CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03e Omgevingseffectrapport HadM Definitief

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040.29.124 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Geen telefoons, alleen maar aandacht voor de mensen in je directe nabijheid en de natuur.

Figuur 5-2 Scenario sociaal in kaart

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 33/109

5.3

Scenario 3: Innovatie & specialisatie

In dit scenario staat de economie die zich richt op innovatie en specialisatie centraal. Wonen Aansluitend bij de economische doelen concentreren we de nieuw te bouwen woningen in Horst, Sevenum en Grubbenvorst. Op deze manier kunnen alle kenniswerkers dicht bij hun werk wonen en trekken we de kenniswerkers ook naar de gemeente Horst aan de Maas, wat ook weer goed is voor de lokale ondernemers (mkb). Met name Horst groeit sterk. De dorpen Meterik, Hegelsom en Melderslo maken onderdeel uit van Hôrs City en de Kasteelse Bossen zijn een stadspark geworden. Economie We kiezen ervoor om datgene waar we economisch goed in zijn volledig tot bloei te laten komen door te clusteren en absolute prioriteit te geven. Greenport focust zich op Agro en Food en breidt maximaal uit tot aan de groene buffers rondom Sevenum, Horst en Grubbenvorst. Agro en food bedrijven kunnen uitbreiden en/of nieuw vestigen. Voor logistieke bedrijven is alleen maar ruimte als ze gelieerd zijn aan de agrofoodsector en daar substantieel aan bijdragen. De kassen maken nadrukkelijk onderdeel uit van Greenport en zijn geconcentreerd rondom het huidige kassengebied Californië. We zetten volop in op (technische) innovatie in de agrofoodsector en voor de kassen betekent dit o.a. vertical farming en een duurzame oplossing voor de energie.

In het buitengebied produceren de gemengde bedrijven in het zandgebied en de Telerswereld in het rivierdallandschap voor Greenport. Greenport is met een sterk achterland gericht op de nationale en internationale markt. De recreatieve as De Peelbergen ontwikkelt zich verder met een sterke hippische sector, groei van Toverland en groei van de verblijfsrecreatie. Zowel Greenport als de recreatieve as De Peelbergen bieden een enorme hoeveelheid banen. Om al die werknemers en natuurlijk ook de bezoekers goed georganiseerd op de plaats van bestemming te krijgen, breiden we het openbaar vervoer uit met twee stations, namelijk station Peelbergen en station Greenport. Vanuit beide stations is er een lus van hoogwaardig openbaar vervoer langs de hotspots. Griendtsveen groei uit van een verstilde cultuurhistorische parel naar een levendige recreatieve parel waar van alles te doen rond de rijke veengeschiedenis van het dorp en de omgeving. Hierbij werken we samen met Helenaveen. De Mariapeel is een fantastisch gebied voor recreanten en toeristen en deze kans pakken we. Om de natuur niet volledig overlopen te laten worden, benutten we ook de overgangszone aan de oostzijde van het natuurgebied voor recreatie en toerisme. In combinatie met natuur- en landschapsontwikkeling komt de waterrecreatie hier tot bloei. Vanuit Evertsoord pak je zo de kano het gebied in.

Voorzieningen Ook de voorzieningen concentreren we in de grote kernen Horst, Sevenum en Grubbenvorst. Hôrs City wordt echt ‘the place to be’. Hier zijn alle voorzieningen te vinden op het gebied van kunst en cultuur, winkelen, uitgaan, etc. In Grubbenvorst kun je nog terecht voor dagelijkse boodschappen en in Sevenum voor je dagelijkse en niet-dagelijkse boodschappen.

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 34/109

Landschap Het buitengebied bestaat enerzijds uit de natuurgebieden die we behouden en anderzijds uit het agrarisch productielandschap ten bate van Greenport. Op de zandgronden betreft het gemengde bedrijven, veeteelt en akkerbouw. In het rivierdallandschap geven we de ruimte aan de telers van bomen, tuinplanten, fruitplanten, rozen, etc.

Figuur 5-3 Scenario innovatie en specialisatie in kaart

5.4

Scenario 4: Bodem en water sturend

In dit scenario is bodem en water sturend. Dit betekent dat we de locatie van functies af laten hangen van de geschiktheid daarvan vanuit de ondergrond. Wonen Nieuwe woningen bouwen we aan de mooie zijde van de dorpen, dus bijvoorbeeld niet aan de zijde van Greenport of de snelweg. Het dorp Evertsoord ligt in een transformatiegebied. Dit buffergebied ten oosten van Mariapeel wordt een nat gebied, waar de huidige agrarische bedrijven ruimte maken voor bedrijven die zich focussen op natte teelten. Door de hoge grondwater- en oppervlaktewaterstand moet het dorp Evertsoord transformeren. Economie Uitgangspunt in het buitengebied is de juiste functie op de juiste plek. Alle niet grondgebonden bedrijven, waaronder kassen, concentreren we in het transformatiegebied Greenport. Voor de kassen geldt dat we inzetten op vertical farming zodat er minder grond nodig is om dezelfde hoeveelheid gewassen/planten te verbouwen.

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 35/109

De juiste functie op de juiste plek vanuit bodem, water en landschap betekent: • • •

In de beekdalen: extensief grazen Op de kampen: akkerbouw Op de velden: gemengde bedrijven en een afname van de hoeveelheid vee • In de bufferzone ten oosten van Mariapeel: natte teelten • Rivierdallandschap: boomkwekerijen in combinatie met natuur/bosontwikkeling. We zetten in op de voedselproductie voor de lokale, regionale en deels nationale markt, maar niet voor de wereldmarkt. We zetten in op voedsel voor de mensen produceren en niet of veel minder veevoer produceren. Voor de tuinders geldt dat ze bomen, struiken en planten telen. De teelt van snijbloemen past echter niet in dit scenario. Voorzieningen Vanuit het principe bodem en water sturend geldt dat de voorzieningen in de bestaande dorpen komen en blijven. Landschap Uitgangspunt is een zo zuiver mogelijk landschap. Dit betekent dat er geen zonnevelden, windmolens en andere vormen van duurzame energie in het buitengebied komen. De opwek van duurzame energie vindt plaats in het transformatiegebied Greenport. Hier vindt ook het grootste verbruik plaats en zijn de mogelijkheden voor opslag en een slim energie-ecosysteem het grootst. De beekdalen zijn vrij van gebouwde functies. Hier maken we optimaal ruimte voor water. We verbinden alle verschillende natuurgebieden middels ecologische verbindingen met elkaar. Tevens breiden we de hoeveelheid natuur- en bosgebied substantieel uit.

In het natuurgebied Mariapeel creëren we de optimale oplossing voor het herstel van het bodem- en watersysteem. Belangrijk uitgangspunt hierbij is een goede sponswerking van de bodem. Ten oosten van het natuurgebied komt een overgangszone, die noodzakelijk is en bijdraagt aan een zo natuurlijk mogelijk bodem- en watersysteem in de Peel. Hier houden we het water zo lang en zo goed mogelijk vast. Het dorp Griendtsveen is een verstilde cultuurhistorische parel in dit scenario.

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 36/109

Toverland en de verschillende recreatieparken liggen in de toekomst volledig te midden van de natuur. Dit bereiken we door de natuur uit te breiden.

