landelijk 6 Concept-notitie-reikwijdte-en-detailniveau-programma-VAWOZ-2031-2040
Tekst van het document
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
44
Europoort Route Hoek van Holland (HVH) - Europoort (EUP) landt aan in Hoek van Holland en loopt verder over land parallel aan de Nieuwe Waterweg en de N223. De route passeert de woonkern Hoek van Holland. Ter hoogte van de 380kV-verbinding maakt deze route de oversteek richting Europoort parallel aan andere kabels en hoogspanningslijnen. Route Haringvlietmonding (HVM)-EUP landt aan in Natura 2000-gebied Voornes Duin ten zuiden van Rockanje. De Natura 2000-strook is hier relatief smal ten opzichte van de rest van de kust. De route loopt verder ten oosten van Rockanje en loopt in noordoostelijke richting parallel aan de N496 door de gemeente Voorne aan Zee. Dit gebied heeft een open karakter en heeft veelal een agrarische functie. Tussen Oostvoorne en glastuinbouwgebied Tinte kruist de route de N496 en de N218. De route loopt verder door agrarisch gebied richting het noorden en kruist de Delta Rhine Corridor. Bij het Brielse Meer wordt het water overgestoken richting de aansluitlocatie Europoort. Hierbij wordt ook de A15 gekruist en komt de route aan in de gemeente Rotterdam. Een locatie voor een converterstation of een grootschalige elektrolyser wordt gezocht binnen het zoekgebied (met straal van 6 km) rondom het toekomstige 380kV-station Europoort. Het industrieterrein/havengebied is vanuit het principe van bundeling van functies een logische locatie hiervoor.
Er lopen diverse initiatieven in het havengebied voor grootschalige elektrolyse. In de regionale werksessie en in andere gesprekken heeft het Havenbedrijf ingebracht dat er, volgens hun inzichten, geen ruimte beschikbaar is voor een converterstation op het industrieterrein gezien de huidige en toekomstige ruimtevraag als gevolg van de energietransitie en de transitie naar circulaire industrie in het havengebied. Hierover worden vervolggesprekken gevoerd met het Havenbedrijf. Daarnaast kan er voor een converterstation ook gekeken worden in het zoekgebied direct aan de noordzijde van de Nieuwe Waterweg tussen Hoek van Holland en Maasdijk. Simonshaven Route HVM-Simonshaven (SMH)1 kruist de Haringvlietdam en loopt zo ver mogelijk door het Haringvliet voordat het aan land komt in agrarisch gebied ten oosten van Hellevoetsluis. Hier vervolgt de route haar weg richting het noordoosten richting de aansluitlocatie Simonshaven. Deze route is eerder aan de orde gekomen in het MER voor Net op zee IJmuiden Ver Beta en is daar na MER fase 1 niet verder onderzocht omdat er ook een route naar de Maasvlakte was met minder effecten. De aansluiting is ook onderzocht in VAWOZ 2030, maar is niet verder meegenomen in de tweede fase van het onderzoek.
Voor inzichten over het kruisen van de Haringvlietdam stemt Programma VAWOZ af met onderzoek dat gedaan wordt in het kader van Nederwiek 3 (zie tekstkader in §4.6.1). Route HVM-SMH2 komt aan land ten zuiden van Rockanje in Natura 2000gebied Voornes Duin en NNN-gebied. De route loopt parallel aan de N57 in noordoostelijke richting door agrarisch gebied. In de gemeente Nissewaard buigt de route af naar het oosten om parallel te lopen aan de Delta Rhine Corridor. Ten noorden van Abbebroek kruist de route het water Bernisse en komt de route aan bij het 380kV-station Simonshaven. Een locatie voor een converterstation of een grootschalige elektrolyser wordt gezocht binnen het zoekgebied (met straal van 6 km) rondom het 380kV-station Simonshaven. Dit zoekgebied bestaat met name uit agrarisch open gebied. Er zijn geen bedrijventerreinen met ruimte voor een converterstation of een grootschalige elektrolyser. Een converterstation in dit gebied bleek in het MER voor Net op zee IJmuiden Ver Beta onder andere op landschap zeer negatief vanuit het perspectief van zichtbaarheid, gebiedskarakteristiek en de samenhang van cultuurhistorische elementen en hun omgeving. Er is geen verder onderzoek gedaan naar een aansluiting op 380kV-station Simonshaven omdat er destijds een alternatief van aansluiten op de Maasvlakte met minder effecten was.
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
45
Aanlandingen op de Maasvlakte Op basis van werksessies en vervolggesprekken lijkt er zeer beperkt ruimte te zijn voor extra aanlandingen wind op zee op de Maasvlakte na 2031. Programma VAWOZ onderzoekt voor de periode na 2031 daarom alleen de mogelijkheid van een waterstofaanlanding op de Maasvlakte met een aansluiting op de Delta Rhine Corridor of het Waterstofnetwerk Rotterdam. Op basis van het onderzoek in Programma VAWOZ ontstaat een beeld van de kansrijkheid van aansluitlocaties na 2031 en welke verdeling van aanlandingen energiesysteem-technisch wenselijk is. Daaruit blijkt ook in hoeverre de elektrische aansluitlocaties in scope toereikend zijn voor de opgave (ca. 29GW tussen 2031 en 2040 en mogelijk nog eens 20GW extra tot aan 2050). Indien blijkt dat er onvoldoende kansrijke elektrische aansluitlocaties zijn, kan overwogen worden om aanvullend een ruimtelijk programma/onderzoek te starten voor de verkenning van landuitbreiding van de Maasvlakte, ten behoeve van het faciliteren van bijv. elektrische aanlandingen en grootschalige elektrolyse. Eventuele uitbreiding van de Maasvlakte kent echter vele uitdagingen die van invloed zijn op de haalbaarheid - zo worden kustuitbreidingen vooralsnog niet toegestaan in het kader van Water en bodem sturend.
–In Programma VAWOZ wordt een route vanaf het windpark op zee naar Maasvlakte Zuid onderzocht om op deze eventuele ontwikkeling voorbereid te zijn, wetende dat in de huidige situatie geen elektrische aansluiting mogelijk is.
4.5.4 Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor waterstof Zuid-Holland Waterstofnetwerk Rotterdam en Delta Rhine Corridor Route Maasvlakte Zuid (MVLz)- Delta Rhine Corridor (DRC) landt aan de zuidkant van de Tweede Maasvlakte aan, op een drukke plek waar meerdere net op zee-verbindingen zijn voorzien. De route loopt in noordelijke richting langs Distripark Maasvlakte. Daarna volgt de route de Maasvlakteweg in oostelijke richting en worden de windturbines naast de Slufter gepasseerd. De route loopt verder over de Eerste Maasvlakte parallel aan de Europaweg. Het is nog niet duidelijk waar de inkoppeling op het waterstofnetwerk Rotterdam of de Delta Rhine Corridor plaats kan vinden. Dit wordt momenteel nader uitgewerkt. Route Maasvlakte Noord (MVLn)-DRC landt aan de noordkant van de Tweede Maasvlakte aan ter hoogte van de aanlanding Net op zee HKZ en de geplande CO2-leidingen Porthos en Aramis. Deze route volgt de Maasvlakteweg in zuidwestelijke richting en loopt vervolgens parallel aan de Route MVLZ-WNN. De route kan dus zowel op het Waterstofnetwerk Rotterdam als de Delta Rhine Corridor aansluiten. Route HVM-DRC is ook een mogelijke waterstofroute naar de DRC. De route landt aan in Natura 2000-gebied Voornes Duin ten zuiden van Rockanje. De Natura 2000-strook is hier relatief smal ten opzichte van de rest van de kust.
De route loopt hier parallel aan de elektrische route HVM-SMH2. Het is nog onduidelijk waar de precieze inkoppeling op de DRC kan plaatsvinden. Voor een aanlandingsstation voor waterstof zijn drie zoekgebieden in beeld: een zoekgebied nabij de aanlandingszone Maasvlakte Noord, een zoekgebied rondom de Delta Rhine Corridor (DRC) tussen Goudhoek en Brielle en een zoekgebied rondom de kruising van de N57 en de DRC.
