03e Omgevingseffectrapport HadM Definitief
Tekst van het document
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 90/109
8.3
Effectbeoordeling bereikbaarheid
Beoordelingscriteria
Referentie
Voorkeursscenario
↑ ↑ ↓ ↑
Wandel- en fietsnetwerk
Openbaar vervoer
Autobereikbaarheid
Verkeersveiligheid
Wandel- en fietsnetwerk Het voorkeursscenario richt zich op positieve gezondheid en het aanmoedigen en aantrekkelijk maken van bewegen. Wandelaars en fietsers krijgen binnen de dorpen voorrang. Door gebruik van het STOMP-principe krijgt wandelen (stappen) de hoogste prioriteit, gevolgd door fietsen (trappen), openbaar vervoer, deelvervoer en als laatste de privéauto. Bovendien wordt tussen de dorpen en natuurgebieden ingezet op betere fietsverbindingen en ook tussen de dorpen en station Horst-Sevenum. Rondom het station worden snelfietsroutes gecreëerd, waarmee zowel woon- als werkfuncties goed bereikbaar zijn, waaronder routes naar de Greenport, Park de Peelbergen en de bikelane naar Grientsveen. Bovendien is er meer aandacht voor veiligheid. Zo worden rondom concentratiegebieden hoogproductieve landbouw routes aangewezen waar de fiets voorop staat. Belangrijke schoolroutes bestaan uit vrij liggende en/of afgeschermde fietspaden en rustige wegen zonder landbouwverkeer. Ten opzichte van de referentiesituatie verbetert het wandel- en fietsnetwerk in het voorkeursscenario en blijft kwaliteitsniveau ‘groen’ behouden. Openbaar vervoer In het voorkeursscenario wordt gesteld dat openbaar vervoer gestimuleerd wordt. Inclusieve mobiliteit is een belangrijke voorwaarde om iedereen mee te laten doen in de maatschappij.
Echter is het in de gemeente financieel niet haalbaar om elk dorp met de bus frequent aan te doen. Er wordt daarom ingezet op private initiatieven. De gemeente faciliteert het elkaar helpen. Alternatieve vervoersconcepten als een buurtauto, vrijwilligerscollectief van beltaxi’s, goede e-bikevoorzieningen en bezorgdiensten zijn nodig om maatwerk te kunnen leveren. In het voorkeursscenario wordt ook gekeken naar het verplaatsen van functies naar plekken die beter bereikbaar zijn. Zo denkt de gemeente bijvoorbeeld aan het creëren van een onderwijs-kenniscampus bij het NS-station HorstSevenum. Het verplaatsen van bijvoorbeeld de houtbouw school zou passend zijn. Op die locatie in de kern Horst passen beter woningen. Het bedrijventerrein dat er al ligt zou meer bedrijvigheid moeten hebben dat baat heeft bij een treinstation. Dus meer starters, kenniswerkers, startups. En daaromheen een schil van woningen voor jongeren en studenten.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 91/109
Middels deze maatregelen zal het bestaande openbaar vervoer beter benut worden en wordt er naar mogelijkheden gezocht om het openbaar vervoer te verbeteren en toegankelijker te maken. Het kwaliteitsniveau ten opzichte van de referentiesituatie verbetert naar verwachting naar kwaliteitsniveau ‘geel’. Autobereikbaarheid Belangrijk uitgangspunt in het voorkeursscenario is dat de wijken en dorpen toegankelijk blijven voor de auto. Er wordt daarentegen wel ingezet op het verminderen van autogebruik in de gemeente en het stimuleren van OV, fietsen en wandelen zoals hiervoor benoemd. In de dorpen betekent dit dat fietsers en wandelaars voorrang krijgen. Dit kan een licht negatief effect veroorzaken op de autobereikbaarheid, maar omdat het uitgangspunt is dat de dorpen nog wel goed toegankelijk blijven voor de auto zal dit effect meevallen. In de referentiesituatie scoort de autobereikbaarheid goed en de verwachting is dat er in het voorkeursscenario een licht negatief effect optreedt maar dat de autobereikbaarheid wel op niveau ‘groen’ blijft. Verkeersveiligheid In het voorkeursscenario wordt veel aandacht besteed aan verkeersveiligheid. Voor recreatieve fiets- en wandelroutes wordt onderzocht wat de ontbrekende schakels en veiligheidsknelpunten in het recreatieve netwerk zijn. Deze worden verbeterd om actief recreatief verkeer te stimuleren.
