CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

landelijk 3 Nationaal Plan Energiesysteem

Gemeenteraad 6 maart 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Beantwoording vragen en bijlagen19.586 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

ambitie gerealiseerd kan worden en wat er over de

Rijksoverheid leunt sterk op (uitrol)subsidies die

sen energieketens en het mobiliseren van private

passen. Zo kunnen arbeidsbesparende innovaties

volle breedte van de elektriciteitsketen voor nodig

investeringskosten van marktpartijen deels com-

financiering. Daarbij kijkt het kabinet ook naar

helpen om beter om te gaan met de arbeidskrapte,

is. De elektriciteitsproductie moet enorm groeien

penseren. Dit zou meer gericht kunnen worden

welke instrumenten en publieke investeringen

of kunnen nieuwe samenwerkingsvormen zoals

en bestaat in de toekomst vooral uit windenergie

naar andere typen instrumenten die investerings-

noodzakelijk zijn om voldoende aanbod van ener-

lokale energiehubs het elektriciteitsnet ontlasten.

(op zee en op land), zon-pv en kernenergie. Voor

risico’s wegnemen, zoals vollooprisico’s, zodat

gie en energie-infrastructuur te realiseren en naar

Ook moeten de innovaties rekening houden met

productie op zee (wind en zon) en kernenergie stelt

private financiers in projecten instappen. Instru-

de balans tussen verschillende fases (zoals innova-

andere transities en aangrenzende thema’s, zoals

het kabinet heldere doelen en richt instrumenta-

menten die de vraag uit de markt aanwakkeren,

tie, demonstratie en uitrol) en doelen (2030/2050).

systeemintegratie, circulariteit, veiligheid, digitali-

rium in om deze te bereiken. Voor hernieuwbare

zoals het EU ETS en de Europese CO2-standaarden

Hiermee wordt voortgebouwd op de eerdere

sering en ruimtelijke inpassing. Dit stelt hoge eisen

productie op land geldt dat het kabinet de produc-

voor personenauto’s, zullen een zwaardere rol

doorlichtingen, zoals de interdepartementale be-

aan de innovaties die ontwikkeld en opgeschaald

tie ook na 2030 verder wil opschalen.

innemen bij het aanjagen van de uitrol.

leidsonderzoeken klimaat (2023) en financiering

moeten worden. Nederland heeft met haar in-

energietransitie (2020). In de beleidsagenda voor

novatiekracht en sterke kennisinfrastructuur een

Naast de productie zal ook de elektriciteitsinfra-

Ten tweede is de huidige mix van instrumenten

het NPE zullen de resultaten van deze doorlichting

unieke positie om deze innovaties te versnellen.

structuur sterk moeten groeien en efficiënt moe-

voor de energietransitie steeds complexer ge-

stap voor stap worden uitgewerkt in voorstellen

Door essentiële (onderdelen van) ketens nationaal

ten worden benut. Gegeven de noodzaak van deze

worden, terwijl grote en onzekere meerjarige

om het beleidsinstrumentarium effectief en doel-

of Europees te organiseren wordt de strategische

netverzwaring is het zaak te kijken of en welke

investeringen juist gebaat zijn bij een overzich-

matig in lijn te brengen met de gewenste ontwik-

autonomie van Nederland en Europa vergroot.

barrières voor versnelling van de uitrol nog be-

telijk en voorspelbaar (stimulerings)instrumen-

kelrichting uit dit NPE.

tarium. Dit instrumentenecosysteem is gegroeid

Dit vergt duidelijk en krachtig innovatiebeleid. Het

Het kabinet werkt hiervoor samen met de netbe-

Innovatie essentieel voor succesvolle aanpassingen aan nieuwe en uiteenlopende transitie

kabinet zal daarvoor de innovatieagenda en -pro-

heerders, overheden en gebruikers. Target Grid

gramma’s in lijn brengen met de ontwikkelrichting

zoals recent opgesteld door TenneT is een goed

nationale en EU-doelen. Het gaat hierbij om een

Voor het opbouwen van de duurzame energieke-

van de ketens en sectoren in het NPE. Het kabinet

voorbeeld van robuuste planmatige voorbereiding

breed pallet aan zowel generieke, als sector- en

tens zullen oplossingen afkomstig moeten zijn van

onderzoekt voor welke innovatiethema’s onvol-

van toekomstige infrastructuur. Het kabinet gaat

vanuit het oude energiesysteem, met continue

28

staan en hoe deze kunnen worden weggenomen.

29

Hoofddocument

Nationaal plan energiesysteem

in overleg met de netbeheerders om te komen tot

ontwikkelt extra verbindingen met het Verenigd

groene elektriciteit naar verwachting tot ca. 2035

het van belang dat inzet van waterstof de uitstoot

een sturend en integraal langetermijnplan voor

Koninkrijk.

schaars zal zijn.

van stikstof niet vergroot. Substantiële import zal

de infrastructuur. Ook gaat het kabinet in overleg

30

ook nodig zijn om de ambitieuze doelen te halen

met betrokkenen over de gewenste en (tijdens de

In de toekomst zal er echter nog veel meer flexi-

Het kabinet streeft vanuit strategische overwe-

voor de inzet van hernieuwbare waterstofdragers

transitie) haalbare mate van netuitbreiding.

biliteit in het systeem moeten komen. Dit is een

ging ook op lange termijn naar een nationale

in industrie en mobiliteit uit de herziene EU-richt-

enorme opgave. Het kabinet onderzoekt wat

productiecapaciteit voor duurzame waterstof. Het

lijn voor hernieuwbare energie.

Flexibiliteit in het energiesysteem

hiervoor nodig is en ook wat de impact is op de

kabinet wil daarnaast waterstoftransportinfra-

Met een gecombineerde strategie van binnen-

Het opwekken van elektriciteit is in de toekomst

publieke belangen van de verschillende flexibi-

structuur op land en op zee tijdig en met capaciteit

landse waterstofproductie en import verkleint het

voor het grootste deel weersafhankelijk. Om de

liteitsopties. Het kabinet kijkt daarbij niet alleen

gericht op de toekomst realiseren. Het kabinet zet

kabinet de onzekerheid over voldoende beschik-

energietransitie in goede banen te leiden is flexi-

naar welke technieken er nodig zij, maar ook naar

naast elektrolyse op land na 2030 ook in op de

baarheid van waterstof. Import van waterstof zal

biliteit in het energiesysteem onontbeerlijk. Flexi-

mogelijkheden voor ruimtelijke sturing, de rol

opschaling van elektrolyse op zee, direct bij wind-

naar verwachting ook op de lange termijn nodig

biliteit in het systeem komt uit de aanbodkant (re-

van nettarieven en het marktmechanisme in de

parken, met het oog op de ruimtelijke impact en

zijn om op betaalbare wijze aan de vraag van de

gelbaar vermogen), de vraagkant (flexibele vraag),

elektriciteitsmarkt zodat ook marktpartijen de

lagere infrastructuurkosten. Waterstofproductie

industrie te voldoen. Daarnaast draagt het vroeg-

opslag en interconnectie. Dit raakt aan alle ener-

juiste prikkels hebben om flexibiliteit te realiseren

op zee zal naar verwachting pas enige jaren na

tijdig aanjagen van de import van hernieuwbare

gieketens. Om elektriciteit beschikbaar te hebben

en efficiënt in te zetten. Vanuit de herziening van

2030 grootschalig gerealiseerd kunnen worden.

waterstof(dragers) bij aan de ontwikkeling van

op momenten dat het niet waait en de zon niet

de Europese elektriciteitsmarkt (EMD) komt naar

Door vroegtijdig ervaring op te doen met demon-

productiecapaciteit in het buitenland en het ont-

schijnt, zullen waterstofcentrales nodig zijn. Als

verwachting een verplichting voor lidstaten om

stratieprojecten en te zorgen dat de infrastructuur

staan van een mondiale markt voor hernieuwbare

het juist wel waait en de zon schijnt, zal een deel

de ontwikkeling van CO2-vrije flexibiliteit actief te

op zee beschikbaar is, kan waterstofproductie op

energiedragers. Het is de verwachting dat de im-

van die energie omgezet moeten in waterstof of

monitoren en een indicatief nationaal doel voor

zee straks snel en tegen zo laag mogelijke kosten

port van hernieuwbare waterstof in de toekomst

mogelijk in warmtebuffers. Deze flexibiliteit in en

niet-fossiele flexibiliteit te definiëren. Ook dit

opschalen. Vanwege de grenzen aan de uitrolsnel-

geografisch minder geconcentreerd zal zijn dan nu

tussen de ketens is nodig om het energiesysteem

neemt het kabinet mee in de beleidsvorming.