Figuur 5-4 Scenario water en bodemsturend in kaart

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 37/109

6

Effectbeoordeling scenario’s

6.1

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de effecten van de vier scenario’s beschreven. De vier scenario’s worden getoetst aan de referentiesituatie, zoals geschetst in de foto van de leefomgeving. De exacte toetsingscriteria zijn opgenomen in tabel X, in 3.1. Omdat de scenario’s voor de Omgevingsvisie niet in detail uitgewerkt zijn, is het niet mogelijk om de precieze effecten te berekenen. Daarom wordt er een inschatting gemaakt of het criterium een positieve, geen of beperkte of negatieve invloed heeft ten opzichte van de referentiesituatie. In de (onderzoek)scenario’s is op basis van de bestaande kernkwaliteiten, trends en ontwikkelingen en aanbevelingen gekozen voor 7 hoofdthema’s: duurzaam wonen en werken, bereikbaarheid, gezonde en veilige leefomgeving, bescherming ondergrond en bovengrond, natuurkwaliteit, energie en circulariteit en klimaat. In onderstaande wiel van de welvaart is de beoordeling van de verschillende scenario’s zichtbaar in vier verschillende figuren. Ter referentie is de beoordeling van de scenario’s afgezet tegen de referentiesituatie zoals ook beschreven in de Foto van de Leefomgeving (zie ook bijlage 1). In de volgende paragrafen wordt de beoordeling van de scenario’s per criterium onderbouwd.

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 38/109

Figuur 6-1 Effectbeoordeling Scenario 1 (grijs-bruine lijn) ten opzichte van huidige en referentiesituatie

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 39/109

Figuur 6-2 Effectbeoordeling Scenario 2 (paarse lijn) ten opzichte van huidige en referentiesituatie

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 40/109

Figuur 6-3 Effectbeoordeling Scenario 3 (rood-bruine lijn) ten opzichte van huidige en referentiesituatie

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 41/109

Figuur 6-4 Effectbeoordeling Scenario 4 (blauwe lijn) ten opzichte van huidige en referentiesituatie

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 42/109

De paragrafen starten met een tabel waarin de beoordeling is samengevat. Hier wordt dezelfde methode gebruikt als in de foto van de leefomgeving. De scenario’s worden afgezet tegen de referentiesituatie. Er kan sprake zijn van een positief (↑), gelijkblijvend (≈) of negatief (↓) effect.

6.2

Wonen en werken

In de onderstaande tabel zijn de beoordelingen van de scenario’s met betrekking tot het thema wonen en werken samengevat. Beoordelingscriteria

Referentie

Woningaanbod en behoefte Kwaliteit woonomgeving Voorzieningenniveau

Bedrijventerreinen en werkgelegenheid Vitaliteit agrarische sector Toerisme en recreatie

Scenario 1: Gezondheid

Scenario 2: Sociaal

Scenario 3: Innovatie en specialisatie

Scenario 4: Bodem en water sturend

≈ ↑ ↑ ↑ ≈ ≈

↑ ↑ ↑ ≈ ≈ ↑

≈ ↓ ≈ ↑ ↑ ↑

≈ ≈ ≈ ↑ ↑ ≈

Woningaanbod en behoefte In de referentiesituatie neemt het woningtekort af. Er is meer vraag en aanbod voor starters- en seniorenwoningen. Na 2030 moet de plancapaciteit groeien om te voldoen aan de behoefte. Voor gezinnen, alleenstaanden en stellen tot 65 jaar vermindert de krapte. Er zijn geen plannen voor huisvesting van internationale werknemers, terwijl daar wel een duidelijke behoefte voor is. In scenario 1 sluit de woningvoorraad en het uitbreiden van de woningvoorraad niet voldoende aan bij de vraag die er in Horst aan de Maas is. Er is geen specifieke aandacht voor extra groei van de plancapaciteit en huisvesting van internationale werknemers. Daarom blijft bij scenario 1 het kwaliteitsniveau gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. In scenario 2 is er voor iedereen een passende woning, voor zowel ouderen als jongeren. De nieuwe woningen worden over de dorpen verspreidt om zo alle dorpen leefbaar te houden. Daarnaast is er passende woonruimte voor arbeidsmigranten. De kwantiteit aan woningen wordt niet aangegeven in dit scenario. Scenario 2 biedt oplossingen voor de krapte die in de referentiesituatie optreedt, daarom verandert het kwaliteitsniveau naar ‘groen’.

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 43/109

In scenario 3 wordt er aangesloten bij de economische doelen van de gemeente, welke ook terugkomen in de referentiesituatie. Er verandert weinig, daarom blijft het kwaliteitsniveau gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. In scenario 4 worden nieuwe woningen gebouwd aan de mooie zijde van de kernen. De kwantiteit aan woningen wordt niet aangegeven in dit scenario. Daarnaast wordt niet omschreven voor welke doelgroep de woningen gebouwd worden. Er verandert weinig, daarom blijft het kwaliteitsniveau gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. Beoordelingscriteria

Referentie

Woningaanbod en behoefte

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

↑

≈

≈

Leefbaarheid In de referentiesituatie worden er tot 2025 circa 1.000 nieuwe woningen in de gemeente gerealiseerd, wat de leefbaarheid kan beïnvloeden. De regionale woondeal Noord-Limburg, waaraan Horst aan de Maas deelneemt, focust op het behoud en de versterking van de leefbaarheid. Met het GALA (gezond en actief leven) akkoord werkt de gemeente aan sterke gemeenschappen, waardevolle ontmoetingen en krachtige verbindingen. Verwacht wordt dat het leefbaarheidsniveau licht verbeterd ten opzichte van de huidige situatie. Leefbaarheid is gemeten aan de hand van de Leefbarometer waarin woningvoorraad, fysieke omgeving, voorzieningen, sociale samenhang en veiligheid worden meegenomen. In scenario 1 ligt rondom elk dorp een overgangszone van het kernrandgebied. In deze zones zijn (agrarische) bedrijven met een negatief effect op de gezondheid niet toegestaan. Woninguitbreiding vindt plaats in gebieden met een gezonde ligging. Daarnaast is er een goede verbinding vanuit de kleine dorpen naar het buitengebied. Voor de grotere dorpen wordt ingezet op een toename aan parken en een verhoging van de kwaliteit van bestaande en nieuwe parken.. Het kwaliteitsniveau bij scenario 1 zal licht verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie, maar blijft ‘groen’. In scenario 2 is er aandacht voor ontmoeten op rode en groen ontmoetingslocaties in elk dorp.

Rode ontmoetingslocaties kunnen multifunctionele accommodaties zijn, maar ook het dorpscafé of de sportkantine. Rondom de dorpen ligt een zone waarbinnen de functies zich richten op ontmoeten, zoals volkstuintjes, sportverenigingen, bankjes en ommetjes. Daarnaast wordt er met de woonuitbreidingen rekening gehouden met de leefbaarheid. Het kwaliteitsniveau bij scenario 2 zal verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie, maar blijft ‘groen’. In scenario 3 wordt het wonen voornamelijk geïntensiveerd in de drie grote dorpskernen. Hierdoor kan de leefbaarheid in de kernen onder druk komen te staan. De dorpen kunnen een meer stedelijk karakter krijgen. Hierdoor wordt een licht negatief effect verwacht ten opzichte van de referentiesituatie. Dit negatieve effect is dermate beperkt dat het kwaliteitsniveau wel ‘groen’ blijft. In scenario 4 worden woningen aan de mooie zijde van de kernen gebouwd en niet aan de zijde van Greenport of de snelweg. Daarnaast wordt niet omschreven wat het transformatiegebied bij Evertsoord daadwerkelijk inhoudt.

