CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

landelijk 6 Concept-notitie-reikwijdte-en-detailniveau-programma-VAWOZ-2031-2040

Gemeenteraad 6 maart 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Beantwoording vragen en bijlagen34.794 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De realisatie van een ondergrondse hoogspanningsverbinding die windenergiegebied Nederwiek Noord in de Noordzee verbindt met hoogspanningsstations op land, o.a. in Geertruidenberg en Moerdijk. Hierbij wordt ook onderzoek gedaan naar mogelijke toekomstige parallelligging van routes voor het Programma VAWOZ.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

67

Schrijfwijze begrip Programma Aansluiting Wind op Zee – Eemshaven

Afkorting PAWOZEemshaven

Programma VAWOZ 20312040

Programma VAWOZ

Projectbesluit

Projectprocedure Routes

-

Stakeholder

Transformatorstation

-

Verbinding

Waterstofleiding

Leiding

Toelichting Het PAWOZ-Eemshaven onderzoekt de mogelijkheden voor toekomstige kabel- en leidingroutes vanaf de Noordzee naar de aansluitlocatie Eemshaven. De resultaten (in de vorm van de mogelijke routes na 2031) uit PAWOZ-Eemshaven worden onderdeel van het Programma VAWOZ 2031-2040. Het Programma VAWOZ onderzoekt de mogelijkheden voor de aanlanding en aansluiting van elektriciteit en waterstof op het hoogspanningsnet en waterstofnetwerk op land vanuit verscheidene windparken op de Noordzee. Het projectbesluit is onder de Omgevingswet een instrument voor waterschappen, provincies en het Rijk voor het mogelijk maken van vaak complexe projecten met een publiek belang. In de Omgevingswet worden onder projecten verstaan a) het bouwen van bouwwerken of de totstandkoming van installaties of werken en b) andere activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen, inclusief activiteiten voor de winning van delfstoffen. Het projectbesluit vervangt onder meer het inpassingsplan uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De projectprocedure wordt gebruikt voor het vaststellen van een projectbesluit. Een mogelijke ligging voor de elektriciteitskabels en/of waterstofleidingen van het platform in een windenergiegebied naar een aansluitlocatie op het landelijk hoogspanningsnet of waterstofnetwerk.

Personen of organisaties die bij dit programma een bepaald belang hebben, bijvoorbeeld een overheid, nutsbedrijven, maatschappelijke organisatie of grondeigenaren. Een transformatorstation op land voor het verhogen van het spanningsniveau naar het niveau van het landelijke hoogspanningsnet. Een verbinding is een waterstofleiding of een kabelbundel die de windparken op zee verbindt met een aansluitlocatie op land (het landelijk hoogspanningsnet of waterstofnetwerk). Type leiding om waterstof te transporteren.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

68

Afkortingen locaties en routes Tabel 0-2 Afkortingenlijst Schrijfwijze term A9 Zuid Bleiswijk Borssele Castricum Den Helder Delta Rhine Corridor Egmond aan Zee Europoort Graetheide Haringvlietmonding Hoek van Holland IJmuiden Wassenaar Kijkduin Kop van Noord-Holland Kust van Zeeuws-Vlaanderen Maasbracht Middenmeer Maasvlakte Noord Maasvlakte Zuid Netuitbreiding Noord-Holland Noord-Noord Netuitbreiding Noord-Holland Noord-Zuid Noordwijk Noordzeekanaalgebied Net op zee Nederwiek 3 Simonshaven Sloegebied Terneuzen Tilburg Veerse Gatdam Velsen-Noord – Heemskerk Vijfhuizen Waterstofnetwerk Nederland Wateringen Westerschelde Zandvoort

Afkorting A9Z BLW BSL CAS DHL DRC EAZ EUP GTH HVM HVH IJM WS KD KNH KZV MBT MDM MVLn MVLz NNHN-Noord NNHN-Zuid NW NZKG NW3 SMH BSL TNZ TLB VGD VNH VHZ WNN WTR WES ZDV

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

69

Bijlage B Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen

Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief

70

Programma VAWOZ 2031-2040 Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen

Datum: 09-02-2024 Versienummer: 1.0 Status: Definitief

In opdracht van:

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding en doel groeidocument .................................................................................................... 5 1.1

Toelichting Programma VAWOZ 2031-2040 ........................................................................... 5

1.2

Onderdelen Programma VAWOZ en plek groeidocument ..................................................... 6

1.3

Komen tot kansrijke oplossingsrichtingen .............................................................................. 7

1.3.1

Wat zijn kansrijke oplossingsrichtingen .......................................................................... 7

1.3.2

Proces om te komen tot kansrijke oplossingsrichtingen ................................................ 8

1.4 2

Leeswijzer................................................................................................................................ 9

Onderdelen en uitgangspunten .................................................................................................... 10 2.1

Onderdelen van kansrijke oplossingsrichtingen ................................................................... 10

2.1.1

Elektriciteitsverbinding ................................................................................................. 10

2.1.2

Waterstofverbinding ..................................................................................................... 11

2.1.3

Grootschalige elektrolysers op land.............................................................................. 12

2.2

Belangrijkste uitgangspunten voor routes en locaties ......................................................... 14

2.2.1

Inleiding......................................................................................................................... 14

2.2.2

Windenergiegebieden................................................................................................... 16

2.2.3

Platforms op zee ........................................................................................................... 16

2.2.4

Routes op zee en land ................................................................................................... 16

2.2.5

Aansluitlocaties en aanlandingszones .......................................................................... 17

2.2.6

Stations op land ............................................................................................................ 18

2.2.7

Elektrolysers op land ..................................................................................................... 18

2.3

Samenhang met andere energieprojecten en -programma’s .............................................. 19

2.3.1

Inleiding......................................................................................................................... 19

2.3.2

Voorverkenning Programma VAWOZ 2031-2040 ......................................................... 20

2.3.3

Programma PAWOZ-Eemshaven .................................................................................. 20

2.3.4

Programma Energie Hoofdstructuur (PEH) ................................................................... 22

2.3.5 Onderzoek Hergebruik offshore Aardgasleidingen voor waterstoftransport (OHA) en Energie Infrastructuurplan Noordzee (EIPN) ................................................................................ 22

3

2.3.6

Waterstofnetwerk Nederland ....................................................................................... 22

2.3.7

Partiële Herziening van het Programma Noordzee 2022-2027 .................................... 23

2.3.8

Programma NOVEX ....................................................................................................... 23

Regio Noordzee ............................................................................................................................. 24 3.1

Bandbreedte aantal verbindingen ........................................................................................ 24

3.2

Kansrijke routes .................................................................................................................... 24

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

2

3.2.1

Elektrische routes.......................................................................................................... 27

3.2.2

Waterstofroutes ............................................................................................................ 29

3.2.3

Aandachtspunten uit regionale werksessie .................................................................. 30

3.3 4

Regio Noord-Holland..................................................................................................................... 33 4.1

Inleiding en bandbreedte aantal verbindingen Noord-Holland............................................ 33

4.2

Kansrijke aanlandingszones en aansluitlocaties ................................................................... 33

4.2.1

Aanlandingszones ......................................................................................................... 33

4.2.2

Aansluitlocaties ............................................................................................................. 35

4.2.3

Niet kansrijke aanlandingszones en aansluitlocaties .................................................... 38

