CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

HadM 2 Wij gaan groen

Gemeenteraad 6 maart 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Beantwoording vragen en bijlagen28.283 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Duurzaamheidsprogramma

Horst aan de Maas 2020 - 2050

#WIJ GAAN

GROEN

#WijGaanGroen

1

Duurzaamheidsprogramma

Horst aan de Maas 2020 - 2050

#WIJ GAAN

GROEN VASTGESTELD DOOR DE GEMEENTERAAD OP 18 FEBRUARI 2020

INHOUD

4

VOORWOORD

7

SAMENVATTING

9

1

DUURZAAMHEIDSDOELEN EN UITGANGSPUNTEN

13

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Wat bedoelen we in Horst aan de Maas met duurzaamheid? Van brede blik naar een duurzaamheidsprogramma met focus Global Goals vertaald naar vier hoofddoelen voor duurzaamheid Uitgangspunten van onze duurzaamheidsaanpak

13 13 16 17 18

2

SPEERPUNTEN VAN BELEID

21

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

Duurzaamheidsdoelen uitgewerkt in thema’s Energiebesparing Energietransitie gebouwde omgeving Grootschalige opwek duurzame energie Energieneutrale gemeentelijke organisatie Klimaatadaptatie Afvalinzameling Kringlooplandbouw Biodiversiteit en natuurontwikkeling

21 22 25 30 34 38 43 46 52

3

ORGANISATIE EN UITVOERING

59

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Interne organisatie Monitoring Communicatie & participatie Financiën Uitvoeringsprogramma 2020-2022 Infographic duurzaamheidsprogramma

59 60 66 68 70 80

#WijGaanGroen

5

VOORWOORD

Kids Climate Conference Horst aan de Maas oktober 2019

Dit ‘Duurzaamheidsprogramma Horst aan de Maas’ gaat uw en mijn toekomst bepalen. En wat nog veel belangrijker is: het gaat de toekomst van onze kinderen en hun kinderen bepalen. Ik besef dat deze constatering nogal wat druk legt op de inhoud van dit programma. Bovendien realiseer ik me dat die toekomst van veel meer factoren afhangt. En toch…#WijGaanGroen! Ik ben er tot in mijn diepste vezels van overtuigd, dat die toekomst van Horst aan de Maas, van Nederland, ja, zelfs van de wereld, alleen maar gewaarborgd kan worden als we nú actie ondernemen. Ik moet denken aan het spreekwoord ‘wie het kleine niet eert…’ dat ik voor de gelegenheid vrij wil vertalen in ‘als je het kleine niet doet, lukt ook het grote niet goed’. Een lokaal duurzaamheidsprogramma als noodzakelijke voorwaarde en onmisbare eerste stap, op weg naar een groter doel. Dus #WijGaanGroen! Dit duurzaamheidsprogramma focust op vier lange termijn doelen voor 2050, die in een praktische ‘Horst aan de Maas-stijl’ zijn uitgewerkt in vele concrete actiepunten. Die actiepunten zullen regelmatig worden aangevuld op

6

basis van nieuwe inzichten, in overleg met inwoners en bedrijven. Minstens zo belangrijk is ‘de manier waarop’ we aan die doelen werken. Vanuit de kenmerkende aanpakmentaliteit van Horst aan de Maas, door samen te werken en verantwoordelijkheid te nemen. Door het mes aan meer kanten te laten snijden en ‘penny wise, pound foolish’ te vermijden. Door voorbeeldgedrag te tonen en de lusten en lasten eerlijk te verdelen. Samen met inwoners en bedrijven willen wij als gemeente verder invulling geven aan deze duurzaamheidsdoelen. Wij doen dat met het verbindend credo #WijGaanGroen: ‘Wij’, omdat we het samen moeten doen. ‘Gaan’ omdat het een actief proces is en ‘groen’ omdat die kleur symbool staat voor het leven zelf. Ik durf het aan om u één garantie te geven voor uw en mijn toekomst en voor die van onze kinderen. Het leven over 10, 20 of 30 jaar zal er behoorlijk anders uit zien dan nu. Er gaat echt flink wat veranderen. Hoe dan ook. Maar als we dat alleen constateren over 10, 20 of 30 jaar, dan zijn we te laat en hebben we de kans gemist om onze toekomst zelf te creëren. Dus daarom nu. Het kan niet anders. #WijGaanGroen!

Thijs Kuipers Coördinerend wethouder Duurzaamheid

#WijGaanGroen

7

SAMENVATTING DUURZAAMHEIDSPROGRAMMA HORST AAN DE MAAS 2020-2050

#WijGaanGroen In Horst aan de Maas werken we al jaren aan verduurzaming. Voor het eerst ligt daar nu een beleidsstuk onder dat niet alleen onze acties, maar ook onze lange termijn doelen en onze strategie beschrijft. Onder het motto #WijGaanGroen kijken wij ver vooruit naar 2030 en 2050. In het uitvoeringsprogramma voor de jaren 2020-2022 staat wat we op de korte termijn gaan doen.

Focus op vier doelen

In dit duurzaamheidsprogramma is gekozen voor een focus op 4 lange termijn doelen 1. Klimaatneutraliteit: In 2050 stoten wij netto geen broeikasgassen meer uit. 2. In 2050 is onze gemeente klimaatbestendig en water robuust ingericht. 3. In 2050 hebben we een duurzaam gedreven, volledig circulaire economie. 4. Biodiversiteit: In 2030 hebben we een natuur-inclusieve economie. Het verlies aan biodiversiteit is omgebogen naar herstel.

Onze strategie voor een duurzame toekomst in 7 uitgangspunten De volgende uitgangspunten beschrijven hoe wij onze duurzaamheidsdoelen willen realiseren. 1. Wij nemen onze verantwoordelijkheid en schuiven de rekening niet door. 2. Wij doen het samen. 3. Wij bewaken de sociale rechtvaardigheid. 4. We streven naar de meeste duurzaamheid per euro. 5. Wij geven het goede voorbeeld en communiceren daar over. 6. Wij zoeken actief naar meekoppel-kansen waarmee we meer doelen tegelijk kunnen realiseren. 7. Wij werken op basis van objectieve gegevens en hanteren bij onzekerheid het voorzorgsbeginsel.

8

# WIJ GAAN GROEN

9

bijna € 600.000 gevraagd. Dat betekent dat er nog ruim € 400.000 beschikbaar is. Er is dus ruimte voor nieuwe maatregelen die bijdragen aan onze duurzaamheidsdoelen en die voldoen aan de overige criteria die in dit duurzaamheidsprogramma zijn beschreven. Dit ‘vrije’ budget biedt flexibiliteit en slagkracht.

De belangrijkste thema’s

IM

AA

TNEUTR

A A

A AT B E S T

Voortgangsbewaking De focus van dit duurzaamheidsprogramma ligt op actie en enthousiasme. Daarom is gekozen voor eenvoudige monitoring, waarbij we gebruik maken van bestaande instrumenten, zoals de landelijke klimaatmonitor, de klimaatstresstest en de natuurwaardenkaart. Het bewaken van de inhoud en voortgang per thema blijft de verantwoordelijkheid van de portefeuillehouder voor dat thema en de vakafdeling. De wethouder Duurzaamheid en de programmaleider Duurzaamheid hebben vooral een coördinerende rol.

GHE ID

KLIMAATKLIMAATBESTENDIGHEID ADAPTATIE ENERGIENEUTRALE GEMEENTELIJKE ORGANISATIE

E DI

ENERGIEBESPARING BEDRIJVEN

M LI

N

K

L

KL

De vier hoofddoelen zijn in hoofdstuk 2 van dit duurzaamheidsprogramma uitgewerkt in acht thema’s.

GROOTSCHALIGE OPWEK EN DUURZAME ENERGIE

B IO

DUURZAAMHEIDSPROGRAMMA

U

L

T

ITEIT AR

Communicatie en participatie: #WijGaanGroen! Horst aan de Maas is winnaar van de Greenleaf Award 2019. Dat is onder andere te danken aan de grote betrokkenheid van inwoners en bedrijven bij het thema duurzaamheid. In onze communicatie- en participatiestrategie sluiten we daarop aan. We willen

Conclusie Ons doel is een klimaatneutraal, klimaatbestendig, circulair en natuur-inclusief Horst aan de Maas in 2050. We zitten daarvoor op de goede weg, maar er is nog een lange weg te gaan voordat we deze stip op de horizon bereiken. We gaan ervoor zorgen dat onderweg iedereen ‘aan boord’ blijft, want alleen dan zijn de veranderingen ook écht duurzaam. Kortom: #WijGaanGroen!