4.6 Kansrijke oplossingsrichtingen regio Noord-Brabant en Limburg 4.6.1 Inleiding en bandbreedte aantal verbindingen In Programma VAWOZ wordt gekeken naar maximaal drie elektrische verbindingen die diep landinwaarts aanlanden. Dit zijn de verbindingen die aansluiten in Tilburg en/of Maasbracht en Graetheide. De eerste analyse21 van het energiesysteem geeft het inzicht dat het voor Tilburg zinvol
21
Het rapport Systeemintegratie wind op zee (fase NRD) is te vinden in Bijlage C van de concept-NRD.
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
46
is om naar maximaal één elektrische verbinding te kijken, vanwege het al bestaande knelpunt op het net tussen Eindhoven en Maasbracht. Hoeveel elektrische verbindingen daadwerkelijk ingepast kunnen worden in het energiesysteem, hangt van vele factoren af zoals elektriciteitsvraag nabij de aansluitlocatie. Randvoorwaarde voor deze ‘diepe aanlanding’ is dat ze via de Delta Rhine Corridor (DRC) landinwaarts gebracht worden (zie onderstaand tekstkader). Voor de ontwikkeling van de DRC loopt een projectprocedure. Hierin wordt gekeken naar de mogelijkheid meerdere leidingen en kabels in één corridor te realiseren. Voor de uitwerking van de DRC wordt ook een IEA/milieueffectrapport opgesteld. Momenteel vindt afstemming plaats tussen Programma VAWOZ en het DRCproject om tot de meest optimale verdeling van effectenonderzoeken te komen. Die afstemming is nog niet definitief, het besluit om de elektrische aanlandingen op te nemen in de ontwikkeling van de DRC is immers redelijk recent. Hier wordt beschreven welke keuze nu voorligt. Bij de publicatie van de definitieve NRD, voorzien in juni 2024, is de afstemming waarschijnlijk gereed. In eerste instantie was het uitgangspunt voor het Programma VAWOZ dat het grootste deel van de kabelroutes, namelijk het gedeelte dat door de structuurvisie buisleidingenstrook (SVB) loopt, zou worden onderzocht in de DRC-projectprocedure.
De overige onderdelen die nodig zijn om een verbinding compleet te maken zouden dan tot de scope van het onderzoek voor het Programma VAWOZ behoren. Op land zijn die onderdelen: de inpassing van converterstations, de gelijkstroomroutes van de SVB-strook naar de converterstations en vervolgens de wisselstroomroutes van de converterstations naar de 380kV-stations. Vooralsnog zijn de effecten van die onderdelen dan ook opgenomen in deze concept-NRD voor het Programma VAWOZ. Momenteel wordt bekeken of het mogelijk is om het gehele onderzoek naar de verbinding op land onder te brengen in de DRC-projectprocedure. Dan zou er binnen het DRC-proces gekeken worden naar de effecten van de kabels in de SVB-strook, maar ook de inpassing van de aftakkingen, de converterstations en de aansluiting op het net. Dit heeft een aantal voordelen. Ten eerste is dit voor de omgeving beter navolgbaar. De mogelijke effecten worden dan in samenhang besproken, en niet in verschillende trajecten met verschillende overlegstructuren, tijdlijnen en participatiemomenten. Ten tweede wordt de landverbinding zo in één procedure op het hetzelfde detailniveau onderzocht. In de project-MER voor de DRC wordt namelijk in meer detail gekeken naar de effecten dan in het plan-MER voor het Programma VAWOZ.
Zo zijn na afloop van het programma geen opvolgende projectprocedures meer nodig voor enkele onderdelen van de landverbinding, maar wordt de gehele landverbinding in één keer op het juiste detailniveau onderzocht. De ontwikkeling van de Delta Rhine Corridor (DRC) voor leidingen en kabels is in lijn met de uitgangspunten in zowel de NOVI als het PEH. In beide beleidstukken wordt gestuurd op zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik door het bundelen en concentreren van energie-infrastructuur. Het PEH benoemt de voorkeur voor een diepe aanlanding vanuit wind op zee, en geeft aan wat de voordelen zijn van een combinatie van deze aanlanding en het DRC-project in beperken van overlast voor de omgeving en van aanlegkosten. De DRC wordt daarmee een verzameling van initiatieven om gelijktijdig meerdere ondergrondse buisleidingen en gelijkstroomverbindingen aan te leggen tussen Rotterdam en de Duitse grens via bestaande SVB-stroken (SVB = Structuurvisie Buisleidingen). Eén van de vraagstukken in het DRC-traject is hoeveel gelijkstroomkabels en hoeveel buisleidingen voor het transport van waterstof en CO2 en eventueel ammoniak mogelijk zijn. De initiatiefnemers van de Delta Rhine Corridor onderzoeken in hoeverre de buisleidingen en gelijkstroomverbindingen gelijktijdig aangelegd kunnen worden. Voor meer informatie: Delta Rhine Corridor (rvo.nl)
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
47
Ook als het gehele onderzoek naar de verbinding op land ondergebracht wordt in de DRCprojectprocedure, blijft goede afstemming en coördinatie tussen beide trajecten van belang in verband met de onderlinge afhankelijkheden. Zo onderzoekt Programma VAWOZ de tracés op de Noordzee vanaf de windparken op zee tot aan de kust. De mogelijkheden op zee voor de totaalopgave 2031-2040 (ca. 29 GW) zijn van invloed op de maximale omvang (tot 6 GW) van de diepe aanlanding. Momenteel wordt uitgewerkt hoe deze afstemming en coördinatie ten behoeve van integrale besluitvorming het beste vorm kan krijgen. De mogelijke consequenties van het onderbrengen van het gehele onderzoek naar de verbinding op land in de DRC-projectprocedure worden de komende periode nader uitgewerkt. Samenhang Net op Zee Nederwiek 3 (NW3) Kansrijke oplossingsrichtingen voor een aansluiting op de 380kV-stations in Moerdijk of Geertruidenberg worden onderzocht in het kader van het mer dat is gestart voor het project Net op Zee project Nederwiek 3. Het onderzoek richt zich op de vraag of er parallel aan de routes voor NW3 nog 1 of 2 extra verbindingen mogelijk zijn naar Moerdijk die kansrijk zijn in het kader van VAWOZ 2031-2040. Daarnaast kan blijken dat één van de routes naar Geertruidenberg kansrijk is voor VAWOZ 2031-2040 als NW3 daar niet op aansluit.
Het onderzoek naar routering en inpassing van converterstations vindt plaats in het kader van NW3. Deze staan daarom niet op kaart in deze concept-NRD. In het Programma VAWOZ wordt in hetzelfde gebied wel gekeken naar eventuele mogelijkheden voor inpassing van grootschalige elektrolyse op land. Daarover – alsmede over het onderzoek naar verbindingen na 2031 – vindt nauwe afstemming plaats tussen Programma VAWOZ 2031-2040 en Net op zee Nederwiek 3.
Tracé-alternatieven naar Moerdijk en Geertruidenberg uit NRD Net op zee Nederwiek 3
Voor waterstofverbindingen in het Programma VAWOZ wordt niet gekeken naar een diepe aanlanding in Noord-Brabant of Limburg. Aansluiting van waterstofverbindingen vanaf zee op de Delta Rhine Corridor vindt plaats in Zuid-Holland. In Figuur 4-5 en Figuur 4-6 staan de kansrijke oplossingsrichtingen voor elektrische routes (oranje lijnen) vanaf de Delta Rhine Corridor naar de aansluitlocaties Tilburg, Maasbracht en Graetheide.
