CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

landelijk 4 Programma Energiehoofdstructuur

Gemeenteraad 6 maart 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Beantwoording vragen en bijlagen34.769 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

inrichting van het energiesysteem van de toekomst.

de energiehoofdstructuur. Ook is er een scenario ontwikkeld waarin kernenergie een grotere rol speelt in het energiesysteem. Dit staat

Ter inzagelegging Notitie Reikwijdte en Detailniveau (onderzoeksplan)

verder beschreven in bijlage IV van de Integrale Effectanalyse. Door

Naast de inbreng van onder meer kennis over het energiesysteem,

middel van een verschillen- en gevoeligheidsanalyse is de impact van

gebiedskennis, aandachtspunten en suggesties in de bovenstaande

recente ontwikkelingen die buiten de bandbreedte van de gehanteerde

bijeenkomsten heeft iedereen die dat wilde door het indienen van

scenario’s vallen op de uitkomsten van de IEA meegenomen.

een zienswijze ook formeel op de onderzoeksaanpak voor de IEA (formeel: Notitie Reikwijdte en Detailniveau) kunnen reageren. De

De netbeheerders hebben deze scenario’s doorgerekend in hun

zienswijzen zijn met reacties gebundeld in een nota van antwoord. Dit

modellen om de impact op de energiehoofdstructuur in kaart te

heeft samen met het advies van de onafhankelijke Commissie voor

brengen. In de Integrale Effectanalyse is specifiek aandacht besteed

de Milieueffectrapportage en het participatieverslag van deze fase

aan oplossingsrichtingen voor knelpunten die in vrijwel alle scenario’s

geleid tot het vaststellen van de definitieve NRD door de minister voor

boven komen, zogenaamde robuuste knelpunten. De kans is groot dat

Klimaat en Energie en de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke

deze robuuste knelpunten optreden in de toekomst (omdat ze in alle

Ordening.

scenario’s voorkomen) en daarom om een infrastructurele oplossing vragen. Daarnaast zijn er analyses gedaan naar oplossingsrichtingen voor knelpunten van een aantal speciale keuzemogelijkheden,

11

Netbeheer Nederland (2020) Integrale Infrastructuurverkenning (editie I)

Programma Energiehoofdstructuur | 23

zogenaamde structuurkeuzes. Bijvoorbeeld; ‘wat zijn de effecten als er veel wind van zee wordt aangeland op enkele locaties aan de kust’ of ‘wat zijn de effecten als de wind van zee veel meer verspreid wordt aangeland op meerdere locaties’. Ten aanzien van buisleidingen wordt er een bredere scope gehanteerd, en is er een separate beschouwing gedaan naar voor aardolie(producten), CO2 en chemicaliën die veelal door private buisleidingeigenaren worden getransporteerd. Ook hier is op basis van scenario’s gekeken naar de mogelijke knelpunten in buisleidingen, en in welke mate bestaande reserveringsgebieden voldoende ruimte bieden voor eventuele uitbreidingen van- of nieuwe buisleidingen. Voor zover deze knelpunten om een infrastructurele oplossing vragen met ruimtelijke consequenties zijn deze onderdeel van de verdere beoordeling. Daarbij is beoordeeld op ruimte en milieu, waarbij met behulp van de lagenbenadering12 verschillende effecten in beeld zijn gebracht (zie ook bijlage X van de Integrale Effectanalyse). Met behulp van bepaalde ruimtelijke uitgangspunten is ook het potentiële ruimtebeslag van oplossingen in beeld gebracht. In de tabel hieronder staat per onderdeel van het energiesysteem weergegeven met welk ruimtebeslag rekening is gehouden in de analyses.

Verder zijn voor de structuurkeuzes beoordelingen gedaan op efficiëntie van het energiesysteem en op brede welvaart (brede maatschappelijke kosten en baten). In de Integrale Effectanalyse is deze aanpak uitgebreid beschreven.

De lagenbenadering deelt de fysieke leefomgeving in, in drie ‘lagen’: ondergrond (water, bodem, e.d.), netwerken (infrastructuur) en occupatie (ruimtelijke patronen ten gevolge van menselijk gebruik). Elke laag is van invloed op de afwegingen in de andere lagen.

12

Programma Energiehoofdstructuur | 24

Figuur 3: Aannames ruimtebeslag per onderdeel van het energiesysteem13 De aannames in de figuur zijn opgenomen op basis van de Integrale Effectanalyse achter het PEH en gesprekken met de landelijke netbeheerders. De (aannames over de) ruimtebeslagen kunnen voortdurend veranderen naar aanleiding van nieuwe informatie en innovaties. De weergegeven ruimtebeslagen zijn een momentopname en bedoeld om een beeld te geven bij de benodigde ruimte voor het toekomstig energiesysteem. In de infographic is ook het ruimtebeslag voor gasinfrastructuur opgenomen. Hierbij worden logischerwijs gassen bedoeld die passen binnen een CO2-neutraal energiesysteem.

13

Programma Energiehoofdstructuur | 25

5.4. Belangrijkste inzichten Integrale Effectanalyse

Om de schaarse ruimte zo goed mogelijk te benutten en extra

De Integrale Effectanalyse is een belangrijke onderbouwing waar het

infrastructuur te voorkomen, is er naast ruimte voor stations op deze

beleid en keuzes in het PEH van zijn afgeleid. Uiteraard zijn keuzes in

locaties ook ruimte nodig voor elektrolysers, batterijen en regelbare

het PEH niet enkel op deze analyses gebaseerd, maar ook op basis van

centrales. Op veel locaties (industrie en bij hoogspanningsstations)

vele gesprekken met overheden, experts, marktpartijen en andere

is ruimte nodig voor batterijen om netverzwaring landinwaarts te

betrokkenen. De belangrijkste conclusies uit de effectanalyse voor het

voorkomen. In de onderliggende scenario’s is de inzet van batterijen

PEH zijn als volgt.

gemodelleerd op plekken op een manier zodat ze zoveel mogelijk knelpunten op het elektriciteitssysteem voorkomen. Inmiddels zijn

Uit de IEA komt naar voren dat er veel ruimte nodig is voor de diverse

er nieuwe onderzoeken die aantonen dat batterijen in de praktijk niet

onderdelen van de elektrische infrastructuur: centrales, converter- en

op die manier rendabel zullen opereren en dat batterijen op verkeerde

hoogspanningsstations en -verbindingen, elektrolysers, batterijen.

plekken kunnen bijdragen aan netcongestie, wat in grote delen van het

Op de (industriële) kustlocaties komen veel zaken samen: aanlanding

land een actueel probleem is14. Er is daarom nader onderzoek nodig (zie

(en afvoer) van windenergie op zee, een grote energievraag van

hoofdstuk 9). Er is ook groot vermogen nodig aan regelbare centrales.

de industrie, de inzet van elektrolyse en batterijen en de inzet van

De bestaande aangewezen locaties voor grote energiecentrales kan

centrales. Het clusteren van diverse functies van vraag en aanbod

in principe in de ruimtevraag voorzien voor grootschalig duurzaam

betekent minder benodigde infrastructuur om de energie te

regelbaar vermogen (zie hoofdstuk 8).

transporteren. Bijvoorbeeld het ontwikkelen van grootschalige elektrolyse, buiten aanlandingslocaties van windenergie op zee, leidt

In principe is er volgens de IEA geen extra ruimte nodig voor

tot extra elektrische infrastructuur in gebieden waar de ruimtedruk al

buisleidingen na de ombouw van delen van het aardgasnet naar

erg hoog is. Vandaar dat het PEH voorkeursgebieden aanwijst voor de

een waterstofnet. Wel zijn aantakkingen/aansluitingen nodig naar

ontwikkeling van grootschalige elektrolyse (zie hoofdstuk 10). Door

grootschalige elektrolysers, opslaglocaties van waterstof en regelbare

de hoeveelheid benodigde energie-infrastructuur (ter plaatse en naar

centrales. Ook ontstaat er mogelijk een behoefte voor uitbreiding

achterland) ontstaat ruimtedruk op specifieke locaties. Met name bij

van buisleidingen voor transport van andersoortige brandstoffen,

de grote industrieclusters, maar ook rondom grote energiecentrales

grondstoffen en chemicaliën. Naar verwachting kan dit hoofdzakelijk

én hoogspanningsstations. Het Rijk wil op de ruimtevraag anticiperen

binnen de reserveringsgebieden voor buisleidingen geaccommodeerd

via de NOVEX-gebiedsaanpak voor de grote industrieclusters en

worden en zijn er geen extra reserveringen nodig (zie hoofdstuk 11).