heid voor elektrolyse door schaarste in hernieuw-

het geval is bij olie-en gasproductie. Het kabinet

efficiënt te laten werken en betaalbaar te houden.

bare elektriciteit - zelfs bij sterke opschaling van

zet daarnaast in op diversificatie van landen om

Sterke nationale productiecapaciteit Het kabinet wil borgen dat er tijdig voldoende waterstof, import nodig

opwekcapaciteit – zal het binnenlandse aanbod

uit te importeren om risicovolle afhankelijkheid

van groene waterstof onvoldoende zijn om in de

van landen buiten Europa te vermijden en trekt

flexibiliteit in het systeem ontstaat. Het kabinet

Het doel voor de opschaling van binnenlandse

groeiende vraag naar waterstof te voorzien.

hierin samen op met andere EU-lidstaten.

heeft al verschillende maatregelen getroffen om

groene waterstofproductie in 2030 is 4 GW. Na

Om ervoor te zorgen dat deze schaarste aan

de ontwikkeling van flexibiliteit te bevorderen,

2030 is verdere doorgroei van elektrolyse gewenst

hernieuwbare waterstof geen rem zet op het

Naast transport van pure waterstof kijken over-

zoals de ondersteuning voor e-boilers, water-

vanwege de groeiende vraag naar waterstof als

reduceren van de binnenlandse broeikasgasuit-

heid en bedrijven ook naar het op- en overslaan,

stofelektrolyse, ombouw van gascentrales en

CO2-vrije energiedrager. Voor het opschalings-

stoot en om bij te dragen aan de ontwikkeling

transporteren, converteren en gebruik van wa-

de voorbereiding van de bouw van twee nieuwe

tempo na 2030 is het belangrijk dat het aanbod

van een robuuste waterstofketen met voldoende

terstofdragers. Op korte termijn worden vooral

kerncentrales (die als basislast de behoefte naar

van hernieuwbare elektriciteit voldoende hard

leveringszekerheid wordt tijdens de transitie ook

importstromen van ammoniak en vloeibare or-

flexibiliteit in het systeem verminderen). Vanuit

doorgroeit om sterke opschaling van elektrolyse

koolstofarme (“blauwe”) waterstof nodig zijn,

ganische waterstofdragers verwacht. Later betreft

het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN)

en doorgroei van de directe elektriciteitsvraag te

zowel productie (productie uit aardgas met on-

het mogelijk ook vloeibare waterstof, methanol

wordt een groot aantal acties uitgevoerd die flexi-

faciliteren. Dit betekent dat het uitroltempo voor

dergrondse CO2-opslag) als import. Koolstofarme

of andere waterstofdragers. Ammoniak is een

bel Nationaal plan energiesysteem gebruik van het

wind op zee en elektrolyse met elkaar in de pas

waterstof kan dan bijvoorbeeld worden ingezet in

gevaarlijke stof en daarom gelden er voor ammo-

stroomnet mogelijk maken en stimuleren, zowel

moeten lopen. De groei na 2030 zal doorgaan

de elektriciteitssector, om daar bij te dragen aan de

niak strenge veiligheidseisen en wordt transport

bij invoerders en afnemers van stroom. TenneT

richting 15- 20 GW in 2040. Aandachtspunt is dat

ambitie om in 2035 CO2-vrij te worden. Daarbij is

binnen Nederland ontmoedigd, met name per

31

Hoofddocument

Nationaal plan energiesysteem

32

Nationaal plan energiesysteem spoor. Het kabinet

koolstofketen onderdeel van het NPE. De reste-

kabinet werkt hiervoor afbouwpaden uit voor het

Momenteel is de Europese markt voor CO2-op-

komt met een visie op waterstofdragers en zal

rende koolstofvraag zal blijvend moeten worden

gebruik van aardgas in het energiesysteem, met

slagcapaciteit in ontwikkeling. Er komt steeds

het standpunt voor ammoniaktransport herijken

ingevuld met duurzame koolstofdragers, zoals

aandacht voor onderscheid tussen gebruik van

meer opslagcapaciteit beschikbaar maar het is

binnen de context van de energie- en grondstof-

duurzame biogrondstoffen, secundaire grond-

aardgas als brandstof en gebruik als grondstof.

niet precies te voorspellen hoe vraag en aanbod

fentransitie. Daarbij worden verschillende (ketens

stoffen (recyclaat) en synthetische koolstofdragers

Afbouwpaden kunnen een duidelijk perspectief

zich in de toekomst gaan verhouden. Mogelijk kan

van) waterstofdragers en transportmodaliteiten

op basis van CO2-vrije elektriciteit, hernieuwbare

bieden aan partijen die hiermee rekening kun-

er in toekomst schaarste optreden. Het kabinet

vergeleken. Omgevingsveiligheid wordt hierbij

waterstof en niet-fossiele CO2.

nen houden bij hun investeringen. Het kabinet

zet er daarom op in de industrie te laten overscha-

als zwaarwegend ontwerpprincipe beschouwd,

Om in 2050 zo ver mogelijk richting fossielvrij te

werkt daarnaast nader uit hoe de afbouw van de

kelen naar hernieuwbare energiedragers zodra

waarbij als (harde) randvoorwaarde geldt dat

komen, wil het kabinet het aanbod van duurzame

aardgasinfrastructuur, zoals het hergebruiken of

deze en de benodigde infrastructuur voldoende

minimaal het huidige normniveau gehandhaafd

koolstofdragers uitbreiden. Daarnaast wil het

afbouwen van gasinfrastructuur en gasopslagen,

beschikbaar zijn. Zodoende wil het kabinet het

blijft. Import van waterstof via buisleidingen biedt

kabinet ambitieuze afspraken maken op Euro-

verantwoord kan gebeuren. Ook brengt het kabi-

aandeel fossiele CCS in de toekomst minimalise-

belangrijke voordelen vergeleken met import van

pees en internationaal niveau om het gebruik van

net in beeld hoe fossiele subsidies kunnen worden

ren en ervoor zorgen dat de beschikbare CO2-op-

waterstofdragers per schip, met name vanwege de

duurzame koolstofdragers door normering af te

afgebouwd.

slagcapaciteit maatschappelijk optimaal benut

lagere kosten en lagere veiligheidsrisico’s. Daarom

dwingen. Met name waar dergelijke afspraken

zet het kabinet er ook op in dat er op Europees

nog ontbreken, zoals voor de inzet als grondstof in

niveau zo snel mogelijk werk wordt gemaakt van

kan worden. Daarnaast zet het kabinet erop in om door onderzoek beter zicht te krijgen op de

de chemie. Het kabinet werkt de komende tijd uit

CO2-afvang en opslag (CCS) is permanent nodig voor koolstofverwijdering

een intra-Europese waterstoftransportinfrastruc-

welke maatregelen aanvullend nodig zijn om het

CO2-afvang en opslag (CCS) is zowel in de transitie

op de verhouding tussen vraag en aanbod. Indien

tuur, met eventuele uitbreiding naar landen in

binnenlandse aanbodpotentieel voor duurzame

als op lange termijn nodig. In deze fase van de

hier schaarste dreigt, bekijkt het kabinet hoe kan

Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

koolstofdragers maximaal te ontsluiten, waaron-

transitie is toepassing van CO2-afvang en opslag

worden geborgd dat de schaarse opvangcapaciteit

der een biogrondstoffenstrategie, en zal daarnaast

bij fossiel energiegebruik in de industrie cruci-

maatschappelijk optimaal wordt benut.