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 44/109

Woningbouw aan de mooie zijde van de dorpen kan een positief effect hebben door de integratie met de groene omgeving. Echter, deze ontwikkeling kan ook ten koste gaan van het bestaande groen. Dit dilemma is niet helder gespecificeerd, waardoor in scenario 4 het kwaliteitsniveau 'groen' blijft. Beoordelingscriteria

Referentie

Leefbaarheid

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

↑

↑

↓

≈

Voorzieningenniveau Het voorzieningenniveau wordt getoetst op basis van het aanbod en de spreiding van voorzieningen. In de referentiesituatie wordt er meer druk op de voorzieningen verwacht door de veranderende bevolkingssamenstelling met een toenemende vergrijzing. De druk op huisartsen en andere medische voorzieningen neemt toe, doordat het aantal mensen met een zorgvraag toeneemt. De verwachting is dat het aantal leerlingen op het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs ook zal toenemen, waardoor de druk op de onderwijsvoorzieningen toe zal nemen. Het totale bevolkingsaantal in de toekomst zal naar verwachting licht dalen, hierdoor zal de druk op voorzieningen, zoals horeca en culturele voorzieningen iets afnemen. In scenario 1 zijn medische voorzieningen voor alle inwoners bereikbaar en in elk dorp aanwezig. Er wordt vooral op de medische voorzieningen gefocust, dit krijgt in de referentiesituatie al aandacht. Overige voorzieningen worden in dit scenario niet specifiek benoemd. Daarom blijft het kwaliteitsniveau gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. Wel is sprake van een klein positief effect. In scenario 2 kunnen de rode ontmoetingslocaties multifunctionele accommodaties zijn, waardoor het aantal en de diversiteit in voorzieningen toe kan nemen. De voorzieningen worden gespreid over de dorpen.

Elk dorp heeft een eigen voorzieningenniveau. Daarom is sprake van een positieve verandering van het kwaliteitsniveau ten opzichte van de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘groen’. In scenario 3 zullen de voorzieningen geconcentreerd worden in de drie grote kernen. De kwantiteit en kwaliteit van de voorzieningen zijn vooralsnog onduidelijk. Daarom blijft het kwaliteitsniveau scenario 3 gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. Scenario 4 gaat niet in op het voorzieningenniveau, daarom zal er geen effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Dit scenario behoudt kwaliteitsniveau ‘geel’. Beoordelingscriteria

Referentie

Voorzieningenniveau

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

↑

↑

≈

≈

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 45/109

Bedrijventerreinen en werkgelegenheid Het criterium 'bedrijventerreinen en werkgelegenheid’ wordt getoetst aan de hand van leegstand en balans voorraad en vraag van bedrijventerreinen. In de referentiesituatie zal er beter gebruik worden gemaakt van bedrijventerreinen en zullen nieuwe bedrijven worden aangetrokken. Er is een verschuiving naar veelzijdigere en grote panden met kleinere werkplekken. Door onzekerheid over het matchen van werk en scholing, blijft het kwaliteitsniveau ongeveer gelijk aan de huidige situatie. In scenario 1 zullen bedrijven geclusterd worden, waardoor er minder versnippering van bedrijventerreinen zal zijn. Dit zorgt voor een beter overzicht van de pandenvoorraad op de bedrijventerreinen en een betere balans in voorraad en vraag. De verwachting is dat het kwaliteitsniveau ‘geel’ blijft, met een positief effect. Scenario 2 gaat niet in op de werkgelegenheid, daarom zal er geen effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Dit scenario behoudt kwaliteitsniveau ‘geel’. Scenario 3 sluit aan op de huidige economische doelen. De economie zal groeien, wat voor meer werkgelegenheid kan zorgen. Zowel Greenport als de recreatieve as De Peelbergen bieden een enorme hoeveelheid banen. Hierdoor worden kenniswerkers aangetrokken. Door meer woningen in de kernen te bouwen, kunnen kenniswerkers dicht bij hun werk wonen.

Ook op recreatief gebied zal de economie groeien, waardoor er meer werkgelegenheid is. Daarom is sprake van een positieve verandering van het kwaliteitsniveau ten opzichte van de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘groen’. Scenario 4 heeft gelijkenissen met scenario 1 op het gebied van bedrijvenconcentratie. De niet grondgebonden bedrijven, waaronder kassen, worden geconcentreerd in het transformatiegebied Greenport. Dit zorgt voor een beter overzicht van de pandenvoorraad op de bedrijventerreinen en een betere balans in voorraad en vraag. De verwachting is dat het kwaliteitsniveau ten opzichte van de referentiesituatie ‘geel’ blijft, met een licht positief effect. Beoordelingscriteria

Referentie

Leegstand en balans voorraad en vraag bedrijventerreinen

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

↑

≈

↑

↑

Vitaliteit agrarische sector In de referentiesituatie zullen schaalvergroting en intensivering van de landbouw zich waarschijnlijk voortzetten. Als gevolg van klimaatverandering en de achteruitgang van de natuur zal de druk op de landbouw toenemen. Landelijke en regionale trajecten zoals de NOVEX De Peel en het LPLG (Limburgs Programma Landelijk Gebied) kunnen agrariërs een grote onzekerheid naar de toekomst geven. De gemeente zegt in te willen zetten op kringlooplandbouw, maar deze plannen zijn niet concreet. In scenario 1 zal er in de overgangszones rond de dorpen en bedrijventerreinen minder ruimte zijn voor landbouw en daardoor ook minder ruimte voor vee. De kassen worden verplaatst naar het kassenconcentratiegebied, waardoor de impact van lichtvervuiling wordt beperkt. Bedrijven moeten verduurzamen, wat een licht positief effect kan hebben ten opzichte van de referentiesituatie. Dit is

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 46/109

echter niet zeker, waardoor het kwaliteitsniveau gelijk blijft aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘oranje. Scenario 2 gaat niet in op vitale landbouw, daarom zal er geen effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Dit scenario behoudt kwaliteitsniveau ‘oranje. Scenario 3 zet volop in op (technische) innovatie in de agrofoodsector. Voor de kassen betekent dit o.a. vertical farming en een duurzame oplossing voor de energie. Door te innoveren kan de druk op de landbouw opgevangen worden. Kringlooplandbouw is terug te zien bij de gemengde bedrijven in het buitengebied, ze produceren voor Greenport en verbinden zo verschillende ketens met elkaar. Door innovatie wordt verwacht dat het kwaliteitsniveau een duidelijke verbetering laat zien en verandert naar geel. In scenario 4 is bodem en water sturend, hierop wordt de juiste functie op de juiste plek vanuit bodem, water en landschap bepaald. Landbouw wordt gekoppeld aan het landschap, waardoor de kwaliteit van de landbouw vooruit gaat. Het kwaliteitsniveau verandert echter nauwelijks omdat de druk op de sector blijft bestaan. Er is sprake van een licht positief effect ten opzichte van de referentiesituatie. Beoordelingscriteria

Referentie

Vitaliteit agrarische sector

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

≈

↑

↑

Toerisme en recreatie Toerisme en recreatie wordt getoetst op basis van het toeristisch en recreatief aanbod. De groei van het toerisme in Park de Peelbergen, Toverland en de paardensportsector wijzen op een positieve trend. Ondanks het ontbreken van lokaal beleid, is de verwachting dat het toeristisch en recreatief aanbod blijven groeien. Scenario 1 gaat niet in op toerisme en recreatie, daarom zal er geen effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Dit scenario behoudt kwaliteitsniveau ‘groen’. In scenario 2 wordt er een recreatief netwerk langs de Maas gecreëerd. Via de Maasroute worden verschillende Maasdorpen met elkaar verbonden. Aan deze route zit ook een netwerk van lokale ondernemers met kleinschalige recreatie. Daarnaast zijn er nog twee recreatieve netwerken, namelijk ‘Horst en de zwemplas’ en ‘Peelbergen en Toverland’. De natuurgebieden krijgen aan de zijde van het dichtstbijzijnde dorp een natuurpoort. Hier kunnen recreanten en toeristen gebruik van maken. In scenario 2 zal er een positief effect zichtbaar zijn ten opzichte van de referentiesituatie, het kwaliteitsniveau blijft ‘groen’. In scenario 3 ontwikkelt de recreatieve as De Peelbergen zich verder met een sterke hippische sector, groei van Toverland en groei van de verblijfsrecreatie. Er ontstaan drie recreatieve parels.

