2022 en verder. het belang van bovenstaande reeds genoemde trends schetst zij de technologische ontwikkelingen die door Corona versneld hebben plaats gevonden. Een van de belangrijkste ontwikkelingen op dit gebied is het vooraf reserveren van entreetickets. Hierdoor zijn parken beter in staat om capaciteit en vraag op elkaar af te stemmen. Dit leidt ot een betere gastbeleving , maar gelijktijdig ook tot een efficiëntere en effectievere parkoperatie. Ondersteund door andere technologische ontwikkelingen , zoals virtualisering , digitalisering , contactloze interacties (waaronder gezichtsherkenning} en bijvoorbeeld de uitbreiding van de metaverse kunnen themaparken zo op een nog betekenisvollere en meer diepgaande wijze verhalen vertellen aan hun bezoekers. aast
2
Er
aan
38
onderscheid tussen bezoekers en bezoeken. Door het toevoegen van verblijfsrecreatie kan een bezoeker meerdere het affractiepark brengen. Ook bijvoorbeeld abonnementhouders brengen gewoonlijk meerdere bezoeken in een jaar.
is een
bezoeken
duidelijke ontwikkeling naar duurzaamheid , bewustzijn voor klimaatverandering , natuurlijke landschappelijk inpassing van attracties en inclusiviteit. De 17 sustainable van de development goals (SDG's} Verenigde Naties beginnen ook binnen de markt van attractiepark langzaamaan op de agenda te komen. Attractieparken zijn een belangrijk onderdeel van de maatschappij en worden zich steeds meer Daarnaast zien
de afgelopen jaren
we
interesse in
bewust
en
hun rol hierin.
van
Realiseren
een
nieuwe
van
aftracties
D((ggeeaannooNi m i s e e r d ) eeft ore situaties geschetst waarin attractieparken
zich kunnen bevinden en die relevant zijn in het kader van de betreffende Dit betreft herinvesteringen parken. permanente groei , tijdelijke groei en afdakking van afname in bezoekaantallen. Gegeven de relatie tussen de tot dusverre gerealiseerde penetratiegraden van Toverland en het marktpotentieel kan Toverland de komende decennia rekening houden met een permanente groei. Deze groei zal in eerste instantie progressief verlopen , maar kan in de loop van de tijd een meer degressief verloop laten zien. Dat wil zeggen dat de investeringen steeds hoger (en/of frequenter} moeten zijn om hetzelfde effect te bereiken. De budgetbeslissing bestaat vit de hoogte van de investering (vaak ofgezet als percentage van de omzet van een park} en de timing van deze investering. Europese attractieparken besteden circa 10-12% van hun jaarlijkse omzet aan erinvesteringen in het park. Vaak zien we dat dit in de vorm van zogenaamde investeringsgolven plaatsvindt , waarbij bijvoorbeeld het eerste jaar 20% van de omzet wordt geïnvesteerd , gevolgd door twee jaar op rij slechts 5%. Gemiddeld geeft het betreffende park dan 10% per jaar vit , alleen is dat niet elk jaar precies 10% [1]. voor
overland heeft sinds haar opening een andere strategie gevolgd. Het park geeft significant meer uit dan het gemiddelde attractiepark in Europa , en doet dar gelijktijdig met een wat lagere frequentie dan de meeste parken doen. De reden voor deze hoge investeringen is de permanente groei die voor het park mogelijk is , waardoor de hogere investeringen over een langere periode terugverdiend kunnen worden. Een andere belangrijke reden voor de hogere investeringen is et gegeven dat de toekomstige bezoekaantallen vanuit een verder weggelegen gebied gerealiseerd moeten worden. Om deze gasten te overtuigen een bezoek aan het park te brengen , moet de aftracfiewaarde de moeite van een langere reis waard zijn. De concurrentie doet zich daarmee niet meer alleen regionaal voor , maar landelijk of zelfs internationaal. Om de verwende en veeleisende consument naar het park te trekken , zijn hoge investeringsbudgetten
nodig.
Naast het aantrekken
bezoeke rs is het realiseren van herhaalbezoek bij bestaande bezoekers een belangrijk argument voor herinvesteringen. Welk type atracties en in welke vorm , met welke hoogtes en bijbehorende voorzieningen benodigd zijn , is op voorhand nog niet af te bakenen. De zeer innovatieve leisuremarkt verandert immers snel en de behoeftes van de bezoekers ook. Hier wil Toverland zo flexibel mogelijk op kunnen inspelen. van
nieuwe
Verblijfsrecreatie
Het aanbieden van [diverse vormen van) verblijfsrecreatie is naast de realisatie van nieuwe attracties een tweede essentiële voorwaarde voor het realiseren van de groeïiambities. Door verblijfsrecreatie aan te bieden , gecombineerd met een meerdaags bezoek aan het themapark , wordt de doelgroep vergroot. Deze doelgroep bestaat dan voornamelijk uit de secundaïre residentiële markt (doelgroep tussen 60-120 minuten reistijd). Het intemationale marktaandeel is aanzienlijk groter door de ligging van Toverland dichtbij de Duitse grens. Het internationale marktaandeel is daarom ook substantieel groter dan bij andere attractie/themaparken zoals de Efteling. De potentiële doelgroep wordt hiermee minimaal verdubbeld. De tijdelijke pop-vp-camping die sinds 2020 op het parkeerterrein van Toverland jaarlijks verrijst , toont aan dat er duidelijk behoefte is aan verblijfsrecreatieve voorzieningen. Zo vonden er in 2020 ca. 10. 000 overnachtingen plaats in de 54 door Toverland ingerichte popup tenten of vrije camping staanplaatsen. In 2021 is het concept groter neergezet is verdubbeld. Van belang is ook de geografische herkomst van met als resultaat dat het aantal overnachtingen in 2021 de verblijfsgasten: 334% komt van 45-90 min rijden en 40 , 1% van 90+ min. rijden. Dit in vergelijking met , en 209% voor reguliere daggasten.
Er is dus een grote algemene behoefte van gasten om te respectievelijk 269% , , overnachten bij Toverland. Verder blijkt hieruit dat het park de aantrekkingskracht heeft om een tot nu toe onaangesproken markt naar zich toe te trekken als het de mogelijkheid tot verblijf biedt. Met de van
groei
van
consumenten.
de verblijfsaccommodaties wordt ingespeeld op de toenemende Van belang hierbij is dat de verblijfsrecreatieve accommodaties
behoefte een
hoge
aan
meerdaagse bezoeken
mate van
uniciteit
kennen.