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
48
Figuur 4-5 Aftakking elektrische route vanaf DRC naar 380kV-station in Tilburg
Figuur 4-6 Aftakking elektrische routes vanaf DRC naar 380kV-stations in Maasbracht en Graetheide
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
49
4.6.2 Aandachtspunten vanuit stakeholders Tilburg, Maasbracht, Graetheide In de regionale werksessies met stakeholders (bedrijven, maatschappelijke organisaties, overheden en netbeheerders), in één-op-één gesprekken met stakeholders en in de ambtelijke en bestuurlijke overleggen zijn diverse aandachtspunten benoemd. Deze aandachtspunten zijn betrokken bij het ontwikkelen van de routes en zoekgebieden en worden meegenomen in onder andere de detaillering van de routes en het beoordelingskader in het IEA/plan-MER-onderzoek dat gaat plaatsvinden. Hierna volgt een selectie van de belangrijkste aandachtspunten22: • Algemeen: Ruimtelijke en landschappelijke effecten van converterstation en de wens het converterstation zo dicht mogelijk bij een (nieuw) 380kV-station te plaatsen in verband met bundeling van functies en het beperken van ondergrondse kabels. • Tilburg/Maasbracht/Graetheide: Routes naar Tilburg en Graetheide sluiten aan op nieuw te bouwen 380kV-stations. Voor Maasbracht is het nog onzeker of er een nieuw 380kV-station moet komen waarop aangesloten kan worden. Samenhang van deze ontwikkelingen met VAWOZ borgen. • Tilburg: Natuur en landschap zijn benoemd als aandachtspunten, houdt onder andere rekening met het landschapspark Pauwels en de gebiedsvisie Oostflank. • Maasbracht: TenneT doet nog berekeningen of een nieuw 380kV-station nodig is.
Aandachtspunt is de benodigde fysieke ruimte voor een mogelijk nieuw 380kV-station. • Maasbracht: Natuur, routes doorkruisen NNN met dassenburchten. • Maasbracht: Inzichten uit het lopende gebiedsproces voor het gebied rondom de Clauscentrale worden in het IEA/plan-MER meegenomen. • Maasbracht / Graetheide: Waterveiligheid van een converterstation en / of grootschalige elektrolyser. Zoek een locatie op voldoende hoogte buiten het winterbed van de Maas. • Graetheide: Er zijn veel archeologische waarden in het zoekgebied voor het converterstation of grootschalige elektrolyser. • Tilburg / Maasbracht / Graetheide: Beschikbaarheid van voldoende water voor elektrolyse (in relatie tot de verdringingsreeks) en effect van (warme) lozingen op waterkwaliteit en ecologie. Aangegeven is dat de waterbeschikbaarheid van de Maas in de zomer een aandachtspunt is.
4.6.3 Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor elektrische routes, zoekgebieden voor converterstations en grootschalige elektrolyse Noord-Brabant en Limburg Hierna volgt een korte beschrijving van de kansrijke oplossingsrichtingen. Een volledige beschrijving is te vinden in het Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen (Bijlage B). Daarin zijn ook de uitgangspunten en de niet-kansrijke oplossingsrichtingen toegelicht. Tilburg Route DRC-TLB loopt vanaf de Delta Rhine Corridor oostelijk om een vuilstort heen, parallel aan de N261, naar het in aanbouw zijnde 380kV-station Tilburg.
22
Deze selectie van aandachtspunten is samengesteld met het ministerie van EZK, TenneT, Gasunie, Rijkswaterstaat en de provincies op basis van de uitkomsten van de gesprekken en werksessies. Het kan gaan om opvattingen, stellingname en niet (altijd) geverifieerde informatie van stakeholders. Er heeft geen weging plaatsgevonden van de aandachtspunten. In de verslagen van de werksessies zijn nog meer aandachtspunten benoemd. De verslagen zijn gepubliceerd op de projectwebsite: Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) 2031-2040 (rvo.nl)
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
50
Een locatie voor een converterstation of een grootschalige elektrolyser wordt gezocht binnen het zoekgebied (met straal van 6 km) rondom 380kV-station Tilburg. Binnen dit zoekgebied liggen enkele bedrijventerreinen, waar mogelijk een converterstation gerealiseerd kan worden. Beschikbare ruimte is en blijft een aandachtspunt volgens de gemeente Tilburg, omdat de bedrijventerreinen in de toekomst veel ruimte nodig hebben voor de transitie naar circulaire bedrijvigheid. Beschikbaarheid van water voor grootschalige elektrolyse is zeer beperkt, er is geen groot oppervlaktewater in de buurt. Maasbracht Route DRC-MBT1 loopt vanaf de Delta Rhine Corridor in westelijke richting tussen de woonkernen Melick en Sint Odiliënberg in de gemeente Roerdalen. Hierna kruist de route de A73 en de spoorweg, en loopt vervolgens door gemeente Maasgouw richting het 380kV-station Maasbracht. Deze route ontwijkt zoveel als mogelijk NNN-gebied, maar loopt wel door Natura 2000-gebied Roerdal (met een afstand die mogelijk met een boring te overbruggen is). Route DRC-MBT2 takt zuidelijk af van de DRC en loopt oostelijk van Montfort richting het 380kV-station Maasbracht. De route bundelt met de bestaande (bovengrondse) 380kV-verbinding. Een locatie voor een converterstation of een grootschalige elektrolyser wordt gezocht binnen het zoekgebied (met straal van 6 km) rondom 380kV-station Maasbracht.
Er zijn enkele kansrijke locaties voor zowel een converterstation en/of een grootschalige elektrolyser binnen dit zoekgebied, onder andere in het gebied tussen de A2 en de A73. Wat betreft watergebruik van grootschalige elektrolyse is beschikbaarheid van het water in de Maas een aandachtspunt. Graetheide Het tracé van de DRC loopt vlak langs het zoekgebied voor het geplande 380kV-station Graetheide. Route DRC-GTH2 is zeer kort en sluit direct aan op het zoekgebied voor het nieuwe 380kV-station. Route DRC-GTH1 takt noordelijker af van de DRC, omdat is aangegeven dat in het laatste deel van de DRC er in de SVB-strook erg weinig ruimte is. De route loopt vanaf de aftakking richting het westen, gebundeld met een buisleidingenstrook tussen de woonkernen Limbricht, Guttecoven en Einighausen. De route loopt vervolgens in zuidelijke richting om aan te sluiten op het zoekgebied voor het nieuwe 380kV-station Graetheide. Een locatie voor een converterstation of een grootschalige elektrolyser wordt gezocht binnen het zoekgebied (met straal van 6 km) rondom het nieuwe 380kV-station Graetheide. Er zijn enkele kansrijke locaties voor een converterstation. Voor een grootschalige elektrolyser is nog niet zeker of er voldoende ruimte beschikbaar is en of er voldoende water beschikbaar is (o.a. beschikbaarheid van water uit de Maas in droge periodes is een aandachtspunt).
Moerdijk en Geertruidenberg Binnen het Programma VAWOZ wordt gekeken naar kansrijke locaties voor een grootschalige elektrolyser op land in Moerdijk en Geertruidenberg binnen een straal van 6 km rondom het (toekomstige) 380kV-station. Het Programma VAWOZ sluit daarbij aan bij de zoekgebieden van converterstations voor Net op zee NW3 (zie Figuur 4-7). Deze converterstationlocaties worden momenteel onderzocht in Net op zee NW3. Het zoekgebied van de locaties in Moerdijk liggen op, of in de buurt van, het industrieterrein Moerdijk. In Geertruidenberg wordt gekeken naar locaties binnen een zoekgebied rondom het 380kV-station Geertruidenberg.
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
51
Figuur 4-7 Zoekgebieden grootschalige elektrolyse Programma VAWOZ en tracés Net op zee Nederwiek 3
4.7 Kansrijke oplossingsrichtingen regio Zeeland Zeeuws-Vlaanderen 4.7.1 Inleiding en bandbreedte aantal verbindingen In een eerste analyse is vanuit het perspectief van het energiesysteem23 onderzocht wat per regio de bandbreedte is van het aantal verbindingen dat zinvol is te onderzoeken in het Programma VAWOZ. De reeds geplande uitbreidingen van energie-infrastructuur (bijv. nieuwe hoogspanningsverbindingen) zijn hierin meegenomen. Deze eerste analyse geeft het inzicht dat het vanuit systeemintegratie zinvol is om maximaal twee elektrische verbindingen van 2 GW na 2031 aan te landen in Zeeland. Hoeveel elektrische verbindingen daadwerkelijk ingepast kunnen worden in het energiesysteem, hangt van vele factoren af zoals elektriciteitsvraag nabij de aansluitlocatie. In de IEA/plan-MER wordt een vervolgstudie gedaan waarin de huidige inzichten, aan de hand van doorrekeningen van TenneT en Gasunie, verdiept worden. Er zit een verband tussen elektrische aansluiting in het Sloegebied en aansluiting in de omgeving Terneuzen aangezien de elektriciteit, die nabij Terneuzen aanlandt en die niet lokaal gebruikt wordt, via het hoogspanningsnet over het Sloegebied doorgevoerd wordt richting de rest van Nederland.
