12c.3 Archeologisch verkennend onderzoek
Tekst van het document
Deze situatie blijft min of meer hetzelfde tot op de dag van vandaag, met dien verstande dat sommige nieuwe gebouwen van de pluimveevakschool/het agrarische opleidingscentrum worden gerealiseerd en andere worden gesloopt. Hoewel historisch gezien Hegelsom een heide-ontginningsdorp is uit het eind van de 19e eeuw, laat het historisch kaartmateriaal zien dat reeds vanaf het begin van de 19 e eeuw het plangebied (deels) voor landbouwdoeleinden werd gebruikt. Tevens waren gebouwen aanwezig met name in het zuidoostelijke deel van het plangebied, direct langs de Oude Holstraat, die mogelijke een agrarische functie hadden. Deze situatie bleef in hoofdlijnen ongewijzigd tot circa 1970 toen de pluimveevakschool en het latere, nu voormalige agrarische opleidingscentrum, werd opgericht. Tegen 1980 was het terrein grotendeels volgebouwd en was de Oude Holstraat verdwenen. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Binnen de 50 meter attentiezone ligt één MIP monument op circa 30 meter ten zuiden van het plangebied. Het betreft een woning uit 1930. Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Horst aan de Maas is het archief van de Bouw- en Woningtoezicht geraadpleegd (contactpersoon: mevrouw A. Jenniskens, Administratief medewerker vergunningen). Dit heeft in totaal 22 (bouw)dossiers opgeleverd ten aanzien van het plangebied.
Tabel IV geeft een opsomming van de verleende bouwvergunningen voor het plangebied. Tabel IV.
Verleende bouwvergunningen
Naam aanvrager
Jaartal
Omschrijving
Stichting Praktijkschool voor de Pluimveeteelt
1963
Bouw/wijziging bungalow/bedrijfswoning; oppervlakte 107 m2; funderingen tot circa 1,2 meter beneden peil/maaiveld
Stichting Praktijkschool voor de Pluimveeteelt
1963
Bouw houten bungalow; oppervlakte 96 m2; funderingsdiepte 80 centimeter beneden maaiveld; aanlegbreedte funderingen 40 centimeter
Stichting Prakrijkschool voor de Pluimveeteelt
1963
Bouw tweetal bungalows; oppervlakte 1075 m2; funderingsdiepte 1,2 tot 2,5 meter beneden peil/maaiveld
Rapport 15010.001 versie 1
Pagina 15 van 29
Stichting Praktijkschool voor Pluimveeteelt
1968
Oprichten van 4 garages; oppervlakte circa 500 m2; funderingsdiepte 70 centimeter beneden peil/maaiveld; aanlegbreedte funderingen 30/55 centimeter
Stichting Praktijkschool voor Pluimveeteelt en Varkenshouderij
1972
Gedeeltelijke verandering schoolgebouw (inclusief aanleg legkippenstal, schuur en werktuigenberging met trafo-ruimte)
Stichting Praktijkschool voor de Pluimteelt en de Varkenshouderij
1972
Oprichten van een was- en kleedlokaal; fundering beton B3; funderingsdiepte onbekend
Stichting Praktijkschool voor de Pluimveeteelt en de Varkenshouderij
1972
Oprichten van een instructiegebouw; fundering Beton B3; funderingsdiepte 1 meter beneden peil (circa 80 centimeter beneden het maaiveld)
Praktijkschool voor de Pluimveeteelt en Varkenshouderij
1972
Oprichten van een logeergebouw; fundering Beton B3; funderingsdiepte circa 1,3 meter beneden peil/maaiveld
Praktijk school voor de Pluimveeteelt en de Varkenshouderij
1973
Oprichten kuikenboerderij en slachterij; fundering Beton B3; funderingsdiepte 1 meter beneden peil (circa 80 centimeter beneden het maaiveld)
Praktijkschool voor Pluimveeteelt en varkenshouderij
1973
Veranderen en vergroten schoolgebouw; funderingen beton; funderingsdiepte 1,55 2,30 - 2,60 - 3,10 beneden peil/maaiveld; gebouw wordt deels in de ondergrond aangelegd, aan zuidnoord zijde van het plangebied
J.H.H. Linders
1978
Plaatsing berging; fundering van betonblokken; funderingsdiepte circa 80 centimeter beneden peil/maaiveld
Praktijkschool
1984
Oprichten van een infocentrum; oppervlakte 2670 m2; fundering beton; circa 80 centimeter beneden peil/maaiveld
Praktijkschool
1985
Plaatsen van twee open pluimveestallen; fundering beton; funderingsdiepte circa 75 centimeter beneden peil/maaiveld
Praktijkschool
1986
Oprichten van een pluimvee instructiegebouw; fundering beton; funderingsdiepte circa 90 centimeter beneden peil/maaiveld
Praktijkschool Horst
1987
Vergroten van vier garage 8x; fundering beton
Praktijkschool Horst
1989
Plaatsen van een info-instructie 2
PTC+
2006
Het slopen van bedrijfswoning
PTC+
2008
Plaatsen van reclamezuil
A.J.M. Baetsen/ Hostel PTC+
2013
Verandering inrichting Hostel PTC+ (verbouwing van huidige kamers naar luxe kamers t.b.v. hotelfunctie aanpassing uitstraling restaurant en kantine passend bij nieuwe hotelfunctie)
A.M.H.M. de Ponti
2016
Het tijdelijk plaatsen van vijf units en het tijdelijk gebruiken van de units en een tweetal gebouwen ten bate van het geven van Nederlandstalige les; oppervlakte 1.268 m2
Peters Bouw en Onderhoud B.V.
2020
Sloop van bestaande bebouwing (nog niet uitgevoerd ten tijde van het opstellen van het hier nu voorliggende eindrapport)
Samenvattend kan gesteld worden dat de gebouwen die sinds 1963 zijn gerealiseerd in het plangebied een funderingsdiepte hadden van 70 centimeter tot 3,10 meter beneden het maaiveld.
