09c.19 AAA B19 - Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst
Tekst van het document
,
,
,
,
,
,
Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Drijvende waterweegbree is ongunstig. Op 513% van het volledige areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. De populatie Drijvende waterweegbree binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen komt vooral voor in deelgebied Ravenvennen. Veel van de knelpunten benoemd onder H3130 zijn ,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
50/91
ook te benoemen als knelpunten voor deze habitatsoorten vanwege de overlap in leefgebied. Verdroging stikstofdepositie en een te hoge fosfaatbelasting vormen de voornaamste knelpunten voor de drijvende waterweegbree. De achteruitgang van Drijvende waterweegbree wordt voor een belangrijk deel toegeschreven aan de bemesting van het oppervlaktewater met fosfaat vanuit nabije landbouwgronden. Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de druk vanuit knelpunten specifiek op de Drijvende waterweegbree kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe toename van 002 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen op de bestaande populatie of op de kansen tot uitbreiding van deze habitatsoort binnen het aanwezige leefgebied. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering van omvang en kwaliteit van het leefgebied en uitbreiding van de populatie) van de H1831 in Maasduinen. ,
,
4. 5
Beoordeling broedvogels
Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het stikstofgevoelige leefgebied van 8 stikstofgevoelige broedvogels (zie onderstaande tabel). De leefgebieden van de in de onderstaande tabel ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie of er vindt geen toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten. Significant negatieve gevolgen voor deze overige broedvogelsoorten zijn daarom op voorhand uitgesloten. ,
,
,
,
Tabel 4. 8:
Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen. De tabel bevat enkel soorten met een projecteffect op het leefgebied ≥001 , mol N/ha/jaar. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS-Calculator (AERIUS 2024) en worden weergegeven in mol N/ha/jaar.
Soortcode
Broedvogel
Leefgebied 1
A004
Dodaars
A008
Geoorde fuut
A224
Nachtzwaluw
A236 A246
Zwarte Specht Boomleeuwerik
A249 A276
Oeverzwaluw Roodborsttapuit
A338
Grauwe Klauwier
H3130 , H3160 , ZGH3160 , Lg04 H3130 , H3160 , ZGH3160 , Lg04 H7110B , H4030 , H2310 , H4010A , Lg13 , Lg14 , H9190 , H6120 , Lg10 Lg13 , Lg14 , H9190 H4030 , H2310 , H6120 , Lg10 H3130 H4030 , H2310 , H4010A , H6120 H3130 , H7110B , H2310 , H4030 , H3160 , ZGH3160 ,
KDW 2
Maximale achtergrond depositie 3
Maximaal effect 4
Maximaal relevant effect 5
500
2292
003 ,
003 ,
500
2292
003 ,
003 ,
714
2449
005 ,
005 ,
1071 714
2449 2313
005 , , 004
005 , , 004
500 714
2114 2313
002 , 004 ,
002 , 004 ,
500
2313
004 ,
004 ,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
51/91
Soortcode
Broedvogel
Leefgebied 1
KDW 2
Maximale achtergrond depositie 3
Maximaal effect 4
Maximaal relevant effect 5
H4010A , Lg10 , H6120 1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename van stikstofdepositie binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12 2020). 2. KDW van het meest gevoelige habitat- of leefgebiedtype binnen het leefgebied van de kwalificerende soort volgens Wamelink et al. (2023) 3. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS-Calculator. kleuren betreffen: overschrijding KDW. 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied van de betreffende soort op basis van de meest recente versie van AERIUS-Calculator. 5. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.
Voor de effectbeoordeling op de aangewezen stikstofgevoelige leefgebieden van broedvogels met een relevante toename aan stikstofdepositie (zie bovenstaande tabel) wordt de belangrijkste informatie samengevat in onderstaande tabel. ,
Tabel 4. 9:
Basisgegevens voor de effectbeoordeling van de toename van stikstofdepositie op leefgebieden van broedvogels binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen.
Soortcode
Broedvogel
Leefgebied 1
A004
Dodaars
A008
Geoorde fuut
A224
Nachtzwaluw
A236 A246
Zwarte Specht Boomleeuwerik
A249 A276
Oeverzwaluw Roodborsttapuit
A338
Grauwe Klauwier
H3130 , H3160 , ZGH3160 , Lg04 H3130 , H3160 , ZGH3160 , Lg04 H7110B , H4030 , H2310 , H4010A , Lg13 , Lg14 , H9190 , H6120 , Lg10 Lg13 , Lg14 , H9190 H4030 , H2310 , H6120 , Lg10 H3130 H4030 , H2310 , H4010A , H6120 H3130 , H7110B , H2310 , H4030 , H3160 , ZGH3160 , H4010A , Lg10 , H6120
Maximaal relevant effect 2
Areaal met relevant effect (ha) 3
Relevant t. o. v. totaal areaal (%) 4
003 ,
3858 ,
576% ,
003 ,
3858 ,
576% ,
005 ,
113759 ,
364% ,
005 , 004 ,
95428 , 14484 ,
361% , 339% ,
, 002 004 ,
, 2872 15012 ,
661% , 448% ,
004 ,
21597 ,
477% ,
1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename aan stikstoftoename binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12 2020). 2. Maximale toename aan stikstofdepositie in mol N/ha/jaar op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief het berekende stikstofeffect. 3. Totaal gekarteerd oppervlak met een relevante toename aan stikstofdepositie op basis van de meest recente habitattypenkaart (AERIUS 2024). 4. Het percentage aan areaal met een relevante toename aan stikstofdepositie ten opzichte van het totale areaal binnen het Natura 2000-gebied.
In de volgende paragrafen wordt de toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van iedere broedvogelsoort uit bovenstaande tabel beoordeeld. Zie bijlage 1 voor een algemene omschrijving per soort.