Indien er sprake is van eventuele export van elektriciteit via Terneuzen naar België dan resulteert dit in geen of minder beperking in de netcapaciteit rondom Sloegebied en de doorvoer richting de rest
23
Het rapport Systeemintegratie wind op zee (fase NRD) is te vinden in Bijlage C van de concept-NRD.
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
52
van Nederland. Meer aanlandingen in het Sloegebied betekent dat er minder kan aanlanden in de omgeving Terneuzen en vice versa. In Zeeuws-Vlaanderen wordt in het Programma VAWOZ uitgegaan van de aanlanding van maximaal één waterstofverbinding. In Figuur 4-8 staan de kansrijke oplossingsrichtingen voor elektrische (paars-oranje lijnen) en waterstofroutes (blauwe stippellijnen) voor de regio Zeeuws-Vlaanderen.
Figuur 4-8 Elektrische en waterstofroutes in Zeeland – Zeeuws-Vlaanderen
4.7.2 Aandachtspunten vanuit stakeholders Zeeland Zeeuws-Vlaanderen In de regionale werksessies met stakeholders (bedrijven, maatschappelijke organisaties, overheden en netbeheerders), in één-op-één gesprekken met stakeholders en in de ambtelijke en bestuurlijke overleggen zijn diverse aandachtspunten benoemd. Deze aandachtspunten zijn betrokken bij het ontwikkelen van de routes en zoekgebieden en worden meegenomen in onder andere de detaillering van de routes en het beoordelingskader in het IEA/plan-MER-onderzoek dat gaat plaatsvinden. Hierna volgt een selectie van de belangrijkste aandachtspunten24:
24
Deze selectie van aandachtspunten is samengesteld met het ministerie van EZK, TenneT, Gasunie, Rijkswaterstaat en de provincies op basis van de uitkomsten van de gesprekken en werksessies. Het kan gaan om opvattingen, stellingname en niet (altijd) geverifieerde informatie van stakeholders. Er heeft geen weging plaatsgevonden van de aandachtspunten. In de verslagen van de werksessies zijn nog meer aandachtspunten benoemd. De verslagen zijn gepubliceerd op de projectwebsite: Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) 2031-2040 (rvo.nl)
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
53
•
•
•
•
•
• • •
• •
• •
•
Voor de route door de Westerschelde geldt dat de mogelijke effecten op Natura 2000gebied Westerschelde en de Hooge Platen (zandplaten) een aandachtspunt is. Hier bevinden zich o.a. rustende zeehonden en broedvogelkolonies. De waterbodem van de Westerschelde is zeer dynamisch. Dit betekent dat een kabel of leiding diep begraven moeten worden en dat er mogelijk meer onderhoud nodig zal zijn. Dit heeft gevolgen voor o.a. milieueffecten en kosten. Op sommige plekken, zoals ten zuiden van de Hooge Platen, is sprake van verzanding. Het baggervolume kan hier mogelijk hoog zijn. De Westerschelde is een KRW-waterlichaam. In het IEA/plan-MER-onderzoek moet onderzocht worden of de aanleg van een kabel of leiding mogelijk invloed kan hebben op de ecologie en milieudoelstellingen van dit water. De waterstofroute door de Westerschelde ligt in een ankergebied. Een route langs het ankergebied (zoals de elektrische route) is voor een waterstofleiding niet mogelijk i.v.m. de vereiste bochtstraal. In het IEA/plan-MER-onderzoek wordt gekeken of een route door een ankergebied technisch mogelijk is en of er voldaan kan worden aan de randvoorwaarden van de vaarwegbeheerders. Specifieke aandachtspunten zijn de diepteligging van de leiding en scheepvaartveiligheid. De routes door de Westerschelde kruisen de hoofdvaarweg. Een kabel of leiding moet hier voldoende diep ingegraven worden.
Scheepvaarthinder en stremming tijdens de aanleg zijn belangrijke aandachtspunten. Bovendien is aanleg in een drukbevaren gebied met op sommige plekken snelstromend water en ondiep water een grote uitdaging. Houd rekening met de Walvisstaart. Deze geul is vanuit strategisch oogpunt vrijgehouden; dit kan een in de toekomst een tweede ingang van de Westerschelde worden. De routes over land door Zeeuws-Vlaanderen zijn relatief lang, dus er is relatief meer hinder voor de omgeving. Een belangrijk aandachtspunt is de impact van de (aanleg van de) ondergrondse kabels en converterstations op recreatieve en landschappelijke waarden, vooral bij de aanlandingszones. Het doorkruisen van natuurgebieden, waaronder NNN-gebied Braakman. Routes over land zijn over het algemeen technisch minder uitdagend dan routes door de Westerschelde omdat effecten over het algemeen beter mitigeerbaar zijn, zoals het risico op verzilting. De brede berm van de rijksweg N61 biedt mogelijk kansen voor de aanleg van een kabel en/of leiding. Voor zowel de routes door de Westerschelde als de routes over land geldt dat ontplofbare oorlogsresten een aandachtspunt zijn. Het opruimen van ontplofbare oorlogsresten op zee en in de grote wateren is complexer en daarmee duurder is dan op land.
Bij de zoekgebieden voor een converterstation en elektrolyser in dit gebied wordt rekening gehouden met de plannen voor het NOVEX-gebied North Sea Port District.
4.7.3 Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor elektrische routes, zoekgebieden voor converterstations en grootschalige elektrolyse Zeeuws-Vlaanderen Hierna volgt een korte beschrijving van de kansrijke oplossingsrichtingen, oftewel de routes en zoekgebieden op hoofdlijnen die worden onderzocht in de IEA/plan-MER. Een volledige beschrijving is te vinden in het Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen (Bijlage B). Daarin zijn ook de uitgangspunten en de niet-kansrijke oplossingsrichtingen toegelicht.
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
54
De routes Kust Zeeuws-Vlaanderen a (KZVa) – Terneuzen 1 (TNZ1) en KZVb-TNZ1 landen aan bij de kust van Zeeuws-Vlaanderen tussen Cadzand-Bad en Zwarte Polder (KZVa) of tussen Nieuwvliet-Bad en de Groese Polders (KZVb). Beide routes kruisen de N675 en lopen daarna parallel aan elkaar. De routes gaan verder in oostelijke richting door agrarisch gebied en parallel aan lokale wegen naar de Mosselbanken nabij Terneuzen. De routes KZVa-TNZ2 en KZVb-TNZ2 landen ook aan bij de kust van Zeeuws-Vlaanderen, maar deze langere routes lopen door tot aan het industriegebied van Terneuzen. Bij het kruisen van de N675 buigen de routes af in zuidelijke richting om vervolgens parallel te lopen aan de N676 en daarna aan de N61 (Middenweg). Voor Terneuzen kruisen de routes de Braakman, een natuur- en recreatiegebied met een haven. De routes lopen daarna verder in oostelijke richting naar het zoekgebied voor het nieuwe 380kV-station. Ten slotte zijn er twee elektrische routes die (gedeeltelijk) door de Westerschelde lopen. De route Westerschelde a (WESa)-TNZ komt aan land ten zuiden van de zandplaat Hooge Platen, op een plek waar ook werkzaamheden zijn voorzien voor kustversterking. De route loopt ten zuiden van de woonkern Hoofdplaat richting de Mosselbanken. Er loopt ook een route verder door de Westerschelde ten zuiden van de zandplaat Hoogeplaten.