omringende hoogspanningsstations en centrales (zie hoofdstuk 13). Voor de opslag van waterstof zijn – afhankelijk van de ontwikkelingen Hoogspanningsstations zijn een belangrijk onderdeel in het

– zowel seizoensopslag in zout-cavernes en mogelijk ook in gasvelden

toekomstige energiesysteem. De IEA laat zien dat bij bestaande

nodig. De technische haalbaarheid en risico’s voor met name deze

hoogspanningsstations extra ruimte nodig is voor uitbreidingen en

laatste vorm van opslag, dienen goed te worden onderzocht (zie

op verschillende locaties zijn nieuwe stations nodig. Samen met de

hoofdstuk 12).

onderzoeksbureaus en TenneT is bekeken welke uitbreidingen van de elektriciteitsinfrastructuur te verwachten zijn voor 2050 op basis

Op dit moment is de ruimte voor de energie-infrastructuur

van de IEA. En zijn er gevoeligheidsanalyses gedaan op basis van

onvoldoende gewaarborgd. Een belangrijke aanbeveling is om

nieuw verschenen investeringsplannen waarmee bepaalde voorziene

gereserveerde of additioneel nog te reserveren ruimte ook te

uitbreidingen uit de IEA al in gang werden gezet. Daarbij is ook

handhaven en zodoende vrij te houden voor energie-infrastructuur

rekening gehouden met de maximale vraagscenario’s, waar het NPE

(zie hoofdstuk 15).

toe oproept (zie hoofdstuk 4.1.). Dit heeft geresulteerd in een overzicht van verschillende uitbreidingen voor elektriciteitsinfrastructuur, dat

Warmtetransportleidingen zijn waarschijnlijk kansrijk in Zuid-

uitgewerkt is in hoofdstuk 7.

Holland, Noord-Brabant, Gelderland en Groningen om grootschalige warmtebronnen te koppelen aan de warmtedistributie-gebieden. Het verbinden van lokale warmtevraag en -aanbod is in beginsel een

14

CE Delft (2023): Kernrapport Beleid voor grootschalige batterijsystemen en afnamenetcongestie

Programma Energiehoofdstructuur | 26

regionaal vraagstuk en de voorziene leidingen zijn niet provinciegrens

Het is belangrijk om innovatieve technologieën de ruimte te geven

overschrijdend. Vandaar dat het PEH hier op dit moment geen actieve

in de toekomst, terwijl het ook cruciaal is dat er op tijd keuzes

ruimtelijke sturing op voorziet (zie hoofdstuk 2).

gemaakt worden over dit energiesysteem. Een goed functionerend energiesysteem zal een belangrijke voorwaarde zijn voor het slagen van

In de IEA (aanvulling) is verduidelijkt welke (milieu)informatie er een rol

die nieuwe energie-technologieën. Aan de hand van de uitdagingen

heeft gespeeld bij de verschillende keuzes/beleidsrichtingen die in het

die staan beschreven in het PEH kan ook richting gegeven worden

PEH staan beschreven.

aan maatschappelijke gewenste innovatie: zo kunnen innovaties in de efficiëntie van batterijen de benodigde ruimte van deze systemen

5.5. Technologische reikwijdte en innovatie

beperken.

Innovaties zijn van cruciaal belang om de CO2-reductiedoelen te realiseren. Nieuwe technologische innovaties kunnen een technologie

Zodra de nieuwe technologieën volwassen zijn, zullen deze weer

kosten-, ruimte-, en energie-efficiënter maken, maar de toepassingen

meegenomen kunnen worden in een actualisatie van het PEH. Nieuwe

kunnen ook breder zijn. Zo kan innovatie ook toegepast worden om

inzichten kunnen dan tot nieuwe keuzes leiden.

veiliger te werken of om risico’s voor de leefomgeving te beperken. Andersom kan de IEA die in het kader van het PEH is uitgevoerd ook Het PEH richt zich op de ruimte voor energie-infrastructuur op

aanleiding geven om de innovatie agenda van het Rijk en andere

nationaal niveau. Het Rijk kijkt hiervoor primair naar de technologische

betrokkenen bij te slijpen. Aan de hand van de analyses in het kader

ontwikkelingen die bewezen haalbaar zijn binnen afzienbare tijd.

van het PEH wordt duidelijk dat het ruimtebeslag van batterijen,

Technologische ontwikkelingen waar op dit moment onderzoek

elektrolyse en waterstofopslag potentieel groot is. Innovatie kan

naar wordt verricht en waarvan onduidelijk is in hoeverre ze effectief

helpen om deze activiteiten offshore te ontwikkelen of om deze

zijn, worden daarom in dit PEH niet meegenomen. Dat doet niets af

onderdelen van het energiesysteem efficiënter te maken en zo het

aan de potentiële kansen voor nieuwe technologische innovaties, en

ruimtebeslag te verkleinen.

ook de besparing qua ruimte waarmee ze gepaard kunnen gaan. We bevinden ons in een transitieperiode waarbij het energiesysteem grote veranderingen doormaakt. Er zijn tal van innovatieve ontwikkelingen gaande. Zo zouden Small Modular Reactors (SMRs) voor een stabiele energievoorziening kunnen zorgen. Innovaties binnen de batterijensector (bijv. met flow-batterijen) kunnen ervoor zorgen dat batterijen voor een breder scala aan activiteiten ingezet kunnen worden, en voor de seizoensopslag van waterstof is het belangrijk dat er meer kennis komt over de opslag van waterstof in gasvelden op land en in de zee. Maar ook efficiënte systemen voor het gebruik van restwarmte of ontzilt zeewater voor waterstofproductie zijn voorbeelden van potentiële innovaties.

Programma Energiehoofdstructuur | 27

6. Ruimtelijke uitgangspunten en inrichtingsprincipes Energie-infrastructuur is noodzakelijk om de klimaatdoelen

6.1. Energie als onderdeel van ruimtelijke ordening

te halen en is een randvoorwaarde om de nodige duurzame

In de samenhang tussen ruimtelijke ontwikkelingen en de nood-

energie te kunnen leveren voor (ontwikkeling van) bijvoorbeeld

zakelijke energie-infrastructuur spelen de nodige uitdagingen, onder

woningbouw, mobiliteit, industrie, landbouw en daarmee de

meer op het gebied van netcongestie. Mede naar aanleiding hiervan is

verduurzaming van deze sectoren. Het is belangrijk om bij het

er steeds meer aandacht voor de relatie tussen ruimtelijke ontwikkeling

maken van ruimtelijke plannen rekening te houden met de

en de noodzakelijke energie-infrastructuur. Zo stemmen de decentrale

impact op het energiesysteem. De schaarste in de netcapaciteit

overheden via de Regionale Energiestrategie de locatiekeuzes voor

die in grote delen van het land speelt, is daar een voorbeeld van.

wind en zon op land al af met de netbeheerders op basis van de impact

Het ruimtelijk planproces dat nodig is voor het versterken van

op de infrastructuur. Provincies en Rijk werken onder de noemer van

de infrastructuur kost veel tijd en kan betekenen dat sommige

integraal programmeren aan een aanpak om scherper te plannen op

plannen vertragen. Andersom is het belangrijk zorgvuldig om te

ruimte en energie-infrastructuur. In dat verband werken alle provincies

gaan met de ruimtelijke inpassing van energie-infrastructuur en de

aan een Energie(systeem)visie en een daaruit volgend Provinciaal

impact die dat op andere opgaven in de leefomgeving kan hebben.

Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK) (zie

Dit hoofdstuk beschrijft de inrichtingsprincipes voor de ruimtelijke

ook paragraaf 4.2.). Deze producten zijn erop gericht de uitbreiding

ordening van het energiesysteem van nationaal belang.

van energie-infrastructuur zoveel mogelijk in de pas te laten lopen bij andere ruimtelijke ontwikkelingen, zoals wonen, werken en mobiliteit.

•

Het Rijk verkent in samenspraak met decentrale overheden de haalbaarheid en wenselijkheid of het belang van de energie-infrastructuur doeltreffend kan worden geïntegreerd in de (wettelijke kaders voor) ruimtelijke planvorming en het omgevingsrecht.

