landelijk 4 Programma Energiehoofdstructuur
Tekst van het document
beschreven zijn in de voorgaande paragraaf.
is vanuit het perspectief van ruimte als vanuit het energiesysteem. Deze diepe aanlanding is belangrijk voor elektrificatie van de industrie in Chemelot en kan ook bijdragen (via interconnectie)
Station/omgeving
Spanningsniveau
Dodewaard
380kV
Eindhoven
380kV
Graetheide
380kV
Eemshaven
380kV
Noordzeekanaalgebied
380kV
Borssele/Sloegebied
380kV
Maasvlakte
380kV
Daarnaast betekent een diepe aanlanding dat in de omgeving van
Maasbracht
380kV
Maasbracht en Chemelot aanvullende ruimtevraag ontstaan voor
Weiwerd32
220kV
stations en flexibiliteitvoorzieningen als batterijen en elektrolysers.
aan de verduurzaming van Duitsland en België. Ook voorkomt het knelpunten op de hoogspanningsinfrastructuur op diverse plaatsen, doordat de geproduceerde elektriciteit niet eerst door heel het land over het reguliere hoogspanningsnet getransporteerd hoeft te worden. Een diepe aanlanding naar Maasbracht is daarom een voorkeursoplossing. Een dergelijke verbinding gaat wel gepaard met hogere financiële kosten dan een bovengrondse hoogspanningslijn.
Het is mogelijk dat deze additionele capaciteitsvraag op onderdelen
Op dit moment loopt het project van de Delta Rhine Corridor. In dit
binnen bestaande stationslocaties kan worden geaccommodeerd,
project wordt de haalbaarheid (inclusief veiligheid) onderzocht van
bijvoorbeeld door het bijplaatsen van extra transformatoren. Wanneer
de aanleg van meerdere ondergrondse buisleidingen en mogelijk
dit niet het geval is, zal er een ruimtelijke uitbreiding van het station
ook gelijkstroomverbindingen tussen Rotterdam, via Moerdijk
of eventueel een nieuw station nodig zijn. Hier is in de komende jaren
en Geleen richting Noordrijn-Westfalen. De route volgt een
nader onderzoek voor nodig, in samenhang met de ontwikkelingen die
bestaande gereserveerde buisleidingenstrook die is vastgelegd in
32 Uitbreiding in de omgeving van Weiwerd is reeds in IP2022 benoemd, maar nog niet opgenomen als project.
Programma Energiehoofdstructuur | 43
het Besluit kwaliteit leefomgeving (zie ook paragraaf 11.2.2 Nationale buisleidingprojecten). Door de buisleidingen en gelijkstroomverbindingen gelijktijdig aan te leggen worden de aanlegkosten en de overlast voor de omgeving zoveel mogelijk beperkt. Besluitvorming over de Delta Rhine Corridor is voorzien in 2024. De hierboven beschreven uitbreidingen van het hoogspanningsnet voor 2050 zijn naar verwachting nodig in de toekomst voor een robuust energiesysteem. Dat betekent niet dat de benoemde uitbreidingen van het hoogspanningsnet richting 2050 hiermee volledig zijn. Zo zijn er bepaalde knelpunten in het hoogspanningsnet die slechts in één of een aantal scenario’s naar voren komen. Omdat het daardoor onzeker is of deze knelpunten in de toekomst daadwerkelijk zullen vragen om uitbreiding van hoogspanningsinfrastructuur, zijn deze niet als ontwikkelrichting aangewezen in het PEH. Daarnaast is het mogelijk dat in toekomst toch aanvullende infrastructuuruitbreidingen nodig zijn die nu niet zijn voorzien. Zo heeft TenneT in april 2023 een visie Target Grid voor de ontwikkeling van het elektriciteitsnet gepubliceerd waarin naast een gelijkstroomverbinding naar Limburg, ook opties van bijvoorbeeld een eventuele gelijkstroomverbinding naar Zeeland (interconnectie naar België) worden geschetst. Er worden nog nieuwe locaties voor de aanlanding van Wind op Zee gekozen.
De ontwikkelingen zijn niet volledig te voorspellen. Met de geschetste richtingen worden er geen andere ontwikkelingen uitgesloten. Indien daar later nut en noodzaak voor blijkt, dan dienen ook die ontwikkelingen doorgang te vinden. Het PEH zal vierjaarlijks geactualiseerd worden (en voor zover noodzakelijk kunnen er ook tussentijdse actualisaties plaatsvinden). In
deze
actualisatierondes
kunnen
dergelijke
aanvullende
infrastructuuruitbreidingen ook worden opgenomen.
Programma Energiehoofdstructuur | 44
Figuur 6: Verwachte uitbreidingen hoogspanningsinfrastructuur richting 2050
8. Elektriciteitscentrales
Ook bij een klimaatneutraal energiesysteem horen elektriciteits-
De ruimte in Nederland is zeer schaars. Het is niet gemakkelijk
centrales. Centrales kunnen voorzien in een constante
om geschikte locaties te vinden voor elektriciteitscentrales. De
elektriciteitsproductie (basislast). Of op het moment dat er weinig
bestaande aangewezen vestigingsplaatsen zijn vaak goed ontsloten
wind en zon beschikbaar is, kunnen centrales bijgeschakeld
op het elektriciteits- en gasnetwerk en hebben toegang tot koelwater;
worden om de dalen in elektriciteitsproductie en pieken in vraag
infrastructuur die opnieuw benut kan worden. Ook kunnen in sommige
op te vangen. Dit wordt ook wel regelbaar vermogen genoemd.
gevallen bestaande installaties met enkele aanpassingen opnieuw ingezet worden. De vestigingsplaatsen zijn in zekere mate verspreid over Nederland. Ook dat is gunstig. Want als alle elektriciteit vanuit één
•
Bestaande vestigingsplaatsen voor grootschalige elektriciteitsproductie worden behouden voor het benodigde regelbare vermogen in de toekomst. Deze vestigingsplaatsen hebben unieke locatieeigenschappen en bieden naar verwachting voldoende ruimte. Dit is met uitzondering van de vestigingsplaats Harculo bij Zwolle; deze komt te vervallen.
•
Eemshaven vervalt als waarborglocatie voor kernenergie.
locatie komt, vergroot dit de kwetsbaarheid voor verstoringen. Om die redenen vindt het Rijk het van groot belang dat deze vestigingsplaatsen blijvend beschikbaar zijn voor installaties van grootschalig duurzaam regelbaar vermogen. Dit houden centrales in die in de toekomst bijvoorbeeld op waterstof of groen gas gebaseerd zijn, of een combinatie met CO2-afvang hebben. De verwachting is dat deze locaties voldoende ruimte zullen bieden. De overgang naar CO2-neutraal zal een geleidelijk proces zijn. In de eerste jaren (als onderdeel van de transitiefase) kan elektriciteitsproductie ook nog steeds op basis van bijvoorbeeld aardgas plaatsvinden. Het emissiehandelssysteem ETS zal aansturen
8.1. Vestigingsplaatsen voor grootschalige elektriciteitscentrales (m.u.v. kernenergie)
op CO2-reductie, uiterlijk in 2040, als er geen emissierechten meer
In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn vestigingsplaatsen
Nederland naar een CO2-neutraal elektriciteitssysteem in 2035.
worden uitgegeven. Via het Nationaal Plan Energiesysteem streeft
opgenomen voor grootschalige elektriciteitsopwekking van ten minste 500 MW (met uitzondering van kerncentrales), kortgezegd
In het verleden is er beleidsmatig niet actief gestuurd op het behoud
elektriciteitscentrales. Voor de aangewezen vestigingsplaatsen
van de ruimte op deze vestigingsplaatsen voor de toekomst. In het
draagt het Bkl gemeenten op om in het omgevingsplan deze vorm
geval van de vestigingsplaats van Harculo (bij Zwolle), waar de centrale
van grootschalige elektriciteitsopwekking toe te staan. Hierbij is niet
tussen 2016-2019 is gesloopt, zijn herontwikkelingsplannen van het
gespecificeerd om welk type centrale het gaat (dit kan kolen, aardgas,
terrein dermate vergevorderd dat deze als vestigingsplaats niet meer
maar ook waterstof zijn). In veel gevallen staat er nog een centrale
handhaafbaar is. Het Bkl (en bijbehorende Omgevingsregeling) zal
binnen deze gebieden. In enkele gevallen is de centrale in de afgelopen
hierop geactualiseerd worden. Hiermee wordt ook invulling gegeven
jaren gesloopt, maar geldt de aanwijzing nog steeds.
aan het advies uit de evaluatie van SEVIII om de daarin opgenomen
33
ruimtelijke reserveringen waar nodig op te schonen. Daarnaast wordt In het klimaatneutrale energiesysteem van de toekomst zijn regelbare
het toezicht en handhaving op het behoud van deze vestigingslocaties
centrales noodzakelijk voor de leveringszekerheid. Deze centrales
verscherpt. Zie hoofdstuk 15.
dienen de elektriciteitsproductie op te schakelen bij (langdurige) tekorten aan productie uit bronnen zoals wind en zon. Het is belangrijk om de bestaande aangewezen vestigingsplaatsen te behouden zodat de ruimte opnieuw benut kan worden voor het benodigde regelbare vermogen in de toekomst.
