HadM 2 Wij gaan groen
Tekst van het document
• Import van energie uit landen buiten Europa en daarmee afhankelijkheid van energie uit conflictgebieden en de geopolitieke invloed van energielevering behoort in 2050 in Nederland volledig tot het verleden.
Strategie richting 2050
Onze strategie om de doelen voor 2050 te halen, komt voor een groot deel overeen met de uitgangspunten van dit duurzaamheidsbeleid. We nemen onze verantwoordelijkheid en wentelen niet af: Horst aan de Maas gaat ruimte bieden aan een nog te bepalen hoeveelheid grootschalige opwek. We doen het samen. Samen met andere gemeenten in Noord- en MiddenLimburg gaan we een Regionale Energiestrategie opstellen waarin wordt aangegeven waar windturbines en zonnepanelen ruimtelijk kunnen ‘landen’ en hoeveel en welke voorwaarden we daarbij stellen. Het bewaken van de sociale rechtvaardigheid is een van die voorwaarden. We zorgen dat alle inwoners kunnen meeprofiteren van de winst. Verder is het uitgangspunt werken op basis van objectieve gegevens hier van belang. Het maatschappelijk debat over de effecten van windmolens en andere duurzame energiebronnen is soms gepolariseerd. Wij gaan uit van objectieve informatie, gebaseerd op wetenschappelijke consensus.
#WijGaanGroen
31
Doelen 2030
Het is nog niet mogelijk om een concreet doel te noemen voor grootschalige opwek in 2030 in Horst aan de Maas. Dat doel wordt in 2020 vastgelegd via het traject van de Regionale Energie Strategie. In heel Nederland streeft men naar 35 Twh (tera-watt uur) aan nieuwe duurzame opwekcapaciteit op land in 2030. Die doelstelling komt uit het concept-klimaatakkoord. Er is een aparte doelstelling voor grootschalige opwek op zee. De 30 RES-regio’s in Nederland moeten gezamenlijk dus 35 Twh realiseren. Als het niet lukt om dit gezamenlijke doel te halen, volgt een landelijke herverdeling, waarbij regio’s verplicht hogere doelen opgelegd kunnen krijgen.
Maatregelen 2020-2022
Kaderstellende rol • In de periode 2019-2020 gaat Horst aan de Maas samen met andere gemeenten in Noord- en MiddenLimburg en andere belanghebbenden een Regionale Energie Strategie opstellen. Daarin komt te staan waar welke hoeveelheid windturbines en zonnepanelen ruimtelijk kunnen ‘landen’ en onder welke voorwaarden. In het najaar van 2019 is hiervoor de startnotie getekend door betrokken partijen. De volgende stap is het gezamenlijk vaststellen van een uitgangspuntennotitie. Daarna volgt een concept-aanbod voor de RES en, na landelijke toetsing aan de doelstelling van 35 Twh, een definitief aanbod. Dit gaan we vervolgens vastleggen in het omgevingsbeleid. • Parallel aan het regionale RES-traject gaan we lokaal een Kader voor Opwekking Duurzame Energie (afgekort: KODE) opstellen. Dit kader gaat onder andere in op participatie van inwoners en lokale bedrijven bij projecten voor grootschalige opwek. In buurgemeente Venray en Beesel is een vergelijkbaar kader opgesteld, waar we ons KODE-beleid op kunnen baseren. In 2020 wordt dit ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. Bij het opstellen maken we gebruik van het lokale Dashboard Duurzame Energie, dat in 2019 is ontwikkeld.
Dit dashboard brengt de ruimtelijke opgave helder in beeld: we kunnen er scenario’s in uitwerken; een tijdsplanning maken en op basis van dit alles concrete, lokale doelen formuleren, als input voor de gezamenlijke opgave binnen de RES. Lokale regierol • Tijdens de duurzaamheidsmarkt eind oktober 2019 zijn inwoners voor het eerst geïnformeerd over het tijdspad naar klimaatneutraal in 2050. Daarbij is ook de regionale aanpak toegelicht en wat we daar lokaal van gaan merken. Begin 2020 gaan we een lokale communicatiestrategie vaststellen voor de energietransitie. Insteek daarbij is dat we duidelijk en ruim op tijd willen communiceren over nieuwe plannen. We willen duidelijk zijn over onze eigen rol en over de mogelijkheden voor invloed en inspraak voor inwoners, bedrijven en andere partijen. Tot slot willen we dat onze informatie eerlijk, open en goed afgestemd is met alle
32
partijen waarmee we samenwerken. • In oktober 2019 zijn we gestart met het uitnodigen van inwoners voor een lokaal “Energiepanel”. Iedereen mag lid worden. We zijn met name op zoek naar inwoners die willen meedenken over de energietransitie en de warmtetransitievisie en die de gemeente op persoonlijke titel willen adviseren over de aanpak en de communicatie naar andere inwoners. Kortom: een klankbordgroep van inwoners die kritisch meedenken, vergelijkbaar met bijvoorbeeld het afvalpanel. Rol als investeerder/aanjager: • In de tweede helft van 2019 heeft Horst aan de Maas samen met de gemeenten Venray en Beesel een onderzoek uitgevoerd naar de voor- en nadelen als een gemeente zelf risicodragend gaat investeren in grootschalige opwek. Bijvoorbeeld in de vorm van een gemeentelijk energiebedrijf. Achterliggend doel is om de opbrengst van dergelijke projecten lokaal te houden en de winst bijvoorbeeld als aanjager te gebruiken voor andere lokale energietransitieprojecten met een onrendabele top. Op basis van de uitkomst van dit onderzoek bepaalt het gemeentebestuur begin 2020 haar positie en weegt vervolgstappen af, met name een haalbaarheidsonderzoek naar een of meer energielandschappen, waarover de raad begin 2021 een beslissing kan nemen.
Risico’s en kanttekeningen
• Maatschappelijk draagvlak: Grootschalige electriciteitsopwekking heeft impact op de omgeving. Dat kan weerstand oproepen. Maar er zijn ook regionale voorbeelden van een windmolenproject dat juist soepel verliep doordat belanghebbenden vanaf het begin konden participeren in het proces en het project. Zo zouden wij het in Horst aan de Maas ook willen aanpakken. Maar door de hoge tijdsdruk van het RES-traject, is de participatie op dit moment beperkt tot (boven)regionale belangenclubs en brancheverenigingen. Dit is een risico voor het maatschappelijk draagvlak op lokaal niveau. Daarom gebruiken wij de duurzaamheidsmarkt om inwoners te informeren en gaan we een lokaal energiepanel oprichten. In regionaal verband wordt er ook nagedacht over communicatie naar inwoners. En in het kader van de uniformiteit in de regio willen we daarbij aanhaken. • Electriciteitsnetwerk: Er zijn op dit moment al knelpunten in het elektriciteitsnetwerk in Nederland. Door meer lokale grootschalige opwekking neemt de druk op het net toe. Gebrek aan netcapaciteit kan zorgen voor vertraging, omdat een project moet worden uitgesteld tot de netcapaciteit is uitgebreid. Van de andere kant zal dit ook innovaties aanjagen, zoals lokale opslag in batterijen of in waterstof, of slimme netwerken.
Een andere optie om meer capaciteit op het netwerk te creeëren, is door te accepteren dat het net op piekmomenten niet in staat is om stroom uit een duurzaam opwekproject op te nemen.
Dat heeft uiteraard financiële consequenties, maar het zou tijdelijk een oplossing kunnen zijn. • Warmtenetwerk: als uit onderzoeken blijkt dat een lokaal warmtenet (‘stadsverwarming’) kansrijk is voor bepaalde delen van de gemeente, dan vraagt het enorme investeringen om die netwerken daadwerkelijk aan te leggen en de gebouwen die de warmte gaan afnemen daarvoor geschikt te maken. Ter indicatie: aanleg van 1 kilometer warmteleiding door onbebouwd gebied kost ongeveer 1 miljoen euro. Op dit moment is er geen zicht op hoe de aanleg van een eventueel warmtenet georganiseerd en gefinancierd kan worden. Maar eerst moet er duidelijkheid komen over de beschikbaarheid van geschikte warmtebronnen, want dat is een cruciale voorwaarde voor een warmtenetwerk. • Achterblijvende resultaten: Indien we als gemeente of als regio onze doelstellingen voor duurzame opwek niet halen, kan de provinciale of nationale overheid de regie overnemen. Met behulp van provinciale inpassingsplannen of rijksinpassingsplannen kunnen hogere overheden een project mogelijk maken, ook als de gemeente daarop tegen is.