39
Alle verblijfsrecreatieve voorzieningen worden gethematiseerd in de sfeer van (onderdelen van) Attractiepark Toverland. Het spreekt daarmee ook de volgende doelgroep aan: gasten in de breedste zin die een ‘around the clock’ maar relatief kort verblijf willen in de gethematiseerde wereld. De verwachting is dat bezoekers gemiddeld ca. 1 , 5 nacht verblijven (short-time verblijfsduur) . Door deze hoge mate van uniciteit , de shorttime verblijfsduur , gekoppeld aan het attractiepark en met inbegrip van de thematisering , is van concurrentie om verblijfsaccommodaties in de omgeving niet tot nauwelijks sprake. Het initiatief en concept is toegelicht aan / besproken binnen de regiowerkgroep vrijetijdseconomie waarin regiogemeenten en de provincie Limburg zitting hebben. Hierin is bovenstaande onderschreven en akkoord bevonden.
Wel is als aandachtpunt meegegeven dat de toevoegingen van verblijfsrecreatie in balans moeten blijven met de toevoegingen van de dagrecreatie en de regionale balans tussen vraag en aanbod niet ingrijpend verstoord raakt en aandacht is voor duurzaamheid , verkeersafwikkeling en arbeidsmarkt.
2. 4
Doelstelling Op grond van het voorgaande is de doelstelling voor het initiatief gedefinieerd als ‘Het bieden van een flexibel ruimtelijk
kader waarmee invulling kan worden gegeven aan de groeiambities van de initiatiefnemer waarbij , met aandacht voor de omgeving , zowel het attractiepark wordt uitgebreid als diverse vormen verblijfsrecreatie mogelijk wordt gemaakt’.
40
3
BELEIDSKADER EN TE NEMEN BESLUITEN In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan het vigerend beleidskader dat voor dit MER van belang is. Daarnaast wordt ingegaan op de besluiten die nog genomen moeten worden ten behoeve van de realisatie van de herinrichting van Toverland. In paragraaf 3. 1 wordt ingegaan op het ter zake doende beleid op de diverse overheidsniveaus. In
paragraaf 3. 2 wordt het wettelijk kader behandeld.
3. 1
Beleidskader In deze paragraaf wordt kort ingegaan op de diverse ter zake doende beleidsdocumenten. In onderstaande tabel wordt
de invloed van dit beleid op de realisatie van Toverland weergegeven
Samenvatting van het ter zake doende internationaal beleid Tabel 3. 1 Beleid Korte omschrijving Invloed op het plan Habitatrichtlijn (HR) [2] Bescherming van gebieden die van belang Mogelijk. De Deurnsche Peel & Mariapeel (circa 1 , 9 km ten westen van het zijn voor het voortbestaan van bepaalde leefomstandigheden voor flora en fauna. plangebied) is aangewezen als HRgebied. Kans op beïnvloeding nader te onderzoeken in natuurtoets. Vogelrichtlijn (VR) [3] Bescherming van gebieden die een bijzondere Mogelijk. De Deurnsche Peel & Mariapeel status hebben voor de instandhouding van (circa 1 , 9 km ten westen van het (bepaalde) groepen vogels. plangebied) is aangewezen als VRgebied. Kans op beïnvloeding nader te onderzoeken in natuurtoets. Natura 2000 [4] Europees netwerk van beschermde gebieden , Mogelijk. In natuurtoets onderzoeken of Vogel- en Habitat-richtlijngebieden maken negatieve effecten op instandhoudingsautomatisch onderdeel uit van Natura 2000 doelen van nabijgelegen Natura 2000gebieden kunnen worden uitgesloten. Kaderrichtlijn Water Europese richtlijn gericht op het verbeteren van Nee. De watergangen binnen in de (KRW) [5] de kwaliteit van de watersystemen. Hierbij omgeving van het plangebied zijn niet gaat het met name om vermindering van genoemd in de KRW. lozingen , duurzaam watergebruik en het terugdringen van grondwaterverontreiniging.
[6] Europees verdrag ter behoud van het Ja. Ten behoeve van de voorgenomen Verdrag van Malta archeologisch bodemarchief. Heeft inmiddels activiteiten zullen plaatselijk vergravingen doorwerking gekregen in de Wet op de nodig zijn. Uitvoering van archeologisch archeologische monumentenzorg (zie onderzoek verplicht nationaal beleid en wetgeving) .
41
Tabel 3. 2 Beleid
Structuurvisie
Samenvatting van het ter zake doende nationaal beleid Korte omschrijving
Infrastructuur en ruimte (SVIR) [7]
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening , (Barro) [8]
Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor Duurzame
verstedelijking [8]
Structuurvisie
Buisleidingen 20122035 [9]
Nationale
Omgevingsvisie (NOVI) [10]
42
Algehele toekomstvisie van het Rijk hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028 en is aangegeven welke nationale belangen daarbij aan de orde zijn. De SVIR zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet over gaan in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) [10] , zie onder. In het Barro stelt het Rijk regels ter bescherming van de nationale ruimtelijke belangen zoals benoemd in de SVIR. Er zijn onder meer regels opgenomen ter bescherming van hoofdvaarwegen , erfgoed en hoofdwegen. Regels ten aanzien van hoofdwegen zijn uitgewerkt in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) . Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken , is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Hierin is opgenomen dat bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen , waaronder recreatie , aangetoond moet worden dat deze ontwikkeling is voorzien in een behoefte. In geval dat de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt , moet een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Structuurvisie Buisleidingen is een visie van het Rijk waarmee het Rijk voor de komende 20 tot 30 jaar ruimte wil reserveren in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen.
Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen voor het transport van aardgas , olieproducten en chemicaliën , die provinciegrens- en vaak ook landgrensoverschrijdend zijn. De NOVI is vooruitlopend op de Omgevingswet vastgesteld. De SVIR zal dan komen te vervallen. De NOVI is één integrale visie , waarin het duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland tot 2050 staat omschreven. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid , waarbij de maatschappelijke opgaven en de rol van het Rijk in het uitvoeren van deze opgaven staan omschreven.
Invloed op het plan Ja. Wanneer aan de Ladder van Duurzame verstedelijking (Bro) en aan het Barro wordt voldaan , wordt tevens aan de SVIR voldaan. Aandacht voor eventuele beïnvloeding nationale belangen , waaronder het hoofdnetwerk voor vervoer van gevaarlijke stoffen via buisleidingen en belang van zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Ja , het Barro stelt kaders voor het bouwen nabij buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het Barro vervangen door het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving) Ja , Voorgenomen activiteit dient te worden
aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het Bestemmingsplan met Verbrede Reikwijdte dient een ladderonderbouwing te worden opgenomen.
