CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

09c.19 AAA B19 - Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: BIJLAGEN Bestemmingsplan Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst29.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

,

,

,

,

Berekende toename aan stikstofdepositie Op 547% (3254 ha) van het aanwezig areaal met H4010A vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 999% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Dit is 547% van het totale areaal. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 003 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,

,

,

,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

25/91

Figuur 4. 5:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Vochtige heiden (hogere zandgronden) (H4010A).

Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Knelpunten voor het habitattype zijn hoge stikstofdepositie vermesting verzuring verdroging en het ontbreken van dynamiek. Als gevolg van de hoge stikstofdepositie treedt vermesting en verzuring op. Door vermesting ontwikkelt pijpenstrootje sterk wat ten koste gaat van gewone dopheide en de kwaliteit van het habitattype. Verzuring kan er toe leiden dat sommige kenmerkende vegetaties binnen de grenzen van het habitattype in het gedrang komen. Dit leidt tot kwaliteitsvermindering (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). Het habitattype heeft te maken met verdroging en sterk schommelende waterstanden. In combinatie met de overmatige stikstofdepositie leidt dit tot struweelvorming en verbossing. Er vindt met name een toename plaats van berkenopslag en bramenstruwelen (Beheerplan-145 2020). Omdat het habitattype voor een belangrijk deel versnipperd en in kleine oppervlakten voorkomt zijn de effecten van verbossing en ontwatering uit de omgeving extra groot (Gebiedsanalyse-145 2017). Verder zijn vochtige heiden zeer gevoelig voor betreding van het gebied. Dit zou vooral effect hebben wanneer grote grazers het gebied betreden (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022).

Stikstofdepositie en verdroging vormen beide belangrijke knelpunten voor het habitattype H4010A Vochtige heiden welke elkaar versterken. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H4010A heeft een matige kwaliteit met een positieve trend. Op 547% van het areaal van het habitattype is sprake van een relevante ,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

26/91

projectgebonden toename van stikstofdepositie. Dit habitattype komt vaak in dichte nabijheid van de andere habitattypen binnen zijn cluster ‘Vennen en vochtige heiden’ voor daardoor zijn veel van de knelpunten benoemd onder H3130 vergelijkbaar voor dit habitattype. Veel van de versnippering binnen de habitattypen voor de vennen (H3130 H3160 H7110B en H7150) leidt tot een afname in dynamiek wat zorgt voor een voortschrijdende successie naar dit habitattype H4010A. Echter dynamiek wordt tegenwoordig nagebootst door kleine stukken natte heide te plagen. ,

,

,

,

Het is in het kader van het knelpunten al eerder benoemd onder H3130 en bovenstaande benoemde knelpunten met wetenschappelijke zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een geringe toename van 003 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH nutriëntenbeschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering oppervlak en kwaliteit) van dit H3130 in Maasduinen. ,

,

,

,

H4030

-

,

Droge heiden

Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H4030 heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een uitbreidings- en verbeteringsdoelstelling voor oppervlak en kwaliteit. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig en de trend in kwaliteit is negatief. Het habitattype komt voornamelijk voor in het cluster droge zandduinen samen met H2130 en H2330 en verscheidene vogelsoorten. Het habitattype komt verspreid over de vier deelgebieden in de Maasduinen voor. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 441% (11661 ha) van het aanwezig areaal met H4030 vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 004 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,

,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

27/91

Figuur 4. 6:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Droge heiden (H4030).

Knelpunten Veel van de knelpunten welke hier worden benoemd komen overeen met H2310. Knelpunten voor het habitattype zijn stikstofdepositie vermesting verzuring en versnelde successie. Als gevolg van de te hoge stikstofdepositie is de vegetatiebedekking toegenomen. Door de verzurende invloed van stikstofdepositie kan er sprake zijn van achteruitgang van typische soorten. De meeste typische soorten vaatplanten komen voor op de relatief iets beter gebufferde plekken in droge heiden. Deze soorten zijn gevoelig voor verzuring en/of voor het hoge gehalte van ammonium en/of aluminium als gevolg van de depositie (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). Een algemene soort zoals struikheide is veel minder gevoelig voor ammonium (Gebiedsanalyse-145 2017). Ten gevolge van vermesting is er sprake van vergrassing (met bochtige smele) en opslag van bomen. Een te sterke dominantie van grove den en berk kan het behoud van de heide in gevaar brengen. Achterstallig onderhoud uit het verleden versterkt het opkomen van met name jonge berken. Plaggen van oude heide om verjonging te stimuleren ging doorgaans vergezeld met het afvoeren van de strooisellaag. Doordat dit langdurig en op grote schaal is toegepast is (plaatselijk) kale grond aanwezig. Op de kale grond blijkt de heide zich niet goed te ontwikkelen in tegenstelling tot de jonge berken (en in mindere mate grove dennen) (Beheerplan-145 2020).