Minimalisering gebruik fossiele koolstof, opbouw keten duurzame koolstof en afbouw gasketen

een importstrategie ontwikkelen.

aal om snel emissies te reduceren. Aangezien er

Het kabinet wil een verantwoorde afbouw van de

Inzet op forse opschaling van gebruik de uitrol van hernieuwbare elektriciteit en groene van lokale warmtebronnen

Het kabinet wil het gebruik van fossiele koolstof-

fossiele ketens. Aardgas heeft op dit moment een

waterstof is CCS essentieel om op tijd de beoogde

Het kabinet kiest ervoor om collectieve warmte-

dragers, zoals aardgas en aardolie, minimaliseren

belangrijke rol in het energiesysteem: van gaswin-

emissiereducties te behalen. Het kabinet zet dus

netten op te schalen en hierbij zoveel mogelijk

richting 2050 en verkent wat nodig is om een

ning tot gebruik als energiedrager in vrijwel alle

in op een tijdige uitrol van CCS-projecten op de

gebruik te maken van lokale duurzame warm-

fossielvrije samenleving te bereiken. Ondanks een

sectoren en als grondstof in de industrie. Aardgas

Nederlandse Noordzee. Ook in 2050 en daarna zal

tebronnen. Voor huidige warmtenetten worden

aanzienlijke afname van de totale koolstofvraag

zal ook nog in de transitiefase een belangrijke rol

CCS een rol blijven spelen als een van de routes

fossiele bronnen vervangen door duurzame bron-

door overstap op koolstofvrije energiedragers, zal

blijven spelen. Zo is nationale aardgaswinning en

voor koolstofverwijdering. Koolstofverwijdering

nen. In Nederland is een aanzienlijk potentieel aan

in 2050 nog steeds een substantiële koolstofvraag

import van LNG nu nog nodig om in onze vraag te

(ofwel negatieve emissies) is nodig voor een vol-

duurzame lokale warmtebronnen beschikbaar om

bestaan doordat er geen of zeer beperkt alter-

voorzien. Het tempo van de opbouw van duurzame

ledig klimaatneutrale samenleving omdat er ook

te gebruiken voor de verwarming van de gebouw-

natieven beschikbaar zijn in bepaalde sectoren.

alternatieven is voor een groot deel bepalend voor

uitstoot van broeikasgassen is, zoals methaanuit-

de omgeving en glastuinbouw zoals geothermie,

Dit geldt bijvoorbeeld voor brandstoffen in de

het tempo van de afbouw. In sommige sectoren

stoot bij de landbouw, die niet teruggebracht kan

restwarmte en aquathermie. Door deze bronnen

lucht- en scheepvaart en voor de productie van

zal aardgas de komende jaren nog een belangrijke

worden naar nul. Hierbij is het van belang dat er,

slim te gebruiken, kan de inzet van andere ener-

koolstofhoudende producten, zoals plastics, verf

terugvaloptie zijn. In lijn met de afbouw van het

bij voorkeur op EUniveau, beleid komt om de juis-

giedragers (groen gas, waterstof, elektriciteit)

en coatings. Vanwege de blijvende vraag naar

aardgasverbruik zal ook de Nederlandse aardgas-

te prikkels voor koolstofverwijdering te creëren.

en de druk op het energiesysteem en de ruimte

koolstof in het energiesysteem van 2050 is de

productie richting 2050 worden afgebouwd. Het

CO2-opslagmogelijkheden om zo zicht te houden

grenzen zitten aan het opschalingstempo voor

worden verlaagd. Lokale warmtebronnen zorgen

33

Hoofddocument

Nationaal plan energiesysteem

verder voor een grotere Nederlandse autonomie

Programma Energiebesparing. Het doel is het ver-

sturen. Hierbij zet het kabinet in op een mix van

binnen het Nationaal Programma Energiebespa-

en stabielere energieprijzen. Snelle duidelijkheid

minderen van het energiegebruik en verhogen van

maatregelen. Het kabinet werkt momenteel al

ring ingezet op betere ondersteuning van burgers,

is nodig over waar wel en waar geen collectieve

de energie-efficiëntie in de vraagsectoren. Binnen

op verschillende manieren aan energiebesparing.

bedrijven en instellingen met onder andere finan-

warmtenetten voorzien zijn om te voorkomen

dit programma werken overheden, bedrijfsleven,

Zo zijn er verplichtingen (zoals bijvoorbeeld de

cieringsinstrumenten.

dat individuele duurzame warmte-oplossingen de

(kennis)instellingen en non-gouvernementele or-

energiebesparingsplicht voor bedrijven en instel-

levensvatbaarheid van de collectieve oplossing in

ganisaties samen om de knop om te zetten naar

lingen), subsidies (zoals bijvoorbeeld de ISDE en

een gebied met potentie voor collectieve duurza-

een energiezuinig en duurzaam energiesysteem.

Efficiënt energiegebruik door de DUMAVA), nationale campagnes (zoals “Zet systeemkeuzes

me warmte ondermijnt. Naast de opschaling van

Kern van het Nationaal Programma Energie Be-

ook de knop om”) en zet het kabinet in op extra

Naast energiebesparing bij vraagsectoren - waar

warmtenetten zijn individuele volledig elektrische

sparing is het stellen van concrete sectorale be-

ondersteuning en versnelling via onder meer het

het

en hybride warmtepompen in combinatie met

sparingsdoelen om daar met gerichte maatregelen

Nationaal Isolatie Programma. Binnen het Natio-

Energiebesparing op gericht is - liggen er ook

duurzaam gas een belangrijke optie voor verduur-

actief op te sturen. Het kabinet gaat de komende

naal Programma Energiebesparing bekijkt het ka-

besparingskansen in het energiesysteem zelf. Het

zaming.

tijd in gesprek met partijen over hoe het program-

binet hoe de inzet bij deze bestaande maatregelen

kabinet kiest daarom voor een energiesysteem

ma en de samenwerking eruitziet. Het Programma

kan worden verhoogd en welke nieuwe maatre-

dat zo efficiënt Nationaal plan energiesysteem

2.2. Hoofdkeuze 2: Energiebesparing belangrijke hoeksteen in energiebeleid

moet goed aansluiten bij bestaande programma’s

gelen nodig zijn. Voor nieuwe maatregelen wordt

mogelijk omgaat met beschikbare bronnen. Ener-

die raken aan energiebesparing.

enerzijds gekeken naar generieke maatregelen

gieverliezen door conversie en transport vormen

zoals het ondersteunen van ondernemers bij het

een aanzienlijk deel van het energieverbruik. In

Extra inzet besparing in vraagsectoren door besparingsdoelen

nemen van energiebesparende maatregelen, het

het huidige energiesysteem is dit ca. 20% van ons

verkrijgen van financiering en het versterken van

totale energieverbruik. Waar dit mogelijk is, heeft

Het kabinet kiest ervoor om sterk in te zetten op

Op basis van de Europese energiebesparingsdoe-

toezicht en handhaving. Daarnaast gaat het om

directe elektrificatie de voorkeur om energiever-

energiebesparing. Energie die we niet gebruiken,

len, gaat het kabinet in het Nationaal Programma

sectorspecifieke energiebesparende maatregelen

liezen te beperken. Er zijn sectoren waarbij zowel

hoeven we ook niet op te wekken, te betalen, te

Energiebesparing een nationale besparingsdoel-

zoals procesoptimalisatie en restwarmtebenutting

elektriciteit als waterstof kan worden ingezet,

importeren of te transporteren. Energiebesparing

stelling vaststellen. Dit nationale doel krijgt een

binnen de industrie, het verminderen van de vraag

zoals industrie en mobiliteit. Directe elektrificatie

draagt daardoor direct bij aan de betaalbaarheid,

doorvertaling naar sectorale streefwaarden. Deze

naar mobiliteit, en het stimuleren van minder

voorkomt dan onnodige conversieverliezen die

vermindert de behoefte (en daarmee schaarste)

streefwaarden zijn een uitgangspunt voor de sec-

energie-intensieve activiteiten (zoals energiezui-

optreden bij het omzetten naar waterstof. Door

aan duurzame energie in de transitie, vermindert

torale transitiepaden. Deze streefwaarden maken

nigere teelten in de glastuinbouw).

het beperken van transport worden transportver-

onze afhankelijkheid van andere landen en be-

het mogelijk om per vraagsector te sturen op het

liezen beperkt. Mede daarom kiest het kabinet er-

perkt de transportuitdagingen zoals netcongestie.

behalen van het sectordoel om beter te monitoren

Energiebesparing moet aantrekkelijk zijn voor om daar waar mogelijk aanbod en vraag dicht

Hierdoor zorgt energiebesparing er voor dat de

waar besparingen achterblijven en waar kansen

Energiebesparing vergt een investering, maar

bij elkaar te organiseren. Bijvoorbeeld door wind

uitdaging van de energietransitie kleiner wordt,

liggen.

uitgangspunt is dat deze investering rendabel

op zee projecten aan te landen bij industriële clus-

moet zijn. Zeker bij de huidige hoge energieprij-

ters en in te zetten op lokale energiehubs (zie ook

evenals de impact van het energiesysteem op

34

bovengenoemde

Nationaal

Programma

Nederland (zoals het ruimtebeslag). Dit streven is

Gericht instrumentarium

zen verdienen veel investeringen zich binnen de

hoofdkeuze 1). Daarnaast wordt voor de warmte-

in lijn met Europese Energie-Efficiëntie Richtlijn

Het instrumentarium voor de klimaat- en ener-

levensduur terug. In veel gevallen zullen de maan-

voorziening zoveel mogelijk gebruik gemaakt van

(EED).

gietransitie richtte zich de afgelopen jaren vooral

delijkse besparingen op de energierekening groter

duurzaam beschikbare lokale bronnen, waaronder

op de vermindering van uitstoot. Hierdoor is het

zijn dan de maandelijkse financieringslasten van

restwarmte uit bijvoorbeeld industriële processen.