33
Artikel 5.156 en artikel 5.157 van het Besluit kwaliteit leefomgeving
Programma Energiehoofdstructuur | 46
Figuur 7: Bestaande grootschalige elektriciteitscentrales
Figuur 8: Aanwijsgebieden voor grootschalige elektriciteitsproductie (in de vorm van elektriciteitscentrales)
8.2. Waarborgingsbeleid kernenergie Als onderdeel van een betaalbare, zekere energievoorziening en
Uit de Integrale Effectanalyse komt naar voren dat de ontwikkeling
een optimale balans tussen groen en groei, zet het Rijk in op de
van kernenergie de benodigde ruimte voor elektriciteitsproductie
planvoorbereiding voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales
uit wind en zon, en opslag kan verminderen. De combinatie tussen
in Nederland voor 2035. Binnen de planvoorbereiding van de twee
de ontwikkeling van grote volumes kernenergie en verdere groei
nieuwe centrales geldt Borssele als voorkeurslocatie . Deze locatie
van aanlanding na 2030 kan impact hebben op de keuzes voor de
lijkt de juiste vestigingsfactoren te bezitten. Ook is er met de bestaande
benodigde energie-infrastructuur in de toekomst. Het vergt onder
kerncentrale Borssele de nodige kennis en infrastructuur aanwezig.
meer een planstudie en zorgvuldige afstemming met de omgeving om
Er wordt gekeken naar twee nieuwe centrales (generatie III+
daadwerkelijk tot de realisatie van twee kerncentrales te komen. In de
reactoren) met een gezamenlijk vermogen van ongeveer 3 GW en
onderzoeken37 die volgen zal er heel specifiek gekeken worden naar
een capaciteitsfactor van 90% waarmee circa 24 TWh per jaar wordt
locaties, milieu, veiligheids- en gezondheidseffecten en bijvoorbeeld
opgeleverd.
de relatie met aanlanding van wind op zee, de eventuele consequenties
34
op de hoogspanningsnetten, de consequenties voor opslag en berging De locatie Borssele behoort tot één van drie zogenaamde
van radioactief afval.
waarborglocaties van vestigingsplaatsen voor het gebruik van kernenergie. Het gaat daarbij om Borssele, Eemshaven en Maasvlakte
Het is niet uit te sluiten dat er in de toekomst een besluit valt dat
I. Dit zogenaamde waarborgingsbeleid is onderdeel van het Besluit
meer kerncentrales in Nederland worden ontwikkeld. De keuzes over
kwaliteit leefomgeving (en de Omgevingsregeling) en houdt in dat
verdere doorgroei van de binnenlandse energieproductie na 2030
er geen kwetsbare functies toegestaan mogen worden die de bouw
worden in eerste instantie via het Nationaal Plan Energiesysteem
van kerncentrales op deze vestigingsplaatsen onmogelijk maken.
gemaakt. Daarbij zijn er ook de kansen voor innovaties op het gebied
Tijdens een Wetgevingsoverleg op 4 maart 2021 is een motie van
van kernenergie. Het Rijk draagt onder meer bij aan onderzoek en
Tweede Kamerlid Beckerman aangenomen die uitspreekt dat
innovaties voor Small Modular Reactors (SMRs) en gesmolten-zout-
Eemshaven als waarborglocatie geschrapt moet worden . Daarnaast
reactoren. Zoals beschreven in paragraaf 5.5 valt dit op dit moment
is een motie van de leden Sienot en Mulder aangenomen die oproept
niet onder de technologische reikwijdte van het PEH.
35
geen kerncentrale te realiseren in de provincie Groningen36. De waarborglocatie van Eemshaven zal daarom geschrapt worden. De overige waarborglocaties blijven in stand. Op de kaart op de volgende pagina staan deze waarborglocaties weergegeven.
34 Kamerbrief over nadere uitwerking van de afspraken uit het coalitieakkoord op het gebied van kernenergie, kamerstuk 32645, nr. 116 35 Motie van het lid Beckerman c.s. over geen kerncentrale in Groningen, kamerstuk 35 603, nr. 51 36 Motie van de leden Sienot en Mulder over geen kerncentrale realiseren in de provincie Groningen, kamerstuk 35 603, nr. 59 37 Kamerbrief over nadere uitwerking van de afspraken uit het coalitieakkoord op het gebied van kernenergie, kamerstuk 32645, nr. 116
Programma Energiehoofdstructuur | 49
Figuur 9: Waarborglocaties kernenergie
9. Grootschalige (systeem)batterijen
Vraag en aanbod van elektriciteit moeten continu in balans
is en de prijs van elektriciteit laag. En te ontladen wanneer er schaarste
zijn. De landelijke netbeheerder is verantwoordelijk om dat
is en de prijs hoger. Hierdoor schommelt de prijs in de markt minder en
evenwicht te bewaren. Het toekomstige energiesysteem zal
is er meer elektriciteit beschikbaar op dagen dat de weersafhankelijke
meer weersafhankelijk zijn, vanwege de grote rol van zon en
energieopwekking achterblijft bij de vraag. Met de huidige technologie
wind. Batterijen kunnen bijdragen om balanceringsdiensten te
kan een batterij circa 2-4 uur opladen of ontladen. Wanneer de markt
verzorgen door tijdelijk elektriciteit op te slaan en deze later weer
een korte piek heeft (bijvoorbeeld als de zon even schijnt), dan zijn
te leveren.
batterijen nuttig om dit op te vangen. Op regionaal en lokaal niveau kan dit door kleinschalige batterijen, zoals thuisbatterijen, een buurtbatterij of elektrische auto’s. Op het hoogspanningsnet zijn
•
Grootschalige batterijen zijn in de toekomst nodig voor de balans van het elektriciteitssysteem, ook al in 2030.
•
Bij voorkeur nabij hoogspanningsstations en op plekken waar veel aanbod is in relatie tot de vraag van hernieuwbare elektriciteit.
•
Er is nader onderzoek nodig om tot aanvullend ruimtelijk beleid en concrete gewenste locatiekeuzes te komen. De netbeheerders starten hiertoe een netwerkanalyse. Rijk en provincies maken in samenspraak met netbeheerders verdere afspraken over de uitrol van batterijen en zijn voornemens begin 2024 aangescherpte beleidskaders op te leveren.
dan grootschalige batterijen nodig om deze korte momenten van onbalans te voorkomen, ook al richting 2030. Qua ruimtelijke sturing richt de inzet van het Rijk zich op grootschalige batterijen (>100MW), die aansluiting op het net van TenneT vergen. De markt voor batterijen ontwikkelt zich in hoog tempo. In korte tijd zijn er veel aanvragen bij netbeheerders ingediend door marktpartijen die een batterij willen ontwikkelen. Er zijn maar beperkt locaties waar batterijen (op reguliere wijze) aangesloten kunnen worden. In grote delen van het land is op dit moment sprake van netcongestie. Ook (grootschalige) batterijen leggen een beslag op de netcapaciteit doordat ze een aansluiting vragen en daarmee kunnen concurreren met andere functies zoals woningbouw of bedrijven. Ook kunnen batterijen potentieel de piekbelasting op het netwerk verhogen blijkt uit onderzoek, en daarmee de netcongestie verergeren38. De meest rendabele exploitatie van batterijen, is niet één op één het meest gunstig voor het elektriciteitsnet. In het kader van de Routekaart
Afwijkingen van de voorspellingen voor vraag en aanbod,
Energieopslag39 worden er diverse maatregelen genomen om te
onverwachte uitval van elektriciteitsproductie of uitval van delen van
stimuleren dat de exploitatie van batterijen ook op een voor het
het hoogspanningsnet leiden tot onbalans. Onbalans kan uiteindelijk
energiesysteem efficiënte manier kan worden ingezet.