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
52/91
A004
-
Dodaars
Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de dodaars in Natura 2000-gebied Maasduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 50 broedparen. Huidig voorkomen en trend in populatie Het langjarig seizoensgemiddelde van de dodaars in Maasduinen is onbekend. Volgens het Beheerplan schommelde het aantal dodaarzen in de periode 19932022 tussen de 16 en 40 broedparen waarmee de instandhoudingsdoelstelling niet behaald wordt. De trend in aantal broedparen sinds 2007 is onzeker de trend sinds 1990 is negatief (Sovon). ,
,
Omschrijving leefgebied
Het broedbiotoop van de dodaars bestaat uit ondiepe voedselarme tot matig voedselrijke zoete wateren met een weelderige oevervegetatie. Voedsel zoekt de dodaars in 1-2 m diep water (Natura 2000-profielendocument; A004). De dodaars heeft in Maasduinen geschikt leefgebied in de stikstofgevoelige habitattypen Zwakgebufferde vennen (H3130) en Zure vennen (H3160) en het stikstofgevoelige leefgebiedtype Zuur ven (Lg04). De dodaars broedt in heidevennen verspreid over het gehele Natura 2000-gebied (Gebiedsanalyse145 2017). De kwaliteit van het leefgebied is matig (Beheerplan-145 2020). ,
,
,
Berekende toename aan stikstofdepositie Op 576% (3858 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de broedvogelsoort Dodaars vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 003 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,
,
,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
53/91
Figuur 4. 18:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Dodaars (A004).
Knelpunten De belangrijkste factor die het voorkomen van de dodaars in Maasduinen bepaalt is verdroging. Door het vroegtijdig droogvallen van vennen waar vogels broeden mislukt het broedseizoen vanwege gebrek aan voedsel. Dodaarzen kunnen alleen in open water foerageren en niet-vliegvlugge vogels kunnen bij het droogvallen van een ven niet wegkomen (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). Stikstofdepositie wordt in de Gebiedsanalyse en het Beheerplan niet als knelpunt beschreven (Gebiedsanalyse-145 2017; Beheerplan-145 2020). ,
,
,
,
,
Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Dodaars is matig en het langjarige seizoensgemiddelde van de Dodaars is lager dan de instandhoudingsdoelstelling. Op 576% van het areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. Stikstofdepositie vormt geen knelpunt voor de Dodaars in het Natura 2000gebied Maasduinen. Veel van de knelpunten voor het leefgebied van de Dodaars worden ook al benoemd onder H3130. Voornamelijk verdroging vormt het voornaamste knelpunt voor A004 maar stikstofdepositie vormt geen knelpunt voor de Dodaars. In het kader van het bovenstaande en de eerder beschouwde knelpunten voor het leefgebied zal een geringe toename van 003 mol N/ha/jaar in dit geval niet leiden tot meetbare effecten op de kwaliteit van het leefgebied van de Dodaars. Het is met zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een dergelijke geringe toename in depositie tot meetbare verslechtering van de abiotische condities (bodem pH nutriënten beschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het leefgebied zal leiden en daarmee de voedselbeschikbaarheid zal beïnvloeden. Het voorgenomen project staat in het kader van het bovenstaande er dan ook niet aan in de weg dat de ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
54/91
instandhoudingsdoelstellingen (behoud oppervlak en behoud kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van ten minste 50 broedparen) gehaald kan worden.
A008
-
Geoorde fuut
Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de geoorde fuut in Natura 2000-gebied Maasduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 7 broedparen. Huidig voorkomen en trend in populatie De geoorde fuut komt met een langjarig seizoensgemiddelde van minder dan 1 broedpaar voor in Maasduinen waarmee de instandhoudingsdoelstelling niet wordt behaald. De trend in aantal broedparen is sinds 2007 negatief de trend sinds 1990 is stabiel (Sovon). ,
,
Omschrijving leefgebied De geoorde fuut is een broedvogel van ondiepe wateren die vaak broedt in heidevennen met een kokmeeuwenkolonie of in duinmeren. De plassen moeten ,
een weelderige , maar niet te hoge oevervegetatie hebben van bijvoorbeeld pitrus of riet en een vlakke , geleidelijk aflopende oever. Het nest drijft , bestaat uit plantaardig materiaal en wordt verankerd aan omringende vegetatie (Natura
2000-profielendocument; A008). De geoorde fuut heeft in Maasduinen geschikt leefgebied in de stikstofgevoelige habitattypen Zwakgebufferde vennen (H3130) en Zure vennen (H3160) en het stikstofgevoelige leefgebiedtype Zuur ven (Lg04). De dodaars broedt in heidevennen verspreid over het gehele Natura 2000-gebied (Gebiedsanalyse-145 2017). De kwaliteit van het leefgebied is matig (Beheerplan-145 2020). ,
,
Berekende toename aan stikstofdepositie Op 576% (3858 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de broedvogelsoort Geoorde fuut vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 003 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,
,
,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
55/91
Figuur 4. 19:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Geoorde fuut (A008).
Knelpunten Knelpunten voor het voorkomen van geoorde fuut als broedvogel zijn verdroging en het ontbreken van herkolonisatie. Door het vroegtijdig droogvallen van vennen waar vogels broeden mislukt het broedseizoen vanwege gebrek aan voedsel. geoorde fuuten kunnen alleen in open water foerageren en niet-vliegvlugge vogels kunnen bij het droogvallen van een ven niet wegkomen (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). Na het uitvoeren van venherstelprojecten waarbij vennen opgeschoond zijn is geen sprake van herkolonisatie door geoorde futen. De oorzaak hiervan is onbekend maar zeer waarschijnlijk ligt er een verband met het verdwijnen van de kokmeeuwenpopulaties. Stikstofdepositie wordt in de Gebiedsanalyse en het Beheerplan niet als knelpunt beschreven (Gebiedsanalyse-145 2017; Beheerplan-145 2020). ,
,
,
,
,
,
,
Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Geoorde fuut is matig en het langjarige seizoensgemiddelde van de geoorde fuut is lager dan de instandhoudingsdoelstelling de populatietrend is negatief. Op 576% van het areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. Veel van de knelpunten voor het leefgebied van de Geoorde fuut worden ook al benoemd onder H3130. Verdroging en het niet optreden van herkolonisatie vormen de voornaamste knelpunten voor de Geoorde fuut stikstofdepositie vormt echter geen knelpunt voor A008. In het kader van het bovenstaande en de eerder beschouwde knelpunten voor het leefgebied zal een geringe toename van 003 mol N/ha/jaar in dit geval niet leiden tot meetbare effecten op de kwaliteit van het leefgebied van de Geoorde fuut. Het is met zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een dergelijke geringe ,
,
,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
56/91
toename in depositie tot meetbare verslechtering van de abiotische condities (bodem pH nutriënten beschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het leefgebied zal leiden en daarmee de voedselbeschikbaarheid zal beïnvloeden. Het voorgenomen project staat in het kader van het bovenstaande er dan ook niet aan in de weg dat de instandhoudingsdoelstellingen (behoud oppervlak en behoud kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van ten minste 7 broedparen) gehaald kan worden. ,
,
,
,
A224
-
Nachtzwaluw
Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de nachtzwaluw in Natura 2000-gebied Maasduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 30 broedparen. Huidig voorkomen en trend in populatie De nachtzwaluw komt met een langjarig seizoensgemiddelde van naar schatting 100 broedparen voor in Maasduinen waarmee de instandhoudingsdoelstelling wordt behaald. De trend in aantal broedparen is stabiel (Sovon). ,
Omschrijving leefgebied De nachtzwaluw komt voor in deels dichtgegroeide maar niet-vergraste zandverstuivingen en halfopen landschappen op schrale zandige bodems zoals boomheiden heidevelden met boomgroepen of vliegdennen en kap- of brandvlakten (Natura 2000-profielendocument; A224). De nachtzwaluw heeft geschikt leefgebied in de stikstofgevoelige habitattypen Stuifzandheiden met struikhei (H2310) Zandverstuivingen (H2330) Vochtige heiden (hogere zandgronden) (H4010A) Stroomdalgraslanden (H6120) Actieve hoogvenen (heideveentjes) (H7110B) en Oude eikenbossen (H9190) en de stikstofgevoelige leefgebiedtypen Droog struisgrasland (Lg09) Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied (Lg10) Bos van arme zandgronden (Lg13) en Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden (Lg14). De kwaliteit van het leefgebied is goed (Beheerplan-145 2020). ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Berekende toename aan stikstofdepositie Op 368% (115018 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de broedvogelsoort Nachtzwaluw vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 989% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Dit is 364% van het totale areaal. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 005 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,
,
,
,
,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
57/91
Figuur 4. 20:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Nachtzwaluw (A224).