Nationaal Programma Energiebesparing

potentieel van energiebesparing deels onbe-

de investering. Dat is nog niet in alle gevallen zo.

Om betere sturing te kunnen geven aan energie-

nut gebleven. Het kabinet wil daarom vanaf nu

Hier wordt rekening mee gehouden bij het verder

besparing is het kabinet gestart met het Nationaal

actiever en directer op energiebesparing gaan

uitwerken van instrumentarium. Daarnaast wordt

35

Hoofddocument

Nationaal plan energiesysteem

Energiebehoefte meewegen bij inzet financiële middelen

wikkeling van beleid, technologie en infrastruc-

Prioritering bij aanleg infrastructuur

van de elektrolysecapaciteit en import van water-

tuur. Gedrag is sterk contextafhankelijk. Daarom is

Realisatiecapaciteit van nieuwe infrastructuur is

stof. CO2-vrije elektriciteit zal tot 2035 schaars zijn.

Het kabinet gaat de energiebehoefte ook meewe-

het belangrijk om bij het maken van beleid vooraf

krap. Dit zal de komende jaren zo blijven. Door

Dat betekent dat er tot die tijd beperkt CO2-vrije

gen bij de inzet van middelen voor klimaatopgave.

een analyse te maken van de gedragsbepalende

grote energieprojecten van nationaal belang te

elektriciteit beschikbaar is voor de productie van

Voor de inzet van budgetten uit fondsen of de be-

factoren, zoals motieven, kennis, vaardigheden en

realiseren, wil de overheid samen met betrokken

waterstof en synthetische brandstoffen. Vanaf on-

groting voor de klimaat- en energietransitie gaat

omstandigheden. Deze gedragsbepalende facto-

partijen snel resultaat boeken. In het Meerja-

geveer 2035 komt grootschaligere productie van

het kabinet de effecten op het energiegebruik ook

ren verschillen sterk per doelgroep en inzicht daar-

renprogramma infrastructuur Energie & Klimaat

groene waterstof in beeld.

meewegen. Voorheen zouden maatregelen die

in vergroot de effectiviteit en de acceptatie van

(MIEK) staan energieprojecten die een belangrijke

dezelfde uitstoot beperken tegen dezelfde kos-

beleid. Daarom gaat het kabinet waar mogelijk

basis vormen voor de energie-infrastructuur op de

ten gelijk gewogen worden, ondanks dat de ene

gedragswetenschappelijke inzichten meenemen

maatregel veel meer energie vraagt dan de an-

bij de ontwikkeling van klimaat- en energiebeleid,

der. In de toekomst zullen maatregelen die naast

onder andere via het Nationaal Programma Ener-

Inzet van groene waterstof in industrie lange termijn. Met het MIEK kan prioriteit worden en mobiliteit tot 2035. Daarna ook gegeven aan projecten die vanuit systeemper- beperkte inzet in gebouwde omgeving spectief nodig zijn. Hiertoe heeft het kabinet en landbouwsector.

uitstootbeperking ook leiden tot beperking van

giebesparing.

ook het prioriteringskader gepresenteerd. Dit

Groene waterstof zal met name in de chemische

prioriteringskader geeft richting aan welke pro-

en energie-intensieve industrie worden ingezet

2.3. Hoofdkeuze 3: Slim inzetten energie en infrastructuur

jecten binnen het MIEK prioriteit krijgen voor de

als grondstof en vanwege de vraag naar hogetem-

realisatie. Van belang is dat het kabinet hier een

peratuurwarmte. Daarnaast kan groene waterstof

brede afweging maakt, dus bij de prioritering van

worden ingezet voor zwaar wegtransport, binnen-

infrastructuur niet alleen kijkt naar het project zelf,

en zeevaart en luchtvaart, voornamelijk door deze

De hoeveelheid duurzame energie en energie-in-

maar ook rekening houdt met alternatieven die

waterstof om te zetten naar synthetische brand-

Het kabinet wil bij beleidsvorming beter inzicht in

frastructuur is de komende jaren schaars. Het is

er zijn aan de aanbod en vraagzijde voor andere

stof. Tot slot neemt groene waterstof in 2050 een

hoe gedragsverandering van burgers, bedrijven

nodig om prioriteiten te stellen waar verschillende

energiedragers als daar wel infrastructuur voor

belangrijke rol in het energiesysteem als bron voor

en instellingen kan helpen bij energiebesparing.

typen duurzame energiedragers ingezet worden.

beschikbaar is. Ook op regionaal niveau gebeurt

regelbare CO2-vrije elektriciteitsproductie. Het

Technologische oplossingen alleen leiden namelijk

Vanuit het systeemperspectief geldt dat schaarse

dit via het Provinciaal MIEK. Deze systematiek zal

kabinet stuurt er op dat waterstof in de gebouwde

niet automatisch tot de gewenste energiebespa-

duurzame energie daar wordt ingezet waar er

verder worden doorontwikkeld.

omgeving en landbouw alleen ingezet wordt als

ring. Zo wordt technologische vooruitgang deels

geen goede alternatieven zijn, het maatschappe-

tenietgedaan door consumptiegroei waardoor

lijk de meeste meerwaarde heeft en gericht is op

het totale energiegebruik en de bijbehorende

het behalen van de Europese doelen waar Neder-

voetafdruk minder afneemt dan gedacht, of zelfs

energiegebruik dus boven maatregelen komen met vergelijkbaar uitstooteffect maar meer energiegebruik.

Gedragsinzichten meenemen bij beleid voor energiebesparing

36

sluitstuk op plekken en momenten waar geen redelijk alternatief is en in principe pas na 2035. De

land zich aan verbonden heeft. Daarnaast weegt

CO2-vrije elektriciteit tot 2035 beperkt beschikbaar als bron voor waterstof en synthetische brandstoffen

toeneemt. Gedragsverandering heeft dan ook

het opbouwen van nieuwe ketens en markten

Waterstof en daarvan afgeleide energiedragers

beschikbaarheid van groen gas. Bijvoorbeeld voor

een enorme potentie om de energietransitie te

mee in deze prioritering. Om een nieuwe keten of

hebben een belangrijke rol in het energiesysteem

gebouwen die heel lastig op een andere manier te

versnellen: volgens het Intergovernmental Panel

markt van de grond te krijgen, zoals bij waterstof

wanneer elektriciteit geen oplossing kan bieden.

verduurzamen zijn, voor landbouwvoertuigen zo-

on Climate Change (IPCC) kan gedragsverandering

of warmte, kan het nodig zijn te prioriteren vanuit

De inzet van waterstof draagt hierdoor bij aan een

als tractoren waarvoor elektrificatie niet mogelijk

leiden tot 40-70% reductie van broeikasgassen in

het toekomstige belang van die keten voor het

robuust energiesysteem. Opschaling van elek-

is of de glastuinbouw op momenten dat onvol-

2050. Om deze potentie voor energiebesparing te

energiesysteem, ook als er nu nog alternatieven

trolysecapaciteit is afhankelijk van grootschalige

doende andere bronnen beschikbaar zijn.

benutten, is een omgeving nodig waarin duurzaam

zijn op basis van fossiele energie.

uitrol van hernieuwbare opwek. De omvang van

gedrag voor iedereen haalbaar en aantrekkelijk

de productie van waterstofdragers en syntheti-

wordt. Dat vraagt om een slimme en gerichte ont-

sche brandstoffen is afhankelijk van het vergroten

mate waarin waterstof in de gebouwde omgeving gaat worden ingezet is mede afhankelijk van de

37

Hoofddocument

Nationaal plan energiesysteem

Transformatie van de koolstofketen vereist actieve sturing

koolstofverwijdering te creëren. Het kabinet zet

baar, vooral op plekken waar CO2-reststromen uit

ren. Internationale samenwerking versterkt de

daarnaast in op innovatie op het gebied van kool-

biogene processen, zoals biobrandstoffenpro-

kennisbasis, leidt tot schaalvoordelen, versnelt

Het kabinet zet in op het minimaliseren van fossiel

stofverwijderingstechnieken.