ITE I

KRINGLOOPLANDBOUW

ERS

BIODIVERSITEIT EN NATUURONTWIKKELING

DIV

ENERGIETRANSITIE GEBOUWDE OMGEVING

informeren, inspireren, de dialoog bevorderen en initiatieven van onderop stimuleren. Daarmee moedigen we een gezamenlijke ‘beweging’ aan. Het motto daarbij is #WijGaanGroen. Want dat geeft precies de kern van onze communicatie- en participatie-strategie weer: de hashtag staat voor een frisse enthousiaste aanpak en geeft eenheid aan berichten via sociale media; ‘wij’ staat voor samenwerking; ‘gaan’ staat voor actie en beweging en ‘groen’ staat voor duurzaamheid. Vanuit het duurzaamheidsprogramma richten we ons op de brede, overkoepelende communicatie. Diverse inhoudelijke thema’s (zoals klimaatadaptatie, visie veehouderij en energietransitie) kennen daarnaast hun eigen communicatietraject. Uiteraard zorgen we voor aansluiting met de overkoepelende communicatiestrategie.

CIR

C

Alle thema’s zijn op dezelfde manier uitgewerkt: beschrijving van de rol van de gemeente Horst aan de Maas; beschrijving van het doel (droombeeld) voor 2050 en de strategie die de gemeente daarvoor gaat volgen; meer gedetailleerde doelen voor 2030 en concrete acties voor de periode 2020-2022. Verder staan bij elk thema risico’s en kanttekeningen; de bestuurlijk en ambtelijk trekker; de samenwerkingspartners en de financiën. Het voert te ver elk thema hier samen te vatten. Daarom is hieronder als voorbeeld één actiepunt per thema uitgelicht: •  Energiebesparing: versterken toezicht op energiebesparing bij bedrijven • Energietransitie gebouwde omgeving: opstellen transitievisie warmte over alternatieven voor aardgas •  Grootschalige opwek: opstellen lokaal Kader voor Opwekking Duurzame Energie (KODE)

10

AFVALINZAMELING

•  Energieneutrale gemeentelijke organisatie: opstellen actieprogramma energieneutraal 2025 •  Klimaatadaptatie: risico-dialoog en vaststellen uitvoeringsagenda • Afvalinzameling: bepaling visie op toekomst van het grondstoffenbeheer •  Kringlooplandbouw: onderzoek naar verduurzaming pachtbeleid •  Biodiversiteit: toepassen van natuurwaardenkaart bij uitvoeringsprojecten Het financiële plaatje De gemeenteraad heeft al in 2018 besloten om deze collegeperiode 1 miljoen euro extra te investeren in duurzaamheidsmaatregelen. Met de vaststelling van dit duurzaamheidsprogramma komen deze middelen beschikbaar in de vorm van een reserve duurzaamheid. Voor de maatregelen uit het uitvoeringsprogramma wordt

#WijGaanGroen

11

1 DUURZAAMHEIDSDOELEN EN UITGANGSPUNTEN 1.1 Inleiding Duurzaamheid staat prominent op de maatschappelijke en politieke agenda. Er is in Horst aan de Maas een breed gedeeld gevoel van urgentie én van ambitie. In het coalitieakkoord 2018-2022 “Krachtig Horst aan de Maas, Gezonde blik op de toekomst” wordt een duurzaamheidsprogramma aangekondigd waarin een breed scala aan onderwerpen een plek krijgt. Dat programma ligt nu voor u. Alle belangrijke thema’s zijn hierin samengebracht onder één overkoepelende paraplu. We kijken in dit stuk ver vooruit naar 2030 en 2050. Daarnaast is er een uitvoeringsprogramma voor de periode 2020-2022 met de stappen die we op de korte termijn gaan zetten. En dat alles onder het motto #WijGaanGroen! De ambities in dit beleid volgen uit het coalitie-akkoord en uit landelijke ontwikkelingen, zoals het klimaatakkoord. Voor het vervolg, de uitvoeringsfase, zoeken wij als gemeente nadrukkelijk de samenwerking met onze inwoners, bedrijven en andere partners. Want voor bijna alle duurzaamheidsthema’s geldt: alleen lukt het niet, maar samen maken we het verschil. Ook regionaal zoeken we de samenwerking. De acht gemeenten in NoordLimburg gaan gezamenlijk aan de slag met de regionale investeringagenda ‘Gezondste Regio’. Duurzaamheid is een belangrijk onderdeel van deze investeringagenda.

Zo zijn verduurzaming van de glastuinbouw, kringlooplandbouw, duurzame mobiliteit en een regionale energiestrategie allemaal aangewezen als ‘icoonprojecten’: urgente projecten met een meervoudig doel. Dit duurzaamheidsprogramma is de opvolger van het Actieplan Duurzaamheid 2014-2018, dat op initiatief van de gemeenteraad is opgesteld. De uitvoering van dat Actieplan heeft geleid tot vele goede initiatieven en maatregelen. Met als kroon op het werk de toekenning van de Europese Green Leaf Award. Die erkenning kreeg Horst aan de Maas vanwege de grote rol die inwoners spelen bij duurzaamheidsinitiatieven. Het toont aan dat we op de goede weg zijn. Tegelijk is het een aanmoediging om door te gaan, want we staan pas aan het begin van onze route.

12

1.2 Wat bedoelen we in Horst aan de Maas met duurzaamheid? Duurzaamheid kent vele invalshoeken. In Horst aan de Maas hanteren wij van oudsher een brede opvatting van het begrip duurzaamheid. Dat was al zo in het Actieplan Duurzaamheid 2014-2018 en dat blijft zo in dit nieuwe duurzaamheidsprogramma. We sluiten aan bij de definitie van de Verenigde Naties uit 1987: “Duurzame ontwikkeling komt tegemoet aan de behoeften van het heden zonder de mogelijkheden van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen”. Het schema hierna maakt duidelijk wat er in Horst aan de Maas allemaal onder de ‘paraplu’ van het begrip duurzaamheid valt. Het is bedoeld om een totaalbeeld te schetsen. Uit de illustratie blijkt hoe het begrip duurzaamheid in de loop der tijd is verbreed. Het begon ooit met regels om geluidsoverlast en stank te voorkomen: de Hinderwet. Hier werden steeds meer milieuaspecten aan toegevoegd, zoals bodembescherming en afvalscheiding. In de volgende fase werd er niet meer alleen naar milieu-effecten (planet) gekeken, maar was er ook aandacht voor de sociale en de economische kant van duurzaamheid (people en profit). Vervolgens stelde de Verenigde Naties 17 duurzame ontwikkelingsdoelen vast, waardoor duurzaamheid een nog breder begrip werd.

Men kan dit brede begrip op meer manieren onderverdelen: vanuit inhoudelijke thema’s (zoals het thema energie), vanuit doelgroepen (zoals de doelgroep woningeigenaren), of via een gebiedsgerichte indeling (zoals ‘openbare ruimte’ en ‘woonwijken’). In de praktijk gebruiken we alle drie deze indelingen. Het schema eindigt met een overzicht van de onderwerpen waar de gemeente op dit moment mee bezig is, die onder de brede paraplu van duurzaamheid vallen. Het bevat onderwerpen waar de gemeente al jaren aan werkt, maar ook thema’s die relatief nieuw zijn. Deze voorbeelden geven een beeld van de vele terreinen waarop de gemeente aan duurzaamheid werkt.

#WijGaanGroen

13

DUUR Z A A M H E ID TRADITIONELE MILIEUASPECTEN (1875-1993) “P.P.P.” EN “M.V.O.” (VANAF 1994)

THEMA’S UIT ACTIE-PLAN DUURZAAMHEID HORST AAN DE MAAS 2014-2018

VN DOELEN DUURZAAMHEID 2018

ACTUELE DUURZAAMHEIDSTHEMA’S IN HORST AAN DE MAAS 2019

DOELGROEPEN DUURZAAMHEIDSBELEID

RUIMTELIJKE INSTEEK DUURZAAMHEIDSBELEID (GEBIEDEN)

GELUIDSHINDER

VERBREDING VAN ALLEEN ‘MILIEU’ NAAR PEOPLE,

DUURZAAM BOUWEN EN WONEN

DUURZAAM ONDERNEMEN

‘GLOBAL GOALS’ 17 DUURZAME ONTWIKKELINGSDOELEN

DUURZAME MOBILITEIT

ENERGIE TRANSITIE

INWONERS ALGEMEEN

WONINGEIGENAREN

WOONWIJKEN & KERNEN

DUURZAME RUIMTELIJKE ORDENING

WARMTE TRANSITIE

AUTOBEZITTERS

OPENBARE RUIMTE

BEDRIJVEN ALGEMEEN

BEDRIJVENTERREINEN

EXTERNE VEILIGHEID

AFVALSCHEIDING

GEURHINDER

LICHTHINDER

OVERIG

PLANET, PROFIT EN MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN

DUURZAAM GEZOND

VOORBEELDROL GEMEENTE (DUURZAME OVERHEID)