Griendtsveen zal uitgroeien tot een levendige recreatieve parel waar van alles te doen is rond de rijke veengeschiedenis van het dorp en de omgeving. Ook de Mariapeel is een aantrekkelijk gebied voor recreanten en toeristen. De overgangszone aan de oostzijde van het natuurgebied wordt ingericht voor recreatie en toerisme. In scenario 3 zal er een positief effect zichtbaar zijn ten opzichte van de referentiesituatie, het kwaliteitsniveau blijft ‘groen’.

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 47/109

In scenario 4 wordt de natuur uitgebreid, waardoor Toverland en de verschillende recreatieparken volledig te midden van de natuur komen te liggen. Verder is er weinig inzet op toerisme en recreatie, daarom blijft het kwaliteitsniveau ‘groen’ en wordt er geen positieve trend verwacht. Beoordelingscriteria

Referentie

Toerisme en recreatie

6.3

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

↑

↑

≈

Bereikbaarheid

In de onderstaande tabel zijn de beoordelingen van de scenario’s met betrekking tot het thema bereikbaarheid samengevat. Beoordelingscriteria

Referentie

Wandel- en fietsnetwerk Openbaar vervoer

Autobereikbaarheid

Verkeersveiligheid

Scenario 1: Gezondheid

Scenario 2: Sociaal

Scenario 3: Innovatie en specialisatie

Scenario 4: bodem en water sturend

↑ ≈ ≈ ≈

↑ ↑ ≈ ≈

≈ ↑ ≈ ≈

≈ ≈ ≈ ≈

Wandel- en fietsnetwerk Het wandel- en fietsnetwerk wordt getoetst op basis van de kwaliteit en kwantiteit van de netwerken. In de referentiesituatie wordt een toename van het fietsgebruik verwacht door een duidelijk en veilig netwerk met elektrische oplaadpunten en een goede bereikbaarheid van belangrijke bestemmingen. Er wordt volop geïnvesteerd in doorfietsroutes die kernen verbinden en aansluiten op omliggende regio’s. Op belangrijke looproutes zijn comfortabele en veilige voetgangersfaciliteiten. In scenario 1 wordt wandelen en fietsen gestimuleerd door het aanleggen van beweegroutes die dorpen met elkaar en met omliggende natuurgebieden verbinden. Daarnaast zullen er snelfietsroutes aangelegd worden om fietsen aan te moedigen. De groene buffers rond dorpen en bedrijventerreinen verhogen de beleving van de omgeving en zullen zorgen voor gezonde woonwerkroutes. In scenario 1 zal er een positief effect zichtbaar zijn ten opzichte van de referentiesituatie, het kwaliteitsniveau blijft ‘groen’. In scenario 2 verbindt de Maasroute verschillende Maasdorpen met elkaar, wat als wandel- en fietsnetwerk gebruikt kan worden. De natuurgebieden krijgen aan de zijde van het dichtstbijzijnde dorp een natuurpoort. Een natuurpoort heeft, naast een parkeerplaats, een oplaadpunt voor de elektrische fiets en informatie over routes en de natuur, ook bankjes en een horecagelegenheid. Dit

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 48/109

stimuleert het wandelen en fietsen. In scenario 2 zal er eveneens een positief effect zichtbaar zijn ten opzichte van de referentiesituatie, het kwaliteitsniveau blijft ‘groen’. Scenario 3 en 4 gaan niet in op het wandel- en fietsnetwerk, daarom zal er geen effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Het kwaliteitsniveau blijft ‘groen’ maar er wordt geen veranderende trend verwacht. Beoordelingscriteria

Referentie

Wandel- en fietsnetwerk

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

↑

↑

≈

≈

Openbaar vervoer Openbaar vervoer wordt getoetst aan de hand van het aanbod openbaar vervoer in de gemeente. Hoewel er in de referentiesituatie volgens het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan een goed dekkend en laagdrempelig openbaar vervoersnetwerk moet zijn, is de praktijk dat er steeds minder bussen en lijntaxi’s gaan rijden. Buiten de grote kern Horst neemt de bereikbaarheid met behulp van openbaar vervoer (OV) daarom af in de referentiesituatie.. In scenario 2 worden alle dorpen met elkaar verbonden middels het openbaar vervoer en/of lokale vervoersalternatieven. Ook in het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan was dit reeds aangegeven, maar omdat het OV regionaal (bus) of landelijk (trein) wordt georganiseerd, blijft de vraag of dit haalbaar is. Vanwege de nadruk die er in dit scenario op wordt gelegd, is het uitgangspunt wel dat er in ieder geval sprake is van een verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. Aangezien er in scenario 2 sprake is van een positief effect ten opzichte van de referentiesituatie, verbetert het kwaliteitsniveau naar ‘geel’. In scenario 3 wordt het OV uitgebreid met twee stations, station Peelbergen en station Greenport. Om reizigers goed georganiseerd op de plaats van bestemming te krijgen, komt er vanuit beide stations een lus van hoogwaardig OV langs de hotspots.

Hierdoor neemt het aanbod aan OV en de bereikbaarheid binnen de gemeente met behulp van OV duidelijk toe. Aangezien er in scenario 3 sprake is van een positief effect ten opzichte van de referentiesituatie, verbetert het kwaliteitsniveau naar ‘geel’. Scenario 1 en 4 gaan niet in op openbaar vervoer, daarom zal er geen effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Het kwaliteitsniveau blijft ‘oranje’ maar er wordt geen positief of negatief effect verwacht. Beoordelingscriteria

Referentie

Openbaar vervoer

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

↑

↑

≈

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 49/109

Autobereikbaarheid De gemeente Horst aan de Maas is goed bereikbaar. De kleinere kernen worden goed ontsloten door regionale wegen. Scenario 1 t/m 4 gaan niet in op autobereikbaarheid, daarom zal er geen effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Het kwaliteitsniveau blijft ‘groen’. Beoordelingscriteria

Referentie

Autobereikbaarheid

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

≈

≈

≈

Verkeersveiligheid De gemeente Horst aan de Maas scoort goed op verkeersveiligheid (het aantal verkeersongevallen per 100.000 inwoners). Zowel het aantal ongevallen als de ernst van de ongevallen scoren beter dan het gemiddelde in Nederland. De gemeente ziet echter noodzaak om de hinder van doorgaand vracht- en landbouwverkeer te verminderen door onderzoek naar alternatieve routes. In scenario 1 leidt het verplaatsen van bedrijven uit de dorpsranden en het buitengebied naar meer geschikte locaties tot een lichte verbetering van de verkeersveiligheid. Zwaar verkeer in woongebieden en het buitengebied neemt immers af. De realisatie van snelfietsroutes stimuleert de verschuiving van gemotoriseerd naar actief vervoer, wat de verkeersveiligheid ten goede komt. Echter, de veiligheid op deze snelfietsroutes kan een uitdaging vormen door snelheidsverschillen tussen fietsers. Per saldo wordt daarom verwacht dat het kwaliteitsniveau 'groen' zal blijven. Ook in scenario 3 wordt er gebouwd in de kernen, clusteren bedrijven in de Greenport en zal landbouw in het buitengebied blijven. Dit leidt tot een lichte verbetering van de verkeersveiligheid door het verminderen van zwaar verkeer in woongebieden. De landbouw zit verspreid in het buitengebied, waardoor daar veel landbouwgerelateerd vrachtverkeer blijft. De verwachte verbetering is te klein om een merkbaar effect te generen.

