03e Omgevingseffectrapport HadM Definitief
Tekst van het document
Referentie
Realisatie Natuurnetwerk Nederland
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
≈
≈
≈
↑
Biodiversiteit Biodiversiteit wordt getoetst op basis van de mate van soorten diversiteit in de gemeente. Nederland verliest biodiversiteit door klimaatverandering, verlies van leefgebieden, overexploitatie en vervuiling. De gemeente Horst aan de Maas heeft als doel gesteld om in 2030 het verlies aan biodiversiteit om te keren naar herstel, door biodiversiteit en landschappelijke identiteit centraal te stellen in het beheer en de inrichting van de openbare ruimte. De agrarische sector wordt aangemoedigd om de stap te zette naar natuur inclusieve landbouw. In scenario 1 zullen de groene buffers rondom bedrijventerreinen en overgangszones van de kernrandgebieden rondom dorpen voor meer biodiversiteit zorgen. Ook het terugdringen van het vee kan een positief effect hebben. Daarom is er sprake van een positieve verandering van het kwaliteitsniveau ten opzichte van de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘groen’. Scenario 2 gaat niet in op de biodiversiteit, daarom zal er geen effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Dit scenario behoudt kwaliteitsniveau ‘geel’. In scenario 3 zal in combinatie met natuur- en landschapsontwikkeling de waterrecreatie tot bloei komen in het natuurgebied. De waterrecreatie zone kan zorgen voor meer diversiteit aan soorten.
Aangezien er in scenario 3 sprake is van een positief effect ten opzichte van de referentiesituatie, verbetert het kwaliteitsniveau naar ‘groen’. In scenario 4 worden alle verschillende natuurgebieden met elkaar verbonden middels ecologische verbindingen, wat een positief effect zal hebben op de biodiversiteit. Daarnaast wordt de hoeveelheid natuur- en bosgebied substantieel uitgebreid. Ook het terugdringen van het vee kan een positief effect hebben. Daarom is er sprake van een positieve verandering van het
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 61/109
kwaliteitsniveau ten opzichte van de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘groen’. Beoordelingscriteria
Referentie
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
↑
≈
↑
↑
Biodiversiteit
6.7
Energie en circulariteit
In de onderstaande tabel zijn de beoordelingen van de scenario’s met betrekking tot het thema energie en circulariteit samengevat. Beoordelingscriteria
Referentie
Duurzame energiesystemen Emissie broeikasgas (CO2) Circulariteit
Scenario 1: Gezondheid
Scenario 2: Sociaal
Scenario 3: Innovatie en specialisatie
Scenario 4: bodem en water sturend
↓ ↑ ≈
↓ ≈ ≈
↓ ↑ ↑
≈ ↑ ≈
Duurzame energiesystemen Het criterium ‘duurzame energiesystemen’ wordt getoetst aan het aandeel hernieuwbare energie in vergelijking met de EU doelstellingen. De gemeente zet vooral in op energiebesparing. Er zijn enkele concrete plannen met betrekking tot de opwekking van hernieuwbare energie, deze lopen maar tot 2030 terwijl in 2050 100% van de gebruikte energie hernieuwbaar moet zijn. Er wordt daarom verwacht dat de plancapaciteit niet voldoende zal zijn om de EUdoelstellingen te halen. Scenario 1 en 2 gaan niet in op duurzame energieopwekking. De gebieden die in KODE zijn aangegeven voor de ontwikkeling van zonne- en windenergie zijn in de scenario’s niet opgenomen en ook niet op een andere locatie aangeduid. Omdat de plannen die de gemeente had al niet toereikend zouden zijn voor het behalen van de EU-doelstellingen, wordt dit gezien als een verdere verslechtering. Het kwaliteitsniveau blijft gelijk aan de referentiesituatie, ondanks dat sprake is van een licht negatief effect. Scenario 3 zet in op innovatie, waarbij ook duurzame oplossingen voor energie ontwikkelt en gebuikt zullen worden voor de glastuinbouw. Dit zal voor een klein deel uit duurzame energieopwekking bestaan. Bestaande ontwikkelgebieden vanuit KODE komen ook in dit scenario echter niet terug. Hierdoor is er sprake van een verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie.
Het kwaliteitsniveau blijft ‘oranje’, met een negatief effect. Scenario 4 heeft als uitgangspunt een zo zuiver mogelijk landschap. Dit betekent dat er geen zonnevelden, windmolens en andere vormen van duurzame energie in het buitengebied komen. De opwek van duurzame energie
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 62/109
vindt plaats in het transformatiegebied Greenport, hierdoor is er meer zicht op ontwikkelmogelijkheden zoals ook opgenomen in KODE. Het kwaliteitsniveau blijft echter ‘oranje’, omdat er ten opzichte van de referentiesituatie weinig verandert. Er is wel sprake van minder ruimte voor duurzame opwek, maar daar staat tegenover dat er nadrukkelijk aandacht is voor opslag en een slim energie-ecosysteem.
Beoordelingscriteria
Referentie
Duurzame energieopwekking
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
↓
↓
↓
≈
Emissie broeikasgassen De emissie broeikasgassen wordt getoetst aan de reductie van de uitstoof van CO2. Op basis van de reductiedoelstellingen uit het Klimaatakkoord. De gemeente Horst aan de Maas heeft als doelstelling om in 2050 energieneutraal te zijn. In haar duurzaamheidsprogramma stelt de gemeente de volgende ambitie: We sturen op daling van de CO2-footprint van de agrarische sector conform het landelijke Klimaatakkoord. Er wordt verwacht dat de uitstoot van broeikasgassen de komende decennia af zal nemen. Er is echter wel een risico dat de doelstelling van een daling van 55% t.o.v. 1990 in 2030 niet wordt gehaald. In scenario 1 zullen bedrijven moeten verduurzamen. De bedrijven met milieuimpact verplaatsen naar de bedrijventerreinen die buiten de overgangszone van het kernrandgebied liggen. Er zal meer groen in en rond de kernen komen. Daarnaast zal het aanleggen van snelfietsroutes mensen stimuleren om de fiets te pakken in plaats van gemotoriseerd vervoer. Ook het vee wordt teruggedrongen in de buitengebieden. Deze veranderingen zullen de emissie van broeikasgassen verminderen. Daarom is sprake van een positieve verandering van het kwaliteitsniveau ten opzichte van de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘groen’. Scenario 2 heeft het doel om onder andere de lokale samenleving te versterken.
