CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

landelijk 4 Programma Energiehoofdstructuur

Gemeenteraad 6 maart 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Beantwoording vragen en bijlagen34.769 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Programma Energiehoofdstructuur Ruimte voor een klimaatneutraal energiesysteem van nationaal belang

Maart 2024

Programma Energiehoofdstructuur Publiekssamenvatting 8 1. Over het Programma Energiehoofdstructuur 9 1.1. Sturingsfilosofie 10 1.2. Beleidsuitspraken in het programma 11 1.3. Opbouw van het Programma Energiehoofdstructuur

12

2. Focus op nationale onderdelen van het energiesysteem op land

13

2.1. Reikwijdte Programma Energiehoofdstructuur 13 2.2. Betekenis van nationale belangen in de fysieke leefomgeving

14

2.3. Onderdelen buiten de reikwijdte van dit PEH

15

3. Beleidskader 16 3.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 16 3.2. Programma onder de Omgevingswet 16 3.3. Besluit kwaliteit leefomgeving en Omgevingsregeling

16

3.4. De Structuurvisies Buisleidingen en Windenergie Op Land

17

4. Positionering 18 4.1. PEH in verhouding tot andere Rijkstrajecten in de energieketen

18

4.2. PEH in verhouding tot decentraal ruimtelijk beleid voor energie

19

4.3. PEH als onderdeel van bredere regie op ruimte en leefomgeving

20

5. Aanpak en verantwoording 22 5.1. Samenwerkingsprincipes 22 5.2. Betrokkenheid bij de totstandkoming van het programma

22

5.3. Onderzoeksmethodiek van de Integrale Effectanalyse

23

5.4. Belangrijkste inzichten Integrale Effectanalyse 26 5.5. Technologische reikwijdte en innovatie 27 6. Ruimtelijke uitgangspunten en inrichtingsprincipes

28

6.1. Energie als onderdeel van ruimtelijke ordening

28

6.2. Vertaling afwegingsprincipes Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

29

6.3. Aanleg- en inrichtingsprincipes voor nationale energie-infrastructuur

32

7. Hoogspanningsinfrastructuur 39 7.1. Bestaande hoogspanningsnet 39 7.2. Uitbreidingen van het elektriciteitsnet tot circa 2030

41

7.3. Verwachte aanvullende uitbreidingen elektriciteitsnet 2050

43

8. Elektriciteitscentrales 46 8.1. Vestigingsplaatsen voor grootschalige elektriciteitscentrales (m.u.v. kernenergie)

46

8.2. Waarborgingsbeleid kernenergie 49 9. Grootschalige (systeem)batterijen 51 10. Grootschalige elektrolyse 53 11. Buisleidingen 56 11.1. Bestaande situatie en huidige ruimtelijke waarborging van buisleidingen

56

11.2. Ontwikkelingen richting 2030 59 11.3. Ontwikkelingen 2030 - 2050 63 12. Ondergrondse waterstofopslag 66 12.1. Het vergroten van de ondergrondse opslagcapaciteit

66

12.2. Verkennen van nieuwe opslaglocaties 68 13. Vertaling naar gebieden 70

Programma Energiehoofdstructuur | 4

14. Uitwerking in een internationale context

77

14.1. Nederland als energiehub 77 14.2 Internationale hoogspanningsnet 77 14.3. Waterstof en het buisleidingennetwerk 77 Bijlagen 80 Bijlage 1. Afkortingenlijst 81 Bijlage 2. Vergelijking met SEVIII en Structuurvisie Buisleidingen

82

Bijlage 3. Overzichtstabel relevant beleid en wetgeving

84

Bijlage 4. Samenhang andere ruimtelijke opgaven

88

1. Een gezonde en veilige leefomgeving 88 2. Bodem en water 88 3. Landelijk gebied 90

4. Leefbare steden en regio’s (inclusief mobiliteit)

92

5. Duurzame en circulaire economie 93 6. Ruimtelijke kwaliteit 93

7. Overige opgaven en belangen in de fysieke leefomgeving

94

Bijlage 5. Integrale Effectanalyse PEH 95 Bijlage I Woordenlijst 95 Bijlage II Literatuur en bronnen 95 Bijlage III Beleid en kaders IEA 95 Bijlage IV Beschrijving scenario’s 2050 95

Bijlage Va Brandstoffen grondstoffen en CO2

95

Bijlage Vb Buisleidingen PEH - Overkoepelend beeld

95

Bijlage VI Knelpuntenanalyse 2050 95

Bijlage VII Beschrijving robuuste knelpunten en ontwikkelingen 2050

95

Bijlage VIII Beschrijving structuurkeuzes en systeemontwikkelingen 2050

95

Bijlage IX Beoordeling systeemefficiëntie 95

Bijlage X Beoordelingsmethodiek Milieu & Ruimte

95

Bijlage XIa-I Beoordeling M&R (robuuste) ontwikkelingen

95

Bijlage XIa-II Kaartenbijlage A 95

Bijlage XIb Beoordeling M&R structuurkeuzes en systeemontwikkelingen

95

Bijlage XII Welvaartsanalyse 95 Bijlage XIII Gebiedsanalyses 2050 95 Bijlage XIV Beschrijving 2030 95 Bijlage XV Verschillen- en gevoeligheidsanalyses 95 Bijlage XVI Overige knelpunten 2050 95

Bijlage XVII Aanvulling samenvatting IEA thema Milieu & Ruimte (planMER)

95

Bijlage XVIII Aanvulling Integrale Effectenanalyse 95 Bijlage 6. Verkenning Buisleidingtracés 96 Deel A. Indicatieve tracés 96 Deel B. Kaartenatlas 96 Rapport B. Noord-Nederland 96 Rapport B. Oost-Nederland 96 Rapport B. West-Nederland 96 Rapport B. Zuid-Nederland 96 Bijlage 7. Uitvoeringsagenda Programma Energiehoofdstructuur

97

Colofon 99 Programma Energiehoofdstructuur | 5

Wat is het Programma Energiehoofdstructuur? 7 scenario’s voor het energiesysteem van 2050

Elk scenario is een 'extreem' toekomstbeeld met een energiemix en een ruimtelijke ordening

1 Internationaal + spreiding

2

Doorrekeningen netbeheerders op het verwachte energienet van 2030

Europees + spreiding

Regionaal + spreiding

Nationaal + clustering

Europees + clustering

Kernenergie

Waar is op basis van deze scenario's een tekort aan energieinfrastructuur in 2050?

Internationaal + spreiding

3

Nationaal + spreiding

Nationaal + spreiding

Regionaal + spreiding

Europees + spreiding

Nationaal + clustering

Europees + clustering

Kernenergie

In gesprek over oplossingen Mensen die werken in de uitvoering is gevraagd: hoe kunnen we de problemen in het energienet het beste oplossen en nieuwe energieinfrastructuur bouwen? Waar past het wel en waar past het niet? Wat is uitvoerbaar? Ontwikkelaar

Natuurorganisatie

PEH

Rijk

4

Netbeheerder Gemeente

Oplossingen voorstellen voor nieuwe energieinfrastructuur • Hoogspanningssysteem • Buisleidingen (waterstof) • Buisleidingen (gevaarlijke stoffen)

De oplossingen voor nieuwe energieinfrastructuur beoordelen op effecten

Ruimte Zijn er woonkernen in de buurt, of cultureel erfgoed?

Milieu Is er beschermde natuur in de buurt?

Systeemefficiëntie Hoe worden vraag en aanbod van energie zo goed mogelijk op elkaar afgestemd bij ontwikkelingen?

Brede welvaart: Welke (in)directe welvaartseffecten ontstaan er door diverse ontwikkelingen ?

5 Effectbeoordeling

Verschillen- & gevoeligheidsanalyse

6

De reeds onderzochte knelpunten en oplossingsrichtingen worden getoetst op ontwikkelingen die zich tijdens het onderzoeksproces hebben voorgedaan.

2050 H2

10 9

Elke 4 jaar PEH actualiseren

Naar 100% klimaatneutraal in 2050

Omwonende Ontwikkelaar

Regio

Netbeheerder Rijk

8

Met regio’s in gesprek over de verwachte ruimtevraag op basis van PEH en waar het in het gebied past Per project worden omwonenden en belanghebbenden betrokken

H2

7

PEH

Eerste oplevering PEH in 2023 Oplossingen kiezen en ruimtelijke randvoorwaarden opstellen voor nieuwe energieinfrastructuur

Ruimtelijke reserveringen

Ontwikkelrichtingen

Generieke beleidsuitspraken

Huidige reserveringen Œ handhaven

Ruimte aanwijzen voor elektrolyse etc.