•

In projectprocedures worden in lijn met de Nationale Omgevingsvisie verschillende uitgangspunten en inrichtingsprincipes toegepast (die zijn uitgewerkt in dit hoofdstuk), ten behoeve van een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van energie-infrastructuur.

In het advies ‘Hefboom voor een schone toekomst’ agendeert het College van Rijksadviseurs (CRa)15 de ordenende werking die het energiesysteem heeft op andere ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij zij aangeven dat energie steeds sterker stuurt op ruimte en er een kloof is tussen de energie- en ruimtelijke discipline. In de brief ‘Hoofdlijnen van het Programma Energiehoofdstructuur’16 schetst het kabinet de aanpak om ruimtelijke ordening en de energiewereld dichter bij elkaar te brengen. In het kort betekent dat het volgende. Het is van belang aan de voorkant van het ruimtelijk planvormingsproces vraag en aanbod van energie af te stemmen. Nu is energie-infrastructuur veelal volgend op de planning van bijvoorbeeld woonwijken of bedrijfsterreinen. Als er echter onvoldoende capaciteit blijkt dan zal er eerst ruimte gevonden moeten worden voor uitbreiding van infrastructuur. En die ruimte is steeds vaker schaars, duur of helemaal niet voorhanden op de locatie waar de infrastructuur het beste kan worden geplaatst. Dit kan leiden tot vertraging en extra kosten; niet alleen voor de realisatie van energie-infrastructuur, maar voor de gehele ruimtelijke ontwikkeling.

Andersom kan de aanleg en capaciteit van infrastructuur ook een aantrekkende werking hebben, zeker met de huidige schaarste aan netcapaciteit kan bijvoorbeeld de beschikbaarheid van capaciteit ook juist ontwikkelingen aantrekken. Het vroegtijdig meewegen van de impact op- en capaciteit van de energie-infrastructuur bij het plannen van bijvoorbeeld een nieuwe woonwijk of bedrijventerrein, kan die plannen beïnvloeden en verbeteren.

15 16

College van Rijksadviseurs 2022, ‘Hefboom voor een schone toekomst’ Kamerstuk 31239, nr. 369

Programma Energiehoofdstructuur | 28

Samen met decentrale overheden en met behulp van kennis-

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies

instellingen verkent het Rijk daarom of de (wettelijke kaders voor)

Met een combinatie van functies in de ruimte wordt beschikbare

ruimtelijke planvorming en het omgevingsrecht kansen bieden om het

ruimte vaak efficiënter gebruikt dan wanneer een ruimte voor slechts

belang van (het doelmatig gebruiken en ontwikkelen van) de energie-

één functie kan worden gebruikt. Hoogspanningsverbindingen en

infrastructuur efficiënter te integreren. Het doel is te stimuleren dat de

ondergrondse buisleidingen en leidingen laten zich bijvoorbeeld

impact op energie-infrastructuur vroegtijdiger wordt meegewogen.

vaak goed combineren met functies als landbouw of natuur.

Gedacht kan worden aan regels om de impact op energie expliciet in

Om ruimte efficiënt te kunnen gebruiken, neemt het PEH in de

kaart te brengen bij plannen met een bepaalde energiebehoefte of aan

inrichtingsprincipes voor aanleg van energie-infrastructuur op dat

een overlegplicht met netbeheerders. Het is belangrijk om de voor- en

bestaande (ruimte voor) energie-infrastructuur zoveel mogelijk wordt

nadelen hiervan zorgvuldig te verkennen.

hergebruikt en dat nieuwe hoogspanningsverbindingen van 220 kV en hoger waar mogelijk en zinvol worden gebundeld met bestaande

6.2. Vertaling afwegingsprincipes Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

hoogspanningsverbindingen of met bovenregionale infrastructuur. Zo

Het doel van de NOVI is balans tussen het beschermen van de fysieke

en hoogspanningsverbindingen te kijken naar combinaties met

leefomgeving (voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en

landbouw en nieuwe natuur (hoog grasland, geen bomen). Bij

een goede omgevingskwaliteit) en het vervullen van maatschappelijke

buisleidingenstroken kan, indien veilig en mogelijk, ook naar

behoeften (voor een goede woonomgeving, economische omgeving

combinatie met energieopwekking zoals zon-pv worden gekeken.

en gebruik van natuurlijke hulpbronnen). Het gaat bijvoorbeeld over de

Deze combinaties vinden grotendeels in de verdere uitwerking in

productie van voedsel en goederen en schoon drinkwater, voldoende

projecten op gebiedsniveau plaats.

verdient het de voorkeur om bij de inrichting van de buisleidingstroken

woonruimte en een betrouwbare energievoorziening. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar

In het kader van het Programma Mooi Nederland, dat gecoördineerd

zelfs versterken. Dit vraagt om een multidisciplinaire benadering en

wordt door de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke

een zorgvuldige afweging bij de toewijzing van ruimte voor de diverse

Ordening, worden verschillende inrichtingsprincipes en inspirerende

functies. De NOVI geeft daarvoor drie principes mee, namelijk:

ontwerpbeelden

opgesteld

over

hoe

energie-infrastructuur

landschappelijk kan worden ingepast en welke kansen dat met zich 1.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;

2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;

3.

Afwentelen wordt voorkomen.

meebrengt voor andere opgaven.

Hieronder wordt toegelicht hoe deze principes in (de totstandkoming van) het PEH zijn verwerkt.

Programma Energiehoofdstructuur | 29

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal

De lagenbenadering die in de Integrale Effectanalyse is gebruikt voor

In de onderliggende Integrale Effectanalyse zijn effecten onderzocht

de beoordeling op ruimte en milieueffecten is volgens de NOVI een

op bestaande kwaliteiten en functies in de leefomgeving, onder meer

effectieve methode om ruimtelijke afwenteling te voorkomen. Ook

met behulp van de lagenbenadering (zie ook bijlage X van de Integrale

zijn voorgenomen keuzes getoetst op eventuele risico’s en kansen

Effectanalyse). Dit is een methode die de effecten van ruimtelijke

voor nieuwe ontwikkelingen bij decentrale overheden, diverse

ontwikkelingen beoordeelt op basis van verschillende kenmerken van

maatschappelijke partijen en experts en andere lopende nationale

een gebied. Voorbeelden van deze kenmerken zijn de aanwezigheid van

programma’s. De opgedane informatie en inzichten zijn gebruikt om

woonkernen, infrastructuur, en natuur- of cultuurhistorische waarden.

afwenteling te voorkomen en/of kunnen in een volgende fase worden

In een landschap met openheid als kwaliteit kan bovengrondse

gebruikt bij beleidskeuzes en op projectniveau. Voor de uitvoering van

elektriciteitsinfrastructuur bijvoorbeeld extra impact hebben.

projecten zal opnieuw een milieueffectrapportage worden doorlopen en inspraak worden georganiseerd op projectniveau.

Naast deze beoordeling heeft op meerdere momenten in de totstandkoming van het PEH afstemming plaatsgevonden met de verschillende medeoverheden in de betrokken regio’s. In deze gesprekken is onder andere gevraagd naar essentiële functies en ruimtelijk ontwikkelingen in de regio’s zodat hiermee rekening gehouden kon worden in de totstandkoming van het PEH. Afwentelen wordt voorkomen Het is belangrijk om afwenteling van negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen te voorkomen, zowel in tijd als ruimtelijk. Ten eerste draagt het PEH bij aan het voorkomen van afwenteling op generaties door met het programma al vroegtijdig voor te sorteren op de ruimte die nodig is voor de energie-infrastructuur in 2050. Dit zal helpen bij het versnellen van de energietransitie waardoor klimaatverandering een halt toe wordt geroepen. Om ruimtelijke afwenteling te voorkomen zijn voor en tijdens de totstandkoming van het PEH de te verwachten effecten op ruimte, milieu, systeemefficiëntie en brede welvaart van verschillende oplossingen in kaart gebracht. Aan de hand daarvan zijn in het PEH de effecten van oplossingsrichtingen gewogen alvorens de beleidskeuzes te maken. Bovendien zijn risico’s en kansen beschreven voor de bestaande functies, ontwikkelingen en opgaven van de toekomst.