Hoge stikstofdepositie is het voornaamste knelpunt voor het habitattype H4030 Droge heiden (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). ,

,

,

,

,

,

,

,

Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H4030 heeft een matige kwaliteit met een negatieve trend. Op 441% van het areaal van het habitattype is sprake van een relevante ,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

28/91

projectgebonden toename van stikstofdepositie. Dit habitattype komt vaak in dichte nabijheid van de andere habitattypen binnen zijn cluster ‘Droge zandduinen’ voor daardoor zijn veel van de knelpunten benoemd onder H2310 vergelijkbaar voor dit habitattype. Daarnaast hebben grote delen van het habitattype te lijden onder effecten veroorzaakt door de grootschalige plagmethodes die in het verleden zijn toegepast. Plaggen van oude heide om verjonging te stimuleren ging doorgaans vergezeld met het afvoeren van de strooisellaag. Hierdoor werd echter niet alleen de biomassa afgevoerd maar feitelijk ook het kiembed voor de jonge vegetatie. Op de kale grond blijkt de heide zich niet goed te ontwikkelen in tegenstelling tot de jonge berken. Het is in het kader van het knelpunten al eerder benoemd onder H2310 en het bovenstaande met wetenschappelijke zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een geringe toename van 004 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH nutriëntenbeschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering oppervlak en kwaliteit) van dit H4030 in Maasduinen. ,

,

,

,

,

,

,

H6120

-

Stroomdalgraslanden

Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H6120 heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een behoudsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig de trend in kwaliteit is stabiel. Het habitattype komt voornamelijk voor in het cluster Maasdal samen met H6430A H6430C H3430A en H3430C. Het habitattype komt alleen voor in het deelgebied de Hamert in de Maasduinen. ,

,

,

Berekende toename aan stikstofdepositie Op 100% (086 ha) van het aanwezig areaal met H6120 vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 004 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

29/91

Figuur 4. 7:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Stroomdalgraslanden (H6120).

Knelpunten De knelpunten welke hier worden benoemd komen ook terug bij de andere habitattypen in hetzelfde cluster. Knelpunten voor het habitattype zijn stikstofdepositie verzuring vermesting verdroging aanleg van natuurvriendelijke oevers en de geringe omvang van het habitattype. Hoge stikstofdepositie leidt tot vermesting en verzuring. Stroomdalgraslanden zijn systemen die zonder bufferende processen van nature verzuren. Verhoogde stikstofdepositie leidt tot een verhoogde verzuringsnelheid van deze systemen (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). Door vermesting ontstaat een afname in kwaliteit door een toename van stikstofindicerende soorten en een verschuiving naar voedselrijkere associaties. De vegetatie verruigt door vergrassing en struweelvorming (Gebiedsanalyse-145 2017). Als gevolg van een gestuwd Maaspeil in combinatie met rivier verruimende maatregelen worden hoge piekafvoeren afgevlakt. Dit kan grote gevolgen hebben voor de inundatiefrequentie van het grasland (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). Een knelpunt van andere aard is de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs de Maas. Het verwijderen van oeverbestening kan leiden tot erosie wat effect kan hebben op een gedeelte van het habitattype.

Daarnaast kan de aanleg van natuurvriendelijke oevers leiden tot sterke uitbreiding van de struweelzone met sleedoorn wat nadelig kan zijn voor diverse stroomdalsoorten (Beheerplan-145 2020). Uit het Beheerplan blijkt dat deze knelpunten vooral spelen in de (nabije) toekomst en niet zozeer op dit moment. Ten slotte is het areaal stroomdalgrasland beperkt (086 ha) wat het habitattype kwetsbaar maakt (Beheerplan-145 2020). Stikstofdepositie lijkt een beperkt knelpunt te vormen voor H6120 aangezien de invloed van het rivierwater door middel van inundatie ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

30/91

en erosie van groter belang is voor de kwaliteit en oppervlakte van het habitattype , maar stikstofdepositie kan als knelpunt niet uitgesloten worden.

Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H6120 heeft een matige kwaliteit met een stabiele trend. Op het volledige areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden toename van stikstofdepositie. Stikstofdepositie is een knelpunt voor dit habitattype omdat het systeem van nature verzuurt zonder bufferende processen. Er zijn echter een aantal andere processen/knelpunten aanwezig welke een groter effect kunnen hebben op het habitattype. Zo worden als gevolg van een gestuwd Maaspeil en in combinatie met rivier verruimende maatregelen hoge piekafvoeren afgevlakt. Dit kan grote gevolgen hebben voor de inundatiefrequentie van het grasland. Daarnaast is de aanleg van natuurvriendelijke oevers een gevaar voor het voortbestaan van de stroomdalgraslanden. Door het verwijderen van de oever bestening ontstaan er meer natuurlijke erosie- en sedimentatieprocessen wat als gevolg kan hebben dat oevers snel afkalven waarmee het habitattype snel kan veranderen in een steilrand. Daarnaast kan in natuurvriendelijke oevers een sterke uitbreiding van de struweelzone met Sleedoorn nadelig zijn voor diverse stroomdalsoorten. Ook wordt benoemd dat het al aanwezige habitattype erg klein is in omvang en daarmee bijzonder kwetsbaar.

Het is in het kader van het bovenstaande met wetenschappelijke zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een geringe toename van 004 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH nutriëntenbeschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering oppervlak en kwaliteit) van dit H6120 in Maasduinen. ,

,

,

,

,

,

H6430C

,

Ruigten en zomen (droge bosranden)

-

Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H6430C heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een behoudsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig de trend in kwaliteit is stabiel. Het habitattype komt voornamelijk voor in het cluster Maasdal samen met H6120 H6430A H3430A en H3430C. Het habitattype komt alleen voor in het deelgebied de Hamert in de Maasduinen. ,

,

,

Berekende toename aan stikstofdepositie Op 100% (053 ha) van het aanwezig areaal met H6430C vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 406% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 004 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,

,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

31/91

Figuur 4. 8:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Ruigten en zomen (droge bosranden) (H6430C).