Door veel lokaal te doen, kan dit voor een vermindering van broeikasgassen zorgen. Echter is dit effect klein en daarom zal het kwaliteitsniveau gelijk blijven met de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. In scenario 3 zullen agro en food bedrijven kunnen uitbreiden, daarbij wordt ingezet op (technische) innovaties, zoals vertical farming en duurzame oplossingen voor energie. Binnen de glastuinbouw wordt naar innovaties gekeken. Daarom blijft het kwaliteitsniveau gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. Wel is sprake van een klein positief effect. In scenario 4 zullen kassen geconcentreerd worden in het transformatiegebied Greenport, waarbij de teelt van snijbloemen niet in het scenario past. Door vertical farming is minder grond nodig om dezelfde hoeveelheid gewassen/planten te verbouwen. Ook het vee wordt teruggedrongen in de buitengebieden. Deze veranderingen verminderen naar verwachting de emissie van broeikasgassen. Daardoor blijft het kwaliteitsniveau ondanks een licht positieve verandering gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 63/109
Beoordelingscriteria
Referentie
Emissie broeikasgassen
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
↑
≈
↑
↑
Circulariteit In haar duurzaamheidsprogramma schets de gemeente Horst aan de Maas de ambitie om toe te werken naar een volledig circulaire economie in 2050. De gemeente focust op twee aspecten: kringlooplandbouw en afvalinzameling. Het criterium wordt daarom getoetst op afvalinzameling en kringlooplandbouw. Scenario 1, 2 en 4 gaan niet in op circulariteit, daarom zal er geen effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Deze scenario’s behouden het kwaliteitsniveau ‘geel. In scenario 3 wordt ingezet op innovatie, wat hand in hand gaat met circulariteit. In het buitengebied zal het agrarisch productielandschap ten bate van Greenport zijn, wat een vorm is van kringlooplandbouw. Het kwaliteitsniveau blijft ondanks het positieve effect gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. Beoordelingscriteria
Referentie
Circulariteit: afvalinzameling en kringlooplandbouw
6.8
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
≈
≈
↑
≈
Klimaat
In de onderstaande tabel zijn de beoordelingen van de scenario’s met betrekking tot het thema klimaat samengevat. Beoordelingscriteria
Referentie
Hittestress
Droogtestress
Waterveiligheid
Vernatting en wateroverlast
Scenario 1: Gezondheid
Scenario 2: Sociaal
Scenario 3: Innovatie en specialisatie
Scenario 4: bodem en water sturend
↑ ≈ ≈ ≈
↑ ≈ ≈ ≈
↓ ↑ ≈ ↓
↑ ↑ ↑ ↑
Hittestress Hittestress wordt getoetst aan het aantal tropische nachten (> 20 °C). De temperatuur stijgt, het gemiddeld aantal tropische dagen in Nederland neemt toe en het hitte-eiland effect wordt sterker. Het is te verwachten dat deze
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 64/109
stijgingen doorzetten als gevolg van klimaatverandering ook in gemeente Horst aan de Maas. In scenario 1 zullen er groene overgangszones van de kernrandgebieden liggen rond dorpskernen en bedrijventerreinen. Ook de kernen van de grote dorpen zullen vergroend worden, door extra en kwalitatief hoogwaardige parken aan te leggen. Dit zal de hittestress verminderen. Het kwaliteitsniveau verbetert ten opzichte van de referentiesituatie, maar blijft ‘geel’. In scenario 2 zullen er in elke dorp groene ontmoetingslocaties zijn. Door meer groene locaties in de kernen zal hittestress afnemen. Het kwaliteitsniveau verbetert ten opzichte van de referentiesituatie, maar blijft ‘geel’. In scenario 3 breiden bedrijventerreinen uit en worden er in de drie grote kernen woningen bijgebouwd. Daarnaast breidt Horst uit tot Hôrs City waar ook Meterik, Hegelsom en Melderslo toe zullen behoren. De verstedelijking heeft meer hittestress tot gevolg. Het kwaliteitsniveau blijft ten opzichte van de referentiesituatie ‘geel’, met een negatief effect, omdat er geen aandacht is voor verkoelende maatregelen. In scenario 4 worden nieuwe woningen gebouwd aan de mooie zijde van de dorpen. De hoeveelheid natuur- en bosgebied wordt uitgebreid. Er is meer ruimte voor water bij de Maas en de beekdalen zijn vrij van gebouwde functies.
Het kwaliteitsniveau verbetert ten opzichte van de referentiesituatie, maar blijft ‘geel’. Beoordelingscriteria
Referentie
Hittestress
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
↑
↑
↓
↑
Droogtestress Droogtestress wordt getoetst aan de mate van risico op droogtestress in de gemeente. Er wordt verwacht dat het neerslagtekort voornamelijk in de zomer zal toenemen als gevolg van klimaatverandering. Richting 2050 neemt de droogtestress naar verwachting aanzienlijk toe, vooral op hogere zandgronden en in gebieden met rivier- en zeeklei. Ook in de gemeente zal droogtestress toenemen, vooral aan de oostzijde van de gemeente. In het gemeentelijke duurzaamheidsprogramma stelt de gemeente water te willen bufferen in het buitengebied om natuur en de agrarische sector te laten floreren. In scenario 1 zullen er groene overgangszones van de kernrandgebieden liggen rond dorpskernen en bedrijventerreinen, waardoor er meer water vastgehouden wordt rondom de bebouwde gebieden. De problemen liggen vooral in de natuurgebieden, maar specifieke maatregelen om hiermee om te gaan worden in het scenario niet genoemd. Het kwaliteitsniveau blijft daarom gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. Scenario 2 is vergelijkbaar met scenario 1. De groene ontmoetingslocaties zullen zorgen voor meer waterberging. Er worden geen specifieke maatregelen voor de natuurgebieden genoemd. Daarom blijft het kwaliteitsniveau ‘geel’. In scenario 3 wordt waterrecreatie uitgebreid bij de recreatieve as van de Peelbergen en bij de recreatieplas bij Tienray.
Deze natte gebieden zullen naar verwachting een positieve invloed hebben op droogtestress in de daarvoor gevoelige gebieden. Omdat er sprake is van een kans, blijft het kwaliteitsniveau
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 65/109
gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. Wel is sprake van een klein positief effect. Scenario 4 is water en bodem sturend waarbij er meer ruimte voor water is, onder andere bij de Maas en in de beekdalen. Daarnaast wordt het natuurgebied Mariapeel ingezet voor het herstel van het bodem- en watersysteem. Een belangrijk uitgangspunt is een goede sponswerking van de bodem. Ten oosten van dit natuurgebied komt een overgangszone om het water zo lang en zo goed mogelijk vast te kunnen houden. Dit scenario is het meest effectief in het omgaan met droogtestress in daarvoor gevoelige gebieden. Daarom is sprake van een positieve verandering van het kwaliteitsniveau ten opzichte van de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘groen’. Beoordelingscriteria
Referentie
Droogtestress
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
≈
≈
↑
↑
Waterveiligheid Waterveiligheid wordt getoetst aan de kans op overstromingen vanuit rivieren of regionale wateren. Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor waterveiligheid. Zo zullen er in de toekomst vaker piekafvoeren en hoge waterstanden in de Maas voorkomen. Daarnaast lopen er twee projecten om de waterveiligheid te verbeteren en de dijken aan te passen aan de verwachte klimaatverandering. De waterveiligheid zal in de toekomst verhogen. Door haar ligging aan de Maas en de onzekerheden die dit met zich meebrengt, is de kans op een overstroming in dit gebied echter altijd aanwezig. Scenario 1, 2 en 3 gaan niet in op waterveiligheid en de projecten die worden uitgevoerd, daarom zal er geen extra effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Deze scenario’s behouden het kwaliteitsniveau ‘groen’. In scenario 4 is er meer ruimte voor water en worden natte gebieden ingevuld met functies die daarvoor geschikt zijn. Door de hoge grondwater- en oppervlaktewaterstand moet het dorp Evertsoord transformeren. Daarnaast wordt het watersysteem in het natuurgebied de Mariapeel hersteld. Het kwaliteitsniveau bij scenario 4 zal licht verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie, maar blijft ‘groen’. Beoordelingscriteria
Referentie
Waterveiligheid
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
≈
≈
≈
↑
Vernatting en wateroverlast Vernatting en wateroverlast wordt getoetst op basis van de waterdiepte bij een hevige bui. In de toekomst neemt als gevolg van klimaatverandering de kans op wateroverlast toe, wat tot grote risico’s leidt. De gemeente Horst aan de Maas heeft in haar duurzaamheidsprogramma opgenomen dat de gemeente in 2050 klimaatbestendig en water robuust is ingericht en dat grote hoeveelheden water in het buitengebied afgevoerd en gebufferd worden.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 66/109
In scenario 1 zal er niet veel meer ruimte komen voor waterbuffering ten opzichte van de referentiesituatie. De aanleg van groene buffers kan bijdragen aan een betere waterberging. Het lijkt momenteel niet de intentie om deze groene buffers voor waterberging te ontwikkelen. Het kwaliteitsniveau blijft gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘oranje’. Scenario 2 gaat niet in op wateroverlast, daarom zal er geen effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Dit scenario behoudt kwaliteitsniveau ‘oranje’. In scenario 3 breiden bedrijventerreinen uit en worden er in de drie grote kernen woningen bijgebouwd. Daarnaast breidt Horst uit tot Hôrs City waar ook Meterik, Hegelsom en Melderslo toe zullen behoren. Door de verstedelijking is er meer kans op wateroverlast. Het kwaliteitsniveau blijft gelijk aan de referentiesituatie, ondanks dat sprake is van een licht negatief effect. Scenario 4 is water en bodem sturend waarbij er meer ruimte voor water is, onder andere bij de Maas en in de beekdalen. Daarnaast wordt het natuurgebied Mariapeel ingezet voor het herstel van het bodem- en watersysteem. Een belangrijk uitgangspunt is een goede sponswerking van de bodem. Ten oosten van dit natuurgebied komt een bufferzone om het water zo lang en zo goed mogelijk vast te kunnen houden. Dit kan voor minder wateroverlast zorgen.