De gemeente vindt het heel belangrijk dat de jeugd veilig naar school kan fietsen. Dit betekent dat in 2040 de belangrijke schoolroutes bestaan uit vrij liggende en/of afgeschermde fietspaden en rustige wegen zonder landbouwverkeer en vrachtverkeer naar bedrijven. Dit is uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma van het Mobiliteitsprogramma 2025-2035. Om veiligheid te waarborgen, wordt er in het voorkeursscenario gestreefd om zwaar verkeer zoveel mogelijk buiten de dorpen te houden en wordt voorzien in alternatieve routes waar nodig. Bovendien wordt ingezet op een goede bereikbaarheid voor hulpdiensten. Deze maatregelen laten zien dat verkeersveiligheid een belangrijk thema is binnen het voorkeursscenario. Ten opzichte van de referentiesituatie die goed scoort wordt verwacht dat het voorkeursscenario een verbetering laat zien.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 92/109
8.4
Effectbeoordeling gezonde en veilige leefomgeving
Beoordelingscriteria
Referentie
VKA
Geluid
Luchtkwaliteit
Geur
Lichtoverlast
Veiligheidsbeleving
Afstand tot openbaar groen
Bereikbaarheid sport- en speelplekken
↑ ≈ ↑ ≈ ↑ ↑ ↑
Geluid In het voorkeursscenario worden overgangszones rondom kwetsbare natuurgebieden aangelegd om natuur te beschermen. De groene overgangszones kunnen geluid van zowel wegverkeer als van bedrijven absorberen en bedrijven buiten de zones rond de kernen worden meer geconcentreerd op de bedrijventerreinen, waardoor deze voor minder geluidshinder zullen zorgen. Vanuit het principe ‘de leefomgeving is gezond en veilig’ wordt voor het bouwen van nieuwe woongebieden gekozen voor gezonde locaties met geen of een lage milieubelasting. Hiermee wordt gekozen voor een scheiding tussen meer milieubelastende functies en wonen. Milieubelastende functies zijn bijvoorbeeld bedrijven met een hoge milieucategorie, drukke wegen, het spoor en intensieve veehouderijen. Ten opzichte van de referentiesituatie zullen geluid van zowel wegverkeer als van bedrijven voor minder hinder zorgen in de kernen door de overgangszone van de kernrandgebieden. Ook het stimuleren van fietsen en wandelen kunnen bijdragen aan het verminderen van autoverkeer en daarmee gepaard gaande geluidshinder. Het kwaliteitsniveau bij het voorkeursscenario zal verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie naar ‘groen’. Luchtkwaliteit Vanuit het principe ‘de leefomgeving is gezond en veilig’ wordt voor het bouwen van nieuwe woongebieden gekozen voor gezonde locaties met geen of een lage milieubelasting.
Hiermee wordt gekozen voor een scheiding tussen meer milieubelastende functies en wonen.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 93/109
In de overgangszones rondom de kernen worden geen nieuwe bedrijven in een hogere milieucategorie toelaten en groeiende bedrijven worden verleidt om naar bedrijventerreinen te verhuizen. Veehouderijbedrijven die door emissies invloed hebben op de gezondheid van omwonenden worden alternatieve ontwikkelmogelijkheden geboden. In de overgangszones van de kernrandgebieden wordt actief gestreefd naar verbetering van de luchtkwaliteit. Bedrijven die emissies kennen, die de kwaliteit van de lucht beïnvloeden wordt bij een uitbreidingsvraag gevraagd deze emissies te verlagen. De gemeente is aangesloten bij het Schone Lucht Akkoord en werkt toe naar het behalen van de WHO-advieswaarden. Landbouw en dan met name de veehouderijen, verkeer en houtstook blijken de belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging te zijn in de gemeente. Het verminderen van emissies uit deze bronnen is essentieel voor het verbeteren van de luchtkwaliteit en de volksgezondheid in Horst aan de Maas. Daarom wordt ingezet op verduurzaming van landbouw (met name de veehouderijen), verkeer en bedrijventerreinen en het verminderen van fijnstofuitstoot door houtstook. Uit onderzoek en adviezen van de GGD blijkt dat voor de meeste gangbare veehouderijen een afstand van 250 meter moet worden aangehouden ten opzichte van kwetsbare functies als wonen en scholen e.d.