Knelpunten De knelpunten welke hier worden benoemd komen ook terug bij de andere habitattypen in hetzelfde cluster. Het habitattype H6430C Ruigten en zomendroge bosranden leidt onder verzuring als gevolg van de stikstofdepositie. Dit wordt nog versterkt doordat natuurlijke regulerende processen (dynamiek en grondwaterinvloed) vermindert meer voorkomen. Natuurvriendelijke oevers hebben ook een mogelijk risico. In natuurvriendelijke oevers kan een sterke uitbreiding van de struweelzone met Sleedoorn nadelig zijn voor diverse stroomdalsoorten en ook voor het habitattype ruigten en zomen (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). ,

Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H6430C heeft een matige kwaliteit met een stabiele trend. Op het volledige areaal van het stikstofgevoelige habitattype is sprake van een relevante projectgebonden toename van stikstofdepositie. Dit habitattype komt vaak in dichte nabijheid van de andere habitattypen binnen zijn cluster ‘Maasdal’ voor daardoor zijn veel van de knelpunten benoemd onder H6120 vergelijkbaar voor dit habitattype. In de Natuurdoelanalyse wordt ook benaderd dat naar de toekomst toe (vanaf 2025) de verwachting is dat de KDW niet meer wordt overschreden door de achtergronddepositie voor het habitattype. Het is in het kader van het bovenstaande met wetenschappelijke zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een geringe toename van 004 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH nutriëntenbeschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding ,

,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

32/91

en verbetering oppervlak en

H7110B

-

kwaliteit) van dit H6430C in Maasduinen.

Actieve hoogvenen (heideveentjes)

Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H7110B heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een uitbreidings- en verbeteringsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Het betreft een prioritair habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig de trend in kwaliteit is lichtelijk negatief en lokaal soms positief. Het habitatype komt voornamelijk voor in het cluster vennen en vochtige heide samen met H3130 H3160 H4010A en H7150. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over de 4 deelgebieden voor. ,

,

,

Berekende toename aan stikstofdepositie Op 846% (595 ha) van het aanwezig areaal met H7110B vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 002 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,

,

,

,

,

,

Figuur 4. 9:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Actieve hoogvenen (heideveentjes) (H7110B).

Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster zullen veel ,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

33/91

van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Knelpunten voor het habitattype zijn stikstofdepositie , vermesting en verdroging (Natuurdoelanalyse Maasduinen , 2022). Als gevolg van een te hoge stikstofdepositie treedt in H7110B vermesting op. Op de licht uitdrogende acrotelm kan in het voorjaar en de zomer massaal berk kiemen en uitgroeien. Daarnaast is sprake van dominantie van pijpenstrootje , waardoor veelal sprake is van een verarmde vegetatie. Lokaal zijn er verrijkte delen met veel pitrus (Gebiedsanalyse-145 , 2017). De effecten van stikstofdepositie en verdroging versterken elkaar , maar verdroging lijkt het voornaamste knelpunt. Sterke waterstandwisselingen en droogval zijn funest voor H7110B en vormen een sterke bedreiging voor het voortbestaan van het habitattype (Beheerplan-145 , 2020).

Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H7110B heeft een matige kwaliteit met een lichtelijk negatieve trend. Op 846% van het areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden toename van stikstofdepositie. Het habitat komt vaak voor in gradiënt met H4010A. Dit habitattype komt vaak in dichte nabijheid van de andere habitattypen binnen zijn cluster ‘Vennen en vochtige heiden’ voor daardoor zijn veel van de knelpunten benoemd onder H3130 vergelijkbaar voor dit habitattype. Specifiek moet er nog wel benoemd worden dat sterke waterstandswisselingen en droogval voor dit habitattype zeer veel impact kan hebben en ook een sterke bedreiging voor het voortbestaan van dit habitattype is. Gezien het feit dat hydrologische invloeden op het habitattype de overhand hebben in de knelpunten kan er met wetenschappelijke zekerheid worden benoem dat in deze situatie een geringe toename van 002 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH nutriëntenbeschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (verbetering oppervlak en kwaliteit) van dit H7110B in Maasduinen. ,

,

,

,

,

,

H7150

-

,

Pioniervegetaties met snavelbiezen

Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H7150 heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een behoudsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig de trend in kwaliteit is positief. Het habitatype komt voornamelijk voor in het cluster vennen en vochtige heide samen met H3130 H3160 H4010A en H7110B. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over de 4 deelgebieden voor. ,

,

,

Berekende toename aan stikstofdepositie Op 359% (597 ha) van het aanwezig areaal met H7150 vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 002 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,

,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

34/91

Figuur 4. 10:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Pioniervegetaties met snavelbiezen (H7150).

Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Knelpunten voor het habitattype zijn stikstofdepositie verzuring vermesting en verdroging. Verzuring als gevolg van te hoge stikstofdepositie veroorzaakt suboptimale omstandigheden voor het voorkomen van kenmerkende vegetatietypen. Op soortniveau gaan plantensoorten van zwak gebufferde standplaatsen achteruit door verzuring omdat verzuring de vestiging kieming en groei verslechtert. Vermesting door een te hoge stikstofdepositie zorgt eveneens voor een afname in kenmerkende vegetatietypen aangezien deze alleen onder zeer voedselarme omstandigheden voorkomen (Gebiedsanalyse-145 2017). Als gevolg van de hoge stikstofdepositie verloopt de successie dermate snel dat het habitattype Pioniervegetaties met snavelbiezen momenteel nauwelijks een natuurlijk voorkomen kent. Een versnelde successie als gevolg van de hoge stikstofdepositie zorgt voor een voortschrijdende successie van Pioniervegetaties met snavelbiezen naar natte heide met veenmossen en Pitrus. Bij verdergaande eutrofiëring ontstaan er eutrofe moerasvegetaties (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022).

Het voorkomen is sterk afhankelijk van menselijk ingrijpen (plaggen waterstanden opzetten en betreding) maar bij voortzetting van het huidig beheer is het perspectief goed (Gebiedsanalyse145 2017). Verdroging versterkt de effecten van met name vermesting en maakt het habitattype kwetsbaar omdat kenmerkende soorten zich goed ontwikkelen op vochtige open bodems (Gebiedsanalyse-145 2020). ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

35/91

Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H7150 heeft een matige kwaliteit met een positieve trend. Op 359% van het volledige areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden toename van stikstofdepositie. Het habitat komt vaak voor in gradiënt met H4010A. Dit habitattype komt vaak in dichte nabijheid van de andere habitattypen binnen zijn cluster ‘Vennen en vochtige heiden’ voor daardoor zijn veel van de knelpunten benoemd onder H3130 vergelijkbaar voor dit habitattype. Door eerder menselijk ingrijpen is het habitattype nog in goede stand gehouden. Het is in het kader van het bovenstaande met wetenschappelijke zekerheid uitgesloten dat in deze situatie een geringe toename van 002 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH nutriëntenbeschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering oppervlak en kwaliteit) van dit H7150 in Maasduinen. ,

,

,

,

,

,

H9190

-

,

Oude eikenbossen

Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H9190 heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een behoudsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig de trend in kwaliteit is stabiel. Het habitattype komt voornamelijk voor in het cluster bossen samen met H9120 H91D0 H91E0C en H91F0. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over 3 deelgebieden voor. ,

,

,

Berekende toename aan stikstofdepositie Op 748% (442 ha) van het aanwezig areaal met H9190 vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 003 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,

,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

36/91

Figuur 4. 11:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Oude eikenbossen (H9190).

Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Het habitattype H9190 leidt onder verzuring als gevolg van de stikstofdepositie. De nutriënten voorraad in de bodem wordt op natuurlijke wijze aangevuld als gevolg van verwering van de bodem. Verzuring door menselijke activiteiten zorgt echter voor een versneld mobiel raken van kationen en daarmee ook de uitspoeling ervan. Omdat de bodem in de Maasduinen al nauwelijks tot geen buffering heeft is het effect van de verzuring enorm. Verder speelt vermesting een knelpunt voor het habitattype. Het beekwater bevat tegenwoordig meststoffen afkomstig uit het stroomopwaarts liggende landbouwgebieden. Via oppervlakkige afspoeling en uitspoeling komen de meststoffen in de waterloop terecht (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). In de lange termijn zijn er wel mogelijke perspectieven voor het habitattype. Binnen het Natura 2000-gebied zijn de bostypen binnen het cluster zeer beperkt in omvang. De habitattypen H91E0C H91D0 en H9190 komen meer verspreid voor en betreffen een minder klein areaal dan de habitattypen H9120 en H91F0. Voor H9190 liggen de grootste kansen voor een voldoende oppervlakte in deelgebied de Hamert. Op daar gelegen oude bosgroeiplaatsen groeit nu loofbos en naaldbos.

Omvormen van deze bossen kan leiden tot een voldoende voor het criterium oppervlaktebehoefte voor dit habitattype (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). ,

,

,

,

,

Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H9190 heeft een matige kwaliteit met een stabiele trend. Op het 748% van het areaal van het habitattype is sprake van een relevante ,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

37/91

projectgebonden toename van stikstofdepositie. Het habitat komt vaak in gradiënt met andere habitattypen bos (H9120 H9160AB H91E0AB) voor. De effecten van aanwezige knelpunten en de invloed ervan op het habitattype onder H9120 zijn daardoor ook toepasbaar voor H9190. Daarnaast is er binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen ook nog ruimte mogelijk voor de groei van het habitattype wat kan meedragen aan het halen van de instandhoudingsdoelsteling voor dit habitattype. Op basis van de eerder genoemde knelpunten en de mogelijkheid tot uitbreiding kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe toename van 003 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH nutriëntenbeschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (behoud van oppervlak en kwaliteit) van dit H9190 in Maasduinen. ,

,

,

,

,

H91D0

-

Hoogveenbossen

Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H91D0 heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een behouds- en verbeteringsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig de trend in kwaliteit is negatief. Het habitattype komt voornamelijk voor in het cluster bossen samen met H9120 H9190 H91E0C en H91F0. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over 3 deelgebieden voor. ,

,

,

Berekende toename aan stikstofdepositie Op 446% (1339 ha) van het aanwezig areaal met H91D0 vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 481% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Dit is 215% van het totale areaal. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 003 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,

,

,

,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

38/91

Figuur 4. 12:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Hoogveenbossen (H91D0).

Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Knelpunten voor het habitattype zijn vermesting en verdroging. Vermesting treedt in beperkte mate op. Wanneer niet alle beschikbare stikstof wordt opgenomen door het veenmospakket komt stikstof beschikbaar voor hogere planten. Hierdoor neemt de groei van bomen en grassen toe waardoor ook de beschaduwing toeneemt (Gebiedsanalyse145 2017). Verdroging vormt het voornaamste knelpunt voor het habitattype. Als gevolg van tegenstrijdige belangen vanuit de aangrenzende gebieden zoals landbouw maar ook afvoer van bebouwd gebied (Lommerbroek) is de hydrologische situatie niet optimaal. De hoogveenbossen maken feitelijk onderdeel uit van natte laagten met vochtige heiden en vennen in de vorm van Berkenbroek met Zachte berk. Hierdoor zijn ze erg gevoelig voor verdroging (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). Verdroging leidt tot degradatie van de vegetaties van H91D0 als eerst herkenbaar door het uitdrogen en verdwijnen van de veenmosvegetaties (Beheerplan-145 2020). ,

,

,

,

,

,

,

,

,

Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H91D0 heeft een matige kwaliteit met een negatieve trend. Op 446% van het totale areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden toename van stikstofdepositie. Het habitat komt vaak in gradiënt met andere habitattypen bos (H9120 H9160AB H91E0AB) voor. De effecten van aanwezige knelpunten en de invloed ervan op het habitattype onder H9120 zijn daardoor ook toepasbaar voor H91D0. Stikstofdepositie vormt een knelpunt voor het habitattype maar vermesting door stikstofdepositie treedt ,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

39/91

in beperkte mate op en verdroging vormt ook hier het voornaamste knelpunt. Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de geringe hoeveelheid van het areaal dat een depositietoename heeft kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe toename van 003 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH nutriëntenbeschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (behoud en verbetering van het oppervlak en de kwaliteit respecteivelijk) van dit H91D0 in Maasduinen. ,

,

H91E0C

,

Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

-

Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H91E0C heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een behoudsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig de trend in kwaliteit is stabiel. Het habitattype komt voornamelijk voor in het cluster bossen samen met H9120 H9190 H91D0 en H91F0. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over 3 deelgebieden voor. ,

,

,

Berekende toename aan stikstofdepositie Op 79% (295 ha) van het aanwezig areaal met H91E0C vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 695% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Dit is 549% van het totale areaal. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 004 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,

,

,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

40/91

Figuur 4. 13:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) (H91E0C).

Knelpunten Knelpunten voor het habitattype zijn stikstofdepositie vermesting en verdroging. Vermesting en verdroging hangen sterk met elkaar samen. Als gevolg van tegenstrijdige belangen vanuit de aangrenzende gebieden zoals landbouw Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Knelpunten voor het habitattype zijn stikstofdepositie vermesting en verdroging. Vermesting en verdroging hangen sterk met elkaar samen. Als gevolg van tegenstrijdige belangen vanuit de aangrenzende gebieden zoals landbouw maar ook afvoer van bebouwd gebied (Lommerbroek) is de hydrologische situatie niet optimaal. Verdroging van H91E0C leidt tot een verruiging van de struik- en kruidlaag en dominante vegetaties verdringen de bodemflora. Uiteindelijk kan door verdroging ook een verandering in de boomlaag plaatsvinden (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). Vermesting treedt op door atmosferische stikstofdepositie en meststoffen in het beekwater. Het beekwater bevat meststoffen afkomstig uit het stroomopwaarts liggende landbouwgebied. Via oppervlakkige afspoeling en uitspoeling komen de meststoffen in de beek terecht.

Vochtige alluviale bossen zijn van nature niet voedselarm maar de toename van stikstof door atmosferische stikstofdepositie in combinatie met een toename van fosfaat (beekwater) leidt in veel gevallen tot weelderige brandnetelgroei. Als er water in het bos blijft staan verdwijnt dat vaak onder een 100% kroosdek (Beheerplan145 2020). Verdroging versterkt de effecten van vermesting en leidt daarnaast tot verzuring waardoor basenminnende vegetatietypen worden verdrongen (Gebiedsanalyse-145 2017). Hoge stikstofdepositie vormt één van de ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

41/91

knelpunten maar verdroging lijkt het voornaamste knelpunt te zijn voor ,

H91E0C. Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H91E0C heeft een matige kwaliteit met een stabiele trend. Op 79% van het totale areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden toename van stikstofdepositie. De effecten van aanwezige knelpunten en de invloed ervan op het habitattype onder H9120 zijn ook toepasbaar voor H91E0C. Stikstofdepositie vormt één van de knelpunten voor het habitattype maar verdroging lijkt het voornaamste knelpunt te zijn en ook aanvoer van meststoffen vormt een belangrijk knelpunt. Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de geringe hoeveelheid van het areaal dat een depositietoename heeft kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe toename van 004 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH nutriëntenbeschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (behoudsdoelstelling van het oppervlak en de kwaliteit) van dit H91E0C in Maasduinen. ,

,

,

,

H91F0

-

Droge hardhoutooibossen

Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H91F0 heeft in het Natura 2000-gebied Maasduinen een behoudsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend De kwaliteit van het habitattype is matig de trend in kwaliteit is stabiel. Het habitattype komt voornamelijk voor in het cluster bossen samen met H9120 H9190 H91D0 en H91E0C. Hiertoe behoren ook een aantal habitatsoorten en vogelsoorten. Het komt in dit cluster verspreid over 3 deelgebieden voor. ,

,

,

Berekende toename aan stikstofdepositie Op 100% (1124 ha) van het aanwezig areaal met H91F0 vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 399% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 005 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,

,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

42/91

Figuur 4. 14:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op Droge hardhoutooibossen (H91F0).

