CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

HadM 2 Wij gaan groen

Gemeenteraad 6 maart 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Beantwoording vragen en bijlagen28.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het coalitieprogramma zegt daarover: “Innovatieve initiatieven met oog voor duurzaamheid en gezondheid, passend in de bestaande kaders en met aantoonbaar draagvlak in de directe omgeving kunnen op steun van de gemeente rekenen.” • We volgen de ontwikkelingen rondom de aanpak van stikstof en zetten actief in op reductie. De aanpak van de stikstofproblematiek zal ook leiden tot lagere emissies van fijn stof, ammoniak en geur en dus leiden tot een schonere lucht. • We sturen op daling van de CO2-footprint van de agrarische sector conform het landelijke Klimaatakkoord. Daarbij letten we niet alleen op de directe emissie van broeikasgassen als CO2 en methaan, maar is er ook aandacht voor indirecte emissies door import van veevoer en het gebruik van grond voor veevoerproductie elders. Wij respecteren wettelijke kaders en bestaande rechten van agrarische bedrijven. We kijken ook vooruit en willen voorkomen dat nieuwe ontwikkelingen de toekomstige saneringsopgave in Horst aan de Maas vergroten. Wij nemen onze verantwoordelijkheid en schuiven de rekening niet door naar de volgende generatie agrarische ondernemers of inwoners.

Maatregelen 2020-2022

• In 2019 is de Visie Teeltondersteunende Voorzieningen vastgesteld. In de periode 2020-2022 passen wij deze visie toe en wij monitoren de aanvragen.

• In 2020 stellen we de visie veehouderij vast, waarin het aspect kringlooplandbouw voor de veehouderij verder zal worden ingevuld. • In 2020 komt er landelijk een nulmeting naar de status van landbouwbodems in Nederland en komen er eenduidige meetmethodes om de staat van de bodems in de toekomst te blijven monitoren. We volgen deze ontwikkelingen. • We onderzoeken in 2020 of we ons pachtbeleid kunnen verduurzamen, zodat bevordering van biodiversiteit en van bodemkwaliteit daarin als uitgangspunten terugkomen. • We continueren het economisch stimuleringsfonds. Bij de eerstvolgende evaluatie van de toetsingscriteria van dit fonds, die in 2020 wordt voorzien, gaan we bekijken hoe we criteria kunnen aanpassen zodat het fonds ook bijdraagt aan verduurzaming.

Risico’s en kanttekeningen

Rond de transitie naar kringlooplandbouw zijn er nog veel vragen. Wat gaat er precies gebeuren en wie gaat dat betalen? Welke concrete beleidsmaatregelen komen er vanuit het ministerie van LNV en wat voor regelingen komen er voor financiële compensatie? Wat is de tijdsplanning en komt daarin een versnelling door de urgentie rondom de stikstof-problematiek? De dynamiek op dit moment is groot en er is nog weinig concreet.

Bestuurlijk trekker

Wethouder Economie en Agribusiness

Ambtelijk trekker

Beleidsmedewerker Buitengebied

Samenwerkingspartners

- Lokale bedrijven - LLTB - Provincie Limburg - Lokale kennisinstituten (NakTuinbouw) en onderwijsinstellingen (CITAVERDE College)

Financiën

Op dit moment wordt er geen bijdrage gevraagd uit het duurzaamheidsbudget. Het toepassen van het beleid voor teeltondersteunende voorzieningen en het evalueren van het pachtbeleid vallen onder de reguliere werkzaamheden. Het economisch stimuleringsfonds heeft een eigen budget. En het opstellen van de visie veehouderij wordt betaald uit reguliere budgetten voor bestemmingsplannen en de structuurvisie. Aan de visie veehouderij wordt een uitvoeringsprogramma gekoppeld. Te zijner tijd wordt bekeken of daarvoor een bijdrage uit het duurzaamheidsbudget nodig en mogelijk is.

#WijGaanGroen

51

2.9 Biodiversiteit en natuurontwikkeling Biodiversiteit is het vierde hoofdthema van het duurzaamheidsprogramma van Horst aan de Maas. Het begrip biodiversiteit bestaat uit drie onderdelen. Het eerste onderdeel zijn alle verschillende dieren- en plantensoorten die we op aarde hebben. Het tweede onderdeel zijn de diverse leefgebieden waar die soorten voorkomen, ook wel ecosystemen genoemd. Bijvoorbeeld de bossen, beekdalen of het hoogveen dat we in Horst aan de Maas hebben. Het derde en laatste onderdeel van biodiversiteit is de genetische variatie binnen soorten, bijvoorbeeld binnen een populatie hommels. Voldoende genetische variatie zorgt voor betere overlevingskansen en is een voorwaarde voor een stabiele soort. Het probleem is dat de biodiversiteit wereldwijd achteruit gaat. Onderstaande tabel geeft een voorbeeld uit Nederland: onze vlinderpopulatie is sinds 1940 met 65-80% gedaald. Het wereldwijde verlies aan biodiversiteit heeft diverse oorzaken. Oorzaken die ook in Horst aan de Maas een rol spelen zijn: • Intensief agrarisch landgebruik. Op grote, monotone percelen met dezelfde begroeiing is vrijwel geen biodiversiteit aanwezig. Ook het bodemleven en de bodemkwaliteit nemen af. • Overbemesting.

Dit leidt tot een sterke groei van bepaalde algemene soorten en een afname van overige, kwetsbare soorten, waardoor in natuurgebieden -maar ook elders- de biodiversiteit afneemt. • Uitheemse invasieve soorten. Deze zogenaamde exoten, zoals de Amerikaanse vogelkers, verdringen meer kwetsbare inheemse soorten. • Klimaatverandering. De natuur leidt onder hittestress, droogte en watertekorten.

• Ruimtegebrek door bevolkingsgroei. Nederland heeft nu 17 miljoen inwoners. Rond 2030 zijn dat er 18 miljoen verwacht het CBS. Bevolkingsgroei leidt tot een voortdurende uitbreiding van bebouwing, wegen en overig landgebruik door de mens. Dit is ook een belangrijke oorzaak van minder biodiversiteit. De afname van de biodiversiteit is een probleem. Op de eerste plaats omdat planten en dieren een intrinsieke waarde hebben, zij zijn op zichzelf al waardevol. Daarnaast heeft biodiversiteit een economische waarde. Want biodiversiteit zorgt voor schoon water en vruchtbare grond. Het levert ook voedsel en grondstoffen. Meer dan veertig procent van de medicijnen tegen kanker komt bijvoorbeeld voort uit de natuur. Maar ook de toeristische sector in Horst aan de Maas is gebaat bij een gevarieerd en aantrekkelijk landschap.

Tabel: Voorbeeld achteruitgang van de vlinderpopulatie (bron CBS, de vlinderstichting)

52

Illustratie: streefbeelden van aantrekkelijk landschap

Rol van de gemeente bij biodiversiteit De gemeente heeft op drie manieren invloed op de biodiversiteit. 1. Beleidsrol: Horst aan de Maas heeft, net zoals bijna alle gemeenten, geen lokaal biodiversiteitsbeleid. Maar in ons ruimtelijk beleid zetten we in op een gebiedsgerichte aanpak met meervoudige doelen, waaronder natuurdoelen en biodiversiteit. Een voorbeeld hiervan is de integrale visie voor De Maasgaard. Daarin worden bestaande natuur- en waterstructuren versterkt door een samenhangende ontwikkeling van natuur, water en een recreatief netwerk. 2. Uitvoerende en beherende rol: de gemeente is opdrachtgever en uitvoerder van allerlei projecten in de openbare ruimte en zorgt ook voor onderhoud. De keuzes die wij daarbij maken zijn van invloed op de biodiversiteit: ze kunnen deze aantasten, of juist versterken en verbeteren. Dat laatste is uiteraard onze ambitie. Een voorbeeld is het ecologisch beheer van wegbermen. 3. Voorbeeldrol: we willen als gemeente onze uitvoerende en beherende rol niet alleen goed oppakken, dat willen we ook uitdragen. Om daarmee anderen te inspireren of te overtuigen. Een voorbeeld is het halen van het predicaat bij-vriendelijke gemeente. Daarmee laten we zien dat we ons inzetten om het leefgebied van (wilde) bijen te verbeteren.