Daarom blijft het kwaliteitsniveau gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘groen’. Scenario 2 en 4 gaan niet in op verkeersveiligheid, daarom zal er geen effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Het kwaliteitsniveau blijft ‘groen’. Beoordelingscriteria

Referentie

Verkeersveiligheid

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

≈

≈

≈

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 50/109

6.4

Gezonde en veilige leefomgeving

In de onderstaande tabel zijn de beoordelingen van de scenario’s met betrekking tot het thema gezonde en veilige leefomgeving samengevat. Beoordelingscriteria

Referentie

Scenario 1: Gezondheid

↑ ↑ ↑ ↑ ↑ ↑ ↑

Geluid

Luchtkwaliteit

Geur

Lichtoverlast

Veiligheidsbeleving

Afstand tot openbaar groen Bereikbaarheid sporten speelplekken

Scenario 2: Sociaal

Scenario 3: Innovatie en specialisatie

Scenario 4: bodem en water sturend

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈

≈ ≈ ↑ ↓ ≈ ≈ ≈

≈ ≈ ↑ ≈ ↑ ↑ ↑

Geluid Geluid wordt getoetst aan de mate van geluidshinder op basis van de WHOadvieswaarden. Door de gemeente Horst aan de Maas lopen de A73, de N277 en twee spoorwegen. De gemeente werkt aan de sanering van wegverkeerslawaai, waarbij de woningen met een te hoge verkeerslawaaibelasting worden voorzien van isolatiemaatregelen. De verkeersintensiteiten zullen in de toekomst echter toenemen en de regio wil de A73 uitbreiden en de Maaslijn verdubbelen, wat mogelijk meer geluidshinder veroorzaakt. De gemeente gaat de komende jaren na of de gevelbelasting verminderd kan worden voor de gemeentelijke wegen, door maatregelen op of aan de weg (30 km/u zones) of extra gevelvoorzieningen voor bestaande woningen. Bovendien worden op een aantal locaties geluidsschermen geplaatst langs het spoor. Per saldo is daarom de verwachting dat de geluidshinder in de autonome ontwikkeling enigszins afneemt ten opzichte van de huidige situatie. In scenario 1 leidt het creëren van groene buffers, het concentreren van bedrijven op passende locaties en het strategisch plaatsen van nieuwe woningen in gezonde gebieden naar verwachting tot een afname van geluidshinder. De groene buffers kunnen geluid van zowel wegverkeer als van bedrijven absorberen en bedrijven buiten de buffers rond de kernen worden meer geconcentreerd op de bedrijventerreinen, waardoor deze voor minder geluidshinder zullen zorgen.

Aangezien er in scenario 1 sprake is van een

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 51/109

positief effect ten opzichte van de referentiesituatie, verbetert het kwaliteitsniveau naar ‘groen’. In scenario 3 zullen de drie grote kernen drukker worden, omdat daar de voorzieningen worden geconcentreerd. De buitengebieden zijn natuurgebieden en agrarische productielandschappen, waar het rustiger is. Geluid door wegverkeer zal in en rond de kernen toenemen en in het buitengebied naar verwachting afnemen. Door het OV uit te breiden met twee stations kan er een toename in geluid plaatsvinden rondom de stations. Daartegenover staat dat de auto minder gebruikt zal worden, wat een vermindering in geluid kan geven. De voor- en nadelen heffen elkaar naar verwachting op, waardoor het kwaliteitsniveau ongeveer gelijk zal blijven aan de referentiesituatie. Dit kwaliteitsniveau wordt aangeduid met de kleur ‘geel’. Maatregelen in scenario 2 en 4 hebben geen of weinig invloed op geluid, daarom wordt er geen effect verwacht ten opzichte van de referentiesituatie. Het kwaliteitsniveau blijft ‘geel’. Beoordelingscriteria

Referentie

Scenario 1

↑

Geluid

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

≈

≈

Luchtkwaliteit Luchtkwaliteit wordt getoetst aan de WHO advieswaarden voor blootstelling aan fijnstof en stikstofoxiden. Gemeente Horst aan de Maas heeft het Schone Lucht Akkoord ondertekend, waarbij het doel is om 50% gezondheidswinst te realiseren in 2030. Daarnaast zullen fijnstof- en stikstofdioxidenconcentraties over het algemeen dalen. De concentraties komen daardoor naar verwachting onder de WHO-advieswaarden. In scenario 1 moeten bedrijven verduurzamen en worden er groene en gezonde buffers rond kernen en bedrijventerreinen gerealiseerd. Het verplaatsen van veehouderijen en het terugdringen van de hoeveelheid vee in het buitengebied zorgen naar verwachting voor een positief effect op de luchtkwaliteit. Het kwaliteitsniveau verbetert in beperkte mate ten opzichte van de referentiesituatie, maar blijft ‘groen’. Maatregelen uit scenario 2, 3 en 4 hebben naar verwachting geen of weinig invloed op de luchtkwaliteit. In scenario 3 zal de innovatie op het gebied van landbouw mogelijk voor een kleine reductie in CO2 zorgen, dit effect heeft naar verwachting een kleine impact. Daarom wordt er in deze drie scenario’s geen effect verwacht ten opzichte van de referentiesituatie. Het kwaliteitsniveau blijft als gevolg van het uitblijven van een positieve of negatieve trend ‘groen’. Beoordelingscriteria

Referentie

Scenario 1

↑

Luchtkwaliteit

Scenario 2

≈

Scenario 3

Scenario 4

≈

≈

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 52/109

Geur Geur wordt getoetst aan de beoordeling van het leefklimaat op basis van achtergrondbelasting van geurhinder. In de gemeente speelt vooral geurbelasting van veehouderijen een rol. Modernisering van stallen en uitvoering van het klimaatbeleid kunnen zorgen voor een vermindering van geurhinder. De gemeente heeft daarnaast wel de ambitie om de geuruitstoot van veehouderijen te verlagen, maar heeft hieraan geen kwantitatieve doelen gesteld. Daarom wordt in de referentiesituatie kwaliteitsniveau ‘geel’ gegeven, maar wel met een lichte verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Geurhinder treedt voor een belangrijk deel op in het buitengebied en in de randen van de kernen. In scenario 1 en 2 worden overgangszones in de kernrandgebieden voorzien. Veehouderijen in deze zones worden (op termijn) uitgeplaatst voor een meer gezonde leefomgeving (scenario 1) of meer sociale activiteiten (scenario 2). Omdat er in de huidige situatie sprake is van geurhinder op circa 400 adressen, kan het toepassen van de zones voor veel adressen een duidelijke verbetering leveren in de mate van geurhinder. Voor deze scenario’s is de verwachting dat dit een positief effect heeft en leidt tot een kwaliteitsniveau groen. In scenario 3 lijkt er ten aanzien van de bestaande geurhinder relatief weinig te veranderen. Het is niet te verwachten dat hier een merkbaar effect op zal treden.