Knelpunten Vanwege de samenhang tussen de habitattypen in hetzelfde cluster zullen veel van de knelpunten en gevolgen daarvan vaker benoemd worden onder de andere habitattypen in het cluster. Het habitattype H91F0 leidt onder verzuring als gevolg van de stikstofdepositie. De nutriënten voorraad in de bodem wordt op natuurlijke wijze aangevuld als gevolg van verwering van de bodem. Verzuring door menselijke activiteiten zorgt echter voor een versneld mobiel raken van kationen en daarmee ook de uitspoeling ervan. Omdat de bodem in de Maasduinen al nauwelijks tot geen buffering heeft is het effect van de verzuring enorm. Verder speelt vermesting een knelpunt voor het habitattype. Het beekwater bevat tegenwoordig meststoffen afkomstig uit het stroomopwaarts liggende landbouwgebieden. Via oppervlakkige afspoeling en uitspoeling komen de meststoffen in de waterloop terecht (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). ,

,

,

Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H91F0 heeft een matige kwaliteit met een stabiele trend. Op het gehele areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden toename van stikstofdepositie. De effecten van aanwezige knelpunten en de invloed ervan op het habitattype onder H9120 zijn ook toepasbaar voor H91F0. Stikstofdepositie vormt een knelpunt voor het habitattype maar vermesting door stikstofdepositie treedt in beperkte mate op en verdroging vormt ook hier het voornaamste knelpunt. Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de geringe hoeveelheid van het areaal dat een depositietoename heeft kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe toename van ,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

43/91

005 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH nutriëntenbeschikbaarheid) soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (behoudsdoelstelling van het oppervlak en de kwaliteit) van dit H91F0 in Maasduinen. ,

,

4. 4

,

Beoordeling habitatsoorten

Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het stikstofgevoelige leefgebied van 3 stikstofgevoelige habitatsoorten (zie onderstaande tabel). De leefgebieden van de in de onderstaande tabel ontbrekende soorten met een instandhoudingsdoelstelling binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie of er vindt geen toename aan stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelig leefgebied van deze soorten. Significant negatieve gevolgen voor deze overige habitatsoorten zijn daarom op voorhand uitgesloten. ,

,

,

,

Tabel 4. 6:

Soortcode

H1042 H1166 H1831

Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de leefgebieden van aangewezen soorten binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen. De tabel bevat enkel soorten met een projecteffect op het leefgebied ≥001 , mol N/ha/jaar. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS-Calculator (AERIUS 2024) en worden weergegeven in mol N/ha/jaar. Habitatsoort Leefgebied 1 KDW 2 Maximale achtergrond depositie 3 Gevlekte witsnuitlibel Kamsalamander Drijvende waterweegbree

H3130 H3130 H3130

500 500 500

2114 2114 2114

Maximaal effect 4

Maximaal relevant effect 5

002 , 002 , 002 ,

002 , 002 , 002 ,

1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename van stikstofdepositie binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12 2020) 2. KDW van het meest gevoelige habitat- of leefgebiedtype binnen het leefgebied van de kwalificerende soort volgens Wamelink et al. (2023) 3. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS-Calculator. kleuren betreffen: overschrijding KDW. 4. De maximale stikstofbijdrage op het leefgebied van de betreffende soort op basis van de meest recente versie van AERIUS-Calculator. 5. De maximale toename aan stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.

Voor de effectbeoordeling op de aangewezen stikstofgevoelige leefgebieden van habitatsoorten met een relevante toename aan stikstofdepositie (zie bovenstaande tabel) wordt de belangrijkste informatie samengevat in onderstaande tabel. ,

Tabel 4. 7:

Basisgegevens voor de effectbeoordeling van de toename van stikstofdepositie op leefgebieden van habitatsoorten binnen het Natura 2000-gebied Maasduinen.

Soortcode

Habitatsoort

Leefgebied 1

H1042

Gevlekte witsnuitlibel

H3130

Maximaal relevant effect 2

Areaal met relevant effect (ha) 3

Relevant t. o. v. totaal areaal (%) 4

002 ,

2886 ,

52%

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

44/91

Soortcode

Habitatsoort

Leefgebied 1

H1166 H1831

Kamsalamander Drijvende waterweegbree

H3130 H3130

Maximaal relevant effect 2

Areaal met relevant effect (ha) 3

Relevant t. o. v. totaal areaal (%) 4

002 , 002 ,

2886 , 2886 ,

52% 513% ,

1. De habitat- en/of leefgebiedtypen met een toename aan stikstoftoename binnen het leefgebied van de soort volgens de relatie-leefgebied tabel (BIJ12 2020). 2. Maximale toename aan stikstofdepositie in mol N/ha/jaar op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief het berekende stikstofeffect. 3. Totaal gekarteerd oppervlak met een relevante toename aan stikstofdepositie op basis van de meest recente habitattypenkaart (AERIUS 2024). 4. Het percentage aan areaal met een relevante toename aan stikstofdepositie ten opzichte van het totale areaal binnen het Natura 2000-gebied.