Doelen voor 2050 (‘de droom’)

• In 2050 is Horst aan de Maas een aantrekkelijke, groene gemeente. Het beschermen en versterken van de biodiversiteit is slim gecombineerd met andere doelen, zoals klimaatadaptatie, de transitie van de agrarische sector naar kringlooplandbouw en de energietransitie. Er zijn in overleg met inwoners en bedrijven win-win oplossingen bedacht. Met als gevolg dat onze inwoners prettiger wonen, bedrijven hier graag gevestigd zijn en toeristen in 2050 nog steeds met plezier naar Horst aan de Maas komen. • In alle woonwijken is voldoende groen, zowel openbaar groen als groen in de tuinen van onze inwoners. Dat versterkt niet alleen de biodiversiteit, het ziet er ook aantrekkelijk uit en het helpt bij het voorkomen van overlast door het veranderde klimaat: het brengt koelte tijdens hittegolven en fungeert als extra waterberging, zodat wateroverlast tijdens piekbuien wordt voorkomen. • De agrarische sector heeft in 2050 de stap gezet naar een natuur inclusieve landbouw. Biodiversiteit op het boerenerf is een vanzelfsprekend onderdeel van de totale bedrijfsvoering. Lokale bedrijven hebben deze overgang aangegrepen om te innoveren en lopen daarbij voorop in Nederland. • Het beschermen en verbeteren van de biodiversiteit heeft geleid tot een robuuste groenstructuur. Natuurgebieden -en daarmee de leefgebieden van verschillende kwetsbare soorten- zijn veilig gesteld en versterkt.

#WijGaanGroen

53

Tabel: “Veranderverhaal” uit het Deltaplan Biodiversiteitherstel

Strategie richting 2050

Voor het bevorderen van de biodiversiteit conformeert Horst aan de Maas zich aan het landelijke deltaprogramma biodiversiteitherstel dat in december 2018 is gepresenteerd door een brede samenwerking van boerenorganisaties, natuurorganisaties en de Rabobank. Zie bovenstaande tabel voor een samenvatting. We sluiten ons aan bij de drie werkroutes uit het deltaplan: Natuur, Landbouw en Openbare ruimte. Onze strategie is: • Wij zien ieder project, ieder onderhoudsplan en iedere ruimtelijke ontwikkeling als een middel om de biodiversiteit in Horst aan de Maas te versterken. Wij kiezen daarom bij voorkeur voor een natuurinclusieve inrichting, uitvoering en onderhoud van de openbare ruimte. • Bij ruimtelijke projecten is een gebiedsgerichte aanpak met meervoudige doelen het uitgangspunt. Dat betekent dat we werkzaamheden in een gebied slim gaan combineren. Bijvoorbeeld door bij het aanleggen van een wadi voor de opvang en infiltratie van regenwater te kiezen voor een natuurlijke, of een bloemrijke wadi die de biodiversiteit bevordert.

54

• Om ruimtelijke (beleid)keuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken hanteren wij de volgende drie afwegingsprincipe, afkomstig uit de Nationale Omgevingsvisie (de Novi): 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2) K  enmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3) Afwentelen wordt voorkomen. • We gaan zorgvuldig om met schaalvergroting en intensivering in het buitengebied. Daarbij gaat het met name om ontwikkelingen in de landbouwsector. Maar ook om grootschalige projecten voor het opwekken van duurzame energie. We bekijken waar en hoe dit mogelijk is, zonder in conflict te komen met de natuur.

#WijGaanGroen

55

Rozentuin in Lottum. Hier worden alleen natuurlijke bestrijdingsmiddelen gebruikt.

Doel 2030

De eerste drie doelen die hierna worden genoemd, zijn overgenomen uit het landelijke Deltaplan Biodiversiteitsherstel. De doelen erna zijn specifiek voor Horst aan de Maas. • Door het verbeteren van de aantrekkelijkheid van het landelijk gebied voor planten en dieren en gebiedsgerichte samenwerking zijn in 2030 natuurgebieden effectief met elkaar verbonden en kunnen ze optimaal worden beheerd. • Door het stimuleren van nuttige insecten en een vruchtbare bodem, het creëren van gunstige leefomstandigheden voor wilde dieren en planten op boerenland en het regionaal sluiten van kringlopen krijgt biodiversiteit op boerenland meer ruimte. • Door de natuurvriendelijke inrichting van bermen, dijken, bedrijventerreinen en ander openbaar groen ontstaat een fijnmazig netwerk waar wilde dieren en planten kunnen floreren. • Het verlies aan biodiversiteit is in 2030 volledig omgebogen naar een herstel van biodiversiteit. Belangrijk hulpmiddel om dit te bewaken is de “natuurwaardenkaart” van Horst aan de Maas. Daarmee houden we zicht op populaties van waardevolle en beschermde flora- en fauna. Deze natuurwaardenkaart is in 2030 gebiedsdekkend, volledig gevuld en wordt jaarlijks geactualiseerd. • In de openbare ruimte zijn biodiversiteit en landschappelijke identiteit, naast veiligheid en aantrekkelijkheid, kerndoelen geworden voor inrichting en beheer.

• Het boombeheer is vitaal en gezond. Het van oudsher wat monotone beeld in Horst aan de Maas maakt steeds meer plaats voor een grotere variatie. Onze bomen zijn hierdoor minder kwetsbaar voor ziekten en plagen (zoals de eikenprocessierups). Ook leidt een grotere variatie aan bomen tot een grotere variatie aan andere

56

flora en fauna en dus tot een verbetering van de totale biodiversiteit. • De grotere diversiteit zien we ook terug in onze kleine landschapselementen, zoals houtkanten, hagen, poelen, bomenrijen, bosjes, struwelen en wegbermen. Deze elementen zorgen voor een aantrekkelijk landschap en tegelijk ook voor een verscheidenheid aan leefgebieden en groeiplaatsen voor dieren en planten. Zo bevorderen ze het ecologisch evenwicht en de biodiversiteit. Het beheer hiervan is op orde. • De bermen langs onze wegen worden zoveel mogelijk ecologisch beheerd. Er is in beeld gebracht waar kansen liggen voor ecologisch bermbeer en de resultaten zijn zichtbaar. De bermen fungeren hierdoor ook als ecologische verbindingszones voor met name insecten en kleinere dieren. • Het project Maasgaard is verlengd waarbij we opnieuw concrete doelen en projecten tot uitvoering brengen waardoor natuurgebieden effectief met elkaar verbonden worden. • Park de Peelbergen ontwikkelt zich als een hoogwaardig recreatief gebied waar natuur en landschapsontwikkeling aan de basis staan. • Het agrarisch productieproces wordt steeds meer circulair en maakt gebruik van functionele biodiversiteit, ondersteund door technische innovaties. Het verdienmodel voor natuurinclusie landbouw is aantrekkelijk en heeft toekomst.

• De schommelingen van het waterpeil in de Peelvenen, die leiden tot verlies aan hoogveen en tot veel CO2uitstoot, zijn gestopt. Het grondwaterwaterpeil in de Peelvenen is stabiel en daardoor verloopt het hoogveenherstel in dit unieke natuurgebied voorspoedig.

Maatregelen 2020-2022

Algemeen • We werken toe naar een “stand-still” van het verlies biodiversiteit en landschapselementen en naar het herstellen van ecosystemen. Belangrijk hulpmiddel daarbij is onze “natuurwaardenkaart”. We zorgen ervoor dat deze gebiedsdekkend en volledig gevuld is en dat deze vanaf 2020 jaarlijks wordt geactualiseerd. • We herijken de regeling voor het Gemeentelijke KwaliteitsMenu (GKM) in de structuurvisie. We verbreden deze op het thema duurzaamheid. Daarbij kijken we zowel naar de bepaling van de bedragen; de methodiek en de werking/inzet van de GKM-gelden. Natuur • We geven uitvoering aan de Maasgaard projecten Castenrayse Vennen en Groote Molenbeek (2020-2022). • We onderzoeken de mogelijkheden om Maasgaard 2.0 mogelijk te maken (2019-2020) • We gaan met de provincie Limburg in gesprek over het plan van de provincie om 1 miljoen extra bomen te planten in Limburg. Bij een evenredige verdeling over Limburg zouden dat 87.000 extra bomen zijn in Horst

aan de Maas. We onderzoeken de mogelijkheden die er daarvoor zijn in onze gemeente, bijvoorbeeld binnen Park de Peelbergen (2020). • We gaan door met onze aanpak voor de bestrijding van exoten, zoals de Japanse Duizendknoop en de knolcyperus (2020-2022)

nauwe samenwerking met de wethouder Landbouw en de wethouder Duurzaamheid.