Deze route komt aan land bij de aanlandingszone Westerschelde b (WESb). Een locatie voor een converterstation en voor grootschalige elektrolyse wordt gezocht binnen het zoekgebied (met straal van 6 km) rondom het nieuwe 380kV-station. Er zijn enkele kansrijke locaties voor een converterstation en voor grootschalige elektrolyse binnen dit zoekgebied op en direct aansluitend op het industrieterrein. Daarnaast is er al een aantal bestaande initiatieven op het industrieterrein voor grootschalige elektrolyse. Bestuurlijk is er een voorkeur voor het zoekgebied Mosselbanken danwel ten westen daarvan in de Paulinapolder. In de werksessies werden de Westerschelde en het Kanaal Gent-Terneuzen als mogelijk waterbronnen voor grootschalige elektrolyse benoemd, maar partijen gaven aan dat het mogelijke effect op ecologie een belangrijk aandachtspunt is.
4.7.4 Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor waterstof Twee routes voor waterstof komen aan land tussen Cadzand-Bad en Zwarte Polder (KZVaWaterstofnetwerk Nederland - WNN) of tussen Nieuwvliet-Bad en Groese Polders (KZVb-WNN). Bij het kruisen van de N675 buigt de route af in zuidelijke richting om vervolgens parallel te lopen aan de N676 en daarna aan de N61 (Middenweg). Voor Terneuzen kruist de route de Braakman, een natuur- en recreatiegebied met een haven. Vervolgens loopt de route verder parallel aan de N61 en daarna N62, kruist het kanaal Gent-Terneuzen en stopt bij de bestaande waterstofleiding. De route Westerschelde b (WESb)-WNN loopt grotendeels door de Westerschelde. De route passeert de ankergebieden bij Breskens en loopt daarna door een ankergebied. Een route langs het ankergebied is voor een waterstofleiding niet mogelijk i.v.m. de vereiste bochtstraal. Gasunie zal kijken of een route door een ankergebied technisch mogelijk is en of er voldaan kan worden aan de randvoorwaarden van de vaarwegbeheerders. De effecten van een route door een ankergebied worden onderzocht in het IEA/plan-MER-onderzoek. Na het kruisen van het ankergebied loopt de route verder langs de kust van Zeeuws-Vlaanderen, ten zuiden van de Hooge Platen.
De route komt aan land op het terrein van de Mosselbanken en moet daarna nog aansluiten op het Waterstofnetwerk Nederland (nog niet te zien op kaart).
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
55
Voor een aanlandingsstation voor waterstof is één indicatief zoekgebied in beeld ten zuiden van Groede.
4.8 Kansrijke oplossingsrichtingen regio Midden-Zeeland 4.8.1 Inleiding en bandbreedte aantal verbindingen Bestuurlijke afspraken derde 2GW-verbinding via het Veerse Meer naar het Sloegebied In het Sloegebied wordt intensief gewerkt aan plannen die nodig zijn voor de transitie naar een koolstofarme energievoorziening. Er worden al twee 2 GW-verbindingen van wind op zee inclusief converterstations gepland en er wordt onderzoek gedaan naar een nieuw 380kV-station, een nieuwe 380kV-verbinding tussen Borssele en Terneuzen, twee nieuwe kerncentrales en diverse initiatieven voor elektrolyse. Gezien deze veelheid aan ontwikkelingen, de vele ruimtelijke uitdagingen in het Sloegebied en het ontbreken aan regionaal bestuurlijk draagvlak voor een derde 2 GW-verbinding naar het Sloegebied, is er een bestuurlijke afspraak gemaakt over het onderzoek naar een derde 2 GWverbinding naar het Sloegebied vanuit Programma VAWOZ. In het bestuurlijk overleg Zeeland (21-092023) is besloten de routes naar het Sloegebied een bijzondere positie te geven de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau en in het onderzoekstraject. Het Rijk wil de aansluitlocatie Sloegebied onderzoeken vanuit zorgvuldigheid. Na de eerste onderzoeks-ronde wordt opnieuw bekeken of de aansluitlocatie nog nader onderzocht gaat worden in de tweede onderzoekronde.
In een eerste analyse is vanuit het perspectief van het energiesysteem25 onderzocht wat per regio de bandbreedte is van het aantal verbindingen dat zinvol is te onderzoeken in het Programma VAWOZ. De reeds geplande uitbreidingen van energie-infrastructuur (bijv. nieuwe hoogspanningsverbindingen) zijn hierin meegenomen. Deze eerste analyse geeft het inzicht dat het vanuit systeemintegratie zinvol is om maximaal twee elektrische verbindingen van 2 GW na 2031 aan te landen in Zeeland. Hoeveel elektrische verbindingen daadwerkelijk ingepast kunnen worden in het energiesysteem, hangt van vele factoren af zoals elektriciteitsvraag nabij de aansluitlocatie. In de IEA/plan-MER wordt een vervolgstudie gedaan waarin de huidige inzichten, aan de hand van doorrekeningen van TenneT en Gasunie, verdiept worden. Er zit een verband tussen elektrische aansluiting in het Sloegebied en aansluiting in de omgeving Terneuzen, aangezien de elektriciteit die nabij Terneuzen aanlandt en niet lokaal gebruikt wordt via het hoogspanningsnet over het Sloegebied doorgevoerd wordt richting de rest van Nederland. Indien er sprake is van eventuele export van elektriciteit via Terneuzen naar België dan resulteert dit in geen of minder beperking in de netcapaciteit rondom Sloegebied en de doorvoer richting de rest van Nederland.
Meer aanlandingen in het Sloegebied betekent dat er minder kan aanlanden in de omgeving Terneuzen en vice versa. In Midden-Zeeland wordt in het Programma VAWOZ geen aanlanding van waterstof onderzocht. In Figuur 4-9 staan de kansrijke oplossingsrichtingen voor elektrische routes (paars-oranje lijnen) voor de regio Midden-Zeeland.
25
Het rapport Systeemintegratie wind op zee (fase NRD) is te vinden in Bijlage C van de concept-NRD.
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
56
Figuur 4-9 Elektrische routes in Midden-Zeeland
4.8.2 Aandachtspunten vanuit stakeholders Midden-Zeeland In de regionale werksessies met stakeholders (bedrijven, maatschappelijke organisaties, overheden en netbeheerders), in één-op-één gesprekken met stakeholders en in de ambtelijke en bestuurlijke overleggen zijn diverse aandachtspunten benoemd. Deze aandachtspunten zijn betrokken bij het ontwikkelen van de routes en zoekgebieden en worden meegenomen in onder andere de detaillering van de routes en het beoordelingskader in het IEA/plan-MER-onderzoek dat gaat plaatsvinden. Hierna volgt een selectie van de belangrijkste aandachtspunten26: • Er is geen regionaal bestuurlijk draagvlak voor een derde 2GW-verbinding naar het Sloegebied. Er zijn al twee net op zee-verbindingen gepland richting het Sloegebied en bovendien spelen er meer grootschalige energietransitie-projecten in de regio. Er lopen procedures voor een nieuw hoogspanningsstation, een nieuwe hoogspanningsverbinding naar Zeeuws-Vlaanderen, het regionale waterstofnetwerk (Zuidwest Nederland) en de levensduurverlenging van de kerncentrale. Er wordt ook onderzoek gedaan naar twee nieuwe kerncentrales. • Rijkswaterstaat heeft zorgen over de mogelijke cumulatieve effecten van de aanlanding een derde 2GW-verbinding bij de Veerse Gatdam, die net als Net op zee Nederwiek 1 en IJmuiden Ver Alpha onder de kering door geboord moeten worden. Er zijn zorgen over de
26
Deze selectie van aandachtspunten is samengesteld met het ministerie van EZK, TenneT, Gasunie, Rijkswaterstaat en de provincies op basis van de uitkomsten van de gesprekken en werksessies. Er heeft geen weging plaatsgevonden van de aandachtspunten. In de verslagen van de werksessies zijn nog meer aandachtspunten benoemd. De verslagen zijn gepubliceerd op de projectwebsite: Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) 2031-2040 (rvo.nl)
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
57
•
•
•
• • •
mogelijk impact op stabiliteit van de dam en de breedte van de beheerzone. Deze aandachtspunten worden verder onderzocht in het IEA/plan-MER-onderzoek. Effecten van baggerwerkzaamheden die nodig zijn voor de aanleg van een kabel door het Veerse Meer op ecologie en waterkwaliteit. De waterkwaliteit in het Veerse Meer is momenteel erg slecht. De cumulatieve (milieu)effecten van de aanleg van een derde verbinding in het Veerse Meer moeten goed onderzocht worden, bijvoorbeeld (cumulatieve) effecten van warmteafgifte en van elektromagnetische velden. Effecten van de werkzaamheden op zoetwatervoorkomens. Ter hoogte van Kamperland bevindt zich een zoetwaterbel die gedeeltelijk onder het Veerse Meer ligt. De landbouwgebieden in deze omgeving hebben baat bij het behoud van deze zoetwaterbel. Impact op recreatie is een aandachtspunt in de omgeving van het Veerse Meer. Er moet rekening gehouden worden met ontwikkelingen zoals het Waterpark Veerse Meer. Er is waarschijnlijk zeer beperkte ruimte binnen het Sloegebied voor een converterstation. Geluid van een converterstation en de cumulatieve effecten zijn aandachtspunten, gezien de huidige situatie (waarin er sprake lijkt te zijn van geluidsoverlast) en alle voorziene ontwikkelingen in het gebied.