Bestuurlijk trekker
Wethouder Duurzaamheid i.s.m. wethouder ruimte
Ambtelijk trekker
Beleidsmedewerker Duurzaamheid/energietransitie i.s.m beleidsmedewerker Ruimte/buitengebied.
Partners/partijen
In de RES-regio Noord- en Midden-Limburg werken samen: alle Noord- en Midden-Limburgse gemeenten, de Provincie Limburg, Enexis en het Waterschap Limburg. Ook andere maatschappelijke stakeholders worden erbij betrokken. Op lokaal niveau zijn onze partners: inwoners, het inwoner-energiepanel, bedrijven, onze lokale energiecoöperatie Reindonk Energie en Etriplus voor het Greenport Venlo-gebied .
Financiën
Voor het inrichten van de RES-organisatie en voor het opstellen van het regionale aanbod voor grootschalige duurzame opwek zal de RES-regio Noord- en MiddenLimburg kunnen beschikken over een regionaal budget van 1,4 miljoen euro voor de periode 2019-2021. Dit bedrag bestaat uit een bijdrage van € 200.000 van de provincie en een jaarlijkse bijdrage vanuit het Nationaal Programma RES van € 420.000 voor de jaren 2019, 2020 en 2021. Deze middelen worden rechtstreeks aan de regio beschikbaar gesteld. De gemeenten binden zich, volgens de insteek van het ontwerp Klimaatakkoord om deze middelen gezamenlijk op regioniveau doelgericht in te zetten voor de RES. Voor het uitvoeren van haalbaarheidsstudies naar een energielandschap voor grootschalige duurzame opwek in Horst aan de Maas, wordt een bedrag van € 200.000 uit het duurzaamheidsbudget gereserveerd. #WijGaanGroen
33
KLIMAATVERKLARING Wij, bestuurders van provincies, waterschappen en gemeenten, roepen onze landelijke overheid en leiders van de Europese Unie op tot daadkrachtig klimaatbeleid. Wij zetten in op ambitieuze programma’s met als gezamenlijk doel: voorkomen dat de atmosfeer opwarmt voorbij de grens van 2 graden Celsius. We zetten ons ervoor in dat onze eigen organisatie, uiterlijk 2030, geen broeikasgassen produceert. Onze gemeenten, regio’s en provincies zijn voor 2050 klimaatneutraal.
Rol van de gemeente bij energieneutraal maken eigen organisatie
2.5 Energieneutrale gemeentelijke organisatie Een energieneutrale gemeentelijke organisatie is het vierde en laatste thema van het hoofddoel ‘klimaatneutraliteit’. In november 2015 heeft het vorige college van B&W een klimaatverklaring getekend, voorafgaand aan de klimaattop in Parijs (zie afbeelding). Dit was enerzijds een oproep van een groot aantal Nederlandse lagere overheden voor een daadkrachtige internationaal klimaatbeleid. Anderzijds verklaarden de ondertekenaars zich ervoor in te zetten dat hun eigen organisatie, uiterlijk in 2030, geen broeikasgassen meer produceert en dat hun hele grondgebied in 2050 klimaatneutraal is. In het coalitie-akkoord 2018-2022 staat de ambitie dat de gemeentelijke organisatie in 2025 energieneutraal werkt. Energieneutraal is niet hetzelfde als klimaatneutraal. Energieneutraal werken betekent dat de gemeente alle energie die zij gebruikt, zelf duurzaam opwekt. Dat kan op meer manieren. De eerste manier is om de energie letterlijk op de eigen locatie op te wekken, bijvoorbeeld met zonnepanelen op het dak. Deze manier heeft de voorkeur, maar het kost tijd om dit te realiseren. In het collegeprogramma is namelijk een aparte doelstelling opgenomen voor de gemeentelijke accommodaties: deze zijn in 2035 energieneutraal.
Dat betekent dat de gemeente in de periode 2020-2035 niet genoeg energie binnen de eigen locaties opwekt om energieneutraal te zijn. Om aan het doel voor 2025 te voldoen, moeten we dus ook andere manieren inzetten. De tweede optie is dat de gemeente haar energie elders in Horst aan de Maas of in de regio duurzaam opwekt, bijvoorbeeld door te participeren in een lokaal windmolenpark
34
of door een eigen energiebedrijf op te richten. In de paragraaf ‘grootschalige opwek duurzame energie’ is al toegelicht dat deze mogelijkheid in 2020 wordt onderzocht. Mochten deze twee opties niet genoeg energie opleveren om energieneutraal te werken in 2025, dan is er nog een derde mogelijkheid. Dat is om in de volgende aanbesteding van het contract voor de inkoop van de stroom en het gas, de leverancier te verplichten om deze binnen onze regio duurzaam te gaan opwekken en daarvoor nieuwe projecten realiseert. In de Regio ArnhemNijmegen is dit al eerder met succes gedaan. Als hiervoor wordt gekozen, dan beschouwen wij dit als een tijdelijke optie. Want op deze manier duurzame energie inkopen bij een energieleverancier zorgt ervoor dat de gemeente wel 100% duurzame en in de regio opgewekte energie gebruikt, maar daarmee is de gemeente zelf nog niet energieneutraal. Daarom beschouwen we dit als een overgangsoptie, totdat we de energie wel zelf (regionaal) kunnen opwekken.
Bij het energieneutraal maken van de eigen organisatie heeft de gemeente de volgende rollen: 1. Bedrijfsvoerende rol. De gemeente is qua bedrijfsvoering vergelijkbaar met andere bedrijven en instellingen. In onze bedrijfsvoering willen wij duurzame keuzes maken. Zo bestaat de verlichting in het gemeentehuis al voor 95% uit energiezuinige LEDverlichting, inclusief het lichtornament in de raadszaal. Verder koopt de gemeente alleen groene stroom en duurzaam gas in1. Duurzaam inkopen is een belangrijk onderdeel van onze bedrijfsvoerende rol. Maar bij onze bedrijfsvoerende rol hoort ook het maken van financiële afwegingen, het bewaken van budgetten en het realiseren van de bestaande bezuinigingsdoelstelling voor de gemeentelijke accommodaties. 2. Aanjaagrol. Alle overheidsorganisaties in Nederland samen kunnen door duurzaam in te kopen de markt voor duurzame producten en diensten een flinke impuls geven. Ook op lokaal niveau kunnen wij zo’n aanjaagrol vervullen. Bijvoorbeeld als een lokaal bedrijf een nieuw innovatief product heeft ontwikkeld, kan de gemeente optreden als “launching customer”. Dat wil zeggen dat de eerste klant die zo’n nieuw product in gebruik neemt, bereid is om eventuele kinderziektes te accepteren en te helpen oplossen en bereid is om als referentie te dienen, of een demonstratie te geven aan andere potentiële klanten. Horst aan de Maas neemt deze rol
al, bijvoorbeeld in de samenwerking met een groot lokaal installatiebedrijf bij de verduurzaming van het gemeentehuis en de nieuwe basisschool in Meterik. 3. Voorbeeldrol. De aanpak van de gemeente kan een voorbeeld zijn voor anderen. Daarom willen we ook laten zien wat we doen, zodat we anderen kunnen inspireren, overtuigen of uitdagen.