Openbare ruimte • We blijven ons inzetten voor een bij-vriendelijke inrichting van ons openbaar groen. Bijvoorbeeld door het aanplanten van waarde- en drachtplanten (2020-2022). We renoveren beplantingsvakken met als doel een hogere/betere biodiversiteit te verkrijgen. We planten daartoe een nog grotere soortenrijkdom van heesters (2020-2022). • Investeringen in het verbeteren van biodiversiteit in de openbare ruimte worden positief beoordeeld bij het gunnen van aanbestedingen en projecten. Dit wordt bij de volgende actualisering van het gemeentelijk inkoopbeleid formeel vastgelegd in het beleid (20202021). • We gaan door met onze aanpak van gifvrije onkruidbestrijding (2020-2022) • We gaan door met onze aanpak gericht op ecologisch bermbeheer (2020-2022).

Samenwerkingspartners

Landbouw • We onderzoeken in 2020 of we ons pachtbeleid kunnen verduurzamen, zodat bevordering van biodiversiteit en van bodemkwaliteit daarin als uitgangspunten terugkomen. Belangrijke aspecten daarbij zijn gebruik en inrichting. • We volgen de ontwikkelingen rondom stikstof-depositie (het PAS-beleid) op de voet en zoeken actief naar meekoppelkansen voor versterking van de biodiversiteit.

Risico’s en kanttekeningen

De transitie naar een natuurinclusieve gemeente is niet de enige verandering die we willen maken. We willen ook circulair en klimaatbestendig worden en een energietransitie maken. En ook op andere beleidsvelden zijn er ontwikkelingen, met name op het gebied van digitalisering en datasturing. Dit biedt koppelkansen, maar leidt ook tot risico’s. Omvangrijke transities vragen niet alleen tijd (geduld) maar ook inzicht en doorzettingsvermogen: ”de wil om elkaar vast te houden in de gezamenlijke opgaven”. We zijn afhankelijk van andere partijen, zoals het rijk en de landbouwsector. De prioriteiten die anderen kiezen, bepalen mede onze kans van slagen. Maar we willen niet “achterover leunen” en alleen aanhaken bij andere opgaves. We willen ook los van de grote centrale opgaves “gewoon zelf beginnen”. De beschikbare financiële middelen spelen hierbij wel een cruciale rol.

Bestuurlijk trekker

Ambtelijk trekker

Beleidsadviseurs Ruimte (natuur, water openbare ruimte klimaatadaptatie en energie en agrarische sector)

- Lokale natuurorganisaties, zoals het IVN, IKL en Stichting Landschap Horst aan de Maas. - Provinciale en landelijke partijen zoals het waterschap, de provincie Limburg en Staatsbosbeheer. - Onze burgers, de inwoners van de gemeente, zijn een belangrijke partij bij elke vorm van biodiversiteitsbeleid. Zij kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het bereiken van gemeentelijke biodiversiteitsdoelen, niet alleen rond eigen huis en tuin maar ook bij het gemeentelijk groenbeheer, bij het inventariseren van natuur en als bron van kennis bij de beleidsontwikkeling.

Financiën

• Het bij-vriendelijk inrichten van de openbare ruimte vraagt niet direct extra budget. Het is vooral op een andere manier omgaan met beheer- en renovatievraagstukken. Voor renoveren van beplantingsvakken binnen de bebouwde kommen zijn vanaf 2019 structureel meer financiële middelen beschikbaar. • Projecten die onder het programma Maasgaard vallen worden gefinancierd vanuit het geprogrammeerde budget Maasgaard. We gaan op zoek naar financieringsmogelijkheden voor een doorstart met Maasgaard 2.0. Dit moet gevonden worden in de rijksen regionale opgaves. Maar om de begroting sluitend te krijgen moet de gemeente ook een eigen bijdrage leveren. De omvang van deze bijdrage is nu nog niet bekend. • Binnen Park de Peelbergen worden de kosten voor natuur en landschap meenomen in de grondexploitaties. Ontwikkelingen in het gebied dragen dus bij aan de noodzakelijke landschapsinrichting. • Om de ontwikkeling van de biodiversiteit in Horst aan de Maas te monitoren, gebruiken we de Natuurwaardenkaart. Het op orde houden van deze wettelijk verplichte kaart wordt betaald uit verschillende beheerbudgetten. Daarnaast wordt het duurzaamheidsbudget gebruikt om de kaart een extra kwaliteitsimpuls te geven. Voor de jaren 2020-2022 is een bedrag van in totaal € 30.000 geraamd uit het duurzaamheidsbudget, voor het uitvoeren van extra inventarisaties ‘in het veld’.

Door meer inventarisaties te doen, met name in de gebieden waarover minder gegevens bekend zijn (de witte vlekken), zal de Natuurwaardenkaart het grondgebied van de gemeente beter dekken. In hoofdstuk 3 wordt de monitoring van biodiversiteit verder toegelicht.

Wethouder Inrichting en Beheer Openbare Ruimte is de bestuurlijk trekker van het thema biodiversiteit. In #WijGaanGroen

57

3 ORGANISATIE EN UITVOERING 3.1 Interne organisatie

Greune Mèrt duurzaamheidsmarkt in Horst aan de Maas

We staan aan het begin van een aantal grote veranderen verbetertrajecten, die nog zeker 30 jaar gaan duren: de energietransitie, het klimaatbestendig maken van Nederland en de transitie naar een circulaire en natuurinclusieve economie. Op veel punten hebben we in Horst aan de Maas al een start gemaakt, maar de komende decennia zullen er nog veel ontwikkelingen volgen. Dit veranderproces vraagt veel van onze inwoners, ondernemers en partners, maar zeker ook van de gemeente zelf. Daarom gaan we de interne organisatie rond duurzaamheid versterken en meer structuur geven. Daarmee creëren we het overzicht dat nodig is om maatregelen goed op elkaar af te stemmen, de juiste prioriteiten te stellen en onze middelen effectief en efficiënt in te zetten. Er zijn twee uitdagingen bij het vormgeven van de interne organisatie rond duurzaamheid. De eerste uitdaging is dat duurzaamheid een overkoepelend thema is. Daardoor valt de uitvoering van het duurzaamheidsprogramma niet logischerwijs onder de taken van één wethouder, één

cluster of één team. Het raakt juist allerlei beleidsvelden en doorkruist de bestaande organisatie op allerlei niveaus. Om onze duurzaamheidsdoelen te halen, is het nodig om meer dwarsverbanden te leggen. Daarom kiezen we voor een programma-organisatie gericht op coördinatie en samenwerking. Deze programma-organisatie staat niet boven andere beleidsvelden of andere inhoudelijke programma’s, maar zorgt voor afstemming. Bijvoorbeeld tussen het duurzaamheidsbeleid, de Visie Veehouderij en de Visie Wonen, zodat het beleid elkaar versterkt. Via de programma-organisatie borgen we dat gemeentelijke duurzaamheidsdoelen en –uitgangspunten in alle relevante projecten worden meegenomen. De tweede uitdaging bij het versterken van de interne organisatie rond duurzaamheid is dat er, met name rond het nationaal klimaatakkoord en de energietransitie van de gebouwde omgeving, nog veel onzeker is. Bijvoorbeeld welke financiële en juridische middelen de gemeente krijgt om inwoners te stimuleren om over te schakelen op duurzame verwarming zonder aardgas. Hoeveel geld stelt het rijk beschikbaar voor deze nieuwe gemeentelijke taak, kunnen we daarvoor voldoende nieuw personeel

ENERGIEBESPARING BEDRIJVEN

ENERGIETRANSITIE GEBOUWDE OMGEVING DUURZAAMHEIDSOVERLEG LIJNMANAGEMENT GROOTSCHALIGE OPWEK EN DUURZAME ENERGIE

GEMEENTERAAD

COLLEGE VAN B&W

ENERGIEBESPARING BEDRIJVEN

STUURGROEP / KERNTEAM

KLIMAATADAPTATIE

AFVALINZAMELING COÖRDINATIEGROEP KRINGLOOPLANDBOUW

58

# WIJ GAAN GROEN

59

aannemen? Dat dit nog onzeker is, wil niet zeggen dat we moeten wachten op duidelijkheid. Het betekent dat we onze organisatie flexibel moeten inrichten, zodat we kunnen inspelen op toekomstige ontwikkelingen. Op basis van de hiervoor beschreven overwegingen, komen we tot de volgende programmastructuur: • Stuurgroep / kernteam, met daarboven uiteraard het College van B&W en de gemeenteraad. • Duurzaamheidsoverleg lijnmanagement (Thema-DT Duurzaamheid) • Coördinatiegroep • Aanpak per thema

Rollen College van B&W en gemeenteraad

Het College van B&W is bestuurlijk opdrachtgever voor dit duurzaamheidsprogramma. De wethouder Duurzaamheid is als coördinerend wethouder de bestuurlijke trekker. Vakwethouders zijn en blijven verantwoordelijk voor de thema’s binnen hun portefeuille. In het vorige hoofdstuk is bij ieder thema de verantwoordelijke wethouder benoemd en dit is ook in het uitvoeringsprogramma per maatregel aangegeven. Omdat het duurzaamheidsprogramma meerdere wethouderportefeuilles raakt, en portefeuilles soms ook overlappend zijn, vindt inhoudelijke afstemming tussen wethouders plaats tijdens bilaterale overleggen of tijdens de wekelijkse collegevergadering. De gemeenteraad stelt het duurzaamheidsprogramma vast. Zij worden door de vakwethouders geïnformeerd over de voortgang van de diverse thema’s. Hoe, wanneer en hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van het thema, hierover worden maatwerk afspraken gemaakt. Zie hiervoor ook de paragraaf monitoring.