Scenario 4 zet onder andere in op een afname van de hoeveelheid vee met een duidelijkere zonering in relatie tot de ondergrond. Het is wel te verwachten dat de afname van de hoeveelheid vee ook leidt tot minder geurhinder. Of dit nu juist nabij woonconcentraties plaatsvindt of meer in het buitengebied, is in dit scenario niet direct duidelijk. Om deze reden is er ten minste wel een lichte verbetering te verwachten. Beoordelingscriteria

Referentie

Scenario 1

↑

Geur

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

↑

↑

Lichtoverlast Lichtoverlast wordt getoetst door de mate van lichtemissie. In de referentiesituatie is met name sprake van lichtemissie te zien als gevolg van het glastuinbouwgebied tussen America en Hegelsom en in Californië ten noorden van Greenport Venlo. In en rondom de kernen is ook redelijk wat licht gemeten. In scenario 1 is het noodzakelijk dat bedrijven verduurzamen en worden er rondom dorpskernen en bedrijventerreinen groene, gezonde buffers gecreëerd. Het gebied rond Californië wordt het kassenconcentratiegebied. Door de kassen te concentreren wordt de negatieve impact van lichtvervuiling binnen de gemeente beperkt. Er zullen echter veel kassen blijven binnen de gemeente, waardoor het kwaliteitsniveau ondanks een licht positieve verandering gelijk blijft aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel'. Scenario 2 gaat niet in op licht en lichtoverlast, daarom zal er geen effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Het kwaliteitsniveau blijft ‘geel’. In scenario 3 maken de kassen onderdeel uit van Greenport en zijn geconcentreerd rondom het huidige kassengebied Californië. Technische

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 53/109

innovatie in de agrofoodsector en voor kassen zullen onder andere vertical farming en het ontwikkelen van duurzame energieoplossingen te weeg brengen. Vertical farming zal meer licht verspreiden, maar het vindt plaats in het geconcentreerde kassengebied. Dit zal waarschijnlijk niet leiden tot meer lichtemissie, waardoor het kwaliteitsniveau gelijk blijft aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. Ook in scenario 4 zullen kassen geconcentreerd worden in het transformatiegebied Greenport en door vertical farming is minder grond nodig om dezelfde hoeveelheid gewassen/planten te verbouwen. Vertical farming kan lichtmissie veroorzaken. Omdat het transformatiegebied Greenport groter is dan in andere scenario’s wordt verwacht dat er meer lichtemissie zal zijn. Het kwaliteitsniveau blijft gelijk aan de referentiesituatie, ondanks dat sprake is van een licht negatief effect. Beoordelingscriteria

Referentie

Scenario 1

↑

Lichtoverlast

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

↓

Scenario 3

Scenario 4

≈

≈

≈

Veiligheid Veiligheid wordt getoetst aan het gevoel van onveiligheid in vergelijking met het nationaal gemiddelde. De gemeente herbergt transportroutes voor gevaarlijke stoffen, LPG-tankstations met bijbehorende risicozones, twee hoogspanningsleidingen en een pijpleiding voor het transport van bijvoorbeeld waterstof. Deze infrastructuur, nabij locaties als Toverland, kan invloed hebben op de veiligheid. Over het algemeen voelen mensen zich veilig in de gemeente. De veiligheidsbeleving (gevoelens van onveiligheid in het algemeen en in de eigen woonbuurt) in de gemeente ligt ongeveer rond het landelijk gemiddelde. In scenario 1 zal de omgevingsveiligheid verbeteren door bedrijven te concentreren, waarbij het transport van gevaarlijke stoffen tot de omgeving van snelwegen wordt beperkt. Hierdoor worden risico’s geconcentreerd op specifieke, gecontroleerde locaties. Hierdoor zal ook de veiligheidsbeleving naar verwachting verbeteren. Het kwaliteitsniveau verbetert hierdoor ten opzichte van de referentiesituatie naar ‘groen’. Scenario 2 staat onder andere voor een sterke en hechte gemeenschap. Juist omdat de inwoners elkaar kennen, staan ze ook voor elkaar klaar en helpen ze elkaar. Dit zal naar verwachting een positief effect hebben op de veiligheidsbeleving in het algemeen en in de woonbuurten.

Het kwaliteitsniveau verbetert hierdoor ten opzichte van de referentiesituatie naar ‘groen’. In scenario 3 zijn er geen ontwikkelingen te verwachten die de veiligheidsbeleving of omgevingsveiligheid beïnvloeden. Daarom blijft het kwaliteitsniveau gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. Ook in scenario 4 zijn er geen ontwikkelingen te verwachten die de veiligheidsbeleving of omgevingsveiligheid beïnvloeden. Daarom blijft het kwaliteitsniveau gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. Beoordelingscriteria

Referentie

Scenario 1

↑

Veiligheidsbeleving

Scenario 2

↑

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 54/109

Afstand tot openbaar groen In de gemeente is er relatief veel natuur per inwoner. Toch is in de referentiesituatie de hoeveelheid groen binnen de dorpskernen relatief beperkt en lager dan de landelijke groennorm van 75 m2 openbaar groen per woning. De afstand tot openbaar groen (minstens 1 ha) ligt ver boven de norm (300 meter) en het Nederlands gemiddelde (500 meter). In scenario 1 zullen de overgangszones van de kernrandgebieden rond de dorpskernen en bedrijventerreinen zorgen voor meer groen. Ook de grote dorpen zullen vergroend worden, waarbij extra parken worden gerealiseerd en bestaande en nieuwe parken kwalitatief verbeterd worden. In veel gevallen zal hierdoor de afstand tot openbaar groen afnemen en de hoeveelheid groen per woning zal toenemen. Daarom verbetert het kwaliteitsniveau ten opzichte van de referentiesituatie naar ‘geel’. In scenario 2 is in elk dorp een groene ontmoetingslocatie en om de dorpen is een zone waarin ook groen ontmoetingslocaties zijn. Er zijn ook verschillende natuurpoorten nabij de dorpen. Ook in dit scenario zal daarom de afstand tot openbaar groen afnemen en er meer groen per woning komen. Daarom verbetert het kwaliteitsniveau ten opzichte van de referentiesituatie naar ‘geel’. Dit scenario heeft overeenkomsten met scenario 1. In scenario 3 zullen de drie grote kernen uitbreiden met woningen en ook Greenport breidt uit.

Deze stedelijke verdichting zou een negatief effect kunnen hebben op de afstand tot openbaar groen. Daarnaast is er een verbinding tussen de recreatieplas bij Tienray en het groen aan de oostzijde van de spoorlijn. Deze verbinding heeft dit weinig effect op de afstand tot openbaar groen vanuit de kernen. Het kwaliteitsniveau blijft gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘oranje’. In scenario 4 is er meer ruimte voor de Maas en kernen worden uitgebreid aan de mooie zijden. Er wordt echter niet gesproken over groen in de kernen. In het ontwikkelen van het Maasgebied zal niet veel veranderen aan de afstand tot openbaar groen ten opzichte van de referentiesituatie. Daarom blijft het kwaliteitsniveau gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘oranje’. Beoordelingscriteria

Referentie

Scenario 1

↑

Afstand tot openbaar groen

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

≈

↑

Bereikbaarheid sport- en speelplekken Het aantal sportaccommodaties ligt boven het landelijk gemiddelde, maar de afstand tot de sportaccommodaties ligt onder het landelijk gemiddelde. Daarnaast scoort Horst aan de Maas lager dan het landelijk gemiddelde op de beweegvriendelijke omgeving. Voor de jonge kinderen is er veel te doen en zijn er veel speelvoorzieningen. Voor de oudere kinderen zijn er minder voorzieningen aanwezig. De gemeente probeert via buurtsportcoaches wel meer groepen te bereiken. In scenario 1 zullen er meer snelfietsroutes komen, waardoor de bereikbaarheid van onder ander sport- en speelplekken verbeterd kan worden. Daarnaast is er aandacht voor meer beweegroutes vanuit de dorpen naar het buitengebied, wat de bereikbaarheid ook kan verbeteren. Het is daarmee te verwachten dat de afstand tot sportaccommodaties ook iets kleiner wordt door directere