Rapport 15010.001 versie 1
Pagina 16 van 29
Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 37 Het raadplegen van deze bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn. Wel kan het op basis van de beschikbare gegevens niet uitgesloten worden dat nog (niet gesprongen) explosieven aanwezig zijn ter plekke van het plangebied.38 Aanvullende informatie Op 19 februari 2021 is contact gezocht met de het LGOG Ter Horst en de Stichting Heemkunde Hegelsom. Het LGOG Ter Horst heeft aangegeven dat zij geen bruikbare archeologische en historische informatie beschikbaar hebben met betrekking tot het plangebied. De Stichting Heemkunde Hegelsom liet weten dat volgens hun informatie het plangebied als akkerland in gebruik was en later gedeeltelijk als voetbalveld. Verder liep de Oude Holweg door het plangebied, die een gedeeltelijk holle weg was, en was een langgevelboerderij aanwezig binnen het plangebied. 2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel V.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting
Te verwachten complextype/resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
(Laat-)Paleolithicum
Hoog
Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het plaggendek en in de top van de dekzandafzettingen
Mesolithicum
Hoog
Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het plaggendek en in de top van de dekzandafzettingen
Neolithicum
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen
Onder het plaggendek en in de top van de dekzandafzettingen
Bronstijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het plaggendek en in de top van de dekzandafzettingen
IJzertijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het plaggendek en in de top van de dekzandafzettingen
Romeinse tijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het plaggendek en in de top van de dekzandafzettingen
37
Amersfoort & Kamphuis, 1990/Jong, 1969 - 1994/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990. 38 Ruimingskaart; VEO Bommenkaart.
Rapport 15010.001 versie 1
Pagina 17 van 29
Vroege-Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder het plaggendek en in de top van de dekzandafzettingen
Late-Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder het plaggendek en in de top van de dekzandafzettingen
Nieuwe tijd
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder maaiveld/in het plaggendek en in de top van de dekzandafzettingen
Uit de landschappelijke ligging op een dekzandrug aan de rand van een beekdalglooiing, blijkt dat het plangebied vanaf het (Laat-)Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers en verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waargenomen uit het (Laat-)Paleolithicum tot ne met de Nieuwe tijd. Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar jagers en verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jagers en verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefden van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar.39 Zoals aangegeven ligt het plangebied op een dekzandrug bij een gradiënt zone, namelijk de beekdalglooiing die naar het oosten afloopt naar de Groote Molenbeek. Als gevolg heeft het plangebied een hoge verwachting voor de perioden (Laat-)Paleolithicum en Mesolithicum.
Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie. Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor. Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang.40 Gezien de mogelijke ligging van het plangebied op hoger gelegen gronden bij een beekdal heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de perioden Neolithicum tot en met Vroege-Middeleeuwen. Vanaf de Middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen. Vanaf de 13 e eeuw wordt de locatie langs kruisingen en splitsingen van doorgaande en lokale wegen ook van belang voor de locatiekeuze van een nederzetting. Deze nederzettingen kunnen zijn gegroeid tot de hedendaagse gehuchten en woonkernen. 41 Op basis van het historische kaartmateriaal zijn er aanwijzingen dat al aan het eind van de 18 e eeuw een weg door het plangebied liep, namelijk de Oude Holstraat. Hoewel algemeen historisch gezien Hegelsom als een heide-ontginningsdorp uit het eind van de 19e eeuw wordt gezien, zijn er aanwijzingen dat het plangebied aan het begin van de 19e eeuw reeds voor landbouwdoeleinden in gebruik was. Vanaf het begin van de 19e eeuw lijkt ook bebouwing aanwezig geweest te zijn langs de Oude Hol-
39
Louwe Kooijmans et al., 2005. Louwe Kooijmans et al., 2005. 41 Renes, 1999. 40
Rapport 15010.001 versie 1
Pagina 18 van 29
straat. Het plangebied heeft daarom een hoge archeologische verwachting voor de periode LateMiddeleeuwen en Nieuwe tijd. In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is hoog. Deze archeologische resten worden verwacht beneden het plaggendek in de top van de dekzandafzettingen, waarin mogelijk nog (een deel van) een podzolprofiel aanwezig is. De vondstenlaag is opgenomen onder in het plaggendek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het plaggendek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Aan en direct beneden het maaiveld kunnen archeologische resten uit de Nieuwe tijd aanwezig zijn. De vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan circa 30 centimeter beneden het maaiveld. Archeologische sporen worden verwacht in de top van de dekzandafzettingen. Organische resten en metaal zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd op basis van de beschikbare gegevens. 2.9
Conclusie bureauonderzoek
Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Gezien de omvang van het plangebied en de aanwezigheid van hoge zwarte enkeerdgronden is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende fase (IVO-Overig). Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met als doel inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in-situ te verwachten zijn.
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK
3.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende fase (IVO-Overig), heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Op 23 februari 2021 zijn in totaal 24 boringen uitgevoerd binnen het plangebied met een Edelmanboor met een diameter van 7 centimeter. De boringen zijn zo veel mogelijk evenredig verspreid door het plangebied, rekening houdende met de aanwezige bebouwing, oppervlakteverharding (o.a. parkeerplaatsen en wegen), te betreden percelen en de aanwezige kabels en leidingen in de ondergrond. De boringen zijn uitgevoerd tot een diepte van tussen de 90 centimeter en 1,7 meter beneden het maaiveld, tot minimaal 30 centimeter in de top van de C-horizont (dekzand). Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, niet of deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen.
Rapport 15010.001 versie 1
Pagina 19 van 29
Vanwege het gebruik van het plangebied (deels bebouwd en verhard en deels in gebruik als grasland en plantsoenen) was het niet mogelijk een oppervlaktekartering uit te voeren. 3.2
Resultaten
Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 6 weergegeven. Op basis van deze boorprofielen kunnen de hoofdlijnen van de bodemopbouw als volgt worden weergegeven, waarbij drie verschillende typen bodemopbouw konden worden onderscheiden (zie tabel VI, VII en VIII). Tabel VI.