Afstemming met derden en regionale samenwerking

De acht gemeenten in Noord-Limburg gaan de komende jaren gezamenlijk aan de slag met de regionale investeringagenda ‘Gezondste Regio’. Duurzaamheid is een belangrijk onderdeel van deze agenda. Zo zijn verduurzaming van de glastuinbouw, kringlooplandbouw, duurzame mobiliteit en de regionale energiestrategie allemaal aangewezen als regionale icoonprojecten: urgente projecten met een meervoudig doel. Inhoudelijke afstemming met derden gebeurt vooral per thema. Bijvoorbeeld klimaatadaptatie via het Waterpanel-Noord, duurzame mobiliteit via Trendsportal en grootschalige energieopwekking via de Regionale Energiestrategie. Hoe, wanneer en hoe vaak er afstemming is met overige partijen is afhankelijk van het thema en vraagt om maatwerk. Dit valt buiten de scope van dit duurzaamheidsprogramma.

60

Samenvatting maatregelen 2020-2022 interne organisatie • Formele oprichting stuurgroep, kernteam, duurzaamheidsoverleg lijnmanagement en coördinatiegroep (2020, na vastelling duurzaamheidsprogramma).

De volgende vraag is wat we dan in Horst aan de Maas precies willen monitoren. Het monitoren van de emissies door het lokale energieverbruik gebeurt al. De landelijke website www.klimaatmonitor.databank.nl heeft deze informatie per gemeente beschikbaar.

3.2 Monitoring Vanwege het overkoepelende karakter van dit duurzaamheidsprogramma vallen er een groot aantal maatregelen en projecten onder. Het bewaken van de voortgang van iedere afzonderlijke actie is en blijft de taak van de verantwoordelijk portefeuillehouder en de vakambtenaren. Om de administratieve lasten beperkt te houden en dubbel werk te voorkomen, gaan we vanuit het duurzaamheidsprogramma uitsluitend de realisatie van de vier hoofddoelen van het duurzaamheidsbeleid monitoren. Dit wordt hierna per doel toegelicht.

Monitoring klimaatneutraliteit

We gaan de uitstoot van broeikasgassen in Horst aan de Maas structureel monitoren. Omdat er meer soorten broeikasgassen zijn, maken we de monitoring eenvoudiger door als maat de ‘koolfstofdioxide equivalent’ (afgekort CO2eq) te gebruiken. Zie kader voor een uitleg van dit begrip.

WAT IS CO2EQ? CO2eq is de afkorting voor ‘koolstofdioxide equivalent’. Dit is een rekeneenheid om de bijdrage van broeikasgassen aan het broeikaseffect onderling te kunnen vergelijken en optellen. CO2 (koolstofdioxide) is het meest bekende en meest voorkomende broeikasgas. Andere broeikasgassen zijn bijvoorbeeld lachgas, methaan en bepaalde koelmiddelen (HFK’s). Het effect van deze gassen op de opwarming van de aarde verschilt. Gassen die meer warmte absorberen en gassen waarvan het langer duurt voordat ze in de atmosfeer worden afgebroken, hebben meer broeikaseffect. Zo heeft 1 kilo methaan evenveel broeikaseffect als 25 kilo CO2. En lachgas warmt bijna 300 keer meer op dan CO2. Om de bijdrage van elk gas toch te kunnen vergelijken en optellen heeft het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) het CO2eq -concept ontwikkeld

#WijGaanGroen

61

WAT ZIJN SCOPE 1, 2 EN 3 EMISSIES? Het Greenhouse Gas Protocol (wereldwijd het meest gebruikte protocol om de uitstoot van broeikasgassen te berekenen) maakt onderscheid tussen drie bronnen of schaalniveaus. Dit noemt men de drie ‘scopes’.

SCOPE 1

Dit eerste scope gaat over de directe uitstoot van broeikasgassen binnen onze gemeentegrenzen. Bijvoorbeeld wat er uit de schoorsteen komt van onze woningen en kassen door de verwarming met aardgas. Ook methaanemissie uit de veehouderij en de uitlaatgassen van het verkeer dat door Horst aan de Maas rijdt, vallen onder de eerste scope.

SCOPE 2

De tweede scope gaat over de uitstoot buiten de gemeentegrenzen, die ontstaat bij het opwekken van de elektriciteit die wij in Horst aan de Maas gebruiken. Bijvoorbeeld in een electriciteitscentrale waar steenkool wordt verbrand. De emissie die elders ontstaan om onze stroom op te wekken, wordt als scope 2 emissie toegerekend aan Horst aan de Maas.

SCOPE 3

De derde scope gaat over emissies die indirect aan Horst aan de Maas kunnen worden toegeschreven. Dit zijn emissies die buiten de gemeentegrenzen ontstaan, bij bronnen waar wij geen directe invloed op uit kunnen oefenenen. Bijvoorbeeld de uitstoot veroorzaakt door de productie of winning van grondstoffen of materialen die wij inkopen en de uitstoot van het transport om die spullen naar Horst aan de Maas te brengen. Ook de indirecte uitstoot als gevolg van zakelijk verkeer met privévoertuigen en zakelijk vliegverkeer hoort bij scope 3.

CO2 - eq

Produktie van ingekochte materialen

Agrarische sector Ingekochte electriciteit van het nationale net

Afvalverwerking

Vervoer

Aangezien Horst aan de Maas een agrarische gemeente is, waar in vergelijking tot stedelijke gemeenten een groter aandeel van de emissies afkomstig is van de agrarische sector, geeft de landelijke klimaatmonitor geen compleet beeld. Daarom is in 2019 onderzocht of het mogelijk is om een lokale klimaatmonitor op te stellen, die een beter beeld geeft van alle broeikasgas-emissies uit Horst aan de Maas. Met “alle” emissies bedoelen we de zogenaamde “scope 1, 2 en 3”-emissies. Zie de toelichting in het kader hierboven.

62

Uit gesprekken met deskundigen in 2019 bleek dat het mogelijk is om een lokale klimaatmonitor op te zetten. Dit zou een innovatief project zijn, dat informatie over alle broeikasgas-emissies van Horst aan de Maas verzamelt en transparant maakt. Daardoor wordt duidelijk ‘waar staat Horst aan de Maas’ en het leidt ook tot het zichtbaar maken van trends. De scope 1 en 2 emissies kunnen met een behoorlijke betrouwbaarheid in beeld worden gebracht. Voor de scope 3 emissies zullen wellicht grotere onzekerheidsmarges gelden.

Zo’n lokale klimaatmonitor is op dit moment uitsluitend een monitor, het is nog niet goed inzetbaar als sturingsinstrument. Want de broeikasgasemissie van een project is – in tegenstelling tot bijvoorbeeld de stikstofuitstoot- geen formele toetsingsgrond voor bijvoorbeeld bouwvergunningen of bestemmingsplannen. Om de lokale klimaatmonitor ook in te zetten als sturingsinstrument gericht op het doel klimaatneutraal in 2050, is meer nodig. Daarom zijn we op dit moment op zoek naar een groter project waar de lokale

klimaatmonitoring een onderdeel van het afwegingskader kan worden. Bijvoorbeeld zoiets als een ontwikkelingsplan voor de Peelregio, als uitvloeisel van de Ontwerp Nationale Omgevingsvisie (NOVI) die op 20 juni 2019 is gelanceerd. Zodra er een goed ‘aanhaak-project’ is gevonden, of zodra er voldoende andere gemeenten zijn, die dit met ons willen ontwikkelen, gaan we van start met de lokale klimaatmonitoring.