4.8.3 Voorstel voor kansrijke oplossingsrichtingen voor elektrische routes, zoekgebieden voor converterstations en grootschalige elektrolyse Midden-Zeeland Hierna volgt een korte beschrijving van de kansrijke oplossingsrichtingen, oftewel de routes en zoekgebieden op hoofdlijnen die worden onderzocht in de IEA/plan-MER. Een volledige beschrijving is te vinden in het Groeidocument kansrijke oplossingsrichtingen (Bijlage B). Daarin zijn ook de uitgangspunten en de niet-kansrijke oplossingsrichtingen toegelicht. Vanaf de kruising met de Veerse Gatdam (VGD) zijn er twee routes door het Veerse meer. Route Veerse Gatdam (VGD)1 loop ten westen langs het eiland de Haringvreter, parallel aan Net op zee IJmuiden Ver Alpha en Net op zee Nederwiek 1. Daarnaast wordt de route VGD2 onderzocht, die loopt langs de oostkust van het Veerse Meer en ten oosten van de Haringvreter. Na het Veerse Meer zijn er drie opties om bij het Sloegebied te komen. Route Borssele (BSL)1 komt aan land ten westen van Oranjeplaat en loopt als meest westelijke optie, langs Arnemuiden, richting het Sloegebied. Route BSL2 komt ook aan land ten westen van Oranjeplaat en loopt langs de Oranjepolderseweg. De route loopt verder parallel aan de Sloespoorlijn richting het Sloegebied. Deze route over land is onderzocht in MER fase 1 van Net op zee IJmuiden Ver Alpha.
Route BSL3 komt aan land bij haven De Piet en loopt in zuidoostelijke richting naar het Sloegebied. De route kruist de Calandweg en loopt daarna parallel aan de Noord Kraaijertsedijk. Deze route over land is ook onderzocht in MER fase 1 van Net op zee IJmuiden Ver Alpha. De verbinding komt aan bij het Sloegebied ten noorden van Nieuwdorp. De routes lopen verder langs de rand van het Sloegebied richting het zoekgebied voor het nieuwe 380kV-station. Een locatie voor een converterstation en voor grootschalige elektrolyse wordt gezocht binnen het zoekgebied (met straal van 6 km) rondom het nieuwe 380kV-station. Het voorkeursgebied ligt binnen het Sloegebied. Er is geen regionaal bestuurlijk draagvlak voor een converterstation of grootschalige elektrolyser buiten het begrensde Sloegebied. Kansrijke locaties voor een converterstation en grootschalige elektrolyser in het Sloegebied lijken echter zeer beperkt vanwege de nog beperkt beschikbare ruimte en fysieke bebouwing die routering bemoeilijkt. Er zijn veel Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
58
lopende initiatieven in het Sloegebied, waaronder meerdere initiatieven voor grootschalige elektrolyse. De Westerschelde werd tijdens de regionale werksessie benoemd als logische waterbron voor een grootschalige elektrolyser.
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
59
5 Beoordelingsmethodiek IEA/plan-MER 5.1 Beoordelingskader van de IEA Het beoordelingskader voor de integrale effectanalyse (IEA)/plan-MER is ontworpen voor het Programma VAWOZ 2031-2040. Het bestaat uit zes te beoordelen thema’s (zie Figuur 5-1). Ten opzichte van al uitgevoerde IEA’s voor net op zee-projecten zijn het thema Systeemintegratie en het thema Economie toegevoegd. De voornaamste redenen hiervoor zijn: • De landelijke aard van het programma waarbij niet alleen afwegingen op het niveau van één verbinding, maar ook afwegingen op regionaal en landelijk niveau gemaakt worden. • Het energiesysteem verandert snel en is aan (ingrijpende) verandering onderhevig met veel onderlinge afhankelijkheden tussen onderdelen en dynamiek. Het thema Systeemintegratie geeft specifiek op programmaniveau inzicht in de gevolgen van de aanlanding van wind op zee voor het hele toekomstige energiesysteem in Nederland. • De wens om op landelijk en regionaal niveau de maatschappelijke kosten en baten in beeld te brengen.
Figuur 5-1 Beoordelingskader IEA In de paragrafen 5.2 t/m 5.7 is het beoordelingskader en de beoordelingsmethodiek per thema kort beschreven en in Bijlage D is het beoordelingskader per thema uitgebreid beschreven. Het thema Milieu & Ruimte geeft de invulling aan het plan-MER met daarbij de randvoorwaarden die aan een (plan)MER gesteld worden. Het detailniveau van de beoordeling is passend bij de aard van Programma VAWOZ 2031-2040. Op basis van de uitkomsten van de IEA, wil het Programma VAWOZ zo veel als mogelijk voorsorteren op één alternatief per verbinding. Per verbinding volgt daarna (buiten het programma) een specifieke (ruimtelijke) procedure voor het projectbesluit en uitvoeringsbesluiten (vergunningen). Tijdens deze procedure wordt het ontwerp van de verbinding uitgewerkt en vindt gedetailleerd onderzoek plaats (vaak in de vorm van een project-mer).
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
60
Voorbeeld detailniveau geluid onderzoek Programma VAWOZ en projectprocedure Programma VAWOZ: Voor de potentiële converterstations en elektrolysers zijn zoeklocaties en zoekgebieden bepaald. Omdat deze locaties en zoekgebieden nog niet afgebakend zijn, wordt een risicobenadering toegepast. Er wordt op basis van uitgangspunten voor een standaard converterstation en bijbehorende geluidruimte met behulp van GIS beoordeeld waar er ruimte is en wat de risico’s zijn per zoeklocatie of -gebied. Dit betreft vooral kwalitatief onderzoek (expert judgement). In een projectprocedure (volgend op programma VAWOZ) zijn de locaties voor de converterstations en elektrolyser bekend. De specifieke effecten worden dan bepaald door geluidberekeningen en een analyse daarvan voor de exacte locaties. Dit betreft zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek.
De effectbeoordeling vindt plaats in twee rondes (zie Figuur 5-2). In de eerste ronde worden alle thema’s en benoemde (deel)aspecten beoordeeld. In de tweede ronde vindt waar nodig verder onderzoek plaats. Dit kan meer onderzoek zijn voor een (deel)aspect binnen een thema en/of voor een onderdeel van een verbinding. Op basis van de effectbeoordeling wordt een beeld gegeven per verbinding en wordt een regionaal en tevens landelijke beeld geschetst. Op deze wijze wordt recht gedaan aan de samenhang tussen de effecten van verschillende verbindingen en de samenhang tussen de te maken regionale en landelijke keuzes.