Buiten die zone zijn de grootste gezondheidsrisico’s als gevolg van de uitstoot van fijnstof, endotoxinen en zoönose weggenomen. Daarom wordt in een zone van ongeveer 250 meter rondom de dorpskernen een overgangszone kernrandgebied aangewezen. Voor geitenhouderijen wordt op basis van adviezen van de GGD een afstand van 2 kilometer geadviseerd. In die zone worden alleen veehouderijbedrijven toegelaten als dit leidt tot een verbetering van de milieusituatie. Omdat het hier in hoofdzaak om autonome ontwikkelingen gaat, zal in het voorkeursscenario kwaliteitsniveau ‘groen’ behouden blijven. Geur Vanuit het principe ‘de leefomgeving is gezond en veilig’ wordt voor het bouwen van nieuwe woongebieden gekozen voor gezonde locaties met geen of een lage milieubelasting. Hiermee wordt gekozen voor een scheiding tussen meer milieubelastende functies en wonen. In de overgangszones van de kernrandgebieden rondom de kernen worden geen nieuwe bedrijven in een hoge milieucategorie toegelaten en groeiende bedrijven worden verleidt om naar bedrijventerreinen te verhuizen. Veehouderijbedrijven die door emissies invloed hebben op de gezondheid van omwonenden worden alternatieve ontwikkelmogelijkheden geboden. In de overgangszones van de kernrandgebieden zijn geen nieuwe en/of uitbreidingen van intensieve veehouderijen (pluimvee, varkens en runderen).
Rondom geitenhouderijen wordt het GGD-advies uit 2021 van 2 kilometer aangehouden. Deze maatregelen hebben naar verwachting een positief effect en leiden voor het voorkeursscenario tot kwaliteitsniveau ‘groen’. Lichtoverlast In het voorkeursscenario wordt ingezet op het intensiveren van glastuinbouw op en rondom Greenport. Hierdoor wordt in de bestaande glastuinbouwgebieden schuifruimte gecreëerd voor lokale doorgroeiende glastuinbouwbedrijven, die geen ontwikkelingsruimte hebben op hun huidige locatie. Dit zal meer licht verspreiden, maar omdat het plaats vindt in het geconcentreerde gebied
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 94/109
worden op dit gebied geen negatieve effecten verwacht. De verwachting is dat dit niet zal leiden tot meer lichtemissie, waardoor het kwaliteitsniveau gelijk blijft aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. Veiligheidsbeleving Vanuit het principe de leefomgeving is gezond en veilig wordt in het voorkeursscenario gefocust op veilige schoolroutes. Dit betekent dat in 2040 de belangrijkste schoolroutes bestaan uit vrij liggende en/ of afgeschermde fietspaden en rustige wegen zonder landbouwverkeer en vrachtverkeer naar bedrijven. Binnen de kernen krijgen fietsers en wandelaars voorrang en het STOMP-principe wordt gehanteerd. Dit houdt in dat wandelen (stappen) de hoogste prioriteit krijgt, gevolgd door fietsen (trappen), openbaar vervoer, deelvervoer en als laatste de privéauto. Bij nieuwe woningbouwprojecten krijgen voetgangers en fietsers de belangrijkste plek. Bij de herinrichting van wegen in de dorpen wordt een betere en veiligere omgeving voor deze groepen ingericht. Om veiligheid te waarborgen wordt zwaar verkeer zoveel mogelijk buiten de dorpen gehouden en worden alternatieve routes, waar nodig, gerealiseerd. In de dorpen wordt sociale cohesie gestimuleerd door een gevarieerd en gespreid woningaanbod te creëren en door levendige dorpscentra en voorzieningen op orde te hebben. Dit kan bijdragen aan de veiligheidsbeleving in de gemeente.