#WijGaanGroen

63

BURGEMEESTERCONVENANT VOOR KLIMAAT EN ENERGIE Het Burgemeestersconvenant werd in 2008 in Europa gelanceerd met de ambitie om lokale besturen samen te brengen die zich vrijwillig inzetten om de klimaat- en energiedoelstellingen van de Europese Unie te halen en zelfs te overtreffen. Het succes van deze unieke bottom-up aanpak overtrof al snel alle verwachtingen. Intussen is het “Covenant of Mayors” gegroeid tot een wereldwijde alliantie: meer dan 7000 lokale en regionale overheden verspreid over 57 landen zijn aangesloten. Zij delen dezelfde visie voor 2050: het versnellen van het koolstofvrij maken van hun gebieden, zich wapenen om klaar te zijn voor de onvermijdelijke effecten van de klimaatverandering en hun inwoners toegang verzekeren tot veilige, duurzame en betaalbare energie. Ondertekenaars beloven acties te ondernemen om de internationale klimaatdoelen te halen: minder broeikasgassen uitstoten en maatregelen treffen om de negatieve effecten van klimaatverandering tegen te gaan. Elke deelnemer maakt daarvoor een actieplan, dat ook een nulmeting bevat en een monitoringsinstrument. Dit zijn allemaal acties die Horst aan de Maas sowieso gaat oppakken in het kader van de regionale energiestrategie, de klimaatstresstest en het lokale duurzaamheidsprogramma.

De meerwaarde van ondertekening is niet alleen het maken van een statement, omdat wij als Greenleaf-winnaar 2019 eigenlijk niet mogen ontbreken in het rijtje deelnemers aan het Covenant of Mayors. Deelname betekent ook dat we gebruik kunnen maken van een uitgebreid internationaal netwerk gericht op kennisdeling. Deelname kan ons daardoor ook helpen bij het aanvragen en toegekend krijgen van Europese ondersteuning voor uitvoeringsprojecten rondom energie en klimaat.

Monitoring klimaatbestendigheid

De klimaatbestendigheid van Horst aan de Maas monitoren wij door het uitvoeren van klimaatstress-testen. In 2018 is de nulsituatie vastgesteld voor alle gemeenten die samenwerken in Waterpanel Noord. De informatie is voor iedereen toegankelijk via de website https://wpn. klimaatatlas.net/. Het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie geeft aan dat de klimaatstresstest elke zes jaar wordt herhaald. Dit geeft inzicht in de voortgang van de maatregelen en kan aanleiding zijn tot bijsturing in de volgende planperiode. Een actiepunt dat aansluit op de monitoring van het doel klimaatneutraliteit én het doel klimaatbestendigheid is om te bekijken of Horst aan de Maas wil aansluiten bij het Europese Burgermeestersconvenant voor klimaat en energie. Zie kader hierboven voor een toelichting.

Monitoring biodiversiteit

We gaan de biodiversiteit in Horst aan de Maas structureel monitoren via een biodiversiteitsstresskaart. De eerste stap is het goed in beeld brengen van de situatie op dit moment. Er zijn daarvoor in 2019 twee projecten gestart. Deze twee inventarisaties worden de basis om vanaf 2021 de bescherming en het herstel van de lokale biodiversiteit te kunnen monitoren.

64

De eerste inventarisatie legt de nadruk op beschermde dieren en planten. De aanwezigheid daarvan wordt vastgelegd in een zogenaamde ‘natuurwaardenkaart’. Het opstellen van zo’n kaart is een verplichting vanuit de Wet Natuurbescherming. De natuurwaardenkaart dekt het hele grondgebied van de gemeente. De kaart bevat gegevens over beschermde flora en fauna, gekoppeld aan de terreintypen. Naast beschermde soorten nemen we in Horst aan de Maas in de natuurwaardenkaart ook gegevens op over soorten die voor een bepaald gebied typerend of belangrijk zijn. De kaart is naar verwachting in 2020-2021 gereed en wordt daarna jaarlijks geactualiseerd. Deze kaart wordt vooral gebruikt voor het dagelijks onderhoud van onze openbare ruimte: het is een tool voor aannemers en uitvoerders om te checken met welke flora en fauna ze rekening moeten houden tijdens hun werkzaamheden. De tweede inventarisatie die loopt, is een pilotproject waar Horst aan de Maas aan mee doet. Het gaat om het opstellen van een ‘biodiversiteits-stresskaart’. Ook dit wordt een gemeente dekkende kaart, maar deze legt de nadruk op het totaalbeeld qua biodiversiteit. Er is dus ook aandacht voor aspecten als verstoring door geluid of licht en voor de manier waarop een bepaald gebied wordt beheerd. De biodiversiteits-stresskaart kan

gebruikt worden om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen. Bijvoorbeeld: wat betekent aanleg van een verlicht fietspad voor de druk op de biodiversiteit in dit gebied. De kaart is ook geschikt om beheerplannen op af te stemmen. Bijvoorbeeld: kunnen we de biodiversiteit in dit gebied versterken door te kiezen voor een andere manier van beheer en onderhoud. Deze kaart wordt in samenwerking met de HAS (basiskaart natuurwaarden), HAL Larensteijn (doelen en beheertypen) en het CitaVerde College (inventarisaties) opgesteld. De kaart is naar verwachting in 2021 gereed. Het is de bedoeling dat de informatie dan voor iedereen toegankelijk is, bijvoorbeeld via een website. Als de pilot een succes is, zal de kaart vervolgens om de zoveel tijd worden geactualiseerd.

Monitoring circulariteit

Het thema circulariteit is in dit duurzaamheidsprogramma verdeeld in twee thema’s: huishoudelijk afval/circulaire economie en kringlooplandbouw. De hoeveelheid huishoudelijk afval in Horst aan de Maas en het percentage hergebruik wordt al jaren structureel gemonitord. Die monitoring wordt voortgezet. Voor het thema kringlooplandbouw bestaat nog geen monitoringssysteem. Het is een relatief nieuw thema, dat nog niet helder afgebakend is. Bijvoorbeeld de vraag naar het gewenste schaalniveau van de kringloop: is dat binnen één bedrijf, gemeente, regio, provincie, land, continent of wereldwijd? En in hoeverre is dat anders voor de verschillende bedrijfstakken? Op dit moment is het daarom niet mogelijk om de ontwikkeling van natuurinclusieve kringlooplandbouw op lokaal niveau te monitoren. We blijven daarom de ontwikkelingen volgen en we bespreken in regionaal verband casussen, zodat er gaandeweg een beter beeld ontstaat. Dit is in lijn met de Regionale visie land- en tuinbouw Noord-Limburg “Naar een toekomstbestendige land- en tuinbouw”, die op 3 juli 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld. Verbeteringen in de agrarische sector kunnen we overigens wel indirect terug zien in de biodiversiteitsstresskaart en de lokale klimaatmonitor.

Maatregelen 2020-2022 monitoring duurzaamheidsprogramma

Doel klimaatneutraliteit • We maken gebruik van de landelijke klimaatmonitor van Rijkswaterstaat. • We gaan in 2020 op zoek naar een groter project waarbinnen een lokale CO2eq monitor onderdeel van het afwegingskader kan worden. Zodra er een project is gevonden waar de lokale klimaatmonitor op kan aanhaken, gaan we ermee van start. Insteek is het ontwikkelen van een tool om de lokale emissie van broeikasgas jaarlijks te monitoren, uitgedrukt in Co2eq. De tool moet aansluiten op de indeling in vijf tafels, uit het landelijke Klimaatakkoord.

Doel klimaatbestendigheid • Elke zes jaar herhalen we de uitvoering van de klimaatstresstest, om de voortgang te monitoren en te kunnen bijsturen. De nulmeting was in 2018. Dus de eerstvolgende meting is gepland voor 2024. Dit valt buiten deze collegeperiode en wordt daarom niet opgenomen in het uitvoeringsprogramma 2020-2022. • We overwegen in 2020 om toe te treden tot het Europese Burgemeestersconvenant voor Klimaat en Energie. Doel biodiversiteit • Opstellen natuurwaardenkaart (2019-2020). • Opstellen biodiversiteitsstresskaart (2019-2020). • Vanaf 2021 jaarlijks actualiseren van de natuurwaardenkaart. • In 2021 pilot biodiversiteitsstresskaart evalueren en vervolgstappen bepalen. Doel circulariteit • We zetten de monitoring van de resultaten van de inzameling van huishoudelijk afval voort (2020-2022). • We volgen de ontwikkelingen rond kringlooplandbouw met aandacht, inclusief de mogelijkheden rondom monitoring (2020-2022).

