CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

12c.3 Archeologisch verkennend onderzoek

Gemeenteraad 10 mei 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Oude Holstraat, Hegelsom.19.742 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

1000 meter ten oosten van het plangebied Ham te Horst Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 201903/383193 1000 meter ten noorden van het plangebied Horst, Kranestraat te Horst Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 200557/384414

Rapport 15010.001 versie 1

geven derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: SOB Research Datum: 18-12-2002 Resultaat: Aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de ontwikkeling van het Bestemmingsplan Kranenveld te Horst (Limburg), door Arcadis Ruimtelijke Ontwikkeling B.V.. In het kader van deze ontwikkeling moeten de geologische opbouw en de aardkundige archeologische en cultuurhistorische waarden van het circa 8.6 hectare omvattende plangebied worden vastgesteld. Op basis van historische gegevens kan worden gesteld dat zich in het (sub)recente verleden geen bebouwing binnen het plangebied heeft bevonden. Uit een verder verleden ontbreken historische bronnen. De aard en de situering van de aangetroffen archeologische indicatoren maken de aanwezigheid van belangrijke archeologische waarden binnen het plangebied niet waarschijnlijk. Aanvullend archeologisch onderzoek binnen het plangebied wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 14-4-2020 Resultaat: Niet vermeld in Archis Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archeopro Datum: 2-10-2009 Resultaat: De aanleiding voor het onderzoek vormt de bouw van een woning op het aangegeven terrein Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten daterend vanaf het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen en een hoge verwachting voor de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Om de kans op het aantreffen van archeologische indicatoren zo groot mogelijk te maken zijn binnen het plangebied 6 boringen gezet met behulp van een edelmanboor met een diameter van 7 centimeter en een megaboor. Uit het met de edelmanboor verrichte onderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied tot op een diepte van 160 à 225 centimeter beneden het maaiveld sterk is verstoord. Hierdoor zijn alle eventueel aanwezige archeologische resten verstoord. De resultaten van het onderzoek geven derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden.

Type onderzoek: onbekend Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 11-10-1999 Resultaat: Niet vermeld in Archis Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 1-10-1999 Resultaat: Er zijn sporen aangetroffen van bewoning uit de IJzertijd, Romeinse tijd en mogelijk het Mesolithicum. Het wordt aanbevolen de locatie van de nog gave mesolithische vindplaats te ontzien. De IJzertijd sporen maken deel uit van een erf. Als er op deze locatie wordt gebouwd, zal dit erf archeologisch moeten worden onderzocht. De sporen van Romeinse bewoning bestaan uit resten van gebouwplattegronden, hutkommen en kuilen. Wellicht kan uit deze nederzetting worden afgeleid dat al in de 2e en 3e eeuw na Chr. een golf immigranten van over de Rijn het Romeinse Rijk binnenkwam. Deze hypothese maakt een onderzoek naar de Romeinse bewoning op het Hoogveld zeker lonend. Als de aanleg van wegen of gebouwen de Romeinse vindplaats verstoren, zou deze zo vlakdekkend mogelijk moeten worden opgegraven. Middeleeuwse bewoning is in dit gebied niet aanwezig. Type onderzoek: NDE Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: Resultaat: Niet vermeld in Archis Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 28-9-2012 Resultaat: verstoord tot in C; geen vervolg

Bijlage 4

Vondstmeldingen

Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 4025816100

Locatie

Omschrijving

in het plangebied Bakhuuske te Hegelsom Gemeente Horst Aan De Maas Coördinaat: 200664/383193 in het plangebied Holstraat te Hegelsom Gemeente Horst Aan De Maas Coördinaat: 200600/383740

Mesolithicum - IJzertijd : - 78 kuilen

2778117100 (15322)

3234721100 (412082)

80 meter ten noorden van het plangebied Hagelkruisweg te Hegelsom Gemeente Horst Aan De Maas Coördinaat: 200750/383890

IJzertijd : - fragment van een handgevormd aardewerk object - fragmenten van handgevormd aardewerk objecten - ijzeren onderdeel van een zwaard - crematieresten - houtskool - ophoging - paalgat Paleolithicum - Neolithicum : - vuursteen afslagen Bronstijd - IJzertijd : - handgevormd aardewerk IJzertijd - Nieuwe tijd : - fragment van een metalen slak Romeinse tijd : - fragment van gedraaid aardewerk Late-Middeleeuwen : - aardewerk

2849576100 (27294)

2848393100 (27127)

2790761100 (17518)

2986522100 (131190)

2035257100 (130615)

200 meter ten noorden van het plangebied te Onbekend Gemeente Horst Aan De Maas Coördinaat: 201000/384000 450 meter ten noordoosten van het plangebied te Onbekend Gemeente Horst Aan De Maas Coördinaat: 201550/383925 650 meter ten noordoosten van het plangebied Hoogveld te Horst Gemeente Horst Aan De Maas Coördinaat: 201600/384200 750 meter ten zuiden van het plangebied Spoorlijn / Blaktdijk te Hegelsom Gemeente Horst Aan De Maas Coördinaat: 200516/382100 800 meter ten noordoosten van het plangebied Hoogveld-Oost te Horst Gemeente Horst Aan De Maas Coördinaat: 201800/384200