Figuur 5-2 Proces effectenonderzoek Programma VAWOZ
5.2 Toelichting beoordelingskader Systeemintegratie Het thema systeemintegratie geeft inzicht in de gevolgen van de aanlanding van wind op zee voor het hele toekomstige energiesysteem in Nederland. Er wordt gekeken naar de invloed van de inpassing van windenergie op zee op de energie-infrastructuur op land, de benodigde energieinfrastructuur op zee en de (directe) benutting van windenergie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen aanlandingen in de vorm van waterstof en elektriciteit: • Voor elektrische aanlandingen wordt gekeken naar beschikbare aansluitcapaciteit, effecten op afvoerende hoogspanningsverbindingen, effecten op het dieper landinwaarts liggend net, afstand kabel vanaf windpark op zee tot aansluitlocatie, mogelijkheden elektrolyse op aansluitlocatie en mogelijkheden overige flexibele vraag op aansluitlocatie. • Voor waterstofaanlandingen wordt gekeken naar de hoeveelheid nieuwe infrastructuur op zee, de hoeveelheid nieuwe infrastructuur op land en de effecten op het hoofdtransportnet.
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
61
5.3 Toelichting beoordelingskader Milieu & Ruimte 5.3.1 Inleiding Binnen dit thema worden de ruimtelijke en milieueffecten onderzocht die kunnen ontstaan tijdens de aanleg of het gebruik van de aanlandingen. De beoordeling van het thema milieu en ruimte heeft de vorm van een plan-MER. In het beoordelingskader worden de volgende aspecten onderscheiden: • Natuur op zee & grote wateren en op land. • Bodem en water op zee & grote wateren en op land. • Landschap, cultuurhistorie en archeologie op zee & grote wateren en op land. • Leefomgeving, ruimtegebruik en overige gebruiksfuncties op zee & grote wateren en op land (inclusief circulariteit). De effecten voor het thema Milieu en Ruimte worden op basis van een plus- en min-schaal beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie (zie onderstaande tabel). Tabel 5-1 Beoordelingsschaal Score ++
Effect Zeer positief
Oordeel ten opzichte van de referentiesituatie De voorgenomen activiteit leidt tot een sterk merkbare positieve verandering
+
Positief
De voorgenomen activiteit leidt tot een merkbare positieve verandering
0
Neutraal
De voorgenomen activiteit onderscheidt zich niet of nauwelijks van de referentiesituatie
-
Negatief
De voorgenomen activiteit leidt tot een merkbare negatieve verandering
--
Zeer negatief
De voorgenomen activiteit leidt tot een sterk merkbare negatieve verandering (mitigeerbaar). Indien het niet mitigeerbaar is wordt een extra (-) toegevoegd (- - -)
Voor de meeste milieuaspecten zal een positieve beoordeling (++ en +) niet aan de orde zijn. Het is alleen aan de orde indien er een positieve verandering plaatsvindt door bijvoorbeeld aansluiting van de energie-infrastructuur bij de aard van het gebied. Indien ingeschat wordt dat effecten niet mitigeerbaar zijn (bijvoorbeeld voor ecologie), dan wordt er een extra min (-) toegevoegd aan de zeer negatieve beoordeling wat leidt tot (- - -).
5.3.2 Referentiesituatie en cumulatie De referentiesituatie voor Programma VAWOZ bestaat uit de huidige situatie en autonome ontwikkelingen (bij elkaar opgeteld). De huidige situatie omvat de situatie zoals deze is ten tijde van het schrijven van de IEA/plan-MER (2024). Voor de autonome ontwikkelingen wordt uitgegaan van de situatie van 2031 tot 2040 (de uitvoeringsperiode voor het Programma VAWOZ). Voor de helderheid van de effectbeoordeling wordt uitgegaan van één referentiesituatie; er is geen onderscheid tussen een referentiesituatie in 2031 en in 2040. Voor de autonome ontwikkeling zijn zowel de nog te realiseren plannen en projecten, als de milieusituatie ten tijde van 2031/2040 van belang. Nog te realiseren plannen en projecten worden meegenomen in de autonome ontwikkeling als de besluitvormingsprocedure van deze projecten is doorlopen. Ook worden plannen en projecten meegenomen die in procedure zijn, of waarvoor besluitvorming verwacht wordt vóór of parallel aan de besluitvorming van Programma VAWOZ. Deze ontwikkelingen zijn relevant als ze effecten hebben op hetzelfde (plan- of studie) gebied en op dezelfde functies en aspecten als de verbindingen binnen Programma VAWOZ.
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
62
Bij het beoordelen van effecten wordt rekening gehouden met cumulatie (elkaar versterkende effecten) met toekomstige ontwikkelingen in hetzelfde (plan- of studie) gebied die zich in een voorfase (toekomstig idee) bevinden en waarover eventuele besluitvorming na besluitvorming over Programma VAWOZ plaatsvindt. Vaak is het nog niet duidelijk waar, hoe en wanneer deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden. Om die reden zal de cumulatieve beoordeling in de IEA zich richten op het beschrijven van een potentiële relatie en of er een cumulatief effect is te verwachten van de verbindingen in Programma VAWOZ met de betreffende ontwikkeling en of dit leidt tot aandachtspunten of overwegingen voor optimalisatie/aanpassing. Ook wordt waar relevant cumulatie van effecten van de verschillende verbindingen binnen het Programma VAWOZ beschreven, bijvoorbeeld bij parallelligging.
5.3.3 Mitigerende maatregelen Milieueffecten kunnen worden beperkt of voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen. Bij de beoordeling in de IEA/plan-MER wordt ingegaan op mogelijke mitigerende maatregelen en het effect daarvan op de beoordeling. Dit kunnen maatregelen zijn in de vorm van tracéoptimalisatie, technische randvoorwaarden of maatregelen of een bepaalde werkwijze, zoals de periode van werken.
5.3.4 Leemten in kennis Tijdens de beoordeling van het thema milieu en ruimte kunnen er leemten in kennis (ontbrekende informatie) zijn. Bij de beoordeling worden voor de besluitvorming relevante leemten aangeduid. Hierbij wordt ook ingegaan op de invloed op vervolgprojecten: kan de leemte daar ingevuld worden en/of is breder onderzoek nodig?
5.3.5 Passende Beoordeling voor Programma VAWOZ Indien het voorziene beleid en de activiteiten in een programma, zoals het Programma VAWOZ 2031-2040, kunnen leiden tot significante negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden, dan moet voor het programma een Passende Beoordeling worden opgesteld27. De Passende Beoordeling sluit aan bij het abstractieniveau en de besluitvorming die in het Programma VAWOZ 2031-2040 plaatsvindt. In de eerste ronde effectbeoordeling natuur worden de alternatieven kwalitatief beoordeeld met op basis van expert judgement (zie het beoordelingskader in Bijlage D). In ronde 2 van de effectbeoordeling wordt ingezoomd op de meest kritische aspecten (waar liggen de grootste effecten, risico’s en leemten in kennis). De informatie uit de effectbeoordeling natuur (ronde 1 en 2, zie Figuur 5-2) wordt opgenomen voor het meest kansrijke alternatief per verbinding. Deze aanpak leidt tot een meer ‘abstracte’ Passende Beoordeling. In de procedures die volgen na Programma VAWOZ kan per verbinding een Passende Beoordeling gemaakt worden die ten grondslag kan liggen aan een projectbesluit en vergunningaanvragen.
27
Artikel 16.53c Omgevingswet.
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
63
5.4 Beoordelingskader Omgeving Onder het thema Omgeving wordt uiteengezet welke aandachtspunten, risico’s en kansen zijn benoemd door de verschillende stakeholders. Met stakeholders worden de partijen bedoeld die belangen vertegenwoordigen en die mogelijk door het project worden geraakt of ondersteund. De grootste en meest onderscheidende aandachtspunten die door omgevingspartijen in het participatieproces naar voren zijn gebracht, worden benoemd. Er wordt zoveel als mogelijk geredeneerd vanuit belangen en perspectieven (zoals natuur, landbouw, gezondheid, scheepvaart, cultureel erfgoed, etc.) en minder vanuit individuele partijen, omdat de afweging plaatsvindt op basis van belangen en niet op basis van partijen. Omdat het lastig is om verschillende belangen met elkaar te vergelijken, wordt er geen waardeoordeel gegeven in de vorm van een plus of een min. Wel wordt gesproken over aandachtspunten, effecten, kansen, zorgen en eventuele hinder of overlast.