Doelen 2050 (‘de droom’)
• In 2050 werkt de gemeentelijke organisatie al 25 jaar energieneutraal, dus ondertussen vinden we dat heel gewoon. Deze ambitie werd aanvankelijk gehaald door een combinatie van (1) energiebesparing; (2) duurzame opwek op de eigen locaties; (3) participeren in lokale duurzame opwekprojecten en (4) het tijdelijk inkopen van duurzame energie bij een energieleverancier. Vervolgens is er tussen 2025 en 2050 een verschuiving opgetreden. In 2050 wordt het hele energieverbruik van de gemeentelijke organisatie volledig lokaal duurzaam opgewekt. Grotendeels op onze eigen locaties, aangevuld met energie uit lokale opwekprojecten. • In 2050 is de gemeentelijke organisatie niet alleen energieneutraal, maar is ook de volgende stap gezet: we werken ook klimaatneutraal. Dat betekent dat we netto geen broeikasgas uitstoten. Ook hier gingen we gefaseerd te werk. Eerst reduceerden we de emissies uit onze gebouwen en onze werkzaamheden, later werd de blik verbreed naar het voorkomen van emissies die indirect door gemeentelijke werkzaamheden worden
Inkoop duurzame energie door gemeente’
De gemeente gebruikt al jaren alleen groene stroom. Onze stroom wordt binnen Europa opgewekt door windmolens. Via zogenaamde “garantie van oorsprong”-certificaten wordt dit geborgd. Het gas dat de gemeente gebruikt is fossiel aardgas, maar door het aanplanten van bomen wordt de CO2-uitstoot van het aardgas gecompenseerd. Dit noemt men bosgecompenseerd gas of CO2-neutraal gas. De bomen worden vaak in het buitenland geplant, waar veel ruimte voor nieuwe bossen is. Dat er daadwerkelijk bomen worden geplant, wordt geborgd door zogenaamde ‘Gold Standard Verified Emission Reductions’-certificaten, kortweg VERs-certificaten.
#WijGaanGroen
35
veroorzaakt, bijvoorbeeld door ingekochte diensten, producten en werken. • Ook bij het klimaatneutraal worden koos de gemeente een aanjagersrol, wat kansen bood voor lokale innovatieve bedrijven. • In 2050 is niet alleen de gemeentelijke organisatie, maar de hele gemeente klimaatneutraal.
Strategie richting 2050
Onze strategie om de gemeentelijke organisatie energieneutraal, en uiteindelijk klimaatneutraal, te maken, is om dit stapje voor stapje te doen. Tot 2025 ligt de focus op het energieneutraal worden van de gemeentelijke organisatie. De gemeentelijke accommodaties zijn in 2035 energieneutraal. Onze strategie daarbij is om werkzaamheden slim te combineren (‘werk met werk maken’). Dat betekent zo min mogelijk losse duurzaamheidsprojecten uitvoeren, maar juist aansluiten bij natuurlijke vervangings- of onderhoudsmomenten en dan duurzaamheid maximaal meenemen. Op zo’n natuurlijk moment maken wij afwegingen op basis van het ‘geen spijt’-principe en het ‘total cost of ownership’principe. Samenwerking is onderdeel van onze strategie. Dat betekent bijvoorbeeld dat, als een dak van een accommodatie ruimte over heeft voor extra zonnepanelen, we die ruimte benutten om stroom of warmte op te wekken voor derden. Een ander voorbeeld is dat de gemeente - met in achtneming van de aanbestedingsregels – open staat voor samenwerking met lokale en regionale innovatieve bedrijven. Als wij een nieuw product als kansrijk zien, dan zijn we bereid zijn om de rol van ‘launching customer’ te nemen. Uiteraard toetsen we de risico’s en de kosten vooraf, het moet wel binnen de gemeentelijke kaders passen.
Tot slot is het onze strategie om op een inspirerende manier te laten zien welke stappen we aan het zetten zijn, om daarmee onze voorbeeldrol in te vullen.
Doelen 2030
In 2030 werkt de gemeentelijke organisatie al 5 jaar energieneutraal. Het energiebesparingsplan dat we in 2020 hebben vastgesteld, is grotendeels uitgevoerd. We zijn hard op weg om alle gemeentelijke accommodaties zoveel mogelijk energieneutraal te maken richting 2035 mede dankzij de bestaande Stimuleringsregeling Duurzaamheidssubsidie Maatschappelijke Accomodaties. Een deel van de gemeentelijke gebouwen gebruikt al geen fossiele energie meer: ze zijn afgekoppeld van het aardgas en hebben een duurzaam alternatief voor hun warmtevoorziening. Elektriciteit wordt zelf opgewekt. Een aantal gemeentelijke gebouwen beschikt over een batterij om de zelf opgewekte duurzame elektriciteit overdag op te slaan, zodat deze ’s avonds en ’s nachts gebruikt kan worden.
36
Maatregelen 2020-2022
Maatregelen gericht op energieneutraliteit in 2025 • In 2020 wordt het onderzoek afgerond naar manieren om de gemeentelijke organisatie energieneutraal te maken. In de startnotitie voor dit onderzoek is afgebakend wat we verstaan onder het energieverbruik van de gemeentelijke organisatie. • In 2020 wordt, als vervolg op het hiervoor genoemde onderzoek, een actieprogramma vastgesteld met maatregelen om in 2025 energieneutraal te werken. De maatregelen richten zich tenminste op energiebesparing, duurzame opwek, duurzaam (ver)bouwen en duurzaam inkopen van energie. De acties worden afgestemd met en daarna integraal overgenomen in het meerjaren onderhoudsprogramma (MJOP). Natuurlijke momenten zoals de verbouwing van het gemeentehuis en de aanpassing van de gemeentewerf in Horst zullen onderdeel zijn van het actieprogramma. Het actieprogramma wordt ook afgestemd met andere projecten zoals de Regionale Energiestrategie (RES) en het beleid voor duurzaam inkopen. Tot slot beschrijft het actieprogramma hoe de voortgang wordt gemonitord. • In 2020 zetten we de toezegging aan de gemeenteraad om een energiemeter te plaatsen op of in het gemeentehuis om in een concreet voorstel. Dit wordt onderdeel van het actieprogramma gemeente energieneutraal 2025. • In 2020 gaat de gemeente samen met regiogemeenten de aanbesteding voorbereiden voor een nieuwe energiecontract.
Die aanbesteding zal er, wat Horst aan de Maas betreft, op gericht zijn om het doel energieneutraal in 2025 te halen. Dat betekent dat we niet alleen 100% groene stroom en CO2gecompeenseerd gas inkopen, maar dat we ook onderzoeken of het haalbaar is om met deze gezamenlijke aanbesteding de realisatie van duurzame opwek in de regio te stimuleren, zoals dat in de regio Arnhem-Nijmegen is gedaan. Maatregelen gericht op klimaatneutraliteit in 2050 • In 2021 stelt de gemeente de transitievisie warmte vast. Als vervolg daarop maakt de gemeente in 20212022 een plan voor het afkoppelen van de eigen gebouwen van het aardgas. Daarin wordt bepaald
welke gebouwen de gemeente voor 2030 van het aardgas gaat afkoppelen, met daaraan gekoppeld een uitvoeringsprogramma. • In 2021 gaan we de zogenaamde ‘CO2-prestatieladder’ verankeren in het inkoopbeleid van de gemeente. Aangezien de prioriteit ligt bij het energieneutraal maken van de gemeente en de CO2-prestatieladder gericht is op klimaatneutraliteit, wordt deze maatregel opgepakt na vaststelling van het “Actieprogramma gemeente energieneutraal”. • In de periode 2018-2021 voert de gemeente samen regiogemeenten de zogenaamde “Mobie-pilot” uit. Deze pilot is gericht op het vervangen van auto’s die rijden op fossiele brandstoffen (zoals benzine) door auto’s die rijden op duurzaam opgewekte elektriciteit. Anderzijds is het project gericht op het stimuleren van deelauto’s. • In de periode 2019-2020 voert de gemeente het project “Deel de Zon” uit. Dit project combineert zonnedaken, slimme laadpalen en deelauto’s. Met het project stimuleert de gemeente duurzame mobiliteit en laat inwoners kennis maken met gedeeld autogebruik.
Risico’s en kanttekeningen
Om het doel energieneutraal werken in 2025 te halen, is een duidelijke afbakening nodig: wat is de gemeentelijke organisatie en welk energie gebruik rekenen we daar aan toe? Insteek is om uit te gaan van de drie werklocaties van de gemeente: het gemeentehuis en de gemeentewerven in Horst en Sevenum. Tot het energieverbruik rekenen we in elk geval (1) het energieverbruik in de gebouwen, zoals voor verwarming, verlichting en ICT en (2) het energieverbruik van het wagenpark van de gemeente. Deze brede insteek betekent dat er vanuit de organisatie allerlei personen bij betrokken zijn. Om de doelen te realiseren, zijn heldere afspraken nodig over wie waarvoor verantwoordelijk is. Er is ook voldoende budget nodig, wat op gespannen voet kan komen te staan met de bezuinigingstaakstelling voor de gemeentelijke accommodaties. Daarnaast zijn er technisch-inhoudelijke uitdagingen. Laatste aandachtspunt is dat we als gemeente geen maatregelen moeten nemen die het streven naar energieneutraliteit juist tegenwerken en daarmee onze opgave lastiger maken of de geloofwaardigheid van onze voorbeeldrol aantasten.
