landelijk 3 Nationaal Plan Energiesysteem
Tekst van het document
biobrandstoffen, worden opgeschaald. Daarnaast
waar deze essentieel zijn: als grondstof in de che-
zet het kabinet in op innovatie van, onder andere,
mie en als energiedichte brandstof voor de lucht-
conversietechnieken voor duurzame koolstofdra-
en zeevaart. Alleen waar alternatieven technisch
gers, en op ambitieus EU-beleid voor het gebruik
moeilijk toepasbaar of onvoldoende betaalbaar
van duurzame grondstoffen in de chemie.
Bronnen voor koolstofdragers
zijn, worden in 2050 nog koolstofdragers als sluit-
• Vanaf 2030 worden de ketens voor productie
Olie
stuk ingezet in de overige sectoren.
en verwerking van duurzame koolstofdragers
• Het kabinet zet in op maximaal ontsluiten van
verder opgebouwd. Het energetisch gebruik van
Aardgas Kolen
Biogrondstoffen (binnenlands) Biogrondstoffen (import) Recyclaat en inputs synthetische koolstofdragers
Inzet als eindgebruik Gebouwde omgeving Industrie
Inzet in andere ketens en verliezen Elektriciteitsproductie Waterstofproductie
Mobiliteit (nationaal)
Warmtelevering (Niet goed zichtbaar) Omzettingsverlies
aanbod aan duurzame koolstofdragers. Ook bij
koolstofdragers wordt verder afgebouwd door
gebruik in uitsluitend essentiële toepassingen is
elektrificatie en de inzet van waterstof. Richting
Mobiliteit (internationaal)
het binnenlands aanbod aan duurzame koolstof-
en voorbij 2040 neemt zowel de productie en
dragers ontoereikend en is substantiële import
import als de inzet van duurzame koolstofdragers
Landbouw (niet goed zichtbaar)
nodig. Naast maximale inzet op het vergroten en
in de chemie en internationale mobiliteit snel toe.
benutten van binnenlands aanbod komt er daar-
Binnen het energiesysteem wordt door opslag van
om ook een importstrategie.
nietfossiele CO2 koolstofverwijdering gerealiseerd om als samenleving als geheel klimaatneutraal te
Onzekerheden
kunnen worden.
• De structuur van de Nederlandse economie, en
52
53
Hoofddocument
3.2.4. Warmte
zijn individuele volledig elektrische en hybride
• Warmtenetten met duurzame warmtebronnen
gas belangrijke opties voor verduurzaming. De
vervullen in 2050 een significant deel van de
inzet van collectieve warmtevoorziening kan dus
warmtebehoefte van de gebouwde omgeving
niet los gezien worden van andere ontwikkelin-
en glastuinbouw. In Nederland is een aanzienlijk
gen bij de eindgebruikers. Het is mede hierdoor
potentieel aan duurzame lokale warmtebronnen
onzeker welk deel van de gebouwde omgeving
beschikbaar die kunnen worden ingezet voor de
op een warmtenet over zal gaan. Dit hangt af van
verwarming van de gebouwde omgeving en glas-
de keuzes die gemaakt worden per wijk. Ook de
tuinbouw. Door deze bronnen te ontsluiten kan de
beschikbaarheid, type en kosten van duurzame
vraag naar andere energiedragers (o.a. groen gas,
warmtebronnen is nog niet overal bekend. Het re-
waterstof, elektriciteit) worden beperkt en wordt
alistisch potentieel per warmtebron wordt hiertoe
het energiesysteem ontlast. De slimme inzet van
nader uitgewerkt.
warmtepompen in combinatie met duurzaam
Bronnen voor en inzet van warmte over de tijd
lokale warmtebronnen zorgt verder voor een grotere autonomie en stabielere energieprijzen.
Warmte in de transitiefase
Bij het benutten van lokale warmte wordt ook
• Richting 2030 wordt collectieve warmtevoor-
de koelvraag bezien. Het kabinet zet in op de op-
ziening voor de gebouwde omgeving opge-
schaling van (collectieve) warmtelevering aan de
schaald naar 50 PJ waarvan minimaal 30 PJ uit
gebouwde omgeving en landbouw, richting orde-
duurzame bronnen komt, mede door fossiele
grootte 150 PJ in 2050.
bronnen te vervangen. Ook vindt sterke opscha-
• Warmteopslag draagt bij aan systeemintegra-
ling plaats van aardwarmte en restwarmte voor
tie en efficiëntere inzet duurzame warmtebron-
gebruik in de glastuinbouw. De mogelijkheden
nen. Warmteopslag maakt het mogelijk om de
voor collectieve warmte en andere oplossingen
warmtevraag te verlagen bij tekorten op het elek-
worden nader geïdentificeerd. Gemeenten stellen
Bronnen voor warmte
triciteitsnet en te verhogen bij overschotten. Hier-
voor steeds meer wijken vast naar welk toekomst-
naast kan warmteopslag een grotere benutting
beeld wordt toegewerkt.