Hoofdlijn bodemopbouw42
Diepte
Samenstelling
Interpretatie
0-110
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig wortelhoudend, donkerbruin
Opgebracht, (sub)recent
110-140
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelbruin, enkele roestvlekken
C-horizont, dekzand
Tabel VII.
Hoofdlijn bodemopbouw43
Diepte
Samenstelling
Interpretatie
0-70
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbruin
Plaggendek
70-95
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin
Cultuur-/akkerlaag
95-130
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht oranjebruin, veel roestvlekken
C-horizont, dekzand
Tabel VIII.
Hoofdlijn bodemopbouw44
Diepte
Samenstelling
Interpretatie
0-110
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbruin
Plaggendek
110-120
Zand, matig fijn, zwak siltig, geel, scherpe overgang
C-horizont, dekzand
120-140
Zand, matig fijn, zwak siltig, geel, enkele roestvlekken
C-horizont, dekzand
De bodemopbouw kan als volgt worden beschreven: In 15 boringen bestonden de bovenste lagen uit een bouwvoor met een (sub)recent opgebracht pakket en in 9 boringen uit een bouwvoor met plaggendek. De (sub)recent opgebrachte pakketten kunnen mogelijk in verband gebracht worden met de stichting en bouw van de pluimveevakschool in 1965 en vervolgens het agrarisch opleidingscentrum. De ouderdom van het plaggendek kon niet bepaald worden vanwege de afwezigheid van dateerbaar vondstmateriaal. De natuurlijke bodem bestond uit de C-horizont van het dekzand (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). De top van het dekzand is aangetroffen op een sterk variabele diepte van tussen de 45 en 135 centimeter beneden het maaiveld. In de top van het dekzand is geen (restant van een) podzolprofiel aangetroffen. In zeven boringen was een gebioturbeerde toplaag aanwezig boven de C-horizont van het dekzand. Deze laag kan mogelijk als een cultuur- of akkerlaag geïnterpreteerd worden. Ook de top van deze 42 Boornummers 1, 2, 3, 4, 11, 12, 13, 14, 15, 18, 19, 20, 22, 23 en 24. 43 Boornummers 5, 6, 7, 8, 9, 10, 17 en 21. 44 Boornummer 16.
Rapport 15010.001 versie 1
Pagina 20 van 29
laag lag op een variabele diepte van tussen de 45 en 135 centimeter beneden het maaiveld. De dikte van de gebioturbeerde toplaag lag tussen de 10 en 30 centimeter. Opvallend was verder dat de boringen met een plaggendek en gebioturbeerde toplaag geconcentreerd zijn in het westen van het plangebied (zie figuur 18 en 19). Het aangetroffen bodemprofiel komt deels overeen met het bodemtype zoals weergegeven op de Bodemkaart van Nederland (zie § 2.5), namelijk hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand (zEZ23). Een grote overeenkomst bestaat met de aangetroffen bodem tijdens het verkennend booronderzoek en proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in respectievelijk 2015 en 2017 door SOB Research ter plekke van de ‘Uitbreiding Hegelsom Fase 1’ (zie § 2.6).45 Dit onderzoeksgebied grenst aan de zuidwest zijde van het onderhavige plangebied. Ook hier is een bodemopbouw aangetroffen van een bouwvoor, op een plaggendek, op een ouder akkerdek, op dekzandafzettingen. Boven het dekzand was een sterk gebioturbeerde toplaag aanwezig op een diepte van tussen de circa 95 centimeter en 1,35 meter beneden het maaiveld. Plaatselijk was in de top van het dekzand nog een (deel van de) Bhorizont van een podzolbodem bewaard gebleven. Tijdens het hier gerapporteerde verkennende booronderzoek is geen B-horizont van een podzolprofiel aangetroffen in de top van het dekzand.
Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen. 3.3
Conclusie veldonderzoek
Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. In hoofdlijnen is een bodemopbouw aangetroffen van een bouwvoor met een (sub)recent opgebracht pakket of plaggendek op de C-horizont van het dekzand (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). Als zodanig is een AC-profiel aangetroffen. In enkele boringen lag boven het dekzand een gebioturbeerde toplaag. In de boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.
45 Ras, 2017; Benerink, 2019.
Rapport 15010.001 versie 1
Pagina 21 van 29
4
CONCLUSIE EN ADVIES
Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder verhoogt de aanwezigheid van een dekzandrug op de rand van een beekdalglooiing naar het oosten toe (richting Groote Molenbeek) de kans daarop. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende fase (IVOOverig), uitgevoerd. De aangetroffen bodemopbouw bestaat uit een bouwvoor met een (sub)recent opgebracht pakket of plaggendek op de C-horizont van het dekzand (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). Hier is sprake van een AC-profiel. In enkele boringen lag boven het dekzand een gebioturbeerde toplaag. De boringen met een plaggendek en/of gebioturbeerde toplaag lagen geconcentreerd in het westen van het plangebied. Deze bodemopbouw vertoont sterke gelijkenissen met de bodemopbouw zoals aangetroffen bij het verkennend booronderzoek en proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in respectievelijk 2015 en 2017 door SOB Research ter plekke van de ‘Uitbreiding Hegelsom Fase 1’, grenzend aan de zuidwest zijde van het onderhavige plangebied.46 Binnen dit onderzoeksgebied zijn sporen (kuilen, paalkuilen en haardkuilen) en vondsten uit het Mesolithicum, de Midden-Bronstijd tot en met de Vroege-IJzertijd, en de Vroege-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd aangetroffen.
Als gevolg kan de bij het archeologisch bureauonderzoek opgestelde hoge archeologische verwachting op basis van het verkennend booronderzoek voor het westelijke deel van het plangebied gehandhaafd blijven. Deze verwachting is van toepassing op zowel jagers en verzamelaars uit het (Laat-)Paleolithicum en het Mesolithicum als landbouwgemeenschappen vanaf het Neolithicum. Indien behoud in-situ (dubbelbestemming archeologie) niet gerealiseerd kan worden in het kader van de ontwikkelingsplannen, wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P), karterende en waarderende fase, in het westelijke deel van het plangebied. Dit deel van het plangebied staat aangegeven als advieszone op figuur 20. Het proefsleuvenonderzoek kan het beste worden uitgevoerd wanneer de bovengrondse sloopt van de bebouwing in het westelijke deel van het plangebied is uitgevoerd. Er zijn immers geen aanwijzingen dat door de bestaande bebouwing de bodem dusdanig diep is verstoord dat archeologische waarden niet meer in-situ aanwezig zijn. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Horst aan de Maas). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.