Ja. In het zuidwestelijk deel van het plangebied is een 70 m brede
reserveringszone aanwezig voor toekomstige buisleidingen , zie ook Barro
[8] .
De uitbreiding van Toverland is geen
belemmering voor het nationaal belang inzake het waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis) leidingen. Bovendien wordt bij de planvorming rekening gehouden met de diverse milieuaspecten die aansluiten bij de NOVI.
Samenvatting van het ter zake doende provinciaal en regionaal beleid Tabel 3. 3 Beleid Korte omschrijving Invloed op het plan Omgevingsverordening De provincie Limburg heeft op 12 december Ja , bevat onder andere begrenzing van 2014 [11 , 12] 2014 Limburg de Omgevingsverordening Limburg het Natuurnetwerk Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het POL2014 [11] juridische binding te geven. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt deze vervangen door nieuwe omgevingsverordening. Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 hebben PS de Ja , provinciaal toetsingskader voor (POVI) [13] omgevingsvisie Limburg vastgesteld. Deze is ruimtelijke planen op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt het POL 2014 [11] . De POVI is een strategische lange termijnvisie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen als wonen , infrastructuur , water , milieu , natuur , landschap , bodem , ruimtelijke economie , luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden aspecten gezondheid , veiligheid en een gezonde leefomgeving meegenomen. Beleidskader Bodem Het beleidskader bodem 2016 beschrijft het Ja , noodzaak tot het uitvoeren van 2016 [24] provinciale beleid voor de aanpak van milieuhygiënisch bodemonderzoek.
bodemverontreiniging in Limburg en de consequenties voor de beoordeling van saneringsplannen , ruimtelijke plannen , omgevingsvergunningen en
Nota bodembeheer Limburg-Noord 20202029 [47]
Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021 [25]
Mobiliteitsplan Limburg [26]
toepassingsmogelijkheden van verontreinigde grond Regionaal bodembeleid van 15 gemeenten in Noord- en Midden-Limburg. Nota beschrijft hoe de regio omgaat met bodemverontreiniging en welke mogelijkheden er zijn voor het toepassen en hergebruiken van grond. Bevat tevens bodemfunctieklassenkaart , ontgravingkaart en toepassingskaart. Dit plan beschrijft het provinciale waterbeleid ten aanzien van hoogwaterbescherming in de Maasvallei , de aanpak van regionale wateroverlast en watertekorten mede in verband met klimaatverandering , het behoud en herstel van beken en waterrijke natuurgebieden en verbetering van de waterkwaliteit (uitvoering KRW) , drinkwatervoorziening en grondwaterbeheer. Momenteel werkt de provincie aan de voorbereiding van een nieuw provinciaal waterprogramma voor de periode 20222027. Streven naar toekomstbestendige ,
toegankelijke , slimme , schone en grenzeloze mobiliteit zodat mensen zich naar wens en
Ja , kaarten geven indicatie
hergebruiksmogelijkheden grond en actuele chemische kwaliteit van de bodem.
Ja , instandhouding duurzaam
watersysteem , rekening houdend met aanwezige watergangen en
klimaatveranderingen
Ja passend binnen streven naar
versterking vrijetijdseconomie.
43
Beleidsprogramma archeologie 20202023 [27]
Nota Landschap
Verbindt Limburg [28]
Landschapskader Noord- en MiddenLimburg [29] Natuurbeheerplan Limburg 2022 [30] Waterbeheerprogramma (WBP) 2022-2027 [31]
44
behoefte vrij kunnen bewegen. Versterken van de vrijetijdseconomie is hierbinnen een van de doelen omdat Limburg met recreatie en toerisme goed op de kaart staat en publiekstrekkers en evenementen de provincie aantrekkelijk maken voor bewoners en bezoekers. Opvolger van de Nota archeologie 2016-2019. Deze nota bevat een richtinggevend kader voor de omgang met archeologische waarden en actielijnen. Aandacht voor vergroting zichtbaarheid en toegankelijkheid archeologie in Limburg. Provinciale landschapsnota bevat beleidsvisie voor de perirode 2019-2023. Streven naar vermaatschappelijking van natuur en landschap dat naast ecologische functie ook recreatieve en maatschappelijke rol vervult. Actief inzetten voor behoud en verbetering van de kwaliteit van het Limburgse Landschap. Focus onder andere op gezondheidsstimulering , eigenaarschap in de samenleving , herstel van biodiversiteit en natuurkwaliteit , aanpassen aan klimaatverandering en ontwikkeling van vrijetijdseconomie. Hulpmiddel voor verbetering van landschappelijke kwaliteit bij ontwikkelingen in het landelijk gebied. Beleidskader voor de realisatie van het Europese , rijks en provinciale natuur- en landschapsbeleid en tevens kader voor subsidieverlening vanuit SNL en SILG Dit programma geeft aan hoe het waterschap invulling geeft aan het waterbeheer in deze periode.
Focus ligt op hoogwaterbescherming langs de maas , klimaatadaptie , bevordering van waterkwaliteit en ecologie en zuiveren van rioolwater en terugwinnen van grondstoffen.
Ja , uitvoeren van onderzoek is verplicht.
Ja , aandacht voor creëren robuuste
landschappelijke structuur , met meerdere functies.
Ja , aandacht voor landschappelijke
waarden
en inpassing.
Uitwerking van eventuele natuurcompensatie dient te voldoen aan principes uit dit beheerplan. Rekening houden met klimaatadaptie en waterkwaliteit
Samenvatting van het ter zake doende gemeentelijk beleid Tabel 3. 4 Beleid Korte omschrijving Bestemmingsplan Dit bestemmingsplan vigeert voor het [18] Toverland en bestaande Attractiepark en een deel ten correctieve herziening noorden ervan. Park is bestemd als ‘cultuur en [19] ontspanning’ met verschillende toegestane bouwhoogtes en bebouwingspercentages. Bestemmingsplan Dit bestemmingsplan vigeert voor overige deel buitengebied Horst aan van het plangebied waar het Maas [32] de bestemmingsplan Toverland niet van toepassing is. Gronden zijn voornamelijk bestemd als ‘agrarisch met waarden’. Structuurvisie Horst aan Ruimtelijke toekomstvisie (2013) voor de hele de Maas [14] gemeente Horst aan de Maas. Plangebied maakt deel uit van de Peelbergen , een recreatief ontwikkelgebied met grote strategische betekenis voor de regio. Belangrijk speerpunt is het realiseren van een kwaliteitsslag op het gebied van toerisme , recreatie en horeca , onder andere door het verantwoord doorontwikkelen van bestaande recreatiebedrijven. Structuurvisie zal worden vervangen door nieuwe omgevingsvisie die thans wordt opgesteld. In de structuurvisie is tevens het Gemeentelijk kwaliteitsmenu (GKM) verankerd. Visie (verblijfs) recreatie De gemeenteraad heeft op 9 april 2013 de en horeca Horst aan de ‘Visie (verblijfs) recreatie en horeca Horst aan Maas [15] de Maas’ vastgesteld.