Er wordt verwacht dat de veiligheidsbeleving in het voorkeursscenario toeneemt naar kwaliteitsniveau ‘groen’. Afstand tot openbaar groen In het voorkeursscenario wordt in de dorpen meer ruimte gecreëerd voor groen dat bijdraagt aan klimaatadaptatie en positieve gezondheid. In ieder geval de grotere dorpen (Horst, Sevenum en Grubbenvorst) krijgen een groenblauwe dooradering, waarbij de groenstructuren het groen in de dorpen verbinden met het buitengebied. Bovendien wordt de 3-30-300-richtlijn gehanteerd: elke woning moet zicht hebben op 3 bomen, er is een boomkroonbedekking van 30% in de openbare ruimte en iedereen heeft een groene verblijfsplek binnen 300 meter loopafstand van huis. In de kleinere dorpen is het buitengebied altijd dichtbij. Bij nieuwe woningbouwprojecten wordt er ruimte gecreëerd voor openbaar groen en waterberging. Veel gemeentes hanteren 10% van het projectgebied als minimale norm. In Horst aan de Maas heerst een hogere ambitie op dit gebied en wordt ingezet op een richtpercentage van 20%. Er wordt gewerkt aan betere fietsverbindingen tussen de dorpen en de natuurgebieden. Om het buitengebied en de natuurgebieden toegankelijker te maken. Bovenstaande leidt tot een verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. Het kwaliteitsniveau verbetert naar ‘geel’.
Bereikbaarheid sport- en speelplekken Vanuit het principe de leefomgeving is gezond en veilig wordt er bij dorpsuitbreidingen voor gekozen om minimaal 25% van de uitgeefbare ruimte in te zetten voor groen, water en spelen.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 95/109
Bij het inrichten van openbaar groen wordt positieve gezondheid gestimuleerd en in het bijzonder het aanmoedigen en aantrekkelijke maken van bewegen. Dit kan op verschillende manieren: spelenderwijs, sportief, educatief, etc. Ook het fietsen en wandelen hoort hierbij. Dit kan sportief zijn, maar zeker ook functioneel, zoals op weg om boodschappen te doen, naar school en/of werk. In het voorkeursscenario wordt het belang van sport en sportverenigingen benadrukt. Het is van belang dat deze voorzieningen nabij en/of bereikbaar zijn. Echter is het in de praktijk niet altijd mogelijk om alle voorzieningen voor alle dorpen te behouden. Daarom zijn er clusters aangewezen waarbij een samenwerking wordt gezocht voor bijvoorbeeld sportvoorzieningen. Er wordt voor de bereikbaarheid van sport- en speelplekken een positief effect verwacht ten opzichte van de referentiesituatie. Het kwaliteitsniveau stijgt naar ‘groen’.