Knelpunten De belangrijkste knelpunten voor de nachtzwaluw zijn verbossing door een versnelde successie. De nachtzwaluw broedt op open plekken op de grond. Door een versnelde successie gaat openheid en daarmee broedgebied verloren wat een negatief effect heeft op de soort. Verbossing wordt veroorzaakt door natuurlijke successie. Stikstofdepositie leidt tot een versnelde successie en daarmee tot versnelde verbossing. De trend in aantal broedparen is echter positief als gevolg van het ingezette heidebeheer en de realisatie van open kapvlaktes en heidecorridors in het bos (Natuurdoelanalyse Maasduinen ,
,
2022). Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Nachtzwaluw is goed en het langjarige seizoensgemiddelde van de nachtzwaluw is hoger dan de instandhoudingsdoelstelling en de populatietrend is stabiel. Op 364% van het areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. Veel van de knelpunten voor het leefgebied van de Nachtzwaluw worden ook al benoemd onder H2310. Stikstofdepositie en verbossing vormen knelpunten voor de soort. Echter de soort heeft een zeer goede staat van instandhouding in betrekking tot het leefgebied en de soort zelf. In het kader van het bovenstaande en de eerder beschouwde knelpunten voor het leefgebied zal een geringe toename van 005 mol N/ha/jaar in dit geval niet leiden tot meetbare effecten op de kwaliteit van het leefgebied van de Nachtzwaluw. Het is met zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een dergelijke geringe toename in depositie tot meetbare verslechtering van de abiotische condities (bodem pH nutriënten beschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het leefgebied zal leiden en daarmee de ,
,
,
,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
58/91
voedselbeschikbaarheid zal beïnvloeden. Het voorgenomen project staat in het kader van het bovenstaande er dan ook niet aan in de weg dat de instandhoudingsdoelstellingen (behoud oppervlak en behoud kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van ten minste 30 broedparen) gehaald kan worden. ,
,
A236
-
Zwarte Specht
Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de zwarte specht in Natura 2000-gebied Maasduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 35 broedparen. Huidig voorkomen en trend in populatie Het langjarig seizoensgemiddelde van de zwarte specht in Maasduinen is onbekend. De trend in aantal broedparen is onzeker (Sovon). In het Beheerplan is beschreven dat de zwarte specht een constant beeld laat zien met aantallen tussen de 29 en 33 territoria in de onderzoeksjaren 1993 2005 2013 2019 en 2022. Vanwege de grote territoria van de zwarte specht en grote afstanden die de soort kan afleggen zijn deze aantallen waarschijnlijk een overschatting van het werkelijk aantal broedparen. Vrijwel al het geschikte broedhabitat bezet waardoor een instandhoudingsdoelstelling van 35 broedparen te hoog is ,
,
,
,
,
(Beheerplan-145 2020). ,
Omschrijving leefgebied De zwarte specht leeft in oude bossen van minimaal 100 ha en tevens in middeloude bossen mits oude lanen van beuk Amerikaanse eik en eik aanwezig zijn. Het voedsel van de zwarte specht bestaat uit insecten en insectenlarven die vooral uit omgevallen en aangetaste bomen worden gehakt (Natura 2000-profielendocument; A236). De zwarte specht heeft in Maasduinen geschikt leefgebied in de stikstofgevoelige habitattypen Beuken-eikenbossen met hulst (H9120) en Oude eikenbossen (H9190) en de stikstofgevoelige leefgebiedtypen Bos van arme zandgronden (Lg13) en Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden (Lg14). De kwaliteit van het leefgebied is matig ,
,
,
(Beheerplan-145 2020). ,
Berekende toename aan stikstofdepositie Op 361% (95428 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de broedvogelsoort Zwarte Specht vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 005 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,
,
,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
59/91
Figuur 4. 21:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Zwarte Specht (A236).