Algemeen beleid/ inrichtingsprincipes

Publiekssamenvatting In Nederland werken we hard aan onze gezamenlijke missie, een

Daarvoor is een nieuwe aanpak nodig. De aanleg van grote energie-

klimaatneutraal energiesysteem in 2050. Een klimaatneutrale

infrastructuurprojecten starten we nu vaak op het moment dat de

energievoorziening vraagt meer ruimte dan een fossiel energiesysteem.

netbeheerder een station, hoogspanningsverbinding of buisleiding wil

Zeker in ons dichtbevolkte land, waar de druk op ruimte groot is, is het

aanleggen. Dan blijkt dat de ruimte niet altijd beschikbaar is om deze

lastig om ruimte voor het toekomstig energiesysteem te vinden.

energie-infrastructuur een plek te geven. Omdat we de energietransitie willen versnellen, willen we beter anticiperen op ruimte die in de

We gaan meer elektriciteit gebruiken in plaats van aardgas uit Groningen

toekomst nodig is.

of het buitenland. Groene waterstof wordt belangrijker. Energie uit wind en zon kan op veel verschillende plekken worden opgewekt.

Dit doen we via het Programma Energiehoofdstructuur (PEH). Dit

Hernieuwbare energie is afhankelijk van het weer. Bij veel energie uit de

instrument biedt inzicht in nieuwe nationale energie-infrastructuur

wind en zon zullen overschotten van de elektriciteitsproductie moeten

die in de toekomst nodig is, zoals hoogspanningskabels, buisleidingen,

worden opgeslagen, bijvoorbeeld in batterijen of omgezet worden

elektrolysers, regelbare centrales en plekken voor de opslag van

naar waterstof. Als er te weinig elektriciteit uit wind en zon worden

energie. Zodat we eerder afspraken kunnen maken over ruimte met

geproduceerd, zullen centrales op bijvoorbeeld groene waterstof

gemeenten, provincies, havenbedrijven en netbeheerders. Soms

bijspringen. Er is veel energieinfrastructuur nodig om deze verandering

gaat dat om ruimte te vinden voor nieuwe locaties die erbij komen,

mogelijk te maken. Dit vraagt ruimte voor kabels en leidingen, maar

zoals nieuwe hoogspanningskabels of elektrolysers. Maar het kan

ook voor batterijen, elektrolysers en duurzame energiecentrales.

ook gaan om het behoud van locaties die nu in gebruik zijn voor een fossiel energiesysteem en ingezet kunnen worden voor duurzame

De energietransitie vindt tegelijkertijd plaats met veel ruimtelijke

energie. Bijvoorbeeld de plekken van kolencentrales die kunnen

veranderingen. Bevolkingsgroei en de bouw van meer huizen

worden ingezet voor duurzame energiecentrales. Of bestaande

bijvoorbeeld. En klimaatverandering vraagt om een inrichting die

buisleidingen voor aardgas die in de toekomst voor het vervoer van

bestand is tegen stijgend water en extreme hitte. Tegelijkertijd is het

waterstof gebruikt kunnen worden. Het PEH bevat beleid om daar op

versterken van natuur, schoon water en beschermen van de bodem

een zorgvuldige manier mee om te gaan. Met respect voor de natuur,

hard nodig. Net als de landbouwtransitie en behoud van (wereld)

cultureel erfgoed, en leefbaarheid. Daarmee draagt het PEH bij aan de

erfgoed. Het energiesysteem moet aan onze ambities kunnen

missie van een klimaatneutraal energiesysteem in 2050.

voldoen, bijvoorbeeld grote aantallen nieuwe huizen kunnen voorzien van elektriciteit, en passen bij hoe we Nederland duurzaam willen inrichten. Nu en in de toekomst.

Situatie na PEH: Ruimte zoeken voor het energiesysteem als geheel

Investeringsbesluit nemen

Projectprocedure starten

Maatwerk ruimtelijke inpassing

Tijd Situatie voor PEH:

besluit nemen

Projectprocedure starten

Project

Tijd Investerings-

Ruimte zoeken en inpassen project voor project

Programma Energiehoofdstructuur | 8

1. Over het Programma Energiehoofdstructuur De energietransitie vraagt meer ruimte in de fysieke leefomgeving, terwijl die ruimte beperkt is. Het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) richt zich op de benodigde ruimte voor de nationale onderdelen van het energiesysteem op land voor een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. De verduurzaming van het energiesysteem leidt tot veranderingen in het ruimtebeslag voor opwekking, transport, conversie en opslag van energie. We gaan van een centraal systeem, in hoofdzaak op fossiele bronnen gebaseerd, naar een meer decentraal energiesysteem gebaseerd op hernieuwbare bronnen. Om een duurzaam energiesysteem mogelijk te maken, is er meer regie en richting nodig voor de

Wat is de energiehoofdstructuur van nationaal belang? De energiehoofdstructuur omvat alle onderdelen van het energiesysteem die ruimtelijk gezien van nationaal belang zijn voor een klimaatneutraal energiesysteem. Het gaat dan over hoogspanningsverbindingen, buisleidingen van nationaal belang, locaties voor grootschalige energieproductie en grootschalige batterijen, waterstofopslag, elektrolyse en regelbaar vermogen. In het volgende hoofdstuk wordt de reikwijdte nader beschreven.

ruimtelijke inrichting van dit energiesysteem. Dit hoofdstuk licht de ambitie, sturingsfilosofie, type keuzes en de opbouw van het PEH toe. Lerende aanpak De ambitie van het PEH is dat er tijdig voldoende ruimte is voor de

Terwijl de inkt van het Programma Energiehoofdstructuur droogt, is

nationale energiehoofdstructuur. Deze infrastructuur is noodzakelijk

de wereld in verandering. Nieuwe technologische ontwikkelingen,

voor het realiseren van andere ambities en opgaven in de

beleidskeuzes in Europa, nieuw onderzoek en geopolitieke

leefomgeving. Een goede inrichting van het energiesysteem kan alleen

ontwikkelingen veranderen het energiesysteem en versnellen de

op basis van een integrale afweging met andere opgaven en belangen,

energietransitie. Dit maakt dat het PEH geen blauwdruk kan zijn

binnen een (inter)nationale context. Een goede leefomgevingskwaliteit

voor hoe de energiehoofdstructuur er in 2050 uitziet. Dit ‘eerste’

is een randvoorwaarde.

PEH bevat ruimtelijk beleid voor keuzes die in de meeste huidige scenario’s voor het energiesysteem nodig zijn. De komende periode

Het kabinet werkt samen met decentrale overheden en diverse

start het kabinet een maatschappelijke dialoog om via het Nationaal

belanghebbenden via verschillende sporen aan een klimaatneutraal

Plan Energiesysteem (NPE) scherpere keuzes te maken voor het

Nederland in 2050. Vanuit de plicht om bij te dragen aan de mondiale

energiesysteem van de toekomst. Deze gaan onder andere over de

klimaatopgave, zet het kabinet in op een versnelde afname van de

aard (welke energiebronnen), de omvang (hoeveel elektronen en

uitstoot van broeikasgassen. Door te programmeren op 60% reductie

moleculen) en de tijd (op welk moment) welke energie beschikbaar

ten opzichte van 1990 wordt de doelstelling van 55% reductie in 2030

zal moeten zijn. Dit zal de scenario’s verder inkaderen en heeft impact

met grote waarschijnlijkheid gehaald. De tijdshorizon van het PEH is

op de daarvoor benodigde infrastructuur richting 2050. In de volgende

gericht op een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. We starten nu

actualisatie van het PEH zullen nieuwe beleidskeuzes die uit het NPE

met anticiperen op de ruimtebehoefte die hiermee gepaard gaat.

voortkomen en ander voortschrijdend inzicht weer worden verwerkt.

Het PEH is een thematische uitwerking van het beleid in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) voor de ruimtelijke inrichting van de energiehoofdstructuur. Het programma heeft betrekking op ruimtelijk beleid op land en de grote wateren en hanteert als tijdshorizon 20302050. Het gaat dus over het gehele Nederlandse grondoppervlak, uitgezonderd de Noordzee. Het PEH is de opvolger van de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035, de Structuurvisie Windenergie op Land en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.