leiden tot black-outs. De landelijke hoogspanningsnetbeheerder TenneT heeft de taak om de balans op het net te handhaven. Daarvoor
Naar de toekomst toe is het belangrijk om meer grip te krijgen
gebruikt het (naast enkele aanvullende diensten ter ondersteuning
op slimme locaties voor de ontwikkeling van grootschalige
van het hoogspanningsnet) de volgende producten/markten
batterijen. Voor de korte termijn is netcongestie een belangrijke
waar batterijen op kunnen acteren: frequentiehandhaving (FCR),
factor, aangezien batterijen dit kunnen verergeren zoals hierboven
regelvermogen (aFRR), noodvermogen (mFRR) en de andere markten
beschreven. Andere goede locatie-eigenschappen zijn de nabijheid
zoals intraday en day-ahead. Het doel is om op landelijk niveau real-
van hoogspanningsstations om onnodige transportinfrastructuur
time het aanbod van en de vraag naar elektriciteit in balans te houden.
en transportverliezen te voorkomen. En veel vraag naar energie en aanbod van hernieuwbare energie (met name zon-pv vanwege
De elektriciteitsproductie zal gedurende het jaar fluctueren. Dit vraagt
het fluctuerende karakter). Mede vanwege de onvoorspelbaarheid
ook grotere flexibiliteit van het systeem. Batterijen kunnen helpen om
van de netcongestie is er eerst nader onderzoek nodig om concrete
die flexibiliteit te bieden, door op te laden wanneer het aanbod groot
locatiekeuzes te maken. Ruimtelijke locaties worden aangewezen
38 39
CE Delft (2023): Kernrapport Beleid voor grootschalige batterijsystemen en afnamenetcongestie Routekaart Energieopslag, kamerstuk 29023, nr. 430
Programma Energiehoofdstructuur | 51
voor langere termijn, maar de ontwikkelingen op het gebied van de beschikbaarheid van netcapaciteit verlopen erg snel en de situatie kan binnen weken of maanden veranderen. In lijn met de Routekaart Energieopslag starten de netbeheerders een netwerkanalyse naar de locaties die vanuit het energiesysteem bezien het meest geschikt zijn, ook voor de langere termijn. Het Rijk en provincies zullen samen met de netbeheerders scherpere afspraken maken over de uitrol van batterijen de komende jaren. En mede op basis van de netwerkanalyse scherper locatiebeleid formuleren, waarin ook gekeken wordt naar de maatschappelijke wenselijkheid van de locaties. Het voornemen is om deze beleidskaders begin 2024 in concept op te leveren. Voorsorterend daarop wordt de ruimtelijke sturing op grootschalige batterijen >100MW in het PEH al wel benoemd als van nationaal belang, mede vanwege de bijdrage aan de leveringszekerheid. Wanneer er in samenspraak met de netbeheerders en decentrale overheden een scherper beeld ontstaat over de geschiktheid van locaties voor de langere termijn, wordt hier verder invulling aan gegeven.
Programma Energiehoofdstructuur | 52
10. Grootschalige elektrolyse
Waterstof is onmisbaar om de klimaatdoelen voor 2050 te
In een klimaatneutrale energievoorziening speelt waterstof
halen. Voor een robuust klimaatneutraal energiesysteem en een
naar verwachting een belangrijke rol. Waterstof is nodig voor de
duurzame industrie zet het kabinet in op het vergroten van de
verduurzaming van een aanzienlijk deel van de vraag naar energie,
capaciteit van elektrolyse waarmee duurzame waterstof wordt
bijvoorbeeld voor bepaalde industriële verbruikers. Naast dat
geproduceerd.
waterstof geïmporteerd kan worden, is de inzet er ook op gericht om in Nederland hernieuwbare waterstofproductie te vergroten via elektrolyse. Elektrolysers zetten elektriciteit om in waterstof
•
•
•
•
Voor hernieuwbare waterstofproductie wordt
en die waterstof kan vervolgens via het waterstoftransportnet
de Nederlandse elektrolysecapaciteit verder
getransporteerd worden naar gebruikers. Daarbij kunnen elektrolysers
opgeschaald.
een belangrijke rol spelen voor het balanceren van vraag en aanbod
Op land wordt grootschalige elektrolyse
naar elektriciteit. Overschotten aan elektriciteitsproductie kunnen via
(>100MWe) bij voorkeur geplaatst in de omgeving
elektrolyse worden omgezet naar waterstof, dat desgewenst voor
van (elektrische) aanlandlocaties van offshore
korte- en of langere termijn opgeslagen kan worden voor periodes
windenergie en nabij de waterstofbackbone
wanneer de energie daadwerkelijk benodigd is.
Het Rijk wijst voorkeursgebieden aan voor de ontwikkeling van deze grootschalige elektrolyse-
Er is een voorlopig Europees akkoord over bindende Europese
projecten. Dit gaat initieel om:
doelen voor het gebruik van waterstof(dragers) in de industrie en
- Noordzeekanaalgebied
mobiliteit. Het vergt een serieuze inspanning van Nederland om deze
- Delfzijl en Eemshaven
doelen te behalen. Deze vereisen in 2030 naar verwachting circa 4-8
- Rotterdam en Moerdijk
gigawatt (GW) elektrolysecapaciteit in binnen- of buitenland (want
- Borssele en Terneuzen
geïmporteerde waterstof telt mee voor het behalen van de Europese
Aan de hand van keuzes over toekomstige
doelen). Het nationale doel uit het Klimaatakkoord is om minimaal 4 GW
aanlandingen van wind van zee, wordt dit
elektrolysecapaciteit in Nederland te ontwikkelen tot 2030 en gestreefd
voorkeursbeleid aangevuld en geactualiseerd. Bij
wordt naar 8 GW elektrolysecapaciteit in 2032.40 Voor de langere
een investeringsbesluit voor diepe aanlanding naar
termijn gaan de scenario’s van de Integrale Infrastructuurverkenning41
Maasbracht, wordt Chemelot een voorkeursgebied
uit van maximaal 45 GW elektrolysecapaciteit in 2050.
voor elektrolyse. •
•
Voor grootschalige elektrolyseprojecten, inclusief
Met een ambitie van 70 GW wind op zee richting 2050 zullen onder
bijbehorende infrastructuur, zal Onze Minister
meer aanzienlijke elektrolyse-vermogens nodig zijn om pieken
de projectprocedure toepassen (zoals bedoeld
in de productie af te vangen. Naar verwachting zal het omstreeks
in afdeling 5.2 van de Omgevingswet). Dit wordt
2030 ook mogelijk worden om waterstof op zee te produceren door
verwerkt in de Energiewet en onderliggende
elektrolyse-installaties op zee (bijvoorbeeld via windturbines die direct
regelgeving (waarin de minimale capaciteit en
waterstof produceren). De geproduceerde waterstof zal vervolgens
te bepalen gevallen nader worden uitgewerkt in
via een transportnetwerk aan land worden gebracht. In het Energie
overeenstemming met de minister van BZK).
Infrastructuur Plan Noordzee wordt verkend hoeveel capaciteit er op
Nader onderzoek is nodig over huidig en
zee haalbaar is richting 2050 (oplevering is voorzien in 2024)42. Het
toekomstbestendig waterverbruik voor elektrolyse-
beeld is echter dat ook na 2030 aanvullende elektrolysecapaciteit op
projecten, met name binnen gebieden met een
land logisch is.
kwetsbare watervoorziening.
40 Kamerbrief over een nationaal programma voor versnelde verduurzaming van de industrie, kamerstuk 29 826, nr. 176 41 Netbeheer Nederland (2023) Integrale Infrastructuurverkenning (editie II) 42 Kamerbrief over windenergie op zee 2030-2050, kamerstuk 33561 met nr. 54.