46 Ras, 2017; Benerink, 2019.
Rapport 15010.001 versie 1
Pagina 22 van 29
LITERATUUR Aarts, G., 2020: Verkennend bodemonderzoek (asbest) Pastoor Debijestraat 62 t/m 82 Hegelsom. (kenmerk HMB B.V. 20202901A). HMB B.V., Maasbree. Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Amersfoort, H. en P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Andréa, J., en B.J. Groenewoudt, 1991: Essen. Schatkamers van bewoningsgeschiedenis; gemeenten erkennen cultuurhistorisch belang van oude akkers. ROM-bulletin 9: p. 12 & 26-30. Bakker, H. de en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland De hogere niveaus. Wageningen. Barends, S., H.G. Baas, M.J. de Harde, J. Renes, T. Stol, J.C. van Triest, R.J. de Vries, F.J. van Woudenberg, 2005: Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografische benadering. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Benerink, G.M.H., 2019: Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven ‘Plangebied Uitbreiding Hegelsom, Fase 1’, gemeente Horst aan de Maas. (SOB Research Project nr. 24631612) Heinenoord. Berendsen, H.J.A., 2005: Fysische Geografie van Nederland, deel 4: Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio's. Van Gorcum, Assen. Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berg, M.M. van den en E.A.
Hatzmann, 2006: Water en archeologisch erfgoed. Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten, 30). Bergman, W.A., 2011: Gemeente Horst aan de Maas. Plangebied Groene campus Asdonck te Hegelsom. (BAAC rapport V-10.0408) BAAC bv, Deventer en ’s-Hertogenbosch. Berkel, G. van & K. Samplonius, 1995: Nederlandse plaatsnamen. De herkomst en betekenis van onze plaatsnamen., Meppel. Beurskens, P., 2018: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Industriestraat 11 te Horst. (Econsultancy rapportnr. 7201.003) Econsultancy b.v., Swalmen. Beurskens, P., 2021: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Horsterweg 44 te Sevenum. (Econsultancy rapportnr. 14663.001) Econsultancy b.v., Swalmen. Beusekom, E. van, 2007: Bewogen aarde. Aardkundig erfgoed in Nederland. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Bloemendaal, S., & C.M.L. Cornelissen, 1985: Grondwaterkaart van Nederland (Aalten/41 Oost). Dienst Grondwaterverkenning TNO.
Rapport 15010.001 versie 1
Pagina 23 van 29
Boer, A. de, 2017: Hagelkruisweg 16, Hegelsom, gemeente Horst aan de Maas: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase. (Bureau voor Archeologie Rapport 467) Bureau voor Archeologie, Utrecht. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Conradi, N.L.A. en N.J.W. van der Feest, 2013: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Kranestraat 90 te Horst. (Aeres Milieu projectnummer AM13046) Aeres Milieu B.V., Roermond. Dijk, X.C.C. van, 2020a: Plangebied Stationsstraat te Horst, gemeente Horst aan de Maas; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. (RAAP-rapport 4462) Weesp. Dijk, X.C.C. van 2020b: Plangebied Stationsstraat 80, gemeente Horst aan de Maas; een archeologisch proefsleuvenonderzoek. (RAAP-rapport 4493) Weesp. Doesburg, J. van (red.), et al., 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort 2007. Engel, H.W.D. van den en T. Nales, 2009: Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), d.m.v. boringen. Stationstraat 142, Hegelsom, Gemeente Horst aan de Maas. (Becker & Van de Graaf projectnummer 15400609/35496) Becker en Van de Graaf bv, Noordwijk. Feest, N.J.W.
van der, 2012: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Kranestraat (ong.) te Horst. (Aeres Milieu projectnummer AM12215) Aeres Milieu B.V., Roermond. Feest, N.J.W. van der, 2013: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Kranestraat 90 te Horst. (Aeres Milieu projectnummer AM13046) Aeres Milieu B.V., Roermond. Feest, N.J.W. van der en D. Hagens, 2018: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen Westsingel te Horst. (Aeres Milieu projectnummer AM18366) Aeres Milieu B.V., Roermond. Fontijn, D.R., 2002: Sacrificial Landscapes. Cultural biographies of persons, objects and ‘natural’ places in the Bronze Age of the Southern Netherlands, c. 2300-600 BC. Analecta Praehistorica Leidensia 33/34. Gaauw, P. van der, 2008: Provinciale archeologische aandachtsgebieden, archeologisch selectiedocument. Maastricht. Geologisches Landesamt Nordrhein-Westfalen, 1984: Geologische Karte von Nordrhein-Westfalen 1:100.000, Blatt C4702 Krefeld. Groenewoudt, B.J., 1994: Prospectie, waardering en selectie van archeologische vindplaatsen: een beleidsgerichte verkenning van middelen en mogelijkheden. Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten, 17) p.109-146 en p.175-188.