Het kwaliteitsniveau bij scenario 4 zal licht verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie, maar blijft ‘oranje’. Beoordelingscriteria
Referentie
Wateroverlast
6.9
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
≈
≈
↓
↑
Samenvatting effectbeoordelingen
In onderstaande tabel zijn alle effectbeoordelingen samengevat weergegeven. Op basis hiervan is ook het wiel van brede welvaart per scenario weergeven (zie paragraaf 6.1).
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 67/109
Scenario 1: Gezondheid
Scenario 2: Sociaal
Scenario 3: Innovatie en specialisatie
Scenario 4: bodem en water sturend
Woningaanbod en behoefte
≈
↑
≈
≈
Leefbaarheid
↑ ↑
↑ ↑
↓ ≈
≈ ≈
↑
≈
↑
↑
≈
≈
↑
↑
≈ ↑ ≈ ≈ ≈ ↑ ↑ ↑ ↑ ↑
↑ ↑ ↑ ≈ ≈ ≈ ≈ ↑ ≈ ↑
↑ ≈ ↑ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈
≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ↑ ↓ ≈
Afstand tot openbaar groen Bereikbaarheid sporten speelplekken
↑
↑
≈
≈
↑
↑
≈
≈
Landschap
Natura 2000-gebieden
≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈
≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈
≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ↓
↑ ↑ ≈ ↑ ↑ ↑
Natuurnetwerk Nederland
≈
≈
≈
↑
Biodiversiteit
↑
≈
↑
↑
Duurzame energiesystemen Emissie broeikasgas (CO2)
↓
↓
↓
≈
↑
≈
↑
↑
Circulariteit
Waterveiligheid
≈ ↑ ≈ ≈
≈ ↑ ≈ ≈
↑ ↓ ↑ ≈
≈ ↑ ↑ ↑
Vernatting en wateroverlast
≈
≈
↓
↑
Beoordelingscriteria
Referentie
Voorzieningenniveau Bedrijventerreinen en werkgelegenheid Vitaliteit agrarische sector Toerisme en recreatie Wandel- en fietsnetwerk Openbaar vervoer Autobereikbaarheid Verkeersveiligheid Geluid Luchtkwaliteit Geur Lichtoverlast Veiligheid
Cultuurhistorie Archeologie Water Bodemkwaliteit
Hittestress Droogtestress
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 68/109
6.10 Mitigatie, compensatie en aanbevelingen Voor enkele van de benoemde thema’s er ook mitigerende of compenserende maatregelen opgesteld, om het negatieve effect te compenseren. Daarnaast zijn er aanbevelingen om het positieve effect te versterken. Openbaar vervoer In scenario 3 wordt het OV uitgebreid, met twee stations en een OV lus langs de hotspots. Wanneer dit plan uitgebreid wordt met hoogwaardige verbindingen naar de kernen, zal het kwaliteitsniveau nog verder verbeteren. Bereikbaarheid sport- en speelplekken In scenario 1 wordt als aanbeveling meegegeven dat de overgangszone van de kernrandgebieden verrijkt kunnen worden met sport- en speelvoorzieningen. Deze toevoeging zal een extra positief effect hebben op de beweegvriendelijkheid van de omgeving. In scenario 2 kan het kwaliteitsniveau verder verbeteren door meer nadruk te leggen op sport en spel en deze te integreren binnen sociale ontmoetingslocaties. Daarnaast kunnen er nieuwe ontmoetingslocaties gecreëerd worden met aandacht voor sporten en spelen. Emissie broeikasgassen In scenario 3 kan het plan om te innoveren verder uitgebreid worden met concretere doelstellingen. Er kan gekeken worden hoe en welke duurzame oplossingen voor energie ingezet kunnen worden en hoeveel impact dat heeft. Dat zal het kwaliteitsniveau nog verder verbeteren.
Hittestress In scenario 3 is er verstedelijking te zien in de drie grote kernen. Er kan bij de inrichting rekening worden gehouden met maatregelen om de stad bestand te maken tegen hittestress. Dat zal het kwaliteitsniveau nog verder verbeteren. Wateroverlast In scenario 4 is er meer ruimte voor water en het bodem- en watersysteem. Een aandachtspunt voor dit scenario is om te kijken hoe het water door de gehele gemeente goed verdeeld wordt om wateroverlast te voorkomen. En om het watersysteem duurzaam en toekomstbestendig te maken.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 69/109
7
Dilemma’s
Dit hoofdstuk beschrijft een aantal aanbevelingen vanuit milieuoptiek ten aanzien van dilemma’s de onderzoekscenario’s ten behoeve van de Omgevingsvisie. Deze dilemma’s hebben betrekking op verschillende domeinen, waaronder de afmetingen van overgangszone van de kernrandgebieden rond bedrijven en dorpen, de positionering van agrarische bedrijven, de balans tussen natuur en recreatie, woonontwikkelingen en duurzame energie. Hierbij wordt ingegaan op mogelijke effecten waar de gemeente rekening mee kan houden in de verdere ontwikkeling van de Omgevingsvisie.
7.1
Overgangszone kernrandgebieden
Een overgangszone van de kernrandgebieden is cruciaal om een veilige afstand tussen veehouderijen en woonkernen te waarborgen. Een minimale afstand van 250 meter wordt aanbevolen voor veehouderijen en 2000 meter voor geitenhouderijen, vanwege het verhoogde risico op longontsteking 1. De grootte van een dorp zou geen invloed moeten hebben op de maat van de zone, aangezien het gaat om het beschermen van de buitenste woningen. Voor zowel kleine als grotere dorpen kan dus de bovenstaande zone aangehouden worden. Significante gezondheidsrisico’s die spelen bij agrarische bedrijven, voornamelijk veehouderijen, zijn onder meer geurhinder, luchtvervuiling (fijnstof) en verspreiding van zoönosen. Het is aan te raden om te spreken over gezondheidsrisico’s, aangezien het bij overgangszones van de kernrandgebieden gaat over de gezondheid van inwoners.
7.2
Bedrijven: juiste functie op de juiste plek
Het CBS hanteert de volgende indeling voor bedrijven: microbedrijf (tot en met 9 werkzame personen), kleinbedrijf (10-49 werkzame personen), middenbedrijf (50-249 werkzame personen) en grootbedrijf (meer dan 250 werkzame personen)2.