Programma Energiehoofdstructuur | 9

1.1. Sturingsfilosofie Waarom een nieuw energiesysteem? De uitstoot van broeikasgassen warmt de aarde op. Klimaatverandering is alleen nog te stoppen als we de uitstoot door fossiele energie in 2050 volledig omlaag brengen. Gaandeweg zullen we daarom minder aardgas en kolen verbranden en meer energie opwekken met zon en wind. Hernieuwbare energie wordt meer verspreid geproduceerd en de productie kent meer schommelingen dan bij fossiele energiebronnen. Bij veel energie uit de wind en zon zullen overschotten van de elektriciteitsproductie in de toekomst moeten worden opgeslagen, bijvoorbeeld in batterijen. Of het kan worden omgezet naar waterstof. Die waterstof kan direct worden gebruikt of worden opgeslagen en op een later moment ingezet in duurzame energiecentrales die een back-up vormen als er weinig wind en zon is. Met de verduurzaming verandert ook de vraag; bijvoorbeeld bij industrie die elektrificeert of op waterstof overgaat. De restwarmte van de industrie kan benut worden voor de duurzame verwarming van woningen. Er is veel infrastructuur nodig om deze verandering mogelijk te maken, en dit vraagt fysieke ruimte voor kabels en leidingen, maar ook voor batterijen, waterstofproductie en duurzame energiecentrales.

De energietransitie vindt plaats tegelijkertijd met veel ruimtelijke transities in andere domeinen: bevolkingsgroei en andere woonbehoeften zorgen voor een grote woningbouwopgave en klimaatverandering vereist een klimaatadaptatieve inrichting en een nieuwe economie. Energie is randvoorwaardelijk om alle andere ruimtelijke transities mogelijk te maken. Tegelijkertijd speelt de opgave om water en bodem sturend te maken, de opgave voor versterken van natuur en de landbouwtransitie. De extra ruimtebehoefte die gepaard gaat met de energietransitie moet op een zorgvuldige manier worden vormgegeven met oog voor natuur, milieu, landschap, (wereld)erfgoed, wonen en werken. Nu en in de toekomst.

Met het PEH anticiperen we op de ruimtebehoefte voor een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. Omdat de toekomst onzeker is, gebruikt het programma verschillende klimaatneutrale energiescenario’s om van daaruit te bepalen welke keuzes we nu al moeten maken of voorbereiden1. Het programma is de start van een cyclisch proces waarbij iedere 4 jaar actualisaties plaatsvinden (en zo nodige tussentijdse herzieningen). Want er is continu sprake van voortschrijdend inzicht, nieuwe innovaties en andere ontwikkelingen. Langs deze weg beoogt het Rijk op nationaal niveau meer regie te nemen op- en richting te geven aan de ontwikkeling van het energiesysteem. De wisselwerking met decentrale overheden is daarbij erg belangrijk. Regie vanuit het Rijk betekent niet het centraliseren van taken en verantwoordelijkheden; wel het geven van richting op grote opgaven en regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat. Het Rijk bewaakt daarbij de nationale belangen: een CO2-neutrale energievoorziening die veilig, betrouwbaar, betaalbaar en ruimtelijk inpasbaar is. Onder dit laatste valt nadrukkelijk ook het borgen van een goede leefomgevingskwaliteit. Het is verleidelijk om het ruimtelijk beleid van het PEH vorm te geven in de vorm van een blauwdruk; dit biedt immers de meeste duidelijkheid voor belanghebbende partijen, burgers en bedrijven.

Naast het gegeven dat de onzekerheden over de ontwikkeling van het energiesysteem daarvoor te groot zijn, vergen gedetailleerde keuzes over de locaties en realisatie van (energie)projecten een zeer zorgvuldig afstemmingsproces met omwonenden en andere belanghebbenden zoals bedrijven. Het is niet mogelijk om dergelijke keuzes in één keer voor heel de nationale energievoorziening richting 2050 te maken. Locatiekeuzes worden pas echt concreet in projecten waarbij voldoende recht kan worden gedaan aan de inbreng van inwoners, andere stakeholders en bijvoorbeeld de lokale gebiedskenmerken en -kwaliteiten. Aan dit programma ligt een uitgebreid onderzoek ten grondslag, een zogenaamde Integrale Effectanalyse (IEA, uitgevoerd door Pondera en CE Delft, zie bijlage 5). Deze effectanalyse geeft invulling aan de wettelijke plicht om een milieueffectrapportage op te stellen (planMER). Maar kijkt daarbij ook breder dan milieueffecten alleen. Zo zijn er ook beoordelingen gedaan op ruimtelijke impact, efficiëntie

1

Zie bijlage 5: Integrale Effectenanalyse PEH

Programma Energiehoofdstructuur | 10

en betrouwbaarheid van het energiesysteem en brede welvaart

1.2. Beleidsuitspraken in het programma

(maatschappelijke kosten en baten). In de gebruikte scenario’s en

Het beleid binnen het PEH is grofweg in te delen in drie type

uitgevoerde analyses is ook expliciet gekeken naar keuzes die regionaal

beleidsuitspraken: het actualiseren van bestaande ruimtelijke

worden gemaakt. Zoals in de Regionale Energiestrategieën. Niet om

aanwijzingen en reserveringen, het schetsen van ruimtelijke

die keuzes nog eens over te doen, maar om te zorgen dat er een zo

ontwikkelrichtingen voor het energiesysteem van de toekomst en

goed mogelijk beeld is van het opgetelde effect van die keuzes op de

meer algemene beleidsuitspraken voor onder meer een zorgvuldige

nationale energievoorziening.

ruimtelijke inpassing.

Herijking bestaande ruimtelijke aanwijzingen en reserveringen Op basis van het PEH worden bestaande ruimtelijke aanwijzingen en reserveringen voor de energiehoofdstructuur van nationaal belang geactualiseerd. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat een aantal hele concrete aanwijzingen en reserveringen voor het energiesysteem. Het gaat om vastgelegde locaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking, hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 220 kV en buisleidingen van nationaal belang. Op basis van het programma worden deze ruimtelijke aanwijzingen en reserveringen geactualiseerd, en is bekeken in hoeverre deze in stand dienen te blijven of komen te vervallen.

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelrichtingen Het PEH bevat ruimtelijke ontwikkelrichtingen voor de energiehoofdstructuur van nationaal belang op land, zoals hoogspanningsinfrastructuur, grootschalige conversie, buisleidingen en opslag. Ze geven een beeld van de te verwachten ontwikkelingen die meer ruimte vereisen en indien nodig wordt er beleid geformuleerd of maatregelen aangekondigd om deze ontwikkelingen te sturen. Via separate besluitvormingsprocedures worden energieprojecten daadwerkelijk ingepast in de leefomgeving. Daarbij vinden participatie en afstemming met de omgeving plaats en worden gerichte locatiekeuzes gemaakt met een gedetailleerde onderbouwing van de effecten van die keuzes op bijvoorbeeld de leefomgeving. Parallel aan de totstandkoming van het PEH lopen al diverse van dit soort ruimtelijke procedures om energieprojecten ruimtelijk in te passen. Het PEH bevat ook overzichten van deze lopende procedures.

Generiek ruimtelijk beleid Het programma bevat daarnaast ook generiek ruimtelijk beleid voor de energiehoofdstructuur. Dit gaat bijvoorbeeld over inrichtingsprincipes voor de aanleg van energie-infrastructuur of algemene vuistregels over een slimme inrichting van de ruimte voor het energiesysteem.

Programma Energiehoofdstructuur | 11

H2

Ruimtelijke reserveringen

Ontwikkelrichtingen

Generieke beleidsuitspraken

Figuur 1: Type beleidsuitspraken PEH

1.3. Opbouw van het Programma Energiehoofdstructuur

Uitvoeringsagenda PEH

In het volgende hoofdstuk wordt de inhoudelijke focus van het

De aanleg en inpassing van nieuwe onderdelen van het energiesysteem

programma beschreven, waarbij het gaat om de nationale onderdelen

is een randvoorwaarde voor de verduurzaming van onze maatschappij

van het energiesysteem. In hoofdstuk 3 wordt het overkoepelende

en het realiseren van andere opgaven in de leefomgeving, bijvoorbeeld

beleidskader van het PEH beschreven. In hoofdstuk 4 worden de relaties

op het gebied van wonen, werken en mobiliteit. Zorgvuldig omgaan

tussen het PEH en andere relevante trajecten beschreven. Hoofdstuk 5

met de fysieke ruimte en leefomgeving van Nederland is een

gaat in op de onderzoeksmethodiek die is toegepast en de afstemming

gezamenlijke opgave van de overheden, zo ook voor wat betreft de

die vooraf is gegaan aan de oplevering van het PEH. In hoofdstuk

inpassing van de energieopgaven.