Rapport 15010.001 versie 1
Pagina 24 van 29
Heeringen, R.M. van en R. Schrijvers, 2014: Actualisatie van de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Horst aan de Maas, 2014. (Vestigia rapportnummer V1188) Amersfoort. Hendrikx, J.A., 2005: Cultuurhistorie van stad en land. Waardering en behoud. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Kars, H. & A. Smit (red.), 2003: Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erfgoed. Degradatiemechanismen in sporen en materialen. Monitoring van de conditie van het bodemarchief. (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies, 1) Amsterdam. Klep, C. en B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Koeman, S., 2013: Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterende fase Woningbouwproject ‘Buitenkans’ Locatie Bosstraat, gemeente Horst aan de Maas. (Archeodienst Rapport 275) Archeodienst BV, Zevenaar. Kruithof, L., D. Hagens en M.A.K. Vroomans, 2020: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen Stationsstraat te Horst (gemeente Host aan de Maas). (Aeres Milieu projectnummer AM19174) Aeres Milieu B.V., Roermond. Kuyper, J., 1988. Gemeente atlas van de provincie Gelderland 1868. Foresta bv, Groningen. Leenders, K.A.H.W., 2013: Turfvaarten, een geactualiseerde verkenning. Den Haag. Locher, W.P. en H.
de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 2: Bodemgeografie. Malmberg, Den Bosch. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Mientjes, A.C.: Plan van Aanpak booronderzoek Oude Holstraat te Hegelsom. Econsultancy b.v., Swalmen. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Normalisatie-Instituut, Nederlands, 2020: NEN-EN-ISO 14688-1:2019+NEN 8990:2020 nl: Geotechnisch onderzoek en beproeving - Identificatie en classificatie van grond - Deel 1: Identificatie en beschrijving. Delft. Polman, S.P., 1999: Plangebieden Hoogveld-Oost en Melderslosche Weiden, gemeente Horst: een aanvullend archeologische inventarisatie (AAI-1). (RAAP-rapport 441) Amsterdam. RACM, 2008: Beekdalen en archeologie. Brochure Cultuurhistorie 12.
Rapport 15010.001 versie 1
Pagina 25 van 29
Ras, J., 2017: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen ‘Uitbreiding Hegelsom Fase 1’, Hegelsom, gemeente Horst aan de Maas. (SOB Research Project nr. 2289-1503) SOB Research, Heinenoord. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Ridder, A. de, 2008: Horst aan de Maas, Reysenbeckstraat 28. (ADC rapport 1452) ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Stichting voor Bodemkartering, 1975: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 52 Oost/Venlo. Wageningen. Stiekema, M., 2007: Hegelsom - Reysenbeckstraat. Een Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. (ADC Rapport 984) ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Stiekema, M., 2018: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Berghemweg 10 te Sevenum. (Econsultancy rapportnr. 11584.002) Econsultancy b.v., Swalmen. TNO, 2010: Geologische Overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600.000. TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen, M. Verbruggen, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek. Deel: karterend booronderzoek. Gouda (SIKB uitgave). Uitgeverij Nieuwland, 2006: Grote Historische topografische Atlas Limburg, 1894-1926, schaal 1:25.000. Tilburg.
Verhoeven, A.A.A., 2002: Archeologisch onderzoek op het Hoogveld-Oost te Horst (L.). (ADC rapport 122) ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Vissinga, A., 2010: Inventariserend veldonderzoek (karterende fase) aan de Sint Jorisweg te Horst (gemeente Horst aan de Maas), Limburg. (Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/6) Oranjewoud B.V., Heerenveen. Vos, P. en S. de Vries, 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Utrecht (Deltares). Vossen, I. en J. Tolsma, 2009: Bureauonderzoek Sint Jorisweg te Horst (gemeente Horst aan de Maas). (Archeologische Rapporten Oranjewoud 2009/148) Oranjewoud B.V., Heerenveen. Vroomans, M.A.K., 2017: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Langstraat te Hegelsom. (Aeres Milieu projectnummer AM17431) Aeres Milieu B.V., Roermond. Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000.
Rapport 15010.001 versie 1
Pagina 26 van 29
Wolters-Noordhoff Atlasproducties, 1990: Grote Historische Atlas van Nederland, deel 4 ZuidNederland 1838-1857. Groningen. Wolters-Noordhoff Atlasproducties, 1992: Grote Historische Provincie Atlas 1: 25.000, Limburg 1837 – 1844. Groningen. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.
Rapport 15010.001 versie 1
Pagina 27 van 29
BRONNEN AHN; internetsite, februari 2021. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, februari 2021. https://archis.cultureelerfgoed.nl Archieven; internetsite, februari 2021. https://www.archieven.nl/nl/ Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), internetsite, februari 2021. http://bagviewer.kadaster.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; internetsite, februari 2021 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, februari 2021. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/5629/rec/1 Bodemkundig Informatie Systeem (BIS) Nederland, internetsite, februari 2021. http://maps.bodemdata.nl/ februariCultuurhistorische Waardenkaart Provincie Limburg; internetsite, februari 2021. https://www.limburg.nl/Beleid/Cultuur/Erfgoed/Monumenten/Cultuurhistorische_Waardenkaart Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, februari 2021. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, februari 2021. http://www.dinoloket.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, februari 2021. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, februari 2021. http://www.topotijdreis.nl/ Koninklijke Bibliotheek België; internetsite, februari 2021.
http://www.kbr.be/collections/cart_plan/ferraris/ferraris_nl.html Nationaal Archief; internetsite, februari 2021. http://www.gahetna.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, februari 2021. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Provinciaal Omgevingsplan Limburg; internetsite, februari 2021. https://www.limburg.nl/onderwerpen/cultuur/erfgoed/archeologie/arch-onderzoek/
Rapport 15010.001 versie 1
Pagina 28 van 29
Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, februari 2021. https://pdokviewer.pdok.nl Ruimingskaart; internetsite, februari 2021. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, februari 2021. https://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, februari 2021. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
Rapport 15010.001 versie 1
Pagina 29 van 29
Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland47
Oude Holstraat te Hegelsom. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied
47 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK).
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 2. Detailkaart van het plangebied48
Oude Holstraat te Hegelsom. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied
48 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK).
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied49
Oude Holstraat te Hegelsom. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied
49 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK).
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische maatregelenkaart50
Oude Holstraat te Hegelsom. Situering van het plangebied binnen de archeologische maatregelenkaart Horst aan de Maas Legenda Plangebied Categorie 3: hoge archeologische verwachting
50 Van Heeringen en Schrijvers, 2014.
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart 51
Oude Holstraat te Hegelsom. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart
Plangebied
51
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort.
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 52
Oude Holstraat te Hegelsom. Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda Plangebied
52
AHN.
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart53
Oude Holstraat te Hegelsom. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Legenda Plangebied
53
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort.