Er is geen eenduidige logische indeling in milieu-impact/ gezondheidsrisico’s in groot, middelgroot en klein. Nieuwe bedrijven zouden idealiter niet in het buitengebied geplaatst moeten worden, maar in speciaal daarvoor bestemde concentratiegebieden. Voor de komst van de Omgevingswet was er wel het zogenaamde “groene boekje” waarin milieucategorieën voor bedrijven werden benoemd. Daarbij was echter geen onderscheid in omvang van de bedrijven maar wel een onderscheid in de omvang van de milieu-impact van bedrijven, met name op het gebied van geluid, veiligheid en geur. In de ruimtelijke 1
https://www.nivel.nl/nl/publicatie/veehouderij-en-gezondheid-omwonenden-iii-longontsteking-denabijheid-van-geiten-en 2 https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/diversen/2021/het-nederlandse-midden-en-kleinbedrijf-europeesvergeleken?onepage=true / https://www.mkbservicedesk.nl/salesmarketing/marktonderzoek/informatie-over-het-mkb-midden-en-kleinbedrijf-in-nederland
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 70/109
ordening van bedrijventerreinen werd daarvoor onderstaande richtafstandentabel gehanteerd.
Veel bedrijven vallen in de categorie 1 t/m 3. De wat zwaardere industrie begint bij categorie 4. Ter indicatie: glastuinbouw valt in milieucategorie 3. Uitgegaan kan worden van 3.1 waarbij geluid de meest bepalende milieufactor is. Andere mogelijke milieufactoren kunnen zijn: lichthinder, de opslag en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en het lozen van afvalwater op oppervlakte water en of riool. Vertical farming heeft potentieel door een efficiënter ruimtegebruik, minder waterverbruik en verminderde afhankelijkheid van weersinvloeden. Bovendien kunnen transportfrequenties verminderd worden door slimme locaties uit te kiezen. De keerzijde is echter dat het duur is en meer energie vereist (meer
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 71/109
verlichting, complexere verwarming of verkoeling). Door meer automatisering kan het leiden tot minder werkgelegenheid 3. Het vernieuwen van oude kassen biedt kansen voor duurzaamheid en technologische vooruitgang. Bovendien zorgt het dat je kunt kiezen voor nieuwe locaties ten opzichte van de huidige, maar dit gaat wel gepaard met aanzienlijke investeringskosten. Het onderscheid maken op bestaande bedrijventerreinen tussen gebieden binnen de overgangszone van de kernrandgebieden en daarbuiten is nodig. Door bedrijven met significante gezondheids- of milieurisico's te identificeren en te verplaatsen naar locaties die buiten deze overgangszones vallen, kan de blootstelling van inwoners aan potentiële effecten verminderd worden. Dit vereist een gedegen inventarisatie van de bedrijven en het bepalen van hun impact op de omgeving. Voor zover bekend zijn bestaande bedrijventerreinen al zodanig gezoneerd (op basis van bovenstaande milieucategorieën) dat effecten voor inwoners al zoveel mogelijk beperkt zijn. Bij het concentreren van agrarische bedrijven met een grote milieu-impact in het Landbouw Ontwikkelingsgebied (LOG-gebied), kan de impact op het milieu en de volksgezondheid in meer dichtbevolkte gebieden beperkt worden. Het LOGgebied biedt de mogelijkheid om deze bedrijven te clusteren, waardoor er beter toezicht en beheer mogelijk is.
Dit zou op zijn beurt kunnen leiden tot een verhoogde efficiëntie in milieubeheer en een verlaging van de gezondheidsrisico's voor de omwonenden. Het essentieel om de effecten te overwegen van het exclusief toestaan van grote bedrijven met een aanzienlijke milieu-impact in of nabij Greenport. Dit kan potentiële gezondheidseffecten hebben op de nabijgelegen dorpen Grubbenvorst en Sevenum. Deze dorpen zouden, afhankelijk van de exacte locatie van bedrijven, binnen de overgangszone van de kernrandgebieden kunnen vallen. Dit is op basis van de huidige zoneringen niet te verwachten, maar bij uitbreidingen (van kernen of bedrijventerrein) wel een aandachtspunt. Het is daarom van belang om een zorgvuldige afweging te maken van de voordelen van economische ontwikkeling tegen de noodzaak om de gezondheid van de inwoners te beschermen.
7.3
Agrarische Bedrijven: juiste functie op de juiste plek
Voor zover bekend zijn de toepassing van bestrijdingsmiddelen en bemesting van invloed op de waterkwaliteit en dienen in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW) hier maatregelen op de te worden genomen. De exacte omvang van de maatregelen in dit gebied is thans niet bekend. Het principe van water en bodem sturend is niet in te vullen met alleen technische maatregelen. Het gaat hier juist om de juiste functie op de juiste plek mede bekeken vanuit de ondergrond. De agrarische sector is zeer divers en daarmee is ook de impact op de omgeving sterk afhankelijk van de soort activiteiten. Momenteel zijn het telen van één gewas, overmatig gebruik van
3
Van Gerrewey, T., Boon, N., & Geelen, D. (2021). Vertical farming: The only way is up?. Agronomy, 12(1), 2.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 72/109
kunstmest en intensieve veehouderij het meest schadelijk voor het (herstel van het) natuurlijke bodem- en watersysteem. Technische innovatie kan hierbij een rol spelen, maar is niet de enige oplossing. Het is van belang om een diversiteit in de landbouw te stimuleren en overmatig gebruik van kunstmest en monoculturen te verminderen.
7.4
Balans natuur en recreatie
Routegeleiding kan kwetsbare natuurgebieden beschermen door recreanten naar minder kwetsbare gebieden te leiden. De effectiviteit van natuurpoorten en de maatvoering van overgangszones van natuurgebieden (bijvoorbeeld 250 of 500 meter) zijn van belang om de kwaliteit van natuurgebieden te waarborgen. Over het algemeen zal voor de natuur gelden dat hoe groter de overgangszone zonder milieubelastende en/of recreatieve activiteiten, hoe beter het is. Maar ook een zone van 100 meter zal naar verwachting al positieve effecten hebben. Voor De Peel zal vooral de hydrologie bepalend zijn. Het handhaven van een stabiel waterpeil zal het meest bepalend zijn voor een goede buffer. Daar wordt al aan gewerkt door Staatsbosbeheer.
7.5
Wonen
Bij inbreiding met hoogbouw blijven groene buffers zoveel mogelijk behouden en is er minder nieuwe infrastructuur nodig, maar dit kan leiden tot inpassingsproblemen in bestaande buurten. Door een meer “verstedelijkt” karakter kan de leefbaarheid onder druk komen. Daarnaast stelt de gemeente wel dat bij inbreiding ook groen moet worden toegevoegd wat positief is voor de leefomgeving. Uitbreiding met laagbouw kan ten koste gaan van groene buffers en vereist nieuwe infrastructuur. Verschillen in omgevingseffecten tussen bouwen voor de regio of voor eigen behoefte zijn er niet, tenzij dit leidt tot andere aantallen. In dat geval zijn de effecten dus gerelateerd aan de kwantiteit en de beschikbaarheid van ruimte daarvoor. Een optimale spreiding van nieuwbouw wordt als meest positief gezien, met name omdat dit voor de woonomgeving het meest positief is en het mogelijk ook kan bijdragen aan een beter voorzieningenniveau in de kleinere kernen. Het “alleen bouwen op gezonde locaties” wordt als het goed is al voldoende gewaarborgd door wet- en regelgeving en kan de nadruk leggen op uitbreiding. Een goede balans tussen inbreiden en uitbreiden is ook van belang. Alleen bouwen nabij bestaande infrastructuur lijkt weinig toegevoegde waarde te leveren. De nadruk komt hierbij op bouwen nabij de snelwegen, omdat er slechts 1 station aanwezig is.