4.3

Kansrijke routes .................................................................................................................... 38

4.3.1

Routes in Noord-Holland Noord ................................................................................... 38

4.3.2

Routes in Noord-Holland Zuid....................................................................................... 42

4.3.3

Niet kansrijke routes ..................................................................................................... 48

4.4

Kansrijke stationslocaties ...................................................................................................... 48

4.4.1

Zoekgebieden converter- en transformatorstations .................................................... 48

4.4.2

Zoekgebieden aanlandingsstations waterstof .............................................................. 50

4.5

5

Niet kansrijke routes ............................................................................................................. 31

Kansrijke zoekgebieden grootschalige elektrolysers ............................................................ 50

4.5.1

Zoekgebied Den Helder................................................................................................. 50

4.5.2

Zoekgebied NNHN-Noord ............................................................................................. 51

4.5.3

Zoekgebieden aansluitlocaties Velsen, NNHN-Zuid, A9-Zuid en Vijfhuizen ................. 52

Regio Zuid-Holland ........................................................................................................................ 54 5.1

Inleiding en bandbreedte aantal verbindingen Zuid-Holland ............................................... 54

5.2

Kansrijke aanlandingszones en aansluitlocaties ................................................................... 54

5.2.1

Aanlandingszones ......................................................................................................... 54

5.2.2

Aansluitlocaties ............................................................................................................. 56

5.2.3

Niet kansrijke aanlandingszones en aansluitlocaties .................................................... 57

5.3

Kansrijke routes .................................................................................................................... 58

5.3.1

Routes in regio Zuid-Holland......................................................................................... 58

5.3.2

Niet kansrijke routes ..................................................................................................... 63

5.4

Kansrijke stationslocaties ...................................................................................................... 63

5.4.1

Zoekgebieden converterstations .................................................................................. 63

5.4.2

Zoekgebieden aanlandingsstations waterstof .............................................................. 65

5.5

Kansrijke zoekgebieden grootschalige elektrolysers ............................................................ 65

5.5.1

Zoekgebied Bleiswijk ..................................................................................................... 65

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

3

6

5.5.2

Zoekgebied Wateringen ................................................................................................ 66

5.5.3

Zoekgebied Europoort .................................................................................................. 67

5.5.4

Zoekgebied Simonshaven ............................................................................................. 68

Noord-Brabant en Limburg ........................................................................................................... 70 6.1.1

7

Inleiding en bandbreedte aantal verbindingen ............................................................ 70

6.2

Kansrijke aansluitlocaties ...................................................................................................... 71

6.3

Kansrijke routes .................................................................................................................... 74

6.4

Kansrijke stationslocaties ...................................................................................................... 78

6.5

Kansrijke zoekgebieden grootschalige elektrolysers ............................................................ 79

6.5.1

Moerdijk en Geertruidenberg ....................................................................................... 79

6.5.2

Zoekgebied Tilburg ........................................................................................................ 80

6.5.3

Zoekgebied Maasbracht................................................................................................ 80

6.5.4

Zoekgebied Graetheide ................................................................................................. 81

Regio Zeeland ................................................................................................................................ 83 7.1

Inleiding en bandbreedte aantal verbindingen Zeeland ....................................................... 83

7.2

Kansrijke aanlandingszones en aansluitlocaties ................................................................... 84

7.2.1

Aanlandingszones ......................................................................................................... 84

7.2.2

Aansluitlocaties: waterstof en elektriciteit ................................................................... 85

7.2.3

Niet kansrijke aanlandingszones en aansluitlocaties .................................................... 86

7.3

Kansrijke routes .................................................................................................................... 87

7.3.1

Routes in regio Midden-Zeeland................................................................................... 87

7.3.2

Routes in regio Zeeuws-Vlaanderen ............................................................................. 90

7.3.3

Niet kansrijke routes ..................................................................................................... 94

7.4

Kansrijke stationslocaties ...................................................................................................... 95

7.4.1

Zoekgebieden converterstations .................................................................................. 95

7.4.2

Zoekgebieden aanlandingsstations waterstof .............................................................. 96

7.5

Kansrijke zoekgebieden grootschalige elektrolysers ............................................................ 96

7.5.1

Zoekgebied Sloegebied ................................................................................................. 96

7.5.2

Zoekgebied Terneuzen .................................................................................................. 97

Bijlage 1 Uitgangspunten voor kansrijke oplossingsrichtingen ............................................................ 99

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

4

1 Inleiding en doel groeidocument Doel groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen Dit groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen is een bijlage bij de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD). Het doel van groeidocument is het vastleggen van overwegingen die gemaakt zijn om te komen tot kansrijke oplossingsrichtingen en alternatieven voor de verschillende verbindingen voor de aansluiting van windenergie op zee in de periode 2031-2040. De oplossingsrichtingen en de alternatieven worden beoordeeld in een Integrale Effect Analyse (IEA)/ planmilieueffectrapportage (plan-MER) aan de hand van een beoordelingskader. Op basis daarvan wordt per verbinding zo veel als mogelijk gekomen tot één alternatief. Dit alternatief wordt verder onderzocht in een ruimtelijke procedure per verbinding (wat geen onderdeel meer is van het Programma VAWOZ). Dit onderliggende document ‘groeit’ mee met de verschillende onderzoeksfases van de IEA/plan-MER, vandaar de naam groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen.

1.1 Toelichting Programma VAWOZ 2031-2040 In 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn. Dit betekent dat er grote hoeveelheden hernieuwbare elektriciteit en CO₂-arme waterstof nodig zijn. Om dit te bereiken is de tijdige ontwikkeling van grootschalige windenergie op zee cruciaal. In een kamerbrief1 over windenergie op zee in de periode 2030-2050 heeft het kabinet bekendgemaakt zich voor te bereiden op het realiseren van ongeveer 50 GW aan windenergie op zee in 2040. Dit is de bovenkant van een bandbreedte van verschillende energie-scenario’s die wordt gehanteerd om zeker te zijn dat tijdige verduurzaming van de samenleving mogelijk is. Dat betekent dat het aanlanden en realiseren van ongeveer 29 GW aan windenergie op zee in de periode 2031-2040 wordt onderzocht. Dit is bovenop de deels gerealiseerde en deels in procedure zijnde 21 GW tot en met 2030. Verder bereidt het kabinet zich voor om in de periode 2041-2050 windenergie op zee door te laten groeien naar ongeveer 70 GW, wat betekent dat er mogelijk nog 20 GW windenergie op zee moet worden gerealiseerd na 2040. Het Programma VAWOZ (Verbindingen Aanlanding Wind op Zee) 2031-2040 onderzoekt - in nauwe samenspraak met de omgeving - hoe de energie van, nog te bouwen, windparken op zee aan land kan worden gebracht in de vorm van elektriciteit of waterstof voor de periode 2031-2040.

Het Programma geeft daarnaast een doorkijk naar de verwachte wind op zee opgave van 70 GW voor 2050. Ook kijkt het Programma VAWOZ naar de ruimtelijke inpassing van grootschalige elektrolyse op land gekoppeld aan de aanlanding wind op zee. De op de Noordzee opgewekte energie moet via elektriciteitskabels en waterstofleidingen aan land worden gebracht. De ruimtelijke inpassing hiervan raakt aan veel andere (maatschappelijke) belangen zoals van natuur, visserij, landbouw en scheepvaart. Om de raakvlakken met deze belangen en effecten in beeld te brengen wordt een integrale effectenanalyse (IEA) en planmilieueffectrapportage (m.e.r.) uitgevoerd als onderdeel van het Programma VAWOZ.