Partners/partijen
- Buurgemeenten waarmee we samenwerken bij inkoop van (duurzame) energie; - Lokale bedrijven die betrokken zijn bij de energieinstallaties in de gemeentelijke gebouwen; - Externe adviseurs, bijvoorbeeld op het gebied van energiebesparing of kleinschalige opwekmogelijkheden; - Externe partijen die betrokken zijn bij grootschalige opwekprojecten.
Financiën
Voor het opstellen van het actieprogramma Energieneutraal 2025 wordt inhuur van externe deskundigheid geraamd. Dit komt ten laste van het reguliere duurzaamheidsbudget en niet van de bestemmingsreserve duurzaamheid. De kosten van de maatregelen om energieneutraal te worden, komen in het actieprogramma Energieneutraal 2025 te staan, inclusief financiële onderbouwing. De realisatie van fysieke maatregelen komt niet ten laste van het duurzaamheidsbudget, maar komt bijvoorbeeld uit de reguliere onderhoudsbudgetten of het budget voor energieinkoop. Voor het verankeren van de CO2-prestatieladder in het inkoopbeleid van de gemeente en voor het begeleiden van enkele aanbestedingen die hier voor het eerst mee gaan werken wordt een bedrag van € 25.000 geraamd in 2021. Vanuit het duurzaamheidsprogramma wordt ook een bijdrage geleverd aan de twee projecten rondom duurzaam vervoer. Voor het Mobieproject is € 25.500 begroot voor 2020. Voor het project Deel de Zon wordt in 2020 en 2021 een bijdrage van jaarlijks 10.000 geraamd, dus in totaal € 20.000. Dit zijn enkel de bijdragen aan deze projecten uit de duurzaamheidsreserve, het zijn niet de totale projectkosten.
Bestuurlijk trekker
Wethouder bedrijfsvoering en accommodaties
Ambtelijk trekker
Beleidsmedewerker duurzaamheid is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het onderzoek, ondersteund door een projectgroep met mensen van diverse afdelingen. Voor het uitvoeren van de maatregelen zullen ook diverse afdelingen/personen verantwoordelijkheid zijn. Dit wordt vastgelegd in het uitvoeringsprogramma.
#WijGaanGroen
37
2.6 Klimaatadaptatie Het klimaat verandert en dat gaat sneller dan gedacht. De jaren 2018 en 2019 zijn voorbeelden van wat ons de komende decennia te wachten staat. Enerzijds gaat het heviger en ook langduriger regenen, anderzijds krijgen we vaker te maken met hittegolven en langere periodes van droogte. Als wij niet meebewegen en aanpassingen doen, kan dit leiden tot hoge kosten. Bekende voorbeelden zijn schades ontstaan door wateroverlast of droogte. Wellicht minder bekend zijn de schades die ontstaan door een slechte waterkwaliteit (algenbloei, vissterfte) of toenemende zorgkosten door aan hittestress gerelateerde gezondheidsproblemen en infectieziekten. Een stijging van de sterftecijfers in de zomer door hittestress is uiteraard niet in geld uit te drukken. Ook veranderende biodiversiteit of landbouwproductie zijn effecten die direct in verbinding staan met klimaatverandering. Kortom: we moeten ons voorbereiden op weersextremen en klimaatadaptief worden. Ons doel is dat Horst aan de Maas in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht.
Rol van de gemeente De gemeente heeft drie rollen rond klimaatadaptatie. 1. Uitvoering van wettelijke taken. Gemeenten hebben op grond van de Wet milieubeheer een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater, en op grond van de Waterwet een zorgplicht voor hemelwater voor grondwater. In het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) legt de gemeente haar beleid hierover vast. De uitvoerende taken rondom het riool worden vastgelegd in het basis rioleringsplan (BRP). 2. Regie- en aanjaagrol. Het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie beschrijft hoe het proces van ruimtelijke adaptatie uitgevoerd en versneld kan worden. Gemeenten hebben hierin een belangrijke regie- en aanjaagrol. Door bewustwording, dialogen, beleid en subsidies moet het proces van klimaatadapatie in- en extern gestalte krijgen en in een stroomversnelling geraken. 3. Voorbeeldfunctie. De gemeente heeft uiteraard ook op dit thema een voorbeeldrol. Zo zijn wij bijvoorbeeld van plan om de hemelwaterafvoer van alle gemeentelijke accommodaties voor 2035 af te koppelen van het riool.
Doelen 2050 (‘de droom’)
• In 2050 is Horst aan de Maas klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. De kans op wateroverlast op straat of in woningen is afwezig. Woonwijken en dorpspleinen zijn minder versteend en veel groener, er zijn veel groene tuinen en sedumdaken en er is veel openbaar groen. Vooral bomen maken het verschil in hittebeleving. De biodiversiteit in de wijk is toegenomen; er zijn aantrekkelijke combinaties gemaakt van speelveldjes, parkjes en wateropvang. Daardoor is het woongenot van de inwoners van Horst aan de Maas gestegen, want het klimaatadaptief maken van de gemeente is slim gecombineerd met andere verbeterpunten. Doordat inwoners betrokken zijn bij de herinrichting werden koppelkansen ontdekt en is maatwerk geleverd. Gevolg: de kwaliteit van de leefomgeving is verhoogd en mensen waarderen hun wijk meer. • De transitie naar een klimaatadaptieve gemeente is op een eerlijke en voor iedereen betaalbare manier verlopen. De kosten zijn eerlijk verdeeld en de consequenties voor de huishoudboekjes van zowel inwoners als bedrijven waren te overzien en acceptabel. • In het buitengebied zijn tijdig aanpassingen gedaan aan het veranderend klimaat, zowel in natuurgebieden als binnen de agrarische sector. Beken hebben weer een natuurlijk, meanderend karakter gekregen waardoor er meer ruimte is voor water en biodiversiteit.
Het beregenen van landbouwpercelen komt niet meer voor, gewassen worden nu met druppelirrigatie of van onderaf
38
van vocht voorzien. Er is een manier gevonden om grote hoeveelheden water snel af te voeren en vervolgens in het buitengebied te bufferen voor tijden van droogte. Daardoor floreren zowel onze natuurgebieden als de agrarische sector. De agrarische sector heeft in 2050 door de klimaatverandering een meer mediterraan karakter gekregen, innovatieve agrarische bedrijven uit Horst aan de Maas liepen voorop om de kansen die dit bood te grijpen.
Strategie richting 2050 Onze strategie om de doelen voor 2050 te halen, komt voor een groot deel overeen met de uitgangspunten van dit duurzaamheidsbeleid: 1. Verantwoordelijkheid nemen, niet afwentelen: vanaf nu wordt klimaat adaptief denken standaard in alle ruimtelijke ontwikkelingen meegenomen. Bij nieuwe initiatieven worden klimaat adaptieve maatregelen direct geïmplementeerd. 2. Actief zoeken naar meekoppel-kansen: bij initiatieven voor herontwikkeling wordt klimaatadaptatie door meekoppelkansen optimaal benut. Integraal denken. 3. We doen het samen. Klimaatverandering is een probleem dat iedereen raakt. De overheid kan dit niet alleen oplossen. Daarom gaan we nog meer samenwerken. We willen dat belanghebbenden onze partners worden, die ook hun verantwoordelijkheid nemen bij het uitvoeren van maatregelen. Verder werken we nauw samen met de leden van het Waterpanel Noord. 4. We werken op basis van objectieve gegevens. De klimaatstresstest die in 2018 in Horst aan de Maas is uitgevoerd wordt elke zes jaar herhaald. Zo houden we zicht op de voortgang van maatregelen en kunnen we tijdig bijsturen. 5. We sluiten aan op de strategie uit het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (afgekort DPRA) om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen. Het DPRA hanteert de werkwijze Weten-Willen-Werken.