Programma Energiehoofdstructuur | 53
In de nieuwe Energiewet zal grootschalige elektrolyse ondergebracht
interconnectie met het buitenland. Wanneer hier concreet toe wordt
worden als een project met een nationaal belang waarvoor Onze
besloten, is het ook wenselijk om in deze omgeving grootschalige
Minister een projectbesluit vaststelt. De precieze gevallen en capaciteit
elektrolyse te realiseren. Verder worden in het lopende programma
waar dit op van toepassing is, wordt in onderliggende regelgeving
Verbindingen Aanlanding Wind op Zee 2031-2040 nieuwe keuzes
nader bepaald.
vastgelegd over andere aanlandingen van offshore windenergie richting 2040. In dat programma zullen ook weer (gekoppeld aan
Bij de ontwikkeling van grootschalige elektrolysers geldt dat ze bij
die aanlanding) nieuwe voorkeursgebieden voor elektrolyse worden
voorkeur worden geplaatst nabij voldoende aanbod van elektriciteit,
aangewezen.
om de afstand van transport van elektriciteit ten behoeve van elektrolysers te minimaliseren. Op land heeft het aanzienlijke
Een ander belangrijk aandachtspunt voor waterstofproductie
voordelen om grootschalige elektrolyse te concentreren nabij de
is het waterverbruik. In de brief over het principe van Water en
locaties waar offshore windenergie aanlandt via hoogspanningskabels
Bodem Sturend44 schetst het kabinet de verschillende grote water-
en nabij het hoofdnetwerk van buisleidingen. Dit voorkomt extra
en bodemopgaven. Door het veranderende klimaat wordt de
infrastructuuruitbreidingen. En resulteert daarmee in lagere
watervoorziening kwetsbaarder. Er is meer onderzoek nodig naar de
maatschappelijke kosten en is efficiënt voor ruimtelijk gebruik en de
schaarser wordende watervoorziening in bepaalde gebieden, en wat
werking van het brede energiesysteem.
dit vraagt van additionele maatregelen voor een toekomstbestendig waterverbruik voor waterstofproductie en andere watervragers.
Om de ontwikkeling van grootschalige elektrolyse te situeren
Daarom wordt nader onderzoek verricht naar de watervraag van
nabij deze gebieden wijst het Rijk voorkeursgebieden aan voor
grootschalige inzet van waterstof, en op welke manier deze watervraag
grootschalige elektrolyse-projecten, als onderdeel van een breder
toekomstbestendig ingepast kan worden. Dit onderzoek is nader
instrumentarium dat wordt ingezet voor hernieuwbare waterstof .
beschreven in de uitvoeringsagenda bij het PEH.
43
Dit gaat om de gemeenten waarbinnen de industrieclusters van Noordzeekanaalgebied, Rotterdam-Moerdijk, Borsele-Terneuzen zijn gelegen en meer specifiek de (omgeving van de) industriegebieden van Delfzijl en Eemshaven. Het uitgangspunt is dat grootschalige elektrolyse in (of nabij) de clusters voor industrie- en bedrijven wordt gerealiseerd. Van deze voorkeursgebieden voor de ontwikkeling van grootschalige elektrolyse projecten, kan onder de volgende voorwaarden afgeweken worden: a.•
Als er aantoonbaar geen of beperkte extra infrastructuurbehoefte is van hoogspanningsinfrastructuur, bijvoorbeeld door grote volumes regionale hernieuwbare productie, en;
b.•
Als er aantoonbaar geen of beperkte extra infrastructuurbehoefte is op het landelijke waterstoftransportnetwerk, en;
c.•
Als er kansen zijn voor benutting restwarmte.
Eerder is aangegeven dat een diepe aanlanding naar Maasbracht in Limburg belangrijk is voor de verduurzaming van Chemelot en
H2 Kamerbrief Vormgeving instrumentarium hernieuwbare waterstof, Kamerstuk 32813 nr. 1272 44 Kamerbrief Bodem en water sturend, kamerstuk 27625, nr. 592 43
Programma Energiehoofdstructuur | 54
Figuur 10: Voorkeursgebieden grootschalige elektrolyse
11. Buisleidingen
stoffen, in grote hoeveelheden onder hoge druk en op een vast
11.1. Bestaande situatie en huidige ruimtelijke waarborging van buisleidingen
traject (circa de helft van de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in
Het PEH richt zich op ruimte voor buisleidingen van nationaal belang
Nederland wordt via buisleidingen vervoerd). Buisleidingen
op land. Bij buisleidingen van nationaal belang gaat het bijvoorbeeld
zijn belangrijke aders voor de industrieclusters in Europa en als
om aardgas- of waterstofleidingen met een bepaalde capaciteit, en
achterlandverbinding vanuit de havens. Het gaat daarbij onder
ook om vervoer van gevaarlijke (grond)stoffen tussen industrieclusters
meer om ondergrondse buisleidingen voor het transport van
(zie voor een nadere beschrijving Artikel 5.135 Besluit Kwaliteit
aardgas, olieproducten en chemicaliën, die provinciegrens- en
Leefomgeving).
Buisleidingen worden gebruikt voor transport van gevaarlijke
vaak ook landgrensoverschrijdend kunnen zijn. Buisleidingen zullen ook in het duurzame energiesysteem van de toekomst een
Buisleidingen bieden ten opzichte van andere vervoersmodaliteiten,
belangrijke rol in het energie- en grondstoffentransport houden.
zoals spoor, weg of binnenvaart, voordelen op het gebied van schaalbaarheid, flexibiliteit (inspelen op vraag en aanbod), leveringszekerheid (continuïteit), (externe) veiligheid, economische
•
De ruimte binnen de huidige reserveringsgebieden voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang, is in principe robuust voor de toekomst. Lokaal kan er sprake zijn van ruimtelijke knelpunten.
•
Beter beheer, toezicht en handhaving is vereist. Het Rijk (i.c. de ministeries van BZK, I&W, EZK en Rijkswaterstaat) verkent in samenspraak met marktpartijen de benodigde maatregelen.
•
In een nadere verkenning wordt gekeken naar het oplossen van inconsistenties in de tracering van reserveringsgebieden voor buisleidingen en gerealiseerde buisleidingen. Ook beoogt het Rijk indicatieve tracés (m.u.v. het geschrapte indicatieve tracé Laarbeek-Echt-Susteren) om te zetten in reserveringsgebieden die geborgd kunnen worden in het Besluit kwaliteit leefomgeving, zodat een gesloten netwerk van gereserveerde buisleidingenstroken blijft bestaan of, waar nodig, ontstaat.
•
Versmalling van reserveringsgebieden (minder dan 70 meter) wordt in principe niet meer toegestaan, tenzij hier schriftelijke overeenstemming tussen partijen en het Rijk is overeengekomen.
•
Het landelijk transportnetwerk voor waterstof zal na 2030 verder worden uitgebreid met aantakkingen naar grote vragers, opslaglocaties en producenten.
45
Rijksoverheid (2012) Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035
voordelen (goedkoper bij grote hoeveelheden) en het is stil en schoon (geen uitstoot bij transport). Ook zijn buisleidingen ten opzichte van andere modaliteiten (weg, spoor, (binnen)vaart) minder gevoelig voor effecten van klimaatverandering (extreme droogte, hitte, neerslag, windsnelheden en kou). Het betekent directe verbindingen tussen industriële clusters onderling. Door deze factoren zijn buisleidingen een ruimtelijk efficiënte manier van transport en, omdat ze veelal ondergronds zijn aangelegd, zijn ze ook praktisch onzichtbaar voor de omgeving. Reserveringsgebieden voor buisleidingen van nationaal belang Via het Bkl en de bijbehorende Omgevingsregeling zijn reserveringsgebieden voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang vastgelegd. Dit gaat om stroken van hoofdzakelijk 70 meter breed waarin buisleidingen van nationaal belang gelegd kunnen worden. Deze reserveringen zijn gebaseerd op de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 (SVB)45. Deze reserveringsgebieden (vanaf hier: ‘buisleidingenstroken’) gaan op in het PEH. De aangewezen buisleidingstroken dienen gereserveerd te worden in gemeentelijke omgevingsplannen, voor doorgaande exploitatie en/of de aanleg van nieuwe buisleidingen.