8.5
Effectbeoordeling bescherming ondergrond en bovengrond
Beoordelingscriteria
Referentie
Voorkeursscenario
↑ ↑ ≈ ↑ ≈
Landschap
Cultuurhistorie
Archeologie
Water
Bodemkwaliteit
Landschap Vanuit het principe identiteit door herkenbare landschappen en erfgoed wordt bij elk type landschap gekozen voor bij het natuurlijke bodem- en watersysteem passende natuur- en landschapselementen. Dit draagt niet alleen bij aan de aantrekkelijkheid en herkenbaarheid van het landschap, maar ook aan meer biodiversiteit, sterke ecosystemen en klimaatbestendigheid. Er wordt in het voorkeursscenario gestuurd op nadrukkelijke samenwerking met de samenleving, waaronder de agrariërs, aan het landschap. Voor behoud en versterking van de herkenbare, aantrekkelijk landschappen wordt de volgende manier van werken toegepast: Het bodem- en watersysteem is (mede) sturend; De juiste functie op de juiste plek; Lagenbenadering Passende natuur- en landschapselementen; Samen met de samenleving aan het landschap werken. Vanuit deze principes wordt het landschap meer centraal gesteld. Door het stimuleren van wandelen en fietsen in het buitengebied wordt het landschap Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 96/109
beleefbaarder. Er wordt meer ingezet op natuurinclusieve landbouw, deze draagt zorg voor het landschap en draagt daarmee bij aan de kwaliteit van het landschap. Er is sprake van een positief effect ten opzichte van de referentiesituatie, het kwaliteitsniveau wordt ‘groen’. Cultuurhistorie In het voorkeursscenario worden historische structuren zoals historische centra met cultuurhistorisch waardevolle bebouwingen, oude pleinen, brinken en dijken beschermd. Uitgangspunt hierbij is dat gestapelde bouw de karakteristieke of overheersende sfeer niet mag aantasten. Enkele dorpen vormen een beschermd dorps-of stadsgezicht. Hier ligt de focus uiteraard op het beschermen. Cultuurhistorisch waardevolle landschappen moeten zoveel mogelijk intact blijven en er wordt bij voorkeur niet gebouwd. Uitzonderingen hierop zijn gebieden waar de waarden niet optimaal meer zijn en waar door middel van woningbouw kansen liggen om deze (deels) te herstellen en te verbeteren. Het beleefbaar en toegankelijk maken van erfgoed is een belangrijk uitgangspunt in het voorkeursscenario. Dit geldt voor de historische kenmerken van het landschap, voor de gebouwde ensembles in het buitengebied en voor de historische kernen. Het erfgoed kan dienen als drager van toeristisch recreatieve activiteiten en functies.
Door nieuwe toeristisch recreatieve functies mogelijk te maken kan daar tegelijk in geïnvesteerd worden. Daarbij is het ensemble waar het erfgoed deel van uitmaakt net zo belangrijk als het erfgoed zelf. Historische verhalen worden tot leven gebracht op een manier die past bij de verschillende doelgroepen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een interactief schoolpakket voor kinderen of een hap-en-trap route voor senioren. Kansen zijn bijvoorbeeld: de turfgeschiedenis, de landsbouwgeschiedenis, de kastelen, streekproducten, het verhaal van de beken, de armen van de Maas, etc. Ten opzichte van de referentiesituatie wordt in het voorkeursscenario op verschillende manieren ingezet op het versterken en beleefbaar maken van cultuurhistorische waarden. Het kwaliteitsniveau stijgt daarom naar ‘groen’. Archeologie In het voorkeursscenario wordt gesteld dat goede kennis, over bekende en te verwachten archeologische waarden en de kwaliteiten en kenmerken van het erfgoed, aan de basis staat van ontwerp en maatwerk in de beoordeling. Er wordt verder niet ingegaan op archeologie. Het kwaliteitsniveau zal daarom gelijk blijven op niveau ‘geel’. Water In het voorkeursscenario staan het bodem- en watersysteem mede centraal. Hierbij horen ook een goede waterkwaliteit en een gezond waterecosysteem. De landbouw mag volgens dit principe niet afwentelen.
Dit betekent dat emissies de draagkracht van het bodem- en watersysteem niet mogen overschrijden. In de Peel worden oplossingen voor het herstel van het bodemen watersysteem gezocht. Belangrijk uitgangspunt daarbij is de sponswerking van de bodem en het verhogen van het grondwaterpeil. Hierdoor wordt het gebied natter wat natuurherstel en de kwaliteit van het water ten goede komt.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 97/109
In de kernrandzones en drinkwaterbeschermingsgebieden, waar de meeste kwetsbare functies voorkomen, worden de gezondheidsrisico’s versneld verkleind. Dit wordt gedaan door met agrariërs te zoeken naar alternatieve productiemethoden, maar ook door extra mogelijkheden voor andere functies te bieden, die het financieel mogelijk kunnen maken om te extensiveren of te verplaatsen. Het kwaliteitsniveau ten opzichte van de referentiesituatie verbetert hierdoor naar ‘groen’. Bodemkwaliteit In het voorkeursscenario worden water- en bodem mede sturend. Dit betekent dat de sponswerking van de bodem wordt geoptimaliseerd door o.a. zo min mogelijk verharding. Open bodems bieden betere omstandigheden voor het bodemleven en daarmee een betere bodemkwaliteit. Het kwaliteitsniveau in het voorkeursscenario blijft ten opzichte van de referentiesituatie goed en krijgt kwaliteitsniveau ‘groen’.