Programma Energiehoofdstructuur | 30

Energyhub in een industriecluster Electriciteit

Waterstof

Importterminal

Aanlanding van windenergie op zee

Grootschalige elektrolyser voor omzetten elektriciteit naar waterstof

Hoogspanningsstation

Converterstation elektriciteit wind op zee

Grootschalige batterijen voor opslag van elektriciteit

Aansluiting elektrolyse op waterstofbuisleidingennetwerk

H2

CO2 vrij regelbaar vermogen (duurzame centrale op waterstof of groen gas)

6.3. Aanleg- en inrichtingsprincipes voor nationale energie-infrastructuur

verzwaren van bestaande hoogspanningsgeleiders of het hergebruiken

De inrichtingsprincipes in het PEH zijn opgesteld vanuit een totaalblik

Voorbeelden van het hergebruik van bestaande ruimte is het zoveel

op de energie-infrastructuur en het optimaal gebruik van de ruimte

mogelijk benutten van bestaande gereserveerde buisleidingenstroken,

voor energie-infrastructuur.

of de bestaande aanwijzingen van vestigingslocaties voor (nu

Deze principes gelden als leidraad voor het Rijk voor de aanleg

conventionele) energiecentrales behouden voor CO2-neutrale

van energie-infrastructuur van nationaal belang. Het zal niet altijd

energiecentrales in de toekomst.

van bestaande buisleidingen voor transport van andere stoffen.

mogelijk of wenselijk zijn om deze algemene principes toe te passen. Bijvoorbeeld vanwege (bestaand of gewenst) ruimtegebruik door

Nieuwe energie-infrastructuur moet voldoen aan de vereiste niveaus

andere functies of door technische bezwaren of bezwaren vanuit

van veiligheid en gezondheid, en woonkernen en beschermde

bijvoorbeeld leveringszekerheid. In deze gevallen kan gemotiveerd

natuurgebieden worden waar mogelijk vermeden

worden afgeweken van de principes, na afweging van de verschillende

Voor buisleidingen geldt dat nieuwe kwetsbare objecten in de buurt

belangen op projectniveau. Uitgangspunt blijft wel dat de

van buisleidingen worden voorkomen. Voor nieuwe bovengrondse

inrichtingsprincipes worden toegepast waar redelijkerwijs mogelijk.

hoogspanningsverbindingen geldt op grond van het herijkte voorzorgbeleid17 dat het bevoegde gezag voor de ruimtelijke ordening

6.3.1. Algemene uitgangspunten

geadviseerd wordt een magneetveldzoneberekening te laten uitvoeren die zij laat meewegen in haar integrale ruimtelijke afweging.

Bijeen brengen van vraag en aanbod

Daarnaast zijn er andere gebieden die vanwege hun intrinsieke

Door vraag en aanbod van (duurzame) energie zo dicht mogelijk

(natuurlijke) kwaliteit en vanwege internationale verplichtingen waar

bij elkaar te realiseren, wordt de benodigde aanleg van energie-

mogelijk vermeden dienen te worden, zoals Natura 2000-gebieden.

infrastructuur zo veel mogelijk beperkt. Dit heeft verschillende maatschappelijke voordelen zoals lagere maatschappelijke kosten en

Omgevingsveiligheid in de energietransitie en bij het transport van

een verminderde impact op de leefomgeving.

gevaarlijke stoffen dient meegewogen te worden in de besluitvorming over de ruimtelijke inpassing. Ook als nieuwe duurzame technologieën

Bundelen en concentreren van energie-infrastructuur

worden gebruikt voor andere toepassingen of op een grotere

Zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik staat voorop in de NOVI. Dit

schaal dan we in Nederland gewend zijn, hanteren we objectiviteit,

betekent zoveel mogelijk bundeling en concentratie van energie-

verifieerbaarheid, realisme, vertrouwen en alertheid op nieuwe

infrastructuur. In de buisleidingentracés worden buisleidingen in één

inzichten als sleutelbegrippen in het omgaan met (nieuwe) risico’s.

strook gebundeld. Nieuwe hoogspanningsinfrastructuur wordt bij

Bij hetzelfde realisme waarmee risico’s worden ingeschat hoort de

voorkeur parallel met bestaande verbindingen of bovenregionale

aanvaarding van restrisico’s, onzekerheid en de kans op menselijke

infrastructuur aangelegd, en waar mogelijk gecombineerd op

fouten, ook bij zorgvuldige naleving van de voorschriften. Tegelijkertijd

één mast. Installaties zoals hoogspanningsstations, elektrolysers,

heeft het kabinet de ambitie dat het nieuwe energiesysteem minstens

centrales en dergelijke worden zoveel mogelijk aansluitend aan

even veilig en gezond zal zijn als het huidige. Het kabinet werkt in het

bestaande elementen van energie-infrastructuur geplaatst (zoals

verlengde hiervan, aan nieuwe uitgangspunten voor het veiligheid en

bestaande onderstations of elektriciteitscentrales) en/of in en rondom

gezondheid in de energietransitie.18

industrieclusters. Hergebruik afgegraven grond op zelfde plaats Hergebruiken bestaande energie-infrastructuur en bestaande ruimte

Voor het behoud van een goede bodemkwaliteit is het belangrijk dat

daarvoor

er bij graafwerkzaamheden zo weinig mogelijk grond wordt afgevoerd

Bestaande energie-infrastructuur en bestaande ruimte voor energie-

naar elders, of grond van elders wordt aangevoerd. Dit betekent dat

infrastructuur wordt zoveel mogelijk hergebruikt. Ook dit past in

bij de aanleg van ondergrondse energie-infrastructuur de afgegraven

het algemene principe van zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik.

grond in principe ter plaatse wordt hergebruikt.

Voorbeelden van herbenutting van bestaande infrastructuur zijn het

17 18

Herijkt voorzorgbeleid (z.d.) RIVM: https://www.rivm.nl/hoogspanningslijnen/herijkt-voorzorgbeleid Kamerbrief verantwoord omgaan met veiligheid en gezondheid in de energietransitie,Kamerstuk 32 813, nr. 1113)

Programma Energiehoofdstructuur | 32

6.3.2. Inrichtingsprincipes voor de aanleg van elektriciteitsinfrastructuur

Vanuit de betrouwbaarheid en robuustheid van het 220/380 kV-net

In de NOVI zijn principes voor de aanleg van elektriciteitsinfrastructuur

hoogspanningsnet op te lossen met een DC-verbinding indien de

op land opgenomen. Deze principes zijn hieronder geactualiseerd en

oplossing met een AC-verbinding mogelijk is. Een oplossing in DC

op onderdelen aangevuld.

zou alleen overwogen kunnen worden indien dit vanwege specifieke

is het daarom niet aanvaardbaar om een transportknelpunt in dat

omstandigheden (net)technisch een meer robuuste en doelmatige Nieuwe hoogspanningsverbindingen op land in het landelijke

oplossing geeft (zo kan bijvoorbeeld gedacht worden aan DC voor

transportnetwerk met een spanning van 220 kV en hoger worden in

bulktransport van opgewekte duurzame elektriciteit over lange

beginsel bovengronds en als wisselstroomverbindingen aangelegd.

afstanden in de toekomst).

Verzwaring van bestaande verbindingen heeft de voorkeur boven realisering van een nieuw tracé.

Het ondergronds aanbrengen van een hoogspanningsverbinding

Het in beginsel bovengronds aanleggen van nieuwe hoog-

van 220 kV en hoger kan leiden tot verhoogde risico’s met betrekking

spanningsverbindingen met een spanning van 220 kV en hoger is in

tot leveringszekerheid en elektrotechnisch gedrag, en daarmee de

de NOVI reeds benoemd. In beginsel worden deze verbindingen als

stabiliteit van het energiesysteem. Ook is de reparatietijd van een

wisselstroomverbindingen worden aangelegd.

ondergrondse kabelverbinding ten opzichte van een bovengrondse verbinding significant langer.

Vanuit het oogpunt van betrouwbaarheid van het 220/380 kV hoogspanningsnet verdient een wisselstroomverbinding (alternating

Vanwege het cruciale belang voor de Nederlandse en Europese

current, AC) de voorkeur boven een gelijkstroomverbinding (direct

energievoorziening

current, DC). Het hele Europese elektriciteitssysteem is – van

interconnectoren, de landelijke ring21 of rechtstreekse verbindingen

energiecentrale tot stopcontact – gebaseerd op dit principe van

tussen de interconnectoren en de landelijke ring ondergronds aan

wisselstroom. Bij een storing op een verbinding in het wissel-

te leggen. Indien een dergelijke verbinding uitvalt, kan dat zeer grote

spanningsnet verdeelt de stroom zich, zonder ingrijpen, automatisch.

gevolgen hebben voor het hele Nederlandse en zelfs het Europese net.