Dit leidt tot uitdagingen op het gebied van geluid en luchtkwaliteit. Omdat er al sprake is van een goede autobereikbaarheid in het algemeen voor de gemeente, heeft dit niet de voorkeur vanuit milieuperspectief.
7.6 •
Duurzame Energie
Blijft het doel overeind om 30% van de energievraag duurzaam en lokaal op te wekken?
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 73/109
• •
Willen we als gemeente nog kijken naar windmolens en zonnevelden op andere locaties? Hoe willen we duurzame energie opwekken?
Ten aanzien van duurzame energie blijft de vraag relevant of de doelstelling om 30% van de energievraag duurzaam en lokaal op te wekken, overeind blijft. Gezien de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn zal de gemeente dit doel overeind moeten houden. Ook de mogelijke plaatsing van windmolens en zonnevelden op alternatieve locaties dient in overweging genomen te worden. Hierbij moet worden opgemerkt dat zonnevelden nog maar beperkt mogelijk zijn en er nadrukkelijker naar windenergie dient te worden gekeken omdat dit op dit moment de beste mogelijkheden biedt om grootschalig duurzaam energie op te wekken. Gezien de netcongestie-problematiek bieden combinaties van wind met zon en opslag natuurlijk ook goede kansen. Vanuit bovenstaand perspectief blijft het plan vanuit KODE voor windenergie zeker relevant, voor zon minder. De combinatie van windenergie met transformatiegebieden geeft ook goede mogelijkheden, alleen is de toepassing van windenergie op of bij bedrijventerreinen een studie op zich, omdat inpassing alleen onder bepaalde voorwaarden van externe veiligheid mogelijk is. De combinatie met zon en lokaal gebruik is ook een optie.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 74/109
8
Voorkeursscenario Omgevingsvisie
Dit hoofdstuk beschrijft het voorkeursscenario, dat is samengesteld op basis van de beoordeling van verschillende scenario’s en het doorlopen participatieproces. Hierbij zijn meer integrale keuzes gemaakt, zijn de thema’s economie en toekomstbestendige landbouw verder uitgewerkt en zijn overgangszones van de kernrandgebieden rondom de dorpen en de potentiële nieuwbouwlocaties voor woningen verder uitgewerkt. In dit hoofdstuk worden de thema’s in het voorkeursscenario, wat de Omgevingsvisie wordt, omschreven en worden de effecten van dit scenario ten opzichte van de referentiesituatie beschreven.
8.1
Beschrijving voorkeursscenario
Figuur 8-1 Visiekaart Omgevingsvisie
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 75/109
De leefomgeving is gezond en veilig Ambitie/doel: In 2040 zijn we een gezonde en veilige gemeente waar iedereen kan sporten, bewegen, spelen en recreëren in een prettige, veilige omgeving. Daarvoor en ook voor de klimaatbestendigheid leggen we extra groen en waterbergingen aan. We bevorderen brede welvaart en een gezonde levensstijl. Daarbij gaan we uit van het begrip ‘positieve gezondheid’: niet gezond worden als je ziek bent, maar preventie en wat mensen wél kunnen, ook bij beperkingen. We kiezen voor multifunctionele beweegplekken en voor een groene dooradering van de verschillende kernen. In onze visie hebben we een veelzijdig aanbod van sport en bewegen. In 2040 zijn er 16 vitale kernen met een sterke sociale basis, waar mensen elkaar ontmoeten, hulp en zorg beschikbaar zijn en iedereen kan meedoen. De sterke sociale basis betekent Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 76/109
o.a. dat we een goede samenwerking hebben met zorgverleners en maatschappelijke organisaties en dat er laagdrempelige voorzieningen zijn waar inwoners op kunnen terugvallen. Het is belangrijk dat iedereen kan meedoen en dat er in ieder dorp ruimte is om elkaar te ontmoeten. We zijn ervan overtuigd dat een veelzijdig aanbod nieuwe sociale verbanden oplevert, die bestaande netwerken aanvullen en verbinden, het langer leven van ouderen in een goede gezondheid bevordert en verveling, eenzaamheid en overlast tegengaat. Een uitnodigende en toegankelijke openbare ruimte draagt bij aan de sociale veiligheid. We zorgen ook voor een veilige leefomgeving. Keuzes: • • • • • •
Gezondere gebieden; Nieuwe woongebieden op gezonde en veilige plekken; Meer ruimte voor groen, gelegenheid om te bewegen en ruimte voor ontmoeting in de dorpen; Stimuleren fietsen en wandelen in de dorpen en tussen de dorpen en natuurgebieden; Overgangszones van de kernrandgebieden rond dorpen voor gezondheidsbevordering, gezondheidsbescherming en vermindering van gezondheidsrisico’s; Gezondere en veiligere leefomgeving: o Schone bedrijfsvoering bij bedrijven; o Veilige schoolroutes; o We passen de kernwaarden van veiligheid toe.
Figuur 8-2 Visiekaart 'de leefomgeving is gezond en veilig'
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 77/109
Woningen en voorzieningen naar behoefte Ambitie/doel: In 2040 hebben we voldoende woningen gebouwd en aangepast, waardoor het aanbod aansluit op de demografische veranderingen en de woningbehoefte in de dorpen. Inwoners kunnen daardoor in hun eigen omgeving blijven wonen in verschillende levensfases. Zo behouden we de sociale cohesie. Naast de eigen behoefte hebben we ook andere inwoners kunnen huisvesten, die zijn afgekomen op de werkgelegenheid in de regio en het prettige woonklimaat van onze gemeente. Met extra woningbouw op goed bereikbare plekken hebben we de concurrentie op de woningmarkt tussen onze inwoners en regionale woningzoekenden verlaagd en ook de druk op het wegennet weten te beperken. Het woningaanbod is duurzaam, van hoge kwaliteit en er is wat te kiezen. Mede door de groei naar behoefte zijn in 2040 de basisvoorzieningen in de dorpen op orde. Keuzes: • • • •
• •
We vangen de eigen woonbehoefte en regionale woningdruk op. Evenwichtige verdeling van woningen over de kernen met een plus in centrumkernen Een gevarieerd woningaanbod Juiste woning op de juiste plek: o ruimte voor gestapelde bouw en groene nieuwe woonwijken o minder fraaie plekken en ongewenste functies transformeren Inzetten op ontmoetingsplekken in de dorpen en wijken Voorzieningen bereikbaar houden.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 78/109
Figuur 8-3 Visiekaart 'woningbouwkansen'
De economie is duurzaam en waardevol voor de samenleving Ambitie/doel: Wij zijn in 2040 nog altijd een ondernemende gemeente. We zijn meer dan nu gespecialiseerd en hebben met ondernemers gewerkt aan circulaire, groene en duurzame bedrijventerreinen. Op onze bedrijventerreinen kennen we een gezonde doorstroming, zodat er ruimte is voor startende en groeiende bedrijven. Onze ondernemers zijn in staat om binnen de gemeente door te groeien en een belangrijke speler te blijven of te worden op regionaal, landelijk en internationaal niveau. We hebben in de toekomst meer focus in onze economie. Door focus aan te brengen kunnen we ons beter specialiseren en hoogwaardige innovatieve werkgelegenheid bieden en kunnen we ons beter inzetten voor circulaire bedrijventerreinen. Onze werkgelegenheid sluit aan bij het lokale arbeidsaanbod en opleidingsniveau en opleidingen sluiten aan op de aanwezige werkgelegenheid. Keuzes: •
Meer focus in economische sectoren
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 79/109
• • • •
Werkgelegenheid meer passend bij het arbeidsaanbod van de gemeente en de regio Ruimte voor de ontwikkeling van bedrijven Ontwikkelen van leer-werk-cluster nabij station Horst-Sevenum. Klimaatbestendige, circulaire en veilige bedrijventerreinen
Figuur 8-4 Visiekaart 'De economie is duurzaam en waardevol voor de samenleving'
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 80/109
Toekomstbestendige landbouw Ambitie/doel: In 2040 hoort Horst aan de Maas bij de meest toekomstgerichte, toekomstbestendige en innovatieve landbouwgebieden van Nederland. De landbouwsector is en blijft een van de belangrijke economische sectoren van ons als plattelandsgemeente en is aan aanjager van onze sterke lokale MKB en agrofood bedrijven. Mede door onze goede gronden wordt op (inter)nationaal topniveau geboerd, zonder dat we daarbij de unieke kenmerken van ons landschap zijn verloren. Ook binnen de ontwikkeling richting kringlooplandbouw is het gelukt om een koploperspositie in te nemen. Door technische innovatie en nieuwe verdienmodellen voor maatschappelijke diensten hebben we een goede balans gevonden tussen de ontwikkeling van de landbouw en andere functies in onze gemeente, zoals de kwaliteit van de natuur, het bodem- en watersysteem en de gezonde leefomgeving. We willen ook in de toekomst een sterke agrarische sector en zoeken met de sector naar mogelijkheden om de grote opgaven van deze tijd te beantwoorden en onze koploperspositie te behouden. We zetten ook voor de toekomst in op een diverse agrarische sector en streven naar het sluiten van kringlopen binnen de agrarische sector. Diversiteit maakt ons ook naar de toekomst minder kwetsbaar (landbouwsectoren fluctueren door de tijd) en diversiteit houdt ook op lange termijn onze economie sterk.