ductie, kunnen worden benut. Zeer grootschalige

het innovatieproces en biedt economische kan-

koolstofgebruik en zo snel mogelijk verduurzamen

productie om te voorzien in de (Noordwest)-Euro-

sen. Het kabinet zoekt deze samenwerking ook bij

Synthetische brandstoffen heel koolstof nog onderdeel zijn van het energiesys- impactvol voor energiesysteem maar teem. Duurzame koolstofdragers (biogeen, recy- onzeker, keuze is nodig

pese vraag ligt nog niet voor de hand, omdat het

de ontwikkeling van nieuwe instrumenten door

waarschijnlijk is dat dergelijke productie elders in

de EU, bijvoorbeeld op het vlak van innovatie of

de wereld met lagere hernieuwbare energiepro-

regelgeving voor nieuwe markten zoals de water-

claat, synthetisch) zijn - zowel tijdens de transitie

Hoe de industrie er in Nederland uit komt te zien,

ductiekosten competitiever is.

stofmarkt en -bank.

als op lange termijn - schaars en daarom is actieve

is heel bepalend voor de omvang en vorm van de

sturing vereist om koolstofdragers daar in te zet-

energievraag in Nederland en daarmee hoe het

ten waar deze essentieel zijn, zoals als brandstof

energiesysteem er uit komt te zien. Uitgangspunt

Nederland als hub voor de Europese ma Verduurzaming Industrie en de Routekaart energiemarkt

voor internationale mobiliteit en als grondstof in

voor dit NPE is de keuze van het kabinet om – bin-

Verduurzaming Industrie het beeld van de ont-

Als grote producent van windenergie op de Noord-

de chemie. Daarom stuurt het kabinet erop dat

nen de mogelijkheden van het energiesysteem –

wikkeling van de energieintensieve industrie en

zee hebben we een unieke positie om duurzame

koolstof alleen gebruikt wordt op plekken waar

ruimte te bieden aan industrie in Nederland om te

de keuzes die hiervoor nodig zijn de komende tijd

elektriciteit op te wekken. Daarnaast ligt Neder-

geen goed en betaalbaar alternatief is. Dit bete-

verduurzamen en waarde te creëren. De industrie

verder uit.

land strategisch ten opzichte van grote steden en

kent dat koolstofhoudende energiedragers in 2050

in Nederland is van belang voor verdienvermogen,

alleen als sluitstuk wordt ingezet in Nationaal plan

werkgelegenheid, innovatief vermogen en strate-

energiesysteem de gebouwde omgeving, glas-

gische autonomie.

tuinbouw en binnenlandse mobiliteit. Het leeu-

Het kabinet wil meer zicht krijgen op hoe de

wendeel van de energiedragers zal in die sectoren

energie-intensieve industrie in Nederland er op

dus koolstofvrij zijn. Ook in de lucht- en zeevaart

de lange termijn uit gaat zien. Dit geldt met name

worden richting 2050 in toenemende mate kool-

voor de productie van synthetische brandstoffen

stofvrije energiedragers ingezet, maar de hiervoor

van blijvend koolstofgebruik. Ook na 2050 zal

38

Het kabinet werkt binnen het Nationaal Program-

industrieclusters in Noordwest-Europa. Ook heeft

2.4. Hoofdkeuze 4: Sterke internationale samenwerking en maximaal verbonden energiesysteem

Nederland sterke havens. Dit biedt grote kansen

voor de lucht- en scheepvaart. Indien de productie

Met het veranderende en nieuwe energiesysteem

een robuust, economisch krachtig en duurzaam

benodigde technologie is nog in ontwikkeling en

van synthetische brandstoffen in Nederland groot

staat Nederland in toenemende mate in verbin-

energiesysteem te komen. Nederland kan vanuit

dus zal in 2050 het merendeel van de energiemix

wordt, zijn hier veel (geïmporteerde) energie en

ding met andere landen, die elk ook transities

die rol duurzame elektriciteit van de Noordzee op

van deze sectoren in 2050 nog koolstofhoudend

grondstoffen voor nodig. Dit heeft grote impact

doormaken. Dit geldt zowel voor buurlanden,

de langere termijn netto exporteren naar omrin-

zijn.

op de ontwikkeling van het energiesysteem, om-

maar ook breder binnen de EU en mondiaal. Een

gende landen. Hierover wil het kabinet met om-

dat dit veel waterstof, elektriciteit en duurzame

sterk verbonden energiesysteem maakt het ener-

ringende landen afspraken maken, zodat lusten en

Een tweede reden om spaarzaam om te gaan

koolstof vraagt. Ook havens moeten zich hier

giesysteem robuuster, betrouwbaarder en effici-

lasten evenredig verdeeld worden.

met duurzame koolstof is omdat Nederland

tijdig op voorbereiden. De ontwikkeling van deze

ënter.

ook (niet-fossiele) koolstof nodig heeft voor het

productie is echter afhankelijk van een groot aan-

realiseren van negatieve emissies (koolstofver-

tal externe factoren, zoals het Europese en inter-

Samenwerking op strategische thema’s

Gezamenlijke planvorming energiesysteem

wijdering), ter compensatie van resterende broei-

nationale lucht en scheepvaart (verduurzamings)

Het kabinet zet in op internationale samenwerking

De afgelopen jaren heeft Nederland samenwer-

kasgasemissies, zoals uitstoot van methaan in de

beleid, de hoeveelheid internationaal transport en

op een aantal strategische thema’s, zodat we onze

king met omringende landen geïntensiveerd. Met

landbouwsector. Hoe meer emissies resteren, hoe

de internationale prijsontwikkelingen van energie,

kennis- en concurrentiepositie kunnen versterken,

name in het Pentalateraal Energieforum (België,

groter de behoefte zal zijn aan koolstofverwijde-

grond- en brandstoffen.

importketens kunnen ontwikkelen en Nederland-

Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Oos-

ring. Hierbij is het van belang dat er, bij voorkeur

Op dit moment lijkt beperkte productie van syn-

se oplossingen internationaal kunnen positione-

tenrijk, Zwitserland) en in de North Seas Energy

op EU-niveau, beleid komt om prikkels voor

thetische koolstofdragers in Nederland goed denk-

voor opslag, conversie en distributie in en tussen de verschillende energieketens. De inzet van het kabinet is om binnen EU-verband afspraken te maken hoe we als EU onze sterke eigenschappen als landen kunnen gebruiken om gezamenlijk tot

39

Hoofddocument

Nationaal plan energiesysteem

Cooperation (België, Denemarken, Duitsland,

kabinet wil daarom de nationale plannen ook in

beter benutten (m.n. opschalen) van de innovatie-

Een voorbeeld hiervan is het wettelijk mogelijk

Frankrijk, Ierland, Luxemburg, Nederland, Noor-

regionaal en Europees verband bespreken en op

ve kracht van het bedrijfsleven. Ook op nationaal

maken van het onderling uitwisselen van energie

wegen, Zweden, Europese Commissie) werkt

elkaar afstemmen. Het afgelopen jaar heeft bo-

niveau naast publiek-private samenwerking (PPS)

door burgers en bedrijven. Het kabinet stimuleert

Nederland samen aan vraagstukken rondom het

vendien laten zien hoe belangrijk internationale

– constructies bijvoorbeeld via Rijksbetrokkenheid

in bredere zin de ontwikkeling van lokale energie-

energiesysteem. De komende jaren wil het kabinet

samenwerking en solidariteit is voor het borgen

in staatsdeelnemingen. Een voorbeeld hiervan is

hubs. Dat zijn slimme systemen die lokaal vraag,

met deze samenwerkingsverbanden en bilateraal

van zekerheid en stabiliteit.

de uitbreiding van windenergie op zee en de ver-

opslag en aanbod aan elkaar koppelen waardoor

met onze omringende landen de stap zetten om

duurzaming van de industrie. Hierin moeten over-

het grotere energiesysteem wordt ontlast. Het

2.5. Hoofdkeuze 5: voorbeeld door afspraken te maken hoe hubs op Samen sturen

heden, netbeheerders en private partijen nauw

kabinet start hiervoor het Programma Stimulering

samenwerken.

Energiehubs. Dit programma realiseert meerdere

de ecologische draagkracht van de Noordzee. Of

De maatschappelijke en economische omslag die

Ketenbrede consortia

ontwikkeling ervan, door kennis te ontwikkelen

afspraken over infrastructuurontwikkeling, cir-

we met de energietransitie maken, is groot. Deze

De ketenbenadering in het NPE is erop gericht dat

en uit te wisselen en door knelpunten waar nodig

culariteit, (cyber)veiligheid en internconnectie en

transitie krijgen we alleen voor elkaar met de inzet

duurzame energiedragers tijdig en in voldoende

weg te nemen.

afspraken over het productieportfolio en strategi-

van de gehele samenleving: overheden, burgers,

mate beschikbaar moeten komen. Dit vergt al-

sche reserves zodat het internationale energiesys-

bedrijven, financiële en kennisinstellingen, maat-

lereerst productie, import en daartoe benodigde

teem als geheel robuust wordt.

schappelijke organisaties, etc. Dat vraagt om meer

Betrokkenheid van burgers, bedrijven en infrastructuur voor transport, conversie en opslag. instellingen

maatschappelijke samenwerking en zeggenschap.