1

Kamerbrief 16 september 2022, kenmerk DGKE-E/22174505. Te vinden op: https://open.overheid.nl/documenten/ronl-b34f5ea2f405a4b9dbdfe676288ace0736599264/pdf

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

5

1.2 Onderdelen Programma VAWOZ en plek groeidocument In Figuur 1-1 zijn de belangrijkste onderdelen te zien in het proces om te komen tot een voorkeursalternatief per verbinding.

Figuur 1-1 Proces VAWOZ en plaats groeidocument Fase NRD Eerst zijn uitgangspunten voor de routes en locaties bepaald. Op basis hiervan zijn kansrijke oplossingsrichtingen (routes en locaties) per verbinding op kaart gezet. Deze zijn besproken in diverse (regio)overleggen en zijn vervolgens opgenomen in het groeidocument (zie verder de volgende paragraaf). Het groeidocument bevat de beschrijving van de routes en locaties die wel en niet verder onderzocht gaan worden in de integrale effectenanalyse/plan-milieueffectrapportage (IEA/plan-MER). Aan de hand van een bestuurlijke adviesnotitie wordt het voorstel voor te onderzoeken routes en locaties besproken met de overheden in de verschillende regio’s. Het groeidocument is onderdeel (een bijlage) van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) waarin het voorstel voor de te onderzoeken routes en locaties wordt vastgelegd. Iedereen kan reageren op de NRD en de Commissie MER geeft advies. De NRD en de binnengekomen reacties en adviezen vormen de basis voor het onderzoek in de IEA/plan-MER.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

6

Fase IEA/plan-MER De verschillende alternatieven (zie uitleg kader paragraaf 1.3.1) per verbinding worden op effecten onderzocht in een IEA/plan-MER. Eerst worden alle in de NRD voorgestelde routes en locaties onderzocht en daarna vindt verdiepend onderzoek plaats. Net als bij de NRD worden er regiosessies georganiseerd waarin onderzoekresultaten worden besproken en informatie wordt uitgewisseld. Dit proces rondom de routes en locaties wordt vastgelegd in het ‘groeidocument alternatieven’. Dit document wordt onderdeel (bijlage) van de IEA/plan-MER. Het streven is om zoveel mogelijk uit te komen op één kansrijk alternatief per beoogde verbinding (naast routes op zee en land ook locaties voor converterstations en elektrolysers op land). In het ontwerp- en uiteindelijk definitief Programma VAWOZ wordt vastgelegd welke verbindingen verder worden ontwikkeld. Het IEA/planMER levert de relevante informatie aan voor het voorstel voor één alternatief per verbinding. Dit voorstel wordt met de overheden in de verschillende regio’s besproken en opgenomen in een ontwerp- en uiteindelijk definitief Programma VAWOZ 2031-2040. Vervolgprocedure Na het Programma VAWOZ 2031-2040 wordt er per verbinding een ruimtelijke en vergunningenprocedure doorlopen.

Hierbij wordt in een milieueffectrapport het voorkeursalternatief per aansluitlocatie in meer detail onderzocht met als doel dat de initiatiefnemers deze verbindingen kunnen realiseren.

1.3 Komen tot kansrijke oplossingsrichtingen 1.3.1 Wat zijn kansrijke oplossingsrichtingen In dit groeidocument worden kansrijke oplossingsrichtingen gepresenteerd voor de aanlanding van windenergie op zee in de periode 2031-2040. Dit zijn routes (op zee en op land) op hoofdlijnen en zoekgebieden voor de onderdelen die nodig zijn om windenergie vanaf zee naar de aansluitlocaties (voor waterstof of elektriciteit) op land te brengen (zie Figuur 2-1 en Figuur 2-3). Deze kansrijke oplossingsrichtingen zijn onderdeel van de NRD. Om te komen tot kansrijke oplossingsrichtingen is een ontwerpproces doorlopen met het Ministerie van Economische Zaken Klimaat (EZK), Rijkswaterstaat (RWS), TenneT, Gasunie, de betrokken provincies en andere stakeholders. Terminologie kansrijke oplossingsrichting en alternatief In deze onderzoeksfase wordt gesproken over kansrijke oplossingsrichtingen en worden de mogelijke routes en zoekgebieden bepaald. Na de NRD komt de plan-MER/IEA-fase waar deze kansrijke oplossingsrichtingen de naam ‘alternatief’ krijgen en de verschillende alternatieven beoordeeld worden. Door de effecten van de alternatieven in beeld te brengen kan de minister voor Klimaat en Energie een landelijke afweging maken, mede op basis van de adviezen van de regio’s, die zo veel als mogelijk leidt tot één alternatief per verbinding.

De mer-procedure voor het project-MER van de individuele verbindingen die volgen op het Programma VAWOZ kan hierdoor korter worden.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

7

1.3.2 Proces om te komen tot kansrijke oplossingsrichtingen De eerste stap in het ontwerpproces is het bepalen van de uitgangspunten voor het ontwerpen van routes en bepalen van zoekgebieden voor converter/transformatorstations en aanlandingsstations. Ook zijn raakvlakken en relaties met andere projecten in beeld gebracht. Het resultaat van deze stap is een uitgangspuntennotitie (zie Bijlage 1). Op basis van deze uitgangspunten zijn de eerste kansrijke oplossingsrichtingen op kaart gezet. In ontwerpsessies met Gasunie, EZK, Rijkswaterstaat, TenneT en de betrokken provincies zijn de oplossingsrichtingen aangescherpt en zijn aandachtspunten, kansen en risico’s besproken. De kansrijke oplossingsrichtingen zijn gepresenteerd tijdens de regionale werksessies met bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen. Het doel van de regionale werksessies was om (gebiedsspecifieke) informatie op te halen over de kansrijke oplossingsrichtingen. Samen met de stakeholders is gekeken welke aandachtspunten, risico’s en kansen er zijn voor de routes op de kaart en of er nog meer routes mogelijk zijn.