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 55/109

verbindingen. De verbindingen zijn hier echter niet op geënt. Het kwaliteitsniveau blijft ondanks de positieve trend gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. In scenario 2 is er meer ruimte voor ontmoeten op groene locaties, zoals de lokale voetbalclub, een gezamenlijke moestuin, het parkje in de wijk of volkstuintjes. De groene ontmoetingslocaties zitten verspreid over de kernen, waardoor de bereikbaarheid beter wordt. Het kwaliteitsniveau verbetert hierdoor ten opzichte van de referentiesituatie naar ‘groen’. Scenario 3 en 4 gaan niet in op bereikbaarheid van sport- en speelplekken, daarom wordt er geen effect verwacht ten opzichte van de referentiesituatie. Het kwaliteitsniveau blijft ‘geel’. Beoordelingscriteria

Referentie

↑

Bereikbaarheid sporten speelplekken

6.5

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

≈

↑

Bescherming ondergrond en bovengrond

In de onderstaande tabel zijn de beoordelingen van de scenario’s met betrekking tot het thema bescherming ondergrond en bovengrond samengevat. Beoordelingscriteria

Referentie

Landschap

Cultuurhistorie

Archeologie

Water

Bodemkwaliteit

Scenario 1: Gezondheid

Scenario 2: Sociaal

Scenario 3: Innovatie en specialisatie

Scenario 4: bodem en water sturend

≈ ≈ ≈ ≈ ≈

≈ ≈ ≈ ≈ ≈

≈ ≈ ≈ ≈ ≈

↑ ↑ ≈ ↑ ↑

Landschap Er is een hoge mate van landschappelijke diversiteit binnen de gemeente Horst aan de Maas. Kenmerkend voor de veenontginningen in het westen zijn de grote, aaneengesloten geometrisch verkavelde landbouwgronden, de openheid en de bebouwingslinten. Het zandlandschap in het midden van de gemeente kent een sterke afwisseling met hoogteverschillen en open, kleinschalige en besloten gebieden. De Maas en oude maasarmen in het rivierdallandschap aan de oostzijde hebben gezorgd voor een reliëf van hogere en lagere delen, waar afwisseling is tussen bos- en natuurgebieden en bebouwing. Het landschap staat onder druk door de ruimtelijke ontwikkelingen zoals intensieve agrarische

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 56/109

functies en stedelijke ontwikkelingen. In de referentiesituatie wordt daarom kwaliteitsniveau ‘geel’ gegeven voor het landschap. In scenario 1 is er wel aandacht voor betere verbindingen tussen de bebouwde gebieden en de buitengebieden. Dit doet echter weinig met het landschap en de diversiteit van het landschap. Er zal daarom geen relevant effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Wel wordt mogelijk de beleving van het landschap wat versterkt. Het kwaliteitsniveau blijft ‘geel’. In scenario 2 krijgen natuurgebieden een natuurpoort, waar informatie over de routes en de natuur te vinden is. De Mariapeel wordt een prikkelarm gebied. Beide aanpassingen hebben weinig invloed op het landschap en de landschappelijke diversiteit. Daarom blijft het kwaliteitsniveau ‘geel’. In scenario 3 blijven de natuurgebieden behouden en ontstaat een wat duidelijkere zonering in het landschap. In de Mariapeel vindt landschapsontwikkeling plaats ten behoeve van recreatie, waardoor waterrecreatie tot bloei komt. Op de zandgronden zijn gemengde bedrijven, veeteelt en akkerbouw te vinden. In het rivierdallandschap is er ruimte voor telers van bomen, tuinplanten, fruitplanten, rozen, etc. De belangrijkste stedelijke ontwikkelingen vinden plaats rond de grote dorpen en bestaande bedrijventerreinen.

In grote lijnen blijft het huidige landschap wel behouden, maar is er sprake van meer specialisatie in bepaalde zones. Naar verwachting wordt de diversiteit van het landschap hiermee niet veel anders dan in de referentiesituatie, daarom blijft het kwaliteitsniveau ‘geel’. In scenario 4 wordt het landschap gebruikt voor de kwaliteiten die er liggen en wordt een zo zuiver mogelijk landschap nagestreefd. Daardoor wordt de leesbaarheid van het landschap en de diversiteit ervan beter. Er is sprake van een positief effect ten opzichte van de referentiesituatie; het kwaliteitsniveau wordt ‘groen’. Beoordelingscriteria

Referentie

Landschap

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

≈

≈

↑

Cultuurhistorie Horst aan de Maas heeft veel monumenten, karakteristieke gebouwen en kapellen die getuigen van geschiedenis. Een groot deel van de gemeente wordt aangemerkt als cultuurlandschap. Horst aan de Maas wil haar geschiedenis en erfgoed behouden, voor toekomstige generaties. Daarbij richten ze zich op digitale ontsluiting (vindbaar en toegankelijk maken) van musea en erfgoed collecties. Op meerdere locaties is cultuurhistorisch erfgoed aanwezig. Scenario 1 en 2 gaan niet in op de cultuurhistorie, daarom zal er geen effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Het kwaliteitsniveau blijft ‘geel’. In scenario 3 groeit Griendtsveen uit van een verstilde cultuurhistorische parel naar een levendige recreatieve parel. De verbetering op het gebied van recreatie kan druk geven op de cultuurhistorische waarde, dit is een aandachtspunt. In dit scenario blijft de cultuurhistorische waarde van het gebied behouden, daarom blijft het kwaliteitsniveau ‘geel’. In scenario 4 is Griendtsveen een verstilde cultuurhistorische parel, waardoor het dorp waardevol is vanuit een cultureel en historisch oogpunt. Er is sprake

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 57/109

van een licht positief effect ten opzichte van de referentiesituatie, maar het kwaliteitsniveau blijft ‘geel’. Beoordelingscriteria

Referentie

Cultuurhistorie

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

≈

≈

↑

Archeologie Archeologie wordt getoetst op basis van archeologische waarde. In het grootste deel van de gemeente is een hoge en middelhoge trefkans op archeologische resten. Het dorp Griendtsveen is in zijn geheel een Rijksbeschermd dorpsgezicht. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden er archeologisch onderzoeken gedaan. Er kan goed worden omgegaan met eventuele vondsten. Echter is hier geen beleid voor. Scenario 1 en 2 gaan niet in op archeologie, daarom zal er geen effect ten opzichte van de referentiesituatie worden verwacht. Deze scenario’s behouden het kwaliteitsniveau ‘geel’. In scenario 3 blijven de percelen gelijk en zal er weinig nieuw grond geroerd worden. Daarom wordt er geen invloed op archeologie verwacht en blijft het kwaliteitsniveau ‘geel’. Scenario 4 is bodem en water sturend, waarbij het landschap gevolgd wordt. Ook in dit scenario wordt er geen invloed op archeologie verwacht en blijft het kwaliteitsniveau ‘geel’. Beoordelingscriteria