6 worden uitgangspunten en inrichtingsprincipes beschreven die gehanteerd zijn bij het maken van keuzes in dit programma en die

Het PEH richt zich nadrukkelijk op de onderdelen van het

van toepassing zijn bij ruimtelijke procedures die na het programma

energiesysteem waar het Rijk ruimtelijk regie op wil voeren, vanwege

volgen. De hoofdstukken 7 tot en met 12 bevatten per onderdeel van

de bovenregionale functies en belangen die ermee zijn gemoeid.

het energiesysteem (zoals hoogspanning, centrales, buisleidingen)

Maar in de uitvoering landt deze infrastructuur uiteindelijk altijd in

de inhoudelijke uitwerking van dit programma. Hoofdstuk 13 gaat in

regio’s en in de leefomgeving van inwoners. Zowel het PEH als de

op de uitwerking in bepaalde gebieden in Nederland en hoofdstuk 14

bijbehorende uitvoeringsagenda zijn daarom in nauwe afstemming

schetst de internationale context.

met medeoverheden opgesteld, en ook voor die verdere invulling van die uitvoering is samenwerking noodzakelijk. De uitvoeringsagenda bevat concretere vervolgacties om de beleidsinzet van het PEH te realiseren.

Programma Energiehoofdstructuur | 12

2. Focus op nationale onderdelen van het energiesysteem op land Het Programma Energiehoofdstructuur kijkt naar de benodigde ruimte voor de nationale hoofdstructuur op land voor een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. In termen van de hoofdstructuur gaat het niet alleen om transportinfrastructuur, zoals hoogspanningsnetten of buisleidingen, maar bijvoorbeeld ook om installaties zoals batterijen of elektrolysers. Dit hoofdstuk licht de reikwijdte van PEH toe en de betekenis van nationale belangen.

2.1. Reikwijdte Programma Energiehoofdstructuur

Transportverbindingen elektriciteit De Minister voor Klimaat en Energie is, in afstemming met de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, bevoegd gezag voor de ruimtelijke inpassing van de uitbreiding van het landelijk hoogspanningsnet met een spanningsniveau van 220 kV en hoger, grensoverschrijdende netten en de netten op zee. Het PEH richt zich op de transportverbindingen van 220 kV en hoger op land, en geeft aan waar naar verwachting uitbreidingen nodig zijn in de periode richting 2050 en bevat inrichtingsprincipes voor de aanleg van deze verbindingen. Het Rijk kan, in onderling overleg, de ruimtelijke inpassing van onderdelen van deze transportverbindingen over laten aan de decentrale overheden. In de NOVI zijn transportverbindingen van elektriciteit van 110 kV en hoger van nationaal belang aangemerkt. De ruimtelijke inpassing van transportverbindingen van 110 kV en 150 kV is in eerste plaats een bevoegdheid van decentrale overheden. Het PEH bevat wel relevante inrichtingsprincipes voor de aanleg van deze transportverbindingen. Indien dat noodzakelijk wordt geacht, kan het Rijk de ruimtelijke inpassing van transportverbindingen van 110 kV en 150 kV op zich nemen.

Grootschalige elektriciteitsproductie en waarborgingsbeleid voor kernenergie In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn locaties aangewezen waar elektriciteitsproductie-eenheden met een vermogen van tenminste 500 MW gevestigd zijn en kunnen worden en zijn locaties aangewezen waar ruimte beschikbaar dient te blijven voor de mogelijke vestiging van kerncentrales (zogenaamde waarborglocaties). In het programma is bekeken in hoeverre deze aangewezen locaties nog geschikt zijn en behouden moeten blijven.

Grootschalige batterijen In aanvulling op de NOVI worden opslagsystemen voor batterijen met een vermogen groter dan 100 MW van nationaal belang aangemerkt, vanwege hun functie voor het balanceren van het nationale elektriciteitsnetwerk. Deze grootschalige batterijsystemen vergen in de regel een directe aansluiting op de hoogspanningsnetten en zijn in de toekomst noodzakelijk voor de leveringszekerheid. Daarnaast gaan ze gepaard met een groot ruimtebeslag.

Programma Energiehoofdstructuur | 13

Grootschalige elektrolyse In aanvulling op de NOVI zijn grootschalige elektrolysers met een vermogen groter dan 100 MW van nationaal belang, vanwege de impact op het elektriciteits- en gasnet en de functie voor het balanceren van het nationale energiesysteem. Met elektrolyse kunnen o.a. overschotten in aanbod van elektriciteit worden omgezet naar waterstof en voor langere periodes worden opgeslagen. Ook is de waterstof noodzakelijk voor de verduurzaming van bepaalde sectoren.

Buisleidingen van nationaal belang Het PEH richt zich op buisleidingen van nationaal belang en de daarvoor bedoelde reserveringsgebieden. Bij buisleidingen van nationaal belang gaat het in principe om buisleidingen die deel uitmaken van een provinciegrensoverschrijdend netwerk van buisleidingen dat is bestemd of wordt gebruikt voor vervoer over lange afstand van gevaarlijke stoffen, waaronder brandstoffen2. In het Besluit kwaliteit leefomgeving en de bijbehorende Omgevingsregeling zijn reserveringsgebieden voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang vastgelegd. Het PEH geeft aan in hoeverre de reserveringsgebieden voldoende zijn voor de eventueel benodigde uitbreiding van deze buisleidingen.

Ondergrondse opslag voor waterstof Het programma bevat beleid voor de ontwikkeling van ondergrondse opslag van waterstof als CO2-neutrale energiedrager. In de Structuurvisie Ondergrond (STRONG)3 zijn zoutcavernes die worden aangelegd met het oog op de opslag van stoffen ten behoeve van de energievoorziening beschouwd als van nationaal belang. Hierbij wordt ondergrondse opslag van waterstof in zoutcavernes beschouwd als een activiteit van nationaal belang.

2.2. Betekenis van nationale belangen in de fysieke leefomgeving In de voorgaande paragraaf zijn verschillende onderdelen van het

elektriciteit met een spanningsniveau van 220 kV en hoger bijvoorbeeld

energiesysteem beschreven die ruimtelijk gezien van nationaal belang

op nationaal niveau plaats onder verantwoordelijkheid van de minister

zijn. Dat het Rijk deze onderdelen beschouwt als van nationaal belang,

voor Klimaat en Energie.

wil zeggen dat het Rijk zich de bescherming en behartiging van deze belangen aantrekt. Het Rijk kan bepaalde bevoegdheden inzetten om

Wanneer het Rijk een onderwerp aanmerkt als van nationaal belang,

deze nationale belangen te beschermen en te behartigen, voor zover dat

wil dat overigens niet zeggen dat de behartiging van dat belang alleen

niet op doelmatige en doeltreffende wijze door andere bestuursorganen

door het Rijk gebeurt. Er is veelal sprake van gedeelde belangen tussen

kan gebeuren. Zo vindt de inpassing van transportverbindingen van

verschillende overheden. Dat betekent dat het Rijk haar uitoefening

2 3

Besluit Kwaliteit Leefomgeving, Artikel 5.135 Rijksoverheid (2018), Structuurvisie Ondergrond, Kamerstuk 33136, nr. 13

Programma Energiehoofdstructuur | 14

van taken en bevoegdheden afstemt met gemeenten, waterschappen

Mijnbouwactiviteiten

en provincies en andere belanghebbenden. Gezamenlijk moet worden

Ook ruimtelijke sturing op locaties voor thermische opslag of

bepaald – of is bepaald – met welke en wiens uitvoeringsinstrumenten

perslucht, en mijnbouwactiviteiten op het gebied van olie- en

de nationale belangen het meest doelmatig en doeltreffend kunnen

gaswinning of geothermie vallen buiten de scope van dit programma.

worden gerealiseerd. Dat geldt ook voor de daaruit voortvloeiende

De Mijnbouwwetgeving wordt gemoderniseerd en op onderdelen

beleidsdoelen en opgaven.

fundamenteel herzien. Er komt een nieuw Rijksprogramma voor duurzaam gebruik van de ondergrond waarin beleid wordt uitgewerkt

2.3. Onderdelen buiten de reikwijdte van dit PEH

in welke gebieden welke (mijnbouw)activiteiten wel, niet of onder

In de Startnotitie PEH is een eerste uitwerking gegeven van de

voorwaarden mogen plaatsvinden5. Denk daarbij aan vraagstukken

reikwijdte van het programma. Tijdens de onderzoeken en analyses die

als de afbouw van fossiele winning en de afhankelijkheid van

ten behoeve van dit programma zijn uitgevoerd is de reikwijdte verder

gas, het opruimen van mijnbouwwerken en een verantwoorde

afgebakend. Voor de helderheid geven we een korte beschrijving

delfstofwinning.