Knelpunten Volgens het beheerplan is de kwaliteit van het leefgebied van de zwarte specht matig. Het langjarige seizoensgemiddelde van de zwarte specht bevindt zich onder de instandhoudingsdoelstelling de populatietrend is daarbij onzeker maar lijkt stabiel (Sovon). Er zijn aanwijzingen dat de leefgebieden van Zwarte specht als gevolg van overmatige stikstofdepositie in draagkracht afnemen. Onduidelijk is echter op welke manier en in welke mate dit gebeurt (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). Vanwege de grote territoria van de zwarte specht en grote afstanden die de soort kan afleggen zijn deze aantallen waarschijnlijk een overschatting van het werkelijk aantal broedparen. Vrijwel al het geschikte broedhabitat is bezet waardoor een instandhoudingsdoelstelling van 35 broedparen te hoog wordt geacht. ,
,
,
Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Zwarte specht is matig en het langjarige seizoensgemiddelde van de Zwarte specht is lager dan de instandhoudingsdoelstelling en de populatietrend is onzeker. Op 361% van het areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. Veel van de knelpunten voor het leefgebied van de Zwarte specht worden ook al benoemd onder H9120. Stikstofdepositie kan een knelpunt vormen maar het is nog onduidelijk in hoeverre dit een effect heeft. Er is gekeken naar het dieet van de Zwarte specht maar er is niet gebleken dat deze zwaar lijdt onder stikstofdepositie. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat er mogelijk een overschatting is van de aanwezige aantallen vanwege de grote territoria en omdat de soort in staat is om grote afstanden af te leggen. De huidige knelpunten op de Zwarte specht hebben daardoor geen duidelijke negatieve gevolgen voor de soort. In het kader van het bovenstaande en de ,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
60/91
eerder beschouwde knelpunten voor het leefgebied zal een geringe toename van 005 mol N/ha/jaar in dit geval niet leiden tot meetbare effecten op de kwaliteit van het leefgebied van de Zwarte specht. Het is met zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een dergelijke geringe toename in depositie tot meetbare verslechtering van de abiotische condities (bodem pH nutriënten beschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het leefgebied zal leiden en daarmee de voedselbeschikbaarheid zal beïnvloeden. Het voorgenomen project staat in het kader van het bovenstaande er dan ook niet aan in de weg dat de instandhoudingsdoelstellingen (behoud oppervlak en behoud kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van ten minste 35 broedparen) gehaald kan worden. ,
,
,
,
,
A246
-
,
Boomleeuwerik
Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de boomleeuwerik in Natura 2000-gebied Maasduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 100 broedparen. Huidig voorkomen en trend in populatie Het langjarig seizoensgemiddelde van de boomleeuwerik in Maasduinen is onbekend. De trend in aantal broedparen sinds 2007 is stabiel de trend sinds 1990 is negatief (Sovon). De instandhoudsdoelstelling wordt gehaald ,
(Beheerplan-145 2020). ,
Omschrijving leefgebied De boomleeuwerik broedt op droge zandige bodems met een schaarse begroeiing en verspreide opslag van bomen of struiken. Zulke broedplekken vindt hij vooral op heidevelden zandverstuivingen schrale duinen en brandvlaktes. Het voedselbiotoop kan tot 200 m van de nestplaats verwijderd zijn en bestaat uit een poreuze schraalbegroeide bodem die snel opdroogt en opwarmt (Natura 2000-profielendocument; A246). De boomleeuwerik heeft geschikt leefgebied in de stikstofgevoelige habitattypen Stuifzandheiden met struikhei (H2310) Zandverstuivingen (H2330) Droge heiden (H4030) en Stroomdalgraslanden (H6120) en de stikstofgevoelige leefgebiedtypen Droog struisgrasland (Lg09) en Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied (Lg10). Boomleeuweriken komen wijd verspreid over de Maasduinen voor. De kwaliteit van het leefgebied is matig (Beheerplan-145 ,
,
,
,
,
,
,
2020). Berekende toename aan stikstofdepositie Op 368% (1574 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de broedvogelsoort Boomleeuwerik vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 92% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Dit is 339% van het totale areaal. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 004 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,
,
,
,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
61/91
Figuur 4. 22:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Boomleeuwerik (A246).
Knelpunten De belangrijkste knelpunten voor de boomleeuwerik zijn stikstofdepositie en begrazing. Te intensieve begrazing heeft een negatief effect op boomleeuweriken. Het is van belang dat er geen integrale begrazing plaatsvindt maar dat begrazing gefaseerd gebeurt en elk jaar een deel van het terrein aan bod komt. Begrazing kan namelijk leiden tot directe verstoring. Stikstofdepositie leidt tot versnelde successie (vergrassing en verbossing) waardoor schraalbegroeide bodem in areaal afneemt en de geschiktheid van broed- en foerageerbiotoop afneemt (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). ,
,
,
Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Boomleeuwerik is matig en het langjarige seizoensgemiddelde van de Boomleeuwerik is onbekend en de populatietrend is stabiel de Boomleeuwerik haalt de instandhoudingsdoelstelling. Op 339% van het areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. Veel van de knelpunten voor het leefgebied van de Boomleeuwerik worden ook al benoemd onder H2310. Stikstofdepositie en te intensieve begrazing vormen knelpunten voor de boomleeuwerik. Er zijn aanwijzingen dat de begrazingsdruk een negatieve invloed heeft en dat op schapen begraasde delen er een negatief effect is op broedsucces. De effecten van stikstofdepositie ontstaan voornamelijk door verbossing wat een effect is op de lange termijn binnen het huidige leefgebied. In het kader van het bovenstaande en de eerder beschouwde knelpunten voor het leefgebied zal een geringe toename van 004 mol N/ha/jaar in dit geval niet leiden tot meetbare effecten op de kwaliteit van het leefgebied van de Boomleeuwerik. Het is met zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een dergelijke geringe toename in depositie tot meetbare verslechtering van de abiotische condities ,
,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
62/91
(bodem pH nutriënten beschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het leefgebied zal leiden en daarmee de voedselbeschikbaarheid zal beïnvloeden. Het voorgenomen project staat in het kader van het ,
,
,
bovenstaande er dan ook niet aan in de weg dat de instandhoudingsdoelstellingen (behoud oppervlak en behoud kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van ten minste 100 broedparen) gehaald kan worden. ,
A249
-
Oeverzwaluw
Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de oeverzwaluw in Natura 2000-gebied Maasduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 120 broedparen. Huidig voorkomen en trend in populatie De oeverzwaluw komt met een langjarig seizoensgemiddelde van 86 broedpaar voor in Maasduinen waarmee de instandhoudingsdoelstelling niet wordt behaald. De trend in aantal broedparen is onzeker (Sovon). ,
,
Omschrijving leefgebied Open terreinen met zand- leem- of kleiwanden liefst in de omgeving van zoet ,
,
water vormen de broedbiotoop van de oeverzwaluw. Voedsel van de oeverzwaluw bestaat uit vliegende insecten die in de wijde omgeving van de broedplaats worden bejaagd (Natura 2000-profielendocument; A249). De oeverzwaluw heeft in Maasduinen potentieel geschikt leefgebied in het stikstofgevoelige habitattype Zwakgebufferde vennen (H3130). De kwaliteit van het leefgebied is slecht (Beheerplan-145 2020). ,
,
Berekende toename aan stikstofdepositie Op 661% (2872 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de broedvogelsoort Oeverzwaluw vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 002 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,
,
,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
63/91
Figuur 4. 23:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Oeverzwaluw (A249).