Dat betekent dat gemeenten ervoor moeten zorgen dat er geen nieuwe belemmeringen ontstaan bij het wijzigen van omgevingsplannen en vergunningverleningen die deze ontwikkelingen, nu en in de toekomst, in de weg kunnen staan. De huidige situatie is dat er in heel Nederland buisleidingen van nationaal belang liggen, grotendeels binnen de gereserveerde stroken,
Programma Energiehoofdstructuur | 56
maar deels ook daarbuiten. In de praktijk blijken er (primair lokale)
dit melden bij het Rijk. Op die manier zou ongeveer 90% van de
inconsistenties te zijn tussen de gereserveerde buisleidingenstroken
reserveringsgebieden moeten worden bewaakt. Rijkswaterstaat
en de tracering van reeds aangelegde buisleidingen. Voor sommige
houdt toezicht op de reserveringsgebieden waar nog geen buis-
trajecten kan het wenselijk zijn om de tracering van de gereserveerde
leidingen liggen. In de praktijk is geconstateerd dat het vrijhouden
strook aan te passen, zodat de reservering aansluit op de buisleidingen
van reserveringsgebieden niet adequaat gebeurt, waardoor er in de
die zijn gerealiseerd. Hiertoe loopt een nadere verkenning. In de
loop van de tijd lokaal ontwikkelingen zijn ontstaan die de ruimte
uitvoeringsagenda van het PEH wordt nader ingegaan op de eventuele
binnen deze reserveringsgebieden hebben ingeperkt. Dit wordt nader
wenselijke aanpassingen in het Bkl.
toegelicht onder paragraaf 11.3.2.
Indicatieve buisleidingenstroken In de Structuurvisie Buisleidingen zijn zogenaamde ‘indicatieve buisleidingenstroken’ opgenomen. Deze tracés zijn niet opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving omdat er destijds onvoldoende zicht was over de gewenste route. Deze hebben daarmee dus ook geen juridische status. Dit brengt het risico met zich mee dat belemmerende functies zoals woningbouw een plek kunnen krijgen op deze tracés, wat de toekomstige aanleg van buisleidingen van nationaal belang onmogelijk zou maken, en een aaneengesloten landelijk netwerk van buisleidingenstroken in de weg zou staan. Het voornemen van PEH is om de indicatieve tracés om te zetten in reserveringsgebieden die geborgd kunnen worden in het Besluit kwaliteit leefomgeving, zodat een gesloten netwerk van gereserveerde buisleidingenstroken ontstaat. Hierbij worden de reeds aangelegde buisleidingen als vertrekpunt gehanteerd. Deze aanpassingen en actualisaties zullen vervolgens worden doorgevoerd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het indicatieve tracé tussen Laarbeek en EchtSusteren is per toezegging van de minister van Binnenlandse Zaken, in samenspraak met de minister van Economische Zaken en Klimaat, in 2019 geschrapt46. Dit tracé zal dus geen onderdeel uitmaken van het PEH.
Zie ook de kaart op de volgende pagina waarop onder meer de indicatieve tracés zijn weergegeven (met uitzondering van het voormalig indicatieve tracé Laarbeek-Echt-Susteren). Toezicht, monitoring en beheer In de Structuurvisie Buisleidingen is vastgelegd dat buisleidingeigenaren en/of -beheerders de verantwoordelijkheid hebben om het gehele reserveringsgebied voor buisleidingen te monitoren rondom hun bestaande buis en reageren op ontwikkelingen die hinder voor het (toekomstig) buisleiding netwerk kunnen betekenen en/of
46 Motie Smeulders c.s. over het indicatieve buisleidingentracé Laarbeek-Echt-Susteren uit de Structuurvisie Buisleidingen schrappen, kamerstuk 34 682, nr. 10.
Programma Energiehoofdstructuur | 57
Figuur 11: Bestaande situatie buisleidingen van nationaal belang
11.2. Ontwikkelingen richting 2030 11.2.1. Toename van transport via buisleidingen In het kader van de energie- en grondstoffentransitie zal naar
bepaald wat dit betekent voor de ruimte voor buisleidingen (zie verder
verwachting steeds meer transport van gevaarlijke stoffen via
paragraaf 11.3).
buisleidingen noodzakelijk zijn. Hierbij valt te denken aan leidingen voor CO2, waterstofgas of waterstofdragende stoffen, zoals ammoniak, en
Onderzoek van TNO49 schetst verder ook de mogelijkheid van
de ombouw van (delen van) het bestaande aardgasnetwerk voor het
substantiële groei van te transporteren volumes van waterstofrijke
transport van waterstof.
energiedragers. Dit kan al voor 2030 aan de orde zijn. Hiervoor zijn meerdere technieken in beeld, maar volgens het onderzoek
Er worden in het kader van buisleidingtransport een aantal trends
tekent zich een trend af naar grootschalige import, op- en overslag,
gezien. Er zullen naar verwachting meer buisleidingen bij komen.
vervolgtransport en toepassing van ammoniak als waterstofdrager.
Niet alleen in Nederland, maar ook in internationaal perspectief. Dit
De import van ammoniak biedt ook kansen voor het behouden en
blijkt uit concrete plannen om nieuwe buisleidingen infrastructuur
ontwikkelen van de rol die onder andere onze zeehavens hebben als
aan te leggen, zoals via het Delta Rhine Corridor project, de aanleg
hub voor grondstoffen- en energie en het daarmee samenhangende
van het landelijk waterstofnetwerk, en aanvragen voor inpassing van
vestigingsklimaat in Nederland. Ammoniak is een gevaarlijke stof
nieuwe buisleidingen in het tracé van Leidingenstraat Nederland47.
vanwege de toxiciteit. De geschetste volumes van waterstofrijke
Een substantieel deel van het landelijke aardgasnet zal worden ingezet
energiedragers uit het hierboven genoemde rapport van TNO
voor het transport van waterstof. Het hergebruik van bestaande
betekenen een forse toename ten opzichte van het huidige transport
buisleidingen kan ook voor andere nieuwe stromen een mogelijkheid
van gevaarlijke stoffen en met een ander risicoprofiel. Wanneer het
zijn. Waterstof past qua volume in het huidige net.
volume van transport van ammoniak substantieel toeneemt heeft het de voorkeur om dit via buisleidingen te transporteren ten opzichte
Transport van waterstof – en waterstofrijke energiedragers
van bovengrondse modaliteiten. Om veiligheidsrisico’s van transport
Vervoer van waterstof door buisleidingen zal naar verwachting op
te beperken kan daarbij ingezet worden om voor de binnenlandse
grote schaal gaan plaatsvinden als waterstofgas en/of door middel
waterstofvraag ammoniak eerst te gebruiken in de havenclusters of
van zogenaamde ‘waterstofrijke energiedragers’. Waterstofrijke
daar te kraken naar gasvormige waterstof. De waterstof kan dan via het
energiedragers zijn stoffen waaraan waterstof kan worden gebonden,
landelijk waterstofnetwerk getransporteerd worden. Deze werkwijze
met name voor transport en opslag. Voorbeelden zijn ammoniak
is conform het kabinetsstandpunt uit 2005 om ammoniaktransport
(NH3) en Liquid Organic Hydrogen Carriers (LOHC's). Om de waterstof
over land te minimaliseren. Het veranderende risicoprofiel vergt ook
te verkrijgen, moeten deze stoffen eerst weer worden ontbonden
aanvullende beleidskaders met betrekking tot veiligheidsrisico’s. Het
(ofwel ‘gekraakt’). In het geval van ammoniak komt hier stikstofgas
voornemen is om eind 2023 een eerste versie van een richtsnoer voor
(N2) vrij, in het geval van LOHC’s komt de draagstof vrij, dat vervolgens
waterstofrijke energiedragers op te stellen dat duidelijkheid biedt voor
kan worden hergebruikt door het opnieuw waterstof aan te binden48.
het omgaan met de risico’s van waterstofrijke energiedragers.
Richting 2030 en verder nemen naar verwachting de transportvolumes
In het kader van de Nederlandse Importstrategie50 worden
van waterstof aanzienlijk toe. In de achterliggende scenario’s zijn
randvoorwaarden op nationaal en EU-niveau gecreëerd om de
verschillende volumes rondom de toename van transport vanuit
markt voor waterstofimport verder te ontwikkelen. Als waterstof
productie in eigen land en vanuit import van waterstof opgenomen.
of waterstofrijke energiedragers via havens worden geïmporteerd
Er is (mede op basis van doorrekeningen door de netbeheerders)
zijn hiervoor terminals nodig. Dit vraagt naast de ruimte voor de
Leidingenstraat Nederland is de beheerder van het leidingentracé tussen de industriegebieden van Rotterdam en Antwerpen met aftakkingen naar Moerdijk en richting Vlissingen 48 Kamerbrief over rapport ‘omgevingsveiligheid van waterstofrijke energiedragers’ van TNO, Arcadis en Berenschot (2023). Kamerstuk 32813, nr. 1192 49 Kamerbrief over rapport ‘omgevingsveiligheid van waterstofrijke energiedragers’ van TNO, Arcadis en Berenschot (2023). Kamerstuk 32813, nr. 1192 50 Kamerbrief over Energiediplomatie en import van waterstof, kamerstuk 29023, nr. 431. 47
Programma Energiehoofdstructuur | 59
buisleidingen om deze energiedragers te transporteren, tevens
alternatieven – zoals elektriciteit, lokale warmte of waterstof - niet of
ruimte voor terminals in de havenclusters. Er is momenteel één
beperkt haalbaar zijn, zoals: grondstof voor de chemie, brandstof voor
ammoniakterminal in Nederland in de Rotterdamse haven, waarmee
de mobiliteit, of energiebron voor verwarming of elektriciteit waar
gebruikers van ammoniak in het industrieel complex worden
geen alternatieven zijn (zoals in bepaalde delen van de gebouwde
bevoorraad. Het ontwikkelen van waterstof-importterminals in
omgeving).