Met deze visie wil de gemeente Horst aan de Maas zich richten op een divers en kwalitatief hoogwaardig aanbod op het gebied van toerisme , recreatie en horeca. Integrale visie De Integrale toekomstvisie om een aantal Peelbergen (regionaal) recreatieve ontwikkelingen in combinatie met [16] bos en natuurontwikkeling in het gebied ‘De Peelbergen’ verder te ontwikkelen. Het GVVP beschrijft het gemeentelijk verkeersGemeentelijk Verkeersen vervoersplan [40] en vervoersbeleid. Hierin is onder andere een categorisering van de belangrijkste wegen opgenomen. De Midden Peelweg (N277) is aangeduid als gebiedsontsluitingsweg , de Helenaveenseweg als erftoegangsweg type II. Nota Parkeernormen Nota bevat voor verschillende functies (hotel , [41] bungalowpark , attractiepark , camping) , een aantal parkeerplaatsen dat op eigen terrein moet worden gerealiseerd.
Invloed op het plan Voorgenomen ontwikkeling niet volledig mogelijk binnen bestemmingsplan. Herziening noodzakelijk Voorgenomen ontwikkeling niet volledig
mogelijk binnen bestemmingsplan. Herziening noodzakelijk
Bij planontwikkeling rekening houden met GKM
Ja passend
Ja passend , Toverland draagt bij aan
versterking recreatieve ontwikkeling in de regio.
Ja , Aandacht voor goede
bereikbaarheid
Ja , van belang bij bepaling
parkeerbbehoefte
45
3. 2
Te nemen besluiten en vergunningen Het is niet mogelijk om de voorgenomen uitbreiding/doorontwikkeling van het Attractiepark Toverland binnen de vigerende bestemmingsplannen (het bestemmingsplan Toverland 2016 incl. correctieve herziening [18 , 19] en het bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas [32] ) uit te voeren. Conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient daarom een nieuw ruimtelijk plan te worden opgesteld. Vanwege het flexibele kader dat in dit geval gewenst is , is daarbij gekozen voor een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (BPVR) . Ten behoeve van de besluitvorming over dit BPVR is vanwege de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten voorliggend Milieueffectrapport opgesteld. Naast
besluitvorming over dit bestemmingsplan moeten , om de voorgenomen activiteiten te kunnen realiseren , nog diverse andere procedures worden gevolgd. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan vergunningen en/of toestemmingen in het kader van de volgende wetten: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) (Omgevingsvergunning) . De Wabo integreert een groot aantal sectorale wetten en vergunningen. Dit gaat onder meer om bouwvergunningen , kapvergunningen , sloopvergunningen en een aantal milieuvergunningen. Om de voorgenomen uitbreiding van Toverland te kunnen realiseren , is het noodzakelijk een omgevingsvergunning aan te vragen. Waterwet. In de waterwet is de doelstelling van het waterbeheer als volgt samengevat: “Het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen , wateroverlast en waterschaarste , in samenhang met de bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en de vervulling van functies die krachtens de Waterwet zijn toegekend aan watersystemen”. Voor werkzaamheden in of nabij watergangen in het plangebied kan een vergunning in het kader van de Waterwet benodigd zijn. De Keur is de basis voor vergunningen inzake waterkeringen en lossingen en valt eveneens onder de Waterwet. Wet natuurbescherming (Wnb) .
De Wet natuurbescherming vervangt sinds 1 januari 2017 de voormalige Flora en faunawet , de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van: o Houtopstanden buiten de bebouwde kom (voorheen Boswet) ; o Natuurgebieden (Natura2000) ; o Individuele soorten flora en fauna (voorheen Flora- en faunawet) . Binnen en in de omgeving van het plangebied kunnen beschermde plant- en diersoorten voorkomen. In het ecologisch onderzoek wordt per soortgroep beschouwd of dit aanleiding geeft voor het aanvragen van een ontheffing. De werkzaamheden houden de kap van bomen in. Hiervoor moet een melding worden gedaan. Bij de melding wordt bezien of er sprake is van een herplantplicht. Wet milieubeheer (Wm) . Deze wet gaat uit van een integrale benadering van milieuproblematiek. Een aantal bedrijven of activiteiten behoeven een vergunning in het kader van de Wet milieubeheer. In de Wet milieubeheer zijn tevens luchtkwaliteitseisen opgenomen (hoofdstuk 5) . De m. e. r. -procedure is opgestart op basis van de Wet milieubeheer (hoofdstuk 7) . Wet bodembescherming. De Wet bodembescherming schrijft onder andere voor dat er niet op vervuilde grond mag worden gebouwd en dat bouwstoffen moeten voldoen aan het Besluit Bodemkwaliteit om te mogen worden toegepast.
Daarnaast dient hierbij rekening te worden gehouden met het Handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Watertoets. Met ingang van februari 2001 is het verplicht om bij ruimtelijke plannen expliciet rekening te houden met het aspect water middels het uitvoeren van een watertoets. Onderdeel hiervan is het opnemen van een waterparagraaf in een besluit (bestemmingsplan , projectbesluit , PIP) die ter toetsing aan de waterbeheerder dient te worden voorgelegd. Wet geluidhinder: De Wet geluidhinder richt zich op de bestrijding van hinder en overlast door geluid van infrastructuur en bedrijvigheid. Deze wet schrijft onder andere voor dat in nieuwe situaties bepaalde akoestische (voorkeurs) grenswaarden niet mogen worden overschreden. Dit is bijvoorbeeld het geval indien woningen nabij een weg worden gerealiseerd , waar men harder dan 30 km/uur mag rijden. Overigens is het mogelijk om , tot een vastgelegd maximum en onder bepaalde voorwaarden , hogere waarden toe te staan. Erfgoedwet. Sinds 2016 is de Wet op de archeologische monumentenzorg geïntegreerd in de Erfgoedwet. In deze wet wordt onder meer bepaald hoe men in de ruimtelijke ordening dient om te gaan met archeologische bodemschatten bij ruimtelijke ingrepen. In de vaststelling van bestemmingsplannen dient archeologie een onderdeel van de belangenafweging te zijn.
Conform het verdrag van Malta [6] is het beleid gericht op behoud van aanwezige waarden.