Zodra er een verbinding uitvalt, nemen de andere verbindingen

Een dergelijk risico is niet acceptabel en moet in genoemde cruciale

automatisch het transport van de elektriciteit over. Binnen het

verbindingen naar de huidige technische inzichten vermeden worden.

vermaasde wisselstroomnet is het niet efficiënt om wisselstroom

Daarom dienen minimaal twee circuits van deze verbindingen altijd

om te zetten in gelijkstroom en later weer van gelijkstroom in

bovengronds uitgevoerd te zijn.

19

is

het

onaanvaardbaar

om

delen

van

wisselstroom. Binnen West-Europa wordt gelijkstroom dan ook slechts zeer beperkt toegepast als onderdeel van het totale transportnet20. De beschikbaarheid van een gelijkstroomverbinding is lager dan van een wisselstroomverbinding. De lagere beschikbaarheid vindt zijn oorzaak in het grote aantal elementen, bijvoorbeeld converterstations, dat nodig is om een gelijkstroomverbinding te realiseren en de storingsgevoeligheid en lange reparatietijden van kabelverbindingen. Op het moment van uitval van een AC-verbinding zal een DC-verbinding niet autonoom bijdragen aan de instandhouding van het landelijk hoogspanningsnet, hiervoor is actieve sturing nodig.

In een vermaasd net kan stroom zich via verschillende routes transporteren langs de snelste weg. Een gelijkstroomverbinding wordt doorgaans als kabelverbinding aangelegd als een zee wordt doorkruist. Bij kabelverbindingen langer dan 100 kilometer zal doorgaans gekozen worden voor een gelijkstroomverbinding in plaats van een wisselstroomverbinding. Wisselstroomkabels gedragen zich elektrisch anders dan bovengrondse wisselstroomverbindingen waardoor het nuttig te transporteren vermogen door de kabel, met name bij de hoogste spanningen (380 en 220 kV), al snel daalt bij lengten van 100 km en meer. Ook zijn er enkele projecten gereed of in voorbereiding waarbij wordt gekozen voor de aanleg van een gelijkstroomverbinding vanwege natuurlijke barrières zoals bergen of zee of vanwege de noodzaak tot expliciete sturingsmogelijkheden om overbelasting van het wisselstroomnet te voorkomen. 21 Met de ‘landelijke ring’ wordt de landelijke 380 kV-ring bedoeld. De landelijke 380 kV-ring betreft de 380kV verbindingen tussen de volgende 380kV stations, inclusief die stations zelf: Diemen-Lelystad-Ens-Zwolle-Hengelo-Doetinchem-Dodewaard-Boxmeer-MaasbrachtEindhoven-(Tilburg-)Geertruidenberg-Krimpen a/d IJssel-Breukelen/Kortrijk-Diemen. Programma Energiehoofdstructuur | 33 19

20

Op basis van een integrale afweging op projectniveau kan – voor

Bij vervanging, opwaardering of aanpassing van bestaande

zover dit uit oogpunt van leveringszekerheid verantwoord is – in

bovengrondse hoogspanningsverbindingen in het landelijk

bijzondere gevallen, met name voor kortere gedeelten van nieuwe

transportnet met een spanning van 110/150 kV geldt het principe

hoogspanningsverbindingen met een spanning van 220 kV en hoger,

bovengronds, tenzij.

ondergrondse aanleg worden overwogen.

Bij wijzigingen in termen van vervanging, opwaardering of andere

Alleen in het geval van een groot ruimtelijk of (net)technisch knelpunt

aanpassingen van bestaande bovengrondse verbindingen van

kan, mits het vanuit leveringszekerheid en meerkosten verantwoord is,

110/150 kV geldt een afwijking van het beginsel om nieuwe

overwogen worden netdelen van nieuwe hoogspanningsverbindingen

hoogspanningsverbindingen met een spanning van 110/150 kV

van 220 kV en hoger ondergronds aan te leggen. Mogelijkheden

ondergronds aan te leggen. Dit heeft minder effecten op de omgeving

voor eventuele ondergrondse aanleg dienen per project onderzocht

dan bij het aanleggen van een geheel nieuwe verbindingen vanwege

te worden, waarbij ook de projectoverstijgende systeemimpact

het kleine verschil met de originele situatie. Er is sprake van een

beschouwd kan worden. Om te beoordelen of een ondergrondse

vervanging van een bestaande verbinding indien:

kabel met een spanning van 220 kV of hoger de netintegriteit en

•

het spanningsniveau ongewijzigd blijft, en;

leveringszekerheid in gevaar brengt, zijn per project gedetailleerde

•

het begin- en eindstation van de verbinding ongewijzigd

elektrotechnische studies en analyses noodzakelijk.

blijft, en; •

het gewijzigde tracé grotendeels het bestaande tracé volgt.

Voor hoogspanningsverbindingen vanaf 220 kV is geconstateerd dat er behoefte is aan een nadere duiding van het inrichtingsprincipe

Voor de netten op zee, die windparken op zee verbinden met het

'bovengronds, tenzij'. In navolging op het PEH werkt EZK in

landelijk hoogspanningsnet, geldt dat deze zowel op zee als op land

samenwerking met TenneT aan een handreiking die het principe nader

ondergronds zullen worden aangelegd.

zal uitwerken en onderbouwen, waaronder hoe dit principe in de

Dit principe is conform de NOVI. Bij een dergelijke ondergrondse

praktijk toegepast dient te worden.

verbinding wordt geen aanzienlijk risico voor de leveringszekerheid voorzien. Het net op zee maakt geen integraal onderdeel uit van het

Nieuwe hoogspanningsverbindingen in het landelijk transportnet

landelijk hoogspanningsnet omdat deze netten functioneel van elkaar

met een spanning van 110/150 kV worden in beginsel ondergronds

verschillen. De hoofdlijnen van het ontwerp van het net op zee zijn

aangelegd.

vastgelegd in een ontwikkelkader windenergie op zee22.

Ondergrondse aanleg van nieuwe 110- en 150 –kV-verbindingen stuit op substantieel minder technische en net-strategische bezwaren dan ondergrondse aanleg van nieuwe 380 kV-verbindingen, waardoor de leveringszekerheid beter gegarandeerd kan worden. Om de impact op het landschap en de leefomgeving te beperken worden nieuwe hoogspanningsverbindingen van 110 en 150 kV in beginsel ondergronds aangelegd. Een uitzondering op het beginsel is in het geval er substantiële (net) technische of ruimtelijke bezwaren zijn tegen het ondergronds aanleggen van een 110/150 kV-verbinding. Voorbeelden hiervan zijn kruisingen met rivieren en infrastructuur of overige tracés in (industrie) gebieden waar in de ondergrond onvoldoende ruimte beschikbaar is voor de ongestoorde ligging van een kabelverbinding. Het is evenwel niet wenselijk nieuwe bovengrondse 110 of 150 kV hoogspanningslijnen te realiseren in of nabij woongebieden.

22

Ontwikkelkader Windenergie op Zee, kamerstuk 33561, nr. 53

Programma Energiehoofdstructuur | 34

Nieuwe hoogspanningsverbindingen van 220 kV en hoger die

situatie combineren met een bestaande bovengrondse verbinding

geen onderdeel uitmaken van de landelijke ring of de aansluiting

redelijkerwijs aan de orde komt en de voorkeur heeft, dient daarom

met de omringende landen (interconnectie) worden waar

onderzocht te worden of combineren vanuit planologisch, technisch

mogelijk en zinvol met bestaande hoogspanningsverbindingen

en net-strategisch oogpunt in dat geval aanvaardbaar en wenselijk is.

op één mast gecombineerd, of gebundeld met bestaande hoogspanningsverbindingen of bovenregionale infrastructuur.