VASTGESTELD DOOR DE VERENIGDE NATIES

GROOTSCHALIGE OPWEK DUURZAME ENERGIE

AGRARISCHE BEDRIJVEN

STIKSTOF EMISSIES

INSTELLINGEN

AGRARISCH BUITENGEBIED

BIJ-VRIENDELIJK-INRICHTEN OPENBARE RUIMTES

SCHOLEN-ONDERWIJS

OPPERVLAKTE WATER

OVERIG

GEMEENTELIJKE ORGANISATIE

OVERIG

RECREATIEGEBIEDEN

NATUUR

OVERIG

KIDS CLIMATE CONFERENCE

SUBSIDIE AAN IVN EN STICHTING NATUUR EN JEUGD

PREVENTIE ZWERFAFVAL

ECOLOGISCH BERMBEHEER

MAASGAARD PROJECTEN

STIMULEREN WANDELEN EN FIETSEN

DIGITALE NIEUWSBRIEF DUURZAAMHEID GEMEENTE

ORGANISATIE VAN ‘GREUNE MERT’ DUURZAAMHEIDS-MARKT

BODEMKWALITEITSKAART UITBREIDEN MET PFAS

REGIONALE ENERGIE STRATEGIE (RES)

OPSTELLEN VISIE VEEHOUDERIJ

VERDUURZAMEN GEMEENTELIJKE ACCOMMODATIES

DUURZAAM INKOPEN EN SOCIAL RETURN

INFORMATIEPLICHT ENERGIEBESPARING BEDRIJVEN

GELUIDSANERING LANGS SPOORLIJNEN

UITBREIDEN NETWERK E-LAADPALEN

TRENDSPORTAL

KLIMAATSTRESSTEST

GEZONDSTE REGIO 2025

AFKOPPELADVIES EN SUBSIDIE VOOR WONINGEN

SUBSIDIE VOOR MAATWERKADVIES, ENERGIEBESPARING WONINGEN

CONCRETE VOORBEELDPROJECTEN IN BREDE ZIN 2019

LUCHTEMISSIES

BODEMBESCHERMING

# WijGaanGroen

DIT SCHEMA MAAKT DUIDELIJK WAT ER IN HORST AAN DE MAAS ONDER DE “PARAPLU” VAN HET BREDE BEGRIP DUURZAAMHEID VALT. HET LAAT OOK ZIEN HOE HET BEGRIP IN DE LOOP DER TIJD IS VERBREED. DAT ER EEN ONDERVERDELING MOGELIJK IS IN DOELGROEPEN/ THEMA’S EN GEBIEDEN. EN ER WORDEN CONCRETE VOORBEELDPROJECTEN GENOEMD.

14

#WijGaanGroen

15

1.3 Van brede blik naar een duurzaamheidsprogramma met focus Uit de vorige paragraaf blijkt dat duurzaamheid een breed begrip is, dat in bijna alle werkvelden van de gemeente terug komt. Voor veel van deze werkvelden is al beleid vastgesteld en zijn er uitvoerings- of onderhoudsprogramma’s. Om dubbel werk te voorkomen en om de omvang van dit duurzaamheidsprogramma beperkt en overzichtelijk te houden, brengen we focus aan. Om te bepalen op welke thema’s het duurzaamheidsprogramma moet focussen, is gebruik gemaakt van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, ook wel bekend als de “Global Goals” (2015).

Uit de zeventien Global Goals is een selectie gemaakt, op basis van drie criteria: 1. Is het een doel waar de gemeente nog geen beleidsprogramma voor heeft? We willen geen dingen dubbel doen. En met veel van de Global Goals is de gemeente al actief bezig. Bijvoorbeeld in het sociaal domein (armoedebeleid, onderwijs, welzijn), het economisch beleid (industrie en innovatie) of het ruimtelijk beleid (infrastructuur, mobiliteit / trendsportal, onderhoudsplan openbaar groen). 2. Kunnen we als gemeente wezenlijk invloed uitoefenen op het halen van dit doel? We willen resultaatgericht werken. Daarom kiezen we voor doelen waarbij de gemeente een duidelijke taak of rol heeft, zodat we écht wat kunnen bereiken.

1.4 Global Goals vertaald naar vier hoofddoelen voor duurzaamheid Uit de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelstellingen zijn er vier geselecteerd, waarop we ons met dit duurzaamheidsprogramma richten. Deze vier worden hieronder toegelicht. Daarna worden ze ‘vertaald’ naar vier hoofddoelen van het duurzaamheidsbeleid van Horst aan de Maas.

GLOBAL GOAL

TOELICHTING Het doel ‘betaalbare en duurzame energie’ gaat over de energietransitie. Dat is de omschakeling van fossiele energie (zoals aardgas) naar duurzame energie op een sociaal rechtvaardige en voor iedereen betaalbare manier. Het gebruik van duurzame energie leidt tot minder uitstoot van broeikasgassen en daarmee is de link gelegd naar het volgende doel ‘klimaatactie’.

TABEL

Het doel ‘klimaatactie’ gaat zowel over het klimaatbestendig maken van de gemeente (klimaatadaptatie), als over het voorkomen van verdere klimaatverandering door minder broeikasgas uit te stoten (klimaatmitigatie; afspraken uit het akkoord van Parijs).

Het doel ‘verantwoorde consumptie en productie’ gaat over de circulaire economie: hoe komen we van een wegwerp-economie waarin grondstoffen opraken naar een circulair systeem van productie en consumptie. Voor een agrarische gemeente als Horst aan de Maas is moderne kringlooplandbouw relevant: het slim koppelen van plantaardige en dierlijke productie tot een landbouwsysteem dat past in een gezond ecologisch systeem. Wat meteen de link is naar het volgende doel ‘leven op het land’.

De doelstelling ‘leven op het land’ gaat over behoud van bodemkwaliteit, bescherming van de biodiversiteit en het integreren van de waarden van ecosystemen en biodiversiteit in lokale planning. Behoud en bescherming van biodiversiteit is een belangrijk thema in het coalitie-akkoord van Horst aan de Maas.

3. Sluit het doel aan op de prioriteiten en afspraken uit het college-akkoord en het coalitieprogramma van Horst aan de Maas? Het college-akkoord is ambitieus op het gebied van duurzaamheid. We leggen de komende drie jaar de focus op het realiseren van die ambities.

Op basis van deze vier Global Goals kiezen we de volgende vier hoofddoelen voor het duurzaamheidsprogramma van Horst aan de Maas. Dit zijn onze speerpunten voor de komende vier jaar. Alle acties die in ons uitvoeringsprogramma staan, dragen bij aan de realisatie van deze doelen.

Dit heeft geleid tot een keuze voor vier Global Goals. In de volgende paragraaf worden deze toegelicht en vertaald naar hoofddoelen voor het duurzaamheidsprogramma van Horst aan de Maas. Dit betekent nadrukkelijk niet dat de andere Global Goals minder belangrijk zijn, daar ligt alleen in dit duurzaamheidsprogramma niet de focus.

16

#WijGaanGroen

17

HOOFDDOELEN DUURZAAMHEIDSBELEID HORST AAN DE MAAS 1. KLIMAATNEUTRALITEIT Wij beperken de uitstoot van broeikasgassen om verdere opwarming van de aarde te voorkomen. De energietransitie is onderdeel van onze aanpak om klimaatneutraal te worden. In 2050 stoten wij netto geen broeikasgassen meer uit en daarmee zijn we klimaatneutraal.

2. KLIMAATBESTENDIGHEID Wij treffen maatregelen tegen de negatieve effecten van het veranderend klimaat. Daardoor verbeteren wij het leefklimaat. In 2050 is onze gemeente volledig klimaatbestendig.

3. CIRCULARITEIT Wij werken toe naar een circulaire economie. Wij maximaliseren hergebruik en wij sluiten kringlopen, zowel voor technische materialen als voor materiaal van biologische oorsprong. Het streven naar een moderne kringlooplandbouw valt ook onder circulariteit. Wij maken onze voedselproductie en overige agrarische bedrijvigheid toekomstbestendig, zowel in ecologisch als in sociaal en economisch opzicht. In 2050 hebben we een duurzaam gedreven, volledig circulaire economie.

4. BIODIVERSITEIT Wij werken toe naar een natuurinclusieve economie. In al onze beslissingen wegen we de gevolgen voor de natuur en de biodiversiteit mee. We brengen het verlies aan biodiversiteit in Horst aan de Maas tot stilstand en zetten actief in op het beschermen en versterken van de verscheidenheid aan plant- en diersoorten die leven in Horst aan de Maas.