5.5 Beoordelingskader Techniek, veiligheid en kosten Binnen het thema Techniek, veiligheid en kosten worden de gevolgen voor technische complexiteit en haalbaarheid, voor veiligheid en voor kosten onderzocht. Deze gevolgen kunnen spelen gedurende de aanleg of onderhoud van de aanlandingen of elektrolysers. De belangrijkste aspecten die bepalend zijn voor de technische complexiteit en haalbaarheid en voor veiligheid tijdens aanleg en onderhoud zijn: • Voor techniek en veiligheid op zee: morfodynamica, bodemsamenstelling, baggeren, kruisingen met kabels en leidingen, scheepvaart, wrakken en obstakels, ontplofbare oorlogsmunitie, randvoorwaarden vanuit bevoegd gezag, veiligheid tijdens aanleg en externe dreiging. • Voor techniek en veiligheid op land: (HDD)-boringen, bereikbaarheid en beschikbare ruimte, invloed van/op infrastructuur van derden, bodemsamenstelling en aansluiting op het landelijke netwerk. De Kosten worden samen behandeld met techniek en veiligheid omdat veel technische aandachtspunten zich (in)direct vertalen in een verandering in kosten. Er wordt voor de beoordeling onderscheid gemaakt in een inschatting van de kosten voor verschillende fases: inschatting van de relatieve investeringskosten voor aanleg en een inschatting van de relatieve onderhouds- en verwijderingskosten.
5.6 Beoordelingskader Economie Binnen het thema Economie vindt een beoordeling plaats van de economische impact van de verbindingen. Hierbij wordt een breed welvaartsbegrip gehanteerd, waarbij zowel de beprijsde als onbeprijsde effecten (zoals milieu en ruimte) worden meegenomen. In de beoordeling van het thema Economie wordt – conform de Algemene Leidraad - gebruik gemaakt van de MKBAsystematiek. Hierbij worden welvaartseffecten in brede zin meegenomen en uiteengezet in een overzicht van kosten en baten. Dit gebeurt op nationaal niveau, waarbij ook grensoverschrijdende effecten worden meegenomen. Daarnaast gaat de analyse voor Programma VAWOZ ook in op enkele regionale effecten; er wordt vooral ingegaan op de regionaal-economische impact op werkgelegenheid. De onderscheidende aspecten zijn de directe economische kosten (technisch-
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
64
economische kosten voor de initiatiefnemer), de maatschappelijke kosten (inclusief vermeden kosten) en de baten voor regionale economieën.
5.7 Beoordelingskader Tijd & Toekomstvastheid Voor het thema Tijd & Toekomstvastheid wordt een robuustheidstoets gedaan die in gaat op: • De toekomstvastheid van aanlandingen vanuit het energiesysteem 2050 (o.a. max. 70 GW opgesteld vermogen op zee) met een nog vast te stellen combinatie van productie van waterstof en elektriciteit. • De toekomstvastheid van aanlandingen vanuit ruimtelijk perspectief. • Het plaatsen van de aanlandingen in de tijd: welke kunnen snel van start en welke zijn afhankelijk van andere factoren. • Een plek geven aan onzekerheden met betrekking tot bijvoorbeeld de beschikbaarheid van toekomstige technieken en leemten in kennis over fasering van windenergiegebieden. Het doel is om vanuit verschillende perspectieven te kijken of een verbinding of set van verbindingen in de toekomst robuust (toekomstvast) is. Hierbij wordt steeds naar het effect op de hele verbinding (met alle onderdelen daarin) gekeken.
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
65
COLOFON Programma VAWOZ 2031-2040 Datum 09-02-2024 Status Definitief
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland +31 (0)88 4261 261
BRO B.V. 1018 TX Amsterdam Rhijnspoorplein 38 +31 (0)20 506 19 99
www.arcadis.com
www.bro.nl
CE Delft B.V. Oude Delft 180 2611 HH Delft +31 (0)15-2150150
Pondera Consult B.V. Postbus 919 6800 AX Arnhem Nederland +31 (0)88 7663 372
www.ce.nl
www.ponderaconsult.com
Programma VAWOZ 2031-2040 - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau versie 1.0 – Definitief
66
Bijlage A Begrippen en afkortingen Tabel 0-1 Begrippenlijst Schrijfwijze begrip 380kV-hoogspanningsstation 380kV Netuitbreiding NoordHolland Noord
Afkorting 380kV-station 380kV NNHN
Hoogspanningsstation Aanlandingszone
-
Aanlandingsstation waterstof
-
Aansluitlocatie
-
AC- of DC-verbinding
-
Afsluiterlocatie
-
Converterstation
-
Demarcatiepunt PAWOZEemshaven
-
Elektrolysers
Gigawatt
GWe of GWH2
GIS Kansrijke oplossingsrichtingen
-
Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau
concept-NRD
Net op Zee Nederwiek 3
NW3
Toelichting Hoogspanningsstation met 380kV-aansluiting. Nieuwe bovengrondse 380kV-hoogspanningsverbinding met de benodigde toekomstige 380kV-hoogspanningsstations waar Programma VAWOZ op kan aansluiten. Hoogspanningsstation met 380kV, 220kV of 150kV-aansluiting. Zone waar elektriciteitskabels en waterstofleidingen vanaf zee aan land kunnen gaan. Veelal zones waar ruimte is aan land te gaan en/of het N2000 gebied langs de kust relatief smal is. In PAWOZEemshaven wordt dit een ‘aanlandingspunt’ genoemd. Een aanlandingsstation is nodig om de offshore waterstofleiding te laten aansluiten op het Waterstofnetwerk Nederland. Het bevat een aantal noodzakelijke functies, zoals het uitvoeren van metering, drukreductie en -beveiliging en ontvangst van interne inspectietools. Locatie waar de windparken aangesloten wordt op het landelijk hoogspanningsnet of waterstofnetwerk. In PAWOZ-Eemshaven wordt dit een ‘aansluitpunt’ genoemd. Wisselstroom (AC, alternating current) of gelijkstroom (DC, direct current) verbinding. Locatie van waterstofleiding net na het aanlanden. Afsluiterlocaties zijn nodig voor beperken van af te blazen waterstof bij calamiteiten of reparaties aan de leiding. Converterstation op land voor het omzetten van gelijkstroom naar wisselstroom en het verlagen van de spanning naar het niveau van het landelijke hoogspanningsnet.
Het demarcatiepunt is de ruimtelijke afbakening op de Noordzee tussen het Programma VAWOZ en het PAWOZ-Eemshaven voor de aanlandingen wind op zee na 2031. Tot aan het demarcatiepunt vindt de routering en het plan-MER/IEA onderzoek voor Programma VAWOZ plaats, daarna is het onderdeel van PAWOZEemshaven. Het demarcatiepunt is bepaald om overlap, of een gat, te voorkomen tussen de routering en het onderzoek van beide programma’s. Installaties die van zoetwater met behulp van elektriciteit waterstof produceren. In deze installaties wordt middels electrolyse wordt water gesplitst. Daarin wordt water met behulp van elektrische lading omgezet in waterstof en zuurstof. Een Gigawatt is 1.000 watt. Watt is de eenheid van vermogen. Waar geschreven wordt over vermogen, wordt geduid of het gaat over elektriciteit of waterstof. Geografisch informatiesysteem. Een GIS maakt het mogelijk om beschikbare geografische data van Nederland in kaart te brengen. NRD-fase. De mogelijke routes voor elektriciteitskabels en waterstofleidingen en zoekgebieden voor converter/transformatorstations en aanlandingsstations op hoog abstractieniveau (grofweg; linksom of rechtsom gevoelige gebieden/woonkernen). Een concept-NRD geeft aan met wat (reikwijdte) en met welke diepgang (detailniveau) de alternatieven worden onderzocht en beschreven in het milieueffectrapport (MER).