4

op de onderdelen van het energiesysteem (voor zover die op land plaatsvinden) waar het programma niet op focust.

Groen gas productie Het kabinet heeft als doel om 2 miljard kuub groen gas in 2030 te

Wind en zon

produceren in Nederland. Bij groen gasproductie worden biogene

Conform de Nationale Omgevingsvisie maken decentrale overheden

restromen omgezet naar CO2-neutraal gas. Groen gas kan worden

in beginsel keuzes over de locaties van elektriciteitsproductie uit wind

ingezet voor de verduurzaming van onderdelen van sectoren die

en zon. Dit gebeurt via de Regionale Energiestrategieën en is daarom

niet op een andere manier te verduurzamen zijn. Denk hierbij aan

geen onderdeel van het programma.

de gebouwde omgeving, industrie en de landbouw. Opschaling van groen gasproductie op grootschalige productielocaties is hiervoor

Warmte

noodzakelijk. Om deze reden zijn vergisters en vergassers van meer

Er is specifiek bekeken in hoeverre ruimtelijke sturing vanuit het

dan 8,5 miljoen kuub groen gasproductie per jaar van nationaal

Rijk gewenst is op het gebied van warmtenetten. Aangezien het

belang. Ook hebben vergisters en vergassers van een dergelijke

dekkingsgebied van een warmtenet vooral lokaal en regionaal is,

omvang een grote impact op het transportnetwerk van gas. In beginsel

kan (sturing op) de ruimtelijke inpassing in beginsel het beste door

zijn provincies en gemeentes en waterschappen bevoegd gezag voor

decentrale overheden ingevuld worden. Er zitten dus geen ruimtelijke

de inpassing van vergisters en vergassers van meer dan 8,5 miljoen

ontwikkelbeelden voor warmtenetten in het PEH. Indien er in de

kuub groen gas productie per jaar. Indien dat noodzakelijk wordt

toekomst toch projecten ontstaan waarvoor het wenselijk is dat het

geacht kan het Rijk de ruimtelijk inpassing van dergelijke grote groen

Rijk een projectbesluit neemt (bijvoorbeeld vanwege de grote schaal en

gasinstallaties op zich nemen.

het maatschappelijke belang), dan bestaat onder de Omgevingswet de mogelijkheid om (gemotiveerd) de projectprocedure van toepassing te verklaren op individuele projecten. De productie en benutting van warmte (voor bijvoorbeeld verduurzaming van de gebouwde omgeving) is wel meegenomen in de onderliggende berekeningen voor het programma. Andere duurzame warmtebronnen zoals zonthermie worden zo lokaal mogelijk ontwikkeld, vandaar dat dit ook geen onderdeel vormt van het PEH.

4 5

Startnotitie Programma Energiehoofdstructuur, kamerstuk 31239, nr. 317 Contourennota aanpassing Mijnbouwwet, kamerstuk 32849, nr. 214

Programma Energiehoofdstructuur | 15

3. Beleidskader Het Programma Energiehoofdstructuur is de opvolger van

‘vrijwillig programma’. Een programma is zelfbindend voor het Rijk

eerdere ruimtelijke visies en is gemaakt in de context van onder

en is kaderstellend voor besluiten van het Rijk, zoals projectbesluiten

andere de Omgevingswet en de Nationale Omgevingsvisie. In

waarmee het Rijk besluit over de ruimtelijke inpassing van nieuwe

dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidskaders voor het

hoogspanningsverbindingen. Daar waar het beleid juridisch moet

Programma toegelicht. Daarnaast is in bijlage 2 een overzicht

doorwerken in de plannen en besluiten van provincies en gemeenten,

gegeven van de andere relevante wettelijke kaders, regelgeving en

zal het Rijk juridisch bindende regels vaststellen ter uitvoering van dit

beleidsinstrumenten omtrent energie en leefomgeving.

programma. Dit wordt in de volgende paragraaf toegelicht.

3.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Ter onderbouwing van het PEH is een Integrale Effectanalyse

Het PEH is een thematische uitwerking van de Nationale

opgesteld. Daarmee is invulling gegeven aan het vereiste om milieu-

Omgevingsvisie (NOVI). Centraal in de NOVI staan de samenhang en

en leefomgevingseffecten in beeld te brengen (planMER plicht).

afstemming tussen verschillende belangen in de leefomgeving, met

Daarnaast zijn effecten op het energiesysteem en brede welvaarts-

als doel een goede leefomgevingskwaliteit.

effecten onderzocht. Het onderliggende onderzoek heet daarom een Integrale Effectanalyse in plaats van milieueffectrapportage.

Het PEH geeft een uitwerking van de volgende overkoepelende nationale belangen ten aanzien van de fysieke leefomgeving die de

3.3. Besluit kwaliteit leefomgeving en Omgevingsregeling

NOVI benoemt:

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt de inhoudelijke normen

•

•

Een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening,

voor het realiseren van nationale doelstellingen voor de fysieke

die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde

leefomgeving en stelt regels om te voldoen aan internationale

hoofdinfrastructuur.

verplichtingen binnen de fysieke leefomgeving. Deze normen (kunnen)

·Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van

gelden voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk. Het

stoffen via (buis)leidingen.

Besluit kwaliteit leefomgeving bevat onder andere algemene regels over omgevingswaarden, instructieregels voor omgevingsplannen

Daarnaast bevat de NOVI een aantal afwegingsprincipes voor het

van gemeenten en voor omgevingsverordeningen van provincies en

wegen van belangen en maken van keuzes om te komen tot een

regels over monitoring.

evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6 wordt dit nader uitgewerkt.

In het Besluit kwaliteit leefomgeving en de bijbehorende Omgevingsregeling, waarin onder meer geometrische begrenzingen

Relevant beleid uit het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening

zijn opgenomen, staan de ruimtelijke aanwijzingen voor groot-

(SEVIII) is in de NOVI opgenomen zodat SEVIII kon komen te vervallen.

schalige elektriciteitsproductie en energie-infrastructuur in de vorm

Dit beleid is onder meer ook opgenomen en nader uitgewerkt in

van instructieregels aan gemeenten en provincies. Dit gaat om

het PEH. Daarbij geeft het PEH ook invulling aan de adviezen uit de

aanwijzingen en bijbehorend waarborgingsbeleid voor:

evaluatie van het SEVIII . Bijlage 2 bevat een vergelijking van het PEH 6

•

t.o.v. het SEVIII.