Onder duurzaamheid kunnen nog veel meer onderwerpen geschaard worden. Dat is al eerder toegelicht. Via de gekozen hoofddoelen wordt indirect ook aan andere thema’s gewerkt. Denk hierbij aan luchtkwaliteit, asbestsanering of verkeerslawaai. Bijvoorbeeld: als we -om klimaatneutraal te worden- overgaan op elektrische of waterstof-auto’s dan neemt daardoor tegelijk de luchtvervuiling en het verkeerslawaai af. En als -in het kader van de energietransitie- de daken van woningen of bedrijven beter geïsoleerd worden, is het logisch om dat te combineren met sanering van eventueel aanwezig asbest. Het slim combineren van dit soort zaken komt terug in onze uitgangspunten, die in de volgende paragraaf worden beschreven.

rekening niet door naar andere mensen, naar andere gebieden of naar volgende generaties. Wij zorgen ervoor dat toekomstige generaties over dezelfde mogelijkheden beschikken om in hun behoeften te voorzien als wij.

Bij het werken aan de duurzaamheidsdoelen, hanteert de gemeente Horst aan de Maas de volgende uitgangspunten.

2 – We doen het samen Verduurzamen is een belang en een verantwoordelijkheid van ons allemaal. De overheid kan dit niet alleen. Samenwerking en inwonerparticipatie zijn de sleutels tot succes. We zoeken als gemeente actief die samenwerking op. Op lokaal niveau met onze inwoners, ondernemers en organisaties. Op regionaal en nationaal niveau met bovenlokale partners en mede-overheden. We kijken ook over de grens. Via het Greenleaf-netwerk wisselen we kennis uit met andere Greenleaf-winnaars die elk op hun manier koploper zijn in duurzaamheid. Maar de nadruk ligt op lokale samenwerking. Er zijn in Horst aan de Maas al veel duurzame initiatieven en projecten ‘van onderop’ ontstaan. Wij benaderen deze met een positieve grondhouding. We vertrouwen op de kracht van de initiatiefnemers. De gemeente biedt lokale initiatieven die aansluiten op onze duurzaamheidsdoelen ondersteuning, binnen de grenzen van het mogelijke.

1 – Wij nemen onze verantwoordelijkheid Bij alle besluiten en vraagstukken waar de gemeente voor staat, is duurzaamheid onderdeel van het afwegingskader. Wij nemen onze verantwoordelijkheid en schuiven de

3 – We bewaken de sociale rechtvaardigheid We staan aan het begin van een verandertraject dat tientallen jaren gaat duren. Iedere inwoner krijgt ermee te maken. De veranderingen zullen in iedere woning te

1.5 Uitgangspunten van onze duurzaamheidsaanpak

18

merken zijn, tot achter de voordeur. Men gaat bijvoorbeeld anders koken door het afkoppelen van aardgas (energietransitie). Men past de tuin aan om wateroverlast te voorkomen (klimaatbestendigheid). Of men gaat anders rijden, misschien wel in een deelauto op waterstof (circulariteit). Maar deze veranderingen zijn pas écht duurzaam als ze op een sociaal rechtvaardige manier verlopen. Dat betekent dat alle inwoners mee kunnen doen. Ook de maatschappelijk kwetsbare groepen. Wij toetsen voortdurend of alle inwoners nog ‘aan boord’ zijn. Waar nodig sturen we aan op bijkomende maatregelen. Bijvoorbeeld om woonlasten betaalbaar te houden en energie-armoede en mobiliteits-armoede te voorkomen. Dit is overigens niet alleen de taak of bevoegdheid van de gemeente. We zijn hierin ook afhankelijk van andere partijen, zoals de rijksoverheid. 4 – We streven naar de meeste duurzaamheid per euro Kostenefficiëntie is belangrijk. We willen met de middelen die we inzetten zoveel mogelijk bereiken. Dit betekent niet dat we altijd voor de goedkoopste maatregelen kiezen. Om te bepalen hoe we met onze euro’s zoveel mogelijk duurzaamheid realiseren, hanteren we het principe van “total cost of ownership”. Dat betekent dat we niet alleen naar de aanschafprijs kijken, maar ook naar de kosten voor gebruik en onderhoud tijdens de levensduur van een product of gebouw.

Daarmee voorkomen we dat maatregelen die nu goedkoop lijken op de lange termijn veel duurder uitpakken. We hanteren ook het “geen spijt”-principe. Dat betekent dat we er voor zorgen dat beslissingen die we nu nemen, passen binnen onze strategie voor de lange termijn. Daardoor voorkomen we dat we een project of maatregel opnieuw moeten doen, omdat het de eerste keer niet goed genoeg is gebeurd. Bijvoorbeeld: niet bezuinigen op de dikte van isolatie, want dan moet men later waarschijnlijk nog een keer kosten maken voor na-isolatie.

6 – Wij zoeken actief naar meekoppel-kansen Bij elk project dat we uitvoeren, zoeken we actief naar meekoppel-kansen. We willen geen maatregelen meer nemen die maar één doel dienen, maar streven ernaar om in elk project op meer beleidsterreinen winst te halen. Bijvoorbeeld bij de dakrenovatie van een gemeentelijke accommodatie: isolatie verbeteren, asbest saneren en zonnepanelen plaatsen. Of bij inrichting openbaar groen: aanleg van waterbekken om wateroverlast te voorkomen en tegelijk de biodiversiteit versterken. Of bij de aanpassing van een woning in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning het aanrecht rolstoeltoegankelijk maken en direct overgaan van koken op aardgas naar elektrisch koken. 7 – We werken op basis van objectieve gegevens en hanteren het voorzorgsbeginsel Het maatschappelijk debat over duurzaamheid is soms gepolariseerd. Met name over het klimaatbeleid. Wij gaan in ons duurzaamheidsbeleid uit van objectieve informatie, gebaseerd op wetenschappelijke consensus. Daarnaast hanteren wij het voorzorgsbeginsel, bekend vanuit milieuregelgeving over gevaarlijke stoffen. Het voorzorgsbeginsel houdt in dat we niet pas in actie komen bij 100% zekerheid over de noodzaak, maar dat we bij sterke aanwijzingen voor ernstige nadelige effecten op het milieu al beschermende maatregelen treffen.

5 – We geven het goede voorbeeld Zelf het goede voorbeeld geven is een belangrijk uitgangspunt van ons duurzaamheidsbeleid. De gemeente doet al een heleboel dingen goed. Maar er liggen nog volop kansen om meer te doen. Die kansen willen wij pakken. Wij kunnen dat in stilte doen, maar het geven van het goede voorbeeld betekent ook: communiceren. Alleen als het voorbeeld gezien wordt, kun je er anderen mee inspireren, overtuigen of uitdagen. Daarom dragen wij actief uit wat we doen, waarom en hoe. We promoten ook de goede voorbeelden van inwoners en andere partijen waar we mee samenwerken. Want zoals het tweede uitgangspunt al zegt: we doen het samen!

Voorbeeldrol gemeente: op het dak van het gemeentehuis zat vroeger asbest, nu liggen er zonnepanelen

#WijGaanGroen

19

2 DE SPEERPUNTEN VAN BELEID 2.1 Duurzaamheidsdoelen uitgewerkt in thema’s

IM

AA

TNEUTR

A A

A AT B E S T

ID

ENERGIENEUTRALE GEMEENTELIJKE ORGANISATIE

GHE

KLIMAATKLIMAATBESTENDIGHEID ADAPTATIE

Duurzaamheids programma coalitieperiode 2018-2022

E DI

ENERGIEBESPARING BEDRIJVEN

M LI

N

K

L

KL

De vier hoofddoelen van ons duurzaamheidsbeleid zijn klimaatneutraliteit, klimaatbestendigheid, circulariteit en biodiversiteit. Deze worden in dit hoofdstuk verder uitgewerkt in acht thema’s:

GROOTSCHALIGE OPWEK EN DUURZAME ENERGIE

B IO

DUURZAAMHEIDSPROGRAMMA

U

L

T

ITEIT AR

ITE I

KRINGLOOPLANDBOUW

ERS

BIODIVERSITEIT EN NATUURONTWIKKELING

DIV

ENERGIETRANSITIE GEBOUWDE OMGEVING

AFVALINZAMELING

CIR

C

Alle thema’s worden volgens een vaste opzet uitgediept. We kijken daarbij vooruit naar 2030 en 2050 omdat dat in het landelijke beleid belangrijke jaren zijn waarvoor concrete doelen gelden. Bij de uitvoering ligt de nadruk op maatregelen voor de coalitieperiode 2018-2022. De maatregelen zijn in dit hoofdstuk dus per thema ingedeeld. Aan het einde van het volgende hoofdstuk worden alle maatregelen samengevoegd tot één uitvoeringsprogramma.