Als alternatief van combineren met een bestaande bovengrondse

Hoogspanningsverbindingen hebben een duidelijke visuele ruimtelijke

110- of 150 kV-verbinding kan in een dergelijk geval het (deels)

impact op het landschap waarin zij aanwezig zijn. Om de impact op

ondergronds brengen van die te combineren bestaande verbinding

landschap te verminderen worden hoogspanningsverbindingen

onderzocht worden (uitzondering op het uitgangspunt dat bestaande

waar mogelijk en zinvol gebundeld of gecombineerd met bestaande

bovengrondse hoogspanningsverbindingen van 110/150 kV bij

bovengrondse verbindingen, zolang dit planologisch, technisch en

wijziging bovengronds blijven). Door het ondergronds brengen

net-strategisch mogelijk is.

van een bestaande 110- of 150 kV-verbinding kan de netkwaliteit echter afnemen. In die gevallen kan op basis van de specifieke

Bundelen betekent dat de nieuwe verbinding parallel aan een

omstandigheden, waarbij onder andere een studie naar de

bestaande verbinding wordt gesitueerd. De bestaande verbinding

netkwaliteit wordt uitgevoerd, een afweging worden gemaakt welke

wordt dus niet afgebroken en blijft ter plaatse functioneren. Nieuwe

variant (combineren met nieuwe verbinding of ondergronds brengen

verbindingen kunnen met ditzelfde doel (voorkomen geheel

bestaande 110- of 150 kV-verbinding) op basis van alle planologische,

nieuwe doorsnijdingen) waar mogelijk ook gebundeld worden met

(net)technische en net-strategische aspecten de voorkeur heeft.

bovenregionale infrastructuur, zoals snelwegen. Bij het combineren

Uiteraard geldt de mogelijkheid van het (deels) ondergronds brengen

van verbindingen wordt een bestaande bovengrondse verbinding op

van een bestaande 110- of 150 kV-verbinding enkel in het geval

één mast gecombineerd met de nieuwe verbinding waarna de oude/

dat die verbinding redelijkerwijs voor combineren met de nieuwe

bestaande verbinding wordt afgebroken.

220- of 380 kV-verbinding in aanmerking komt en combineren in

Voor bepaalde cruciale verbindingen is het vanuit het oogpunt van

dat geval de voorkeur heeft boven bundelen. Met de mogelijkheid

leveringszekerheid niet wenselijk om hoogspanningsverbindingen

van het ondergronds brengen als alternatief voor combineren

te combineren met bestaande hoogspanningsverbindingen. In deze

in een locatiespecifieke situatie wordt invulling gegeven aan het

gevallen kan afgeweken worden van het principe van bundelen

uitgangspunt dat de impact op het landschap zoveel mogelijk wordt

en combineren. Zo is het, vanwege het cruciale belang van deze

beperkt doordat er in dat geval geen geheel nieuwe bovengrondse

verbindingen voor de Nederlandse en Europese energievoorziening,

doorsnijding ontstaat.

23

onaanvaardbaar om delen van interconnectoren, de landelijke ring of rechtstreekse verbindingen tussen de interconnectoren en de

Om de impact op landschap zoveel mogelijk te beperken, geldt

landelijke ring te combineren met een nieuwe 380kV-verbinding

aanvullend dat rechtstand in een tracé van nieuwe bovengrondse

(in dat geval zou een 4-circuit verbinding met een spanning van

hoogspanningsverbindingen zo veel als redelijkerwijs mogelijk wordt

220kV of hoger ontstaan). Een complete onderbreking van zulke

toegepast.

4-circuitverbindingen kan namelijk leiden tot cascade-effecten binnen

Het vermijden van knikken in een tracé, en het daarmee zo recht

het Nederlandse en zelfs het Europese net.

mogelijk aanleggen van de verbinding (rechtstand), creëert een rustig landschappelijk beeld. Een rechte lijn is visueel eenvoudig en heeft,

Combineren van verbindingen op één mast, indien dat is

zeker bij lange rechtstanden, ritmische kwaliteit. De meest effectieve

toegestaan

elektriciteitsvoorziening,

methode daarvoor is te streven naar een zo kort mogelijk tracé met zo

kent soms (technische) nadelen, die niet altijd met specifieke

lang mogelijke rechtstanden langs bestaande lijnen in het landschap.

technische maatregelen opgelost kunnen worden, of verminderde

Niet altijd zal rechtstand mogelijk zijn. Per project vraagt dit om een

netbeschikbaarheid tot gevolg hebben. Indien bij het traceren van

locatie specifieke afweging ten aanzien van het tracé van de nieuwe

een nieuwe 220- of 380 kV-verbinding in een locatiespecifieke

hoogspanningsverbinding.

vanuit

een

betrouwbare

23 Onder één mast in de zin van dit uitgangspunt wordt naast één groot mastlichaam waar beide hoogspanningsverbindingen (twee circuits per hoogspanningsverbinding) in hangen ook een mast verstaan die uit twee mastlichamen vlak naast elkaar bestaat waar beide hoogspanningsverbindingen in hangen. Indien deze bouwwerken om (net)technische redenen verder uit elkaar geplaatst worden, kan sprake zijn van twee afzonderlijke masten maar deze situatie wordt wel aangemerkt als combineren omdat de bestaande hoogspanningsverbinding verdwijnt.

Programma Energiehoofdstructuur | 35

6.3.3. Inrichtingsprincipes voor buisleidingenstroken en aanleg van buisleidingen

Het bundelingsprincipe is leidend geweest voor de keuze van de

Mede op basis van de Structuurvisie Buisleidingen , zijn de volgende

de stroken worden aangelegd. Dit om zoveel mogelijk onnodige

principes van toepassing voor reserveringsgebieden van buisleidingen

versnippering van de ruimte te voorkomen en recht te doen aan

en de aanleg van buisleidingen van nationaal belang:

bestaande afspraken.

24

buisleidingentracés, en moet voorkomen dat buisleidingen ook buiten

Ook dienen buisleidingen parallel aangelegd te worden. Dit betekent Reserveringsgebieden voor buisleidingen van nationaal belang

dat buisleidingen niet kris kras in de reserveringsgebieden komen en/

dienen gevrijwaard te blijven in omgevingsplannen van gemeenten.

of bochten afsnijden waarmee de ruimte wordt beperkt.

Dit principe is bedoeld om ervoor te zorgen dat er geen functies worden gepland die de toekomstige benutting van de stroken voor het vervoer

In principe mogen alleen leidingen van nationaal belang in de

van gevaarlijke stoffen kunnen belemmeren. Deze belemmerende

reserveringsgebieden gelegd worden.

functies kunnen bijvoorbeeld woningbouw zijn, of natuurgebieden

Regionale buisleidingen mogen in principe niet in de reserverings-

of recreatiegebieden. Het doel van het vrijwaren van deze stroken is

gebieden voor buisleidingen worden gelegd, om te voorkomen dat er

om een robuust landelijk leidingennet als ‘backbone’ veilig te stellen,

op termijn geen ruimte is voor de buisleidingen waarvoor ze bedoeld

bedoeld om de klimaat- en energietransitie richting 2050 mogelijk te

zijn. Een uitzondering kan gemaakt worden voor warmteleidingen die

maken. Het is daarom belangrijk om tijdig deze stroken te reserveren

duidelijk een bovenregionaal belang en/of schaal hebben. Hier moet

om te voorkomen dat andere functies het in de toekomst onmogelijk

dan echter wel een gedragen voorstel uit de regio achter liggen, alsook

maken om nog buisleidingentracés aan te leggen.

een analyse van de beschikbare capaciteit van de buisleidingenstrook (nu en in de nabije toekomst) en van de veiligheidsaspecten. Daarnaast

Reserveringsgebieden voor buisleidingen dienen voldoende ruimte te

is het ook mogelijk om regionale leidingen parallel aan de nationale

bieden voor buisleidingen.

buisleidingenstroken te leggen, om daarmee tegemoet te komen aan

De reserveringsgebieden voor buisleidingen zijn, conform de

het bundelingsprincipe (zie boven).

Structuurvisie Buisleidingen, in principe 70 meter breed. De leidingstroken kunnen ook smaller zijn, bijvoorbeeld in situaties waar

Daar waar er al wel dit soort leidingen in een buisleidingenstrook liggen,

er onvoldoende fysieke ruimte is. Dat kan betekenen dat leidingen

wordt de mogelijkheid opengehouden om op het moment dat het

dichter bij elkaar gelegd moeten worden, waardoor kosten voor aanleg

reserveringsgebied vol ligt (en er behoefte is aan meer buisleidingen

en beheer stijgen. Veilig transport door buisleidingen blijft ook onder

van nationaal belang) dit type leidingen te verleggen.