Knelpunten Het knelpunt voor het niet voorkomen van de oeverzwaluw als broedvogel in Maasduinen is het verlies van nestgelegenheid. Ten tijde van de aanwijzing volgens de Vogelrichtlijn waren zand- en grindgroeves in het gebied nog in bedrijf of recent opgeleverd als natuurgebied. Het verdwijnen van open mijnbouw zand- en grindwinning uit het Natura 2000-gebied heeft geleid tot het ontbreken van steile zandwanden welke oeverzwaluwen gebruiken als broedlocaties. Het gebrek aan broedlocaties is dus de directe reden voor het niet voorkomen van de oeverzwaluw als broedvogel (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). Stikstofdepositie vormt geen knelpunt. ,
,
,
Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Oeverzwaluw is slecht en het langjarige seizoensgemiddelde van de Oeverzwaluw is onbekend en de populatietrend is eveneens onzeker. Op 661% van het areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. Veel van de knelpunten voor het leefgebied van de Boomleeuwerik worden ook al benoemd onder H6120. Het verlies van nestgelegenheid vormt het grootste knelpunt voor de Oeverzwaluw en stikstofdepositie wordt hierbij niet gezien als een knelpunt. In het kader van het bovenstaande en de eerder beschouwde knelpunten voor het leefgebied zal een geringe toename van 002 mol N/ha/jaar in dit geval niet leiden tot meetbare effecten op de kwaliteit van het leefgebied van de Boomleeuwerik. Het is met zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een dergelijke geringe toename in depositie tot meetbare verslechtering van de abiotische condities (bodem pH nutriënten beschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het leefgebied zal leiden en daarmee de voedselbeschikbaarheid zal beïnvloeden. Het voorgenomen project staat in het ,
,
,
,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
64/91
kader van het bovenstaande er dan ook niet aan in de weg dat de instandhoudingsdoelstellingen (behoud oppervlak en behoud kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van ten minste 120 broedparen) gehaald kan worden. ,
A276
-
Roodborsttapuit
Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de roodborsttapuit in Natura 2000-gebied Maasduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 85 broedparen. Huidig voorkomen en trend in populatie Het langjarig seizoensgemiddelde van de roodborsttapuit in Maasduinen is onbekend. De trend in aantal broedparen sinds 2007 is stabiel de trend sinds 1990 is positief (Sovon). In 2019 kwamen 134 broedparen voor in het gebied in 2022 waren dit er 144. Op basis van deze aantallen wordt de instandhoudingsdoelstelling behaald (Sovon). ,
,
Omschrijving leefgebied
Het broedbiotoop van de roodborsttapuit omvat heide- en hoogveengebieden en duinen. De nestplaats bevindt zich in heide- en duinbegroeiing op of net boven de grond tussen het struweel. Voedsel wordt gezocht tot op enkele honderden meters van het nest (Natura 2000-profielendocument; A276). De roodborsttapuit heeft in Maasduinen geschikt leefgebied in de stikstofgevoelige habitattypen Stuifzandheiden met struikhei (H2310) Vochtige heiden (hogere zandgronden) (H4010A) Droge heiden (H4030) en Stroomdalgraslanden (H6120) en het stikstofgevoelige leefgebiedtype Droog struisgrasland (Lg09). De verspreiding van roodborsttapuiten is vrijwel volledig gekoppeld aan de open heideterreinen. De kwaliteit van het leefgebied is goed (Beheerplan-145 2020). ,
,
,
Berekende toename aan stikstofdepositie Op 448% (15013 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de broedvogelsoort Roodborsttapuit vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 004 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,
,
,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
65/91
Figuur 4. 24:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Roodborsttapuit (A276).
Knelpunten In de huidige situatie vormt begrazing het enige knelpunt voor de roodborsttapuit in Maasduinen. Te intensieve begrazing is nadelig voor de soort. Bij gefaseerde begrazing waarbij terreindelen om het jaar begraasd worden is gunstig voor roodborsttapuit die voor de nestgelegenheid de voorkeur heeft voor open tot minder open terreindelen met een lage bedekking van struweel (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). Stikstofdepositie leidt mogelijk tot een afname van de prooibeschikbaarheid maar uit de Gebiedsanalyse en het Beheerplan blijkt niet dat effecten hiervan merkbaar zijn voor de roodborsttapuit in Maasduinen (Gebiedsanalyse-145 2017; Beheerplan-145 2020). ,
,
,
,
,
Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Roodborsttapuit is goed en de tellingen in voorgaande jaren van de Roodborsttapuit zijn hoger dan de instandhoudingsdoelstelling en de populatietrend is stabiel. Op 448% van het areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. Veel van de knelpunten voor het leefgebied van de Nachtzwaluw worden ook al benoemd onder H2310. Evenals de Boomleeuwerik is begrazing voor de Roodborsttapuit het voornaamste knelpunt en vormt stikstofdepositie een verminderd knelpunt. Daarnaast heeft de soort heeft een goede staat van instandhouding in betrekking tot het leefgebied en de soort zelf. Er is vastgesteld dat de soort een landelijk positieve trend heeft welke ook wordt gezien in Natura 2000-gebied Maasduinen ondanks missende observaties. In het kader van het bovenstaande en de eerder beschouwde knelpunten voor het leefgebied zal een geringe toename van 004 mol N/ha/jaar in dit geval niet leiden tot meetbare effecten op de kwaliteit van het ,
,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
66/91
leefgebied van de Roodborsttapuit. Het is met zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een dergelijke geringe toename in depositie tot meetbare verslechtering van de abiotische condities (bodem pH nutriënten beschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het leefgebied zal leiden en daarmee de voedselbeschikbaarheid zal beïnvloeden. Het voorgenomen project staat in het kader van het bovenstaande er dan ook niet aan in de weg dat de instandhoudingsdoelstellingen (behoud oppervlak en behoud kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van ten minste 85 broedparen) gehaald kan worden. ,
,
,
,
A338
-
Grauwe Klauwier
Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de grauwe klauwier in Natura 2000-gebied Maasduinen is uitbreiding van omvang en verbetering van kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor ten minste 3 broedparen. Huidig voorkomen en trend in populatie Het langjarig seizoensgemiddelde van de grauwe klauwier in Maasduinen is 58 broedparen hiermee wordt de instandhoudingsdoelstelling behaald. De trend in aantal broedparen sinds 2007 is sterk positief de trend sinds 1990 is positief ,
,
,
(Sovon).