Figuur 1-2 Een voorbeeld van de uitkomsten van regionale werksessies (Regio Zeeland) Met de opgedane informatie uit de werksessies zijn de kansrijke oplossingsrichtingen verder aanscherpt. De resultaten van dit proces zijn opgenomen in dit groeidocument. Het groeidocument geeft het ontwerpproces weer; het beschrijft de afwegingen die gemaakt zijn om te komen tot de kansrijke oplossingsrichtingen die opgenomen zijn in de NRD. De samenvatting hiervan staat in de bestuurlijke adviesnotitie, die de informatie bevat voor bestuurlijke besluitvorming. Ook worden de resultaten teruggekoppeld aan de regio’s in regionale werksessies.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

8

1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 licht de scope van het Programma VAWOZ toe en geeft een samenvatting van de belangrijkste uitgangspunten die zijn meegenomen in het ontwerpproces. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de routes en zoekgebieden die op de kaarten staan. Bijlage 1 bevat de volledige uitgangspuntennotitie. Voor het Programma is de keuze gemaakt om een verdeling te maken in regio’s. Dit zijn de volgende: Noordzee, Noord-Holland, Zuid-Holland (inclusief Noord-Brabant en Limburg), Zeeland en NoordNederland (Groningen/Noordoost-Friesland). Deze laatste regio is onderdeel van het aparte Programma Aansluiting Wind Op Zee (PAWOZ)-Eemshaven. In dit groeidocument wordt deze regio daarom niet verder behandeld. In Hoofdstuk 3 tot en met 7 is per regio toegelicht welke kansrijke oplossingsrichtingen uit het ontwerpproces zijn gekomen. Ook is onderbouwd welke routes en gebieden, die zijn besproken tijdens de ontwerpsessies, niet verder onderzocht worden in het Programma VAWOZ.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

9

2

Onderdelen en uitgangspunten

In dit hoofdstuk wordt toegelicht welke onderdelen in de scope van het Programma VAWOZ vallen en welke uitgangspunten gehanteerd zijn om te komen tot kansrijke oplossingsrichtingen.

2.1 Onderdelen van kansrijke oplossingsrichtingen Het Programma VAWOZ kijkt naar het aan land brengen van windenergie op zee in de vorm van elektriciteit en waterstof. Voor transport van windenergie in de vorm van waterstof is elektrolyse op zee nodig. Elektrolyse op zee wordt niet binnen het Programma VAWOZ onderzocht.2 Het Programma VAWOZ onderzoekt wel kansrijke locaties voor grootschalige elektrolyse op land. In de volgende paragrafen wordt toegelicht welke onderdelen nodig zijn (op zee en op land) voor elektrische verbindingen, waterstofverbindingen en elektrolyse op land.

2.1.1 Elektriciteitsverbinding In Figuur 2-1 en Figuur 2-2 is schematisch weergegeven hoe de verbinding van een offshore windpark tot en met het landelijke hoogspanningsnet eruit ziet. Dit wordt ook wel een ‘net op zee’ genoemd. De groene omkadering geeft de scope van het Programma VAWOZ aan. Het net op zee bestaat uit de volgende onderdelen: • AC of DC-converterplatform op zee3 • Ondergrondse AC/DC kabels op zee en op land • Converter-/transformatorstation op land • Aansluiting op een 380kV-hoogspanningsstation (of 150kV voor een 700MW-verbinding vanuit Hollandse Kust (west))

Figuur 2-1 Onderdelen elektrische verbinding van een 2GW-gelijkstroomverbinding

2

De effecten van waterstof productie op zee worden niet binnen het Programma VAWOZ onderzocht omdat er nog veel onzekerheden zijn over hoe waterstof op zee wordt geproduceerd en over de locaties van waterstofproductie op zee. 3 Er zijn twee varianten mogelijk voor het kabelsysteem: een wisselstroomverbinding (oftewel alternating current, AC) en een gelijkstroomverbinding (oftewel direct current, DC). Als het kabelsysteem een lengte heeft van circa 100 km of meer, is het om meer redenen voordeliger om met een DC-kabel aan te landen. In Programma VAWOZ is het uitgangspunt dat een wisselstroomverbinding een capaciteit van 700 MW heeft, en een gelijkstroomverbinding een capaciteit van 2 GW.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

10

Figuur 2-2 Onderdelen elektrische verbinding van een 700MW-wisselstroomverbinding Een gedetailleerde uitwerking van de onderdelen staat in de uitgangspuntennotitie (zie Bijlage 1).

2.1.2 Waterstofverbinding In Figuur 2-3 is schematisch weergegeven hoe de verbinding van een offshore windpark tot en met het landelijke waterstofnetwerk eruit zou kunnen zien. Het waterstofconcept bestaat uit de volgende onderdelen: • Waterstofproductie op zee (buiten scope Programma VAWOZ) • Ondergrondse waterstofleidingen op zee en op land • Afsluiterlocatie op land direct na de zeewering • Aanlandingsstation waterstof (met op de locatie of daarbuiten nog een afsluiterlocatie)

Figuur 2-3 Onderdelen van een aanlanding van wind op zee met waterstof. Waterproductie op zee wordt niet onderzocht in het Programma VAWOZ

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

11

Een gedetailleerde uitwerking van de onderdelen staat in de uitgangspuntennotitie (zie Bijlage 1).

2.1.3 Grootschalige elektrolysers op land Uit het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) is gebleken dat het voor een duurzaam, efficiënt energiesysteem gunstig is om grootschalige elektrolysers te plaatsen nabij aansluitlocaties van windenergie op zee. Op deze manier worden overschotten gelijk omgezet in waterstof en hoeven ze niet getransporteerd te worden via het hoogspanningsnet. Elektrolysers kunnen daarmee een functie hebben in de balancering van het elektriciteitsnet. Het onderzoek voor PEH is daarmee aanleiding geweest om binnen het Programma VAWOZ onderzoek te doen naar kansrijke locaties voor elektrolysers nabij aansluitlocaties op land. Programma VAWOZ brengt voor de periode na 2031 in beeld wat kansrijke locaties voor grootschalige elektrolyse zijn. Kansrijke locaties uit Programma VAWOZ zijn te zien als een aanvulling en/of verdieping op de voorkeursgebieden uit het PEH. Detailstudies voor kansrijke locaties vinden niet in Programma VAWOZ plaats, maar in ruimtelijke procedures volgend op het programma. Uitgangspunt voor het Programma VAWOZ 2031-2040 is dat de grootschalige elektrolysers op dezelfde 380kV-hoogspanningsstations worden aangesloten als waar een converterstation op wordt aangesloten. Er is dan geen directe relatie tussen een converterstation (dus de verbinding wind op zee) en een elektrolyser.

In het kader van maatwerkafspraken zou hier mogelijk van af geweken kunnen worden, maar de haalbaarheid moet nog uitgezocht worden. In het Programma VAWOZ wordt gekeken naar de mogelijkheid voor een directe aansluiting voor Tata Steel (zie paragraaf 4.3.2). Figuur 2-4 geeft een impressie hoe een grootschalige elektrolyse installatie (in dit geval 1 GW) eruit zou kunnen zien.4

4

https://ispt.eu/media/Public-report-gigawatt-advanced-green-electrolyser-design.pdf

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

12

Figuur 2-4 Impressie 1 GW groene waterstofinstallatie (bron: Institute for Sustainable Process Technology5) Voor grootschalige elektrolyse nabij een aansluitlocatie van wind op zee zijn de volgende elementen van belang: • Een converterstation van een net op zee-verbinding op land wordt aangesloten op een 380kV-hoogspanningsstation van TenneT. • Vervolgens zal een mogelijke elektrolyser aangesloten worden op het 380kVhoogspanningsstation. • Op het terrein van de elektrolyser wordt de elektriciteit getransformeerd naar de spanning die voor elektrolyse nodig is. Figuur 2-4 geeft de belangrijkste onderdelen weer van een mogelijk concept voor grootschalige elektrolyse6. De totale oppervlakte van een 1 GW elektrolyser kan oplopen tot 20 hectare (ha). Indien randvoorwaarden zoals elektriciteit en zoetwater aanwezig zijn, kan dit minder zijn. Dat zit als volgt: • Volgens het PEH neemt een elektrolyser van 1 GW ongeveer 10 ha in beslag. Daarnaast heeft een elektrolyser elektriciteit en zoetwater nodig. Dit zijn randvoorwaarden. Indien deze niet aanwezig zijn, zullen hier faciliteiten voor gebouwd moeten worden. Dit kost extra grond. Zo kost een transformatorstation om tot de juiste spanning te komen ongeveer 5 – 6 ha. • Indien daar een ontziltingsinstallatie om van zoutwater zoetwater te maken bij moet komen, kan het totale grondgebruik van een 1 GW elektrolyser oplopen tot circa 20 ha.