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 8. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied 54
Oude Holstraat te Hegelsom. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3, AHN) Plangebied
54
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort.
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 9. Situering van het plangebied binnen Tranchot und v. Müffling kaart uit 1801-1828 55
Oude Holstraat te Hegelsom. Situering van het plangebied binnen de Tranchot und v. Müffling kaart uit 1801-1828 Legenda Plangebied
55
Beeldbank Vrije Universiteit.
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 10. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1823-182956
Oude Holstraat te Hegelsom. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (nettekening) uit 1823-1829 Legenda Plangebied
56
Kadaster Topotijdreis.
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 11. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 185057
Oude Holstraat te Hegelsom. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (nettekening) uit 1850 Legenda Plangebied
57
Kadaster Topotijdreis.
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 12. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 189958
Oude Holstraat te Hegelsom. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (nettekening) uit 1899 Legenda Plangebied
58
Kadaster Topotijdreis.
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 13. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 195559
Oude Holstraat te Hegelsom. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1955 Legenda Plangebied
59
Kadaster Topotijdreis
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 14. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 197060
Oude Holstraat te Hegelsom. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1970 Legenda Plangebied
60
Kadaster Topotijdreis
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 15. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 198061
Oude Holstraat te Hegelsom. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1980 Legenda Plangebied
61
Kadaster Topotijdreis
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 16. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 201562
Oude Holstraat te Hegelsom. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 2015 Legenda Plangebied
62
Kadaster Topotijdreis
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 17. Boorpuntenkaart63
Oude Holstraat te Hegelsom. Boorpuntenkaart Legenda Plangebied Boorpunt met nummer
63 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK).
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 18. Verspreiding (sub)recent opgebracht zandpakket en plaggendek64
Oude Holstraat te Hegelsom. Verspreiding (sub)recent opgebracht zandpakket en plaggendek Legenda Plangebied Boring met (sub)recent opgebracht zandpakket Boring met plaggendek
64 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK).
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 19. Verspreiding gebioturbeerde laag 65
Oude Holstraat te Hegelsom. Verspreiding gebioturbeerde laag Legenda Plangebied Boring met gebioturbeerde laag Boring zonder gebioturbeerde laag
65 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK).
Rapport 15010.001 versie 1
Figuur 20. Advieszone vervolgonderzoek66
Oude Holstraat te Hegelsom. Advieszone vervolgonderzoek Legenda Plangebied
Boring met plaggendek en/of gebioturbeerde laag
Advieszone vervolgonderzoek
66 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK).
Rapport 15010.001 versie 1
Bijlage 1 Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Rapport 15010.001 versie 1
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
1950
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Rapport 15010.001 versie 1
Bijlage 2 AMK nr. 16542
AMK-terreinen
Locatie
Datering
Waarde en omschrijving
72 meter ten zuiden van het plangebied Hegelsom te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200782/382725
Middeleeuwen laat Nieuwe tijd
Complex: Nederzetting, onbepaald Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met bewoningssporen uit de Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Het gaat om de oude dorpskern van Hegelsom. Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19e-eeuwse en vroeg 20eeeuwse kaarten. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 na Chr.) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege - en Volle-Middeleeuwen (tot circa 1300 na Chr.) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.
Rapport 15010.001 versie 1
Bijlage 3 Zaaknummer (OMnummer) 4918331100
Onderzoeksmeldingen
Locatie
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
in het plangebied te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200828/383297
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 10-11-2020 Resultaat: De bodem in het plangebied bestaat uit zwak tot matig siltig en matig fijn dekzand. De opbouw en de gaafheid van de bodem is plaatselijk sterk verschillend: zie tabel 7. - In het noordwesten (boring 3) en het oosten (boringen 1, 4, 14, 15, 16, 22, 23, 24, 25 en 26) is de bodem verstoord; hier ontbreken namelijk de bodemhorizonten zoals die in het oosten wel nog aanwezig zijn (zie verder), en zijn bodemlagen vermengd en/of vermengd met recent grind en/of puin. De diepte van de verstoringen varieert van 1,8 meter in boring 3 tot 55 centimeter in boring 22. Ten oosten van deze verstoorde zone, bevinden zich podzolen en een esdek. In boringen 6, 7, 8 en 9 in het noorden zijn de podzolen nog compleet bewaard (d.w.z. met E- en B-horizonten). Deze bevinden zich onder het esdek (boring 8), onder de bouwvoor (boring 6) of onder een verstoorde/opgebrachte laag (boringen 7 en 9). De E-horizonten bestaan uit lichtgrijs zand en zijn maximaal 40 centimeter dik. De B-horizonten zijn bruin en circa 20-30 centimeter dik. De overgangsvormen hiertussen (EB- en BC- horizonten) zijn respectievelijk grijsbruin of bruingeel. Deze podzolen liggen vrijwel allemaal diep onder het oppervlak, tot maximaal 1,10 meter onder het oppervlak.
In boringen 5 en 6 bevinden zich podzolrestanten (B-horizonten) direct onder de bouwvoor. In de overige boringen in het zuidwesten (nummers 10, 11, 12, 17, 18, 19 en 21) bevindt zich een esdek in de vorm van een maximaal 50 centimeter dik zwartbruin humeus pakket onder de bouwvoor. Het dek is aangelegd op een oorspronkelijk niveau dat tussen de 65 en 90 centimeter lager lag dan het huidige oppervlak. Net als in het geval van de complete podzolen (boringen 6 t/m 9) lag de oorspronkelijk bodem dus aanzienlijk lager dan tegenwoordig. Onder het esdek bevindt zich in boring 21 nog een mogelijke oude akkerlaag, dat wil zeggen het restant van een laag gerelateerd aan (pre)historische bewoning. Het betreft een 10 centimeter dikke grijsbruine laag met een enkel donkerrood puinfragment. In de overige boringen ligt het dek op een BC-horizont. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: SOB Research Datum: 18-3-2015 Resultaat: Archeologisch Bureauonderzoek (fase 1 en vervolgfasen) en Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen (fase 1), verkennende fase, in het plangebied. Uitbreiding Hegelsom ten zuiden van het Bakhuuske te Hegelsom. In totaal zullen 7 boringen worden uitgevoerd in een vierkantsgrid met een onderlinge afstand van circa 40 meter, tot circa 1,5 meter beneden het maaiveld.
Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: SOB Research Datum: 9-1-2017 Resultaat: Niet vermeld in Archis Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Bureau voor Archeologie Datum: 8-3-2017 Resultaat: Niet vermeld in Archis Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Bureau voor Archeologie Datum: 16-3-2017 Resultaat: Vijf boringen en 1 profielputje. Noordzijde van perceel heeft een dikke humeuze laag maar is waarschijnlijk vergraven. Zuidzijde perceel heeft (deels) intacte podzolgrond. Mogelijk archeologisch niveau nog intact. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 10-1-2007 Resultaat: Niet vermeld in Archis Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Datum: Resultaat: Niet vermeld in Archis Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 6-6-2019 Resultaat: Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat de bodem bestaat uit een klinkerlaag met hieronder een 30 centimeter dikke puinlaag. Onder de puinlaag is een verstoring van circa 20 centimeter dik aangetroffen. De Chorizont bevindt zich op een diepte van 50-70 centimeter. De afzettingen van de Chorizont zijn geïnterpreteerd als dekzandafzettingen van de Formatie van Boxtel. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Oranjewoud BV Datum: 3-12-2009
2475469100 (65648)
8 meter ten zuidwesten van plangebied Bakhuuske Hegelsom (Zuiden) te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200677/383173
4025816100
8 meter ten zuidwesten van plangebied te Horst aan de Maas Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200678/383173 8c meter ten noordwesten van het plangebied te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200680/383511 8c meter ten noordwesten van het plangebied te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200680/383511
4037618100
4037626100
2178206100 (25757)
2778117100
4710411100
2267736100 (38358)
250c meter ten westen van het plangebied Kamplaan te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200347/383211 250c meter ten noordwesten van het plangebied Holstraat te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200600/383740 315 meter ten noordoosten van het plangebied te Horst Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 201268/383579
390 meter ten zuidoosten van het plangebied Sint Jorisweg te Horst
Rapport 15010.001 versie 1
Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 201057/382806
2271478100 (38857)
4703998100
4709181100
4838806100
2153939100 (22244)
2190591100 (27507)
2225120100 (32415)
4628992100
390 meter ten zuidoosten van het plangebied St. Jorisweg te Horst Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 201057/382806
420 meter ten noorden van het plangebied te Horst Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200935/383931 420 meter ten noorden van het plangebied te Baarlo Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200935/383931 450 meter ten noorden van het plangebied te Horst Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200971/383931 450 meter ten noorden van het plangebied Reysenbeckstraat te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200636/383995 450 meter ten noorden van het plangebied Reysenbeckstraat 28 te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200635/383996 460 meter ten westen van het plangebied Pastoor De Beijestraat 1 te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200237/383390 560 meter ten noordoosten van het plangebied te Horst Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 201227/384015
4629007100
560 meter ten noordoosten van het plangebied te Horst Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 201227/384015
4574016100
630 meter ten westen van het plangebied te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200048/383458 665 meter ten noorden van het plangebied te Horst Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 201040/384165
4625062100
Rapport 15010.001 versie 1
Resultaat: Bureauonderzoek t.b.v. de bouw van een aantal woningen. Geadviseerd wordt om binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen (karterende fase) uit te voeren. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Oranjewoud BV Datum: 15-1-2010 Resultaat: Het inventariserend veldonderzoek (karterende fase) volgt op het eerder uitgevoerde bureauonderzoek (Oranjewoud BV, CIS 38358). Het booronderzoek heeft uitgewezen dat de bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een verstoorde bodem waar onder de bouwvoor in vijf van de zes boringen direct de Chorizont aanwezig is. De overgang tussen de bouwvoor en de C-horizont is in alle gevallen zeer scherp. Dit houdt in dat de bodem tot in deze bodemlaag is verstoord/vergraven. Dergelijke verstoringen reduceren de kans aanzienlijk dat binnen het plangebied nog sprake zou kunnen zijn van intacte archeologische waarden. Bij inspectie van de boorkernen zijn bovendien geen archeologische indicatoren aangetroffen. Geadviseerd wordt om het plangebied vrij te geven wat betreft archeologie.
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Aeres Milieu Datum: 22-5-2019 Resultaat: veldwerk afgerond Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Aeres Milieu Datum: 3-6-2019 Resultaat: veldwerk afgerond Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 28-4-2020 Resultaat: Niet vermeld in Archis Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 23-3-2007 Resultaat: Niet vermeld in Archis Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 20-3-2008 Resultaat: Niet vermeld in Archis Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2-12-2008 Resultaat: Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt er voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 6-8-2018 Resultaat: Uit de resultaten van het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied in een dekzandlandschap ligt, waar van oorsprong hoge zwarte enkeerdgronden, lemig fijn zand, aanwezig zijn. Het plangebied is echter deels bebouwd. Op basis van de archiefgegevens is een middelhoge verwachting toegekend aan het (Laat-)Paleolithicum en Mesolithicum en een hoge verwachting aan het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd.