3.2. Programma onder de Omgevingswet

elektriciteitsopwekking, •

vestigingsplaatsen voor kerncentrales,

•

het behoud van hoogspanningsverbindingen met een

Het PEH is een programma op grond van de Omgevingswet. Het is een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het

vestigingsplaatsen voor grootschalige

spanning van ten minste 220 kV, •

de aanleg van buisleidingen van nationaal belang,

gebruik, het beheer, de bescherming en/of het behoud van één of

inclusief ruimtelijke reserveringen voor buisleidingen

meer onderdelen van de fysieke leefomgeving. Een programma

(buisleidingenstroken).

kan ook maatregelen bevatten om bepaalde doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Het PEH valt onder het type

6

In het kader van het PEH is bekeken of deze aanwijzingen nog actueel

Evaluatie van het derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (2017), zie Kamerstuk 31239, nr. 317

Programma Energiehoofdstructuur | 16

zijn en in stand moeten blijven, en in hoeverre er nieuwe aanwijzingen

Structuurvisie Windenergie op Land (SvWOL)

of aanpassingen in de bestaande aanwijzingen nodig zijn. Eventuele

De Structuurvisie Windenergie Op Land uit 2014 vervalt met

wijzigingen zullen hun beslag krijgen in het Bkl (zie ook hoofdstuk 15).

inwerkingtreding van het PEH. Sinds het Klimaatakkoord uit 2019 zijn de decentrale overheden in eerste plaats via de Regionale

3.4. De Structuurvisies Buisleidingen en Windenergie Op Land

Energiestrategieën verantwoordelijk voor het aanwijzen van locaties

De Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 en de Structuurvisie

dat in 2020 een opwekkingsvermogen van ten minste 6.000 MW

Windenergie Op Land zijn eerdere ruimtelijke visies die onder de

aan windturbines operationeel zou zijn. Hiervoor zijn gebieden

Wet Ruimtelijke Ordening zijn vastgesteld. Het PEH neemt relevant

aangewezen voor grootschalige windenergie op land. In 2020 was er

beleid uit deze visies over en vernieuwt waar nodig. Inzichten over en

4.816 MW gerealiseerd en is met provincies een versnellingsafspraak

ervaringen met de werking van deze eerdere visies zijn zo mogelijk

gemaakt dat het niet gerealiseerde deel uiterlijk in 2023 ingehaald zou

verwerkt in het PEH. Met inwerkingtreding van het PEH komen deze

worden met wind op land en verdubbeld zou worden met wind op

structuurvisies te vervallen.

land of andere vormen van hernieuwbare energie-opwekking. Uit de

voor de plaatsing van wind en zon op land. De SvWOL had de doelstelling

Monitor wind op land 2022 blijkt dat zowel het doel van de 6.000 MW Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035

als de versnellingsafspraak gehaald is7.

De Structuurvisie Buisleidingen is een visie op basis waarvan het Rijk ruimtelijke reserveringen heeft vastgelegd voor toekomstige buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen voor het transport van aardgas, olieproducten en chemicaliën, die provinciegrens- en vaak ook landgrensoverschrijdend zijn. In de structuurvisie wordt een hoofdstructuur van verbindingen aangegeven waar ruimte moet worden vrijgehouden om ook in de toekomst een ongehinderde doorgang van buisleidingtransport van nationaal belang mogelijk te maken. De hoofdstructuur van buisleidingenstroken is vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingsregeling in de vorm van reserveringsgebieden voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang. Gemeenten dienen de aangewezen buisleidingstroken in hun omgevingsplan te vrijwaren van nieuwe ontwikkelingen die een belemmering kunnen zijn voor de aanleg van een buisleiding van nationaal belang. In de Structuurvisie Buisleidingen zijn ook diverse relevante beleidsprincipes- en uitspraken opgenomen die zijn overgenomen in het PEH. Deze zijn uitgewerkt in hoofdstuk 6. Bijlage 2 bevat een vergelijking van het PEH t.o.v. de Structuurvisie Buisleidingen.

H2

7

RvO (2023), Monitor wind op land 2022

Programma Energiehoofdstructuur | 17

4. Positionering Het Programma Energiehoofdstructuur bevindt zich op het snijvlak

curtailment (het verminderen van de elektriciteitsproductie bij teveel

van ruimte en energie. En heeft daarmee samenhang met zowel

opwek) en flexibele vraagsturing (zowel bij industrie als kleinschalig

de energieketen als beleidstrajecten in het kader van ruimte en

in de gebouwde omgeving). Het kabinet zet daarom in op opschaling

leefomgeving, op nationaal en regionaal niveau. In dit hoofdstuk

van voldoende diversiteit aan flexibiliteit, zowel aan de aanbod

wordt de samenhang nader geduid.

als aan de vraagkant. Het samenspel tussen de elektriciteitsbalans en beschikbaarheid van netcapaciteit vormt hierbij een groot

4.1. PEH in verhouding tot andere Rijkstrajecten in de energieketen

aandachtspunt.

Er lopen verschillende Rijkstrajecten in de energieketen met

Het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) geeft meer inzicht in de

raakvlakken met het PEH. Hieronder zijn de voornaamste trajecten

rol van flexibiliteit in het energiesysteem van de toekomst en geeft

beschreven.

sturing door keuzes zoals: de inzet op het wegnemen van barrières, inzet op opschaling van technieken en bezien of voor het borgen van

Nationaal Plan Energiesysteem (NPE)

publieke belangen nieuwe beleidskaders en randvoorwaarden (in

Het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) beschrijft de lange-ter-

den brede) nodig zijn. Het Programma Energiehoofdstructuur maakt

mijnvisie op het energiesysteem in 2050 en ziet toe op een meer

het ruimtelijk beleid voor de flexibiliteitopties met een ruimtevraag

gecoördineerde ontwikkeling van de energietransitie, waarbij de ver-

van nationaal belang. In het PEH zijn daarom hoofdstukken en

schillende schakels in het energiesysteem zo goed mogelijk op elkaar

beleidskeuzes opgenomen voor locaties voor elektrolyse, regelbare

worden afgestemd. Het NPE beschrijft richtpunten en routes voor

centrales, grootschalige batterijen en ondergrondse waterstof opslag.

de ontwikkeling van het energiesysteem, inclusief onzekerheden en

Ook de rol van interconnectie met het buitenland wordt benoemd in

afwegingen. Het doel is om de transitie in goede banen te leiden via

de internationale context.

ontwerpprincipes, uitgangspunten en beleidskeuzes, met oog voor de maatschappelijk gewenste ontwikkeling van het energiesysteem. Het

Energie Infrastructuur Plan Noordzee (EIPN)

PEH richt zich op de benodigde ruimte voor de nationale onderdelen

In 2023 moet 4,5 GW en rond 2030 21 GW vermogen aan windturbines

van het energiesysteem vanuit verschillende scenario’s. Het NPE roept

op zee staan. In de Routekaart Wind op Zee is aangegeven welke

op om ook rekening te houden met de hogere vraagscenario’s. In het

projecten tot medio 2030 worden voorzien en is aangegeven hoe de

PEH is rekening gehouden met het NPE in de opgenomen ontwikkel-

doorgroei richting 2050 er uit kan zien. Daarbij wordt gekeken naar 34

richtingen. Met het NPE, het bijbehorende uitvoeringsprogramma en

GW in 2035, 50 GW in 2040 en 70 GW in 2050. Aangezien dit om erg

de actualisaties die de komende jaren volgen, worden steeds meer

grote volumes gaat van energieproductie op zee, wordt er als vervolg

concrete keuzes gemaakt over wenselijke ontwikkelingen binnen

op de routekaart gewerkt aan een strategische visie genaamd Energie

scenario’s. Daarop kan het PEH ook weer worden aangescherpt.

Infrastructuur Plan Noordzee (EIPN) waarbinnen wordt bekeken welke infrastructuur dit nu precies vraagt. Ruimtelijk gezien krijgen de keuzes

Flexibiliteit als onderdeel van het energiesysteem

over de ontwikkeling van energie op zee hun beslag in het Programma

Het opwekken van elektriciteit is in de toekomst voor het grootste

Noordzee. Daarbij gaat het onder meer over aanwijzing van

deel weersafhankelijk. Flexibiliteit in het systeem is nodig om vraag

ontwikkellocaties voor windenergie, potentiële elektrolyse en opslag

en aanbod op elkaar af te kunnen stemmen. Dit is een harde vereiste

van energie of CO2 op zee. Het PEH richt zich op de ontwikkelingen

voor de leveringszekerheid en het waarborgen van de stabiliteit

op land, maar houdt via verschillende scenario’s wel rekening met

van het elektriciteitsnet, maar heeft bijvoorbeeld ook invloed op de

de potentiële ontwikkelingen op zee en de impact die dat vervolgens

betaalbaarheid van het energiesysteem. Verbinding met buurlanden

weer op land kan hebben, bijvoorbeeld met aanlandlocaties van

(interconnectie) is en blijft daarin essentieel, maar is niet de enige vorm

windenergie.

van flexibiliteit die nodig is. Andere vormen zijn conversie naar andere energiedragers (productie van waterstof en warmte met behulp van

Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ)

elektriciteit), CO2-vrij regelbaar vermogen (elektriciteitscentrales

Het Programma Verbindingen Aanlanding Wind op Zee (VAWOZ) heeft

op CO2-vrije energiedragers zoals waterstof), opslag van energie

als voornaamste doel om te onderzoeken wat kansrijke routes voor

(naast elektriciteitsopslag ook opslag van waterstof en warmte),

stroomkabels en waterstofleidingen zijn om de energieproductie op

Programma Energiehoofdstructuur | 18

zee aan land te brengen en aan te sluiten op het hoogspanningsnet of

Rijkscoördinatieregeling). Deze projecten zijn aangewezen in de

het waterstofnetwerk (en aanpalende infrastructuur zoals stations en

Elektriciteitswet, Gaswet en de Mijnbouwwet. Dit gaat onder

ook elektrolyse in het verlengde van PEH). In het Programma VAWOZ

meer om uitbreidingen van het landelijk hoogspanningsnet

wordt voor de periode 2031-2040 bekeken hoe 29 GW productie op zee

op een spanningsniveau van 220 kV of hoger, grootschalige

aan land kan komen (ten opzichte van de 21 GW die al in gang is gezet).

elektriciteitsopwekking van ten minste 500 MW, mijnbouwwerken

Dit programma wordt volgens de huidige planning vastgesteld in 2025.

voor opslag en winning van energie en daarbij behorende pijpleidingen

VAWOZ 2030 is al opgeleverd, van waaruit ruimtelijke procedures zijn

en uitbreiding van het landelijk gastransportnet. Voor zover projecten

gestart ter voorbereiding op de realisatie van kansrijke aanlandroutes

onder de reikwijdte van het PEH vallen, vormt het PEH een beleidskader

voor de aanlanding van 21 GW productie op zee. De aannames die ten

voor deze projecten.

grondslag liggen aan het programma VAWOZ zijn ook getoetst met de aannames die onderdeel zijn van de scenario’s uit PEH.

4.2. PEH in verhouding tot decentraal ruimtelijk beleid voor energie

Verduurzaming Industrie (NPVI)

Decentrale overheden hebben een nadrukkelijke rol in de

Het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie (NPVI) beoogt

energietransitie, zoals het maken van ruimtelijke keuzes voor

meer coördinatie te organiseren op de verduurzaming van de industrie

hernieuwbare opwek op land en (grote) energievragers, de

en daar de nodige versnelling in te realiseren richting 2050. Onderdeel

programmering en prioritering van regionale projecten en de transitie

hiervan is een routekaart Verduurzaming Industrie, waarmee een

in de gebouwde omgeving. Zij zijn verantwoordelijk om deze te vertalen

helder ontwikkelpad voor de energie-intensieve industrie wordt

naar decentraal omgevingsbeleid. Tenzij het Rijk bevoegdheden

geschetst en aangegeven wordt welke randvoorwaarden, waaronder

expliciet vastlegt, zijn gemeenten of provincies het bevoegd gezag

infrastructuur, nodig zijn. Er zijn zes grote industrieclusters met

voor de ruimtelijke inpassing van energie-infrastructuur. Decentrale

een grote energievraag geïdentificeerd. De verduurzaming van

overheden zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de inpassing

de energievraag binnen deze clusters vraagt om aanpassingen in

en vergunningverlening van de regionale distributienetten van

de energie-infrastructuur. Ontwikkelingen vanuit NPVI worden

brandstoffen en transportnetten van elektriciteit van 150kV en lager.

meegenomen in het PEH. De keuzes die lokaal/regionaal gemaakt worden hebben een impact Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK)

hebben op het nationale energiesysteem. In de onderliggende

Besluiten over het plannen en programmeren van infrastructuur

aannames van het PEH zijn de bestaande plannen van de Regionale

gebeurt via het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat

Energiestrategieën van decentrale overheden verwerkt. Daarnaast

(MIEK) met daarin energie-en grondstoffeninfrastructuurprojecten

bevatten de scenario’s onder meer variaties over de ontwikkeling

van nationaal schaalniveau (zie paragraaf 4.2 voor het provinciaal

van de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Verder is de

MIEK). Aan de basis van MIEK-projecten staan de Cluster Energie

ontwikkeling van zogenaamde energiehubs in opkomst; slimme

Strategieën (CES’en). Per energie-intensief industrieel cluster wordt

energiesystemen, waar vraag, aanbod, opslag in een lokaal netwerk

een CES opgesteld. De CES’en bevatten inzichten over de voorziene

aan elkaar zijn verbonden, waardoor het grotere netwerk minder

vraagontwikkeling en geven een lijst met projecten vanuit de

wordt belast. De gebruikte scenario’s in de Integrale Effectanalyse

clusters die de basis vormen voor de potentiële MIEK-projecten. De

bevatten ook verschillende variaties die hierbij aansluiten.

onderliggende aannames uit het PEH zijn getoetst met de inzichten uit Komende jaren werken alle provincies aan een Energie(systeem)

de CES’en en de projecten uit het MIEK.

visie en een daaruit volgend Provinciaal Meerjarenprogramma Grote energieprojecten

Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK). Het PMIEK bevat de

De Minister voor Klimaat en Energie is, samen met de minister

programmering en prioritering van regionale energie-infrastructuur

voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, bevoegd gezag

op de middellange en lange termijn. Het PMIEK krijgt, in lijn met

voor de inpassing en coördinatie van de vergunningverlening van

het ‘prioriteringskader uitbreidingsinvesteringen netbeheerders’8,

bepaalde grote energieprojecten. Dit gebeurt onder de noemer

doorwerking in zowel de investeringsplannen van de netbeheerders

van

als het omgevingsbeleid van provincies en gemeenten. In de zomer

8

de

projectprocedure

Rijksenergieprojecten

(voorheen

Kamerbrief Prioriteringskader uitbreidingsinvesteringen netbeheerders, Kamerstuk 29826, nr. 174

Programma Energiehoofdstructuur | 19

van 2023 is in iedere provincie al een eerste PMIEK opgeleverd. In 2025

Het Rijk maakt afspraken met de provincies over de ruimtelijke orde-

staat de volgende iteratie gepland. De energie(systeem)visie bevat het

ning via zogenaamde Provinciale Ruimtelijke Arrangementen. Con-

strategische raamwerk voor de ontwikkeling van het energiesysteem

creet betekent dit dat per provincie gevraagd is om alle ruimtelijke na-

in de provincie. Komende tijd wordt door Rijk, provincies, gemeenten

tionale en lokale opgaven bijeen te brengen in een ruimtelijk voorstel.

en netbeheerders in een gezamenlijk leerproces uitwerking gegeven

De focus van het PEH ligt op de nationale onderdelen van energie, die

aan de opzet en inhoud van de Energie(systeem)visie.

vervolgens ook in nationale projecten worden uitgewerkt. Uiteindelijk landt dit ruimtelijk gezien in regio’s. Met het PEH ontstaat onder meer

4.3. PEH als onderdeel van bredere regie op ruimte en leefomgeving

inzicht in de verwachte benodigde ruimte voor de nationale onder-

Onder leiding van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke

kunnen houden. Daarnaast worden vanuit PEH inzichten meegegeven

Ordening werkt het Rijk samen met decentrale overheden aan de ver-

richting de provinciale arrangementen en de gebiedsgerichte uitwer-

dere invulling van regie op de ruimtelijke ordening en leefomgeving9.

kingen die in zogenaamde NOVEX-gebieden lopen.

delen van het energiesysteem, zodat de provincies hier rekening mee

Overkoepelend werkt het Rijk daarvoor aan een nieuwe Nota Ruimte (gepland in 2024) als opvolger van de Nationale Omgevingsvisie10.

De inpassing van al deze verschillende opgaven in de leefomgeving, vraagt ook om de aandacht voor het vergoten van ruimtelijke kwali-

Sinds de Nationale Omgevingsvisie zijn er diverse programma’s ge-

teit. In het programma Mooi Nederland wordt de regie op samenhang

start gericht op de grote opgaven in de leefomgeving. Het PEH is één

in ruimtelijke kwaliteit en identiteit geborgd. Door te inspireren, orga-

van de programma’s voor het thema energie. Daarnaast lopen er ook

niseren en te normeren wordt in de gehele fysieke leefomgeving aan

diverse trajecten en programma’s. Als onderdeel van de aanpak van

ruimtelijke kwaliteit gewerkt.

het PEH is ook de afstemming met deze andere grote opgaven in de leefomgeving en het identificeren van eventuele kansen en risico’s. In bijlage 4 worden de voornaamste relaties met andere opgaven in de leefomgeving beschreven. Het PEH, en de andere nationale programma’s, vormen o.a. het vertrekpunt voor de nieuwe Nota Ruimte.