Bovendien zijn we ervan overtuigd dat verschillende soorten landbouw elkaar versterken en kunnen aanjagen in verduurzaming en het sluiten van kringlopen. Keuzes: • • •
Het sluiten van kringlopen en verlagen van de milieudruk; Ontwikkelruimte voor de landbouw; Juiste landbouwfunctie op de juiste plek.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 81/109
Figuur 8-5 visiekaart 'toekomstbestendige landbouw'
Sterk Toeristisch-recreatief profiel voor rust en plezierzoekers Ambitie/doel: In 2040 is Horst aan de Maas een echte recreatiegemeente voor rust- en plezierzoekers. Het vermaak is gebundeld in het recreatieve cluster De Peelbergen. Van de rust kan kleinschalig recreatief genoten worden in het buitengebied, waarbij kwetsbare natuur ontzien wordt. Het Maasgebied heeft een bijzondere aantrekkingskracht dankzij het netwerk van kleinschalige recreatieve functies hier. Keuzes: • • • • •
Bundeling: versterken toeristisch recreatieve cluster De Peelbergen; Spreiding: kleinschalige recreatieparels in het buitengebied. We verbinden kleine toeristische parels tot parelsnoer en versterken van de routenetwerken; Beleefbaar en toegankelijk maken van erfgoed en cultuurhistorie. We maken meer werk van de beleving van en rondom de Maas en het Maasdal; Afgebakende ruimte voor recreatie in natuurgebieden; Een gezonde en veilige recreatieve omgeving.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 82/109
Figuur 8-6 Visiekaart 'een sterk toeristisch-recreatief profiel voor rust- en plezierzoekers
Identiteit door herkenbare landschappen en erfgoed In 2040 zijn landschap en erfgoed dragers van de omgevingskwaliteit en identiteit van Horst aan de Maas. De goede beleefbaarheid van archeologie, gebouwd erfgoed en (cultuur)landschap zorgt ervoor dat onze roots goed bekend zijn bij onze inwoners en recreanten. En dat zij hier ook trots op zijn. Ons waardevolle erfgoed is goed bewaard gebleven, deels door bescherming en deels door behoud door ontwikkeling. Er is altijd maatwerk geleverd, waarbij op basis van goede kennis het erfgoed is bekeken in samenhang met de gebouwde omgeving of het landschap. We werken als gemeente samen met de samenleving, waaronder de agrariërs, aan herkenbare, aantrekkelijke landschappen, die (mede) voortkomen uit het natuurlijke bodem- en watersysteem. Keuzes: • • • • •
Zorgen voor herkenbare, aantrekkelijke landschappen; Eigenheid en kwaliteit dorpen en linten behouden en/of versterken; Erfgoed voor iedereen beleefbaar en toegankelijk maken; Cultuurhistorische ensembles en landschappen; Goed maatwerk op basis van kennis.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 83/109
Figuur 8-7 Visiekaart 'identiteit door herkenbare landschappen en erfgoed'
Horst aan de Maas is groen en duurzaam Ambitie/doel: In 2040 heeft Horst aan de Maas bijzondere en veelzijdige natuur in een aaneengesloten natuur- en groenstructuur met gevarieerde leefgebieden voor droge en natte soorten. Kwetsbare natuurgebieden zijn beschermd door overgangszones. De biodiversiteit is sterk verbeterd en het natuurlijke bodemen watersysteem is op orde. Er is een goede balans tussen natuurbescherming en recreatief gebruik. In 2050 is Horst aan de Maas klimaatneutraal, klimaatbestendig en natuurinclusief. Hiertoe wekken we lokaal zonne- energie op en hebben we een energiesysteem dat opwek, gebruik en opslag combineert. Mobiliteit wordt steeds duurzamer o.a. door stimulering van openbaar vervoer, fietsen en wandelen. Keuzes: • • • •
Bodem- en watersysteem zijn mede sturend; Verbinden van de natuurgebieden; Overgangszones rondom kwetsbare natuurgebieden; Meer biodiversiteit in het landelijk gebied door: o Versterking van de groenblauwe dooradering;
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 84/109
• •
o Meer natuurinclusieve landbouw. Balans tussen natuur en recreatie: o Gebiedsgerichte accenten op natuur en/of recreatie; o Sturen op recreantenstroom via ijkpunten. Duurzaam energiesysteem met opwek, gebruik, opslag en omslag gecombineerd;
Figuur 8-8 Visiekaart 'Horst aan de Maas is groen en duurzaam'
Onze mobiliteit is op orde Ambitie/doel: In 2040 zijn de belangrijkste economische gebieden goed en veilig bereikbaar. Er zijn minder verkeersslachtoffers waardoor de gevoelde en feitelijke verkeersveiligheid is verbeterd. Iedereen kan voorzieningen zelf of samen bereiken. In en buiten de kernen is een balans tussen bereikbaarheid voor alle modaliteiten en de leefbaarheid. In de toekomst zetten we als gemeente in op een fijnmazig multimodaal vervoerssysteem om alle dorpen en wijken verkeersveilig bereikbaar te houden en goed aangesloten te blijven op voorzieningen en bedrijven in de regio en daarbuiten.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 85/109
Keuzes: • Verduurzamen van de mobiliteit door het verminderen van het autogebruik en het stimuleren van ov, fietsen en wandelen (STOMP-principe) zodanig dat iedereen zelf of samen voorzieningen kan bereiken. • Het versterken van de vervoersknoop station Horst-Sevenum door hier meer te gaan ontwikkelen, en de relaties met en tussen de dorpen te versterken • Verbeteren van de ontsluiting van bedrijventerreinen en waar mogelijk scheiden van verkeersstromen om de verkeersveiligheid te vergroten.