Omschrijving leefgebied Het broedbiotoop van de grauwe klauwier bestaat uit halfopen structuurrijke landschappen met een rijk aanbod van grote insecten en kleine gewervelden. De grauwe klauwier maakt zijn nest in doorndragende struiken zoals braam sleedoorn hondsroos en meidoorn. Laagblijvende kruidenrijke vegetaties vormen het voedselbiotoop van de grauwe klauwier waarbij hogere vegetatie dient als uitkijkpost (Natura 2000-profielendocument; A338). De grauwe klauwier heeft geschikt leefgebied in de stikstofgevoelige habitattypen Stuifzandheiden met struikhei (H2310) Zwakgebufferde vennen (H3160) Zure vennen (H3160) Vochtige heiden (hogere zandgronden) (H4010A) Droge heiden (H4030) Stroomdalgraslanden (H6120) en Actieve hoogvenen (heideveentjes) (H7110B) en de stikstofgevoelige leefgebiedtypen Dotterbloemgrasland van beekdalen (Lg06) Droog struisgrasland (Lg09) en Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied (Lg10). De kwaliteit van het leefgebied is matig (Beheerplan-145 2020). ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Berekende toename aan stikstofdepositie Op 505% (22855 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de broedvogelsoort Grauwe Klauwier vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 945% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Dit is 477% van het totale areaal. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 004 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,
,
,
,
,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
67/91
Figuur 4. 25:
De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Grauwe Klauwier (A338).
Knelpunten De broedlocatie van de grauwe klauwier bestaat uit doornstruwelen. Voor voedsel is de grauwe klauwier afhankelijk van grote insecten die ze in warme schrale vegetaties vangen. De aanwezigheid van voldoende grote prooien en variatie in prooien is van groot belang voor de grauwe klauwier. Stikstofdepositie kan hierop een negatief effect hebben (Natura 2000herstelstrategie H4030) hoewel dit niet als knelpunt is beschreven in de Gebiedsanalyse en het Beheerplan. Voor Grauwe klauwier is het probleem van de Maasduinen waarschijnlijk niet alleen dat de draagkracht van het gebied onvoldoende (als gevolg van stikstofdepositie en verdroging) is om de doelstelling te halen. Oorzaken moeten ook worden gezocht in de populatiedynamiek van de soort. Deze vestigt zich nog niet definitief omdat de aanvoer van nieuwe vogels uit bronpopulaties nog onvoldoende is. Het aantal paren dat zich weet te vestigen is onvoldoende groot om genoeg aanwas te krijgen om in minder goede jaren zoals koude natte zomers te overleven (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). ,
,
,
,
,
,
Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Grauwe klauwier is matig het langjarige seizoensgemiddelde van de Grauwe klauwier is positief en de populatietrend is eveneens sterk positief. Er wordt aan de instandhoudingsdoelstelling wordt voldaan. Echter omdat de Grauwe klauwier niet jaarlijks broed in de Maasduinen kan er nog geen trend worden vastgesteld. Op 447% van het areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. Veel van de knelpunten voor het leefgebied van de Grauwe Klauwier worden ook al benoemd onder H2310. De kleine populatie van de Grauwe Klauwier is ook één van de knelpunten voor de soort. De ,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
68/91
Grauwe klauwier vestigt zich nog niet definitief omdat de aanvoer van nieuwe vogels uit bronpopulaties nog onvoldoende is. Het aantal paren dat zich weet te vestigen is onvoldoende groot om genoeg aanwas te krijgen om in minder goede jaren zoals koude natte zomers te overleven. Dit is naar verwachting ook het grootste knelpunt voor de broedvogel op het moment voor de Maasduinen. In het kader van het bovenstaande het feit dat de Grauwe klauwier toch wel het instandhoudingsdoelstelling in recente jaren heeft behaald en de eerder beschouwde knelpunten voor het leefgebied zal een geringe toename van 004 mol N/ha/jaar in dit geval niet leiden tot meetbare effecten op de kwaliteit van het leefgebied van de Grauwe klauwier. Het is met zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een dergelijke geringe toename in depositie tot meetbare verslechtering van de abiotische condities (bodem pH nutriënten beschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het leefgebied zal leiden en daarmee de voedselbeschikbaarheid zal beïnvloeden. Het voorgenomen project staat in het kader van het bovenstaande er dan ook niet aan in de weg dat de instandhoudingsdoelstellingen (behoud oppervlak en behoud kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van ten minste 3 broedparen) gehaald kan worden. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
4. 6
,
Beoordeling niet-broedvogels
Het Natura 2000-gebied Maasduinen is niet aangewezen voor niet-broedvogels. Er kan derhalve geen toename aan stikstofdepositie plaatsvinden op stikstofgevoelig leefgebied. Significant negatieve gevolgen zijn hierom op voorhand uitgesloten.