46
-
Ontgrondingenwet: bij graafwerkzaamheden met een omvang groter dan 500 m 3 en een diepte van 3 meter of meer moet een ontgrondingsvergunning worden aangevraagd. Bij de uitvoering kunnen vergunningen/meldingen nodig zijn in het kader van de Wegenwet , Wegenverkeerswet , de APV etc. Voor het afsteken van professioneel vuurwerk is daarnaast een ontbrandingsmelding of ontbrandingstoestemming van de provincie Limburg nodig
Noot: Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen meerdere van bovenstaande wetten worden samengevoegd. Aangezien het ontwerp-BPVR voor die tijd in procedure is gebracht , is voor dit project het bestaande
wettelijk regime nog van toepassing.
47
4
PLANVOORNEMEN , ALTERNATIEVEN EN VARIANTEN
4. 1
Planvoornemen In paragraaf 2. 4 is de doelstelling van het initiatief gedefinieerd als: Het bieden van een flexibel ruimtelijk kader waarmee invulling kan worden gegeven aan de groeiambities van de
initiatiefnemer waarbij , met aandacht voor de omgeving , zowel het attractiepark wordt uitgebreid als diverse vormen verblijfsrecreatie mogelijk wordt gemaakt. Op grond hiervan is het planvoornemen gedefinieerd als Stapsgewijze flexibele uitbreiding van het themapark in noordelijke en/of westelijke richting. Het toevoegen van (verschillende vormen van) verblijfsrecreatie om hiermee langduriger verblijf binnen het park mogelijk te maken en het verzorgingsgebied te vergroten. Vooralsnog wordt uitgegaan van maximaal 800 hotelkamers en 710 verblijfseenheden. Het creëren van een zorgvuldige landschappelijke inpassing in de omgeving.
Bovenstaande is de lange termijn ambitie van de initiatiefnemer voor de komende twintig jaar. Op welke wijze concreet invulling wordt gegeven aan deze ambitie is thans nog niet bekend. Zoals in hoofdstuk 2 is aangegeven , is de leisure branche te karakteriseren als sterk dynamisch. Technische innovaties volgen elkaar snel op en ook de klantbehoeftes veranderen vaak. Om bezoekers te laten terugkeren , is het van belang om regelmatig ‘iets nieuws’ te kunnen bieden en ze te blijven verrassen met nieuwe ‘magische geluksmomenten’ , passend binnen het bestaande concept (‘toveren’) dat daardoor steeds sterker wordt (zie ook hoofdstuk 2) . Omdat de invulling thans nog niet bekend is , zijn verschillende globale ontwikkelmodellen uitgewerkt. Deze worden in de paragrafen 4. 3 en 4. 4 beschreven. In navolgende hoofdstukken worden de effecten van deze modellen per milieuthema beschreven en beoordeeld. Deze beoordeling vindt plaats ten opzichte van de referentiesituatie. Deze is in de navolgende paragraaf uitgewerkt.
4. 1. 1
Een nieuw landschappelijk raamwerk
Zoals hierboven is aangegeven , is naast een stapsgewijze flexibele uitbreiding van het themapark in noordelijke en/of westelijke richting en het toevoegen van (verschillende vormen van) verblijfsrecreatie , ook het creëren van een zorgvuldige landschappelijke inpassing in de omgeving expliciet onderdeel van de voorgenomen activiteiten. Daarom is op basis van een landschappelijke en cultuurhistorische analyse een nieuw landschappelijk raamwerk voor het gebied uitgewerkt [48] . Doelstelling is een robuuste landschappelijke inpassing van Toverland , met binnen de ‘kamerstructuur’ ruimte voor flexibele leisure invulling. Het landschappelijk raamwerk is daarnaast een drager voor ruimtelijke kwaliteit (gebruikswaarde , belevingswaarde en toekomstwaarde) . Hierin is de landschappelijke inpassing als gevolg van de aantasting van bestaande natuurwaarden (gebieden en soorten) door de directe (ruimtebeslag) en indirecte effecten (verstoring) , de natuurcompensatie en de versterking van natuur , water èn landschap integraal meegenomen. Rekening houdend met de bestaande landschappelijke kwaliteiten van het landschap (zie paragraaf 11. 1) zijn deze vervolgens vertaald in een voorstel voor de landschappelijke structuren en door een nadere invulling van de compensatieopgave.
Hierbij is tevens rekening gehouden met de provinciale en gemeentelijke beleidsambities zoals onder andere de provinciale omgevingsvisie (POVI) [13] , het landschapskader Noord- en Midden-Limburg [29] , de regionale Visie voor de Peelbergen [16] , de integrale structuurvisie Horst aan de Maas [14] en de vigerende bestemmingsplannen Toverland en buitengebied [18 , 19 , 32] . Grofweg betekent dit dat het bos- en mozaïeklandschap op en rond het terrein van Toverland wordt versterkt. Dit is niet alleen noodzakelijk in het kader van het bovenliggende beleid en visies maar het is ook nadrukkelijk de wens vanuit
49
Toverland om een robuust landschappelijk raamwerk te ontwikkelen om optimaal de gewenste sfeer en beleving van het omliggende landschap als coulissen voor het park te kunnen gebruiken c. q. aan het ontwikkelen van het landschap bij te dragen. Dit nieuwe landschappelijke raamwerk is in afbeelding 4. 1 weergegeven. De landschappelijke inpassing wordt gefaseerd gerealiseerd en groeit als het ware met de uitbreidingen mee. Er wordt met name ingezet op inpassing door middel van groenzones voor wat betreft de westelijke randen. De parkeerterreinen zullen deels groen worden omzoomd alsmede de zone ten westen van het bestaande Toverland. Dit vanwege het feit dat
zich hier het open cultuurlandschap , de agrarische percelen , zich bevinden.
Afbeelding 4. 1
De basis voor het landschappelijk raamwerk
Zoals uit afbeelding 4. 1 blijkt , blijven de bestaande groenstructuren gehandhaafd en wordt er daarnaast een aantal nieuwe structuurversterkende lijnelementen (groenstructuren met een breedte van circa 30 meter) aan het landschap toegevoegd zodat een soort groene kamerstructuur ontstaat en het bos- en mozaïeklandschap op en rond het terrein van Toverland zal worden versterkt. In hoofdstuk 11 wordt hier nader op ingegaan. De dertig meter brede groenzones/corridors vormen het groene raamwerk voor de toekomstige ontwikkeling van Toverland. Naast een doorkruising om van de ene naar de andere ‘kamer’/ ruimte te komen zijn deze vrij van recreatieve inrichting. In het BPVR wordt aan deze brede groenzones/corridors daarom ook de bestemming ‘Natuur’ toegekend om daarmee tot een duurzame juridisch-planologische borging te komen. Voor de beplanting van deze robuuste groenzones wordt uitgegaan van de potentieel natuurlijke vegetatie met een inheems mengsel van bomen , heesters en kruiden: droog berken- en zomereikenbos. Voor heesters in de onderbeplanting wordt uitgegaan van onder andere veldesdoorn , hazelaar , sporkehout , wilde lijsterbes. In afbeelding 4. 2 is een
principedoorsnede
van
deze groenzone opgenomen.