8.2
Effectbeoordeling wonen en werken
Beoordelingscriteria
Referentie
Woningaanbod en behoefte
Leefbaarheid
Voorzieningenniveau
Bedrijventerreinen en werkgelegenheid Vitaliteit agrarische sector
Toerisme en recreatie
Voorkeursscenario
↑ ≈ ↓ ↑ ↑ ≈
Woningaanbod en behoefte In het voorkeursscenario wordt de woningopgave evenwichtig over alle kernen gespreid om zo kansen te bieden om in het eigen dorp oud te worden, maar ook voor starters om een eerste woning te kopen. Voor de regionale vraag bovenop op het woningbouwprogramma, wordt extra gebouwd in enkele centrale kernen: • Horst en omgeving. Dit is de meest centraal gelegen kern, die goed bereikbaar is via de snelweg en het spoor. Bovendien kent Horst het meest uitgebreide voorzieningenniveau. Met extra woningbouw kunnen wordt de centrumfunctie van Horst verder uitgebouwd. • Sevenum. Sevenum is eveneens een centrum-dorp, maar wordt omringd door waardevolle landschappen en beekdalen. De mogelijkheden voor uitbreiding zijn hier beperkter, maar de mogelijkheden die er zijn kunnen worden benut. Er wordt ingezet op een gevarieerd aanbod van woningen. Om een passend woningaanbod voor iedereen in elke levensfase te bieden, kiest de gemeente voor veel variatie in woningtypes en woonmilieus. Ten minste twee derde van alle nieuw te bouwen woningen wordt betaalbaar gebouwd: een derde als
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 86/109
sociale huurwoningen en een derde als betaalbare koopwoning. Op kleine schaal liggen er kansen om de bestaande woningvoorraad diverser te maken via onder meer woningsplitsing, woningdelen, kangoeroe- en (pré)mantelzorgwoningen. In eerste instantie wordt gezocht naar kansen voor verdichting binnen de kernen. Aanvullend worden zoekgebieden aangewezen voor uitbreidingslocaties. Er wordt gekozen voor dorpse ‘hoogbouw’. De hoogte hangt af van de plek en vormgeving van de bebouwing. In de Omgevingsvisie worden verschillende uitgangspunten meegegeven rondom gestapelde bouw zoals het beschermen van bestaande hoogteaccenten en hoofdstructuren. Het gebied Meterik-Horst-Hegelsom-Sevenum is uitermate geschikt voor het toevoegen van woongebieden. Hier liggen de juiste voorzieningen voor een goed woon-werk-zorg klimaat. In de Omgevingsvisie worden verschillende maatregelen benoemd om het woningaanbod passend te maken voor de bewoners en regionale behoefte. Bovendien worden er in de visie verschillende inbreiding- en uitbreidingslocaties aangewezen. Het kwaliteitsniveau verandert naar ‘groen’. Leefbaarheid Veel inwoners van gemeente Horst aan de Maas wonen graag in een dorp, omdat inwoners elkaar daar kennen en er naar elkaar omgekeken wordt. Vanuit het principe woningen en voorzieningen naar behoefte wordt er in elk dorp één rode en/of groene ontmoetingsplek gerealiseerd.
Een park en een sportveld zijn voorbeelden van groene ontmoetingslocaties. Een buurthuis, sporthal, café en een multifunctionele accommodatie zijn voorbeelden van rode ontmoetingslocatie. Ontmoeten is belangrijk voor de sociale binding en verhoogt de leefbaarheid. De woningopgave wordt gespreid over de kernen. Deze spreiding biedt kansen om in het eigen dorp oud te worden, maar ook voor starters om hun eerste woning in het dorp te kopen. Met deze spreiding wil de gemeente de sociale cohesie, de bestaande voorzieningen en het verenigingsleven maximaal ondersteunen. Op deze manier draagt het voorkeursscenario bij aan de leefbaarheid in de kernen. Door deze maatregelen zal de leefbaarheid in de gemeente iets toenemen. Het kwaliteitsniveau zal voor het voorkeursscenario verbeteren en ‘groen’ blijven. Voorzieningenniveau Vanuit het principe woningen en voorzieningen naar behoefte wordt er gesteld dat in 2040 de basisvoorzieningen in de dorpen op orde is. Vanuit de dorpen zijn de meeste voorzieningen goed bereikbaar en van hoge kwaliteit, waarbij sommige voorzieningen gebundeld zijn. Door verdergaande bundeling van voorzieningen en investeringen in de openbare ruimte heeft elk dorp één of meerdere goede ontmoetingsplekken. Daarnaast zijn Horst en Sevenum de centrumdorpen waar, kunst, cultuur, horeca en niet-dagelijkse winkelvoorzieningen te vinden zijn.
De basisvoorzieningen op orde en het bundelen van sommige voorzieningen zal een positief effect hebben op het voorzieningenniveau. Er wordt echter niet gesproken over de toenemende druk op medische en onderwijsvoorzieningen. Hierdoor kan het kwaliteitsniveau voor het voorkeursscenario iets verminderen, maar wel ‘geel’ blijven.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 87/109
Bedrijventerreinen en werkgelegenheid In het voorkeursscenario wordt de focus gelegd op bedrijventerreinen, op het lokale MKB en op bedrijven in de agrofood en agrotech. Het lokale MKB is belangrijk, omdat deze mede voorzien in een lokale behoefte (van consumenten of andere bedrijven) en ook bovengemiddeld vaak betrokken zijn bij het lokale maatschappelijke leven. De agroketen sluit aan op het sterke agrarische karakter van de gemeente. Deze bedrijven kunnen elkaar aanvullen en versterken. Er wordt gekozen voor een agrocluster vanwege het streven naar meer innovaties en daarmee meer hoogwaardige werkgelegenheid. Op de bedrijventerreinen wordt ingezet op meer schuifruimte voor bedrijven. Zo krijgen kleinschalige groeiende bedrijven de mogelijkheid om naar een bedrijventerrein door te stromen en grotere en groeiende technische, logistieke en agrofood bedrijven de mogelijkheid om door te stromen naar grotere locaties. In de toekomst wordt gestreefd naar verschillende bedrijvenlocaties met elk een eigen profiel, variërend van kleinschalige locaties voor lichte bedrijvigheid tot grotere locaties voor zwaardere bedrijvigheid. De gemeente kiest voor een blijvende revitalisering om bedrijventerreinen aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden.
Vrijkomende locaties kunnen daarbij gesplitst worden om ruimte te bieden aan startende en groeiende lokale bedrijven en op lange termijn kleine en middelgrote locaties beschikbaar te houden. Door station Horst-Sevenum te ontwikkelen tot OV-knooppunt wil de gemeente de economie versterken. Daartoe wil de gemeente verschillende kwadranten rond het station gaan benutten. De westzijde is een plek voor een leer- en werkcluster dat zich kan ontwikkelen tot een campus. Er is ruimte voor dienstverlening, onderwijs, kennis- en onderzoeksbureaus en (lokale) startups. De nabijheid van de Brightlands Campus Greenport Venlo kan versterkend werken. Bij het ov-knooppunt Horst-Sevenum is beperkt ruimte voor kleinschalige consumentgerichte activiteiten als daar behoefte aan is. In het voorkeursscenario wordt Greenport Venlo verder ontwikkeld tot innovatief economisch cluster. Dankzij de regionale samenwerking en strategische visie worden Klaver 7 en 11 ook benut voor de lokale, doorgroeiende bedrijven uit de gemeente Horst aan de Maas. Hierdoor is de complete gemeentelijke doorstroming van bedrijven op gang gekomen en hebben ook de lokale ondernemers weer ontwikkelmogelijkheden en toekomstperspectief. Er is sprake van een positief effect op ‘bedrijventerreinen en werkgelegenheid’ ten opzichte van de referentiesituatie als gevolg van het voorkeursscenario.