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
69/91
5
Effectbeoordeling cumulatie
Dit hoofdstuk gaat in op de toetsing van mogelijke cumulatieve effecten van stikstof. Cumulatie van stikstof kan ontstaan op habitattypen en/of leefgebieden binnen een Natura 2000-gebied. De afbakening hiervan is gelijk aan die in paragraaf 1. 3. Uit de door Sweco uitgevoerde inventarisatie zijn verschillende vergunningen naar voren gekomen waarmee een toename aan stikstofdepositie wordt toegestaan. De hieronder staande tabel geeft een overzicht weer van de gevonden vergunde projecten met een significante toename aan stikstofdepositie op minstens één van de genoemde Natura 2000-gebieden. Voor het opstellen van de lijst met projecten waarmee cumulatie kan optreden is een vergunningeninventarisatie uitgevoerd (zie paragraaf 2. 5). Tabel 5. 1:
Vergunde stikstofplannen of -projecten sinds 29 mei 2019 met een stikstofeffect op Maasduinen. Datum van bekendmaking , vergunningverlener en de maximale bijdragen staan vermeld in onderstaande tabel. * = ontwerpbesluit
Plan of Project (kenmerk)
Datum van besluit
Vergunning verlener
Maximale bijdrage [mol N/ha/jaar] Tijdelijk
Permanent
008 ,
-048 ,
000 ,
-001 ,
000 ,
-002 ,
Waterschap Rivierenland
001 ,
000 ,
TOTAAL (exclusief het maximale relevante projectgebonden stikstofeffect)
009 ,
-051 ,
TOTAAL (inclusief het maximale relevante projectgebonden stikstofeffect)
013 ,
-046 ,
Opwaardering Maaslijn , spoortraject Roermond – Venlo – Nijmegen
21-03-2024
Omgevingsvergunning bioraffinaderij Grubbenvorst
27-02-2022
Ministerie van Landbouw , Natuur en Voedselkwaliteit Provincie Limburg
Ontwerp besluit vergunning Wet natuurbescherming project Civiel gebruik Eindhoven Airport Vergunning Dijk versterking Wolferen en Sprok
15-02-2021
Ministerie van LNV
19-04-2021
Wanneer het habitattype of leefgebied van aangewezen soorten geen (naderende) overschrijding heeft van de KDW of wanneer stikstofdepositie geen knelpunt vormt wordt er geconcludeerd dat er op zichzelf als ook in cumulatie geen sprake kan zijn van significante gevolgen. Voor gebieden met een naderende overbelasting is de cumulatieve toename aan stikstofdepositie op voorhand verwaarloosbaar ten opzichte van de bandbreedte van 70 mol N/ha/jaar onder de KDW. De bandbreedte is ruim voldoende om met zekerheid te kunnen stellen dat projecten/plannen in cumulatie niet tot significant negatieve gevolgen zullen leiden. ,
Wanneer het project op zichzelf niet leidt tot significante gevolgen maar wanneer er wel een overschrijding is van de KDW dan wordt aan de hand van de huidige staat van instandhouding de kwaliteit het bestaand beheer de geëffectueerde maatregelen en/of trend beoordeeld of er in cumulatie met andere plannen/projecten sprake kan zijn van significante gevolgen. ,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
70/91
Tabel 11. 8:
Totale maximale bijdrage per Natura 2000-gebied inclusief projecteffect (tijdelijk en permanent) en tijd tot de bijdrage is gecompenseerd in jaren.
Natura 2000-gebied
Rijntakken
Tijdelijke maximale bijdrage (incl.
Permanente maximale bijdrage (incl.
projecteffect) [mol N/ha/jaar]
projecteffect) [mol N/ha/jaar]
013
-046
,
,
Jaren tot tijdelijke bijdrage is gecompenseerd
1
De cumulatie van reeds vergunde projecten en ontwerpbesluiten laat een stijging zien van het tijdelijk effect. Deze stijging is echter voor alle Natura 2000gebieden dermate klein dat deze wegvalt binnen de natuurlijke meteorologische variatie (10% rondom de huidige gemiddelde achtergronddepositie gebaseerd op de kleinste KDW is dit 50 mol N/ha/jaar). Bovendien is er permanent sprake van een daling van de maximale cumulatieve bijdrage waardoor in de toekomst verbetering optreedt ten aanzien van de hoeveelheid stikstofdepositie. Significante gevolgen van de toename aan stikstofdepositie door het project op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebied ‘Maasduinen’ wordt daarom ook uitgesloten in combinatie met andere plannen en projecten. ,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
71/91
6
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling veroorzaakt een toename aan stikstofdepositie van maximaal 005 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige natuur binnen de Natura 2000-gebied Maasduinen. Voor de habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende soorten waarvoor geldt dat de KDW wordt overschreden is onderzocht of de berekende toename aan stikstofdepositie kan leiden tot een in ecologische zin aantoonbare aantasting van de kwaliteit of oppervlakte verlies van het stikstofgevoelige areaal. ,
,
Op basis van een gebiedsspecifieke analyse kan worden geconcludeerd dat dit niet het geval is. De stikstoftoename ten gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling staat ook niet in de weg van het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitattypen/leefgebieden van kwalificerende soorten. Significant negatieve gevolgen door de geringe toename aan stikstofdepositie ten gevolge van het voorgenomen project zijn hierom uitgesloten.
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
72/91
Referenties AERIUS. 2024. Habitatkartering Nederlandse Natura 2000-gebieden. BIJ12. Beheerplan-145
Natura 2000-Beheerplan
,
-
Maasduinen (145).
BIJ12. 2020. Soorten - relatie leefgebied. edited by Natuur en Voedselkwaliteit Ministerie van Landbouw Ministerie van Defensie Rijkswaterstaat Provincies: Fryslân Groningen Drenthe Overijssel Gelderland Utrecht Zuid-Holland Noord-Holland Zeeland Noord-Brabant Limburg. AERIUS: AERIUS. ,
,
,
,
,
,
,
,
Cunha A. S. A. Power M. R. Ashmore
,
,
,
,
,
P. R. S. Green B. J. Haworth and R. Bobbink. 2002. " Whole ecosystem nitrogen manipulation: an updated review. " Report-Joint Nature Conservation Committee (331).
,
,
,
,
,
Gebiedsanalyse-145 2017. PAS-Gebiedsanalyse ,
,
Maasduinen (145).
-
Goderie Ronald and Kees Vertegaal. 2020. Achtergrondnotitie actualiseren StikstofEffectvoorspellingsModel (SEM 3. 1). Royal ,
,
HaskoningDHV. Heil GW ,
and WH Diemont. 1983. " Raised nutrient levels change heathland into grassland. " Vegetatio 53 (2): 113-120. ,
Kleijberg Reinoud. 2020. Natura 2000 gebieden rond de Amsterdamse haven. ,
Krupa S. V. 2003. " Effects of atmospheric ammonia (NH3) on terrestrial vegetation: a review. " Environmental Pollution 124 (2): 179-221. ,
https://doi. org/https://doi. org/10. 1016/S0269-7491(02)00434-7. http://www. sciencedirect. com/science/article/pii/S0269749102004347. Lilleskov Erik A Thomas W Kuyper Martin I Bidartondo and Erik A Hobbie. 2019. " Atmospheric nitrogen deposition impacts on the structure and function of forest mycorrhizal communities: a review. " Environmental Pollution 246: 148-162. ,
,
,
,
Natuurdoelanalyse-145 Natuurdoelanalyse - Maasduinen (145). ,
van Dobben , H.F. , R. Bobbink , D. Bal , and A. van Hinsberg. 2012. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof , toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000. Alterra (Wageningen).