20

# WIJ GAAN GROEN

21

2.2 Energiebesparing Energiebesparing is het eerste thema van het hoofddoel ‘klimaatneutraliteit’. In een klimaatneutraal Horst aan de Maas wordt alleen nog duurzaam opgewekte energie gebruikt. Dat is een grote uitdaging die we kleiner kunnen maken door energie te besparen. Daarom is energiebesparing het eerste thema dat hier wordt uitgewerkt. Er is ook een economisch argument om energie te besparen: energiegebruik kost geld. Met name het gebruik van aardgas wordt waarschijnlijk steeds duurder. Dus ook uit financieel oogpunt is het slim om zoveel mogelijk energie te besparen. Rol van de gemeente bij energiebesparing

Doelen voor 2050 (‘de droom’) In 2050 gebruiken bedrijven in Horst aan de Maas voor

De gemeente heeft drie verschillende rollen rond energiebesparing: 1. De gemeente houdt toezicht op energieverbruik en energiebesparing bij bedrijven. Dit is een wettelijke taak die wordt uitgevoerd door de regionale uitvoeringsdienst (RUD, zie kader). De RUD stelt vergunningen op en controleert de (energie)regels waar bedrijven zich aan moeten houden. De RUD Noord-Limburg heeft de afgelopen jaren ook gekozen voor een adviserende rol richting bedrijven. 2. Een andere doelgroep voor energiebesparing zijn de eigenaren van woningen of woningbezitters. De gemeente heeft richting eigenaren van woningen vooral een stimulerende rol. We geven voorlichting (bijvoorbeeld via deelname aan de Duurzame Huizenroute) en in beperkte mate ook subsidie (via de stimuleringsmaatregelen voor wonen). Deze stimulerende rol gaat in de toekomst veranderen naar een regierol. Dit wordt verder uitgewerkt bij het thema ‘energietransitie gebouwde omgeving’. 3. De gemeente heeft uiteraard ook een voorbeeldrol ten aanzien van energiebesparing. Dit komt terug bij het thema ‘gemeentelijke organisatie energieneutraal’. Kortom: energiebesparing bij woningen en binnen de gemeentelijke organisatie worden bij andere thema’s uitgewerkt. Daarom ligt in het vervolg van deze paragraaf de nadruk op energiebesparing bij bedrijven.

100% duurzaam opgewekte warmte en elektriciteit. Energiebesparing heeft een forse bijdrage geleverd aan het halen van dit doel. De transitie is soepel verlopen. Ondernemers en instellingen uit Horst aan de Maas hebben de noodzaak om energie te besparen en van het aardgas af te gaan aangegrepen als een kans om te innoveren.

Strategie richting 2050 De gemeente stimuleert het halen van de doelen voor 2050 door enerzijds bedrijven die voorop lopen de erkenning te geven die ze verdienen en zoveel mogelijk steun te bieden en anderzijds door het actief aansporen

vast onderdeel wordt in elke nieuwe milieuvergunning. En dat energie wordt toegevoegd aan de basistaken bij elke milieucontrole. Het concept plan maakt ook duidelijk dat hiervoor een versterking van de energie-inzet van de RUD nodig is. Nadat deze achterstand is ingelopen, ontstaat er ruimte om ook speciale energieprojecten uit te voeren, waarbij bijvoorbeeld de focus wordt gelegd op een bepaalde bedrijfstak. Tot slot is onze strategie om de energiewerkzaamheden van de RUD naadloos te laten aansluiten op andere energie-aanpakken. Daarom is de RUD vertegenwoordigd in de werkgroep energiebesparing van de Regionale Energie Strategie (RES), die een gezamenlijke energiebesparingsaanpak uitwerkt.

Doelen voor 2030

1. In 2030 is het toezicht op bedrijven op het gebied van energie zo ingericht dat aantoonbare koplopers worden beloond door minder toezicht en dat bedrijven die achterblijven door intensiever toezicht worden aangespoord om te versnellen. 2. Vóór 2030 hebben alle vergunningplichtige bedrijven uit Horst aan de Maas een vergunning met actuele energievoorschriften. 3. Vóór 2030 voldoen alle bedrijven in Horst aan de Maas aan de wettelijke regels rondom energie, energiebesparing en de informatieplicht over energie.

4. Vóór 2030 heeft de gemeente inzicht in het energieverbruik van alle bedrijven waarvoor zij het bevoegd gezag is. 5. Vóór 2030 hebben alle bedrijven in Horst aan de Maas die daartoe wettelijk verplicht zijn alle energiebesparingsmaatregelen genomen die ze binnen 5 jaar terugverdiend hebben.

Maatregelen 2020-2022

1. In 2020 stelt de RUD het Plan van Aanpak Energie vast. Vervolgens wordt dit uitgevoerd. De focus ligt hierbij op het wegwerken van achterstanden in de VTH-taken energie. 2. De RUD neemt deel aan de werkgroep energiebesparing van de RES-samenwerking. Daar wordt in 2020 een brede aanpak voor energiebesparing uitgewerkt, zowel gericht op bedrijven als op woningen. 3. In 2020 heeft de RUD in beeld welke bedrijven uit Horst aan de Maas onder de landelijke informatieplicht energiebesparing vallen. Vervolgens stelt de RUD een toezichtsplan op voor bedrijven die onder de informatieplicht vallen, maar zich nog niet gemeld hebben. Dit plan wordt in 2020-2021 uitgevoerd, zodat eind 2021 alle bedrijven uit Horst aan de Maas die onder informatieplicht vallen, hieraan voldaan hebben.

van achterblijvers. De RUD is de belangrijkste uitvoerder voor deze strategie. Op de korte termijn ligt de focus op de wettelijke taken van de RUD, want daar is een inhaalslag nodig. Dat blijkt uit het concept-Plan van Aanpak Energie dat de Werkgroep Energie van de RUD heeft opgesteld en dat in 2020 zal worden vastgesteld. Het plan beschrijft dat in ongeveer 90% van de vergunningen geen adequate energievoorschriften zijn opgenomen. En van de bedrijven die onder de Energie-Efficiëntie Directive vallen (zie

ENERGIEBESPARINGS- EN INFORMATIEPLICHT VOOR BEDRIJVEN Bedrijven die volgens de Wet Milieubeheer een ‘inrichting’ zijn en die per jaar meer gebruiken dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas moeten voldoen aan de energiebesparingsplicht. Dit schrijft het Activiteitenbesluit, artikel 2.15 voor. Zij zijn verplicht om alle energiebesparende maatregelen te nemen die ze binnen 5 jaar kunnen terugverdienen.

toelichting in kader), heeft 80% geen goedgekeurde energie-audit. Daarom legt de RUD op de korte termijn de focus op een inhaalslag rond deze wettelijke taken. In het conceptplan staat het voornemen dat energie een

Voor inrichtingen die aan de energiebesparingsplicht moeten voldoen geldt sinds 1 juli 2019 ook de informatieplicht energiebesparing. Dit betekent dat het bedrijf via een digitaal loket moet rapporteren welke energiebesparende maatregelen het heeft getroffen.

WAT DOET DE RUD? De drie belangrijkste taken van de Regionale Uitvoeringsdienst zijn: 1. verlenen van vergunningen aan bedrijven, 2. controleren of bedrijven zich aan de milieuregels houden en 3. via handhaving ervoor zorgen dat bedrijven die de regels overtreden, zich alsnog aan de regels houden zodat onze leefomgeving wordt beschermd. Dit noemt men ook wel de ‘VTH-taken’: Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. Vroeger voerde de gemeente Horst aan de Maas deze taken zelfstandig uit, maar in 2013 werd regionale samenwerking verplicht. Toen is de RUD Limburg-Noord opgericht: een samenwerking tussen alle 15 Noord- en Midden-Limburgse gemeenten en de Provincie Limburg. Binnen de RUD is een Werkgroep Energie actief, die bestaat uit toezichthouders met de specialisatie Energie.

22

#WijGaanGroen

23

4. In 2020 wijst de gemeente ambtelijk iemand aan die verantwoordelijk wordt voor het thema energiebesparing bij bedrijven. Daardoor kan de gemeente het halen van energiebesparingsdoelen bij het lokale bedrijfsleven beter monitoren en meer inhoudelijke sturing geven aan de prioriteiten bij de uitvoering van de VTH-taken in Horst aan de Maas op het thema energie. 5. In 2022 is tenminste 50% van de bedrijven die onder de informatieplicht en de EED*-plicht vallen gecontroleerd en is erop toegezien dat ze alle verplichte energiebesparingsmaatregelen genomen hebben. Dat wil zeggen dat zij ten minste alle maatregelen hebben genomen die binnen 5 jaar kunnen worden terugverdiend.

WAT IS DE EED-PLICHT VOOR BEDRIJVEN? Dit is een verplichting voor grotere bedrijven om een energie-audit op te stellen. Kort samengevat geldt de verplichting voor bedrijven met meer dan 250 werknemers of een jaaromzet van meer dan € 50 miljoen. Deze bedrijven moeten elke vier jaar een verslag indienen over hun energiegebruik. Het doel is om bedrijven en instellingen bewust te maken van hun energieverbruik én van de mogelijkheden om energie te besparen en te verduurzamen. De EED-plicht is een Europese afspraak, die voortkomt uit het Energie-Efficiëntie Directive.