De fase van weten (uitvoeren van een klimaatstresstest) hebben we in Horst aan de Maas al gehad. We zijn nu in de fase van willen: het bepalen van de prioriteiten, oplossingsrichtingen en ambities en het vastleggen hiervan in een uitvoeringsagenda. Daarna komen we in de fase van werken: het uitvoeren van de maatregelen. Deze cyclus doorlopen we steeds opnieuw, want de klimaatstresstest wordt elke zes jaar herhaald, waarna een nieuwe uitvoeringsagenda voor de jaren daarna wordt vastgesteld. Bovenstaande afbeelding illustreert dit iteratieve proces.
#WijGaanGroen
39
Doelen voor 2030
1. In 2030 zijn we goed op weg met het afkoppelen van het hemelwater van alle gemeentelijke gebouwen. Vanaf 2021 wordt gestart met de uitvoering. In 2035 moeten alle gemeentelijk gebouwen afgekoppeld zijn. 2. In 2030 hebben we tenminste een derde van onze totale afkoppelopgave gerealiseerd. Dat betekent dat minstens een derde van het hemelwater dat nu nog via het riool wordt afgevoerd, dan is afgekoppeld. 3. In 2030 voldoen we al drie jaar aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water die in 2027 ingaat, zo zijn er bijvoorbeeld geen riooloverstorten meer.
Maatregelen 2020-2022
1. In 2020 voert de gemeente een verdiepingsslag uit op de uitkomst van de klimaatstresstest die in 2018 is uitgevoerd. Deze verdiepingsslag is bedoeld om te bepalen welke maatregelen lokaal mogelijk zijn en de kosten daarvan. 2. In 2020 voert de gemeente, in samenwerking met het Waterpanel Noord, een risico-dialoog over de uitkomst van de klimaatstresstest. Deze dialoog met de samenleving gaat over alle vier de thema’s: wateroverlast, hitte, droogte en de kwaliteit van het oppervlaktewater. Het doel is bewustwording creëren en het scherp krijgen van de prioriteiten. 3. In de tweede helft van 2020 stelt de gemeente een uitvoeringsagenda vast van maatregelen gericht op klimaatadaptatie. De focus ligt daarbij op maatregelen om wateroverlast te voorkomen, maar er is beslist ook aandacht voor de thema’s hitte, droogte en kwaliteit van het oppervlaktewater. De uitvoeringsagenda bevat niet alleen fysieke maatregelen, zoals het plaatsen van
40
infiltratievoorzieningen voor regenwater. Het kunnen ook voorlichtingscampagnes zijn over wat inwoners en bedrijven zelf kunnen doen. 4. In het voorjaar van 2020 organiseert Horst aan de Maas een ambtelijke meeting voor alle gemeenten uit het Greenleaf-netwerk. Dit zijn allemaal koplopers in hun eigen land. Het thema van deze internationale meeting is klimaatadaptatie. In samenwerking met het Waterschap willen we regiogemeenten ook bij deze meeting betrekken, zodat informatie en inspiratie over de klimaatadaptatie aanpak elders in Europa breed wordt gedeeld. 5. Vanaf 2021 wordt gestart met het uitvoeren van maatregelen uit de uitvoeringsagenda. 6. In 2019 is een herberekening gedaan van het gemeentelijk rioolstelsel. Dit leidde tot een pakket maatregelen voor de periode 2020-2026 om wateroverlast op straat te voorkomen en de frequentie van riooloverstorten te verminderen. Dit maatregelenpakket en het bijbehorende krediet vormen straks een onderdeel van de totale uitvoeringsagenda voor klimaatadaptatie. 7. De afkoppelsubsidie voor inwoners en bedrijven die nu loopt wordt in elk geval tot 2021 voortgezet. De insteek is om deze ook na 2021 structureel op te nemen in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan. Daarbij streven wij naar een opschaling van de huidige individuele aanpak naar een meer wijkgerichte of gebiedsgerichte aanpak.
8. We overwegen in 2020 om een langlopende actie “Tegels eruit en groen erin” te organiseren, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij de landelijke aktie “Steenbreek” of door het samen met lokale partijen of het Waterpanel Noord te organiseren.
9. Wij volgen vanaf 2019 een pilot van de gemeente Weert, gericht op bestrijding van droogte. In deze pilot wordt onderzocht hoe met maai-, peilbeheer en andere maatregelen water in de haarvaten van het watersysteem (kleine waterlopen en bermsloten) vastgehouden kan worden. Als deze pilot succesvol is, zullen maatregelen ook in het buitengebied van onze gemeente uitgerold worden. 10. In 2020 starten we een traject voor het opstellen van een gebiedsvisie hoogwatergeulen Grubbenvorst en Lottum. Naast economische en toeristische ontwikkelingen zullen hier ook waterkundige aspecten en natuurdoelstellingen een prominente plek krijgen. Met als doel meer ruimte voor de Maas ter voorkoming van wateroverlast in de toekomst en verbetering van de biodiversiteit. 11. In 2020 starten we samen met het Waterschap met de uitvoering van het project “Peelloopje”. Dit waterbeheeren natuur- project heeft als doel om te zorgen dat water langzamer afstroomt naar de Maas. Door een betere waterhuishouding ontstaan kansen voor de vernatting van de Peel maar wordt ook verdroging van aangelegen landbouwgronden voorkomen. 12. In 2020 pakken we samen met DCGV en Waterschap de voorbereiding op van het waterhuishoudkundig project “Westelijke staander Grote Molenbeek”.
Doel hiervan is het verbeteren van het waterhuishoudkundig systeem (berging en infiltratie), onder andere door de verbinding te leggen met natuurinclusief beheer en landbouw.
Risico’s en kanttekeningen
Klimaatadaptatie betekent eenvoudig gezegd méér ruimte voor water en groen. Dat betekent keuzes maken over de inzet van schaarse ruimte en middelen. Bijvoorbeeld in een nieuwbouwproject kan ruimte die niet wordt bebouwd, maar wordt vrij gehouden voor het creëren van waterberging en groen, ten koste gaan van het rendement op dat project. Daarom is het belangrijk om uitgangspunten als “we nemen onze verantwoordelijkheid” en “total cost of ownership” consequent te hanteren. Méér groen betekent ook waardevermeerdering door een hogere kwaliteit van een woonomgeving terwijl méér waterberging het risico op schade en overlast beperkt. Investeringen moeten gedaan worden vanuit een lange termijn visie. Een tweede kanttekening is dat de gemeente voor het halen van haar doelen afhankelijk is van de medewerking van anderen. Ongeveer de helft van het bebouwd gebied is in beheer bij de gemeente. Dat zijn bijvoorbeeld straten, pleinen, openbaar groen en gemeentelijke gebouwen. De rest van het bebouwde oppervlak is in beheer bij anderen: inwoners, bedrijven en andere organisaties. Om onze doelen rondom bijvoorbeeld het afkoppelen van hemelwater te halen, hebben we dus die andere partijen nodig. Dat willen we bereiken door in te zetten op een omslag van terughoudendheid naar medeverantwoordelijkheid.
Infographic van Waterpanel Noord over Klimaatadaptatie in Limburg. #WijGaanGroen
41
2.7 Afvalinzameling In een circulaire economie zijn kringlopen gesloten. Het Cradle-to-Cradle gedachtegoed, dat in onze regio een sterke basis heeft, maakt een onderscheid in twee kringlopen. Eén kringloop voor ‘technische’ materialen zoals glas, metaal en plastic. Die worden gerecycled en zijn grondstof voor nieuwe producten. En daarnaast een biologische kringloop voor organische materialen. daarvoor geldt het motto ‘afval is voedsel’.
Wethouder Water en Klimaatadaptatie
Ambtelijk trekker
Beleidsmedewerker Water en Klimaatadaptatie
Partners/partijen
• Lokale partijen, zoals inwoners, bedrijven en woningcorporaties. Zij hebben direct belang bij het klimaatbestendig maken van de gemeente, bijvoorbeeld om wateroverlast te voorkomen. Daarnaast is een groot deel van het grondgebied van de gemeente in hun beheer, dus zij hebben ook een verantwoordelijkheid bij het treffen van maatregelen. • Verder werken we nauw samen met alle leden van het Waterpanel Noord: alle andere gemeenten uit Noord- en Midden-Limburg, de Waterleiding Maatschappij Limburg (WML), het Waterschapsbedrijf Limburg (WBL), het Waterschap Limburg en de Provincie Limburg.