Ten tweede gaat het om het ontwikkelen van

Het kabinet vindt het belangrijk dat burgers, bedrij-

Marktwerking in een internationaal verbonden energiesysteem

Het kabinet wil de energietransitie samen met

de keten van vraag tot aanbod. Dit betekent dat

ven en maatschappelijke organisaties betrokken

overheden, burgers en bedrijven vormgeven. Om

ketens en markten ontwikkeld moeten worden,

zijn bij keuzes voor beleid én bij de uitvoering van

Het Nederlandse energiesysteem is onderdeel van

vroegtijdig signalen uit de samenleving te ontvan-

vraag gestimuleerd en dat dit tegelijk oploopt. Een

de energietransitie. De kabinetsvisie op burger-

de interne Europese energiemarkt. Dit betekent

gen over de voortgang van de energietransitie en

keten komt in deze fase moeilijk tot stand. Het is

betrokkenheid in de energietransitie schetst hoe

dat er vrije energiestromen zijn over de Neder-

de daaruit voortkomende dilemma’s, kansen en

van belang dat al deze elementen in samenhang

het kabinet, medeoverheden en maatschappelijke

landse grens. Daarmee wordt de Nederlandse

risico’s zal het kabinet de dialoog met burgers,

worden gerealiseerd. Er zijn risicovolle en substan-

partners actiever initiatief van burgers wil facili-

energiemix sterk beïnvloed door de energiemix uit

bedrijven en instellingen voortzetten voorafgaand

tiële investeringen nodig die veelal geen rendabele

teren, en hoe het kabinet burgers actiever willen

andere landen en zal ook in Nederland opgewekte

aan de jaarlijkse Energienota.

business case kennen. Naast goede instrumenten

betrekken bij de transitie. De uitgangspunten van

energie naar andere lidstaten stromen. Het kabi-

en flankerend beleid om tot opschaling te komen,

deze visie gelden ook voor bedrijven en maat-

Participatief en nieuwe manieren van Samenwerking met andere Europese landen is samenwerken

zullen thematische consortia gevormd moeten

schappelijke instellingen. Actieve betrokkenheid

worden. Dit moet gebeuren tussen private partijen

van burgers en bedrijven bij keuzes en ontwikke-

cruciaal voor een stabiel en betaalbaar energiesys-

Het veranderende energiesysteem vraagt ook om

onderling én tussen publieke en private partijen,

lingen in de energietransitie vergroot het draag-

teem, temeer omdat de productie van elektriciteit

nieuwe manieren van samenwerken, door bur-

die deze risicovolle investeringen samen kunnen

vlak, neemt drempels weg voor mensen die zelf

op basis van grotendeels hernieuwbare bronnen

gers, bedrijven en overheden. Deze moeten pas-

dragen.

graag een grotere bijdrage willen leveren en leidt

in steeds sterkere mate beïnvloed wordt door

sen bij hoe we in de toekomst energie gebruiken,

weersomstandigheden. Nederland blijft daarom

bij de nieuwe verdienmodellen in de economie

Lokale energie-initiatieven

transitie benutten. Het kabinet gaat onderzoeken

inzetten op een versterkte integratie van de Euro-

en het mogelijk maken effectief kennis en erva-

Het kabinet staat positief tegenover lokale ener-

welke sociaal-maatschappelijk beleidsinstrumen-

pese markt op elektriciteit, gas en waterstof.

ring te delen binnen de transitie. Dit geldt op alle

gie-initiatieven, en waardeert de bijdrage van de

ten bruikbaar zijn om initiatief te faciliteren en om

schaalniveaus. Bijvoorbeeld lokaal voor het reali-

mensen die zich met deze initiatieven in willen

burgers beter te betrekken bij het maken van beleid.

Daarmee is Nederland voor de verduurzamings-

seren van een energiehub of het realiseren van een

zetten voor de energietransitie. Daarom zet het

opgave van het energiesysteem intrinsiek afhan-

warmtenet dat zowel woningen als glastuinbouw

kabinet in op het wegnemen van drempels voor

kelijk van de keuzes die andere landen maken. Het

bedient. Of binnen een keten of sector voor het

deze initiatieven, en meer hulp om ze te faciliteren.

echt tot gezamenlijke planvorming te komen. Bijde Noordzee gezamenlijk te ontwikkelen, binnen

net vindt deze versterkte integratie ook wenselijk.

40

energiehubs, door het lokaal ondersteunen van de

ertoe dat we beter de economische kansen van de

41

Hoofddocument

3. Ontwikkelrichting 2050 Dit hoofdstuk beschrijft de ontwikkelrichting tot 2050. Uitgangspunt hiervoor zijn de keuzes die in Hoofdstuk 2 staan. Deze ontwikkelrichting is nodig zodat tijdig de juiste ontwikkelingen in gang kunnen worden gezet. De aanleg van energie-infrastructuur bijvoorbeeld is niet van de ene op de andere dag gerealiseerd en vraagt om tijdige en onderbouwde reserveringen in ruimte en middelen. Vandaar dat het kabinet ervoor kiest in dit NPE een ontwikkelrichting naar 2050 te schetsen. Het beeld en de route die het kabinet in dit hoofdstuk schetst, is richtinggevend voor het beleid van de komende jaren. De ontwikkelrichting in het NPE kent ook nog veel onzekerheden. Voor een deel kan het kabinet regie nemen en onzekerheden wegnemen door beleid in te zetten, maar niet alles is te voorspellen of te sturen. De transitie naar een duurzaam energiesysteem vraagt daarom een aanpak die adaptief van aard is. Dit betekent dat de ontwikkelrichting, net als de rest van het NPE, periodiek herijkt zal worden op basis van nieuwe ontwikkelingen. De ontwikkelrichting vormt dus geen blauwdruk maar een adaptief plan om richting de toekomst te bewegen. Dit betekent ook dat de keuzes die gemaakt worden robuust moeten zijn gegeven de onzekerheden.

42

43

Hoofddocument

Nationaal plan energiesysteem

Schematische weergave van verschuivende omvang en verhoudingen in het eindgebruik van energie en de verduurzaming van de ketens gedurende de verschillende fases in de transitie. Pijlen geven de richting aan van onderlinge afhankelijkheden tussen ketens, die verschuift van inzet van (fossiele) koolstofdragers voor waterstof en elektriciteit naar inzet van (CO2-vrije) elektriciteit voor groene waterstof en hernieuwbare koolstofdragers.

Koolstof

3.1. Vier fasen richting 2050

gebeurt alleen nog in kleinschalige projecten. In

Het kabinet schetst in het NPE een ontwikkelrich-

uitstoot van CO2 tot gevolg. Ook zet het kabinet in

ting naar een klimaatneutraal energiesysteem ver

op de verbetering van energie-efficiëntie en ener-

voor 2050. Stap voor stap bouwt Nederland het

giebesparing zodat er minder energie en infra-

gebruik van (fossiele) koolstof af en bouwt het een

structuur nodig zijn. Bij de vraagsectoren ontstaat

combinatie van CO2-vrije elektriciteit, waterstof,

in deze fase een helderder beeld wat er vanuit het

warmte en duurzame koolstofdragers op. On-

energiesysteem voor nodig is om te kunnen ver-

derdeel van deze ontwikkeling is de opbouw van

duurzamen. Ook worden verdere stappen gezet

markten voor duurzame energie die nu nog niet

in de verduurzaming. Zo worden bijvoorbeeld

bestaan of nog stevig moeten ontwikkelen. Het

woningen en gebouwen geïsoleerd en groeit de

kabinet ziet in deze ontwikkeling verschillende fa-

uitrol van (hybride) warmtepompen. Het energie-

sen, waarbij de focus tussen de ketens verschuift.

systeem als zodanig verandert in deze fase slechts

De verduurzaming van de verschillende ketens

beperkt: dezelfde soort energiedragers worden

loopt dan ook niet gelijktijdig. Schematische weer-

gebruikt voor dezelfde gebruikerssectoren. Door

gave van verschuivende omvang en verhoudingen

de snelle verduurzaming van de elektriciteitspro-

in het eindgebruik van energie en de verduurza-

ductie loopt het huidige systeem tegen grenzen

ming van de ketens gedurende de verschillende

aan. Dit uit zich bijvoorbeeld in netcongestie op

fases in de transitie. Pijlen geven de richting aan

landelijke, regionale en lokale elektriciteitsnetten.

van onderlinge afhankelijkheden tussen ketens,

Daarom wordt in deze fase al flink geïnvesteerd

die verschuift van inzet van (fossiele) koolstofdra-

om de elektriciteitsnetten te verzwaren.

deze fase start CCS, met een flinke reductie van de

gers voor waterstof en elektriciteit naar inzet van

Waterstof

(CO2-vrije) elektriciteit voor groene waterstof en

2025-2030: In deze fase gaan de eerste grote

hernieuwbare koolstofdragers.

verschuivingen tussen de ketens plaats vinden. We rijden meer in elektrische auto’s, gaan steeds

Elektriciteit

Deze ontwikkeling tot 2050 is afgebeeld in de

meer huizen met (hybride) warmtepomp ver-

figuur hierboven en krijgt hieronder per fase een

warmen en elektrificeren industriële processen.

nadere toelichting.