In de volgende paragrafen wordt de toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van iedere habitatsoort uit bovenstaande tabel beoordeeld. Zie bijlage 1 voor een algemene omschrijving per soort.

H1042

-

Gevlekte witsnuitlibel

Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de gevlekte witsnuitlibel in Natura 2000gebied Maasduinen is uitbreiding en verbetering van omvang en kwaliteit van het leefgebied en uitbreiding van de populatie. Huidig voorkomen en trend in populatie Gevlekte witsnuitlibel komt voor in alle deelgebieden maar de aantallen zijn op alle vindplaatsen laag. De habitatsoort komt voornamelijk voor in het cluster vennen en vochtige heide. De soort komt voor in alle deelgebieden. ,

Omschrijving leefgebied Het leefgebied van de Gevlekte witsnuitlibel heeft een grote overlap met verlandingsstadia binnen het habitattype Zwakgebufferde vennen en deels ook Zure vennen. Berekende toename aan stikstofdepositie Op 52% (2886 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de habitatsoort Gevlekte witsnuitlibel vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 002 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

45/91

Figuur 4. 15:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Gevlekte witsnuitlibel (H1042).

Knelpunten

Stikstofdepositie leidt tot afname van het leefgebied van de gevlekte witsnuitlibel. Verder is een te kleine populatie een knelpunt voor de soort. Voor duurzame levensvatbare populaties van Gevlekte witsnuitlibel wordt een aantal van ca. 1000 individuen per jaar aangehouden. Op geen van de locaties waar de soort wordt aangetroffen is hiervan sprake sterker nog. Behoudens de Ravenvennen worden op de andere locaties jaarlijks slechts enkele exemplaren aangetroffen en in sommige jaren lijkt de soort zelfs te ontbreken als imago (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). ,

,

Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Gevlekte witsnuitlibel is matig. Op 52% van het volledige areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. De populatie in de Maasduinen is afgenomen. Veel van de knelpunten benoemd onder H3130 zijn ook te benoemen als knelpunten voor deze habitatsoorten vanwege de overlap in leefgebied. Verdroging stikstofdepositie en versnippering vormen de voornaamste knelpunten voor de H1042. Daarnaast zijn er op het moment zeer weinig levensvatbare populaties van H1042 en ondervindt de soort druk dankzij predatie door exotische vissen. Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de druk vanuit knelpunten specifiek op de Gevlekte witsnuitlibel kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe toename van 002 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen op de bestaande populatie of op de kansen tot uitbreiding van deze habitatsoort binnen het aanwezige leefgebied. Het voorgenomen project zal ,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

46/91

daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering van omvang en kwaliteit van het leefgebied en uitbreiding van de populatie) van de H1042 in Maasduinen.

H1166

-

Kamsalamander

Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de kamsalamander in Natura 2000-gebied Maasduinen is uitbreiding en verbetering van omvang en kwaliteit van het leefgebied en uitbreiding van de populatie. Huidig voorkomen en trend in populatie Een goed beeld van de verspreiding is niet bekend. Van het deelgebied de Ravenvennen zijn de meeste waarnemingen bekend. Verder zijn er enkele waarnemingen bekend van gevangen exemplaren in vennen. De voedselarme vennen vormen echter marginaal leefgebied. De habitatsoort komt voornamelijk voor in het cluster bossen. Het is onbekend in hoeveel deelgebieden het voorkomt.

Omschrijving leefgebied Het voortplantingsleefgebied van de Kamsalamander bestaat uit wat voedselrijke poelen in cultuurgebied. Dergelijk leefgebied is slechts beperkt beschikbaar in de Maasduinen. Leefgebieden worden vooralsnog aangewezen in de vorm van vennen.

Berekende toename aan stikstofdepositie Op 52% (2886 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de habitatsoort Kamsalamander vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 002 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

47/91

Figuur 4. 16:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Kamsalamander (H1166).

Knelpunten Migratie barrières vormen een knelpunt voor de kamsalamander. Migratie door kamsalamanders vindt doorgaans plaats tot een afstand van maximaal 700 meter. Barrières bestaan uit verharde wegen brede wateren bebouwde terreinen intensief gebruikte graslanden en -akkers. Verder vormt introductie van vis in de voortplantingswateren een bedreiging voor de Kamsalamander. Vissen prederen op de eitjes en de larven waardoor er onvoldoende jonge aanwas overleeft om de populatie op peil te houden. In veel gevallen kunnen populaties zelfs als gevolg hiervan verdwijnen. De waterbiotopen waar Kamsalamanders binnen de begrenzing van het N2000-gebied Maasduinen voorkomen betreffen een aantal wateren waar habitattypen van de groep van Vochtige heiden voorkomt (vooral H3130 en H3160). Het beheer van deze vennen is gericht op het handhaven van zure of zwakgebufferde voedselarme situaties. Dit is niet conform met de optimale biotoopeisen van de Kamsalamander die de voorkeur geeft aan voedselrijke poelen met een dichte waterbegroeiing (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). ,