5 6

Bron: https://ispt.eu/media/Public-report-gigawatt-advanced-green-electrolyser-design.pdf Bron: https://ispt.eu/media/Public-report-gigawatt-advanced-green-electrolyser-design.pdf

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

13

Voor de elektrische aansluitlocaties in Programma VAWOZ wordt in de IEA/plan-MER verkend in hoeverre inpassing van grootschalige elektrolyse kansrijk is. Daarbij wordt o.a. rekening gehouden met: • Hoe een elektrolyser past in het energiesysteem (vraag, aanbod, transport). • Hoe de omgeving tegenover een mogelijke komst van een elektrolyser staat. • Wat mogelijke milieueffecten van een elektrolyser zijn. • Wat een elektrolyser betekent voor economische ontwikkelingen in een gebied. • Hoe een elektrolyser past in mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast dient ten behoeve van de vraag van elektrolysers naar zoetwater (voor productie en koeling) in de nabijheid groot oppervlaktewater7, beschikbaar te zijn om gebruik van grondwater of drinkwater te voorkomen. De locatiebepaling van een elektrolyser zal (net als de onderdelen van de net op zee-verbinding) met inachtneming gaan van de richtlijnen water en bodem sturend. Parallel aan Programma VAWOZ doet het ministerie van Economische Zaken en Klimaat - in samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat - onderzoek naar de relatie tussen zoetwaterbeschikbaarheid en elektrolyse. De resultaten van het onderzoek worden eind eerste kwartaal 2024 verwacht en gedeeld met het Programma VAWOZ. Deze informatie kan van invloed zijn op welke locaties voor grootschalige elektrolysers als kansrijk worden beschouwd.

In theorie zou de behoefte aan zoetwater kunnen betekenen dat er een ontziltingsinstallatie bij de elektrolyser moet komen. Dit onderzoek wordt eind eerste kwartaal 2024 opgeleverd. Vanuit de omgeving bezien kan het interessant zijn dat bij het produceren van waterstof door grootschalige elektrolyse warmte en zuurstof vrijkomt. Deze warmte kan bijvoorbeeld gebruikt worden om de gebouwde omgeving of kassen van duurzame warmte te voorzien. Zuurstof kan gebruikt worden in industriële processen en is bijvoorbeeld nodig voor waterzuivering op RWZI’s.

2.2 Belangrijkste uitgangspunten voor routes en locaties 2.2.1 Inleiding Het startpunt voor het traceren zijn de windenergiegebieden of zoekgebieden op zee. Het eindpunt voor de tracering is een aansluitlocatie op land in de vorm van een hoogspanningsstation (voor elektrische verbindingen) of het Waterstofnetwerk Nederland (voor waterstofverbindingen). Figuur 2-5 is een overzichtskaart van Programma VAWOZ 2031-2040. Op de kaart zijn de aangewezen windenergiegebieden, zoekgebieden voor windenergie en de aansluitlocaties te vinden.

7

Waaronder de zee, dit vraagt om een ontziltingsinstallatie.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

14

Figuur 2-5 Kaart windenergiegebieden, windenergie zoekgebieden en aansluitlocaties die deel uit maken van het Programma VAWOZ 2031-2040 Voor het bepalen van mogelijke routes en zoekgebieden voor de onderdelen die benoemd zijn in de vorige paragraaf, oftewel kansrijke oplossingsrichtingen, is een aantal uitgangspunten gehanteerd. Een volledige lijst van uitgangspunten is de vinden in Bijlage 1. De belangrijkste uitgangspunten zijn hierna samengevat.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

15

2.2.2 Windenergiegebieden De volgende windenergie- en zoekgebieden vallen in de scope van het Programma VAWOZ 20312040: • Windenergiegebied Hollandse Kust (west), kavel VIII (hierna: HKW8) • Windenergiegebied Lagelander • Zoekgebied 6/7 • Doordewind (west)

2.2.3 Platforms op zee De converter- en transformatorplatforms voor het verzamelen en omzetten van de windenergie bevinden zich in de windenergiegebieden op zee. Over de locaties voor deze platforms wordt besloten in verkavelingswerkgroepen. Als deze informatie beschikbaar komt gedurende het Programma VAWOZ, wordt de informatie meegenomen. Nu wordt uitgegaan van het startpunt van de verbindingen vanaf de rand of het midden van de windenenergiegebieden. Verder wordt in dit groeidocument niet ingegaan op zoekgebieden voor platforms.

2.2.4 Routes op zee en land In het Programma VAWOZ wordt rekening gehouden met de aanlanding van ordegrootte tien elektrische verbindingen en twee waterstofverbindingen. Voor windenergiegebied HKW8 wordt gekeken naar AC-verbindingen (zie voetnoot 3). Voor windenergiegebied Lagelander wordt gekeken naar een AC- of DC-verbinding, afhankelijk van het vermogen van het windpark.8 De ontsluiting van zoekgebied 6/7 vindt plaats met DC- en waterstofverbindingen. Routes die in eerdere projecten niet verder zijn onderzocht (dat wil zeggen die niet gekozen zijn als voorkeursalternatief) kunnen in het kader van het Programma VAWOZ 2031-2040 opnieuw worden bekeken. De routes zijn opgenomen als kansrijke oplossingsrichting als er op voorhand geen showstoppers zijn vastgesteld (bijvoorbeeld een onvergunbare situatie). Door de ontwikkelingen in de techniek geldt ook dat sommige routes kansrijker blijken dan eerder gedacht, bijvoorbeeld omdat de maximale lengte van boringen in de laatste jaren is toegenomen. De belangrijkste uitgangspunten voor de kansrijke routes voor waterstof en elektriciteit op zee zijn: • Routes zo kort mogelijk, maar er wordt ook rekening gehouden met andere belangen. • Ontwijken van, of zo kort mogelijk door, natuurgebieden. • Gebieden waarbinnen zandwinning plaats vindt (vergund en MER-zoekgebieden) zoveel mogelijk vermijden.

• Scheepvaartroutes (indien mogelijk) zoveel mogelijk haaks kruisen. • Ankergebieden vermijden en buiten de 1.000 meter zone om de ankergebieden blijven.9 • Routes zo veel mogelijk bundelen om ruimtebeslag te beperken. De belangrijkste uitgangspunten voor de kansrijke routes voor waterstof en elektriciteit op land zijn:

8

Dit wordt onderzocht in de Partiële Herziening Programma Noordzee. Eén van de waterstofroutes loopt door een ankergebied. De reden hiervoor en de omgang hiermee wordt nader toegelicht in paragraaf 7.3.2. 9

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

16

• • • • • •

Routes zo kort mogelijk (zo snel mogelijk aansluiten op het landelijk waterstofnetwerk of het hoogspanningsstation), maar er wordt ook rekening gehouden met andere belangen. Waar mogelijk bundelen van bestaande kabel- en leidingeninfrastructuur. Waar mogelijk aansluiten bij bestaande (water)weginfrastructuur. Zo min mogelijk kruisingen met waterwegen/-gangen en overige infrastructuur. Wanneer er infrastructuur gekruist wordt, dan zoveel mogelijk haaks kruisen. Zoveel mogelijk vermijden van bebouwd gebied, natuurgebieden en andere beschermde gebieden. Bij voorkeur niet door gebieden waar een hoge trefkans bestaat voor archeologische-, aardkundige- en/of cultuurhistorische waarden en monumenten.