Financiën

• Voor het ontwikkelen van een lokale klimaatmonitor ramen we een bedrag van € 35.000. • Om de ontwikkeling van de biodiversiteit te kunnen monitoren is het cruciaal dat de natuurwaardenkaart actueel blijft. Het op orde houden van deze wettelijk verplichte kaart wordt betaald vanuit verschillende beheerbudgetten. Daarnaast wordt voor de jaren 20202022 een bedrag van in totaal € 30.000 geraamd uit het duurzaamheidsbudget. Dit bedrag wordt gebruikt voor het uitvoeren van extra inventarisaties ‘in het veld’ en voor de verwerking hiervan in de natuurwaarkaart. Dit geeft de kaart een extra kwaliteitsimpuls: door meer inventarisaties te doen, zal de kaart het grondgebied van de gemeente beter dekken. • Voor het opstellen van de biodiversiteits-stresstest heeft de gemeenteraad in maart 2019 een budget van €35.000 beschikbaar gesteld voor de jaren 2019 en 2020. Er wordt op dit moment geen bijdrage uit het duurzaamheidsbudget gevraagd.   

#WijGaanGroen

65

3.3 Communicatie & participatie Communicatiedoelen

Actieve betrokkenheid en participatie van inwoners en bedrijven is cruciaal om onze duurzaamheidsambities waar te kunnen maken. Niet voor niets is “we doen het samen” een uitgangspunt van dit duurzaamheidsprogramma. Maar we willen ook geen zaken dubbelop doen. Diverse maatregelen en projecten uit dit programma hebben al een eigen communicatie- en participatietraject, of zijn deze aan het ontwikkelen. Bijvoorbeeld de aanpak van klimaatadaptatie en van de energietransitie. Daarom richt de communicatie- en participatie-strategie van dit duurzaamheidsprogramma zich niet op de inhoud, maar op de volgende twee doelen: 1. Positioneer het thema duurzaamheid structureel tussen de andere overkoepelende thema’s van Horst aan de Maas, zowel intern als extern. 2. Draag met communicatie bij aan de gezamenlijke ‘beweging’. Dus: “wat gaan we samen doen” in plaats van “wat doet de overheid”.

Externe communicatie

Externe communicatie sluit aan bij landelijke of regionale duurzaamheidscampagnes en gaat uit van de gedachte ‘What’s in it for me’. We hanteren daarbij de volgende uitgangspunten: - Horst aan de Maas is van oudsher een gemeente waarin inwonerinitiatieven en ondernemerschap worden gestimuleerd (“Horst aan de Maas natuurlijk ondernemend!”). Dit geldt ook voor de verduurzamingsambitie. Het is niet toevallig dat Horst aan de Maas juist met deze kracht de European Green Leaf Award heeft behaald. - We zetten in op de dialoog. De dialoog tussen overheid en inwoners, maar ook tussen inwoners onderling. De overheid kan hierin faciliterend zijn. - Kleinere en middelgrote projecten zijn van groot belang voor de uitstraling en betrokkenheid van inwoners

66

en bedrijven. We gebruiken daarvoor onder andere de communicatiemethode ‘story-telling’: het vertellen van (persoonlijke) verhalen om betrokkenheid en saamhorigheid te creëren en een doel te bereiken. Want verhalen kunnen ons raken, maken concreet, zijn gemakkelijk te delen en geven betekenis. - De gemeente brengt ook ‘the inconvenient truth’ onder de aandacht, maar verduurzaming wordt vooral als een kans gepresenteerd. Bijvoorbeeld om kosten te besparen, om innovatief tot de voorhoede te horen, meekoppel-kansen. - Uiteraard zetten we met onze externe communicatie in op een algemene kernboodschap duurzaamheid (zie ook bovenstaande punten). Het ‘nieuws’ zal echter veel vaker in concrete grote en kleine projecten zitten waarin duurzaamheid ook een aspect is.

Interne communicatie De interne communicatie wordt verbeterd door de organisatiestructuur rondom duurzaamheid te versterken, zoals aan het begin van dit hoofdstuk is toegelicht. Daarmee doen we recht aan het feit dat de verantwoordelijkheid voor het thema duurzaamheid belegd is bij bijna alle bestuurlijke portefeuillehouders en er daarmee ook vele ambtenaren in meer of mindere mate bij betrokken zijn.

Maatregelen 2020-2022 communicatie en participatie duurzaamheid - In 2020 stellen we een ‘mijlpalenkalender’ duurzaamheid. Dit is een overzicht van: wat doen we, wanneer, en vanuit welk thema/ portefeuillehouder. De mijlpalen volgen gedeeltelijk uit het uitvoeringsprogramma duurzaamheid, maar ook tussentijdse mijlpalen of communicatiemomenten uit de afzonderlijke projecten worden erin opgenomen. - In 2020 starten we, op basis van de mijlpalenkalender, met het frequenter uitnodigen van de pers voor persgesprekken. Met de wethouder Duurzaamheid,

maar ook met andere portefeuillehouders die dat willen. - De succesvolle eerste duurzaamheidsmarkt op 27 oktober 2019 krijgt een vervolg. Na evaluatie bepalen we wanneer. - In september 2019 is de Kids Climate Conference voor het eerst georganiseerd in Horst aan de Maas. In samenwerking met CenterParcs en het Wereld Natuurfonds. Deelnemers kwamen uit heel Nederland en België en er waren veel lokale en regionale partners betrokken bij de organisatie. We gaan er vanuit dat hier in de toekomst een vervolg op komt, zodat dit evenement ook op lokaal niveau een vaste drager wordt van onze gezamenlijke duurzaamheidsaanpak. - Sinds 2 jaar heeft de gemeente Horst aan de Maas een digitale nieuwsbrief duurzaamheid, met inmiddels ruim 650 abonnees. De nieuwsbrief verschijnt ongeveer 10 keer per jaar en bevat informatie over subsidies, lokale projecten en Greenleaf-activiteiten. We zetten deze nieuwsbrief voort (2020-2022) en breiden het aantal abonnees uit. - In oktober 2018 is voor het eerst een huis-aan-huisblad over duurzaamheid verspreid, als bijlage bij de “Hallo”. Dit was een succes en heeft bijvoorbeeld geleid tot veel extra aanvragen voor de subsidieregeling waterklaar. Daarom gaan we eind 2020 of begin 2021 een 2e editie uitbrengen. Dat is 2 of 2,5 jaar na de 1e editie.

Dan is er genoeg nieuws te melden rondom de gevolgen van het klimaatakkoord, warmteplannen en nieuwe subsidies. Kosten circa € 20.000. - De motie van de gemeenteraad uit 2019 om jaarlijks een duurzaamheidsprijs toe te kennen aan een vereniging, stichting, ondernemer of groep mensen die een onderscheidend initiatief heeft genomen op het gebied van duurzaamheid, zetten we in 2020 om in een concreet voorstel. - In het najaar van 2020 organiseren we een netwerkavond over duurzaam ondernemen. Vergelijkbaar met de bijeenkomst die in april 2015 in het Parkhotel werd georganiseerd. We betrekken lokale ondernemers bij de organisatie, zodat we samen tot een inspirerend programma komen. Daarna evalueren en bij succes elk jaar herhalen. - In 2021 is weer de Hiltho-beurs. We gaan daar dan met een duurzaamheidsstand staan. Bijvoorbeeld om kleine projecten te laten zien, subsidies toe te lichten en/of ontwikkelingen rond warmteplannen, energietransitie en klimaatadaptatie. - Horst aan de Maas is winnaar van de European Greenleaf Award 2019 en daardoor toegetreden tot het netwerk van Greenleaf-winnaars. Dit netwerk is gericht op kennisdeling over alle duurzaamheidsthema’s waar gemeenten mee te maken hebben.

In de periode 20202022 nemen we deel aan dit EGLA netwerk, waarbij we voorbeeldprojecten uit Horst aan de Maas internationaal uitdragen en informatie krijgen over goede voorbeelden en leerpunten van elders. In het voorjaar van 2020 komen de leden van het EGLA-netwerk naar Horst aan de Maas.

Kids Climate Conference in de Heerepeel in Horst aan de Maas (2019)

Het thema is dan klimaatadaptatie. We zoeken daarbij aansluiting met het Waterpanel Noord, zodat we de kennis ook regionaal kunnen delen.

Financiering

- Vanwege het succes van de eerste Greune Mèrt, en de motie van de gemeenteraad om de markt vaker te organiseren, wordt € 60.000 gereserveerd om in de periode 2020-2022 nog twee maal een duurzaamheidsmarkt te organiseren. - Voor de 2e editie van een huis-aan-huisblad over duurzaamheid in 2020 of 2021 wordt € 20.000 geraamd uit het duurzaamheidsbudget. - Voor de jaarlijkse organisatie van een netwerkavond over duurzaam ondernemen in 2020-2021-2022 ramen we in totaal € 10.000. - Voor deelname aan de volgende Hiltho (in 2021?) met een stand over duurzaamheid reserveren we € 20.000 - Voor deelname aan het Greenleaf-netwerk reserveren we jaarlijks € 2500 (2020-2022). - Voor de organisatie van de netwerkmeeting in het voorjaar 2020 in Horst aan de Maas gaan we Europese subsidie aanvragen. En een klein deel van het Greenleaf prijzengeld is hiervoor gereserveerd.