Rotterdam-Moerdijk en Noordzeekanaalgebied is (in verkennende fase) meegenomen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur
Met het Programma Groen Gas streeft het kabinet primair naar het
Energie en Klimaat (MIEK). Deze initiatieven zijn nog in een vroege
vergroten van de nationale productie van groen gas naar ten minste
MIEK fase waarin de gezamenlijke knelpunten (waaronder ruimtelijke
2 miljard m3 in 2030. Ook zal het kabinet onderzoeken of en hoe op
effecten) worden geïnventariseerd en aangepakt voordat individuele
termijn de import van groen gas vorm kan krijgen. Transport van
terminals ontwikkeld worden. Private partijen zullen dit jaar met pilots
groen gas vindt plaats via bijmenging in het bestaande aardgasnet. Er
starten voor import van verschillende waterstofdragers. In 2025/2026
is als gevolg van het opschalen van de groen gas productie (vanwege
worden de eerste importen verwacht en waarschijnlijk zal rond 2030
de benutting van bestaande infrastructuur) geen uitbreiding van het
grootschalige import plaatsvinden (zie 11.3.1. voor de periode na 2030).
bestaande gasnet voorzien.
LNG en groen gas
11.2.2. Nationale buisleidingprojecten
Als gevolg van de oorlog in Oekraïne is de internationale gasmarkt fundamenteel gewijzigd door een sterke afname van gasleveringen
Het landelijk transportnetwerk van waterstof
naar Europa vanuit Rusland. Dit heeft ervoor gezorgd dat er in
Een landelijke infrastructuur voor het transport van waterstofgas kan
Nederland, maar ook in andere delen van Europa, meer dan voorheen
een cruciale rol kan spelen in onze economie en in een CO2-neutraal
ingezet wordt vraagvermindering en diversificatie van gasimport. Die
energie- en grondstoffensysteem. Hydrogen Network Services (HNS),
diversificatie uit zich door de import van vloeibaar gemaakt aardgas,
een onderdeel van de Gasunie, zal een deel van het Nederlandse
ofwel LNG (Liquefied Natural Gas).
gasnetwerk voor waterstof geschikt maken. De ombouw van het netwerk zal stapsgewijs plaatsvinden. Daarnaast moeten ook enkele
In Nederland zijn inmiddels twee importterminals voor LNG in
honderden kilometers nieuwe pijpleiding aangelegd worden. Het doel
bedrijf: één in de Rotterdamse haven en één in de Eemshaven. Daar
is om richting 2030 alle grote industrieclusters via een ringnetwerk met
wordt het vloeibare gas terug naar een gasvormige staat gebracht
elkaar te verbinden. Parallel daaraan werken de havens aan overslag-
en vervolgens wordt het gas ingevoerd in het bestaande aardgasnet.
en elektrolysecapaciteit voor de respectievelijke aanvoer en productie
De importterminals in de Eemshaven en Rotterdam vormen een
van waterstof.
essentiële schakel in het Nederlandse energiesysteem. Als gevolg van de verschuiving van Gronings gas en van Russisch gas naar LNG, is er
Op 1 april 2022 is de Rijkscoördinatieregeling (tegenwoordig
een verschuiving ontstaan van gastransport. Waar het transport eerst
projectprocedure in termen van de Omgevingswet) van toepassing
van ‘oost naar west’ ging vanuit Rusland, loopt het transport nu van
verklaard voor het vaststellen van de inpassingsplannen voor
‘west naar oost’. Het is niet de verwachting dat er als gevolg van deze
de deelprojecten ten behoeve van de realisatie van dit landelijke
verschuiving extra (aard)gasleidingen benodigd zijn.
transportnetwerk van waterstof51. Daarmee is het Rijk bevoegd gezag voor de ruimtelijke inpassing en coördinatie van de
Ook groen gas productie via (mest)vergisting en vergassing kan een
vergunningverlening. De inpassing en aanleg van het landelijk
wezenlijke bijdrage leveren aan een schoon en zeker energiesysteem,
transportnetwerk voor waterstof zal primair via de bestaande
en draagt tevens bij aan andere urgente maatschappelijke opgaven als
reserveringsgebieden voor buisleidingen verlopen. Via deze
de reductie van emissies in de landbouw en de ontwikkeling van een
inpassingsplannen zal de precieze tracering worden bepaald.
circulair grondstoffensysteem. Groen gas is op langere termijn nodig voor die sectoren waar een gasvormige energiedrager nodig blijft en
Besluit Toepassing van de Rijkscoördinatieregeling op de landelijke infrastructuur voor het transport van waterstof, kamerstuk 29023, nr. 284.
51
Programma Energiehoofdstructuur | 60
Delta Rhine Corridor Er wordt een (private) buisleidingenbundel beoogd ter verbinding van de haven van Rotterdam, Moerdijk, Geertruidenberg, Chemelot en Noordrijn-Westfalen (Gelsenkirchen, Keulen en wijde omgeving). Ook dit project valt onder de Rijks-projectprocedure (voorheen Rijkscoördinatieregeling). Deze buisleidingenbundel (grotendeels voorzien in reserveringsgebieden voor buisleidingen), de Delta Rhine Corridor (DRC) gaat op termijn CO2, waterstof en mogelijk propeen, ammoniak en LPG transporteren. Tevens wordt de mogelijkheid onderzocht van het aanleggen van een gelijkstroomverbinding in deze bundel. Dit gaat om eventuele diepe aanlandingen van windparken op zee bij Moerdijk, Geertruidenberg en Maasbracht. Het kabinet onderschrijft dat het voor de toekomst een wenselijke ontwikkeling is dat er een diepe aanlanding wordt gerealiseerd naar Maasbracht zoals in paragraaf 8.3.2. is beschreven. De concrete haalbaarheid voor de koppeling binnen dit project met de aanleg van buisleidingen zal uit de verdere projectprocedure van de Delta Rhine Corridor moeten blijken. Projecten voor CO2-transport en -opslag Ten aanzien van CO2-transport en -opslag lopen verschillende projecten en initiatieven. Het huidige kabinetsbeleid is dat CO2 alleen op zee wordt opgeslagen. Concrete projecten zijn Porthos en Aramis.
Porthos is een project waarbij CO2 van de industrie in de Rotterdamse haven via een buisleiding in het havengebied en een buisleiding op zee wordt getransporteerd en opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. Aramis voorziet in transport van CO2 vanaf de Maasvlakte naar verder weg gelegen gasvelden op de Noordzee. Dit project gaat uit van een ‘open access’ principe: verschillende industrieën kunnen CO2 aanleveren en opslag kan plaatsvinden door verschillende ‘operators’. Industrieclusters kunnen CO2 aanleveren aan Aramis via de Porthos-leiding op de Maasvlakte, via schepen of via toekomstige transportleidingen voor CO2. Eén van die transportleidingen is ook onderdeel van de Delta Rhine Corridor.