Risico’s en kanttekeningen

De RUD is de belangrijkste uitvoerder van bovenstaande maatregelen. Door bezuinigingen in het verleden is de capaciteit bij de RUD door maar zeer beperkt en er is een flinke achterstand op het thema energie. Er zijn bijvoorbeeld in ongeveer 90% van de vergunningen nog geen adequate energievoorschriften opgenomen. En van de bedrijven die onder de Energie-Efficiëntie Directive vallen (zie toelichting in kader), heeft 80% nog geen goedgekeurde energie-audit. Daarom legt de RUD op de korte termijn de focus op een inhaalslag rond deze wettelijke taken. Daarvoor is een (concept) plan van aanpak opgesteld. Daarin staat onder andere dat energie een vast onderdeel wordt in elke nieuwe milieuvergunning en dat energie wordt toegevoegd aan de basistaken bij elke milieucontrole. De RUD vraagt daarvoor uitbreiding van de capaciteit. Zie toelichting in de paragraaf ‘financiën’. Een tweede kanttekening is dat de uitvoeringsplanning van de VTH-taken in Horst aan de Maas complex georganiseerd is. Dit maakt sturing op het halen van de hiervoor genoemde energiebesparingsdoelen en –

24

maatregelen ingewikkeld. Daarom is het aanwijzen van iemand die verantwoordelijk is voor de afstemming van de jaarplanning van de VTH-taken van de RUD met het energiebesparingsbeleid van de gemeente een essentiële maatregel voor de periode 2020-2022.

2.3 Energietransitie gebouwde omgeving

Bestuurlijk trekker

Bestuurlijk verantwoordelijk voor het toezicht op bedrijven is de wethouder Duurzaamheid, die tevens lid is van het dagelijks bestuur van de RUD.

Ambtelijk trekker

Team Omgeving is ambtelijk aanspreekpunt voor de RUD. Zoals aangekondigd bij de maatregelen zal er ambtelijk iemand worden aangewezen als trekker voor het thema energiebesparing bij bedrijven. Daardoor wordt de inhoudelijke aansturing van de RUD op het thema energie versterkt.

Samenwerkingspartners

• De RUD-partners • De partners binnen de Regionale Energie Strategie (RES). • Lokale bedrijven en ondernemersverenigingen, zoals O2 en de LLTB.

Financiën

Om de doelen voor 2022 en daarna te realiseren, is meer inhoudelijke sturing vanuit de gemeente op het thema energiebesparing bij bedrijven nodig. Werkzaamheden zijn: • Het inhoudelijk volgen, toetsen en adviseren van de bestuurder over de energie-aanpak van de RUD en de energiebesparingsaanpak vanuit de RES, inclusief het bewaken van de afstemming tussen beiden; • Deelname aan overleggen RUD Werkgroep Energie, vier keer per jaar; • Communicatie vanuit gemeente naar bedrijven, bijvoorbeeld over energie-informatieplicht; • Incidentele vragen van bedrijven beantwoorden. Hiervoor wordt een personele inzet van 100 uur per jaar geraamd. Dit is nog geen onderdeel van de reguliere taken en zal daarom als managementvraagstuk aan het directieteam worden voorgelegd. Voor het uitvoeren van het Plan van Aanpak Energie zal de RUD waarschijnlijk met een financiële vraag richting de gemeente komen. De exacte financiële vraag is nog niet bekend, maar de vraag kan deels gedekt worden uit de € 300.000 die al is toegevoegd aan het budget voor toezicht en handhaving. Structurele kosten voor VTH-taken komen niet ten laste van het duurzaamheidsbudget.

Om klimaatneutraal te worden is behalve energiebesparing ook een energietransitie nodig. Dat wil zeggen: stoppen met het gebruik van fossiele energie en overgaan op hernieuwbare energie, zoals warmte uit de bodem en elektriciteit van zon en wind. In deze paragraaf gaat het over de energietransitie in de ‘gebouwde omgeving’. Dat begrip vraagt om een afbakening. Men kan het breed opvatten en dan hoort alles wat door de mens gemaakt is erbij: de gebouwde omgeving is dan het tegenovergestelde van de natuur. Maar het landelijk klimaatakkoord heeft een minder brede definitie. Onder de ‘sectortafel Gebouwde omgeving’ van het klimaatakkoord vallen alleen gebouwen: woningen, maatschappelijk vastgoed (scholen en ziekenhuizen) en klein commercieel vastgoed (zoals winkels en bedrijven die in een woonkern liggen). Agrarische bedrijven horen er niet bij, want die vallen onder de sectortafel Landbouw en landgebruik. Grote industriële bedrijven horen er ook niet bij, want die vallen onder de sectortafel Industrie. Dat soort grote industriële bedrijven

zijn er in Horst aan de Maas overigens niet. In dit duurzaamheidsprogramma sluiten we voor de afbakening van het begrip gebouwde omgeving aan bij de concept-uitgangspunten van de Regionale Energie Strategie: we focussen op het verduurzamen van de energievoorziening van alle gebouwen (woningen, maatschappelijk vastgoed en bedrijfsgebouwen) in Horst aan de Maas inclusief de glastuinbouw. De glastuinbouw nemen we ook mee, omdat we koppelkansen willen onderzoeken.

ENERGIETRANSITIE IN DE GLASTUINBOUW De energietransitie in de glastuinbouw is door de sector zelf opgepakt. Dit loopt via meerjarenafspraken met de rijksoverheid en het innovatie-programma ‘Kas als Energiebron’. In Horst aan de Maas is de LLTB hiermee bezig en kennen we diverse koploperbedrijven met name in glastuinbouwgebied Californië. Als gemeente staan we positief tegenover de activiteiten van de sector en waar mogelijk denken wij mee. Op dit moment zijn we bijvoorbeeld betrokken bij overleg om de onzekerheid over de toekomst van de geothermische bronnen in Californië te doorbreken. En in het samenwerkingsverband van de Regionale Energie Strategie willen we koppelkansen met de glastuinbouw en de rest van de gebouwde omgeving gaan onderzoeken. Maar de sector zelf is, samen met de rijksoverheid, ‘in the lead’ om de glastuinbouw CO2-neutraal en duurzaam te maken.

#WijGaanGroen

25

Voor de energietransitie in onze gebouwde omgeving zijn drie maatregelen nodig: 1. Warmtetransitie: gebouwen schakelen over op een duurzame bron van warmte en stoppen met het gebruik van aardgas voor koken en verwarming. 2. Kleinschalige opwek: gebouwen wekken zoveel mogelijk van de energie die ze gebruiken zelf duurzaam op. Bijvoorbeeld met zonnepanelen voor elektriciteit of een zonneboiler voor warm water. 3. Energiebesparing: de laatste en misschien wel de belangrijkste. Energiebesparing door het beter isoleren van gebouwen. Hoe minder warmte er nodig is, hoe makkelijker het is om die warmte duurzaam te produceren. De energietransitie van de gebouwde omgeving wordt ook wel “de grote verbouwing van Nederland” genoemd. Want er moeten zo’n 6 miljoen bestaande woningen en 1 miljoen andere gebouwen worden aangepast voor 2050. Voor Horst aan de Maas komt dat neer op ruim 600 woningen per jaar. Een gebiedsgerichte aanpak biedt koppelkansen. Niet alleen tussen woonwijken en bedrijven, maar ook koppelkansen met andere thema’s zoals klimaatadaptatie, verkeer en sociale cohesie.

Rol van de gemeente

Het landelijke klimaatakkoord stelt dat de gemeente een cruciale rol heeft bij de energietransitie van de gebouwde omgeving. Want het is de taak van de gemeente om een goed communicatie- en participatietraject te organiseren om de omgeving te betrekken bij het maken en uitvoeren van transitieplannen. Dat vraagt om lokaal maatwerk per gemeente, per dorpskern of zelfs per wijk. Goede invulling van deze rol vraagt op termijn waarschijnlijk om extra juridische bevoegdheden voor de gemeente. Dat wordt de komende jaren bij de verdere uitwerking van het klimaatakkoord op landelijk niveau verder ingevuld.

Doelen 2050 (‘de droom’)

• In 2050 is het woongenot van de inwoners van Horst aan de Maas gestegen, want de uitvoering van de energietransitie is slim gecombineerd met andere verbeterpunten in de woning en in de wijk. Inwoners en bedrijven waren actief betrokken bij het maken van de plannen, daardoor werden koppelkansen duidelijk en is maatwerk geleverd per gebouw, op straatniveau en op wijkniveau. Gevolg: mensen wonen en werken comfortabeler; inwoners en bedrijven waarderen hun wijk meer en de sociale cohesie is nog steeds hoog. • De transitie naar 100% duurzame energie is op een eerlijke en voor iedereen betaalbare manier verlopen, doordat het uitgangspunt woonlastenneutraliteit voor bewoners is toegepast. Ook de financiële consequenties voor bedrijven waren te overzien en acceptabel.