In de huidige situatie lopen de watergangen Wertemer en Steegbergerheide door het plangebied. Zowel Waterschap
Limburg als Attractiepark Toverland hebben de wens om deze te verleggen naar de rand van het plangebied , onder andere omdat het onderhoud aan de watergang dan niet langer gehinderd wordt. In afbeelding 4. 3 is de deze verlegging afgebeeld. De oude loop kan dan worden gebruikt om regenwater uit het park in te bergen. Op basis van de door het waterschap aangeleverde maatgevende afvoer is in het hydrologisch onderzoek [53] de toename van de afvoer per strekkende meter bepaald als gevolg van de landelijke afvoer. Op basis hiervan en de lengte van het nieuwe tracé is de nieuwe afvoer van de verschillende deeltrajecten bepaald. En is de dimensionering van de watergangen globaal uitgewerkt. Deze gegevens zijn opgenomen in tabel 4. 1 en 4. 2.
50
Afbeelding 4. 2
Principedoorsnede
Afbeelding 4. 3
Tracé verleggen bestaande watergangen (blauw gestippeld is nieuw tracé en groene lijn is het bestaande tracé. Deze wordt afgedamd en verondiept) .
groenzone
51
Tabel 4. 1
Nieuwe
maatgevende afvoer en afvoer Normering Wateroverlast
Maatgevende afvoer
Nieuw
traject
lengte |
Toename
In
{m}
(/s)
(/s)
14
55 70
Traject 1 | 688 Traject 2 | 1224
(002*688) , * 131(011 , 1224) |
|
afvoer|*
Uit
(m2/s) 006 007
(m/s) | (m°/s) | (/s) | |OO7 169 |O14
, | 200 | 020 | 040
(Waterschap Limburg , ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd))
Conform Werkwijze hydrologie binnen projecten V erzameldocurment
((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) 29-09-2017} Tabel 4. 2
Globale dimensionering nieuw tracé watergangen Maatgevende afvoer T=|
Waterpeil {m +NAP} Bodemhoogte {m +NAP} Bodembreedte (m} Tolud West Talud Oost Afvoer (m3/s}
Lengte (m} {m} Opstuwing *
Traject
Ì
Normering regionale
Wateroverlast T=25 (200% van maatgevende
van
Steegbergheide en Wertemer Normering regionale Wateroverlast T=25 (200% van maatgevende afvoer) * Traject Ì Traject 2
15,
raiect 2 302, 295, 30,
1:2 1:2
2 2
1:2 1:2
1:2 1:2
007 ,
020 ,
014 ,
040 ,
0004 ,
002 ,
002 ,
008 ,
305,
| 298,
688
224
305, 298, 15,
302, 295, 30,
688
1224
Conform ‘Werkwijze hydrologie binnen proj e cten Verzomeldocument Waterschap limburg ,
((ggeeaannooN E nniimmiiss eeeerrdd)) 29-09-2017
4)
((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) EN
Referentiesituatie In het MER worden de effecten van het planvooremen beschreven en beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie , ook wel het nulalternatief genoemd. In het nulalternatief vindt de voorgenomen realisatie niet plaats en zal het gebied , en de omgeving ervan zich autonoom ontwikkelen. Het bestaande grondgebruik binnen het plangebied blijft dan gehandhaafd , maar autonome ontwikkelingen in de omgeving vinden wel plaats. Zoals in de NRD is aangegeven wordt in dit MER uitgegaan van de volgende autonome ontwikkelingen die deel uitmaken van de referentiesituatie: «
6OSeven _ Ontwikkeling 1. 5 km ten zuiden het
plangebied , nabij de op/afrit van de A67 wordt 60Seven ontwikkeld. De initiatiefnemer ‘Limburgs Uitje! hier in aanvulling op de bestaande outdoor activiteiten een indoor leisure hal (incl. wave surfer) te realiseren. Het bestemmingsplan hiervoor is op 21 april 2020 vastgesteld. Deze ontwikkeling is relevant voor het MER Toverland vanwege de verkeersaantrekkende werking van het initiatief. In de verkeersstudie voor dit MER [45] wordt voor deze ontwikkeling uitgegaan van 950 motorvoertvigen per etmaal. Op
circa
van
is voornemens
*
_ Ontwikkeling de Heerlijkheid Sevenum 6OSeven
viersterrenhotel met 100 kamers casino inclusief wellnessgedeelte. Deze ontwikkeling is relevant voor het MER Toverland vanwege de verkeersaantrekkende werking van het initiatief. In de verkeersstudie voor dit MER [45] wordt voor deze ontwikkeling uitgegaan van 550 motorvoertuigen per etmaal. Direct
52
grenzend
aan en een
ontwikkeling
van
verrijst Hotel Heerlijkheid Sevenum , bestaande
uit een
Gebiedsontwikkeling Grandorse
Op ongeveer 500 m ten noorden van het plangebied wordt de komende jaren het Equestrian Centre de Peelbergen
(ECdP) ontwikkeld tot hippische zone waar regionale , nationale en internationale wedstrijden kunnen plaatsvinden. De voorgenomen uitbreiding van deze hippische zone bestaat onder andere uit de aanleg van een permanente paardenstalling met bijbehorende voorzieningen en een hippische evenementenzone voor zowel topsport als breedtesport , natuurontwikkeling en de nieuwvestiging van een tiental paardenhouderijen. Voor deze ontwikkeling wordt momenteel een separate m. e. r. -procedure doorlopen en een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Aangezien dit initiatief op dit moment nog niet concreet is vastgelegd , is doorgang formeel niet geborgd , en deze aanvankelijk niet als autonome ontwikkeling aangemerkt. Gedurende het planproces is in afstemming met de gemeente Horst aan de Maas besloten om vanwege de worstcase-benadering deze gebiedsontwikkeling in afwijking van de NRD toch als autonome ontwikkeling in de verkeersmodellen mee te nemen. Hierbij is aangegeven dat tijdens hippische evenementen kan worden uitgegaan van 10. 000 bezoekers per week (end) , waarbij het merendeel op de zondag aankomt en vertrekt. Voor de voor Toverland maatgevende (vrij) dag betekent dit 1. 000 motorvoertuigen per etmaal. Uitbreiding recreatiepark De Schatberg Recreatiepark De Schatberg wil al langere tijd in het bosgebied ten noorden van het bestaande recreatiepark 240 extra recreatiewoningen realiseren.