Programma Energiehoofdstructuur | 61
Figuur 12: Ontwikkelbeeld nationale buisleidingen 2030
11.3. Ontwikkelingen 2030 - 2050 11.3.1. Uitbreidingen na 2030 In de onderliggende Integrale Effectanalyse (IEA) van het PEH
plekken toch ontwikkelingen toegestaan die de bruikbaarheid van
is bekeken in hoeverre de bestaande aangewezen ruimte in de
de reserveringsgebieden hebben aangetast. In elk geval vragen de
reserveringsgebieden voldoende is om gewenste buisleidingen in de
ontwikkelingen om extra zorgvuldig om te gaan met de ruimte die
toekomst te accommoderen. De huidige reserveringsgebieden zijn in
de reserveringsgebieden voor buisleidingen bieden. In de volgende
theorie robuust voor de toekomst. Ze zijn breed genoeg voor extra
paragraaf worden de benodigde maatregelen verder geduid.
buisleidingen van nationaal belang die nodig zijn richting 2050 op basis van energiescenario’s en ook prognoses van toename van transport
Richting 2050 is er veel onzekerheid over de verdere groei van import
van andere gevaarlijke stoffen.
van o.a. waterstof/waterstofrijke energiedragers en in welke vorm stoffen geïmporteerd en getransporteerd worden52. Naar verwachting
Het landelijke transportnetwerk voor waterstof zal na 2030 nog
zal er in de toekomst meer ruimte voor terminalcapaciteit nodig zijn.
met diverse aantakkingen worden uitgebreid (ook buiten de
Dit zal verder worden onderzocht in het kader van de gebiedsaanpak
reserveringsgebieden) naar grote vragers waaronder energiecentrales,
voor de grote industrieclusters, die onder hoofdstuk 13 is uitgewerkt.
waterstofproductie en opslaglocaties. Veelal zal hierbij bestaande infrastructuur opnieuw worden benut of worden vervangen. Aanvullend op onder andere de Delta Rhine Corridor, zullen er mogelijk ook nieuwe buisleidingen nodig zijn voor transport van andere gevaarlijke stoffen. In bepaalde groeiscenario’s kan er behoefte zijn aan extra transportcapaciteit van buisleidingen om de (chemische) industrie en luchtvaart te bedienen. Dit gaat hoofdzakelijk om buisleidingen voor CO2-transport tussen de industrie in Zeeland en Rotterdam en mogelijk Amsterdam, (synthetische) kerosine naar vliegveld Eindhoven, en andere grond- en brandstoffen tussen Pernis en Moerdijk. Op onderstaande kaart is weergegeven welke uitbreidingen op basis van de onderliggende analyses van het PEH worden voorzien. Verder vragen de kruisingen met andere infrastructuur (viaducten en tunnels over weg, water, spoor) in het bijzonder aandacht (in tegenstelling tot de reserveringsgebieden voor buisleidingen in open veld). In speciaal voor buisleidingen aangelegde infrastructurele kunstwerken wordt de ruimte schaarser, bijvoorbeeld de tunnelbak in beheer van Leidingstraat Nederland onder het Hollandsch Diep waardoor diverse buisleidingen lopen. Met name voor grotere buisleidingen is niet in iedere tunnel of viaduct ruimte.
Ook blijkt in de praktijk dat er lokaal veel plekken zijn waar de ruimte voor de aanleg van buisleidingen is ingeperkt, bijvoorbeeld door nieuwe bebouwing. Door gebrek aan monitoring, handhaving en toezicht zijn op diverse
In de achterliggende effectanalyse is rekening gehouden met een maximale extra ruimtevraag voor een nieuwe importterminal voor waterstof in Rotterdam, Noordzeekanaalgebied, Borssele/Sloegebied en Eemshaven met ieder een capaciteit van zo’n 12 miljard m3 en een ruimtebeslag van zo’n 20 hectare (dit is onderdeel van de in hoofdstuk 13 gegeven indicatieve ruimtebehoefte per industriecluster). Naar verwachting zal dit, met eventueel ombouw van bestaande importterminals, voldoende moeten zijn om de maximale scenario’s van import van waterstof uit II3050 te accommoderen.
52
Programma Energiehoofdstructuur | 63
Figuur 13: Ontwikkelbeeld nationale buisleidingen 2050
11.3.2. Verscherpen van de ruimtelijke waarborging van reserveringsgebieden In de vorige paragraaf is al genoemd dat er extra aandacht nodig is
worden gekeken in hoeverre de taak- en bevoegdheidsverdeling,
voor de handhaving van buisleidingenstroken.
voortvloeiende uit het verscherpte beheer, toezicht en handhaving, ingevuld moeten worden door de verschillende ministeries.
De in de praktijk aanwezige fysieke belemmeringen voor de aanleg
Dientengevolge kan de implementatie van verbeterd toezicht,
van buisleidingen in de reserveringsgebieden, geven aanleiding om
monitoring en handhaving pas plaatsvinden nadat dit onderzoek is
aanvullende maatregelen voor het verbeteren van het toezicht, de
uitgevoerd en daarover is besloten.
monitoring en handhaving in te zetten. Er zijn kaders nodig voor het beheer van de ruimte binnen deze reserveringsgebieden. Met goede
De Structuurvisie Buisleidingen stond het versmallen van stroken
beheersmaatregelen kan de ruimte binnen de reserveringsgebieden
onder 70 meter onder voorwaarden toe. Het is het niet wenselijk dat
beter benut worden. Buisleidingen kunnen bijvoorbeeld op een kortere
de gereserveerde stroken in de toekomst nog worden versmald. De
afstand van elkaar worden geplaatst. Zo is er een hogere maximale
bestaande reserveringen voor buisleidingen moeten over de volle
bezetting van buisleidingen mogelijk in de stroken bij een intensiever
breedte behouden worden, om de ruimte in de toekomst te kunnen
beheer, zoals bijvoorbeeld in de buisleidingenstrook van LSNed.
blijven gebruiken voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang.
Onderdeel van de eerdergenoemde verkenning is ook
De precieze invulling vraagt nader onderzoek. Het Rijk (in samenwerking
het verder in kaart brengen van ontstane (ruimtelijke) knelpunten
met de ministeries van BZK, IenW, EZK en Rijkswaterstaat) verkent
zoals fysieke belemmeringen of conflicterende bestemmingen in
in samenspraak met marktpartijen en decentrale overheden de
bestemmingsplannen van gemeenten. En op welke wijze daarmee om
mogelijkheden om beter invulling te geven aan het beheer en de
dient worden gegaan, en welke juridische aanpassingen hiervoor nog
noodzakelijke maatregelen om toezicht en handhaving voor de
nodig zijn. Zie verder ook het onderdeel uitvoering onder hoofdstuk 15.
toekomst te verbeteren. Kennisdeling over de juridische context en uitwisseling van informatie met gemeenten, provincies en buisleidingexploitanten is hiervan een onderdeel. In bredere zin gaat het om de vraag of de huidige inzet van de Rijksoverheid (zowel beleidsmatig, uitvoerend als toezichthoudend), aansluit bij de groeiende maatschappelijke behoefte aan buisleidingen en welke invloed dit heeft op de verhouding publiek – privaat. Hierbij zal ook
Programma Energiehoofdstructuur | 65
12. Ondergrondse waterstofopslag
Een energiesysteem waarin waterstof een grote rol speelt is niet
12.1 Het vergroten van de ondergrondse opslagcapaciteit
mogelijk zonder grootschalige opslag van waterstof. Waterstof is
Een energiesysteem dat grotendeels is gebaseerd op variabele
nodig voor de leveringszekerheid en is ook noodzakelijk voor de
hernieuwbare energie zal veel meer energieopslag vergen dan nu het
verduurzaming van verschillende sectoren. Tevens biedt de ontwik-
geval is om vraag en aanbod in balans te kunnen houden. Waterstof
keling van een waterstofketen verschillende economische kansen.
maakt het mogelijk om grote volumes energie over langere afstanden te transporteren, over langere periodes op te slaan en veelzijdig in te zetten als brand- en grondstof. Grootschalige waterstofopslag is nodig voor
•
(Ondergrondse) opslag van waterstof is een essentieel onderdeel van het energiesysteem van de toekomst.
•
Vanwege de noodzaak tot opslag voor een werkend energiesysteem de komende jaren wordt er gestart met het verder verkennen van mogelijkheden voor het vergroten van de ondergrondse opslagcapaciteit voor waterstof.
•
Het kabinet richt zich in de eerste plaats op het vergroten van de capaciteit van waterstofopslag op land in zoutcavernes. Ondertussen dient de technische haalbaarheid van alternatieven in lege gasveldenen bergingen op land en in zoutcavernes en lege gasvelden op zee vergroot te worden.
•
Voor de zoutwinning in de toekomst hanteert het kabinet als uitgangspunt dat nieuwe locaties voor zoutwinning zoveel mogelijk samenvallen met het mogelijk realiseren van ondergrondse energieopslag. De technische geschiktheid, veiligheid en economische haalbaarheid per locatie zal in de toekomst nog moeten worden vastgesteld, waarbij een aantal locaties mogelijk niet aan de gestelde eisen zal voldoen.