PEH essentieel. Daarom wordt in de buisleidingstroken per situatie bekeken wat de onderlinge afstand zou moeten zijn om de integriteit

Ondergrondse hoogspanningsverbindingen in reserveringsgebieden

van de buisleiding te beschermen, onderhoud mogelijk te maken en

voor buisleidingen

de veiligheid van de leefomgeving te borgen. Hierbij is de geldende

De reserveringsgebieden voor buisleidingen zijn in principe niet

methode in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) leidend. Per

bedoeld voor elektriciteitskabels. De voornaamste reden is dat de

situatie is een andere afstand mogelijk indien de veiligheid is geborgd

aanwezigheid van een elektriciteitskabel (ook bovengronds) van

door aanvullende maatregelen. In zijn algemeenheid geldt: breed waar

invloed kan zijn op de bescherming van de buisleiding. Elektriciteits-

het kan, smal waar het moet.

kabels hebben namelijk een elektromagnetisch veld wat een impact heeft op stalen buisleidingen en soms ook op de stof die daar in wordt

Nieuwe buisleidingen dienen zoveel mogelijk gebundeld te

vervoerd. Er zijn daarbij overigens verschillen tussen effecten van

worden met bestaande leidingen (bundelingsprincipe) binnen de

kabels met wisselstroom (AC) en kabels met gelijkstroom (DC). Ook

reserveringsgebieden voor buisleidingen. Ook worden nieuwe

zijn er technische maatregelen mogelijk waarmee de impact beperkt

leidingen in beginsel parallel in aangegeven reserveringsgebieden

kan worden.

gelegd, en niet daarbuiten. Daarnaast dient de risicozonering van nieuwe leidingen zoveel mogelijk binnen de contouren van de

Het kan wenselijk zijn om bij uitzondering het aanleggen van

leidingstrook gehouden te worden.

elektriciteitskabels van nationaal belang in de buisleidingenstroken

24

Rijksoverheid (2012), Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035

Programma Energiehoofdstructuur | 36

mogelijk te maken. In het bijzonder geldt dit voor gelijkstroom-

Om conflicten met andere belangrijke functies in de ondergrond te

verbindingen (DC) die over langere afstanden ondergronds kunnen

voorkomen, worden Natura 2000 gebieden, huidige waterwinningen,

worden gebracht (zie paragraaf 6.3.2.). Dit vanuit de optiek van efficiënt

Aanvullende Strategische Voorraden (ASV) en Nationale

ruimtegebruik, en om bovengronds ruimtebeslag te beperken. In

Grondwaterreserves waar mogelijk vermeden.

individuele projectprocedures moet de haalbaarheid en veiligheid

Mede in lijn met het principe van duurzaam gebruik van de ondergrond

van een combinatie van ondergrondse hoogspanningsverbindingen

en Bodem en Water sturend, is het belangrijk om de kans op nadelige

met buisleidingen aangetoond worden. Daarom wordt in het kader

effecten op natuur en water bij nieuwe waterstofopslag projecten

van de Delta Rhine Corridor (zie paragraaf 11.2.2) een onderzoek

zoveel mogelijk te voorkomen. In principe worden deze gebieden

gestart waarin de veiligheidsaspecten van een ondergrondse

waar mogelijk vermeden. Als er toch overlap is tussen gebieden, dan

hoogspanningsverbinding nabij ondergrondse buisleidingen in de

worden in de projectprocedure maatregelen nader uitgewerkt om de

corridor worden onderzocht .

eventuele impact zoveel mogelijk te mitigeren.

6.3.4. Inrichtingsprincipes voor ondergrondse waterstofopslag

Waterstofopslag in zoutcavernes gaat voor persluchtopslag

In lijn met de STRONG , kan de ondergrond in principe worden benut

opslag van stoffen ten behoeve van de energievoorziening beschouwd

voor nieuwe activiteiten, mits dit veilig en zorgvuldig gebeurt. De

als van nationaal belang. Hierbij wordt ondergrondse opslag van

leidraad hierbij is de doelstelling: ‘Duurzaam, veilig en efficiënt gebruik

waterstof in zoutcavernes beschouwd als een activiteit van nationaal

van bodem en ondergrond, waarbij benutten en beschermen met

belang.

25

26

In STRONG zijn zoutcavernes die worden aangelegd met het oog op de

elkaar in balans zijn.’ Perslucht kan ook in zoutcavernes worden opgeslagen. Uit een In het kader van de energietransitie is er meer ruimte nodig voor opslag

eerdere studie is gebleken dat perslucht een beperkte rol speelt

van waterstof in de diepe ondergrond. Dergelijke activiteiten in de diepe

voor de nationale leveringszekerheid van energie29. Dit is wel een

ondergrond hebben impact op de fysieke leefomgeving. Er komt een

mogelijk interessante activiteit als privaat-commercieel initiatief

Rijksprogramma voor duurzaam gebruik van de ondergrond waarin

waarbij technische diensten aan het elektriciteitsnet kunnen

wordt opgenomen in welke gebieden welke activiteiten wel, niet of

worden aangeboden en congestieproblemen verholpen kunnen

onder voorwaarden mogen plaatsvinden, en welke publieke belangen

worden. Echter, zoutcavernes die worden gebruikt voor perslucht

daarbij spelen . Ten aanzien van ondergrondse waterstofopslag wordt

nemen ruimte en zoutverwerkingsinfrastructuur in beslag die

daarin uitwerking gegeven aan de volgende principes:

anders zou kunnen worden gebruikt voor aanleg van cavernes t.b.v.

27

waterstofopslag. Hiermee is opslag van perslucht in concurrentie met Het verantwoord omgaan met de veiligheids- en milieurisico’s wordt

opslag van waterstof in zoutcavernes. Vanwege de beperkte rol van

als voorwaarde meegenomen in de ontwikkeling van nieuwe locaties

persluchtopslag voor de nationale leveringszekerheid van energie

voor ondergrondse waterstofopslag.

wordt opslag van perslucht in zoutcavernes niet beschouwd als een

Tijdens de volledige levenscyclus van ondergrondse waterstofopslag

activiteit van nationaal belang, maar als een activiteit van regionaal

(aanleg, operationele fase, afsluiten en nazorg) dient verantwoord te

belang. Hiermee heeft opslag van waterstof in zoutcavernes voorrang

worden omgegaan met de veiligheids- en milieurisico’s, volgens de

boven persluchtopslag.

interdepartementale uitgangspunten die daarvoor in ontwikkeling zijn28. Voorafgaand aan de aanleg van waterstofopslag dient een plan te worden opgesteld voor de afsluiting, nazorg en financiële garanties. Hierbij dient rekening te worden gehouden met andere activiteiten in de bodem en ondergrond in de omgeving en de impact van de activiteiten bovengronds. Overigens is er bij het combineren van buisleidingen en hoogspanning reeds sprake van een geldende praktijkrichtlijn. Zie NEN 3654, Wederzijdse beïnvloeding van buisleidingen en hoogspanningssystemen (2014). 26 Rijksoverheid (2018), Structuurvisie Ondergrond, Kamerstuk 33136, nr. 13 27 Contourennota Aanpassing Mijnbouwwet, Kamerstuk 32849, nr. 214 28 Kamerbrief verantwoord omgaan met veiligheid en gezondheid in de energietransitie, kamerstuk 32 813, nr. 1113. 29 Kamerbrief Voorzienings- en leveringszekerheid energie, kamerstuk 29023, nr. 270 25

Programma Energiehoofdstructuur | 37

Energyhub nabij een hoogspanningsstation Electriciteit

Waterstof

Kleinschalige elektrolyser (<100MW) voor omzetten elektriciteit naar waterstof

Aansluiting elektrolyse op waterstofbuisleidingennetwerk H2

Hoogspanningsstation 380kV – en 150kV verbindingen

Grootschalige batterijen voor opslag van elektriciteit

7. Hoogspanningsinfrastructuur

Het hoogspanningsnet transporteert grote volumes elektriciteit,

7.1. Bestaande hoogspanningsnet

en verbindt vraag met aanbod over grote afstanden. Hoog-

Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels voor

spanningsstations zijn als het ware de knooppunten waarmee het

gemeenten om te borgen dat het hoogspanningsnet in ruimtelijk

hoogspanningsnet is verbonden met regionale distributienetten

opzicht in stand wordt gehouden en er geen belemmeringen

die elektriciteit op lagere spanningsniveaus naar consumenten

optreden voor het gebruik van hoogspanningsverbindingen. In

transporteren. Grootschalige producenten en elektriciteitsvragers

onderstaande kaart staat een actuele weergave van het bestaande

zijn soms rechtstreeks verbonden met het hoogspanningsnet.

hoogspanningsnetwerk. Op basis van het PEH zal een aantal wijzigingen plaatsvinden in het Bkl en de bijbehorende Omgevingsregeling. Daarbij gaat het ook om

•

Met de ingezette investeringen van de netbeheerders richting 2030 wordt een groot deel van de knelpunten op de landelijke

actualisatie van de daarin genoemde en weergegeven verbindingen (dit sluit ook aan bij de aanbevelingen uit de evaluatie van het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening).

hoogspanningsinfrastructuur (220/380 en 110/150kV) opgelost. •

Aanvullend op de reeds ingezette uitbreidingen tot 2030, is met het oog op 2050 naar verwachting in ieder geval extra ruimte noodzakelijk voor nieuwe of uitbreidingen van 220/380kV hoogspanningsstations in de omgeving van: - Dodewaard, Eindhoven, Graetheide, Maasvlakte, Eemshaven, Borssele/Sloegebied, Maasbracht, Noordzeekanaalgebied en Weiwerd.