,

,

,

Beoordeling toename aan stikstofdepositie De kwaliteit van het leefgebied van de Kamsalamander is onbekend maar op basis van de habitattypen in zijn cluster kan het worden vastgesteld op matig tot slecht. Op 52% van het volledige areaal aan leefgebied is sprake van een relevante projectgebonden toename aan stikstofdepositie. De grote van de aanwezige populatie is onbekend er is alleen bekend dat er exemplaren aanwezig zijn in het deelgebied Ravenvennen. Veel van de knelpunten benoemd onder H9120 zijn ook te benoemen als knelpunten voor deze habitatsoorten vanwege de overlap in leefgebied. Verdroging stikstofdepositie en versnippering vormen de voornaamste knelpunten voor de H1166. ,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

48/91

Daarnaast ondervind de soort druk vanwege predatie door vissen in de voortplantingswateren en vindt er op het moment tegenstrijdig beheer plaats van de waterbiotoop. Het beheer op het moment is voornamelijk gericht op het handhaven van zure of zwakgebufferde voedselarme situaties en dit is niet conform de optimale biotoopeisen voor H1166. Op basis van de eerder genoemde knelpunten met een groter effect dan stikstofdepositie en de druk vanuit knelpunten specifiek op de Kamsalamander kan er met wetenschappelijke zekerheid worden uitgesloten dat in het kader van het bovenstaande een geringe toename van 002 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen op de bestaande populatie of op de kansen tot uitbreiding van deze habitatsoort binnen het aanwezige leefgebied. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding en verbetering van omvang en kwaliteit van het leefgebied en uitbreiding van de populatie) van de H1042 in Maasduinen. ,

H1831

-

Drijvende waterweegbree

Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor de drijvende waterweegbree in Natura 2000-gebied Maasduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied en behoud van de populatie. Huidig voorkomen en trend in populatie De staat van instandhouding van de drijvende waterweegbree in Maasduinen is ongunstig. Het aantal groeiplaatsen is afgenomen (Beheerplan-145 2020). De instandhoudingsdoelstelling wordt niet behaald. De habitatsoort komt voornamelijk voor in het cluster vennen en vochtige heide. Het komt in dit cluster verspreid over 2 deelgebieden voor. Er zijn buiten het Natura 2000gebied 2 grote groeiplaatsen aanwezig voor de soort. ,

Omschrijving leefgebied Drijvende waterweegbree groeit in uiteenlopende stilstaande of zwak stromende wateren zoals heide- en veenplassen duinplassen meren afgesloten rivierarmen laaglandbeken kanalen sloten en vijvers. Het best gedijt deze waterplant in water dat helder voedselarm of hooguit matig voedselrijk fosfaatarm en kalkarm is. Op sommige plaatsen bevat het water daarbij veel ijzer. In voedselrijkere omgeving staat de soort het meest op plaatsen met menging van regenwater met kwelwater. In specifieke omstandigheden namelijk bij een lage beschikbaarheid van fosfaat kan de drijvende waterweegbree nitraat- en ammoniakrijk water verdragen (Natura 2000-profielendocument; H1831). In Maasduinen heeft de drijvende waterweegbree geschikt leefgebied in het stikstofgevoelige habitattype Zwakgebufferde vennen (H313) en de stikstofgevoelige leefgebiedtypen Zwakgebufferde sloot (Lg03) en Zwakgebufferde vennen (L3130). De kwaliteit van het leefgebied is slecht (Beheerplan-145 2020). ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Berekende toename aan stikstofdepositie Op 513% (2886 ha) van het totale stikstofgevoelige leefgebied van de habitatsoort Drijvende waterweegbree vindt ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling een toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een toename aan stikstofdepositie ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale toename aan stikstofdepositie van 002 mol N/ha/jaar (zie onderstaand figuur). ,

,

,

,

,

,

Sweco | Ecologische beoordeling stikstofdepostie Broekhuizenvorst - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51030041 Datum 23-06-2025 Versie D4 Document referentie Ecologische beoordeling (51030041 D4) Broekhuizenvorst. docx

49/91

Figuur 4. 17:

De locatie in het Natura 2000-gebied Maasduinen met de maximale relevante toename aan stikstofdepositie op het leefgebied van Drijvende waterweegbree (H1831).

Knelpunten Knelpunten voor het voorkomen van de drijvende waterweegbree zijn stikstofdepositie verdroging en fosfaatbelasting. De drijvende waterweegbree gedijt het best in helder water dat voedselarm of hooguit matig voedselrijk fosfaatarm en kalkarm is (Natura 2000-profieldocument H1831). De drijvende waterweegbree is bestand tegen incidentele droogval maar langdurige droogval van vennen en/of oevers kan negatieve gevolgen hebben voor de soort (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). Stikstofdepositie leidt tot vermesting en verzuring van de groeiplaatsen. De optimale groeiomstandigheden nemen hierdoor af en de groeisnelheid van snelgroeiende waterplanten neemt ten gevolge van overbelasting door stikstofdepositie toe waardoor de drijvende waterweegbree verdrongen wordt. Hetzelfde gebeurt als gevolg van een te hoge fosfaatbelasting. Door bemesting van het oppervlaktewater met fosfaat vanuit nabije landbouwgronden zijn fosfaatconcentraties te hoog. De achteruitgang van de drijvende waterweegbree wordt hier voor een belangrijk deel aan toegeschreven (Natuurdoelanalyse Maasduinen 2022). ,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15847773/1