Opslag van energie krijgt een steeds grotere rol

Warmte

in het systeem. Warmtenetten voor gebouwde

Fossiel CO2 vrije elektriciteit

44

Biogeen en rest-C

Mix fossiel en CO2 vrij

CO2 vrije warmte

Inzet met (B)CCS

Heden-2025: De energietransitie is al in volle

omgeving en glastuinbouw groeien in aantal en

gang. In de fase waar we ons op dit moment in

worden steeds meer voorzien via hernieuwbare

bevinden, wordt de huidige elektriciteitsproductie

warmtebronnen. De beschikbaarheid van groen

verduurzaamd. De eerste grote windparken op zee

gas wordt opgeschaald middels de bijmeng-

worden in gebruik genomen en de productie van

verplichting voor de gebouwde omgeving. Bij

zon en wind op land groeit snel. Fossiele koolstof-

bestaande warmtenetten wordt (rest)warmte uit

dragers zoals olie en gas vormen nog de basis voor

fossiele koolstofbronnen steeds vaker vervangen

alle ketens. De productie van groene waterstof

door duurzame bronnen, zoals uit aardwarmte.

45

Hoofddocument

Nationaal plan energiesysteem

3.2. Ontwikkelrichting per energieketen

De industrie vervult een cruciale vliegwielfunctie

uitstoot. Dit betekent dat er voldoende flexibele

groeien. Het energiesysteem raakt steeds sterker

in deze fase van de energietransitie. Door flexibel

opwekmogelijkheden (en opslag) moeten zijn voor

verknoopt met omringende landen, ook via ver-

te elektrificeren maakt de industrie de snelle uitrol

als het niet waait en de zon niet schijnt. Het is een

bindingen tussen energiehubs op de Noordzee.

van met name windenergie op zee mogelijk. Het

enorme opgave om dit tijdig gereed te krijgen. De

Vanaf 2035 vervangen duurzame koolstofdragers

In de pagina’s hieronder wordt per energieketen

elektriciteitsgebruik neemt hierdoor sterk toe en

vraag naar (CO2-vrije) waterstof groeit in industri-

in toenemende mate fossiele grondstoffen in de

bondig beschreven hoe de ontwikkeling van de

vervangt hiermee fossiele koolstof. De groei van

ële processen, ten behoeve van regelbare elektri-

chemische industrie. Ook gebruiken internatio-

keten tot 2050 er uit ziet en wat de belangrijke

CO2-vrije elektriciteitsproductie zet door om deze

citeitsproductie en voor scheepvaart. Om aan deze

nale lucht- en scheepvaart steeds meer duurzame

onzekerheden zijn in deze ontwikkeling.

groeiende vraag te matchen. De productie van

vraag te voldoen zal naast onze eigen productie

brandstoffen. Bij voldoende beschikbaarheid van

groene waterstof begint op te schalen, de import

van groene waterstof ook grootschalige import en

waterstof en CO2-vrije elektriciteit kan ook de pro-

van waterstof vangt aan en hierdoor ontstaat ge-

aanvulling met blauwe waterstof plaatsvinden. In

ductiecapaciteit voor synthetische koolstofdra-

bruik van hernieuwbare en koolstofarme water-

de gebouwde omgeving en glastuinbouw gaat de

gers groeien. De mondiale beschikbaarheid van

stof. Een landelijk transportnetwerk voor water-

uitrol van warmtenetten gestaag door en groeit

duurzame koolstofdragers wordt steeds krapper

stof wordt in gebruik genomen zodat de industrie

het aandeel duurzame warmte. Ook de uitrol van

door het uitfaseren van fossiele koolstof. Hierdoor

toegang heeft tot groene waterstof. Daarnaast is

warmtepompen gaat voortvarend door. Zwaar

ontstaan steeds sterkere prikkels om het gebruik

er steeds meer flexibilisering van de elektriciteits-

wegverkeer wordt steeds meer emissievrij door

ervan toe te spitsen op toepassingen waar geen of

vraag om beter om te kunnen gaan met de grotere

elektrificatie en inzet van andere CO2-vrije ener-

geen praktisch haalbare alternatieven zijn, bijvoor-

weersafhankelijkheid in het energiesysteem. De

giedragers. Het gebruik van koolstofdragers voor

beeld op basis van elektriciteit en waterstof. Als

verzwaring van elektriciteitsinfrastructuur gaat

elektriciteitsproductie neemt steeds verder af. Om

gevolg van ontwikkelingen in de beschikbaarheid,

door en er zijn nog steeds uitdagingen rondom

de betrouwbaarheid van het elektriciteitssysteem

betaalbaarheid en toepasbaarheid van alternatie-

netcongestie. We zien ook de uitdagingen groeien,

te borgen is er rond 2035 mogelijk nog behoefte

ven, kan de inzet van groen gas tussen bepaalde

omdat steeds meer afstemming nodig is om ge-

aan koolstofdragers voor regelbaar vermogen.

toepassingen gaan verschuiven. Ver voor 2050 is

lijktijdig onderling afhankelijke ontwikkelingen te

Naast koolstofvrije en koolstofarme waterstof,

het energiesysteem volledig klimaatneutraal.

laten plaatsvinden.

hebben biogrondstoffen of aardgas met CCS dan mogelijk nog een tijdelijk rol om de behoefte

2030-2035: In de derde fase is er steeds meer

aan CO2-vrij regelbaar vermogen in te vullen.

CO2-vrije elektriciteit beschikbaar door verdere

Daarnaast neemt het aandeel duurzame koolstof

vergroting van productie op o.a. de Noordzee. Op

in producten en brandstoffen steeds verder toe,

momenten dat het hard waait of de zon schijnt en

waarvoor ook de import van duurzame koolstof-

er veel productie is, wordt steeds meer elektriciteit

dragers toeneemt, met name biogrondstoffen.

opgeslagen en omgezet in groene waterstof. Dit

46

gebeurt deels al direct in een hub op de Noordzee

2035-2050: In deze fase neemt de productie van

waarna de waterstof met een buisleiding aan land

CO2-vrije elektriciteit verder toe door het gereed-

komt. Waterstof kan ook in toenemende mate on-

komen van nieuwe kerncentrales en verdere groei

dergronds worden opgeslagen om flexibele inzet

van hernieuwbare productie. De uitrol van wind

ervan mogelijk te maken. Aan het einde van deze

op zee gaat door al wordt hier verder op zee steeds

periode werkt de eerste nieuwe kerncentrale en

meer direct waterstof van gemaakt. Hierdoor

gaat de uitstoot van de elektriciteitsketen naar 0

kan de productie van groene waterstof verder

47

Hoofddocument

3.2.1.

Elektriciteit

Elektriciteit in de transitiefase • Het kabinet zet in op netto nul uitstoot van

Elektriciteit in 2050

elektriciteitssysteem in 2035. De elektriciteits-

• In 2050 vormt CO2-vrije elektriciteit onze 

vraag is dan al ruim verdubbeld. Maximale groei

grootste bron van energie: Elektrificatie is voor

van het CO2-vrije aanbod is daarom nodig. De

veel toepassingen de preferente verduurzamings-

hoeveelheid wind op zee groeit tot rond 35 GW in

route. Het kabinet zet er op in dat in 2050 de

2035. Ook wind op land en zon-pv groeien verder

binnenlandse productie van elektriciteit zowel de

door. Omgebouwde gascentrales vullen de vraag

(dan veel grotere) directe elektriciteitsvraag in de

flexibel aan. Vanaf 2035 dragen de nieuwe kern-

verschillende eindgebruikerssectoren kan bedie-

centrales bij aan de verbreding van de energiemix

nen, als ook beschikbaar is voor het produceren

en robuustheid van het energiesysteem.