#WijGaanGroen

67

3.4 Financiën de reserve ver te boven en kunnen in sommige gevallen op andere manieren gedekt of gefinancierd worden (fiscaal, SDE, verbrede rioolheffing). • De reserve duurzaamheid is niet bedoeld om de sociale rechtvaardigheid van maatregelen van derden te compenseren (zoals landelijke verhoging energiebelasting). Hiervoor kan de lokale duurzaamheidsreserve nooit een structurele dekking bieden en hiervoor is de reserve ook niet bedoeld. • De reserve duurzaamheid wordt niet ingezet voor kosten die elders in de gemeentebegroting gedekt zijn of zouden moeten zijn, zoals duurzaamheidsmaatregelen die onder de doelstelling van het verbrede rioolfonds vallen of maatregelen voor de verduurzaming van accommodaties waarvoor al een andere bestemmingsreserve bestaat. • De duurzaamheidsreserve wordt ook niet gebruikt om bezuinigingen op andere budgetten ongedaan te maken of om de tekorten die in een andere begroting zijn ontstaan, achteraf nog aan te vullen.

Besluitvorming over inzet duurzaamheidsreserve

In lijn met het raadsbesluit van 19 maart 2019 over de begrotingsruimte en het investeringsvolume 2020-2022 wordt daarom een bestemmingsreserve Duurzaamheid aangelegd. Dat geeft ruimte om flexibel te kunnen inspelen op ontwikkelingen. De bestemmingsreserve wordt gevuld met een jaarlijks door de raad vast te stellen bedrag. In het genoemde raadsbesluit is voor de uitvoering een bedrag van in totaal €1 miljoen begroot. Dit betekent dat de bestemmingsreserve duurzaamheid de komende drie jaar gefaseerd wordt gevoed met steeds een derde van dit bedrag. Met andere woorden: voor de jaren 2020-20212022 gaat het steeds om € 333.333 per jaar.

1. Bijdragen aan het realiseren van een of meer hoofddoelen van dit duurzaamheidsprogramma: klimaatneutraliteit; klimaatbestendigheid; circulariteit of biodiversiteit. 2. Voldoen aan de zeven uitgangspunten van onze duurzaamheidsaanpak, zoals beschreven in het eerste hoofdstuk. Daarnaast moet er voldaan worden aan één of meer van de volgende criteria: 3. Inzet leidt tot cofinanciering: door de inzet van middelen komen extra gelden van derden vrij, waardoor het totale budget groter wordt en er meer bereikt kan worden. 4. Inzet leidt tot informatie die nodig is om vervolgstappen met terugverdiencapaciteit te plannen: met de middelen worden onderzoeken uitgevoerd, pilots gedaan of advies ingewonnen met wezenlijke (doch nietactiveerbare) terugverdienmogelijkheden. Bijvoorbeeld een verkenning naar de ontwikkeling van duurzame energie-opwekkingscapaciteit. 5. Inzet mobiliseert de ‘beweging’ rond duurzaamheid in Horst aan de Maas. Het budget kan worden ingezet om kleinschalige projecten uit de samenleving, zoals inwonerinitiatieven, te ondersteunen, te versterken of te versnellen. De bijdrage hiervoor is eenmalig en bedraagt nooit meer dan € 5000.

BEDRAG

BESLUITVORMING DOOR

Tot € 25.000 En maximaal € 75.000 per jaar

Wethouder Duurzaamheid, tijdens portefeuillehoudersoverleg duurzaamheid

Criteria voor onttrekking aan de bestemmingsreserve duurzaamheid

Uitsluitingen voor inzet van de bestemmingsreserve duurzaamheid

Vanaf € 25.000

College van B&W

In de voorafgaande hoofdstukken en paragrafen is zoveel mogelijk aangegeven wat de kosten zijn van de geplande maatregelen. Het uitvoeringsprogramma in de volgende paragraaf geeft daarvan een totaalbeeld. Maar niet alle kosten om het duurzaamheids­ programma uit te voeren, zijn vooraf precies in te schatten. Met name rond de energietransitie is er nog veel onduidelijk. Er is bijvoorbeeld nog geen zekerheid over de bijdragen die vanuit het rijk naar de gemeenten gaan, zodat gemeente hun -in het Klimaatakkoord afgesproken- rol als regisseur van de energietransitie goed kunnen oppakken.

Vanuit de bestemmingsreserve worden impulsen gegeven aan de verduurzaming van de gemeente Horst aan de Maas. De projecten of maatregelen waarvoor het geld wordt ingezet, moeten aan de volgende twee minimumeisen voldoen:

68

De gemeenteraad besluit over het voeden van de bestemmingsreserve duurzaamheid. De besluitvorming over onttrekkingen aan de reserve gebeurt op de volgende manier: • Uitgaven voor maatregelen die zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma 2020-2022, waarbij het benodigde budget is vermeld, worden door de raad vastgesteld. Dit is een onderdeel van het raadsbesluit ter vaststelling van het duurzaamheidsprogramma. • Voor besluitvorming over uitgaven voor maatregelen die zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma 20202022, waarbij nog géén benodigde budget is vermeld, geldt onderstaande tabel. • Voor besluitvorming over nieuwe maatregelen, die niet zijn opgenomen in het door de raad vastgesteld uitvoeringsprogramma 2020-2022, geldt onderstaande tabel.

• De reserve duurzaamheid is niet bedoeld voor realisatie van technische/fysieke maatregelen, zoals het verduurzamen van woningen, oprichten van een windturbine, of klimaatadaptatie-maatregelen. De hiervoor benodigde middelen gaan de omvang van

#WijGaanGroen

69

3.5 Uitvoeringsprogramma 2020-2022 Het uitvoeringsprogramma is een opsomming van de maatregelen die eerder in dit duurzaamheids­ programma zijn benoemd. De maatregelen zijn geordend per hoofddoel en per thema. Daaronder volgen de maatregelen die te maken hebben met organisatie en uitvoering van het duurzaamheids­ programma.

BM CM Dzhd DT nvt PH PM RO VTH

Vanwege de leesbaarheid van het uitvoeringsprogramma is de omschrijving van een aantal maatregelen ingekort. De uitgebreidere omschrijving uit het duurzaamheidsprogramma blijft leidend.

THEMA ENERGIEBESPARING

TIJDSPLANNING UITVOERING

2020

2021

Plan van Aanpak Energie van de RUD vaststellen.

x

Uitvoeren plan van Aanpak Energie van de RUD met focus op inhaalslag rond VTH-taken Energie.

x

In RES-verband brede aanpak voor energiebesparing bij bedrijven en woningen vaststellen. Deze aanpak gaat ook in op kleinschalige opwek.

x

Uitvoering van RES-aanpak voor energiebesparing bij bedrijven en woningen.

x

x

De RUD stelt een toezichtsplan op voor bedrijven uit HadM die onder de energieinformatieplicht vallen, maar zich nog niet gemeld hebben. Dit plan wordt in 2020-2021 uitgevoerd.

x

x

Begin 2020 wordt een ambtelijk trekker bepaald voor het thema energiebesparing bij bedrijven.

x

In 2022 is tenminste 50% van de bedrijven die onder de informatieplicht en de EED-plicht vallen gecontroleerd en is er op toegezien dat zij alle verplichte energiemaatregelen genomen hebben.

x

70

= Beleidsmedewerker = Clustermanager = Duurzaamheid = Directieteam = Niet van toepassing = Portefeuillehouder, of anders gezegd de verantwoordelijk wethouder voor dit thema = Pro memorie: nog niet bekend, later aanvullen = Ruimtelijke Ordening = Vergunningen Toezicht en Handhaving

Belangrijke toelichting vooraf: In de kolom ‘kosten’ staan niet de totale kosten van de maatregel of het project genoemd, maar uitsluitend de bijdrage uit de bestemmingsreserve duurzaamheid € 1 miljoen voor dit project.