26

• Bijna alle woningen in Horst aan de Maas zijn in 2050 energieneutraal wat betreft elektriciteit: ze wekken zelf evenveel elektriciteit op als ze gebruiken. Dat komt door toename van de kleinschalige duurzame opwek bij woningen, die mede door technische innovaties een vlucht heeft genomen. • Er zijn slimme en door alle partijen gedragen combinaties gemaakt tussen woningen en bedrijven om vraag, aanbod en opslag van duurzame warmte en elektriciteit op elkaar af te stemmen in lokale netwerken. • De warmte- en elektriciteitsvoorziening is robuust met 100% leveringszekerheid.

Strategie richting 2050

Voor warmte: • We kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak, omdat daardoor koppelkansen benut kunnen worden. Samen met inwoners, bedrijven en andere partijen in een gebied brengen we vooraf de koppelkansen in beeld Bijvoorbeeld: - een wijk van het aardgas afhalen; - de woningen beter isoleren; - wateroverlast voorkomen door een waterberging aan te leggen; -d  e waterberging zo aanleggen dat deze in droge tijden tevens dienst doet als trapveldje; -e  en verkeersprobleem oplossen en hittestress voorkomen door meer bomen te planten. • Als eerste richten we ons op wijken waar draagvlak is en liefst ook een bestaand samenwerkingsverband van inwoners. Bijvoorbeeld Kronenberg. • De gebiedsgerichte, integrale aanpak wordt in de toekomst een onderdeel van de gemeentelijke woonvisie. Voor kleinschalige opwek: • Op de korte termijn richten we ons op de stimulering van zonne-energie bij bedrijven, omdat zij de grootste daken beschikbaar hebben. • Op de langere termijn beschouwen wij kleinschalige opwek als een integraal onderdeel van de warmtetransitie: want een woning of een wijk afkoppelen van aardgas betekent dat er alternatieve installaties moeten komen. Het ligt voor de hand om dan te zoeken naar slimme combinaties met kleinschalige duurzame opwek van stroom of warmte.

• Wij gaan er vanuit dat installatie van kleinschalige opwek bij gebouwen landelijk via fiscale maatregelen wordt aangemoedigd. Wij zien hier geen financiële rol voor de gemeente. Voor energiebesparing: • Bij nieuwbouw volgen we de wettelijke normen. Die worden geleidelijk steeds verder aangescherpt. Vanaf 1 juli 2020 moet alle nieuwbouw voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). De BENG-eisen vervangen de Energieprestatiecoëfficiënt

(EPC), die in 1995 werd ingevoerd. Op termijn zal de BENG-norm ook weer opgevolgd worden door een norm die stimuleert dat gebouwen netto energie leveren. • Het afwegingskader nieuwbouw uit de structuurvisie wonen stimuleert duurzame nieuwbouw. Op 10 september 2019 heeft de gemeenteraad via een herziening van de structuurvisie vastgesteld dat een initiatiefnemer extra punten krijgt voor nieuwbouw van een woning die verder gaat dan de wettelijke eisen uit het Bouwbesluit. Deze punten zijn een voorwaarde voor het mogen toevoegen van een woning (in ‘kleine’ kernen), dan wel zorgen ervoor dat de kwaliteitsbijdrage van 40.000 euro niet hoeft te worden betaald (in de kernen Horst, Hegelsom, Meterik, Grubbenvorst, Sevenum). • Voor het stimuleren van energiebesparing bij bestaande woningen, wordt regionaal (in RES-verband) een aanpak ontwikkeld. Naar verwachting wordt de strategie daarbij dat de overheid iedereen, die zelf aan de slag gaat, met besparen en verduurzamen verder wil helpen. Op dit moment doen we dat in Horst aan de Maas al op twee manieren: via een subsidieregeling voor energie-adviezen voor bestaande woningen en door onze inwoners te attenderen op subsidiemogelijkheden. Maar ervaring elders leert dat het effect van een dergelijke ‘informerende’ aanpak beperkt is.

In Gent in België is veel succes geboekt met een project waarbij energie-adviseurs van de gemeente de woningeigenaar praktisch helpen. Op verzoek van de eigenaar bezoekt een adviseur de woning, bijvoorbeeld als de eigenaar de woning beter wil isoleren. De woningeigenaar krijgt een breed en onafhankelijk advies en de adviseur regelt ook het vervolgtraject (bestek opstellen, offertes aanvragen, financieringsopties in beeld brengen). Deze ontzorgende aanpak lijkt de meest kansrijke strategie bij bestaande woningen. Want je helpt mensen op een moment dat het hen uitkomt -namelijk als ze zelf al plannen hebben met hun woning- om voor duurzame opties te kiezen. Welke rol de gemeente in

deze strategie moet en kan spelen, vraagt nog verdere uitwerking. • Op de langere termijn beschouwen wij energiebesparing bij bestaande woningen als een integraal onderdeel van de warmtetransitie. Het is logisch om het afkoppelen van een woning of een wijk van het aardgas te combineren met betere isolatie van de woning. Voor veel alternatieve verwarmingsmethoden is betere isolatie zelfs noodzakelijk, omdat zij in een slecht geïsoleerd huis minder goed werken. • De aanpak van energiebesparing bij bedrijven is bij het vorige thema al toegelicht.

Doelen 2030

• De uitvoering van het transitieplan warmte ligt op schema. De wijken die in 2021 zijn aangewezen om voor 2030 een duurzaam alternatief voor aardgas te krijgen, zijn met succes afgekoppeld. • Kronenberg is als eerste dorp in de gemeente in 2030 volledig energieneutraal. De route die daarvoor in Kronenberg is gevolgd, is een voorbeeld/leertuin voor de rest van de gemeente. • Alle daken die geschikt zijn om zonne-energie op te wekken, worden maximaal benut.

Maatregelen 2020-2022

Voor warmte: • In 2020 hebben we in beeld (1) wat de kansen zijn voor warmtebronnen zoals geothermie en restwarmte van bedrijven en (2) wat de kansen zijn voor grootschalige warmtenetten. Dit wordt met de regio opgepakt in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES). • In 2021 stelt de gemeenteraad de voor elke gemeente verplichte transitievisie warmte vast. Daarin wordt voor elke wijk aangegeven welk duurzaam alternatief voor aardgas daar wordt voorzien. Ook staat er in welke buurten en wijken de gemeente tot 2030 als eerste wil afkoppelen van het aardgas. Daarna starten we met de uitvoering.

Nieuwbouwwoning heeft altijd energielabel A en steeds betere epc.

WETTELIJKE EIS BIJ BOUWAANVRAAG

GEBOUWGEBONDEN

NUL-OP-DE-METER

NIEUWBOUWWONING

ENERGIENEUTRAAL

ENERGIELEVERENDE

(EIS VAN EU)

WONING #WijGaanGroen

27

Kleinschalige duurzame opwek in de gebouwde omgeving

Voor kleinschalige opwek: • In 2020 wordt onderzocht of een project ‘zon op agrarische bedrijfsdaken’ interessant is als vervolg op het project ‘zon op bedrijfsdaken’ uit 2019. Dit hangt af van de evaluatie van het eerste project en van de aangekondigde wijziging van de landelijke subsidieregels voor zonne-energie (de zogenaamde SDE-regeling). • In 2020 gaan we onderzoeken of het beleid van de gemeente Ede om bij de uitgifte van bedrijfskavels eisen te stellen aan hernieuwbare energie, een interessante optie is voor Horst aan de Maas. In Ede moeten bedrijven voor aankoop van grond een plan indienen over het gebruik van hernieuwbare energie. De aankoop gaat pas door als de gemeente instemt met dat plan. • In 2021 onderzoeken we de mogelijkheden om via de omgevingsvisie eisen te stellen aan kleinschalige opwek, bij het verlenen van een omgevingsvergunning. • Vanaf 2021 nemen we de kansen voor kleinschalige opwek standaard mee bij de uitvoering van de transitievisie warmte.

Bestuurlijk trekker

Voor energiebesparing bij woningen • In 2019 heeft de gemeenteraad een voucherregeling voor energieprestatie adviezen voor bestaande woningen vastgesteld. De gemeente betaalt 50% van de kosten voor een maatwerkadvies energiebesparing. In 2020 evalueren we deze regeling. • In 2019-2020 wordt samen met de regio in RESverband een brede aanpak uitgewerkt gericht op energiebesparing en kleinschalige opwek.

Lopende projecten (zoals zon op bedrijfsdaken) worden betaald uit het bestaande duurzaamheidsbudget 2019. Dat budget is niet toereikend om nieuwe projecten op te pakken, zoals het opstellen van een warmtetransitieplan voor pilotgebied Kronenberg en voor de rest van de gemeente. Voor de pilot in Kronenberg reserveren we € 85.000 uit het duurzaamheidsprogramma. Dit geld wordt ingezet voor het doen van onderzoek, het concreet uitwerken van plannen, ondersteuning van de communicatie en externe ondersteuning bij het proces. Er worden geen fysieke uitvoeringsmaatregelen van betaald.