Velders G.J.M. Aben J.M.M. G. P. Geilenkirchen H. A. den Hollander L. Nguyen van der Swaluw E. W. J. de Vries and R. J. Wichink Kruit. 2018. Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Wamelink W. H. van Dobben F. van der Zee A. van Hinsberg and R. Bobbink. 2023. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000: Herziening 2023. Wageningen Environmental Research (Wageningen). ,
,
,
,
,
,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
73/91
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
74/91
Bijlage 1 – Algemene beschrijvingen natuurwaarden In de volgende paragrafen worden de algemene kenmerken van de habitattypen met een relevant effect beschreven. Deze gegevens vormen de ecologische basis van de effectbeoordeling in de voorliggende rapportage.
Habitattypen H2310 - Stuifzandheiden met struikhei Beschrijving van het habitattype Het habitattype Stuifzandheiden met struikhei omvat begroeiingen met dwergstruiken op droge zandgrond in binnenlandse stuifzandgebieden. Deze stuifzanden zijn gevormd door herverstuiving van dekzanden met name na de late Middeleeuwen De bodems zijn droog zuur en zeer voedsel- en kalkarm. Ze behoren tot de zogenoemde duinvaaggronden en vlakvaaggronden. Er hebben zich nog nauwelijks of geen podzolprofielen ontwikkeld en de bodem is nog niet of slechts oppervlakkig ontijzerd. In de stuifzandheiden overheerst doorgaans struikhei (Calluna vulgaris). Andere dwergstruiken kunnen ook een belangrijke rol spelen bijvoorbeeld blauwe bosbes (Vaccinium myrtillus) of op noordhellingen rode bosbes (Vaccinium vitis-idaea). Door grassen (bochtige smele) of struwelen (brem gaspeldoorn) gedomineerde begroeiingen kunnen afwisselen met de dwergstruikbegroeiingen en daarmee kleinschalige mozaïeken vormen. Op steile noordhellingen met een vochtiger microklimaat kan een mosrijke heidevorm voorkomen terwijl op geëxponeerde hellingen juist een korstmosrijke variant kan voorkomen. (Natura 2000-profieldocument) ,
.
,
,
,
,
,
,
Abiotische randvoorwaarden van het habitattype Het onderstaande overzicht bevat de abiotische randvoorwaarden van het habitattype H2310 op basis van het Natura 2000-profielendocument.
Figuur 6. 1:
De abiotische randvoorwaarden van H2310 afkomstig van het Natura 2000profielendocument. Kleuren indiceren de geschiktheid van de van de standplaats: optimaal (groen) , suboptimaal (oranje) en ongeschikt (blanco). Met de toevoegingen -a en -b wordt aangegeven dat de betreffende standplaatsconditie respectievelijk alleen in de boven- of ondergrond optreedt (figuur uit: Natura 2000-profielendocument).
Effectbeschrijving stikstofdepositie Het habitattype heeft van nature een zuur karakter maar kan onder invloed van stikstofdepositie verder verzuren. Dit heeft met name effect op soorten die voorkomen op de relatief iets beter gebufferde plekken omdat deze soorten gevoeliger zijn voor verzuring en/of voor het hoge gehalte van ammonium en/of ,
,
aluminium als gevolg van de depositie. H2310 is zeer voedselarm waarbij ,
Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx
75/91
stikstof meestal limiterend is. Vermesting door stikstofdepositie leidt daardoor tot een versnelde groei van grassen een afname van mossen en korstmossen en na enige tijd tot versnelde vorming van opslag. Voor het leefgebied van VHR en/of typische diersoorten geldt dat de effecten van stikstofdepositie via de volgende factoren doorwerken: een koeler en vochtiger microklimaat een afname van de kwaliteit en kwantiteit van voedselplanten en een afname prooibeschikbaarheid. (Natura 2000-herstelstrategiedocument) ,
,
H3130 - Zwakgebufferde vennen Beschrijving van het habitattype Dit habitattype betreft begroeiingen van zwakgebufferde vennen. Het onderscheid met de zeer zwak gebufferde vennen van habitattype 3110 is dat die vennen een lager gehalte aan bicarbonaat hebben ofwel koolstofgelimiteerd zijn. Zwakgebufferde vennen daarentegen zijn niet koolstofgelimiteerd en kunnen -hoewel de naamgeving hierover verwarring wekt- zowel zwak gebufferd als zeer zwak gebufferd zijn. Kenmerkend voor deze vennen is een groot aantal soorten waaronder veel pioniersoorten van kale oevers en open water. En toch zijn de meeste van de vennen van dit habitattype niet meer dan enkele tientallen meters lang en breed. De leefgemeenschappen van deze vensystemen -de plassen plus de oeverzones - vertonen een grote variatie binnen een klein oppervlak. Dat komt door allerlei milieuverschillen binnen het systeem en overgangssituaties (gradiënten) in zones en fijnschalige mozaïeken. De standplaatscondities variëren van zeer voedselarm (oligotroof) tot voedselarm (mesotroof) van aquatisch tot vochtig langdurig tot zeer kortstondig overstroomd enzovoort Voor een deel betreft het systemen die zijn ontstaan uit uitgeveende hoogveenvennen. (Natura 2000-profieldocument) ,
,
,
Abiotische randvoorwaarden van het habitattype Het onderstaande overzicht bevat de abiotische randvoorwaarden van het habitattype H3130 op basis van het Natura 2000-profielendocument.
Figuur 6. 2:
De abiotische randvoorwaarden van H3130 afkomstig van het Natura 2000profielendocument. Kleuren indiceren de geschiktheid van de van de standplaats: optimaal (groen) , suboptimaal (oranje) en ongeschikt (blanco). Met de toevoegingen -a en -b wordt aangegeven dat de betreffende standplaatsconditie respectievelijk alleen in de boven- of ondergrond optreedt (figuur uit: Natura 2000-profielendocument).