In deze fase van kansrijke oplossingsrichtingen zijn de routes op hoofdlijnen ontworpen. Er is nog niet op perceelniveau gekeken naar de tracering. Dit gebeurt in de volgende ontwerpfase die zal plaatsvinden voorafgaand aan de effectbeoordeling.

2.2.5 Aansluitlocaties en aanlandingszones In de Voorverkenning voor het Programma VAWOZ 2031-2040 zijn op hoofdlijnen de kansrijke aansluitlocaties in beeld gebracht (zie ook de paragraaf 2.3.2). Aansluitlocaties zijn de locaties waar een verbinding wordt aangesloten op het landelijke hoogspanningsnet of waterstofnetwerk. De aansluitlocaties uit de Voorverkenning zijn te zien in Figuur 2-5. In de hoofdstukken hierna wordt per regio toegelicht welke aansluitlocaties voor elektriciteit en waterstof meegenomen worden in het Programma VAWOZ en waarom sommige aansluitlocaties niet verder worden onderzocht. Voor een aantal aansluitlocaties wordt in de toekomst of is recent een procedure gestart waarbinnen diverse locaties worden bekeken. Dit betekent dat er nog geen locatie voor de aansluitlocatie bekend is. Op basis van de beschikbare informatie uit de regionale werksessies, overleggen met provincies en de stand van zaken van desbetreffende projecten zijn zoekgebieden gedefinieerd. De zoekgebieden zijn een globale aanduiding van de toekomstige locatie. In de volgende fase van Programma VAWOZ, wanneer er meer informatie beschikbaar komt over de aansluitlocaties vanuit de specifieke projecten, worden de zoekgebieden ook verder afgebakend. Om bij de aansluitlocatie te komen moet de elektriciteitskabel of waterstofleiding vanuit zee aanlanden op de kust.

Hiervoor zijn zogenaamde aanlandingszones gedefinieerd. De belangrijkste uitgangspunten voor de aanlandingszones zijn: • De aanlandingszones liggen bij voorkeur in de buurt van aansluitlocaties. Maar er wordt ook rekening gehouden met technische uitvoerbaarheid en andere belangen, zoals natuur en morfologie. • Een zo beperkt mogelijke doorkruising van Natura 2000-gebied (bijv. duinengebied). • De stabiliteit van waterkeringen wordt behouden. • Aanlandingszones uit eerdere net op zee-trajecten worden opnieuw bekeken (o.a. uit Net op zee Hollandse Kust (Noord) en (west Alpha)). De voortschrijdende technische mogelijkheden bieden mogelijk kansen om eerder onderzochte tracés te gebruiken.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

17

2.2.6 Stations op land Converterstation Het converterstation op land zet de gelijkstroom (DC) om in wisselstroom (AC) en transformeert het vermogen van 525 kV naar 380 kV. Dit is nodig omdat het landelijke hoogspanningsnet op wisselstroom 380 kV functioneert. Een converterstation zet dus de stroom vanaf een windpark op zee om naar het juiste vermogen voor een transformatorstation. Transformatorstation Het transformatorstation is een hoogspanningsstation. Hoogspanningsstations zijn knooppunten in onze elektriciteitsvoorziening. Ze sluiten hoogspanningsverbindingen op elkaar aan en transformeren de spanning naar een ander niveau. We kunnen ons hoogspanningsnet vergelijken met het wegennet. De hoogspanningslijnen van 220 en 380 kilovolt (kV) vormen de snelwegen van het elektriciteitsnetwerk, om grote afstanden te overbruggen. Voor de converter- en transformatorstations zijn de volgende uitgangspunten het belangrijkst: • Converter- en transformatorstations liggen maximaal 6 km van een aansluitlocatie. • Er moet beschikbare ruimte zijn of zicht op zijn dat deze in de toekomst vrijkomt. In deze fase van de kansrijke oplossingen wordt ruimte als beschikbaar beschouwd als er een bedrijventerrein met onbebouwde ruimte is of bij agrarisch grondgebruik (wanneer de grond niet bebouwd is). Bestaande ruimtelijke reserveringen worden hierbij gerespecteerd.

• Het beperken van onnodig landgebruik, in het kader van ‘Water en bodem sturend’10. • Zoveel mogelijk beperken van effecten op andere functies en aspecten, zoals effecten op bebouwde omgeving, infrastructuur, landbouw, landschap, recreatie, natuur en waterkeringen. Aanlandingsstation waterstof Een aanlandingsstation voor waterstof zorgt ervoor dat de waterstof die via een pijpleiding aan land komt ingevoerd kan worden in het landelijke waterstofnetwerk. Het vormt de verbinding tussen de offshore leiding en het landelijke netwerk. In het aanlandingsstation wordt het waterstofgas op het juiste drukniveau gebracht en vinden metingen en controles plaats. Voor een aanlandingsstation zijn de volgende uitgangspunten het belangrijkst: • Aanlandingsstations voor waterstof liggen bij voorkeur in de buurt van de inkoppeling op het waterstofnetwerk. • Bovengenoemde uitgangspunten onder converter- en transformatorstations zijn ook van toepassing op het aanlandingsstation, met uitzondering van de maximale afstand van 6 km tussen het station en de aansluitlocatie.

2.2.7 Elektrolysers op land De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij het zoeken naar locaties voor elektrolysers in het kader van het Programma VAWOZ 2031-2040: 10

In de kamerbrief ‘rol Water en Bodem bij ruimtelijke ordening’ is beschreven dat het kabinet water en bodem sturend wil laten zijn bij beslissingen over de ruimtelijke inrichting van Nederland. Zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/11/25/water-en-bodem-sturend

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

18

•

• •

• • • •

In de nabijheid van een hoogspanningsstation waar elektrische aansluiting van windparken op zee plaatsvindt. De maximale afstand van een elektrolyser tot het hoogspanningsstation is circa 6 km. In de nabijheid van het Waterstofnetwerk Nederland Ten behoeve van de vraag naar water: in de nabijheid van een groot oppervlaktewater, waaronder de zee, om lange waterbuisleidingentracés en het gebruik van grondwater of drinkwater te voorkomen. In het kader van Programma VAWOZ gaan we uit van een oppervlakte van het terrein van 20 hectare voor een elektrolyser van 1 GW. Een goede aanname voor het waterverbruik van een grootschalige elektrolyser wordt nog uitgewerkt. Het gaat om waterverbruik voor zowel productie als voor koeling. In lijn met het Programma Water en Bodem Sturend is het belangrijk om uit te gaan van een toekomstbestendige watervoorziening bij de uitrol van elektrolyse. Er wordt uitgegaan van een veiligheidscontour van 200 meter rondom gevoelige objecten.