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 21-8-2018 Resultaat: Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat de top van het bodemopbouw bestaat uit een verharding met hieronder een opgebrachte puinlaag. Op een diepte van circa 60 centimeter beneden het maaiveld is de Ap-horizont aangetroffen. In enkele boringen is de A-horizont vermengd met puin. In alle boringen is onder de A(p)-horizont een 10 centimeter dikke gevlekte laag aanwezig. Dit is een oude verploegde laag. Op een diepte van 70-90 centimeter is de C-horizont aangetroffen. In de top van de C-horizont is een zwak ontwikkelde B-horizont of verbruining aanwezig. Geleidelijk lopen het lichtbruine zand over naar geel zand met plaatselijk zwakke gleyverschijnselen. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Aeres Milieu Datum: 9-11-2017 Resultaat: Het plangebied blijkt grotendeels verstoord. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Aeres Milieu Datum: 23-8-2018 Resultaat: Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden
4757969100
670 meter ten noorden van het plangebied te Horst Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 201012/384166
2246927100 (35496)
690 meter ten zuidwesten van het plangebied Stationsstraat 142 te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200452/382561
2307247100 (43775)
750 meter ten zuidwesten van het plangebied Groene Campus Asdonck te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200280/382473
2403142100 (56417)
780 meter ten noordwesten van het plangebied Bosstraat te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200097/383878
gesteld dat het plangebied deels diepgaand is verstoord. In de boringen is sprake van een zogenaamd A-C profiel. Hier kunnen eventueel solitaire dieper reikende sporen worden aangetroffen. Dergelijke sporen hebben echter relatief weinig informatiewaarde als gevolg van de ontbrekende samenhang. De oostzijde van het plangebied blijkt echter beter te zijn bewaard. Hier kunnen mogelijk nog resten vanaf de Bronstijd en later worden aangetroffen. De aantasting van de bodemprofielen binnen het plangebied zijn vermoedelijk ontstaan als gevolg van egalisatie van het plangebied. Hierbij zijn de lager gelegen oostelijke delen minder aangetast dan de overige delen. De oostzijde van het plangebied heeft nog een potentie voor het herbergen van archeologische resten derhalve wordt aanbevolen ter plaatse van de oostrand van het plangebied een vervolgonderzoek uit te voeren. Een dergelijk onderzoek wordt bij voorkeur uitgevoerd middels een proefsleuvenonderzoek. Hoewel de westzijde en de centrale delen sterk zijn aangetast bestaat de mogelijkheid dat hier nog dieper reikende sporen aanwezig zijn. Zoals eerder beargumenteerd zijn dit solitaire sporen zonder veel samenhang waardoor de informatiewaarde beperkt is. Echter indien blijkt dat bij uitvoer van het aanbevolen proefsleuvenonderzoek er sprake is van relevante sporen, wordt aanbevolen de rest van het terrein bij het onderzoek te betrekken.
Er is dan sprake van een context voor de mogelijk aanwezige diepere sporen. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 17-12-2019 Resultaat: Tijdens het proefsleuvenonderzoek hebben we in proefsleuf 5 en 6 twee perceels- of afwateringsgreppels aangetroffen. Eén van deze greppels komt overeen met de historische kaarten uit circa 1918-1950. De overige sporen bestaan uit twee funderingssleuven in proefsleuf 4 en enkele sporen die na het couperen zijn afgeschreven vanwege de natuurlijke aard. In de sporen zijn geen vondsten aangetroffen. De bodemopbouw in het gebied betreft een dik plaggendek waarin enkele vondsten zijn aangetroffen. Onder het plaggendek zijn in werkput 6, zuidelijk deel van het onderzochte terrein, een E- en Bhorizont waargenomen. Dit zijn restanten van een podzolbodem. In de overige sleuven was de E- en/of B-horizont verploegd waarbij ook de top van het archeologisch niveau is geraakt. De grote hoeveelheid roestvlekken wijst op zeer natte omstandigheden waardoor het gebied niet gunstig is geweest voor bewoning. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: IDDS Archeologie B.V. Datum: 12-6-2009 Resultaat: Uit het bureauonderzoek bleek dat er ter plaatse een archeologische verwachting aanwezig was welke liep van het Laat-Paleolithicum tot aan de Nieuwe tijd door zijn ligging op een plaggendek op een dekzandrug.
Bij het booronderzoek bleek echter dat het terrein tot in het dekzand verstoord was. De kans op nog aanwezige archeologische sporen is nihil. Alleen diepere sporen zoals waterputten zouden deels bewaard kunnen zijn, zonder de bebouwing waar ze bij hoorden is de waarde echter verwaarloosbaar. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek wordt door Becker & Van de Graaf bv. geen vervolgonderzoek aangeraden. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 3-11-2010 Resultaat: Vanwege de grote mate van verstoring in het grootste deel van het plangebied van de oorspronkelijke bodem tot minimaal 20 centimeter in de C-horizont bestaat voor het plangebied een lage verwachting op het aantreffen van archeologische sporen. Geen vervolgonderzoek. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archeodienst Gelderland BV Datum: 19-4-2013 Resultaat: Bureau- en karterend booronderzoek Geen vervolgonderzoek.
2311134100 (44331)
2292351100 (41797)
780 meter ten zuidwesten van het plangebied Groene Campus Asdonck te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200267/382469
800 meter ten westen van het plangebied te Hegelsom Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 199850/383339
De natuurlijke ondergrond bestaat uit zwak siltig, matig fijn dekzand. De oorspronkelijke podzolgrond is verstoord. Dit is waarschijnlijk gebeurd tijdens de ontginning aan het einde van de 19e eeuw. In geen van de boringen zijn indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. De kans dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, wordt daarom klein geacht. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 7-12-2010 Resultaat: Het onderzoek is een aanvulling op onderzoek 43775. Vanwege het voorkomen van relatief laaggelegen gooreerdgronden en gezien de mate van verstoring van de oorspronkelijke bodem tot in de C-horizont bestaat voor het plangebied een lage verwachting op het aantreffen van onverstoorde archeologische waarden. Derhalve geen vervolgonderzoek. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archeopro Datum: 3-7-2010 Resultaat: Geen vondsten en sporen Resten van de verwachte veldpodzolgrond zijn in geen enkele boring aangetroffen. Archeologische indicatoren zijn evenmin aangetroffen. De resultaten van het onderzoek
Rapport 15010.001 versie 1
2092946100 (7747)
4821893100
2260331100 (37352)
2022142100 (2109)
2075652100 (2331)
4041984100
2383606100 (53879)
820 meter ten noorden van het plangebied Kranenveld te Horst Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200651/384318
870 meter ten zuiden van het plangebied te Horst Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200422/382263 950 meter ten noorden van het plangebied te Horst Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 201203/384354
960 meter ten noordoosten van het plangebied Hoogveld-Oost te Horst Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 201761/384119 960 meter ten noordoosten van het plangebied Hoogveld-Oost te Horst Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 201762/384116