Referentie

Archeologie

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

≈

≈

≈

Water Het criteria water wordt getoetst aan de waterkwaliteit oppervlakte water en grondwater in het stedelijk en landelijk gebied. Waterschap Limburg stelt het doel in een schoon grond- en oppervlaktewatersysteem te voorzien dat voldoet aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Klimaatverandering en landbouw kunnen negatieve effecten hebben op de waterkwaliteit en waterkwantiteit. In de referentiesituatie wordt nog geen algehele goede waterkwaliteit verwacht. Scenario 1, 2 en 3 gaan niet in op water, daarom zal er geen effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Deze scenario’s behouden het kwaliteitsniveau ‘geel’. In scenario 4 worden de locaties van functies bepaald door de geschiktheid van de ondergrond. In het natuurgebied Mariapeel wordt de optimale oplossing voor het herstel van het bodem- en watersysteem gecreëerd. Belangrijk uitgangspunt hierbij is een goede sponswerking van de bodem. Het buffergebied ten oosten van Mariapeel wordt een nat gebied, waar de huidige agrarische bedrijven ruimte maken voor bedrijven die zich focussen op natte teelten. Door de hoge grondwater- en oppervlaktewaterstand moet het dorp Evertsoord transformeren. Daarnaast is er meer ruimte voor de Maas. Er

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 58/109

sprake is van een positief effect ten opzichte van de referentiesituatie, daarom verbetert het kwaliteitsniveau naar ‘groen’. Beoordelingscriteria

Referentie

Water

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

≈

≈

↑

Bodemkwaliteit De wet- en regelgeving is erop gericht om nieuwe bodemverontreinigingen te voorkomen en bestaande verontreinigingen te beperken door het uitvoeren van saneringen. De kwaliteit van de bodem in Horst aan de Maas is goed. Scenario 1, 2 en 3 gaan niet in op de bodemkwaliteit, daarom zal er geen effect zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Deze scenario’s behouden het kwaliteitsniveau ‘groen’. Scenario 4 is bodem en water sturend, waarbij het landschap gevolgd wordt. In het natuurgebied Mariapeel wordt de optimale oplossing voor het herstel van het bodem- en watersysteem gecreëerd. Belangrijk uitgangspunt hierbij is een goede sponswerking van de bodem. Ten oosten van het natuurgebied komt een overgangszone, die noodzakelijk is en bijdraagt aan een zo natuurlijk mogelijk bodem- en watersysteem in de Peel. Daarnaast worden landbouwfuncties aangepast op de ondergrond en zullen deze extensiveren waar mogelijk. Ook is er meer ruimte voor de Maas. Het kwaliteitsniveau bij scenario 4 zal licht verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie, en blijft ‘groen’. Beoordelingscriteria

Referentie

Bodemkwaliteit

6.6

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

≈

≈

↑

Natuurkwaliteit

In de onderstaande tabel zijn de beoordelingen van de scenario’s met betrekking tot het thema natuurkwaliteit samengevat. Beoordelingscriteria

Referentie

Natura 2000gebieden Natuurnetwerk Nederland Biodiversiteit

Scenario 1: Gezondheid

Scenario 2: Sociaal

Scenario 3: Innovatie en specialisatie

Scenario 4: bodem en water sturend

≈ ≈ ↑

≈ ≈ ≈

↓ ≈ ↑

↑ ↑ ↑

Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden worden getoetst aan de mate waarop de instandhoudingsdoelen worden behaald. Binnen de gemeente Horst aan de

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 59/109

Maas ligt een Natura 2000-gebied, namelijk: Deurnsche Peel & Mariapeel. De kern van de doelstelling voor de Peelgebieden is het op gang brengen of continueren van het unieke proces van hoogveenvorming en het beschermen van het nog aanwezige hoogveenlandschap. Verder zijn er doelen voor het behoud van droge heiden en diverse vogelsoorten. Er zijn echter nog veel factoren aanwezig die een negatief effect hebben en blijven hebben waarvan stikstof en klimaatverandering de grootste impact hebben. In scenario 1 wordt de hoeveelheid vee in het buitengebied teruggedrongen. Dit zal een positief effect hebben op de uitstoot, wat positief is voor het Natura 2000-gebied. Het effect zal niet erg groot zijn. Daarom blijft bij scenario 1 het kwaliteitsniveau gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ’geel’. In scenario 2 zal de Mariapeel een prikkelarm gebied worden, waar vooral aandacht voor mens en natuur zal zijn. Daarnaast krijgen de natuurgebieden aan de zijde van het dichtstbijzijnde dorp een natuurpoort. Het effect hiervan op het Natura 2000-gebied zal niet erg groot zijn, daarom blijft het kwaliteitsniveau gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. In scenario 3 wordt Griendtsveen een recreatieve parel, wat grenst aan het Natura 2000-gebied. Aan de randen van het Natura 2000-gebied komt een zone gericht op waterrecreatie.

Daardoor kan door recreatie de druk op het gebied toenemen, wat een negatief effect op de natuur heeft. Dit effect is echter klein, daarom blijft het kwaliteitsniveau gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ’geel’. In scenario 4 worden alle verschillende natuurgebieden met elkaar verbonden middels ecologische verbindingen. Daarnaast wordt de hoeveelheid natuur- en bosgebied substantieel uitgebreid. Dit zorgt er ook voor dat Toverland en verschillende recreatieparken midden in de natuur komen te liggen. Daarnaast is er meer ruimte voor de Maas en wordt het Maasgebied doorgetrokken richting Meerlo. Het kwaliteitsniveau bij scenario 4 zal hierdoor verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie naar ‘groen’. Beoordelingscriteria

Referentie

Natura 2000gebieden

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

≈

≈

↓

↑

Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland wordt getoetst op basis van de mate van realisatie van het netwerk. In de gemeente Horst aan de Maas ligt een groot aantal Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden, zoals de Mariapeel. In 2013 heeft de provincie Limburg de ontwikkelopgave gekregen om 3.431 ha landbouwgrond in te richten als natuur voor 2027. In 2022 resteerde een ontwikkelopgave van circa 990 ha. In scenario 1 is niet veel aandacht voor het uitbreiden of de realisatie van NNN. Veel overgangszones liggen in NNN gebieden, vooral bij de Maas. Door het aanleggen van snelfietsroutes en beweegroutes tussen dorpen en de natuur kan de kwaliteit van de NNN gebieden wat verslechteren. Het kwaliteitsniveau blijft gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. In scenario 2 krijgen natuurgebieden natuurpoorten en de Mariapeel wordt een prikkel arm gebied. In dit scenario komt er geen nieuwe natuur bij, daardoor

Sweco | Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Projectnummer 51016457 Datum 22-10-2025

Versie Definitief 2

Document referentie NL25-648800269-135194 60/109

blijft het kwaliteitsniveau gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. In scenario 3 zal de overgangszone aan de oostzijde van het natuurgebied voor recreatie en toerisme benut worden, waardoor de natuur niet volledig overlopen zal worden. Het buitengebied zal deels uit bestaande natuurgebieden bestaan. En het stadspark bij Horst zal weinig effect hebben op het NNN gebied waarin het ligt. Mocht door de drukte toch een negatief effect ontstaan, dan moet dit gecompenseerd worden. Deze aanpassing heeft weinig effect op de NNN gebieden. Het kwaliteitsniveau blijft daarom gelijk aan de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘geel’. In scenario 4 worden alle verschillende natuurgebieden met elkaar verbonden middels ecologische verbindingen, wat een positief effect zal hebben op de NNN gebieden. Daarnaast wordt de hoeveelheid natuur- en bosgebied substantieel uitgebreid. Daarom is er sprake van een positieve verandering van het kwaliteitsniveau ten opzichte van de referentiesituatie, aangeduid met de kleur ‘groen’. Beoordelingscriteria

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16253535/2