2.3 Samenhang met andere energieprojecten en -programma’s 2.3.1 Inleiding Het Programma VAWOZ staat niet op zichzelf. Er is veel samenhang en samenloop met andere programma’s en projecten, zoals het Programma Aansluiting Wind op Zee (PAWOZ)-Eemshaven, Programma Energie Hoofdstructuur (PEH), Energie Infrastructuurplan Noordzee (EIPN), en het Programma Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX) inclusief ruimtelijke voorstellen van provincies. Dit groeidocument beschrijft de samenhang voor zover relevant voor de kansrijke oplossingsrichtingen en specifiek gericht op ruimtelijke raakvlakken. Voor de concrete locaties van elektrolysers en converter-/transformatorstations zijn ook andere programma’s relevant, zoals het (provinciale) Meerjarenprogramma Infrastructuur voor Energie & Klimaat (MIEK), het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) en Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG), die worden hier niet toegelicht. Programma’s waarbij de samenhang vanuit het energiesysteem relevant is beschrijven we hier niet. Dit wordt meegenomen in de analyse systeemintegratie (Bijlage C bij de concept-NRD). Deze paragraaf beschrijft de samenhang met algemene programma’s. In de volgende hoofdstukken wordt per regio de samenhang met meer concrete projecten beschreven, zie Tabel 2-1.

Tabel 2-1 Raakvlakprojecten per regio die een relatie hebben met de kansrijke oplossingsrichtingen Regio Noord-Holland

Zuid-Holland, Noord-Brabant en Limburg

Projecten 380kV-Netuitbreiding Noord-Holland Noord (NNHN) en 380kV-stations NNHNnoord en NNHN-zuid. 380kV-station A9 Zuid Waterstofnetwerk Noordzeekanaalgebied Delta Rhine Corridor Net op zee Nederwiek 3 Waterstofnetwerk Rotterdam 380kV-station Europoort 380kV-station Tilburg 380kV Port of Moerdijk 380kV-station Maasbracht 380kV-station Graetheide

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

19

Regio Zeeland

Projecten 380kV Maasbracht – Graetheide Waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland 380kV Zeeuws-Vlaanderen (Borssele – Terneuzen) inclusief 380kV-station Terneuzen Hoogspanningsstation omgeving Sloegebied

2.3.2 Voorverkenning Programma VAWOZ 2031-2040 In 2021-2022 is de Voorverkenning voor het Programma VAWOZ 2031-2040 uitgevoerd.11 Het doel van deze Voorverkenning was om op hoofdlijnen kansrijke aansluitlocaties in beeld te brengen. De resultaten uit de Voorverkenning zijn gebaseerd op informatie uit parallelle programma’s en onderzoeken (waaronder het Programma Energie Hoofdstructuur en het onderzoek Systeemintegratie Wind op Zee 2030-2040), regiosessies met stakeholders, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen en systeemanalyses van Gasunie en TenneT.

2.3.3 Programma PAWOZ-Eemshaven Het Programma Aansluiting Wind Op Zee – Eemshaven (PAWOZ-Eemshaven) onderzoekt naast routes t/m 2031 ook de mogelijkheden voor toekomstige kabel- en leidingroutes vanaf de Noordzee naar Noord-Nederland, namelijk naar Eemshaven via het Waddengebied. De resultaten (in de vorm van de mogelijke routes na 2031) uit PAWOZ-Eemshaven worden onderdeel van het Programma VAWOZ 2031-2040. Het Programma VAWOZ onderzoekt aansluitingen voor windparken tot het demarcatiepunt op de Noordzee.12 Binnen het Programma VAWOZ 2031-2040 zal een afweging worden gemaakt welke windenergiegebieden via welke routes worden aangesloten waarbij gebruik gemaakt wordt van de informatie uit PAWOZ-Eemshaven (zie Figuur 2-6). Grootschalige elektrolyse in Noord-Nederland In het Programma VAWOZ wordt geen onderzoek gedaan naar mogelijke locaties voor elektrolyse in Noord-Nederland. Hier wordt namelijk al in voorzien. De Provincie Groningen en de Gemeente het Hogeland zijn de Oostpolder aan het ontwikkelen tot bedrijventerrein voor grootschalige bedrijven. Er zal 400 hectare aan bedrijfskavels gerealiseerd worden. De locatie en globale inrichting van dit bedrijventerrein is vastgelegd in de structuurvisie Oostpolder. De aansluiting op zowel de bestaande en beoogde elektriciteitsinfrastructuur van TenneT als het beoogde landelijke waterstofnetwerk zijn meegewogen in de locatiekeuze.

In december ging het ontwerp Provinciaal Inpassingsplan Oostpolder ter inzage. De structuurvisie en het inpassingplan anticiperen beide op elektrolyse. De effecten van elektrolysers zijn dan ook onderzocht in de milieueffectrapportages voor deze plannen, zodat hier rekening mee kon worden gehouden bij de inrichting van het terrein en het vaststellen van de kaders voor de bedrijvigheid.

11

Voor het eindrapport van de Voorverkenning VAWOZ 2031-2040 (inclusief bevindingen uit de regiosessies), zie: Eindrapportage-voorverkenning-14-juli-2022-VAWOZ-2031-2040.pdf (rvo.nl) 12 Voor de definitie van ‘demarcatiepunt’, zie Bijlage A Begrippenlijst.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

20

Figuur 2-6 Routes en corridors die worden onderzocht in PAWOZ-Eemshaven

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

21

2.3.4 Programma Energie Hoofdstructuur (PEH) Het Programma Energie hoofdstructuur (PEH) is gericht op de ruimtelijke planning van nationale energie-infrastructuur (op het gebied van transport, conversie en opslag) op land met als tijdshorizon 2050. Uit het ontwerp-PEH13, gepubliceerd in juli 2023, blijkt dat het voor een efficiënt energiesysteem gunstig kan zijn om elektrolysers te plaatsen nabij aansluitlocaties van windenergie op zee. Op deze manier worden overschotten gelijk omgezet in waterstof en hoeven ze niet getransporteerd te worden via het hoogspanningsnet. De elektrolysers hebben daarmee een functie in de balancering van het elektriciteitsnet en kunnen de noodzaak voor nieuwe hoogspanningsverbindingen voorkomen. Tegelijkertijd leidt het plaatsen van de elektrolysers bij aanlandingslocaties van windenergie op zee tot weinig extra knelpunten in het waterstofnet omdat het nationale waterstofnetwerk hier al voorzien is. Het onderzoek in het PEH is daarmee aanleiding geweest om binnen het programma VAWOZ de kansrijkheid van locaties van elektrolysers nabij aanlandingen windenergie op zee te onderzoeken.