Financiering
Uit de stresstest blijkt dat er indicatief ca 20 miljoen euro nodig is om alle knelpunten rond wateroverlast op te kunnen lossen. Hiervan zal een gedeelte overlappen met reguliere rioleringswerkzaamheden die al in het basis rioleringsplan staan (BRP 2020-2026). Daardoor zal het totaalbedrag om wateroverlast te voorkomen lager uitvallen. Er is nog geen overzicht van maatregelen om hittestress, droogte en aantasting van kwaliteit van het oppervlaktewater tegen te gaan. Er is dus ook nog geen kosteninschatting. Na het opstellen van de uitvoeringsagenda zal hierover meer duidelijk zijn.
42
De rioolheffing is de belangrijke financieringsbron voor klimaatadaptieve maatregelen die in de uitvoeringsagenda komen te staan. Daarnaast zullen er de komende jaren vanuit het Rijk middelen beschikbaar komen voor het uitvoeren van projecten. Subsidies zullen in de meeste gevallen echter op basis van co-financiering toegekend kunnen worden. Inbreng van eigen middelen van de gemeente is daarbij dus noodzakelijk. De kosten van maatregelen tegen hittestress en droogte mogen niet met de opbrengsten van de rioolheffing worden betaald. Het is wettelijk niet toegestaan om daar het VGRP-budget voor te gebruiken. Daarom wordt vanuit het Waterpanel Noord een lobby gestart om deze regel aan te passen.
We zijn in Nederland op weg van een wegwerpeconomie waarin grondstoffen opraken, naar een circulair systeem van productie en consumptie. We zitten nu in de tussenfase: een keteneconomie met recycling. Daar gaan nog steeds grondstoffen in en er ontstaat restafval, maar dankzij recycling is dat veel minder geworden. In Horst aan de Maas wordt meer dan 95% van het huishoudelijk afval gescheiden ingezameld. Afvalinzameling en hergebruik van huishoudelijk afval is een thema waarin Horst aan de Maas voorop loopt en dat willen we blijven doen.
Technische kringloop
Planten
Grondstof
Productie
Bestuurlijk trekker
Biologische kringloop
Voedingsstoffen
In de praktijk raken beide kringlopen elkaar, bijvoorbeeld fruit dat in een plastic bakje wordt verkocht. Na gebruik wordt dit dan weer gescheiden: schillen en pitten bij het keukenafval en het plastic bakje in de PMD-container. Kortom: de afvalinzame-ling door de gemeente heeft betrekking op zowel de technische als de biologische kringloop.
Consument
Afbrekende organismen
AFVAL = VOEDSEL
Product
AFVAL = GRONDSTOF
Voor het afkoppelen van hemelwater bij woningen en bedrijven is tot 2021 voldoende budget beschikbaar. Over de periode daarna moet nog een besluit worden genomen, maar de insteek is om de afkoppelsubsidies na 2021 structureel onderdeel van het gemeentelijk rioolplan en de bijbehorende financiering te laten zijn. Tot slot is er jaarlijks is er 50.000 euro beschikbaar voor afkoppelen openbare ruimte. Dit budget wordt ingezet voor projecten in de categorie ‘laaghangend fruit’, zoals het verlagen van trottoirbanden zodat water van straten naar een groenvoorziening kan stromen. Of het vervangen van straatkolken door infiltratiekolken bij wegrenovatie. Voor het aanpakken van klimaatadaptatie zal daarom nog geen aanspraak worden gedaan op het algemene budget voor duurzaamheid.
Rol van de gemeente bij afvalinzameling
• De inzameling van huishoudelijk afval is een wettelijke taak van de gemeente. Dat is vastgelegd in de Wet Milieubeheer. • De gemeente zamelt ook afval in uit de openbare ruimte en probeert zwerfval te voorkomen. • De afvalbegroting van de gemeente bedraagt afgerond 4 miljoen euro per jaar. Bij het aanbesteden van
inzamel- en verwerkingscontracten stelt de gemeente eisen aan duurzaamheid, bijvoorbeeld eisen aan de inzamelwagens of de verwerkingsmethode. Dus de gemeente heeft hier ook een rol als duurzame inkoper. • De gemeente kan met haar afvalbeleid ook de circulaire economie stimuleren, door te kiezen voor opties die (regionale) circulaire initiatieven ondersteunen. Bijvoorbeeld door vrijkomende grondstoffen bij de #WijGaanGroen
43
afvalinzameling te communiceren op grondstoffenfora; geïnteresseerden partijen inzage te geven in de samenstelling van het afval; mee te denken over logistiek en bij aanbesteding voor de verwerking van afval alternatieve verwerkingsmethoden een kans te geven.
Doelen voor 2050 (‘de droom’)
In 2050 is er een volledig circulaire economie: afval bestaat niet meer. Het einde van het gebruik van een product is de start van een nieuw product. Ophalen van restafval is dan verleden tijd. In plaats daarvan haalt de gemeente alleen nog herbruikbare materiaalstromen op. Daarbij werken we samen met marktpartijen, die de inzameling van sommige materiaalstromen betalen. De communicatie, regelgeving en toezicht rond de inzameling blijft een taak van de gemeente. Ook het reinigen van de openbare ruimte blijft een taak van de gemeente. Deze activiteiten blijven (deels) gefinancierd door de afvalstoffenheffing.
Doel 2030
Landelijk is het doel voor 2030 om 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken. Via de inzameling van afval draagt de gemeente Horst aan de Maas daar op drie manieren aan bij. Ten eerste maken we recycling van afvalmateriaal mogelijk door een zo optimaal mogelijke afvalscheiding. Dat doen we via gescheiden inzameling in combinatie met nascheidingstechnieken. Ten tweede stimuleren wij bewustwording van inwoners over preventie
Strategie richting 2050
• Actief bevorderen rol van Afval Samenwerking Limburg (ASL) bij de strategiebepaling. ASL beheert de contracten voor de verwerking van PMD, GFT en restafval van Limburgse gemeenten. Het contract voor PMD vervalt per 2023 en de contracten voor GFT en restafval vervallen per 2024. In ASL-verband stellen gemeenten een visie op over de toekomst van grondstoffenbeheer. Dit moet de basis vormen voor de strategie voor komende aanbestedingen of partnerships. De visie wordt in maart 2020 voorgelegd in een raadsinformatiebrief. • Actief zoeken naar initiatieven in de regio die oplossingen kunnen bieden voor delen van gemeentelijk en huishoudelijk afval. Bijvoorbeeld verwerking van maaisel tot textielvezels. • In beleid en uitvoering kiezen voor opties waarmee we regionale initiatieven voor de circulaire economie kunnen stimuleren, binnen de grenzen van wat financieel en praktisch mogelijk is.
• Verspreiding lespakket basisonderwijs “(zwerf-)afval voorkomen”, een pakket met activiteiten voor “verloren momenten” (om een paar minuten te vullen) 2020 en verder. • Campagne tegen eenmalig gebruik van plastic 2020 en verder. • Ondersteuning jaarlijkse opruimacties en opruimen tijdens Schone Maas. 2020 en verder. • Bepaling visie toekomst grondstoffenbeheer. 2020 • Voorbereiding aanbesteding verwerking PMD, keukenafval, tuinafval, grof huisvuil en restafval. 2021, 2022. Voor aanbesteding die gepland is voor 2024. • Uitvoeren acties gericht op preventie van afval. In 2020 gaan we bekijken of we de Ja-Ja sticker in Horst aan de Maas willen invoeren. Dat is een sticker waarmee inwoners actief aangeven dat ze reclamefolders willen ontvangen. Huizen zonder zo’n sticker krijgen dan geen reclamedrukwerk meer. In Amsterdam is dit al ingevoerd en er zijn meerdere gemeenten die dit over gaan nemen.
Maatregelen 2020-2022
Risico’s en kanttekeningen
• Voorlichting over afvalscheiding (op de markt) 2020 en verder.
Leden van de wildbeheereenheid Diana uit Lottum doen mee aan opruimactie Schone Maas (2015)
44
verpakkingen omdat de markt overstroomt raakt door het slechte afval van derden. Dit heeft negatieve gevolgen: hogere kosten of lagere vergoedingen voor de verwerking van het afval van de gemeente.
en hergebruik. Dat doen we vooral via voorlichting. En als derde besteden we bepaalde afvalcontracten samen met andere gemeenten aan, waarbij we gezamenlijk voorwaarden scheppen voor waardebehoud.