8.6
Effectbeoordeling natuurkwaliteit
Beoordelingscriteria
Referentie
Natura 2000-gebieden
Natuurnetwerk Nederland
Biodiversiteit
Voorkeursscenario
↑ ↑ ↑
Natura 2000-gebieden In het voorkeursscenario worden overgangszones rondom kwetsbare natuurgebieden aangelegd om natuur te beschermen tegen negatieve emissies. Rondom Natura 2000-gebieden geldt een overgangszone van 500 meter. Op weg naar 2040 dienen intensieve veehouderijen binnen de 250 meter en 500 meter zone van zo’n kwetsbaar natuurgebied ervoor te zorgen dat ze de voor natuur schadelijke emissies sterk verminderen of stoppen door als bedrijf om te schakelen, te verplaatsen of te stoppen. Bedrijven met hoge ammoniak- en/of stikstofemissies worden uitgesloten in de nabijheid van kwetsbare natuurgebieden. Natura 2000-gebied Deurnsche Peel & Mariapeel is zo’n kwetsbaar natuurgebied. Vanuit het principe bodem en water sturend wordt ingezet op het natuurlijke bodem- en watersysteem van De Peel zoveel mogelijk herstellen. Grootschalige herinrichting biedt de mogelijkheid om de sponswerking en zelfherstellend vermogen van De Peel te vergroten. Door deze maatregelen zal de druk op de Natura 2000-gebieden iets afnemen. Echter zal stikstofemissie een belangrijk aandachtspunt blijven dat gemeentegrens overstijgend is en ook de impact van klimaatverandering blijft onzeker. Het kwaliteitsniveau zal voor het voorkeursscenario licht verbeteren maar wel ‘geel’ blijven.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 98/109
Natuurnetwerk Nederland In het voorkeursscenario worden op een aantal cruciale locaties natuurverbindingen gerealiseerd tussen bestaande natuurgebieden. Op deze manier wordt een aaneengesloten lokaal natuurnetwerk ontwikkeld. Hiervoor zijn de beken en de Maas belangrijke verbindingen tussen verschillende natuurgebieden. Door de ontwikkeling van natuurrijke beken en beekdalen is het mogelijk om alle natuurgebieden met elkaar te verbinden. Het kwaliteitsniveau bij het voorkeursscenario zal verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie naar ‘groen’. Biodiversiteit In het voorkeursscenario wordt ingezet op het verbeteren van biodiversiteit in het landelijk gebied. Dit gebeurt onder andere door het realiseren van groenblauwe dooradering en natuurinclusieve landbouw. Ook binnen de kernen wordt ingezet op het verbeteren van biodiversiteit door natuur inclusief bouwen. Bovendien moeten de toevoeging van groen in bestaande buurten en wijken, ecologisch maaibeheer en groenblauwe dooradering binnen de grotere dorpen bijdragen aan verbetering van de biodiversiteit binnen de woonkernen. Deze maatregelen zorgen naar verwachting voor een verbetering van de biodiversiteit ten opzichte van de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘groen’.
8.7
Effectbeoordeling energie en circulariteit
Beoordelingscriteria
Referentie
Duurzame energiesystemen
Emissie broeikasgas (CO2)
Circulariteit
Voorkeursscenario
≈ ↑ ↑
Duurzame energiesystemen Het doel is een klimaatneutraal, klimaatbestendig, circulair en natuur-inclusief Horst aan de Maas in 2050. De gemeente heeft hiervoor vastgesteld beleid, namelijk het Kader voor opwek van Duurzame Elektriciteit (KODE). Hierin heeft de gemeente zichzelf ten doel gesteld 30% van de totale energievraag binnen de gemeente middels duurzame elektriciteit lokaal op te wekken. Naast het grootschalige zonneveld in de Peelbuffer wordt gekozen voor energiesystemen waarbij duurzame opwek, gebruik, opslag en omslag gekoppeld zijn. Gezien de grote economische activiteit op en rond Greenport lijkt dat de meest logische locatie. Dit betekent dat o.a. de energiehuishouding van bedrijven mede sturend is op de bedrijfsvestiging. Innovaties met betrekking tot slimme energiecombinaties, energievormen en decentrale energiesystemen worden gestimuleerd. De glastuinbouw wil in 2040 op een economisch rendabele manier klimaatneutraal zijn. Geothermie is een belangrijke potentiële
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 99/109
alternatieve energiebron voor de glastuinbouw. De aanwezigheid van breuklijnen en seismische risico’s maakt geothermie wellicht onmogelijk. In het voorkeursscenario worden verschillende maatregelen genoemd om in te zetten op slimme energie systemen maar wordt onvoldoende ruimte gereserveerd en oplossingen gepresenteerd voor de opwek en opslag van duurzame energie. De verwachting is dat de gestelde doelen hierdoor niet gehaald worden. Het kwaliteitsniveau blijft daarom hetzelfde ten opzichte van de referentiesituatie. Emissie broeikasgas (CO2) In het voorkeursscenario worden maatregelen genoemd om luchtverontreiniging te verminderen om een gezondere leefomgeving te creëren. Deze zijn vooral gericht op luchtverontreiniging. Landbouw en dan met name de veehouderijen, verkeer en houtstook blijken de belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging te zijn in de gemeente. Deze bronnen zijn ook belangrijke bronnen voor het broeikasgas CO2. Het verminderen van emissies uit deze bronnen is essentieel voor het verminderen van CO2. Bovendien wordt ingezet op het verduurzamen van bedrijventerreinen. Er wordt ingezet op innovatie op het gebied van energie, waarbij duurzame opwek, gebruik en opslag gekoppeld zijn. Dit zou een positief effect moeten hebben op de emissie van broeikasgassen. Op het gebied van mobiliteit wordt meer ingezet op duurzame vervoersvormen.
Er wordt gekozen voor het verminderen van autogebruik en stimuleren OV, fietsen en wandelen. De relatie tussen de dorpen en station Horst-Sevenum wordt versterkt om daarmee de positie van het station te versterken en snelle soepele fietsverbindingen te maken tussen dorpen en station. Er wordt bovendien ingezet op het uitbreiden van een fijnmazig vraaggericht OVnetwerk, dat via het knooppunt Horst-Sevenum is verbonden. De maatregelen die worden genoemd in het voorkeursscenario dragen bij aan het verminderen van emissies. Daarom is sprake van een positieve verandering van het kwaliteitsniveau ten opzichte van de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘groen’. Circulariteit Ten opzichte van de referentiesituatie wordt in het voorkeursscenario meer nadruk gelegd op circulariteit en innovatie. Op het gebied van landbouw wordt ingezet op kringlooplandbouw en maatregelen om emissies en uitspoeling te verminderen worden genomen. Met betrekking tot afvalinzameling wordt in het voorkeursscenario niets gezegd. De genoemde maatregelen in het voorkeursscenario dragen bij aan een verbetering van het kwaliteitsniveau van circulariteit ten opzichte van de referentiesituatie. De maatregelen zijn echter nog niet volledig omdat voorbij wordt gegaan aan afvalinzameling, een belangrijk thema van circulariteit. Er vindt dus wel een verbetering plaats maar het kwaliteitsniveau blijft geel.
Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025
Versie Definitief 2
Document referentie NL25-648800269-135194 100/109