In 2015 is hiervoor een bestemmingsplan vastgesteld , maar de woningen zijn tot op heden nog niet gerealiseerd. Ook deze ontwikkeling is relevant voor het MER Toverland vanwege de verkeersaantrekkende werking van het initiatief. In de verkeersstudie voor dit MER [45] wordt voor deze ontwikkeling uitgegaan van 600 motorvoertuigen per etmaal. Truck Parking Nabij de op-afrit van de A67 wordt mogelijk inde toekomst aan de zuidzijde van de snelweg op het grondgebied van de gemeente Peel en Maas een truck parking gerealiseerd. Hiervoor is op dit moment nog geen ruimtelijke procedure doorlopen , en het initiatief is dan ook nog niet voldoende concreet om te worden meegenomen als autonome ontwikkeling. Herinrichting Peelloop Waterschap Limburg en de gemeente Horst aan de Maas werken aan het herinrichten en klimaatbestendiger maken van de Peelloop , ten noorden van het plangebied (onder andere door het plangebied Grandorse) . Hiervoor is inmiddels een projectplan waterwet opgesteld , en de uitvoering is gefaseerd opgestart. Dit aspect is mogelijk voor de onderdelen landschap , hydrologie en klimaat relevant en maakt wel onderdeel uit van de referentiesituatie van het MER Toverland. Autonome groei van het wegverkeer Het bestaande regionaal verkeersmodel ‘gaat tot’ 2030.
Voor het bestemmingsplan verbrede reikwijdte en het MER voor Toverland wordt echter 2040 gehanteerd als toetsjaar voor de effectbeschrijvingen in de gebruiksfase. Daarom is in het verkeersonderzoek in het kader van dit MER [45] gebruik gemaakt van het NRM-2021.
Bezoekersaantallen Toverland
Naast ontwikkelingen in de omgeving van Toverland , is ook het attractiepark zelf niet statisch.
Toverland beschikt in het vigerende bestemmingsplan nog over planologische ruimte , waaronder mogelijkheden voor de uitbreiding van het attractiepark en de aanleg van een hotel in het noordoostelijk deel. Deze ontwikkelingen zijn echter nog onvoldoende concreet. Deze worden derhalve niet beschouwd als autonome ontwikkeling maar maken onderdeel uit van het planvoornemen. Desondanks is het niet reëel om te veronderstellen dat ook voorgenomen activiteiten , de bezoekersaantallen zich in de referentiesituatie (peiljaar 2040) zich op de huidige aantallen handhaven. Uit de bezoekersaantallen van de afgelopen tien jaar (zie hoofdstuk 2) blijkt dat ook in de jaren waarop Toverland geen nieuwe themagebieden opende , er jaarlijks een groei optreedt omdat ‘het merk toverland’ steeds krachtiger wordt. In de jaren waarop wel een nieuw themagebied werd geopend , was een extra groeisprong van zo’n 18-20 % zichtbaar , maar in de overige jaren , was sprake van een gemiddelde groei van 2 , 8% per jaar aan de orde. Als dit wordt geëxtrapoleerd , is sprake van een autonome groei naar 1. 69 mln. bezoekers in het jaar 2040. Naast planologische ruimte is ook de milieuruimte van Toverland in dit kader relevant. Toverland beschikt op dit moment over een omgevingsvergunning uit 2017 , maar heeft een aanvraag ingediend voor revisie van het milieudeel van deze
53
vergunning. In de referentiesituatie wordt er vanuit gegaan dat deze verleend zal zijn. In paragraaf 12. 1. 1 wordt hier nader op ingegaan. Sinds enkele jaren bouwt de initiatiefnemer in de zomermaanden een tijdelijke pop-up-camping op het voormalige parkeerterrein P3. Het grote succes van deze voorziening illustreert de behoefte van de bezoekers aan verblijfsrecreatie. Daarom heeft de initiatiefnemer het idee voor de realisering van een camp resort dat qua thematisering aansluit op het Ithaka-gebied. Deze maakt deel uit van de referentiesituatie. In de definitieve NRD [23] zijn naar aanleiding hiervan twee extra modellen toegevoegd. Realisering van dit resort heeft echter geen consequenties voor de haalbaarheid van de overige modellen omdat ook bestaande functies van kleur kunnen wijzigen. Ook start binnenkort aan de oostzijde van het
het ‘clubhuis’. Hierin worden onder andere de kantoorfuncties en ondersteunende voorzieningen voor het eigen personeel gerealiseerd. plangebied de bouw
van
Er zijn geen andere autonome ontwikkelingen bekend die deel uit maken van het nulalternatief
4. 3
Wijze van alternatiefvorming Zoals uit paragraaf 4. 1 blijkt , is het planvoornemen niet exact afgebakend en moet het mogelijkheden bieden om de komende jaren op basis van nieuwe marktbehoeftes flexibel te kunnen opereren. Daarom zijn in de NRD [21 , 23] verschillende alternatieve inrichtingsvoorstellen uitgewerkt. De alternatieven gaan allemaal uit van eenzelfde basisprogramma , (de maximaal planologisch toegestane ruimte) maar de invulling hiervan verschilt. De modellen zijn zodanig geconstrueerd dat daarmee qua milieueffecten naar verwachting ‘de uitersten van het speelveld’ in beeld worden gebracht. Daarbij is uitgegaan van een aantal algemene uitgangspunten en denklijnen voor de modellen: 1) 2) 3)
4) 5)
In totaliteit maximaal 3 , 74 mln. bezoeken per jaar in het jaar 2046 , bestaande uit een combinatie van daggasten en verblijfsgasten. Voor de absolute piekdagbelasting wordt uitgegaan van een maximaal aantal van 25. 000 - 30. 000 bezoekers (In 2019 lag deze piekdagbelasting op 15. 000) . Maximaal 800 hotelkamers en 710 overige verblijfseenheden zoals recreatiewoningen , campingplaatsen etc. Een compact en een extensief planconcept voor het attractieparkgedeelte (exclusief verblijfsrecreatie) . Op basis van een benchmark van attractieparken in Europa waarbij het bezoekersaantal wordt gerelateerd aan de oppervlakte van het park , is uitgegaan van 75. 000 bezoekers per jaar per hectare voor een extensief parkconcept en 125. 000 bezoekers per hectare per jaar voor een compact model 3 . Dit betekent een benodigd ruimtebeslag van 49 , 33 resp. 29 , 6 ha voor het attractiepark. Een model waarbij het attractiepark in noordelijke richting wordt uitgebreid (met verblijfsrecreatie in de westelijke zone) en een model waarbij het attractiepark in westelijke richting wordt uitgebreid (met verblijfsrecreatie in noordelijke zone) . Een park waarin een nieuwe robuuste groenblauwe structuur wordt gerealiseerd , waarbij bestaande
landschappelijke dragers als inspiratiebron worden gebruikt en een zorgvuldige afronding aan de noordzijde wordt gerealiseerd. 6) Bestaande veiligheidscontouren rondom de hogedrukgasleidingen blijven in basis gerespecteerd (worst case benadering) waarbij nader onderzoek wordt uitgevoerd of deze door middel van administratieve of technische aanpassingen kunnen worden verkleind. Het realiseren van een tweede ontsluiting vanaf de Midden Peelweg is niet noodzakelijk en niet wenselijk (geen
variabele) . Wel vindt in alle gevallen optimalisatie van de rotonde Midden Peelweg – Helenaveenseweg plaats door deze om te bouwen tot een meerstrooksrotonde (knierotonde) . Het realiseren van een tweede rotonde op de Midden Peelweg nauwelijks toegevoegde waarde voor de ontsluiting en bereikbaarheid van Toverland blijkt te hebben en eerder een extra obstakel vormt voor het overige verkeer op de N277. Uitgangspunt voor een goede ontsluiting van Toverland is een verbetering van de toegang tot de parkeervelden ter plaatse van de slagbomen , hier is een ongehinderde doorstroming voorwaardelijk voor nadere planvorming.