9

Kamerbrief Regie in de Ruimtelijke Ordening, Kamerstuk 34682, nr. 92 Kamerbrief bij contourennotitie Nota Ruimte, Kamerstuk 29435, nr. 264

10

Programma Energiehoofdstructuur | 20

Figuur 2: Schematische weergave regie op ruimte

Programma Energiehoofdstructuur | 21

5. Aanpak en verantwoording Programma Energiehoofdstructuur zijn stakeholders geïn-

5.2. Betrokkenheid bij de totstandkoming van het programma

formeerd en geconsulteerd over de mogelijkheden en besluiten.

Een groot aantal organisaties, waaronder provincies, gemeenten,

Ook is uitgebreid onderzoek uitgevoerd als onderdeel van

netbeheerders, marktpartijen, industrieclusters en maatschappelijke

het programma, in de vorm van een Integrale Effectanalyse.

organisaties, is betrokken geweest bij de totstandkoming van het PEH

Dit hoofdstuk beschrijft op hoofdlijnen uitgangspunten voor

en zullen ook betrokken worden bij de uitvoering.

In de verschillende fasen van de totstandkoming van het

samenwerking, de methodiek van het onderzoek en de reikwijdte van het programma.

Provincies en gemeenten Mijlpalen zoals de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (het onderzoeks-

5.1. Samenwerkingsprincipes

plan voor de IEA), de uitkomsten van de IEA en het ontwerp-PEH zijn

De volgende principes zijn gehanteerd voor de samenwerking met

ambtelijk en bestuurlijk getoetst met decentrale overheden. Zo zijn

andere overheden en organisaties bij het tot stand brengen van het

er bestuurlijke consultaties met het Interprovinciaal Overleg en de

programma. Deze zullen ook toegepast worden bij de realisatie,

Vereniging Nederlandse gemeenten georganiseerd, zijn er gesprekken

evaluatie en actualisatie. Deze principes zijn in lijn met de principes van

gevoerd met alle provincies, en is het ontwerp-programma voorgelegd

de Nationale Omgevingsvisie.

aan decentrale overheden in een Bestuurlijk Overleg Klimaat en

•

Opgavegericht: de opgave om tijdig en op basis van

Energie. Ook hebben ambtelijk vertegenwoordigers van decentrale

een integrale afweging voor voldoende ruimte te

overheden meegewerkt aan de totstandkoming van het programma

zorgen voor de energiehoofdstructuur is een publieke

via een regulier programmateam.

verantwoordelijkheid. •

Gelijkwaardig: Rijk en regio werken zoveel mogelijk in

Energieprofessionals in het ruimtelijk en energiedomein

een gelijkwaardig partnerschap als één overheid samen

Gedurende de verschillende onderzoeksfases zijn openbare webinars

met de samenleving, met respect voor de verschillen in

georganiseerd voor professionals in het ruimtelijk of energiedomein.

bevoegdheden, wettelijke taken en middelen. Dit betekent

Doorgaans waren dit digitale werksessies over regiospecifieke

in de uitvoering van het programma een gedeelde

vraagstukken. De uitnodigingen zijn actief uitgezet bij:

verantwoordelijkheid. •

•

Gebiedsgericht: Rijk en regio werken waar nodig in

zijn voor vergunningen en ruimtelijke planvorming;

gebieden samen aan een zorgvuldige inpassing van het

•

Energieproducenten en -ontwikkelaars;

energiesysteem. Daarbij worden de drie afwegingsprincipes

•

Landelijke en regionale netbeheerders en private eigenaren

uit de ontwerp NOVI betrokken; 1) combinaties boven

•

Gemeente- en provincieambtenaren die verantwoordelijk

van netinfrastructuur;

enkelvoudige functies, 2) kenmerken en identiteit van

•

Havens en (grote) industrie;

gebieden centraal en 3) afwentelen naar tijd, plaats en

•

Belangenorganisaties: vertegenwoordigers van een belang

generaties voorkomen.

dat aanspraak maakt op ruimte en leefomgeving (natuur,

Transparant: besluiten worden genomen op basis van een

landbouw, water, stedenbouw etc.).

zorgvuldige afweging en in transparantie. •

Adaptief: door cyclisch en adaptief te werken, ligt de focus

Energiesector nationaal

voor de korte termijn op keuzes en maatregelen die passen

Om maatschappelijke en private partijen die zelf binnen de kaders

in meerdere, onzekere scenario’s terwijl ruimte wordt

in het PEH gaan werken bij de besluitvorming te betrekken, is

gehouden voor tussentijdse aanpassingen indien trends en

een zogenaamde reflectiegroep Energiesysteem (op basis van de

ontwikkelingen daar om vragen.

klimaattafels Elektriciteit en Industrie) tweemaal bijeengekomen. Er is hiervoor bestuurlijke vertegenwoordiging gevraagd van de belangrijkste belanghebbenden (exclusief de overheden). Dit zijn netbeheerders, ontwikkelaars, grootverbruikers en maatschappelijke

Programma Energiehoofdstructuur | 22

organisaties. Het doel van de reflectiegroep was om het programma te

Besluitvorming

adviseren over de uitvoerbaarheid en de strategische koers. Daarnaast

Het PEH is vastgesteld door het kabinet. Het ontwerpprogramma is

is het PEH behandeld in het Uitvoeringsoverleg Energiesysteem.

voorgelegd in het Bestuurlijk Overleg Klimaat en Energie van Rijk en medeoverheden. In september en oktober 2023 vond de formele

Industrieclusters

consultatie plaats, waarin eenieder zienswijzen kon indienen op het

Per industriecluster hebben diverse gesprekken plaatsgevonden

ontwerp-PEH. Waar nodig is het programma verder aangescherpt.

om gezamenlijk te inventariseren hoe de grote ruimtevraag

Daarnaast heeft de Commissie voor de Milieueffectrapportage een

geaccommodeerd kan worden. Er hebben onder meer gesprekken

advies geleverd op de IEA die ten grondslag ligt aan het PEH. Op basis

plaatsgevonden met de voorzitters van de industrieclusters en

daarvan is het IEA op onderdelen aangevuld. Meer informatie daarover

brancheorganisaties.

is te vinden in het participatieverslag en de nota van antwoord.

Burgerperspectief

5.3. Onderzoeksmethodiek van de Integrale Effectanalyse

Bij het kiezen van specifieke locaties en bij de uitvoering van projecten

Het is op grond van de Omgevingswet verplicht om voor het PEH

is draagvlak van groot belang. Directe omwonenden zullen dan

een milieueffectrapportage op te stellen (planMER). De milieu-

gelegenheid hebben tot inspraak en participatie. Om het perspectief

effectrapportage is een hulpmiddel om bij de voorbereiding van een

van burgers nu al mee te nemen in de systeemkeuze en de effecten

besluit de milieueffecten in kaart te brengen om goed afgewogen

op de leefomgeving is gezocht naar een methode die recht doet aan

besluiten te nemen. In de Integrale Effectanalyse is - naast de

systeemkeuzes. Er is gekozen om dit te organiseren door middel

milieueffecten van verschillende alternatieve ontwikkelingen in het

van een Participatieve Waarde Evaluatie (PWE). Deze methode is

energiesysteem - ook onderzocht wat de ruimtelijke impact, effecten

ontwikkeld door de TU Delft en recent succesvol ingezet op onder

op het energiesysteem en op brede welvaart zijn.

andere het Coronabeleid door het RIVM en het Klimaatakkoord door de SER. De uitkomsten van deze burgerraadpleging zijn tevens input

Voor het PEH zijn scenario’s benut die de gezamenlijke netbeheerders

voor het Nationaal Plan Energiesysteem. Op basis van de PWE komt

hebben opgesteld. Dit gaat om de vier klimaatneutrale scenario’s

onder andere naar voren dat burgers minder afhankelijk willen worden

uit de Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 (II3050) uit

qua energievoorziening van het buitenland en dat men vindt dat

202011. Vanuit PEH zijn er aanvullende variaties gemaakt op deze

burgers zoveel mogelijk betrokken moeten worden bij keuzes over de

scenario’s onder meer op basis van concentratie en spreiding van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14098015/1