Bronnen voor en inzet van elektriciteit over de tijd

van andere energiedragers zoals waterstof en koolstofdragers of export naar onze buurlanden.

• Realiseren gebalanceerd flexibiliteitsportfolio:

Om in 2050 ruim verviervoudiging van het totale

Parallel aan de opschaling moet veel meer flexi-

elektriciteitsaanbod ten opzichte van het huidige

biliteit ontstaan in het systeem, zodat vraag en

gebruik mogelijk te maken zet het kabinet in op

aanbod zich steeds op elkaar kunnen aanpassen.

snelle opschaling van wind-, zon- en kernenergie.

Het kabinet zet zich in voor heldere kaders en

We bereiden ons voor op mogelijke ontwikkeling

randvoorwaarden om de ontwikkeling van flexibi-

en inpassing van rond 70 GW wind op zee, 3,5 - 7

liteit en voldoende diversiteit in de toepassing van

GW kernenergie en significante doorgroei van her-

deze opties zeker te stellen.

nieuwbare energie op land. • Forse, tijdige uitbreiding en efficiënt gebruik

Onzekerheden

elektriciteitsinfrastructuur: Het kabinet zet vol

• De benodigde doorgroei van elektriciteitspro-

in op netverzwaring en het beter benutten van het

Bronnen voor elektriciteit

ductie – en vraag na 2035 is erg afhankelijk van

net. De ontwikkeling van het elektriciteitssysteem

Wind op zee

maatschappelijke en economische ontwikkelingen

zal meer planmatig en gebiedsgericht worden

die de omvang van ons energiegebruik bepalen,

benaderd. Dit draagt bij aan de snelheid en toe-

waaronder specifiek de mate van productie van

komstbestendigheid van netuitbreidingen.

waterstof en duurzame brandstoffen in Nederland. Tot 2035 is maximale groei no-regret. Moge-

• Strategische verbondenheid binnen Europa:

lijk kunnen ook technologische doorbraken een rol

Samenwerking maakt het systeem betrouwbaar-

spelen in het toekomstbeeld, bijvoorbeeld bij zon

der en betaalbaarder. Het kabinet zet zich ervoor

op water en gevels, kleine modulaire kernreacto-

in dat de robuustheid van het Europese elektri-

ren en langetermijnelektriciteitsopslag.

citeitssysteem ook in de toekomst geborgd is en

Inzet als eindgebruik

Kernenergie

Gebouwde omgeving

Wind op land

Waterstof

Industrie

Zon PV

Koolstof

Transport (nationaal) Transport (internationaal) (niet goed zichtbaar)

Inzet in andere ketens en verliezen Inzet voor waterstof, koolstofdragers en warmtelevering Verliezen in keten Omzettingsverlies

Landbouw

dat iedere lidstaat daar op een eerlijke manier aan bijdraagt en van profiteert.

48

49

Hoofddocument

3.2.2. Waterstof

• Productie van biogene en synthetische brandstoffen in Nederland is zeer bepalend voor de

Waterstof in 2050

waterstofvraag. De productie van deze brand-

• Waterstof vervult in 2050 een systeemrol voor

stoffen vormt in 2050 mogelijk een nieuwe waar-

het energiesysteem en wordt vooral ingezet in

deketen met zeer hoge waterstofvraag. Groot-

de industrie en voor (internationale) mobiliteit.

schalige productie van synthetische brandstoffen

Hernieuwbare (“groene”) waterstof zal binnen-

in Nederland ligt niet voor de hand.

Bronnen voor en inzet van waterstof over de tijd

lands grootschalig worden geproduceerd, vooral tijdens periodes van overvloedig aanbod van CO2-

Waterstof in de transitiefase

vrije elektriciteit. Daarnaast vindt import plaats

• Tot 2035 gebalanceerde opschaling groene wa-

vanuit verschillende landen. Waterstof(dragers)

terstofproductie. Het kabinet zet in op innovatie

zullen met name worden ingezet in de energiein-

en verdere opschaling van elektrolyse. Het tempo

tensieve industrie; voor hoge-temperatuurwarm-

van opschaling hangt af van de beschikbaarheid

te en als grondstof. Waterstof wordt ingezet voor

van groene elektronen.

flexibele elektriciteitsproductie op momenten

De productie van groene waterstof wordt aan-

met minder wind en zon en in de (internationale)

gevuld met koolstofarme (blauwe) waterstof en

scheep- en luchtvaart. In andere sectoren wordt

import. Hiermee wordt de sterk groeiende vraag

waterstof alleen ingezet op plekken waar geen re-

-vooral in de industrie- voorzien en komt de keten

delijk alternatief is. Om fluctuaties van productie

voor waterstof steeds verder tot ontwikkeling.

en vraag te balanceren, en voor een strategische

Het grootste deel van de gebruikte waterstof zal

voorraad, zal voldoende opslagcapaciteit moeten

in deze periode nog een fossiele basis hebben. Er

bestaan.

wordt een landelijk transportnet aangelegd om vraag- en aanbod te verbinden.

Onzekerheden

Bronnen voor waterstof

Inzet als eindgebruik

Inzet in andere ketens en verliezen

• De waterstofketen en -markt staan nog aan

• Richting 2035 en verder steeds groter deel van

Productie uit aardgas

het begin van hun ontwikkeling. Er is daar-

extra elektriciteitsaanbod omzetten in groene

Restgassen industrie

Industrie

om nog grote onzekerheid over internationale

waterstof. Waterstofproductie gebeurt richting

Elektrolyse

Transport (nationaal)

Verliezen in keten (niet goed zichtbaar)

marktomstandigheden, prijzen, ontwikkeling van

2035 deels direct op zee. Richting 2040 zet het

Benodigde import

Transport (internationaal)

Omzettingsverlies

de vraag, en concurrerende mogelijkheden. De

kabinet in op een elektrolysecapaciteit van 15 -

omvang van de keten in Nederland, de balans

20GW en ontstaat vraag naar en ruimte voor toe-

tussen eigen productie en import, en de omvang

passing ten behoeve van internationaal transport,

van eventuele doorvoer wordt mede door deze

brandstoffenproductie en overige toepassingen.

ontwikkelingen bepaald. Bovendien zijn nog aller-

Grijze en blauwe waterstof worden steeds verder

lei innovaties nodig om ontwikkelingen mogelijk

vervangen door groen.

Gebouwde omgeving

Inzet voor elektriciteit, koolstofdragers en warmtelevering

Landbouw (niet goed zichtbaar)

te maken, zoals bij productie van waterstof op zee en waterstofopslag. 

50

51

Hoofddocument

3.2.3. Koolstof

specifiek de omvang van de sectoren met essenti-

Koolstofdragers in 2050

komstige koolstofvraag. Het is nog erg onduidelijk

• Het gebruik van fossiele koolstofdragers in

of en hoe deze structuur onder invloed van de tran-

2050 wordt tot een minimum beperkt en indien

sitie zal veranderen. Van belang is dat de mondiale

mogelijk helemaal uitgefaseerd, in lijn met het

markten voor duurzame koolstofdragers én voor

doel van een volledig circulaire economie.

alternatieven als waterstof zich nog in de begin-

• Koolstofdragers blijven in 2050 belangrijk in

fase bevinden en nog tot een evenwicht moeten

het energiesysteem. Voor veel toepassingen

komen. Benodigde innovaties voor productie -en

wordt overgestapt naar koolstofvrije energie-

conversieprocessen kunnen in verschillende mate

dragers, zoals elektriciteit, duurzame warmte en

slagen en dat evenwicht beïnvloeden.

waterstof, om CO2-uitstoot te vermijden. Maar

ële koolstofvraag, is van groot belang voor de toe-

Bronnen voor en inzet van koolstofdragers over de tijd

dat kan lang niet overal. De hoeveelheid gebruikte

Koolstof in de transitiefase

koolstofdragers is daarom in 2050 weliswaar veel

• Richting 2030 neemt de inzet van koolstofd-

kleiner dan nu, maar nog altijd substantieel. De

ragers als brandstof in alle binnenlandse sec-

resterende koolstofvraag wordt duurzaam inge-

toren af door energiebesparing en vervanging

vuld: met biogrondstoffen, secundaire grondstof-

door koolstofvrije energie, zoals elektriciteit,

fen en synthetische koolstofdragers.

waterstof en lokale warmte. Productie en inzet

• Vanwege de verwachte schaarste moeten 

van duurzame koolstofdragers, zoals groen gas en

duurzame koolstofdragers daar worden ingezet

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14098013/1