•
De verkenning van nieuwe locaties gebeurt in het kader van het Rijksprogramma voor duurzaam gebruik van de ondergrond. De keuze welke mijnbouwactiviteiten onder welke voorwaarden mogen plaatsvinden komt tot stand in een maatschappelijke dialoog. Het gebruik van de diepe ondergrond is niet toegestaan, tenzij mijnbouwactiviteiten plaatsvinden in daarvoor geschikt beoordeelde gebieden en als voldaan wordt aan de voorwaarden met betrekking tot veilig en verantwoord gebruik.
de leveringszekerheid. Ondergrondse waterstofopslag onderscheidt zich ten opzichte van andere ondergrondse energieopslagtechnieken en bovengrondse alternatieven door grotere capaciteit en vermogen te bieden. In eerdere studies van TNO en EBN is het Rijk reeds gewezen op de rol van ondergrondse waterstofopslag53, en heeft het Rijk zich al uitgesproken over de bijdrage van ondergrondse waterstofopslag aan de betaalbaarheid en leveringszekerheid van het energiesysteem en een sterke groene economie en werkgelegenheid54. De regionale en nationale ambities voor waterstof in Nederland zijn hoog. Om die ambities te realiseren, is ondergrondse waterstofopslag noodzakelijk. Al voor 2030 is hier behoefte aan. In de periode 20302050 is de verwachting dat de ondergrondse opslagbehoefte fors zal toenemen. De IEA zegt hierover dat de benodigde waterstofopslagcapaciteit in 2050 naar verwachting tussen de 10 en 37 TWh zal zijn. Eén nieuwe zoutcaverne van 1 miljoen m3 biedt volgens de IEA ruimte voor maximaal 0,25 TWh. In beginsel opslag in zoutcavernes Technologieën die al ver zijn ontwikkeld, zijn nodig om te kunnen voldoen aan de hoeveelheid waterstofopslag die al voor 2030 nodig is. De korte termijn behoefte voor waterstofopslag in zoutcavernes wordt geschat op vier cavernes in 2030 van 1 miljoen m3.
Het kabinet richt zich in eerste plaats op het vergroten van de capaciteit van waterstofopslag op land in zoutcavernes, mits dit veilig kan. Aanleg van zoutcavernes op land ten behoeve van opslag is op dit moment de enige technologie55 die al op grote schaal kan worden toegepast. Om ervoor te zorgen dat er voldoende waterstofopslag capaciteit in 2030 is, en om ervaring op te doen, is er in juni 2022 een RCR-procedure (tegenwoordig projectprocedure) gestart voor het eerste project in Nederland ten behoeve van waterstofopslag. Het project voorziet in
Kamerbrief Ondergrondse Energieopslag in Nederland 2030 - 2050; Technische evaluatie van vraag en aanbod. Kamerstuk 29023, nr. 270 54 Kamerbrief over de diepe ondergrond als de voorraadkamer van de energietransitie, kamerstuk 29023, nr. 273; Routekaart Energieopslag, kamerstuk 29023, nr. 430 55 Integrale Effectanalyse Bijlage XIb Beoordeling M&R Structuurkeuzes en Systeemontwikkelingen 53
Programma Energiehoofdstructuur | 66
de aanleg van vier tot vijf nieuwe zoutcavernes voor waterstofopslag
om de opslagcapaciteit te vergroten. Dit indien ze qua techniek en
in Zuidwending.
kosten verder worden ontwikkeld. De theoretische opslagcapaciteit in zoutcavernes is vele malen kleiner dan in gasvelden. Daarom dient,
Voor de zoutwinning in de toekomst hanteert het kabinet als
parallel aan de toepassing van zoutcavernes voor ondergrondse
uitgangspunt dat nieuwe locaties voor zoutwinning zoveel mogelijk
waterstofopslag, onderzoek naar de mogelijke toepassing van lege
samenvallen met het mogelijk realiseren van ondergrondse
gasvelden te worden gecontinueerd. Waterstofopslag in gasvelden
energieopslag. Om ruimte efficiënt te kunnen gebruiken worden,
zal echter nooit waterstofopslag in zoutcavernes volledig kunnen
waar mogelijk, bestaande zoutcavernes hergebruikt en daarnaast
vervangen vanwege de kort-cyclische vraag die typisch kan worden
wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande (gas/waterstof)
opgevangen door waterstofopslag in zoutcavernes. Hergebruik van
infrastructuur. De technische geschiktheid, veiligheid en economische
gasopslagen ten behoeve van waterstofopslag kan mogelijkerwijs
haalbaarheid per locatie zal in de toekomst nog moeten worden
leiden tot een minder groot bovengronds ruimtebeslag vanwege
vastgesteld (meer informatie over het verkennen van nieuwe
reeds aanwezige infrastructuur die hergebruikt zou kunnen worden.
opslaglocaties paragraaf 12.2). Hierbij zullen locaties mogelijk niet aan de gestelde eisen voldoen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de
Voor de ontwikkeling van ondergrondse waterstofopslag op zee moet
nieuwe cavernes die worden aangelegd bij Haaksbergen. Deze zijn
rekening worden gehouden met significante ontwikkeltijden van 10
56
onvoldoende geschikt en worden hier ook niet voor ontworpen .
tot 15 jaar en met hogere kosten dan op land (tussen de anderhalf
Eerder is door TNO en EBN gewezen dat de bestaande zoutwinning in
en tweeëneenhalf keer hoger59). Tot de tijd dat gasvelden kunnen
Baradeel, Veendam en het merendeel van Twente-Rijn ongeschikt is
worden ingezet, is het uitgangspunt om waterstof op te slaan in
voor waterstofopslag57.
zoutcavernes op land. Onderzoek naar opslag in gasvelden op land en in zoutcavernes en gasvelden op zee zal doorgaan, en deze zullen in de
Opslagpotentie in gasvelden, op zee (cavernes/gasvelden) en in het
toekomst aan de mix van opslagopties worden toegevoegd.
buitenland Er wordt onderzoek gedaan naar de realisatie van opslagcapaciteit in gasvelden- en bergingen op land, en in cavernes en/of gasvelden op zee en in het buitenland. Net als in Nederland, zijn er ook in Duitsland diverse pilots met waterstofopslag in zoutcavernes in voorbereiding. Een deel van deze locaties is verbonden met het Nederlandse transportnetwerk. Mogelijk kan dit resulteren in een gedeelde waterstofopslagcapaciteit, zoals nu ook het geval is met opslag van aardgas en olie. Indien de keuze gemaakt wordt om waterstof op te slaan in zoutcavernes in Duitsland, leidt dit mogelijk tot nieuwe buisleidinginfrastructuur om waterstof te transporteren. De optie tot opslag over de grens dient nader onderzocht te worden. Voor opslag in gasvelden moet de geschiktheid voor (pure) waterstofopslag nog bewezen worden58. Door de grootte van gasvelden is opslag in gasvelden op land en/of offshore veelbelovend Brief aan de gemeente Haaksbergen met daarin de adviezen van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), TNO en de technische commissie bodemdaling (Tcbb) op het ingediende winningsplan van Nobian. Kamerstuk 32849, nr. 230.
57 TNO en EBN (2021) Technische verkenning ondergrondse energieopslag in Nederland 2030-2050 58 Opslag in gasvelden heeft een Technology Readiness Level van 3 tot 4; Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2023) Routekaart Energieopslag 59 Kamerbrief Resultaten haalbaarheid ondergrondse waterstofopslag op zee, kamerstuk 29023, nr. 336 56
Programma Energiehoofdstructuur | 67
12.2 Verkennen van nieuwe opslaglocaties Zoals hiervoor is beschreven, is ondergrondse waterstofopslag
Een fundamenteel andere aanpak is nodig dan in het verleden bij de
in zoutcavernes op land op dit moment de technologie die het
aardgaswinning in Groningen, waarvan nog steeds honderdduizenden
verst ontwikkeld is. Vanwege de groeiende opslagbehoefte de
mensen in Groningen en Noord-Drenthe leven met de gevolgen64.
komende jaren, is het nodig om te starten met het verder verkennen
Een groot deel van de ondergrondse zoutformaties liggen in Noord-
van mogelijkheden voor het vergroten van de opslagcapaciteit
Nederland in of nabij gebieden waar in het verleden en ook nu energie-
in zoutcavernes op land. Ondertussen worden verkenningen en
en grondstofwinning uit de diepe ondergrond plaatsvinden (zie ook de