2.3.5 Onderzoek Hergebruik offshore Aardgasleidingen voor waterstoftransport (OHA) en Energie Infrastructuurplan Noordzee (EIPN) Het ministerie van EZK heeft de afgelopen periode als onderdeel van het onderzoek naar het Energie infrastructuurplan Noordzee (EIPN) onderzoek laten uitvoeren naar het hergebruiken van bestaande aardasleidingen op zee voor de aanlanding van windenergie op zee met waterstof. Het onderzoek betreft een bureaustudie naar de technische haalbaarheid. Er zijn scenario’s ontwikkeld waarin bestaande leidingen worden ingezet voor het transport van waterstof. In deze scenario’s is ook gekeken hoe bestaand aardgastransport omgeleid zou moeten worden om leidingen vrij te maken voor waterstof. Dit heet re-routing. Voor dergelijke re-routing is meestal ook de aanleg van stukken nieuwe aardgasleiding nodig. Een selectie van de scenario’s wordt nu verder onderzocht op technische haalbaarheid. Er wordt ook een milieueffectenonderzoek van de scenario’s gedaan. Hierbij wordt gekeken naar de effecten op de fysieke leefomgeving van alle activiteiten die nodig zijn om de leidingen geschikt te maken voor waterstof. Er wordt ook gekeken naar de effecten van het aanleggen van nieuwe pijpleidingen voor re-routing. Het milieueffectonderzoek wordt afgestemd met het onderzoek voor Programma VAWOZ, waaronder de criteria in het beoordelingskader.

Als onderdeel van het OHA wordt ook een commercieel proces voorbereid waarin hergebruik van bestaande aardgasleidingen wordt uitgewerkt. Als uit deze stappen blijkt dat hergebruik een haalbare optie is, dan wordt een uitgewerkt hergebruikscenario en effectonderzoek betrokken bij de integrale besluitvorming van Programma VAWOZ 2031-2040. In deze concept-NRD zijn daarom nu alleen nieuwe waterstofleidingen beschreven, hergebruik wordt niet meegenomen in het IEA/planMER-onderzoek voor Programma VAWOZ.

2.3.6 Waterstofnetwerk Nederland Hynetwork Services B.V. (HNS), een dochteronderneming van Gasunie, legt een landelijk netwerk aan dat de vraag naar en aanbod van CO2-vrije waterstof verbindt. Dit transportnetwerk verbindt industriële clusters met elkaar, met het buitenland en met waterstofopslagen. Dit gebeurt hoofdzakelijk via bestaande en deels nieuw aan te leggen infrastructuur. In de komende zeven jaar

13

Voor het Ontwerp-Programma Energiehoofdstructuur, zie: https://www.rvo.nl/sites/default/files/202307/Ontwerp-Programma-Energiehoofdstructuur-juli-2023-Programma-Energiehoofdstructuur.pdf

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

22

ontwikkelt Hynetwork Services een stapsgewijs aaneengesloten landelijk waterstofnetwerk, beginnend in de industriële regio’s.

2.3.7 Partiële Herziening van het Programma Noordzee 2022-2027 Het voornaamste doel van de Partiële Herziening (PH) van het Programma Noordzee 2022-2027 is het aanwijzen van windenergiegebieden voor de periode na 2031. Het Programma VAWOZ 20312040 sluit aan bij de in de PH vastgestelde capaciteit (GW) per windenergiegebied als uitgangspunt voor de aan te landen energie. Zoekgebied 6/7 is dusdanig groot dat, tussen de mogelijke aanwijzing hiervan als windenergiegebied en de kavelbesluiten, een nadere gebiedsuitwerking nodig is waarin nog ruimtelijke afwegingen aan de orde zullen zijn. De gebiedsuitwerking wordt deels parallel aan en deels na de PH opgesteld. De exacte locatie van toekomstige windparken wordt vastgelegd in kavelbesluiten.

2.3.8 Programma NOVEX Het Programma NOVEX geeft sturing in de complexe ruimtelijke uitdagingen voor gebieden in samenwerking met provincies, gemeenten en waterschappen. De provincies werken elk aan een ruimtelijk voorstel. Ook wordt er in 16 ‘NOVEX-gebieden’ gewerkt aan een gebiedsgerichte aanpak waar ruimtelijke opgaven de provinciegrenzen overschrijden. De plannen van de zestien gebieden worden opgenomen in de ruimtelijke voorstellen van de provincies. In de uitwerking van de aanpak per gebied en provincie wordt onder andere gekeken naar ruimte voor energie-infrastructuur, waaronder de aanlanding van wind op zee. Deze uitwerking wordt oktober 2023 verwacht. Onder andere de NOVEX-gebieden Noordzeekanaalgebied, Rotterdamse Haven, North Sea Port District en Zuid-Limburg zijn relevant in het kader van het Programma VAWOZ 2031-2040.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

23

3

Regio Noordzee

In dit hoofdstuk worden de routes vanaf de windenergiegebieden tot aan de aanlandingszones toegelicht. De aanlandingszones, aansluitlocaties en de routes vanaf de aanlandingszones tot aan de aansluitlocaties (waterstof en elektriciteit) worden per regio verder toegelicht in de hoofdstukken 4 tot en met 7. Proces routes Noordzee Voor de regio Noordzee zijn er in tegenstelling tot de andere regio’s nog geen aparte routes benoemd en gecodeerd. De komende tijd zal hier verder invulling aan gegeven worden. In augustus 2023 heeft er een tweetal ontwerpsessies plaatsgevonden rondom knelpunten (o.a. ruimte in bufferzone windparken, bufferzone vaarwegen, zandwingebieden, ankergebieden) op de Noordzee en de (on)mogelijkheden van traceren door windparken. Daarnaast zijn er in november en december detailleringssessies geweest om verder in te zoomen op de routes. In deze sessies is in meer detail gekeken naar de beschikbare ruimte voor de westelijke, midden en oostelijke route (zie paragraaf 3.1) en zijn knelpunten geïdentificeerd voor zowel kabels als leidingen. Voor de waterstofleidingen is er daarnaast in opdracht van Gasunie door technisch specialisten naar de routes gekeken. In het kader van de plan-MER en de IEA zullen de routes wel apart benoemd, gecodeerd en beoordeeld worden.

3.1 Bandbreedte aantal verbindingen Binnen het Programma VAWOZ wordt gezocht naar ruimte voor grofweg tien elektrische en twee waterstofverbindingen. Verdeling van de verbindingen vanuit de windenergiegebieden is als volgt: • Zoekgebied 6/7: zes tot zeven elektrische verbindingen, twee waterstofverbindingen. • Lagelander: een tot twee elektrische verbindingen. • HKW8: een elektrische verbinding. • Doordewind (west): een elektrische verbinding. Gezien de transportcapaciteit van de waterstofleidingen (10-15 GWH2 per leiding), wordt voor het traceren van leidingen alleen gekeken naar zoekgebied 6/7. Eventueel is het mogelijk om vanuit andere windenergiegebieden op de leidingen aan te takken. In het EIPN is ook gekeken welke opties er zijn voor het hergebruik van leidingen. Een nadere uitwerkingsslag op deze opties voor hergebruik is nodig en de resultaten uit dat onderzoek worden meegenomen in de integrale afweging voor Programma VAWOZ.

3.2 Kansrijke routes Figuur 3-1 laat zien welke verbindingen tussen windenergiegebieden en aanlandingszones we onderzoeken in Programma VAWOZ. De kansrijke routes op de Noordzee zijn te zien in Figuur 3-2.

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

24

Figuur 3-1 Schema verbindingen Noordzee

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

25

Figuur 3-2 Routes voor waterstof en elektriciteit op de Noordzee

Programma VAWOZ 2031-2040 - Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen versie 1.0 – Definitief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14098020/1