3 Noot:
de gemiddelde parkdichtheid van het bestaande attractiepark Toverland komt in de huidige situatie ongeveer overeen met de het extensieve parkconcept van 75. 000 bezoekers per hectare per jaar. 54
4. 4
Alternatieven Op grond van de in de vorige paragraaf genoemde uitgangspunten en denklijnen zijn de volgende 10 modellen gedefinieerd die in het MER als alternatieven voor het planvoornemen worden beoordeeld. De modellen zijn in bijlage B4 in een groter formaat met legenda opgenomen.
Extensief parkconcept (75. 000 bezoekers per ha per jaar)
Uitbreiding attractiepark tot circa 47 ha in noordelijke richting Robuuste groenblauwe structuur door het gebied , gebaseerd op bestaande landschapsstructuren Parkeerterrein ter plaatse van gasleiding (24 ha) Hotel-area (7 ha , max 800 kamers , max 8 verdiepingen) in zuidwestelijke hoek Vakantiepark (7 ha , max 280 eenheden) ten noorden van hotel-area Camping + camperplaatsen ten noorden van vakantiepark en op parkeerterrein P3 (8 , 5 ha) Noordwestelijk deel (8 ha) is ‘resterend’. Model 1A: Ruim parkconcept met uitbreiding richting het noorden. Compact parkconcept (125. 000 bezoekers per ha per jaar) Uitbreiding attractiepark tot circa 31 ha in
noordelijke richting Robuuste groenblauwe structuur door het gebied , gebaseerd op bestaande landschapsstructuren Parkeerterrein ter plaatse van gasleiding (24 ha) Hotel-area (7 ha , max 800 kamers , max 8 verdiepingen) in zuidwestelijke hoek Vakantiepark (7 ha , max 280 eenheden) ten noorden van hotel-area Camping en camperplaatsen ten noorden van vakantiepark en op parkeerterrein P3 (8 , 5 ha) Noordoostelijk deel (circa 15 ha) en noordwestelijk deel (8 ha) is ‘resterend’ Model 1B: Verdicht parkconcept met uitbreiding richting het noorden.
55
Extensief parkconcept (75. 000 bezoekers per ha per jaar)
Model 2A: Ruim parkconcept met uitbreiding richting het
Uitbreiding attractiepark tot circa 48 ha in westelijke richting tot aan Midden Peelweg. Robuuste groenblauwe structuur door het gebied , gebaseerd op bestaande landschapsstructuren Parkeerterrein ter plaatse van gasleiding (noordelijk deel) en ten westen van Schorfvenweg (27 ha) Hotel-area (7 ha , max 800 kamers , max 8 verdiepingen) in noordoostelijke hoek Vakantiepark (7 , 5 ha , max 280 eenheden) ten westen van hotel-area Camping centraal in plangebied , tussen vakantiepark en attractiepark (6 ha) , camperplaats (1 ha) ten westen van vakantiepark Noordwestelijk (5 ha) is ‘resterend’
westen.
Compact parkconcept (125. 000 bezoekers per ha per jaar) Uitbreiding attractiepark tot circa 33 ha in
Model 2B: Verdicht parkconcept met uitbreiding richting het
westelijke richting tot aan Schorfvenweg Robuuste groenblauwe structuur door het gebied , gebaseerd op bestaande landschapsstructuren Parkeerterrein ter plaatse van gasleiding (noordelijk deel) en ten westen van Schorfvenweg (24 , 5 ha) Hotel-area (7 ha , max 800 kamers , max 8 verdiepingen) in noordoostelijke hoek Vakantiepark (7 , 5 ha , max 280 eenheden) ten westen van hotel-area Camping (8 ha) centraal in plangebied , tussen vakantiepark en attractiepark; camperplaats (1 , 5 ha) tussen camping en vakantiepark Noordwestelijk deel (circa 12 ha) is ‘resterend’
westen.
Extensief parkconcept (75. 000 bezoekers per ha per jaar)
Model 3A: Ruim parkconcept met uitbreiding richting het noorden , de verblijfsfunctie aan de westzijde , een grondwal aan de noordzijde en een groenafscheiding aan de westzijde.
56
Uitbreiding attractiepark tot circa 47 ha in noordelijke richting Robuuste groenblauwe structuur door het gebied , gebaseerd op bestaande landschapsstructuren Afschermende groenzone aan zijde Midden Peelweg Grondwal aan noord en noordwestzijde Parkeerterrein ter plaatse van gasleiding Hotel-area (7 ha , max 800 kamers , max 8 verdiepingen) in zuidwestelijke hoek Vakantiepark (7 ha , max 280 eenheden) ten noorden van hotel-area Camping en camperplaats ten noorden van vakantiepark (7 ha) Noordwestelijk (6 ha) is ‘resterend’
Compact parkconcept (125. 000 bezoekers per ha per jaar) Uitbreiding attractiepark tot circa 30 ha in
Model 3B: Verdicht parkconcept met uitbreiding richting het noorden , de verblijfsfunctie aan de westzijde , een grondwal aan de noordzijde en een groenafscheiding aan de westzijde.