Nieuwe tijd : - 3 fragmenten van gedraaid aardewerk Romeinse tijd : - zilveren munt, denarius

Neolithicum - IJzertijd : - ophoging

Vroege-Middeleeuwen : - 2 fragmenten van bronzen schijffibulae

Neolithicum - Romeinse tijd : - aardewerk

Paleolithicum - Neolithicum : - vuursteen afslagen Paleolithicum - IJzertijd : - vuursteen afslag Bronstijd – Late-Middeleeuwen : - tefriet brok IJzertijd : - handgevormd aardewerk IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 28 fragmenten van gedraaid aardewerk

2075652100 (50994)

800 meter ten noordoosten van het plangebied Hoogveld-Oost te Horst Gemeente Horst Aan De Maas Coördinaat: 201821/384204

Middeleeuwen : - 31 fragmenten van gedraaid aardewerk Paleolithicum - Mesolithicum : - vuursteen afval Paleolithicum - IJzertijd : - vuursteen afval - 19 fragmenten van vuursteen werktuigen Neolithicum - Nieuwe tijd : - fragmenten van huttenleem/verbrande leem Bronstijd - Nieuwe tijd : - fragmenten van ijzeren slakken

Rapport 15010.001 versie 1

IJzertijd : - kuilen, - greppel/sloot IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 10 fragmenten van terra sigillata - 79 fragmenten van dikwandig gedraaid aardewerk - 24 fragmenten van gladwandig aardewerk - 668 fragmenten van ruwwandig gedraaid aardewerk - 16 fragmenten van belgisch/gallo-belgisch aardewerk - kuilen, - 2 huisplattegronden:2-schepig - 226 fragmenten van dikwandige amforen - fragment van een hutkom - 77 fragmenten van geverfd aardewerk - greppel/sloot - 2 spiekers/graanschuren

2986571100 (131188)

2035257100 (130617)

2986563100 (131187)

2245939100 (429167)

850 meter ten zuidwesten van het plangebied Spoorweg / Tongerloseweg te Hegelsom Gemeente Horst Aan De Maas Coördinaat: 199765/382538 900 meter ten noordoosten van het plangebied Hoogveld-Oost te Horst Gemeente Horst Aan De Maas Coördinaat: 201890/384220 900 meter ten zuidwesten van het plangebied Spoorweg / Tongerloseweg te Hegelsom Gemeente Horst Aan De Maas Coördinaat: 199687/382550 950 meter ten noorden van het plangebied Americaanseweg te Horst Gemeente Horst Aan De Maas Coördinaat: 200925/384745

Romeinse tijd - Nieuwe tijd : - 127 fragmenten van stenen bouwmateriaal Paleolithicum - Neolithicum : - vuursteen afslagen

Paleolithicum - Neolithicum : - fragment van een vuursteen kling

Paleolithicum - Neolithicum : - vuursteen afslagen Late-Middeleeuwen : - aardewerk Neolithicum - Nieuwe tijd : - 5 paalgaten Late-Middeleeuwen : - 20 fragmenten van keramische kogelpotten - 2 fragmenten van grijsbakkend handgevormd aardewerk - 16 kuilen, - fragment van een grijsbakkend gedraaide bolvormige pot - greppel/sloot - 2 fragmenten van plattegronden - waterput Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragment van een palissade - 5 fragmenten van geglazuurde steengoed kruik

2328250100 (428535)

3233182100 (411526)

950 meter ten noorden van het plangebied Hof Te Berkel te Horst Gemeente Horst Aan De Maas Coördinaat: 201380/384685

1000 meter ten noordoosten van het plangebied Hoogveld te Horst Gemeente Horst Aan De Maas Coördinaat: 202000/384250

Nieuwe tijd : - 5 kuilen, - 2 greppels/sloten - 5 grondsporen, - 5 paalgaten Mesolithicum - Nieuwe tijd : - greppels/sloten Late-Middeleeuwen : - kuil, - 12 fragmenten van Elmpter aardewerk - greppel/sloot - 2 paalgaten Mesolithicum : - 741 fragmenten van vuursteen objecten, - grondspoor, IJzertijd : - paalgaten Romeinse tijd : - 1150 fragmenten van gedraaid aardewerk - handgevormd aardewerk - 4 fragmenten van glazen objecten, - 4 huisplattegronden - metalen munt, - fragmenten van ijzeren slakken - 2 fragmenten van hutkommen - 100 fragmenten van metalen spijkers - waterput

Rapport 15010.001 versie 1

Bijlage 5

AMZ-cyclus

Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in-situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.

Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.

De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.

Rapport 15010.001 versie 1

Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in-situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

Rapport 15010.001 versie 1

Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ ▼ Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de Bescherming van de archeologische archeologie door resten door archeoplanaanpassing logen (variant begeleiding)

► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.

► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***

► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.*** ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).

* Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid. ****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

Rapport 15010.001 versie 1

Bijlage 6

Rapport 15010.001 versie 1

Boorprofielen

Rapport 15010.001 versie 1

Rapport 15010.001 versie 1

Rapport 15010.001 versie 1

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

Rapport 15010.001 versie 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11391767/1