Aftapwarmte en afvalverwerking
van duurzame warmtebronnen (meer vollasturen)
• Na 2030 verdere groei van duurzame bronnen
Hernieuwbare warmtebronnen
faciliteren, de piekvraag verlagen en bijdragen aan
en afbouw van inzet fossiel. De glastuinbouw
Restwarmte
het voorkomen van congestie. Het kabinet zet
heeft de ambitie emissievrij te zijn in 2040. De
daarom in op de doorontwikkeling en opschaling
totale vraag naar duurzame (collectieve) warmte
van warmteopslag bij collectieve warmte.
bedraagt in 2040 rond 100 PJ en in 2050 rond 150 PJ.
Inzet als eindgebruik Biogrondstoffen Elektriciteit Waterstof
Gebouwde omgeving
Verliezen Verliezen
Landbouw
Onzekerheden • De verduurzaming van de warmtevraag is een breder vraagstuk dan enkel de uitrol van collectieve warmtevoorzieningen. Energiebesparing speelt hierbij een belangrijke rol. Naast warmtenetten
54
55
Hoofddocument
4. Borging Om te borgen dat het NPE daadwerkelijk richtinggevend is voor het energiesysteem van de toekomst, zijn sturing, een heldere governance, betrokkenheid van publieke en private stakeholders, monitoring en wettelijke borging essentieel. In dit hoofdstuk volgt een eerste uitwerking van deze elementen.
56
57
Hoofddocument
Nationaal plan energiesysteem
4.1. NPE als basis voor samenwerking
•
4.2. Beleids- en uitvoeringsagenda
beleidscyclus kort toegelicht:
Het NPE legt een verbinding tussen de verschil-
met de netbeheerders en de Rijksoverheid. Dat be-
Het kabinet stelt na verschijnen van dit NPE een
de voortgang van het energiesysteem en van het
lende ketens en sectoren. Het vormt daarmee de
tekent dat energieproductie, –opslag en –conver-
beleids- en uitvoeringsagenda op om de keuzes
realiseren van plannen uit het NPE.
basis voor een continu gesprek binnen en tussen
sie samen met het Rijk en netbeheerders in samen-
in het NPE te vertalen naar concrete uitvoering
overheden, ketens en sectoren op verschillende
hang ontworpen, gepland en uitgevoerd dienen
en beleid. Deze richt zich op de kritische succes-
giesysteem en de KEV zijn vervolgens input voor
schaalniveaus. Voortdurende afstemming en
te worden. In de vormgeving van het wordt het
factoren voor de opbouw en ombouw van ener-
de Energienota. Daarin geeft het kabinet een
doorwerking van de keuzes die in het NPE worden
steeds belangrijker om schaalniveaus aan elkaar
giesysteem en de instrumenten om daar op te
appreciatie van de voortgang van het afgelopen
gemaakt zijn een belangrijk onderdeel van de
te verbinden en integrale keuzes te maken. Het
sturen. De beleidsagenda gaat over de inzet van
jaar afgezet tegen de beoogde (tussentijdse) re-
borging van het NPE. Hieronder geef ik een kort
kabinet wil in de uitwerking van het Nationaal plan
beleidsinstrumenten van het Rijk. Gezien de om-
sultaten richting 2050. Hiermee legt het kabinet
overzicht van hoe die afstemming plaatsvindt.
energiesysteem dan ook in gesprek met medeo-
vang van de energietransitie is een breed scala aan
verantwoording af over het huidige energiebeleid.
De Minister voor Klimaat en Energie borgt
verheden over de doorontwikkeling van het ener-
beleid nodig. Het is belangrijk dat de verschillende
Met deze Energienota kan het kabinet ook op jaar-
de samenhang tussen het NPE en sturing op de
giesysteem na 2030 en als resultaat van dit gesprek
beleidskeuzes en beleidsinstrumenten in samen-
basis bijsturen op de beleidsinzet voor het ener-
ketens van het energiesysteem en de doelen van
nieuwe interbestuurlijke afspraken maken. Hier-
hang worden bezien en elkaar zo goed mogelijk
giesysteem. De eerste Monitor energiesysteem en
de verschillende sectoren en verantwoordelijkhe-
door wordt het NPE verbonden aan de opgaven in
aanvullen. Hiervoor zoekt het kabinet een goede
Energienota worden in 2024 verwacht.
den van vakministers, door regulier in gesprek te
de verschillende regio’s, waar deze effect hebben
balans tussen het verder uitbouwen van huidige
gaan met de verschillende ministers. De cycli voor
op het energiesysteem op lokaal of regionaal niveau.
instrumenten en het introduceren van nieuwe
NPE wordt ten minste elke vijf jaar in zijn geheel
Uit de dialoogfase over het concept-NPE
instrumenten. In de Energienota stelt het kabinet
geactualiseerd. Dit sluit aan bij de in de Klimaat-
en energiesysteem en de gesprekken hierover met
concludeert het kabinet dat het gesprek over de
jaarlijkse prioriteiten over (aanpassing van) deze
wet vastgelegde cyclus voor het vaststellen van
de verschillende ministers lopen hierbij hand in
inrichting van het energiesysteem zeer waar-
inzet en informeert de Tweede Kamer jaarlijks
het Klimaatplan en de in EU-verband vastgelegde
hand. Ook wordt de vertaling van het NPE in be-
devol is. Deze dialoog biedt de mogelijkheid om
over de voortgang van de beleids- en uitvoerings-
verplichting om een Integraal Nationaal Energie-
leidskeuzes en uitvoering (zoals het MIEK en RCR)
de governance en samenwerkingsverbanden
agenda.
en Klimaatplan (INEK) in te dienen bij de Europese
gemaakt.
die nodig zijn, stap voor stap vorm te geven.