De stagnerende afzet van grondstoffen is een risico. De kosten voor de verwerking van de door de gemeente ingezamelde afvalstoffen zijn afhankelijk van externe factoren. Zo is de afzet van matrassen momenteel een probleem en ontstaat er druk op de markt voor PMD-
Bestuurlijk trekker Wethouder Afval
Ambtelijk trekker
Beleidsmedewerker afval en circulaire economie.
Samenwerkingspartners
• Alle andere Limburgse gemeenten, verenigd in de Afvalsamenwerking Limburg (ASL). • De 6 gemeenten uit Noord-Limburg met wie wij gezamenlijk het inzamelcontract hebben aanbesteed. • Inwoners / Vrijwillige zwerfafvalpakkers / verenigingen die betrokken zijn bij het opruimen van zwerfafval.
Financiën
• De inzameling van huishoudelijk afval wordt betaald uit de afvalstoffenheffing. Dit is een kostendekkende heffing. • De kosten voor de het ruimen van zwerfafval en het afval uit de openbare prullenbakken worden betaald uit budget onderhoud openbare ruimte. • De Circulaire Economie wordt op gang geholpen door bedrijfsleven en overheids- en EU-subsidies waarna de economie zelfvoorzienend moet worden. Zij het door intrinsieke procesbesparingen, zij het doordat de extra kosten bij de verbruiker worden neergelegd als gevolg van regelgeving.
Zwerfafval opruimen langs de Maas door WBE Meerlose Baan (2019)
#WijGaanGroen
45
2.8 Kringlooplandbouw Kringlooplandbouw is onderdeel van de biologische kringloop uit het Cradle-to-Cradle gedachtegoed, dat in de vorige paragraaf is toegelicht. Maar wat is kringlooplandbouw nou precies? Kort gezegd houdt het in dat een agrarisch bedrijf bij de productie van bijvoorbeeld paprika’s, bosbessen, melk of vlees niet alleen de kosten van arbeid, land en kapitaal zo laag mogelijk houdt, maar ook het milieu ontziet. Een belangrijk kenmerk van kringlooplandbouw is dat akkerbouw, veehouderij en tuinbouw elkaars grondstromen gebruiken en reststromen uit de voedselketen benutten. Import van veevoer uit Zuid-Amerika of Azië wordt daardoor afgebouwd en verspilling wordt tegengegaan. Kringlooplandbouw streeft naar optimale productie in plaats van maximale productie. Of in de woorden van minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: “Niet langer zoveel mogelijk zo goedkoop mogelijk produceren, maar produceren met zo min mogelijk verlies aan grondstoffen en een zorgvuldig beheer van bodem, water en natuur.” Bij optimaal produceren hoort ook dat boeren een eerlijke prijs ontvangen voor hun producten. Op dit moment zijn de meeste landbouwbedrijven nog gericht op maximale productie.
Het Centraal Planbureau geeft in Balans voor de Leefomgeving 2018 de volgende probleemschets: “Het Nederlandse landbouw- en voedselsysteem roept trots maar ook onbehagen op; om houdbaar te blijven zal het systeem moeten transformeren. De Nederlandse landbouw- en voedselindustrie is een belangrijke speler op de wereldmarkt. Die positie heeft Nederland vooral weten te behalen door sterk in te zetten op een efficiënte productie. Duurzaam is dit systeem echter niet. De dominante wijze van landbouw bedrijven brengt tal van nadelen met zich mee voor natuur en leefomgeving, heeft een grote ecologische voetafdruk in binnen- en buitenland, en zet het welzijn van mens en dier onder druk. De primaire sector verliest hierdoor maatschappelijk draagvlak. Het huidige systeem staat daarnaast op gespannen voet met beleidsdoelen waaraan Nederland zich heeft gecommitteerd, zoals het Parijsakkoord en de ambities om koploper duurzame voedselproductie te zijn en de voedselconsumptie te verduurzamen. De politiek wil voorts dat de waterkwaliteit verbetert en dat de achteruitgang van de biodiversiteit wordt gestopt en op termijn wordt hersteld. Omdat het landbouwareaal zo’n groot gedeelte van het grondgebied in beslag neemt en landbouw een grote invloed heeft op de kwaliteit van natuur en water, kan die kwaliteit niet substantieel verbeteren zonder de manier van landbouwen te verduurzamen.
De conclusie is onvermijdelijk: wil Nederland zijn eigen beleidsdoelen halen, dan zal het landbouw- en voedselsysteem ingrijpend moeten veranderen.” (Citaat uit “Balans van de Leefomgeving 2018”, PBL, blz.25)
46
Om deze uitdagingen het hoofd te bieden kiest de rijksoverheid voor een omslag naar kringlooplandbouw. Dit is vastgelegd in de nota “Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden” (2018). Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) zegt over de te maken omslag: “Dit is niet iets van overheden alleen. De verandering slaagt alleen met de hulp en inzet van banken, de retail, maatschappelijke organisaties, consumenten en uiteraard de boer zelf: hij of zij moet een goed inkomen verdienen en kunnen innoveren om zo een gezond bedrijf in stand houden. Onze agrarische sector staat er wereldwijd al decennia lang goed op, daar ben ik trots op. Met kringlooplandbouw en de daarmee gepaard gaande innovaties is het onze ambitie deze positie te bestendigen.”
(Bron: Food for Thought. Natuurinclusieve landbouw. WUR 2016)
In Horst aan de Maas nemen we natuurinclusieve landbouw mee onder het thema kringlooplandbouw. We streven ernaar om voedselproductie en natuur op zo’n manier te verweven dat ze er allebei sterker van worden. In plaats van tegenstellingen te benadrukken moeten voor natuurinclusieve landbouw overeenkomsten gevonden worden. Dit kan door systeem-denken: landbouw en natuur worden beide opgevat als één (agro) ecosysteem waar de duurzaamheidsopgave centraal staat. De landbouw kan meer gebruik maken van de baten die de natuur oplevert (de zogenaamde ‘ecosysteemdiensten’, zoals natuurlijke plaagbestrijding) en daardoor robuuster en duurzamer
worden. En van de andere kant kan de natuur meer zorg krijgen van boeren en daardoor meer divers en duurzamer worden. Bovenstaande figuur illustreert het verschil tussen traditionele en natuurinclusieve landbouw. Binnen het thema ‘kringlooplandbouw’ maken we in Horst aan de Maas onderscheid in drie sectoren: (grondgebonden) land- en tuinbouw, glastuinbouw en veehouderij. Daarnaast zijn er in Horst aan de Maas bedrijven en kennisinstituten die werken aan bijvoorbeeld zaadveredeling en kwaliteitscertificering voor de land- en tuinbouw.
#WijGaanGroen
47
• Boeren krijgen een eerlijke prijs voor hun producten. Consumenten zijn gaan beseffen dat voedsel dat te goedkoop wordt verkocht, uiteindelijk duurkoop is voor de natuur en onze gezondheid. Kiloknallers bestaan niet meer. • In 2050 is de bodemkwaliteit van landbouwgronden duurzaam verbeterd. Verder is de voer-mest-kringloop in Nederland gesloten. Velden worden bemest met hoogwaardige natuurlijke meststoffen, die zijn gemaakt door bewerking van lokaal beschikbare reststromen en dierlijke mest. Kunstmest wordt niet meer gebruikt, want kunstmest wordt gemaakt met stoffen van over de hele wereld en dit past niet bij het sluiten van kringlopen. • In 2050 worden akkers primair gebruikt voor de productie van voedselgewassen. Het areaal wordt daarbij optimaal benut door het inzaaien van opeenvolgende teelten, zodat de akker een groot deel van het jaar begroeid is. Een belangrijke rol is weggelegd voor dubbeldoelgewassen, waarvan de resten, zoals bladeren en stengels, gebruikt worden als veevoer of bodemverbeteraar. • In 2050 is de grondgebonden landbouw volledig zelfvoorzienend wat betreft hun waterbehoefte. Beregenen komt niet meer voor, gewassen worden met druppelirrigatie of van onderaf van vocht voorzien. Door toegenomen droogte en hitte geldt er een permanent sproeiverbod, dit heeft geleid tot innovaties en tot de
(bron: provincie Utrecht, 2017)
Rol van de gemeente
Kringlooplandbouw raakt vele beleidsthema’s op verschillende overheidsniveaus. Denk aan bodem, waterkwaliteit, klimaat, natuur en biodiversiteit, maar ook aan een sterkere plattelandseconomie. Ter illustratie bovenstaand schema, dat een beeld geeft van de complexiteit van overheidslagen en regels rondom melkvee. De belangrijkste rollen van de gemeente ten aanzien van kringlooplandbouw zijn: - De gemeente heeft een kaderstellende rol. De gemeente bepaalt waar welke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Het instrument hierbij is op dit moment de structuurvisie. In de toekomst wordt dat de omgevingsvisie. Het is bijvoorbeeld mogelijk om in de omgevingsvisie op te nemen dat we bij nieuwe vergunningen als eis stellen dat zij de kringlooplandbouw bevorderen. Verder kan de gemeente voor bepaalde milieu-aspecten een lokaal beleidskader opstellen, dat strenger of juist soepeler is. Bijvoorbeeld de lokale geurverordening en lokaal geluidbeleid. - De gemeente heeft ook een wettelijke taak als vergunningverlener en toezichthouder bij agrarische bedrijven, op basis van de Wet Milieubeheer. Daarbij mogen wij niet alles vragen of toetsen, maar zijn wij gebonden aan landelijke en provinciale regels en eventueel lokaal beleid.