Algemeen: • We ondersteunen Stichting EnergieKronenberg bij het streven om in 2030 energieneutraal te zijn (20182022). Daarvoor richt de stichting zich zowel op energiebesparing, duurzame opwek als op het zoeken naar alternatieven voor aardgas. • In 2020 onderzoeken we de mogelijkheden om verduurzaming te stimuleren via de gemeentelijke leges en heffingen.

Risico’s en kanttekeningen

Rond de warmtetransitie zijn er nog veel vragen: wie gaat het betalen; hoe zorgen we voor een rechtvaardige kostenverdeling; kun je woningeigenaren dwingen om mee te doen; zijn er genoeg deskundige bouw- en installatiebedrijven voor de uitvoering; is de capaciteit van de elektriciteitsnetten voldoende; etcetera. De meeste van deze vragen moeten op landelijk niveau worden beantwoord, voordat we lokaal aan de slag kunnen met de uitvoering.

28

Voor dit thema zijn twee bestuurders verantwoordelijk: • Wethouder Duurzaamheid: regionale energiestrategie; opstellen warmtetransitieplan; project zon op bedrijfsdaken • Wethouder Wonen: uitvoeren warmtetransitieplan vanaf 2021; stimuleringsmaatregelen wonen.

Ambtelijk trekker

Dit thema valt onder het cluster Ruimte. Het wordt ambtelijk opgepakt door de beleidsmedewerkers duurzaamheid, waarbij de samenwerking wordt gezocht met de beleidsmedewerker wonen.

Partners/partijen

We kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak en daarom zullen we bij de uitvoering per gebied de partijen inventariseren. In vrijwel elk gebied krijgen we te maken met inwoners, bedrijven, de woningcorporatie en overige gebouweigenaren.

Financiën

Voor het opstellen van de warmtetransitievisie in 2020 en 2021 en de eerste vervolgstappen vanaf 2021 krijgen gemeenten naar verwachting een financiële vergoeding van de rijksoverheid. In het landelijk klimaatakkoord worden afspraken gemaakt over de bijdrage die gemeenten ontvangen voor de nieuwe taken die voortvloeien uit het klimaatakkoord. Waarschijnlijk wordt het merendeel van die nieuwe taken in regionaal verband opgepakt en krijgt de regio daar ook een gezamenlijk budget voor. Aangezien er nog veel onzeker is zal er per project een projectplan worden opgesteld waarin de kosten en de financiering van dat concrete project wordt toegelicht. Vervolgens wordt afgewogen in hoeverre dekking vanuit de reserve duurzaamheid noodzakelijk en gewenst is.

#WijGaanGroen

29

WAT IS DE REGIONALE ENERGIE STRATEGIE (RES)?

2.4 Grootschalige opwek duurzame energie Van alle energie die we in Nederland produceren wordt anno 2019 ongeveer 7% duurzaam opgewekt. Nederland behoort daarmee tot de achterhoede van Europa. Om klimaatneutraal te worden is het nodig om veel meer duurzame energie op te wekken. Kleinschalige duurzame opwek, zoals zonnepanelen op daken, nemen we integraal mee bij de energietransitie van de gebouwde omgeving. Maar er is ook grootschalige opwek nodig met zon, wind en geothermie. Dit vraagt ruimte en dus om keuzes over de ruimtelijke inrichting van de gemeente. Naast de ruimtelijke kant is er ook een financiële kant. Voor grootschalige opwekking zijn forse investeringen nodig. Anderzijds levert duurzame opwek ook rendement op en daar willen we zoveel mogelijk de lokale gemeenschap van laten profiteren. Rol van de gemeente De gemeente heeft vier rollen bij grootschalige duurzame opwek. 1. Ten eerste een kaderstellende rol. Dit houdt in dat de gemeente kaders stelt voor de inpassing van grootschalige zon- en windprojecten. Dit zijn ruimtelijke kaders, maar ook andere voorwaarden, zoals de manier waarop de lokale gemeenschap bij een project wordt betrokken. De gemeenteraad stelt die kaders vast. In regionaal verband wordt daarvoor in de RESsamenwerking (Regionale Energie Strategie Noorden Midden Limburg) een voorstel uitgewerkt. 2.

De gemeente heeft ook een wettelijke rol als vergunningverlener. Daarbij toetst de gemeente of een initiatief binnen de hiervoor genoemde kaders past en of aan alle randvoorwaarden wordt voldaan. 3. Het klimaatakkoord geeft gemeenten ook een regierol. Een onderdeel van die regierol is dat gemeenten

30

verantwoordelijk zijn voor de communicatie en participatie op lokaal niveau. Op dit moment wordt er vooral op regionaal niveau overlegd en daarbij zijn (boven)regionale partijen betrokken. Het is aan de gemeente om de discussie ook op lokaal niveau te organiseren, want medezeggenschap, een goede belangenafweging en gedeeld eigendom zijn cruciaal voor het realiseren van grootschalige duurzame opwekking. 4. Tot slot kan de gemeente nog kiezen voor een rol als aanjager/investeerder, bijvoorbeeld via een gemeentelijk energiebedrijf. In 2019 is hier samen met buurgemeenten onderzoek naar gedaan. De uitkomst was dat er kansen zijn, maar dat die kansen verschillen per situatie en dus pas aan de hand van een concreet plan verder kunnen worden onderzocht.

Eén van de afspraken uit het nationale Klimaatakkoord is, dat decentrale overheden gaan samenwerken in zogenaamde energieregio’s. Zo’n energieregio’s noemt men ook wel een RES. Nederland is verdeeld in 30 RESregio’s. Horst aan de Maas hoort bij de RES-regio Noord- en Midden-Limburg. In de RES werken wij samen met alle andere gemeenten uit Noord- en Midden-Limburg, de provincie, het waterschap en netbeheerder Enexis. Er is ook een klankbordgroep met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, natuur- en milieu-organisaties, burgerinitiatieven en andere belanghebbenden. Kortom, er zijn veel partijen bij de RES betrokken. Dat is nodig om ervoor te zorgen dat het eindproduct van de RES zo breed mogelijk wordt gedragen. Het eindproduct is een strategisch energieplan voor de regio: de Regionale Energie Strategie. Dit RES-energieplan is de regionale vertaling van de landelijke opgave in het Klimaatakkoord. Het geeft inzicht in: • mogelijkheden in de regio voor opwek van duurzame energie en energiebesparing; • die mogelijkheden vertaald naar keuzes in concrete plekken, projecten en planning; • afstemming over beschikbare warmtebronnen; • de gevolgen voor de energie-infrastructuur, dat wil zeggen wat betekenen de plannen voor het bestaande elektriciteitsnetwerk, het gasnet en eventuele netten voor warm water; • al gerealiseerde projecten en plannen.

De RES-samenwerking om het RES-energieplan te maken, is een instrument om de ruimtelijke inpassing van de energietransitie met maatschappelijke betrokkenheid te organiseren. De focus ligt op het ruimtelijk inpassen van grootschalige duurzame opwekprojecten. De RES is daarbij geen tijdelijke samenwerking. Het landelijke klimaatakkoord stelt doelen voor het jaar 2030. En de horizon om klimaatneutraal te worden loopt door tot 2050. De RES-samenwerking heeft ook die langjarige scope. Het RES-energieplan zal regelmatig worden bijgesteld en vernieuwd.

Doelen 2050 (‘de droom’)

• In 2050 wordt in Horst aan de Maas alleen nog duurzame energie gebruikt. De CO2-uitstoot van het energiegebruik is nul. • De duurzame energie is afkomstig uit een mix van bronnen, zoals wind-op-land, wind-op-zee, klein- en grootschalige zonne-energie-installaties en een diversiteit van warmtebronnen (geothermisch, bodemen waterwarmte, hernieuwbare biomassa). • Alle inwoners hebben kunnen meeprofiteren van de toename van grootschalige duurzame opwek in Horst aan de Maas. De duurzame energiebronnen zijn voor tenminste 50% lokaal eigendom en het uitgangspunt ‘we bewaken de sociale rechtvaardigheid’ was daarbij leidend. • Door een slim netwerk (smart grid) dat duurzame bronnen verbindt met klein- en grootschalige opslagmogelijkheden zoals batterijen, waterstoftanks en ondergrondse warmte-opslag, is er een stabiel net met 100% leveringszekerheid van elektriciteit en warmte. • De landschappelijke impact van grootschalige wind- en zoninstallaties is in 2050 langzaam weer aan het afnemen, want door nieuwe, steeds effectievere opwekinstallaties vermindert het aantal installaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14098016/1