Door het stimuleren van doorgroeien en het ontwikkelen van een werk- en leergebied en focussen op scholing wordt een verbetering ten opzichte van de referentiesituatie verwacht naar kwaliteitsniveau ‘groen’. Naast de bedrijven op bedrijventerreinen zijn de landbouw, de toeristischrecreatieve sector en de zorg belangrijke sectoren in de economie van Host aan de Maas.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 88/109
Vitaliteit agrarische sector De vitaliteit van de agrarische sector is een belangrijk thema in het voorkeursscenario. Er zijn verschillende maatregelen genoemd om de referentiesituatie te verbeteren, die met de volgende keuzes te maken hebben: -
Het sluiten van kringlopen en verlagen van de milieudruk De gemeente zet in op een toekomstbestendige landbouwsector die geen uitspoeling en emissies meer kent en die op de lange termijn haar kringlopen weet te sluiten. Het sluiten van kringlopen kan op verschillende manieren. Enerzijds kunnen agrariërs kiezen voor natuurinclusieve vormen van kringlooplandbouw. Anderzijds kan een agrariër kiezen voor meer hoogproductieve vormen van kringlooplandbouw. Ontwikkelruimte voor de landbouw Om de koploperspositie in verschillende landbouwsectoren te behouden is ontwikkelruimte nodig. Deze ontwikkelruimte wordt goed afgestemd op andere belangen in het landelijke gebied, zoals natuur en landschap, de woonkwaliteit en andere functies. Hierbij worden het water- en bodemsysteem en de waardevolle landschappen als uitgangspunt meegenomen. De gemeente streeft ernaar om in het hele landelijke gebied de landbouw meer in balans te brengen met de natuurlijk ondergrond, waarbij water en bodem meer sturend worden. Gronden met een hoge natuurlijke vruchtbaarheid worden zoveel mogelijk ingezet voor grondgebonden vormen van landbouw. In een deel van het buitengebied wordt ingezet op het langer vasthouden van water door op termijn de waterstanden te verhogen. Het gaat daarbij om beekdalen en natte buffers rondom kwetsbare waterafhankelijke natuurgebieden.
Grasland of teelten die goed omgaan met vochtige omstandigheden worden op deze plekken gestimuleerd. Voor glastuinbouw zijn er specifieke glastuinbouwontwikkelingsgebieden vastgelegd in het bestemmingsplan. In de visie van de gemeente blijven deze ontwikkelingsmogelijkheden voor de lange termijn behouden. Buiten deze glastuinbouwontwikkelingsgebieden wordt nieuwvestiging niet mogelijk gemaakt om daarmee de kwaliteit van het landschap te behouden. Als de glastuinbouwontwikkelgebieden op termijn te weinig groeimogelijkheden bieden, dan ziet de gemeente kansen voor de inzet van het LOG Witveld voor glastuinbouw. Boomteelt is een belangrijke sector binnen de gemeente. Bomen zijn belangrijk voor klimaatadaptatie en het landschap. De gemeente beschikt over gunstige gronden voor deze teelt. Het gebruik van teeltondersteunende voorzieningen wordt gezien als een logisch onderdeel van de bedrijfsvoering, omdat het onze bedrijven concurrerender maakt op de wereldmarkt. Daarom krijgt elk boomteeltbedrijf de mogelijkheid om containervelden te realiseren als onderschikt onderdeel van een grondgebonden bedrijf. Met name voor veehouderijen wordt ingezet op verduurzaming. In de overgangszones van de kernrandgebieden rondom de dorpskernen wordt hier extra aandacht aan besteed.
In de zone van 250 meter rondom dorpskernen wordt alleen meegewerkt aan de ontwikkeling van veehouderijbedrijven als dit leidt tot een verbetering van de milieusituatie. Horst aan de Maas stelt daarnaast een ruim beleid in voor hergebruik van vrijkomende agrarische erven om daarmee omschakeling of verplaatsing van functies financieel mogelijk te maken. Rondom natuurgebieden worden ook overgangszones aangelegd.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 89/109
Nieuwe bedrijven met hoge ammoniak- en/of stikstofemissies zijn uitgesloten in de nabijheid van deze kwetsbare natuurgebieden. Bedrijven die ongewenst zijn in de overgangszones van natuurgebieden zijn intensieve veehouderijen, biogasinstallaties met mestverwerking, mestopslag en -verwerking. Dit geldt voor intensieve veehouderijen met pluimvee, varkens, runderen en geiten. De bestaande intensieve veehouderijen in de overgangszones van natuurgebieden moeten hun ammoniakemissies sterk reduceren of beëindigen. Voor 2040 wordt ingezet op intensiveren van glastuinbouwgebieden op en nabij de Greenport. Door te intensiveren wordt in de bestaande glastuinbouwgebieden schuif-ruimte gecreëerd voor lokale doorgroeiende glastuinbouwbedrijven, die geen ontwikkelingsruimte hebben op hun huidige locatie. Ten opzichte van de referentiesituatie biedt het voorkeursscenario verschillende maatregelen en plannen om de agrarische sector vitaler te maken. Er is daarom een positief effect ten opzichte van de referentiesituatie. De druk op de sector blijft echter bestaan en zal naar verwachting richting 2040 niet afnemen. Het kwaliteitsniveau verandert naar ‘geel’. Toerisme en recreatie In het voorkeursscenario worden verschillende uitgangspunten genoemd die effect hebben op toerisme en recreatie.
De gemeente wil werken aan een betere verbinding tussen dorpen en natuurgebieden door betere fietsverbindingen aan te leggen en de toegankelijkheid van landschappen aan te pakken. De Peelbergen is een uniek gebied in de gemeente Horst aan de Maas dat bekend staat om zijn veelzijdigheid en groeiende aantrekkingskracht. Het gebied is een trekpleister voor recreatie, sport en toerisme en huisvest enkele toonaangevende voorzieningen, zoals het hippisch centrum Grandorse, attractiepark Toverland, Turfhoeve en diverse vakantieparken. De gemeente streeft niet naar meer bezoekers en toeristen in onze gemeente, maar naar meer kwaliteit zonder dat de druk op de wegen en natuurgebieden toeneemt. Om De Peelbergen ook in de toekomst en op drukke piekmomenten bereikbaar te houden voor inwoners, ondernemers en hulpdiensten, zet de gemeente in op actieve mobiliteit en openbaar vervoer voor de bezoekers. Recreatieve fiets- en wandelroutes: de ontbrekende schakels en veiligheidsknelpunten in ons het recreatieve netwerk worden gezocht en verbetert om actief recreatief verkeer te stimuleren. Op het gebied van recreatie wordt ook ingezet op spreiding door kleinschalige recreatieparels in het buitengebied tot ontwikkeling te laten komen.
De gemeente streeft om sterke relaties met het lokale MKB en maatschappelijke organisaties te leggen, zodat toeristisch recreatieve bedrijven meer samenhang met de lokale economie, de energie-transitie, natuurbeheer en landschapsontwikkeling krijgen. Binnen natuurgebieden werkt Horst aan de Maas met een extensieve zone en een gebruikszone om zo het intensieve gebruik van de natuur te concentreren In het voorkeursscenario wordt veel aandacht besteed aan recreatie- en toerisme. Het betrekken van lokale ondernemers en het scheiden van intensieve en extensieve recreatie zorgen ervoor dat het kwaliteitsniveau groen blijft.