•
Voor het uitwerken van de sectorale tran-
Het kabinet wil ook vroegtijdig signalen uit de
sitiepaden werkt het kabinet samen met de sec-
samenleving ontvangen over de voortgang van
toren. Het Rijk zoekt hiervoor de samenwerking
•
klimaatbeleid (zoals vastgelegd in de Klimaatwet)
58
Provincies en gemeenten hebben een
cruciale rol om op lokaal en regionaal niveau de transitie nader vorm te geven in samenwerking
•
•
Jaarlijkse monitoring: De Tweede Kamer
wordt jaarlijks door het kabinet geïnformeerd over
•
•
Jaarlijkse Energienota. De Monitor ener-
Vijfjaarlijkse evaluatie en actualisatie: Het
Commissie. Eventuele veranderingen van het plan
4.3. Periodieke actualisatie
of ontwikkelrichting naar 2050 moeten stevig
de energietransitie en de daaruit voortkomende
Het NPE wordt binnen de Nationale beleidscyclus
worden doorgevoerd in een nieuwe versie van het
binnen de bestaande programma’s voor de secto-
dilemma’s, kansen en risico’s. Daarom wordt
Klimaat & Energie gemonitord, geëvalueerd en
NPE. Tussentijds wordt in de periode van vijf jaar
ren en daarbij betrokken organisaties. De sectora-
voor de Energienota jaarlijks een dialoog gevoerd
geactualiseerd. Dit versterkt de regie vanuit het
in principe een keer een update opgesteld van het
le transitiepaden gaat in detail in op de te nemen
met burgers, bedrijven en instellingen. Om de
kabinet op het behalen van gestelde doelen en
NPE om tussentijds bij te kunnen sturen en ingrij-
stappen de komende jaren om de beleidsdoelen
dialoog goed te kunnen voeren, moet de inhoud
borgt de controlerende taak van het parlement. De
pende ontwikkelingen mee te kunnen nemen.
te behalen. Deze transitiepaden sluiten aan op de
van het NPE ook goed te begrijpen zijn voor
monitoring en actualisatie sluit in de ritmiek aan
keuzes die in het NPE worden gemaakt en vice
iedereen. Het kabinet zal de inhoud uit dit NPE
bij de bestaande cyclus voor klimaatbeleid zoals
werking: Het NPE is kaderstellend voor juridische,
versa.
dan ook toegankelijk maken voor verschillende
vastgelegd in de Klimaatwet (met INEK, Klimaat-
financiële en ruimtelijke beleidsinstrumenten en
groepen betrokkenen, zoals met vereenvoudigde
plan, monitor klimaatbeleid, KEV en klimaatnota).
uitvoeringsgerichte programma’s voor klimaat en
communicatiemiddelen en gebruik van beeld.
Beiden sluiten aan op de begrotingscyclus.
energie, zoals de Programma’s Noordzee en het
Hieronder staan een aantal onderdelen van de
Programma Energie Hoofdstructuur. Het NPE is
inhoudelijk onderbouwd worden alvorens deze
•
Financiële, ruimtelijke en juridische door-
59
Nationaal plan energiesysteem
Hoofddocument
daarnaast richtinggevend en kaderstellend voor de allocatie van middelen binnen de Rijksoverheid voor klimaat en energie. Dat wil zeggen dat bij (financiële) maatregelen voor klimaat- en energiebeleid altijd getoetst moet worden of het aansluit bij de gewenste ontwikkelrichting van het NPE.
4.4. Wettelijke borging De bestendiging en juridische borging van het NPE wordt gerealiseerd in de Energiewet. In de Energiewet wordt een uitwerking gegeven van het NPE en de keuzes die hierin worden gemaakt. In de wet komt ook te staan hoe het NPE periodiek wordt geactualiseerd zoals hierboven beschreven. De wettelijke borging van het NPE in de Energiewet benadrukt het belang van de ontwikkeling van het energiesysteem en vergroot handelingsperspectief voor investeerders. De wettelijke status die het NPE hiermee krijgt zorgt ervoor dat de keuzes die gemaakt worden over energieproductie en –infrastructuur doorwerking dienen te krijgen in verder beleid dat wordt opgesteld door het Rijk en medeoverheden. Op deze manier geeft het NPE richting aan verdere beslissingen die gemaakt moeten worden om toe te werken naar een duurzaam energiesysteem. Alleen stevig onderbouwd kan worden afgeweken van beslissingen die niet in lijn zijn met de overkoepelende keuzes die in het NPE zijn en worden gemaakt.
60
61