48
teelt van gewassen met een meer mediterraan karakter. Innovatieve agrarische bedrijven (zowel boeren als zaadveredeling) uit Horst aan de Maas liepen voorop om de kansen die dit bood te grijpen. • In 2050 gebruikt de glastuinbouw voor verwarming geothermie en als dat om veiligheidsredenen in onze regio geen duurzame optie is gebleken dan zijn er alternatieve duurzame verwarmingsoplossingen gevonden, of zijn andere innovaties toegepast zoals de overstap naar gewassen die geschikt zijn voor onverwarmde kassen en het veranderend klimaat in Nederland. • Kringlooplandbouw heeft er mede toe geleid dat de lucht in Nederland in 2050 schoon is. De emissies van fijnstof, ammoniak en stikstof zijn gereduceerd net als de emissie van broeikasgassen zoals CO2 en methaan. Op deze manier heeft kringlooplandbouw bijgedragen aan gezondheidswinst en behoud van biodiversiteit. Natuurgebieden zijn versterkt en kampen in 2050 niet langer met een stikstofoverschot.
Doelen voor 2030
Algemeen In 2030 zijn de doelen uit het “Realisatieplan Visie LNV. Op weg met nieuw perspectief” gehaald en is Nederland koploper met kringlooplandbouw. Zie afbeelding.
- De gemeente kan ook een aanjaagrol op zich nemen: koplopers faciliteren en stimuleren. Bijvoorbeeld door experimenteerruimte te bieden om daardoor ontwikkeling en innovatie te bevorderen. Of door het ondersteunen van een kennisnetwerk op lokaal niveau met als doel om kringlopen op een lager niveau te sluiten. Naast de inzet van landelijke en provinciale subsidies, kan de gemeente ook financieel een bijdrage leveren. Dat gebeurt op dit moment al via het economisch stimuleringsfonds. De stimulerende rol van de gemeente hoeft zich niet te beperken tot de agrarische sector. De overheid kan zich ook richten op andere partijen in de voedselketen, zoals consumenten en supermarkten, om hen te stimuleren richting kringlooplandbouw.
Doelen voor 2050 (‘de droom’)
• In 2050 is de Nederlandse land- en tuinbouw wereldwijd nog steeds toonaangevend. Agrarische ondernemers uit Horst aan de Maas hebben de omslag naar kringlooplandbouw aangegrepen om te innoveren. Daardoor was Horst aan de Maas koploper bij deze transitie. • In 2050 is het buitengebied van Horst aan de Maas een harmonieuze combinatie tussen landbouw en natuur. Grootschalige landbouwgebieden zijn geen monotone gebieden met een lage biodiversiteit, maar aantrekkelijke gebieden die door een natuur inclusieve inrichting de biodiversiteit juist versterken en de weerbaarheid van de teelten vergroten. #WijGaanGroen
49
Strategie richting 2050
Grondgebonden landbouw • In 2030 is er in Horst aan de Maas een omslag gemaakt naar precisielandbouw, zodat grasland beter wordt bemest, nesten en fauna in grasland beter zijn beschermd en er betere onkruidbestrijding is. Bij precisielandbouw krijgen planten (of dieren) met behulp van technologie, heel nauwkeurig die behandeling die ze nodig hebben. Hiervoor wordt technologie ingezet, zoals GPS en sensortechnologie. Het verschil met klassieke landbouw is dat daar per veld bepaald wordt wat er moet gebeuren, terwijl bij precisielandbouw dit per vierkante meter of per plant bepaald wordt. • Alle landbouwgronden moeten in 2030 duurzaam beheerd worden. Dat doel streeft landbouwminister Carola Schouten na met het Nationaal Programma Landbouwbodems. De kwaliteit van landbouwgrond staat onder druk door ondergrondverdichting. Daarnaast zijn er zorgen over het gehalte organische stof en de kwaliteit van het bodemleven. Door duurzaam bodembeheer houden we de kwaliteit van de bodem goed, ook voor volgende generaties. Duurzaam bodembeheer houdt in: een evenwichtig en verantwoord gebruik van (kunst) mest en gewasbeschermingsmiddelen; de inzet van wisselteelten en bewerking met machines die zijn afgestemd op de draagkracht van de bodem. Zware landbouwvoertuigen drukken de bodem aan, waardoor er minder bodemleven is.
Om deze bodemverdichting te voorkomen kunnen kleinere en vooral minder zware landbouwvoertuigen ingezet worden. Dat sluit goed aan op het streven naar precisielandbouw. Glastuinbouw • In 2030 is de glastuinbouw in Horst aan de Maas goed op weg om het door de sector zelf vastgestelde doel te halen om in 2040 klimaatneutraal te zijn.
50
Veehouderij • De doelen van de rijksoverheid over schone lucht worden gehaald: 20% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016. De veehouderij heeft hieraan een bijdrage geleverd door fijn stof emissies uit de (pluimvee)houderij te reduceren en door ammoniakreductie. • In 2030 heeft de agrarische sector de reductiedoelstelling uit het nationale klimaatakkoord gehaald. Met name door regelingen voor stoppers en warme sanering in de veehouderij en door een gebiedsgerichte aanpak van de stikstofproblematiek.
SCHONE LUCHT AKKOORD De overheid wil de luchtkwaliteit in Nederland voor alle inwoners verbeteren. Daarom is begin 2020 het Schone Lucht Akkoord getekend door de rijksoverheid en diverse provincies en gemeenten. Het doel van het akkoord is om de gezondheidsschade door luchtverontreiniging in 2030 te halveren. Voor de delen in Nederland waar de lucht het meest vervuild is, komen er extra maatregelen. Dan gaat het om de gebieden rondom de grote steden en in de buurt van intensieve veehouderijen. Wij onderschrijven de doelen van het Schone Lucht Akkoord en overwegen serieus het akkoord te ondertekenen. Op dit moment onderzoeken we wat er van deelnemende gemeenten wordt verwacht. Op basis daarvan bekijken we of we bij het tweede tekenmoment aan kunnen sluiten.
• Om de omslag naar kringlooplandbouw te maken is de positie van de boer cruciaal: hij of zij moet voldoende inkomen krijgen om investeringen terug te verdienen. De gemeente heeft hier helaas weinig invloed op, maar het is voor ons wel een essentieel uitgangspunt. • Kringlooplandbouw gaat uit van de vorming van een biologische kringloop. Onze strategie is gericht op het sluiten van kringlopen op zo laag mogelijke schaal. Dat kan lokaal, regionaal, nationaal maar ook internationaal zijn. Logischerwijs geldt dat een kringloop met kortere vervoersafstanden de voorkeur heeft boven mondiale inkoop van grondstoffen en mondiale afzet van produkten. • Wij gaan duurzame innovaties in de intensieve veehouderij stimuleren. Zoals in het coalitieakkoord 2018-2022 staat: “We juichen innovatie gericht op duurzaamheid in de intensieve veehouderij toe en willen deze ontwikkeling steunen. We willen projecten aanjagen die inspireren tot innovatie en we leggen daartoe actief verbindingen met de sector en andere belanghebbenden, zoals milieu en dierorganisaties”. Daarbij blijven we kritisch op de plannen die we steunen.