•

Gericht op 2050, voorzien we (aanvullend op de reeds ingezette uitbreidingen): o Uitbreiding van het 380kV net tussen Ens-Zwolle o Uitbreiding van het 380kV net tussen Tilburg-Eindhoven o Een diepe aanlanding naar Maasbracht ( Limburg)

Programma Energiehoofdstructuur | 39

Figuur 4: Bestaande hoogspanningsinfrastructuur

7.2. Uitbreidingen van het elektriciteitsnet tot circa 2030

De locaties of tracés worden globaal weergegeven en vragen nadere

Het PEH richt zich op de periode 2030-2050. Voor het overzicht staat

uitwerking in een projectprocedure voor de inpassing van deze

hieronder de verwachte uitbreiding tot 2030 beschreven. Door de snelle

projecten. Deze is reeds- of wordt binnenkort voor deze projecten

ontwikkeling van onder andere hernieuwbare elektriciteitsproductie

gestart.

en de toenemende vraag naar elektriciteit, neemt de druk op het elektriciteitsnet enorm toe, wat op veel plekken in het land heeft geleid

Het Rijk draagt zorg voor de ruimtelijke inpassing en de coördinatie

tot netcongestie.

van de vergunningverlening van die nieuwe verbindingen van 220kV en hoger (zowel tot circa 2030 als daarna). Binnen deze projecten vindt

Eind 2022 is het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN)

de concrete afweging en afstemming plaats met andere belangen in

gepresenteerd, waarin landelijke en regionale maatregelen zijn

de leefomgeving op het gebied van bijvoorbeeld natuur, infrastructuur

geformuleerd voor het volle elektriciteitsnet . Een deel van de huidige

en wonen, onder meer aan de hand van de milieu-effect-rapportages

problemen kan door middel van netcongestiemaatregelen worden

(planMER’s en project-MER’s). Hierbij zijn ook de inrichtingsprincipes

verholpen zonder additionele ruimtelijke effecten. Bijvoorbeeld door

van belang zoals geformuleerd in paragraaf 6.3.2. In geval van het

‘redispatch’. Dit betekent dat de landelijke netbeheerder TenneT

uitbreiden of realiseren van nieuwe hoogspanningsstations (220 kV en

elektriciteitsproducenten in bepaalde gebieden vraagt minder

hoger) bestaat de mogelijkheid de ruimtelijke inpassing, in onderlinge

vermogen op het net in te voeden, en producenten in gebieden met

afspraak, over te laten aan de betreffende gemeente of provincie.

30

een hoge elektriciteitsvraag vraagt (diezelfde hoeveelheid) meer in te voeden. Dit leidt tot minder elektriciteitstransport van A naar B.

Daarnaast wordt in de lagere netinfrastructuur veel geïnvesteerd. In beginsel zijn de gemeenten bevoegd gezag voor de vergunningverlening

Het oplossen van netcongestie en het faciliteren van groei van

en ruimtelijke inpassing van het 110/150 kV-net. Er lopen verschillende

aanbod en vraag van elektriciteit vragen de komende jaren ook

analyses naar de impact op het 110/150 kV-net van bestaande en

om flinke uitbreiding van het elektriciteitsnet. Deze uitbreiding

nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld batterijen of laadinfrastructuur

gaat gepaard met een toenemend ruimtebeslag van de nationale

voor elektrische mobiliteit. Uit deze analyses kunnen nieuwe inzichten

elektriciteitsinfrastructuur. De netbeheerders zullen hier de komende

ontstaan over de uitbreiding van 110/150 kV-verbindingen en -stations.

jaren aanzienlijk in investeren. In het investeringsplan van TenneT uit

Het Rijk werkt in het kader van integraal programmeren samen met

2022 is onder andere vastgelegd dat TenneT de komende tien jaar ruim

decentrale overheden om dit soort nieuwe inzichten te betrekken in de

tien miljard euro zal investeren in onderhoud en uitbreiding van het

verdere ontwikkeling van de energie-infrastructuur.

hoogspanningsnet op land . 31

Verschillende projecten lopen of worden gestart voor de uitbreiding van het 220 en 380 kV net. In de onderstaande kaart staan de geplande uitbreidingen van het elektriciteitsnet tot circa 2030 weergegeven.

30 31

Kamerbrief Landelijk Actieprogramma Netcongestie, Kamerstuk 29023, nr. 385 TenneT (2022) Investeringsplan Net op land 2022-2031

Programma Energiehoofdstructuur | 41

Figuur 5: Uitbreidingen hoogspanningsinfrastructuur tot circa 2030

7.3. Verwachte aanvullende uitbreidingen elektriciteitsnet 2050

zich in betreffend gebied voor gaan doen. De uitvoeringsagenda bij het

Met de uitbreidingen van de hoogspanningsverbindingen die

Hoogspanningsverbindingen 220kV en hoger

reeds in gang zijn gezet, wordt het hoogspanningsnet op het

Voor de periode na 2030 zijn naar verwachting in ieder geval de volgende

niveau van 220/380kV aanzienlijk robuuster. Maar kijkend naar

uitbreidingen nodig van reguliere (wisselstroom)verbindingen:

PEH gaat nader in op de vervolgstappen.

een volledig klimaatneutraalenergiesysteem in 2050, zijn er

•

Ens-Zwolle

aanvullende uitbreidingen noodzakelijk. Daarvoor wijst het PEH

•

Tilburg-Eindhoven

In beide gevallen gaat dit niet per definitie om een compleet nieuwe

ontwikkelrichtingen aan.

verbinding, maar kan het mogelijk ook gaan om het toevoegen van Hoogspanningsstations

circuits op het bestaande tracé. Voor de beide tracés wordt verder

Op basis van de verschillende scenario’s zullen er naar verwachting

verkend in hoeverre het wenselijk is om eventuele maatregelen

nieuwe knelpunten optreden op verschillende stations. Om die op

te treffen om te anticiperen op een mogelijke ruimtevraag (zie de

te lossen is er extra capaciteit nodig op die stations. Deze additionele

uitvoeringsagenda PEH).

capaciteitsvraag komt voort uit bijvoorbeeld extra benodigde capaciteit voor toekomstige aansluitingen van vragers, waaronder

Na 2030 zal de elektriciteitsproductie door wind op zee flink toenemen.

elektrolyse en batterijen, of een verwachte toename in elektriciteit

De ambitie is een doorgroei naar ongeveer 70 GW vermogen wind op

die via deze stations wordt getransporteerd (bijvoorbeeld vanuit wind

zee in 2050 (ten opzichte van 21 GW omstreeks 2030). De grootste

op zee). Het kan ook gaan om een groter volume aan elektriciteit dat

vraag vanuit de industrieclusters langs de kust is echter op een gegeven

getransformeerd dient te worden naar lagere spanningsniveaus. Uit de

moment voorzien. In de effectanalyse is bekeken wat de effecten

analyses komt naar voren dat in de omgeving van de volgende locaties

zijn van een rechtstreekse (ondergrondse) gelijkstroomverbinding

naar verwachting extra capaciteit voor stations (220/380kV) nodig is.

van wind op zee naar Maasbracht in Limburg (‘diepe aanlanding’).

Dit is aanvullend op de reeds in gang gezette uitbreidingen tot 2030 die

Hieruit blijkt dat een dergelijke gelijkstroomverbinding zowel efficiënt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14098015/1