In de kolommen ‘financiële bijdrage’, ‘bestuurlijk trekker’ en ‘ambtelijk trekker’ worden om ruimte te besparen de volgende afkortingen gebruikt:

MAATREGEL

MAATREGEL

x

FINANCIËLE BIJDRAGE

AMBTELIJK TREKKER

2022

x

x

nvt

Portefeuillehouder VTH

PM (in 2020 aanwijzen)

nvt

PH VTH

PM (in 2020 aanwijzen)

nvt

PH VTH

PM

nvt

PH VTH

PM

nvt

PH VTH

PM

nvt x

BESTUURLIJK TREKKER

x

PH VTH

Clusterm. Ruimte + DT

PH VTH

PM

THEMA ENERGIETRANSITIE GEBOUWDE OMGEVING We brengen de kansen voor warmtebronnen zoals geothermie en restwarmte van bedrijven en grootschalige warmtenetten in beeld. Dat doen we binnen de RES-samenwerking.

TIJDSPLANNING UITVOERING

2020

2021

x

We starten in 2021 met de uitvoering van de transitievisiewarmte. Daarbij nemen we de kansen voor kleinschalige opwek standaard mee.

BESTUURLIJK TREKKER

AMBTELIJK TREKKER

nvt

Portefeuillehouder Duurzaamheid

Beleidsmedewerker Energietransitie

nvt

PH Dzhd

BM Energietransitie

nvt

Portefeuillehouder Wonen

PM (BM Dzhd of BM Wonen)

2022

x

We stellen de voor elke gemeente verplichte transitievisie warmte vast, over het vervangen van aardgas door duurzame warmte. Inclusief een planning tot 2030.

FINANCIËLE BIJDRAGE

x

We evalueren het project ‘zon op bedrijfsdaken’ en onderzoeken de mogelijkheden voor een vervolgproject ‘zon op agrarische bedrijfsdaken’.

x

PM

PH Dzhd

BM Energietransitie

We onderzoeken het beleid van de gemeente Ede om bij de uitgifte van bedrijfskavels eisen te stellen aan hernieuwbare energie en bepalen of dit voor HadM ook een interessante optie is.

x

nvt

PH Dzhd

PM

nvt

PH Dzhd

PM

PM

PH Dzhd

BM Energietransitie

€ 85.000

PH Dzhd

BM Energietransitie

nvt

PH Dzhd en financiën

BM WOZ en belastingen

In 2021 onderzoeken we de mogelijkheid om via de omgevingsvisie eisen te stellen aan kleinschalige opwek, bij het verlenen van een omgevingsvergunning.

x

We evalueren de voucherregeling voor energieprestatie adviezen voor bestaande woningen uit 2019 en bepalen het vervolg.

x

We ondersteunen Stichting EnergieKronenberg bij het streven om in 2030 energieneutraal te zijn.

x

We onderzoeken de mogelijkheden om verduurzaming te stimuleren via gemeentelijke leges en heffingen.

x

x

x

#WijGaanGroen

71

MAATREGEL

THEMA GROOTSCHALIGE OPWEK DUURZAME ENERGIE

TIJDSPLANNING UITVOERING

2020

2021

FINANCIËLE BIJDRAGE

BESTUURLIJK TREKKER

AMBTELIJK TREKKER

THEMA ENERGIENEUTRALE GEMEENTELIJKE ORGANISATIE

2022

In de eerste helft van 2020 stelt de gemeenteraad de uitgangspuntennotitie van de RES vast.

x

nvt

PH Dzhd

BM Energietransitie

In de eerste helft van 2020 stelt het college van B&W het concept-energieplan van de RES vast.

x

nvt

PH Dzhd

BM Energietransitie

In 2021 stelt de gemeenteraad het definitieve energieplan van de RES vast.

x

Na definitieve vaststelling wordt het energieplan van de RES vastgelegd in omgevingsbeleid.

x

x

nvt

PH Dzhd

BM Energietransitie

nvt

PH RO / Omgevingswet

BM RO / Omgevingswet

nvt

PH Dzhd

BM Energietransitie

In de eerste helft van 2020 stelt de gemeenteraad een lokaal kader voor duurzame opwek vast (KODE).

x

Parallel aan de vaststelling van KODE wordt onderzocht of de gemeente zelf, al dan niet risicodragend, een concreet project voor duurzame opwek opstart of erin participeert.

x

Begin 2020 stelt de gemeente een lokale communicatiestrategie op voor de energietransitie.

x

Na vaststelling van de lokale communicatiestrategie energietransitie gaan we deze uitvoeren.

x

x

x

€ 60.000

PH Dzhd

BM Dzhd

Onderdeel van onze communicatiestrategie is het Energiepanel voor inwoners, waarmee eind 2019 wordt gestart.

x

x

x

PM

PH Dzhd

BM Dzhd

72

x

MAATREGEL

€ 200.000 Voor haalbaarheidsstudie

PH Dzhd

nvt

PH Dzhd

BM Energietransitie

BM Dzhd + Communicatie adviseur

TIJDSPLANNING UITVOERING

2020

2021

FINANCIËLE BIJDRAGE

BESTUURLIJK TREKKER

AMBTELIJK TREKKER

2022

In 2020 wordt het onderzoek afgerond naar manieren om de gemeentelijke organisatie energieneutraal te maken en wordt een actieprogramma vastgesteld.

x

nvt

PH Dzhd + PH Accommodaties

BM Dzhd

In 2020 wordt het actieprogramma met maatregelen om in 2025 energieneutraal te werken overgenomen en verankerd in het meerjaren onderhoudsprogramma (MJOP).

x

nvt

PH Accommodaties

BM Vastgoed

Het plaatsen van een energiemeter op of in het gemeentehuis wordt onderdeel van het actieprogramma gemeente energieneutraal 2025.

x

PM

PH Dzhd

BM Dzhd

Vanaf 2020 wordt het actieprogramma met maatregelen om in 2025 energieneutraal te werken uitgevoerd.

x

x

PM

PH Accommodaties

BM Vastgoed

In 2020-2021 gaat de gemeente samen met regiogemeenten de aanbesteding voorbereiden en uitvoeren voor een nieuwe energiecontract. Het doel energieneutraal werken wordt daarin meegenomen.

x

x

nvt

PH Bedrijfsvoering

Inkoopadviseur samen met BM Dzhd

nvt

PH Water

BM Vastgoed

€ 25.000

PH Dzhd

BM Dzhd

€ 25.500

PH Verkeer

BM Verkeer

€ 20.000

PH Verkeer

BM Verkeer

In 2021-2022 maakt de gemeente een plan voor het afkoppelen van de eigen gebouwen van het aardgas, als vervolg op het vaststellen van de gemeentebrede transitievisie warmte in 2021.

x

In 2021 gaan we de zogenaamde ‘CO2prestatieladder’ verankeren in het inkoopbeleid van de gemeente.

x

In de periode 2018-2021 voert de gemeente samen met regiogemeenten de “Mobie-pilot” uit, gericht op het stimuleren van electrische auto’s en deelvervoer.

x

x

In de periode 2019-2021 voert de gemeente het project “Deel de Zon” uit. Dit project combineert zonnedaken, slimme laadpalen en deelauto’s.

x

x

x

x

x

#WijGaanGroen

73

MAATREGEL

THEMA KLIMAATADAPTATIE

TIJDSPLANNING UITVOERING

2020

In 2020 wordt een verdiepingsslag op de klimaatstresstest uitgevoerd. Deze wijst uit welke maatregelen lokaal mogelijk zijn en de kosten daarvan. Dit is in input voor de risicodialoog.

x

In 2020 voeren wij, in samenwerking met het Waterpanel Noord, een risico-dialoog over de uitkomst van de klimaatstresstest.

x

In de tweede helft van 2020 stellen wij een lokale uitvoeringsagenda vast gericht op klimaatadaptatie.

x

In het voorjaar van 2020 organiseren wij een Greenleaf-netwerkmeeting over klimaatadaptatie. We betrekken hier ook de regio bij.

x

Vanaf 2021 wordt gestart met het uitvoeren van maatregelen uit de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie, inclusief de al eerder vastgestelde maatregelen om wateroverlast op straat te voorkomen en de frequentie van riooloverstorten te verminderen. De afkoppelsubsidie voor inwoners en bedrijven wordt in elk geval tot 2021 voortgezet. De insteek is om deze ook na 2021 structureel op te nemen in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan.

x

We overwegen in 2020 om een langlopende aktie “Tegels eruit en groen erin” te organiseren.

x

Wij volgen de pilot in Weert gericht op bestrijding van droogte en kijken of we succesvolle onderdelen ook hier kunnen toepassen.

x

We starten een traject voor het opstellen van een gebiedsvisie hoogwatergeulen Grubbenvorst en Lottum.

x

Samen met het Waterschap voeren we het project “Peelloopje” uit.

x

We starten samen met DCGV en Waterschap de voorbereiding van het waterhuishoudkundig project “Westelijke staander Grote Molenbeek”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14098016/1